Bijlage 5 : Chw-bestemmingsplan 1221_(gewijzigd)_Regels
Tekst van het document
het hoofdgebouw enkel gebouwd mag worden op een locatie waar op de verbeelding met een maatvoeringsvlak een maximale bouwhoogte is aangegeven; vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
48
d.
e.
f. g. h.
i.
j.
k.
2. het terrein niet meer bebouwd mag worden dan het maximum bebouwingspercentage dat op de verbeelding is aangegeven. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van 'gemengde activiteiten', 'het exploiteren van een detailhandelsvestiging', 'het exploiteren van een horeca-inrichting' dat: 1. het hoofdgebouw in de bestaande voorgevelrooilijn moet worden gebouwd; In afwijking op het bepaalde onder a geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone Evenemententerrein' dat er gebouwen mogen worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 200 m2 en dat de bouwhoogte van deze gebouwen niet meer dan 4,00 meter bedraagt. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Parkeernota Hilversum 2017 en de beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; Het is verboden bestaande hoofgebouwen te verbouwen met als doel deze geschikt te maken voor meervoudige bewoning; In afwijking van sub g. is meervoudige bewoning toegestaan mits: 1. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Parkeernota Hilversum 2017 en de beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; 2. de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. 3.
geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaat. Er wordt voldaan aan de algemene beeldkwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger; Binnen 2 jaar na de start van het bouwen dienen voldoende maatregelen te zijn gerealiseerd in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten. Wanneer sprake is van voldoende maatregelen in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten is opgenomen in de beleidsregel 'Beleid Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021' of diens opvolger. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning bouwen moet worden voldaan aan de indieningsvereisten uit artikel 14.
12.6.2 Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk Voor het bouwen van bijgebouwen geldt dat: a. het totaal bebouwd oppervlak van het achtererfgebied, behorend bij het oorspronkelijke hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 50% met een maximum van 50 m2; b. de bouwhoogte, voor zover op een afstand van niet meer dan 4,00 meter van de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw, niet meer dan 4,00 meter bedraagt en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; c. de bouwhoogte, voor zover op een afstand van meer dan 4,00 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer dan 3,00 meter bedraagt; d. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 3,00 meter bedraagt; e. de maximale breedte naast de oorspronkelijk zijgevel van het hoofdgebouw gelegen, aangebouwde bijbehorend bouwwerk, niet meer dan 2,50 meter bedraagt; f. indien naast de woning gelegen, aangebouwde bijbehorend bouwwerk, breder dan 2,50 meter zijn, dienen de bouwwerken op ten minste 3,00 meter achter de voorgevelrooilijn te liggen; g. de maximale oppervlakte van een garagebox bedraagt niet meer dan 25 m2. 12.6.3 Het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2,00 meter bedraagt voor zover deze zijn gelegen op meer dan 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn dan wel op meer dan 1,00 meter van de openbare weg of het openbaar groen; b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting en verkeersregulatie bedraagt maximaal 6,00 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2,00 meter bedraagt. vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
49
12.7
Bouwactiviteiten moderniseringsgebied Minckelersstraat
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten moderniserringsgebied Minckelersstraat' gelden, mede gelet op het oogmerk zoals opgenomen in artikel 11.7.1, de volgende regels. 12.7.1 Het bouwen van hoofdgebouwen a. Voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals bedoeld in Artikel 10 en Artikel 11 geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer dan 15 meter bedraagt, tenzij anders is aangegeven op de verbeelding, of de bestaande bouwhoogte indien deze hoger is; b. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de activiteit 'wonen' dat: 1. het hoofdgebouw in de bestaande voorgevelrooilijn moet worden gebouwd; 2. de bebouwingsdiepte voor aaneengebouwde woningen 10 meter bedraagt, voor twee aaneengebouwde woningen 12 meter bedraagt en voor vrijstaande woningen 15 meter bedraagt; c. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de activiteiten 'exploiteren van een bedrijf t/m categorie 2', het 'verrichten van maatschappelijke diensten', 'gemengde activiteiten' en het 'exploiteren van een horeca-inrichting' dat: 1. het hoofdgebouw enkel gebouwd mag worden op een locatie waar op de verbeelding met een maatvoeringsvlak een maximale bouwhoogte is aangegeven; 2.
het terrein niet meer bebouwd mag worden dan het maximum bebouwingspercentage dat op de verbeelding is aangegeven. d. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van 'gemengde activiteiten', 'het exploiteren van een detailhandelsvestiging', 'het exploiteren van een horeca-inrichting' dat: 1. het hoofdgebouw in de bestaande voorgevelrooilijn moet worden gebouwd; e. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Parkeernota Hilversum 2017 en de beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; f. Het is verboden bestaande hoofgebouwen te verbouwen met als doel deze geschikt te maken voor meervoudige bewoning; g. In afwijking van sub f. is meervoudige bewoning toegestaan mits: 1. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Parkeernota Hilversum 2017 en de beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; 2. de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. 3. geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaat. h. Er wordt voldaan aan de algemene beeldkwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger; i.
