CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan Sportpark

GEMEENTERAAD 10 juni 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen wijziging ‘Omgevingsplan gemeente Hilversum’ en beleidsregels ‘Beeldkwaliteitsplan Sportpark’ (1959699)15.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

48

49

G10: DE PLINT ACTIVEERT EN VERBINDT OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE De plint is een essentieel onderdeel van de Hilversumse leeflaag en vormt de belangrijke overgang tussen gebouw en maaiveld. Door transparantie, relif, gelaagdheid en verfijning in de gevel versterkt de plint de leesbaarheid van het gebouw, de interactie tussen binnen en buiten en tussen openbaar en priv. In combinatie met duidelijk zicht op functies achter de gevel, zorgt dit voor een levendige en sociaal veilige openbare ruimte. De vormgeving van de plint heeft een flexibele relatie met de functie die erachter plaatsvindt. Dit vormt een onmisbaar principe bij de uitwerking van de interactieve onderste leeflaag. commercile voorziening

Richtlijnen 10.1 Plinten zijn transparant en hebben ca. 40% glas, relif en een borstwering waar mogelijk. 10.2 Hoe publieker het programma achter de plint (horeca, winkel, kantoorlobby), tenzij de functie duidelijk vraagt om meer privacy (school, gezondheidscentrum, woning). Bij de uitwerking hiervan biedt gelaagdheid van de gevel uitkomst. 10.3 Plinten hebben een verdiepingshoogte van minimaal vier meter netto en maximaal 7,5 meter netto. Ook bij grondgebonden woningen is de begane grond minimaal vier meter netto hoog. 10.4 Een programmatisch verschil tussen de plint en de bovenliggende bouwlagen is duidelijk afleesbaar in de gevel, door bijvoorbeeld geleding in het metselwerk. De toepassing van grote puien, een andere raamindeling, verfijning in textuur en/of een terugligging van maximaal 3m1. 10.5 Werkruimtes en voorzieningen zijn direct toegankelijk vanaf de openbare ruimte waarbij elke functie een eigen voordeur heeft. Voor het geheel van de plint is er uiterlijk elke 20m1 een deur of terrasdeur aanwezig, behalve bij grote maatschappelijke voorzieningen. 10.6 Gesloten delen van plinten, zoals bergingen, nutsen parkeeringangen zijn onopvallend ontworpen, maximaal 8m1 lang en liggen verspreid over het blok. Dit draagt bij aan de interactieve plinten en optimale sociale veiligheid in Sportpark.

atelier- en bedrijfsruimten

maatschappelijke voorziening

woning begane grond met veranda

Plintprogramma en relatie met de openbare ruimte.

Hoofdentree Informele ingang ontsluiting vanaf binnenhof Entree (commerciële) voorziening Entree ateliers en bedrijfsruimten Entree maatschappelijke voorzieningen Entree woning begane grond

50

Commerciële voorziening Ateliers en bedrijfsruimten Maatschappelijke voorziening Woning begane grond Plein/plek Voetgangersas Ontsluitingsroute

Indicatieve vormgeving van gelaagde plinten voor verschillende functies

Plint over twee bouwlagen, hoge transparantie; zichtbaar wat binnen gebeurt. Mercado, Groningen (foto: S. van Damme).

Teruggelegde transparante plint met verharding tot aan de gevel. Appleby Blue Almshouse (Witherford Watson Mann)

Setback in plint versterkt interactie tussen binnen en buiten. Funenpark, Amsterdam (Architekten Cie).

Actieve terugliggende plint biedt uitnodigende en geborgen plek met speelmogelijkheden op de grens van binnen-buiten. The Shea, Seattle (Public47

Compositie kubische volumes vormt uitnodigende entree. Cartesiuskwartier (Barcode, WAX)

Transparante plint toont werkfunctie achter gevel. De Plint, Tilburg (BVAB)

Woningen met buitenruimte binnen rooilijn direct aan het groen. De Veluwse Proeftuin, Ede (MIX Architecture).

51

G11: DUIDELIJKE ENTREES OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Entrees zijn herkenbaar vormgegeven, goed bereikbaar en met bijzondere details onderdeel van de architectuur van het gebouw. Ze dragen bij aan orintatie en levendigheid in het gebied. Transparantie in combinatie met een of meer verblijfsfuncties en royale maatvoering, garandeert een sterke relatie tussen binnen en buiten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdentrees, informele entrees, entrees voor functies / begane grondwoningen en logistieke entrees.

De hoofdentree is herkenbaar in de gevelopbouw van de eerste leeflaag, waar mogelijk in een symmetrische positie.

Richtlijnen 11.1 Entrees zijn harmonisch ingepast in de architectuur van het gebouw. 11.2 Entrees zijn duidelijk te onderscheiden in de gevelopbouw, door grootte van het gevelvlak, transparantie, plastiek/teruglegging, luifels/lateien, detaillering en kleurgebruik. 11.3 Entreegevels zijn transparant. Brievenbussen en bellentableaus zijn compact en belemmeren de visuele relatie binnen-buiten minimaal. 11.4 Terugliggende entrees zijn min. 50% breder dan ze diep zijn en daarmee sociaal veiliger. 11.5 De hoofdentree is ruim, heeft een transparante gevel, staat in directe relatie met de openbare ruimte en is zorgvuldig vormgegeven onderdeel van de gevelcompositie. De entree is van afstand zichtbaar, warm verlicht en onderscheidend. 11.6 De hoofdentree van grote gebouwen ligt 1-3m1 terug ten opzichte van de gevel en heeft een hoogte van ten minste twee bouwlagen. 11.7 De hoofdentree van elk gebouw dient in verbinding te staan met de openbare ruimte, het binnenterrein en mogelijke collectieve daktuinen, zodat deze voor gebruikers en bewoners goed bereikbaar zijn.

