CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 (c) Bijlagen van toelichting (ontwerp)bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023

GEMEENTERAAD 15 mei 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 (1380402)23.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 3.1.

Mogelijk leefgebied voor de huismus (bramenstruiken).

De ooievaar broedt op hoge plekken zoals telefoonpalen, bomen, schoorstenen, kerktorens, hoogspanningsmasten of door de mens gemaakte palen met houten platform. De soort foerageert in gebieden met een hoge waterstand (Vogelbescherming). Binnen het plangebied zijn geen nestpalen of dergelijke hoge plekken aanwezig, er zijn geen nesten van de ooievaar waargenomen. Het kan zijn dat de soort af en toe foerageert op de braakliggende terreinen, maar de omgeving bevat geschikter gebied hiervoor. Effecten van de werkzaamheden op deze soort kunnen daarom worden uitgesloten. Binnen het plangebied werden verschillende zangvogels waargenomen als spreeuwen, vinken en koolmezen. In de bomen zijn geen nesten waargenomen. In het broedseizoen kunnen diverse nestelende algemene zangvogels verwacht worden in de bomen en struwelen binnen het plangebied. Analyse en toetsing mogelijke effecten

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

20/41

Effecten van de werkzaamheden op vogels met jaarrond beschermde nesten en/of leefgebieden kunnen niet worden uitgesloten. Het plangebied bevat geschikt leefgebied voor de huismus. Indien de bramenstruiken in het noorden verwijderd worden, dient vooraf aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om te onderzoeken of de huismus inderdaad essentieel leefgebied bezit binnen het plangebied. Bij werkzaamheden rondom de algemene broedperiode van 15 maart tot 15 augustus, dient rekening gehouden te worden met mogelijk broedende vogels. Belangrijk om aan te geven is dat juridisch gezien geen vaste broedperiode bestaat, maar dat van belang is of een broedende vogel aanwezig is. Worden werkzaamheden gestart rondom deze periode, dan dient het gebied maximaal drie dagen ervoor ecologisch geïnspecteerd te worden voordat werkzaamheden mogen starten. Indien in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen of nestindicerend gedrag wordt waargenomen, dient een ecoloog te bepalen of en waar (op welke verstoringsafstand) werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Ook mogen maatregelen, ruim voordat het broedseizoen start, genomen worden die voorkomen dat broedvogels zich vestigen in het plangebied, zoals het weghalen van struwelen of andere geschikte broedbiotopen. Als vogels gaan broeden terwijl de werkzaamheden bezig zijn, mag verwacht worden dat de werkzaamheden de soort niet verstoren.

Verstoring rondom de broedplek mag in dat geval niet verder toenemen.

3.4 Vleermuizen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Uit de NDFF blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving waarnemingen zijn gedaan van vleermuizen, het gaat om gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Vleermuizen zijn voor wat hun keuze voor verblijfplaatsen betreft, globaal in te delen in twee typen vleermuizen: gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen (Dietz & Nill, 2011). Binnen het plangebied zijn beiden (bomen en geschikte bebouwing) aanwezig. Verblijfplaatsen in bomen bevinden zich doorgaans in gaten, holten van ingerotte takken of achter loszittend bast. Er zijn een aantal bomen binnen het plangebied aanwezig met gaten en afgebroken takken (zie bijvoorbeeld figuur 3.6). Deze gaten kunnen mogelijk gebruikt worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Met name de vier bomen aan de Minckelersstraat die langs het nog te bebouwen grasveld/braakliggend terrein staan zijn hierbij geschikt. De meeste bebouwing is net gebouwd en zal dus blijven staan. Het clubgebouw op de sportvelden wordt echter mogelijk verbouwd of gesloopt. Bovenin het gebouw kan ruimte zijn tussen de daklijst (figuur 3.3). Het gebouw was niet van dichtbij te bekijken, daarom kan geschiktheid niet met zekerheid worden vastgesteld of uitgesloten. Ook het gebouw van de Gasunie in het zuidoostelijke puntje van het plangebied is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Er zijn open stootvoegen aanwezig aan de bovenkant van de muren, zie figuur 3.4. De bebouwing aan de Anton Philipsweg is al ouder, ook deze bebouwing bevat mogelijk geschikte verblijfplaatsen, bijvoorbeeld bij de daklijsten, zie figuur 3.5. Naast verblijfplaatsen zijn foerageergebieden en vliegroutes ook van belang voor vleermuizen. Essentiele vliegroutes en belangrijke foerageergebieden die Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

21/41

van belang zijn voor het functioneren van een verblijfplaats, zijn jaarrond beschermd. Vleermuizen foerageren bijna altijd boven vegetatie of water, en het liefst op beschutte plekken, aangezien zich daar veel prooien bevinden (Dietz & Nill, 2011). Het plangebied zelf bevat geschikt foerageergebied, met name bij het braakliggend terrein, de aangelegde groenstroken en het bouwterrein in het zuidwesten, maar de omliggende groengebieden Anna’s Hoeve en Laarder Wasmeer zijn vanwege hun grootte, aanwezigheid van water en afwezigheid van licht hier geschikter voor. Het plangebied is daarmee geen essentieel foerageergebied. Verschillende soorten vleermuizen maken voor hun vliegroute gebruik van lijnvormige elementen in het landschap, zoals bomenrijen en watergangen. Dergelijke elementen zijn enkel aanwezig op de zuidelijke rand net buiten het plangebied. Wanneer deze bomenrij blijft staan (wat de planning is), blijft de vliegroute behouden. Het is van belang dat deze bomenrij niet meer verlicht gaat worden door het voorgenomen plan.

Figuur 3.2

Gaten in de boom en een afgebroken tak, mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

22/41

Figuur 3.3

Mogelijk geschikte verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen.

Figuur 3.4

Gebouw van de Gasunie, met open stootvoegen, mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

23/41

Figuur 3.5

Bebouwing aan de Anton Philipsweg bevat mogelijk verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Analyse en toetsing mogelijke effecten Wanneer het clubgebouw en/of het Gasunie gebouw evenals de huizen aan de Anton Philipsweg gesloopt gaan worden, of wanneer bomen gekapt gaan worden dient voorafgaand aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Er worden geen essentiële vliegroutes en foerageergebieden binnen het plangebied verstoord of vernietigd. Om verstoring van verblijfplaatsen, mogelijke vliegroutes en foerageergebieden in de directe omgeving van het plangebied te voorkomen, dient lichtverstoring naar deze plekken te worden voorkomen. Dat kan door gebruik te maken van armatuur die zorgt dat het uitstralende licht niet in de richting van de mogelijke verblijfplaatsen en natuurgebieden schijnt, of door gebruik te maken van ecodynamische verlichting, waarbij de intensiteit, kleur, momenten van branden en richting van de verlichting kan variëren, afhankelijk van de behoefte.