Binnen 2 jaar na de start van het bouwen dienen voldoende maatregelen te zijn gerealiseerd in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten. Wanneer sprake is van voldoende maatregelen in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten is opgenomen in de beleidsregel 'Beleid Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021' of diens opvolger. j. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning bouwen moet worden voldaan aan de indieningsvereisten uit artikel 14. 12.7.2 Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk Voor het bouwen van bijgebouwen geldt dat: a. het totaal bebouwd oppervlak van het achtererfgebied, behorend bij het oorspronkelijke hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 50% met een maximum van 50 m2; b. de bouwhoogte, voor zover op een afstand van niet meer dan 4,00 meter van de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw, niet meer dan 4,00 meter bedraagt en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
50
c. de bouwhoogte, voor zover op een afstand van meer dan 4,00 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer dan 3,00 meter bedraagt; d. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 3,00 meter bedraagt; e. de maximale breedte naast de oorspronkelijk zijgevel van het hoofdgebouw gelegen, aangebouwde bijbehorend bouwwerk, niet meer dan 2,50 meter bedraagt; f. indien naast de woning gelegen, aangebouwde bijbehorend bouwwerk, breder dan 2,50 meter zijn, dienen de bouwwerken op ten minste 3,00 meter achter de voorgevelrooilijn te liggen; g. de maximale oppervlakte van een garagebox bedraagt niet meer dan 25 m2. 12.7.3 Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2,00 meter bedraagt voor zover deze zijn gelegen op meer dan 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn dan wel op meer dan 1,00 meter van de openbare weg of het openbaar groen; b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting en verkeersregulatie bedraagt maximaal 6,00 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2,00 meter bedraagt.
12.7.4 Het bouwen van geluidgevoelige objecten Het is niet toegestaan om geluidgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder te bouwen indien de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer, railverkeer of industrielawaai hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, of een verkregen hogere grenswaarde. Indien sprake is van een verkregen hogere grenswaarde dient te worden voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in het betreffende hogere waardenbesluit. 12.8
Bouwactiviteiten moderniseringsgebied Spoorzone
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten moderniseringsgebied Spoorzone' gelden, mede gelet op het oogmerk zoals opgenomen in artikel 11.8.1, de volgende regels. 12.8.1 Het bouwen van hoofdgebouwen a. Voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals bedoeld in Artikel 10 en Artikel 11 geldt dat: 1. de bouwhoogte niet meer dan 15,00 meter bedraagt, tenzij anders is aangegeven op de verbeelding, of de bestaande bouwhoogte indien deze hoger is. b. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de activiteit 'wonen' dat: 1. het hoofdgebouw in de bestaande voorgevelrooilijn moet worden gebouwd; 2. de bebouwingsdiepte voor aaneengebouwde woningen 10 meter bedraagt, voor twee aaneengebouwde woningen 12 meter bedraagt en voor vrijstaande woningen 15 meter bedraagt. c. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de activiteiten 'exploiteren van een bedrijf t/m categorie 2', 'exploiteren van een bedrijf t/m categorie 3' en het 'verrichten van maatschappelijke diensten' dat: 1. het hoofdgebouw enkel gebouwd mag worden op een locatie waar op de verbeelding met een maatvoeringsvlak een maximale bouwhoogte is aangegeven; 2.
het terrein niet meer bebouwd mag worden dan het maximum bebouwingspercentage dat op de verbeelding is aangegeven. d. In aanvulling op het genoemde onder a geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van 'gemengde activiteiten', 'het exploiteren van een detailhandelsvestiging', 'het exploiteren van een horeca-inrichting' dat: 1. het hoofdgebouw in de bestaande voorgevelrooilijn moet worden gebouwd; e. In aanvulling op het genoemde onder a geldt dat het bouwen van een gebouw ten behoeve van de activiteit ´railverkeer´ uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bediening van kunstwerken en die niet meer bedraagt dan 12,00 meter. f. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Parkeernota Hilversum 2017 en de vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
51
beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; g. Het is verboden bestaande hoofgebouwen te verbouwen met als doel deze geschikt te maken voor meervoudige bewoning; h. In afwijking van sub g. is meervoudige bewoning toegestaan mits: 1. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Parkeernota Hilversum 2017 en de beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; 2. de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de bouwwerken en het woongenot op en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. 3. geen overconcentratie aan meervoudige bewoning ontstaat. i. Er wordt voldaan aan de algemene beeldkwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger; j. In afwijking van sub a t/m c mogen gebouwen worden gebouwd voor zover die passen binnen de algemene beeldkwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger; k. Binnen 2 jaar na de start van het bouwen dienen voldoende maatregelen te zijn gerealiseerd in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten.
Wanneer sprake is van voldoende maatregelen in het kader van Natuurinclusief bouwen en inrichten is opgenomen in de beleidsregel 'Beleid Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021' of diens opvolger. l. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning bouwen moet worden voldaan aan de indieningsvereisten uit artikel 14. 12.8.2 Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk Voor het bouwen van bijgebouwen geldt dat: a. het totaal bebouwd oppervlak van het achtererfgebied, behorend bij het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer dan 50% bedraagt met een maximum van 50 m2; b. de bouwhoogte, voor zover op een afstand van niet meer dan 4,00 meter van de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw, niet meer dan 4,00 meter bedraagt en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 0,30 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; c. de bouwhoogte, voor zover op een afstand van meer dan 4,00 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer dan 3,00 meter bedraagt; d. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 3,00 meter bedraagt; e. de maximale breedte naast de oorspronkelijk zijgevel van het hoofdgebouw gelegen, aangebouwde bijbehorend bouwwerk, niet meer dan 2,50 meter bedraagt; f.