1-2,5m 1bouwlaag

R

I 1-3m

0,5 - 2m

Maatvoerende richtlijnen voor hoofdentrees (R) en informele entrees (l)

logistiek

woning

functie

Entrees voor functies en woningen ingetogen, logistieke entrees onopvallend

11.8 De informele entree (binnenzijde bouwblok) ligt minimaal 0,5 en maximaal 2 meter terug ten opzichte van de gevel, of heeft een luifel van 1-2,5m1 diep en min. 4,2m1 vrije ruimte onder de luifel. 11.9 Luifels zijn toegestaan voor zowel informele entrees als hoofdentrees, mits deze maximal 0,5m1 door de rooilijn steken. 11.10 Expeditie-/logistieke entrees zijn onopvallend in de gevel weggewerkt. Hoofdentree ontsluiting Informele ingang ontsluiting vanaf binnenhof Entree voorzieningen Entree begane grond Type entrees in een bouwblok

52

2bouwlagen

Terugliggende hoofdentree, 's avonds duidelijk herkenbaar. World Food centre, Ede (MIX)

Informele entree met subtiel ontworpen luifel en transparante gevel. Appartementencomplex, Parijs (Mars Architecture)

Informele entree in het groen met kleine luifel. Hoogte Kadijk, Amsterdam (Delva)

Duidelijk herkenbaar en transparant geveloppervlak markeert entree (Mercado, Groningen).

Hoofdentree en informele entree staan in verbinding. Billancourt, Parijs

Zichtbare entree door kleur, teruglegging en transparantie. Strijp S, Eindhoven (Orange architects)

Tweelaagse glasgevel, beperkte impact van brievenbussen op transparantie (Crocker)

Herkenbare hoofdentree van twee verdiepingen met terugligging. (Gelauf architecten)

53

G12: DE VIJFDE GEVEL EN KROON ZIJN MEE ONTWORPEN EN GOED BENUT OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE De vijfde gevel en de kroon (het dakvlak en de bovenste bouwlaag) vormen een eigentijdse uitwerking van inspirerende voorbeelden uit de historie van Sportpark en Dudokstijl. Ze zijn zorgvuldig ontworpen als architectonische en tevens duurzame afsluiting van het gebouw en dragen bij aan een tegelijk herkenbaar, samenhangend en duurzaam daklandschap. Daken zijn in de basis vlak en begroeid en worden benut voor energieopwekking, natuur en collectief of individueel gebruik. De hoogste daken worden vooral voor energieopwekking ingezet, plaatselijk met zonnekroon en 'bruin' dak met lokale grond, waar alles mag groeien.

Richtlijnen 12.1 Het bovenste deel van een gebouw is als architectonische beindiging van het gebouw mee ontworpen. Dit bovenste deel is tussen de 1m1 en 2 bouwlagen hoog en kan uitgewerkt worden als een meer verfijnde geleding en plastiek van de gevel, of een meer onderscheidend gebouwdeel (kroon) of zonnekroon. 12.2 De kroon is in hetzelfde of een samenhangend alternatief materiaal vormgegeven, binnen de kubische vormentaal van Sportpark en in harmonie met de architectonische principes van het gebouw. Hiermee blijft eenheid in verscheidenheid het overheersende thema van Sportpark. 12.3 Daken zijn plat (horizontaal), om als buitenruimte te kunnen gebruiken. Dakranden zijn horizontaal en met de gevel mee ontworpen (geen aparte railing). 12.4 Daken van publieke gebouwen op bepalende locaties mogen afwijken, waarbij inspiratie geput kan worden uit de cultuurhistorie van Sportpark. 12.5 Collectief dakterras: daken en daktuinen zijn opgetild landschap, dus worden benut als groene, collectieve tuinen voor o.a. community building, fitness en voedselproductie. De inrichting is natuurinclusief, passend bij de plaatselijke biotoop (zie S1 en het SP). 12.6 Per bouwblok heeft de helft van de daken een beweegaanleiding. 12.7 Gebouwen hebben een divers daklandschap met bruine- en groene daken; zet op de hoogste daken vanaf 30 meter op meer schrale daken: 'bruindak'.

12.8 De hoogste daken worden ook gecombineerd met energieopwekking. De gevel loopt voldoende door, eventueel in de vorm van een zonnekroon, om installaties aan het zicht te onttrekken 12.9 Tot een hoogte van 24 meter zijn de daken van gebouwen collectieve daktuinen met kleine bomen, heesters en lage beplanting (met grondpakket voor kleine bomen), maar ook lichte constructies (zoals kassen, pergola's, sportkooi). 12.10 Voor setbacks met een grotere terugspringing dan 3m1 gelden de eisen voor een collectief dakterras.

54

Kronen zijn zorgvuldig vormgegeven. Lessenaarsdaken en boldaken zijn uitzonderingen ( ) voor ankerpunten, evenals afwijkende dakvormen denkbaar bij publieke gebouwen worden in overleg met supervisor zijn.

De vijfde gevel is mee ontworpen met ruimte voor begroeide groene en bruine daken, collectieve daklandschappen en gentegreerde energie-infrastructuur.

