Bijlage E1. PlanMER Omgevingsvisie Hilversum
Tekst van het document
PlanMER voor de ontwerp Omgevingsvisie Hilversum Gemeente Hilversum: College van BenW 12 december 2022
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Inhoudsopgave Samenvatting
7
1
Inleiding
15
1.1
Aanleiding
15
1.2
Doel van het planMER
15
1.3
Toelichting m.e.r.-procedure
16
1.4
Opbouw van dit planMER
16
2
3
4
3
De Omgevingsvisie van de gemeente Hilversum
17
2.1
Omgevingsvisie document gemeente
17
2.2
Doelen van de gemeente Hilversum
17
2.2.1
Duurzaam Hilversum 2040
17
2.2.2
Actief Hilversum 2040
20
2.2.3
Meedoen Hilversum 2040
22
Aanpak beoordeling planMER
24
3.1
Methodiek
24
3.2
Beoordelingskader
26
Foto van de Leefomgeving en beoordeling op doelbereik
28
4.1
Cultureel erfgoed
30
4.1.1
Beoordeling huidige situatie
31
4.1.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
32
4.1.3
Beoordeling op doelbereik
33
4.2
Natuur en landschap
35
4.2.1
Beoordeling huidige situatie
35
4.2.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
37
4.2.3
Beoordeling op doelbereik
38
4.3
Openbaar groen
40
4.3.1
Beoordeling huidige situatie
40
4.3.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
42
4.3.3
Beoordeling op doelbereik
43
4.4
Water
45
4.4.1
Beoordeling huidige situatie
46
4.4.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
54
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4
4.4.3
Beoordeling op doelbereik
61
4.5
Bodem en ondergrond
63
4.5.1
Beoordeling huidige situatie
64
4.5.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
65
4.5.3
Beoordeling op doelbereik
67
4.6
Klimaatverandering en -adaptatie
68
4.6.1
Beoordeling huidige situatie
68
4.6.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
76
4.6.3
Beoordeling op doelbereik
80
4.7
Energietransitie
82
4.7.1
Beoordeling huidige situatie
82
4.7.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
85
4.7.3
Beoordeling op doelbereik
88
4.8
Wonen
91
4.8.1
Beoordeling huidige situatie
91
4.8.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
93
4.8.3
Beoordeling op doelbereik
96
4.9
Economie en werkgelegenheid
98
4.9.1
Beoordeling huidige situatie
98
4.9.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
101
4.9.3
Beoordeling op doelbereik
103
4.10
Bereikbaarheid en mobiliteit
105
4.10.1
Beoordeling huidige situatie
106
4.10.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
109
4.10.3
Beoordeling op doelbereik
110
4.11
Welzijn, levendigheid, zorg en gezondheid
112
4.11.1
Beoordeling huidige situatie
112
4.11.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
114
4.11.3
Beoordeling op doelbereik
116
4.12
Sport en bewegen
118
4.12.1
Beoordeling huidige situatie
118
4.12.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
119
4.12.3
Beoordeling doelbereik
120
4.13
Kunst en cultuur
121
4.13.1
Beoordeling huidige situatie
121
4.13.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
124
4.13.3
Beoordeling op doelbereik
124
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
5
6
7
5
4.14
Onderwijs
125
4.14.1
Beoordeling huidige situatie
125
4.14.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
125
4.14.3
Beoordeling op doelbereik
126
4.15
Veiligheid
127
4.15.1
Beoordeling huidige situatie
127
4.15.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
131
4.15.3
Beoordeling op doelbereik
132
4.16
Lucht
134
4.16.1
Beoordeling huidige situatie
134
4.16.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
136
4.16.3
Beoordeling op doelbereik
136
4.17
Geluid
138
4.17.1
Beoordeling huidige situatie
138
4.17.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
141
4.17.3
Beoordeling op doelbereik
141
Ruimteclaims
142
5.1
Sectorale ruimteclaims
142
5.1.1
Openbaar groen en klimaatadaptatie
142
5.1.2
Woningbouw
142
5.1.3
Energietransitie
143
5.1.4
Werklocaties en banen
144
5.1.5
Mobiliteit en parkeren
144
5.1.6
Onderwijs
144
5.2
Totaal ruimteclaims
144
Botsproeven
147
6.1
Duurzaam Hilversum 2040
147
6.2
Actief Hilversum 2040
148
6.3
Meedoen Hilversum 2040
149
Conclusies en monitoring
150
7.1
Methodiek in het planMER
150
7.2
Resultaten
150
7.2.1
Totaalbeeld doelbereik
150
7.2.2
Hoofdkeuzen
151
7.2.3
Passende beoordeling
152
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
7.3
Monitoring
152
Bijlagen Bijlage A Bronnenlijst
155
Bijlage B Passende beoordeling
157
Bijlage C Botsproeven
158
Colofon
161
6
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Samenvatting S1. Aanleiding en doel De gemeente Hilversum stelt een Omgevingsvisie op. De Omgevingsvisie richt zich op het zichtjaar 2040. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure is de milieueffectrapportage (m.e.r.). Hiervoor is een strategisch milieueffectrapport (planMER) opgesteld dat in beeld brengt in hoeverre ambities van de gemeente in samenhang realiseerbaar zijn en wat de effecten van het beleid in de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn. Voorliggend planMER is het product van de m.e.r.-procedure en levert informatie op die van belang is voor de besluitvorming rondom de Omgevingsvisie. In dit planMER is een beoordeling uitgevoerd op de concept Omgevingsvisie, zoals die ambtelijk tot stand was gekomen tot aan de bestuurlijke behandeling. Het planMER heeft zo de rol gespeeld van een toets van de concept Omgevingsvisie en het bestuurlijk agenderen. Het planMER is van nature kritisch. Dit planMER voor de Omgevingsvisie beschrijft naast de gevolgen voor de leefomgeving ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de m.e.r.-procedure zoals energie, de woonopgave en klimaatadaptatie. Het planMER geeft tijdens het besluitvormingstraject van de Omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken.
Ook beoordeelt het planMER of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Onderdeel van het planMER is daarnaast een Passende beoordeling die opgesteld is als risicobeoordeling voor de vergunbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente in het kader van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden in en rondom de gemeente. Het doel van de beoordelingen in dit planMER is om de Omgevingsvisie indien nodig tijdig bij te kunnen sturen. S2. De Omgevingsvisie van de gemeente Hilversum De Omgevingsvisie van Hilversum is onderverdeeld in drie programma’s: Duurzaam Hilversum, Meedoen Hilversum en Actief Hilversum. Per programma zijn doelen gesteld. Per doel zijn ook maatregelen bepaald om deze te behalen. Hieronder staan de programma’s en de doelen die zijn gesteld.
Duurzaam Hilversum 2040 • Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de normen • Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad • Tegengaan van hittestress, droogte en wateroverlast • Overgang naar een voor iedereen toegankelijk duurzaam energiesysteem versnellen en intensiveren • Overgang naar een duurzamer systeem van mobiliteit versnellen en intensiveren • Verantwoord en toekomstbestendig (her)gebruik van materialen Een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren. Actief Hilversum 2040 • Meer ruimte voor werk op bestaande werklocaties, in het centrum en in de wijken • Bevorderen van innovatie en relatie tussen bedrijven en onderwijs • Binden en boeien van jongeren en middengroepen • Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio Meedoen Hilversum 2040 • Het realiseren van voldoende, geschikte en betaalbare woningen • Verkleinen sociaaleconomische en gezondheidsverschillen • Versterken van de sociale samenhang in buurten • Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid S3. Werkwijze Het planMER voor de Omgevingsvisie van de gemeente Hilversum is aan de hand van een aantal stappen opgesteld.
