CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 : Chw-bestemmingsplan 1221_(gewijzigd)_Toelichting

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling Chw bestemmingsplan 1221 (1084642)34.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Na de herinrichting moeten de pleinen een prettige plek zijn om te vertoeven, waarmee gelijk wordt bijgedragen aan de ambitie om meer ontmoetingsplekken in 1221 te realiseren. Hierbij wordt ook de combinatie gemaakt met het vernieuwen van verouderde speeltoestellen op de pleinen. Inmiddels zijn de eerste projecten opgestart aan het Jac. P. Thijsseplein, de Ampèrestraat en het plein aan de Kleine Drift. Daarnaast bieden de zeven ontwikkellocaties kansen om gesloten en volledig bebouwde achterterreinen te openen, te vergroenen en als publieke ruimte weer open te stellen voor de buurt en de stad. Herkenbare elementen uit het Hilversumse landschap zijn de basis voor de groene inrichting: lanen, brinken en hoven. Met alle nu bekende ontwikkellocaties wordt ca. 23.000 m2 nieuwe publieke buitenruimte beoogd, welke groen is ingericht en spelen en ontmoeten faciliteert. De plaatsing van bomen en groen versterkt de stedenbouwkundige structuur en is gericht op het compleet maken van lanen en ruimte-begeleidende beplantingen en draagt bij aan het tegengaan van hittestress, vergroting van biodiversiteit en klimaatadaptatie.

De rand langs het spoor - waar aan de overzijde van het spoor het komende jaar de HOV in het Gooi wordt aangelegd - heeft de potentie omgevormd te worden tot een publieke ruimte op het schaalniveau van de stad, een continue, groene en publieke verbinding tussen Anna's Hoeve en het centraal station (zie figuur 5.4). De noordelijke spoorzone laat zich lezen als een continu straatprofiel, in de zuidelijke spoorzone passeert het spoor een opeenvolging van afzonderlijke stedelijke ruimtes. Aan de zuidzijde verwijst de zaagtand langs het spoor naar de vroegere fabriekscomplexen in dit deel van Hilversum. Voordeuren en voorkanten naar het spoor maken deze ruimte ook echt tot een aantrekkelijke openbare ruimte. Voor het spoorgeluid zijn integrale ontwerpoplossingen mogelijk, onder ander door een deels verhoogd maaiveld. Op een wat grotere afstand van bestaande woningen is de rand langs de open ruimte van de sporen een plek waar gebouwen wat hoger kunnen zijn. Kansen zijn er voor een autovrij maaiveld, waarbij parkeren onder maaiveld is opgelost en bewoners en bezoekers met elektrische deelauto's toekunnen met een lagere parkeernorm. Een deel van de doelgroep zal sowieso niet meer een eigen auto hebben, omdat dit niet past bij hun leefstijl en omdat het station op loopafstand ligt.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

47

Figuur 5.4 Groene verbinding tussen Anna's Hoeve en station Vertaling in het Chw-bestemmingsplan Om de wijk 1221 te vergroenen is met voorliggend Chw-bestemmingsplan de omgevingswaarde 'Groene Pleinen' opgesteld, waarmee de groene pleinen, zoals hierboven beschreven, juridisch, planologisch geborgd worden en de gemeente zichzelf de taak oplegt om deze ook daadwerkelijk te realiseren. In paragraaf 7.2 wordt dit verder toegelicht. Bij de beoordeling van ontwikkelingen wordt daarnaast getoetst aan de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan+, waarin criteria zijn opgenomen over onder andere het aanplanten van bomen, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Voor de concrete criteria wordt verwezen naar bijlage 2. Met voorliggend bestemmingsplan zijn deze criteria juridisch, planologisch beoogd door het maken van een dynamische verwijzing (zie hoofdstuk 7).

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

48

Figuur 5.5 Kansenkaart Groene Loper

5.5

Verkeer, verbinding en parkeren

De gemeente ziet een toekomst voor zich waarin de auto niet meer dominant aanwezig is in 1221, er meer ruimte is voor langzaam verkeer en 1221 beter verbonden is onderling en met de rest van Hilversum. Daarnaast wil zij nieuwe mobiliteitsvormen stimuleren (bijvoorbeeld deelautosystemen) en investeren in gedragsverandering. Belangrijk hierbij is om bestaande verbindingen (noord/zuid) tussen de buurten te verbeteren en ontbrekende routes (opnieuw) te realiseren. Daarnaast moet de verkeersveiligheid worden aangepakt bij de herinrichting van de wegen, waarbij voetganger en de fietser centraal komen te staan. Bestaande knelpunten moeten worden aangepast en collectief parkeren op centrale plekken in de wijk moet het uitgangspunt gaan vormen. De wens is om het verkeersregime te wijzigen van hoofdverkeersstructuur naar wijkstructuur, een verlaging van de snelheid door te voeren en fietsstroken met de hoofdrijbaan samen te voegen. Op deze manier ontstaat er vrije ruimte, welke groen kan worden ingericht. De leefbaarheid kan zo worden vergroot, door meer ruimte te creëren voor de voetganger, vergroening en klimaatadaptatie. Mogelijke straten die hiervoor in aanmerking komen zijn de Noorderweg, Larenseweg, Kleine Drift, Liebergerweg, Lijsterweg.

Herinrichting van de Noorderweg is, als onderdeel van de afsluiting kleine spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer, opgenomen in de gemeentelijke begroting. Gemeente en ontwikkelende partijen langs de Liebergerweg onderzoeken mogelijkheden van een volledige herinrichting van de Liebergerweg. Er wordt een integraal mobiliteitsplan opgesteld voor 1221 om de ambities te concretiseren. Ook zijn er projecten opgestart, zoals de Oostereng onderdoorgang van het spoor en de HOV-verbinding in het Gooi langs het spoor.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

49

Binnen de ontwikkellocaties zijn er volop kansen. Kansen zijn er voor een autovrij maaiveld, waarbij parkeren onder maaiveld is opgelost en wordt ingezet op electrische deelmobiliteit zodat een lagere parkeernorm gehanteerd kan worden. Een deel van de doelgroep zal sowieso geen eigen auto meer hebben, omdat dit niet past bij hun leefstijl en omdat het station op loopafstand ligt. Er zijn meerdere verzoeken tot uitbreiding van het parkeervergunningssysteem in de bestaande wijk met als doel een leefbaarder wijk. Het is gewenst afspraken te maken waarbij nieuwe bewoners uitgesloten worden van het recht op een parkeervergunning in de bestaande straten. Meer hierover is te lezen in de recent vastgestelde mobiliteitsvisie voor Hilversum. Vertaling Chw-bestemmingsplan Ten aanzien parkeren is rekening gehouden met de nieuwste ontwikkelingen en parkeernormen (hoofdstuk 7). Daarnaast zijn voor de ontwikkellocaties criteria opgesteld ten aanzien van parkeren (collectief en onder maaiveld). In de consolidatiegebieden en de moderniseringsgebieden zijn de activiteiten die verband houden met verkeer en verblijven opgenomen.