Gevelbeindiging met duidelijke dakrand. Nike kantoor, Hilversum.

Tribune Draftbaan Sportpark met lessenaarsdak.

Verschillende verfraaiingen (traditioneel en modern) van daklijst/kroon in een beeld zichtbaar. Railcenter, Amersfoort (MIX)

Kroon over meerdere verdiepingen is mee ontworpen. Dundee House, Schotland (Reiach and Hall).

Kroon is mee ontworpen: setback en uitstekend dak tot aan de hoofdgevel. Complex NoHo, New York (Selldorf Architects)

Groene benutte dakoppervlakken, met speelse elementen en energieopwekking. Amstel kavel7 (Bureau B+B)

Setback groter dan 3 meter biedt ruimte aan een collectief dakterras.

Sporten op dak; sintelbaan om groen. Royal Eden Docks, Queens Cross, Londen (Fraser &Co)

De vijfde gevel is mee-ontworpen: groene daken.

55

56

ONTWERPPRINCIPES

TECHNIEK EN INSTALLATIES

T13: TECHNISCHE EN FUNCTIONELE RUIMTEN MEE ONTWERPEN OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Technische installaties, bergingen en parkeerruimten zijn uit het zicht en integraal in de gebouwvolumes mee ontworpen. Technische ruimten zijn functioneel en esthetisch ingepast. Technische ruimten worden zo min mogelijk gebundeld langs gevels om grote gesloten geveldelen te voorkomen. Technische ruimten en opslag van bedrijfsafval zijn inpandig geplaatst.

Richtlijnen 13.1 Technische installaties en nutsvoorzieningen zijn inpandig geplaatst. Ze worden fraai en onopvallend in de architectuur gentegreerd. Technische ruimten, die directe toegang van buiten vereisen, zijn verspreid geplaatst en beslaan maximaal 8m1 gevellengte en een hoogte van n bouwlaag. 13.2 Technische ruimten zijn niet geplaatst achter gevels aan levendige openbare ruimten, waar een hoge interactie tussen binnen en buiten gewenst is (zoals aan pleinen). 13.3 Afvalverzameling van bedrijfsafval gebeurt inpandig. 13.4 Nutsvoorzieningen vereisen direct toegankelijke deuren in de gevel. 13.5 Parkeergarages zijn uit het zicht. De toegangen tot garages zijn ingetogen en hoogwaardig ingepast in de bouwmassa en mee ontworpen in de gevel. 13.6 Fietsparkeren wordt inpandig ingepast. Gevels naar buitenruimte of interne ontsluitingsruimten zijn hoogwaardig en (minimaal 40%) transparant vormgegeven t.b.v een sociaal veilig functioneren. Ingangen zijn duidelijk zichtbaar, goed verlicht en volledig gentegreerd in het ontwerp van de gevel. 13.7 Tijdelijk fietsparkeren voor bezoekers is op enkele kleinschalige, duidelijk aangegeven plekken mogelijk (zonder beugels of nietjes). 13.8 De hoogste daken hebben mee ontworpen zonnepanelen om elektriciteit duurzaam op te wekken. Zonnekronen zijn integraal in het gevelontwerp meegenomen.

13.9 Infrastructuur en installaties voor energie en andere technische voorzieningen worden dusdanig gentegreerd dat deze uit het zicht zijn, of hoogwaardig mee ontworpen. 13.10 Integratie van techniek: hemelwaterafvoer is uit het zicht in de gevel gentegreerd. Ook wordt vanaf balkons niet direct op het maaiveld gespuid. 13.11 Gevelverlichting en aanlichting worden terughoudend toegepast; zij ondersteunen orintatie en veiligheid, met minimale hinder voor de natuur.

Inpandige fietsenstallingen zijn vanuit twee zijden bereikbaar. Stallingsruimten aan de gevel zijn transparant t.b.v. sociale veiligheid.

Technische installaties op daken zijn uit het zicht geplaatst. Hogere daken worden gebruikt voor energieopwekking, waarbij zonnekronen kunnen worden toegepast.

Entree parkeergarage (l) en zonnekroon (r) zijn mee ontworpen

58

59

60

ONTWERPPRINCIPES

ONDERSCHEIDENDE GEBOUWEN

O14: BEELDBEPALENDE ANKERPUNTEN OP SPORTPARK OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Gebouwen die nadrukkelijk in het zicht liggen, dragen als beeldbepalende panden in sterke mate bij aan de identiteit van Sportpark en Hilversum. Dit principe is geworteld in de tuinstadgedachte en herkenbaar door heel Hilversum. Het betreft gebouwen op zichtassen, gebouwen die een entree markeren, of landmarks. Op naastgelegen facetkaart zijn ankerpunten aangegeven. Het ontwerpprincipe van deze gebouwen is in belangrijke mate genspireerd door de cultuurhistorie van het gebied.

monumentaal gebouw symmetrie-as sporthart entreegebouw poortwachters beeldbepalend aanzicht zichtlijn landmark plein

