Bijlage 5 : Chw-bestemmingsplan 1221_(gewijzigd)_Toelichting
Tekst van het document
69
6.6
Omgevingsaspecten verkeer, verbinding en parkeren
6.6.1
Verkeer en parkeren
Het gemeentelijk verkeer- en parkeerbeleid is vastgelegd in de Mobiliteitsvisie 2040 (paragraaf 4.4.16), de parkeernota (paragraaf 4.4.17) en de parkeernormering OV-knooppunten (4.4.18). Slim omgaan met de mobiliteit betreft een groot aandachtspunt, met name als het gaat om verkeersveiligheid, verbinden en parkeren en vergroten van gezondheid door stimuleren van fietsen en lopen. De transformatie van het postcodegebied 1221 in Hilversum heeft consequenties voor de verkeersstromen in het gebied. Met het toevoegen van 1.800 woningen in het postcodegebied (incl. Bruisend Hart) en het behoud van werkgelegenheid neemt het aantal autoritten toe. Dit leidt tot hogere verkeersintensiteiten op de wegen en straten. Dit terwijl de doelstelling vanuit de gebiedsagenda juist is om de verkeer- en parkeerdruk te verlagen en meer ruimte te bieden aan langzaam verkeer. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het verkeersonderzoek (bijlage 8) is de toename aan verkeersintensiteiten berekend met een verkeersprognosemodel. De toename bedraagt gemiddeld op een aantal wegvakken 500 motorvoertuigen per etmaal (mtv/etm). De grootste toename is voorzien op de Noorderweg Larenseweg, waar de toename 700 tot 900 voertuigen per etmaal bedraagt. Vervolgens is er gekeken of deze toenames mogelijk leiden tot problemen voor de verkeersafwikkeling. Daarvoor is een viertal kruispunten nader geanalyseerd: 1.
Voorrangspleintje Liebergerweg - Kamerlingh Onnesweg: de wachttijden voor het verkeer dat voorrang moet verlenen blijven zeer klein tot klein. Mogelijk kritisch zijn de linksafbewegingen op het voorrangspleintje in de avondspitsperiode, omdat hier de opstelruimte beperkt is. 2. Rotonde Larenseweg - Jan van der Heijdenstraat: deze rotonde blijft ruim voldoende capaciteit hebben om de verkeersstromen goed te kunnen afwikkelen. 3. Voorrangspleintje Minckelersstraat - Kamerlingh Onnesweg: de wachttijden voor het verkeer dat voorrang moet verlenen blijven zeer klein tot klein. 4. VRI kruispunt Minckelersstraat - Jan van der Heijdenstraat: de cyclustijden op dit met verkeerslichten geregeld kruispunt blijven voldoende laag om geen problemen te verwachten met betrekking tot de afwikkeling van de verkeersstromen. Concluderend kan gesteld worden dat de verkeerskundige effecten van de ontwikkellocaties in de Gebiedsagenda beperkt zijn en dat het niet te verwachten is dat specifiek de toenames in verkeersintensiteiten zullen leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling in en rond de wijk. Een andere belangrijke opgave in 1221 is om de huidige parkeerdruk te verminderen. Uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen betreft parkeren op eigen terrein, waarbij de parkeernormen, zoals vastgelegd in de Parkeernota 2017, het uitgangspunt vormen.
Hiervan afwijken is enkel toegestaan als maatregelen worden getroffen, zoals beschreven in de beleidsnotitie Parkeernormering OV-knooppunten.
6.7
M.e.r.-beoordeling
Een milieueffectrapportage (MER) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld, voordat er een besluit over is genomen. De initiatiefnemer van het plan beschrijft de verwachte gevolgen voor het milieu in een MER. Soms is een MER verplicht. In de meeste gevallen moet eerst worden beoordeeld of een MER nodig is. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
70
In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) zijn activiteiten opgenomen die m.e.r.(beoordelings)-plichtig zijn. Een plan is m.e.r.(beoordelings)-plichtig als de toegestane activiteiten boven een bepaalde drempelwaarde komen. Komen ze daar niet overheen dan moet worden beoordeeld of toch een MER nodig is. De ontwikkelingen binnen 1221 staan op de zogenoemde D-lijst van het Besluit m.e.r.: Activiteit D11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden van deze activiteit zijn: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De omvang van het planvoornemen ligt onder de drempelwaarden voor deze activiteit. Daarom volstaat een notitie voor een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. De drempelwaarden zijn echter indicatief en het voornemen zit op twee onderdelen net onder deze drempelwaarden (1.550 woningen en een oppervlak van net onder de 100 hectare). Daarnaast ligt het plangebied in gevoelig (dichtbevolkt) gebied. Er is daarom gekozen om in de milieunotitie dezelfde diepgang te hanteren als nodig is voor een 'formele' m.e.r.-beoordeling.
Betekenis voor het Chw- bestemmingsplan In de aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 9 bij toelichting) zijn de potentiële effecten van het project voor de thema's natuur, verkeer, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, cultuurhistorie en landschap, archeologie, bodem, aardkundige waarden en water in beeld gebracht. Hierbij is het Bruisend Hart in cumulatie beschouwd. In tabel 6.3 zijn de potentiële effecten op het milieu opgesomd. Vervolgens is direct aangegeven welke maatregel is toegepast om het effect te mitigeren.
Waarde
Effect
Natuur Effecten op beschermde Het gebied ligt op grote afstand natuurgebieden worden niet van Natura 2000-gebieden. verwacht. Door de hinder kunnen Naar verwachting zijn in het de beschermde soorten die in het plangebied wel beschermde plangebied aanwezig zijn worden soorten, zoals de gierzwaluw, verstoord in of verjaagd uit hun de huismus en de gewone huidige leefomgeving. dwergvleermuis, aanwezig.
Maatregel Bij concrete ontwikkeling dient aandacht te worden besteed aan beschermde soorten. Mogelijk dient een initiatiefnemer op basis van een verkennend natuuronderzoek een aanvullend onderzoek te doen naar bepaalde beschermde diersoorten. In de praktijk kunnen mitigerende maatregelen belangrijk nadelige gevolgen voorkomen.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
71
Geluid In het plangebied ligt de geluidbelasting op sommige locaties boven de voorkeursgrenswaarde.
De realisatie van de 1.800 In het bestemmingsplan zijn woningen (incl. Bruisend Hart) en hogere waarden opgenomen tot de de verkeersaantrekkende werking maximale ontheffingswaarde. die hier vanuit gaat, zal leiden tot Daarmee is sprake van een matige een toename van de tot onvoldoende geluidbelasting van minder dan 1,5 leefomgevingskwaliteit, maar wordt dB. Dit is een toename die voor de wel voldaan aan de wettelijke meeste mensen niet normen. Deze waarneembaar zal zijn. leefomgevingskwaliteit is reeds nu in het plangebied aanwezig en wordt slechts beperkt beïnvloed door het planvoornemen. Bij de aanvraag van vergunningen moet aangetoond worden dat voldaan wordt aan de vastgestelde hogere waarde.
