Bijlage 2 (c) Bijlagen van toelichting (ontwerp)bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023
Tekst van het document
Woonwijk Anna's Hoeve 2023
Gemeente Hilversum, Dienst Stad Afdeling Stedelijke Ontwikkeling, Team Bestemmingsplannen en Monumenten
Inhoudsopgave
Bijlage 1
Verkeersonderzoek IKC Anna's Hoeve, Sweco, 18-09-2023
3
Bijlage 2
Verkennend Natuuronderzoek Anna's Hoeve, Sweco, 7 februari 2022
21
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek, Sweco, 21 april 2022
63
Bijlage 4 10-08-2022
Akoestisch onderzoek industrielawaai IKC en sportvelden, Sweco,
Bijlage 5
Notitie luchtkwaliteit, Sweco, 22 april 2022
1023
Bijlage 6
Risico-inventarisatie externe veiligheid, Sweco, 24 december 2021
1102
Bijlage 7
Stikstofnotitie, incl. AERIUS-berekening, Sweco, 17-10-2023
1120
117
Bijlagen Toelichting
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
2
Bijlage 1 Verkeersonderzoek IKC Anna's Hoeve, Sweco, 18-09-2023
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
3
Verkeersonderzoek IKC Anna’s Hoeve Parkeren en verkeersgeneratie
Inhoudsopgave
Verantwoording .................................................................................................................................................. 2 1. 1.1 1.2
Inleiding ................................................................................................................................................... 5 Aanleiding en onderzoeksvraag .............................................................................................................. 5 Onderzoeksaanpak ................................................................................................................................. 5
2. 2.1 2.2 2.3
Parkeerbalans ......................................................................................................................................... 6 Autoparkeervraag .................................................................................................................................... 6 Fietsparkeervraag.................................................................................................................................... 6 Parkeerbalans ......................................................................................................................................... 7
3. Verkeersgeneratie ................................................................................................................................... 9 3.1 Uitgangspunten ....................................................................................................................................... 9 3.2 Berekening verkeersgeneratie ................................................................................................................ 9 3.2.1 Kinderdagverblijf ................................................................................................................................... 9 3.2.2 Basisschool ........................................................................................................................................10 3.2.3 Totale extra verkeersgeneratie...........................................................................................................10 3.3 Routekeuze van het verkeer .................................................................................................................11 4.
Effecten op de verkeersafwikkeling .......................................................................................................12 4.1 Verkeerstellingen ...................................................................................................................................12 4.1.1 Gebiedsontsluitingswegen .................................................................................................................12 4.1.2 Erftoegangswegen .............................................................................................................................13 4.2 Verkeersveiligheid .................................................................................................................................14 4.2.1 Geregistreerde ongevallendata ..........................................................................................................14 4.2.2 Wegkenmerken ..................................................................................................................................15 4.2.3 V85-snelheid.......................................................................................................................................15 5.
Conclusie ...............................................................................................................................................17
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: sweco.projectId Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: c:\users\nlcorh\desktop\nl23-648800269-59485 - definitief notitie verkeer anna hoeve.docx
3/17
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
4/17
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag De gemeente Hilversum ontwikkelt momenteel het gebied Anna’s Hoeve tot woonwijk. Een gedeelte van de wijk is inmiddels gerealiseerd. Onderdeel van de plannen is de uitbreiding van het huidige Integraal KindCentrum (IKC), waarbij de basisschool uitbreidt en een gymzaal krijgt en een uitbreiding van de kinderdagopvang. In Tabel 1 is de uitbreiding gekwantificeerd, op basis van de ruimtebehoefte vanuit de businesscase van de uitbreiding van het IKC Villa Vrolik. Tabel 1: De uitbreiding van het IKC Basisschool
Huidig
Toekomstig
308 leerlingen
420 leerlingen
12 klassen
17 klassen Gymzaal
Kinderopvang (kinderdagverblijf + peuterspeelzaal)
192 m2 bvo
308 m2
De gemeente Hilversum wenst inzicht in de effecten van de uitbreiding van het IKC op de verkeersgeneratie en de (fiets)parkeerbehoefte. Daarnaast is inzicht in de verkeersveiligheid rondom de schoolomgeving gewenst.
1.2 Onderzoeksaanpak Het verkeersonderzoek doorloopt de volgende stappen: -
Parkeerbalans Berekening verkeersgeneratie gemotoriseerd verkeer Effecten verkeersgeneratie Kwalitatieve beschouwing verkeersveiligheid Conclusie.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
5/17
2. Parkeerbalans 2.1 Autoparkeervraag Bij de berekening van de autoparkeervraag zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
-
-
De autoparkeervraag is berekend op basis van de Nota parkeernormen 2023 van de gemeente Hilversum: o De locatie Anna’s Hoeve is gelegen in de rest bebouwde kom. o De parkeernorm voor een kinderdagverblijf bedraagt 1,2 per 100 m2 bvo1, o De parkeernorm voor een basisschool bedraagt 0,75 per leslokaal. o De parkeervraag wordt naar boven afgerond. Er is enkel gekeken naar de extra parkeervraag ten gevolge van de uitbreiding van het IKC. Er is geen rekening gehouden met dubbelgebruik, aangezien de kinderdagopvang en de basisschool gelijke aanwezigheidspercentages hebben. Met betrekking tot de kiss-and-ride is ervan uitgegaan dat het extra verkeer van de bestaande faciliteiten gebruik maakt.
In tabel 2 is de berekening van de autoparkeervraag opgenomen. Hieruit is af te leiden dat in totaal 6 autoparkeerplaatsen voor de uitbreiding benodigd zijn. Tabel 2: De extra autoparkeervraag voor de uitbreiding van het IKC Functie Norm eenheid
aantal
Kinderdagverblijf
1,2
1,16 (extra bvo /100)
1,4
Basisschool
0,75
5 (leslokalen)
3,8
Totaal
6
2.2 Fietsparkeervraag Bij de berekening van de fietsparkeervraag zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
De fietsparkeervraag is berekend op basis van de fietsparkeerkencijfers van het CROW (ASVV 2021):
1 Bruto vloeroppervlak
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
6/17
o
-
De fietsparkeernorm voor een bassischool met 250 tot 500 leerlingen bedraagt 3,5 – 5,8 fietsparkeerplaatsen per 10 leerlingen. o Er zijn geen kencijfers beschikbaar voor fietsparkeerplaatsen bij een kinderdagverblijf. Er is in de berekening gekeken naar de totale parkeervraag en de extra parkeervraag ten gevolge van de uitbreiding van het IKC.