5.6

Manier van samenwerken

De Gebiedsagenda is het resultaat van een interactief gebiedsproces, waarin bewoners, ontwikkelende partijen, maatschappelijke organisaties en gemeente open en transparant de dialoog met elkaar zijn aangegaan. Dit proces wil de gemeente voortzetten, waarbij rollen veranderen. Uitnodigingsplanologie staat hierbij centraal, waarbij gebiedsontwikkeling wordt gefaciliteerd en de gemeente kaders stelt (het Chw-bestemmingsplan en het Beeldkwaliteitsplan+) waarbinnen de initiatiefnemer vrij is met een plan te komen. De gemeente wil samen naar een nieuwe 1221 toe. Er zijn diverse werkgroepen ingesteld om de prachtprojecten (Groene Loper, Bruisend Hart en Spelen & Ontmoeten) uit te voeren en er wordt nauw samengewerkt met ontwikkelaars voor de ontwikkellocaties.

Vertaling Chw-bestemmingsplan De vernieuwende manier van samenwerken is in het Chw-bestemmingsplan tot uiting gekomen door uitnodigingsplanologie toe te passen. Voor de grotere ontwikkelingen wordt een gebiedspaspoort in samenspraak met de omgeving opgesteld, dat is vernieuwend. Het gebiedspaspoort wordt door de raad vastgesteld.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

50

Hoofdstuk 6

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk zijn de omgevingsaspecten, belangrijke thema's ten aanzien van het milieu en de omgeving, beschreven. Op deze manier is getoetst of de uitgangspunten en regels van dit bestemmingsplan passen binnen de kaders van een gezonde en veilige leefomgeving. De omgevingsaspecten worden per ambitie uit de Gebiedsagenda behandeld. In alle paragrafen is informatie gebruikt uit de opgestelde gebiedsanalyse en de uitgevoerde onderzoeken, welke zijn opgenomen in de bijlagen. In de gebiedsanalyse en de onderzoeken is het Bruisend Hart in cumulatie meegenomen. De locatie Bruisend Hart is gelegen in het postcodegebied 1221, maar maakt geen onderdeel uit van het Chw-bestemmingsplan. Op de locatie Bruisend Hart wordt rekening gehouden met 250 nieuwe woningen. In het plangebied van het Chw-bestemmingsplan 1221 kunnen maximaal 1.550 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Dit betekent 1.800 woningen in geheel postcodegebied 1221. Voor dit aantal zijn de effecten beschouwd.

6.1

Toetsingsproces

6.1.1

Gebiedsanalyse en onderzoek

In het Chw-bestemmingsplan moet worden aangetoond dat er geen onoverkomelijke belemmeringen zijn, die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Door middel van een gebiedsanalyse is aangetoond welke aandachtspunten er zijn in 1221. De gebiedsanalyse is opgesteld aan de hand van data over bodemverontreiniging, archeologische waarden, monumenten, natuurgebieden, geluidsbelasting, luchtkwaliteit, wettelijke geluidzones, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid en ecologie. De analyse is specifiek opgesteld voor 1221 en verwerkt in onderstaande paragrafen. Met deze analyse is aangetoond voor welke aspecten geen knelpunten worden verwacht en welke aandachtspunten er binnen 1221 zijn. Voor die aspecten waar in eerste instantie geen knelpunten worden verwacht is bepaald dat de initiatiefnemers bij een vergunningaanvraag een nader onderzoek dienen aan te leveren. De onderzoeksplicht is als regel in het Chw-bestemmingsplan opgenomen. Voor de aandachtspunten binnen 1221, te weten geluid, stikstof en externe veiligheid is nader onderzoek uitgevoerd. 6.1.2

Omgevingsvergunningverlening

Uit dit hoofdstuk blijkt dat voor de relevante aspecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Per aspect is getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving, het beleid en is de uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van het plan beoordeeld. Alle aspecten in samenhang beziend acht de gemeente het woon- en leefklimaat eveneens aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen enkele bijzondere uitdagingen met zich mee. Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee. Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn. Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk. Aangezien er nog niet exact bekend is welke activiteit waar én wanneer ontwikkeld gaan worden, is door artikel 14 in de regels een extra afwegingsmoment ingebouwd bij de vergunningverlening . Bij nieuwe ontwikkelingen moet ten alle tijden worden aangetoond dat wordt voldaan aan een gezonde en veilige leefomgeving en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als dit op voorhand niet kan worden aangetoond moet dit met behulp van nadere onderzoeken worden aangetoond.

Voor de grotere ontwikkelingen wordt door de gemeente, samen met de initiatiefnemer een geheel proces doorlopen om een gezonde, veilige leefomgeving te waarborgen (zie paragraaf 7.4.1), waarbij een locatie ontwikkel plan (LOP) dient te worden opgesteld. Dit LOP wordt door de gemeente Hilversum getoetst vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

51

aan de ambities uit de Gebiedsagenda aan de hand van onderstaand spinnenwebdiagram. Met behulp van het spinnenwebdiagram kunnen de verschillende milieueffecten in cumulatie beschouwd worden en kan worden geanalyseerd welke bijdrage een ontwikkeling heeft op de verschillende ambities van de gemeente. Hierbij wordt door de gemeente een afweging gemaakt om op een bepaalde ontwikkellocatie meer in te zetten op de ene ambitie (zoals het woonprogramma) als op de andere ambitie (menselijke maat).

6.2

Omgevingsaspecten identiteit

Deze paragraaf gaat in op de omgevingsaspecten ten aanzien van de identiteit van 1221. Bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen wordt (nader) onderzoek en onderbouwing vereist, op basis van vastgestelde wettelijke kaders.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

52

6.2.1

Archeologie

Gemeenten hebben de taak om bij de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden. De gemeente Hilversum heeft voor haar grondgebied een Archeologische Verwachtingskaart opgesteld. Uit de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Hilversum (figuur 6.1) blijkt dat aan het plangebied grotendeels een middelhoge en deels een hoge archeologische verwachting is toegekend.

Figuur 6.1: Archeologische Verwachtingskaart (Lichtgroen: middelhoge verwachting, donkergroen: hoge verwachting) In vrijwel het gehele plangebied is archeologisch onderzoek nodig indien er ontwikkelingen plaats gaan vinden. Enkel indien ingrepen niet dieper dan 0,40 meter in de bodem reiken en de oppervlakte van de ingrepen of bouwwerken niet meer bedraagt dan 100 m² wordt geacht dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Op een beperkt aantal locaties geldt een maximale diepte van 0,30 meter en een maximale oppervlakte van niet meer dan 25 m2. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bijna het gehele 1221 gebied kent een archeologische verwachtingswaarde. In dit Chw-plan is een werkingsgebied 'Archeologische waarden' opgenomen om de archeologische waarden in de grond te beschermen. Bij nieuwe ontwikkelingen met een oppervlakte van meer dan 100 m² en een diepte van meer dan 0,40 meter is een omgevingsvergunning nodig voor de aanlegactiviteit. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien is aangetoond dat archeologisch materiaal niet wordt verstoord. In de procesregels is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers dit kunnen doen middels een archeologisch onderzoek.