Richtlijnen 14.1 Ankerpunten hebben een duidelijke opbouw met basis, kroon, symmetrie en cultuurhistorisch verankerd kleurgebruik. Beeldbepalende gebouwen 14.2 Beeldbepalende gebouwen hebben een duidelijk herkenbare 1e leeflaag, opbouw en een nadrukkelijk vormgegeven kroon van minimaal 1  2 bouwlagen. Het aanzichtdeel (gebouwdeel of gebouw) heeft een herkenbare symmetrie. 14.3 In de onderste leeflaag wordt extra aandacht besteed aan architectonische details in de gevel, bijvoorbeeld voor een voet, een basement of een hoekje uit het gebouw, deze zijn dan opgenomen zijn in de totale plastiek (zie G7). Plekken die hier ontstaan zijn ook in de avonduren zichtbare en veilige plekken. Gevelbegroeiing is een duidelijk statement dat bijdraagt aan het beeldbepalende gebouw en de identiteit van Sportpark en Hilversum. Entreegebouwen 14.4 Entreegebouwen fungeren als uithangbord van het gebied en vormen duidelijke 'hoekstenen', met bovengemiddelde maat. Daarom hebben ze een beeldbepalend aanzicht naar zowel de omgeving als de route het gebied in. Poortwachters 14.5 Er zijn gebouwen aangewezen als poortwachters. Deze gebouwen aan weerszijden van een gebiedsentree hebben eenzelfde ordegrootte volume en een hoge mate van overeenkomst in kleur en materiaalgebruik. 14.6 Poortwachters hebben een hoge mate van symmetrie ten opzichte van elkaar over de entree-as.

De ruimtelijke indeling van beide kavels is daarmee ook soortgelijk. Dit geldt niet voor de hoofdentrees van 14.7 deze gebouwen. Indien een van beide poortwachters al is ontwikkeld, wordt de nieuwe poortwachter soortgelijk aan de reeds bestaande poortwachter ontwikkeld. Indien in het overkoepelend plan en binnen enkele jaren ook de bestaande poortwachter wordt gerenoveerd of sloop-nieuwbouw ondergaat, worden in samenspraak met supervisie in lijn met het SP duidelijke uitgangspunten geformuleerd.

62

Panden die als ankerpunt zijn aangemerkt, waaronder beeldbepalend aanzicht, entreegebouw of poortwachter, en landmarkgebouw (O17)

Beeldbepalend gebouw toont sterke karakteristiek in lijn met cultuurhistorische waarden; opbouw met duidelijke basis en kroon (indicatief; vele soorten kronen denkbaar), symmetrie en kleurgebruik.

Poortwachters zijn soortgelijk van kleur en compositie en zijn in hoge mate symmetrisch t.o.v. de entree-as.

Aanzicht met sterke symmetrie, duidelijke plint en kroon en geveldetail zichtbaar. Glattburg (M. Dudler)

Overhoekse compositie van Dudok (oude Bijenkorf, Rotterdam, Dudok)

Aandacht voor geveldetail, sterke symmetrie en ritmiek voor gevel op zichtlijn. Berlage lyceum, Amsterdam

Gevelgroen als statement. Villa M, Parijs (Tryptique)

Pand met kenmerkende kleur, symmetrie en ritmiek, aandacht voor dak- en hoekoplossing. Diepte in gevelplastiek en sterke plint ontbreekt hier. Schiedam (n.b.)

Duidelijke symmetrie, herkenbaar kleurgebruik, verbijzondering met ronde hoek. Cadix (BULK arch.)

Aandachtig ontworpen hoek, met ronde hoek, teruglegging en speelse volumecompositie. Atleet, Amsterdam.

Hoge mate van symmetrie, onderscheidend materiaalgebruik. Brugge,BE (POLO architecture)

Huidige poortwachters aan zuidzijde van Sportpark: soortgelijke grootte, opbouw, kleur, symmetrie en afstand tot kavelgrens, duidelijk herkenbaar als ensemble

63

O15: HERKENBARE SPORTPARKFUNCTIES ONDERDEEL VAN HET GEBOUW OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Grote gebouwen en gebouwdelen met functies sport, onderwijs en soortgelijke maatschappelijke functies zijn duidelijk te herkennen in Sportpark.

Richtlijnen 15.1 Publieke gebouwen, zoals scholen, sportscholen of andere beeldbepalende functies, onderscheiden zich in maat, schaal en architectonische opzet van de omliggende bebouwing. Ze vormen herkenbare ankerpunten binnen het bouwblok, zonder de eenheid van het geheel te verstoren. 15.2 Gevels aan de openbare ruimte hebben een openbaar karakter en dragen bij aan de uitstraling van het bouwblok. 15.3 Uitbreidingen of optoppingen van (bestaande) herkenbare gebouwen of gebouwdelen worden ontworpen als een nieuwe tijdslaag. Het bestaande gebouw blijft leesbaar, terwijl het nieuwe volume zich als eigentijdse uitbreiding respectvol voegt in het nieuwe totaalbeeld 15.4 Indien naast optopping of uitbreiding ook vernieuwing van de bestaande gevel noodzakelijk is, gelden de reguliere eisen voor beeldkwaliteit.

Gebouwdelen met onderscheidende grootschalige maatschappelijke functie onderscheiden zich in kleur en/of materiaal, maar niet qua compositieprincipes

Onderste leeflaag (met hoogteverspringing) geschikt voor vegetatie vanuit volle grond op gevel. Nieuw-West. P.deRuiter

Onderscheidend materiaal en openbeid in hoge plint in kubische volumecompositie

Onderscheidend gevelmateriaal in de plint markeert onderwijsfunctie. Django, Amsterdam (KCAP)

Onderscheidend materiaal en teruglegging toont verschil in functies

64

O16: LANDMARK GEBOUW

OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Een landmarkgebouw vormt een extra verbijzondering op ontwerpprincipe O15 en O16. Dit zijn gebouwen die zeer onderscheidend zijn in maat, in functie en locatie een belangrijke uitdrager zijn van de identiteit van Sportpark en Hilversum. In het SP valt het multisportcomplex binnen deze categorie. Deze gebouwen vormen op meerdere ontwerpprincipes een uitzondering. Landmarks zijn nieuwe gebouwen; historische landmarks zijn monumentaal. Een landmark-gebouw haalt inspiratie uit (bestaande en verdwenen) gebouwen op Sportpark.