3.5 Grondgebonden zoogdieren Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Uit de NDFF blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving waarnemingen zijn gedaan van grondgebonden zoogdieren, het gaat om eekhoorn en wezel. Eekhoorns bouwen nesten in bomen die vooral in de winter, wanneer er geen blad aan de bomen zit, goed waarneembaar zijn. Het nest is bolvormig en heeft een doorsnede van 30 tot 50 cm. Het wordt op minstens 5 meter boven de grond gebouwd. De eekhoorn leeft (aan de randen van) gemengd bos en rondom houtwallen, hij heeft bomen met noten en/of bessen nodig als voedselbron (Zoogdiervereniging). Tijdens het veldbezoek is een nest waargenomen (figuur 3.2) die hoogstwaarschijnlijk door de eekhoorn wordt gebruikt. Het plangebied wordt daarmee hoogstwaarschijnlijk ook als leefgebied gebruikt, de tuinen in de omgeving kunnen gebruikt worden als foerageergebied nabij de nestplaats. De directe omgeving is niet erg geschikt voor eekhoorns, er missen schuil mogelijkheden en ook is niet veel foerageergebied aanwezig.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

24/41

Wezels zijn voornamelijk ‘s nachts actief, ze zijn dan veel op zoek naar voedsel. Slapen, maar ook nestelen doen ze in een verborgen hoekje, meestal een hol. Ze graven nooit zelf een hol, maar maken gebruik van bestaande gaten en holen, die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Elk dier beschikt in zijn leefgebied wel over tien of meer van zulke onderkomens. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Goede schuilmogelijkheden én de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. (Bouwens, 2017 & Omgevingsdienst Noord-Holland, 2017). Er zijn geen geschikte holen waargenomen, ook zijn geen takkenrillen aanwezig in het gebied. Er zijn een aantal heggen aanwezig, maar hier is nog weinig beschutting onder te vinden. Er is daarmee weinig geschikt leefgebied aanwezig binnen het plangebied, terwijl er buiten veel geschikte plekken aanwezig zijn. Het is waarschijnlijk dat het waargenomen individu (waarneming 2019) zich af en toe in het plangebied begeeft/begaf, maar zijn verblijven in de natuurgebieden in de directe omgeving heeft/had. Van een essentiële functie is door de afwezigheid van geschikte verblijfplaatsen binnen het plangebied geen sprake.

Andere beschermde soorten (met uitzondering van vrijgestelde soorten worden niet verwacht, omdat hun biotoop ontbreekt of omdat het plangebied niet te bereiken is. Het plangebied bevat bovendien geen geschikt water, het water om is niet schoon en voedselrijk met te weinig ontwikkelde watervegetatie, waardoor otter, noordse woelmuis en waterspitsmuis niet worden verwacht (Zoogdiervereniging). Geschikt leefgebied, schuilplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren zijn daarmee niet aanwezig. Analyse en toetsing mogelijke effecten Er is een eekhoornnest aanwezig. Aanvullend onderzoek dient aan te tonen hoe de soort gebruik maakt van het leefgebied. Hierna kan bepaalt worden of een ontheffing moet worden aangevraagd. Indien de boom gekapt moet worden, dient ook een ontheffing aangevraagd te worden. Op basis van de afwezigheid van geschikte schuilplaatsen en geschikt leefgebied in het plangebied, kan worden uitgesloten dat de geplande werkzaamheden effect hebben op overige soorten (met uitzondering van vrijgestelde soorten) vanuit deze soortgroep. Op basis van het aanwezige habitat kunnen de volgende vrijgestelde soorten binnen of in de omgeving van het plangebied worden verwacht: bosmuis, egel haas, huisspitmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis en vos.

Deze soorten zijn vrijgesteld middels artikel 4.9 van de verordening van provincie NoordHolland (Provincie Noord-Holland, 2020a), wat betekent dat voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen dat individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het werken in één richting en het rustig opstarten van werkzaamheden, zodat mogelijk aanwezige individuen kunnen vluchten. Bij het aantreffen van dieren dienen deze de gelegenheid te krijgen om het plangebied te kunnen verlaten.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

25/41

Figuur 3.6

Aanwezig eekhoornnest.

Figuur 3.7

Rommelhoekjes bij de bouwplaats in het noorden, mogelijke schuilplaats en overwintering voor kleine grondgebonden zoogdieren.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

26/41

Figuur 3.8

Rommelhoekjes in de tuinen bij de bebouwing aan de Anton Philipsweg, mogelijke schuilplaats en overwintering voor kleine grondgebonden zoogdieren.

3.6 Amfibieën Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Uit de NDFF blijkt dat in het plangebied geen waarnemingen aanwezig zijn van beschermde amfibieën. In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de kamsalamander gedaan. Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen voor in visvrije wateren. (RAVON) Dergelijk habitat is niet aanwezig binnen het plangebied. soort vereist echter een zeer specifiek habitat dat niet binnen het plangebied aanwezig is. Op het terrein zijn wel overwinteringsplekken (zandhopen) aanwezig voor bijvoorbeeld de rugstreeppad, evenals regenwaterplassen geschikt als voortplantingswater voor deze soort (BIJ12c, 2017). De soort is echter niet bekend in de wijde omgeving (kilometers). Het plangebied is mogelijk geschikt als habitat voor vrijgestelde amfibiesoorten (zie hieronder). Deze soorten kunnen het plangebied mogelijk als landhabitat, voortplantingsgebied (waterplasjes en natte stukken grasveld) en overwinteringsgebied (rommelhoekjes en tuinen) gebruiken.

Analyse en toetsing mogelijke effecten Op basis van verspreidingsgegevens in Nederland en afwezigheid van biotoop kunnen alle beschermde amfibieënsoorten worden uitgesloten, met uitzondering van vrijgestelde soorten. Op basis van het aanwezige habitat worden de volgende vrijgestelde soorten in de omgeving van het plangebied verwacht: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze soorten zijn vrijgesteld middels artikel 4.9 van de verordening van provincie Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 2020a), wat betekent dat voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

27/41

moet worden verricht of gelaten om te voorkomen dat individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen. Gedacht kan worden aan het rustig opstarten van werkzaamheden en het van een kant af dempen van de vijver, zodat mogelijke aanwezige individuen kunnen vluchten. Bij het aantreffen van dieren dienen deze de gelegenheid te krijgen om het plangebied te kunnen verlaten.