Externe veiligheid Het groepsrisico is in de huidige Er is een verantwoording Het plangebied ligt binnen het situatie reeds hoger dan 1,0 van opgesteld. Daarin zijn verschillende invloedsgebied van de spoorlijn de oriëntatiewaarde. Het maatregelen benoemd om het Bussum-Hilversum-Baarn. groepsrisico gaat ten opzichte van risico te beperken. de huidige situatie met 37,5% omhoog. Archeologie Het plangebied kent een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde op aanwezigheid van archeologische waarden.
Het is niet uitgesloten dat bij Het bestemmingsplan heeft een grondwerkzaamheden dubbelbestemming Waarde – archeologische waarden worden Archeologie. Daaruit volgt een aangetroffen. De kans hierop wordt onderzoeksplicht voorafgaand aan klein geacht, aangezien de grond realisatie van nieuwbouw. in het plangebied reeds eerder is geroerd vanwege de eerdere bebouwing.
Tabel 6.3 Samenvatting potentiële uit de aanmeldingsnotitie m.e.r.
De m.e.r.-beoordeling richt zich primair op de mogelijke effecten vanuit het voornemen op de omgeving. Deze effecten zijn beperkt. Uit de behandeling van de criteria en de beschrijving van de potentiële effecten blijkt dat de effecten op de verschillende (milieu)aspecten hoofdzakelijk lokaal van aard zijn. Effecten op eventueel aanwezige beschermde diersoorten kunnen met mitigerende maatregelen voldoende worden beperkt om belangrijk nadelige gevolgen te voorkomen. De toename van geluidhinder is beperkt. Voor nieuwbouw is een (hogere waarde) regeling opgenomen in het bestemmingsplan. De toename van het groepsrisico is geen effect dat impact heeft op bestaande omwonenden. Hun risico neemt niet toe. Tot slot is de verwachting dat in het plangebied geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn die bij grondwerkzaamheden kunnen worden aangetast. Desondanks kent het bestemmingsplan in een groot deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie.
In de aanmeldingsnotitie is ook gekeken naar mogelijk cumulatieve effecten van voorliggend plan met de ontwikkeling van Bruisend Hart. De effecten van beide plannen zijn in grote mate vergelijkbaar met elkaar. De meeste locaties liggen echter op enige afstand van Bruisend Hart vandaan, waardoor cumulatieve effecten zijn uit te sluiten. Enkele ontwikkellocaties liggen in de buurt van Bruisend Hart en zullen met name op het gebied van verkeersgerelateerde effecten mogelijk een cumulatief effect kunnen hebben. Aangezien de verwachting is dat een groot deel van de gebruikers van Bruisend Hart uit de directe omgeving of met de trein zullen komen, zullen deze cumulatieve effecten zeer beperkt van aard vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
72
zijn en niet leiden tot belangrijk nadelige gevolgen. Dit komt ook naar voren in de verkeersberekeningen en de daaraan gerelateerde onderzoeken (geluid en stikstof). Uit de behandeling van de criteria en de beschrijving van de potentiële effecten blijkt dat de effecten op de verschillende (milieu)aspecten vooral effect hebben op de toekomstige bewoners van de nieuw te ontwikkelen woningen. De kwaliteit van de leefomgeving is in sommige ontwikkellocaties met name vanuit het oogpunt van geluid en externe veiligheid niet hoog. De benodigde hogere waarden zijn vastgesteld, waar mogelijk zijn de hogere waarden lager dan de maximale ontheffingswaarden. Ten aanzien van de toename van het groepsrisico is een verantwoording opgesteld, waarin verschillende maatregelen zijn benoemd om het risico te beperken. De kwaliteit van de leefomgeving acht de gemeente aanvaardbaar. Gezien de beperkte effecten en de in het bestemmingsplan geborgde maatregelen zal geen sprake zijn van belangrijk nadelige gevolgen.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
73
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
74
Hoofdstuk 7
Activiteiten en regelingen
In dit hoofdstuk zijn de activiteiten in het plangebied en daaraan verbonden regelingen omschreven.
7.1
Planmethodiek
Het Chw-bestemmingsplan heeft een andere indeling gekregen dan gebruikelijk bij de reguliere bestemmingsplannen. Eén van de doelen van het Chw-bestemmingsplan is om al te oefenen met de mogelijkheden van de Omgevingswet en het bestemmingsplan zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij structuur van het omgevingsplan. Zo is er bijvoorbeeld niet meer gewerkt met bestemmingen, maar met activiteiten en werkingsgebieden en zijn nieuwe type regels toegepast. Daarnaast kent het Chw-bestemmingsplan de opbouw volgens het zogenoemde Casco Omgevingsplan. Het Casco is samengesteld door de VNG en is een voorbeeld van de structuur van een omgevingsplan. Om het Chw-bestemmingsplan 1221 op ruimtelijkeplannen.nl (landelijke website) te kunnen plaatsen zijn enkele technische keuzes gemaakt. Zo is bijvoorbeeld een bouwvlak opgenomen voor het plangebied 1221. Daarnaast zijn de werkingsgebieden opgenomen als gebiedsaanduidingen in de legenda van de verbeelding. De opbouw van het Chw-bestemmingsplan 1221 is als volgt: Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen De begripsbepalingen vormen het eerste hoofdstuk van het Chw-bestemmingsplan en zijn ondersteunend voor de uitvoerbaarheid en/of leesbaarheid van de regels. In dit hoofdstuk is ook de anti-dubbeltelregeling opgenomen en zijn (delen van) verordeningen geïntegreerd.
De doelgroepenverordening is in artikel 5 zelfs volledig geïntegreerd, voor zover relevant voor dit Chw-bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Doelen In het Chw-bestemmingsplan zijn doelen opgenomen die ten grondslag liggen aan de regels. Bepaalde doelen zijn geconcretiseerd door het gebruik van omgevingswaarden en geborgd middels juridische regelingen. In paragraaf 7.2 komt dit nader aan bod. Hoofdstuk 3: Programma's In het Chw-bestemmingsplan zijn geen programma's aangewezen met een programmatische aanpak. Dit hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. Hoofdstuk 4: Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk zijn onderdelen van de fysieke leefomgeving aangewezen. In voorliggend geval zijn de gemeentelijke monumenten aangewezen. Hoofdstuk 5: Activiteiten In het Chw-bestemmingsplan is niet gedacht vanuit bestemmingen, maar vanuit activiteiten. In dit hoofdstuk zijn regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Er is hierbij onderscheid gemaakt in verschillende werkingsgebieden, met elk eigen gebruik- en bouwregels. In paragraaf 7.3 wordt dit uitgebreid toegelicht. Hoofdstuk 6: Beheer en onderhoud Het hoofdstuk beheer en onderhoud is niet toegepast in het plan.
