Bijlage 2 - Rapport Synarchis (openbaar - scan)
Tekst van het document
synarchis
synarchis Inhoudsopgave 1.
Situatieschets en opdracht
1
2.
Huidige situatie
2
2.1
Aanbod
2
2.1.1
Voorzieningen
2
2.1.2
Activiteiten
2
2.2
Concurrentie
3
2.3
Bezoek, bezetting en animo
4
2.4
Openstelling
5
3.
Richting de toekomst
7
3.1
Oud en nieuw
7
3.2
Trends en ontwikkelingen
7
3.2.1
Demografie
7
3.2.2
Concurrentie
8
3.2.3
Invloed op zwembehoefte
8
3.3
Gemeentelijk beleid
8
3.4
Resultaten gesprekken
8
3.5
Referentiebezoeken
9
3.6
Bouwstenen voor scenario’s
9
3.6.1
Type zwemwater
9
3.6.2
Toekomstige zwembehoefte
10
3.6.3
Benodigd zwemwateraanbod
11
3.6.4
Faciliteiten
11
4.
Scenario’s
12
4.1
Scenario 1
12
4.2
Scenario 2
13
4.3
Scenario 3
14
4.4
Scenario 4
15
4.5
Stichtingskostenraming
16
4.6 4.7
Bezoekraming Exploitatieraming
17
4.8
Mogelijke aanvullende voorzieningen
19
4.8.1
Whirlpool
19
4.8.2
Peuterbad
19
4.8.3
Springplank
19
4.8.4
Financieel
19
4.9
Theater/studio zwemconcept
20
5.
Vergelijking scenario’s
22
Bijlage 1
Zwemvoorzieningen in de omgeving
Bijlage 2
Demografische prognose gemeente Hilversum
Bijlage 3 Wensenlijst nieuw zwembad
18
ii iii
Bijlage 4
Stichtingskostenraming scenario’s
v
Bijlage 5
Exploitatieraming scenario’s
vi
synarchis 1.
Situatieschets en opdracht
In verband met de verouderde staat van het huidige gemeentelijke zwembad De Lieberg heeft de gemeente Hilversum een onderzoek naar mogelijke toekomstconfiguraties laten uitvoeren. Op basis daarvan heeft de gemeenteraad 4 maart 2020 het besluit genomen om de toekomstvisie op het zwembad als volgt vast te stellen: > ter vervanging van zwembad De Lieberg wordt een nieuw zwembad gebouwd; •> het Arenapark wordt aangewezen als voorkeurslocatie; > het nieuwe zwembad wordt primair ontworpen voor sport, bewegen en gezondheid, door ruimte te bieden aan: zwemlessen, doeigroepactiviteiten, banen zwemmen en de activiteiten van verenigingen zoals De Robben, Torpedo en OSVH; •> zodra het nieuwe zwembad in gebruik is genomen, wordt zwembad De Lieberg gesloten en herontwikkeld. Concreet betekent dit dat de gemeente verder kan met de planvorming voor een nieuw zwembad op het Arenapark. De eerste stap hierin is het vaststellen van de configuratie van het zwembad. Met het raadsbesluit zijn de kaders vastgesteld: het zal een functioneel bad worden, gericht op sport en bewegen. Dit betekent vooral dat er geen specifiek recreatiebad en/of recreatieve voorzieningen (zoals een glijbaan) worden opgenomen. In het zojuist vermelde onderzoek zijn mogelijke configuraties uitge werkt. Dit geeft richting, maar er is meer onderzoek nodig om de definitieve configuratie vast te stellen.
Nadat er een besluit over de definitieve configuratie is genomen, dient dat verder te worden uitgewerkt in een ruimtelijk en technisch/functioneel Programma van Eisen (PvE), waarmee het ontwerpproces kan worden gestart. Dat proces wordt integraal opgepakt met het project Arenapark en de sportvoorzieningen die in het masterplan Arenapark zijn opgenomen, zoals een atletiekhal, een extreme-sports’ hal en meerdere gymzalen. Kort samengevat omvat de opdracht de volgende elementen: 1. het op basis van door de raad vastgestelde kaders komen tot vaststelling van de configuratie van het nieuwe zwembad; 2. het vervolgens uitwerken van die configuratie tot een Programma van Eisen, dat past bij Hilversum, toekomstbestendig is en waarmee het ontwerpproces kan worden gestart.
svnarchis 2.
Huidige situatie
2.1
Aanbod
2.1.1
Voorzieningen
Het huidige zwembad De Lieberg biedt de volgende voorzieningen; + een wedstrijdbad van 25 x 16,51 meter (zes banen) met een diepte van 2,10 tot 3,70 meter, een springplank en een watertemperatuur van 26,5 graden; •> een doelgroepenbad van 24,1 x 10 meter met een gedeeltelijk beweegbare bodem (11 x 10 meter, klep: 3,0 meter), een maximale diepte van 1,40 meter (1,20 meter ter plaatse van de beweegbare bodem) en een watertemperatuur van 31 graden; + een whirlpool; > een zonnebank;
•> een tribune voor 150 personen; > een horecavoorziening (exploitatie door derden, los van zwembad exploitatie);
+ een verenigingsruimte, die door HZC De Robben wordt gehuurd. Met dit voorzieningenaanbod is het bad prima geschikt voor banen zwemmen, doelgroepactiviteiten, les zwemmen en gebruik door scholen, verenigingen en andere organisaties. Omdat het bad nauwelijks specifieke recreatieve voorzieningen biedt, richt het zich minder op het vrij zwemmen en familiezwemmen dan zwembaden die wel over die faciliteiten beschikken.
Afbeelding 1, Bassins huidige situatie
2.1.2
Activiteiten
In het bad vinden de volgende activiteiten plaats: + recreatief zwemmen: > banen zwemmen; > vrij zwemmen; > familiezwemmen; Het oorspronkelijke bassin was 18 meter breed. In 2006/2007 heeft een renovatie plaats gevonden, waarbij in het bassin langswanden zijn geplaatst om de afroming (wettelijke eis) te realiseren. Hierbij is de breedte tot 16,5 meter beperkt.
2
synarchis •> doelgroepactiviteiten: > aquarobics; > aquajoggen; > aquavaria; > aquabootcamp; > aquafit; > aquatherapie; > aqua9maanden; •> les zwemmen: > ABC-zwemmen; > baby- en peuterzwemmen; > zwemvaardigheid 1/2/3; > snorkelen 1/2/3; ) survival 1/2/3; > zwemles voor volwassenen. Daarnaast wordt het bad structureel door verschillende onderwijsinstellingen gebruikt, te weten: + Gooise Praktijkschool; > St. Aloysius College; + Groot Goylant; > Alberdingk Thijm College; > de Klimopschool; •> ROC van Amsterdam / MBO College Hilversum. Tevens zijn er verschillende verenigingen en andere organisaties die het bad structureel huren: •> HZC De Robben (waterpolo, ABC-zwemmen en trimzwemmen); ‘>
•> + •> •> •>
ZV Torpedo Hilversum (wedstrijdzwemmen); OSVH (onderwatersport: duiken, snorkelen, conditietraining, onderwaterhockey, onderwaterrugby); TVH (triathlon); KNZB (regionale wedstrijden); GGZ Rembrandthof; Ministerie van Defensie;
• Brandweer Hilversum; > Nike.
2.2 Concurrentie De aanwezigheid van zwemvoorzieningen in en om Hilversum heeft invloed op het huidige bezoekpotentieel van De Lieberg, alsmede dat van een toekomstig nieuw zwembad in Hilversum. Bijlage 1 toont de zwemvoorzieningen, die vanaf De Lieberg binnen 20 minuten en 20 kilometer met de auto kunnen worden bereikt. Onderzoek van Synarchis wijst uit, dat het overgrote deel van de zwembadbezoekers maximaal 15 minuten onderweg wil zijn, behalve voor zwemvoorzieningen met zeer bijzondere en grootschalige faciliteiten. Uit het overzicht blijkt dat de dichtstbijzijnde overdekte, openbare zwembaden gelegen zijn in Bussum, Baarn en Laren. Die drie baden beschikken elk over meer recreatieve faciliteiten dan De Lieberg. Daarnaast zijn er in en om Hilversum vele klein schalige instructiebaden bij zorginstellingen, private sportcentra en zwemscholen aanwezig. In de baden van Sherpa en Amer poort worden door diverse zwemscholen zwemlessen aangeboden. Dat geldt niet voor zwembad Heideheuvel dat, voor zover bekend, uitsluitend door cliënten van de zorginstelling wordt gebruikt. Ook in de baden van de private sportcentra en de zwem scholen worden vooral zwemlessen en soms doeigroepactiviteiten aangeboden. —
—
De aanwezigheid van Bosbad De Vuursche in Baarn en Sijsjesberg in Huizen is voor De Lieberg minder van belang. De Lieberg beschikt immers niet over onoverdekt zwemwater beschikt en de openluchtbaden zijn anders dan De Lieberg grotendeels —
—
3
s’. narchis op vrij zwemmen gericht. Datzelfde geldt overigens voor oppervlaktewater in de vorm van recreatieplassen en ander natuurzwemwater. Voor een deel van de inwoners van de gemeente Hilversum is De Lieberg niet het dichtstbijzijnde en snelst bereikbare openbare (overdekte) zwembad. Dat geldt vooral voor de inwoners van de Hilversumse Meent, voor wie De Zandzee om de hoek’ ligt. Daar staat tegenover, dat De Lieberg wel het dichtstbijzijnde openbare overdekte zwembad is voor een deel van de inwoners van de gemeente Wijdemeren. Op basis daarvan wordt het primaire verzorgingsgebied van De Lieberg op circa 90.000 inwo ners geraamd. Daarbij dient wel te worden opgemerkt, dat het bad vooral op het gebied van de zwemlessen aanzienlijke concurrentie van private aanbieders ondervindt en op recreatief gebied duidelijk minder te bieden heeft dan verschillende baden in de omgeving.
