CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Zienswijzen Omgevingsvisie inclusief bijlagen geanonimiseerd

GEMEENTERAAD 19 juli 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen zienswijzennota Omgevingsvisie (1161393)35.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Zaak nummer:

Zienswijze: 1

verwerkt in nota Zienswijze nr. 1 A

1289729

Rond de Mediastad wordt NATUUR EN GROEN het belangrijkste gevonden. Maar dat spreekt helaas totaal niet uit de omgevingsvisie. DUS: - Behoud de natuur rond Hilversum. - Behoud het dorps karakter • Beperkte groei • Meer openbaar groen, en daarin meer natuur (wilde bloemen en struiken bijvoorbeeld) • Behoud van het illusielandschap (geen hoogbouw zichtbaar vanaf de hei) • Beperking van bouwhoogtes

1289729

Gezonde groei = duurzame en natuurvriendelijke groei. Dus geen hoogbouw, ruimte voor fietsers en wandelaars, duurzame materialen. Behoud van de intercity in Hilversum ook na 2028!!! Waarom heeft Hilversum geen bermen en perken met natuurlijk groen, dus wilde bloemen? Voor bewoners een (percentueel) verbod op verharding van tuinen, en bevordering van tuingroen. In alle rondes die ik heb meegedaan komt GROEN er met stip bovenuit. Waarom spreekt dat niet uit deze omgevingsvisie?

nr. 1 B

1289729

In de omgevingsvisie is veel te veel ruimte voor 'groei'. Terwijl juist de natuur en het groen in en rond 'de Mediastad' het belangrijkste is. DUS: - Behoud het dorpse karakter • Beperkte groei! • Meer openbaar groen • Behoud van het illusielandschap (geen hoogbouw zichtbaar vanaf de hei) • Beperking van bouwhoogtes (liefst tot ca 20-30 meter) - Behoud van de natuur rond Hilversum

nr. 1 C

Zaak nummer:

Zienswijze: 2

1289731

Geachte heer/mevrouw, Naar aanleiding van uw plannen voor de toekomst van onze gemeente, zoals u deze heeft gepresenteerd schrijf ik u deze mail. Ik waardeer deze visie en inspanningen om Hilversum een betere plek te maken voor al zijn inwoners. Echter, ik maak me zorgen over het gebrek aan aandacht voor de groeiende moslimgemeenschap in onze stad. Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van januari 2021, bedroeg het percentage inwoners met een islamitische achtergrond in de gemeente Hilversum ongeveer 8,3% van de totale bevolking (exclusief de migranten). Dit komt neer op ongeveer 7.600 mensen. Naar verwachting zal dit aantal blijven toenemen en zal het in 2040 naar schatting ongeveer 9,5% van de bevolking bedragen (waarschijnlijk zal deze percentage hoger liggen). Het is daarom van belang dat de gemeente Hilversum hierop inspeelt en ook oog heeft voor de behoeften van deze gemeenschap. De gebeden bij de moskeeën in Hilversum zijn zo druk aan het worden dat mensen binnenkort op straat zullen moeten bidden, omdat de ruimtes overvol zijn. Dit heeft ook geleid tot lange wachtlijsten voor kinderen die lessen willen volgen. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. Het is belangrijk dat er voldoende maatschappelijke panden beschikbaar zijn voor de moslimgemeenschap in 2040 en dat deze panden geschikt zijn voor de behoeften van de gemeenschap.

Hierbij kunt u denken aan grotere gebedsruimtes en andere voorzieningen. Daarnaast maak ik me zorgen over de eeuwige grafrust voor moslims in Hilversum. Andere gemeenten in Nederland hebben maatregelen genomen om deze te realiseren, maar er lijkt nog geen sprake te zijn van dergelijke maatregelen in Hilversum. Ik vraag u dan ook om aandacht te besteden aan dit belangrijke onderwerp. Hierover is genoeg gepraat en zijn er genoeg artikelen te vinden op verschillende websites. Ik zou graag willen weten of de islamitische gemeenschappen in Hilversum betrokken zijn bij het ontwikkelen van de omgevingsvisie voor 2040. Zo niet, dan vraag ik me af waarom niet en of er mogelijkheden zijn om hen hierbij te betrekken. Graag wil ik u eraan herinneren dat het van groot belang is om te zorgen voor een goede balans tussen alle gemeenschappen in Hilversum. Het is belangrijk dat de gemeente Hilversum rekening houdt met de behoeften van de groeiende moslimgemeenschap en ervoor zorgt dat alle inwoners van Hilversum zich welkom en gehoord voelen. Ik dank u voor uw aandacht en zie uw reactie graag tegemoet. Met vriendelijke groet, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2021). Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en herkomstgroepering, 1 januari. Opgevraagd via: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37325/table?from

verwerkt in nota Zienswijze nr. 2

Zaak nummer:

Zienswijze: 3

1294428

De mobiliteit per fiets wordt in Hilversum moeizamer, omdat er zoveel verkeer is. Ik woon bij de Hoge Naarderweg. Ik vind dat een mislukte fietsstraat. Er rijden zoveel auto,s, de fietsers worden in de greppels aan de zijkant geduwd, bij het Medische centrum staan, keren, parkeren lossen talloze auto,s en blokkeren de doorgang. De wijze waarop de Schuttersweg is ingericht doet de fietser meer recht. Bestuurders en verkeersdeskundige ontwerp veilige fietsstraten.

1294428

Wij wonen in het centrum, binnen het beschermd stadsgebied. In een groot huis met een mooie en ook grote tuin. Vanaf 2017 hebben we diverse acties naar de gemeente ondernomen om bespreekbaar te maken dat we hier graag willen blijven wonen maar met wat minder m2 woonruimte en m2 tuin. Bv door een kleiner huis erbij te bouwen in de tuin, mogelijk geinspireerd op het verkeershuis van Dudok. Maar beschermd stadsgebied, dus de huidige bestemmingsplannen maken dit onbespreekbaar. Op de inspraakavond in mei 2022 sprak ik ook andere bewoners die hun grote woonplek wel willen aanpassen naar een meer leeftijdsbestendige optie. Ik zie nergens in de plannen terug dat de gemeente concreet wil meewerken aan deze wijze van uitbreiding van woningen. Wat gebeurt er met onze participatie? Zijn we alleen aanwezig voor de show? En blijven de ambtenaren, bestuurders en raadsleden alleen maar praten en nota's schrijven?

verwerkt in nota Zienswijze nr. 3 A

nr. 3 B

Zaak nummer:

Zienswijze: 4

1294430

Duurzame energie verdient meer aandacht dan het nu krijgt. In de omgevingsvisie staat: Maatregel 4.2 Duurzame stroom opwekken We streven naar zonnepanelen op alle daken waar dat mogelijk is, ondersteunen bewoners en ondernemers om dit te realiseren en werken samen met hun verenigingen. Nieuwbouw en renovatie van scholen zijn energieneutraal. Daarnaast stimuleren we initiatieven voor zonnepanelen op andere geschikte locaties, zoals zonnecarports op grote parkeerplaatsen, die ook dienen als laadplein voor elektrische deelauto's. Dit vergt ook aanpassing van het elektriciteitsnet, zoals meer kabels en onderstations. Deze passage limiteert het toepassen van zonnepanelen op gebouwen tot Zon op Dak. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat gevels ook zeer geschikt zijn voor het opwekken van energie met b.v. zonnepanelen, zonnecollectoren (voor zonneboilers en ruimteverwarming). Een lange termijn visie zou zeker gevels mee moeten nemen en b.v. in een welstandsnota een duidelijke set spelregels verdienen, zodat gebouweigenaren EN de welstandscommissie hier een helder kader voor heeft. Op dit moment is dit puur aan de welstandscommissie en die adviseert de inzet van een architect (bij gebrek aan objectcriteria in de welstandsnota/landelijke regelgeving). Voor veel particulieren is de inzet van een architect op per definitie vrij kleine projecten te duur om dan het initiatief door te zetten.

