CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan Sportpark

GEMEENTERAAD 10 juni 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen wijziging ‘Omgevingsplan gemeente Hilversum’ en beleidsregels ‘Beeldkwaliteitsplan Sportpark’ (1959699)15.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEELDKWALITEITSPLAN

SPORTPARK

INHOUDSOPGAVE Inleiding

7

1.1 Visie Sportpark 2.0 1.2 Cultuurhistorie als inspiratie 1.3 Beeldkwaliteitsplan Sportpark 1.4 Kaders en achtergrond 1.5 Leeswijzer 1.6 Uitleg belangrijke termen

8 9 12 14 15 17

Het ontwerpkader

19

2.1 Hoofdprincipe: Een gelaagd (stads)landschap 2.2 Kernprincipes Beeldkwaliteitsplan

20 22

Ontwerpprincipes

25

3.1 Stedenbouw en landschap 3.2 Bouwblok 3.3 Gebouw 3.4 Techniek en installaties 3.5 Onderscheidende gebouwen

27 37 43 57

Objectcriteria

67

Bijlage

71

61

5

6

Het huidige Sportpark toont een sterk heterogeen beeld.

INLEIDING

Dit hoofdstuk laat zien hoe de voorgeschiedenis heeft geleid tot dit BKP. Het schetst de situatie, het doel en functie van dit BKP en hoe dit te lezen valt. Maar bovenal geeft het inzicht in de uitdaging die partijen in Sportpark gesteld worden: het combineren van cultuurhistorie met de ontwikkeling van een modern natuur-inclusief innovatiedistrict. Dit hoofdstuk schetst beide aspecten en hoe deze op conceptniveau aan elkaar gekoppeld kunnen worden.

1.1

VISIE SPORTPARK

Het Sportpark in Hilversum is al ruim een eeuw een plek voor sport, ontwikkeling en ontmoeting. Het is daarom een bijzonder gebied binnen Hilversum. De oorsprong van Sportpark ligt in een pragmatische behoefte, het herstel van sportvoorzieningen na inbeslagname voor voedselteelt tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar groeide uit tot een icoon van sportieve cultuur - mede vormgegeven door stadsarchitect Dudok - dat tot op de dag van vandaag een bron van inspiratie vormt. In de loop der tijd kreeg het park steeds nieuwe functies, gebruikers en architectuur. Deze gelaagde geschiedenis heeft een cultuurhistorisch waardevol, maar ook gefragmenteerd gefragmenteerd landschap opgeleverd, waarin sport, architectuur en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen. Zo is het gebied al lange tijd nauw verbonden met sport en beweging. Onder meer de monumentale Tribune van Dudok met het hoofdveld, de inmiddels niet meer aanwezige - drafbaan en de aanwezigheid van onder andere Nike en de Gooise Atletiek Club laten dit zien. Het gebied heeft zich in de laatste decennia vooral doorontwikkeld als kantoorlocatie. Sportpark gaat nu weer een nieuwe fase in. Met het plan voor Sportpark wordt voortgebouwd op de geschiedenis, en krijgt het gebied een nieuwe impuls als plek waar sporten, leren, wonen en werken samenkomen.

De openbare ruimte wordt ingericht om bewegen en ontmoeten te stimuleren, met veel ruimte voor sport en spel in de buitenlucht en een sterk netwerk van langzaamverkeersroutes. Dankzij de combinatie van autoluw ontwerp, nieuwe sportvoorzieningen, scholen, woningen en bedrijven ontstaat een levendige, gezonde en toekomstgerichte buurt in Hilversum. Samenvattend kent het Sportpark vijf gebiedswaarden die samen het fundament vormen voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Deze waarden geven richting aan de plannen en dragen bij aan een gezonde en plezierige leefomgeving: Sportief, Innovatief, Plezier, Groen en Duurzaam.

8

Doelen van het Sportpark (uit Stedenbouwkundig Plan, juli 2023): Een plek om te kunnen sporten en bewegen. Het wordt het nieuwe sportieve hart van Hilversum. Een gezonde buurt met korte afstanden, zodat alles te voet bereikbaar is. Ontwikkelen van een levendige, gemengde buurt. Met een mix van wonen, werken en bijbehorende voorzieningen is er altijd leven op straat en voelt het veilig. Het bieden van een landschap voor mens en natuur. Groen in Sportpark is overal en de hei voelt dichtbij. Het verkoelt, biedt plek aan flora en fauna en houdt de waterhuishouding op orde. Het realiseren van mobiliteit van de toekomst. De voetganger is het allerbelangrijkste, maar je fietst ook snel en veilig naar je bestemming. Een flink deel van de buurt wordt autovrij en meer mensen komen met de trein door een aantrekkelijker station. Sportpark vormt een economische motor. Met een paar duizend nieuwe werkplekken, goede regionale verbondenheid en voorzieningen ontstaat een aantrekkelijk innovatiedistrict. Het ontwikkelen van een circulaire en duurzame buurt, met aandacht voor bodem, water en energie. Er worden zoveel mogelijk hergebruikte materialen of natuurlijk gegroeide materialen toegepast.

1.2

CULTUURHISTORIE ALS FUNDAMENT

De Cultuurhistorische Verkenning (2025) beschrijft de ontwikkeling van Sportpark. Gezondheid, collectiviteit en hoogwaardige architectuur stonden centraal; waarden die in het DNA van Hilversum besloten liggen. Deze architectonische kwaliteiten vormen een belangrijk uitgangspunt voor het Beeldkwaliteitsplan. Tegelijkertijd wordt dat verleden gelezen in het licht van een veranderend narratief: van gemeentelijk sportpark van Dudok, via het kantorenpark, waarin bereikbaarheid en de auto dominant werden, naar de opkomst van een gezond, duurzaam innovatiedistrict woonwerkwijk van nu. Dit beeldkwaliteitsplan vertaalt die gelaagde geschiedenis naar architectonische ontwerpprincipes die herkenbaarheid, verblijfskwaliteit en eigentijdse invulling van de tuinstadgedachte met elkaar verbinden. De architectonische vertaling van deze adviezen is te zien op de volgende pagina's.

Gebouwen en openbare ruimte met cultuurhistorische waarden: ● tribune van Dudok (1920) ● eerste wedstrijdveld (1920) met sintelbaan (1942) ● directeurgebouwtje 'Huisje van Dudok' (1925) ● entreegebied richting Sportpark vanaf Soestdijkerstraatweg ● contouren van de renbaan ● clubgebouw van Gooische Atletiekclub met trafohuisje ● oorlogsmonument (1997) ● kastanjelaantje ● hoofdkantoor Nike Deze elementen blijven goed zichtbaar en dienen als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkeling.

De Cultuurhistorische Verkenning Sportpark Hilversum (2025) is als aparte bijlage bijgevoegd en te raadplegen op de website van de gemeente. Belangrijkste lessen uit cultuurhistorische verkenning: y y y y y

Versterk tuinstad en Sportpark door de principes ook bij nieuwe ontwikkelingen toe te passen Monumenten en waardevolle gebouwen blijven goed zichtbaar, nieuwe gebouwen ontlenen er ontwerpprincipes aan Gebruik harmonieus kleur- en materiaalgebruik passend bij Sportpark en Hilversum Garandeer een zorgvuldige invulling van de vijfde gevel (architectonische expressie dak) Versterk plinten, entrees en overgangen tussen gebouwen en openbare ruimte cultuurhistorische-waardenkaart (zie bijlage voor grotere versie)

Tijdslijn ontwikkeling Sportpark: eerst natuur, toen sport, vervolgens kantoor en nu stad. Restanten van de verschillende periodes zijn nog goed te herkennen in Sportpark. Er wordt niet alleen maar een nieuwe laag toegevoegd, door dit BKP worden alle lagen verbonden één geheel: eenheid in verscheidenheid.

9

cultuurhistorische invalshoek

maatregelen Beeldkwaliteitsplan

Twee-dimensionale tuinstad, sportpark, parkbiotoop met monumenten en waardevolle gebouwen

Drie-dimensionaal historisch gelaagd stadslandschap en sportpark, natuurinclusief en klimaatadaptief

III II I

III

III

III

III

III

III

II

II

II

II

II

II

I

I

I

I

I

I

Gebouwen in gemengd en gestapeld stedelijk milieu volgens ontwerpprincipes van Sportpark.

Volg ontwerpprincipes van historische monumenten en recentere waardevolle gebouwen.

Tribune drafbaan

Marathon 3

Nike complex

Dudok Arena

Herkenbaar kleur- en materialenpalet, eenheid in verscheidenheid voor Sportpark.

Harmonieus kleur- en materialenpalet monumentale gebouwen, passend bij Sportpark.