3.7 Reptielen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Uit de NDFF blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving waarnemingen zijn gedaan van reptielen, het gaat om de ringslang. De hazelworm komt op 800 meter afstand van het plangebied voor, de levendbarende hagedis op 200 meter afstand. De ringslang maakt bij voortplanting gebruik van broeihopen zoals hopen organisch materiaal. De soort is gebonden aan waterrijke omgevingen (RAVON). Tijdens het veldbezoek zijn geen broeihopen waargenomen, evenals andere geschikte plekken om te overwinteren als hopen afgestorven riet. Binnen het plangebied bevinden zich een aantal plekken die vrij nat zijn, die liggen echter in een drukke omgeving, met geen schuilmogelijkheden. Het plangebied is daarmee niet geschikt. De waarneming van de ringslang binnen het plangebied was van een dood individu, op het braakliggend terrein. De rest van de waarnemingen liggen net buiten het plangebied in Anna’s Hoeve, hier is wel geschikt habitat voor de soort aanwezig. Het is mogelijk dat de soort zich in het verleden af en toe in het plangebied begaf, nu is er echter geen sprake meer van geschikt leefgebied. De hazelworm is een typische soort voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. Daar leeft de soort een verborgen bestaan.

Het grootste deel van de dag leven ze onder de vegetatie en dood hout of ze verblijven in holen in de grond. Waarnemingen van hazelwormen worden vaak gedaan als toevalstreffer, bijvoorbeeld wanneer dieren langs wegen en paden zonnen of zich hierlangs verplaatsen. Open gecultiveerde gebieden, worden door de soort gemeden (RAVON). Aangezien geschikt habitat voor de soort ontbreekt, kunnen effecten van de werkzaamheden op deze soort worden uitgesloten. Levendbarende hagedissen hebben heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Levendbarende hagedissen eten voornamelijk geleedpotigen, waaronder veel spinnen (RAVON). Binnen het plangebied bevinden zich een aantal plekken die vrij nat zijn, die liggen echter in een drukke omgeving, met geen schuilmogelijkheden. Het is mogelijk dat de soort zich in het verleden af en toe in het plangebied begaf, nu is er echter geen sprake meer van geschikt leefgebied. Analyse en toetsing mogelijke effecten

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

28/41

De afwezigheid van geschikt optimaal leefgebied voor reptielen binnen het plangebied zorgen ervoor effecten van de werkzaamheden op deze soortgroep kunnen worden uitgesloten.

3.8 Vissen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Beschermde vissoorten hebben specifieke habitateisen als bijvoorbeeld zuurstofrijk water, snelstromend water, specifieke bodems, aanwezigheid van watervegetatie of verbinding met grote wateren. Binnen het plangebied zijn watergangen aanwezig, maar deze staan niet in verbinding met andere watergangen waardoor dit zorgt voor stilstaand en zuurstofarm water. Er is geen vegetatie in het water aanwezig en kiezel of modder bodems ontbreken. Analyse en toetsing mogelijke effecten De aanwezigheid van beschermde vissen binnen het plangebied kan door afwezigheid van geschikt biotoop uitgesloten worden. Effecten van de werkzaamheden op beschermde vissoorten binnen het plangebied zijn daarom uitgesloten. Wel kunnen onbeschermde vissoorten aanwezig zijn in het water. Hiervoor geldt de zorgplicht.

3.9 Ongewervelden Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten In de omgeving van het plangebied zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen, en ook in de NDFF worden deze soorten in de omgeving niet genoemd. Beschermde vlinders eisen een zeer specifiek habitat, zoals specifieke waardplanten of -bomen. Geschikte waardplanten en -bomen voor beschermde vlinders komen niet voor binnen het plangebied. Er is bovendien geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde libellen aanwezig in of rondom het gebied, waardoor ook beschermde libellen uitgesloten kunnen worden (Vlinderstichting). Analyse en toetsing mogelijke effecten Beschermde ongewervelden eisen zeer specifieke habitats die in het plangebied niet aanwezig zijn. Beschermde soorten ongewervelden zijn op basis hiervan en op basis van de afwezigheid in de verspreidingsdata uit te sluiten. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek noch het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming is noodzakelijk.

3.10 Vaatplanten Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Volgens de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten aanwezig in het plangebied. De dennenorchis is op 1.400 meter afstand waargenomen. De dennenorchis staat op beschaduwde, droge, voedselarme en zure grond met een duidelijke humuslaag (Verspreidingsatlas). Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied. Het plangebied bestaat uit bestrating, los zand en braakliggend terrein. Aanwezigheid van de dennenorchis binnen het plangebied is dan ook uitgesloten.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

29/41

Overige beschermde vaatplanten die voorkomen in habitat zoals aanwezig in het plangebied, evenals overige beschermde soorten zijn niet waargenomen en zijn op basis van verspreidingsgegevens en de habitatgeschiktheidsbeoordeling uitgesloten. Analyse en toetsing mogelijke effecten In verband met de afwezigheid van geschikt habitat voor de in de omgeving aanwezige soort en door het niet waarnemen van overige soorten tijdens het veldbezoek, kunnen effecten op beschermde vaatplantsoorten worden uitgesloten.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

30/41

4. Natuurbeleidskaders 4.1 Toetsingskader Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd, bestaat uit: • •

Provinciaal beleid:  Natuurnetwerk Nederland (NNN);  gebieden buiten het NNN (Belangrijk Provinciaal Landschap). Gemeentelijk beleid.

4.2 Natuurnetwerk Nederland De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het bestemmingsplan. Het NNN voor provincie Noord-Holland is vastgelegd in Artikel 6.43 in de Omgevingsverordening NH2020 (provincie Noord-Holland, 2020). De afweging voor ingrepen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) gaat volgens het ‘nee, tenzij-principe’. In onderstaand schema (figuur 4.1) is dit stapsgewijs weergegeven. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies van kwaliteit en/of oppervlakte dienen te worden gecompenseerd. Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’. In provincie Noord-Holland is de externe werking van het NNN niet van toepassing. Een ‘nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden doorlopen, indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied.

In het kader van een volledige afweging is het wel aan te bevelen de effecten hierop te beschrijven, indien bestemmingswijziging niet van toepassing is.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

31/41

Figuur 4.1

4.2.1

Het ‘nee, tenzij’-principe van het compensatiebeginsel.

Inventarisatie

Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van de interactieve kaarten van provincie Noord-Holland. Uit de interactieve kaart natuurbeheerplannen blijkt dat het plangebied tegen het NNN-gebied aan ligt, zie figuur 4.2. De dichtstbijzijnde ecologische verbinding bevindt zich op 530 meter afstand ten zuidoosten van het plangebied: één bij de treinrails en één als oversteek van de A27.