7
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Stap 1: De beoordelingen van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de doelen uit de Omgevingsvisie is uitgevoerd op 17 beleidsvelden die gezamenlijk het Rad van de Leefomgeving vormen dat voor de gemeente Hilversum is opgesteld.
Figuur 1-1 Leeg Rad van de Leefomgeving Hilversum
De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntschaal (Tabel 1-1). De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de bijdrage van de Omgevingsvisie middels maatregelen, zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de Omgevingsvisie in één oogopslag inzichtelijk.
8
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Tabel 1-1 Kwalitatieve vijfpuntschaal die gebruikt is voor de beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en doelbereik
Kwaliteitsniveau ++ + +/- of 0* --
Beoordeling De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt ruimschoots gehaald en/of er zijn geen knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt grotendeels gehaald en/of er zijn weinig knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt deels gehaald en/of er zijn enkele knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt grotendeels niet gehaald en/of er zijn veel knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt niet gehaald en/of er zijn erg veel knelpunten
*In de beoordeling van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling wordt (+/-) gebruikt om een neutrale score aan te duiden. In de beoordeling op doelbereik wordt een (0) gebruikt.
Stap 2: Voor iedere opgave is een beschrijving gemaakt van de huidige situatie. Op basis van het huidige beleid, gesprekken met beleidsmedewerkers en geraadpleegde literatuur is in beeld gebracht in welke mate de huidige situatie past binnen het huidige beleid. Dit resulteert in de toekenning van één van vijf kwaliteitsniveaus (Tabel 1-1). Om de beoordeling van de huidige situatie zo concreet en meetbaar mogelijk te maken, is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kwantitatieve gegevens. Uit deze analyse per opgave kwamen de huidige problemen en knelpunten in de gemeente Hilversum naar voren. Nadat de huidige situatie beoordeeld is, is ook een inschatting gemaakt van de mate waarin ontwikkelingen en beleid dat geen onderdeel van de Omgevingsvisie is de situatie zullen veranderen in de periode tot 2040. Dit noemen we autonome ontwikkelingen. Hieronder worden externe factoren zoals klimaatverandering, demografische veranderingen en markt- en technologische ontwikkelingen geschaard. Voor de autonome ontwikkeling is voor iedere opgave beoordeeld of de situatie ten goede of ten kwade verandert. De huidige situatie met de autonome ontwikkelingen tezamen maken de referentiesituatie en die vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling in het planMER. Stap 3: Het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie is in dit planMER getoetst op doelbereik.
Dit betekent dat per doel beoordeeld is of -en zo mogelijk in welke mate- de voorgenomen maatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre doelstellingen haalbaar zijn en welke beleidsmaatregelen een bijdrage hieraan leveren. De beoordeling is afgezet tegen de opgaven bepaald in de referentiesituatie (huidige situatie + autonome ontwikkelingen) die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvindt. Daarbij is dezelfde methodiek gehanteerd als bij de beoordeling van huidige situatie en autonome ontwikkelingen in stap 2: op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie en de verandering die optreedt in de periode tot 2040 (de autonome ontwikkeling) is door middel van expert judgement per beleidsveld beoordeeld of de beleidsmaatregelen voldoende zijn om de gestelde doelen te behalen. Stap 4: In de Omgevingsvisie zit een aantal maatregelen die beslag leggen op de ruimte. En er zijn soms maatregelen die juist ruimtebesparend zijn. Het in kaart brengen van deze ruimteclaims maakt duidelijk welke functies gecombineerd kunnen of moeten worden om de eigen doelstellingen te halen, welke zaken niet samengaan en waartussen een keuze nodig is. Het gaat dan om de ruimte die nodig is voor bijvoorbeeld woningbouw, biodiversiteit, openbaar groen, landschap, mobiliteit, energietransitie en dergelijke.
Waar mogelijk zijn ook keuzen voor de wijze van ruimtebeslag van maatregelen aangegeven. Dit is zoveel als mogelijk is gekwantificeerd en voor de communicatie op kaart ook weergegeven. Stap 5: De beoordelingen van het doelbereik komen samen in de botsproeven. Hier worden maatregelen en beleidsvelden met elkaar geconfronteerd om te onderzoeken of ze ook in samenhang met elkaar realiseerbaar zijn. Veelal komen knelpunten voort uit concurrerende ruimteclaims vanuit verschillende opgaven. Meekoppelkansen ontstaan juist wanneer maatregelen die bijdragen aan een opgave binnen het ene beleidsveld ook positieve effecten op andere opgave hebben.
9
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Stap 6: Vanwege de mogelijke negatieve effecten van ontwikkelingen in de Omgevingsvisie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in en om de gemeente Hilversum is het verplicht om een Passende beoordeling op te stellen. Deze Passende beoordeling bestaat uit een risicoanalyse van de vergunbaarheid van beleidsvoornemens binnen de concept Omgevingsvisie. Eerst is een analyse gemaakt van de maatregelen die een mogelijk negatief effect op nabijgelegen Natura 2000gebieden hebben. Voor de maatregelen waarvoor dit geldt, is vervolgens op basis van expert judgement beoordeeld waar deze negatieve effecten uit zouden kunnen bestaan (vermesting, habitatfragmentatie, etc.) en of de beleidsmaatregelen voor deze doelen vergunbaar zouden zijn met of zonder mitigerende maatregelen. S4. Totaalbeeld doelbereik Voor het totaalbeeld zijn de drie raderen van de leefomgeving naast elkaar gelegd (Figuur 1-2). Dit betreft de situatie in de huidige situatie, die voor de autonome ontwikkeling, en die zou ontstaan bij uitvoering van de maatregelen van de Omgevingsvisie. Hieruit blijkt in één oogopslag het volgende: 1. In de gemeente Hilversum staat voor een aantal beleidsvelden de gewenste situatie onder druk bij autonome ontwikkeling. Dit geldt voor vrijwel alle beleidsvelden.
Dit is te zien aan de rode pijlen die de situatie van huidige situatie naar autonome ontwikkeling verbeelden. Voor geluid en lucht is autonoom een verbetering beoordeeld. 2. Door de maatregelen die de gemeente heeft opgenomen in de Omgevingsvisie is voor een aantal beleidsvelden de negatieve trend gekeerd, die zou optreden zonder dat voorgenomen beleid. Met name voor openbaar groen, natuur en landschap, en wonen. 3. Ook moet echter geconstateerd worden dat er nog voor een aantal beleidsvelden verbeteringen nodig zijn. Dit geldt met name voor geluid, bodem en ondergrond, klimaatverandering en -adaptatie, energietransitie, economie en werkgelegenheid, kunst en cultuur, en onderwijs. 4. Wil de gemeente al haar doelen voor alle beleidsvelden realiseren, dan zou de Omgevingsvisie veel ambitieuzer moeten zijn, met veel meer en verdergaande maatregelen dan die zijn geformuleerd.
10
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 1-2 Overzicht van de raderen voor de leefomgeving, de huidige situatie en autonome ontwikkelingen, alsook de beoordelingen op doelbereik, voor 17 beleidsvelden voor de concept Omgevingsvisie Hilversum.
S5. Ruimteclaims Voor diverse beleidsvelden is de ruimtevraag van ontwikkelingen, zoals woningbouw en bijbehorende voorzieningen, extra banen, en openbaar groen, bepaald. In Figuur 1-3 is de kaart de gemeente Hilversum getoond. De oranje blokjes laten op schaal de grootte van iedere ruimteclaim zien. Duidelijk is dat het ‘puzzelen met de ruimte’ wordt om de ruimtevragende ambities te verwezenlijken.