Tribune drafbaan

Marathon 3

Marathon 3

Nike complex

Nike complex

Tribune

Zorgvuldige, eigentijdse invulling van de 5e gevels op meerdere niveaus en kroon, met ruimte voor groen, collectief gebruik en energie, met inspiratie uit de historie.

Zorvuldige invulling van de 5e gevel en kroon.

Dudok Arena

Perspectief stad op ooghoogte bepalend Tribune

BBC-gebouw Marathon 9

Herkenbare plinten als overgang gebouw <-> openbare ruimte, met zorgvuldige aansluiting bij maaiveld ter plaatste van monumentaal gedeelte. Leesbaarheid vaak door symmetrie.

10

BBC-gebouw

Perspectief stad op ooghoogte bepalend, focus op de 1e leeflaag.

Plinten, entrees en gelaagde gevels als overgangsgebieden publiek-prive; landschap overal als basis, natuurlijke aansluiting bij alle nieuwe en te transformeren gebouwen en openbare collectieve ruimte. Leesbaarheid door compositie. Symmetrie op bepalende locaties sterk herkenbaar.

Marathon 9

11

1.3

BEELDKWALITEITSPLAN SPORTPARK

Dit document is het Beeldkwaliteitsplan (BKP) geldend voor het gebied Sportpark (huidig: Arenapark) in Hilversum. Het is een nadere beelduitwerking van het Stedenbouwkundig Plan (SP) Sportpark, dat in juli 2023 is vastgesteld door de gemeenteraad. Doel en functie Beeldkwaliteitsplan Het Beeldkwaliteitsplan beschrijft richtlijnen en toetsingskaders voor de architectonische en ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing binnen het plangebied. Het BKP is een belangrijk instrument om te waarborgen dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ambities van het SP. Het is een instrument dat architectonische uitwerking van een plangebied helpt te ordenen en te begeleiden. In dit BKP zijn principes en richtlijnen beschreven met als doel de integrale kwaliteit van het Sportpark te waarborgen. Voor gebouwen zijn specifieke richtlijnen en criteria voor de ontwerpers beschreven. Voor de openbare ruimte betreft het hoofdprincipes, welke nader worden uitgewerkt in een ontwerp openbare ruimte. Met deze richtlijnen wordt niet alleen de kwaliteit van individuele ge-

12

bouwen en straten gewaarborgd, maar wordt vooral ook de eenheid binnen het plan zeker gesteld. De ontwikkeling van het gebied Sportpark zal de komende 15 jaar vorm krijgen. Dit behelst meerdere grote en kleinere partijen, die actief betrokken zijn in het ontwerp en de uitvoering. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft daarom niet alleen randvoorwaarden en uitgangspunten, maar biedt tevens robuustheid en dynamiek aan het proces en de organisatievorm om deze kwaliteit tot stand te brengen. Het BKP zorgt voor afstemming en een gezamenlijke kwaliteitsbasis voor het hele gebied. Tegelijkertijd is het BKP flexibel genoeg opgezet om mee te bewegen met toekomstige ontwikkelingen en nieuwe inzichten. Supervisie De ontwikkeling van het gebied Sportpark krijgt vorm in meerdere (bouw)plannen en duurt meerdere jaren. Samenhang en continuteit zijn daarbij van belang. De gemeente richt hiervoor supervisie in en stelt een supervisor aan, zodat de integrale samenhangende ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit worden geborgd.

Welstand De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK+M; welstandscommissie) is een onafhankelijk adviesorgaan, dat het gemeentebestuur adviseert over ruimtelijke kwaliteit. Haar taken zijn wettelijk vastgelegd. De formele, wettelijke bevoegdheid tot welstandstoetsing ligt bij de welstandscommissie. Zij bewaakt en stimuleert de ruimtelijke kwaliteit en esthetische samenhang in ontwikkelingen en baseert zich daarbij op het door de gemeente opgestelde welstandsbeleid.

als beschreven in de welstandsnota: hoofdstuk 4 Gebied 7B. De algemene welstandscriteria, de objectcriteria en de overige bepalingen zijn overgenomen vanuit de welstandsnota en als bijlage toegevoegd aan dit BKP en blijven daardoor van toepassing. Voor de monumentale gebouwen gelden de bepalingen met betrekking tot erfgoed als beschreven in hoofdstuk 6 van de welstandsnota. Deze bepalingen zijn eveneens als bijlage onderdeel van dit BKP (zie bijlage).

Het welstandsbeleid voor Hilversum ligt op dit moment vast in de Herziene Welstandsnota 2022. Na vaststelling vervangt het BKP de welstandsnota specifiek voor het gebied Sportpark. Het huidige Arenapark (Sportpark) is in de welstandsnota beschreven als kantorenpark (Gebied 7B in hoofdstuk 4). De criteria voor dit gebied zijn toegespitst op een kantorenlocatie en niet bruikbaar voor een gemengde woon en werk locatie. Het BKP Sportpark beschrijft de gewenste beeldkwaliteit voor de gebiedsontwikkeling. Dit BKP vervangt - voor de locatie Sportpark - de uitgangspunten en criteria

13

1.4

KADERS EN ACHTERGROND

In het stedenbouwkundig plan (SP) Sportpark (vastgesteld: 2023) zijn de beoogde programmatische uitgangspunten en ruimtelijke structuren voor het gebied verbeeld. Het SP vormt de basis voor verdere planvorming en realisatie van het gebied. Dit SP is een uitwerking van het Masterplan Arenapark (2020). Het SP Sportpark is opgesteld vr vaststelling van de huidige Omgevingsvisie. Parallel aan het traject van het Beeldkwaliteitsplan (BKP) is een cultuurhistorische verkenning (CHV) uitgevoerd. In het CHV zijn de belangrijke cultuurhistorische waarden binnen het gebied beschreven, verbeeld en in kaart gebracht. De bevindingen en aanbevelingen uit deze verkenning zijn meegenomen in dit BKP om behoud van historische en culturele waarden in het gebied te borgen. Daarnaast worden deze waarden zo goed mogelijk ingezet om de nieuwe ontwikkelingen te verrijken. De beschreven waarden voor o.a. karakteristieke gebouwen, structuren, zichtlijnen en gebruik vormen samen met de hedendaagse ontwikkelingen de identiteit van het gebied. In het BKP zijn de beeldbepalende kaders voor het Sportpark vastgelegd. Na vaststelling door de raad is het BKP het formele welstandskader voor het Arenapark en fungeert het als welstandskader voor de plannen van verschillende ontwerpers. Naast dat er meerdere malen gesproken is met de Commissie

Ruimtelijke Kwaliteit (CRK+M), zijn tijdens het opstellen van het BKP ook verschillende stake-, en shareholders uit het gebied geraadpleegd. Hun waardevolle input is meegenomen, ook omdat in de stappen naar realisatie intensief met deze partijen wordt samengewerkt. Zij zijn naast eventuele ontwikkeling van gebouwen ook voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de inrichting van de buitenruimte in het gebied waarbij openbare en privgronden op veel plekken straks in elkaar over zullen lopen. De gebiedsontwikkeling duurt vele jaren; gaandeweg kan het nodig zijn dat het stedenbouwkundig plan op onderdelen wordt aangepast. Het BKP kent een integrale en robuuste opzet, zodat eventuele toekomstige aanpassingen kunnen worden ingepast zonder concessies te doen aan de beoogde samenhang van de beeldkwaliteit. Scope van het BKP Dit Beeldkwaliteitsplan is van kracht op Sportpark; een duidelijk begrensd gebied in zuidoost Hilversum, met een eigen gebruik, schaal en uitstraling. Het BKP stelt regels voor de ontwikkelkavels en de openbare ruimte binnen de contour in onderstaande afbeelding. De openbare ruimte is benoemd in de kernprincipes, maar wordt nader uitgewerkt in een apart traject voor inrichting van de openbare ruimte.

Schema contour projectscope BKP Sportpark

14

1.5

LEESWIJZER

Het hoofdstuk 'Ontwerp Kader' vormt het toetsingskader voor de architectonische en ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing binnen het plangebied. Dit toetsingskader bestaat uit een heldere boomstructuur van (1) het hoofdprincipe, (2) de kernprincipes, (3) de ontwerpprincipes en de daarbijhorende (4) richtlijnen. Het hoofdprincipe vormt de basis voor alle verdere keuzes in het ontwerp. De kernprincipes zijn de belangrijkste pijlers om dit hoofdprincipe te ondersteunen. De ontwerpprincipes zijn meer gedetailleerde ontwerprichtingen die voortvloeien uit de kernprincipes. Ze geven aan welke keuzemogelijkheden je als ontwerper tot je beschikking hebt. De richtlijnen ondersteunen de ontwerpprincipes met concrete ontwerprichtlijnen die je kunt toepassen in het ontwerp. Deze zijn het meest specifiek en toetsbaar.

