Bijlage bij Raadsvoorstel - Onderbouwing
Tekst van het document
Onderbouwing BOPA Achter St. Vitus 11 Gemeente Hilversum
Colofon Gegevens over het project: Plannaam:
Achter St. Vitus 11
Status:
1e indiening
Datum:
25 maart 2025 (revisie 24 april 2025)
Projectnummer Buro SRO:
SR220255
Projectmedewerkers
JvN / JB
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
YY Creative Capital
Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:
’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht
Telefoon:
030-2679198
E-mail:
utrecht@buro-sro.nl
Internet:
www.burosro.nl
pagina 2 van 56
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1
Aanleiding en ambitie
4
1.2
Aanduiding plangebied
5
1.3
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit
6
1.4
Leeswijzer
6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7
2.1
Participatie
7
2.2
Bestuurlijk overleg
7
3
Huidige situatie
8
4
Planbeschrijving
10
5
Toetsing aan omgevingsplan
12
5.1
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
12
5.2
Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan
13
6
7
Beleid
14
6.1
Rijksbeleid
14
6.2
Provinciaal beleid
16
6.3
Regionaal beleid
19
6.4
Gemeentelijk beleid
23
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
28
7.1
M.e.r.-beoordeling
28
7.2
Verkeer en parkeren
29
7.3
Duurzaamheid en gezondheid
31
7.4
Geluid
31
7.5
Activiteiten en milieuzonering
32
7.6
Luchtkwaliteit
40
7.7
Archeologie en cultuurhistorie
41
7.8
Bodem
43
7.9
Omgevingsveiligheid
46
7.10
Natuur
49
7.11
Water
52
8
Financiële haalbaarheid
54
9
Conclusie
55
pagina 3 van 56
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en ambitie
Initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsbebouwing aan Achter St. Vitus 11 in Hilversum te slopen en hier 11 woningen, waarvan 4 sociaal, te realiseren. Op deze locatie was in het verleden een magnesiethandel gevestigd, waarvan de bedrijfsactiviteiten inmiddels zijn beëindigd. De voormalige bedrijfswoning, Achter St. Vitus 3, valt buiten deze aanvraag. Een magnesiethandel is een dusdanig zware bedrijfsactiviteit die niet meer past in dit binnenstedelijke woonmilieu, nabij een ov-knooppunt. Om het woon- en leefklimaat van deze buurt te verbeteren vindt transformatie naar een woonfunctie plaats. Met het vervallen van deze bedrijfsactiviteit en de toevoeging van woning ontstaat een verbeterde ruimtelijke situatie en wordt tegemoetgekomen aan de grote woningnood die ook in Hilversum merkbaar is. In de reactie op het verzoek om een vooronderzoek heeft de gemeente Hilversum een positieve grondhouding ingenomen. Tevens is in het geldende bestemmingsplan reeds een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor onderhavige gronden. Wonen wordt blijkens de wijzigingsbevoegdheid door de raad voorgestaan op deze locatie. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege) van de gemeente Hilversum. Het plan wijkt beperkt af van de wijzigingsbepaling zoals opgenomen in het bestemmingsplan.
Derhalve dient met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan afgeweken te worden.
pagina 4 van 56
1.2
Aanduiding plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Achter St. Vitus 11, ten zuidoosten van de binnenstad van Hilversum. Het plangebied ligt globaal tussen de Sint Vituskerk en de spoorlijn Hilversum - Utrecht. De locatie valt onder de kadastrale gemeente Hilversum, sectie N, perceelnummers 4186, 7057, 7059 en 9002 en heeft een oppervlakte van ca. 1.450 m². Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en globale begrenzing van het plangebied.
Globale ligging planlocatie, rood omkaderd (bron: Google Maps)
Globale begrenzing planlocatie, rood omkaderd (bron: Google Maps)
pagina 5 van 56
1.3
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1.
Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen.
2.
Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.
Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies. In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken, die met zes weken verlengd kan worden. In sommige
gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse
omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. In beide gevallen bestaat de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Bij de uitgebreide procedure bestaat ook de mogelijkheid zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid (o.a. resultaten van de omgevingstafel, de participatie en het bestuurlijk overleg). Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Aansluitend daarop wordt in hoofdstuk 6 het van toepassing zijnde beleidskader voor de locatie/het gebied verwoord. In hoofdstuk 7 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 een algehele conclusie getrokken.
pagina 6 van 56
2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
2.1
Participatie
De planontwikkeling voor de herontwikkeling kent een wat langere voorgeschiedenis. Op 29 september 2022 is een informatieavond voor omwonenden over dit plan met 11 woningen geweest. De reactie van de buurt was over het algemeen positief met vanzelfsprekend de nodige zorgen over bouwoverlast en planning. Verder was men blij dat er eindelijk iets gaat gebeuren en dat de huidige bestemming wordt vervangen met een woonfunctie. De initiatiefnemer heeft een verslag van de tijdens de avond gemaakte opmerkingen/vragen gemaakt en aan omwonenden de mogelijkheid geboden om op dit verslag te reageren. Naar aanleiding van de vragen en opmerkingen zijn enkele aanpassingen gedaan aan het plan. Er werd tijdens de participatieavond opgemerkt dat het blokje appartementen aan de westkant vrij hoog oogt. Naar aanleiding van deze opmerking is het ontwerp aangepast. Tijdens de participatieavond werd gevraagd of de groene muur aan de oostzijde behouden kon blijven. Dit blijkt in de praktijk onmogelijk omdat de fundering van de muur naar alle waarschijnlijkheid gesloopt moet worden. Er wordt onderzocht of er een voorziening kan worden getroffen zodat er een nieuwe groene muur kan worden gemaakt. Er werd een opmerking gemaakt over de inbraakgevoeligheid van de huidige woningen via het achtergelegen parkeerterrein.