2.3
Bezoek, bezetting en animo
De volgende tabel toont het aantal bezoeken van De Lieberg in de afgelopen jaren. Daarbij moeten twee opmerkingen worden gemaakt: •> de bezoekcijfers van verenigingen/verhuur zijn geraamd. Zoals gebruikelijk in zwembaden worden de bezoekers van die activiteiten niet geteld, omdat huurders per uur en niet per bezoeker betalen; •> de bezoekcijfers van het les zwemmen zijn de officiële cijfers van Optisport, maar op basis van het aantal geregistreerde zwemlesklanten (787) bestaat de sterke indruk, dat die cijfers niet correct zijn. Het werkelijke aantal bezoeken is waarschij n lijk circa 10.000 hoger. Daar wordt in het vervolg van dit onderzoek dan ook mee gerekend.
2014
‘.1(1
2015
j
2017
2019
recreatief zwemmen
16.755
14.926
15.679
16.916
18.917
20.339
20.484
les zwemmen
12.763
11.565
16.739
19.635
18.087
21.081
22.112
doelgroepen
7.518
9.689
11.130
11.642
12.141
12.850
11.430
speciaal onderwijs
3.261
2.646
2.100
623
380
350
752
verenigingen/verhuur
35.000
35.000
35.000
35.000
35.000
37.000
37.000
overig
0
0
0
0
0
63
22
totaal
75.297
73.826
80.648
83.816
84.525
91.683
91.800
Tabel 1 Bezoekersaantallen De Lieberg (Bron: Optisport Hilversum BV.) Het gemiddelde aantal bezoeken per vierkante meter zwemwateroppervlak per jaar geeft aan, hoe goed een zwembad wordt bezet. Uitgaande van het gecorrigeerde aantal bezoeken en 653 m2 zwemwater, was de bezetting in 2018 en 2019: 156 be zoeken per vierkante meter. Dat is flink lager dan het landelijk gemiddelde van circa 225 voor soortgelijke overdekte zwemba den. Ook wanneer het daadwerkelijke aantal bezoeken van De Lieberg nog wat hoger is dan nu is geraamd, verandert die conclusie niet. Het zwembad biedt derhalve veel zwemwater in relatie tot het aantal bezoeken en biedt dus ook ruimte om het aantal bezoeken te verhogen. Een lage bezetting kan op hoofdlijnen twee oorzaken hebben: 1. het aantal bezoeken valt tegen in relatie tot het aantal inwoners van het verzorgingsgebied; 2. het zwembad biedt te veel zwemwater voor het aantal inwoners van het verzorgingsgebied. Het animocijfer geeft weer, hoe vaak een inwoner van het verzorgingsgebied gemiddeld jaarlijks het bad bezoekt. Het laat daarmee zien, in hoeverre het zwembad in staat is om het potentiële bezoek in daadwerkelijk bezoek om te zetten. In para graaf 2.2 wordt het verzorgingsgebied van De Lieberg op circa 90.000 inwoners geraamd.
Op basis daarvan zijn in de volgende tabel de animocijfers weergegeven (inclusief correctie bij het les zwemmen) en met de landelijke cijfers voor dit soort zwemba den vergeleken.
4
synarchis animocijfers recreatief zwemmen les zwemmen doelgroepen speciaal onderwijs verenigingen/verhuur overig totaal
1
0,35 0,14
0,36 0,13
0,00 0,41 0,00
0,01 0,41 0,00
landelijk 1,5 2,0 0,5 0,7 0,3-0,5 0,0 0,6 0,8 0,0
1,13
1,13
2,9-4,0
]2018 0,23
.
0,23
-
-
-
Tabel 2, Animocijfers De Lieberg
Uit de tabel blijkt dat het aantal bezoeken tegenvalt in relatie tot het aantal inwoners van het verzorgingsgebied. Dat komt vooral door het lage bezoek van recreatief zwemmen. Weliswaar beschikt De Lieberg nauwelijks over specifieke recreatieve voorzie ningen en mag daarom een wat lager animocijfer worden verwacht, maar dat betekent niet dat er niet recreatief gezwommen kan worden. In de bassins die het bad wèl heeft, kan men immers wel degelijk vrij zwemmen. Bovendien valt het bezoek van banen zwemmen ook onder het recreatief zwemmen en daarvoor is De Lieberg prima geschikt. Het bezoek van les zwemmen, doelgroepen en verenigingen/verhuur is ook lager dan de landelijke cijfers. Wat betreft het les zwemmen vormt de concurrentie van met name zwemscholen en andere private zwemlesaanbieders een gedeeltelijke verkla ring. Factoren die in algemene zin een negatieve invloed op het bezoek van De Lieberg hebben, zijn de niet optimale uitstraling, zichtbaarheid, ligging en bereikbaarheid (inclusief parkeervoorzieningen) van het zwembad. Een onderzoek naar andere mo gelijke oorzaken, zoals de klantvriendelijkheid en deskundigheid van het personeel, de hygiëne, de hoogte van de tarieven en sociaal-economische en sociaal-culturele kenmerken van de bevolking, valt buiten het bestek van dit onderzoek.
Kortom: het lage aantal bezoeken per vierkante meter zwemwater wordt door een laag animocijfer en niet door een te ruim zwemwateraanbod veroorzaakt. Sterker nog: De Lieberg biedt juist relatief weinig zwemwater voor het aantal inwoners van het verzorgingsgebied. Als het bad een bezoek, overeenkomstig een animocijfer van 3,45 (landelijk gemiddelde) zou hebben, past dat namelijk niet volledig in het bad2 .Dat betekent dat het puur op basis van de beschikbare capaciteit, die gezien in verhouding tot het aantal inwoners beperkt is, vrij eenvoudig zou moeten zijn om een hoge bezetting te realiseren. Dit gebeurt echter niet: het huidige bad biedt nog voldoende ruimte voor uitbreiding van het aantal bezoeken, ook al is het voor Hilversum aan de kleine kant.
2.4 Openstelling Uit het reguliere weekrooster blijkt, dat op de doordeweekse dagen vooral het wedstrijdbad gedurende een groot deel van de dag wordt gebruikt. Dat geldt zeker vanaf de namiddag, maar ook in de ochtenduren en de vroege middag is het bad veelal in gebruik voor banen zwemmen, doelgroepactiviteiten, of zwemmen door scholen en andere huurders. De ruimte voor extra activiteiten in het bad bevindt zich met name ‘s ochtends, in de vroege middag en de latere avond. In het doelgroepenbad is duidelijk meer ruimte voor extra activiteiten aanwezig, zij het ook daar voornamelijk op de minder populaire momenten. Dit betekent niet dat het slechts in beperkte mate mogelijk is om het aantal bezoeken te verhogen. De bezetting van het bad is immers laag. Dat heeft te maken met het feit, dat een deel van de aangeboden uren minder goed wordt bezocht. Met andere woorden: binnen de bestaande uren is ruimte voor extra bezoek. Zo is het gemiddelde aantal recreatieve bezoeken per uur ongeveer 25, terwijl het landelijke cijfer voor dit soort baden 30 is. Het gemiddelde doelgroepenbezoek per uur is 15, terwijl het landelijke cijfer 20 is. Mogelijk is ook binnen de zwemlesgroepjes nog ruimte voor extra bezoek, maar bij gebrek aan exacte bezoekcijfers kan dat niet worden vastgesteld.