Landmark is onderscheidend door kleur en materiaalgebruik, maar blijft passend in kalme kubische voorkomen van Sportpark

Richtlijnen 16.1 Een landmarkgebouw is gesitueerd op plekken die duidelijk zichtbaar zijn voor lokale gebruikers, maar ook voor passanten, dus aan doorgaande routes of bij plekken van samenkomst in het gebied. 16.2 Kleurgebruik en grote raampartijen/vliesgevels zijn sterk gerelateerd aan de cultuurhistorie. Denk aan de oude expohal als inspiratie. 16.3 Een landmarkgebouw onderscheidt zich duidelijk van naastgelegen gebouwen, door met name kleur- en/of materiaalgebruik. 16.4 De opbouw van landmarks volgt minder strict de gelaagdheid en setbackrichtlijnen, maar kent nog steeds een duidelijke 1e leeflaag. Indien lager dan twee bouwdelen (tot 24m1) is voor het gebouw geen setback nodig. Er is zelfs een sterke overhang/ uitkraging denkbaar (2-8m1). 16.5 Er is veel transparantie en meer menselijke maat in de plint, een rustig ritme in de gevel, kubische vormentaal en kleur- en materiaalgebruik binnen de kaders van dit BKP. Gesloten geveldelen zijn toegestaan, maar liggen niet aan actieve buitenruimten. 16.6 Gevel- en dakgroen zijn goed zichtbaar en dragen sterk bij aan de natuur-inclusiviteit van Sportpark. 16.7 Het principe en de richtlijnen voor landmarkgebouwen zijn beschreven om strijdigheden tussen reguliere eisen en eisen van zichtbaarheid van het landmarkgebouw te voorkomen.

Sportcomplex met interactie en menselijke maat in plint, ritmiek in gevel, duurzame materialen en kroon. Goteborg, ZWE (Henning Larsen e.a.)

oude renbaantribune op Sportpak met grote slanke glasgevel en herkenbaar dak

Ritmische houten gevel met overstek. (Steimle)

oude expohal op Sportpark; groot glazen volume maakt statement

Geen sterk afwijkende vormen voor een landmark

Semi-transparant volume, onderscheidend materiaal, spel landschap en open plint. (CEBRA, ZAS)

Volumespel en ritmiek in oude Bijenkorf (Dudok)

Onderscheidende gevel binnen kleurpalet (OLCO)

65

66

OBJECTCRITERIA

ALGEMENE OBJECTCRITERIA

Voor het gebied Sportpark zijn de algemene objectcriteria van de welstandsnota overgenomen en als bijlage toegevoegd aan dit beeldkwaliteitsplan. Enkele objecten mogen echter niet toegepast worden in het gebied en zijn daarom niet van toepassing. In dit beeldkwaliteitsplan (BKP) zijn daarnaast enkele aanvullende gebied specifieke objectcriteria opgenomen, die specifiek voor het Sportpark gelden. De volgende objecten mogen NIET toegepast worden binnen het gebied omdat zij niet passen bij het gewenste gebruik, stedenbouwkundige opzet en/of identiteit van het gebied: Aanbouwen (1) zijn niet toegestaan; vanwege het karakter van de gebouwen en het collectieve gebruik van de publieke ruimte zijn aanbouwen onwenselijk. De binnenterreinen zijn in omvang beperkt en niet geschikt om aanbouwen in te passen. Bijgebouwen (2) zijn niet toegestaan; de buitenruimte is openbaar of collectief. Bijgebouwen zijn daarom niet toegestaan. Dakkapellen (3) zijn niet toegestaan; In het gebied zijn geen gebouwen met dakkappen dus er is geen ruimte voor dakkapellen.

Voor de volgende ingrepen en objecten zijn (op basis van de algemene objectcriteria als omschreven in de welstandsnota die in dit BKP zijn overgenomen) vervangende gebied specifieke objectcriteria geformuleerd passend bij de beoogde beeldkwaliteit voor Sportpark: Gevelwijzigingen (4); gevelwijzigingen dienen te passen in het architectonische beeld van het gebouw waar ze onderdeel van zijn. Ze hebben dezelfde uitstraling, materialisering en detaillering. Voor gevelwijzigingen gelden dezelfde spelregels als het gebouw waar ze onderdeel van zijn zoals omschreven in het betreffende hoofdstuk in dit BKP. Erfafscheidingen (5); erfafscheidingen zijn alleen toegestaan op binnenterreinen. Zie voor de nadere eisen Ontwerpprincipe G11 van dit BKP. Installaties (6); Installaties zijn ingepast binnen de gebouwen. Zie de criteria als beschreven bij Ontwerpprincipe T13 van dit BKP. Dakramen en panelen (7); dakramen en panelen, vlak in het dak, passen in het architectonische beeld van het gebouw. Ze mogen indien ingepast in een collectieve daktuin het collectieve gebruik van deze daktuin niet beperken.