Gelet op het reeds grotendeels bebouwde karakter van het plangebied is de kans vrij groot dat de bodem met de daarin eventueel aanwezige archeologische waarden al dusdanig verstoord is, dat archeologisch onderzoek niet zal leiden tot belemmeringen voor ontwikkelingen in het plangebied.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

53

6.2.2

Cultuurhistorie

Het gebied 1221 is eind van de 19e eeuw ontstaan door de aanleg van de eerste industrie- en arbeiderswijken. Vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw zijn daar enkele volkswoningbouwcomplexen bijgekomen, geïnspireerd op de tuinstadgedachte om zelfvoorzienende wijken met elk eigen functies te creëren. Inmiddels telt de gemeente Hilversum ruim 850 gemeentelijke monumenten, 250 Rijksmonumenten, en één Provinciaal monument. Daarnaast gelden er drie beschermde stadsgezichten 'Noordwestelijk Villagebied', 'Tuindorp Zuid en Plan Zuid' en 'Tuinwijk Oost'. Het plangebied 1221 behoort niet tot één van de beschermde stadsgezichten van Hilversum. Wel kent het gebied verschillende monumenten (figuur 6.2).

Figuur 6.2. Monumenten in 1221 In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (figuur 6.3) zijn de belangrijkste landschappelijke karakteristieken in Het Gooi, waarbinnen Hilversum gelegen is, weergegeven. Uit de overzichtskaart blijkt dat er in 1221 geen landschappelijke karakteristieken aanwezig zijn, waar ontwikkelingen rekening mee dienen te houden.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

54

Figuur 6.3. (Afwezige) Landschappelijke karakteristieken in 1221 Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het plangebied 1221 kent een cultuurhistorische waarde door de verschillende monumenten die zich in het gebied bevinden. De oude industriële gebouwen en het erfgoed vormen de trots van 1221. Het versterken van deze identiteit is een centrale opgave in de Gebiedsagenda, en daarmee een belangrijke ambitie om na te streven bij ontwikkelingen. In het Chw-bestemmingsplan is de monumentenverordening geïntegreerd. Alle gemeentelijke monumenten zijn als werkingsgebied 'gemeentelijke monumenten' op de verbeelding en de regels van het plan opgenomen. Voor deze monumenten zijn regelingen geïntegreerd voor zowel de activiteiten slopen, bouwen en gebruiken. Ook voor het toewijzen van monumenten zijn regelingen opgenomen.

6.3

Omgevingsaspecten wonen en werken

6.3.1

Laddertoets voor duurzame verstedelijking

Met het Chw-bestemmingsplan worden er tot 2040 maximaal 1.550 woningen binnenstedelijk mogelijk gemaakt. In deze paragraaf wordt de behoefte van de ontwikkeling aangetoond op basis van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland, de regio Gooi en Vechtstreek en de gemeente Hilversum.

Kwantitatief gezien is er behoefte aan: versnelling van de woningbouwproductie (Woonagenda 2020 - 2025); een bouwprogramma voor de regio Gooi en Vechtstreek van 9.250 nieuwbouwwoningen en 2.275 toevoegingen door transformaties, voor de periode 2020 - 2030 geldt gemiddeld 550 nieuwbouwwoningen per jaar (Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020); een woningbouwproductie van 3.194 woningen voor Hilversum tot 2030, waarvoor er 2.924 vallen onder de harde plancapaciteit en 270 woningen vallen onder de zachte plancapaciteit (Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020); tot 2030 jaarlijks 250 extra woningen te realiseren (Woonvisie Hilversum); 1.000 nieuwe woningen binnen de ontwikkellocaties tot 2030 binnen 1221 (Gebiedsagenda, 2020). vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

55

Kwalitatief gezien is er behoefte aan: woningbouw in de bestaande verstedelijkte gebieden, met aandacht voor woon- en werklocaties (Omgevingsvisie NH2050); binnenstedelijk bouwen en transformatie (Regionale woonvisie Gooi en Vechtstreek); voldoende, betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen (Woonakkoord Gooi en Vechtstreek); substantieel meer aanbod in het laagste segment (Woonvisie Hilversum); nadruk op sociale huur, middeldure huur en middeldure huurwoningen plus (Doelgroepenverordening Hilversum). Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt tot 2030 maximaal 1.150 woningen mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. De 1.150 woningen tot 2030 zijn bekend bij de provincie en de regio en behoren tot de harde plancapaciteit van de gemeente Hilversum tot aan 2030. Tot 2040 worden met het Chw-bestemmingsplan maximaal 1.550 woningen (inclusief de 1.150 woningen tot 2030) toegestaan. Het resterende aantal woningen dat na 2030 wordt gebouwd past ook nog binnen de provinciale en regionale woonbehoefte, maar betreft zachte plancapaciteit. Deze aantallen moeten nog worden vastgelegd in actieprogramma's tot aan 2040.

Van de 1.550 woningen bedraagt minimaal 33% sociale segment en minimaal 50% middeldure segment, waarmee wordt aangesloten bij de kwalitatieve behoefte aan sociale en middeldure woningen en wordt aangesloten bij de doelgroepenverordening van de gemeente Hilversum. Alle woningen in dit plan worden tot slot binnenstedelijk gebouwd middels transformaties. Voor het Bruisend Hart zijn 250 woningen gereserveerd tot 2040. Dit betekent dat er binnen het postcodegebied 1221 maximaal 1.800 woningen worden gerealiseerd. 6.3.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende functies aangehouden, die elkaar moeilijk verdragen. Denk dan aan de functies wonen en bedrijvigheid. Hierbij wordt vrijwel altijd de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd, waarin voor vrijwel alle bedrijfstakken is aangegeven wat de relevante milieuaspecten (geluid, geur, stof en/of externe veiligheid) zijn en welke richtafstand tot woningen passend zijn voor deze aspecten. Hiertoe zijn de bedrijven ingedeeld in een aantal verschillende milieucategorieën (1 t/m 6), waarbij voor een hogere milieucategorie er een grotere afstand tot woningen aangehouden dient te worden (zie tabel 6.1). Als bijlage bij de regels is een lijst met bedrijvigheid opgenomen inclusief de milieucategorie die erbij hoort. Onder de Omgevingswet zal de VNG publicatie Milieuzonering Nieuwe Stijl worden gehanteerd. Hierbij wordt er niet meer gewerkt met milieucategorieën, maar met concrete milieunormen. Bestemmingsplannen die vóór ingang van de Omgevingswet in werking zijn getreden, en gebruikmaken van de publicatie Bedrijven en Milieuzonering, zoals in dit Chw-bestemmingsplan, hoeven hun systematiek op het gebied van bedrijven en milieuzonering niet aan te passen aan de Nieuwe Stijl. Ook niet nadat deze plannen in het Omgevingsplan zijn opgenomen.

Milieucategorie

Richtafstand [m] Rustige woonwijk

Gemengd gebied

1

10

0

2

30

10

3.1 / 3.2

50 / 100

30 / 50

4.1 / 4.2

200 / 300

100 / 200

5.1 / 5.2 / 5.3

500 / 700 / 1.000

300 / 500 / 700

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

56

6

1.500

1.000

Tabel 6.1 Richtafstanden VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering Postcodegebied 1221 is een gemengd gebied, waarin naast woningen ook diverse bedrijven gevestigd zijn. Er is sprake van een gemengd gebied omdat diverse functies naast elkaar voorkomen. Wonen is in 1221 gemengd met bedrijvigheid, detailhandel, dienstverlening en horeca. Omdat er sprake is van een gemengd gebied gelden er lagere richtafstanden (zie tabel 6.1). Voor bedrijfsmatige activiteiten met milieucategorie 1 (zoals een supermarkt of restaurant) geldt geen richtafstand voor gemengde gebieden. Verschillende soorten bedrijfsmatige activiteiten mogen daarmee in de zeer directe nabijheid van woningen gevestigd zijn. Vanwege het karakter van 1221 is er voor gekozen om in bepaalde delen (moderniseringsgebieden) ook bedrijven van categorie 2 niet als belemmering te zien voor een toekomstige woonfunctie. Deze bedrijven zijn met een omgevingsvergunning toegestaan. Enkel de bedrijven vanaf milieucategorie 3.1 worden gezien als mogelijke belemmering voor een toekomstige woonfunctie. In figuur 6.4 zijn de bedrijven met een milieucategorie vanaf 3.1, gevestigd buiten een woonbestemming opgenomen. Uit de figuur blijkt dat bedrijvigheid op diverse punten in 1221 een aandachtspunt is bij nieuwe ontwikkelingen.

Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Het Chw-bestemmingsplan maakt gebruik van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is opgesteld. Het is een hulpmiddel om te bepalen in welke milieucategorie het exploiteren van een bedrijf zit (zie hiervoor ook de tekst en uitleg bij de Staat van Bedrijfsactiviteiten). Het exploiteren van een bedrijf is gedefinieerd als (het exploiteren van) een onderneming of instelling gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. De Staat van bedrijfsactiviteiten is geen planologisch instrument in de zin van dat het bepaalt welke activiteiten zijn toegestaan. Dat wat is toegestaan staat in de regels van het Chw-bestemmingplan. In het Chw-bestemmingsplan is de hele Staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG gebruikt. Daarin staan meer activiteiten dan alleen 'het exploiteren van een bedrijf', maar bijvoorbeeld ook de activiteiten 'het verlenen van diensten' of 'het exploiteren van een horeca-inrichting'. Om misverstanden te voorkomen wordt hier nog opgemerkt dat de regels bepalen welke activiteit binnen een werkingsgebied is toegestaan, al dan niet met een omgevingsvergunning.

Als de regels bijvoorbeeld aangeven dat in een bepaald werkingsgebied 'het exploiteren van een bedrijf' is toegestaan, dan is dat dus toegestaan. Als tevens is aangegeven dat alleen het exploiteren van een bedrijf in een bepaalde milieucategorie is toegestaan dan kan de Staat van bedrijfsactiviteiten worden geraadpleegd om na te gaan in welke milieucategorie het exploiteren van dat bedrijf valt. Er bevinden zich in het plangebied bedrijven met een milieucategorie 3.1 of hoger. Er is geen sprake van het 'wegbestemmen' van bedrijven of het kleiner maken van milieuzones in de toekomst. In het Chw-bestemmingsplan is voor bestaande bedrijven de planologische milieuruimte gegeven die zij op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Over het Spoor' hebben. Er dient aandacht te worden besteed aan de milieucontour van deze bedrijven indien gevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze contour worden gerealiseerd. In het Chw-bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen dat bij de activiteit wonen er geen sprake mag zijn van onevenredige hinder van omliggende bedrijven. In de procesregels is een regeling opgenomen dat, indien een veilige en gezonde leefomgeving niet op voorhand kan worden gewaarborgd, een onderzoek noodzakelijk is.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

57

Figuur 6.4 Bestaande bedrijven en milieuzonering 1221, de grote groene cirkel (Van Son) is op korte termijn niet meer relevant, omdat dit een ontwikkellocatie betreft

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

58

6.4

Omgevingsaspecten leefbaarheid, ontmoeten en spelen

6.4.1

Externe veiligheid en kabels en leidingen

In een plan dat kwetsbare objecten (gebouwen waar veel mensen, gedurende een lange periode verblijven) mogelijk maakt moet aandacht worden besteed aan externe veiligheid. Nieuwe kwetsbare objecten, zoals woningen, mogen namelijk niet binnen de risicocontour (invloedsgebied van een risicobron) van bestaande risicobronnen liggen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld inrichtingen waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. Ook transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water en door buisleidingen vormen een risico. Het beleid voor externe veiligheid is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In de genoemde besluiten zijn de diverse risicocontouren met betrekking tot externe veiligheid vastgelegd. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Binnen het postcodegebied 1221 worden tot 2040 maximaal 1.800 woningen (incl. Bruisend Hart) mogelijk ten opzichte van het huidige woningaantal. Daarom is er een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Uit het onderzoek naar externe veiligheid (zie bijlage bij de toelichting) blijkt dat in of nabij het plangebied zich geen Bevi-inrichtingen bevinden waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen en waar dus een ongeval met gevaarlijke stoffen zou kunnen plaatsvinden.

Binnen een straal van 2.000 meter van het plangebied bevinden zich wel de volgende risicobronnen: transport van aardgas door een aardgastransportleidingen (figuur 6.5, rood), aardgasontvangst en reduceerstation, transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27 (figuur 6.5, geel) en transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject Bussum-Hilversum-Baarn (figuur 6.5, geel). Dit spoortraject maakt onderdeel van het Basisnet waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

Figuur 6.5 Risicobronnen in de nabijheid van plangebied 1221 te Hilversum Het plangebied bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van de meeste van deze risicobronnen. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

59

Alleen het invloedsgebied van de spoorlijn Bussum-Hilversum-Baarn, waarover zeer toxische vloeistoffen (D4) worden vervoerd, ligt over het plangebied (zie figuur 6.6). In dit gebied kunnen ongevallen plaatsvinden met brandbare gassen (explosie), met (zeer) giftige gassen (giftige wolk) en met brandbare vloeistoffen (plasbrand).

Figuur 6.6 Invloedsgebied spoorlijn Voor de spoorlijn langs het plangebied zijn per baanvak risicoplafonds vastgesteld voor het plaatsgebonden risico, de PR 10-6 contour. Dit is de contour waarbij de kans 1 op een miljoen is dat iemand overlijdt ten gevolge van een zwaar ongeval met het transport van de gevaarlijke stoffen op het spoor. Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van het spoor in een keer dodelijk slachtoffer worden van een ongeval met het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor. Hiervoor worden de PR 10-7 en de PR 10-8 contouren toegepast. Hierbij gaat het dus om de kans van 1 op de 10 miljoen en de kans van 1 op de 100 miljoen dat dit gebeurt. Uit het onderzoek externe veiligheid blijkt dat het plaatsgebonden risico maximaal 7 meter is (gerekend vanaf het hart van de spoorbundel). Het plangebied 1221 ligt hierbuiten. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die het Bevi stelt aan het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico gaat met het toevoegen van de 1.800 woningen omhoog. Het groepsrisico stijgt in de nieuwe situatie met 37,5%. Het groepsrisico ligt reeds in de huidige situatie boven 1,0 van de oriëntatiewaarde (richtwaarde, waarnaar moet worden gekeken bij de verantwoording van het groepsrisico).