Binnen de verenigingsuren is volgens sommige verenigingen waarmee in het kader van dit onderzoek is gesproken nog enige ruimte voor extra bezoek aanwezig.
2
De bezetting is dan namelijk 475 bezoeken per vierkante meter zwemwater en dat is niet realistisch, want dan zitten de bezoekers ‘als haringen in een ton’.
5
s’narchis Het feit dat de bezetting van het bad laag is, er nog enige ruimte beschikbaar is voor extra activiteiten en er tijdens de bestaande uren ruimte is voor extra bezoek, betekent niet dat er geen knelpunten zijn. Zoals in de meeste overdekte zwembaden het geval is, ligt de piek van het gebruik namelijk in de namiddag en de avond. De exploitant wil dan activiteiten aanbieden, terwijl de verenigingen ook het bad willen gebruiken. In de huidige situatie wordt het wedstrijdbad op alle werkdagen, behalve de woensdag, vanaf 18.00 uur uitsluitend door verenigingen gebruikt. Zij geven echter aan behoefte te hebben aan uitbreiding van die uren. Volgens het rooster is die ruimte in beperkte mate aanwezig: op sommige avonden is namelijk geen sprake van aaneensluitend gebruik. Ook wordt het wedstrijdbad op de meeste avonden na 21.30 of 22.00 uur niet meer gebruikt. Dat is aan de vroege kant, want in andere zwembaden gebeurt dat wel.
6
synarchis 3.
Richting de toekomst
3.1
Oud en nieuw
Het huidige bezoek van De Lieberg vormt een indicatie van de toekomstige behoefte, maar geeft daarvan zeker geen compleet beeld. In de huidige situatie is immers onder andere sprake van een minder goede uitstraling, zichtbaarheid, ligging en bereik baarheid (inclusief ontbrekende parkeervoorzieningen). Bij nieuwbouw op het Arenapark kunnen deze negatieve factoren wor den weggenomen en dat is ook het uitgangspunt in dit onderzoek. Tevens kan de exploitant met een nieuw, modern bad de concurrentie met de omliggende zwemvoorzieningen beter aangaan en dus meer bezoek trekken. 3.2
Trends en ontwikkelingen
Ook wanneer niet van een oud naar een nieuw zwembad wordt overgestapt’, zijn er factoren die ervoor zorgen dat de toekom stige zwembehoefte niet gelijk is aan die van vandaag. 3.2.1
Demografie
De volgende tabel toont een samenvatting van de demografische prognose, zoals weergegeven in bijlage 2. Daaruit blijkt dat het aantal inwoners van de gemeente Hilversum in de komende 20 jaar naar verwachting met circa 5.800 toeneemt. Die stijging doet zich echter niet gelijkmatig over alle leeftijdsgroepen voor. Het aantal inwoners in alle leeftijdsgroepen tot 20 jaar groeit, terwijl bij alle leeftijdsgroepen van 20 tot 65 jaar sprake is van een afname, dan wel een vrijwel gelijkblijvende omvang. Daar entegen neemt het aantal 65-plussers sterk toe. jaar totaal
90,8
93,2
94,7
95,8 96,6 6% Otot2ojaar 20,6 21,2 22,0 22,5 23,1 12%1 20 tot 65 jaar 53,0 53,2 52,2 49,7 50,8 -6% l8,8fr 65 jaarof ouder 17,2 20,6 22,5 23,7 38% Tabel 3, Demografische ontwikkeling Gemeente Hilversum (Bron: CBS) cijfers in duizendtallen —
Naast de demografische veranderingen zijn er enkele landelijke trends, die ook invloed op de toekomstige zwembehoefte kunnen hebben: > de aandacht voor gezond leven en bewegen blijft toenemen. Dat betekent een positieve stimulans voor sportbeoefening in het algemeen. Vooral 55-plussers blijken aanzienlijk vaker deel te nemen aan sportieve activiteiten dan in het verleden. Gezien de demografische ontwikkeling in de gemeente Hilversum biedt dit kansen voor de zwembaden; •> individualisering, diversiteit en nieuwe vormen van communicatie zorgen ervoor dat maatschappelijke verbanden losser worden. Dat betekent dat sportactiviteiten steeds meer in ongeorganiseerd verband plaatsvinden. Uit cijfers van NOC*NSF blijkt, dat het aantal leden van alle sportbonden samen in de periode 2013 2018 met circa 2% is gedaald. Daar staat tegenover, dat de totale sportdeelname al enige tijd vrij stabiel is. Dat betekent dat het aandeel van de ongeorganiseerde sport toeneemt. Als sportaccommodaties hierop weten in te spelen, biedt dat een kans voor ze. Een activiteit als banen zwemmen is een voorbeeld van zwemmen in ongeorganiseerd verband; •> ondanks of wellicht dankzij de individualisering en soortgelijke ontwikkelingen is er nog steeds behoefte aan ontmoeting en sociale verbondenheid.
Zwembaden spelen hier soms op in door een plek te zijn waar men niet alleen kan sporten, maar ook ontmoeten; > in het verleden heeft menig gemeente fors in recreatieve zwembaden geïnvesteerd. Sinds de eeuwwisseling heeft echter een verschuiving van recreatief zwemmen naar begeleide activiteiten plaatsgevonden. Dat geldt zowel voor het bezoek aan zwembaden, als voor het karakter van nieuwgebouwde baden. Hierbij hebben demografische ontwikkelingen, gewenning aan recreatieve zwemvoorzieningen en uitbreiding van andersoortige recreatieve voorzieningen een rol gespeeld; > aquasporten, seniorenactiviteiten en therapeutische doelgroepactiviteiten zijn in de afgelopen jaren in Nederland populair geweest en zullen dat in de komende jaren ook blijven. Kritische succesfactoren voor een aantrekkelijk aanbod zijn in algemene zin: een hoge kwaliteit van de instructeurs, een goede hygiëne en dat de activiteiten niet alleen een sportieve, maar ook een sociale functie hebben; —
—
—
7
synarchis •> les zwemmen blijft een kerntaak van zwembaden, maar ook hieraan stellen bezoekers steeds hogere eisen. Dat betreft vooral de kwaliteit van de instructeurs en de communicatie; •> het totale aantal leden van de KNZB is tussen 2013 en 2018 met 13% gegroeid, zo blijkt uit cijfers van NOC*NSF. De verschillen in de ledenontwikkeling van individuele verenigingen zijn echter groot. In de tijdens het onderzoek met de Hil versumse verenigingen gevoerde gesprekken blijkt, dat zij het aantal te huren uren graag willen uitbreiden. Op dit moment kunnen zij naar eigen zeggen niet alle gewenste uren huren.
3.2.2
Concurrentie
Voor zover bekend zijn er in de omliggende gemeenten geen concrete plannen voor nieuwbouw en/of sluiting van een zwem bad. Wel zijn of worden er verschillende onderzoeken uitgevoerd, maar dat heeft nog niet tot besluiten geleid waarmee in het kader van dit onderzoek rekening dient te worden gehouden.
3.2.3
Invloed op zwembehoefte
De demografische en andere trends en ontwikkelingen hebben samen een sterke positieve invloed op de behoefte aan doel groepactiviteiten en een beperkte positieve invloed op de behoefte aan banen zwemmen, Vrij zwemmen, les zwemmen en zwemmen door scholen en Verenigingen.
3.3
Gemeentelijk beleid
De nota Sport en bewegen vermeldt de Volgende Hilversumse sportmissie: “In Hilversum zijn er veel mogelijkheden tot sporten en bewegen, zowel in het stedelijke gebied als in het buitengebied. Iedere Hilversummer beweegt en sport naar eigen ver mogen. De eigen buurt of wijk biedt daartoe gelegenheid, naast de diverse sportaccommodaties. Om dit te bereiken werken gemeente Hilversum, sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en individuele burgers samen.” De gemeente heeft de volgende doelstellingen benoemd: > sportverenigingen: > het sportaanbod is veilig, gevarieerd en van goede kwaliteit; > sportverenigingen zijn vitaal; > sportaccommodaties: > het sportaanbod is duurzaam; > een sportinvesteringsfonds vormt een meerwaarde; > uitbesteding van het beheer en de exploitatie van diverse sportaccommodaties is een goede optie; > sportbevordering: > sportverenigingen en anderen organiseren verbindende sport- en beweegactiviteiten; > ondersteuning van doelgroepen; > gemeente stimuleert samenwerking, kennisdeling en verbinding; > over de grenzen heen met de Gooische Spelen; > sportevenementen worden georganiseerd; •> spelen, bewegen en recreatie: > spelen, sporten en bewegen krijgt de ruimte. De gemeente heeft geen ambities met betrekking tot topsport geformuleerd en realiseert daarom ook geen topsportvoorzienin gen.