Voorbeeld van relevante onderzoeken op dit vlak zijn: https://res.urgenda.nl/wp-content/uploads/Tussen-kolen-en-Parijs.pdf : p.19: 1,4TWh per jaar

verwerkt in nota Zienswijze nr. 4

Zaak nummer:

Zienswijze: 5

verwerkt in nota Zienswijze nr. 5

1294433

Ik heb weinig tijd om bijeenkomsten te bezoeken, vandaar mijn zienswijze op deze manier. Wat mij opvalt is dat vooral mensen van 50 en ouder zich bemoeien met de omgevingsvisie Hilversum 2040. Dit, terwijl het juist zou moeten gaan over wat jongeren willen. Zij zijn uiteindelijk in 2040 de generatie die in Hilversum wil wonen zoals nu bedacht wordt. Ik lees dat in de participatie van bewoners (welke leeftijd?) het dorpskarakter wil behouden en beperkte groei. Gezien de enorme instroom de komende jaren is dit wel erg conservatief denken. Namelijk alleen aan jezelf. Nederland en dus ook Hilversum staan de komende 20 jaar voor een grote uitdaging migranten, maar ook jongeren, te huisvesten. Hilversum noemt zich een stad, gedraag je dan ook als een stad. En ook een stad kan groen zijn. Hilversum kan niet uitbreiden met rondom natuur, dus zal het creatief moeten zijn met bouwen. En er is ook hoogbouw mogelijk met een groene uitstraling. Want Hilversum zal echt omhoog moeten om iedereen aan een huis te helpen. Dus beperking van bouwhoogtes omdat je anders vanaf de hei een flat ziet is geen toekomstvisie. Er kan op verschillende plekken in Hilversum wel degelijk hoog worden gebouwd. Bijvoorbeeld langs het spoor bij het sportpark en waar nu nog het ziekenhuis terGooi staat. Jongeren vinden het niet erg om langs een druk spoor te wonen, dus daar kan hoog gebouwd worden.

Uiteraard met veel groen en mooie architectuur. Want ook architectuur is de laatste decennia een probleem in Hilversum. Er wordt m.i. te weinig gelet op de kwaliteit van architectuur. En dat zou toch wel moeten in een stad van Dudok. Kortom, ik vind dat jongeren de toekomst van Hilversum moeten bepalen. Dat er hoog gebouwd moet worden om de grote instroom te kunnen huisvesten, vooral omdat er niet buiten de gemeente grens gebouwd mag worden. De omgevingsvisie 2040 wordt dan veel ambitieuzer, waar jongeren iets mee kunnen. Zij moeten tenslotte wonen en werken in een leuke en aantrekkelijke stad in 2040!

1294433

Dorps en stads tegelijk kan niet. Hilversum is een (media)stad. Het zou goed zijn als we daar eens mee beginnen. Vooral ouderen en meer conservatieven mensen willen graag het dorps karakter behouden. Maar dat betekend dat Hilversum steeds meer zijn rol als stad verliest. Tot 2040 komen er heel veel woningzoekenden bij. Ook Hilversum zal aan de bak moeten met woningen. We hebben gekozen voor de natuur rond de stad. En dat is mooi. Dat betekend wel dat we alle plekken moeten bebouwen in de stad. En dan moet je met de weinig ruimte die er is wel hoog gaan bouwen. Dat hoeft niet overal, maar hoogbouw bij het Arenapark langs het spoor is prima. Daar kunnen appartementen komen voor jongeren zodat het Arenapark levendig wordt. En jongeren vinden het niet erg om langs een spoor te wonen. Ook de plek waar het oude Ter Gooi staat kan hoogbouw komen. Dat is een plek die jongeren aantrekkelijk vinden met een snelle verbinding naar de stad. En ja, vanaf de hei zul je dan een gebouw zien. Is dat erg? Welnee, de Vitus en televisietoren zie je ook vanaf de hei. Dus laten we niet zo krampachtig doen en vooral denken aan de jongeren die in Hilversum een toekomst willen. En dat is een levendige stad, met werkgelegenheid en vooral veel woningen voor jongeren.

5C

1294433

Ik lees steeds over geen hoogbouw. Dorps en stads tegelijk. En Hilversum moet groen blijven. Hilversum ligt al in een groen park dat het Gooi heet. Omgeven door hei en bos. Dus waarom dan ook nog een groene stad? Er zijn heel veel woningen nodig tot 2040 en daarna ook. Hilversum moet dus bouwen. En dan niet een wijk zoals Anna's Hoeve, waar zeker 3x zoveel mensen een woning hadden kunnen hebben als nu het geval is. Dat is niet slim met de ruimte omgaan. Waarom een groen park in een wijk die 100 meter van de hei ligt? Dat is een conservatieve keuze en dat heeft geen toekomst. Zo maak je Hilversum niet aantrekkelijk voor de toekomst. De ruimte die er is moet bebouwt worden met hoogbouw waar dat kan. Voor jongeren die betaalbaar willen wonen. Bijvoorbeeld in Arenapark langs het spoor. In het centrum en langs het spoor bij het oude Ter Gooi. En zo zijn er wel meer plekken die hoogbouw prima kunnen verdragen. En hoogbouw kan ook mooi zijn, zoals je veel ziet bij moderne steden met veel groen. Jongeren zijn de toekomst en die moeten we in Hilversum houden met betaalbare woningen. Zodat Hilversum een levendige stad wordt.

5D

Zaak nummer:

Zienswijze: 6

1294437

Zaaknummer 1294437. LET OP; Deze zienswijze vervangt een eerder door mij ingediende zienswijze met nagenoeg gelijke inhoud en oogmerk. Door mij zijn redactionele aanpassingen en verbeteringen aangebracht, waardoor de eerder ingediende zienswijze over hetzelfde onderwerp kan vervallen. Zienswijze: Hilversum kent momenteel drie beschermde stadsgezichten, elk extra beschermd door een beschermend bestemmingsplan. Eén beschermd stadsgezicht, betreft de bescherming van het Noordwestelijk Villagebied (NWVG). Het bijzondere van het betreffende (extra) beschermende bestemmingsplan is, dat zich dit uitstrekt over meerdere wijken (en buurten). Dus ook over een deel van het Schrijverskwartier in Hilversum-Zuid. Immers, de terreinen van de meeste huizen aan de Taludweg vallen tot aan de achtergrenzen van de meeste tuinen onder de bescherming van genoemd (extra) beschermend bestemmingsplan.

Vraag 1: Hoe wordt geborgd dat de inwoners van de Taludweg, in de toekomst worden geïnformeerd over en kunnen meedoen aan het participatieproces, dat zal samenhangen met de omzetting van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van rechtswege, naar een definitief (en volledig) deel van het Omgevingsplan, dat er uiterlijk in 2029 moet zijn ? Vraag 2: Welke instructies geeft de provincie voor het in stand houden van het betreffende beschermd stadsgezicht, ter bescherming van dit cultureel erfgoed ? Vraag 3: En op welke wijze wordt daar, in het verlengde van voorgaande vraag 2., rekening mee gehouden ?

1294437

zie bijlage: ZIENSWIJZE OMGEVINGSVISIE HILVERSUM 2040 - 31 MAART 2023 De zienswijze van 3 april 2023, die hierbij in bijlage gaat vervangt de eerder ingediende zienswijze van 31`maart 2023 (die dus bij deze vervalt) met een andere titel, maar wel met nagenoeg dezelfde strekking. De aanpassing is deels van inhoudelijke en deels van redactionele aard. Ik verzoek u de zienswijze in bijlage t.z.t. in de reactienota zienswijzen op te nemen. Met dank.

zie bijlage: ZIENSWIJZE OMGEVINGSVISIE 2040 -3 april 2023 - inwonersparticipatie in Hilversum. Toetsingkader en Leidraad en Handleiding 'betrek de buurt"

verwerkt in nota Zienswijze nr. 6A

Nr. 6B

ZIENSWIJZE OMGEVINGSVISE HILVERSUM 2040, 31 maart 2023

Opstellers: 5.1.2.e

en 5.1.2.e

Ondertitel: Hoe faciliteren en borgen we de inwonersparticipatie, op weg naar het Omgevingsplan via de gebieds - of wijkagenda's ?

TEN GELEIDE AAN DE LEZER: Voordat inhoudelijk met deze zienswijze wordt verdergegaan, attenderen wij u op de specifieke vragen die wij in deze zienswijze hebben opgenomen en die wij

graag in de reactienota op deze zienswijze zouden zien beantwoord.

A.

Nut en noodzaak van de organisatie van een netwerk van inwoners op wijkniveau, in het

kader van een betere informatievoorziening, samenwerking en afstemming (onderling en met de gemeente).

1.

Inleiding. Sinds jaar en dag bestaat bij de gemeente het concept van wijkgericht werken.