HET HOOFDPRINCIPE: EEN GELAAGD STADSLANDSCHAP

Beoogde visuele identiteit Sportpark: door het gelaagde stadslandschap heen (van aahechting maaiveld tot dakaccent).

Het hoofdprincipe: het overkoepelende architectonische concept van het Sportpark.

DE KERNPRINCIPES

verzachting/verspringing binnen-buiten

publiek

privé

De volgorde van de ontwerpprincipes is ingedeeld naar schaal: het gehele Sportpark, bouwblokken, gebouwen, technische en functionele ruimtes en beeldbepalende gebouwen. Waarom deze opbouw? Samenhang creren: het hoofdprincipe en daarbijhorende kernprincipes zorgen voor de vertaling van de doelen en ambities en vormen een gezamenlijke basis en consistentie voor ontwerp en ontwikkeling.

De leidende kernprincipes

ONTWERPPRINCIPE

2

Flexibiliteit behouden: ontwerpprincipes kunnen in de toekomst op veel manieren worden genterpreteerd, zodat de visie ook dan blijft aansluiten bij verschillende contexten zonder de kernwaarden los te laten.

RICHTLIJN 1 RICHTLIJN 2

A

B

RICHTLIJN 3

3 1 Paragrafen onderdeel van hoofdstuk 3 met ontwerpprincipes en richtlijnen. 1: De schaal waar de ontwerpprincipes invloed op hebben 2: Het ontwerpprincipe 3: De richtlijnen A: Ondersteunende diagrammen voor uitleg richtlijn B: Ondersteunende referenties bij naastgelegen ontwerpprincipe en richtlijnen

15

De structuur van hoofdprincipe, kernprincipes, ontwerpprincipes en richtlijnen is in onderstaand schema weergegeven. Vanuit de integrale hoofd- en kernprincipes worden ontwerpprincipes in verschillende categorien georganiseerd. De kleurcodering voor elk van deze categorien is herkenbaar in de vervolghoofdstukken.

Doelstelling SP & Speerpunten Cultuurhistorische Verkenning (CHV)

Afstemming op het Beeldkwaliteitsplan

Hoofdprincipe & Kernprincipes

Ontwerpprincipes

Stedenbouw & landschap

S1

S2

S3

Bouwblok

B4

B5

B6

Techniek & Installaties

Gebouw

G7

G8

G9

G10 G11 G12 Richtlijnen

Objectcriteria

16

Algemene objectcriteria

T13

Onderscheidende Panden

O14 O15 O16

1.6

UITLEG BELANGRIJKE TERMEN

Deze begrippenlijst geeft definities van termen zoals ze binnen dit Beeldkwaliteitsplan worden gehanteerd. Het doel is om eenduidigheid te creren en interpretatieverschillen te voorkomen bij de toepassing van het plan.

Bouwblok Een bouwblok is een samenhangende groep gebouwen die samen één ruimtelijke eenheid vormen, vaak omsloten door openbare ruimte (groene overgangsgebieden of straten en pleinen). Tussen de gebouwen kunnen openingen of doorgangen zitten, maar ze vormen als geheel één herkenbaar blok in de stedelijke structuur.

Gebouw Een gebouw is een zelfstandig onderdeel binnen een bouwblok dat een eigen toegang of ontsluiting heeft. Het is een aparte, herkenbare eenheid waarbinnen functies plaatsvinden. Hierdoor is het als losse bouwmassa te onderscheiden van andere gebouwen in hetzelfde blok.

Bouwdelen Een bouwdeel is een samenhangend bouwdeel dat uit meerdere verdiepingen kan bestaan. Het vormt één herkenbare massa binnen het totale volume van het gebouw. Een landschap van bouwdelen in hetzelfde hoogtesegment vormt een leeflaag.

Plint Een plint is het onderste gedeelte van een gebouw en is onderdeel van de eerste leeflaag. Hij vormt de overgang tussen openbaar (toegankelijk) gebied en gebouw en zorgt voor een hoge mate van interactie tussen binnen en buiten.

De vijfde gevel Het dakoppervlak van de verschillende gebouwen en bouwdelen, doet mee in het gelaagd landschap, veelal door bruikbare, natuurinclusieve buitenruimte. Grotere daken zijn bedoeld voor collectief gebruik.

De kroon Het bovenste deel van een gebouw of bouwdeel. Het is herkenbaar als beëindiging van het volume. Deze kan in een marge van minder dan 1 verdieping tot meerdere verdiepingen.

Setback Een setback is een terugliggende gevellijn van een hoger gelegen bouwdeel ten opzichte van het deel daaronder. Hierdoor ligt het hogere deel iets naar binnen, wat zorgt voor een trapvormige of verspringende gevel.

Margestrook De ruimte tussen gevel en rooilijn. Een ruimte die wordt ingezet om de overgang tussen binnen en buiten, tussen openbaar en privé te verzachten.

Binnenterrein Het publiek toegankelijk maaiveld tussen de gebouwen op het ontwikkelveld. Het is als doorlopend landschap verbonden met het openbaar raamwerk.

Veranda Een overdekte buitenruimte op begane grond, die binnen het gevelvlak van een gebouw valt; vaak onderdeel van een dubbele gevel. Doel is versterking van sociale interactie.

Buitenruimte Ruimte tussen rooilijn en de kavelgrens.

Openbare ruimte De rooilijn en kavelgrens van de bouwkavels zijn vaak gelijk. Alles buiten de kavelgrens wordt beschouwd als openbare ruimte en valt buiten de scope van het ontwerpkader.

17

18

HET ONTWERP KADER

HET HOOFDPRINCIPE: EEN GELAAGD STADSLANDSCHAP 2.1

Sportpark wordt een nieuw stuk Hilversum, gelegen in een groen kwadrant van de stad. Hier worden innovatie en natuurinclusieve stedelijkheid gecombineerd met het verhaal van de rijke historie van het gebied. Deze groene knooppuntlocatie bij station Hilversum Sportpark krijgt bebouwing in hoge dichtheid met een mix van functies. In combinatie met de Hilversumse tuinstadprincipes en het gelaagde verleden van de locatie ontstaat hier een gezond en innovatief gebied, gericht op sport, sociale cohesie en economische ontwikkeling met lopen als basis. Hiervoor zijn zorgvuldig vormgegeven interactieve plinten cruciaal.

De architectuur steelt niet de show van de natuur, maar toont op ingetogen wijze haar kwaliteit. Er wordt innovatief en cultuurhistorisch verantwoord omgegaan met dynamiek, ritmiek, verticaliteit en horizontaliteit en de leesbaarheid van de gebouwen. Er ontstaan intrigerende composities van in elkaar grijpende kubische volumes. Hierbij blijft de menselijke maat beleefbaar en worden de overgangen tussen binnen en buiten verzacht. Stadslandschap van meerdere leeflagen Hier wordt een gelaagd stadslandschap ontwikkeld, bestaand uit een stapeling van leeflagen, die samen zorgen voor een rijke, groene en gevarieerde stedelijke buurt.

Hoogstedelijke tuinstad als een herkenbaar stadslandschap Sportpark wordt een groene innovatieve wijk, waarbij de integratie van stad en natuur zorgvuldig is vormgegeven. De principes van de tuinstadgedachte worden verder uitgewerkt met o.a.: • compactheid en nabijheid van wonen en werken voorzieningen in de wijk, met lopen en fietsen centraal; • structuur en hiërarchie in de wijk door samenspel van gebouwen en landschap; • het gezonde groene landschap, actief gebruikt en verbonden met groen rondom; • binnen- en buitenwerelden met elkaar verweven • vormgeven aan gemeenschapszin.

De eerste leeflaag speelt een belangrijke rol in de beleving op ooghoogte. Actieve plinten en bijzonder vormgegeven gelaagde gevels verzachten de overgangen tussen binnen en buiten. Deze leeflaag staat direct in het groen, zodat een optimale interactie met het landschap mogelijk wordt.

De nieuwe samengestelde bouwblokken in het landschap vormen samen met het stedelijk raamwerk een dwaalmilieu voor mens en natuur. Ondanks de hoogte en dichtheid is het gebied nog steeds Hilversums, door o.a. doortrekken van de leeflaag, kleur- en materiaalgebruik en het - waar mogelijk- toepassen van de Dudok-stijl op hedendaagse opgaven.