4.2.2

Analyse en toetsing effecten

Het plangebied ligt tegen, maar niet in een NNN-gebied gelegen en ook niet binnen een ecologische verbinding. Externe werking is niet van toepassing op NNN-gebieden en ecologische verbindingen in Noord-Holland. De provincie verwacht echter wel dat gemeenten zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat zij voorkomen dat naast elkaar gelegen bestemmingen elkaar teveel hinderen (Artikel 6.43 Omgevingsverordening NH2020). Het gaat hier om het samenvoegen van meerdere bestemmingsplannen, niet om een bestemmingsplanwijziging, waardoor er geen nee, tenzij toets hoeft te worden doorlopen.

4.3 Gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland 4.3.1

Toetsingskader

Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020, bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. Dit worden de ‘kernkwaliteiten’ van het landschap genoemd. Voorbeelden hiervan zijn het leefgebied voor weidevogels (habitat voor weidevogels), waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere opbouw van de ondergrond. De kernkwaliteiten mogen niet worden aangetast.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

32/41

4.3.2

Inventarisatie

Voor de inventarisatie van beschermde gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland is gebruik gemaakt van de interactieve kaart Omgevingsverordening NH2020 van provincie Noord-Holland. Uit deze kaarten blijkt dat het plangebied tegen maar niet in het BPL Het Gooi ligt, zie figuur 4.3.

4.3.3

Analyse en toetsing effecten

Het plangebied is tegen maar niet in het BPL-gebied Het Gooi gelegen. Dit gebied heeft geen ecologisch aangewezen kernkwaliteiten. Het plan zal daarmee de kernkwaliteiten op gebied van natuur niet aantasten, waardoor geen vervolgstappen doorlopen hoeven te worden.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

33/41

Figuur 4.2

Ligging plangebied (rood) ten opzichte van NNN-gebieden (geel) en ecologische verbindingen (oranje).

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

34/41

Figuur 4.3

Plangebied (rood) ten opzichte van het Bijzonder Provinciaal Landschap ’t Gooi (groen).

4.4 Gemeentelijk beleid De groenvisie van de gemeente Hilversum is vastgelegd in het Groenbeleidsplan Hilversum 2040 (Hilversum, 2022). De ambitie van de gemeente wordt als volgt beschreven: “De gemeente Hilversum il biodiversiteit stimuleren, klimaatbestendig inrichten en zorgen dat groen beter bijdraagt aan de vitaliteit. p deze manier il Hilversum een gezonde groene stad orden voor mens en dier. Bij Sweco zien wij biodiversiteit als een onlosmakelijk onderdeel van een duurzame gebiedsontwikkeling. Het is essentieel voor een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. In onze visie zijn er bij elke ruimtelijk ontwikkeling mogelijkheden om natuurinclusief te ontwerpen, bouwen en handelen om zo de biodiversiteit te stimuleren. Wij geven u graag advies op welke wijze biodiversiteit toegepast en/of geoptimaliseerd kan worden in uw project. Wij staan u graag bij om deze adviezen in een vervolgtraject verder te concretiseren en vorm te geven.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

35/41

5. Houtopstanden 5.1 Toetsingskader Houtopstanden buiten de bebouwde kom zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming. In het kader van de Wet natuurbescherming omvat ‘houtopstanden’ het volgende: ‘zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen’ (artikel 1.1 Wnb). Als een houtopstand zich binnen de bebouwde kom bevindt, is niet de Wet natuurbescherming van toepassing, maar de gemeentelijke verordening (APV of Bomenverordening) van de gemeente binnen welke grenzen betreffende houtopstand is gelegen. Deze bescherming geldt ook wanneer velling van een (klein) deel van dergelijke beplantingen beoogd wordt. Bij velling van houtopstanden buiten de bebouwde kom (waarop het beschermingsregime van de Wnb van toepassing is) dient van de voorgenomen velling kennisgeving worden ingediend bij het ministerie van LNV. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende (d.w.z. de eigenaar van de grond) zorg voor het ‘op bosbouwkundig verantwoorde wijze’ herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand.

Per provincie kunnen verschillende specifieke regels voor herbeplanting gelden (artikel 4.3 lid 3 Wnb). Bovenstaand is niet nodig wanneer de houtopstanden vallen onder de volgende categorieën zoals opgenomen in artikel 4.1 Wnb: a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand;

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

36/41

h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. Door middel van een veldinspectie dient in beeld te worden gebracht in hoeverre een te vellen houtopstand voldoet aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden, om welke soort het gaat en om welke aantallen het gaat.

5.2 Inventarisatie en toetsing Het plangebied ligt deels binnen en deels buiten de bebouwde kom Houtopstanden (figuur 5.1). Houtopstanden buiten de bebouwde kom Houtopstanden, bestaande uit een rij van tenminste 20 bomen of een oppervlakte van tenminste 10 are, bestaande uit boomvormers (stamdiameter tenminste 0,1 meter) zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming. Zoveel bomen zijn niet aanwezig in het stuk wat buiten de bebouwde kom ligt. Het kappen/verwijderen van houtopstanden op de planlocatie is daarom niet melding- en/of vergunningplichtig in het kader van de Wet Natuurbescherming. Wel zijn er gemeentelijke regels voor kap van bomen, beschreven in de algemene plaatselijke verordening gemeente Hilversum (APV). Voor bomen met een stamdoorsnede van meer dan 30 centimeter, gemeten op 1.30 meter hoogte vanaf maaiveld, of wanneer de boom is geplant op basis van een herplantverplichting, dient een kapvergunning te worden aangevraagd. Indien dergelijke bomen gekapt dienen te worden, dient vooraf een kapvergunning te worden aangevraagd.

Figuur 5.1

Plangebied (rood) ten opzichte van de begrenzing van de bebouwde kom Houtopstanden (donkerblauw).

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

37/41

6. Conclusies en aanbevelingen 6.1 Wet natuurbescherming 6.1.1

Natura 2000-gebieden

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied. Vanwege de relatief grote afstand tot gebieden zijn directe en nagenoeg alle indirecte effecten uitgesloten. Uitzondering hierop vormt de mogelijke toename van stikstofdepositie. Een AERIUS-berekening dient uitgevoerd te worden om de mogelijke toename van stikstofdepositie te berekenen.

6.1.2

Soortenbescherming

Uit het oriënterend veldbezoek en bronnenonderzoek blijkt dat de werkzaamheden kunnen mogelijk effect hebben op vogels en zoogdieren. Huismus De huismus maakt gebruik maken van het plangebied. Indien deze bramenstruiken verwijderd worden, dient eerst een aanvullend onderzoek naar de huismus te worden uitgevoerd. Dit aanvullend onderzoek dient plaats te vinden bij voorkeur tussen april en half mei (BIJ12a, 2017). Vleermuizen Wanneer het clubgebouw en/of het Gasunie gebouw evenals de huizen aan de Anton Philipsweg gesloopt gaan worden, of wanneer bomen gekapt gaan worden dient voorafgaand aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden tussen half april en half oktober (gehele periode). . De precieze richtlijnen zijn opgenomen in het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021). Eekhoorn Er is een eekhoornnest aanwezig. Aanvullend onderzoek dient aan te tonen hoe de soort gebruik maakt van het leefgebied. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden rondom de voortplantingsperiode (december tot juni). Hierna kunnen vervolgstappen bepaald worden.