indien naast de woning gelegen, aangebouwde bijbehorend bouwwerk, breder dan 2,50 meter zijn, dienen de bouwwerken op ten minste 3,00 meter achter de voorgevelrooilijn te liggen; g. de maximale oppervlakte van een garagebox bedraagt niet meer dan 25 m2. 12.8.3 Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2,00 meter bedraagt voor zover deze zijn gelegen op meer dan 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn dan wel op meer dan 1,00 meter van de openbare weg of het openbaar groen; b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting en verkeersregulatie bedraagt maximaal 6,00 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2,00 meter bedraagt. d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het railverkeer, niet meer dan 10 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, bedraagt.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
52
12.8.4 Het bouwen van geluidgevoelige objecten Het is niet toegestaan om geluidgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder te bouwen indien de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer, railverkeer of industrielawaai hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, of een verkregen hogere grenswaarde. Indien sprake is van een verkregen hogere grenswaarde dient te worden voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in het betreffende hogere waardenbesluit. 12.9
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Hunkemoller
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Hunkemoller' mag aanvullend op de in artikel 12.8 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.8.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het gebiedspaspoort Hunkemoller, zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 33 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 5.329 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 26.500 m2. 12.10
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Venetapark
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Venetapark' mag aanvullend op de in artikel 12.8 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.8.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het gebiedspaspoort Venetapark, zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 25 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 2.150 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 14.000 m2. 12.11
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Van Son
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Van Son' mag aanvullend op de in artikel 12.7 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.7.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het gebiedspaspoort Van Son, zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 20 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 5.800 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 18.500 m2. 12.12
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Wybertjesfabriek
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Wybertjesfabriek' mag aanvullend op de in artikel 12.6 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.6.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het gebiedspaspoort Wybertjesfabriek, zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 17 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 1.500 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 6.350 m2.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
53
12.13
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Grote Sigarenfabriek
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Grote Sigarenfabriek' mag aanvullend op de in artikel 12.6 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.6.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het gebiedspaspoort Grote Sigarenfabriek, zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 12 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 1.624 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 4.750 m2. 12.14
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg' mag aanvullend op de in artikel 12.8 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.8.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het gebiedspaspoort Zuiderweg/Lijsterweg, zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 17 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 1.600 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 5.750 m2. 12.15
Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Korte Noorderweg
Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Bouwactiviteiten gebiedspaspoort Korte Noorderweg' mag aanvullend op de in artikel 12.8 genoemde bouwactiviteiten en in afwijking van het bepaalde in artikel 12.8.1 onder a tot en met c, omgevingsvergunning worden verleend voor activiteiten die voldoen aan het reeds 9 maart 2022 als onderdeel van het 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ door de gemeenteraad vastgestelde 'Gebiedspaspoort Korte Noorderweg Hilversum', waarbij de volgende maxima gelden: maximale bouwhoogte 25 meter, of minder indien aangegeven in het gebiedspaspoort; maximum bebouwd oppervlak 7.250 m2; maximaal bruto vloeroppervlak (excl parkeerkelder) 30.000 m2. Indien een opvolger van het 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ wordt vastgesteld, dan zijn de regels van deze opvolger van toepassing, met inachtneming van de hiervoor genoemde maxima. 12.16
Bouwactiviteiten met omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit
Met een omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit kan in afwijking van het bepaalde onder a tot en met c in de artikelen 12.2.1, 12.3.1, 12.4.1, 12.5.1, 12.6.1, 12.7.1 en 12.8.1 het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de gebruiksactiviteiten zoals bedoeld in Artikel 10 en Artikel 11 toe worden gestaan, waarbij geldt dat: a. de maximum bouwhoogte 15 meter bedraagt; b. in afwijking van het bepaalde onder a een hogere bouwhoogte van 25 meter is toegestaan als: 1. dit is opgenomen in het op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger; 2. de grotere hoogte wordt gecompenseerd door op het perceel minimaal 1.000 m2 openbaar toegankelijk groen te ontwikkelen; c. er wordt voldaan aan de algemene beeldkwaliteitscriteria, zoals opgenomen in het op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger, d. voor ontwikkelingen van: vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
54
1. meer dan 11 woningen; en/of 2. meer dan 500 m² bvo van: het exploiteren van een bedrijf; het verlenen van diensten; het verrichten van maatschappelijke diensten; het houden van kantoor gemengde activiteiten; het exploiteren van een horeca-inrichting exploiteren van een detailhandelsvestiging; en/of sportactiviteiten; waarvoor in het 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221' geen gebiedspaspoort is vastgesteld, alleen gebouwen mogen worden gebouwd nadat de gemeenteraad een gebiedspaspoort heeft vastgesteld conform artikel 18. 12.17
Bouwactiviteiten bescherming stadsgezicht
12.17.1 Verbod Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - bescherming stadsgezicht' mogen in afwijking van het bepaalde in de bouwregels elders in Artikel 12 de goot- en bouwhoogte, dakvorm, nokrichting, het dakaanzicht en oppervlakte van (hoofd)gebouwen, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet worden gewijzigd, tenzij er sprake is van het plaatsen van een bouwwerk of het plaatsen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, op een erf aan de achterkant van een hoofdgebouw. 12.17.2 Afwijken van het verbod Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.17.1 voor: a. het wijzigen van de goot- en bouwhoogte; b. het plaatsen van een bouwwerk op een erf aan de zijkant van een hoofdgebouw; c. een andere dakvorm en/of nokrichting, mits deze verandering een herstel of verbetering van het historisch daklandschap betreft; d. het wijzigen van het dakaanzicht, waaronder zonnepanelen. 12.17.3 Voorwaarden voor vergunningverlening Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 12.17.2 wordt uitsluitend verleend: a. nadat advies van de commissie van welstand en monumenten is ingewonnen, en b. indien de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden van het beschermd gezicht niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. 12.18
Aanlegactiviteiten bescherming stadsgezicht
12.18.1 Aanlegactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is De volgende aanlegactiviteiten zijn ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - bescherming stadsgezicht' alleen toegestaan met een omgevingsvergunning van burgemeester er wethouders: a. b. c. d.
het aanleggen en/of verharden van wegen en paden het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; het graven en/of dempen van waterlopen en waterpartijen; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.
