CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

GEMEENTERAAD 11 december 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) flexwoningen Circusterrein (1589095)10.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Laagland Archeologie Rapport 1182

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Diependaalselaan (ong), Hilversum, gemeente Hilversum (NH).

september 2024 Versie 8 (definitief)

In opdracht van: de Alliantie Ontwikkeling B.V.

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1182

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum (NH) Auteur: Jeroen Wijnen

In opdracht van: de Alliantie Ontwikkeling B.V.

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: N. Hendriks Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, september 2024 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v3.2

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juli/augustus een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Diependaalselaan (ong) te Hilversum. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom een woningbouwproject. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied in de overgang van de stuwwal (Utrechtse Heuvelrug) met het kustveen en ligt volgens de geomorfologische kaart op gordeldekzanden. Omdat het plangebied in de bebouwde kom van Hilversum ligt, staat het als een ongekarteerd gebied aangegeven op de bodemkaart. Omdat het begin 20 ste eeuw nog deel uitmaakte van een heidegebied, was het bodemtype waarschijnlijk veldpodzolgronden. De heuvels die tot begin 20ste eeuw in de omgeving van het plangebied lagen bestonden wellicht uit (holocene) stuifduinen. Begin 20ste eeuw zijn binnen een groot gebied, waarbinnen ook het plangebied lag, vloeivelden aangelegd.

Voor de aanleg van deze vloeivelden is het voorheen geaccidenteerde terrein geëgaliseerd. Later zijn in de zuidelijke hoek van het plangebied bezinkbassins van een waterzuiveringsinstallatie aangelegd. In het noordelijke plangebied zijn na het verdwijnen van de vloeivelden een kerk en school gebouwd. Deze bebouwing is ergens rond 2004 verdwenen. In het onderzoeksgebied is slechts één vondstlocatie bekend daterend uit het Mesolithicum. Vanwege de aanleg van de vloeivelden met grootschalige egalisaties, bezinkbassins en latere bebouwing zijn eventuele archeologische vindplaatsen heel waarschijnlijk verstoord. Afhankelijk van het oorspronkelijke, geaccidenteerde terrein kunnen in de voormalige laagten archeologische resten bewaard zijn gebleven. Om die reden kunnen eventuele archeologische vindplaatsen niet geheel worden uitgesloten. Ook omdat niet duidelijk is wat de aanlegdiepte van de bassins van de vloeivelden was. Ondanks deze en latere bodemingrepen kunnen archeologische resten worden verwacht vanaf het Laat-Paleolithicum. De archeologische verwachting is dan ook middelhoog vanaf het Laat-Paleolithicum. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet.

In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat voor een deel van het plangebied de archeologische verwachting naar beneden kan worden bijgesteld aan de hand van de profielopbouw (profielen afgetopt tot in de C-horizont/op grote diepte gestuit in opgebracht grondlagen: boring 5). Daar waar (afgetopte) podzolprofielen zijn aangetroffen wordt de middelhoge archeologische verwachting gehandhaafd. Aan de hand van een GIS-modellering konden zones worden vastgesteld waar bodemingrepen nog net tot in de natuurlijke ondergrond zullen reiken en zones waar de bodemingrepen niet meer tot daarin zullen reiken. De archeologische verwachting is laag waar de bodemingrepen de natuurlijke ondergrond nog zullen raken omdat deze daar tot grotere diepte is afgetopt en het oorspronkelijke bodemprofiel daar geheel is verdwenen. Daar waar de archeologische verwachting gehandhaafd kan worden bevindt de natuurlijke

ondergrond zich dieper dan het niveau waar de bodemingrepen worden voorzien. De archeologische verwachting kan daar gehandhaafd worden omdat daar het oorspronkelijke bodemprofiel geheel en deels bewaard is gebleven. Op het niveau waar de top van het geheel of gedeeltelijk bewaarde bodemprofiel is aangetroffen bevindt zich het potentiële archeologische niveau waar vindplaatsen zijn te verwachten. Om die reden wordt een behoud in-situ aanbevolen. De funderingsbalken/-stroken worden op palen gelegd. In Bijlage 14 staat de ‘Handreiking paalfundering in een archeologievriendelijk bouwplan’. Aan de hand daarvan kan behoud in-situ makkelijker worden gerealiseerd. Algemeen zijn de bodemingrepen beperkt tot minder dan 80 cm -mv. De oppervlakken waar diepere bodemingrepen (liftputten) zijn voorzien zijn verder zeer beperkt. Om die reden wordt geadviseerd om het plangebied vrij te stellen van vervolgonderzoek. Het heeft ook heel weinig zin om de beperkte oppervlakte waar diepere bodemingrepen zijn voorzien te onderzoeken. Als er al vindplaatsen worden aangetroffen, zal de te verkrijgen kennisvermeerdering vanwege het fragmentarische karakter van deze onderzoeken verwaarloosbaar zijn. We adviseren wel de dubbelbestemming Archeologie in het huidige bestemmingsplan te handhaven gezien de toekomstige ontwikkelingen. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hilversum.