Als antwoord hierop zal mogelijk cameratoezicht kunnen worden toegevoegd vanuit de leverancier van de slagboom. Dit zal dan kunnen worden beheerd door de VVE van de nieuwe woningen. Tot slot is de opmerking gemaakt dat de ontwikkeling een kans geeft om te vergroenen. Ontwikkelaars zijn het hiermee eens en zullen binnen de financiële en gemeentelijke mogelijkheden onderzoeken in hoeverre er bomen kunnen worden toegevoegd aan het straatbeeld. Ook de nu voorgestelde bloembakken dragen bij aan een groene omgeving. Verder worden de bergingen voorzien van een sedumdak. In het metselwerk zijn nestelmogelijkheden opgenomen voor de huismus, de zwaluw en ook vleermuizen. In de uitwerking van het ontwerp wordt hiermee rekening gehouden. Nadien (na september 2022) is nagedacht over een andere invulling van de locatie met een alternatief woonprogramma. Uiteindelijk is ervoor gekozen toch uitvoering geven aan het plan met 11 woningen. Onderhavige aanvraag ziet hierop.
2.2
Bestuurlijk overleg
Te zijner tijd wordt in deze paragraaf het resultaat van het bestuurlijk overleg opgenomen.
pagina 7 van 56
3
Huidige situatie
De planlocatie is gelegen aan de Achter St. Vitus 11 in Hilversum. De kavels bevinden zich binnen de bebouwde kom van Hilversum. De nabije omgeving heeft gemengde functies; er zijn zowel woningen als bedrijven, kantoren en detailhandel aanwezig. Ten noordwesten van het plangebied staat de Sint Vituskerk. Ten noorden zijn voornamelijk woningen en kantoren gevestigd. Ten oosten liggen eveneens woningen en enkele bedrijven. Ten zuiden van de planlocatie is een Kwik-Fit en daarachter een tankstation met autowasstraat gevestigd. Ten westen van het plangebied liggen eveneens afwisselend kantoren, bedrijven en woningen. De laatste jaren is de hoeveelheid bedrijvigheid in de jaren afgenomen en is het gebied in toenemende mate te typeren als een woongebied. In de huidige situatie is de planlocatie vrijwel volledig bebouwd met bedrijfsbebouwing, waar in het verleden een magnesiethandel gevestigd was, met een bedrijfswoning op nummer 3. Het bedrijf is beëindigd en de bedrijfsgebouwen zullen gesloopt worden. Vrijwel het gehele plangebied is bebouwd en verhard. De planlocatie is bereikbaar via Achter St. Vitus, een eenrichtingsweg tussen de wegen Achterom en St. Vitusstraat. De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de bestaande situatie.
Huidige situatie planlocatie vanaf de Achter St. Vitus (bron: MONK Architecten)
pagina 8 van 56
Huidige situatie planlocatie (bron: MONK Architecten)
Luchtfoto huidige situatie (bron: buro SRO)
pagina 9 van 56
4
Planbeschrijving
De bestaande gedateerde bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en vervangen door een nieuw volume met meerdere sociale huur appartementen. Het gebouw bestaat uit meerdere bouwlagen met in 11 woningen, waarvan 4 sociaal, De vormgeving van de nieuwe woningen sluit, door middel van een industrieel karakter, aan bij de voormalige functie en de omgeving. In architectuur is er daarmee een subtiele verwijzing naar de oude fabriek. Inpandig is voor de appartementen voorzien in een gemeenschappelijke berging. In de noordelijke gevel van het hoofdvolume van de appartementen is de entree van twee appartementen op de begane grond en het inpandige trappenhuis naar de appartementen op de eerste verdieping gesitueerd. Het project wordt duurzaam en klimaatadaptief uitgevoerd door gebruik van halfverharding, bloembakken en sedumdaken met zonnepanelen. In het metselwerk zijn nestmogelijkheden opgenomen voor de huismus, de zwaluw en vleermuizen. Op deze wijze draagt het plan, bescheiden bij, aan de biodiversiteit. Het parkeren wordt binnen het plangebied opgelost. In het zuidwesten van het plangebied worden 17 parkeerplaatsen gerealiseerd. In paragraaf 7.1.2 wordt het aspect nader behandeld. Hieruit blijkt dat er met 17 parkeerplaatsen voldaan wordt aan de behoefte van de toekomstige woningen. De navolgende afbeeldingen tonen de beoogde ontwikkeling.
Plattegrond begane grond toekomstige situatie (zuidgericht, bron: MONK architecten)
pagina 10 van 56
Aanzichten toekomstige situatie (bron: MONK architecten)
pagina 11 van 56
5
Toetsing aan omgevingsplan
5.1
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
Alle voorheen geldende bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Hilversum. Voor de projectlocatie gold, naast een tweetal bestemmingsplannen, het bestemmingsplan ‘Utrechtseweg’, waarin de gronden van het plangebied voorzien zijn van de bestemming ‘Bedrijf’. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van dat bestemmingsplan.
Uitsnede bestemmingsplan 'Utrechtseweg' (plangebied rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In het bestemmingsplan 'Utrechtseweg' hebben de gronden in het plangebied de bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - magnesiethandel & groothandel in metalen'. Deze gronden zijn bestemd voor een magnesiethandel behorende tot en met maximaal categorie 3.2 en een groothandel in metalen met constructiewerkplaats. Ter plaatse van de bouwvlakken geldt een goot- en bouwhoogte van maximaal 4 m, tenzij op de verbeelding anders aangegeven. Op de verbeelding wordt hiervan afgeweken tot een maximum gooten bouwhoogte van 6 m en 10 m. Het bouwvlak mag voor 100% bebouwd worden. Binnen de bestemming 'Bedrijf' is het realiseren van woningen niet toegestaan. Daarnaast heeft het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied - Hoog en middelhoog'. Bij ontwikkelingen groter dan 100 m² of dieper dan 40 cm is een archeologisch onderzoek benodigd. Het plangebied is voorzien van de gebiedsaanduiding 'splitsing uitgesloten', waarmee het splitsen van zelfstandige woonruimte is verboden. Met het bestemmingsplan 'Regeling meervoudige bewoning' is de bijbehorende regeling komen te vervallen. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding 'wro - zone - wijzigingsgebied 2' waarmee is aangegeven dat ter plaatse een wijzigingsbevoegdheid geldt.
pagina 12 van 56
Wijzigingsbevoegdheid In het geldende bestemmingsplan is in artikel 3.4.1 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van bestemming ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied - 2' naar 'Wonen - 1', 'Wonen - 2', 'Wonen - 3' en/of 'Wonen - 4', met dien verstande dat na de wijziging de regels van de bijbehorende woonbestemming gelden. Wonen wordt blijkens de wijzigingsbevoegdheid door de raad voorgestaan op deze locatie. Omdat het bouwplan andere bouwhoogten kent dan nu opgenomen op de verbeelding past het beoogde bouwplan niet binnen de wijzigingsbepaling. Derhalve is een BOPA procedure vereist.