De kencijfers van het CROW kennen geen fietsparkeernormen voor kinderdagverblijven. Maatwerk is vereist. Enerzijds dienen er fietsparkeerplaatsen voor het personeel aanwezig te zijn, anderzijds dient ook een beperkt aantal plaatsen beschikbaar te zijn voor kinderen die, afhankelijk van het weer, door hun ouders met hun fietsje (met zijwieltjes) gebracht worden. Deze laatste hebben geen specifieke fietsparkeerplaatsen nodig, maar eerder ruimte om de fiets zodanig te kunnen plaatsen dat ze geen overlast veroorzaken. Daarnaast is moeilijk in te schatten om hoeveel fietsen dit precies gaat, maar mogelijk gaat dit om een beperkt aantal, aangezien het IKC aan de rand van de wijk ligt (hoe groter de afstand, hoe onwaarschijnlijker dat peuters op het fietsje komen) en het fietsen enkel van toepassing is voor de oudere peuters. Mogelijk komt dit dan uit op circa 10 tot 20% van alle kinderen die naar het kinderdagverblijf gebracht worden. Daarom focust de berekening van de fietsparkeervraag zich voor het kinderdagverblijf op de fietsparkeervraag van de personeelsleden. Ten opzichte van de huidige situatie zal het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen voor de personeelsleden beperkt toenemen. Ingeschat is dat dit circa 2 fietsparkeerplaatsen betreft. In tabel 3 is de berekening van de fietsparkeervraag voor de basisschool opgenomen.
Voor de gehele school geldt in de toekomstige situatie een fietsparkeervraag van 244 fietsparkeerplaatsen. De uitbreiding heeft in totaal 65 fietsparkeerplaatsen nodig. Dus in totaal zijn er 309 fietsparkeerplaatsen benodigd. Tabel 3: De (extra) fietsparkeervraag voor de uitbreiding van het IKC Functie (maximale) norm eenheid
aantal
Basisschool (totaal)
5,8
42 (aantal leerlingen / 10)
244
Basisschool (extra)
5,8
11,2 (aantal leerlingen / 10)
65
2.3 Parkeerbalans De gemeente heeft een overzicht van het aantal parkeerplaatsen voor de verschillende fasen van de ontwikkeling van Anna’s Hoeve, nog niet uitgaande van de uitbreiding van het IKC. In het overzicht, d.d. 20-12-2021, is er in fase 3, de ontwikkeling rondom de Tony van Verrestraat en de Harry Banninkstraat, sprake van een overschot van 3 parkeerplaatsen. De uitbreiding van IKC leidt tot een extra parkeervraag van 6 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er 3 parkeerplaatsen tekort komen.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
7/17
Echter, het tekort aan parkeerplaatsen kan waarschijnlijk in de directe omgeving opgevangen worden, aangezien de parkeervraag voor de school gedurende de (werk)dag plaatsvindt, wanneer de bewoners van de omliggende woningen zelf met de auto naar het werk zijn en deze parkeerplaatsen dus vrij zijn. In dat geval is er sprake van dubbelgebruik van de beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
8/17
3. Verkeersgeneratie 3.1 Uitgangspunten Bij het berekenen van de verkeersgeneratie van de planontwikkeling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
-
-
De verkeersgeneratie voor het kinderdagverblijf is berekend op basis van de CROW-kencijfers verkeersgeneratie (CROW publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’). De kencijfers van het CROW geven een bandbreedte aan. De verkeersgeneratie hangt samen met het parkeren. De parkeernormen in de parkeernota van de gemeente Hilversum bedragen de gemiddelde waarde binnen de bandbreedte van de parkeernormen van het CROW. Daarom is ook voor de verkeersgeneratie uitgegaan van de gemiddelde waarde binnen de bandbreedte. De verkeersgeneratie van de basisschool is benaderd op basis van de CROW-rekentool ‘Verkeersgeneratie en parkeren’. Er is enkel gekeken naar de extra verkeersgeneratie ten gevolge van de uitbreiding van het IKC.
3.2 Berekening verkeersgeneratie 3.2.1
Kinderdagverblijf
Op basis van de CROW kentallen kent het kinderdagverblijf een verkeersgeneratie van circa 40 motorvoertuigverplaatsingen per werkdag. De helft hiervan vindt tijdens het brengen van de kinderen aan het begin van de dag plaats, de andere helft bij het ophalen van de kinderen aan het einde van de dag. Hierbij dient tevens uitgegaan te worden van een gelijke verdeling van en naar het kinderdagverblijf toe. Ofwel, het kinderdagverblijf kent de volgende verkeersgeneratie: -
Ochtendspits: circa 10 ritten richting en circa 10 ritten vanaf het kinderdagverblijf. Avondspits: circa 10 ritten richting en circa 10 ritten vanaf het kinderdagverblijf.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
9/17
3.2.2
Basisschool
De extra verkeersgeneratie van de basisschool is bepaald aan de hand van de rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren van het CROW. Hierin worden aannames gemaakt voor het aantal leerlingen dat met de auto naar school gebracht wordt. Hierbij is ook van belang om een inschatting te maken welk verkeer van buiten de wijk wordt aangetrokken, aangezien een deel van de verkeersgeneratie van het IKC een gecombineerde rit (afzetten van het kind tijdens de woon-werk verplaatsing) betreft. De factsheet ‘Schoolmobiliteit en gedrag’ (CROW, 2016) omschrijft het volgende: -
Slechts 10% van alle autoritten naar school is een combinatierit waarbij de ouder met de auto doorrijdt naar het werk. Circa 30% van de leerlingen wordt per auto naar het school gebracht.