11
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Ruimtevraag Openbaar groen: 105 ha
Centrum-stedelijke woningbouw: 68 ha, bijbehorende voorzieningen (lichtoranje) 2,6 ha
Gemengd stedelijke woningbouw: 117 ha, bijbehorende voorzieningen (lichtoranje) 3,1 ha
Groenblauwe woningbouw: 205 ha, bijbehorende voorzieningen (lichtoranje) 3,7 ha
Energietransitie: zon op dak, 32 ha
Energietransitie: zon op land, 66 (lichtoranje) - 131 (donker oranje) ha
Werklocaties: 51,5 ha
Figuur 1-3 Hilversum en ruimtevragers op schaal (Schaal QGIS 1:76055)
12
Onderwijs: 1,7 (lichtoranje) – 3,3 (donker oranje) ha
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
S6. Botsproeven In botsproeven is voor iedere maatregel gekeken of zij een negatief effect hebben op de beleidsvelden in het planMER om een totaalbeeld te krijgen van de consequenties van de maatregelen. De maatregelen in de Omgevingsvisie kunnen namelijk botsen, hetzij vanuit een concurrerende ruimtevraag, hetzij omdat er negatieve effecten in andere beleidsvelden optreden als een maatregel gerealiseerd wordt. Daarnaast kunnen beleidsmaatregelen elkaar uiteraard ook versterken of kunnen ze bijdragen aan andere doelen of aan meerdere doelen tegelijk. Voorbeelden zijn maatregelen rond klimaatadaptatie, die mede bijdragen aan de wateropgaven, groenmaatregelen die bijdragen aan klimaatadaptatie (hitte-effect tegen gaan), mobiliteitsmaatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en geluidsoverlast verminderen. Positieve bijdragen zijn bij veel maatregelen het geval, maar deze zijn niet expliciet in tekst toegelicht, omdat de nadruk van de botsproeven ligt bij het (tijdig) in beeld krijgen van maatregelen die botsen met opgaven. De beoordelingen op doelbereik en de uitgevoerde botsproeven leiden tot de volgende belangrijkste keuzes en vraagstukken voor de ontwerp Omgevingsvisie: • •
•
•
•
•
•
•
•
•
13
De maatregel ‘energie-efficiëntie’ door isolatie heeft een mogelijk negatief effect op opgaven met betrekking tot de indicator ‘historische stedenbouwkundige en architectonische waarden’ van het beleidsveld cultureel erfgoed. De maatregel duurzame stroom opwekken botst met de opgaven met betrekking tot de indicator ‘historische landschappelijke waarden’ van hetzelfde beleidsveld. Dit planMER concludeert dat Hilversum niet aan haar opgave van duurzame stroomopwekking zal voldoen met zon-op-daken. Ervan uitgaande dat Hilversum wel aan haar opgave wil voldoen en dit middels zonne-energie wil bewerkstelligen, is zon-op-land in theorie het enige alternatief. De maatregel ‘het landschap om Hilversum ontlasten door meer groene buitenruimte in en aan de randen van de stad te maken, of de toegankelijkheid en kwaliteit te verbeteren’ leidt mogelijk tot minder hittestress. De maatregel kent echter een risico op extra droogte als de soortkeuze niet juist is, en soorten worden geplant die veel grondwater onttrekken. Echter, een andere maatregel uit het programma Duurzaam Hilversum 2040, mits uitgevoerd, mitigeert dit effect, namelijk de maatregel om ‘bij aanplant groen inzetten op verschillende soorten die bestand zijn tegen hitte en droogte’.
De maatregel ‘voor het versterken van de groenstructuur in de stad kijken we naar slimme combinaties met hoogwaardige fiets- en wandelroutes’ is bedoeld om tot positieve effecten te leiden voor de indicatoren fietsen, wandelen en verkeersveiligheid van het beleidsveld bereikbaarheid en mobiliteit. Dit leidt echter ook tot een afname van de ruimte voor de auto, waardoor de indicator auto(bereikbaarheid) negatief scoort. De maatregel ‘terughoudend omgaan met transformatie van kantoorvilla’s naar woningen’ heeft een evident negatief effect op de kwantitatieve woonopgave. Deze villa’s kunnen door het realiseren van deze maatregel niet bijdragen aan het oplossen van de woonopgave. De maatregel ‘behoud van huidige bedrijventerreinen en waar mogelijk uitbreiden en inzetten voor praktijkgeschoold werk’ leidt bij uitbreiding van bedrijventerreinen en dus bedrijvigheid mogelijk tot additionele negatieve milieueffecten en scoort daarom negatief voor de doelen in de beleidsvelden lucht en geluid. De maatregel ‘geen nieuwe bedrijven met een milieucontour toelaten’ is negatief gescoord ten opzichte van het beleidsveld economie en werkgelegenheid. Dit limiteert dit type bedrijven om zich in Hilversum te vestigen. Daarnaast zijn dit vaak industriële bedrijven, die mogelijk meer werkgelegenheid voor praktijkgeschoolden meebrengen, waaraan op dit moment in Hilversum een tekort is.
De maatregel ‘inzetten op het compacter maken van het winkelgebied van het centrum en dat we voor het versterken van de levendigheid werkruimte, dienstverlenende functies en woningen aan het centrum willen toevoegen’ heeft een rode beoordeling ten opzichte van geluid. Dit kan leiden tot extra (cumulatief) geluidoverlast. De maatregel ‘realiseren van betaalbare woningen voor mensen die werken in kritische sectoren als de zorg, de huishoudelijke hulp, het onderwijs en veiligheid’ leidt waarschijnlijk tot een verbeterde situatie voor deze doelgroepen. Echter, de kwalitatieve woonopgave in Hilversum is breder. In de referentiesituatie is er een tekort aan sociale huurwoningen, betaalbare woningen voor starters en door vergrijzing is er een toename in de behoefte aan levensloopbestendige woningen. Het uitvoeren van deze maatregel ontneemt mogelijk kansen en ruimte om in deze behoeften te voorzien. Daaropvolgend past de maatregel ‘er is nieuwe wetgeving in voorbereiding waarbij gemeenten kunnen bepalen hoeveel koopaanbod beschikbaar moet zijn voor eigen bewoners of juist voor specifieke arbeidsdoelgroepen zoals leraren en zorgpersoneel. Hilversum wil gebruik gaan maken van deze wetgeving en gaat onderzoeken hoe deze zo effectief mogelijk kan worden ingezet’. Het is onduidelijk hoe deze wetgeving gebruikt gaat worden en leidt dus
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
mogelijk tot negatieve effecten voor de doelen in de beleidsvelden wonen, welzijn, levendigheid, zorg en gezondheid, en onderwijs. S7. Passende beoordeling In de Passende beoordeling is voor vier maatregelen geoordeeld dat er een risico bestaat op significant negatieve gevolgen voor Natura 2000, te weten Duurzame stroom opwekken, Warmtetransitie naar aardgasvrij, Behoud van huidige bedrijventerreinen en waar mogelijk uitbreiden en inzetten voor praktijkgeschoold werk, en Het stimuleren van het bouwen en of vernieuwen van de juiste woningen. Deze maatregelen kunnen doorgang vinden, maar het verdient aandacht om daarvoor bij concrete projecten te toetsen aan de Wet natuurbescherming. Inzet van mitigerende (verzachtende) maatregelen kan helpen om de effecten te beperken, en zo gemakkelijker doorgang van deze projecten te bewerkstelligen. S8. Conclusies Voor drie typen maatregelen wordt aangeraden om nadere discussie te voeren en zo mogelijk verdergaande keuzen te maken voor ingrijpender maatregelen. Deze zijn energietransitie, klimaatadaptatie en de balans in ruimteclaims. •
•
•
Energietransitie Het is onduidelijk hoe de maatregelen bijdragen aan vermindering van het energiegebruik. De maatregelen die de gemeente voorstelt voor duurzame opwekking van energie zijn bij lange na niet genoeg voor het gestelde doel. De Omgevingsvisie stelt diverse maatregelen voor ten aanzien van energiebesparing in woningen, maar de gemeente maakt ze niet concreet. Daarnaast kent de gemeente (nog) geen beleid voor energiebesparing en/of duurzame energie bij bedrijven, kantoren, en maatschappelijk vastgoed. Om de ambities voor duurzame energie die in de Regionale Energie Strategie (RES) aan Hilversum zijn toebedeeld te realiseren in de vorm van zonnestroom, is binnen de gemeente in theorie 66 tot 131 hectare in de vorm van zonnevelden in het buitengebied nodig, in aanvulling op het benutten van al het potentieel oppervlak op bedrijfsdaken en parkeervoorzieningen. Klimaatadaptatie De concept Omgevingsvisie kent diverse maatregelen gericht op voorkomen van hittestress als klimaatadaptieve gebouwen, meer groen e.d., en diverse maatregelen als waterinfiltratie en hemelwater ontkoppelen. Deze maatregelen zijn echter nog weinig concreet. Er zijn geen maatregelen geformuleerd in de concept Omgevingsvisie tegen natuurbranden.