5.2
Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan
Het plan is op de volgende onderdelen strijdig met het tijdelijke deel van het omgevingsplan:
▪
Bestemming ‘Bedrijf’ o
pagina 13 van 56
het realiseren en gebruiken van gronden voor woningen
6
Beleid
6.1
Rijksbeleid
6.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
2.
duurzaam economisch groeipotentieel;
3.
sterke en gezonde steden en regio's;
4.
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.
Planspecifiek Onderhavig initiatief past binnen de derde prioriteit, waarmee het initiatief passend is binnen de intenties van dit rijksbeleid. Gezien de aard en omvang van het initiatief is de NOVI verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
6.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: a.
de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en
a.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
pagina 14 van 56
Planspecifiek Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor wat gezien wordt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wel zijn in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Met de beoogde ontwikkeling worden 11 woningen, waarvan 4 sociaal, gerealiseerd. Derhalve is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dienen de ‘treden van de ladder’ niet doorlopen te worden. Desondanks dient in het kader van een evenwichtige toedeling van functies inzichtelijk gemaakt te worden of er behoefte is aan de ontwikkeling. Uit de paragrafen 6.3 en 6.4 blijkt dat er zowel in de regio als in de gemeente behoefte is aan woningen.
pagina 15 van 56
6.2
Provinciaal beleid
6.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving a.
Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.
b.
Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
c.
Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.
Gebruik van de leefomgeving a.
Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten.
b.
Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
c.
Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen.
d.
Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
Energietransitie a.
De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie
Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1.
Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst
2.
Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging
3.
Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem
4.
Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal
5.
Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie
6.
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector
pagina 16 van 56
Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving.
Planspecifiek De ambitie van de provincie is onder andere het streven naar een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te behouden en te versterken is een goed beheer van de bestaande kwaliteiten en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten van belang. Er dient voldaan te worden aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving. Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel de waarden en karakteristieken van het landschap en de cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. Het bestaande bedrijfspand en het gebruik voor een magnesiethandel, groothandel in metalen en constructiewerkplaats past niet meer goed in de omgeving. Met de nieuwe voorgestelde bebouwing wordt een betere aansluiting gevonden en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bereikt. De nieuwe bebouwing met een woonfunctie leidt tot een beter woon- en leefklimaat van deze woonbuurt Tevens luidt één van de ambities om wonen en werken beter met elkaar in overeenstemming te laten zijn en dat ontwikkelingen zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied plaatsvinden.
Aangezien de planlocatie in bestaand stedelijk gebied ligt, waar zowel woningbouw als bedrijvigheid aanwezig is, kan gesteld worden dat het beoogde initiatief in lijn is met de ambities uit de omgevingsvisie. Conclusie Voorliggend plan is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050.
6.2.2 Omgevingsverordening NH2022 De laatste versie van de Omgevingsverordening NH2022 is op 2 februari 2025 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2022 nog onder de huidige wet- en regelgeving. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:
▪
het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken;
▪
het behoud en herstel van de biologische diversiteit;
▪
het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
pagina 17 van 56
Planspecifiek In artikel 6.13 van de Omgevingsverordening NH2022 wordt gesteld dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In het onderhavige geval is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De planlocatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied (niet in het landelijk gebied). In paragraaf 6.3 wordt ingegaan op het regionaal beleid en de gemaakte afspraken. Daarmee voldoet het beoogde plan aan afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening NH2022. Het plangebied ligt in het gebied met hoogtebeperkingen van de luchthaven Hilversum. Er wordt niet hoger gebouwd dan in de huidige situatie toegestaan. De hoogtebeperkingen worden niet overschreden. Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2022, waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.
pagina 18 van 56
6.3
Regionaal beleid
6.3.1 Regionale woonvisie 2016 - 2030 De regio Gooi en Vechtstreek wil een complete regio zijn, waar het aanbod aan woningen en woonmilieus aansluit bij de woningvraag van nu en in de toekomst. Een complete regio is ook een regio waar wonen, werken, recreëren en gezondheid hand in hand gaan en elkaar versterken. Er wordt ingezet op een gevarieerde samenstelling van inwoners en woningvoorraad. Het behoud en aantrekken van middengroepen is belangrijk voor de sociaal en economische doelstellingen van de regio. De gemeenteraad heeft de regionale woonvisie op 8 maart 2017 vastgesteld.
Planspecifiek Tot 2040 zal de bevolking in de regio blijven groeien. Hierdoor zal het nodig blijven om nieuwbouw te realiseren. Niet alleen voor de directe woningbehoefte, maar ook om de doorstroming in wijken op gang te brengen. De focus moet blijven liggen op binnenstedelijk bouwen en transformatie. Daarbij is het behoud van de ruimtelijke kwaliteit in de bebouwde omgeving kaderstellend. De herontwikkeling van het plangebied draagt bij aan de groeiende woningbehoefte en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Tevens is het beoogde initiatief een binnenstedelijke ontwikkeling. In de Woonvisie wordt gesteld dat de voorraad sociale huurwoningen minimaal op peil gehouden moet worden. Er wordt met onderhavig plan specifiek voorzien in deze behoefte aan sociale huurwoningen. Gesteld kan worden dat het initiatief in lijn is met de regionale woonvisie van de regio Gooi en Vechtstreek.
6.3.2 Regiokaart 2025 Gooi en Vechtstreek De regiokaart bevat het overzicht van vastgesteld ruimtelijk beleid van de zeven gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek. De regiokaart uit 2015 geeft de lopende en nieuwe ruimtelijke en stedenbouwkundige projecten in de regio voor de komende 10 jaar weer. De belangrijkste opgaven zijn: Landschap:
▪
Behoud en versterken van natuurgebieden, landschappen, agrarische activiteiten en cultuurhistorie.
