CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Accountantsverslag 2021 Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum

GEMEENTERAAD 26 oktober 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen jaarverslag 2021 Gemeentelijk Gymnasium Hilversum (1185395)15.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2021 Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum

Vertrouwelijk Aan het bestuur van Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum T.a.v. het bestuur Vaartweg 54 1217 SV Hilversum

Papendorpseweg 75-79 3528 BJ Utrecht T +31 88 236 9500 E audit@flynth.nl

kenmerk

behandeld door

datum

905417300/WS/1154

drs. W. Slotboom RA CISA

9 juni 2022

onderwerp

Accountantsverslag 2021

Geachte leden van het bestuur en de intern toezichthouder, Onlangs hebben wij de jaarrekeningcontrole over het boekjaar 2021 afgerond. In dit accountantsverslag hebben wij het genoegen u de resultaten van onze controle te rapporteren. Wij hebben het accountantsverslag opgesteld voor het bestuur van Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum. Dit accountantsverslag gaat in op de uitgevoerde controle, de reikwijdte van de opdracht, de controleverklaring en de belangrijkste controlebevindingen. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor gebruik door het bestuur en de intern toezichthouder en mag, zonder onze toestemming, niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Waar mogelijk gaan onze bevindingen vergezeld van aanbevelingen voor verbetering. Wij hebben deze rapportage besproken tijdens de bijeenkomst met het bestuur op 2 juni 2022. Wij spreken onze dank en waardering uit voor de prettige en constructieve medewerking die wij tijdens de werkzaamheden van u en uw medewerkers hebben ontvangen. Als u nog vragen heeft, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Met vriendelijke groet, Namens Flynth Audit B.V. Digitaal ondertekend door Sandra van der Veer

S. van der Veer AA

Flynth Audit B.V. is lid van BKR International. Bankrekeningnummer IBAN NL67 RABO 0106 6642 20 - BIC: RABONL2U. Handelsregister 09063021. www.flynth.nl. Dienstverlening vindt plaats onder algemene voorwaarden, op aanvraag verkrijgbaar en gedeponeerd bij de KvK in Arnhem.

inhoud 1.

Samenvatting ................................................................................................................... 4

2.

De jaarrekening ................................................................................................................ 5

2.1 Uw resultaat ................................................................................................................. 5 2.2 Ontwikkeling kengetallen ............................................................................................. 6 2.3 Aandacht voor enkele jaarrekeningposten ................................................................... 9 2.3.1 Belangrijke schattingen en onzekerheden ........................................................... 9 2.3.2 Verslaggevingsontwikkeling RJ uiting MVA en groot onderhoud....................... 10 2.3.3 G1 subsidies ....................................................................................................... 11 2.3.4 Materialiteit en controleverschillen ..................................................................... 12 3. Uitkomsten controle Rechtmatigheid ............................................................................. 14 4.

Naleving wet- en regelgeving ......................................................................................... 16

5.

Administratieve organisatie en interne beheersing ........................................................ 18

6.

Bestede uren en budget ................................................................................................. 20

Bijlage 1: Formele aspecten van de controle ......................................................................... 21 Bijlage 2: Actualiteiten die uw aandacht verdienen................................................................ 24

905417300/WS/1154

3

1. Samenvatting Strekking controleverklaring

Relevante bevindingen

▪ Wij hebben een goedkeurende verklaring verstrekt.

▪ Geen wijzigingen in significante verslaggevingsaspecten.

▪ De jaarrekening geeft een getrouw beeld en voldoet aan de rechtmatigheidseisen.

▪ Er zijn geen aanwijzingen voor overtreding van weten regelgeving geconstateerd.

▪ Het bestuursverslag voldoet aan de eisen en is

▪ De overschrijding van de wnt-norm met 3.544 euro is in 2022 rechtgezet en in 2022 terugbetaald.

verenigbaar met de jaarrekening.

▪ De controleopdracht is moeizaam verlopen.

▪ Er zijn geen materiele resterende controleverschillen die niet zijn gecorrigeerd. ▪ Wij hebben geconstateerd dat 3 VOG’s te laat zijn verkregen (na datum indiensttreding). Wij rapporteren hierover aan de Inspectie van het Onderwijs. Wij vragen uw aandacht voor het proces van tijdige ontvangst VOG’s.

Algeheel beeld

Belangrijke ontwikkelingen

▪ Uw financiële positie is toereikend, maar lager dan van vergelijkbare instellingen en het gemiddelde van de sector.

▪ In 2021 zijn ruime middelen verstrekt voor NPO. De verantwoording van de besteding van deze middelen heeft plaatsgevonden in uw jaarrekening.

▪ Er is een resultaat van 206.902 euro gerealiseerd. Het resultaat wordt met name beïnvloed door de gevolgen van de ontvangen, maar nog niet geheel bestede, NPO-middelen.

▪ Het nieuwe bekostigingsmodel is per 1 januari 2022 worden ingevoerd. Voor GGH heeft dit een licht positief effect op de bekostiging.

▪ In meerjarenperspectief worden vanwege krimp negatieve resultaten begroot. Wij vragen aandacht voor toekomstige resultaatontwikkelingen in relatie tot uw buffers. ▪ De signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen heeft een ratio van 0,52 en er is geen bovenmatig vermogen ▪ Bij uw processen vragen evenals voorgaand jaar aandacht voor procesbeschrijvingen en controle op de rechtenstructuur in Asperion. U bent voornemens de financiële administratie en planning en de controlefunctie bij Dyade te beleggen, hiermee vervallen een deel van de aanbevelingen. Wel adviseren wij u om ook de werkprocessen in de organisatie hierop aan te passen en het vier- ogen principe te borgen in de processen.

▪ De tijdelijke uitzonderingsbepaling in de regeling jaarverslaggeving onderwijs voor de voorziening groot onderhoud is tot en met het boekjaar 2022. De raad voor de jaarverslaggeving heeft een uiting uitgebracht met nadere definitiebepalingen wat groot onderhoud is. Deze definitiebepaling kan mogelijk forse impact hebben op de omvang van de dotaties. ▪ De Inspectie van het Onderwijs heeft een aangepaste set kengetallen voor risico indicatoren ter detectie van het risico voor financiële continuïteit gepubliceerd. De kengetallen liquiditeit en omvang liquide middelen zijn afhankelijk gesteld van de sector en omvang van de instelling. De solvabiliteit dient minimaal 30% te zijn.

▪ De rector heeft zelfstandige betalingsbevoegdheid voor bedragen tot 5.000 euro en kan crediteurenstamgegevens aanpassen. Wij adviseren u altijd een dubbele autorisatie af te laten dwingen.

905417300/WS/1154

4

2. De jaarrekening 2.1

Uw resultaat

In 2021 heeft Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum een resultaat gerealiseerd van 206.902 euro positief terwijl in 2020 een resultaat van 55.083 euro gerealiseerd werd. Het resultaat is 206.902 euro hoger dan in de begroting voor 2021 was geprognosticeerd. Onderstaand ziet u een analyse van de belangrijkste verschillen in de resultaatontwikkeling ten opzichte van voorgaand jaar: ▪

Een stijging van de rijksbijdrage met circa 588.000 euro enerzijds vanwege daling reguliere rijksbijdrage als gevolg van leerling daling en dat grotendeels gecompenseerd wordt door indexering van circa 6%, als gevolg van loon en prijsbijstelling. De stijging is gelegen in de ontvangen NPO-middelen van circa 648.000 euro en ontvangen bijdragen Eerste Hulp voor de Klas van circa 110.000 euro.

▪

Een stijging van de personele lasten met 456.670 euro. Dit door hogere lonen en salarissen van circa 378.000 euro vanwege cao- indexeringen en de eenmalige uitkering. Het aantal fte is nagenoeg gelijk aan die van 2020. Daarnaast zijn de overige personele lasten met 74.000 euro toegenomen door stijging van de kosten voor managementondersteuning en hogere kosten voor nascholing.