Daarbij legt de gemeente in eerste instantie de verbinding met de wijkbewoners door de

inzet van de wijkregisseur (voorheen: wijkcoördinator). Elke wijk kent een eigen dynamiek,

initiatieven en problematiek. In de regel weten wijkbewoners de gemeente via de

wijkregisseur (en de wethouder op zijn regelmatig te houden wijkspreekuur) goed te vinden bij het bedenken, toetsen en nemen van initiatieven en het aan de kaak stellen van problemen in hun eigen werk - en leefomgeving.

2.

Probleemstelling. Op dit moment ontbreekt echter de samenhang van informatievoorziening, samenwerking en afstemming, onderling en met de gemeente in de

wijk als initiatieven genomen worden in een straat of buurt (of daar (net) buiten in een andere wijk). Wijkbewoners uit omliggende straten of wijken worden doorgaans niet (goed en tijdig) geïnformeerd wat dit voor de eigen straat of buurt betekent. Dat geldt ook bij

problemen die door wijkbewoners aan de kaak worden gesteld. En tenslotte is dit ook van toepassing bij initiatieven van de gemeente en externe partijen, zoals projectontwikkelaars. Wat het betekent als wijkbewoners niet tijdig en goed worden geïnformeerd over

initiatieven en ontwikkelingen, wordt steeds meer duidelijk uit vele Hilversumse voorbeelden en die vaak breed worden uitgemeten in de lokale en regionale pers. Hoog tijd met het

geschetste probleem op wijkniveau aan de slag te gaan.

3.

Rationale. Een betere informatievoorziening, betere samenwerking onderling én met de gemeente en het organiseren van een netwerk op wijkniveau lijken redenen genoeg om de

samenhang van informatievoorziening, samenwerking en afstemming (onderling en met de

gemeente) op wijkniveau te organiseren.

4.

De wijkregisseur. Het ligt voor de hand dat de wijkbewoners daartoe, in een participatieve

samenleving, zelf het voortouw zouden moeten nemen. Dat is dus nu nog niet het geval. De bewoners moeten in eerste instantie dus zelf aan de slag. Maar hoe krijg je inwoners daarbij

dan in beweging ? Het lijkt erop dat hiervoor een rol van de wijkregisseur is weggelegd. Deze

weet op wijkniveau het beste wat er speelt. Ook weet de wijkregisseur vaak beter dan wie ook, welke bewoners een meer dan gemiddelde interesse aan de dag leggen als het gaat om

zaken op wijkniveau. Juist, bij een opstartfase is het goed om tenminste een aantal trekkers van een wijkplatform aan tafel te krijgen. 5.

Wijkplatform. Uit literatuurstudie in diverse openbare bronnen op internet komt naar voren dat veel gemeenten kampen met de hiervoor geschetste problematiek. Vaak bedienen

wijkbewoners zich dan van het concept van een wijkplatform. Het is in dit verband goed om de meest gangbare definitie van het wijkplatform weer te geven. 6.

Definitie. 'Een wijkplatform is een netwerk van bewoners, ondernemers en anderen in een wijk. Het wijkplatform zorgt voor verbinding tussen mensen en groepen in een wijk en

tussen de wijk en de gemeente'. 7.

Oogmerk van een wijkplatform. Met de invoering van een wijkplatform, als

netwerkorganisatie, wordt beoogd de verbinding te leggen tussen individuele bewoners,

bewonersgroepen, ondernemers(organisaties) en maatschappelijke organisaties onderling én tussen deze groepen en de gemeente, voortbouwend op (kleinschalige) organisaties en initiatieven die al in de wijk aanwezig zijn. Een wijkplatform wordt qua samenstelling, zo divers mogelijk opgezet. Niemand wordt daarbij op voorhand uitgesloten. Maatwerk is

daarbij van belang.

8.

Randvoorwaarden van een wijkplatform tevens kaders te stellen door de gemeente: Maatwerk en passend, qua activiteiten en samenstelling bij de wijk. Inclusief van samenstelling, dus bestaand uit een breed en gemêleerd gezelschap, qua

samenstelling.

Verbinding met de gemeente, waarbij de samenwerking tussen het wijkplatform en de gemeente goed is.

Dialoog tussen alle betrokkenen, waarbij het mogelijk is om samen met het wijkplatform

laagdrempelig over allerlei kwesties valt te praten. Regelmatige wijkbrede dialoogbijeenkomsten te organiseren, b.v. tenminste tweemaal

per jaar.

Continuïteit langdurig gewaarborgd en permanent van karakter.

Apolitiek.

Neutraal. Eigenaarschap van initiatieven bij de initiatiefnemer laten, waarbij belangenbehartiging niet voorop staat.

9.

Voorbeelden van activiteiten van een wijkplatform. Niet uitputtend kunnen uit de praktijk

worden genoemd: •

Interne vergaderingen houden,

•

Themabijeenkomsten houden,

•

Onderzoeken (doen) uitvoeren,

•

(Mogelijk) evenementen (doen) organiseren in het kader van het hiervoor genoemde

oogmerk, •

Verbindings- en ontmoetingsinitiatieven nemen en

•

Organiseren van gesprekken met partners over bepaalde thema's.

10. Samenstelling wijkplatform (personele bezetting bij de aftrap). Daarbij komen de volgende aspecten tenminste aan de orde: •

Hoe komen we aan gedreven trekkers in de opstartfase ?

•

Wie zit voor ?

•

Wie neemt in voorkomend geval waar ?

•

Wie notuleert ?

•

Hoe is de onafhankelijkheid geborgd ?

•

Wie nemen in de 'inner-circle' plaats ?

•

Wie in de tweede schil ?

•

De wijkregisseur is altijd aanwezig.

•

Nemen ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en

anderen ALTIJD plaats in een wijkplatform ? Of alleen wanneer het zo uitkomt ?

11. Communicatie. Om het wijkplatform goed in de markt te zetten, is het cruciaal dat de communicatie op basis van een adequaat communicatieplan op orde is. Daarom heeft het opstellen van een communicatieplan en het vaststellen van de lijn van communicatie prioriteit. Bij de uitwerking van een communicatieplan kan onderstaande input een goede

zet in de richting geven. Bij het opstellen van een communicatieplan is de kernvraag:

Hoe bereiken we de bewoners ? Deelvragen zijn dan: Welke boodschap hebben we voor de inwoners ? En tenslotte: Hoe gaan we communiceren ?

Via massa-mediale communicatie ? Wijkkranten ?

Huis-aan-huis flyers ? Via social media ?

12. Behoefte aan ondersteuning van de gemeente. Te denken valt aan ruimte, financiën en website. In elke wijk zijn in de regel meerdere mogelijkheden om samen te komen. De

wijkregisseur kan eventueel aanvullende behoeften doorgeleiden. 13. Uitwerken netwerkfunctie.

Uitgaande van een adequate rolopvatting van de deelnemers van het wijkplatform, die zich kenmerken door een zelfverzekerde houding en een hoge mate van assertiviteit als het gaat

om het agenderen van zaken bij de gemeente, heeft het wijkplatform een netwerkfunctie en

ondersteunt zij bewoners(groepen) door ze in contact te brengen met andere bewoners(groepen), instanties, ambtenaren, raadsleden en/of wethouders. De

netwerkfunctie van het wijkplatform dient in de loop van de tijd verder te worden

uitgewerkt. Er is sprake van 'learning by doing'. 14. Uitwerken samenwerking met de gemeente. Bij het uitwerken van de (verdere) samenwerking met de gemeente is de rol van de

wijkregisseur cruciaal. Deze brengt in eerste instantie de verbinding met betreffende ambtenaren tot stand.

15. Vaststellen succes- en faalfactoren.

Onderstaande faal- en succesfactoren zijn uit een literatuurstudie verkregen. Een eerste inventarisatie geeft de volgende faal- en succesfactoren weer: •

Helderheid (vooraf) over de rol en beïnvloedingsruimte van een wijkplatform is belangrijke succesfactor. Meer duidelijkheid hierover leidt ertoe dat het wijkplatform te lang bezig zal zijn met de vraag van hun taak eigenlijk is.