Ontheffing Wet natuurbescherming Indien verblijfplaatsen inderdaad aanwezig zijn, en zij worden verstoord of vernietigd dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd en verkregen te worden. Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

38/41

Houdt hierbij rekening met een behandelingstermijn van 20 weken. Ook zullen compenserende en mitigerende maatregelen moeten plaatsvinden. Maatregelen Er zijn maatregelen nodig om aantasting/verstoring van vleermuizen en broedvogels te voorkomen, maar ook om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling voor mogelijk aanwezige vrijgestelde 3.10 soorten en invulling te geven aan de zorgplicht: • indien werkzaamheden starten rondom de periode 15 maart tot 15 augustus: ecologische check op het werkgebied maximaal drie dagen voorafgaand aan de werkzaamheden. Indien in gebruik zijnde nesten of nest indicerend gedrag worden aangetroffen, dient een ecoloog te bepalen of en waar (op welke verstoringsafstand) werkzaamheden mogen worden uitgevoerd; • rekening houden met plaatsing van verlichting, in verband met verstoring van omliggende bomen en omliggend foerageergebied. Hier is eenvoudig rekening mee te houden door ecodynamische verlichting te installeren of door de verlichting niet op de bomen en (natuur)gebieden te laten schijnen; • mitigerende maatregelen, zoals het uitvoeren van de werkzaamheden vanaf één kant, de werkzaamheden rustig opstarten en bij het aantreffen van dieren deze de gelegenheid te geven om het plangebied te kunnen verlaten.

6.2 Natuurbeleidskaders 6.2.1

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt tegen, maar buiten het Natuurnetwerk Nederland. Gezien externe werking niet van toepassing is op NNN-gebieden in Noord-Holland, hoeft het plan niet getoetst te worden. Indien werkzaamheden inderdaad buiten de begrenzing van het NNN-gebied blijven, is geen nader effectonderzoek noodzakelijk. Ook zijn er geen maatregelen nodig om effecten te voorkomen.

6.2.2

Gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt tegen, maar buiten de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Aangezien er geen ecologische kernkwaliteiten worden beschreven voor dit gebied, zal het voorgenomen plan de kernkwaliteiten op gebied van natuur niet aantasten.

6.2.3

Gemeentelijk beleid

Om een koppeling te maken met de gemeentelijke ambitie, liggen voor het plan diverse kansen voor het versterken van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Wij adviseren u hier graag in.

6.3 Houtopstanden Indien bomen gekapt moeten worden binnen het plangebied en de stamdoorsnede is meer dan 30 centimeter, gemeten op 1.30 meter, of wanneer de boom is geplant op basis van een herplantverplichting, dient een kapvergunning te worden aangevraagd.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

39/41

Bronnen BIJ12a (2017). Kennisdocument gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. Ingezien van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-KennisdocumentGierzwaluw-1.0.pdf BIJ12b (2017). Kennisdocument huismus Passer domesticus. Versie 1.0. Ingezien van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-KennisdocumentHuismus-1.0.pdf BIJ12c (2017). Kennisdocument rugstreeppad Bufo calamita. Versie 1.0, juli 2017. Ingezien van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-017Kennisdocument-Rugstreeppad-1.0.pdf Bouwens, S (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Ingezien via: https://www.brabant.nl//media/9818f6ae36e44afbb3529103cf9460ba.pdf Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill (2011). Vleermuizen, Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Uitgevers BV Utrecht Zoogdiervereniging Nijmegen. Hilversum (2022), Programma GroenHilversum 2040. Ingezien via https:// www.bouwenaanhilversum.nl/documenten/ handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2374067. Korthorst, M. (2012). Memo natuur. Ingenieursbureau Oranjewoud. Korthorst, M. (2012). Natuureffectrapport; externe effecten van ontwikkelingslocatie Anna’s hoeve op Bescherm Natuurmonument Laarder Wasmeer & Zuiderheide en Park Anna’s Hoeve. Ingenieursbureau Oranjewoud. Nationale Flora en Fauna Databank (NDFF). Ecogrid. Uitvoerportaal. Ingezien van https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul op 13 december 2021.

Omgevingsdienst Noord-Holland (2017). Handreiking Wezel, Hermelijn en Bunzing. Ingezien via: https://www.odnhn.nl/Wet_natuurbescherming/Soortenbescherming/Handrei king_wezel_hermelijn_en_bunzing.pdf Provincie Noord-Holland (2020a). Omgevingsregeling NH2020, ingezien van https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingswet/Om gevingsverordening#Over%20de%20omgevingsverordening Provincie Noord-Holland (2020b). Bijzonder Provinciaal Landschap-32 landschappen en kernkwaliteiten. Ingezien via: https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Bijzonder_Provinciaal_Lands chap RAVON, informatie over beschermde reptielen en amfibieën. Ingezien via: http://www.ravon.nl Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

40/41

Roodzand, S. (2010). Quickscan natuur Anna’s hoeve te Hilversum; toetsing wet- en regelgeving van natuur. Grontmij Nederland B.V. Schenkeveld, A. (2011). Anna’s hoeve Hilversum natuuronderzoek; tussentijdse rapportage. Schenkeveld bureau voor natuur en landschap. Schenkeveld, A. (2011). Memo ringslangonderzoek 2011 Anna’s Hoeve. Schenkeveld bureau voor natuur en landschap. Verspreidingsatlas, informatie over dennenorchis. Ingezien via: https://www.verspreidingsatlas.nl/ Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. Vogelbescherming, informatie over beschermde vogels. Ingezien van: http://www.vogelbescherming.nl/ Vlinderstichting, informatie over beschermde insecten. Ingezien van: http://www.vogelbescherming.nl/ Zoogdiervereniging, informatie over beschermde grondgebonden zoogdieren. Ingezien via: https://www.zoogdiervereniging.nl/

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01

41/41

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek, Sweco, 21 april 2022

ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten

63

Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Akoestisch onderzoek

Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Anna’s Hoeve 51007593 Gemeente Hilversum NL22-648800269-21800 C1

Datum:

14-04-2022

Auteur: E-mailadres:

Vincent de Haas vincent.dehaas@sweco.nl

Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:

Gertjan Blaas

Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:

Rob Cornelis

2/19

Inhoudsopgave

Verantwoording .................................................................................................................................................. 2 1. 1.1 1.2

Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Aanleiding ................................................................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 5

2. 2.1 2.2 2.3

Wettelijk kader ......................................................................................................................................... 6 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................................. 6 Railverkeerslawaai .................................................................................................................................. 8 Ontheffingsprocedure en gecumuleerde geluidbelasting ........................................................................ 8

3. 3.1 3.2 3.3

Uitgangspunten en situatie ...................................................................................................................... 9 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................................. 9 Railverkeer ..............................................................................................................................................9 Rekenmethode en modellering ............................................................................................................... 9

4. 4.1 4.2 4.3

Resultaten .............................................................................................................................................11 Wegverkeerslawaai ...............................................................................................................................11 Railverkeerslawaai ................................................................................................................................15 Industrielawaai.......................................................................................................................................15

5.

