Bijlage 3 Visie Laapersveld
Tekst van het document
4Verantwoording Visie Laapersveld is tot stand gekomen vanuit de verkenning van de OV-knoop uit het Stedenbouwkundig Plan Sportpark. In de verkenningen met de spoorse partijen en tijdens de participatiebijeenkomst medio maart 2025 zijn er ideeën ontstaan voor alternatieve varianten. De varianten zijn globaal verkend in deze ‘Visie Laapersveld: verkenning varianten OV-knoop voor het Laapersveld’ om te bepalen of ze kansrijk zijn voor een verdere uitwerking. De afweging en beoordeling van de varianten (of onderdelen daarvan) wordt integraal gedaan op basis van de VE-rapportage (het spoorse perspectief), deze variantenstudie voor het Laapersveld en de afweging vanuit het Stedenbouwkundig Plan Sportpark. In september 2025 neemt de gemeenteraad hierover een besluit.
45
Bijlage 1 Verkeerskundig schetsontwerp inprikker In de huidige situatie is het Laapersveld voor gemotoriseerd verkeer enkel te bereiken via de noordzijde over de Laapersweg. Dit is een eenzijdige ontsluiting van de wijk via het kruispunt LaaperswegLaapersveld. Men kan dit kruispunt bereiken via de rotonde Utrechsteweg-Laapersweg (rotonde Laapershoek) of via het kruispunt SoestdijkerstraatwegLaapersweg, direct naast de overweg op de Soestdijkerstraatweg. Gemotoriseerd verkeer vanaf het Laapersveld kan de wijk enkel verlaten via de rotonde Laapershoek. Deze eenzijdige ontsluiting is met name tijdens calamiteiten ongewenst, omdat gemotoriseerd verkeer en nood- en hulpdiensten de wijk niet via een andere route kunnen in- of uitrijden. De huidige gebruikers van het Laapersveld (bewoners, ondernemers en scholen) geven aan dat met name tijdens piekmomenten (spitsen en schoolopening en -sluiting) de rotonde Laapershoek in combinatie met het kruispunt Laapersweg-Laapersveld chaotisch overkomt en op meerdere momenten aan hun capaciteit raken. Hier komt bij dat in alle geschetste varianten voor de verplaatsing van station Sportpark het noodzakelijk is om de linksafstrook op de overweg Soestdijkerstraatweg te verwijderen. Verkeer vanaf de overweg kan dan niet meer de Laapersweg op rijden.
Bij een ondertunneling van het spoor op de Soestdijkerstraatweg zal de gehele inrit met de Laapersweg verdwijnen. Hierdoor is het Laapersveld nog sterker eenzijdig ontsloten, enkel via de rotonde Laapershoek. Een tweede ontsluiting naar het Laapersveld kan hier een oplossing voor zijn. De mogelijke locaties hiervoor zijn aan de zuidzijde van het Laapersveld door een aansluiting te maken met de Diependaalselaan of Utrechtseweg. Hier zitten in de basis al enkele beperkingen aan: •
•
46
Met de Diependaalselaan is een aansluiting mogelijk op gemeentegrond, maar enkel met een zogenaamde ‘rechts in/rechts uit’aansluiting zijn. Verkeer vanaf de A27 kan na de spooronderdoorgang rechtsafslaan het Laapersveld op. Verkeer vanaf het Laapersveld kan enkel rechtsafslaan om de Diependaalselaan op te rijden richting de rotonde met de Utrechtseweg. Met de Utrechtseweg is een volledige aansluiting nodig, zodat verkeer in alle richtingen het kruispunt kan gebruiken. Echter, zowel voor het realiseren van het kruispunt (boogstralen, middengeleider, zichtlijnen) , als voor het aanleggen van deze ontsluitingsweg dient de gemeente private grond te verwerven.