Dat blijkt ook uit het feit, dat het thema topsport geen onderdeel van het Lokaal Sportakkoord is.
3.4
Resultaten gesprekken
In een eerder stadium
—
eind 2018 en begin 2019
—
hebben diverse besprekingen met de verenigingen plaatsgevonden. De
verslagen daarvan zijn in het onderzoek meegenomen. Daarnaast zijn in het kader van dit onderzoek gesprekken gevoerd met: > HZC De Robben (circa 300 leden); •> ZV Torpedo Hilversum (circa 100 leden); > OSVH (circa 75 leden); > Optisport Hilversum B.V.
8
synarchis Naast deal in paragraaf 3.1 vermelde minder goede uitstraling, zichtbaarheid, ligging en bereikbaarheid (inclusief ontbrekende parkeervoorzieningen) van het huidige bad, zijn daarin verschillende wensen voor het nieuwe bad geuit (zie bijlage 3). Op basis daarvan zijn de belangrijkste aandachtspunten voor het nieuwe bad kort samengevat: •> meerdere bassins met verschillende afmetingen, watertemperaturen en diepten; •> de aanwezigheid van een horecaruimte; > goede faciliteiten voor de verenigingen, zowel in wateroppervlakte/-diepte als in overige ruimtes; •> aandacht voor inrichting en logistiek; •> moderne technische voorzieningen. 3.5
Referentiebezoeken Op basis van de wensen, ter inspiratie en om van de ervaringen van elders te leren, zijn verschillende geheel of gedeeltelijk vergelijkbare zwembaden bezocht. Dat heeft de volgende voor het nieuwe bad relevante inzichten opgeleverd: Jaap van der Krolbad (Nijkerk) Opvallend is de toegepaste springkuil in het wedstrijdbad in combinatie met de beweegbare bodem. Een ander opvallend aspect is de toevoeging van een whirlpool, een glijbaan, een peuterbad én een directe relatie met een buitenspeeltuin. De exploitant (Optisport) is dezelfde als thans in Hilversum en is enthousiast over het voorzieningenniveau en de mogelijkheden in Nijkerk. Zwembad Brandenburg (Blithoven) Opvallend hier is de sobere doch doelmatige zetting, waarbij de multifunctionaliteit is gewaarborgd door het systeem met twee watertemperaturen. Het is een echt verenigingsbad, waarbij toch nog doelgroepenactiviteiten en les zwemmen kunnen worden gegeven. De exploitant (SRO) is tevreden over de configuratie en de relatief lage beheerkosten. Zwembad Aquarijn (Alphen aan den Rijn) Het bad meet (35 x 25 meter) en kan door middel van een keerwand in een wedstrijdbad van 25 meter en een doelgroepenbad worden gesplitst. Een nadeel is de watertemperatuur (één temperatuur, minder wenselijk voor les zwemmen en doelgroepac tiviteiten).
Het zwembad en de exploitant (De Thermen2) zijn vooral gericht op verenigingen en zwemlessen Recreatiezwem men en doelgroepen worden meer gefaciliteerd in het andere zwembad in Alphen aan den Rijn (De Hoorn), welke eveneens door De Thermen2 wordt geëxploiteerd. Zwembad De Kuil (Bodegraven) In Bodegraven is medio juli 2020 een nieuwe zwemaccommodatie geopend, welke per 31 augustus in gebruik is genomen. Deze accommodatie wordt ook door Optisport geëxploiteerd en de grootste badwaterhuurder is BZ&PC. Die vereniging speelt in de heren- en dameswaterpolocompetitie in de 10 klasse. Het bad bestaat uit een wedstrijdbad van 25 x 15,4 meter met beweegbare bodem (10 x15,4 meter), een doelgroepenbad van 25 x 12,5 meter met een duo-bodem en een meebeweegbare hellingbaan, alsmede een peuterbad van 90 m2 met enkele speelelementen. Het bad is ook voorzien van een buitenaccommo datie met een bad van 25 x 21 meter met springkuil. Ondanks de hoge klasse waarin zowel het dames- als het herenteam (waterpolo) speelt en mogelijke promotiekansen is bewust voor een wedstrijdbad met een lengte van 25 meter gekozen. Een langer bassin had geen toegevoegde waarde voor de 10 tot 20 competitiewedstrijden op jaarbasis tegenover het ongemak voor bijvoorbeeld de wedstrijdzwemmers. 3.6
Bouwstenen voor scenario’s
Type zwemwater Op basis van de analyse in hoofdstuk 2 en het voorgaande in hoofdstuk 3 is de conclusie, dat de huidige soorten’ zwemwater ook in een nieuw bad dienen terug te keren. Daarbij gaat het om zwemwater, dat qua omvang, diepte en temperatuur geschikt is voor recreatief zwemmen, doelgroepactiviteiten, les zwemmen en gebruik door verenigingen en andere huurders. 3.6.1
9
snarchis Het nieuwe zwembad hoeft niet over specifiek recreatief zwemwater
—
gericht op vrij zwemmen
—
te beschikken. Daarbij gaat
het concreet om een recreatiebad en bijbehorende recreatieve faciliteiten als een glijbaan en een wildwaterkreek. Dat past immers niet bij de in hoofdstuk 1 vermelde kaders, die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Dat geldt zowel voor overdekt als voor onoverdekt recreatief zwemwater. In de omgeving van Hilversum zijn diverse zwembaden aanwezig, die dergelijk zwem water wel aanbieden.
3.6.2
Toekomstige zwembehoefte
Op basis van al het voorgaande in deze rapportage kan de toekomstige zwembehoefte worden geraamd. Dat gebeurt per type activiteit: •> recreatief zwemmen: deze activiteit bestaat grofweg uit vrij zwemmen (ook weleens ‘pretzwemmen’ genoemd) en banen zwemmen. Onder meer door de groei van de bevolking in de relevante leeftijdsgroepen en de realisatie van een nieuw, modern zwembad met een goede uitstraling, zichtbaarheid, ligging en bereikbaarheid, neemt de behoefte aan zwemwater voor beide soorten recreatief zwemmen toe. Het is echter niet reëel om te verwachten, dat een animocijfer van minstens 1,5 (landelijk cijfer, zie paragraaf 2.3) kan worden gerealiseerd. Het nieuwe bad zal immers niet beschikken over een spe cifiek recreatiebad en bijbehorende recreatieve faciliteiten, die voor het vrij zwemmen van belang zijn. Bovendien zijn in de directe omgeving van Hilversum meerdere baden aanwezig, die wel een dergelijk voorzieningenaanbod hebben. Wat dat betreft wordt de behoefte al ingevuld; •> les zwemmen: grotendeels om dezelfde redenen als bij het recreatief zwemmen wordt voor het les zwemmen van een toename van de behoefte uitgegaan. Een verbetering van de functionaliteit van het zwembad draagt daar ook aan bij.
Met het oog op de sterke concurrentie blijft het animocijfer desondanks net wat aan de lage kant ten opzichte van de landelijke cijfers; > doelgroepen: voor de doelgroep activiteiten wordt van een relatief sterke toename van de behoefte uitgegaan (+92% ten opzichte van 2019). De zeer sterke toename van het aantal 65-plussers speelt daarbij een belangrijke rol, net als de voor het recreatief zwemmen en les zwemmen vermelde relevante factoren. Door de stijging van de behoefte komt het animocijfer dicht in de buurt van de landelijke waarden; > speciaal onderwijs: op basis van de analyse is van een gelijkblijvend animocijfer uitgegaan. Door de toename van de be volking in de relevante leeftijden mag op een zeer beperkte toename van het bezoek worden gerekend; •> verenigingen/verhuur: gezien de ambities van de verenigingen, de groei van de bevolking en de andere reeds vermelde relevante factoren wordt een toename van de behoefte verwacht. Door de stijging van de behoefte komt het animocijfer dicht in de buurt van de landelijke waarden; ‘>
overig: dit zeer geringe bezoek in 2019 is in de overige cijfers opgenomen.