Resultaatontwikkeling 250.000

900

200.000 850 150.000 800

100.000 50.000

750

0 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

700

-50.000 -100.000

650 Resultaat

Begroting

Leerlingaantallen

Bron: data.duo.nl en de meerjarenbegroting

Uit de grafiek resultaatontwikkeling over de jaren is zichtbaar dat het resultaat in 2021 hoger is dan begroot en dat in 2023 en 2024 negatieve resultaten worden begroot. Wij vragen u om kritisch te beoordelen of deze negatieve verwachting tijdig kan worden omgekeerd. Ook voor schooljaar 2022/2023 zijn NPO-middelen van 820 euro per leerling per 1 oktober 2021 te verwachten. Gezien de verlenging van de looptijd van de NPO, adviseren wij u om in de resultaatontwikkelingen van de meerjarenbegroting ook rekening te houden met de effecten van besteding en ontvangsten van incidentele middelen. Een mogelijkheid hiervoor is door de intern toezichthouder tijdig mee te nemen in de ontwikkeling van incidentele baten en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen. Anderzijds de gevolgen van incidentele noodzakelijke bestedingen in de risico en scenario analyse inzichtelijk te maken en te kwantificeren. Maar ook de gevolgen van het niet anticiperen op de incidentele situatie in financiële zin inzichtelijk te maken.

905417300/WS/1154

5

Resultaat normalisatie In het bestuursverslag zijn de afwijkingen van het begrote en behaalde resultaat toegelicht. Hieruit blijkt dat de incidentele middelen voor inhaal en ondersteuningsprogramma’s en hogere rijksbijdragen vanwege indexatie door hogere cao vergoeding en lagere lasten door uitstel van projecten en activiteiten vanwege corona impact hebben gehad.

2.2

Ontwikkeling kengetallen

Kengetal

2021

2020

Benchmark vergelijkbare omvang o.b.v. 2020

Benchmark gehele sector (VO) o.b.v. 2020

Signaleringswaarde onderwijs inspectie

Solvabiliteit 2 (eigen vermogen + voorzieningen)/totale passiva * 100%

60,6%

59,3%

67,0%

66,0%

<30%

Liquiditeit * (vlottende activa/kortlopende schulden)

1,9

1,8

2,6

2,6

Klein: <1,5 Middel: <1,0 Groot: <0,75

Saldo liquide middelen Omvang liquide middelen inclusief private middelen

2.357.877

2.357.877

2.350.578

8.644.146

po, vo < € 100.000

Weerstandsvermogen (eigen vermogen/totale baten) * 100%

13,9%

12,5%

32,0%

31,0%

n.v.t.

Huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijvingen gebouwen en terreinen)/totale lasten)

8,8%

8,9%

7,0%

7,0%

n.v.t.

Rentabiliteit (resultaat/totale baten)

2,2%

0,6%

1,3%

-0,3%

n.v.t.

Verhouding personele lasten (personele lasten/totale lasten)

81,4%

80,3%

80,0%

80,0%

n.v.t.

* Klein: bestuur met baten < 3 miljoen euro Middel: baten tussen 3- 12 miljoen euro Groot: baten > 12 miljoen euro

In bovenstaande tabel hebben we de ontwikkelingen van de kengetallen uiteengezet over de jaren 2021 en 2020. Hierbij zijn ook de benchmarkgegevens opgenomen. De benchmarkgegevens zijn berekend op basis van de gemiddelden van de kengetallen uit de databestanden van DUO met vergelijkbare instellingen in de sector (totale baten van 5 tot 10 miljoen euro) en de gemiddelden van de totale sector (VO). Verder zijn in dit overzicht de signaleringswaarde opgenomen zoals de Inspectie van het Onderwijs deze hanteert bij het beoordelen van de financiële positie van onderwijsinstellingen. Uw kengetallen zijn wat lager dan van instellingen van vergelijkbare omvang en het gemiddelde van de totale sector. De benchmarks zijn relatief hoog te noemen, maar voor een éénpitter in het voortgezet onderwijs zien wij doorgaans dat het risicoprofiel hoger is, waardoor er hogere buffers aangehouden worden. Bij kleinere instellingen zijn doorgaans de mogelijkheden voor risicospreiding kleiner. Verder verwacht u de komende jaren negatieve resultaten als gevolg van afnemende leerlingenaantallen. Wij adviseren u kritisch te beoordelen of uw buffers de gewenste omvang houden.

905417300/WS/1154

6

Aangepaste set kengetallen risico-indicatoren De Inspectie van het Onderwijs heeft in 2021 een aangepaste set kengetallen voor risico indicatoren ter detectie van het risico voor financiële continuïteit gepubliceerd. Vanaf 2021 hanteert de inspectie de volgende indicatoren: ▪

Solvabiliteit;

▪

Liquiditeit;

▪

Omvang liquide middelen.

De berekeningswijze van de kengetallen solvabiliteit en liquiditeit zijn niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Ook is de grenswaarde voor solvabiliteit ongewijzigd op 0,3. Wel zijn de grenswaardes van liquiditeit afhankelijk van de omvang van de instelling (klein, middel of groot) zoals ook genoemd bij de toelichting bij de voorgaande tabel. Nieuw is de risico-indicator omvang liquide middelen in een absoluut bedrag in euro’s afhankelijk van de onderwijssector. Voor funderend onderwijs is de minimum norm 100.000 euro en voor het mbo/ho een minimum van 2 miljoen euro. De overige indicatoren zoals weerstandsvermogen, rentabiliteit en huisvestingsratio die eerder werden gebruikt worden nog steeds betrokken in het toezicht door de onderwijsinspectie. Echter zijn deze indicatoren niet meer opgenomen in het risicodetectiemodel dat de onderwijsinspectie gebruikt.

Signaleringswaarde normatieve publiek eigen vermogen In 2020 is de signaleringswaarde voor het normatieve publiek eigen vermogen ingevoerd door de Inspectie van het Onderwijs. Het doel van deze signaleringswaarde is een indicatie te krijgen hoeveel eigen vermogen een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft voor een gezonde bedrijfsvoering. Deze signaleringswaarde gaat over het publieke deel van het eigen vermogen en is dus exclusief het privaat eigen vermogen. De Inspectie benadrukt dat deze signaleringswaarde geen absolute norm is, maar een startpunt voor een gesprek. In dit gesprek wordt de vermogenspositie in de context geplaatst en besproken wat het beleid is van het bestuur. Context en beleid kunnen aanleiding zijn om (tijdelijk) een hogere vermogenspositie aan te houden dan de signaleringswaarde. Naar verwachting krijgt de Inspectie vanaf 2024 de mogelijkheid om te handhaven als een bestuur zijn reserves over verslagjaar 2023 niet goed kan verantwoorden. Hiervoor zijn voorbereidingen voor een wetsvoorstel gestart. Het huidige sanctie-instrumentarium, zoals het opschorten van bekostiging en het inhouden van een bepaald percentage van de bekostiging zullen naar verwachting ook als uitgangspunt voor deze wettelijke regeling gelden.

Kengetal

Normatief publiek eigen vermogen

Eigen vermogen jaarrekening 2021

Ratio 2021

Ratio 2020

Signaleringswaarde onderwijs inspectie

1.281.644

0,5

0,5

2.492.500

Wij hebben vastgesteld dat de signaleringswaarde voor het eigen vermogen adequaat is toegelicht in het bestuursverslag. Uw signaleringswaarde bedraagt 2.492.500 euro en uw publiek eigen vermogen bedraagt 1.281.644 euro. Uw vermogen ligt onder de signaleringswaarde, dit betekent dat u geen aanvullende acties hoeft uit te voeren op basis van de signaleringswaarde.