Ruimteclaims De ruimteclaims voor Openbaar groen, Woningbouw, Voorzieningen bij nieuwbouw, Energietransitie (zon op dak en zon op land), Werklocaties, Mobiliteit en parkeren, en Onderwijs omvatten totaal minimaal 326,8 hectare en maximaal 531,5 hectare. Een belangrijke ruimtevrager is de woningbouw. De gemeente kan de ruimtedruk door woningbouw beperken bij bouw in hogere dichtheden, maar dit vergt een politiekbestuurlijke besluitvorming over de mate van en wijze waarop. Het issue van de ruimteclaims speelt ook in veel andere gemeenten omdat de ruimte beperkt is, omdat de energietransitie en klimaatadaptatie nieuwe ruimteclaims omvatten, en omdat er een forse woningbouwopgave ligt in Nederland.
S9. Monitoring Goed inzicht in de voortgang van de uitvoering van de Omgevingsvisie is belangrijk. Een monitoringsprogramma voor de Omgevingsvisie richt zich op de ambities die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Daarbij dient zoveel mogelijk aangesloten te worden op de toetsing die in dit planMER uitgevoerd is, door aan te sluiten op het gehanteerde beoordelingskader. In de Hilversumse concept Omgevingsvisie wordt in een paragraaf een op dit planMER gebaseerd toetsingskader opgenomen. Het werken met het Rad van de Leefomgeving heeft in dit planMER goed gewerkt. Een voordeel van het rad is dat door visualiseren in één oogopslag de ontwikkelingen, de opgaven en het doelbereik zichtbaar worden. In de loop der tijd kunnen indicatoren aangescherpt worden als meer informatie beschikbaar komt of als ambities veranderen. Binnen de individuele beleidsvelden van de gemeente vindt monitoring plaats die kan leiden tot het aanpassen of herijken van het vigerende beleid. De resultaten van de monitoring in de beleidsvelden die in de Omgevingsvisie beschreven worden en een ruimtelijke component hebben, zouden periodiek gebruikt kunnen worden om een strategische, integrale herijking van de Omgevingsvisie uit te voeren. Daarbij kan aangesloten worden op het beoordelingskader dat in dit planMER gebruikt is.
14
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2023 in werking. Deze bundelt 26 losse wetten op het terrein van bouwen, wonen, natuur, water en milieu in één wet met als doel om de inrichting van de leefomgeving meer in samenhang vorm te geven. Er is binnen de Omgevingswet meer ruimte voor lokaal maatwerk en snelle besluitvorming, waarbij één van de doelen ook is om burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties meer te laten participeren in de inrichting van de leefomgeving. De Omgevingswet verplicht iedere gemeente tot het opstellen van een Omgevingsvisie, waarin een integrale doorkijk naar toekomstige, lange termijn opgaven op verschillende beleidsvelden wordt geschetst: ruimte, energie, water, milieu, natuur en landschap zijn hier voorbeelden van. Hij komt in de plaats van structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. De gemeente Hilversum stelt momenteel de Omgevingsvisie op. Deze zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023 vastgesteld worden. De Omgevingsvisie richt zich op het zichtjaar 2040. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure is de milieueffectrapportage (m.e.r.).
Hiervoor is een strategisch milieueffectrapport (planMER) opgesteld dat in beeld brengt in hoeverre ambities van de gemeente in samenhang realiseerbaar zijn en wat de effecten van het beleid in de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn. Voorliggend planMER is het product van de m.e.r.-procedure en levert informatie op die van belang is voor de besluitvorming rondom de Omgevingsvisie. In dit planMER is een beoordeling uitgevoerd op de concept Omgevingsvisie, zoals die ambtelijk tot stand was gekomen tot aan de bestuurlijke behandeling. Het planMER heeft zo de rol gespeeld van een toets van de concept Omgevingsvisie en het bestuurlijk agenderen.
1.2
Doel van het planMER
Het milieueffectrapport (MER) is een instrument dat al decennialang gebruikt wordt bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Een MER brengt in beeld welke milieugevolgen een plan gaat hebben voordat er een besluit over genomen is om op die wijze het milieubelang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming. Dit planMER voor de Omgevingsvisie heeft een bredere insteek en beschrijft naast de gevolgen voor de leefomgeving ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de m.e.r.-procedure zoals energie, de woonopgave en klimaatadaptatie. Het planMER geeft tijdens het besluitvormingstraject van de Omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken. Ook beoordeelt het planMER of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Onderdeel van het planMER is daarnaast een Passende Beoordeling die opgesteld is als risicobeoordeling voor de vergunbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente in het kader van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000 gebieden in en rondom de gemeente. Het doel van de beoordelingen in dit planMER is om de Omgevingsvisie indien nodig tijdig bij te kunnen sturen.
Dit planMER bouwt ten eerste voort op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die op 8 juli 2019 ter visie is gelegd1. De NRD beschrijft het voornemen om een planMER uit te voeren en de aanpak van de effectbeoordeling. Ook zijn de ambities waaraan getoetst is samengevat en beschrijft de NRD de beoordelingsmethodiek en de vervolgprocedure. Ten tweede bouwt dit planMER voort op de Omgevingsfoto van de gemeente Hilversum van Antea Group, die in 2019 opgesteld is en diens geactualiseerde samenvatting van 22 april 2021. De Omgevingsfoto geeft voor een zeventiental ruimtelijke beleidsvelden een feitelijke beschrijving van de referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen. Het voorgenomen beleid binnen de concept Omgevingsvisie is tegen de referentiesituatie afgezet.
1 https://www.commissiemer.nl/adviezen/3416
15
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
1.3
Toelichting m.e.r.-procedure
De gemeente Hilversum heeft ervoor gekozen om ondersteunend aan haar Omgevingsvisietraject een m.e.r.procedure te doorlopen. De gemeente Hilversum stelt een ontwikkelend planMER op. Er vindt wisselwerking plaats tussen de beoordeling op doelbereik en milieueffecten binnen de m.e.r.-procedure en de inhoudelijke uitwerking van de Omgevingsvisie en de twee sporen zijn daardoor nauw met elkaar verweven. De m.e.r.-procedure zelf kent een aantal procedurestappen: • • • • • • • • •
Kennisgeving over het voornemen tot het doorlopen van de m.e.r.-procedure voor de Omgevingsvisie via de publicatie van de NRD. Deze kennisgeving is op 3 oktober 2019 gepubliceerd2; Inspraak en advies over de reikwijdte en het detailniveau van het planMER; Advies door de Commissie m.e.r. over de aanpak van het planMER; Uitwerking van het planMER in samenhang met de concept Omgevingsvisie. Deze stap vond in verschillende trajecten plaats van 2019 tot en met 2022; Ter visie legging van planMER en ontwerp Omgevingsvisie; Inspraak over het ontwerp planMER en de ontwerp Omgevingsvisie; Toetsingsadvies door de Commissie m.e.r. over het ontwerp planMER; Vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad van Hilversum; Bekendmaking van het besluit.