De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevrouw Annette Koenders, gemeentelijk archeoloog. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ___________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 8 Huidige situatie en toekomstig gebruik _______________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 11 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 12

2

Inventarisatie _______________________________________ 13

2.1 2.2 2.3

Inleiding_______________________________________________________ 13 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 13 Archeologie ____________________________________________________ 16

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

3 3.1 3.2 3.3

4 4.1 4.2 4.3

Bekende archeologische waarden _________________________________ 16 Waarnemingen _______________________________________________ 16 AMK-terreinen ________________________________________________ 16 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 16 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 16

Historie _______________________________________________________ 18

Conclusie en verwachtingsmodel ________________________ 25 Conclusie ______________________________________________________ 25 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 25 Advies ________________________________________________________ 26

Veldonderzoek ______________________________________ 27 Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 27 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 27 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 28

5 Conclusie en verwachting _____________________________ 29 6 Selectieadvies ______________________________________ 31 literatuur 32 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus_________________________________________ 34 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ______________________________ 35 BIJLAGE 3 Geologische kaart ___________________________________ 36 BIJLAGE 4 Geomorfologische kaart _______________________________ 37 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland _______________________ 38 BIJLAGE 6 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ___________ 39 BIJLAGE 7 Bodemkaart ________________________________________ 41 BIJLAGE 8 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _____ 42 BIJLAGE 9 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 43 BIJLAGE 10 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 44 BIJLAGE 11 Diepte onverstoorde, natuurlijke ondergrond ______________ 51 BIJLAGE 12 Niveau onverstoorde, natuurlijke ondergrond ______________ 52 BIJLAGE 13 Verschil statistisch vastgestelde maaiveldhoogte en onverstoorde, natuurlijke ondergrond _______________________________ 53 BIJLAGE 14 Handreiking Paalfundering in een archeologie-vriendelijk bouwplan 54 BIJLAGE 15 Verklarende woordenlijst ______________________________ 58

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum (NH). Hiertoe moet tijdelijk van het bestemmingsplan worden afgeweken. De gemeente Hilversum heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Diependaalselaan (ong) in Hilversum, gemeente Hilversum (NH), zie onderstaande afbeelding met de huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder).

6

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 1. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron: pdok.nl en gemeente Hilversum. 7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 2. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied en onderzoekslocatie. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van ca. 2,5 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’. Nadat de eerste conceptversie ter beoordeling van de gemeentelijk archeoloog was voorgelegd, is de ontsluiting richting Kerkelandenlaan komen te vervallen. Om die reden wordt het oorspronkelijke plangebied nu op de bovenstaande kaart (afbeelding 2) als ‘onderzoekslocatie’ aangeduid en het huidige plangebied als ‘plangebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Noord-Holland

Gemeente

Hilversum

Plaats

Hilversum

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

Diependaalselaan (ong)

8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Kadastrale perceelnummer(s)1

HVS00-H-1441, 3088, 3091, 4382

Laagland Archeologie projectnummer

HIDI231

Datum conceptrapportage

20-09-2023

Datum definitief rapport

27-8-2024

XY-coördinaten

N: 138539/469909 O: 138767/469771 Z: 138676/469705 W: 138529/469903

Kaartblad

31F

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

ca. 2,5 ha

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5450599100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase

Datum begin veldonderzoek

1-9-2023

Datum eind veldonderzoek

1-9-2023

Opdrachtgever

de Alliantie Ontwikkeling B.V.

Goedkeuring bevoegde overheid

21-8-2024

Bevoegde overheid

gemeente Hilversum

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

mevrouw Annette Koenders, gemeentelijk archeoloog

2

Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd

Provinciaal depot voor archeologie Noord-Holland - Huis van Hilde E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

1

kadastralekaart.com

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 9

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit braakliggend en bebost terrein. Op het braakliggende terrein liggen gronddepots. In het noordelijke plangebied ligt nog een strook die in gebruik is als parkeerplaats. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 Er zijn flexwoningen voorzien. In eerste instantie was er een ontsluitingsroute via de Kerkelandenlaan voorzien. Deze ontsluitingsweg was nog wel in het onderzoek meegenomen, maar is komen te vervallen. Het uitgangspunt is een heldere stedenbouwkundige opzet met verbeterde toegankelijkheid van de plek, voor zowel nieuwe bewoners als omwonenden, waarbij het gebruik van de fiets en openbaar vervoer gestimuleerd zullen gaan worden. Het bestaande bos wordt getransformeerd naar een nieuwe park die een schakel vormt in de parkzone van Kerkelanden (zie afbeelding 1 en 3). De flexwoningen zijn modulaire units, die zullen worden gefundeerd op palen. In het huidige ontwerp wordt de grond 40 cm boven het oorspronkelijke maaiveld opgehoogd. De aanlegdiepte van de funderingsbalken wordt niet dieper gaan dan circa 80 cm -mv. De aanlegdiepte van de bouwputten van de liftputten wordt 130 cm -mv (1.36 +NAP), terwijl de oppervlakte circa 10 m2 zal worden.

De funderingspalen voor liftputten wordt vanaf deze diepte aangebracht. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium onbekend. Verder worden er verschillende kleine wadi’s/vijvertjes aangelegd. De diepte van de wadi’s/vijvertjes zal rond de 60 cm -mv bedragen. De precieze dimensionering dient nog vastgesteld te worden aan de hand van de benodigde opvangcapaciteit van het hemelwater.

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 3. Schetsontwerp, 14 juni 2024, indicatief. Bron: Studio Selva.

1.5 GEMEENTELIJK BELEID Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m2, tenzij de gemeente in een omgevingsplan een grotere of kleinere vrijstellingsgrens heeft vastgelegd. Dit is in Hilversum niet het geval. Op de locatie Circusterrein geldt het voormalig bestemmingsplan Vreelandseweg (tijdelijk omgevingsplan). Voor de oostelijke strook van het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied - Hoog-Middelhoog en grotendeels Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied – Laag. Er geldt bij een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied - Hoog-Middelhoog geen archeologische onderzoeksplicht bij bouwwerken die niet dieper dan 40 cm reiken en waarbij de omvang van het bouwwerk niet meer is dan 100 m². Er geldt bij een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - Na 1850 bebouwd gebied – Laag geen archeologische onderzoeksplicht bij bouwwerken die niet dieper dan 40 cm reiken en waarbij de omvang van het bouwwerk niet meer is dan 10.000 m².