905417300/WS/1154

7

Grafische weergave realisatie ten opzichte van de benchmark instellingen met vergelijkbare omvang 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% solvabiliteit

weerstandsvermogen

2021

3,0

2020

% personeelslasten

huisvestingsratio

benchmark 2020

2,5%

2,5

2,0%

2,0 1,5% 1,5 1,0% 1,0 0,5%

0,5 0,0

0,0% liquiditeit

2021

2020

benchmark 2020

rentabiliteit

2021

2020

benchmark 2020

Toelichting op uw financiële positie De financiële positie van Stichting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum is gezond, maar behoeft in meerjarenperspectief aandacht.

905417300/WS/1154

8

2.3 Aandacht voor enkele jaarrekeningposten 2.3.1 Belangrijke schattingen en onzekerheden In de jaarrekening komen een aantal posten voor waarbij de waardering in belangrijke mate wordt beïnvloed door managementinschattingen (bijvoorbeeld afschrijvingen, voorzieningen en reserveringen onder de kortlopende schulden). Bepaalde schattingen zijn van bijzonder belang door hun invloed op de jaarrekening en de waarschijnlijkheid dat toekomstige gebeurtenissen significant afwijken van de verwachtingen van het management van de instelling. Deze managementinschattingen moeten tot stand komen op basis van heldere, eventueel door externe deskundige bepaalde uitgangspunten. Ook moeten deze uitgangspunten consistent worden toegepast. Voorziening

Inschatting voorziening Krap

Neutraal

Ruim

Groot onderhoud Levensfasebewust beleid Jubilea

Een goed inzicht in de jaarrekening vereist kennis van deze posten. Als onderdeel van onze controle hebben wij de aanvaardbaarheid van de schattingen beoordeeld. In het hierboven opgenomen overzicht hebben wij, van de jaarrekeningposten waaraan een belangrijke schatting ten grondslag ligt, grafisch weergegeven op welke wijze wij de door het management gebruikte mate van prudentie inschalen. De schaal is daarbij van links naar rechts ingedeeld van krap naar ruim met de classificatie ‘neutraal’ in het midden. Groot onderhoud 644.912 euro (2021:642.315 euro) De voorziening wordt per object per component, rekening houdend met een tijdshorizon van 15 jaar bepaald. Hiermee sluit u aan met de voorgeschreven berekeningswijze van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Wel vinden wij een tijdshorizon van 15 jaar aan de korte kant aangezien de levenscycli van grootonderhoudscomponenten langer dan 15 jaar kan zijn. Wij hebben echter geconstateerd dat in de aan ons geleverde en gecontroleerde specificatie de dotatie niet aansluit met de geplande dotatie. Als gevolg hiervan is de voorziening in 2021 circa 31.000 euro te laag. Ook wijzen wij op een verduidelijking van de interpretatie van de verslaggevingsregels, een striktere berekening van de voorziening mogelijk noodzakelijk wordt. De ontwikkeling in de verslaggevingsregels betreft de volgende onderwerpen: 1.

het eindigen van de overgangsregeling van de egalisatiemethode van groot onderhoud eind 2022. Hierbij moet de opbouw van de voorziening per onderhoudscomponent bepaald worden. In voorgaand jaar hebben wij u reeds hierover geïnformeerd waarbij wij verwijzen naar bijlage 2 waarin deze verslaggevingsontwikkeling is opgenomen.

2.

de introductie vanaf verslagjaar 2023 van nieuwe definitiebepalingen voor groot onderhoud waarbij vervanging van belangrijke bestanddelen niet via de voorziening groot onderhoud mogen lopen, maar moeten worden geactiveerd en afgeschreven. Wij verwijzen u naar hoofdstuk 2.3.2 waarin de nieuwe ontwerp RJ uiting over materiële vaste activa en voorziening groot onderhoud is opgenomen.

Wij adviseren u om status van de (ontwerp) uiting te volgen en de financiële gevolgen van deze aanpassingen voor zowel de jaarrekening als uw begroting tijdig in beeld te brengen.

905417300/WS/1154

9

Levensfasebewust beleid 248.000 euro (2020: 252.500 euro) In de CAO VO is opgenomen dat medewerkers jaarlijks recht hebben op 50 klokuren verlof, welke naar eigen inzicht kunnen worden ingezet om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Naast dit basisbudget, bestaat er voor medewerkers van 57 jaar of ouder de mogelijkheid om 120 klokuren extra verlof op te nemen. U heeft conform 2021 een voorziening voor levensfasebewust beleid gevormd. Wij achten deze voorziening toereikend. Jubilea 65.000 (2020: 65.000 euro) Uw inschattingen van de voorziening voor jubileumverplichtingen is toereikend. De schatting is gebaseerd door deze op persoonsniveau te berekenen waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijke salarisgegevens en blijf kansen. Wij kunnen ons verenigen met het standpunt van het management.

2.3.2 Verslaggevingsontwikkeling RJ uiting MVA en groot onderhoud In december 2021 heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) een (ontwerp) uiting uitgebracht over materiële vaste activa en groot onderhoud. De RJ stelt voor verduidelijkingen aan te brengen met betrekking tot: 1.

het onderscheiden van belangrijke bestanddelen van een actief en de verwerking van vervangingen daarvan, en;

2.

het onderkennen van afzonderlijke bestanddelen van de vaste activa in combinatie met het vormen van een voorziening groot onderhoud.

Definities voor groot onderhoud en belangrijk bestanddeel Het onderscheid tussen vervangingsinvesteringen en groot onderhoud is met de nieuwe definitiebepalingen verduidelijkt. Dit onderscheid is van belang omdat vervangingsinvesteringen dienen te worden geactiveerd en afgeschreven, terwijl groot onderhoud naar keuze mag worden verwerkt via een onderhoudsvoorziening of geactiveerd en afgeschreven over de economische levensduur. Groot onderhoud kende tot op heden geen eenduidige definitie in de RJ. De definitie wordt nu: ‘Kosten voortvloeiend uit periodieke werkzaamheden na een langere gebruiksperiode om de huidige staat van een actief in stand te houden, en die niet als vervanging van belangrijke bestanddelen van het materieel vast actief zijn te onderscheiden en die niet kwalificeren als frequent voorkomende onderhoudskosten.’ Nieuw hierin is het element ‘belangrijk bestanddeel’. Deze wordt gedefinieerd als een onderdeel van een materieel vast actief waarvan de kostprijs belangrijk is in relatie tot het totale materieel vast actief. Gevolgen van de (ontwerp) uiting Deze definitiebepalingen hebben tot gevolg dat als een belangrijk bestanddeel wordt vervangen er sprake is van een vervangingsinvestering die dient te worden geactiveerd en afgeschreven over de economische levensduur.

Vervangingsinvesteringen zijn derhalve géén kosten van groot onderhoud en kunnen daarom ook niet via de onderhoudsvoorziening worden verwerkt en/of opgebouwd. Worden in de toekomst belangrijke bestanddelen vervangen, dan wordt het nieuwe bestanddeel geactiveerd en wordt de boekwaarde van het vervangen bestanddeel gedesinvesteerd, ook al waren de bestanddelen voorheen niet afzonderlijk onderkend als bestanddeel van het betreffende actief. Deze desinvestering zal met name van toepassing zijn op onderwijsinstellingen die hun groot onderhoud activeren en op onderwijsinstellingen die hun panden op de balans hebben staan. Gevolgen groot voor organisaties die voor hun verslaggeving werken met een voorziening groot onderhoud De hiervoor genoemde verduidelijkingen zijn met name van belang bij organisaties die kosten van groot onderhoud via een onderhoudsvoorziening verwerken. Veelal maakten deze organisaties tot op heden geen onderscheid in belangrijke bestanddelen van materiële vaste activa en/of geen onderscheid tussen vervangingsinvesteringen en groot onderhoud.