Omdat ook sprake is van een toename van meer dan 10%, moet conform het Besluit externe veiligheid transportroutes het groepsrisico volledig worden verantwoord. In het kader van het bestemmingsplan is een verantwoording groepsrisico uitgevoerd (zie hoofdstuk 5 van bijlage 4 bij de toelichting). Daaruit volgt dat de beschouwde risicobronnen kunnen leiden tot vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

60

ongevallen die beheersbaar kunnen blijven. In de verantwoording zijn verschillende maatregelen benoemd die dit risico kunnen verkleinen. Voorbeelden van mogelijke maatregelen zijn tijdige alarmering en communicatie vooraf over de noodplannen. De in de verantwoording genoemde maatregelen kunnen de effecten van ongevallen mogelijk reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten. De brandweer Gooi- en Vechtstreek is (dat onderdeel is van de Veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek) om advies gevraagd op het externe veiligheidsonderzoek en de verantwoording. De reacties van de brandweer zijn verwerkt in de rapportage die in de bijlage is opgenomen. Opgemerkt moet worden dat het maximale programma van 1.800 woningen binnen postcodegebied niet volledig hoeft te worden benut. Dit betekent dat het berekende groepsrisico een worstcasescenario betreft en in de praktijk naar waarschijnlijkheid lager komt te liggen. Daarnaast is sprake van een geleidelijke en organische gebiedsontwikkeling, waarbij huidige functies gefaseerd verdwijnen en nieuwe functies geleidelijk ontstaan. Daarnaast ligt de volledige ontwikkeling van 1221 nog niet vast. Het Chw-bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om onderzoeken vooruit te schuiven naar de vergunningverlening.

Op het moment dat concrete ontwikkelingen zich voor doen binnen 1221 zullen de risico's (en benodigde maatregelen) met betrekking tot externe veiligheid opnieuw worden afgewogen. Dit is met een regeling vastgelegd in het Chw-bestemmingsplan. 6.4.2

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer en enkele daaraan gekoppelde besluiten (de Algemene maatregelen van bestuur) en ministeriële regelingen zijn de belangrijkste regels voor luchtkwaliteit opgenomen. Stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) zijn de belangrijkste stoffen in deze luchtkwaliteitsregelgeving. De jaargemiddelde waarden zijn 40 µg/m3 voor NO2, 40 µg/m3 voor PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. De Wereldgezondheidsorganisatie (Who) heeft daarnaast advieswaarden opgegeven, deze zijn 10 µg/m3, 15 µg/m3 en 5 µg/m3. Op basis van kaartmateriaal van Atlas leefomgeving (2019) blijkt dat grenswaarden in 1221 voor stikstof (NO2) tussen de 16 µg/m3 en 25 µg/m3 ligt. Voor fijnstof (PM10 en PM2,5) liggen de grenswaarden tussen de 19 en 20 µg/m3 en 11 en 12 µg/m3. Dit betekent dat ruimschoots aan de grenswaarden vanuit de Wet milieubeheer wordt voldaan. Aan de advieswaarden van de Who wordt (nog) niet voldaan. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de landelijke regels (Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM)) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 3.000 woningen met meer dan twee ontsluitingswegen vrijgesteld van toetsing. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Binnen postcodegebied 1221 worden maximaal 1.800 woningen (incl. Bruisend Hart) mogelijk gemaakt. Binnen het plangebied bevinden zich meerdere ontsluitingswegen. Hiermee kan het globale plan worden beschouwd als project dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt een eventueel benodigde onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. Dit is het geval wanneer niet kan worden aangetoond dat het plan niet in betekende mate bijdraagt, bijvoorbeeld als meerdere functies tegelijkertijd worden gerealiseerd. In het Chw-bestemmingsplan is in de procesregels een regelingen opgenomen dat initiatiefnemers moeten aantonen dat zij een goede luchtkwaliteit waarborgen.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

61

6.4.3

Geluid

Vanuit de Wet geluidhinder (Wgh) dient er bij de ontwikkeling van gebieden aandacht te worden besteed aan wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Het plangebied bevindt zich vrijwel volledig binnen de wettelijke (Wgh) geluidzones van wegen met een maximumsnelheid van 50 km/h of hoger en grenst daarnaast aan de spoorlijn van Hilversum. Tevens zijn er meerdere wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur gelegen binnen het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijk ordening dient de geluidbelasting ten gevolgen van de deze wegen ook te worden bepaald. De grenswaarden voor geluidbelasting zijn in onderstaande tabel weergeven:

Normering

Grenswaarde

Hoogst toelaatbare geluidbelasting wegverkeerslawaai

48 dB

Maximale ontheffing wegverkeerslawaai

63 dB

Hoogst toelaatbare geluidbelasting spoorweglawaai

55 dB

Maximale ontheffing spoorweglawaai

68 dB

Tabel 6.2 Grenswaarden geluidbelasting Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Weg - en railverkeerslawaai Binnen postcodegebied 1221 worden maximaal 1.800 woningen tot 2040 (incl. Bruisend Hart) mogelijk gemaakt, eventueel ook langs (50 km) wegen en het spoor. Door Sweco is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5 bij de toelichting). Het hoofddoel van dit onderzoek is het in kaart brengen voorkeurszones en maximale te ontheffen zones. In het onderzoek zijn daarom de geluidcontouren berekend rondom de (spoor)wegen als gevolg van weg- en railverkeer. Deze geluidcontouren zijn opgenomen in bijlage 4 van het onderzoek. De optredende geluidsbelastingen overschrijden in een deel van het plangebied, bij bestaande gebouwen langs het spoor en de 50 km/h wegen, de ten hoogste toelaatbare waarde van Lden 48 dB ten gevolge van wegverkeer en 55 dB ten gevolge van railverkeer uit de Wet geluidhinder. Voor de nieuw te ontwikkelen gevoelige objecten in dit gebied dient er rekening te worden gehouden met de geluidbelasting van deze wegen om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig en/of effectief. Daarom worden aan de hand van berekende geluidcontouren hogere waarden vastgesteld (zie bijlage 6).

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een nieuw geluidgevoelig object, moet aangetoond worden dat de gevelbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde danwel de vastgestelde hogere waarde. Als sprake is van een vastgestelde hogere waarde moet tevens voldaan worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in het hogere waardenbesluit. Naast de geluidscontouren is in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer op de reeds bekende ontwikkellocaties binnen 1221 onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat: de geluidbelasting vanwege railverkeer op de locatie Venetapark, Hunkemöller, Zuiderweg en Korte Noorderweg onder de maximaal te ontheffen waarde ligt maar boven de maximaal toelaatbare waarde. Met het vaststellen van het hogere waarde besluit worden de berekende geluidbelastingen vastgesteld als hogere waarden. Bij het uitwerken van een omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de criteria die zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. de geluidbelasting vanwege wegverkeer hoger is dan de voorkeurgrenswaarde op de locaties Korte Noorderweg, Wybertjesfabriek en Venetapark, maar onder de maximaal te ontheffen waarde. Met vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

62

het vaststellen van het hogere waarde besluit worden de berekende geluidbelastingen vastgesteld als hogere waarden. Bij het uitwerken van een omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de criteria die zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan en het hogere waarde besluit. De geluidbelasting op de overige ontwikkellocaties voldoet aan de voorkeursgrenswaarden. De 30 km/uur wegen hebben een relevante geluidbelasting op de panden aan de wegen. Bij nieuw te ontwikkelen woningen dient hier rekening mee te worden gehouden om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Vooral voor de Geuzenweg, de Snelliusstraat, de Amperestraat, de Professor Poelstraat, de Liebergerweg en de Nachtegaalstraat is het belangrijk om rekening te houden met de geluidbelasting. Aan de hand van berekende geluidbelastingen zijn hogere waarden vastgesteld. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een nieuw geluidgevoelig object, moet aangetoond worden dat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarden danwel vastgestelde hogere waarde.