De Commissie m.e.r. adviseert de gemeente Hilversum over de doorlopen m.e.r.-procedure. De Commissie m.e.r. is onafhankelijk en bestaat uit deskundigen op het gebied van milieu, duurzaamheid, natuur en leefomgeving en beoordeelt de volledigheid, objectiviteit en accuraatheid van voorliggend planMER. Na de inspraakperiode op het ontwerp planMER brengt zij haar advies uit.
1.4
Opbouw van dit planMER
Dit planMER bestaat uit een beknopte samenvatting (zie boven) en een hoofdrapport. In dit hoofdrapport zijn in hoofdstuk 2 de ambities te vinden die de gemeente Hilversum in haar Omgevingsvisie neerlegt. Hoofdstuk 3 geeft een uitleg van de methodiek van de beoordeling op milieueffecten en bevat tevens het beoordelingskader zelf. Hierna volgt hoofdstuk 4 met de foto van de leefomgeving, hier is een beschrijving opgenomen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Vervolgens wordt per beleidsveld een beoordeling op doelbereik uitgevoerd. In hoofdstuk 4, de Foto van de Leefomgeving, is voor een aantal beleidsvelden de ruimtevraag van ontwikkelingen, zoals de woonopgave en banengroei, berekend. Deze zijn in hoofdstuk 5 achtereenvolgens uiteengezet en grafisch weergegeven op de kaart. Waar in hoofdstuk 4 de beoordeling binnen de verschillende beleidsvelden plaatsvindt, wordt in hoofdstuk 6 de beïnvloeding tussen de beleidsvelden bekeken. Middels de botsproeven wordt bezien of de ambities op de verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn. Afsluitend zijn in hoofdstuk 7 de conclusies opgenomen en wordt een voorstel gedaan voor monitoring.
2 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-53974.pdf
16
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
2
De Omgevingsvisie van de gemeente Hilversum
Dit hoofdstuk gaat over de Omgevingsvisie van de gemeente Hilversum. In paragraaf 2.1 wordt beschreven op welke wijze de Omgevingsvisie tot stand komt. Paragraaf 2.2 beschrijft de doelen uit Omgevingsvisie, waaraan de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het nieuwe beleid getoetst zijn.
2.1
Omgevingsvisie document gemeente
Het opstellen van een Omgevingsvisie is een omvangrijk traject, waarbij bestaand beleid geïnventariseerd wordt, ambities en opgaven worden geformuleerd, de toekomstagenda bepaald wordt en voor ieder beleidsveld het langetermijnbeleid wordt vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op de komende decennia en maakt belangrijke keuzes over de toekomstige ruimtelijke ordening binnen alle beleidsvelden van de gemeente. Bestuurders, burgers, bedrijven, ketenpartners en andere maatschappelijke organisaties zijn vanuit de geest van de Omgevingswet bij het opstellen van de Omgevingsvisie nauw betrokken, de fase van participatie is voor de zomer van 2022 afgerond. De gemeente Hilversum is in 2019 begonnen met de Omgevingsvisie. In de voorbereiding van de concept Omgevingsvisie is uitgebreid gesproken met de samenleving over identiteit(en) en kwaliteit(en) van Hilversum. Op basis van deze gesprekken, aangevuld met de foto van Hilversum (trends en ontwikkelingen), het bestaand beleid en het coalitieakkoord, is de concept Omgevingsvisie tot stand gekomen. Er is veel tijd besteed aan het organiseren van dat overleg. Dat heeft geleid tot goede gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties.
Echter, door de corona-lockdowns, verkiezingen resulterend in een nieuwe raad en een nieuw college van B&W, en door discussie over de Metropoolregio Amsterdam (MRA), is er ook vertraging opgetreden in de oorspronkelijke planning. Het gevolg is dat met name de consultatie in verschillende ronden is uitgevoerd. De uitkomst van het toekomstbeeld is hierdoor wel breed gedragen. Het toekomstbeeld van Hilversum gaat vooral over hoe Hilversum 'dorp én stad' kan zijn, dat wil zeggen een combinatie van goed, wonen ('dorps') en levendige stedelijke voorzieningen ('stads'). De inzet is dat Hilversum ook in 2040 het beste van deze twee werelden kan blijven combineren. De concept Omgevingsvisie die getoetst is in dit planMER is gebaseerd op bestaand beleid van de gemeente Hilversum, het coalitieakkoord en inzichten opgedaan uit de brede participatie. Het planMER geeft mogelijk aanleiding voor aanscherpingen of verbeteringen van de Omgevingsvisie.
2.2
Doelen van de gemeente Hilversum
De Omgevingsvisie van Hilversum richt zich op 2040 en is onderverdeeld in drie delen: Duurzaam Hilversum, Meedoen Hilversum en Actief Hilversum, waarbij per onderdeel doelen gesteld zijn en maatregelen om deze te behalen zijn. In de onderstaande tabellen staan de onderwerpen en keuzes die per onderwerp gemaakt zijn. In de concept Omgevingsvisie zijn deze op de kaart geplaatst. Deze kaarten zijn ook aan onderstaande sub-paragrafen toegevoegd.
2.2.1
Duurzaam Hilversum 2040
Tabel 2-1 Overzicht van doelen en maatregelen uit de Omgevingsvisie – Duurzaam Hilversum 2040
Doelen Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de normen Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad
Maatregelen • Terugnemen van milieubelastende stoffen door regelmatig onderhoud aan wateren (ecologisch baggeren) •
• •
•
17
Het landschap om Hilversum kan worden ontlast door meer groene buitenruimte in en aan de randen van de stad te maken, of de toegankelijkheid en kwaliteit te verbeteren In samenwerking met gebiedspartners onderzoeken wat de beste oplossingen zijn tegen klimaatverandering en herstel van kwaliteit van de natuur. De natuur aan de westzijde van Hilversum kan worden versterkt door optimalisatie van het (grond)watersysteem. Door hogere (grond)waterstanden kan schone kwel worden bevorderd. Locaties waar nu al sprake is van wateroverlast of een ondiepe grondwaterstand moeten worden uitgesloten In de landbouw willen we de omslag maken naar kringlooplandbouw: een duurzame landbouw, zonder negatieve gevolgen voor de omgeving
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Tegen gaan van hittestress, droogte en wateroverlast
•
Visie voor de landgoederen uitwerken: zoveel mogelijk behoud cultuurlandschap, verbeteren bodemkwaliteit, landbouwproducten zoveel mogelijk lokaal, zorgvuldig omgaan met mogelijkheden voor woningbouw
•
•
Stimuleren van maatregelen zoals 'steenbreek' en zelf opvangen van hemelwater Voor het versterken van de groenstructuur in de stad kijken we naar slimme combinaties met hoogwaardige fiets- en wandelroutes Bij aanplant groen inzetten op verschillende soorten die bestand zijn tegen hitte en droogte Inzetten op een groennorm bij ruimtelijke ontwikkelingen Onderzoeken wat de (on)mogelijkheden zijn in de ondergrond wat betreft kabels en leidingen in relatie tot planten van bomen Toewerken naar een robuuster watersysteem: afkoppelen van hemelwater en vinden van gebieden voor wateropslag Zorgen voor een continue grondwatervoorraad
Overgang naar een voor iedereen toegankelijk duurzaam energiesysteem versnellen en intensiveren
• • • •
Energie-efficiëntie door isolatie Duurzame stroom opwekken Warmtetransitie naar aardgasvrij Regie op de energie-infrastructuur, ook in de ondergrond
Overgang naar een duurzamer systeem van mobiliteit versnellen en intensiveren
• • •
Invoeren van betaald parkeren, te beginnen in de gebieden tot aan de buitenring Gelijktijdig invoeren van vergunningparkeren voor bewoners Realiseren van allerlei maatregelen die vallen binnen wat Mobility as a service (MaaS) wordt genoemd Verbeteren van de alternatieven voor de auto Parkeernormen aanpassen
•
• • •
• • Verantwoord en toekomstbestendig (her)gebruik van materialen
•
Bij het vernieuwen en ontwikkelen van de stad denken we toekomstgericht en circulair: gebouwen moeten zoveel mogelijk aanpasbaar en klimaat-adaptief zijn
Een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren.