905417300/WS/1154

10

De RJ benadrukt hierbij dat in de praktijk allerlei tussenvormen kunnen voorkomen waarvoor nog steeds beoordeling door de organisatie nodig is of deze classificeren als groot onderhoud of als vervanging. Dit vraagt om een duidelijke toelichting in de jaarrekening waarbij een eenmaal gekozen tussenvorm bestendig moet worden gehanteerd. Veel van de bestaande onderhoudsplanningen in het onderwijs bevatten elementen van vervangingsinvesteringen en belangrijke bestanddelen. Als gevolg daarvan kunnen deze nieuwe definitiebepalingen mogelijk grote gevolgen hebben voor de opbouw van de voorziening. Daar waar instellingen in de huidige situatie nog ‘sparen’ in de voorziening groot onderhoud voor vervangingen van belangrijke bestanddelen, zal in de nieuwe situatie dit niet meer zijn toegestaan. Het gevolg daarvan kan zijn, afhankelijk van tussenvormen, dat de omvang van de onderhoudsvoorziening als gevolg van deze RJ-uiting mogelijk gaat dalen waarbij toekomstige belangrijke vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven. Daar staat tegenover dat de voorziening mogelijk gaat stijgen vanwege het eindigen van de overgangsregeling van de egalisatiemethode eind 2022. De overall impact op de onderwijssector is vooralsnog niet duidelijk en hangt af van de individuele situatie bij de onderwijsinstelling.

Aangepaste verwerkingswijze wordt beschouwd als stelselwijziging De RJ uiting zal vanaf verslagjaar 2023 van toepassing zijn. Bij overgang naar de in deze RJ-uiting opgenomen verwerkingswijze, dient deze verwerkt te worden als een stelselwijziging. De RJ stelt voor dat de stelselwijziging niet alleen volledig met terugwerkende kracht (retrospectief), maar ook, administratief eenvoudiger, met terugwerkende kracht vanaf het voorgaand boekjaar of zelfs vanaf het huidig boekjaar mag worden verwerkt. Dat betekent dat het onderkennen van belangrijke bestanddelen en vervangingsinvesteringen niet met terugwerkende kracht toegepast hoeft plaats te vinden voor bestaande activa en in het verleden uitgevoerd groot onderhoud. Indien de verduidelijkingen van invloed zijn op de hoogte van de onderhoudsvoorziening (vrijval of dotatie), dan wordt deze aanpassing via het vermogen verwerkt in het jaar waarin de stelselwijziging wordt verwerkt.

2.3.3 G1 subsidies In de G1 bijlage is de verantwoording voor de doorstroomprogramma’s PO-VO, en inhaal en ondersteuningsprogramma’s tijdvak 1 en tijdvak 4, en de capaciteitentesten 2021-2023 afgerond. Wij hebben vastgesteld dat de verantwoording voor inhaal en ondersteuningsprogramma’s bij DUS-i is ingediend, waarin u aangeeft dat de subsidievereisten en doelstellingen zijn behaald. Wij hebben in overeenstemming met de gemaakte afspraken in het onderwijsaccountantsprotocol geen controle op de onderliggende registraties of naleving van de voorwaarden verricht. De subsidie wordt uiterlijk in juni 2022 vastgesteld. Wij hebben geen aanwijzingen dat de voorwaarden https://www.dusi.nl/subsidies/inhaal--en-ondersteuningsprogrammas-onderwijs niet zijn nageleefd.

905417300/WS/1154

11

2.3.4 Materialiteit en controleverschillen De controle heeft onder andere tot doel om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat. De materialiteit is de maximale omvang aan afwijkingen die wij nog in de jaarrekening mogen accepteren. Informatie is materieel als het weglaten of onjuist weergeven daarvan invloed heeft op de economische beslissing die gebruikers op basis van die jaarrekening nemen. Als een fout groter is dan deze omvang, dan zal een gebruiker andere beslissingen nemen op basis van de jaarrekening. Daarom moeten wij bij niet-gecorrigeerde afwijkingen boven de materialiteit een ander dan goedkeurend oordeel geven bij de jaarrekening. In het onderwijsaccountantsprotocol is voorgeschreven welke grenzen wij hierbij mogen hanteren. In het geval van specifieke omstandigheden zullen wij deze grenzen lager bijstellen. Voor deze jaarrekeningcontrole hebben wij de volgende materialiteit gehanteerd: Materialiteit (in euro’s)

Grondslag

Getrouwheid

182.782

2% van de totale baten of 5% van het balanstotaal

Rechtmatigheid

269.677

3% van de totale publieke middelen

Rapportagetolerantie rechtmatigheid

8.989

0,1% van de totale publieke middelen

In dit overzicht hebben wij de door ons geconstateerde en door u ten opzichte van de eerste verse van het jaarverslag gecorrigeerde correcties opgenomen.

Beschrijving

Feitelijk of schatting Feitelijk

Jaarrekening post Voorziening en dotatie voorziening

Presentatie vooruitontvangen excursies

Feitelijk

SWV baten 2022

Feitelijk

Vooruitontvangen excursies Overlopende passiva Baten SWV overlopende passiva

Voorziening Levensfase bewust te laag

Presentatie vrijval functiemix en prestatiebox

Feitelijk

Activa

Passiva 11,5

Vermogen

11,5

(11,5)

(9,6)

(9,6)

18,6 (18,6)

9,6

Overige personele lasten Niet geoormerkte subsidiebaten

Totaal

Resultaat

(119,8) 119,8

1,9

1,9

(1,9)

Bedragen x 1.000 euro

Bedragen opgenomen tussen haakjes zijn negatief.

905417300/WS/1154

12

De accountant dient op basis van NV COS 450 de ongecorrigeerde verschillen te communiceren en hiervoor een bevestiging te vragen van de cliënt. In dit overzicht hebben wij de door ons geconstateerde niet-gecorrigeerde afwijkingen opgenomen. De ongecorrigeerde afwijkingen boven de rapportagedrempel van 9.139 euro zijn niet van materieel belang, zowel afzonderlijk als in totaal, voor de jaarrekening als geheel. Het management heeft de resterende afwijking aan ons bevestigd.

Beschrijving Dotatie onderhoudsvoorziening te laag

Presentatie NWO subsidie Totaal

Feitelijk of schatting Schatting

Feitelijk

Jaarrekening post Dotatie onderhoudsvoorziening (huisvestingslasten) Voorziening onderhoud Overige baten Overige overheidssubsidie

Activa

Passiva 31

Resultaat

Vermogen

(31)

(31)

(31) 31 31)

(31)

(31)

Bedragen x 1.000 euro

905417300/WS/1154

13

3. Uitkomsten controle Rechtmatigheid In de volgende tabel geven wij een overzicht van de uitkomsten van de door ons uitgevoerde controles op het gebied van rechtmatigheid.

Rechtmatigheidsthema

Bevindingen/aanbevelingen

Inrichting procedures voor naleving van het kader rechtmatigheid

Er zijn toereikende procedures ingericht.

Afhandelingscorresponden tie voorgaande jaren

Met betrekking tot de jaarrekening 2020 zijn, met uitzondering van de VOG’s, geen inhoudelijke opmerkingen gemaakt.

Rechtmatige besteding geoormerkte rijkssubsidies en NWO-subsidies

Op grond van de subsidievoorwaarden hebben wij vastgesteld dat u de geoormerkte aanvullende subsidies met bestedingsverplichting en de NWO subsidie rechtmatig heeft besteed.

Naleving Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW

Naleving WNT

Aanwezigheid verklaring omtrent gedrag (VOG)

Naleving van de Europese aanbestedingswetgeving

Beleid voor de nationale aanbestedingswet

905417300/WS/1154

Status

Wij hebben vastgesteld dat uw stichting publieke middelen risicomijdend belegt en leent. Wij hebben tevens vastgesteld dat uw stichting de hoofdlijnen van de AO/IB voor het beleggen en lenen heeft vastgelegd in een treasurystatuut dat voldoet aan de Regeling. Wij hebben vastgesteld dat de bezoldiging van de voormalige bestuurder de norm met 3.544 euro bruto overschrijd. Deze onverschuldigde betaling is als vordering opgenomen in de jaarrekening 2022. De vordering is voor het moment van afgifte van de controleverklaring terug betaald, door de bestuurder. Hierdoor is er geen sprake van een onrechtmatige overschrijding. Wij adviseren u om in december een proforma berekening voor de wnt-opgave te laten opstellen, zodat dergelijke overschrijdingen worden voorkomen. Van de 20 gecontroleerde VOG’s zijn er 3 niet tijdig ontvangen. Door een storing in de periode 15 oktober 2021 tot met 1 november 2021, is het aanvragen van VOG’s tijdelijk niet mogelijk geweest. Overigens heeft de Inspectie van het Onderwijs in het inspectieoverleg van 26 november 2021 aangegeven dat de accountant ook over deze periode moet rapporteren, maar dat de inspectie geen aanvullende maatregelen zal opleggen.