Cumulatie met andere geluidsbronnen Geluidhinder voor omwonenden door wegverkeer en railverkeer is in het akoestisch onderzoek van Sweco cumulatief beschouwd. De berekende contouren geven aan dat het postcodegebied 1221 in de huidige situatie een uitdagend gebied is met betrekking tot geluid. Op veel plekken wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden en zijn hogere waarden vastgesteld. Er is geen sprake van (cumulatieve) geluidhinder door vliegverkeer, omdat 1221 ruim buiten de geluidcontouren van Schiphol en vliegveld Hilversum ligt. Voor geluidhinder door bedrijven zijn in de gebiedsanalyse de richtafstanden voor geluid in beeld gebracht. Deze richtafstanden zijn in een contourenkaart in paragraaf 6.3.2 verwerkt. Er is geen sprake van (cumulatieve) geluidhinder door bedrijven, omdat de ontwikkellocaties buiten de contouren van de bedrijven vallen. Bij de bouw van nieuwe woningen wordt daarnaast rekening gehouden met de bestaande geluidcontour van de bedrijven. Middels onderzoek moet bij de vergunningverlening worden aangetoond dat sprake is van een gezonde, veilige leefomgeving. De zwaardere bedrijvigheid binnen 1221, met een hoge geluidsuitstraling, worden bovendien op termijn getransformeerd tot woningen en/of lichte bedrijvigheid met een lage geluidsuitstraling.

De 'verandering van bedrijven in stedelijke bewoning' heeft hiermee een positief effect op de leefomgevingskwaliteit. Geluiduitstraling of trillingen tijdens bouwwerkzaamheden worden tot slot bij de omgevingsvergunning bouwen getoetst. Hierbij moet worden voldaan aan de eisen vanuit het bouwbesluit. Als sprake is van cumulatie met wegverkeerslawaai of spoorwegverkeerslawaai, is dit slechts van tijdelijke aard. 6.4.4

Trillingen

Hinder of schade door trillingen kan ontstaan door verkeer over het spoor. Deze trillingen bewegen zich door de bodem. Trillingen nemen af als de afstand tot de bron groter wordt. Personen kunnen last hebben van trillingen, maar er kan ook verstoring zijn van activiteiten door trillingen. In het Activiteitenbesluit wordt voor de aanwijzing van trillingsgevoelige gebouwen verwezen naar de geluidgevoelige gebouwen van de Wgh. Het gaat dan bijvoorbeeld om woningen. De meet- en beoordelingsrichtlijn B, “Hinder voor personen in gebouwen” bevat richtlijnen voor het meten en beoordelen van hinder voor personen. De richtlijn maakt onderscheid in de functie van het gebouw en de aard van de trillingsbron en onderscheid in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties.In de Richtlijn vindt de beoordeling plaats door middel van A1, A2 en A3: A1 is de onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; A2 is de bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; A3 is de streefwaarde voor de trillingssterkte Vper. De streefwaarden zijn voor woningen zijn: vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

63

Dag – Avond

Wonen

Nacht

A1

A2

A3

A1

A2

A3

0,10

0,40 0,05 0,10

0,20

0,05

Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien: De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1, of; De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de ruimte (Vper) kleiner is dan A3. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Er is nog niet exact bekend welke woning waar én wanneer ontwikkeld gaat worden langs het spoor in 1221. Op basis van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet is daarom het trillingsonderzoek doorgeschoven naar de vergunningverlening. In artikel 14 is bepaald dat de initiatiefnemers bij een vergunningaanvraag een nader onderzoek dienen aan te leveren. Daarnaast is met een voorwaardelijke verplicht in artikel 14 bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - trillingen' bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan wanneer minimaal uit een dynamische berekening van de trillingssterkte blijkt dat de streefwaarden, zoals bedoeld in de Richtlijn, niet wordt overschreden. 6.4.5

Overige aspecten

Ook overige aspecten, zoals lichthinder, schadduwwerking, windhinder en privacy kunnen de leefbaarheid van een gebied beïnvloeden. Om te beoordelen of er sprake is van onrechtmatige hinder door schending van privacy moet worden gekeken naar het Burgerlijk wetboek, naar boek 5 (het zogenoemde burenrecht). Op basis van artikel 50 van boek 5 dient bijvoorbeeld de afstand tot een naastgelegen erf twee meter te bedragen wanneer het gaat om zicht op eigendom van de buren. Dit betekent dat wanneer de afstand groter is dan twee meter er geen sprake is van onrechtmatige hinder door schendig van privacy. Ontwikkelende partijen zijn gehouden aan het Burgerlijk wetboek. Op sommige plekken in het gebied kan door nieuwe bebouwing de lichtinval veranderen. Over het algemeen zal door de beperkingen in hoogtes dat niet tot situaties leiden die onacceptabel zijn. Niettemin zal bij de verdere uitwerking van de ontwikkelingen rekening gehouden moeten worden met lichtinval en bezonning op naburige percelen. Dat kan bijvoorbeeld door het doen van schaduwonderzoeken. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet daarbij nagaan of er sprake is van onrechtmatige hinder door schaduwval. Of sprake is van onrechtmatige hinder wordt ook bepaald door het Burenrecht.

Artikel 37 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek zegt daarover: De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. Er is nog niet exact bekend welke activiteit waar én wanneer ontwikkeld gaat worden langs het spoor in 1221. Op basis van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet zijn daarom bepaalde onderzoeken doorgeschoven naar de vergunningverlening. In artikel 14 is bepaald dat bij nieuwe ontwikkelingen een gezonde, fysieke leefomgeving gewaarborgd moet worden. Als dit op voorhand niet kan worden gewaarborgd, dienen onderzoeken dit aan te tonen. Bij de omgevingsvergunningsaanvraag moet daarnaast ook worden voldaan aan bestaande regelgeving, zoals het bouwbesluit en het Burgelijk wetboek. Hiermee worden deze omgevingsaspecten ook voldoende gewaarborgd. 6.4.6

Gezondheid

Voor de beoordeling van een gezonde leefomgeving is geen vast wettelijk kader beschikbaar, maar gezondheid krijgt steeds meer een vaste plek in de belangenafweging. Om gezondheid in de leefomgeving te verbeteren moet in 2024 bij belangenafwegingen in het ruimtelijk beleid standaard rekening worden gehouden met gezondheid. Concreet betekent dit dat gemeenten de gebruiker centraal stelt en bewegen en een gezonde leefstijl stimuleren. Ook moeten ontmoetingen in de openbare ruimte gemakkelijker worden. Dat kan bijvoorbeeld door de veiligheid te verbteren of ontmoetingsplekken te realiseren. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

64

Het postcodegebied 1221 is een stedelijk gebied, waar gezondheid extra aandacht verdiend. Uit de gezondheidspeiling van de GGD Gooi en Vechtstreek blijkt dat weinig bewegen /sporten, obesitas en een psychisch mindere gezondheid belangrijke thema's zijn in 1221. Ook eenzaamheid bij ouderen, overbelasting van mantelzorgers en een gebrek aan sociaal contact zijn problemen waar bewoners mee te kampen hebben. Bewoners in Oost (1221 + 1223) voelen zich verder (73%) minder vaak veilig dan in andere wijken (85% gemiddeld in Hilversum). Op milieukundig gebied heeft gezondheid te maken met concentraties luchtverontreinigende stoffen, geluidbelasting door wegverkeer, industrie (bedrijven) of scheep- en luchtvaart, geur (stank) en externe veiligheid. Met de Omgevingswet in aantocht, wordt gezondheid vaak breder beschouwd en omvat het alle aspecten die de fysieke en mentale gezondheid van mensen in een gebied beïnvloedt en bevordert, zoals de mate van groen, het voorkomen van hittestress, het aantal (nabije) voorzieningen, speelmogelijkheden, ontmoetingsplekken en sportmogelijkheden. De gemeente heeft de ambitie om een gezonde, fysieke leefomgeving te borgen en bevorderen voor al haar inwoners. Zij hebben allen het recht op een gezonde manier te leven, op te groeien, te wonen, te bewegen en te sporten in een groene leefomgeving.

Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan In het Chw-bestemmingsplan 1221 heeft het aspect gezondheid een plek gekregen. Door het opstellen van de Gebiedsagenda 1221, het Beeldkwaliteitsplan+, de gebiedspaspoorten, de gebiedsanalyse, de onderzoeken en de aanmeldingsnotitie is op vele momenten gekeken naar de belangenafwegingen ten aanzien van gezondheid. Het aspect gezondheid is opgenomen in het Chw-bestemmingsplan binnen de ambities van de Gebiedsagenda. Deze ambities bestaan uit Identieit, Wonen en Werken, Leefbaarheid, Spelen en Ontmoeten, Groen en Duurzaamheid, Verkeer, verbinding en parkeren en Samenwerken. Middels een gebiedsanalyse is in het Chw-bestemmingsplan 1221 onderbouwd en aangetoond welke aandachtpunten er in het plangebied zijn en voor welke aspecten er geen knelpunten worden verwacht. Voor de aandachtspunten geluid, stikstof en externe veiligheid is nader onderzoek uitgevoerd. Deze gebiedsanalyse en onderzoeken zijn gericht op milieuaspecten in het postcodegebied en hebben aangetoond dat er geen onoverkomelijke belemmeringen zijn, die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan (zie ook paragraaf 6.3.2 en 6.4.1 t/m 6.4.6). Alle aspecten in samenhang beziend acht de gemeente het woon- en leefklimaat aanvaardbaar. De ligging en historische ontwikkeling van het gebied brengen enkele bijzondere uitdagingen met zich mee.

Zo is sprake van een relatief hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijn en brengt het spoor ook risico's op het gebied van externe veiligheid met zich mee. Daar staat tegenover dat het plan voorziet in nieuwe, betaalbare woningen met behoud van werkgelegenheid, de wijk een goede (OV) bereikbaarheid kent, levendig is en voorzieningen op korte afstand aanwezig zijn. Bovendien draagt het plan bij aan verduurzaming en vergroening van de wijk door groene plekken te creëren in de wijk en binnen de ontwikkellocaties. De gemeente Hilversum heeft in dit Chw-bestemmingsplan twee omgevingswaarden opgenomen om de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls te geven. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de leefomgeving en de gezondheid in het gebied 1221, zoals omschreven in de gemeentelijke omgevingsdoelen. De omgevingswaarde 'Groene pleinen' speelt in op het prachtproject 'Groene Loper' en gaat om het vergroenen van de pleinen. Voor het prachtproject 'Spelen en Ontmoeten' is de omgevingswaarde 'Speelvoorzieningen' opgenomen. Met omgevingswaarden draagt de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders op om enkele specifiek benoemde kwaliteiten te bereiken en in stand te houden. Dit draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit.

Voor de ontwikkellocaties (en eventueel nieuwe ontwikkellocaties) zijn daarnaast kaders vastgelegd om gezondheid te bevorderen. Deze kaders zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan+. In de kaders is bijvoorbeeld vastgelegd dat 60% van de ontwikkellocatie ten minste onverhard (en dus groen of blauw) moet worden ingericht. Daarnaast moet per 150 m2 open ruimte 1 boom worden aangeplant. Bomen en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

65

groen zorgen met schaduw en een hogere luchtvochtigheid voor een aangenaam microklimaat, wat hittestress kan voorkomen. De openbare ruimte moet daarnaast publiek toegankelijk zijn en primair zijn ingericht voor de voetganger en de fietser. Collectieve inpandige fietsenstallingen worden daarbij geadviseerd. Hoogteverschillen moeten zo veel mogelijk worden overbrugd, zodat beperkingen voor mensen die slecht ter been zijn worden geminimaliseerd. Hierbij moet rekeningen worden gehouden met hellingbanen, zodat dit ook geschikt is voor fietsers, wandelwagens en andersvaliden. Met behulp van deze eisen wordt fysiek de mogelijkheid geboden om te kunnen bewegen, spelen en ontmoeten, wat bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.

6.5

Omgevingsaspecten groen en duurzaamheid

6.5.1

Bodemkwaliteit

Op grond van de Wet bodembescherming dient de kwaliteit van de bodem te worden bewaakt en dienen verontreinigingen in de bodem te worden voorkomen. De milieuhygiënische bodemkwaliteit van een gebied moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Voor een gevoelige functie als wonen gelden andere eisen dan voor bijvoorbeeld bedrijven. De milieuchemische bodemkwaliteit mag geen risico's opleveren voor de gebruikers van een gebied. In de procesregels is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers dit moeten aantonen bij een omgevingsvergunningaanvraag, bijvoorbeeld middels het overleggen bodemonderzoek. Binnen 1221 komen diverse bodemverontreinigingen voor. Op basis van de beschikbare informatie van de gemeente Hilversum (bodemkwaliteitskaart en diverse onderzoeken) blijkt dat een deel van de bodem in 1221 verontreinigd is met minerale olie, zware metalen, asbest, PAK en VOCL/PCB/OCB. Daarnaast is sprake van een aantal bodemverontreinigingen met overige stoffen (zie figuur 6.7). Ook op andere locaties in 1221 is mogelijk sprake van bodemverontreinigingen.

vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

66

Figuur 6.7 bekende bodemverontreinigingen in 1221 Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Voor iedere ontwikkeling binnen het gebied zal minstens een historisch bodemonderzoek (NEN 5725) nodig zijn om aan te tonen of er mogelijk bodemverontreinigingen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dan per ontwikkeling of vervolgens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) nodig is. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een sterk verontreinigde bodem is nader onderzoek (NEN 5755) noodzakelijk. Uit het nader onderzoek kan blijken dat uiteindelijk een eventuele sanering van de bodem nodig is, waarmee de bodem geschikt wordt gemaakt voor de uit te voeren werkzaamheden en beoogde functie. Aangezien niet alle ontwikkelingen binnen 1221 concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan is in de procesregels een regeling opgenomen dat, indien nodig, de initiatiefnemers een bodemonderzoek dienen aan te leveren bij de omgevingsvergunningaanvraag van hun project. 6.5.2

Natuur en soorten

In de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht. In 1221 bevinden zich geen (gedeelten van) Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Oostelijke Vechtplassen op circa 4,15 kilometer afstand. Natura 2000-gebied Eemmeer vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

67

& Gooimeer Zuidoever bevindt zich op circa 7 kilometer afstand. Directe effecten op de Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uit te sluiten, maar indirecte effecten door stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Om deze reden is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit het stikstofonderzoek blijkt dat de verkeersgeneratie ten gevolge van de gebruiksfase van het project niet leidt tot een depositietoename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden rondom het plangebied. Hiermee is er voor het project voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming nodig. Voor de aanlegfase geldt sinds 1 juli 2021 met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling van de Wnb-vergunningplicht voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Afhankelijk van de locatie in 1221 is het mogelijk dat beschermde soorten voorkomen. Volgens de Effectenindicator soorten komen er in 1221 diverse beschermde soorten voor welke hinder kunnen ondervinden van ruimtelijke ontwikkelingen. Het betreft de gierzwaluw, de huismus en de gewone dwergvleermuis. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan Bij een concrete ontwikkeling dient aandacht te worden besteed aan beschermde soorten middels een verkennend natuuronderzoek.