•

Actieve trekkers zijn een belangrijke succesfactor. Het niet hebben van een of meer actieve trekkers leidt ertoe dat het proces trager verloopt. Het niet hebben van actieve trekkers kan leiden tot het niet van de grond brenger van het wijkplatform en is dan

zodoende een faalfactor. •

Behoeftegerichte ondersteuning (van de gemeente) aan het wijkplatform is een mogelijke succesfactor. Daarbij is maatwerk belangrijk. Immers, de onafhankelijkheid van

het wijkplatform moet steeds zijn geborgd. •

Heldere en transparante communicatie met een responsieve gemeente is een zeer

belangrijke succesfactor. Dan gaat het met name om duidelijke en korte lijnen, tijdige informatie aangaande ontwikkelingen in de wijk Zuid, terugkoppeling op de inbreng van het wijkplatform, werken aan vertrouwen en een stabiele positie voor het Wijkplatform Zuid. •

Het niet voldoende betrekken van de leden van het wijkplatform bij grote veranderingen is een faalfactor.

•

Het bieden van zekerheid over het voortbestaan van het wijkplatform is een succesfactor.

16. Dilemma voor het wijkplatform van de informerende rol versus de belangenbehartigende rol.

Het wijkplatform voert een neutrale rol uit en neem zelf geen standpunt (voor of tegen een initiatief of ontwikkeling) in. Dat is waarschijnlijk even wennen voor inwoners die zich voor

een wijkplatform willen inzetten. Daarom moet dit dilemma besproken worden en regelmatig aan de orde komen.

B.

Nut en noodzaak van het hebben van een visie en beleid in Hilversum over

inwonersparticipatie.

17. Beleid helpt om visie en ambities te kunnen uitvoeren. Wat ons betreft is het participatiebeleid niet alleen iets van de ambtelijke organisatie of van het bestuur. Beleid

moet houvast bieden aan iedereen die initiatiefnemer kan zijn. Hierna wordt onderscheid gemaakt tussen drie vertrekpunten waarbij sprake kan zijn van participatie. Het verschil tussen deze drie punten zit in de initiatiefnemer. Start een initiatief

vanuit de overheid, vanuit een inwoner of vanuit een externe partij ?

18. De drie vertrekpunten zijn: Overheidsinitiatief: de overheid wil beleid ontwikkelen of herzien, of een project

realiseren. Aan inwoners wordt gevraagd om te participeren.

Inwonerinitiatief: een inwoner wil een initiatief in de gemeente realiseren waarbij participatie van de overheid (en mogelijk andere inwoners) wordt gevraagd.

Extern initiatief: een externe partij wil een initiatief realiseren met invloed binnen de

gemeente, waarbij de overheid en inwoners worden gevraagd om te participeren.

De voorwaarde voor participatie in elk van bovenstaande gevallen is dat de initiatiefnemer de betrokkenen nodig heeft om het initiatief te realiseren of verbeteren. Voor de doelen die

hierbij kunnen horen zou een checklist moeten worden opgesteld. Die is er nu nog niet, voor

zover na te gaan.

19. Stappen in het participatieproces. Vanuit een gedeelde visie is het mogelijk om vast te

stellen hoe we naar participatie kijken. Het biedt een gezamenlijke context om van daaruit te werken. Maar met de context alleen zijn we er nog niet. Hoe kunnen we concreet aan de slag met

elkaar? Waar beginnen we, welke stappen moeten we zetten en welke vragen stellen we onderweg? Bij het verder ontwikkelen van beleid zouden tenminste de volgende onderwerpen, vragen en

dilemma's aan bod moeten komen:

* De tijdlijn met fasen van een initiatief, * Een checklist met vragen vooraf bij een initiatief, * Waar start een initiatief ? * Rollen bij participatie, onderscheiden naar initiatief, * Spelregels: hoe bepalen we ja, nee en succes ? * De organisatie van participatie binnen de Gemeente Hilversum (Wie ?, Waar ? en Wanneer ?)

Een beleidsagenda kan dit deel dan afsluiten. Hierin staat benoemd waarom we werken aan opgaven, wie ermee aan de slag gaat en wat het ons oplevert. 20. Enkele dilemma's. Hierna wordt specifiek nog ingegaan op enkele dilemma's en vragen over beleid(uitvoerings)aspecten met betrekking tot participatie bij overheidsinitiatieven en

participatie bij externe initiatieven (zulks in het kader van de nieuwe Omgevingswet). Het behoeft geen betoog dat zich gaandeweg nog meer dilemma's zullen voordoen. Onder

diilemma's worden verstaan: 'problematische zaken die dienen te worden benoemd en aangepakt, hetgeen uit de praktijk van alle dag zal blijken'. Voor nu worden al een beperkt

aantal dilemma's onderkend en benoemd.

Dilemma 1: Hoe kunnen we de groepen bereiken, die niet vanzelfsprekend meedoen met de traditionele participatieprocessen ? Bij elk initiatief (plan) dat onderhevig is aan het participatieproces, dienen initiatiefnemers, zoals

ontwikkelaars, maar ook de gemeente zich vooraf af te vragen of alle mogelijke groepen van participanten in het proces zijn vertegenwoordigd. Daartoe moet vanuit verschillende invalshoeken

of perspectieven het plan worden onderbouwd. De volgende vragen die in eerste instantie kunnen

worden gesteld zijn: wie, hoe en waar ?

Wie voelen zich betrokken en zouden willen participeren en wie moeten we zeker niet vergeten (aanpak via het participatiekompas van de VNG/R2C) ?

Hoe vinden we de groepen en op welke wijze worden ze benaderd ? Het 'hoe', gaat ook over de

specifieke werkvormen van participatie, zoals 'om de tafel' of 'een wandeling door de wijk, etc.' Waar vinden we de groepen ? Doelgroepen vinden we meestal in de buurt van het project, op

kruispunten in de samenleving (kerk, moskee, e.d.), via contactpersonen en via een leefstijlenatlas. Een bekende typologie naar leefstijl is die van de energieke, relatief jonge mensen, dynamische

mensen, gericht op controle, sociaal gerichte mensen en mensen, gericht op gezelligheid in een sociale omgeving.

Dilemma 2: Zijn er specifieke groepen waar we aandacht aan moeten besteden ? Niet uitputtend, schieten ons een aantal groepen te binnen, waarvan wij denken dat bij hen het

deelnemen aan een participatieproces niet het eerste is, datje bij de leden daarvan, gelet op achtergrond, referentiekader en opleidingsniveau, tegen komt. Te denken valt aan: de jeugd, in de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar, de jong volwassenen, in de leeftijdscategorie van 18 tot 30 jaar, de laag opgeleide

allochtone jeugd en jong volwassenen. allochtone ouderen, mannen en met name vrouwen,

autochtone ouderen van de zgn. 'stille generatie", mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt,

(voormalige) vluchtelingen, al dan niet met een verblijfsstatus,

expats, mensen met een handicap, in welke vorm dan ook,

Nader: Bij het Onderzoek Burgerparticipatie Jongvolwassenen zijn een aantal succesfactoren

geformuleerd. Dat zijn o.a.: houdt het concreet, tastbaar en laagdrempelig, sta open voor frisse blikken,

kader niet teveel in, zorg voor een snelle doorlooptijd,

sluit aan bij hun belevingswereld, qua vorm en inhoud,

manage verwachtingen en sluit aan bij nieuwe organisatie - en communicatievormen (social media).

Dilemma 3: Wat is de rol van de Raad bij de inwonersparticipatie in het kader van de nieuwe Omgevingswet ?

Het controleren van het bestuur is een formele rol van de gemeenraad. Door verkiezingen hebben inwoners hier periodiek invloed op. Maar hoe zit het tussen de verkiezingen door ? En wanneer hoeft

er geen participatie te ziijn ? Inwoners lijken wel eens rollen van bestuur en Raad over te (willen) nemen als het aankomt op participatie: de spanning tussen de directe, participatieve en representatieve democratie. Hoe ga je als Raad daarmee om ? De Raad is primair verantwoordelijk voor de monitoring en het bewaken van het participatieproces,

een gebruikelijke taak binnen de gemeente. Bij het participatieproces is de Raad als hoogste bestuursorgaan en als initiatiefnemer van het proces

kaderstellend, als bewaker van het proces actief. Als beoordelaar van de resultaten controlerend.