In de berekening van de verkeersgeneratie zijn verder de volgende uitgangspunten gehanteerd, op basis van expert opinion: -
Het aantal leerlingen per begeleider per auto bedraagt 1,2. 80% van de vijf extra docenten komt met de auto naar school. Het overig personeel per klas bedraagt 0,3 (bijvoorbeeld conciërges).
Op basis van de gestelde uitgangspunten is het volgende berekend: -
De school wordt met 112 leerlingen uitgebreid. Hiervan worden 34 leerlingen (30%) met de auto gebracht. Dit komt neer op 28 autoritten (1,2 leerlingen per auto). Dit betreft per spitsperiode 28 aankomende en 28 vertrekkende ritten, ofwel 56 autoritten in totaal. De uitbreiding brengt 6,5 nieuwe docenten met zich mee (1 docent + 0,3 overig personeel per klas) . 5 personeelsleden komen met de auto naar school. In de ochtendspits betreft dit 5 aankomende ritten, in de avondspits 5 vertrekkende ritten.
In tabel 4 zijn de resultaten van de berekening van de verkeersgeneratie van de basisschool opgenomen. In totaal genereert de uitbreiding circa 60 ritten per spitsperiode. Tabel 4: De extra verkeersgeneratie ten gevolge van de uitbreiding van het IKC Ochtendspits Avondspits Aankomende rit
28 (leerlingen) + 5 (docenten)
28 (leerlingen)
Vertrekken de rit
28 (leerlingen)
28 (leerlingen) + 5 (docenten)
Totaal
61
61
3.2.3
Totale extra verkeersgeneratie
De totale extra verkeersgeneratie van het IKC bedraagt circa 80 autoritten per spitsperiode, waarbij de verdeling naar richting (aankomende rit en vertrekkende rit) relatief gezien nagenoeg gelijk is.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
10/17
3.3 Routekeuze van het verkeer Gezien de locatie van de school is het aannemelijk dat het overgrote deel van het gemotoriseerde verkeer via de route Harry Banninkstraat – Mincklerstraat richting Hilversum centrum rijdt. Naar verwachting zal slechts een klein percentage (5%) via de Minckelerstraat en Weg over Anna’s Hoeve richting Baarn rijden (figuur 1).
Figuur 1: De verwachte routekeuze van het verkeer.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
11/17
4. Effecten op de verkeersafwikkeling 4.1 Verkeerstellingen Om inzicht te krijgen in de huidige verkeersintensiteiten rondom Anna’s Hoeve heeft de gemeente Hilversum verkeerstellingen uitgevoerd (zie Figuur 2 voor de locaties). Aangezien de woonwijk rondom de school al volledig ontwikkeld is, geven de verkeerscijfers een duidelijk beeld van de huidige verkeersintensiteiten ten gevolge van de ontwikkeling van de wijk.
Figuur 2: De tellocaties
4.1.1
Gebiedsontsluitingswegen
De Minckelerstraat kan geclassificeerd worden als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom waarbij de capaciteit is ingeschat op circa 1.400 motorvoertuigen per uur2 (beide richtingen samen). In Figuur 3 is een overzicht gegeven van de verkeerstellingen op de telpunten op de Minckelerstraat. Hierop zijn duidelijk de ochtend- en avondspitsperiode waarneembaar. 2 Er zijn geen harde kentallen aanwezig voor de capaciteit van GOWs binnen de bebouwde kom. In het Handboek
Wegontwerp van het CROW wordt gesproken over een maximale afwikkelingscapaciteit van circa 2.800 pae per uur (totaal beide richtingen) voor een GOW buiten de bebouwde kom (80 km/u), welke kan oplopen tot 3.200 pae afhankelijk van de verdeling over de rijrichtingen.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
12/17
De uurintensiteit loopt op tot circa 700 motorvoertuigen per uur voor alle telpunten, waardoor de capaciteitswaarde van 1.400 motorvoertuigen per uur niet wordt overschreden. De extra verkeersgeneratie van de uitbreiding van het IKC is met circa 60 autoritten per spitsperiode beperkt, waardoor ook bij de uitbreiding van het IKC geen doorstromingsknelpunt verwacht wordt.
Figuur 3: Het intensiteitenverloop op een gemiddelde werkdag op de Minckelerstraat (beide richtingen samen) gedurende de dag nabij de kruispunten met de Rogier van Otterloostraat, Tony van Verrestraat en Harry Banninkstraat.
4.1.2
Erftoegangswegen
De Anton Philipsweg, de Rogier van Otterloostraat, de Tony van Verrestraat en de Harry Banninkstraat kunnen geclassificeerd worden als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en zijn gelegen in een 30 km/uur zone. De capaciteit van erftoegangswegen in 30 km/uur gebied wordt bepaald door de leefbaarheid en de oversteekbaarheid voor kwetsbare weggebruikers, aangezien de intensiteiten en het aantal oversteekbewegingen van voetgangers en fietsers hoger zijn dan bijvoorbeeld op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom. Daarnaast zijn 30 km/uur gebieden eerder verblijfsgebieden met veel ruimte voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Er bestaan geen harde kencijfers voor de capaciteit van erftoegangswegen in 30 km/uur gebieden, aangezien veel factoren van invloed zijn (bijvoorbeeld intensiteiten kwetsbare weggebruikers, wegbreedtes en de aanwezigheid van parkeervoorzieningen). In de SWOV-factsheet ‘Zone 30: verblijfsgebieden binnen de bebouwde kom’3 wordt omschreven dat het vanuit geluidsniveau, oversteekbaarheid en hoeveel uitlaatgassen af te raden is om meer dan 5.000 motorvoertuigen per etmaal door een 30 km/uur straat te leiden. Daarom wordt in deze rapportage uitgegaan van een maximale intensiteit van 5.000 motorvoertuigen per etmaal voor erftoegangswegen binnen 30 km/uur gebied. In Figuur 4 is een overzicht gegeven van de gemeten etmaalintensiteiten.