▪
Versterken van de ecologische hoofdstructuur en vermindering van de versnippering door infrastructuur, ook grensoverschrijdend (Heuvelrug, Vechtlandschap, Randmeren en Eemland).
Recreatie:
▪
Verbeteren van het recreatief medegebruik van het buitengebied door kwaliteitsverbetering van wandelen fietspaden, recreatieve knooppunten en de bereikbaarheid ervan.
▪
Bevorderen van dag- en verblijfstoerisme gericht op cultuurhistorie en (natuur)monumenten ruimte bieden aan hotels in stedelijk en pensions in landelijk gebied.
pagina 19 van 56
Economie:
▪
Nieuwe bedrijfslocaties: Crailo (Hilversums deel) en Monnikenberg (Hilversum).
▪
Herstructurering en transformatie van bestaande bedrijfsterreinen; innovatieve en creatieve bedrijvigheid en/of huisvesting doelgroepen.
▪
Ruimte voor creatieve en innovatieve bedrijvigheid (waaronder medische zorg), zowel binnenstedelijk als in de ‘groene randen’.
▪
Stop op de uitbreidingsmogelijkheden voor kantoren en winkels; meer concentratie rondom de stedelijke knooppunten van het openbaar vervoer.
Wonen:
▪
Totale plancapaciteit in de regio ca. 13.000 woningen.
▪
Uitvoering op basis van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2020; betreft 4.000 woningen.
▪
Uitbreidingslocaties, zoals Anna's Hoeve, Monnikenberg met een totale plancapaciteit van ruim 5.000 woningen. Grotendeels in procedure en deels in uitvoering.
▪
Binnenstedelijke woningbouwlocaties: in alle gemeenten met een totale plancapaciteit van ongeveer 6.000 woningen. Ongeveer de helft hiervan is ‘planologisch hard’ te noemen.
▪
Transformatie van voormalige kantoren of bedrijfsgebouwen.
Bereikbaarheid:
▪
Verbreding A1-west (bij Muiden/Weesp) naar 2 x 6 stroken + dubbele wisselstrook + aquaduct.
▪
Verbreding A6 (vanaf Muiden naar Almere) naar 2 x 4 stroken + 2de Hollandse Brug.
▪
Verbreding A1-oost (Eemnes - Hoevelaken) naar 2 x 4 stroken.
▪
Verbreding A27 (Eemnes - Utrecht) naar 2 x 3 stroken.
▪
Aanleg HOV Hilversum - Huizen.
▪
Behoud capaciteit doorgaande wegen binnen de regio.
Planspecifiek Het beoogde plan heeft voornamelijk betrekking op de opgaven voor wonen. De regio Gooi en Vechtstreek maakt onderdeel uit van de economische Metropoolregio Amsterdam (MRA). Door het bestaande gebouw te slopen wordt ruimte gecreëerd voor woningbouw. Deze woningbouw draagt, op bescheiden wijze, bij aan de grote vraag naar woningen in de regio. Het betreft een binnenstedelijke woningbouwlocatie en transformatie van een voormalig bedrijfsgebouw. Hiermee wordt aangesloten op de ambities vanuit de regio Gooi en Vechtstreek.
pagina 20 van 56
6.3.3 Woonakkoord Gooi en Vechtstreek Het woonakkoord is een nieuw beleidsinstrument van de provincie Noord-Holland dat als hoofddoel heeft meer woningen te realiseren. In een woonakkoord staan maatwerkafspraken over woningbouw, programmering en fasering die de provincie maakt met regiogemeenten. Het Woonakkoord regio Gooi en Vechtstreek 2021-2025 'Samen bouwen aan een vitale en toegankelijke regio' is in april 2021 ondertekend door het college van de gemeente Gooise Meren. In 2016 hebben de regiogemeenten hun regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek 2030 vastgesteld. Op hoofdlijnen is deze nog steeds actueel. Op twee onderdelen is de doelstelling al gerealiseerd. Er zijn regionaal tussen 2016 en 2020 ruim 3.700 woningen gebouwd (ruim de afgesproken 750 per jaar), waarvan ongeveer een derde sociale woningbouw is. En de voorraad sociale huurwoningen is op peil gebracht van 2015, zoals afgesproken. Het Woonakkoord is een gezamenlijk vertrekpunt en dient ter inspiratie voor de aanpak van thema’s van bouwen, betaalbaarheid, duurzaamheid tot toegankelijkheid en bereikbaarheid. De inhoud van het Woonakkoord blijft binnen de kaders van de regionale woonvisie. Wel is vanwege de (provinciale) omgevingsvisie de stip op de horizon verlegd van 2030 naar 2040. Daarbij is de geactualiseerde prognose van de provincie voor bevolkingsontwikkeling en woningbehoefte meegenomen.
De druk op de woningmarkt blijft groot. Het Woonakkoord gaat uit van 11.500 nieuwe woningen tot 2040. Voor een groot deel worden die woningen dicht bij openbaar vervoer en stations gebouwd. Ten aanzien van betaalbaarheid van de woningvoorraad is de al gerealiseerde doelstelling ‘aantal sociale huurwoningen op peil’ omgezet naar ‘aandeel sociale huurwoningen groeit mee met de groei van de woningvoorraad’. Voor middenhuurwoningen is de ambitie doorgetrokken van 1.000 woningen (in 2030) naar 1.500 middenhuurwoningen in 2040.