Tenslotte als bruggenbouwer en als bewaker van het democratisch besluitvormingsproces,

volksvertegenwoordigend. In haar kaderstellende rol maakt de gemeenteraad ook een heldere rolverdeling tussen raad en

college, waarbij wordt aangegeven wie het proces trekt, wie wanneer aanschuift en wie de

woordvoering doet richting de inwoners. Aanbevelenswaardig is om de procesafspraken met de

inwoners te maken, zodat sneller commitment aan het proces wordt verkregen. Tenslotte beziet de raad, vanuit haar controlerende rol, of niet alleen het plan aan de kaders voldoet, maar ook of het

participatieproces is uitgevoerd en de uitkomst recht doet aan alle betrokkenen. Aandachtspunt en spelregels voor raadsleden. In de praktijk profileren fracties zich vooral met scherpe en kritische vragen. Voor het stimuleren van het participatieproces is echter welwillendheid en een open dialoog nodig. In deze fase zijn daarom open vragen nodig, zonder dat daarin al een

oordeel is opgenomen. Voorkomen moet worden dat raadsleden en commissieleden in deze fase teveel met zich zelf bezig zijn, uit een soort scoringsdrift. De uitdaging bij dit alles om juist

initiatiefnemers, inwoners en maatschappelijke organisaties te laten scoren. Dat vereist een andere

benadering van raadsleden. Vier (extra) rollen of functies die daarbij aan de orde kunnen komen

worden hierna beschreven. Extra dilemma 3.a. (gelet op het voorgaande): Welke extra rollen of functies kunnen raadsleden nog

meer hebben ? Extra mogelijke rollen of functies van raadsleden en commissieleden kunnen tijdens het participatieproces van pas komen.

Als facilitator zorgt hij/zij dat anderen een mooi resultaat bereiken. Hij/zij ondersteunt anderen bij het proces en organiseert mogelijk podiumbijeenkomsten. Meer faciliteiten ter ondersteuning zijn denkbaar.

Als deelnemer doet hij/zij mee aan het interactieve proces en gaat het gesprek aan met de initiatiefnemers, inwoners en maatschappelijke organisaties. In dit verband is het goed te beseffen dat ook aan verwachtingenmanagement moet worden gedaan, zodat rolambities en

rolverwachtingen op elkaar worden afgestemd. Dat draagt bij aan het scheppen van wederzijds

vertrouwen. Als selector kan men aan het eind van het interactief proces mogelijk nog keuzes (moeten) maken. Ook hier is een goed verwachtingenmanagement cruciaal. Tenslotte accepteert de adaptor de uitkomsten van het interactief proces, zolang die binnen de

gestelde kaders vallen. Zorgvuldigheid is hierbij vereist. Nader: In de praktijk zal een combinatie van rollen of functies aan de orde kunnen zijn.

Een ander aspect van inwonersparticipatie bij overheidsinitiatieven en externe initiatieven is dat vaak vrij snel een klankbordgroep wordt ingesteld. Maar, dan rijst de vraag: Dilemma 4: Klankbordgroep instellen: goed idee of kan het anders ? Om antwoord te krijgen of het instellen van een klankbordgroep niet anders kan, hebben studenten van de Erasmus Universiteit zich over die kwestie gebogen. Hierna volgen hun bevindingen. Inwonersparticipatie, nader beschouwd. Gemeenten willen - al dan niet gestimuleerd door de Omgevingswet en transities in het sociale domein - steeds meer ruimte geven aan ideeën en initiatieven in de lokale samenleving. Om die participatie in goede banen te leiden, gebruiken ze nog veelal de participatieladder van Arnstein uit 1969, of een afgeleide daarvan.

Het instellen van een klankbordgroep maakt, als participatievorm, behoort bij de derde trede van de participatieladder. Deze ladder ontstond in de tijd dat inspraak werd geïntroduceerd.

Het gebruik van participatieladders levert vandaag de dag alleen niet altijd meer het gewenste effect. Integendeel zelfs. Met uitzondering van enkele schaarse voorbeelden zijn de inwoners en overige participanten in Hilversum in de regel niet tevreden over het gevolgde participatieproces bij initiatieven. Stadmakersplatform Volq werkte daarom met studenten Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam aan een alternatief. Negatieve effecten van de ladder. Eerst even in het kort enkele nadelen van het gebruik van participatieladders. Ten eerste zijn verreweg de meeste ladders gedefinieerd vanuit de overheid. Ze leggen vooral nadruk op de rol van de overheid (faciliteren, consulteren, delegeren, et cetera) en helpen bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties niet om hun rol in te vullen. Onbedoeld zorgt de participatieladder daarmee eerder voor controle en sturing door de overheid, dan voor ruimte voor de lokale samenleving. De participatieladder biedt kortom geen goede oplossing voor overheidsparticipatie.

Observatie over de Hilversumse situatie: In allerlei terugkoppelingen en uitingen van de huidige en voormalige participanten worden klachten over het gevoel van sturing door de gemeente gehoord en gelezen. Ook terugkoppelingen van het gevoerde participatieproces en delen van de opgehaalde resultaten blijven veelal achterwege (voorbeeld: klankbordgroep Anna's Hoeve (RvP)). Ook verslagen van bijeenkomsten worden gemist (voorbeeld: werkgroep 5.1.2.e (PW)). Ten tweede doet de participatieladder geen recht aan de complexe en diverse maatschappelijke opgaven die er spelen. De ladder wekt in de praktijk onbedoeld de indruk dat je als gemeenten één dominant participatieniveau kan kiezen als bestuursstijl (of hooguit één participatieniveau per project of proces). Hierdoor kan de gemeente niet flexibel inspelen op de hedendaagse dynamiek en behoeften in de maatschappij. Bovendien schept deze benadering bij bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verkeerde verwachtingen. Als er tijdens participatieprocessen onvrede onder participanten ontstaat, gaat dit vrijwel nooit over de inhoud maar bijna altijd over het proces.

Observatie over de Hilversumse situatie: Vaak gehoorde klachten van (voormalige) participanten. Ten slotte wordt de participatieladder ook steeds vaker toegepast om per doelgroep de ruimte te bepalen die er is om mee te doen. Er worden bij de start van een project uitgebreide doelgroepanalyses en stakeholderanalyses gemaakt. Op basis daarvan worden mensen uitgenodigd om aan een participatieproces deel te nemen. Regelmatig wordt op deze wijze in projectorganisaties vóór de start van een participatieproces bepaald in welke mate mensen iets mogen vinden. Als dit al ooit heeft gewerkt, dan is dat tegenwoordig in ieder geval niet meer zo. De ruimte voor goede ideeën vanuit de samenleving wordt hierdoor te zeer ingeperkt, de kans op mooie nieuwe ontwikkelingen en initiatieven wordt verkleind, en er ontstaat bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te vaak onbedoeld de indruk dat de participatie slechts schijn is.

Observatie over de Hilversumse situatie: Vaak gehoorde klacht dat het wel lijkt of de gemeente alleen maar aan het ophalen is en dat er niet goed geluisterd wordt. Het alternatief: de participatietrechter. Genoeg redenen om te werken aan een alternatief voor de participatieladder. Met die ambitie zijn studenten Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam aan het werk gezet. Via individuele gesprekken met bewoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en ambtenaren, aangevuld door creatieve sessies, zijn ze tot een nieuwe procesaanpak voor participatie gekomen. Dit is een iteratief procesmodel waarmee initiatiefnemers de participatie kunnen organiseren van eerste idee, via een gedeelde ambitie en verschillende plannen, tot uiteindelijk een zichtbaar, zo breed als mogelijk gedragen resultaat. De genoemde studenten hebben dit in een model van een participatietrechter gegoten.

De aanpak maakt gebruik van actuele inzichten rond onder meer appreciative inquiry, design thinking en deep democracy. Het model helpt om in een proces de juiste stappen te zetten, met elkaar een goede balans te vinden tussen richting geven en ruimte bieden, en op het juiste moment de juiste vragen met elkaar te bespreken.

Nader: Op 3 februari 2022 is met raadsleden, collegeleden, inwoners en andere geïnteresseerden een inspiratiesessie gehouden over het concept van de dilemmalogica. Kortheidshalve wordt verwezen naar de presentatie van die genoemde sessie, die in ibabs is geplaatst.

De hierna volgende opzet voor een meer iteratief proces van inwonersparticipatie zou eigenlijk een logische vervolgstap daarvan kunnen zijn in de uitwerking van participatie naar Hilversums model.

Opzet om te komen tot een iteratief participatieproces: op weg van eerste idee naar een zichtbaar en zo breed mogelijk gedragen resultaat via de participatietrechter. Participatietrechter: algemene spelregels •

Zorg ervoor dat iedereen die dat wil ook daadwerkelijk kan meedoen.

•

Stel, open vragen en luister naar eikaars ideeën en dilemma's.