12.18.2 Aanlegactiviteiten waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is In uitzondering op het bepaalde in artikel 12.18.1 geldt dat geen omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig is voor de volgende aanlegactiviteiten: a. aanlegactiviteiten die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn, dan wel vergund zijn op het moment van het van kracht worden van het Chw-bestemmingsplan; c. aanlegactiviteiten op een erf aan de achterkant van een hoofdgebouw aanwezig zijn c.q. plaatsvinden; vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
55
d. aanlegactiviteiten die noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer; e. bedoeld zijn in lid 12.18.1, maar de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing omschreven waarden niet aantasten. 12.18.3 Voorwaarden voor vergunningverlening Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 12.18.1 kan alleen worden verleend: a. nadat advies van de commissie van welstand en monumenten is ingewonnen en; b. indien de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden van het beschermd gezicht niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. 12.19
Sloopactiviteiten bescherming stadsgezicht
12.19.1 Sloopactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is a. het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken, 12.19.2 Voorwaarden voor vergunningverlening a. Een in 12.19.1 bedoelde omgevingsvergunning voor sloopactiviteiten wordt uitsluitend verleend: 1. nadat advies van de commissie van welstand en monumenten is ingewonnen, en; 2. de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden van het beschermd gezicht niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. b. De in lid a onder 1 genoemde commissie adviseert in ieder geval: 1. of door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het slopen de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden op onaanvaardbare wijze worden verstoord; 2. over het verbinden van en de inhoud van regels aan de omgevingsvergunning voor het slopen. c. Indien blijkt dat door het slopen de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden van het beschermd gezicht op onaanvaardbare wijze worden verstoord, zal cultuurhistorisch onderzoek moeten uitwijzen of sprake kan zijn van (gedeeltelijke) sloop van het bouwwerk. d. Indien uit het onderzoek als bedoeld onder c van dit lid blijkt dat slopen aanvaardbaar is, worden aan de omgevingsvergunning voor het slopen in ieder geval de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor cultuurhistorische elementen bij gedeeltelijke sloop in het bouwwerk kunnen worden behouden; en/of; 2.
de verplichting de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van cultuurhistorisch onderzoek die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 12.20
Bouwen ter plaatse van verontreinigde grond
Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers van dat bouwwerk, mag pas een bouwwerk waar een omgevingsvergunning voor bouwen voor benodigd is, dat de grond raakt en waar voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, worden gebouwd indien: a. op basis van een onderzoeksrapport en/of andere onderzoeksresultaten blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt; b. op basis van een goedgekeurd saneringsplan overeenkomstig artikel 39 van de Wet bodembescherming blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt; c. wordt voldaan aan voorwaarden welke op basis van onder a genoemde onderzoeksrapporten en/of resultaten, onder b genoemd saneringsplan, door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verbonden. 12.21
Bouw- en sloop activiteiten gemeentelijke monumenten
12.21.1 Bouwactiviteiten Voor bouwactiviteiten op of aan gemeentelijke monumenten zoals aangewezen met het werkingsgebied 'overige zone - bouw- en sloopactiviteiten gemeentelijke monumenten' gelden de volgende bepalingen: a. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
56
wethouders een beschermd gemeentelijk monument in enig opzicht te wijzigen; b. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument in te herstellen op een wijze dat het wordt ontsierd; 12.21.2 Sloopactiviteiten Voor sloopactiviteiten op of aan gemeentelijke monumenten zoals aangewezen met het werkingsgebied 'overige zone - bouw- en sloopactiviteiten gemeentelijke monumenten' gelden de volgende bepalingen: a. het is verboden zonder of in afwijken van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument geheel of gedeeltelijk te slopen. 12.22
Aanlegactiviteiten archeologische waarden
12.22.1 Aanlegactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is De volgende aanlegactiviteiten zijn ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Aanlegactiviteiten archeologische waarden' alleen toegestaan met een omgevingsvergunning van burgemeester er wethouders: a. het uitvoeren van grondbewerkingen die dieper reiken dan 0,40 meter en een planomvang van meer dan 100 m² hebben, aanleg of rooien van bos of diepwortelende beplantingen, scheuren van grasland, aanbrengen van oppervlakte verhardingen, aanleggen van drainage of het verwijderen van funderingen; b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,40 meter onder maaiveld. 12.22.2 Aanlegactiviteiten waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is In uitzondering op het bepaalde in artikel 12.22.1 geldt dat geen omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders nodig is voor de volgende aanlegactiviteiten: a. aanlegactiviteiten ten behoeve van normale onderhoudswerkzaamheden gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het onderhavige plangebied; b. aanlegactiviteiten die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn; c.