Uit de telling blijkt dat de Anton Philipsweg met gemiddeld circa 1.600 mvt/etmaal de drukste werkdag is. Voor het IKC is met name de intensiteit op de Harry 3 SWOV, Leidschendam, december 2010.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
13/17
Banninkstraat van belang. Ook hier is geen sprake van een overschrijding van de maximale intensiteit.
Figuur 4: De gemeten etmaalintensiteit op een gemiddelde werkdag voor de erftoegangswegen. Boven, de Rogier van Otterloostraat en de Anton Philipsweg. Onder, de Tony van Verrestraat en de Harry Banninkstraat
4.2 Verkeersveiligheid 4.2.1
Geregistreerde ongevallendata
Op basis van de geregistreerde ongevallendata in ViaStat blijkt dat in de afgelopen vijf jaar geen letselongevallen hebben plaatsgevonden in de directe nabijheid van het IKC4. Op basis van de geregistreerde ongevallendata kan dan ook niet over een verkeersonveilige situatie rondom het IKC gesproken worden.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
14/17
4.2.2
Wegkenmerken
Naast de geregistreerde ongevallendata is bij de beoordeling van de verkeersveiligheid gekeken naar de wegkenmerken. Door een toename van de verkeersintensiteit neemt de kans op ontmoetingen tussen tegemoetkomend verkeer toe. Een smalle weg waarbij motorvoertuigen elkaar niet zonder hinder kunnen passeren levert vertragingen en mogelijk onveilige situaties op. Daarom is gekeken naar de beschikbare wegbreedte op de straten rondom het IKC. De volgende breedtematen voor de verschillende typen weggebruikers zijn hierbij gehanteerd: • • •
Fietsers: 1 meter; Lichte motorvoertuigen: 2,25 meter; Lichte en zware vrachtauto’s: 3 meter.
De Harry Banninkstraat is met 6 meter breed genoeg om de verschillende type weggebruikers te faciliteren. Er is ook voor tegemoetkomend vrachtverkeer voldoende ruimte om elkaar te passeren. De Harry Banninkstraat kent haaksparkeervakken langs de oostzijde, welke een verkeersveiligheidsrisico met zich meebrengen. Het zicht van een achteruit uitparkerende auto op fietsers richting de school kan door naastgelegen geparkeerde auto’s zeer slecht zijn. Dit is met name gevaarlijk voor onervaren verkeersdeelnemers (scholieren), die mogelijk niet bedacht zijn op uitparkerende voertuigen. Echter, fietsers worden via het onverplichte fietspad aan de westzijde van de school naar de ingang van het schoolterrein geleid, waardoor het aandeel fietsverkeer op de Harry Banninkstraat mogelijk beperkt is. De Tony van Verrestraat en Rogier van Otterloostraat bestaan uit eenrichtingsstraten met een rijbaanbreedte van minimaal 3,5 meter. Dit biedt voldoende ruimte voor een automobilist om een fietser in te halen of te passeren. Echter, voor het fietsverkeer geldt dat zij zoveel mogelijk via onverplichte fietspaden door de wijk geleid worden, waardoor het aantal ontmoetingen met autobestuurders gereduceerd wordt. De Anton Phillipsweg is circa 5,5 meter breed en biedt hiermee voldoende ruimte voor lichte motorvoertuigen om elkaar te passeren.
Net als in de Harry Banninkstraat is ook hier sprake van haaksparkeervakken langs de weg, welke de kans op ongevallen vergroten. Ook valt op dat er weinig snelheidsremmende maatregelen zoals drempels zijn toegepast. Op sommige plekken komt ook langsparkeren op de rijbaan voor, waardoor de doorstroming gehinderd kan worden. Naar verwachting is het aantal scholieren dat per fiets hier langs komt echter gering, waardoor ook het ongevallenrisico beperkt is.
4.2.3
V85-snelheid
De verkeerstellingen geven ook inzicht in de gereden snelheden van het gemotoriseerde verkeer, uitgedrukt in de V85-waarde. De V85-waarde is binnen de verkeerskunde een belangrijk waarde, aangezien deze minder beïnvloed wordt door excessieve hoge (of lage) gemeten snelheden tijdens de meetperiode. De V85-waarde omschrijft de snelheid die door 85% van het verkeer niet overschreden wordt. In onderstaande tabel zijn de gemeten V85-waarden op de verschillende straten weergegeven. Hierop is te zien dat op de Harry Banninkstraat en Anton Philipsweg de overschrijding van de V85-waarde met 5 km/u het hoogste is.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
15/17
Onderzoek wijst uit dat op wegen met een 30 km/uur limiet het meerendeel van de automobilisten te hard rijdt (SWOV, factsheet 30km/uur-gebieden, 2018). Er zijn echter geen landelijk representatieve gegevens over de werkelijke rijsnelheden op 30 km/uur wegen, maar meerdere onderzoeken laten een gemiddelde snelheid van 36 à 37 km/uur zien. De V85-waarde op de Harry Banninkstraat en Anton Phillipsweg ligt hier iets onder. Tabel x: De V85-waarden tijdens werkdagen Straat
Snelheidsregime
V85-waarde
Harry Banninkstraat
30 km/u
35 km/u
Tony van Verrestraat (richting west)
30 km/u
-*
Tony van Verrestraat (richting zuid)
30 km/u
28 km/u
Rogier van Otterloostraat (richting noord)
30 km/u
30 km/u
Rogier van Otterloostraat (richting zuid)
30 km/u
30 km/u
Anton Phillipsweg
30 km/u
35 km/u
Minckelersstraat
50 km/u
50 km/u
* Geen snelheidsmetingen bekend
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
16/17
5. Conclusie Op basis van het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken:
• De uitbreiding van het IKC leidt tot circa 60 extra autoritten in zowel de ochtend- als de avondspits.