11

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

12

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2. De eerder in hoofdstuk 1 gedefinieerde onderzoekslocatie wordt hieronder voor het gemak weer als plangebied beschreven. Op de kaarten die vanaf dit hoofdstuk worden beschreven staat nog het door het vervallen van de ontsluiting richting Kerkelandenlaan gewijzigde plangebied.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend zijn een aantal grote stuwwallen temidden van een dekzandlandschap met dekzandvlakten, -welvingen en –ruggen. De zuidelijke grens wordt deels gevormd door de Neder-Rijn; de oostelijke door de IJssel. Voorts komen een aantal beken en kleinere rivieren voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Uit geraadpleegde palaeogeografische kaarten (afbeelding 4) blijkt dat gedurende de laatste ijstijd (het Weichselien, 116.000 – 11.500 voor heden) het plangebied in een dekzandgebied was gelegen, niet ver van de stuwwal. Het plangebied ligt nog binnen het pleistocene zandgebied, ongeveer daar waar deze overgaat in de Holocene kustvlakte.

Toen het klimaat verbeterde na de laatste ijstijd, steeg de zeespiegel. Bij een stijgende zeespiegel steeg ook de grondwaterspiegel. De algehele vernatting zorgde voor een sterke toename van veenvorming. Na verloop van tijd groeide het veen plaatselijk uit tot enkele meters boven het oorspronkelijke oppervlak en ontstonden uitgestrekte hoogveengebieden. Ook ten westen en ten zuiden van Hilversum lag dergelijk hoogveen. De maximale verbreiding van het veen werd ergens rond de jaartelling bereikt. Op basis van de palaeogeografische kaarten was de maximale verbreiding van het veen tot net ten westen van het onderzoeksgebied.

13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 4. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 – 2020 na Chr. (naar Vos e.a., 2020). Op de geologische overzichtskaart van Nederland 1 : 600 000 (zie Bijlage 3) staat aangegeven dat de geologische afzettingen in het plangebied bestaan uit dekzanden en overige periglaciale afzettingen uit het Weichselien (BX4). Deze zijn lithostratigrafisch respectievelijk tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van 14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Wierden en Formatie van Boxtel (ongedifferentieerd) te rekenen. Net in het oostelijke onderzoeksgebied begint de stuwwal en liggen fluvioglaciale afzettingen van de Formatie van Drente (DR2). Deze liggen weer tegen gestuwde pleistocene afzettingen (G1). Ten westen van het onderzoeksgebied ligt het kustveen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket (v). Op de geomorfologische kaart (Bijlage 4) ligt het plangebied en het overgrote deel van het onderzoeksgebied binnen de landschappelijke eenheid gordeldekzandglooiing (4H51). Verder ligt het noordwestelijke onderzoeksgebied voornamelijk in een gordeldekzandvlakte (2M52). Het noordelijke onderzoeksgebied ligt in een vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie. Verder ligt ongeveer 50 m ten zuidwesten een laagte ontstaan door afgraving (10N94). Vooruitlopend op de historische beschrijving ligt deze laagte (vijver) op de plek waar op de topografische kaart ook bassins waren gelegen. Deze bassins lagen in een uitgestrekt gebied en het plangebied lag in wezen midden in het terrein met bassins, die in gebruik waren als bezinkbassins van een waterzuivering. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 5 is te zien dat het plangebied op de overgang tussen stuwwal en veengebied. Ongeveer 1 km ten oosten ligt de Utrechtse Heuvelrug, terwijl net minder dan 1 km ten westen het veengebied is gelegen.

Verder wordt door de bebouwing van Hilversum en infrastructuur veel van de oorspronkelijke landoppervlakte aan het oog onttrokken. Op een detailopname van het AHN is zichtbaar dat het landoppervlak nogal veranderd is door menselijke ingrepen. Binnen het plangebied zijn diverse hoge bulten zichtbaar van gronddepots en de vrij rechte begrenzingen van enigszins hoger gelegen structuren verraden dat veel van het terrein is aangelegd. Voor een deel liggen deze ophogingen rond de bebouwing. Aan de overkant van de Diependaalselaan ligt een wal langs de weg, die mogelijk dient om geluid te weren.

Afbeelding 5. Detailopname van het plangebied op het AHN.

15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Bodemkundig (Bijlage 7) ligt het gebied binnen een ongekarteerd gebied omdat het binnen de bebouwde kom is gelegen. In de omgeving van de bebouwde kom ter hoogte van het plangebied liggen laarpodzolgronden en mindere mate veldpodzolgronden. Vooruitlopend naar de historische beschrijving in paragraaf 2.4 was het plangebied onderdeel van een heidegebied. Omdat het terrein begin 20ste eeuw onderdeel werd van vloeivelden hebben er in ieder geval grootschalige egalisaties plaatsgevonden. Om die reden is de vraag in hoeverre het bodemprofiel intact is, na de ongetwijfeld grootschalige bodemingrepen.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 8 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Zaakidentificatienummer 2843379100: Op ongeveer 275 m ten noordoosten zijn in een zandverstuiving meerdere afslagen aangetroffen met een datering Paleolithicum tot Bronstijd. Deze melding is in 1966 gedaan, maar er wordt in de ARCHIS-melding een literatuurverwijzing aangehaald van Appelboom, Th. G., in de Westerheem uit 1954 met als titel: ‘Een vindplaats van Mesolithische werktuigen op de Gooise Heide’. Complextype onbekend.