Wij hebben geen opmerkingen over de naleving van de Europese aanbestedingswetgeving.

Wij hebben vastgesteld dat u een procedure heeft opgesteld voor nationale aanbestedingen, die voldoet aan de vereisten.

14

Rechtmatigheidsthema

Bevindingen/aanbevelingen

Conclusie

Als gevolg van de te late ontvangst van de verklaringen omtrent gedrag brengen wij een verslag van bevindingen uit.

905417300/WS/1154

Status

15

4. Naleving wet- en regelgeving Wij hebben voldoende kennis van uw organisatie verkregen om een (fraude)risicoanalyse te maken over de naleving van wet- en regelgeving. Hiervoor hebben wij interviews gehouden met management en andere medewerkers, gebruik gemaakt van onze algemene kennis van wet- en regelgeving, data-analyse met betrekking tot significante risico’s toegepast en de accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aandacht besteed aan naleving van de volgende wet- en regelgeving: ▪

De verslaggevingsregels.

▪

Het wettelijk kader zoals beschreven in het onderwijsaccountantsprotocol.

▪

De WNT.

Wij hebben geen aanwijzingen voor overtreding van wet- en regelgeving binnen uw organisatie geconstateerd. Wij wijzen u erop dat met de wijziging van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs van februari 2022 een wettelijke verplichting is ontstaan het jaarverslag openbaar te maken. De regeling gaat in met terugwerkende kracht waardoor u het jaarverslag 2021 al dient openbaar te maken. Openbaarmaking kan gebeuren door het plaatsen van uw jaarverslag op uw website. Door deze wijziging krijgt de onderwijsinspectie een juridische basis om toezicht hierop uit te oefenen. Het niet publiceren van het jaarverslag kan leiden tot boetes door de onderwijsinspectie aan de onderwijsinstelling. Fraude Het management heeft verder aangegeven niet bekend te zijn met (geruchten van) fraude. De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en ontdekken van fraude en het naleven van wet- en regelgeving berust zowel bij het bestuur en de intern toezichthouder als bij het management. Onze controlewerkzaamheden zijn niet specifiek gericht op het ontdekken van mogelijke onregelmatigheden, waaronder fraude. Als wij hiernaar een specifiek onderzoek hadden ingesteld, hadden we mogelijk kennis verkregen over aanvullende zaken die wij zouden moeten rapporteren.

Onze controlewerkzaamheden bestaan uit de volgens Standaard 240 en 250 vereiste werkzaamheden, zoals het verzamelen van informatie met het oog op het vaststellen van en reageren op het risico van fraude en het uitvoeren van werkzaamheden gericht op het risico van het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het management. Specifieke werkzaamheden zijn onder meer: ▪

Bespreking met het bestuur over het risico van fraude.

▪

Evaluatie van de impact van de door het management ingevoerde beheersmaatregelen ter beperking van geïdentificeerde fraude risico’s.

▪

Beoordelen van schattingen op vooringenomenheid.

▪

Toetsen van handmatige journaalposten en overige aanpassingen, met ondersteuning van data-analyse.

▪

Het evalueren van significant ongebruikelijke transacties.

Wij hebben op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden geen aanwijzingen voor gevallen van materiële fraude.

905417300/WS/1154

16

Frauderesponsplan en frauderisicobeheersing De Werkgroep Fraude van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisaties voor Accountants) heeft begin maart 2022 twee brochures uitgebracht. De eerste brochure bevat handvaten voor toezichthouders en bestuurders voor het opstellen van een frauderesponsplan en de tweede brochure geeft elf aanbevelingen voor bestuurders en toezichthouders ten aanzien van frauderisicobeheersing. Deze aanbevelingen kunt u gebruiken om verdere invulling te geven aan risicobeheersing, preventie en detectie van fraude en corruptie binnen uw instelling.

905417300/WS/1154

17

5. Administratieve organisatie en interne beheersing Als onderdeel van de jaarrekeningcontrole hebben wij gekeken naar uw administratieve organisatie en de interne beheersing, voor zover dit van belang is voor de controle op de jaarrekening. Op grond van onze werkzaamheden hebben wij geen relevante tekortkomingen geconstateerd die rechtstreeks invloed hebben op de strekking van onze controleverklaring. Status

Aandachtsgebieden

Conclusie en aanbeveling

Personeelsproces

Het personeelsproces voldoet aan de te stellen eisen. Wij hebben in 2021 geconstateerd dat voor twee medewerkers bij aanpassing van de aanstelling alsnog een verklaring omtrent gedrag is aangeleverd ná de datum van indiensttreding.

Planning en control cyclus

Het proces administratie en verslaglegging voldoet aan de te stellen eisen. De informatiewaarde van GGH is met name gericht op financiële informatie en niet zozeer op nietfinanciële informatie. Wij adviseren u om in de rapportages ook rekening te houden met niet-financiële risico’s. Ook adviseren wij u om in overweging te nemen de control functie in de organisatie te positioneren. Het proces inkoop en betalingsproces voldoet aan de te stellen eisen. Wel vragen wij uw aandacht voor het tijdig intrekken van procuraties, wanneer medewerkers uw organisatie verlaten.

Inkoop en betalingsproces

De rector heeft zowel zelfstandige betalingsbevoegdheid als rechten tot het aanpassen van de crediteurenstamgegevens. Ons advies is om de rechten in de crediteurenstamgegevens in te trekken. Dit zorgt namelijk voor een risico op onrechtmatige uitstroom van middelen. Ook adviseren wij u om de controlewerkzaamheden in het inkoopproces expliciet vast te leggen in het handboek AO/IB.

Rechtmatigheid

Automatisering

905417300/WS/1154

Het beleid inzake Europese en nationale aanbesteding voldoet aan de te stellen.

Wij adviseren u om maandelijks te beoordelen of de rechtenstructuur nog in lijn ligt met de gewenste inrichting van autorisaties in Asperion.

18

De opvolging van deze aandachtspunten wordt bij onze volgende interim-controle beoordeeld en wanneer hiervoor aanleiding is, rapporteren wij hierover. Statuslegenda

De maatregelen voldoen aan de te stellen eisen om de beheersingsdoelstellingen met een redelijke mate van zekerheid te waarborgen. De maatregelen voldoen gedeeltelijk, maar de risico’s die ermee samenhangen, vormen geen directe bedreiging voor de bedrijfsprocessen. De maatregelen voldoen niet. De risico’s die hiermee samenhangen, kunnen een bedreiging (gaan) vormen voor de bedrijfsprocessen.

905417300/WS/1154

19

6. Bestede uren en budget De volgende honoraria excl. btw zijn besteed door Flynth. 2021 besteed Controle jaarrekening incl. bekostiging

33.450

Verslag van bevindingen inzake VOG’s

2021 budget 22.135

2020 werkelijk 24.235

750

Fiscale adviezen Overige assurance diensten ** Totaal honorarium

905417300/WS/1154

33.450

22.885

24.235

20

Bijlage 1: Formele aspecten van de controle 1.