In Sportpark blijft de historische gelaagdheid goed voelbaar. In het groen wordt de rijke sporthistorie gevierd. De gelaagde opbouw biedt ruimte voor een mix van sportverleden en kantoorhistorie, in combinatie met een toekomstgericht, stedelijk leefmilieu. Zo ontstaat een divers stedelijk "ecosysteem", met een duidelijke sportieve identiteit – geworteld in verleden én groeiend naar de toekomst.

In de hogere leeflagen zorgen collectieve daktuinen en setbacks voor een gevarieerd en natuurrijk daklandschap waar ontmoeting en verblijf centraal staan. De variatie in bouwvolumes bieden ruimte voor licht, lucht en zicht op het omliggende landschap. De bovenste bouwdelen hebben een duidelijke en passende gebouwbeëindiging, waarbij optimale zonne-energie opwekking wordt nagestreefd.

bouwdelen in derde leeflaag (plus kroon)

bouwdelen in tweede leeflaag (plus eventuele kroon)

bouwdelen in eerste leeflaag in het groen

Het gelaagde stadslandschap bestaat uit verschillende leeflagen, opgebouwd uit bouwdelen, met plint, collectieve tuinen en daklandschappen.

20

Sportpark:

• gelaagd stadslandschap met sportieve identiteit en zichtbare historie • leesbare gebouwen, kubisch volumespel, ritmiek, Sportparkpalet • spelen met overgang binnen-buiten • eerste leeflaag met setback, aantrekkelijke plinten en menselijke maat • daken benut, aandacht voor kroon • zorgvuldige aanhechting op maaiveld

21

2.2

KERNPRINCIPES BEELDKWALITEITSPLAN

Het hoofdprincipe wordt vertaald naar enkele kernprincipes voor de beeldkwaliteit van Sportpark. Deze kernprincipes omvatten kenmerken voor zowel de openbare ruimte als de bebouwing. De principes zijn afgeleid van de principes uit het Stedenbouwkundig Plan en de adviezen van de Cultuurhistorische Verkenning (2025). Het zijn de kernwaarden die het overkoepelend concept ondersteunen en de basis vormen voor de ontwerpprincipes, die ruimtelijk en architectonisch uitgebreider richting geven aan Sportpark. Deze principes zijn leidend in welstandstoetsing en supervisietrajecten.

Een multiform, maar verenigd geheel

Gebouwen zijn onderdeel van het landschap, met oog voor klimaat en natuur

Er is eenheid in verscheidenheid in het gemengd en gestapeld stedelijk milieu. Er is een grote variatie in korrelgrootte, horizontaliteit/verticaliteit en kleurgebruik door Sportpark en per bouwblok waardoor bestaande bebouwing soepel wordt opgenomen. Er is een herkenbare kubische vormentaal van in elkaar grijpende volumes. De architectonische expressie wordt mede bepaald door de functie van het gebouw (o.a. wonen, werken, sport). Binnen de vormentaal, functiemix en afwisselend gebruik van de Sportparkse paletkleuren ontstaat een divers en afwisselend beeld dat als een familie een vernieuwende maar Hilversumse karakteristiek uitstraalt; een nieuw Hilversums familielid.

Stad en natuur zijn gentegreerd. De bebouwing en het landschap dragen bij aan een natuurinclusief en klimaatadaptief gebied. Zoals in veel Hilversumse stadsranden wordt het groen het gebied ingetrokken en is er een zichtrelatie met het omliggend groen.

Historisch waardevolle structuren en criteria, evenals de stedenbouwkundige structuur van Sportpark geven op specifieke plekken richting aan de mix. De kubische bebouwing genereert een achtergrond van een ingetogen stadslandschap. Gevels hebben een rustig ritme en gebouwen hebben een goede leesbaarheid. Met horizontaliteit en verticaliteit kan dynamiek in gebouwen worden gebracht, passend bij sportieve en Hilversumse karakteristieken. In vorm steekt het af tegen de organische padenstructuur en vegetatie, maar in kleur vormt het juist een mooie eenheid. Eigenaren van bestaande gebouwen kunnen zich op termijn aansluiten bij deze ontwikkeling door deze uitgangspunten bij de (her-)ontwikkeling mee te nemen.

22

Sportpark is 'groen, tenzij..'. Gebouwen maken onderdeel uit van het natuurrijk landschap, met veel begroeiing op daken, delen van de gevels en beplant maaiveld tot aan de gevel. Ze bieden met diverse habitatruimten een gezonde leefwereld voor mens en natuur. Gebouwen kunnen gezien worden als een soort 'rotsbiotoop'. Natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit zijn goed zichtbaar en beleefbaar. Met landschappelijke en goed benutte openbare ruimten en royale collectieve daktuinen en binnenterreinen is het groen altijd dichtbij. Vanaf de hoger gelegen verdiepingen is er royaal uitzicht op een groen daklandschap. Er worden ook innovatieve circulaire materialen toegepast, zoals houtbouw (biobased), demontabele elementen, producten van hergebruikt materiaal en energieopwekkende materialen.

Onderste leeflaag vormt een stad op ooghoogte met een interactief karakter

Gelaagdheid tussen binnen-buiten en tussen openbaar/priv op niveau van gebouw, blok en gebied

Sportpark wordt vooral op ooghoogte beleefd. Interactieve en levendige plinten zijn met zorg vormgegeven, in relatie met de openbare ruimte. Zo heeft heeft een wandelaar inzicht in de functies achter de gevel en heeft een bewoner zicht op de openbare ruimte. De interactie tussen de bouwdelen in de eerste leeflaag en de omgeving is daarmee groot. De menselijke maat van de gebouwen, met een relatief fijne korrel, de variatie en verfijnde overgang tussen gebouw en landschap draagt daaraan bij.

In het gebied zijn verschillende gelaagdheden in de mate van openbaarheid te ervaren; van de grote verblijfsplekken in het openbaar raamwerk tot aan de woningen en alle gradaties daar tussenin. Overgangen tussen openbare gronden en publiek toegankelijke terreinen op kavels worden subtiel vormgegeven. Met gelaagde gevels en setbacks kunnen ruimten voor privgebruik en collectief gebruik op meerdere leeflagen de sociale interactie bevorderen; zowel op maaiveld als op gedeelde daktuinen.

De eerste leeflaag zoekt in hoge mate de interactie tussen gebouw en landschap en de interactie tussen mensen binnen en buiten. Met een gelaagde gevel en architectonische details voor aanhechting op het maaiveld verzacht de overgang tussen binnen en buiten. Het groene landschap is ingericht op ontmoeting en bewegen - van jong tot oud; zowel op de binnenterreinen als de buitenruimten en het openbaar raamwerk. De inrichting maakt een goede orintatie op ooghoogte mogelijk. De grotere bouwvolumes passen bij de schaal van de gebouwen in het gebied. De (actieve) plinten sluiten aan bij hoe de verbinding met de buitenruimte bij veel gebouwen in Hilversum ontworpen is.

De kubische compositie van volumes (waarbij inspiratie wordt opgedaan bij Dudok) en de gelaagde gevels bieden graduele overgangen tussen binnen en buiten. Tegelijkertijd vormen ze interessante tussenruimten, met een menselijke maat. Ze zorgen voor een goede beleving van het landschap rondom en bevorderen menselijke interactie. In de onderste leeflaag is een hoge mate van verwevenheid tussen binnen en buiten vormgegeven, met gelaagdheid in de gevels en geleidelijke overgangen tussen binnen en buiten met een menselijke maat. Aandachtig vormgegeven architectonische elementen - van basement tot stoepen en muurtjes - steken het landschap in en verweven landschap en gebouw en stimuleren het gebruik van de buitenruimte.

23

24

ONTWERP PRINCIPES

ONTWERPPRINCIPES

STEDENBOUW EN LANDSCHAP Dit hoofdstuk beschrijft de principes die zorgen dat het ontwerp van de openbare ruimte en de gebouwen op elkaar aansluiten en passen bij de aanwezige (historische) kwaliteiten van het Sportpark. ekjilediud n deibeg teh tad tkaam tiD sfeer en beeldtaal heeft, met een duidelijke biodiverse groenstructuur en herkenbare routes en openbare plekken.

S1 LANDSCHAP EN ECOLOGIE ALS BASIS OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Het landschap en ruimte voor ecologie zijn belangrijke basiskenmerken van Sportpark. In het gebied ontmoeten het heidelandschap vanuit Laapersheide en de tuin- en parkbiotoop vanuit Laapersveldpark elkaar, waarbij de biotopen geleidelijk in elkaar overgaan. De landschappelijke inrichting sluit aan bij de biotoop en is naadloos verbonden met de omliggende groenstructuren die het gebied insteken. Daarbij geldt voor maaiveld op kavels en de openbare ruimte: "groen, tenzij " t.b.v. ecologische verbindingen, habitats en klimaatdaptatie. Gebouwen en binnenterreinen bieden natuur-inclusieve maatregelen en versterken de ecologische samenhang op elke leeflaag.