aanlegactiviteiten op locaties waar uit archeologisch onderzoek is komen vast te staan dat er geen sprake is van te beschermen archeologische waarden. 12.22.3 Voorwaarden voor vergunningverlening a. De aanlegactiviteiten zoals genoemd in artikel 12.22.1 zijn alleen toegestaan als de activiteiten dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze activiteiten niet zullen leiden tot een verstoring van het archeologisch materiaal; b. Voor zover de aanlegactiviteiten zoals genoemd in artikel 12.22.1 of de indirecte gevolgen van deze activiteiten kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 12.23
Hemelwaterinfiltratie
a. Het bouwen van bouwwerken is alleen toegestaan, indien dit hydrologisch neutraal geschiedt doordat er wordt voorzien in afdoende (infiltratie)voorzieningen en waterberging om regenwater op te vangen. De normering waaraan een hemelwaterberging moet voldoen is opgenomen in het Gemeentelijk Watermanagementplan (of Gemeentelijk Rioleringsplan). b. Nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding moet hydrologisch neutraal zijn. Dit betekent dat er binnen de (toekomstige) perceelgrenzen (infiltratie)voorzieningen worden aangelegd om een bui T=100 te bergen en te infiltreren; c. Er wordt ten minste 60% van de niet bebouwde ruimte binnen de ontwikkelvelden onverhard vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
57
ingericht; d. Strijdig met de activiteit is het gebruik voor wonen zonder de aanplant en instandhouding van begroeiing, er moet 1 boom per 150 m² worden aangeplant. 12.24
Ontheffingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten behoeve van openbare nutsbedrijven of andere daarmee vergelijkbare gebouwen, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, gasdruk-, regel- en meetstations, telefooncellen en wachthuisjes voor verkeersdiensten, mits de inhoud daarvan niet groter is dan 60 m3, de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,00 meter en de bouwhoogte niet meer dan 4,50 meter bedraagt; c. de bepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5,00 meter; d.
voor afwijkingen van dit bestemmingsplan, inbegrepen bouwgrenzen en oppervlakten, ten einde realisering van bouwwerken en werken mogelijk te maken, indien op grond van een definitieve uitmeting of in verband met de verkaveling en/of situering blijkt dat afwijken van dit bestemmingsplan noodzakelijk is en de afwijking van ondergeschikte aard blijft en niet meer dan 2,00 meter bedraagt.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
58
Hoofdstuk 6
Beheer en onderhoud
Dit hoofdstuk wordt niet toegepast in dit plan.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
59
Hoofdstuk 7 Artikel 13
Financiële bepalingen
Kostenverhaal
Alvorens omgevingsvergunning wordt verleend voor een bouwplan (ingevolge 6.2.1 Bro) waarvoor kostenverhaal verplicht is, dient het kostenverhaal te zijn verzekerd overeenkomstig artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening. Kosten van gebiedsinvesteringen worden verhaald ten laste van de gronden, gelegen binnen het exploitatiegebied waarop bouwplannen zijn voorzien. Het exploitatiegebied is aangeduid met het werkingsgebied 'overige zone - exploitatiegebied' in dit plan. Ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - exploitatiegebied' geldt dat: a. kosten van gebiedsinvesteringen worden verhaald ten laste van de gronden, gelegen binnen het exploitatiegebied, waarop bouwplannen zijn voorzien; b. het exploitatiegebied is als zodanig aangewezen op de verbeelding; c. een exploitatieplan kan, in afwijking van artikel 6.12, eerste en derde lid Wet ruimtelijke ordening, worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
60
Hoofdstuk 8 Artikel 14 14.1
Procesregels
Aanvragen omgevingsvergunning gebruiks- en bouwactiviteiten
Aanvragen omgevingsvergunning algemeen
Een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de gebruiksactiviteiten als bedoeld in Artikel 11 en de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 12 wordt in behandeling genomen indien aan de volgende indieningsvereisten wordt voldaan: a. een omschrijving van het initiatief wordt ingediend: b. een omschrijving wordt ingediend van de manier waarop participatie heeft plaatsgevonden, waaruit blijkt hoe bewoners en organisaties uit de omgeving betrokken zijn en hoe met de inbreng van bewoners en organisaties uit de omgeving is omgegaan; c. een onderbouwing wordt ingediend dat is voldaan aan: 1. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 2. een veilige en gezonde fysieke leefomgeving; d. indien een veilige en gezonde fysieke leefomgeving op voorhand niet kan worden gewaarborgd, dienen (onderzoeks)rapport(en) dit aan te tonen voor de volgende omgevingsaspecten: 1. Archeologie, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - Aanlegactiviteiten archeologische waarden'; 2. Bodemkwaliteit; 3. Natuur en soorten; 4. Bedrijven en milieuzonering; 5. Geluid, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - Akoestiek'; 6.
Externe veiligheid, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - Beïnvloedingsgebied ev' overlegt de aanvrager (van de omgevingsvergunning) een rapport van een (externe veiligheids)milieudeskundige en/of de brandweer aan het college van burgemeester en wethouders, waarin in ieder geval advies wordt gegeven over de (externe) veiligheidsaspecten die verband houden met de bouw en het gebruik van de gebouwen in het werkingsgebied veiligheid (c.q. het verlenen van de omgevingsvergunning) en de eventueel te treffen maatregelen die nodig zijn in het belang van de veiligheid van personen en goederen en voorts is aangetoond dat de veiligheid van personen en goederen duurzaam en voldoende wordt gewaarborgd (door het treffen van veiligheidsmaatregelen), hetgeen moet blijken uit het rapport van de (externe veiligheids) milieu-deskundige. 7. Water (watertoets); 8. Trillingen, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - trillingen'; 9. Bezonning, waarbij moet worden aangetoond dat er zeer beperkt nadelig effect optreedt qua bezonning van naastgelegen bebouwing en tuinen. e. een onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat met de activiteit wordt aangesloten bij het reeds op 8 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger; f.