De controleopdracht

Wij hebben de jaarrekeningcontrole uitgevoerd om een oordeel te geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen per 31 december 2021 en van het resultaat over 2021 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In de controleopdracht is ook begrepen dat wij het door het management opgestelde bestuursverslag beoordelen. Wij hebben beoordeeld: ▪

of het bestuursverslag alle verplichte elementen bevat (aanwezigheidstoets);

▪

of het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening (consistentietoets);

▪

of het bestuursverslag, in het licht van de tijdens onze controle verkregen kennis en begrip van uw organisatie en haar omgeving, geen materiële onjuistheden bevat.

1.1

Geautomatiseerde gegevensverwerking

Op grond van artikel 2:393 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek rapporteren wij onze bevindingen over de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking. Hiervoor hebben wij in het kader van de jaarrekeningcontrole de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking beoordeeld. Voor specifieke bevindingen verwijzen wij naar hoofdstuk 5. Wij zijn van mening dat er voldoende maatregelen zijn getroffen om de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking en informatievoorziening te waarborgen voor de door ons onderzochte systemen.

1.2

Gebeurtenissen na balansdatum

In de jaarrekening is geen toelichting opgenomen voor gebeurtenissen na balansdatum. Wij hebben geen kennis van gebeurtenissen na balansdatum die toegelicht zouden moeten worden.

2.

Continuïteitsparagraaf

In het bestuursverslag dient u inzicht te geven in het voorgenomen beleid in de jaren volgend op het verslagjaar en de verwachte gevolgen daarvan voor uw financiële positie. Dit wordt vastgelegd in de continuïteitsparagraaf, waarbij een aantal verplichte elementen moeten worden opgenomen die zijn voorgeschreven in de RJO. De accountant toetst deze elementen. Ook dient de accountant te toetsen of de meerjarenbegroting in de continuïteitsparagraaf is ontleend aan uw planning- en controlcyclus. Tot slot stellen wij vast dat de meerjarenbegroting is goedgekeurd door het toezichthoudend orgaan. Bij afwijkingen melden wij dit in een verslag van bevindingen aan OCW. Wij hebben vastgesteld dat de continuïteitsparagraaf in het bestuursverslag voldoet aan de bovengenoemde vereisten.

Continuïteitsveronderstellingen Als onderdeel van onze werkzaamheden maken wij een inschatting over de continuïteit van de instelling (gedurende maximaal 12 maanden na afgifte van de onze controleverklaring). Wij hebben bij de controle van de jaarrekening geen omstandigheden of gebeurtenissen geïdentificeerd die leiden tot een materiële onzekerheid over de continuïteitsveronderstelling. Naar onze mening zijn op grond van de huidige financiële- en vermogenspositie de door het management gehanteerde financiële verwachtingen aanvaardbaar.

Bijlage bij accountantsverslag 2021

21

3.

Onze onafhankelijkheid

De onafhankelijkheid van de leden van het controleteam hebben wij gedurende de controleopdracht gewaarborgd. Onze voorschriften over de onafhankelijkheid zijn door de Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants (www.nba.nl) opgenomen in de "Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten"(ViO). Ze vormen een belangrijk onderdeel van het normenkader waaraan een accountant moet voldoen. Als wij bedreigingen voor onze onafhankelijkheid onderkennen, kunnen wij de controleopdracht alleen accepteren als wij toereikende waarborgen treffen tegen deze bedreigingen. Een bedreiging kan bijvoorbeeld voortkomen uit een samenloop van verschillende diensten die Flynth aan u verleent. Op grond van de door ons getroffen maatregelen en de communicatie hierover is onze onafhankelijkheid voldoende gewaarborgd.

4.

Financiële rechtmatigheid

In onze controleverklaring geven wij ook een oordeel over de financiële rechtmatigheid van verantwoorde baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening. Het ministerie van OCW en de Inspectie van het Onderwijs stellen jaarlijks een onderwijsaccountantsprotocol op. Hierin worden eisen gesteld aan de reikwijdte en diepgang van de accountantscontrole, onder andere op het gebied van financiële rechtmatigheid. In het onderwijsaccountantsprotocol is ook een rapportagetolerantie opgenomen. De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden aan OCW in een verslag van bevindingen. Voor alle in het onderwijsaccountantsprotocol genoemde onderwerpen geldt een standaard rapportagetolerantie van 0,1% van de rijksbijdragen, zoals in de vorige paragraaf is beschreven. Voor een aantal onderwerpen gelden in overeenstemming met het onderwijsaccountantsprotocol specifieke controletoleranties (CT) en rapportagetoleranties (RT). Dit betreffen de volgende onderwerpen: 1.

Naleving van het Kader Financiële Rechtmatigheid In de bijlage bij het onderwijsaccountantsprotocol is een kader met wet- en regelgeving over de financiële rechtmatigheid opgenomen. In dit kader staat de wet- en regelgeving uiteengezet, die wij als accountant moeten toetsen (het toetsingskader).

2.

Afhandelingscorrespondentie voorgaande jaren Jaarlijks ontvangt u van de Inspectie van het Onderwijs afhandelingscorrespondentie van de jaarrekening van voorgaand jaar. In deze brief staan aanwijzingen en/of correcties die dienen te worden opgevolgd door een instelling. Wij dienen vast te stellen dat deze aanwijzingen zijn verwerkt en/of de correcties zijn opgevolgd. Indien deze niet zijn opgevolgd of verwerkt, dan nemen wij dit op in een verslag van bevindingen.

3.

Geoormerkte rijkssubsidies Alle aanvullende subsidies van OCW zijn in de jaarrekening verantwoord en verder gespecificeerd in model G. Hierbij is een onderscheid gemaakt in G1 en G2 subsidies. Voor G1 subsidies geldt dat deze apart dienen te worden toegelicht, maar dat er geen oormerk voor de besteding geldt. Daardoor is er ook geen sprake van een terugbetalingsverplichting. Subsidies met een oormerk worden verantwoord in rubriek G2. Voor deze subsidies geldt een specifieke controletolerantie. Wij dienen door aanvullende gegevensgerichte werkzaamheden vast te stellen dat de subsidie conform de geldende subsidievoorwaarden is besteed. Bij het onderwijsaccountantsprotocol wordt jaarlijks een overzicht wet- en regelgeving gepubliceerd. In dit overzicht is opgenomen welke subsidies minimaal in model G verantwoord dienen te worden. Dit overzicht is echter niet limitatief, de geldende subsidieregelingen zijn leidend.

4.

Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW De ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’ stelt eisen met betrekking tot het risicomijdend beleggen en lenen en stelt bovendien eisen aan de administratieve organisatie en interne beheersing van uw treasurybeheer.

Bijlage bij accountantsverslag 2021

22

5.

De opgave van de topinkomens De Wet Normering Topinkomens (WNT) legt beperkingen op aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Voor onderwijsinstellingen gelden sectorale bezoldigingsmaxima. Een nadere beschrijving van ontwikkelingen op het gebied van de WNT is opgenomen in bijlage 2. In het kader van de controle 2021 maken wij gebruik van het door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestelde Controleprotocol WNT 2021. De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het bepalen van het toepasselijke bezoldigingsmaximum (de bezoldigingsklassen). In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij geen controlewerkzaamheden verricht op gegevens in de WNT-verantwoording, of het ontbreken daarvan, op grond van de anticumulatiebepaling van artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 onderdeel j Uitvoeringsregeling WNT. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT plichtige instellingen alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

6.

Verklaringen omtrent gedrag Op grond van het onderwijsaccountantsprotocol hebben wij vastgesteld of voor alle personeelsleden, waarvoor dit wettelijk vereist is, een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aanwezig is én of deze tijdig is ontvangen. Indien een VOG niet aanwezig is of niet tijdig is ontvangen, brengen wij een verslag van bevindingen uit.

7.

Naleving van de Europese aanbestedingswetgeving De Europese aanbestedingswetgeving maakt onderdeel uit van het rechtmatigheidskader. Voor het boekjaar 2021 geldt voor diensten en leveringen een drempel van 214.000 euro (exclusief omzetbelasting) en voor werken geldt een drempel van 5.350.000 euro (exclusief omzetbelasting).