Conclusie ...............................................................................................................................................16

Bijlage 1 Situatie ..............................................................................................................................................17 Bijlage 2 Invoergegevens ................................................................................................................................ 18 Bijlage 3 Resultaten .........................................................................................................................................19

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 Document referentie: https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/nl22-64880026921800.docx

3/17

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Gemeente Hilversum is voornemens de bestemmingsplannen rondom de woonwijk Anna’s Hoeve te herzien. Het grootste gedeelte van het plangebied is vast gelegd in het bestemmingsplan Woonwijk Anna’s Hoeve, vastgesteld in 2013. Het gaat om een globaal en flexibel plan met veel ontwerpvrijheid voor ontwikkelaars. De woonwijk is inmiddels (bijna) afgerond, waardoor de stap wordt gemaakt van ontwikkel- naar beheerfase. Om de beeldkwaliteit van de woonwijk te behouden, is een nieuw conserverend bestemmingsplan gewenst. Het nieuwe bestemmingsplan gaat meer passen bij een afgeronde woonwijk. Voor dit nieuwe bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek gewenst, om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Om dit te onderzoeken zijn geluidbelastingen berekend vanwege wegverkeer en railverkeer in de toekomstige situatie (2040). Tevens is de geluiduitstraling van de RWZI beschouwd aan de hand van een voorgaand onderzoek. In figuur 1-1 is het plangebied weergegeven.

Figuur 1-1:

Ligging van het plan gebied in het rood, met in het zwarte kader de nieuwe Verlegde Weg over Anna’s Hoeve, welke niet bij het plangebied behoort

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 4/16

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader besproken. Hoofdstuk 3 omschrijft de uitgangspunten en methodiek die zijn gehanteerd voor het onderzoek. Hoofdstuk 4 omschrijft de rekenresultaten en tot slot wordt in hoofdstuk 5 de conclusie gegeven.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 5/16

2. Wettelijk kader 2.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder stelt dat alle wegen zoneplichtig zijn, met uitzondering van woonerven en wegen die zijn opgenomen in een 30 km-zone. Iedere zoneplichtige weg heeft volgens artikel 74 Wet geluidhinder (Wgh), afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied, een onderzoekzone. De zonebreedte wordt gerekend vanaf de kant van de weg, zie Figuur 2-1, waarbij op- en afritten worden meegerekend. De zonebreedtes zijn opgenomen in onderstaande tabel. Volgens de huidige wetgeving geldt geen zone voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Hierdoor is het geluid van deze wegen uitgesloten van de verplichte toetsing aan de wettelijke grenswaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden deze wegen wel in beschouwing genomen.

Figuur 2-1 De onderzoekzone langs een weg

Tabel 2-1 Onderzoekzones langs wegen Aantal rijstroken Onderzoekzone Binnenstedelijk Buitenstedelijk gebied gebied 1 of 2 200 meter 250 meter 3 of 4 350 meter 400 meter 5 of meer 350 meter 600 meter

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 6/16

In en om het plan gebied liggen meerdere zoneplichtige wegen. Voor de toekomstige situatie gaat het om de Minckelerstraat, het 50 km/uur deel van de Anthony Fokkerstraat, het nieuw aan te leggen Verlegde Weg over Anna’s Hoeve (verdeling overgenomen uit voorgaand onderzoek Goudappel Coffeng1) en de rijksweg A27. In de huidige situatie gaat het om de Minckelerstraat, het 50 km/uur deel van de Anthony Fokkerstraat, Weg over Anna’s Hoeve en de rijksweg A27. Tevens is het 30 km/uur gedeelte van de Anthony Fokkerstraat meegenomen in de onderbouwing. In bijlage 2 zijn de intensiteiten weergegeven. Indien binnen het plangebied geluidsgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd en deze binnen de geluidszone vallen, moet de optredende geluidbelasting worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Echter zijn de woningen in dit bestemmingsplan al planologisch mogelijk gemaakt. Het gaat hier dus om een toets voor een goed woon- en leefklimaat. Voor woningen gelegen binnen een geluidszone is in de Wet geluidhinder een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op de gevel bepaald van 48 dB (Lden). In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande situaties. Er is sprake van een nieuwe situatie als een bestemmingsplan wordt opgesteld of herzien ten behoeve van de bouw van geluidsgevoelige bestemmingen of de aanleg van een weg.

De in de Wet geluidhinder genoemde ten hoogste toelaatbare geluidbelasting moet dan getoetst worden. Van een bestaande situatie is sprake als de geluidsgevoelige bestemmingen al bestonden voor 1 januari 2007 en de geluidbelasting destijds hoog was. Voor dit bestemmingsplan is er dus geen sprake van nieuwe situaties want de woningen zijn al vergund en in de meeste gevallen al gebouwd en het bestemmingsplan dient ervoor om nieuwbouw van nieuwe geluidgevoelige objecten tegen te gaan. In tabel 2-2 zijn de grenswaarden van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op de gevel van de woningen gegeven. Tabel 2-2 Grenswaarden geluidbelasting Normering Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting Maximale ontheffing (buitenstedelijk) Maximale ontheffing (stedelijk)

Grenswaarde 48 dB (art. 82.1) 53 dB (art. 83.1) 63 dB (art. 83.2)

Het college van burgemeester en wethouders (B&W) kan onder voorwaarden een hogere geluidbelasting op de gevel toelaten. In dit geval tot maximaal 63 dB omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt. Op basis van Lid 7c uit het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet is het mogelijk om een Hogere waarde besluit als onderdeel van een bestemmingsplan op te nemen. Voordat getoetst wordt aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, dient eerst een aftrek te worden toegepast op de berekende geluidbelasting conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. De hoogte van deze aftrek wordt bepaald conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Voor wegen waar de representatieve snelheid lager is dan 70 km/uur wordt een aftrek toegepast van 5 dB. Dit is van toepassing voor de wegen in dit onderzoek.