Planspecifiek Omdat de beoogde ontwikkeling past binnen de Regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek 2016 - 2030, zoals inzichtelijk is gemaakt in paragraaf 6.3.1, sluit het ook aan op de ambities van het woonakkoord. De ambities van het woonakkoord blijven immers binnen de kaders van de regionale woonvisies, met daarbij een doorkijk naar 2040. Uit deze doorkijk blijkt dat de druk op de woningmarkt groot blijft, waardoor er tot 2040 11.500 nieuwe woningen bij dienen te komen. Tevens wordt de doelstelling 'aandeel sociale huurwoningen groeit mee met de groei van de woningvoorraad’ gesteld. De realisatie van 11 woningen, waarvan 4 sociaal, draagt hier concreet aan bij. Er kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de ambities van het Woonakkoord regio Gooi en Vechtstreek.
pagina 21 van 56
6.3.4 Regionale Afspraken stedelijke ontwikkelingen Gooi en Vechtstreek Op 22 november 2017 is door de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek de definitieve versie van de 'Regionale Afspraken stedelijke ontwikkelingen Gooi en Vechtstreek' opgesteld ter uitvoering van het bepaalde in artikel 5a, 5b en 5c van de voormalige Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), thans artikel 6.3 en 6.4 van de Omgevingsverordening NH2022. Deze regionale afspraken zijn in 2021 herzien. Gemeenten moeten zorgen voor een duurzaam ruimtegebruik met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Dat is wettelijk bepaald. Die zorg stopt niet bij de gemeentegrens. De gemeente moet bij elke stedelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld de bouw van meer dan 10 woningen, nagaan of er regionaal behoefte bestaat aan die ontwikkeling. Voor de volgende stedelijke ontwikkelingen zijn in dit regionale beleidsstuk afspraken gemaakt:
▪
woningbouw;
▪
bedrijventerreinen en kantoorlocaties;
▪
detailhandel;
▪
overige stedelijke voorzieningen.
Planspecifiek Met voorliggend plan wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Er dient getoetst te worden aan artikel 2 van het regionale beleidsstuk ‘Regionale Afspraken stedelijke ontwikkelingen Gooi en Vechtstreek’. Uit toetsing blijkt dat voorliggend plan een ontwikkeling is als bedoeld in lid 2 onder c van dit beleidsstuk. Tevens is artikel 2 lid 3 onder a van de nota op dit specifieke geval van toepassing, omdat de locatie een bedrijventerrein betreft waar wonen is uitgesloten. Dat betekent dat het bepaalde onder 2 niet van toepassing is. Derhalve hoeft de ontwikkeling niet in de vergadering van het PFHO Fysiek Domein besproken te worden. Voor de volledigheid wordt hierna alsnog ingegaan op artikel 2 lid 2 onder c van dit beleidsstuk. In dit artikel wordt gesteld dat de regio in enkele gevallen instemt met de ontwikkeling, transformatie en herstructurering van woningbouwlocaties. Dit is het geval voor ontwikkelingen waarbij maximaal 49 woningen netto worden toegevoegd aan de voorraad op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, indien dit evident geen afbreuk doet aan de doelstellingen van het Woonakkoord en de Regionale Woonvisie. Onderhavige ontwikkeling betreft het realiseren van 11 woningen, waarvan 4 sociale woningen, op een binnenstedelijke locatie.
Tevens is toelichting paragraaf 6.3.1 en toelichting paragraaf 6.3.3 onderbouwd dat geen afbreuk gedaan wordt aan de doelstellingen van het Woonakkoord en de Regionale Woonvisie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de regionale afspraken. Er kan geconcludeerd worden dat plan in lijn is met de 'Regionale Afspraken stedelijke ontwikkelingen Gooi en Vechtstreek'.
pagina 22 van 56
6.4
Gemeentelijk beleid
6.4.1 Structuurvisie Hilversum 2030 Op 15 mei 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Hilversum 2030 vastgesteld. Deze visie schetst het beeld van Hilversum in 2030. Hilversum werkt constructief mee aan initiatieven vanuit de samenleving, tenzij bijvoorbeeld zwaarwegende maatschappelijke belangen en/of te verwachten hinder voor bewoners zich hier tegen verzet. Hilversum wil flexibel zijn en energie steken in oplossingen. Uitgangspunt is ontwikkelend beheren. Dit is een duurzame manier van stedelijke vernieuwing. Hierbij zijn (vaak kleinschalige) ontwikkelingen en beheermaatregelen organisatorisch en financieel in één proces ondergebracht. Deze aanpak maakt het mogelijk op ontwikkelingen in de samenleving te reageren en anticiperen. De gemeente ziet voor zichzelf een regierol. Speerpunten van de visie zijn:
▪
goede woongemeente;
▪
groen buitengebied;
▪
centrumgemeente;
▪
mediastad & creatieve sector;
▪
stedenbouw & architectuur.
Planspecifiek De ontwikkeling sluit aan bij het speerpunt 'goede woongemeente'. De woningbouwontwikkeling zorgt voor een bijdrage aan de woningmarkt in Hilversum. De ontwikkeling betreft de sloop van een bedrijfsgebouw en de realisatie van 11 nieuwe woningen. Hiermee wordt een kwaliteitsimpuls aan het betreffende gebied gegeven. De nieuwe woningen zullen beter aansluiten op de omgeving. Het plan is in overeenstemming met de structuurvisie.
6.4.2 Woonvisie Hilversum 2021 tot 2030 In de nieuwe woonvisie voor de periode van 2021 tot 2030, zoals vastgesteld in juli 2021, heeft de gemeente Hilversum haar ambities neergelegd voor wat betreft het woonbeleid. In de woonvisie wordt het woonbeleid via vier thema's in beeld gebracht, te weten: 1.
Hilversumse woningmarkt onder druk.
2.
Ontbrekende schakels in de woningmarkt.
3.
Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag.
4.
Duurzame en energiezuinige woningen.