• De uitbreiding van het IKC leidt tot een extra fietsparkeervraag van circa 70 •
• • •
•
•
fietsparkeerplaatsen. Bij de uitbreiding komen er 3 autoparkeerplaatsen te kort. Echter, mogelijk kan dit tekort opgevangen worden door de openbare parkeerplaatsen bij de woningen. De parkeervraag van de school treedt overdag op werkdagen op, terwijl de hoogste parkeerdruk van woningen in de avonduren plaatsvindt. De extra verkeersgeneratie ten gevolge van de uitbreiding van het IKC leidt niet tot knelpunten. De capaciteit van de verschillende wegen wordt niet overschreden. Op basis van de geregistreerde ongevallendata komt de schoolomgeving niet als verkeersonveilige locatie naar voren. De ingang van de school is georiënteerd op een onverplicht fietspad en wandelpad, waardoor fietsers gescheiden worden van het gemotoriseerd verkeer, zowel ter hoogte van de school als verder de wijk in. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. De haaksparkeervakken langs de Harry Banninkstraat en Anton Philipsweg verhogen het ongevallenrisico, doordat het zicht van achteruitrijdende ingeparkeerde voertuigen op de overige weggebruikers door overige geparkeerde auto’s slecht is. De V85-waarde ligt op de Harry Banninkstraat en Anton Philipsweg weliswaar boven de snelheidslimiet, er kan echter niet over een forse snelheidsoverschrijding gesproken worden.
Sweco | IKC Anna’s Hoeve Projectnummer: 51007593 Datum: 18-09-2023 Versie: 1 Document referentie: NL23-648800269-59485
17/17
Bijlage 2 Verkennend Natuuronderzoek Anna's Hoeve, Sweco, 7 februari 2022
ontwerp-bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve 2023 Team Bestemmingsplannen en Monumenten
21
Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Een oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Verantwoording
Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:
Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Een oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur 51007593 Gemeente Hilversum NL22-648800269-16537 C02
Datum:
07-02-2022
Auteur: E-mailadres:
Daisy de Vries daisy.devries@sweco.nl
Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:
Maikell Verkade
Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:
Maarten Mouissie
Titel: Onderwerp:
2/41
Inhoudsopgave
Verantwoording .................................................................................................................................................. 2 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding ................................................................................................................................................... 5 Aanleiding ................................................................................................................................................ 5 Kader van het onderzoek ........................................................................................................................ 5 Doelstelling .............................................................................................................................................. 6 Plangebied en voorgenomen activiteiten ................................................................................................ 6 Voorkomende ecotopen .......................................................................................................................... 6
2.
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden ..................................................................................12
2.1
Toetsingskader ......................................................................................................................................12
2.2 2.3
Methode .................................................................................................................................................13 Analyse van mogelijke effecten .............................................................................................................13
3. Wet natuurbescherming: soortenbescherming .....................................................................................15 3.1 Toetsingskader ......................................................................................................................................15 3.2 Methode .................................................................................................................................................18 3.2.1 Bronnenonderzoek .............................................................................................................................18 3.2.2 Habitatgeschiktheidsbeoordeling .......................................................................................................18 3.2.3 Analyse en toetsing mogelijke effecten ..............................................................................................18 3.3 Vogels ....................................................................................................................................................18 3.4 Vleermuizen ...........................................................................................................................................21 3.5 Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................................................24 3.6 Amfibieën
...............................................................................................................................................27 3.7 Reptielen ...............................................................................................................................................28 3.8 Vissen ....................................................................................................................................................29 3.9 Ongewervelden .....................................................................................................................................29 3.10 Vaatplanten ...........................................................................................................................................29 4.
Natuurbeleidskaders..............................................................................................................................31 4.1 Toetsingskader ......................................................................................................................................31 4.2 Natuurnetwerk Nederland .....................................................................................................................31 4.2.1 Inventarisatie ......................................................................................................................................32 4.2.2 Analyse en toetsing effecten ..............................................................................................................32 4.3 Gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................32 4.3.1 Toetsingskader ...................................................................................................................................32 4.3.2 Inventarisatie ......................................................................................................................................33 4.3.3 Analyse en toetsing effecten ..............................................................................................................33 4.4 Gemeentelijk beleid
..............................................................................................................................35 Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007471 Datum: 07-02-2022 Versie: C01 Document referentie: p:\5305\51007593_annas_hoeve_hilversum\w200 onderzoeken\natuur\nl22-64880026916537.docx
3/41
5. Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................................38 5.1 Wet natuurbescherming ........................................................................................................................38 5.1.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................................................38 5.1.2 Soortenbescherming ..........................................................................................................................38 5.2 Natuurbeleidskaders..............................................................................................................................39 5.2.1 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................39 5.2.2 Gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland .................................................................................39 5.2.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................................39 Bronnen ...........................................................................................................................................................40
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007471 Datum: 07-02-2022 Versie: C01 Document referentie: p:\5305\51007593_annas_hoeve_hilversum\w200 onderzoeken\natuur\nl22-64880026916537.docx
4/41
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In het oosten van de gemeente Hilversum ligt de in aanbouw zijnde wijk Anna’s Hoeve. In 2011 en 2013 zijn hiervoor bestemmingsplannen opgesteld. Sweco is gevraagd om een conserverend bestemmingsplan voor de wijk op te stellen en beide eerdere bestemmingsplannen samen te voegen en te updaten. Het conserverende plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, bouwmogelijkheden worden juist ingeperkt middels strengere regelingen. Wanneer bij ontwikkelingen beschermde plant- of diersoorten of beschermde gebieden in het geding kunnen zijn, dienen deze te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. Voor de eerdere bestemmingsplannen zijn vanaf 2010 verschillende natuuronderzoeken uitgevoerd, onder de wet- en regelgeving van de toenmalige Flora en fauna wet: • • • • •
Roodzand, S. (2010). Quickscan natuur Anna’s hoeve te Hilversum; toetsing wet- en regelgeving van natuur. Grontmij Nederland B.V. Schenkeveld, A. (2011). Anna’s hoeve Hilversum natuuronderzoek; tussentijdse rapportage. Schenkeveld bureau voor natuur en landschap. Schenkeveld, A. (2011). Memo ringslangonderzoek 2011 Anna’s Hoeve. Schenkeveld bureau voor natuur en landschap. Korthorst, M. (2012). Memo natuur. Ingenieursbureau Oranjewoud. Korthorst, M. (2012). Natuureffectrapport; externe effecten van ontwikkelingslocatie Anna’s hoeve op Bescherm Natuurmonument Laarder Wasmeer & Zuiderheide en Park Anna’s Hoeve. Ingenieursbureau Oranjewoud.