Richtlijnen 1.1 De spoorzone is de ecologische verbinding tussen Laapersheide en Hilversum. De bermen langs het spoor maar ook de Diependaalselaan en Oostereind, zijn daartoe met diverse kruidenrijke beplanting ingericht (bomen, struikgewas en grassen). 1.2 Gebouwen staan in het groen. Dit betekent beplanting tot aan de gevel, tenzij er een verhard oppervlak noodzakelijk is (zoals entreezone of plein) en met waarborging van de sociale veiligheid en de verkeersveiligheid. Gebouwen worden gezien als rotsbiotoop met porositeit in de gevels, beplanting op het dak en gevelbeplanting, zoals klimplanten. 1.3 De hoofdontsluitingswegen zijn groen ingepast en ingericht met ruimte voor bomen en groene bermen en hemelwaterbuffering. 1.4 Voor de continuteit en toegankelijkheid zijn paden voor voetgangers en fietsers en buitenruimtes tegen gebouwen aan (licht) grijs van kleur en van middelgrote elementen van 0,60m tot 1,5m groot (Dit geldt niet voor de hoofdontsluitingsweg). Dit sluit aan bij beoogde afmetingen van paden in de inrichting van de openbare ruimte. 1.5 De natuurrijke landschappelijke inrichting van de buitenruimte en binnenterreinen verloopt geleidelijk en sluit aan bij de biotoop. Grofweg zijn hierbij 3 zones te benoemen;

28

1. y y y

Gebied met tuin- en parkbiotoop Inrichting met bomen in rijen of solitair, inheemse beplanting, gazons en struiken en heesters. Beplanting is inheems, kruidenrijk, insectvriendelijk en niet woekerend. Aansluiting gebouw op landschap: voornamelijk architectonische oplossingen (stoepjes, trapjes, met gebouwen aan het vlakke landschap en strakke (en soms meanderende) routes naar de entree

2. Overgangsgebied (tuin- en parksfeer) y Licht glooiend maaiveld met bomen in groepen of solitair, inheemse beplanting, gazons lage struiken en heide beplanting. y Beplanting is inheems, kruidenrijk, insectvriendelijk met de sfeer en kleuren van het heidelandschap. 3. Gebied met heidelandschap y Toegepaste plantensoorten sluiten aan bij kenmerken van het omliggende heidelandschap (kleur, soort, maat en structuur), maar zijn sterker bestand tegen menselijke gebruikers dan de gevoelige heidesoorten. y Verbonden met het heidelandschap; de beplantingssamenstelling in de heidebiotoop vergroot het leefgebied van de soorten op de Laapersheide. In de uitwerking van plantensamenstelling is het criterium of het bijdraagt, voor wie het bijdraagt en voor wie niet y Licht glooiend landschap met schrale grassen, solitaire bomen, kleine boomgroepen, heesters en eventueel een aantal poelen. y Aansluiting gebouw op landschap: voornamelijk landschappelijke oplossingen, met gebouwen op het vaak glooiende landschap en meanderende routes naar entrees.

TUIN- EN PARKBIOTOOP

HEIDELANDSCHAP

rotsbiotoop

heidebiotoop

park- en tuinbiotoop

waterbiotoop

Roos met verbeelding van verschillende beplantingssoorten (en fauna) passend bij de biotopen (uit: Stedenbouwkundig Plan Sportpark)

29

S2: EENHEID EN VARIATIE OMSCHRIJVING VAN HET ONTWERPPRINCIPE Sportpark vormt een geheel door eenheid in verscheidenheid. Binnen het kleuren en materialenpalet ontstaat een gevarieerd beeld van gebouwen afwisselende grootte en kleur met een expressief programma in de plint. Eenheid en hirarchie worden bepaald door de situering van gebouwclusters in het landschap. Hiermee wordt de kracht van het openbaar raamwerk ondersteund. De tuinstadgedachte vormt hierbij een belangrijke leidraad, met aandacht voor historische structuren, entrees en orintatie op ooghoogte.

Richtlijnen 2.1 Een kubische, orthogonale vormentaal op verschillende schaalniveaus en een aardse kleurstelling zorgen voor regelmaat en eenheid, terwijl afwisseling van kleur en volumes zorgt voor diversiteit (zie ook B5 en G7). 2.2 Onderscheidende gebouwen (ankerpunten, entreegebouwen en landmarks; zie G15-18) en symmetrie op zichtlijnen en hoeken worden ingezet voor goede orintatie en beleving van Sportpark. 2.3 Gebiedsentrees, pleinen en plantsoenen zijn herkenbaar en goed leesbaar in de stedenbouwkundige opzet. 2.4 Er is harmonie tussen bebouwing en landschap. 2.5 Architectuur (orthogonaal) en landschap (organisch) vormen mooie combinaties. 2.6 De bebouwing vormt een ingetogen achtergrond voor het landschap, met ruimte voor orintatie via onderscheidende elementen en expressief programma in de plint. 2.7 De hoofdroute - het assenkruis en de ronde rond het sporthart - is herkenbaar door gebruik van gele klinkers, overige paden en plekken worden landschappelijk ingepast en hebben in de basis grijze verharding. 2.8 Buitenruimtes op de nieuw te ontwikkelen private kavels sluiten in inrichting en materiaalgebruik aan bij de inrichting van openbare routes

Eenheid en variatie in Sportpark (indicatieve indeling en kleurgebruik).

monumentaal gebouw symmetrie-as sporthart entreegebouw poortwachters beeldbepalend aanzicht zichtlijn landmark plein park/plantsoen

Hirachie en structuur in Sportpark worden versterkt door monumentale gebouwen, met beeldbepalende panden in het zicht zoals entreegebouwen en landmarks. Ook herkenbare pleinen en parken/ plantsoenen dragen hieraan bij.

Beeld van orthogonale bebouwing en organisch groen

30

Door varirend kleurgebruik en ontwerp binnen het palet ontstaat eenheid in verscheidenhei rond compact binnenterrein. Grootstadsblok Cadix, Antwerpen (BULK arch.)

Aandacht voor gebouwen en gevels op het einde van een zichtlijn. Veenstraat, Amsterdam.

Gevarieerd kleur- en materiaalgebruik binnen vooraf bepaald palet, kubische vormen en gridstructuur zorgen voor eenheid en variatie. Republica, Amsterdam (Mark Koehler Architects)

Diversiteit in kleurgebruik en een familie van kleuren zorgt voor eenheid in het stadsbeeld. Binnen subtiel varirende panden is een onderscheidend gebouw te herkennen. Nordhavn, Kopenhagen

Mix van aardse tinten en natuurlijk materiaal in harmonie met vegetatie. UN-17 Village, Orestad (SLA)

Diverse gebouwen in kleur en maat in samengesteld bouwblok, maar binnen palet en kubische vormen. Strijp-S, Eindhoven

31

S3: GEBIED NODIGT UIT TOT SPORTEN EN BEWEGEN OMSCHRIJVING VAN HET ONTWERPPRINCIPE Sportpark heeft sport in elke vezel en nodigt overal uit tot bewegen en een gezonde levensstijl; zowel in de openbare als de publiek toegankelijke ruimten. En zowel in het historische sporthart als in de stedelijke band eromheen. Het sporthart is een groen gebied waar cultuurhistorie, sport en ontmoeten centraal staan. Dit centrale deel van Sportpark wordt langs de symmetrie-as ontwikkeld en bevat veel culturele waarden gerelateerd aan het sportverleden en biedt een keur aan sportvoorzieningen en -aanleidingen binnen overdadig groen. Met veel buitenruimte biedt dit gebied een afwisseling tussen een centrale campusachtige ruimte, een tuin en parkenbiotoop en een meer landschappelijk gebied dat aansluit bij de heidebiotoop. Overal is veel licht, lucht en ruimte. Het gebied is ingericht voor voetgangers, met de fietser als gast. De stedelijke band daaromheen hecht het hart aan de stad. Deze zone heeft beweegaanleidingen vooral op binnenterreinen en in/om herkenbare sportgebouwen. De stedelijke gebouwensembles in het groene landschap geven nieuw elan aan Hilversums wonen in het groen. De band heeft duidelijke gebiedsentrees en herbergt het de voorname ontsluitingsroutes van het gebied in een groen landschap in samenhang met plintfuncties.

Sportpark zet in op een gezonde levensstijl in een gezonde buurt. Grofweg is er een campusachtig sporthart (paars) en stedelijke band met beweegaanleidingen (groen) te herkennen.

Met plekken voor reuring en rust draagt het gebied bij aan een gezonde werk- en leeromgeving.