Verkeersgegevens en omgevingsvariabelen ten behoeve van PIP HOV in ’t Gooi (2016)1

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 7/16

2.2 Railverkeerslawaai De breedte van de wettelijke geluidszone is afhankelijk van het vastgestelde geluidproductieplafond. De bepaling van de wettelijke zone staat beschreven in het Besluit geluidhinder artikel 1.4 en 1.4a. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt in nieuwe en bestaande situaties. Voor dit bestemmingsplan is er geen sprake van nieuwe situaties want de woningen zijn al vergund en in de meeste gevallen al gebouwd en het bestemmingsplan dient ervoor om nieuwbouw van nieuwe geluidgevoelige objecten tegen te gaan. Per 1 juli 2012 wordt de geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai ontleend aan het geluidproductieplafond, zoals is opgenomen in het Geluidregister voor hoofdspoorwegen. Bij de toetsing dient van de geluidbelasting aan de normen van de Wet geluidhinder te worden uitgegaan van de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien deze grenswaarde niet wordt overschreden, zijn verdere geluidprocedures niet nodig. Bij overschrijding van de maximale toelaatbare geluidbelasting van 55 dB (Lden) dienen in eerste instantie mogelijke maatregelen worden onderzocht. Indien maatregelen onvoldoende doeltreffend blijken te zijn, kan een hogere waarde verleend worden tot 68 dB (Lden).

2.3 Ontheffingsprocedure en gecumuleerde geluidbelasting Voor het bestemmingsplan waar nu aan wordt gewerkt, is het de bedoeling dat er geen geluidgevoelige bestemmingen meer worden gerealiseerd. Zoals eerder benoemd, wordt dit onderzoek uitgevoerd voor een gezond woon- en leefklimaat. Hierom zijn geen ontheffingsprocedures meer noodzakelijk. In deze ontheffingsprocedures worden hogere waarden afgegeven, mochten maatregelen onvoldoende doelmatig zijn. Als er een hogere waarde wordt aangevraagd, mag het bevoegd gezag vragen naar de gecumuleerde geluidbelasting van verschillende bronnen. In dit geval is gekozen om de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer inzichtelijk te maken, om ook dit te meenemen in de onderbouwing of er een goed woon- en leefklimaat is.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 8/16

3. Uitgangspunten en situatie 3.1 Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones van de wegen weergegeven in tabel 3-1. De grenzen voor de geluidcontouren zijn 48 dB (maximaal toelaatbare waarde), 53 dB, 58 dB, 63 dB (maximaal te ontheffen waarde) en 68 dB. De contour is berekend op 4,5 meter hoogte. Dit correspondeert met de tweede bouwlaag in een huis volgens het reken- en meetvoorschrift. Volgens de Wet geluidhinder moet de situatie in het planjaar tenminste tien jaar na wijziging van het bestemmingsplan getoetst worden. In dit geval is gekozen voor het hanteren van de verkeersgegevens voor het toetsingsjaar 2040. Hiervoor is door de gemeente Hilversum een verkeersprognosemodel opgesteld waarbij rekening is gehouden met vastgesteld beleid, geleverd op 4 april 2022. Alle gehanteerde verkeersgegevens zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de invoer van het wegverkeer op de rijksweg A27 is gebruik gemaakt van het landelijk geluidregister voor hoofdwegen gedownload op 9 december 2021.

3.2 Railverkeer Voor de invoer van het railverkeer is gebruik gemaakt van het landelijk geluidregister voor hoofdspoorwegen gedownload op 11 november 2021. De grenzen voor de geluidcontouren zijn 50 dB, 55 dB( maximaal toelaatbare waarde), 60 dB, 64 dB en 68 dB (maximaal te ontheffen waarde). De contour ligt op 4,5 meter hoogte.

3.3 Rekenmethode en modellering De geluidbelasting van weg- en railverkeer is berekend conform de Standaard Rekenmethode II uit de bijlage 3 en 4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Hiervoor is gebruik gemaakt van het computermodel Geomilieu (versie 2021.2). In het model is de aanwezige bebouwing en zijn de wegen ingevoerd. De gebouwgegevens (x, y, z-coördinaten) van de bestaande bebouwing zijn afkomstig van het aangeleverde geluidmodel van de gemeente en zijn daar waar dat relevant is aangevuld of aangepast door middel van een digitale veldinventarisatie in StreetSmart (Cyclomedia).

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 9/16

De geluidcontouren zijn bepaald op een hoogte van 4,5 meter boven lokaal maaiveld. Voor de geluidcontour is een grid gebruikt met om de 10 meter een rekenpunt in noord-zuidelijke en oost-westelijke richting. In het programma is gerekend met een standaard bodemfactor van 0. Afwijkingen hiervan zijn door middel van bodemgebieden gedefinieerd. Dit is bijvoorbeeld groen en het ballastbed van het spoor (bodemfactor 1,0 - akoestisch zacht). De modelgegevens zijn terug te vinden in bijlage 2.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 10/16

4. Resultaten 4.1 Wegverkeerslawaai In dit hoofdstuk zijn contouren opgenomen van de geluidbelasting vanwege wegverkeer. Voor een toetsing aan de geluidsnormen wordt normaliter een rekenpunt gebruikt die alleen het invallende geluidsniveau berekend. De geluidbelasting die zijn berekend in de contouren zijn hoger, omdat hierbij ook de reflectie van de gevel wordt meegenomen. Minckelerstraat In de toekomstige situatie verdwijnt de Weg over Anna’s Hoeve, en komt daarvoor de Verlegde Weg over Anna’s Hoeve in de plaats. Dit heeft consequenties voor de intensiteit van de Minckelerstraat, waar een stuk minder verkeer overheen zal gaan. De geluidbelasting vanwege de Minckelerstraat zal dus een stuk minder zijn. In figuur 4.1 is dit weergeven. De eerstelijnsbebouwing ligt rond de 53 dB. Voor deze woningen zijn hogere waarden afgegeven voor het bestemmingsplan Anna’s Hoeve daterend uit 2013 (van 55 dB voor de woningen 416 t/m 430, en voor de overige woningen aan de Minckelerstraat 59 of 60 dB). Deze hogere waarden zijn terug te vinden in bijlage 1.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 11/16

Figuur 4-1:

Geluidbelasting vanwege Minckelerstraat in 2040 inclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. Het gaat hier om een aftrek van 5 dB