Om de haalbaarheid van deze ontsluitingsweg te visualiseren zijn drie schetsvarianten gemaakt (zie volgende pagina’s). Deze varianten dienen als gespreksstarter, geven inzicht in de kansen en beperkingen en verschillen op enkele essentiële zaken (zoals de voorrangssituatie, de plaats van de fietsers en de mate van snelheidsremmende maatregelen). Kort toegelicht: •
•
•
Variant 1: Een overgang tussen de Diependaalselaan en het Laapersveld met een lange uitritconstructie. De fietsers kruisen het autoverkeer in de voorrang. Het ontwerp sluit aan op het STOMP-principe, waarbij fietsers voorgaan op automobilisten. In combinatie met de uitritconstructie sluit het aan op de lijn der verwachting dat fietsverkeer bij het afslaan vanaf een voorrangsweg voorrang dienen te krijgen. Echter, de fietsers zijn voor automobilisten komende vanaf het Laapersveld mogelijk minder goed zichtbaar door de begroeiing op grondgebied van het STER-gebouw. Daarnaast komen fietsers die de weg kruisen mogelijk vanuit onverwachte omgekeerde richting. Variant 2: Een overgang tussen de Diependaalselaan en het Laapersveld met een korte uitritconstructie. Na de uitritconstructie sluiten de fietsers aan op de ontsluitingsweg, maar geven voorrang aan het autoverkeer. Het ontwerp sluit minder goed aan op het STOMP-principe, omdat fietsers voorrang moeten verlenen aan de automobilist. Tegelijk is de zichtlijn voor fietsers op verkeer komende vanaf het Laapersveld mogelijk beperkt. Daar komt bij dat het fietspad mogelijk slechts zichtbaar is vanaf de rijbaan, waardoor men geen fietsers verwacht. Tegelijkertijd is er wel een kans dat de aanwezige fietsers (relatief veel jongeren richting de scholen) onvoldoende voorrang zullen verlenen.
Variant 3: Een overgang tussen de Diependaalselaan en het Laapersveld zonder uitritconstructie. De fietsers hebben een los fietspad aan de andere zijde van het STER-gebouw (Er is onvoldoende ruimte om een tweerichtingenrijbaan en -fietspad naast elkaar te leggen én in combinatie met een logisch gelijkwaardig kruispunt met het Laapersveld). Voor het fietspad dient de gemeentegrond te verwerven van het STER-gebouw. Daarbij dient men rekening te houden met de inrit naar de parkeerkelder van het STER-gebouw. Het grote voordeel is dat fietsers op een overzichtelijker punt kunnen mengen met het autoverkeer. Wel is er in dit geval geen uitritconstructie ingetekend, wat de overgang vanaf de Diependaalselaan naar het Laapersveld minder benadrukt.
Bij alle drie de varianten dient men rekening te houden met een werkingang van het gemaal aan deze nieuw te realiseren weg en een mogelijke schoolfunctie in het STER-gebouw. De schetsvarianten tonen aan dat een tweede ontsluitingsweg aan de zuidzijde van het Laapersveld niet onhaalbaar is. Deze varianten hebben verschillende voor- en nadelen en behoeven verdere onderzoeken voor daadwerkelijk tot realisatie over te gaan. Verder onderzoek moet uitwijzen: •
• •
•
• • •
in hoeverre een extra aansluiting op de Diependaalselaan leidt tot extra terugslag ten opzichte van de huidige terugslag ter hoogte van de rotonde met de Utrechtseweg; wat de gewenste lengte voor de uitvoegstrook is om het verkeer verkeersveilig af te wikkelen; wat de effecten zijn van invoegend verkeer vanaf het Laapersveld welke via de linkerrijstrook dienen te rijden om op de rotonde 360* te draaien richting de A27; in hoeverre het in- en uitvoegen haalbaar en verkeersveilig kan in de spits en in de daluren op basis van snelheidsverschillen, zichtbaarheid en verwachtingspatronen; wat de gewenste vormgeving is van de aansluiting, qua verwachtingen, gereden snelheden, menging van verkeer en zichtbaarheid; wat het risico is op sluipverkeer door de wijk Laapersveld en hoe dit te beperken is; welke rijrichtingen gefaciliteerd moeten worden (tweerichtingen of een van beide richtingen).
47
48
49
50
51
52