RICHTLIJNEN 3.1 Rond het hart zijn herkenbare, landschappelijk ingepaste routes voor voetgangers waar fietsers te gast zijn. Deze route wordt herkenbaar door het gebruik van gele klinkers. 3.2 Sport,- en spelaanleidingen zijn zichtbaar en toegankelijk voor een breed publiek. In het sporthart zijn er verschillende duidelijk zichtbare aanvullende sport- en beweegmogelijkheden. Hoe verder van het sporthart, hoe landschappelijker deze zijn ingepast (behalve grote gebouwde sportfuncties). 3.3 In zowel openbaar raamwerk als publiek toegankelijke buitenruimte en binnenterreinen worden doorgaande 'rolbare' routes (voor skates, rollators, e.d.) in de bestrating mogelijk gemaakt. 3.4 Buitenruimtes en binnenterreinen op de nieuw te ontwikkelen kavels sluiten in inrichting en materiaalgebruik aan bij de inrichting van openbare ruimte. 3.5 Het entreegebied aan de Soestdijkerstraatweg is een groene ruimte met cultuurhistorische zichtas op de Dudok tribune. 3.6 De cultuurhistorie en identiteit van het Sportpark worden ingezet voor kunstuitingen, sportvoorzieningen, landschapsinrichting, informatiepanelen en bij naamgeving om historische structuren en de geschiedenis van het verhaal van het gebied te ondersteunen (o.a. de verdwenen renbaan). 3.7 Daktuinen en -terrassen dragen met inrichting bij aan beweging en gezonde levensstijl.

3.8 Looproutes, verblijfsplekken en beweegplekken zijn schaduwrijk en sociaal veilig ingepast. 3.9 In zowel de grote buitenruimten als alle binnenterreinen zijn er rustige ontmoetingsplekken

32

openbaar raamwerk

buitenruimte

openbaar raamwerk

buitenruimte

bouwenvelop/ binnenterrein

bouwenvelop/ binnenterrein

buitenruimte openbaar raamwerk

openbaar raamwerk

Binnenterrein en buitenruimte t.b.v. bewegen in het groen; sporthart (boven) en samengestelde bouwblokken (onder)

33

Beeldencollectie ter inspiratie voor het toekomstig sportpark, met overgangen tussen het sporthart en de groenstedelijke band eromheen. Houdt bij uitwerking rekening met gradinten in biotopen.

34

35

ONTWERPPRINCIPES

BOUWBLOK

B4: VARIATIE BINNEN EEN HELDERE COMPOSITIE VAN VOLUMES OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Een bouwblok is een samenhangend ensemble van diverse gebouwen met eigen herkenbare schaal en opbouw, die samen zorgen voor een gevarieerd maar coherent straatbeeld. Hierbij is onderscheid tussen de buitenranden en binnenranden van het bouwblok te zien. Met een duidelijke buitenrand wordt het raamwerk geaccentueerd, terwijl de binnenzijde met grote verspringingen een meer gefragmenteerd intiemer milieu biedt. De eerste leeflaag onderscheidt zich met meer verfijnde en kleinschaliger compositie en plinten, die de binnen-buiten interactie bevordert. Binnen het bouwblok is variatie in aanhechting 6m op maaiveld en dakbeindiging (kroon).

Geen pandjes met uitsluitend verticale stapeling, geen grote volumes met gelijke hoogtemaat in onderste leeflaag, maar een compositie van horizontaal en verticaal georinteerde die in elkaar grijpen. Dit zorgt voor een gevarieerde eerste leeflaag. 35m 30m

>6m

24m

Richtlijnen 4.1 Gebouwen bestaan uit maximaal drie gestapelde bouwdelen. De overgang tussen bouwdelen ligt binnen hoogtezones van 12, 24 en 30 meter (plus/minus een bouwlaag). 4.2 Naastgelegen gebouwen en bouwdelen op een bouwblok verschillen van hoogte; bouwdelen minimaal 3m1, totale gebouwhoogten minimaal 6m1/twee bouwlagen. 4.3 Gebouwen verschillen onderling in breedte; minimaal 4m1verschil tussen aangrenzende volumes. 4.4 De massa's in een bouwblok zijn kubisch en orthogonaal; er zijn geen hoekverdraaiingen of diagonale volumes. 4.5 Minimaal 50% van de gevels aan straat- en binnenterreinzijde heeft een setback van 3-6 meter boven het eerste bouwdeel (7-12m1 hoogte). De rest heeft een setback vanaf de tweede bouwlaag (op hoogten tot 24m). Setbacks in meerdere bouwdelen per gebouw en over meerdere zijden zijn toegestaan. 4.6 Eerste bouwdelen langer dan 20 meter gevellengte hebben n of twee hoogteverspringingen (0,8 - 3,5m1). 4.7 Gebouwen staan overwegend in de rooilijn. Tot 30% van de lange zijden van het blok ligt 1- 3m1 terug van de rooilijn, waarbij de margestrook bijdraagt aan interactie tussen gebouw en openbare ruimte. Blokspecifieke bepaling voor terugleggingen in nadere uitwerkingen. 4.8 Er staat een gebouw op de hoek. In Hilversumse traditie wordt architectonisch goed verzorgd hoe het gebouw de hoek om gaat.

Hierbij zijn teruglegging van plint en ongelijkzijdig 'hapje uit de hoek' toegestaan.

Gebouw met setbacks, eerste leeflaag zichtbaar evenals groene daken. Orchard, Rijswijk (Zwarte Hond)

38

12m

3m

a

b

a + >4m

0m

c

b - >4m

Verschillen in hoogte en breedte voor gebouwen en bouwdelen. Lange eerste bouwdelen hebben een hoogteverspringing.

0 - 30%

0 - 30%

0 - 30%

0 - 30% Gebouwen staan in de rooilijn, waarbij 0 tot 30% van de lange zijden minimaal 1m1 en maximaal 3m1 terugligt uit de rooilijn. Geen teruglegging op de hoekgebouwen.

Hoekoplossingen van het bouwblok; gebouwen op de hoek, maar er is ruimte voor een teruggelegde plint of een klein hoekdetail (inspiratie in Hilversum te vinden)

Bouwblok met duidelijke wand, verspringende onderste leeflaag, setbacks. Merwede Blok1, Utrecht (Group A)

Afwisselende kubische volumes in het landschap met verzachte overgang binnen-buiten. Mist echter kleurafwisseling. Strokentoren, Haarlem (Hoogeveen arch. / foto O. v. Duivenbode)

B5: EENHEID IN VERSCHEIDENHEID VAN GEVELS OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE De architectonische expressie van gebouwen binnen een blok is onderling verschillend, maar wordt een eenheid door rustig gevelritme. Binnen het regelmatige grid heeft elk gebouw een eigen karakter in plinthoogte, gevelindeling en detaillering. Zo ontstaat een ensemble van unieke gebouwen, die samen een coherent geheel vormen. De onderste leeflaag heeft meer verfijnde en kleinschaliger gevelcomposities, die de interactie tussen binnen en buiten bevorderen.

Richtlijnen

Een gedeeld gevelgrid zorgt voor orde binnen het blok, met variatie in ritme en detaillering. Aangrenzende gebouwen gebruiken verschillende kleuren en gevelindeling voor visuele afwisseling.

A

5.1 Een gemeenschappelijk gevelritme is toegepast als ordenend principe over het hele blok en/of per leeflaag. Binnen dit ritme ontstaat per gebouw variatie in raamverdeling, horizontale/verticale accenten en detaillering. 5.2 Gebouwen binnen een blok zijn afwisselend en uniek; het kopiren of spiegelen van gebouwen en gevels (bijv. A-B-A) is niet toegestaan. 5.3 Aangrenzende gebouwen verschillen in kleur en gevelindeling, binnen het kleurenpalet (zie G8). Het bouwblok vormt een schilderachtig geheel, met meer dan n kleur per bouwblok. 5.4 Plinthoogtes variren per gebouw; plinthoogte ligt tussen 4 en 7,5 meter netto, met minimaal 1 meter verschil tussen aangrenzende volumes.

B

C

A

B

B

A

B

A’

Gebouwen worden binnen een bouwblok niet gekopieerd of gespiegeld,voor een afwisselend gevelaanzicht van het bouwblok.

Afwisselend maar harmonieus kleurgebruik binnen het bouwblok; diverse kleuren toegepast.

Plinthoogtes variren per gebouw; plinthoogte ligt tussen 4 en 7,5 m1 netto, met minimaal 1 meter verschil tussen aangrenzende volumes.