Dit hoofdstuk is toegevoegd om aan te vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
75
sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. Hoofdstuk 7: Financiële bepalingen In dit hoofdstuk is uitgelegd op welke manier het kostenverhaal vormgegeven wordt. Het werkingsgebied 'overige zone - exploitatiegebied' verwijst naar artikel 13 in de regels, waarin het kostenverhaal voor alle beoogde ruimtelijke ontwikkelingen van het Chw-bestemmingsplan is geregeld. Hoofdstuk 8: Procesregels In dit hoofdstuk zijn aanvullende procedureregels meegegeven voor de omgevingsvergunningaanvragen voor gebruik- en bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en gemeentelijke monumenten. Dit zijn ondersteunende regels welke gaan over de voorbereiding van besluiten, projecten van publiek belang en/of het aanwijzen van adviesorganen. In paragraaf 7.4 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Hoofdstuk 9: Handhaving Dit hoofdstuk is niet toegepast op het plan. Het hoofdstuk is toegevoegd om aan te sluiten op de beoogde structuur van het omgevingsplan zoals dat kan worden opgesteld als de Omgevingswet in werking treedt, maar heeft in dit plan geen betekenis. Hoofdstuk 10: Monitoring en informatie In dit hoofdstuk is opgenomen hoe de monitoring plaatsvindt.
Hierbij is ingegaan welke parameters worden gehanteerd, welke stappen worden doorlopen en welke mitigerende maatregelen eventueel nodig zijn. Hoofdstuk 11: Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is het overgangsrecht opgenomen om te borgen dat de bestaande functies van 1221 kunnen blijven voortbestaan onder de nieuwe regels. Ook is ingegaan op de slotbepaling van het Chw-bestemmingsplan. Hoofdstuk 12: Slotbepalingen Dit hoofdstuk is niet van toepassing in dit plan.
7.2
Omgevingsdoelen
Dit Chw-bestemmingsplan 1221 voorziet in een juridisch-planologisch kader voor postcodegebied 1221 waarin de doelen van de Gebiedsagenda 1221 en het Beeldkwaliteitsplan+ 1221 zijn vertaald. De regels in dit plan zijn te herleiden naar de algemene omgevingsdoelen in artikel 6 en de doelen zoals opgenomen in: a. de Gebiedsagenda 1221: 1. het voortbouwen op de ontwikkelgeschiedenis van de wijk en op de gewenste kwaliteiten van de drie buurten met als subdoelen: identiteit, voortbouwen op de ontwikkelgeschiedenis; wonen en werken; leefbaarheid, ontmoeten en spelen; groen en duurzaamheid; verkeer, verbinding en parkeren; het proces, de wijze van samenwerken; 2. een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, met in dit plan regels die energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, toegankelijkheid en (sociale) veiligheid borgen; 3. het hanteren van uitnodigingsplanologie, waarbij organische gebiedsontwikkeling wordt gefaciliteerd; vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
76
4. het beter benutten van de openbare ruimte en het juridisch-planologisch mogelijk maken van een kwaliteitsimpuls in de openbare ruimte met onder andere groene pleinen en speelvoorzieningen; 5. het versnellen van ruimtelijke ontwikkelingen door het scheppen van duidelijke kaders; 6. het binnen de kaders bieden van zo veel mogelijk flexibiliteit voor ruimtelijke ontwikkelingen; 7. het bieden van voldoende basis voor het verlenen van omgevingsvergunningen, waarbij de onderzoeksplicht voor ruimtelijke ontwikkelingen zo veel als mogelijk naar het moment van omgevingsvergunningaanvraag wordt verschoven; b. het Beeldkwaliteitsplan+ 1221: 1. het borgen van de kwaliteiten voor de ontwikkellocaties in het gebied 1221; 2. de ruimtelijke kaders voor nieuwe ontwikkelingen in 1221; 3. het waarborgen van en versterken van het bestaande karakter van de wijk; behoud door ontwikkeling; 4. een richting mee te geven over de gewenste verschijningsvorm; 5. een toetsingskader vormen voor de beoordeling van bouwplannen voor ontwikkellocaties in 1221. Bepaalde doelen van de regels van het Chw-bestemmingsplan, zijn geconcretiseerd door het gebruik van omgevingswaarden. Met omgevingswaarden draagt de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders op om enkele specifiek benoemde kwaliteiten te bereiken en in stand te houden.
Dit draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Een omgevingswaarde is onder de Omgevingswet een van de instrumenten waarmee overheden het beleid kunnen uitvoeren. Hiermee kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. In dit Chw-bestemmingsplan wordt, vooruitlopend op de Omgevingswet, de term omgevingswaarde gehanteerd. In basis gaat het om een opdracht die de gemeenteraad aan het college opdraagt via het bestemmingsplan om deze aspecten te monitoren en te handelen als de genoemde kwaliteiten niet behaald worden. Het handelen kan op verschillende manieren, vooral ook buiten het bestemmingsplan om. Het beoogde resultaat is vastgelegd in het bestemmingsplan. De gemeente Hilversum heeft met dit Chw-bestemmingsplan twee omgevingswaarden vastgesteld om de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls te geven. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de leefomgeving en de gezondheid in het postcodegebied 1221, zoals omschreven in de gemeentelijke omgevingsdoelen (artikel 6). Omgevingswaarde 1 'Groene pleinen' speelt in op het prachtproject 'Groene Loper' en gaat om het vergroenen van de pleinen.
De omgevingswaarde legt de gemeente een resultaatverplichting op om eind 2023 drie pleinen te hebben vergroend. Eind 2030 moeten zes pleinen zijn vergroend. Omgevingswaarde 2 'Speelvoorzieningen' speelt in op het prachtproject 'Spelen en Ontmoeten' en legt de gemeente een resultaatverplichting op om eind 2025 80% van het grondgebied van 1221 te laten vallen binnen het verzorgingsgebied van één of meerdere speelplaatsen. Er geldt ook een inspanningsverplichting (eindbeeld waarnaar gestreefd wordt) om eind 2030 90% van het grondgebied van 1221 te laten vallen binnen een dekkend netwerk aan speelplaatsen. De stand van zaken met betrekking tot de resultaatsverplichtingen en inspanningsverplichting wordt tweejaarlijks opgemaakt. De monitoring van de omgevingswaarden wordt verder beschreven in hoofdstuk 8.
7.3
Activiteiten en werkingsgebieden
In het Chw-bestemmingsplan is niet gedacht vanuit bestemmingen, maar vanuit activiteiten. De activiteiten zijn juridisch relevante handelingen in de fysieke leefomgeving, welke worden gekoppeld aan een werkingsgebied. In het Chw-bestemmingsplan is onderscheid gemaakt in bestaande gebruiksactiviteiten, het benutten van de fysieke leefomgeving en bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en sloopactiviteiten. Voorafgaand aan deze activiteiten zijn in artikel 9 van de regels inleidende bepalingen meegegeven over de wijze van meten. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
77
7.3.1
Bestaande gebruiksactiviteiten
Om de bestaande activiteiten in 1221 te behouden zijn in artikel 10 van de regels de bestaande activiteiten, zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan 'Over 't Spoor', conserverend overgenomen. De activiteiten zijn gekoppeld aan de volgende werkingsgebieden en bijbehorende regelingen: Activiteit
Toelichting regeling
Wonen
Ter plaatse van dit werkingsgebied is de activiteit wonen toegestaan. Ook een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit is onder voorwaarden toegestaan. Bestaande legale meervoudige bewoning is tevens toegestaan.