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 6) is de archeologische verwachting binnen het plangebied overwegend laag. Alleen in het zuidoostelijke plangebied is een smalle strook met archeologische verwachting die middelhoog is.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 8. Zaakidentificatienummer 4022810100: Het betreft een archeologisch bureauonderzoek ten behoeve van een leidingtracé binnen het plangebied. Op basis

16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

van dit bureauonderzoek wordt ingeschat dat er een hoge kans bestaat dat de bodem in het plangebied door de ontwikkelingen in de tweede helft van de 20e eeuw (de aanleg van bekkens die mogelijk tot een waterzuivering behoorden) geheel is verstoord.4 Ook het huidige plangebied ligt binnen een uitgestrekt gebied waar (bezink)bekkens aanwezig zijn geweest. Zaakidentificatienummer 5224787100: In februari 2023 heeft er een archeologische begeleiding plaatsgehad in een deelgebied op ongeveer 50 m ten noordoosten van het plangebied en 310 m ten zuidoosten in een ander deelgebied. Volgens de eerste bevindingen heeft het onderzoek geen archeologische resten opgeleverd. Er werd uitsluitend gewerkt in geroerde grond. Zaakidentificatienummer 2442444100: Op ongeveer 370 m ten westen van het plangebied is een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Winkelcentrum Kerkelanden). De laarpodzolgronden die in dit gebied aanwezig zijn (geweest) duiden op natte laaggelegen, natte omstandigheden die niet aantrekkelijk zijn voor bewoning.5 Het veenpakket dat ooit op de locatie van het plangebied heeft gelegen is geheel afgegraven. Hierom worden er geen resten meer verwacht uit de periode van de aanwezigheid van het veenpakket. Voordat het gebied overgroeid is geraakt met veen is ook bewoning mogelijk geweest.

Het is echter de verwachting dat het oude oppervlak binnen het plangebied reeds is verstoord door de veenwinning en latere ontginning, waarbij de bovengrond is vermengd met turf en stadsmest. Eventuele vondsten uit deze periode zijn dan in de bouwvoor opgenomen en liggen niet meer in-situ. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat de bovenste lagen van het oorspronkelijk bodemprofiel inderdaad zijn opgenomen in de bouwvoor of geheel zijn verdwenen. Gezien de lage archeologische verwachting en het verstoorde karakter van het oude oppervlak wordt geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Zaakidentificatienummer 2402146100: Ongeveer 240 m ten zuidoosten (Van Ghentlaan, Hilversum) is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de diepere ondergrond bestaat uit zwak grindige, matig grofzandige smeltwaterafzettingen (Boxtel Formatie).6 In twee boringen is in de top van deze afzettingen sprake van een restant van een podzolbodem in de vorm van een humusinspoelingshorizont (Bh-horizont). Dit betekent dat de top van de pleistocene ondergrond ter plaatse van deze boringen nog goeddeels intact is en eventuele grondsporen nog aanwezig kunnen zijn. Elders is geen (restant van een) podzolbodem aangetroffen. Grondsporen worden hier niet meer verwacht. De smeltwaterafzettingen zijn afgedekt door een 95 tot 200 cm dik ophogingspakket.

Dit pakket is vermoedelijk in de jaren ’60 opgebracht ten behoeve van de aanleg van de bebouwing. Het hierin aangetroffen vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit bouwpuin en heeft geen archeologische betekenis. In twee boringen is gestuit op een ondergrondse constructie. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische grondsporen aanwezig zijn. Ondanks de relatief diepe ligging (ten opzichte van het maaiveld) van het potentieel archeologisch niveau, 175 tot 140 cm –mv (circa 1,50 m + NAP), bestaat de kans dat eventuele sporen bij de voorgenomen werkzaamheden zullen worden aangesneden. Om die reden is een archeologische begeleiding geadviseerd bij graafwerkzaamheden dieper van 1,70 m + NAP.

4

Fens, 2016.

5

Geer, 2014.

6

Zee, 2013. 17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

2.4 HISTORIE Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)7 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als heide en wegen (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding 6. Uitsnede kadastrale minuut (circa 1832). Bron: RCE Beeldbank. Op de topografische kaart van 1873 (zie afbeelding 7) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als heide. Door het plangebied loopt een zandpad. Ongeveer 250 m ten oosten van het plangebied komt dit pad uit op een (nieuw) verharde weg (de huidige Loosdrechtseweg). Het heidegebied waarbinnen het plangebied was gelegen bestond uit een geaccidenteerd terrein. De heuvels in de omgeving van het plangebied waren wellicht van oorsprong (holocene) stuifduinen. Deze situatie blijft bestaan tot begin twintigste eeuw. Ook op de topografische kaart van 1920 is er nog weinig veranderd. Langs de (huidige) Loosdrechtseweg, ongeveer 300 m ten noordoosten is een lichte lintbebouwing gekomen. Op de topografische kaart van 1945 is de bebouwing langs de Loosdrechtseweg behoorlijk uitgebreid (zie afbeelding 9). Ongeveer 150 m ten noordoosten is een nieuwe woonwijk verrezen en de lintbebouwing langs de Loosdrechtseweg heeft zich in zuidelijke richting uitgebreid. Ongeveer 50 m ten zuidoosten van het plangebied is een bebouwing gekomen, die een bedrijfsbebouwing moet representeren. Deze bedrijfsbebouwing behoorde tot een uitgestrekt terrein met tientallen bassins. Te midden van deze bassins ligt het