Ad. 1 Vastgesteld is dat de bevolking van Hilversum de komende jaren groeit. Ook de woningbehoefte groeit. Volgens de prognose van de provincie Noord-Holland zijn er zeker 3.000 extra woningen nodig tot en met 2030. Deze prognose is als uitgangspunt voor de woonvisie gehanteerd. De druk op de regionale woningmarkt is dermate groot, met verhuisdynamiek tussen gemeenten, dat ook bij meer nieuwbouw in een behoefte wordt voorzien.
pagina 23 van 56
Ad. 2 De gemeente wil sturen op woningmarktsegmenten die ontbreken. Door ontbrekende segmenten kunnen niet alle mensen naar een passende woning verhuizen. Dit heeft als gevolg dat deze mensen in hun huidige woning blijven, die weer voor andere woningzoekenden uitkomst zou bieden. De doorstroming op de woningmarkt stokt hierdoor. Beschikbaarheid van woningen voor lage en middeninkomens is daarbij een prioriteit. Het bevorderen van doorstroming uit deze woningen moet primair bijdragen aan de beschikbaarheid van woningen. Dat vraagt strategische toevoegingen aan de woningvoorraad. Ad. 3 De gemeente Hilversum wil vanuit de woonvisie in alle wijken huisvesting bieden aan mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Doel is een ongedeelde samenleving waar ruimte is voor mensen in een kwetsbare situatie. Hiertoe werkt de gemeente aan een drempelloze woningvoorraad en woonomgeving met in alle wijken toegankelijke woningen en ontmoetingsmogelijkheden. Ad. 4 De gemeente Hilversum zet in op duurzame en energiezuinige woningen. De uitwerking hiervan is beschreven in de Transitievisie Warmte. Bij nieuwbouw volg de gemeente de normen van het Bouwbesluit. Eventueel aanvullende inzet rond gebiedsontwikkelingen wordt vastgelegd in de Transitievisie Warmte.
Planspecifiek De Woonvisie bevat een gebiedsspecifieke visiekaart. Voor het centrum, waar Achter Sint Vitus in valt, is aangegeven dat hier kansen zijn voor transformatie, toevoegen van sociale huurwoningen en woonzorgaanbod. Met dit project wordt zware bedrijvigheid getransformeerd naar 11 woningen, waarvan 4 sociale huur. Het bouwen van sociale woningen draagt bij aan de zeer grote vraag naar deze woningen. Met de ontwikkeling worden woningen toegevoegd aan de woningmarkt van Hilversum op een binnenstedelijke locatie. Gesteld kan worden dat het plan in lijn is met de woonvisie en de beoogde woningen bijdragen aan de totale opgave van 3.000 woningen die binnen de gemeente Hilversum nog gerealiseerd moeten worden. De druk op de regionale woningmarkt is dermate groot, met verhuisdynamiek tussen gemeenten, dat ook bij meer nieuwbouw in een behoefte wordt voorzien. Het algemene uitgangspunt dat bij woningbouwplannen is 1/3 sociale woningbouw en 50% woningen in het middensegment (middelduur) wordt gerealiseerd dient te worden gezien in relatie tot de algehele woningbouwontwikkeling voor de hele stad. Per locatie wordt vervolgens gezocht naar het meest optimale programma. In het onderhavige geval wordt voldaan aan de ambitie uit de woonvisie om 33% van het woningbouwprogramma als sociale woningen te bouwen. Er worden namelijk 4 sociale huurwoningen gebouwd.
Hoewel niet aan de ambitie van 50% middelduur wordt voldaan, brengt de ontwikkeling een zodanige verbetering van de woon- en verblijfskwaliteit teweeg dat de gemeente met het woningbouwprogramma in kan stemmen. De nieuw te bouwen woningen zullen gebouwd worden conform het Bouwbesluit (BENG). Daarmee wordt voldaan aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente.
pagina 24 van 56
Woningbouwmonitor De woningbouwmonitor geeft weer in welke fase van ontwikkeling de woningbouwprojecten in de gemeente zich bevinden. In de woningbouwmonitor staan zogenaamde harde en zachte plannen. Harde plannen zijn al verder in voorbereiding en daarvoor is vaak al een vergunning aangevraagd of zijn andere besluiten genomen. Voor de zachtere plannen geldt dat deze nog in voorbereiding zijn. In totaal zijn er in de gemeente 102 locaties waarvan 49 onder harde plannen vallen. De overige 53 plannen vallen onder de zachte plancapaciteit. In de periode 2023 tot 2029 is van 1.901 woningen de opleverdatum bekend, deze vallen dus onder de harde plancapaciteit. De overige 3.720 woningen vallen onder de zachte plancapaciteit. Onderhavige ontwikkeling is opgenomen als potentiële locatie in de visie. Zelfbewoningsplicht bij nieuwbouw Voor nieuwbouwwoningen op grond van de gemeente of van derden heeft de gemeente een zelfbewoningsplicht ingesteld. Deze geldt voor woningen die nog gebouwd moeten worden (nieuwbouw) en woningen die worden gebouwd door 'transformatie', doordat de bestemming wordt gewijzigd naar wonen. Bij nieuwbouwwoningen op grond van derden kan alleen een zelfbewoningsplicht worden afgesproken, wanneer voor het bouwplan de medewerking van de gemeente nodig is. In dat geval kan de zelfbewoningsplicht anterieur worden vastgelegd.
De zelfbewoningsplicht is een beleidsregel waarin de regels voor zelfbewoning staan opgenomen.
6.4.3 Natuurinclusief bouwen De gemeente Hilversum wil natuurinclusief bouwen stimuleren door bouwers te informeren en te enthousiasmeren. Alleen in projecten waar de gemeente Hilversum zelf de regie voert is natuurinclusief bouwen randvoorwaarde. De Leidraad Natuurinclusief Bouwen is bij beide de basis. De huidige natuurwetgeving ziet op schadebeperking en niet op het vergroten en verbeteren van de leefomgeving van gebouwbewonende diersoorten. De beleidsnotitie 'Natuurinclusief bouwen' beschrijft het beleid om de leefomgeving van deze dieren in Hilversum te verbeteren door enerzijds natuurinclusief bouwen te stimuleren en anderzijds natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde te stellen. Daarvoor is de Leidraad Natuurinclusief Bouwen ontwikkeld. Met de leidraad wil de gemeente Hilversum haar inwoners en initiatiefnemers informeren over gebouwbewonende diersoorten en de realisatie van goede leefomstandigheden voor deze diersoorten stimuleren. Het gaat hierbij zowel om verblijfplaatsen voor deze dieren ín gebouwen, alsmede om een geschikte omgeving rondom die gebouwen. Een leefomgeving voor dieren is geschikt als zij voldoet aan de vier V’s. Naast de veiligheid (huisvesting) voorzien de maatregelen ook in voorzieningen die zorgen voor vocht en voedsel. Als deze drie V’s in orde zijn zullen de dieren zelf zorgen voor voortplanting.