Exploiteren van een bedrijf t/m categorie 2
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn bedrijven toegestaan tot ten hoogste de milieucategorie 2. Deze bedrijven moeten tevens zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, welke als bijlage bij de regels is toegevoegd. Ook zijn bedrijven toegestaan die zijn opgenomen in de bij de regels opgenomen bijlage Toegelaten bedrijven.
Exploiteren van een bedrijf t/m categorie 3
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn bedrijven toegestaan tot ten hoogste de milieucategorie 3. Deze bedrijven moeten tevens zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage bij de regels is toegevoegd. Ook zijn bedrijven toegestaan die zijn opgenomen in de bij de regels opgenomen bijlage Toegelaten bedrijven.
Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG
Ter plaatse van dit werkingsgebied is een tankstation toegestaan zonder LPG.
Laboratoria
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het exploiteren van een laboratorium toegestaan.
Ondergrondse parkeergarage
Ter plaatse van dit werkingsgebied is parkeren in een ondergrondse of halfverdiepte parkeergarage toegestaan.
Houden van een kantoor
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het houden van een kantoor toegestaan.
Gemengde activiteiten Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn het verrichten van maatschappelijke diensten toegestaan. Uitsluitend op de begane grond zijn het verlenen van diensten en het exploiteren van een bedrijf behorende tot ten hoogste milieucategorie 3 toegestaan. Deze bedrijven moeten tevens zijn opgenomen in de bij de regels opgenomen bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten. Verrichten van maatschappelijke diensten
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn maatschappelijke diensten toegestaan.
Evenemententerrein
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het toegestaan om evenementen te houden.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
78
Exploiteren van een horeca-inrichting
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het exploiteren van een horeca-inrichting toegestaan, mits deze uitsluitend op de begane grond plaatsvindt, tot categorie A, B en C behoort en is opgenomen in de bij de regels behorende bijlage Module horeca.
Exploiteren van een detailhandelsvestiging
Ter plaatse van dit werkingsgebied is het exploiteren van een detailhandelsvestiging met bijbehorende voorzieningen toegestaan.
Sportactiviteiten
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn recreatieve en sportactiviteiten toegestaan.
Gemeentelijke monumenten
Ter plaatse van dit werkingsgebied zijn gemeentelijke monumenten toegestaan. In het artikel is bepaald dat het verboden is om het gebruik te wijzigen zonder omgevingsvergunning.
Activiteiten die verband Ter plaatse van het werkingsgebied 'railverkeer' is het houden met railverkeer gebruiken van bouwwerken en/of gronden toegestaan ten behoeve van railverkeer. 7.3.2
Benutten van de fysieke leefomgeving
Binnen 1221 kunnen drie verschillende type gebieden worden onderscheiden: de consolidatiegebieden, de moderniseringsgebieden en de ontwikkellocaties (figuur 7.1). De consolidatiegebieden binnen 1221 zijn gebieden waar consolidatie van het bestaande het uitgangspunt is. De huidige inrichting en de bestaande structureren worden in stand gehouden en er vinden geen ingrijpende functies plaats. De consolidatiegebieden bestaan uit de bestaande woonwijken Geuzenbuurt, Elektrobuurt, Kleine Driftbuurt en Villa Industria. De moderniseringsgebieden zijn gebieden waar vernieuwing en menging van functies centraal staat. Veranderingen zijn mogelijk, met het oog op het behoud van de kwaliteit. Wonen, werken en leven moet naast elkaar bestaan. De moderniseringsgebieden bevinden zich met name langs de toegangswegen en bestaan uit de Larenseweg, de Minckelersstraat en de Spoorzone. De ontwikkellocaties zijn gebieden binnen de moderniseringsgebieden waar een ingrijpende verandering in hoofdfuncties gewenst is. De gebieden worden volledig herontwikkeld tot stedelijke woon- en werkgebieden met een hoge omgevingskwaliteit. De nu bekende ontwikkellocaties betreffen Hunkemöller, het Venetapark, Van Son, de Wybertjesfabriek, de Grote Sigarenfabriek, de Zuiderweg/Lijsterweg en de Korte Noorderweg. In het Beeldkwaliteitsplan+ zijn gebiedspaspoorten opgesteld voor deze ontwikkellocaties.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
79
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
80
Figuur 7.1 Consolidatiegebieden (blank), moderniseringsgebieden (rood, geel en blauw) en ontwikkellocaties (rood gestreept). In artikel 11 en artikel 12 van de regels zijn deze gebieden gekoppeld aan de volgende werkingsgebieden, waar specifieke regelingen voor gelden: Consolidatiegebied Geuzenbuurt; Consolidatiegebied Elektrobuurt; Consolidatiegebied Kleine Driftbuurt; Consolidatiegebied Villa Industria; Moderniseringsgebied Larenseweg; Moderniseringsgebied Minckelersstraat; Moderniseringsgebied Spoorzone; Gebiedspaspoort Grote Sigarenfabriek; Gebiedspaspoort Wybertjesfabriek; Gebiedspaspoort Van Son; Gebiedspaspoort Hunkemöller; Gebiedspaspoort Venetapark; Gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg; Gebiedspaspoort Korte Noorderweg. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
81
Per werkingsgebied zijn allereerst oogmerken opgesteld. De oogmerken beschrijven de karakteristieken van de buurt en wensen op het gebied van stedenbouw, functie(menging) en de openbare ruimte. De oogmerken vormen het toetsingskader bij het al dan niet toestaan van nieuwe activiteiten. In het licht van deze oogmerken zijn per werkingsgebied in artikel 11 van de regels gebruiksactiviteiten toegestaan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in activiteiten die direct zijn toegestaan en activiteiten die met een vergunning zijn toegestaan. De activiteiten die bij voorbaat strijdig zijn met het Chw-bestemmingsplan 1221, zijn opgenomen in artikel 11.19. Activiteiten die direct zijn toegestaan Voor de consolidatiegebieden en de moderniseringsgebieden geldt over het algemeen dat bestaande activiteiten, zoals vastgelegd is artikel 10 van de regels, direct zijn toegestaan. Ook activiteiten die verband houden met verkeer en verblijven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen zijn direct toegestaan. Deze activiteiten mogen echter niet strijdig zijn met het oogmerk van het werkingsgebied. Ook mag er geen sprake is van een nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling en wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
Aanvullend hierop is de opwekking van duurzame energie direct toegestaan, mits er sprake is van een kleinschalige gebouwgebonden opwekking en er geen sprake is van bodemenergiesystemen met een effect buiten de kavelgrens. Activiteiten die met een vergunning zijn toegestaan Het onderscheid tussen de consolidatiegebieden en de moderniseringsgebieden ligt vooral in de activiteiten die met een omgevingsvergunning zijn toegestaan. Het gaat hierbij om een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Een binnenplanse omgevingsactiviteit is een activiteit die voldoet aan de regels in het Chw-bestemmingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt. Voor de consolidatiegebieden is, aanvullend op de bestaande activiteit, met een omgevingsvergunning de activiteit wonen mogelijk, met een daarbij behorende beroep- of bedrijfsmatige activiteit. Voor de moderniseringsgebieden zijn, aanvullend op de bestaande activiteit, met een omgevingsvergunning de activiteiten wonen, met een daarbij behorende beroep- of bedrijfsmatige activiteit, het verlenen van diensten, het exploiteren van een bedrijf tot maximaal milieucategorie 2, het verrichten van maatschappelijke diensten en het houden van een kantoor mogelijk. Het exploiteren van een horeca-inrichting of een detailhandelsvestiging is alleen op de huidige locaties mogelijk in 1221.