•

Zet een brede mix van aansprekende communicatiemiddelen in om betrokkenen uit

te nodigen om mee te doen.

•

Check voor je doorgaat naar de volgende fase bij betrokkenen of hun input op een

zorgvuldige wijze is verwerkt.

•

Creëer energie op de plek waar de ontwikkeling speelt.

•

Zorg dat je een centrale plaats hebt waar informatie gedeeld wordt.

•

Vier mijlpalen en successen met betrokkenen.

De gekozen participatievorm, de participatietrechter, kent in het voorgestelde iteratieve proces vier

fasen.

Fase 1: VAN EERSTE IDEE NAAR GEDEELDE AMBITIE CENTRALE VRAAG: Wat is onze gedeelde ambitie en hoe gaan wij hierover in gesprek ? Vragen voor de initiatiefnemer:

•

Waar wil je dat het idee aan bijdraagt ?

•

Met welke kaders moet dit idee rekening houden en waar zit de ruimte ?

•

Welke middelen zijn nodig om dit eerste idee verder te brengen ? Denk aan tijd,

budget, kennis, informatie en mankracht)

•

Welke ondersteuning heb je nodig en van wie ?

•

Wie willen mogelijk meedenken over jouw idee ?

Vragen voor het gesprek: Wat vinden de betrokkenen van het idee ?

Delen betrokkenen het vraagstuk/de ambitie achter het idee ? Waarover en hoe willen betrokkenen in gesprek gaan over dit idee ?

Welke informatie hebben betrokkenen nodig ?

•

Welke afspraken willen betrokkenen maken over het proces ?

•

Wat moet er tijdens het proces gebeuren om alle betrokkenen een goed gevoel te

laten houden ?

Fase 2: VAN GEDEELDE AMBITIE NAAR MOGELIJKE OPLOSSINGEN CENTRALE VRAAG: Welke mogelijkheden zijn er om de gedeelde ambitie te realiseren ? Vragen voor de initiatiefnemer:

•

Welke mogelijke oplossingen zie je in eerste instantie zelf ?

•

Via welke creatieve werkvormen kun je open met betrokkenen in gesprek over

mogelijkheden ?

•

Aan welke randvoorwaarden moeten de mogelijke oplossingen voldoen ?

Vragen voor het gesprek:

•

Op welke manieren kunnen en willen betrokkenen hun ideeën over mogelijkheden

inbrengen ?

•

Waar kan het gesprek tussen betrokkenen het beste plaatsvinden ?

•

Welke wense4n en eisen hebben we ten aanzien mogelijke oplossingen ?

•

Welke mogelijke oplossingen zijn er te bedenken ?

Fase 3: VAN MOGELIJKE OPLOSSINGEN NAAR EEN CONCREET VOORSTEL

CENTRALE VRAAG: Wat is het uiteindelijke voorstel om met elkaar onze gedeelde ambitie te realiseren ? Vragen voor de initiatiefnemer:

•

Nemen alle betrokkenen nog met een positief gevoel deel aan het gesprek ?

•

Wat is een goede werkvorm om uit alle mogelijke oplossingen een keuze te maken ?

•

Hoe ga je het uiteindelijke voorstel concreet en aansprekend uitwerken ?

•

Hoe zorg je ervoor dat alle belanghebbenden voor het einde van deze fase op de

hoogte zijn van het uiteindelijke voorstel ?

Vragen voor het gesprek:

•

Hoe komen we met elkaar van alle mogelijke oplossingen tot een concreet voorstel ?

•

In welke mate voldoen de mogelijke oplossingen aan de gestelde eisen en wensen ?

•

Welke oplossing of combinatie van oplossingen voldoet het beste aan de eisen en

wensen ?

•

Kunnen alle betrokkenen zich in het uiteindelijke voorstel vinden ?

•

Wat zijn de consequenties voor alle betrokkenen en vraagt dat nog verdere actie ?

Fase 4: VAN CONCREET VOORSTEL NAAR ZICHTBAAR RESULTAAT

CENTRALE VRAAG: Hoe gaan we met elkaar de gekozen oplossing omzetten in zichtbare resultaten ? Vragen voor de initiatiefnemer:

Moet iemand een uiteindelijk besluit nemen over het voorstel ?

•

Hoe houd je de energie bij betrokkenen vast tot het moment dat de gekozen

oplossing is gerealiseerd ?

•

Hoe kun je betrokkenen een rol geven bij de uitvoering ?

•

Hoe zorg je ervoor dat betrokkenen de ontwikkelingen goed kunnen blijven volgen ?

Vragen voor het gesprek:

•

Welke partijen zijn nodig om te komen tot een zichtbaar resultaat en wie is

eindverantwoordelijk ?

•

Komen er nog andere ideeën/initiatieven uit dit proces voort die opgepakt kunnen

worden ?

•

Wie wil een actieve rol blijven spelen en hoe geven we de samenwerking tijdens de

uitvoering goed vorm ?

Tenslotte: nut en noodzaak van het hebben van spelregels bij het participatieproces. In het visiedeel van dit document zijn uitgangspunten opgenomen op het gebied van houding en gedrag in een participatieproces. In dit beleidsdeel wordt geopperd een checklist voorhanden te hebben. Die

moet uiteraard nog worden gemaakt. Die checklist is bedoeld om jezelf de juiste vragen te stellen voordat een participatieproces begint. Maar met alleen de juiste houding en de juiste vragen vooraf

zijn we er nog niet. Om vroeg in het proces goed met verwachtingen te kunnen om gaan is ook

belangrijk om te weten welke formelere spelregels en kaders gedurende het proces worden gehanteerd. Vragen die daarbij op kunnen komen zijn:

Aan welke voorwaarden moet een initiatief voldoen ? Langs welke criteria wordt een initiatief beoordeeld, als dat nodig is ? Gelden dezelfde spelregels voor overheidsinitiatief, inwonersinitiatief en extern initiatief ?

De spelregels kunnen mede-afhankelijk zijn van het doel van participatie. Als bijvoorbeeld het vergroten van draagvlak een doel is, moeten de spelregels helpen om antwoord te geven op vragen

als: "Wat definiëren wij als draagvlak ?" en "Wanneer zijn wij tevreden ?". Kortom, alle reden om bij

elka van de drieeerder genoemde vertrekpunten, t.w. overheidsinitiatief, inwonersinitiatief en extern initiatief vooraf spelregels te formuleren.

In 2009 heeft de Nationale Ombudsman in het rapport 'We gooien het de inspraak in' een aantal

spelregels geformuleerd. Die zijn te vinden via www.nationaleombudsman.nl. Hiernaar wordt verder

kortheidshalve verwezen. Het is goed voor alle participanten en de betreffende raadsleden en commissieleden om deze spelregels vooraf te kennen.

Zoals het zich nu laat aanzien treedt de nieuwe Omgevingswet op 1 juli 2023 in werking. Dit kan

gevolgen hebben voor de voorwaarden en spelregels waar binnen inwonerinitiatieven kunnen plaats vinden. Dit geldt ook voor spelregels van externe initiatieven. Deels zijn deze wettelijk vastgelegd,

bijvoorbeeld bij vergunningtrajecten.

Participatievormen

Inleiding. Om concreet uitvoering te kunnen geven aan participatie bestaat tenminste behoefte

onder inwoners en ambtenaren aan een overzicht van vormen van participatie. Daarbij wordt geen

onderscheid gemaakt tussen participatie bij overheidsinitiatieven, inwonersinitiatieven of externe

initiatieven, omdat de keuze voor een vorm niet afhangt van de initiatiefnemer. Het is meer afhankelijk van de kenmerken van het proces. Voorbeelden. Een aantal, niet uitputtende opgesomde, voorbeelden van opgenomen vormen zijn:

participatietrechter, gebiedstafel, burgerpanel, burgerforum, burgertop, klankbordgroep, (tijdelijke) whatsappgroep, online meeting, uitdaagrecht, buurtwandeling, informatiebijeenkomst, 360 graden

feedbacksessie, etc. Velen daarvan worden al in Hilversum gebruikt.