8.

Beleid voor de nationale aanbestedingswet Wij dienen vast te stellen dat de AO/IB rondom de nationale aanbestedingen zijn vastgelegd in een procedure (het inkoopbeleid of het aanbestedingsbeleid). Indien er geen procedure is, dan melden wij dit aan het toezichthoudend orgaan van de instelling.

5.

Kengetallen

Solvabiliteit De solvabiliteit is de mate waarin een onderwijsinstelling kan voldoen aan haar financiële verplichtingen aan de verschaffers van vreemd vermogen in geval van liquidatie.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen om ook bij onverwachte tegenvallers de activiteiten te kunnen voortzetten. OCW heeft hiervoor signaleringsgrenzen ontwikkeld om de financiële positie te duiden. Als het kengetal van een onderwijsinstelling onder deze signaleringsgrens ligt is de financiële situatie zorgelijk.

Liquiditeit De liquiditeitspositie geeft inzicht in de mate waarin een onderwijsinstelling aan haar korte termijn betalingen kan voldoen.

Huisvestingsratio De verhouding van de lasten voor huisvesting ten opzichte van de totale lasten.

Personele lasten / totale lasten De verhouding tussen de personele lasten en de totale lasten.

Rentabiliteit De verhouding tussen het totale resultaat en de totale baten.

Normatieve publiek eigen vermogen (0,5 × aanschafwaarde gebouwen × 1,27) + boekwaarde resterende materiële vaste activa + (omvangafhankelijke rekenfactor × totale baten)

Bijlage bij accountantsverslag 2021

23

Bijlage 2: Actualiteiten die uw aandacht verdienen Algemene onderwijsontwikkelingen Inleiding

Onderwijs heeft een rekenhulp ontwikkeld om te bepalen is wat de signaleringswaarde is.

Deze bijlage bevat een selectie van onderwerpen waaronder algemene onderwijsontwikkelingen, verslaggevingsitems, ontwikkelingen met betrekking tot WNT, UBO-register, integrated reporting, fiscale actualiteiten, personele zaken en subsidies. Het doel van deze bijlage is u te informeren over deze actualiteiten. Ons uitgangspunt bij het schrijven van deze bijlage is de hele onderwijssector als achtergrond. Daarom zal mogelijk niet elk onderwerp voor u even relevant zijn. Wel verwachten wij dat er zeker genoeg items zijn die voor u interessant zijn om kennis van te nemen!

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/toezicht -op-financieel-beheer/toezicht-op-publiek-eigenvermogen/rekenhulp-signaleringswaarde

Signalering bovenmatige reserves De kamerbrief financiële positie van het onderwijs 2020 laat weliswaar een lichte afname van de reserves zien en een afname van het aantal besturen met een bovenmatig vermogen van 883 naar 759 in 2020. Het volgens de inspectie totaal (mogelijk) bovenmatig eigen vermogen ultimo 2020 is nog 1,14 miljard euro. Om te bepalen hoeveel eigen vermogen een onderwijsinstelling nodig heeft voor een gezonde bedrijfsvoering, en wanneer het te veel is, hanteert de Inspectie van het Onderwijs vanaf 2020 de signaleringswaarde voor ‘het normatieve publieke eigen vermogen’. De signaleringswaarde is vormgegeven middels een formule die het normatieve publieke eigen vermogen per bestuur berekend. De uitkomst van de formule hebben wij opgenomen in ons accountantsverslag en de berekeningswijze in bijlage I onder hoofdstuk 5 “kengetallen”. Indien uw publieke eigen vermogen in de jaarrekening hoger is dan de signaleringswaarde, dan is er mogelijk sprake van een bovenmatig publiek eigen vermogen. Belangrijk hierin is dat de Inspectie benadrukt dat het normatieve publieke vermogen geen harde norm is, maar een startpunt voor gesprek. Daar waar besturen een goede reden hebben om tijdelijk meer vermogen aan te houden, zal de Inspectie kijken naar of en hoe dit wordt besteed als onderdeel van de doelmatigheid.

Mocht een goede reden ontbreken, dan zal het bestuur aan de Inspectie moeten communiceren hoe het vermogen afgebouwd gaat worden, zodat de Inspectie dit kan monitoren. De onderbouwing van de reserves is een vast onderdeel van de verantwoording door besturen. In het bestuursverslag neemt u, in geval van bovenmatige reserves, een toelichting op hoe en wanneer het bestuur deze reserves zal gaan inzetten. Vanaf 2024 krijgt de Inspectie de mogelijkheid om te handhaven als een bestuur zijn reserves over verslagjaar 2023 niet goed kan verantwoorden. De wettelijke kaders hiervoor moeten nog worden uitgewerkt. De Inspectie van het

Bijlage bij accountantsverslag 2021

Onze visie op de signaleringswaarde: ▪

Er is nu één kengetal voor de gehele sector met het risico dat dit kengetal niet altijd passend is voor een individuele instelling. Hier dient aandacht voor te zijn vanuit de Inspectie.

▪

De signaleringswaarde zou het startpunt van een gesprek met de Inspectie moeten zijn en niet het eindpunt.

▪

Lumpsum systematiek moet prevaleren, het mag niet leiden tot terugvordering via een simpel rekenmodel.

▪

De signaleringswaarde kan pas goed werken als de onvoorspelbaarheid en complexiteit van de overheidsbekostiging wordt beperkt.

Wij adviseren u om de ontwikkeling van uw publiek vermogen als gevolg van uw strategische doelen, maatschappelijke context en risico’s in financiële zin te kwantificeren. Handvatten hiervoor zijn uw beleidsrijks meerjarenbegroting en kwantificering van de gevolgen van risico’s in een risicoscan noodzakelijk buffer vermogen.

Nieuwe kengetallen onderwijs De Inspectie van het Onderwijs heeft een nieuwe set kengetallen voor risico indicatoren ter detectie van het risico voor financiële continuïteit gepubliceerd. De signaleringswaarde bij liquiditeit is afhankelijk van de omvang van een schoolbestuur. De signaleringswaarde is komen te vervallen bij de kengetallen rentabiliteit, weerstandsvermogen en huisvestingsratio. De aangepaste set kengetallen hanteert de Inspectie voor de beoordeling van de jaarverslagen 2020 van besturen en onderwijsinstellingen en vervangt de eerdere set kengetallen. De eerdere set kengetallen, zoals rentabiliteit (resultaat/ baten), huisvestingsratio en weerstandsvermogen blijven wel onderdeel uit maken van de analyses die de Inspectie uitvoert, maar blijken aldus de Inspectie een minder voorspellende waarde te hebben. Wel staat het bestuur vrij om evenals voorgaande jaren in het bestuursverslag om ook over deze kengetallen te rapporteren.

24

Liquiditeit

Klein: minder dan 1,5 Middel: minder dan 1,0 Groot: minder dan 0,75

Solvabiliteit 2

< 0,3

Absolute omvang liquide middelen

Funderend onderwijs: € 100.000 MBO en HO: € 2 miljoen

Toelichting klein, middel en groot bij liquiditeit: Klein: besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen Middel: totale baten tussen € 3 en € 12 miljoen Groot: totale baten meer dan € 12 miljoen

Nationaal Programma onderwijs (PO/VO) Aanvullende NPO-middelen worden toegekend als lumpsum-bedragen. Hierdoor moeten de middelen volledig als baten worden verantwoord in het jaar waarin ze worden toegekend. Voor het VO betekent dit dat het hele bedrag dat in november 2021 wordt uitbetaald als baten in 2021 moet worden verantwoord. Het is niet toegestaan het niet uitgegeven deel van deze baten als nog te besteden subsidie op de balans op te nemen.