Dit is in lijn met het Horecakader (paragraaf 4.4.12) en het Detailhandelskader (paragraaf 4.4.13). Aan de omgevingsvergunningen zijn voorwaarden verbonden. Zo mag de activiteit niet strijdig zijn met de specifieke oogmerken van de werkingsgebieden, moet een veilige en gezonde fysieke leefomgeving worden gewaarborgd, moet een evenwichtige toedeling van functies aan gebieden worden gegeven, moet het aantal arbeidsplaatsen behouden blijven, mogen geen nadelige invloeden op de verkeersafwikkeling plaatsvinden en moeten voldoende parkeergelegenheden worden gerealiseerd. Ook dient te worden voldaan aan de indieningsvereisten, zoals opgenomen in artikel 14 van de regels. In paragraaf 7.4 wordt hier verder op ingegaan. Voor de activiteit wonen gelden aanvullende voorwaarden. Zo mogen er in het plangebied 1221 tot 2030 niet meer dan 1.150 zelfstandige woningen worden toegevoegd boven op het aantal woningen dat aanwezig is of legaal kon worden gebouwd op het moment direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Chw-bestemmingsplan. Voor 2040 geldt een maximum van (in totaal) 1.550 zelfstandige woningen. Verder geldt ook dat niet minder dan 33% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd als sociale woningbouw en niet minder dan 50% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd als middelduur.
Meervoudige bewoning is enkel toegestaan, indien vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
82
de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast en er geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaat. In de consolidatiegebieden is de activiteit wonen niet toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied 'exploiteren van een bedrijf', dit om de kleine bedrijvigheid op de achterterreinen te behouden. In de moderniseringsgebieden is deze gebruikswijziging wel toegestaan, mits zoals eerder genoemd, het aantal arbeidsplaatsen behouden blijft. Dit in lijn met de ambitie van de Gebiedsagenda. 7.3.3
Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en sloopactiviteiten
In artikel 12 zijn algemene en specifieke regels per werkingsgebied opgenomen over het bouwen van hoofdgebouwen, het bouwen van bijbehorende bouwwerken en het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde. In de algemene bouwregels is geborgd dat niet meer woningen worden gebouwd, dan in beleid vastligt en waar de onderzoeken op gebaseerd zijn. Bovendien is een minimaal percentage sociale huurwoningen en middeldure woningen opgenomen, waarbij wordt verwezen naar de doelgroepenverordening die tevens is geïntegreerd in dit Chw-bestemmingsplan. Tot slot is bij de algemene bouwregels bepaald dat voor grotere ontwikkelingen (meer dan 11 woningen en/of meer dan 500 m2 bvo werkfuncties) een gebiedspaspoort door de raad dient te worden vastgesteld. Voorwaarden hierbij is dat de omgeving (belanghebbenden en een ieder die betrokken/geïnteresseerd is) heeft kunnen reageren op een concept gebiedspaspoort. Voor de gebiedspaspoorten gelden in beginsel dezelfde regels als voor de consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden, afhankelijk tot welk werkingsgebied zij toebehoren (elk gebiedspaspoort behoort tot een consolidatiegebied of moderniseringsgebied). Aanvullend of in afwijking hierop geldt, middels een dynamische verwijzing, dat voor gebruiksactiviteiten de regels gelden die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Beeldkwaliteitsplan+.
Indien een opvolger wordt vastgesteld, zijn die regels van toepassing. Voor Korte Noorderweg is een eigen gebiedspaspoort opgesteld met eigen gebruiksregels. Ook hier geldt een dynamische verwijzing. Beide zijn wel als bijlage 2 en 3 opgenomen bij de toelichting. De bouwregelingen voor de consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden vertonen grote overeenkomsten, hoewel de oogmerken per werkingsgebied verschillen. Voor de gebiedspaspoorten gelden wederom dezelfde regels als voor de consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden, afhankelijk tot welk werkingsgebied zij toebehoren. Aanvullend en in afwijking hierop zijn per gebiedspaspoort de maximale bouwhoogte, het maximale bebouwde oppervlak en het maximale bruto vloeroppevlakte bepaald. Verder gelden, middels een dynamische verwijzing, de regels voor bouwactiviteiten die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum, welke is bijgevoegd als bijlage bij de regels. Indien een opvolger wordt vastgesteld, zijn die regels van toepassing. Voor Korte Noorderweg is een eigen gebiedspaspoort met eigen bouwregels opgesteld, welke ook is bijgevoegd als bijlage bij de regels. Tot slot zijn in dit artikel algemene regels opgenomen voor de aanlegactiviteiten i.v.m.
archeologische waarden, de bouw- en sloopactiviteiten voor gemeentelijke monumenten, de bescherming van het stadsgezicht, het bouwen ter plaatse van verontreinigde grond en waterinfiltratie. Hieronder wordt per bouwactiviteit de regels nader toegelicht. Aanlegactiviteiten archeologische waarden Ter plaatse van het werkingsgebied 'archeologische waarden' gelden specifieke regels voor aanlegactiviteiten. Er is onderscheid gemaakt in aanlegactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, zoals voor het uitvoeren van grondbewerkingen die dieper reiken dan 0,40 meter en een planomvang hebben van meer dan 100 m2. Een omgevingsvergunning wordt enkel verleend indien de activiteit niet leidt tot een verstoring van het archeologisch materiaal of technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
83
Bouw- en sloopactiviteiten gemeentelijke monumenten Vanuit de monumentenverordening van de gemeente Hilversum is de regel geïntegreerd in voorliggend Chw-bestemmingsplan dat ter plaatse van het werkingsgebied 'gemeentelijke monumenten' het verboden is om zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument in enig opzicht te wijzigen of te herstellen op een wijze dat het wordt ontsierd. Ook is het verboden om het monument geheel of gedeeltelijk te slopen.
Bescherming stadsgezicht Vanuit de monumentenverordening van de gemeente Hilversum zijn de regels ter bescherming van het stadsgezicht geïntegreerd in voorliggend Chw-bestemmingsplan. Bouwen ter plaatse van verontreinigde grond Vanuit de omgevingsverordening 'bouwen' van de gemeente Hilversum is de regel geïntegreerd dat voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van verontreinigde grond aanvullende regels gelden, zoals het overleggen van een onderzoeksrapport en een goedgekeurd saneringsplan. Waterinfiltratie Conform het gemeentelijke watermanagementplan (paragraaf 4.4.15) is een algemene bouwregel vastgelegd dat in het plangebied voldoende ruimte gereserveerd dient te worden voor het bergen en infiltreren van het hemelwater. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet middels een hemelwaterplan worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling hydrologisch neutraal geschiedt. Hierin moet worden onderbouwd dat er voldaan wordt voldaan aan de bergingseis van T=100 neerslagsituatie. Bouwen van hoofdgebouwen Voor de verschillende bouwactiviteiten (wonen, exploiteren van een bedrijf etc.) zijn per werkingsgebied regels opgenomen. De regels voor de maximale goot- en bouwhoogte verschillen voor de consolidatieen moderniseringsgebieden. Voor de consolidatiegebieden geldt een algemene goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter.