7

bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. 18

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

plangebied. Deze bassins behoorden tot vloeiweiden, die in 1912 zijn aangelegd om overtallig water van de Utrechtse Heuvelrug te infiltreren.8 Daar werd ook afvalwater geïnfiltreerd.9 Na de bouw van de Rioolwaterinstallatie in 1939, werd ook nog tot in de jaren ’80 effluent van de rioolwaterzuivering geïnfiltreerd. Het is niet bekend of het bovengrondse of gegraven bassins waren of velden. In ieder geval is bij de aanleg van deze bassins het natuurlijke, geaccidenteerde terrein van het heidegebied grondig geëgaliseerd. Op de topografische kaart van rond 1950 zijn een heel aantal van deze bassins gedempt/verwijderd. Het plangebied maakt dan deel uit van een groter braakliggend terrein. Net ten zuidoosten (binnen 30 m) staat een terrein aangegeven met de aanduiding waterzuivering. Dit braakliggende terrein staat op de topografische kaart van 1962 aangegeven als heide (woeste grond), terwijl het uiterst zuidelijke plangebied binnen nieuw aangelegde bassins is gelegen. Vanaf de topografische kaart van 1970 staat er een RK-kerk aangegeven op de noordoostelijke helft van het plangebied en lijkt voor het overige deel uit te maken van het terrein van deze kerk. Volgens een door de opdrachtgever verstrekte presentatie stond er een kerk en een schoolgebouw (St. Jansschool).

Ook is ergens in de periode 1962-1970 de Kerkelandlaan aangelegd die ongeveer de noordwestelijke begrenzing van het plangebied vormt en de Diependaalselaan, die de noordoostelijke begrenzing van het plangebied vormt.

Afbeelding 7. Uitsnede topografische kaart 1873. Bron: Topotijdreis.

8

Lohuizen, 2006.

9

Lohuizen, 2006; Heus, 2023. 19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 8. Uitsnede topografische kaart 1920. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 9. Uitsnede topografische kaart 1945. Bron: Topotijdreis.

20

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 10. Uitsnede topografische kaart 1950. Bron: Topotijdreis. Vanaf de kaart van 1984 staat er nog bebouwing binnen het plangebied, maar staat de aanduiding RK-kerk net ten westen van het plangebied aangegeven. Vanaf de topografische kaart van 2004 ligt het plangebied braak, is het bassin van de waterzuivering uit het zuidelijke plangebied verdwenen. Op de plek van de waterzuivering, net buiten het plangebied is nieuwe bedrijfsbebouwing verrezen. Vanaf die tijd is er weinig meer veranderd in het plangebied.

21

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 11. Uitsnede topografische kaart 1962. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 12. Uitsnede topografische kaart 1970. Bron: Topotijdreis.

22

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 13. Uitsnede topografische kaart 1984. Bron: Topotijdreis.

Afbeelding 14. Uitsnede topografische kaart 2001. Bron: Topotijdreis.

23

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Afbeelding 15. Uitsnede topografische kaart 2019. Bron Topotijdreis.

24

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op de overgang van de stuwwal (Utrechtse Heuvelrug) met het kustveen en ligt volgens de geomorfologische kaart op gordeldekzanden. Omdat het plangebied in de bebouwde kom van Hilversum ligt staat het als een ongekarteerd gebied aangegeven op de bodemkaart. Omdat het begin 20ste eeuw nog deel uitmaakte van een heidegebied, was het bodemtype waarschijnlijk veldpodzolgronden. De heuvels in de omgeving van het plangebied tot begin 20 ste eeuw waren wellicht van oorsprong (holocene) stuifduinen. Begin 20ste eeuw zijn binnen een groot gebied, waarbinnen ook het plangebied lag, vloeivelden aangelegd. Voor de aanleg van deze vloeivelden is het voorheen geaccidenteerde terrein geëgaliseerd. Later zijn in de zuidelijke hoek van het plangebied bezinkbassins van een waterzuiveringsinstallatie aangelegd. In het noordelijke plangebied zijn na het verdwijnen van de vloeivelden een kerk en school gebouwd. Deze bebouwing is ergens rond 2004 verdwenen. In het onderzoeksgebied is slechts één vondstlocatie bekend daterend uit het Mesolithicum. Vanwege de aanleg van de vloeivelden met grootschalige egalisaties, bezinkbassins en latere bebouwing zijn eventuele archeologische vindplaatsen heel waarschijnlijk verstoord.

Afhankelijk van het oorspronkelijke, geaccidenteerde terrein kunnen in de voormalige laagten archeologische resten bewaard zijn gebleven. Om die reden kunnen eventuele archeologische vindplaatsen niet geheel worden uitgesloten. Ook omdat niet duidelijk is wat de aanlegdiepte van de bassins van de vloeivelden was.

3.2 VERWACHTINGSMODEL Er hebben ongetwijfeld vrij forse bodemingrepen plaatsgevonden binnen het plangebied. Het oorspronkelijk geaccidenteerde terrein, bestond wellicht deels uit (holocene) stuifduinen. Vanwege de latere aanleg van de vloeivelden is een grote oppervlakte op en rond het plangebied geëgaliseerd. Ondanks deze en latere bodemingrepen kunnen archeologische resten worden verwacht vanaf het LaatPaleolithicum. De archeologische verwachting is dan ook middelhoog vanaf het LaatPaleolithicum. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de

25

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).10 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor, eventuele ophogingslaag of stuifzanden. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, onder een opgebracht grondpakket of direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal vijftien grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten.