Verkennende natuuronderzoeken zijn in de regel drie jaar geldig en zijn dan ook gedateerd. Daarnaast is in 2017 de Flora en faunawet vervangen door de Wet natuurbescherming. Hierdoor dient een nieuw verkennend natuuronderzoek te worden uitgevoerd . Voorliggend verkennend natuuronderzoek is daarom uitgevoerd.
1.2 Kader van het onderzoek Projecten op handelingen dienen getoetst te worden aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: •
Wet natuurbescherming:
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
5/41
•
• •
Natura 2000-gebieden; soortenbescherming. Provinciaal beleid: Natuurnetwerk Nederland (NNN); andere gebieden (buiten het NNN), waaronder: ▪ weidevogelleefgebieden; ▪ akkervogelgebieden; ▪ ganzenfoerageergebieden; ▪ oude boskernen en oude groeiplaatsen. Gemeentelijk beleid. Houtopstanden
In dit rapport heeft toetsing op bovenstaande kaders plaatsgevonden.
1.3 Doelstelling Het verkennend onderzoek is er op gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied. In het rapport worden de mogelijke vervolgstappen besproken die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures.
1.4 Plangebied en voorgenomen activiteiten Het plangebied ligt in het oosten van de gemeente Hilversum (figuur 1.1 en 1.2). Het plangebied is momenteel al voor een groot deel bebouwd en bewoond. Er zullen echter nog meer woningen gebouwd worden, evenals aanpassingen in de omgeving (aanleg groenstukken).
1.5 Voorkomende ecotopen Het plangebied bestaat grotendeels uit nieuwbouw. Op een aantal plekken ligt (verwilderde) bouwgrond. In het zuidwesten ligt een bouwterrein met zand, zandbergen en wat ruigte kruiden als bijvoet, akkerdistel, brandnetel en Canadese fijnstraal en rietgras, met daartussen ook lage kruiden als smalle weegbree, rode klaver, glad walstro en (figuur 1.3), ook staat hier wat struikbrem en liggen hier wat grote regenwaterplassen. In het zuiden ligt een vrij nat aangelegd grasveld met daarnaast een braakliggend stuk grond. Hier is veel open grond, wat mossen, lage soorten als duizendblad, glad walstro, rode klaver en smalle weegbree, met daartussen bijvoet, teunisbloem, bezemkruiskruid en opschot van robinia (figuur 1.4). Ook hier liggen flink wat regenwaterplassen. Het zuidoostelijk deel bestaat uit sportvelden, deze zullen blijven bestaan, enkel aan het clubgebouw zullen aanpassingen plaatsvinden (figuur 1.5). In het noordoosten wordt momenteel druk gebouwd (boven het Klaas van Beeckpad) (figuur 1.6), hierachter, aan de Anton Philipsweg staat oudere lage bebouwing. Buiten het plangebied ligt in het oosten het Laarder Wasmeer, een NNN-gebied in beheer van het Goois Natuurreservaat (figuur 1.7).
In het zuiden buiten het plangebied ligt het NNN-gebied Anna’s Hoeve ook in beheer van het Goois natuurreservaat (figuur 1.8), afgescheiden van het plangebied met een bomenrij. Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
6/41
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood).
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
7/41
Figuur 1.2.
Gedetaileerde ligging van het plangebied (rood omlijnd). Het zwartgestreepte vlak is een uitsparing voor een busbaan, dit valt niet onder het plangebied.
Figuur 1.3
Het zuidwestelijk gelegen bouwterrein.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
8/41
Figuur 1.4
Het zuidelijk gelegen braakliggend terrein met daarachter het aangelegde stuk grasveld.
Figuur 1.5
Sportvelden in het oosten.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
9/41
Figuur 1.6
Bouwplaats boven het Klaas van Beeckpad.
Figuur 1.7
NNN-gebied Laarder Wasmeer direct oostelijk van het plangebied.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
10/41
Figuur 1.8
NNN-gebied Anna’s Hoeve direct zuidelijk van het plangebied.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
11/41
2. Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden 2.1 Toetsingskader Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of respectievelijk uitbreidings- en verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Om dit toetsbaar te maken, kent de Wet natuurbescherming een goedkeuringsvereiste voor plannen die significante gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb) en een vergunningsplicht voor projecten en andere handelingen die (significant) negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb).
De goedkeuring of de vergunning met betrekking tot stikstofemissies in de gebruiksfase wordt alleen verleend wanneer voldoende zeker is dat de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied niet in het geding zijn. Wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op grond van een passende beoordeling niet kunnen worden uitgesloten, kan alleen goedkeuring aan het plan of een vergunning voor het project worden verleend, indien een ADC-toets met succes doorlopen kan worden (artikel 2.8, vierde lid, Wnb). Dat betekent dat het project een dwingende reden van groot openbaar belang kent, er geen alternatieven zijn met minder grote effecten op Natura 2000-gebieden en compenserende maatregelen worden getroffen. In de navolgende paragrafen is beoordeeld of er significante effecten kunnen optreden op Natura 2000-gebieden en zo ja, wat de benodigde vervolgstappen zijn.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
12/41
2.2 Methode Voor de inventarisatie van Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van interactieve kaarten van provincie Noord-Holland en informatie van natura2000.nl. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen op 5,3 kilometer ten westen van het plangebied ligt. In noordwestelijke richting op 7,3 kilometer afstand ligt het Naardermeer en op 12 kilometer het Markermeer & IJmeer. In noordelijke richting ligt op 7,9 kilometer afstand het gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en op 13 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt Arkemheen (zie figuur 2.1). Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 15 km afstand van het plangebied. In de Oostelijke Vechtplassen liggen de volgende stikstofgevoelige habitattypen: kranswierwateren, vochtige heiden (laagveengebied), blauwgraslanden, overgangs- en trilvenen (trilvenen en veenmosrietlanden), galigaanmoerassen en hoogveenbossen. In het Naardermeer zijn de volgende stikstofgevoelige habitattypen aanwezig: zwakgebufferde vennen, vochtige heiden (laagveengebied), blauwgraslanden, overgangs- en trilvenen (trilvenen en veenmosrietlanden) en hoogveenbossen. Voor Markermeer & IJmeer en Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en Arkemheen zijn geen stikstofgevoelige habitattypen aangewezen.