Voor de moderniseringsgebieden geldt, conform de Gebiedsagenda, een algemene bouwhoogte van 15 meter. In bepaalde gebieden waar afwijkende bouwhoogtes gelden, is dit opgenomen op de verbeelding. Er wordt, in lijn met het Casco, niet meer gewerkt met bouwvlakken. Er zijn daarentegen specifieke regelingen opgenomen over de bebouwingsdiepte, positionering van het hoofdgebouw en het bebouwingspercentage van het terrein, soms gekoppeld aan maatvoeringsvlakken op de verbeelding. Bij het bouwen van hoofdgebouwen moet verder worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en moet worden voldaan aan de algemene beeldkwaliteitscriteria uit het Beeldkwaliteitsplan+. In lijn met de Leidraad natuurinclusief bouwen (paragraaf 4.4.11) dient binnen 2 jaar na de start van het bouwen voldoende maatregelen te zijn gerealiseerd in het kader van natuurinclusief bouwen. Het is verder verboden om bestaande bouwwerken te verbouwen met als doel deze geschikt te maken voor meervoudige bewoning. In afwijking hiervan is meervoudige bewoning in de moderniseringsgebieden wel toegestaan indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, er geen overconcentratie ontstaat en de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
Bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken zijn voor alle consolidatiegebieden en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
84
moderniseringsgebieden dezelfde regels opgenomen die gaan over bebouwingspercentage, grootte, bouwhoogte en de maximale breedte naast de afstand tot aan het hoofdgebouw. Deze regels sluiten aan bij de uniforme regels zoals zij gelden in de rest van Hilversum. Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn voor alle consolidatiegebieden en moderniseringsgebieden dezelfde regels opgenomen die gaan over bebouwingspercentage, grootte, bouwhoogte en de maximale breedte naast de afstand tot aan het hoofdgebouw. Deze regels sluiten aan bij de uniforme regels zoals zij gelden in de rest van Hilversum.
7.4
Procesregels omgevingsvergunningen
7.4.1
Aanvragen omgevingsvergunningen gebruiks- en bouwactiviteiten
In artikel 14 zijn aanvullende procedureregels meegegeven voor de omgevingsvergunningaanvragen voor gebruiks- en bouwactiviteiten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen algemene omgevingsvergunningsaanvragen en aanvragen voor omgevingsvergunningen voor grote ontwikkelingen. Het gebruik of bouwen van meer dan 11 woningen of meer dan 500 m2 bvo aan andere activiteiten (exploiteren van een bedrijf, verlenen van diensten etc.) wordt gezien als grote ontwikkeling. Daarbij is aangesloten bij het begrip nieuwe stedelijke ontwikkeling uit het (voormalige) Besluit ruimtelijke ordening. Een stedelijke ontwikkeling is 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Als een project een nieuwe stedelijke ontwikkeling is dan moet daarvoor de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden toegepast. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een streng motiveringsvereiste als een nieuwe stedelijke ontwikkeling planologisch mogelijk worden gemaakt. In de jurisprudentie is in een zogenoemde overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtzaak van de Raad van State van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat begrip nader begrensd. Zo wordt een plan voor 11 of minder woningen of 500 m2 bvo aan andere activiteiten niet gezien als een stedelijk ontwikkeling.
Voor algemene omgevingsvergunningsaanvragen dient een omschrijving van het initiatief te worden ingediend, evenals een onderbouwing waaruit blijkt dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en een veilige gezonde fysieke leefomgeving. Indien een veilige, gezonde fysieke leefomgeving op voorhand niet kan worden gewaarborgd moet dit met behulp van onderzoeken worden aangetoond. Het kan hierbij gaan om alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de Omgevingswet dient ook een omschrijving te worden ingediend waarop participatie heeft plaatsgevonden. Verder dient een onderbouwing te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de beeldcriteria uit het Beeldkwaliteitsplan+ en dient een Realisatieplan Natuurinclusief bouwen te worden ingediend, waaruit blijkt dat er natuurinclusief wordt gebouwd.
Voor de grotere ontwikkelingen wordt door de gemeente, samen met de initiatiefnemer een proces doorlopen om aan te tonen dat kan worden voldaan aan een gezonde, veilige leefomgeving. Eerst wordt door de gemeente, in samenwerking met de initiatiefnemer een gebiedspaspoort opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad, waarin de harde randvoorwaarden en stedenbouwkundige opzet van het plan wordt opgenomen. Het gebiedspaspoort kan alleen worden vastgesteld als de omgeving (belanghebbenden en geïnteresseerden) hebben kunnen reageren op een concept. Aan de hand van het gebiedspaspoort wordt door de initiatiefnemer een Locatie Ontwikkel Plan opgesteld, met daarin een beschrijving van het initiatief, een plan voor participatie, een mobiliteitsplan en een onderbouwing dat wordt voldaan uit de ambities van de Gebiedsagenda, de beeldkwaliteitscriteria uit het Beeldkwaliteitsplan+, past binnen de kaders van het gebiedspaspoort en voldoet aan een veilige en gezonde leefomgeving. Indien een veilige, gezonde fysieke leefomgeving op voorhand niet kan worden gewaarborgd moet dit met behulp van onderzoeken worden aangetoond. Het kan hierbij gaan om alle vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
85
aspecten van de fysieke leefomgeving. Ook dient een realisatieplan natuurinclusief bouwen te worden ingediend, in lijn met de Leidraad natuurinclusief bouwen van de gemeente. Het LOP wordt uiteindelijk beoordeeld. Gedurende dit proces wordt een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer, welke later wordt opgevolgd door een anterieure overeenkomst. Deze stappen resulteren in een aantal indieningsvereisten die in artikel 14.2 zijn opgenomen. 7.4.2
Aanvragen omgevingsvergunningen aanlegactiviteiten
Ter plaatse van het werkingsgebied archeologische waarden, dient de aanvrager voor de aanlegactiviteit een deskundig archeologisch rapport te overhandigen, waaruit blijkt dat archeologische waarden beschermd blijven. Hieraan zijn enkele procedurevoorschriften verbonden, waarbij de Monumentencommissie en Stichting Cultureel Erfgoed om advies wordt gevraagd. 7.4.3
Aanwijzing gemeentelijke monumenten
Vanuit de Monumentenverordening zijn in voorliggend Chw-bestemmingsplan, als pilot, regels geïntegreerd over de aanwijzingsprocedure van gemeentelijke monumenten. De regels zijn overgenomen uit de Monumentenverordening en gaan over de benodigde bepalingen voor een aanwijzingsprocedure, de voorbescherming van aan te wijzen gemeentelijke monumenten, het wijzigen van een aanwijzing en het intrekken van een aanwijzing. 7.4.4
Aanvragen omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten
Voor een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en/of sloopactiviteiten met betrekking tot een gemeentelijk monument, geldt aanvullend dat er advies moet worden ingewonnen bij de Commissie voor Welstand en Monumenten. Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend indien naar oordeel van burgemeester en wethouder het belang van monumentenzorg in acht is genomen. 7.4.5
Vaststellen gebiedspaspoort
In het Chw-bestemmingsplan is opgenomen dat voordat de raad een (nieuw) gebiedspaspoort vaststelt, de omgeving heeft kunnen reageren op een concept gebiedspaspoort. Het college geeft advies aan de raad (doet een voorstel) waarbij de reactie vanuit de omgeving wordt betrokken.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
86
Hoofdstuk 8
Monitoring
In dit hoofdstuk is het monitoringsplan voor de omgevingswaarden 'Groene pleinen' en 'Speelvoorzieningen' omschreven. Ook is beschreven op welke manier de regelingen in het bestemmingsplan worden gehandhaafd. De regels ten aanzien van de monitoring zijn opgenomen in artikel 19 van de regels.