De volgende tabel toont de toekomstige zwembehoefte en geeft ook de bezoek- en animocijfers van 2019 weer, waarbij voor het les zwemmen wederom de eerder vermelde correctie is uitgevoerd. Uit de tabel blijkt dat er ten opzichte van de cijfers van 2019 een sterke toename van de behoefte wordt verwacht. Datzelfde geldt voor het animocijfer. Desondanks blijft het totale animocijfer duidelijk achter bij de landelijke waarden (2,9 —4,0). Dit komt vooral, maar niet uitsluitend, door het lage recreatieve animocijfer. Op basis van de analyse is het echter niet reëel om een nog sterkere stijging van de behoefte te verwachten, laat staan dat een animocijfer van 2,9 (circa 275.000 bezoeken) kan worden bereikt.
bezoek
animo
bezoek
animo
recreatief zwemmen
36.000
0,38
20.484
0,23
leszwemmen
46.000
0,48
32.112
0,36
doelgroepen
22.000
0,23
11.430
0,13
speciaal onderwijs
1.000
0,01
752
0,01
verenigingen/verhuur
47.000
0,49
37.000
0,41
overig
0
0,00
22
0,00
totaal
152.000
1,60
101.800
1,13
Tabel 4, Toekomstige zwembehoefte
10
synarchis 3.6.3 Benodigd zwemwateraanbod Op basis van de toekomstige zwembehoefte van 152.000 bezoeken en een bezetting rond het landelijk gemiddelde van 225 bezoeken per vierkante meter zwemwateroppervlak is grofweg 650 tot 700 m2 zwemwater nodig. Zoals eerder is aangegeven, dient de totale hoeveelheid over verschillende ‘typen’ zwemwater te worden verdeeld. Daarbij gaat het concreet om ‘wedstrijdbadwater’ en ‘doeigroepenbadwater’. Ter verduidelijking: dit zwemwater is niet alleen geschikt voor zwemwedstrijden respec tievelijk doelgroepactiviteiten, maar kan samen voor alle onderscheiden zwemactiviteiten worden gebruikt. Dat betekent dat in elk toekomstscenario beide typen badwater dienen te worden opgenomen. Zoals in hoofdstuk 4 zal blijken, kan daarbij worden gevarieerd naar onder meer de omvang van beide en de wijze waarop ze in de zwemzaal worden ondergebracht. Dat zorgt er ook voor dat in elk scenario andere accenten worden gelegd. 3.6.4 Faciliteiten Naast een wedstrijdbad en een doelgroepenbad bevat elk scenario in elk geval de volgende aanvullende faciliteiten: •> een tribune bij het wedstrijdbad (250 toeschouwers); •> een horecavoorziening, al dan niet voor meerdere functies op het Arenapark; > een verenigingsruimte, die niet over een zelfstandige horecavoorziening beschikt, maar eventueel wel met de horecavoor
ziening kan worden gecombineerd; > specifieke voorzieningen ten behoeve van de volledige toegankelijkheid van de accommodatie voor minder-validen, waar
onder één meebewegende hellingbaan bij een bassin; •> voldoende kleedruimte; > voldoende bergruimte voor de exploitant en de verenigingen; •> voldoende kantoor- en personeelsruimte. Ten behoeve van een optimaal gebruik van het zwemwater wordt verder in alle scenario’s van minstens één beweegbare bodem uitgegaan. Dat maakt het zwemwater immers beter geschikt voor verschillende activiteiten en zorgt voor een grotere mate van flexibiliteit voor de exploitant.
11
s’narchis 4
Scenario’s
4.1
Scenario 1
Scenario 1 is op het huidige aanbod van De Lieberg gebaseerd. Daarbij is het uitgangspunt de geraamde toekomstige zwembehoefte en een bij die behoefte passend aantal vierkante meters zwemwater (zie de toelichting in 3.6.3). Dat leidt tot een zwemwateroppervlak, dat niet veel van het huidige afwijkt: het wedstrijdbad wordt iets minder breed, maar behoudt zes banen en het doelgroepenbad wordt iets langer en een baan breder gemaakt. Concreet biedt scenario 1 de volgende bassins: + een wedstrijdbad van 25 x 15,4 meter (zes banen) met een vlakke vloer van 15,4 x 19 meter (2,0 meter diep) en een diep gedeelte van 15,4 x 4,5 meter (3,5 meter diep) met daartussen een schuin vlak van 15,4 x 1,5 meter; > een doelgroepenbad van 25 x 12,5 meter met een volledig beweegbare bodem (duo-bodem) en een maximale diepte van 2,0 meter.
Afbeelding 2, Bassins (schematisch) scenario Met deze twee bassins wordt een kleine 700 m2 badwater gecreëerd (697,5 m2) en is het zwembad geschikt voor recreatief zwemmen (vrij zwemmen en banen zwemmen), les zwemmen, doelgroepactiviteiten en gebruik door het speciaal onderwijs, verenigingen en andere huurders. Het brengt wel een aantal beperkingen met zich mee, waardoor het naar verwachting niet het volledige in 3.6.2 geraamde aantal bezoeken (zwembehoefte) zal realiseren. Net als in de huidige situatie is er wellicht qua bezetting voldoende zwemwater beschikbaar, maar blijven er knelpunten bestaan met betrekking tot het gebruik van het wed strijdbad in met name de vroege avonduren. De capaciteit van het wedstrijdbad wordt immers niet uitgebreid. Dat heeft vooral consequenties voor het bezoek van verenigingen/verhuur en banen zwemmen. Daarnaast is het wedstrijdbad niet voor âlle verenigingsactiviteiten geschikt: •> waterpolo: het bad is qua afmetingen geschikt voor waterpolo op het huidige niveau van het eerste team van De Robben (2 klasse). Bij promotie naar de 1e klasse heeft de KNZB echter een voorkeur voor een bad van 25 x 21 meter. Pas bij promotie naar de Eredivisie is een bad van 33 x 20,4 meter en bij voorkeur 35 x 21 meter nodig.
Scenario 1 biedt De Robben dus niet de mogelijkheid om âl haar ambities te realiseren; > onderwatersport: het bad beschikt over een gedeelte met een diepte van 3,5 meter ten behoeve van duikopleidingen en onderwaterrugby (training) en een groot vlak veld voor onderwaterhockey (trainingen en eigen interne competitie). Net als in de huidige situatie is het bad niet geschikt voor wedstrijden onderwaterhockey land plaatsvinden
—
—
welke op één centrale plaats in Neder
en ook niet voor wedstrijden onderwaterrugby (bron: NOB): 12
> een onderwaterhockeyveld meet minstens 21 x 12 meter, maar moet ook minimaal 300 m2 groot zijn. In dit scenario zou dat het geval zijn bij een veld van 21 x 15,4 meter in de lengte van het bad, maar in dat geval wordt het diepste gedeelte heel klein (2,5 x 15,4 meter bij een schuin talud, of 4,0 x 15,4 meter bij een loodrechte overgang van waterdiepte). Dat beperkt de mogelijkheden voor duikopleidingen en dergelijke. Ook is die ruimte dan te klein voor de eventuele realisatie van een springplank om aan de veiligheidseisen te kunnen voldoen; > een onderwaterrugbyveld meet minstens 12 x 8 meter en heeft een diepte van minstens 3,5 meter. Hiervoor is het diepe gedeelte van het wedstrijdbad te klein; > het kan een alternatief zijn om het wedstrijdbad volledig een diepte van 3,5 meter te geven, zodat het wel geschikt is voor wedstrijden onderwaterhockey en onderwaterrugby, maar dat wijkt af van de bestaande situatie (waarop dit sce nario is gebaseerd) en zorgt bovendien voor flinke extra kosten. Daar komt bij dat onderwaterrugby in Nederland geen wedstrijdsport is en de wedstrijden van onderwaterhockey in Nederland centraal worden gespeeld. Bovendien huurt de vereniging het bad momenteel voor ‘slechts’ 1,5 uur per week, waarvan 1,0 uur voor onderwaterhockey en -rugby. Het gebruik is dus beperkt. 4.2
Scenario 2
In de huidige situatie en in scenario 1 is sprake van capaciteitsknelpunten in het wedstrijdbad, met name op de doordeweekse (vroege) avonden. Daarnaast zijn de gebruiksmogelijkheden van dat bassin enigszins beperkt door het ontbreken van een gedeeltelijk beweegbare bodem. Vandaar dat in dit scenario twee banen aan het wedstrijdbad worden toegevoegd (van zes naar acht banen). Daarmee kan een vereniging per uur meer banen huren, of kan ervoor worden gekozen om tijdens vereni gingsuren bijvoorbeeld twee van de acht banen voor banen zwemmen te gebruiken. Ook wordt het bad van een gedeeltelijk beweegbare bodem voorzien. Ter ‘compensatie’ van het grotere wedstrijdbad wordt het doeigroepenbad enigszins verkleind. Concreet bestaat scenario 2 uit de volgende bassins: •> een wedstrijdbacJ van 25 x 21 meter (acht banen) met een gedeeltelijk beweegbare bodem (10 x 21 meter) met een maxi male diepte van 2,0 meter, een springkuil van 4,5 x 21 meter (3,5 meter diep) en een vlak gedeelte van 5 x 21 meter met een diepte van 2,0 meter; •> een doelgroepenbad van 20 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem (duo-bodem) en een maximale diepte van 2,0 meter.