Bestaande bebouwing en nieuwbouw vormen eenheid door kleurgebruik en orthogonale gevelindeling. Gortercomplex, Leiden (GROUP A)

Meerdere kleuren en wisselende gevelindeling binnen ritmiek. Nieuw Crooswijk (Planet Lab, Simone Drost)

Divers voorkomen van gebouwen in een ensemble, binnen een kubische vormentaal en regelmatig gevelritme. Duidelijk leesbare toegankelijke en meer private plinten. Ivry (LAN arch.)

39

B6: LANDSCHAPPELIJK DWAALMILIEU OP DE KAVEL OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE Het landschappelijk maaiveld op de kavel is waar mogelijk groen tot aan de gevel in verschillende gradaties van openbaarheid. Het landschap loopt tussen de gebouwen door en hecht binnenterrein, buitenruimte en openbaar raamwerk aaneen. Samen vormen deze een doorgaand dwaalmilieu en een rustige omgeving. Een collectief groen binnenterrein vormt het hart van de kavel. Het landschap nodigt uit en inspireert om te bewegen, maar maakt tegelijk duidelijk dat men hier te gast is. Op het binnenterrein is de overgang tussen gebouw en landschap zeer geleidelijk, met terrassen, lage muurtjes, luifels en dergelijke. Aan de buitenrand van het blok wordt de groene overgang tussen gebouw en de diverse openbare ruimtes uitgewerkt in margestroken, veranda's, terugliggende plinten met buitenruimtes en openbare zones in meerdere gradaties van openbaarheid en privacy.

Richtlijnen 6.1 Elk bouwblok heeft een passend landschappelijk binnenterrein met minimaal 50% onverhard begroeid oppervlak als semi-publieke ruimte voor bewoners en bezoekers. 6.2 De beplantingskeuze in het binnenterrein sluit aan bij de biotoop van het gebied en biedt leefruimte voor de soorten van deze biotoop (voedsel, veiligheid en voortplanting) 6.3 Binnenterreinen worden niet afgesloten met hekken of poorten; het landschap loopt door. Eventuele hoogteverschillen worden met glooiing of terrasvorming (passend bij biotoop). 6.4 De bestrating van het doorgaande dwaalmilieu in het binnenterrein sluit aan bij de openbare ruimte (zie ontwerp openbare ruimte), incl. rolbaarheid. Deze paden slingeren door de stegen en over het binnenterrein en zijn effectief minimaal 1,5m1 breed. 6.5 De hoofdentree staat in verbinding met de informele entrees in het binnenhof; dit versterkt het gevoel van het 'groene dwaalmilieu'. 6.6 Begane-grondwoningen hebben een terras (1,52,4m1 diep) langs de gemeenschappelijke (binnen) tuin of een veranda of loggia aan het openbaar raamwerk. 6.7 Erfafscheidingen komen qua materiaal en uitstraling overeen met de hoofdgevel. Het hoofdmateriaal is min 0,2 en max. 0,6m1 hoog toegepast, met daarboven beplanting. Hoogte: max. 1,5m1 tussen terrassen (haaks op gevel), max. 1m1 aan het binnenterrein. Privtuinen zijn niet toegestaan, net als besloten buitenruimtes.

6.8 Loggia's van minimaal 1,8m1 en maximaal 3m1 diep zijn toegestaan voor extra privacy. 6.9 Aansluitingen op het maaiveld aan de buitenrand: - plein: min. 50% verharde rand, alles gelijk vloerniveau; - drukke as: ' groen, tenzij', max 20cm hoger vloerniveau en collectieve entrees; - straten: ' groen tenzij', collectieve entrees en voorzieningen gelijk vloerniveau, verder max. 80cm hoger vloerniveau.

40

Groen dwaalmilieu via stegen en informele entrees.

1m 1,5 - 3m

1,5 - 3m

1,5 - 3m

Minimale afscheiding tussen binnenterrein en private terrassen.

Groene margestrook, semi-privaat (diepte afhankelijk terugligging rooilijn) Terrassen; 1,5 - 2,4 meter diep; semi-privaat Binnenterrein, publiek toegankelijk Informele route binnenterrein, min. 1,5m1 breed Plein/plek Voetgangersas Ontsluitingsroute Landschappelijke groene zone

Typen groen (eigendommen en mate van openbaarheid).

Indicatieve principedoorsneden van mogelijke aanhechtingen van landschap op vloerniveau.

Grijs dwaalpad in het groen met een minimale breedte van 1,5 meter. Cruquiuseiland, Amsterdam (KCAP).

Landschappelijk ingerichte binnengebieden met diverse 'kamers' door gebouwvolumes. Strokentoren, Dudokpark Haarlem (Hoogeveen Arch.)

Beweegaanleiding in binnenterrein

Loggia's aan een groen binnenhof. wooncomplex Zelterstrasse, Berlijn (Zanderroth, Herrburg Landschaftsarchitekten)

Terugliggende plint met terras. Lyse-Lotte, Basel (Clauss Kahl Merz Atelier fur Architektur + Stadtebau, Studio Celine Baumann).

muurtjes in gevelmateriaal steken landschap in.

Zeer openbaar binnenterrein: Midfield (Sportpark)

Terras aan begane-grondwoning. Stadsvilla Kralingen, Rotterdam (Paul de Ruiter Architects).

41

ONTWERPPRINCIPES

GEBOUW

G7: COMPOSITIE IN MASSA EN GEVEL OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE In de geest van Dudok en het concept van het gelaagde stadslandschap zijn de gebouwen opgebouwd uit in elkaar grijpende volumes die samen een sculpturaal geheel vormen. De opbouw en gevelcompositie zorgen voor een leesbaar gebouw, met een combinatie van hirarchie, rust en ritmiek. De gevels tonen samenhang en continuteit, met subtiele accenten in het onderste bouwdeel. Gebouwen hebben (1) een duidelijke basis verbonden met de (activiteit op) het maaiveld, (2) een rustig leefbaar midden en (3) een aandachtig vormgegeven kroon. In de eerste leeflaag, waar het gebouw vanaf ooghoogte beleefd wordt, krijgen de kubische massa's een verfijning in maat en detaillering die past bij het waarnemingstempo van de voetganger.

Het gebouw is een geheel met subtiele variatie in kleur tussen het eerste bouwdeel en de hogere bouwdelen; de hogere delen zijn onderling consistent.

Richtlijnen 7.1 Gebouwen zijn alzijdig: elke zijde draagt bij aan de architectonische expressie en samenhang van het geheel. 7.2 Het gebouw wordt als n geheel vormgegeven. Subtiele variatie in plastiek, ritmiek en kleur tussen de eerste en hogere leeflagen wordt aangemoedigd, zolang de onderlinge samenhang behouden blijft. 7.3 Setbacks en verspringingen versterken de compositie en zorgen voor dieptewerking. De gevel blijft consistent in materiaal, kleur en textuur, maar reageert per bouwmassa subtiel op de massaopbouw, bijvoorbeeld door nuance in relif, metselwerkpatroon of neggemaat. 7.4 Gevels hebben een horizontale en/of verticale geleding, versterkt door middel van banden, relif of plastiek. Deze draagt bij aan de leesbaarheid van het gebouw. 7.5 Het motief van symmetrie wordt als cultuurhistorisch element toegepast ter ondersteuning van de leesbaarheid en ritmiek. Dit gebeurt veelal als symmetrie binnen de asymmetrie van een gebouw. (Zie ook O14-O16.) 7.6 Raampartijen op binnenterreinen in de tweede en derde leeflaag hebben een staande diagonaal. Bredere ramen worden opgedeeld met kozijnen in verticale delen. Deze regel geldt in mindere mate voor horizontale ramen met een riant uitzicht over de grote openbare ruimtes. 7.7Lichtelementen op gevels en aanlichting van gevels worden zeer terughoudend toegepast.

Doel is de bevordering van de orintatie en veiligheid in het gebied, maar wel met minimale van hinder voor de natuur. 7.8 Balkons liggen binnen de compositie van de gevelstructuur en versterken de gevelritmiek.

44

Het gebouw is opgebouwd uit duidelijke kubische volumes met eventuele subtiel afwijkende plastiek per volume.

Gevelgeleding door middel van relif en banden zorgt voor een duidelijk grid en ritmiek in combinatie met samenhang tussen de verschillende volumes van het gebouw.

Setbacks articuleren de massa en versterken de plastiek. Een doorlopende geveltaal bindt de bouwdelen tot een sculpturaal geheel.