68

Dakopbouwen (8); dakopbouwen dienen te passen bij het architectonisch beeld. Voor dakopbouwen gelden dezelfde spelregels als voor het gebouw waar ze onderdeel van zijn, zie het betreffende hoofdstuk in dit BKP. Reclame (9); a. Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Onder reclame verstaat dit Beeldkwaliteitsplan ook naamgeving zijnde een voor het publiek waarneembare aanduiding die dient ter identificatie van de daar gevestigde organisatie, functie, voorziening of het gebouw, al dan niet in de vorm van een woordmerk of logo, zonder dat deze naar aard, omvang of vormgeving in overwegende mate is gericht op de aanprijzing van specifieke goederen of diensten. Niet als reclame wordt aangemerkt neutrale (veiligheids)informatie en bewegwijzering, al dan niet voorzien van ondergeschikte naamgeving, die naar aard, omvang en vormgeving niet tot doel heeft de aanprijzing van goederen of diensten. b. Voor reclame is in veel gevallen een vergunning nodig. Een welstandsbeoordeling maakt deel uit van deze vergunningprocedure. Indien voor reclame of een andere uiting (bijvoorbeeld bij vergunningvrije bouwwerken zoals naamgeving en bewegwijzering) geen vergunningplicht geldt, fungeert dit Beeldkwaliteitsplan als handvat bij de repressieve welstandstoets. c. Reclame is beperkt en alleen toegestaan in de plint van de gebouwen bij de hoofdentrees. d.

Bij gebouwen die uitsluitend een woonfunctie hebben, en bij de woonfunctie van gemengde gebouwen, is geen reclame toegestaan. e. Reclame is mee ontworpen en onderdeel van het gevelontwerp van het betreffende gebouw. f. Per entree is er maximaal 1 reclame uiting haaks op de gevel toegestaan, deze steekt maximaal 70 cm buiten de gevel, heeft een hoogte van maximaal 100 cm en onder de uiting is een vrije hoogte van minimaal 260 cm. g. Reclame in de gevel is toegestaan in een zone van 70cm hoog boven de entreedeur en bestaat uit losse letters, eventueel in de vorm van doosletters met verlichting (lichtbakken zijn niet toegestaan). h. Reclame in de vorm van losse objecten in de buitenruimte is niet toegestaan, ook niet op private terreinen/buitenruimtes (dit betreft bijvoorbeeld banieren en vlaggen). Luifels (10); voor de eisen aan luifels zie Ontwerpprincipe B6 van dit BKP.

69

70

BIJLAGEN

BIJLAGE 1: SAMENVATTING CULTUURHISTORISCHE VERKENNING Hier tonen we een destillaat uit de historische verkenning, die meegenomen dient te worden in de vormgeving van plannen in Sportpark (zowel gebouwen als openbare ruimte).

y

Objecten met cultuurhistorische waarden: y tribune van Dudok(1920) y eerste wedstrijdveld (1920) y met sintelbaan (1942) y directeurgebouwtje 'Huisje van Dudok' (1925) y entreegebied richting Sportpark vanaf Soesty dijkerstraatweg y contouren van de renbaan y clubgebouw van Gooische Atletiekclub y met trafohuisje y oorlogsmonument (1997) y kastanjelaantje y hoofdkantoor Nike Top-5 adviezen cultuurhistorische verkenning: - symmetrie assen in het gebied naleven en aandacht voor symmetrie in gevel(delen) - aandacht voor vormgeving vijfde gevel - aandacht voor de plint en de overgang gebouw naar openbare ruimte - monumentale panden excelleren, aanloop Dudok tribune heeft open zicht - kleur- en materiaalgebruik herkenbaar voor Sportpark en passend in Hilversum

y y

Destillaat adviezen CHV: y Zorg dat de tribune van Dudok het monumentale hoogtepunt in het gebied blijft en versterk dit door de entree vanaf de Soestdijkerstraatweg weer terug te brengen; y sluit aan en bouw voort op de symmetrische opzet van het sportpark (sporthart) en het Europese hoofdkantoor van Nike; y houd rekening met en versterk de noord-zuid-as bij nieuwbouw en invulling van de openbare ruimte. y Zorg voor een leidende functie van een weg en voor orientatie, ook onderweg, op gebouwen en plekken, in het gebied; y vermijd dichte gevels op ooghoogte; y zorg voor een relatie met de straat door een duidelijke entreepartij aan de openbare weg voor de bezoeker; y behoud de cultuurhistorische waarden van het sporthart; laat het sporthart het hoofdmoment blijven van het terrein;

y

sluit voor de nieuwbouw aan bij - en haal inspiratie uit - de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en objecten uit het sporthart (bestaand, reeds verdwenen, of alleen ontworpen), door gebruik te maken van de volgende opties: y het gebruik van een symmetrische opbouw. y aandacht voor de vijfde gevel, het dak, door een zorgvuldige overgang van gevel naar dak. y maak gebruik van bakstenen basementen of plinten. y pas historische kleuren toe (bijvoorbeeld van tribune van Dudok (groen, oranje en geel). y het geven van een verticale geleding. y gebruik van houten opbouw (tribune) of glazen gevels met ramen met een staande diagonaal boven bakstenen plint. y gebruik van glazen gevels van expo-paviljoen als inspiratie voor o.a. de te bouwen sporthal. y gebruik van historische verwijzingen voor het ontwerp van de openbare ruimte. y haal inspiratie uit het binnenterrein van het kantorencomplex van Nike en het eerste wedstrijdveld voor aanleg binnenterreinen (o.a. omkaderde grasmat en 'binnentreden' van natuurgebied door aanplant van zelfde soorten bomen). y zorg dat binnenterreinen toegankelijk zijn (tuinwijkprincipe van binnenterreinen en poorten) en maak in ontwerp duidelijk dat je er te gast bent.

houd de renbaan zichtbaar (uitdaging met verdwijnen groot deel contour); houd rekening met historische verbindingen en ontsluitingswegen bij inrichting terrein, zoals de ontsluitingsweg richting tribune en het kastanjelaantje; besteed aandacht aan de nationale en internationale betekenis van de plek.