2.3 Analyse van mogelijke effecten Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van Natura 2000-gebieden en kan, gezien de grote afstand tot Natura 2000-gebieden, ook door externe werking niet van belang zijn voor de draagkracht van nabijgelegen Natura 2000gebieden. De Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten waarvoor de nabijgelegen gebieden zijn aangewezen, hebben tevens geen ecologische relatie met het plangebied. Het plangebied is daarmee niet van belang voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Indirecte effecten ten gevolge van de werkzaamheden, zoals verdroging, vernatting, optische-, lichten geluidsverstoring reiken naar verwachting tot maximaal enkele honderden meters ver en zijn vanwege de relatief grote afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. De werkzaamheden zullen mogelijk gepaard gaan met emissie van stikstof. Om de werkzaamheden uit te kunnen voeren, wordt gebruik gemaakt van verschillend materieel. Deze machines zullen mogelijk onder andere stikstof uitstoten (emissie) wat uiteindelijk neer zal dalen (stikstofdepositie). De emissie kan zich vrij gemakkelijk over grotere afstand verplaatsen en zodoende een toename in stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen.
Echter, de Wet stikstofreductie en natuurverbetering voorziet per 1 juli 2021 in een partiële vrijstelling van de vergunningplicht voor stikstofemissies afkomstig van bouw- en sloopwerkzaamheden. De aanlegfase kan daarom buiten beschouwing gelaten worden voor de beoordeling van de vergunningplicht. De gebruikersfase kan echter ook zorgen voor een verhoging in stikstofdepositie, bijvoorbeeld door het gebruik van gas en de verkeersaantrekkende werking. Om de effecten hiervan te bereken dient een AERIUS berekening te worden uitgevoerd.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
13/41
Figuur 2.1.
Ligging plangebied (rood) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (groen) met in het westen Oostelijke Vechtplassen, in het noordwesten Naardermeer en Markermeer & IJmeer, in het noorden Eemmeer & gooimeer Zuidoever en in het oosten Arkemheen.
.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
14/41
3. Wet natuurbescherming: soortenbescherming 3.1 Toetsingskader In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Hierbij onderscheiden we drie verschillende beschermingsregimes waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1. e.v.): • Lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • Lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • Lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • Lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • Lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten bijlage IV Habitatrichtlijn, bijlage I Verdrag van Bern (artikel 3.5 e.v.): • Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • Lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • Lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • Lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • Lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten (artikel 3.10 e.v.): Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
15/41
•
Lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. Onderzoeken naar het voorkomen vanuit de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn hebben een geldigheidsduur van drie jaar. Na deze termijn dient het onderzoek te worden geactualiseerd. Voor Andere beschermde soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op deze soorten. Ten aanzien van de Andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) de vrijheid heeft om soorten binnen deze categorie onder voorwaarden vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Onderzoeken naar het voorkomen van Andere beschermde soorten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar. Na deze termijn dient het onderzoek te worden geactualiseerd.
Met artikel 3.10 van de wet wordt het mogelijk gemaakt om die bescherming op te heffen om redenen die onder meer verband houden met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of verband houden met onder meer het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen. Met artikel 4.9 van de verordening van provincie Noord-Holland wordt een dergelijke vrijstelling gegeven. De diersoorten waarop de vrijstelling ten behoeve van ruimtelijke ingrepen ziet, worden genoemd in tabel 3.1. In artikel 4.10 van de verordening is de meldingsen rapportageplicht opgenomen. Deze zijn opgenomen, zodat een goed beeld gehouden kan worden op welke manier er van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt en de vrijstelling niet zorgt voor een verslechtering van de soorten. Voordat er tot uitvoering van de vrijstelling overgegaan mag worden, moet de intentie tot uitvoering aan de provincie worden gemeld. Dit zodat het bevoegd gezag op de hoogte is van het gebruik van de door hen verleende vrijstelling en de mogelijkheid heeft tot (steekproefsgewijze) controle. In de melding zal de eigenaar, de grondgebruiker of degene aan wie namens hem, conform artikel 3.15 zevende lid van de wet, toestemming is verleend, aangeven wanneer er waar werkzaamheden uitgevoerd zullen worden op grond van de vrijstelling.
Ter controle op de gunstige staat van instandhouding van de soort en in verband met de evaluatie van de toegepaste werkwijze is het van belang dat de
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
16/41
grondgebruiker aan het einde van de periode van uitvoering rapporteert (provincie Noord-Holland, 2020a). Tabel 3.1
Vrijgestelde soorten in provincie Noord-Holland (provincie Noord-Holland, 2020a).
Naast bovengenoemde verbodsartikelen bevat de Wnb een algemeen geldende zorgplicht. Deze zorgplicht is te allen tijde van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna. Zorgplicht (artikel 1.11): • lid 1) Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. • lid 2) De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: onderdeel a. dergelijke handelingen achterwege laat dan wel, onderdeel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen of onderdeel c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
17/41
3.2 Methode Deze verkenning betreft een onderzoek naar de actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten in het plangebied. Hierbij maken we onderscheid tussen het bronnenonderzoek en een verkennend veldbezoek, waarbij het plangebied onderzocht is op sporen van aanwezigheid en beoordeeld is op geschiktheid voor beschermde soorten.
3.2.1
Bronnenonderzoek
De inventarisatie betreft een onderzoek naar de actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten in het plangebied. Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en omgeving. Hiervoor zijn onder andere de volgende bronnen gebruikt: a. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), periode 2017-2022; b. soortenatlassen; c. websites met verspreidingsinformatie.