8.1
Monitoring omgevingswaarde groene pleinen
Voor de omgevingswaarde 'Groene pleinen' is een nulmeting uitgevoerd, waarbij de huidige situatie is vastgelegd. Uit deze nulmeting is naar voren gekomen dat acht bestaande pleinen in aanmerking komen voor vergroenen, te weten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Ampèrestraat/Siemensstraat; Voltastraat/Wattstraat; Ohmstraat/Bellstraat; Galvanistraat; Kleine Drift/Minckelersstraat; Jac. P. Thijsseplein; Pelikaanstraat/Veenhof; Lijsterweg/Liebergerweg.
Vervolgens wordt elke twee jaar een monitoring uitgevoerd. De monitoring wordt uitgevoerd door het tellen van het aantal groene pleinen en het bepalen van het aandeel groen op de acht pleinen binnen 1221. Indien op het monitoringsmoment blijkt dat het aantal van drie groene pleinen in 2023 niet is gehaald, geven burgemeester en wethouders aan hoe dit aantal zo snel mogelijk wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe dat zo snel mogelijk sprake is van drie groene pleinen. Indien op een monitoringsmoment blijkt dat het aantal van drie groene pleinen is gehaald, maar dat er minder dan zes pleinen in 2030 zijn vergroend, geven burgemeester en wethouders aan op welke manier het zich inspant om het aantal van zes groene pleinen te behalen. Het postcodegebied 1221 heeft een homepage (https://1221.hilversum.nl) waarop de nodige informatie te vinden is over het project Groene Loper, waarbinnen deze groene pleinen worden uitgevoerd. Op deze website wordt de komende jaren bijgehouden welke pleinen en op welke wijze zijn uitgevoerd.
8.2
Monitoring omgevingswaarde speelvoorzieningen
Voor de omgevingswaarde 'Speelvoorzieningen' is een nulmeting uitgevoerd door de reeds in en nabij het plangebied aanwezige speelplaatsen in kaart te brengen, onderverdeeld naar speelplaatsen voor 0 - 4 jaar, 4 - 12 jaar en 12 - 18 jaar. Rondom deze speelplaatsen zijn verzorgingsgebieden ingetekend. De verzorgingsgebieden zijn: Categorie speelplaats 0-4 jaar: verzorgingsgebied betreft een gebied met een straal van 400 meter vanaf de grens van de speelplaats; Categorie speelplaats 4-12 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 800 meter vanaf de locatie van de grens van de speelplaats; Categorie speelplaats 12-18 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 1.200 meter vanaf de grens van de speelplaats.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
87
Figuur 8.1 Aanwezige speelvoorzieningen met verzorgingsgebied Elke twee jaar wordt een monitoring uitgevoerd. De monitoring wordt uitgevoerd door het op kaart zetten de aanwezige speelvoorzieningen en hun verzorgingsgebieden op kaart te zetten, per categorie speelplaats te bepalen welk oppervlakte van het plangebied gedekt wordt door het verzorgingsgebied (uitgedrukt in percentage) en het verschil in dekking ten opzichte van de nulmeting te berekenen.
Indien op het monitoringsmoment blijkt dat een dekking van 80% in 2025 niet is gehaald, geven burgemeester en wethouders aan hoe deze 80% dekking zo snel mogelijk wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe op het zo snel mogelijk bereiken van de gewenste 80% dekking. Indien uit een monitoringsmoment blijkt dat een dekking van 80% is gehaald, maar dat er nog geen volledig dekkend netwerk van speelvoorzieningen aanwezig is in 2030, geven burgemeester en wethouders aan op welke manier het zich inspant om een dekking van 90% te bereiken. Het postcodegebied 1221 heeft een homepage (https://1221.hilversum.nl). Op deze website wordt de komende jaren bijgehouden welke pleinen en op welke wijze zijn uitgevoerd. Monitoring woningen In dit Chw-bestemmingsplan zijn regels opgenomen ten aanzien van de woningcategorieën voor nieuwe woningen in het plangebied 1221. Er geldt dat voor nieuwe woningen niet minder dan 33% van de toekomstige woningen in het plangebied mag worden gebouwd voor sociale woningbouw. Niet minder dan 50% van de woningen in het plangebied mag worden gebouwd als middelduur. Tevens wordt geregeld dat er in het plangebied 1221 tot 2030 niet meer dan 1.150 zelfstandige woningen worden toegevoegd boven op het aantal woningen dat aanwezig is of legaal kon worden gebouwd op het moment direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Chw-bestemmingsplan.
Voor 2040 geldt een maximum van (in totaal) 1.550 zelfstandige woningen. Het aantal nieuwe woningen wordt onder andere bijgehouden via het verlenen van omgevingsvergunningen. De realisatie van nieuwe woningen zal voornamelijk plaatsvinden binnen de vastgestelde gebiedspaspoorten. Hiervoor worden tevens anterieure overeenkomsten gesloten waarbinnen ook afspraken worden gemaakt ten aanzien van de vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
88
woningcategorieën. Op de website (https://1221.hilversum.nl) worden de ontwikkelingen binnen de gebiedspaspoorten bijgehouden en inzichtelijk gemaakt. Tevens wordt de realisatie van woningen binnen Hilversum bijgehouden middels de 'Teller van Heller' of diens opvolger (zie www.hilversum.nl).
8.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Er is veel aandacht besteed aan voorlichting met betrekking tot de consequenties die een gevolg zijn van het vaststellen van dit bestemmingsplan. Daarnaast is er veel aandacht voor een effectieve en doelgerichte controle op zaken die in het bestemmingsplan zijn geregeld. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin een noodzaak. In het plangebied is een scala aan regelgeving van toepassing, zoals de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet milieubeheer, de Provinciale Milieuverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, die samenwerking binnen de overheid noodzakelijk maakt. Op die manier kan het hoge ambitieniveau gestalte krijgen. Het zich niet houden aan de regels doet afbreuk aan de kwaliteit van het plangebied; daadwerkelijke handhaving heeft voor de samenleving een belangrijke waarde. Tegen illegale situaties zal worden opgetreden. 8.3.1
Preventief en repressief toezicht
Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van bouwaanvragen, verzoeken om ontheffing van het bestemmingsplan en aanvragen om aanlegvergunning (preventieve handhaving) en vervolgens bij controle van verleende bouw- en aanlegvergunningen en ontheffingen, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (repressieve handhaving). 8.3.2
De instrumenten
Een overtreder riskeert: a. dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen, dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen er op neer komt dat de gemeente datgene doet wat de overtreder behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder; b. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplan-regels zijn strafbare feiten. De bevoegdheid tot het instellen van vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder 1 genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is verzwaard; c. de bestuurlijke boete. Door de uitbreiding van de bestuurlijke handhaving met de bestuurlijke boete kan de handhaving verder worden geïntensiveerd.