indien er sprake is van het bouwen van een hoofgebouw dient een Realisatieplan Natuurinclusief bouwen en inrichten ingediend te worden, waaruit blijkt welke maatregelen in het kader van het natuurinclusief bouwen en inrichten worden genomen, hoe wordt geborgd dat deze maatregelen uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw zijn gerealiseerd en hoe deze maatregelen duurzaam, ten minste 30 jaar, in stand worden gehouden en beheerd. 14.2
Aanvragen omgevingsvergunning voor grotere ontwikkelingen
In afwijking op het bepaalde in artikel 14.1 geldt dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het gebruik en bouwen van meer dan 11 woningen, meer dan 500 m² bvo bedrijf, meer dan 500 m2 aan het verlenen van diensten, meer dan 500 m2 aan verrichten van maatschappelijke diensten, meer dan 500 m2 kantoor, meer dan 500 m2 gemengde activiteiten, meer dan 500 m2 horeca-inrichting, meer dan 500m2 detailhandel en/of meer dan 500 m2 aan sportactiviteiten in behandeling wordt genomen, mits aan de volgende indieningsvereisten wordt voldaan: vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
61
a. een verslag waaruit blijkt hoe met het advies van de gemeente is omgegaan bij de uitwerking van het initiatief; b. een Locatie Ontwikkel Plan (LOP) wordt ingediend met daarin: 1. een omschrijving van het initiatief; 2. een omschrijving van de manier waarop de participatie heeft plaatsgevonden om bewoners en organisaties uit de omgeving te betrekken bij het initiatief; 3. een onderbouwing van de manier waarop het initiatief aan de zes ambities uit de Gebiedsagenda 1221 voldoet; 4. een onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat met de activiteit wordt aangesloten bij het 'Beeldkwaliteitsplan+ Ontwikkellocaties 1221 Hilversum’ of diens vastgestelde opvolger en specifiek het daarin opgenomen gebiedspaspoort voor het betreffende gebied of een conform artikel 18 vastgesteld gebiedspaspoort; 5. een mobiliteitsplan waarin wordt aangetoond dat het initiatief past binnen de Mobiliteitsvisie en de Parkeernota Hilversum 2017 en de beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten of diens opvolgers; 6. een onderbouwing dat een veilige en gezonde fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd. 7. een omschrijving waaruit blijkt dat het plan past binnen de kaders van het gebiedspaspoort voor de betreffende locatie. c. indien een veilige en gezonde fysieke leefomgeving op voorhand niet kan worden gewaarborgd, dienen (onderzoeks)rapport(en) dit aan te tonen voor de volgende omgevingsaspecten: 1.
Archeologie, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - Aanlegactiviteiten archeologische waarden'; 2. Bodemkwaliteit; 3. Natuur en soorten; 4. Bedrijven en milieuzonering; 5. Geluid, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - Akoestiek'; 6. Externe veiligheid, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - Beïnvloedingsgebied ev' overlegt de aanvrager (van de omgevingsvergunning) een rapport van een (externe veiligheids)milieudeskundige en/of de brandweer aan het college van burgemeester en wethouders, waarin in ieder geval advies wordt gegeven over de (externe) veiligheidsaspecten die verband houden met de bouw en het gebruik van de gebouwen in het werkingsgebied veiligheid (c.q. het verlenen van de omgevingsvergunning) en de eventueel te treffen maatregelen die nodig zijn in het belang van de veiligheid van personen en goederen en voorts is aangetoond dat de veiligheid van personen en goederen duurzaam en voldoende wordt gewaarborgd (door het treffen van veiligheidsmaatregelen), hetgeen moet blijken uit het rapport van de (externe veiligheids) milieu-deskundige. 7. Water (watertoets); 8. Spoortrillingen, in ieder geval voor het werkingsgebied 'overige zone - trillingen'; 9. Bezonning, waarbij moet worden aangetoond dat er zeer beperkt nadelig effect optreedt qua bezonning van naastgelegen bebouwing en tuinen. d.
indien er sprake is van het bouwen van een hoofgebouw dient een Realisatieplan Natuurinclusief bouwen en inrichten ingediend te worden, waaruit blijkt welke maatregelen in het kader van het natuurinclusief bouwen en inrichten worden genomen, hoe wordt geborgd dat deze maatregelen uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw zijn gerealiseerd en hoe deze maatregelen duurzaam, ten minste 30 jaar, in stand worden gehouden en beheerd.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
62
Artikel 15 15.1
Aanvragen omgevingsvergunning aanlegactiviteiten
Indieningsvereisten omgevingsvergunning
De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van aanlegactiviteiten ter plaatse van het werkingsgebied 'overige zone - Aanlegactiviteiten archeologische waarden', zoals bedoeld in artikel 12.22.1 dient de aanvrager een onafhankelijk deskundigenrapport bij te voegen bij de omgevingsvergunningaanvraag, waaruit de gevolgen van de voorgenomen aanlegactiviteiten voor archeologisch materiaal blijken. 15.2
Procedurevoorschriften
Bij het voornemen tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.22.1 worden de volgende bepalingen in acht genomen: a. voor zij beslissen over een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten vragen burgemeester en wethouders de Monumentencommissie om advies. Indien zij het voornemen hebben af te wijken van het advies van de Monumentencommissie vragen zij over hun voorlopig oordeel eerst het advies van de gemeenteraad; b. voor zij beslissen over een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten vragen burgemeester en wethouders de Stichting Cultureel Erfgoed om advies.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
63
Artikel 16 16.1
Aanwijzing van gemeentelijke monumenten
Aanwijzingsprocedure
Bij de aanwijzing van een gemeentelijk monument als bedoeld in Artikel 8 worden de volgende bepalingen in acht genomen: a. burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument en opnemen in het werkingsgebied 'overige zone - Aanwijzing gemeentelijke monumenten'; b. burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing aan de eigenaar; c. burgemeester en wethouders besluiten over de aanwijzing nadat de Commissie voor Welstand en Monumenten heeft geadviseerd en de eigenaren en andere beperkt zakelijk gerechtigden in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken; d. in het geval zich de situatie als bedoeld onder a voordoet en voor het betreffende monument reeds een aanvraag om een vergunning is ingediend, kan het verzoek worden opgevat als een spoedeisend geval als bedoeld onder c; e. de aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of op grond van artikel 2 van de Monumentenverordening Noord-Holland 2010. 16.2
Voorbescherming aan te wijzen gemeentelijk monumenten
Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt, start het onderzoek naar de mogelijke aanwijzing. Tijdens dit onderzoek gelden reeds de volgende bepalingen ter voorbescherming van het (mogelijk) aan te wijzen gemeentelijk monument: a. het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. b. het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders een beschermd gemeentelijk monument: 1. geheel of gedeeltelijk te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is; 2. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. c. indien tijdens het onderzoek een omgevingsvergunning wordt aangevraagd met betrekking tot het het (mogelijk) aan te wijzen monument: 1. vraagt burgemeester en wethouders advies aan de Commissie voor Welstand en Monumenten voordat het beslist op de aanvraag; 2. burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat bouw-, architectuur-, cultuurhistorisch, stedenbouwkundig, of archeologisch onderzoek wordt verricht.