Overzicht. Per opgenomen vorm in het overzicht worden een aantal kenmerken benoemd, die kunnen bepalen of de vorm geschikt is in het betreffende participatieproces. Deze kenmerken kunnen zijn: de fase van het initiatief, het schaalniveau, het aantal deelnemers, de mate van invloed

en online en/of offline. Opzet overzicht in format (voorbeeld):

Vorm

Fase initiatief

Mate van invloed

Schaalniveau

Aantal deelnemers

Online/offline

Participatie-

Bij start overheids­ initiatief of extern initiatief en verder in alle vervolgfasen

Informeren, Adviseren. Raadplegen, Co-creatie, Meebeslissen

Gemeente, wijk, buurt, straat

1-100

Online/offline

trechter

Etc., etc. Nb. Uiteraard moet dit overzicht nog verder worden ingevuld met alle participatievormen die in Hilversum gangbaar zijn en overige vormen, die ook bruikbaar lijken.

De mate van invloed die in het bedoelde overzicht kan worden geduid, is afkomstig van de participatieladder die in Nederland gangbaar is, te weten: informeren, adviseren, raadplegen, co-

creatie, meebeslissen en zelfbestuur/zelfbeheer.

Zaak nummer:

Zienswijze: 7

1294440

Er moeten in Hilversum duurzame, betaalbare woningen bij komen. Ook voor 'doorstarters' zoals ik die met twee kinderen op zoek zijn. Momenteel ben ik overgeleverd aan particuliere beleggers en betaal ik de hoofdprijs. Ik ben bang dat ik in deze regio niet meer aan een betaalbare woning kan komen en over een paar jaar als 'economisch vluchteling' het Gooi zal moeten verlaten nadat ik mijn spaarpot leeg heb betaald. En dat terwijl mijn kinderen hier een fijne plek hebben en ik graag bij ze in de buurt wil blijven wonen, ook omdat mijn ex hier een huis heeft gekocht. Verbied verhurende beleggers op deze markt, zorg voor renovatieprojecten van leegstaande kantoren, zorg voor tiny house locaties, zet de woningbouwcoöperaties hier vol voor aan het werk om de woonopgave te realiseren zodat er een eerlijke verdeling komt. En als er hulp nodig is om de duurzame plannen mee te realiseren ben ik beschikbaar. Dan is er meteen ook de koppeling tussen woon en werk in Hilversum waar ik al jaren naar streef.

verwerkt in nota Zienswijze nr. 7

Zaak nummer

Zienswijze 8

Verwerkt In nota zienswijze

1298212

DORPS ÉN STADS TEGELIJK en GEZONDE GROEI Zienswijze: Als we gezonde groei nastreven en tegelijkertijd stads en dorps willen zijn, dan zullen we ons bewust moeten zijn dat we begrensd worden door dorpse infrastructuur: de driften. En dat we gezonde groei en de stadse allure alleen kunnen waarmaken als we niet langer de kop in het zand steken en echte keuzen maken ten aanzien van de bereikbaarheid, gericht op gedragsverandering in de mobiliteit, want verstikking door nodeloos autogebruik ligt op de loer. Toelichting: Ik onderschrijf graag uw stellingname ‘Stad én dorps tegelijk’, maar ik mis in de visie de doorwerking van de consequenties die hieraan verbonden zijn. Met name de doorwerking op de dorpse wegenstructuur waarmee we het moeten doen: de oude centrumgerichte driften, geschikt voor schapen, maar niet voor de mengeling van autoverkeer en de andere meer kwetsbare verkeersdeelnemers. Want nog steeds heeft 50% van het autoverkeer op de binnenring geen herkomst en geen bestemming in de binnenstad. Er zijn passages in de Omgevingsvisie waarin dit erkend wordt. Denk aan de tekst: Als we nu niet ingrijpen zal de kwaliteit van de leefomgeving steeds meer onder druk komen te staan. Het gaat dan om vervuiling en overlast, maar bijvoorbeeld ook om ruimtegebrek op straat.

Daardoor kunnen mensen elkaar steeds minder goed ontmoeten, is er te weinig ruimte om te bewegen en spelen kinderen minder buiten. Echter, daarna steekt de Omgevingsvisie haar kop in het zand met uitspraken als ‘meervoudig ruimtegebruik’ en de onwil om de discussie te starten over echte keuzes ten aanzien de inrichting van de openbare ruimte. U framet dit volledig onterecht als discussie ‘voor- of tegen de auto’ en slaat daarmee de inhoudelijke argumenten dood. Natuurlijk is voor veel inwoners en ondernemers de auto nu nog belangrijk, maar daarnaast zijn er meer hard werkende, hard lerende en winkelende Hilversummers die conform uw eigen visie belang hechten aan ontmoeten, ruimte voor de fiets en voor lopen. U zou in projecten als de herinrichting van de Gijsbrecht en de Havenstraat kunnen tonen wat uw visie waard is. BIJLAGE: Arm Schapendorp

nr. 8 A

1298212

WIJKGERICHT ONTWIKKELEN EN VERSTERKEN Zienswijze: Laat de Omgevingsvisie sturend zijn bij uw wijkgerichte gebiedsagenda’s. Toon leiderschap en zet u proactief in voor draagvlak voor de keuzen uit uw visie, bijvoorbeeld met uw wenkend perspectief van uw prioriteitsvolgorde in de openbare ruimte. En geef uw projectleider de kracht om conform uw prioriteit voor groen, ontmoeten, lopen en fietsen te handelen, ook als dit ten koste gaat van de dominantie van het ruimtebeslag voor de auto (het sluitstuk). Ter toelichting De sturende werking van de Omgevingsvisie lijkt uiteen te spatten in deelprojecten. De Omgevingsvisie zou als wenkend vergezicht sturing moeten geven aan uitwerkingsplannen, echter voor de inrichting van de openbare ruimte lijkt de Omgevingsvisie door te verwijzen naar de eigen dynamiek van de ‘nieuwe gebiedsgericht aanpak’ en naar sectorale projecten als de groenvisie en het fietsplan. En uiteraard is draagvlak per uitwerking een belangrijk goed, maar als de uitdaging zo groot is, kun je als overheid niet zeggen dat veranderingen alleen kunnen als er draagvlak ‘voor het oprapen’ ligt. Draagvlak is niet iets stati,sch dat je kunt uitvragen, maar iets dynamisch, een werkwoord. Door in een serieus gesprek te gaan met bewoners en bedrijven en daarin een wenkend perspectief te gebruiken kan draagvlak voor plannen ontstaan.

En met de prioriteitsvolgorde inrichting openbare ruimte hebben we dat wenkende perspectief. Laat dat de missie zijn van de projectleiders van alle deelprojecten en geef deze projectleider daarin stevige ruggensteun. Ter illustratie: - Ga op buurtniveau in gesprek over de invulling van de openbare ruimte met als wenkend perspectief de prioriteitsvolgorde groen en water, ontmoetingsplaatsen, gevolgd door ruimte voor voetganger, fiets en deelvervoer. Dat geeft echt andere uitkomsten dan buurtparticipatie over alleen parkeren, alleen groen of de open vraag: wat wilt u? En dan de buurtomvang aanpassen aan de schaal waarin de bewoners zich herkennen. - De Gijsbrecht ,Uw ‘ontwerpprincipe openbare ruimte’ luidt: “groen en water hebben de eerste prioriteit, ontmoetingsplaatsen staan op twee, gevolgd door ruimte voor voetganger, fiets en deelvervoer. Dat is ruimte die uitnodigt tot bewegen. Ruimte voor de auto is het sluitstuk.” (einde citaat) En dan is het wrang dat tegelijkertijd de gemeente bij het begint van de participatie over de Gijsbrecht meegeeft dat de afmetingen van de rijbaan niet ter discussie mogen worden gesteld. Dat was toch het sluitstuk? Hoe serieus neemt uw eigen beleid? - De Havenstraat Bij de aanpak Havenstraat is straks te zien hoe serieus u uw beleid neemt.