10 bron: Tol e.a., 2006.

26

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld11 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van vijftien verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.

De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 10. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 9.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

In net meer dan de helft van de boringen zijn onder een verstoorde/opgebrachte laag afgetopte podzolgronden aangetroffen in dekzanden. Onder deze dekzanden zijn plaatselijk fluvioperiglaciale afzettingen aangetroffen. In boring 4 in een depressie ligt een verstoorde/opgebrachte grondlaag direct op fluvioperiglaciale afzettingen. Verder ligt de verstoorde/opgebrachte grond direct op de C-horizont

11

J. Wijnen, 2023 27

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

van dekzandafzettingen, afgezien in de gestuite boring 5 waar een verstoord/opgebracht grondpakket is aangetroffen tot de maximaal verkende diepte van ongeveer 200 cm -mv. Een analyse van de NAP-hoogte geeft inzicht in de oorspronkelijke hoogteverschillen in het plangebied (zie Bijlage 12). Daarmee kan met enige voorzichtigheid bepaald worden of de restanten van de podzolbodem bewaard zijn gebleven in een voormalige depressie in het landschap of juist niet. Tevens kunnen we deduceren waar dekzandruggen of -kopjes gesitueerd moeten zijn geweest. Een digitale modelkaart van de diepteligging van de onverstoorde, natuurlijke ondergrond geeft tevens een indicatief beeld van de oorspronkelijke hoogteverschillen (zie Bijlage 11) van het natuurlijke landschap. Als representatief profiel voor het plangebied met een verstoorde/opgebrachte bovengrond met daaronder dekzandafzettingen en daarin een afgetopt podzolprofiel, wordt boring 2 beschreven:

•

0 tot 20 cm -mv (2,01 tot 2,21 m +NAP): donker bruingrijs, zwak humeus, zwak siltig, zeer fijn zand, A-horizont, bouwvoor.

•

20 tot 120 cm -mv (1,01 tot 2,01 m +NAP): bruingrijs, gevlekt, zwak humeus, zwak siltig, zeer fijn zand, verstoorde/opgebrachte grond.

•

120 tot 130 cm -mv (0,91 tot 1,01 m +NAP): oranjebruin, zwak humeus, zwak siltig, zeer fijn zand, Bhs-horizont.

•

130 tot 170 cm -mv (0,51 tot 0,91 m +NAP): geel, gevlekt, zwak siltig, zeer fijn zand, BC-horizont, dekzanden.

•

170 tot 180 cm -mv (0,41 tot 0,51 m +NAP): geel, zwak siltig, matig fijn, sterk grindig zand, C-horizont, fluvioperiglaciale afzettingen.

Anders dan in eerste instantie verwacht werd, zijn binnen een groot deel van het plangebied nog onverstoorde bodemhorizonten van podzolgronden aangetroffen onder een verstoorde/opgebrachte bovengrond. De dekzanden met daarin nog bodemhorizonten van podzolgronden (Bh-/Bhs- en/of BC-horizont) zijn aangetroffen in de boringen 1, 2, 3, 6, 7, 9, 12, 14 en 15 op 60 à 120 cm (0,65 à 1,71 m +NAP). De relatief grote verschillen in niveau waarop de top van afgetopte podzolprofiel is aangetroffen is illustratief voor het van oorsprong geaccidenteerde terrein dat aanwezig moet zijn geweest voordat het terrein werd geëgaliseerd begin vorige eeuw. De diepte waarop de natuurlijke ondergrond (dekzandgronden, al dan niet met podzolprofielen en/of fluvioperiglaciale afzettingen) varieert van 10 à 200 cm mv (0,28 a 1,71 m +NAP).

4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE

Afgezien van enkele bijmengingen, een enkele houtskoolspikkel in de verstoorde/opgebrachte grond in boring 1 en wat baksteen in de verstoorde/opgebrachte grond van boring 8, zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen. Opsporing hiervan vergt meer intensieve vormen van archeologisch veldonderzoek en was niet het doel van het hier uitgevoerde verkennende booronderzoek (zie paragraaf 1.6).

28

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

5C

ONCLUSIE EN

VERWACHTING In een groot deel van het plangebied zijn onder een verstoorde bovengrond afgetopte podzolprofielen aangetroffen. Voor die delen wordt de archeologische verwachting gehandhaafd. In de rest bevond zich direct de onverstoorde dekzandondergrond en/of fluvioperiglaciale afzettingen (C-horizont). Verder is boring 5 gestuit in de verstoorde bovengrond op een diepte van 200 cm -mv (0,32 m +NAP). Daar waar alleen de natuurlijke, onverstoorde ondergrond (C-horizont) of verstoorde bovengrond tot een aanzienlijke diepte zoals in boring 5 is aangetroffen, kan de archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld. Er is een digitale modelkaart van de diepte [cm] en een digitale modelkaart van het niveau [m +NAP] waarop de top van de onverstoorde, natuurlijke ondergrond is aangetroffen (Bijlage 11 en Bijlage 12). De natuurlijke ondergrond representeert het in potentie archeologische niveau. Aan de hand van een modellering van het verschil tussen een gebiedsstatistische waarde van de maaiveldhoogte binnen het plangebied en het digitale model van het niveau van de top van de onverstoorde ondergrond, kunnen zones worden vastgesteld die mogelijk verstoord zullen worden door de ingrepen en/of zones waar behoud in-situ mogelijk.