• •
Inzetten op meervoudig ruimtegebruik Nadenken over een betere manier om kabels en leidingen te ordenen, zodat er meer ruimte komt voor het planten van bomen of het aanleggen van bijvoorbeeld een warmtenet
18
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 2-1 Duurzaam Hilversum 2040 op de kaart (bron: concept Omgevingsvisie)
19
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
2.2.2
Actief Hilversum 2040
Tabel 2-2 Overzicht van doelen en maatregelen uit de Omgevingsvisie –Actief Hilversum 2040
Doelen Meer ruimte voor werk op bestaande werklocaties, in het centrum en in de wijken
Maatregelen • Behouden van ruimte voor werk in de buurten • Terughoudend omgaan met transformatie van kantoorvilla's naar woningen • Behoud van huidige bedrijventerreinen en waar mogelijk uitbreiden en inzetten voor praktijkgeschoold werk • Werken met profielen voor de werklocaties met vormen van functiemenging in beeld • Geen nieuwe bedrijven met een milieucontour toelaten • Toevoegen van wonen en voorzieningen voor werknemers
Bevorderen van innovatie en relatie tussen bedrijven en onderwijs
• • •
Binden en boeien van jongeren en middengroepen
•
•
•
Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio
•
•
20
Op het Media Park, Arenapark en de Monnikenberg kan innovatie de ruimte krijgen Creëren van meer ruimte voor onderwijs. Dat willen we bewust doen nabij de bedrijven op de campussen. Zoeken naar manieren om de beroepsbevolking in te zetten bij de transities. Dat biedt kansen voor praktijkgeschoold werk. We willen de inzetbaarheid van mensen die nu aan de kant staan vergroten. De gemeente zet zich in om samenwerking tussen onderwijs, kennisinstellingen en bedrijfsleven te verbeteren en - in regionaal verband voor innovatiebudgetten Het woonbeleid van Hilversum is steeds meer gericht op het bieden van kansen aan starters en werknemers in kritische sectoren als de zorg en het onderwijs Bij het binden en boeien past een hoog voorzieningenniveau. Dit past ook bij de centrumfunctie die Hilversum voor de regio Gooi en Vechtstreek heeft en wil behouden Inzetten op het compacter maken van het winkelgebied van het centrum en dat we voor het versterken van de levendigheid werkruimte, dienstverlenende functies en woningen aan het centrum willen toevoegen De buurt- en wijkwinkelcentra zijn en blijven van belang voor de buurt
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 2-2 Actief Hilversum 2040 op kaart (bron: concept Omgevingsvisie)
21
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
2.2.3
Meedoen Hilversum 2040
Tabel 2-3 Overzicht van doelen en maatregelen uit de Omgevingsvisie –Actief Hilversum 2040
Doelen Het realiseren van voldoende, geschikte en betaalbare woningen
Maatregelen • Om de doorstroming op gang te brengen wil Hilversum daarom meer kleinere woningen voor oudere 1 en 2 persoonshuishoudens realiseren • Er moeten betaalbare woningen worden gerealiseerd voor mensen die werken in kritische sectoren als de zorg, de huishoudelijke hulp, het onderwijs en veiligheid • Er is behoefte aan betaalbare woningen voor starters • Er is nieuwe wetgeving in voorbereiding waarbij gemeenten kunnen bepalen hoeveel koopaanbod beschikbaar moet zijn voor eigen bewoners of juist voor specifieke arbeidsdoelgroepen zoals leraren en zorgpersoneel. Hilversum wil gebruik gaan maken van deze wetgeving en gaat onderzoeken hoe deze zo effectief mogelijk kan worden ingezet
Verkleinen sociaaleconomische en gezondheidsverschillen
•
•
• • • • Versterken van de sociale samenhang in buurten
• •
• • • • Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid
• • • •
22
Het versterken van de ingezette beweging van het (vooral) bekostigen van maatwerk en zorg naar (vooral) bekostiging van preventie en collectieve voorzieningen De omslag maken van een vooral individuele benadering van de energietransitie naar meer collectieve vormen en hierbij actief inwoners ondersteunen bij de uit te voeren maatregelen Een vitalere economie en daarmee samenhangend meer werkgelegenheid, met een extra accent op praktijkgeschoold werk Het behouden en realiseren van bereikbaar, toegankelijk en divers onderwijs op verschillende niveaus Het bij elkaar brengen van instanties en plekken voor het bieden van werk en het verstrekken van een uitkering Het creëren van een lokale afzetmarkt voor het verbouwen van gezonde, betaalbare voeding Het inrichten van een leefomgeving die uitnodigt tot fysiek en sociaal gezond gedrag en die veilig is Als gemeente waar mogelijk de regie nemen om de demografische samenstelling van wijken te optimaliseren en voorzieningen voor kwetsbare groepen over de stad te verdelen Het stimuleren van het bouwen en of vernieuwen van de juiste woningen Voldoende voorzieningen in de wijk en een goede verdeling van voorzieningen voor kwetsbare groepen Passende stedelijke voorzieningen realiseren op de schaal van heel Hilversum, op goed bereikbare plekken, aansluitend op demografische ontwikkelingen Waar mogelijk versterken van de sociale samenhang en
sociale controle Kijken naar de hele keten: het gaat steeds over preventie, signaleren, ingrijpen en handhaven Inzetten op slimme functiemenging, zodat op cruciale plekken sprake is van levendigheid en voldoende ogen op straat In alle ruimtelijke ontwikkelingen moet de verblijfsruimte en toegang gericht zijn naar het openbaar gebied Prioriteiten blijven leggen op ondermijning, jeugd en veiligheid, drugsoverlast, verwarde personen en de verkeersveiligheid
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 2-3 Meedoen Hilversum 2040 op kaart (bron: concept Omgevingsvisie)
23
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
3
Aanpak beoordeling planMER
3.1
Methodiek
Het planMER voor de Omgevingsvisie van de gemeente Hilversum is aan de hand van een aantal stappen opgesteld.
Stap 1: Beoordelingskader en - methodiek De beoordelingen van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de doelen uit de Omgevingsvisie is uitgevoerd op 17 beleidsvelden die gezamenlijk het Rad van de Leefomgeving vormen dat voor de gemeente Hilversum is opgesteld.
Figuur 3-1 Leeg Rad van de Leefomgeving Hilversum
De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntschaal (Tabel 3-1). De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de bijdrage van de 24
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Omgevingsvisie middels maatregelen, zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de Omgevingsvisie in één oogopslag inzichtelijk. Tabel 3-1 Kwalitatieve vijfpuntschaal die gebruikt is voor de beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en doelbereik.