De huidige fietspaden zijn echt te smal, zeker met alle innovaties op dit gebied zoals elektrische fietsen en bakfietsen. Mooi uitgangspunt is het wensbeeld van de ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners van de Havenstraat, mits de gemeente hun gedachte ondersteunt vanuit uw visie en de prioriteitsvolgorde voor de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door het doorgaand autoverkeer uit deze aanLOOPstraat te weren. Geen autoverkeer tussen de Ruitersweg en Vaartweg? Met als wenkend perspectief een koele groene route, ruimte voor ontmoeten, lopen en de fiets.

nr. 8 B

1298212

DE BASIS OP ORDE Zienwijze: Autoverkeer is de belangrijkste veroorzaker van geluidsoverlast en luchtverontreiniging in Hilversum. Het is daarom zaak om via gedragsverandering het autoverkeer te beperken tot het hoogst noodzakelijke. Gelukkig gaan de meeste hardwerkende, hard lerende en winkelende Hilversummers al met de fiets of lopend naar hun bestemming in Hilversum en de regio, maar nog steeds heeft meer dan de helft van het autoverkeer op de binnenring geen herkomst of bestemming in het centrum. Het zou voor alle verkeersdeelnemers en voor de basiskwaliteit een groot goed zijn als de centrumring en de toeleidende driften verlost worden van dit doorgaande autoverkeer. De omgevingsvisie kan hiervoor door contextverandering van de wegenstructuur een impuls geven. Ter toelichting: Hilversum is een schapendorp met driften die allemaal op het centrum gericht zijn en die elkaar ontmoeten op driehoekige brinken. En nog steeds zijn dat de kortste routes in ons dorp. TomTom en de Hilversumse automobilist weten dat. 50% van het autoverkeer op de binnenring heeft geen herkomst en geen bestemming in het centrum, maar is doorgaand. En de verkeersafwikkeling van auto’s is wat anders dan die van schapen. Als we geen context verandering aandurven, dan zal het dorp volledig verstikken.

Steden als Parijs, Madrid, Milaan en Barcelona zijn al overgegaan tot drastische herbestemmen van autoruimte naar leefruimte. Wil ons dorp haar stadse allure behouden, dan is nu lef en leiderschap nodig gericht op het stimuleren van gedragsverandering. En dan niet alleen de worst, maar ook de stok durven hanteren, anders gaat het niet gebeuren.

nr. 8 C

Bijlage: Arm Schapendorp (met twee tips voor aanzet gedragsverandering) 1298212

GROEN Zienswijze: Klik uw visie op groen vast en toon leiderschap bij de uitvoering. Herstel met het uitvoeringsprogramma Groen de balans van het gebruik van de openbare ruimte. Geef uw projectleider de kracht om te handelen conform uw prioriteit voor groen, ontmoeten, lopen en fietsen, ook als dit ten koste gaat van de dominantie van het ruimtebeslag voor de auto (het sluitstuk). Ter toelichting: Voor Groen tempert u in de Omgevingsvisie de verwachtingen omdat u vreest voor het ruimtebeslag. U voelt zich gedekt door Dudok die het groen in de buitengebieden vanuit de compacte stad bereikbaar wilde maken en door veel groen in tuinen/op privéterreinen. Dat was niet de uitslag van de participatie! Het huidige groenplan, met onder andere de koele routes, heeft potentie, maar alleen als u uw prioriteitstelling voor gebruik van de openbare ruimte serieus neemt en de projectleider hier de ruimte voor krijgt en voelt.

nr. 8 D

1298212

EEN VISIE MET STURENDE WERKING Zienswijze: Maak er een visie van waar een sturende werking van uit gaat. Toon lef door echte keuzes te maken, te agenderen wat belangrijk is en toon leiderschap door in uw projecten en wijkgerichte wijkgerichte gebiedsagenda’s draagvlak te verwerven voor uw wenkend perspectief, mede mogelijk gemaakt door de eerdere opbrengst van de participatie van de Hilversumse samenleving. Ter toelichting: In hoofdstukken 2 t/m 4 schrijft u dat u primair grote stappen wil zetten op het gebied van duurzaamheid. Maar de domper komt aan het einde: U dit niet wil ‘vastklikken’ maar kiest voor een ‘stap voor stap’ benadering, waarbij de eerstvolgende nieuwe stap wordt doorverwezen naar een volgende collegeperiode. Substantiële hoognodige nieuwe acties en pijnlijke keuzen ten gunste van de duurzaamheid worden op de lange baan geschoven. Bijvoorbeeld voor groen-, fiets- en energiebeleid, waarvan in hetzelfde stuk staat dat we volgens de milieueffectrapportage de doelstellingen met de op het vuur staande maatregelen niet gaan halen. U durft geen keuzes te maken en geen nieuwe koersen te agenderen. Kortom, u toont geen visie. Er gaat zo geen sturende werking uit van de Omgevingsvisie, terwijl deze daar wel voor bedoeld is. Uw duurzaamheidsuitspraken komen daarmee meer in het licht te staan van ‘greenwashing’ van uw huidige beleid.

• Denk aan de woorden van de deskundigen uit de inspiratiebijeenkomst van de Raad: Voorkom voortsukkelen! The proof of the pudding is the eating. • U spiegelt de Omgevingsvisie aan de durf van Dudok om 100 jaar geleden een nieuwe koers uit te zetten echter u toont niet het leiderschap om met lef het roer om te gooien. En het is echt zover. Neem mobiliteit. Eens in de 26 jaar moet het roer drastisch om want we redden het echt niet meer met nog slimmere verkeerslichten en wat lokale verkeersmaatregelen. Daarmee organiseren wij onze eigen teleurstelling. Uitslag van de participatie was: wij willen meer groen en ruimte voor de fiets en een bestuur die hiervoor durft te kiezen. Dat zie ik niet terug. Deze ‘visie’ roept een klassieke Monty Pythonscène in herinnering: https://www.youtube.com/watch?v=YawagQ6lLrA Een ‘crimineel gebrek aan leiderschap’ noemde de VN dit soort beleid

nr. 8 E

. Zie bijlage: Iedere 26 jaar een Omslag in Verkeersbeleid

1298212

ENERGIE Zienswijze: Verplicht bedrijven tot zonnedaken. Neem de laatste belemmeringen weg voor panelen op monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten. Benut kansen in buitengebied en plaats minstens één windmolen. NU nodig, en omkeerbaar als de toekomst alternatieven biedt. Toelichting: De PlanMER toont dat we de energiedoelen in 2040 niet halen met alleen de huidige maatregelen. Dat zet u echter niet aan tot actie, doch u volstaat met de ingezette maatregelen in de Transitievisie Warmte en de RES. En u schuift goede bedoelingen door naar de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2026. Dit terwijl u nu tekort schiet in het aanpakken van de huidige bedrijven en de grote energiebesparende mogelijkheden die er liggen. Hierbij zou de gemeente haar ‘stimulerend handhaven’ niet alleen voor enkele bedrijven in moeten zetten maar voor alle ondernemingen in Hilversum. En daarnaast zou de gemeente bij alle bouw en renovatie voor bedrijventerreinen (bv Arenapark, Havenkwartier), gebouwen en woningen moeten eisen dat het duurzaam en energieopwekkende gebouwen worden om nu al te ‘bouwen aan de toekomst’ en niet te accepteren dat er nog ‘slechte’ gebouwen bij komen.

Geef uw keuze voor zonnepanelen een boost door uw instrumentarium richting daken van bedrijven te versterken en forceer een doorbraak door de laatste belemmeringen weg te nemen voor zonnepanelen voor de beschermde stads- en dorpsgezichten en vooral bij onze monumenten. Hilversum is een monumentenstad. Kunnen wij gerenommeerde kunstenaars en architecten vinden die onze monumenten een energie-impuls anno 2023 kunnen meegeven? Het Louvre heeft haar piramide, het Stedelijk museum haar badkuip. Welke zichtbare toevoeging van zonnepanelen is de publiekstrekker op ons Raadhuis waarmee we accentueren dat monumenten levende objecten zijn? En dat accent laten terugkeren op al onze monumenten waarmee de route daarlangs wereldfaam krijgt. En het is omkeerbaar, dus als er later andere energieoplossingen zijn, dan kunnen we de oude glorie herstellen, hoewel de Parijzenaars uiteindelijk de Eiffeltoren ook niet kwijt willen. En vergeet de buitengebieden niet. Besef dat het NU nodig is. En nogmaals, het zijn omkeerbare maatregelen als zich in 2040 andere opties aandienen. Verder zou het de Hilversumse samenleving sieren als wij minstens één windmolen oprichten, in plaats van ‘not in my backyard’ door te verwijzen naar meer landelijke gebieden. De driehoek Vituskerk, televisietoren en de Hilversumse windmolen, een drie-eenheid in ons coulissen-landschap.

Wij hebben in ons klimaat de mix zon-wind nodig voor continuïteit in de stroom-voorziening en één windmolen levert net zoveel energie als 30.000 zonnepanelen. Ik kan tegenover mijn kleinkinderen niet verantwoorden dat we ook deze omkeerbare stap niet zetten in Hilversum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=a5164d01-ab62-4f60-875e-476b84269d65