In de huidige schooljaarbekostiging krijgt een schoolbestuur in de periode aug – dec minder dan 5/12 deel van de totale bekostiging uitgekeerd. Dit wordt vervolgens in de periode jan – juli gecompenseerd. Als gevolg van het verschil in dit betaalritme heeft elk schoolbestuur in het PO ultimo boekjaar een vordering op OCW op de balans staan. Door de genoemde overgang zal het inhaaleffect in de eerste 7 maanden van 2023 niet meer plaatsvinden. Als gevolg hiervan is er geen grondslag meer om de vordering op te nemen in de eindbalans 2022. De vordering zal daarom in 2022 afgebouwd moeten worden naar nihil. Een eerdere afbouw in 2021 is overigens niet toegestaan. Deze aanpassing leidt daardoor tot een lagere vermogenspositie bij schoolbesturen. Wanneer besturen hierdoor onder de signaleringswaarden voor continuïteit komen, dan heeft OCW de Inspectie verzocht daar coulant mee om te gaan. De Inspectie heeft aangegeven dat besturen niet in het continuïteitstoezicht zullen worden betrokken indien in het jaarverslag 2022 (en de komende drie jaren) een of meerdere kengetallen onder de signaleringswaarde liggen als gevolg van slechts het vervallen van de ‘vordering OCW’. In die gevallen zal er dus ook geen sprake zijn van gesprekken met het bestuur of een eventueel herstel- of verbetertraject.

De verantwoording van de besteding van de NPOmiddelen is aangemerkt als maatschappelijk thema. Dit betekent dat u in het bestuursverslag specifiek verantwoording hierover moet afleggen. De verantwoording dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. Ook dient via XBRL per brinnummer aangegeven te worden voor welke categorieën interventies uit de menukaart de middelen zijn ingezet. Het XBRL portaal zal hiervoor worden uitgebreid ten behoeve van de NPO-verantwoording.

Verwerking subsidies via penvoerder

Om intern de besteding van de middelen te volgen, heeft het bestuur de mogelijkheid om van een bestemmingsreserve te vormen. Het niet bestede deel van de NPO-gelden en/of de omvang van de NPOinvesteringen in vaste activa kunnen in deze bestemmingsreserve worden opgenomen. Bestedingen en afschrijvingskosten die in de toekomst nog worden gedaan worden dan via de resultaatverdeling ten laste van deze bestemmingsreserve gebracht. Op deze manier blijft inzichtelijk welk deel van de gelden nog besteed kunnen worden. Daarnaast kan het ook behulpzaam zijn om te laten zien op welke manier de omvang van het eigen vermogen tot stand is gekomen.

Inkomsten uit een subsidie die dienen ter dekking van eigen bestedingen van de penvoerder worden door de penvoerder in de eigen staat van baten en lasten verwerkt. Subsidiebedragen die aan andere instellingen worden overgedragen, worden niet in de staat van baten en lasten van de penvoerder verwerkt. Deze verlopen alleen via de balans van de penvoerder. Wel wordt de verantwoording van de totale subsidie en alle bestedingen in Model G van de penvoerder opgenomen.

Omdat de NPO-middelen ineens zijn toegekend aan de onderwijsinstellingen, is de verwachting dat deze middelen vaak niet in hetzelfde boekjaar worden besteed als ze worden ontvangen. Hierdoor zullen ook in 2021 soms fors hogere exploitatieoverschotten ontstaan dan was begroot. Vanwege de politieke aandacht voor vermogensvorming in het onderwijs is het verstandig om inzicht te geven in het ontstaan van deze vermogens.

Vordering Op OCW PO Door de vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs gaat de personele bekostiging per 1 januari 2023 van schooljaarbekostiging naar kalenderjaarbekostiging.

Bijlage bij accountantsverslag 2021

Er is steeds vaker sprake van toekenning van subsidies aan samenwerkende onderwijsinstellingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een penvoerder. Het ministerie beschouwt de penvoerder als de instelling die integraal verantwoordelijk is voor de uitvoering en de rechtmatige besteding van de subsidie. Een instelling die subsidie via de penvoerder ontvangt, verantwoordt de subsidie niet in model G.

Verantwoordelijkheidsverdeling huisvesting De verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting is verdeeld tussen gemeente en schoolbestuur. De wetgever heeft de verdeling van verantwoordelijkheden beschreven. Nieuwbouw en uitbreiding doet de gemeente. Onderhoud en exploitatie is voor het schoolbestuur Tussentijdse kwaliteitsverbetering en renovatie wordt aan het overleg tussen gemeente en schoolbestuur gelaten. Om dit te verduidelijken is de handreiking verantwoordelijkheid huisvesting gemeente en scholen (WPO en WEC) geplaatst, waarin wetgevingen en casussen ter verduidelijking zijn opgenomen zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/20 21/11/23/verantwoordelijkheidsverdeling-huisvestingscholen In de verdeling van de verantwoordelijkheid zijn ook begrippen die voor interpretatievraagstukken zullen zorgen, waarbij nadere invulling van de begrippen aan interpretatie onderhevig kan zijn. 25

Indien er onduidelijkheid resteert dan kan de casus worden voorgelegd voor vragen over de uitleg van weten regelgeving (ico@duo.nl).

Wat al terug te zien is in de uniformiteit van de in de code opgenomen verplichtende bepalingen. 1.

onderwijsvastgoed Onderwijshuisvesting staat voor grote uitdagingen de komende jaren. De meer dan 8000 onderwijs locaties in Nederland moeten voldoen aan steeds hogere kwaliteitseisen zoals CO2-reductie van 49% in 2030 en een verbeterd binnen klimaat. Wij verwijzen u graag naar het rapport van het Economisch Instituut voor de bouw gepubliceerd in april 2020, waarin de uitdagingen middels praktijkvoorbeelden worden behandeld. In het kader van het klimaatakkoord heeft de VNG samen met de PO-Raad en de VO-raad een routekaart opgesteld. Deze routekaart is de onderlegger voor een structurele aanpak van de kwaliteit en energieprestaties in de onderwijshuisvesting. Er komt een wettelijke verplichting voor gemeenten om samen met schoolbesturen in het PO en VO een toekomstbestendig Integraal Huisvestingsplan Onderwijs op te stellen. In de startnotitie van Ruimte OK https://www.scholenopkoersnaar2030.nl/sites/default/fil es/2020-10/RuimteOK_huisvestingsplan_onderwijs_0.pdf zijn handvaten opgenomen om gezamenlijk tot een toekomstbestendige onderwijsvoorziening te komen.

2.

3.

Vanuit Flynth zien wij dit als een extra reden voor besturen om een integraal huisvestingsplan op te stellen en zo inzicht te verwerven in de eigen uitdagingen voor het vastgoed.

Voor het primair onderwijs is de code goed bestuur herzien en per 1 januari 2021 van toepassing https://www.poraad.nl/system/files/code_goed_bestuur_ 0.pdf. De code is opgebouwd uit vier principes: ▪

Het bestuur zorgt voor goed onderwijs aan alle kinderen.

▪

Het bestuur werkt voortdurend in verbinding met de maatschappelijke context.

▪

Het bestuur werkt actief aan de professionaliteit van de organisatie en van zichzelf.

▪

Het bestuur werkt integer en transparant.

PO: Een lid van het schoolbestuur kan niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder vervullen bij een andere onderwijsorganisatie in dezelfde sector. Een lid van het schoolbestuur kan ook niet tegelijkertijd de functie van toezichthouder vervullen bij een organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied. VO: Een bestuurder in het voortgezet onderwijs kan niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder vervullen bij een onderwijsorganisatie binnen de onderwijssector VO, niet zijnde een samenwerkingsverband voor passend onderwijs.

Governance codes onderwijs Afhankelijk van de onderwijssector waar een instellingen onder valt en de lidmaatschappen van de individuele schoolbesturen, zoals VTOI-NVTK zijn codes voor goed bestuur van toepassing voor het bestuur en het intern toezicht. In de codes zijn onder andere verplichtende bepalingen opgenomen die volgens het pas toe of leg uit principe moeten worden gevolgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=47b863d1-98be-49fd-819e-47eba1dc8289