Verlegde Weg over Anna’s Hoeve De Verlegde Weg over Anna’s Hoeve wordt momenteel aangelegd. Het verkeer dat vroeger over de Weg over Anna’s Hoeve ging, zal in de toekomst over deze weg gaan rijden. De berekende geluidbelasting vanwege de Verlegde Weg over Anna’s Hoeve is weergegeven in figuur 4-2. Voor deze weg zijn hogere waarden vastgesteld, vastgelegd in het besluit hogere grenswaarden Provinciaal Inpassingsplan HOV - de verlegde Weg over Anna’s Hoeve daterend uit 2015. De berekende geluidbelastingen op de woningen Minckelerstraat 167 en 169 zijn tussen de 48 en 53 dB. De afgegeven hogere waarde is 51 dB. Of aan deze hogere waarde wordt voldaan is met deze berekening niet duidelijk. De contouren zijn berekend met de reflecties van gebouwen, waar voor de berekening voor woningen alleen het invallend geluidniveau wordt bepaald. Hierdoor is het wel waarschijnlijk dat aan deze hogere waarde wordt voldaan. Voor het appartementen complex aan de Joop Stokkermansstraat 2 tot en met 128 is een hogere waarde afgegeven van 59 dB. De berekende geluidbelasting is 53 tot 58 dB. Daarnaast ligt de woning Joop Stokkermansstraat 27 in de contour 48 tot 53 dB. Hiervoor is een hogere waarde afgegeven van 49 dB. Voor bouwkavel 4.1 en 4.2 is een geluidbelasting berekend van 53 tot 58 dB, dat is lager dan de al eerder afgegeven hogere waarde van 59 dB.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 12/16

Figuur 4-2 :

Geluidbelasting vanwege Verlegde Weg over Anna’s Hoeve in 2040 inclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012 . Het gaat hier om een aftrek van 5 dB

HOV-baan In het akoestisch onderzoek uitgevoerd door Tauw2 is de geluidbelasting vanwege de aan te leggen HOV baan onderzocht. Hieruit kwam naar voren dat alleen de woning Oosterengweg 65 een te hoge geluidbelasting heeft. Deze woning ligt gelijk aan de HOV-baan. Het plangebied in dit onderzoek ligt op ruime afstand van de HOV baan en wordt vanwege de lage intensiteit overstemd door de Verlegde Weg over de Anna’s Hoeve en de A27. Hierom is de HOV baan niet verder onderzocht. Liebergerweg, Anthony Fokkerweg en Mussenstraat De geluidbelasting vanwege de 30 km/uur Liebergerweg, Anthony Fokkerweg en de Mussenstraat is berekend. De geluidbelasting is in het gehele plangebied lager dan 48 dB en hierom is er geen figuur opgenomen in het rapport. Deze wegen zijn meegenomen voor de gecumuleerde geluidbelasting. A27 Op ongeveer 800 meter van het plangebied ligt de rijksweg A27. Deze weg hoeft dus niet te worden getoetst. Om in kaart te brengen of in het kader van geluid een goed leef- en woonklimaat wordt gerealiseerd, is deze weg toch meegenomen in het onderzoek. De 48 dB-contour ligt ongeveer ter plaatse van de gevels van voor het appartementen complex Minckelerstraat 233 tot en met 347 en de woningen Minckelerstraat 420 tot en met 430. Hiervoor zijn geen eerdere hogere waarden afgegeven omdat deze woningen niet in de onderzoekzone liggen van de A27.

De geluidbelasting is ongeveer gelijk aan de 2

Akoestisch onderzoek Provinciaal Inpassingsplan HOV in ’t Gooi (2016), Tauw.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 13/16

voorkeursgrenswaarde en de woningen ondervinden geen hinder van andere wegen. Hierom kan worden gesteld dat de woningen geen onacceptabele hinder ondervinden van de weg.

Figuur 4-3:

Geluidbelasting vanwege de rijksweg A27 in 2040 inclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. Het gaat hier om een aftrek van 2 dB

Gecumuleerde Geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai In figuur 4-5 is de gecumuleerde geluidbelasting weergegeven van alle gemodelleerde wegen zonder aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012. Uit het figuur is op te maken dat de belasting voornamelijk komt van aparte bronnen, dus dat de cumulatie van de wegen niet leidt tot onacceptabele hinder.

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 14/16

Figuur 4-4:

Gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai exclusief aftrek conform artikel 3.4 uit het RMG 2012

4.2 Railverkeerslawaai De geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai is berekend. De geluidbelasting is in het gehele plangebied lager dan 55 dB, waarmee wordt voldaan aan de maximale toelaatbare waarde. Hierdoor is railverkeerslawaai ook van ondergeschikt belang voor de gecumuleerde geluidbelasting. In bijlage 3 is een contour opgenomen met de grenzen 50 dB, 55 dB( maximaal toelaatbare waarde), 60 dB, 64 dB en 68 dB (maximaal te ontheffen waarde).

4.3 Industrielawaai Direct naast het plangebied ligt een RWZI. In 2011 is dit mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan RWZI Anna’s Hoeve (onherroepelijk 21-09-2011). Het bureau Tauw heeft de geluidbelasting op de omgeving onderzocht.3 Op basis van dit onderzoek is een vergunning verleend. De ruimtelijke inpassing van bedrijfsactiviteiten zal met dit bestemmingsplan niet veranderen. De inpasbaarheid van de activiteiten wordt met dit onderzoek dan ook niet opnieuw onderzocht. Bij een wijziging van de vergunde activiteiten zal een milieuvergunning aangevraagd moeten worden en vindt een toetsing plaats op de geluiduitstraling van de inrichting. Bij het realiseren van nieuwe woningen rondom het RWZI is ook een nieuw onderzoek nodig.

3

Akoestisch onderzoek rwzi Hilversum (2010)

Sweco | Bestemmingsplan Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 14-04-2022 Versie: C1 15/16

5. Conclusie In opdracht van de gemeente Hilversum heeft Sweco dit akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het hoofddoel van dit onderzoek is het in kaart brengen van voorkeurszones en maximale te ontheffen zones vanwege wegverkeerslawaai. Hierbij was het doel te beoordelen of er een goed woon- en leefklimaat in de wijk is. De geluidbelasting vanwege de Minckelerstraat is ruim lager dan de afgegeven hogere waarde. De geluidbelasting vanwege de Verlegde Weg over Anna’s Hoeve is waarschijnlijk gelijk aan of lager dan de al afgegeven hogere waarde. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de berekende geluidbelastingen vanwege wegverkeer niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Ook geluid vanwege de HOV- baan, railverkeerslawaai en het RWZI Hilversum zijn beschouwd. Alle berekende waarden passen binnen de al afgegeven hogere waarden die zijn vastgesteld. In de wijk is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Mocht de intensiteit van de Verlegde Weg over Anna’s Hoeve hoger uitvallen dan de huidige prognose, kunnen hiervoor maatregelen worden overwogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c723d447-297f-4dca-8f84-8d3c5a185c39