Voor meer informatie over de cultuurhistorische elementen op Sportpark verwijzen we graag naar de Cultuurhistorische Verkenning Sportpark Hilversum (Van Wijngaarden e.a., juli 2025)

72

73

BIJLAGE 2: KAARTEN SPORTHART EN BAND

74

75

BIJLAGE 3: BEGRIPPENLIJST WELSTANDSNOTA

Ter referentie voor begrippen in de objectcriteria wordt hier een begrippenlijst uit de welstandsnota weergegeven.

B. Begrippenlijst 1. Aanbouw grondgebonden ondergeschikte toevoeging van één bouwlaag 2. Aangekapt met kap bevestigd aan dakvlak 3. Accent een onderdeel in de architectuur dat de aandacht op zich vestigt en daardoor de nadruk legt op een bepaald deel van het gebouw 4. Achterkant het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied 5. Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen 6. Authentiek overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend, oorspronkelijk 7. Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen 8. Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter 9. Beschermd dorps- of stadsgezicht gebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuurhistorische waarde is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de Omgevingswet 10. Beschot afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen 11. Omgevingsplan omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet 12.

Bijgebouw ondergeschikt gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage 13. Bijzondere functie het gebouw wijkt naar gebruik, grootte, positie of vorm af van de meest voorkomende bebouwingstypen in de omgeving 14. Blinde muur of gevel muur of gevel zonder raam, deur of andere opening 15. Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte 16. Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal 17. Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis 18. Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt 19. Bouwlaag verdieping van een gebouw, door vloeren of balklagen begrensd 20. Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels 21. Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd 22. Bungalow

76

meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd 23. Buurtschap verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom 24. Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning 25. Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht 26. Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontaal vlak 27. Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak 28. Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert 29. Dakraam raam in een hellend dak 30. Deelplan een stedenbouwkundig plan, waarin een stuk van een wijk of stad gedetailleerd is uitgewerkt 31. Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam 32. Detaillering uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen of aansluitingen 33. Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden) 34. Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden 35.

Erf het perceel exclusief hoofdgebouwen, waarbij voor kleine bouwwerken onderscheid te maken is tussen erven aan een voorkant en aan een achterkant 36. Erker ondergeschikte toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas 37. Flat groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen 38. Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen 39. Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen 40. Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan 41. Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel) 42. Gootklos in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot 43. Groengebied gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden

77

44. Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken 45. Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen 46. Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw 47. Industriebebouwing gebouwen met een industriële bestemming 48. Industriegebied gebied bestemd voor vestiging van industriebebouwing 49. Installatie technisch toestel of set van toestellen dat tot doel heeft om de bruikbaarheid, duurzaamheid, comfort en/of veiligheid van een gebouw te bevorderen. Bijvoorbeeld: een warmtepomp, een antenneinstallatie, een airco, een veiligheidssysteem, etc. 50. Kavel grondstuk, kadastrale eenheid 51. Kern centrum van een dorp of stad 52. Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten 53. Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw 54. Laag zie bouwlaag 55. Laagbouw gebouwen van één of twee lagen 56. Lak substantie die wordt gebruikt om te beschermen tegen inwerkingen van buiten, afwerklaag van schilderwerk 57. Landelijk gebied zie buitengebied 58. Latei draagbalk boven gevelopening 59. Lessenaarsdak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak 60. Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel 61.

Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel 62. Lineair rechtlijnig, langgerekt 63. Lint langgerekte weg met daarlangs overwegend vrijstaande bebouwing in een gegroeide structuur met variërende dichtheden. Linten komen voor in de polders, langs dijken en in de dorpen (oude invalswegen). 64. Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur 65. Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht

78

66. Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat 67. Markant een individueel gebouw of ensemble van gebouwen dat door zijn architectuur opvalt 68. Massa volume van een gebouw of bouwdeel 69. Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk 70. Middelhoogbouw gebouwen van drie of vier lagen 71. Middenstijl verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn 72. Monument aangewezen onroerend goed als bedoeld in de wet 73. Negge het vlak of de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn 74. Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak 75. Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak 76. Ondergeschikt voert niet de boventoon 77. Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw 78. Oriëntatie de richting van een gebouw 79. Oorspronkelijk origineel, aanvankelijke vorm, authentiek 80. Orthogonaal rechthoekig 81. Overstek bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel 82. Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting 83. Peil voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 84.

Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel) 85. Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan 86. Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw 87. Portiek gemeenschappelijk trappenhuis

79

88. Pyramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten 89. Renovatie vernieuwing van een gebouw 90. Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneen gebouwde, gelijkende woningen 91. Ritmiek regelmatige herhaling 92. Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand 93. Rooilijn lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden 94. Sanering herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw 95. Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken 96. Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag 97. Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving 98. Stads- en dorpsvernieuwing maatregelen voor de verbetering of vervanging van bebouwing en de openbare ruimte daaromheen 99. Stijl architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of een bepaalde stroming 100. Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk) 101. Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk 102. Voorkant het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied 103.

Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen 104. Wolfseind meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft 105. Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen 106. Zichtlijn punt in de ruimte waarvan men zonder belemmering zicht heeft op een stedenbouwkundig accent 107. Zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk

80

BIJLAGE 4: ALGEMENE CRITERIA WELSTANDSNOTA Voor dit BKP worden de volgende algemene criteria uit de welstandsnota overgenomen:

3.5. Algemene criteria De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. 3.5.1. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. 3.5.2. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. 3.5.3. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. 3.5.4.

Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. 3.5.5. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. 3.5.6. Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

81

BIJLAGE 5: WELSTANDSNOTA CULTUREEL ERFGOED Voor dit BKP worden de volgende criteria betreft cultureel erfgoed uit de welstandsnota overgenomen: Hilversum heeft een aanzienlijke hoeveelheid cultureel erfgoed, waaronder historische panden in de villagebieden en bijzondere objecten zoals kerken. Naast monumenten aangewezen door het Rijk zijn er gemeentelijke monumenten en waardevolle panden. Met name in de gevallen dat er twijfel ontstaat over de toepasbaarheid van de criteria voor gebieden of objecten dienen de onderstaande toelichting en overwegingen als kader voor de welstandstoets. Daarbij zal, anders dan bij de monumententoets, worden gekeken naar de verschijningsvorm in relatie tot het monument en zijn omgeving. De inpassing van bouwplannen aan en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed is altijd maatwerk, waarbij de oorspronkelijke karakteristieken van het object of ensemble de basis zijn. 6.1. Waarde Van belang voor cultureel erfgoed is allereerst de waarde van het object op zich. Elk pand of bouwwerk heeft een eigen architectuur en daarmee wat betreft de vormgeving een eigen logica. Daarnaast is er veelal sprake van ensemblewaarde, die voor villa’s een andere logica heeft dan voor bijvoorbeeld volkswoningbouw in een tuinwijk.

Op de gebieds- en objectgerichte criteria stelt de gemeente daarom aanvullende eisen aan plannen voor en binnen de invloedssfeer van monumenten en karakteristieke panden. Dit is om recht te doen aan de bijzondere waarde van objecten en gebieden. De gemeente wenst de ontwikkeling in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen dan wel het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van de panden. Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen, die het aanzien van de gebouwen niet schaden zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte. Meer ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in de regel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast. De gemeente zet in op behoud danwel versterking van het cultuurhistorisch karakter van de gebouwen, waarbij herbestemming en hergebruik ook aan de orde kunnen zijn. Voor kleine wijzigingen is een gelijke architectuur uitgangspunt, terwijl voor grotere wijzigingen een meer eigentijdse architectuur eveneens passend kan zijn. 6.2. Uitgangspunten Hilversum combineert een veranderlijk karakter met de wens monumenten en beeldbepalende bouwwerken te behouden.

De gemeente zet in op behoud dan wel versterking van het cultuurhistorisch karakter van de gebouwen, waarbij voor kleine wijzigingen een gelijke architectuur uitgangspunt is en voor grotere wijzigingen een meer eigentijdse architectuur ook passend kan zijn. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de commissie onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Bij de beoordeling van eventuele grotere wijzigingen zal de commissie met name aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, en aan een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Omdat cultureel erfgoed vraagt om een specifieke benadering zal bij de beoordeling eveneens kunnen worden teruggegrepen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria. Bij aanpassingen aan cultureel erfgoed gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1.

wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het aanzien van het object en zijn in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afgestemd op (cultuurhistorische delen van) het object 2. bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar 3. het zicht op het monumenten of beeldbepalend panden vrij laten Binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed geldt daarnaast, dat een bouwplan geen afbreuk mag doen aan de historische waarden. Dit wordt gewogen aan de hand van de volgende criteria: 1. het plan voegt zich in zijn omgeving en respecteert de historische context zoveel als mogelijk 2. het cultureel erfgoed niet visueel of fysiek afsluiten van zijn omgeving 3. het plan doet geen afbreuk aan de omgeving door onzorgvuldige detaillering, armoedig materiaalgebruik of contrasterende kleuren 4. het plan respecteert de visuele waarden zoals genoemd in de redengevende beschrijving van een monument

82

83

COLOFON

BEELDKWALITEITSPLAN Sportpark In samenwerking met DS landschapsarchitecten Maike van Stiphout Elena Dobretsova

Opdrachtgever Gemeente Hilversum Projectteam VenhoevenCS architecture+urbanism Ton Venhoeven Caspar Lysen Rebecca Smink Willem Koning Gemeente Hilversum David Bout Djacco van den Bosch Marijn Burger

disclaimer Het Beeldkwaliteitsplan Sportpark is een met zorg samengesteld publiek document; de inhoud mag niet worden njiz raawzeb re thcoM .nednieleod elicremmoc roov tkiurbeg tegen het gebruik van referentiebeeldmateriaal, dan kunt u met ons contact opnemen: sportpark@hilversum.nl

VenhoevenCS architecture+urbanism Gemeente Hilversum Oude Enghweg 23 1201 GM Hilversum Postbus 9900

84

85

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=0f01d841-def8-430b-b353-523880880829