De eigenaren, beperkt zakelijk gerechtigden en gebruikers van het monument zijn desgevraagd verplicht het onderzoek uit te voeren dan wel aan uitvoering van het onderzoek mee te werken; 3. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Burgemeester en wethouders houden hierbij rekening met het gebruik van het monument. 16.3
Einde voorbescherming
De voorbescherming zoals bedoeld in artikel 16.2 eindigt op het moment dat de aanwijzing als bedoeld in artikel 16.1 onder a plaatsvindt en het monument wordt opgenomen in het werkingsgebied 'overige zone - Aanwijzing gemeentelijke monumenten' zoals bedoeld in Artikel 8, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen als gemeentelijk monument en dit besluit onherroepelijk is.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
64
16.4
Wijzigen van een aanwijzing
Bij de wijziging van een aanwijzing van een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 8 worden de volgende bepalingen in acht genomen: a. burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op gemotiveerd verzoek van een belanghebbende, een aanwijzing wijzigen; b. burgemeester en wethouders vragen advies aan de Commissie voor Welstand en Monumenten voordat het beslist op een wijziging van een aanwijzing; c. burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat bouw-, architectuur-, cultuurhistorisch, stedenbouwkundig, of archeologisch onderzoek wordt verricht. De eigenaren, beperkt zakelijk gerechtigden en gebruikers van het monument zijn desgevraagd verplicht het onderzoek uit te voeren dan wel aan uitvoering van het onderzoek mee te werken; d. de inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd en de wijzing wordt indien nodig verwerkt in het werkingsbied 'gemeentelijk monument'. 16.5
Intrekken van een aanwijzing
a. burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument intrekken; b. burgemeester en wethouders vragen advies aan de Commissie voor Welstand en Monumenten voordat het beslist op de intrekking van een aanwijzing; c. burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat bouw-, architectuur-, cultuurhistorisch, stedenbouwkundig, of archeologisch onderzoek wordt verricht. De eigenaren, beperkt zakelijk gerechtigden en gebruikers van het monument zijn desgevraagd verplicht het onderzoek uit te voeren dan wel aan uitvoering van het onderzoek mee te werken; d. de aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn als toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of artikel 2 van de Monumentenverordening Noord-Holland 2010; e. de intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd en de intrekking wordt indien nodig verwerkt in het werkingsbied 'gemeentelijk monument'.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
65
Artikel 17
Aanvragen omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten
Voor een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en/of sloopactiviteiten met betrekking tot een gemeentelijk monument, zoals bedoeld in artikel 10, artikel 11 en artikel 12.21 gelden de volgende bepalingen: a. burgemeester en wethouders vragen advies aan de Commissie voor Welstand en Monumenten voordat het beslist op de aanvraag; b. burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat bouw-, architectuur-, cultuurhistorisch, stedenbouwkundig, of archeologisch onderzoek wordt verricht. De eigenaren, beperkt zakelijk gerechtigden en gebruikers van het monument zijn desgevraagd verplicht het onderzoek uit te voeren dan wel aan uitvoering van het onderzoek mee te werken; c. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Burgemeester en wethouders houden hierbij rekening met het gebruik van het monument; d. burgemeester en wethouders kunnen, in het belang van het monument, aanvullende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
66
Artikel 18
Vaststellen gebiedspaspoort
Een gebiedspaspoort dat na inwerkingtreding van dit plan wordt opgesteld, kan door de gemeenteraad worden vastgesteld, mits de omgeving heeft kunnen reageren op een concept gebiedspaspoort.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
67
Hoofdstuk 9
Handhaving
Het hoofdstuk handhaving is niet van toepassing in dit plan.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
68
Hoofdstuk 10 Artikel 19
Monitoring en informatie
Monitoring omgevingswaarden
Monitoring van de omgevingswaarden voor groen en speelvoorzieningen, zoals opgenomen in Artikel 7, vindt plaats door op hierna genoemde wijze: 19.1
Monitoring omgevingswaarde groene pleinen
19.1.1 Nulmeting Voor vaststelling van dit plan is een nulmeting uitgevoerd voor de omgevingswaarde voor groene pleinen. Uit deze nulmeting is naar voren gekomen dat acht bestaande pleinen in aanmerking komen om te vergroenen. Dit zijn de pleinen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Ampèrestraat/Siemensstraat; Voltastraat/Wattstraat; Ohmstraat/Bellstraat; Galvanistraat; Kleine Drift/Minckelersstraat; Jac. P. Thijsseplein; Pelikaanstraat/Veenhof; Lijsterweg/Liebergerweg.