Mogelijk dient een initiatiefnemer op basis hiervan een aanvullend natuuronderzoek te doen naar bepaalde beschermde diersoorten. Er kunnen mitigerende maatregelen nodig zijn om een ontwikkeling mogelijk te maken. Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de onderzoeksplicht doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan is in de procesregels een regelingen opgenomen dat initiatiefnemers een verkennend natuuronderzoek dienen aan te leveren bij de vergunningaanvraag van hun project.

Daarnaast wordt bij de ontwikkelingen in het postcodegebied 1221 natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde opgenomen. De sturing van natuurinclusief bouwen vindt plaats door een bepaling in de regels waarin de verplichting is opgenomen tot het realiseren van voldoende maatregelen in het kader van natuurinclusief bouwen. Of men invulling geeft aan deze verplichting wordt getoetst aan de hand van een Realisatieplan natuurinclusief bouwen dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw ingediend moet worden. Voor de uitleg wanneer sprake is van voldoende maatregelen is gebruik gemaakt van een beleidsregel 'Natuurinclusief bouwen'. Met deze beleidsregel wordt er op gestuurd dat bij het bouwen van nieuwe gebouwen maatregelen voor natuurinclusief bouwen worden gerealiseerd. Uit de beleidsregel volgt wanneer sprake is van voldoende maatregelen voor verschillende mogelijke situaties. 6.5.3

Klimaatadaptatie

Zoals in bovenstaande paragrafen wordt omschreven, is er weinig groen en blauw (water) in 1221. Dit is in het kader van klimaatadaptatie problematisch. Kleinschalige en incidentele vormen van groen (en water) zijn namelijk essentieel voor waterinfiltratie en het tegengaan van opwarming van de straat. De huidige mate van bebouwing en verharding in het gebied zorgt niet alleen voor problemen bij intensieve regen, maar zorgt er ook voor dat in de steeds heter wordende zomers er delen van wijken ontstaan waar de warmte niet meer weg kan. Deze zogenaamde urban heat islands zijn slecht voor mens en natuur en zorgen voor hittestress. Kleine toevoegingen van groen, in openbare ruimte of in tuinen, op daken of parkeerterreinen, kunnen de effecten van de klimaatverandering verzachten. Daarnaast wil de gemeente waar mogelijk hemelwater afkoppelen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De gemeente heeft als een van haar doelstellingen om de wijk te vergroenen. Groen draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van de mensen, is essentieel voor (beschermde) planten en dieren en zorgt voor een klimaatadaptieve(re) omgeving. Met het realiseren van een zogeheten 'Groene Loper' moet vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

68

deze doelstelling worden gerealiseerd. Hierbij worden ook relaties gelegd met thema's als klimaatadaptatie, waterberging, hittestress en biodiversiteit. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan deze ambities door de omgevingswaarde 'Groene pleinen' vast te leggen, welke een resultaatsverplichting oplegt om tot 2030 zes pleinen te vergroenen. Daarnaast zijn groen- en waterbergende voorzieningen ten alle tijde toegestaan en is in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van waterinfiltratie, waarin geregeld is dat bij nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding, er in het belang van de hydrologische situatie ter plaatse, voldoende ruimte wordt gereserveerd voor het bergen en infiltreren van hemelwater binnen de (toekomstige) eigendomsgrenzen van het perceel. Hiermee wordt bijgedragen aan een klimaatbestendig Hilversum. 6.5.4

Water

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met ruimtelijke ontwikkelingen. Een zogenoemde watertoets is hierbij verplicht om de waterhuishoudkundige aspecten (wateroverlast, hemelwaterafvoer, riolering, veiligheid) te kunnen beoordelen. De gemeente hanteert daarnaast het watermanagementplan 2021 2026, welke in hoofdstuk 4 reeds is toegelicht. Het gebied 1221 is hoofdzakelijk versteend en in de openbare ruimte zijn nauwelijks waterpartijen aanwezig. Er zijn enkele plekken met waterbergingen, met name in de Kleine Driftbuurt. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De gemeente heeft als doelstelling om het gebied 1221 te verduurzamen, o.a. door het klimaatadaptief in te richten. Dit houdt in dat de waterbergingsmogelijkheden in het gebied worden vergroot door waterpleinen of ondergrondse waterbergingen aan te leggen. Ook is de ambitie gesteld om hemelwater af te koppelen om het rioleringssysteem bij grote buien te ontzien. Bij ontwikkellocaties is het idee om regenwater op eigen terrein te laten infiltreren. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan deze ambities door waterbergende voorzieningen ten alle tijden toe te staan.

Aangezien de ontwikkelingen binnen 1221 nog niet concreet zijn en er op voorhand geen onoverkoombare belemmeringen worden verwacht, wordt de watertoets doorgeschoven naar de vergunningverlening. In het Chw-bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat initiatiefnemers een watertoets dienen aan te leveren bij de vergunningaanvraag van hun project. 6.5.5

Duurzame energie en circulariteit

Veel van de bestaande gebouwen in 1221 zijn gerealiseerd in het begin van de vorige eeuw. Door de doorgaans slechte isolering van deze woningen en bedrijfspanden gaat veel energie verloren. Daarnaast worden nagenoeg alle panden nu nog middels gas verwarmd. In de nabije toekomst zal 1221 van het gas af moeten, de energievraag moeten worden verlaagd én zal er duurzame energie opgewekt moeten worden. Ook ligt er de komende jaren een grote opgave in 1221 op het gebied van circulariteit. Zo worden er maximaal 1.800 nieuwe woningen gebouwd (incl. Bruisend Hart), en worden op verschillende ontwikkellocaties gebouwen gesloopt en opnieuw gebouwd. Het streven is om hier zoveel mogelijk in te zetten op waardeverhogende bouwmethodieken, milieu- en grondstofvriendelijke materialen en minder afval en uitstoot in het proces van bouwen. Betekenis voor het Chw-bestemmingsplan De ambities en aanpak op het gebied van circulariteit en duurzame energie zijn in de Transitievisie Warmte vastgelegd. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met de nieuwste landelijke bouw-energiestandaarden (BENG) en tegelijkertijd ruimte geboden aan toekomstige ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie en circulariteit. Zo is de opwekking van duurzame energie toegestaan. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=444f42f7-8ae4-48e1-ace4-435640c267a4