Afbeelding 3, Bassins (schematisch) scenario 2
13
sbnarchis Vergeleken met scenario 1 zorgt scenario 2 voor meer capaciteit (725 m2) en gebruiksmogelijkheden. Dat geldt zeker voor het banen zwemmen, de verenigingen en het les zwemmen en in iets mindere mate voor de doelgroepactiviteiten. Ten aanzien van de verenigingsactiviteiten geldt het volgende: •> waterpolo: het wedstrijdbad is qua afmetingen geschikt voor het huidige niveau van De Robben, maar ook bij promotie van het eerste team naar de 1e klasse is dat nog het geval. Pas bij promotie naar de Eredivisie voldoet het bad niet; > onderwatersport: net als in scenario 1 beschikt het bad over een gedeelte met een diepte van 3,5 meter ten behoeve van duikopleidingen en dergelijke. Dat gedeelte is ook groot genoeg voor een onderwaterrugbyveld. Het is echter niet mogelijk
om een onderwaterhockeyveld van de officiële afmetingen te realiseren. Zowel het gedeelte met de beweegbare bodem, als het diepe gedeelte is daarvoor te klein. Weliswaar is het bassin breed genoeg (aangenomen dat het veld in de breedte wordt aangelegd), maar de benodigde lengte van 15 meter met een horizontale bodem ontbreekt.3 Hiervoor bestaan ver schillende oplossingen, maar die hebben elk hun nadelen: > er kan voor worden gekozen om de beweegbare bodem te vergroten tot 15 x 21 meter. Er kunnen dan wedstrijden onderwaterhockey op de beweegbare bodem worden gespeeld. Daarvoor dienen wel de nodige extra voorzieningen te worden getroffen. Los van de extra kosten (investering en onderhoud) die een grotere beweegbare bodem met zich meebrengt, zorgt dit ervoor dat het gedeelte met een diepte van 3,5 meter dan te klein wordt voor wedstrijden onder waterrugby. Ook worden de mogelijkheden voor duikopleidingen en dergelijke wat beperkter en wordt het eventuele gebruik van een springplank, ondanks de waterdiepte, onmogelijk gemaakt. > een andere optie is om geen beweegbare bodem in het wedstrijdbad te plaatsen en een gedeelte van 15 x 21 meter met een diepte van 2,0 meter te maken, gevolgd door een schuin vlak van 1,5 x 21 meter en een gedeelte van 8,5 x 21 meter.
In dat geval past een onderwaterhockeyveld wel in het bad (in de breedte) en blijft er ook voldoende ruimte over voor een onderwaterrugbyveld. Ook de mogelijkheden voor duikopleidingen en de eventuele realisatie van een spring plank blijven intact. Hetzelfde geldt overigens, op het moment dat voor het complete bassin voor een diepte van 3,5 meter wordt gekozen. In beide gevallen is het ontbreken van een beweegbare bodem in het wedstrijdbad echter nadelig voor de functionaliteit en flexibiliteit in gebruik van dat bassin. Dat heeft dus invloed op de mogelijkheden voor de andere zwemactiviteiten (vooral doelgroepen en zwemlessen) en daarmee de bezoekcijfers. Het voorgaande laat duidelijk het dilemma zien tussen enerzijds de wensen van OSVH met betrekking tot onderwaterhockey en -rugby (uitsluitend de wedstrijden, want trainingen zijn wel mogelijk) en anderzijds de gebruiksmogelijkheden van het wed strijdbad ten behoeve van vrijwel alle overige zwemactiviteiten. Op basis van de afwegingen die reeds bij scenario 1 zijn vermeld (vooral het beperkte gebruik, de negatieve gevolgen voor andere zwemactiviteiten en de kosten), is in scenario 2 een keuze ten faveure van alle overige zwemactiviteiten gemaakt.
4.3
Scenario 3
In scenario 1 en scenario 2 zijn de twee benodigde typen zwemwater over twee separate bassins verdeeld. Het is echter ook mogelijk om dat in één bassin te doen. In scenario 3 worden de bassins van scenario 2 als het ware achter elkaar ‘geplakt’ en dan ontstaat één bassin, dat door middel van een keerwand in twee delen kan worden verdeeld. Die delen kunnen elk hun eigen waterdiepte en watertemperatuur hebben. Met dit scenario wordt ook aangesloten bij het idee van De Robben, Torpedo en OSVH voor een theater/studio zwemconcept (zie paragraaf 4.9). Daarin wordt uitgegaan van een bassin van 25 x 30 meter (12 banen) en wordt ook de mogelijkheid benoemd om het bassin door middel van een keerwand in twee delen op te splitsen. In scenario 3 wordt uitgegaan van een wedstrijdbad met een lengte van 35 meter. Zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven, is een bad van 30 meter namelijk te kort voor wedstrijden in de Eredivisie. Concreet bestaat scenario 3 uit het volgende bassin: > een wedstrijdbad van 35 x 21 meter (acht banen) dat als geheel kan worden gebruikt, maar door middel van een keerwand
met een breedte van 1,5 meter4 ook kan worden verdeeld in: > een wedstrijdbad van 25 x 21 meter met een gedeeltelijk beweegbare bodem (10 x 21 meter) met een maximale diepte van 2,0 meter en een gedeelte van 10 x 21 meter met een diepte van 3,5 meter; > een doelgroepenbad van 8,5 x 21 meter met een volledig beweegbare bodem en een maximale diepte van 2,0 meter.
Een onderwaterhockeyveld heeft een diepte van minimaal 2,00 en maximaal 3,65 meter, maar moet zelf uiteraard horizontaal zijn. Een keerwand voor wedstrijden in het 25-meterbad dient, conform de eisen van de KZNB, een breedte van 1,5 meter te hebben.
14
synarchis
Afbeelding 4, Bassin (schematisch) scenario 3
De capaciteit en gebruiksmogelijkheden van scenario 3 zijn in principe grotendeels vergelijkbaar met die in scenario 2. Er zijn echter ook verschillen tussen beide scenario’s: •> er is sprake van één bassin met twee watertemperaturen. Het water in het wedstrijdbadgedeelte zal immers kouder moeten zijn (maximaal 28°C) dan in het doelgroepenbadgedeelte. Er zijn echter ook momenten waarop het bassin als geheel wordt gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld bij waterpolowedstrijden het geval zijn. In dat geval duurt het even voordat het warmere water voldoende is afgekoeld, met het nodige energieverlies tot gevolg. Op het moment dat het bad vervolgens door middel van de keerwand weer in twee delen wordt verdeeld, moet het water in het doelgroepengedeelte weer worden opgewarmd. Dat kost wederom extra energie, leidt dus extra kosten en neemt bovendien enige tijd in beslag. Daarmee zorgt het voor beper kingen bij de inroostering van de activiteiten; •> niet alle activiteiten in een zwembad ‘verdragen’ zich even goed met elkaar. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het geluids niveau, de akoestiek en de privacy van sommige bezoekersgroepen. In scenario 1 en 2 kunnen de twee bassins eenvoudig fysiek en optisch van elkaar worden gescheiden.
In scenario 3 is dat lastiger en ook dat zorgt voor beperkingen bij de inroostering; •> verenigingen en andere partijen huren graag één bassin en willen over het algemeen minder graag een bassin delen. Waar bij meerdere bassins bezoekers in separate bassins kunnen zwemmen, moet in dit scenario één bassin worden gedeeld, bijvoorbeeld: zes banen voor De Robben en vier banen voor Torpedo; •> waterpolo: het bassin als geheel is, anders dan in scenario 1 en scenario 2, geschikt voor Eredivisie-niveau (en hoger). De Robben speelt echter niet op dit niveau en in de omgeving zijn al zwembaden aanwezig die voor dat niveau geschikt zijn (in Utrecht en Amersfoort); •> onderwatersport: in tegenstelling tot in scenario 1 en 2 kan in scenario 3 een onderwaterhockeyveld worden aangelegd (in de breedte). Daarvoor moet echter wel het doelgroepengedeelte worden gebruikt en dan heeft men te maken met de richels van de neergelaten keerwand. Voor wedstrijden is dat niet toegestaan, maar voor trainingen wel. Ook voor onderwater rugby, duikopleidingen en de eventuele realisatie van een springplank is het bad geschikt. 4.4
Scenario 4
Op verzoek van de gemeente wordt ook een scenario uitgewerkt, dat is gebaseerd op de in paragraaf 4.3 vermelde afmetingen van het bassin dat De Robben, Torpedo en OSVH in gedachten hebben. Concreet bestaat scenario 4 uit het volgende bassin: 15
s’1 narchis > een wedstrijdbad van 25 x 30 meter (12 banen) dat als geheel kan worden gebruikt, maar door middel van een keerwand met een breedte van 0,5 meter5 ook kan worden verdeeld in: > een wedstrijdbad van 25 x 21 meter met een gedeeltelijk beweegbare bodem (25 x 11 meter) met een maximale diepte van 2,0 meter en een gedeelte van 25 x 5 meter met een diepte van 3,7 meter; > een doelgroepenbad van 25 x 8,5 meter met een volledig beweegbare bodem en een maximale diepte van 2,0 meter.