Planspecifiek In het plan wordt aandacht besteed aan natuurinclusief bouwen. Er wordt voorzien in de aanplant van nieuw groen en mogelijk bomen. Door nieuwe bomen te planten zal er bij ernstige hitte minder hittestress worden ervaren. Hierbij worden soorten gekozen die toekomstbestendig zijn (hitte en droogte aankunnen) en een toegevoegde waarde hebben voor de biodiversiteit. Naast de aanplant van bomen wordt ook binnen het plangebied hemelwater geïnfiltreerd en worden halfverharding en sedumdaken (met zonnepanelen) toegepast. In paragraaf 7.11 wordt hier verder op ingegaan. Tevens worden nestkasten in de gevels toegepast.
pagina 25 van 56
6.4.4 Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan Hilversum 2030, de groene structuurvisie van Hilversum (vastgesteld door de raad op 9 januari 2013) is een sectoraal plan met een integrale, samenhangende en geactualiseerde visie op het groen in de gehele gemeente Hilversum. Het groen in en rondom Hilversum staat onder druk en de verwachting is dat deze druk de komende jaren verder zal toenemen, bijvoorbeeld door de toenemende verstedelijkingsdruk, decentralisatie van groenbeleid en bezuinigingen. Dit maakt het noodzakelijk om actief groenbeleid te voeren. Het groenbeleidsplan heeft onder andere aandacht voor versterking van de Ecologische Hoofd Structuur (EHS), het veiligstellen van de groenstructuur die het groene imago van Hilversum bepaalt, groen in bouwplannen, de aanpak van de stadranden, versterking van groen in het centrum, kleine groenplannen op buurtniveau en spelen in het groen.
Planspecifiek In het plan is voorzien in afdoende groen in de vorm van tuinen, groene daken, halfverharding en nieuwe bomen. Er is voldoende ruimte voor groen tussen de appartementsgebouwen. Vergeleken met de totaal verharde huidige situatie vindt een aanzienlijke verbetering plaats. Er kan daarom gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het Groenbeleidsplan Hilversum 2030.
6.4.5 Water managementplan 2021-2026 Het gemeentelijk watermanagementplan beschrijft de visie op de watertaken, met welke ambitie de opgaven worden ingevuld, de uit te voeren maatregelen, welke eisen aan de uitvoering daarvan worden gesteld en welke personele en financiële middelen daarvoor nodig zijn. De visie van Hilversum op de gemeentelijke watertaken is grotendeels een voortzetting van het huidige beleid, gericht op uitvoering van de gemeentelijke watertaken en instandhouding van de huidige toestand en goede werking van de riolering. Stevige versterkingen van de visie ten opzichte van voorgaande rioleringsplannen zijn ten aanzien van de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven voor klimaatadaptatie en de extra inzet op duurzaamheid. De visie heeft de volgende speerpunten: a.
Gezonde en veilige leefomgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit;
b.
Klimaatbestendig Hilversum;
c.
Duurzaam Hilversum;
d.
Slim koppelen met andere ruimtelijke/maatschappelijke opgaven;
e.
Communicatie met bewoners, bedrijven en andere beheerder.
De belangrijke opgave uit het Watermanagementplan 2021-2026 voor nieuwbouw is de volgende opgave:
▪
Bij nieuwbouw/nieuwe ontwikkelingen moet al het hemelwater lokaal binnen de ontwikkeling worden opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd. Het hemelwater van deze oppervlakken voert niet meer af naar het rioolstelsel. Hiermee wordt het rioolstelsel ontlast, gaat schoon hemelwater niet langer naar de zuivering, wordt het grondwater aangevuld en droogtestress verminderd. Voor de bergingsnorm voor hemelwater wordt verwezen naar het waterbeleidsplan van de gemeente.
pagina 26 van 56
Planspecifiek Voor de openbare ruimte is afwatering en infiltratie van hemelwater een belangrijk onderwerp. Het hemelwater wordt gescheiden afgevoerd. In de openbare ruimte en achter de bebouwing worden grindkoffers aangelegd, waar de hemelwaterafvoer op aangesloten wordt. Daarnaast wordt halfverharding toegepast. Met het bouwpeil moet rekening gehouden worden met eventuele wateroverlast op het Achterom. Instroom van hemelwater moet voorkomen worden. Hergebruik van hemelwater kan inpandig voor het doorspoelen van het toilet, spoelwater of buiten voor het bewateren van het groen.
pagina 27 van 56
7
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
7.1
M.e.r.-beoordeling
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er zal niet meer getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma’s uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure.
In bijlage V bij het Omgevingsbesluit worden de projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een m.e.r.(beoordelings)plicht geldt aangewezen. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een m.e.r.-plicht. Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling bestaat uit twee verplichte stappen.
▪
Stap 1: Mededeling van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag.
▪
Stap 2: Beslissing bevoegd gezag over wel of geen milieueffectrapportage.
De initiatiefnemer van een m.e.r.-beoordelingsplichtig project moet zijn voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. De mededeling is vormvrij, wel zijn er eisen aan de inhoud zoals opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Dit kan een aparte aanmeldnotitie zijn. Het bevoegd gezag beoordeelt de informatie uit de mededeling en houdt bij de m.e.r.-beoordeling rekening met de criteria uit Bijlage III van de m.e.r.-richtlijn. De drie hoofdcriteria zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn: 1.
de kenmerken van het project
2.
de plaats van het project
3.
de kenmerken van de potentiële effecten
pagina 28 van 56
Planspecifiek Onderhavig plan is mogelijk aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:2414, 18 juli 2018) blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het inmiddels vervallen Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. De bebouwingsmogelijkheden nemen bij het voorgenomen plan vergeleken met de bestaande (planologische) situatie beperkt af. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt vervangen door 11 nieuwe woningen, waarvan 4 sociaal. Het bebouwde oppervlak neemt daarmee af. Naar aard en omvang neemt in de impact op de omgeving af. Een functiewijziging zonder toename van het ruimtebeslag betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject, zoals blijkt uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:348, 31 januari 2018). In aanvulling op het voorgaande zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht in toelichting hoofdstuk 4.