Subtiele variatie in gevelritmiek versterkt de leesbaarheid van de verschillende volumes. De Erven, Vleuterweide (IRIS architecten)

Compositie van in elkaar grijpende kubische volumes. Cartesiuskwartier (Barcode, WAX)

Hoogbouw in duidelijk grid en eenheid van materiaal, maar met setback en teruglegging. Eureka, Breda (MIX)

Compositie van volumes geeft setback, met duidelijk grid en gelaagdheid. De Dirigent, Naaldwijk (Van Mierlo)

Verkleuring tussen onderste bouwdeel en deel erboven. Cruquiuseiland, A'dam (KCAP)

Compositie van verschillende volumes in helder grid, met setbacks en materiaal- en kleuraccenten. (Brusnika, Tyumen)

Setbacks, verspringend gevelritme, zelfde materiaal. Highnote (Ninedots)

Subtiele variatie in gevelritmiek versterkt de leesbaarheid van de verschillende volumes. Strokentoren, Haarlem (Hoogeveen Architecten)

45

G8: GELAAGDE GEVELSTRUCTUUR OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE 1.8 - 3m

1.8 - 3m

rooilijn

De zachte overgang tussen binnen en buiten wordt gemaakt met gelaagde gevels. De gelaagdheid van de gevel ontstaat uit de samenhang tussen plint, setbacks, loggia's, balkons, tweede gevels en gevelbegroeiing. Deze elementen transformeren het 2-dimensionale gevelvlak tot een ruimtelijke interactiezone. Daarbij is extra aandacht voor de gelaagdheid in de eerste leeflaag, waar de meeste interactie tussen priv en openbaar plaatsvindt. Deze gelaagde gevelstructuur draagt bij aan de leesbaarheid van de gebouwopbouw in bouwdelen.

4.5m

Richtlijnen Balkons en tweede gevels 8.1 Buitenzijde van balkons en tweede gevels binnen rooilijn, setback: minimaal 1,8 tot 3m1 diep. Balkons zijn toegestaan vanaf 4,5m1 hoogte. 8.2 Balkons zien er per gebouw hetzelfde uit en zijn (ook van onder) hoogwaardig en in het zelfde kleurenschema als het gebouw(deel) afgewerkt. Leuningen zijn van gelijke hoogte. Leuningen bij setbacks en kronen horen visueel bij de gevel. 8.3 Bij tweede gevels blijft de opbouw van het gebouw in verschillende bouwvolumes uitgangspunt. Setbacks liggen minimaal 1,8m1 terug ten opzichte van de rooilijn of het buitenste gevelvlak. 8.4 Kozijnen zijn teruggelegd (neggemaat min. 15cm1). 8.5 Gevelbegroeiing wordt waar mogelijk gentegreerd binnen het gevelrelif om de ritmiek en de gelaagdheid te versterken.

Enkele voorbeelden van gebouwen met gelaagde gevels, waarbij de bouwdelen te onderscheiden zijn. Hierbij zijn zijn per leeflaag dominant: loggia's en terugleggingen (1e), frames voor tweede gevels, passend bij volumeopbouw (2e) en losse balkons (3e). Variaties hierop zijn toegestaan.

Loggia's 8.6 Loggia's zijn 1,8 - 3m1 diep en altijd breder dan diep. 8.7 In de plint wordt woonprogramma uitgevoerd met een overgangszone in de vorm van veranda's, loggia's of overstekken. 8.8 Balustrades liggen in het gevelvlak en hebben een materiaal- en kleurgebruik dat aansluit bij de gevel. Direct aan binnenterreinen wordt minimaal 50% van de ruimtes zonder balustrade of afscheiding uitgevoerd. Voet van gebouw 8.9 Gebouwen staan op het maaiveld; de onderste meter heeft meer plastiek door verspringend metselwerk of houtwerk, genspireerd op historische voorbeelden en de geest van Dudok. 8.10 De plastiek en verspringingen in de plint of het basement hebben een menselijke schaal en creren plekken om te verblijven, zoals zitplekken, lage balustrades of ruimte voor plantenbakken. Dit verzacht de overgang tussen binnen en buiten en draagt bij aan interactie met de omgeving. Setbacks en verspringingen 8.11 Setbacks (min. 1,8m1) creren ruimtelijke diepte, dempen of versterken lichtinval en bieden ruimte aan verblijfsplekken tussen binnen en buiten. 8.12Verspringingen worden afgestemd op ritmiek en gelaagdheid van de gevel en vormen plekken voor balkons, loggia's of begroeiing.

46

Gevelbegroeiing wordt waar mogelijk gentegreerd binnen het gevelrelif om de ritmiek en gelaagdheid te versterken.

Aandacht voor plastiek in de voet (basement/borstwering) van het gebouw om de aanhechting van het gebouw op het maaiveld te accentueren en binnen-buiten relaties te versterken. Denk aan zitplekken en lage balustrades met ruimte voor plantenbakken.

Balkons zijn onderdeel van de gevelstructuur en liggen binnen de rooilijn. Highnote, Almere (Studio Ninedots).

Gelaagde gevelstructuur met balkons, patio's en doorkijk in entree. Strokentoren, Dudokpark Haarlem (Hoogeveen Architecten)

Gebouw met tweede gevel, waarbij de setback niet verdoezeld wordt. The Line, Amsterdam (Orange Architects).

Groene gevel gentegreerd in het gevelrelif. Villa M, Parijs (Triptyque).

Inpandige balkons binnen kubische vorm. Harrow Road (Rolfe Judd).

Raamwerk van bijpassend materiaal geeft gelaagdheid. Veluwse Proeftuin / WFC, Ede (MIX architectuur)

De voet van het gebouw vormt een menselijke schaal en biedt ruimte voor planten en zitplekken. Villa in Hilversum (Dudok).

Verhoogde loggia in gevel zorgt voor interactieve overgang tussen binnen en buiten. Little C, Rotterdam (CULD en INBO).

Loggia in gevel zorgt voor interactieve overgang tussen binnen en buiten. De Regulateur, Groningen (De Zwarte Hond).

Groene gevel gentegreerd in het gevelrelif. Icaro Jardins da Graciosa, Curitiba (Studio Arthur Casas).

47

G9: DUURZAAM EN HARMONIEUS MATERIAALEN KLEURGEBRUIK OMSCHRIJVING ONTWERPPRINCIPE De bebouwing past bij Sportpark en is verfijnd, robuust en ingetogen. De zorgvuldig gekozen materialen en kleuren zorgen voor een harmonieus geheel (eenheid door verscheidenheid). Afwisseling van kleurgebruik is daarbij schilderachtig (dus niet zeer contrastrijk). Natuurlijke aardse tinten - ontleend aan het rijke verleden van Sportpark en Hilversum - en eerlijke materialen (eventueel geschilderd) zorgen voor uitstraling die aansluit bij bestaande bebouwing, cultuurhistorie en de eenheid in verscheidenheid van Sportpark.

Richtlijnen 9.1 Het kleur- en materiaalgebruik blijft binnen het palet van aardse natuurlijke tinten, om visuele samenhang in het gebied te creren. 9.2 De meest voorkomende hoofdmaterialen zijn baksteen en hout; in een bouwblok heeft tenminste 50% van de gevels baksteen als hoofdmateriaal. Na baksteen komen hout en natuursteen het meest voor, vervolgens metaal. Imitatie is onwenselijk, minerale strips zijn in principe niet toegestaan. 9.3 In de gevels van de onderste leeflaag is extra aandacht voor detail en plastiek (o.a. siermetselwerk). 9.4 Bouwdelen hebben n hoofdmateriaal en/of -kleur. Tussen gestapelde bouwdelen is een subtiel verschil mogelijk (zie G6). 9.5 Kleurverschillen binnen een geveloppervlak zijn beperkt, indien toegepast variren zij van monochroom tot een gemiddelde ton-sur-ton. Er zijn geen sterke contrasten. Voor lateien en onderdorpels e.d. mogen afwijkende materialen gebruikt worden. 9.6 Details en elementen (zoals balustrades, zonwering, kozijnen, luifels en brievenbussen) sluiten qua kleur aan op het gevelmateriaal en vormen met het hoofdmateriaal van het gebouw een rustig, samenhangend zorgvuldig ontworpen geheel inclusief balkons, galerijen en loggia's. (zie ook G8) 9.7 Balustrades zijn per gebouw uniform in materiaal en detaillering en niet-reflecterend. 9.8 Gevels zijn poreus t.b.v. natuurinclusiviteit ('gebouw als rotsbiotoop').

Palet van natuurlijke aardse tinten gebaseerd op de kleuren van de bestaande bebouwing en de cultuurhistorie. De dominante kleuren zijn roodbruine, zandkleurige en grijze tinten. De maat van het blokje is een indicatie van hoeveel deze kleur uiteindelijk zichtbaar moet zijn op Sportpark.

Ter inspiratie: collage van diverse materialen en kleuren (deels bestaand op Sportpark)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=0f01d841-def8-430b-b353-523880880829