Afbeelding 5, Bassin (schematisch) scenario 4
De capaciteit en gebruiksmogelijkheden van scenario 4 zijn grotendeels vergelijkbaar met die in scenario 3. Er zijn echter ook verschillen tussen beide scenario’s: •> scenario 4 biedt meer banen van 25 meter voor het banen zwemmen, mits het complete bassin daarvoor ook wordt gebruikt; > het bassin als geheel is niet geschikt voor waterpolo op Eredivisie-niveau (en hoger); •> het bassin is geschikt voor wedstrijden onderwaterhockey, maar dat gaat ten koste van het onderwaterrugbyveld. Er kan ook voor worden gekozen om het onderwaterhockeyveld in beide ‘delen’ van het bassin te realiseren, maar dan geldt hetzelfde als bij scenario 3: men heeft dan te maken met de richels van de neergelaten keerwand, hetgeen voor wedstrijden niet is toegestaan. Voorts gelden dezelfde nadelen als bij scenario 3 met betrekking tot de watertemperatuur, het niet goed samengaan van som mige activiteiten en het feit dat verenigingen en andere partijen over het algemeen minder graag een bassin met een andere huurder delen.
4.5
Stichtingskostenraming
Bijlage 4 bevat de stichtingskostenraming van de scenario’s. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: > alle bedragen exclusief btw en prijspeil 2020; •> grondkosten zijn niet opgenomen: het betreft onder andere de kosten voor verwerving van de grond (ongeacht de locatie), notariskosten, grondonderzoekskosten en het bouwrijp maken van de locatie;
Deze wand hoeft geen 1,5 breed te zijn, omdat hij niet als ‘afzetwand’ bij wedstrijden dient, zoals in scenario 3 het geval is. 16
synarchis •> sloopkosten voor het bestaande zwembad zijn wel opgenomen (€ 180.000,-). Dit is een inschatting, waarbij de aanpassin gen aan de trappenhuizen naar de bovengelegen sporthal niet zijn opgenomen; •> eventuele bestaande boekwaarden zijn niet meegerekend; •> er is geen rekening gehouden met specifieke locatie gebonden aspecten, waaronder kosten ten gevolge van planschade, bodemverontreiniging, archeologie, infrastructurele ontsluitingen van het buitenterrein, kosten voor omleggen kabels en leidingen, uitbreiding water ten gevolge van de watertoets en explosieven; •> kwaliteitsniveau: basis; > architectuurniveau: basis; •> duurzaamheidsniveau: plus (gasloos/all-electric en BENG6); •> kapitaalrente 2%; > bouwkostenstijging per jaar: 3%; > prijsinvloed als gevolg van marktwerking: 2%; •> onvoorzien: 5%; •> totale bouwtijd project: 48 maanden (30 maanden voorbereiding, aanbesteding en ontwerp, 18 maanden bouwtijd); •> projectmanagement alle fasen: 3,75% van de bouwkosten (kosten marktpartij); > contractvorm is UAV-GC, waarbij het ontwerp (inclusief alle adviseurs daartoe) bij de uitvoerende partij ligt (Design and Build); > legeskosten op basis van de legesverordening van de gemeente; > promotiekosten: € 30.000,-; •> aansluitkosten € 200.000,- (inclusief koop midden spanningsstation (trafo) met externe traforuimte); •> vier groepskleedruimtes; > 30 wisselcabines; •> vier
gezinscabines; * één doucheruimte per zwemzaal; •> kosten voor heiwerk: € 65,- per m2 bruto bebouwd oppervlak. Bezoekraming Op basis van de toekomstige zwembehoefte (zie 3.6.2) en de mate waarin elk scenario op de wensen en behoeften van de verschillende activiteiten/gebruikers aansluit (zie paragrafen 4.1, 4.2, 4.3 en 4.4), is voor elk scenario het aantal bezoeken geraamd. De volgende tabel toont zowel de bezoek- als de animocijfers. Daaruit blijkt dat er verschillen tussen de scenario’s bestaan en dat in geen van de scenario’s de toekomstige zwembehoefte volledig wordt ondergebracht. Dat heeft met de ka rakteristieken van elk scenario te maken: •> recreatief zwemmen: in scenario 1 worden niet alle rooster technische knelpunten opgelost en blijft het wedstrijdbad zes banen houden. Dat betekent vooral voor het banen zwemmen een minder hoog bezoek dan in de andere scenario’s. De extra banen in scenario 4 zorgen niet voor meer bezoek van banen zwemmen dan in scenario’s 2 en 3, omdat in die scenario’s de zwembehoefte (zie 3.6.2) voor die activiteit al volledig wordt geaccommodeerd; * les zwemmen: in scenario 1 ontbreekt in het wedstrijdbad een beweegbare bodem en is de zwemwatercapaciteit wat lager dan in de andere scenario’s.
Vandaar dat voor dat scenario van een wat lager bezoek is uitgegaan; •> doelgroepen: in scenario 1 is de zwemwatercapaciteit wat lager dan in de andere scenario’s en scenario 3 en scenario 4 zorgen door het combinatiebassin’ voor beperkingen in het gebruik voor met name doelgroepactiviteiten. Vandaar dat het bezoek in die scenario’s wat lager is geraamd dan in scenario 2; * speciaal onderwijs: op dit punt bestaat geen verschil tussen de scenario’s; •> verenigingen/verhuur: in scenario 1 worden niet alle rooster technische knelpunten opgelost en blijft het wedstrijdbad zes banen houden. Dat betekent voor verenigingen en andere huurders een minder hoog bezoek dan in de andere scenario’s. Daarnaast bieden scenario 3 en scenario 4 nog net wat meer mogelijkheden voor verenigingen dan scenario 2. Dat verklaart het verschil in het geraamde bezoek. 4.6
6
BENG: Bijna Energie Neutraal Gebouw. 17
synarchis
—
L_ scenarioj4
bezoek
animo
bezoek
animo
nari bezoek animo
bezoek
animo
recreatief zwemmen
31.000
0,33
36.000
0,38
36.000
0,38
36.000
0,38
les zwemmen doelgroepen
44.000
0,46
46.000
0,48
46.000
0,48
46.000
20.000
0,21
22.000
0,23
20.000
0,21
20.000
0,48 0,21
speciaal onderwijs
1.000
0,01
1.000
0,01
1.000
0,01
1.000
0,01
verenigingen/verhuur
40.000
0,42
45.000
0,47
47.000
0,49
47.000
0,49
totaal
136.000
1,43
150.000
1,58
150.000
1,58
150.000
1,58
Tabel 5, bezoekraming en animocijfers scenario’s Met deze bezoekcijfers is de bezetting (het gemiddelde aantal bezoeken per vierkante meter zwemwater) in de volgende tabel weergegeven. Daaruit blijkt dat de bezetting in alle scenario’s duidelijk beter is dan in de huidige situatie, maar wel aan de lage kant blijft. Dat betekent dat het bad, vooral op de minder populaire uren, minder goed wordt bezocht. Dit heeft voor een deel te maken met het zoeken van een balans tussen enerzijds de bij het bezoek passende hoeveel zwemwater en anderzijds de voor het gebruik benodigde bassinafmetingen en faciliteiten. Bovendien biedt het zwembad in elk scenario ruimte voor extra bezoek. Stel dat er bijvoorbeeld in de komende jaren in Hilversum veel meer woningbouw plaatsvindt dan gedacht, dan vergroot dat het bezoekpotentieel van het bad (tenzij de woningbouw aan de noordzijde van de gemeente plaatsvindt). Bij een extra groei van het aantal inwoners met 20.000 kan op basis van de animocijfers indicatief met circa 30.000 extra zwembad bezoeken rekening worden gehouden. In elk scenario is daar nog voldoende ruimte voor aanwezig, want de bezetting blijft daarmee onder de 250 bezoeken per vierkante meter zwemwater. Bij dat cijfer is nog geen sprake van een ‘vol’ bad.