Kwaliteitsniveau ++ + +/- of 0* --
Beoordeling De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt ruimschoots gehaald en/of er zijn geen knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt grotendeels gehaald en/of er zijn weinig knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt deels gehaald en/of er zijn enkele knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt grotendeels niet gehaald en/of er zijn veel knelpunten De doelstelling of wettelijke/beleidsnorm wordt niet gehaald en/of er zijn erg veel knelpunten
*In de beoordeling van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling wordt (+/-) gebruikt om een neutrale score aan te duiden. In de beoordeling op doelbereik wordt een (0) gebruikt.
Stap 2: Foto van de Leefomgeving Voor iedere opgave is een beschrijving gemaakt van de huidige situatie. Op basis van het huidige beleid, gesprekken met beleidsmedewerkers en geraadpleegde literatuur is in beeld gebracht in welke mate de huidige situatie past binnen het huidige beleid. Dit resulteert in de toekenning van één van vijf kwaliteitsniveaus (Tabel 3-1). Om de beoordeling van de huidige situatie zo concreet en meetbaar mogelijk te maken, is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kwantitatieve gegevens. Uit deze analyse per opgave kwamen de huidige problemen en knelpunten in de gemeente Hilversum naar voren. Nadat de huidige situatie beoordeeld is, is ook een inschatting gemaakt van de mate waarin ontwikkelingen en beleid dat geen onderdeel van de Omgevingsvisie is de situatie zullen veranderen in de periode tot 2040. Dit noemen we autonome ontwikkelingen. Hieronder worden externe factoren zoals klimaatverandering, demografische veranderingen en markt- en technologische ontwikkelingen geschaard. Voor de autonome ontwikkeling is voor iedere opgave beoordeeld of de situatie ten goede of ten kwade verandert. De huidige situatie met de autonome ontwikkelingen tezamen maken de referentiesituatie en die vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling in het planMER.
Stap 3: Beoordeling op doelbereik Het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie is in dit planMER getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per doel beoordeeld is of -en zo mogelijk in welke mate- de voorgenomen maatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre doelstellingen haalbaar zijn en welke beleidsmaatregelen een bijdrage hieraan leveren. De beoordeling is afgezet tegen de opgaven bepaald in de referentiesituatie (huidige situatie + autonome ontwikkelingen) die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvindt. Daarbij is dezelfde methodiek gehanteerd als bij de beoordeling van huidige situatie en autonome ontwikkelingen in stap 2: op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie en de verandering die optreedt in de periode tot 2040 (de autonome ontwikkeling) is door middel van expert judgement per beleidsveld beoordeeld of de beleidsmaatregelen voldoende zijn om de gestelde doelen te behalen.
Stap 4: Ruimteclaims In de Omgevingsvisie zit een aantal maatregelen die beslag leggen op de ruimte. En er zijn soms maatregelen die juist ruimtebesparend zijn. In planMER’en voor Omgevingsvisies maakt het in kaart brengen van deze ruimteclaims duidelijk welke functies gecombineerd kunnen of moeten worden om de eigen doelstellingen te halen, welke zaken niet samengaan en waartussen een keuze nodig is. Het gaat dan om de ruimte die nodig is voor bijvoorbeeld woningbouw, biodiversiteit, openbaar groen, landschap, mobiliteit, energietransitie, recreatie en dergelijke. Waar mogelijk zijn ook keuzen voor de wijze van ruimtebeslag van maatregelen aangegeven. Dit is zoveel als mogelijk is gekwantificeerd en voor de communicatie op kaart ook weergegeven. 25
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Stap 5: Botsproeven De beoordelingen van het doelbereik komen samen in de botsproeven. Hier worden maatregelen en beleidsvelden met elkaar geconfronteerd om te onderzoeken of ze ook in samenhang met elkaar realiseerbaar zijn. Veelal komen knelpunten voort uit concurrerende ruimteclaims vanuit verschillende opgaven. Meekoppelkansen ontstaan juist wanneer maatregelen die bijdragen aan een opgave binnen het ene beleidsveld ook positieve effecten op andere opgave hebben.
Stap 6: Passende beoordeling Vanwege de mogelijke negatieve effecten van ontwikkelingen in de Omgevingsvisie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in en om de gemeente Hilversum is het verplicht om een Passende Beoordeling op te stellen. Deze Passende Beoordeling is als onderdeel van de m.e.r.-beoordeling uitgevoerd en bestaat uit een risicoanalyse van de vergunbaarheid van beleidsvoornemens binnen de concept Omgevingsvisie. Eerst is een analyse gemaakt van de doelen/maatregelen uit Tabel die een mogelijk negatief effect op nabijgelegen Natura 2000 gebieden hebben. Voor de doelen waarvoor dit geldt, is vervolgens op basis van expert judgement beoordeeld waar deze negatieve effecten uit zouden kunnen bestaan (vermesting, habitatfragmentatie, etc.) en of de beleidsmaatregelen voor deze doelen vergunbaar zouden zijn met of zonder mitigerende maatregelen. De resultaten van de Passende Beoordeling zijn opgenomen in 7.3Bijlage B.
3.2
Beoordelingskader
Hieronder is het beoordelingskader opgenomen op basis van de beleidsvelden (zoals deze ook opgenomen zijn in het Rad voor de Leefomgeving) en de bijbehorende indicatoren. Tabel 3-2 Beleidsvelden en bijbehorende indicatoren
Beleidsveld Cultureel erfgoed
Natuur en landschap
Openbaar groen Water
Bodem
Klimaatverandering en adaptatie Energietransitie
Wonen
Economie en werkgelegenheid
26
Indicatoren Aardkundige waarden Archeologische waarden Historische stedenbouwkundige waarden Historische landschappelijke waarden Landschap en groen erfgoed Ecologie en biodiversiteit Natuurgebieden Openbaar groen Geohydrologie Oppervlaktewater Vuil- en hemelwaterafvoer Grondwaterkwaliteit Wateroverlast Bodemkwaliteit Bodemdaling Ruimtegebruik ondergrond Hittestress Droogtestress Natuurbranden Energiegebruik Duurzame opwekking Besparingsmogelijkheden Woningbehoefte Doorstroming Differentiatie per wijk Banen Bedrijven Werkplekken
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Beleidsveld Bereikbaarheid en mobiliteit
Welzijn, levendigheid, zorg en gezondheid Sport en bewegen Kunst en cultuur Onderwijs Veiligheid Lucht
Geluid
27
Indicatoren Autoverkeer Openbaar vervoer Fiets Wandelen Verkeersveiligheid Gezondheid Toegankelijkheid en aanbod van voorzieningen Evenementen Sportvoorzieningen Beweeg-vriendelijkheid openbare ruimte Kunst in openbare ruimte Beschikbaarheid culturele voorzieningen Vraag en aanbod kwantitatief en kwalitatief Externe veiligheid Sociale veiligheid Wettelijke normen Gezondheidseffecten Bronnen Geluidsoverlast
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4
Foto van de Leefomgeving en beoordeling op doelbereik
Dit hoofdstuk geeft overzicht van 17 beleidsvelden (paragrafen 4.x). Deze paragrafen starten met een overzichtstabel die de beoordelingen samenvat voor ieder beleidsveld. Hierna volgen de beoordelingen van de huidige situatie (subparagraaf 4.x.1) en autonome ontwikkeling (paragraaf 4.x.2) van de leefomgeving in Hilversum, eindigend met de opgaven voor ieder beleidsveld. Op basis van de concept Omgevingsvisie is aan de hand van de daarin gevonden maatregelen -en soms ook lopend beleid van de gemeente- het doelbereik voor het beleidsveld beoordeeld (paragraaf 4.x.3). In dit hoofdstuk is de zwarte tekst door Arcadis gegenereerd en de blauwe tekst betreft citaten uit de Foto van de Leefomgeving. De resultaten van de beoordelingen in dit hoofdstuk zijn schematisch weergegeven in het Rad van de Leefomgeving voor gemeente Hilversum voor de huidige situatie (Figuur 4-1), autonome ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie (Figuur 4-2) en het Rad van de Leefomgeving voor het nieuwe beleid dat in de Nota Koers en Keuzes beschreven staat ten opzichte van de autonome ontwikkeling (Figuur 4-3).