De resultaten van deze nulmeting zijn opgenomen in de toelichting bij dit plan. De nulmeting vormt het uitgangspunt voor de verdere monitoring van deze omgevingswaarde 19.1.2 Momenten Monitoring van de omgevingswaarde als bedoeld in artikel 7.1, vindt uiterlijk elke 2 jaar plaats vanaf het moment van vaststelling van dit plan. 19.1.3 Stappen Monitoring vindt op de onder 19.1.2 genoemde momenten plaats door het doorlopen van onderstaande stappen: 1. Het aandeel groen bepalen voor de acht pleinen; 2. Tellen van het aantal groene pleinen in het plangebied van onderhavig bestemmingsplan; 3. Op basis van de onder 2 genoemde telling in beeld brengen welke ontwikkelingen zich hebben voorgedaan sinds de nulmeting en het vorige monitoringsmoment. 19.1.4 Mitigerende maatregelen a. Indien op een monitoringsmoment blijkt dat het aantal van drie groene pleinen niet is gehaald, geven burgemeester en wethouders aan hoe dit aantal zo snel mogelijk wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe dat zo snel mogelijk sprake is van drie groene pleinen b. Indien op een monitoringsmoment blijkt dat het aantal van drie groene pleinen is gehaald, maar dat er minder dan zes pleinen zijn vergroend, geven burgemeester en wethouders aan op welke manier het zich inspant om het aantal van zes groene pleinen te behalen. 19.2
Monitoring omgevingswaarde speelvoorzieningen
19.2.1 Nulmeting Voor vaststelling van dit plan is een nulmeting uitgevoerd voor de omgevingswaarde voor speelvoorzieningen. De reeds in en nabij het plangebied aanwezige speelplaatsen zijn op de kaart gezet, onderverdeeld naar speelplaatsen voor 0-4 jaar, speelplaatsen voor 4-12 jaar en speelplaatsen voor 12-18 jaar. Rondom de speelplaatsen zijn de verzorgingsgebieden ingetekend. Deze kaart is opgenomen in de toelichting. De verzorgingsgebieden zijn: vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
69
Categorie speelplaats 0-4 jaar: verzorgingsgebied betreft een gebied met een straal van 400 meter vanaf de grens van de speelplaats; Categorie speelplaats 4-12 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 800 meter vanaf de locatie van de grens van de speelplaats; Categorie speelplaats 12-18 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 1.200 meter vanaf de grens van de speelplaats. Vervolgens is per categorie speelplaats bepaald welk oppervlakte van het plangebied gedekt wordt door het verzorgingsgebied (uitgedrukt als percentage van de oppervlakte van het plangebied dat binnen het verzorgingsgebied ligt). De resultaten van deze nulmeting zijn opgenomen in de toelichting bij dit plan. De nulmeting vormt het uitgangspunt voor de verdere monitoring van deze omgevingswaarde. 19.2.2 Momenten Monitoring van de omgevingswaarde als bedoeld in artikel 7.2, vindt uiterlijk elke 2 jaar plaats vanaf het moment van vaststelling van dit plan. 19.2.3 Stappen Monitoring vindt op de onder 19.2.2 genoemde momenten plaats door het doorlopen van onderstaande stappen: a. De op het monitoringsmoment in het plangebied aanwezige speelvoorzieningen worden op de kaart gezet, met de bijbehorende verzorgingsgebieden. De verzorgingsgebieden zijn: 1. Categorie speelplaats 0-4 jaar: verzorgingsgebied betreft een gebied met een straal van 400 meter vanaf de grens van de speelplaats; 2.
Categorie speelplaats 4-12 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 800 meter vanaf de locatie van de grens van de speelplaats; 3. Categorie speelplaats 12-18 jaar: verzorgingsgebied betreft een straal van 1.200 meter vanaf de grens van de speelplaats. b. Per categorie speelplaats wordt bepaald welk oppervlakte van het plangebied gedekt wordt door het verzorgingsgebied (uitgedrukt als percentage van de oppervlakte van het plangebied dat binnen het verzorgingsgebied ligt). c. Het verschil in dekking ten opzichte van de nulmeting wordt berekend volgens de volgende formule: percentage dekking op het betreffende monitoringsmoment - percentage dekking bij nulmeting. 19.2.4 Mitigerende maatregelen a. Indien het verschil in dekking ten opzichte van de nulmeting volgens de formule 'percentage dekking op het betreffende monitoringsmoment - percentage dekking bij nulmeting' een negatieve uitkomst heeft geven burgemeester en wethouders aan hoe zo snel mogelijk minimaal de dekking ten tijde van de nulmeting weer wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe op het zo snel mogelijk weer bereiken van deze dekking; b.
Indien uit een monitoringsmoment blijkt dat een dekking van 80% niet is gehaald, geven burgemeester en wethouders aan hoe deze 80% dekking zo snel mogelijk wordt bereikt en zien burgemeester en wethouders toe op het zo snel mogelijk bereiken van de gewenste 80% dekking; c. Indien uit een monitoringsmoment blijkt dat een dekking van 80% is gehaald, maar dat er nog geen volledig dekkend netwerk van speelvoorzieningen aanwezig is, geven burgemeester en wethouders aan op welke manier het zich inspant om een dekking van 90% te bereiken.
vastgesteld-bestemmingsplan Chw-bestemmingsplan 1221 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
70
Hoofdstuk 11 Artikel 20 20.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2
Gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.