scenario jj scenario totaal bezoeken
136.000
m2 zwemwater bezoek/m2 Tabel 6, Bezetting
4.7
scenario 3
150.000
150.000
150.000
698
725
735
750
195
207
204
200
Exploitatieraming
In bijlage 5 is voor elk scenario een exploitatieraming weergegeven. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten. Algemeen •> De bedragen zijn exclusief btw (waar van toepassing); > de bedragen zijn prijspeil 2020. Baten Het bezoek is conform de raming in paragraaf 4.6; de gemiddelde omzet per bezoek is op de huidige tarieven van De Lieberg gebaseerd; de horecaomzet is op een gemiddelde omzet per bezoek gehanteerd, zoals die in soortgelijke zwembaden wordt gereali seerd. Lasten .> De personele inzet is gebaseerd op een efficiënte openstelling, gedeeltelijke sleutelverhuur, een gecombineerde inzet in de horeca en de receptie, eigen inzet voor schoonmaak en exploitatie van de horeca door de zwembadexploitant; > de gemiddelde personeelskosten per fte zijn gebaseerd op een private cao. Er is geen rekening gehouden met de huidige personeelskosten van De Lieberg; > de energielasten zijn gebaseerd op een accommodatie, die op het gebied van duurzaamheid aan de eisen van de huidige tijd voldoet; > de kosten van dagelijks onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; > de verhouding tussen de inkoop en de verkoop van de horeca is 1:3. Dat is conform benchmarkcijfers; > de verdere lasten zijn gebaseerd op benchmarkcijfers van soortgelijke, nieuwe zwembaden. 18
synarchis Eigenaarslasten •> De kosten van groot onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; •> de kapitaallasten zijn op het gemeentelijke afschrijvingsbeleid gehanteerd, namelijk: > de accommodatie heeft een restwaarde van 15% van de stichtingskosten; > de afschrijvingstermijn is 40 jaar; > er is sprake van lineaire afschrijving. Om die reden toont de tabel de gemiddelde jaarlasten. Bij Iineaire afschrijving nemen de jaarlasten immers elk jaar af, waardoor de kosten in het eerste jaar geen goed beeld geven van de lasten gedurende de afschrijvingstermijn; > de rente is 1,4%. 4.8
Mogelijke aanvullende voorzieningen
In hoofdstuk 1 is aangegeven dat de gemeenteraad eerder heeft besloten dat een nieuw zwembad niet over specifieke recre atieve faciliteiten dient te beschikken. Vandaar dat in de scenario’s ook geen recreatiebad, of faciliteiten als een glijbaan of wildwaterkreek voorkomen. Desondanks is het mogelijk om een of meerdere kleinschalige recreatieve aanvullingen te doen, die de gebruiksmogelijkheden van het bad vergroten. In deze paragraaf worden enkele opties indicatief uitgewerkt. 4.8.1
Whirlpool
De Lieberg beschikt over een whirlpool. Dit is een recreatieve voorziening, die echter niet alleen tot meer bezoek bij het recre atief zwemmen kan leiden. Naast het vrij zwemmen en het banen zwemmen zorgt het namelijk ook voor een zekere aantrek kingskracht op (potentiële) bezoekers van de doelgroepactiviteiten. Dat geldt vooral voor de wat oudere deelnemers. In absolute cijfers is het aantal extra bezoeken beperkt, want dat wordt op circa 1.000 geraamd. Veeleer biedt een whirlpool de bestaande bezoekers wat extra mogelijkheden, dan dat het tot veel meer extra bezoeken leidt. 4.8.2 Peuterbad In diverse zwembaden zonder grootschalig recreatief aanbod wordt ervoor gekozen om een kleinschalig peuterbad met speelelementen te bouwen. Dat maakt het voor gezinnen met heel jonge kinderen aantrekkelijker om het bad te bezoeken. Ook kan het een beperkt positief effect op het bezoek van baby- en peuterzwemmen hebben, doordat voor die groep iets extra’s wordt geboden. Uitgaande van een peuterbad van circa 50 m2 wordt het extra bezoek op circa 4.000 geraamd. 4.8.3 Springplank Het huidige zwembad beschikt over een springplank, die een extra recreatief element vormt en in elk van de scenario’s een voudig kan worden ingepast.
Een springplank zorgt op zichzelf nauwelijks voor meer recreatief bezoek, maar biedt wel meer recreatieve mogelijkheden in een bad dat vooral op verenigingen, zwemlessen, doelgroepen en banen zwemmen is gericht. 4.8.4 Financieel De volgende tabel toont de baten en lasten, + whirlpool: •> peuterbad: L > springplank:
-‘e stichtingskosten als volgt zijn geraamd:
1
whirlpool
peuterbad
springplank
totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat mci. groot onderhoud en kapitaallasten Tabel 7, baten en lasten whirlpool, peuterbad en springplank
De extra kosten van de aanvullende voorzieningen zijn redelijk beperkt, terwijl ze elk de gebruiksmogelijkheden van het bad voor diverse bezoekersgroepen vergroten. De gemeente dient te bepalen of zij de extra kosten daarvoor over heeft. 19
s’narchîs 4.9
Theater/studio zwemconcept
Zoals in paragraaf 4.3 en paragraaf 4.4 is aangegeven, hebben De Robben, Torpedo en OSVH een theater/studio zwemcon cept voorgesteld. Wat betreft dat plan moet onderscheid worden gemaakt tussen de afmetingen van het bassin en het theater /studioconcept. Qua bassinafmetingen komt het concept overeen met scenario 4 en dicht in de buurt van scenario 3. Wat betreft de zaken die betrekking hebben op het theater-/studioconcept, zoals een professionele geluidsinstallatie, een digi taal aangestuurde lichtinstallatie, een grote video-wall, televisiecamera’s, een regieruimte en in mindere mate een extra grote tribune, geldt dat die in elk scenario kunnen worden gerealiseerd. Ze staan immers los van de keuze voor een bepaalde confi guratie. Sommige elementen maken ook al deel uit van het ‘standaard’ technisch/functioneel programma van eisen van een zwembad, zij het soms in wat eenvoudigere mate. Dat geldt uiteraard niet voor de televisiecamera’s, maar in elk zwembad is bijvoorbeeld wel een (professionele) geluidsinstallatie aanwezig en steeds vaker zien we dat de verlichting onder- en boven water uitgevoerd wordt in RGBW met een separate sturing. Ook wordt tegenwoordig vaak standaard gekozen voor een LED video scherm in plaats van een ‘scorebord’ waarop, naast de scores, wedstrijdtijden, realtime video beelden, videobeelden t.b.v.
training, maar ook narrow casting beelden kunnen worden weergegeven, In elk scenario is ook van een tribune uitgegaan. Het is dus geen kwestie van ‘alles of niets’, maar van ‘meer of minder’. De verenigingen verwachten dat de extra voorzieningen een positieve invloed hebben op het bezoek van doelgroepactiviteiten, recreatief zwemmen en verenigingen/verhuur. In het eerste geval gaat het bijvoorbeeld om aquasporten, waarbij meer interactie mogelijk is door middel van beelden op de video-wall en wellicht ook andere elementen. Het valt te betwijfelen of de (potentiële) bezoekers van die activiteiten daardoor inderdaad vaker aan die activiteiten gaan deelnemen. Een groot deel van hen is (gezien de leeftijd) niet of nauwelijks op dit soort voorzieningen gericht en hecht meer waarde aan de kwaliteit van de instructeur, de hygiëne en de sociale functie. Vandaar dat het extra doeigroepenbezoek op 1.000 wordt geraamd. Wat betreft het recreatief zwemmen kan het concept vooral een positieve invloed op het bezoek van discozwemmen en bij voorbeeld wateryoga hebben. Daarbij moet worden vermeld, dat het beoogde zwembad veel minder op recreatie is gericht dan diverse andere baden in de omgeving. Het aantal extra bezoeken aan het vrij zwemmen zal daardoor ook beperkt zijn. In totaal wordt het extra recreatieve bezoek op 3.000 geraamd.
Tot slot gaan de verenigingen ervan uit, dat het concept voor meer verhuur zorgt. Daarbij gaat het vooral om evenementen, wedstrijden en opnames voor televisieprogramma’s en instructievideo’s. Voor een toekomstbestendige exploitatie is het hierbij uiteraard van belang, dat het om structurele extra verhuur gaat. Een eenmalig evenement is prima, maar zet wat betreft de langjarige exploitatie geen zoden aan de dijk. Vooralsnog is hoogst onzeker op hoeveel extra verhuur mag worden gerekend. Niet voor niets is in een eerder onderzoek van Hospitality Consultants (december 2019) van een beperkte omzetstijging voor verhuur (en ook voor de overige activiteiten) uitgegaan. Vandaar dat het extra zwembezoek van verenigingen/verhuur op 2.000 wordt geraamd. Daarbij is ook rekening gehouden met het feit dat het gebruik van het bad voor een evenement of televisieop name kan botsen met het vaste gebruik van het bad door, onder andere, de verenigingen. De extra stichtingskosten voor het theaterconcept bedragen