Figuur 4-1 Rad van de Leefomgeving - huidige situatie
28
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-2 Rad van de Leefomgeving - autonome ontwikkeling
29
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-3 Rad van de Leefomgeving - beoordeling op doelbereik
4.1
Cultureel erfgoed
Voor het beleidsveld ‘Cultureel erfgoed’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Aardkundige waarden
Archeologische waarden
30
Beoordeling Huidige situatie
Score +
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
0
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
+/-
Motivering Vanwege hun ligging op de stuwwal liggen rondom de stad meerdere aardkundig waardevolle gebieden. Verdroging, stikstof en recreatiedruk zorgen ervoor dat de situatie niet zo blijft als die was. Achteruitgang ligt in de lijn der verwachting (bijv. stuwwallen raken begroeid, eeuwenoude wallen eroderen door recreatiedruk). Vanwege de Archeologienota neutraal beoordeeld. Advies is het beleid van deze nota toe te voegen aan de Omgevingsvisie. In de stad en het buitengebied liggen meerdere beschermde Rijksmonumenten en gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Geen ontwikkelingen.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Historische stedenbouwkundige en architectonische waarden
Historische landschappelijke waarden
4.1.1
Doelbereik
0
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
+
Doelbereik
0
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
+/-
Doelbereik
0
Vanwege de Archeologienota neutraal beoordeeld. Advies is het beleid in van deze nota toe te voegen aan de Omgevingsvisie. Hilversum is als tuinstad in vergelijking met andere gemeenten rijk aan stedenbouwkundige waarden en monumenten. Verdichting en ruimtevragen vanuit verschillende maatschappelijke opgaven binnen de bebouwde kom leiden mogelijk tot een toenemende druk op gebouwd erfgoed en op de identiteit van Hilversum als tuinstad. Er zijn diverse initiatieven. Echter, het beleid dient nog een plek te krijgen in de Omgevingsvisie. Hilversum kent diverse cultuurlandschappen en een monumentale groenstructuur binnen de stad. De horizontale groenstructuur op maaiveldniveau staat onder druk (door verticaal groen en groen op het dak). Te veel voor (en achter) tuinen worden nog verhard. Ook het landschap van het buitengebied staat onder druk vanwege o.a. klimaatverandering en verdroging. Maatregel voor landgoederen, maar deze dient nog wel meer geconcretiseerd te worden. Er zijn meer maatregelen nodig gericht op behoud van historische landschappelijke waarden.
Beoordeling huidige situatie
Hilversum is een duurzame harmonische tuinstad die kwaliteit, samenhang, schoonheid, herkenbaarheid en leefbaarheid ademt. Om deze kwaliteiten te behouden en te versterken is het van belang om ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de cultuurhistorie en identiteit van de stad en de plek te benaderen en aandacht te hebben voor goed inclusief ontwerp waarbij erfgoed, natuur en cultuurlandschap aan elkaar worden gekoppeld. Alle gebieden ontlenen hun waarde aan de ligging op de stuwwal: • • • • •
Het Spanderswoud, Schaep en Burgh - Zeldzaam fenomeen met stuwwallen, dekzand en stuifzand en droge dalen. De Bussumer- en Westerheide - Heidegebied. De gronden zijn in gebruik als heide en bos ten behoeve van recreatie. De Zuiderheide en Witte Bergen en Laarderwasmeer - Op de stuwwalflank gelegen. De ligging op de grens van de stuwwal leidt tot de aanwezigheid van dek- en actiefstuifzand en vennen. De Hoorneboeg, Zwarte Berg – Bos- en heidegebied waar de fenomenen smeltwater en windvormingen zichtbaar zijn. Het Corversbos - Akkerbouw- en bosgebied.
Er is een archeologische beleidskaart voor de gemeente (Structuurvisie Archeologie, 2010). De archeologische beleidskaart is, zoals wettelijk verplicht, vertaald in de bestemmingsplannen (evenals geomorfologische waarden). Daarin staat wanneer er archeologisch onderzoek moet plaats vinden aan de hand van oppervlakte- en dieptematen. In de stad en het buitengebied liggen meerdere beschermde Rijksmonumenten en gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Hilversum is als tuinstad in vergelijking met andere gemeenten rijk aan stedenbouwkundige waarden en monumenten, zowel binnen als buiten de drie beschermde stadsgezichten. In Hilversum gaat het om de onlosmakelijke relatie tussen stedenbouwkundige opzet, openbare ruimte (groenstructuur) en architectuur. De stad wordt omgeven door natuurgebied. De wijkgedachte is belangrijk en de stad kenmerkt zich door samenhang en verbinding. Het Noordwestelijk Villagebied, Hilversum-Zuid en Plan Oost zijn goed bewaard gebleven en laten de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische waarden uit verschillende perioden van de laatste 150 jaar zien. Zij maken onderdeel uit van de gehele tuinstad. Hilversum kent ruim 1050 monumenten en complexen die binnen de structuur van de stad liggen. Cultuurlandschappen in de gemeente bestaan uit polder-, zand-, heide- en veengebieden.
Het stedelijk weefsel en de heide zijn hierbij vervlochten in het cultuurlandschap. De karakteristieke open akkercomplexen op zandgronden zijn uit 31
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
het landschap verdwenen. Binnen de stad ligt een monumentale groenstructuur en zijn de (open) verbindingen met de omliggende natuur essentieel. Figuur 4-4 toont de aandachtsgebieden voor natuur, aardkundige waarden en archeologie.
Figuur 4-4 Aandachtsgebieden natuur, aardkundige waarden en archeologie (bron: concept Omgevingsvisie)
4.1.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
De instandhouding en het waarderen van erfgoed in de samenleving wordt als steeds belangrijker ervaren. Verdichting en ruimtevragen vanuit verschillende maatschappelijke opgaven binnen de bebouwde kom leiden echter mogelijk tot een toenemende druk op gebouwd erfgoed en op de identiteit van Hilversum als tuinstad.
32
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
De nadruk ligt op vernieuwen, versterken en veranderen van de stad in plaats van beheren, onderhouden, verbinden en assimileren. Bij planvorming dient vooraf onderzoek gedaan te worden naar cultuurhistorie en eventuele waardevolle objecten en structuren, het verhaal van de plek. Bij transformaties wordt locatiegericht te werk gegaan waarbij de wijk en de stad uit het oog worden verloren. Bestaande monumenten, waardevolle objecten/panden/structuren (cultuurhistorie, het verhaal) worden op dit moment niet altijd als omgevingskwaliteiten beschouwd. Om het verhaal van Hilversum handen en voeten te geven is altijd een analyse vóóraf nodig. De compacte tuinstad in de omringende natuur en groen kent een (deels veronachtzaamde) groenstructuur met plantsoenen en waterbergingen (die aan de schoonheid van de stad bijdragen door hun ontwerp en combinatie met park en groene vingers). De horizontale groenstructuur op maaiveldniveau staat onder druk (door verticaal groen en groen op het dak). Ook de groene ‘tuinen ten behoeve van flatbewoners/de gemeenschappelijke tuinen in de wijken staan onder druk (verdichting en vernieuwing). Veel voor (en achter) tuinen worden nog verhard. Daarnaast staan ook de historische landschappelijke waarden in het buitengebied van Hilversum onder druk, door ontwikkelingen als klimaatverandering, verdroging, en achteruitgang van water- en bodemkwaliteit.