De gemeente krijgt daardoor extra mogelijkheden om daadkrachtig en snel op te treden tegen overtredingen. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder vergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd cq. verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
89
8.3.3
Prioriteiten in de handhaving
Voor de handhaving van illegale situaties op het gebied van ruimtelijke ordening, Woningwet, Bouwbesluit, Bouwverordening en Monumentenwet zijn beleidsregels vastgesteld. Het college moet jaarlijks haar beleidsvoornemens in het kader van handhaving van de bouwregelgeving bekend maken. Ook moet jaarlijks verslag worden gedaan over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid vormt het kader voor een jaarlijks vast te stellen handhavingsprogramma. In de beleidsregels zijn prioriteiten gesteld (hoog, middelhoog en laag). De hoogste prioriteit richt zich tot onveilige situaties in zijn algemeenheid en tot veranderingen van percelen en gebouwen zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Tegen overtredingen met een hoge prioriteit zal onmiddellijk handhavend worden opgetreden. Overtredingen uit de categorie met een middelhoge prioriteit, zoals erfafscheidingen, bijgebouwen en uitbreidingen aan de achterzijde zullen op de gebruikelijk wijze binnen de werkvoorraad worden afgehandeld. Bovenstaande wil niet zeggen dat tegen geconstateerde illegale situaties met een lage prioriteit bijvoorbeeld aan de achterzijde niet zal worden opgetreden.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
90
Hoofdstuk 9
Uitvoerbaarheid en evaluatie
In dit hoofdstuk is de uitvoerbaarheid van het planvoornemen beschreven. Ook is geëvalueerd hoe de pilot (het opstellen van een Chw-bestemmingsplan) is verlopen.
9.1
Financieel
Als een bestemmingsplan (o.a.) de bouw van 1 of meerdere woningen mogelijk maakt dan bepaalt de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld als het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd en noodzakelijk geachte locatie-eisen niet anderszins verzekerd zijn. In het plangebied wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd door anterieure overeenkomsten voor gronden van private partijen waar het bestemmingsplan bouwmogelijkheden biedt. De percentages die opgenomen zijn in het Chw-bestemmingsplan met betrekking tot een woningbouwcategorie worden opgenomen in de anterieure overeenkomsten. Het werkingsgebied 'overige zone - exploitatiegebied' verwijst naar artikel 13 in de regels, waarin het kostenverhaal voor alle beoogde ruimtelijke ontwikkelingen van het Chw-bestemmingsplan is geregeld.
9.2
Participatie
In aanloop naar de gebiedsagenda is onder regie van de gemeente een intensief gebiedsproces doorlopen. Er zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd met specifieke doelgroepen, zoals bewoners of ontwikkelende partijen, en er zijn een aantal bredere werkplaatsen en gebiedstafels georganiseerd.
Participatie Gebiedsagenda De Gebiedsagenda is het resultaat van een intensief werkproces. Een werkproces waarin een open en brede dialoog heeft plaatsgevonden tussen bewoners, ondernemers, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente. In deze dialoog zijn samen de urgente kwesties en opgaven benoemd, is gewerkt aan principes om hieraan richting te geven en is op hoofdlijnen een gezamenlijk toekomstperspectief ontwikkeld. Vanaf de zomer van 2018 is het proces vormgeven in een serie Gebiedstafels en Werkplaatsen, waarin alle betrokken partijen bijeen kwamen. Hiernaast zijn er verschillende kleinschalige bijeenkomsten georganiseerd met alleen bewonersgroepen. En ook separaat met alleen de ontwikkelende partijen. Tevens zijn diverse aanvullende activiteiten georganiseerd zoals diverse buurtschouwen, fietstocht voor raadsleden, informatieavond voor bewoners Kleine Driftbuurt en bilaterale overleggen met private en maatschappelijke organisaties. Veel activiteiten waren voorbereidend op het kernproces van Gebiedstafels en Werkplaatsen. Participatie Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum Met de Gebiedsagenda 1221 ligt er een breed gedeeld toekomstperspectief voor de wijk.
Bij de vertaling van de gebiedsagenda naar concrete en haalbare plannen voor verschillende ontwikkellocaties lopen we aan tegen enkele vraagstukken, zoals dichtheid, hoogte en kwaliteit van de openbare ruimte, die betrokkenen niet gezamenlijk tot een oplossing kunnen brengen en daarmee om nadere besluitvorming vragen. Hiervoor is het beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het Beeldkwaliteitsplan+ is o.a. opgesteld door de supervisor Spoorzone. Zijn rol als supervisor is het bewaken van de kwaliteit van en samenhang tussen de vele locatie- en gebiedsontwikkelingen in 1221 en het Stationsgebied. De supervisor heeft tal van gesprekken gevoerd met bewoners en ontwikkelende vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
91
partijen over projecten en specifieke ontwikkellocaties. Dit zijn doorlopende processen waarop voor de participatie voor dit beeldkwaliteitsplan is aangesloten. Deze participatiemomenten en -verslagen zijn ook terug te vinden middels verwijzing op de website https://1221.hilversum.nl naar de websites van ontwikkelende partijen. Eerste ronde tot aan ontwerp Het participatieniveau is niveau raadplegen. Bij de participatie gaat het om het in beeld brengen van de belangen van partijen, zowel die van bewoners als ontwikkelende partijen. In het proces zijn, aanvullend op de genoemde doorlopende processen twee participatieronden voorzien. De eerste ronde heeft middels een webinar plaatsgevonden, waarin de supervisor het concept heeft toegelicht. Daarnaast zijn verdere gesprekken gevoerd met bewoners, ontwikkelende partijen, Commissie Welstand en Monumenten (CWM) en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Alle opbrengst is meegenomen bij het opstellen van het ontwerp beeldkwaliteitsplan. Tweede ronde tot aan besluit Het ter inzage leggen van het ontwerp beeldkwaliteitsplan heeft betrokkenen de gelegenheid geboden om een formele reactie (zienswijze) in te dienen op een uitgewerkt plan in tekst en beeld. De mogelijkheid om een reactie in te dienen is breed (diverse kanalen, publieksvriendelijk) onder de aandacht gebracht.
Door het ontwerp voor een lange periode, twee maanden, ter inzage te leggen heeft iedereen de gelegenheid gehad om te reageren. Gelijktijdig is advies aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en de Commissie Welstand en Monumenten (CWM) gevraagd.