29

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

GIS-modelering om te achterhalen of de voorgenomen bodemingrepen voor verstoring van eventuele vindplaatsen zorgt of niet en zo ja waar Aan de hand van het Algemeen Hoogtebestand en een zoekgebied (plangebied), zijn de gebiedsstatistieken voor de maaiveldhoogte vastgesteld in GIS (gemiddelde waarde: 2,22 m +NAP, mediaan: 2,16 m +NAP en meest voorkomende waarde: 2,14 m +NAP). De meest voorkomende waarde is omgezet in een rasterbestand (lagere waarde van de maaiveldhoogte waarmee meteen een extra veiligheidsmarge wordt geïntroduceerd). Naast het rasterbestand met de meest voorkomende waarde van de maaiveldhoogte van het plangebied (A), is er een rasterbestand met een digitale modelkaart van het niveau met de top van de onverstoorde, natuurlijke ondergrond van het plangebied (B, zie Bijlage 12). Deze digitale modelkaart is verkregen door de interpolatie van de niveaus van natuurlijke ondergrond op de plek van de boorpunten. Door de rasters A en B van elkaar af te trekken, wordt het verschil tussen deze waarden berekend. Het resultaat is een rasterlaag met het ‘Verschil tussen statistisch vastgestelde maaiveldhoogte en het niveau van de onverstoorde, natuurlijke ondergrond’ (C, zie Bijlage 13).

Aan de hand van deze rasterlaag kunnen mogelijk zones worden vastgesteld waar een behoud in-situ mogelijk is of waar mogelijk vervolgonderzoek noodzakelijk is, aan de hand van de diepteligging en de aangetroffen profielopbouw. Het resulterende oppervlaktemodel (C) is indicatief. Het bouwpeil dat zal worden aangehouden bepaalt of de op deze manier berekende verschillen hoger zijn of juist lager.

Aan de hand van het berekende rastermodel zijn er weinig zones, waar het verschil tussen het statistisch vastgestelde niveau en het niveau van de natuurlijke ondergrond voor het plangebied minder dan 80 cm is (dik is). Deze zones hebben tegelijkertijd een relatief kleine oppervlakte. Net binnen deze zones zijn profielen aangetroffen met direct onder een verstoorde/opgebrachte laag de onverstoorde dekzandondergrond en/of fluvioperiglaciale afzettingen (C-horizont). Waar deze profielen zijn aangetroffen moet het oorspronkelijke bodemprofiel zijn afgeschoven toen het terrein werd geëgaliseerd. Om die reden is de archeologische verwachting dan ook laag binnen deze zones.

30

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

6S

ELECTIEADVIES

Voor een deel van het plangebied kan de archeologische verwachting aan de hand van de profielopbouw, naar beneden worden bijgesteld. Daar waar (afgetopte) podzolprofielen zijn aangetroffen wordt de middelhoge archeologische verwachting gehandhaafd. Aan de hand van een GIS-modellering konden zones worden vastgesteld waar bodemingrepen nog net tot in de natuurlijke ondergrond zullen reiken en zones waar de bodemingrepen niet meer tot daarin reiken. Algemeen is de archeologische verwachting laag waar de bodemingrepen nog de top de natuurlijke ondergrond zullen raken omdat deze daar tot grotere diepte is afgetopt en het oorspronkelijke bodemprofiel daar geheel is verdwenen. Daar waar de archeologische verwachting gehandhaafd kan worden bevindt de natuurlijke ondergrond zich dieper dan het niveau waar de bodemingrepen worden voorzien. De archeologische verwachting kan daar gehandhaafd omdat daar het oorspronkelijke bodemprofiel geheel en deels bewaard is gebleven. Op het niveau waar de top van het geheel of gedeeltelijk bewaarde bodemprofiel is aangetroffen bevindt zich het potentiële archeologische niveau waar vindplaatsen zijn te verwachten. Om die reden wordt een behoud in-situ aanbevolen. De funderingsbalken/-stroken worden op palen gelegd. In Bijlage 14 staat de ‘Handreiking paalfundering in een archeologievriendelijk bouwplan’.

12 Aan de hand daarvan kan behoud in-situ makkelijker worden gerealiseerd. Algemeen zijn de bodemingrepen beperkt tot minder dan 80 cm -mv. De oppervlakken waar diepere bodemingrepen (liftputten) zijn voorzien zijn verder zeer beperkt. Om die reden wordt geadviseerd om het plangebied vrij te stellen van vervolgonderzoek. Het heeft ook heel weinig zin om de beperkte oppervlakte waar diepere bodemingrepen zijn voorzien te onderzoeken. Als er al vindplaatsen worden aangetroffen, zal de te verkrijgen kennisvermeerdering vanwege het fragmentarische karakter van deze onderzoeken verwaarloosbaar zijn. We adviseren wel de dubbelbestemming Archeologie in het huidige bestemmingsplan te handhaven gezien de toekomstige ontwikkelingen. Dit advies is overgenomen door de gemeente Hilversum, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw Annette Koenders, gemeentelijk archeoloog. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

12

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2016. 31

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Fens, R.L., 2016: Bureauonderzoek. Verleggen W-500-19-KR-012 Diependaalselaan Hilversum. Antea Group Archeologie-rapport 2016/171. Geer, P. van de, 2014: Winkelcentrum Kerkelanden. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek ten behoeve van de uitbreiding van WC Kerkelanden, Hilversum. Achol-rapport 245. Heus, J.M., de, 2023: Verkennend bodem-, asfalt en fundatieonderzoek Diependaalselaan 349 te Hilversum (Slibbassins). Projectnummer BO423253. Lohuizen, K. van, 2006: Afvalwaterzuivering in Nederland. Van beerput tot oxidatiesloot. RWS RIZA rapport 2006.011. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2016: Handreiking archeologievriendelijk bouwen. Amersfoort. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M.

Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2020. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Zee, R.M. van der, 2013: Van Ghentlaan, Hilversum (gemeente Hilversum). Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 3368. Wijnen, J. , 2023. Laagland Archeologie Plan van Aanpak IVO-verkennende fase Plangebied: Diependaalselaan (ong), Hilversum, Hilversum. Eindhoven. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

32

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Diependaalselaan (ong) te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland

Gebruikte kaarten

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 28-7-2023 Beleidskaart. Bron: gemeente Hilversum. Geraadpleegd op 27-7-2023 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 11-92023 Geologische kaart van Nederland, schaal 1:600.000. Bron: www.dinoloket.nl. Geraadpleegd op 28-7-2023 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 28-7-2023 kadastrale minuut. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 28-7-2023 Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2020. Atlas van Nederlande in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Op 3 februari 2021 gedownload van www.archeologieinnederland.nl Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 29-8-2023

33

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

34

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

35

BIJLAGE 3 GEOLOGISCHE KAART

36

BIJLAGE 4 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

37

BIJLAGE 5 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

38

BIJLAGE 6 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

39

g wk

40

BIJLAGE 7 BODEMKAART

dem

41

BIJLAGE 8 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

42

BIJLAGE 9 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

43

BIJLAGE 10 BOORSTATEN VELDONDERZOEK Boring 1

RD-coördinaten: 138623/469823

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,32 0

20

0,25

2,07

0,5

1,82

0,75

1,57

1

1,32

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont

80

100

RD-coördinaten: 138660/469823

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,21 0

1,96

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont, bouwvoor

0,5

1,71

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, BC-horizont, dekzand, gevlekt

0,75

1,46

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, C-horizont, dekzand

1

1,21

1,25

0,96

1,5

0,71

1,75

0,46

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord weinig houtskool

70

Boring 2

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, oranje/ bruin, Bhs-horizont

20

0,25

120

120 130

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, BC-horizont, dekzand, gevlekt 170

Boring 3

RD-coördinaten: 138697/469823

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,1 0

20

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont

10

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord

0,25

0,13

0,5

1,6

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, matig humeus, donkerbruin, Bh-horizont

0,5

-0,12

0,75

1,35

80 90

1

1,1

1,25

0,85

zand, matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, sterk grindig, geel, C-horizont, fluvioperiglaciale afzettingen

RD-coördinaten: 138567/469863

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 0,38 0

1,85

70

180

Boring 4

0,25

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, oranje/ bruin, Bhs-horizont

50

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont zand, matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, sterk grindig, geel, C-horizont, fluvioperiglaciale afzettingen

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, oranje/ bruin, Bhs-horizont

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, BC-horizont, dekzand, gevlekt 120 weinig houtskool zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, C-horizont, 140 dekzand

44

Boring 5

RD-coördinaten: 138604/469863

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,32 0

20

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont

40

zand, matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, opgebracht

10

0,25

2,07

Boring 6

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,85 0

20

0,25

1,6

zand, matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, A-horizont

0,5

1,35

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak grindig, grijs/ bruin, gevlekt/ verstoord

0,75

1,1

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord, gestuit

1

0,85

0,5

1,82

0,75

1,57

1

1,32

1,25

1,07

1,25

0,6

1,5

0,82

1,5

0,35

100

RD-coördinaten: 138641/469863

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord

120

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, BC-horizont, 140 dekzand, gevlekt

160

1,75

0,57

2

0,32

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, C-horizont, dekzand

200

45

Boring 7

RD-coördinaten: 138678/469863

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 1,96 0

20

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, A-horizont

Boring 8

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,42 0

0,25

1,71

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord

0,25

2,17

0,5

1,46

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin, BC-horizont, dekzand, gevlekt

0,5

1,92

70

0,75

1,21

RD-coördinaten: 138653/469908

0,75

50

0,96

1,67

1,25

0,71

1,5

0,46

1

1,42

1,25

1,17

1,5

0,92

1,75

0,67

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs/ geel, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, opgebracht

80

90

1

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, matig baksteenhoudend, A-horizont, gevlekt/ verstoord

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord

120

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, BC-horizont, 140 dekzand

160

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, C-horizont, dekzand

170

Boring 9

RD-coördinaten: 138662/469729

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,31 0

0,25

2,06 40

0,5

1,81 60

0,75

1

1,56

1,31

100

120

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, matig grindig, lichtgeel, opgebracht zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, zwak grindig, bruin/ grijs, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, geel, BC-horizont, dekzand zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, C-horizont, dekzand

zand, matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, sterk grindig, geel, 190 C-horizont, fluvioperiglaciale afzettingen

Boring 10

RD-coördinaten: 138699/469729

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 2,1 0

0,25

1,85 40

0,5

1,6

0,75

1,35

1

80

zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, matig grindig, donkerbruin/ grijs, zwak baksteenhoudend, A-horizont, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, matig grindig, bruin/ grijs, zwak baksteenhoudend, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, C-horizont, dekzand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c588e2b6-9ec1-4636-8977-27f6e5256131