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een onaanvaardbare invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent de aanvraag omgevingsvergunning te nemen. Wanneer bovenstaande punten afgewogen worden leidt dit tot de conclusie dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals beschreven in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat er geen m.e.r.(beoordelings)plicht geldt.
7.2
Verkeer en parkeren
7.2.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt.
Planspecifiek Er worden 11 nieuwe woningen gerealiseerd. De navolgende tabel geeft de toename aan verkeersgeneratie weer, gebaseerd op de CROW-normering. Hierbij wordt uitgegaan van de categorie 'koop, huis, tussen/hoek' en 'koop, appartement, goedkoop'. Er wordt aangesloten op de categorieën 'schil centrum' en 'sterk stedelijk', conform de Nota parkeernormen 2023 van de gemeente Hilversum.
pagina 29 van 56
Type woning
Aantal woningen
Gemiddelde verkeersgeneratie
Verkeersgeneratie
per woning Koop, huis, tussen/hoek
7
6,8
47,6
Huur,
4
2,5
10
appartement,
sociale
huur <75 m2 bvo totaal
57,6
Uit de tabel volgt dat de toename aan verkeersgeneratie in de toekomstige situatie gemiddeld 57,6 verkeersbewegingen per etmaal bedraagt. De bestaande infrastructuur is in staat om deze beperkte toename aan verkeersgeneratie te verwerken. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de verkeersgeneratie van het bedrijf dat op de planlocatie gevestigd was naar verwachting groter was en een groter aandeel zwaar verkeer bevatte. Het aspect verkeer vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
7.2.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal stallingsplaatsen/parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen.
Planspecifiek Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de gemeentelijke parkeernormen. De Hilversumse parkeernormen dateren uit 2023. Daarin wordt door de gemeente een stedelijkheidsgraad van 'Sterk stedelijk' gehanteerd. Voor de herontwikkeling wordt voldaan aan de vastgestelde parkeernorm en wordt het parkeren op eigen terrein opgelost Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 11 nieuwe woningen. De navolgende tabel geeft de parkeerbehoefte weer in de toekomstige situatie voor schil centrum, gebaseerd op de Parkeernota Hilversum 2023. Type woning
Aantal woningen
Parkeernorm per woning
Parkeerbehoefte
Koop, huis, tussen/hoek
7
1,3
9,1
Huur,
4
0,5
2
11
0,1
1,1
appartement,
sociale
huur <75 m2 bvo Bezoekers totaal
pagina 30 van 56
12,3
De parkeerbehoefte voor de voorgenomen ontwikkeling betreft in totaal 13 stallingsplaatsen(. Voor de beoogde ontwikkeling worden in totaal 17 stallingsplaatsen op eigen terrein gerealiseerd met een breedte van 2,30 m / 2,40 m. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is een afwijkende maatvoering mogelijk. Hiermee wordt voldaan aan de partkeerbehoefte. Geconcludeerd wordt dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
7.3
Duurzaamheid en gezondheid
De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan, zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De Rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw, die nu zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden.
Planspecifiek De woningen worden gasloos en volgens de BENG-eisen gerealiseerd. Aan de hand van de overige aspecten van de fysieke leefomgeving wordt duidelijk dat er in de omgeving geen elementen aanwezig zijn die afbreuk kunnen doen aan de gezondheid van de toekomstige bewoners. In aanvulling hierop is de klimaateffectatlas geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor het plangebied een kleine kans is op wateroverlast en overstromingen. Wel wordt het in het plangebied iets warmer dan in de huidige situatie. Echter is er in de omgeving voldoende groen aanwezig, wat positief bijdraagt aan verkoeling en het algemene verblijfsklimaat in het gebied.
7.4
Geluid
De regels voor geluid zijn opgenomen in de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag moet bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De kern is dat geluidsgevoelige gebouwen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Een geluidgevoelig gebouw (artikel 3.21 Bkl) wordt gedefinieerd als een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:
▪
woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
▪
onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
▪
gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of
▪
gebouw voor kinderopvang met bedden;
▪
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.
pagina 31 van 56
Het
beschermen
van
deze
geluidsgevoelige
gebouwen
gebeurt
aan
de
hand
van
vastgestelde
geluidaandachtsgebieden, waarbij instructieregels gelden. De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen.
Planspecifiek Een woning is een geluidsgevoelig gebouw zoals bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig gebouw dient aangetoond te worden dat het geluid op dat gebouw niet hoger niet hoger is dan de standaardwaarden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is daarom een onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer uitgevoerd. Uit het onderzoek (Adviesburo Van der Boom, 20 februari 2025) blijkt dat er wordt voldaan aan de standaardwaarden voor lokale wegen en voor spoorwegen. Er wordt tevens voldaan aan de plandrempel van 55 dB dat de gemeente Hilversum als ambitie hanteert in haar Actieplan Geluid. Er zal, voor wat betreft het aspect geluid, sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.5
Activiteiten en milieuzonering
7.5.1 Algemeen Voor activiteiten en milieuzonering wordt sinds jaar en dag gewerkt met de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Met de invoering van de omgevingswet heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2024 de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’ gepubliceerd. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van 'milieuhinderlijke activiteiten' onder de Omgevingswet. Zones, waarden en afstanden Voor een milieuhinderlijke activiteit op een bedrijventerrein of ander werkterrein geldt voor geluid de basiswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde tot de grens van het woongebied. De gemeente heeft de mogelijkheid in het omgevingsplan een zone ‘geluid verruimd’ toe te passen om op bedrijventerreinen, niet zijnde industrieterreinen, ook de zwaardere milieuhinderlijke activiteiten te voorzien van voldoende standaard geluidruimte (50 dB(A) tot maximaal 100 m van eigen terreingrens). Ook kan de zone ‘geluid beperkt’ toegepast worden. Gebiedstypen In de meeste omgevingsplannen worden, behalve regels voor het hele ambtsgebied, ook regels opgenomen voor verschillende gebiedstypen, bijvoorbeeld voor woongebied, centrumgebied, bedrijventerrein, industrieterrein en buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt in twee soorten woongebieden: het gebiedstype ‘rustig woongebied’ en ‘gemengd gebied met wonen’.