3.2.2
Habitatgeschiktheidsbeoordeling
Op basis van een veldbezoek is de geschiktheid van biotopen voor beschermde soorten beoordeeld. Deze beoordeling geeft, gezamenlijk met het bronnenonderzoek, de beschermde soorten(groepen) in beeld die in het plangebied (kunnen) voorkomen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op maandag 13 december 2021 door een deskundig ecoloog – Daisy de Vries – van Sweco.
3.2.3
Analyse en toetsing mogelijke effecten
Vervolgens is bepaald in hoeverre effecten op mogelijk voorkomende beschermde soorten kunnen optreden door de voorgenomen activiteiten. Op basis van deze analyse wordt geconcludeerd voor welke soort(groep)en nader onderzoek nodig is om het daadwerkelijke voorkomen en verspreiding voldoende in beeld te krijgen.
3.3 Vogels Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Er zijn echter ook soorten die het hele jaar door hun nest gebruiken, of elk jaar terugkomen bij hetzelfde nest. Deze soorten vallen onder de beschermde nesten categorie 1 tot en met 5, waarbij voor categorie 5 alleen geldt dat deze nesten jaarrond beschermd zijn bij de afwezigheid van voldoende alternatieve nestgelegenheden. Voor sommige vogelsoorten is daarnaast ook het functionele leefgebied, zoals foerageergebied en/of roestplaatsen beschermd. De Nationale Databank Flora en Fauna laat binnen het plangebied en in de directe omgeving veel waarnemingen zien van vogels met jaarrond beschermde nesten die vallen in de categorie 1 t/m 4, namelijk boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, sperwer en Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
18/41
wespendief. Categorie 5 soorten worden hier niet beschreven, aangezien er voldoende alternatieve nestgelegenheden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. De boomvalk broedt in allerlei typen bos, liefst in halfopen bos of aan de randen ervan, ook wel in solitaire bomen. De boomvalk jaagt in open en halfopen land, zoals parklandschappen waar de soort kleine vogels, libellen en andere vliegende insecten eet (Vogelbescherming). Het plangebied mist geschikte bomen, de bomen die aanwezig en geschikt zijn staan in een te drukke omgeving, waardoor het vrijwel uitgesloten is dat deze soort hier zal nestelen. De bomen aan de rand buiten het plangebied kunnen geschikt zijn voor de soort om te broeden, maar er zijn tijdens het veldbezoek in de bomen in de omgeving van het plangebied geen (grote) nesten waargenomen die door de boomvalk gebruikt zouden kunnen worden. Het is niet uit te sluiten dat de soort het plangebied soms gebruikt om te foerageren, maar gezien het vele geschikte foerageergebied in de omgeving vormt het plangebied dan geen essentieel foerageergebied. Verstoring door de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling op deze soort is daarom uit te sluiten.
Buizerd, havik, sperwer en wespendief broeden het liefst in de kruinen van hoge bomen, waarbij havik en buizerd een voorkeur voor de rand van uitgestrekte bossen hebben, sperwers graag in dichte bossen broeden en wespendieven in bossen met open plekken. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor open land waar makkelijk gejaagd kan worden (Vogelbescherming). Het plangebied mist uitgestrekte bossen, de grote bomen die aanwezig zijn liggen midden in de woonwijk aan een weg, fietspad en voetpad en zijn daarmee niet geschikt. Open stukken land zijn binnen het plangebied beperkt aanwezig en zijn waarschijnlijk in teveel drukte gelegen, de omliggende (natuur-)gebieden zijn wel geschikt als jachtgebied. Ook staan hier geschikte bomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van buizerds, sperwers en haviken waargenomen in het plangebied of aan de randen daarvan. Verstoring van de werkzaamheden op deze vier roofvogelsoorten is daarom uit te sluiten. De gierzwaluw broedt vooral in steden en dorpen waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. Ze jagen boven uiteenlopende habitats in dorpen en steden. Al het voedsel wordt gevangen in de lucht, ze zijn gespecialiseerd in het vangen van insecten in volle vlucht.
Daarvoor zoeken ze meestal de luchtlagen op die op dat moment de meeste insecten bevatten, en dat kan best een flinke hoogte zijn (Vogelbescherming; BIJ12a, 2017). Aangezien de soort afhankelijk is van gebouwen om in te broeden en er geen werkzaamheden worden uitgevoerd rondom mogelijk geschikte gebouwen aanwezig in het plangebied, is het uitgesloten dat de werkzaamheden effect hebben op het broedgebied van deze soort. deze soort hier zal nestelen. Het is niet uit te sluiten dat de soort het plangebied gebruikt om te foerageren, maar gezien het vele geschikte foerageergebied in de directe omgeving vormt het plangebied geen essentieel foerageergebied. Verstoring door de voorgenomen werkzaamheden op deze soort is daarom uit te sluiten. Een belangrijke voorwaarde voor nestplaatsen van de grote gele kwikstaart is dat er snel stromend water aanwezig is, de soort broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oever van stromend water (Vogelbescherming). In het plangebied of in de directe omgeving daarvan ontbreekt een snel stromend
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Anna’s Hoeve te Hilversum Projectnummer: 51007593 Datum: 07-02-2022 Versie: C01
19/41
waterlichaam, waardoor nesten en daarmee verstoring van de grote gele kwikstaart ook kunnen worden uitgesloten. De huismus gedijt het best in een omgeving die sterk beïnvloed is door menselijke activiteiten. Huismussen broeden in een los kolonieverband. Het nest wordt vooral gemaakt onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. Ook het leefgebied van mussen is beschermd, indien dit essentieel is bevonden. Leefgebied dient zich binnen 200 meter van de broedplaats bevinden en bestaat uit foerageergebied, schuilplaatsen en plekken om zandbaden te nemen. (BIJ12b, 2017) De soort is in het zuidwestelijk deel van het plangebied aangetroffen tijdens het veldbezoek. Op sommige plekken is de nieuwbouw geschikt als verblijfplaats, deze blijven bestaan. Het bouwterrein in het zuidwesten is geschikt als leefgebied voor de huismus (foerageren, nemen van een zandbad). Hier direct nabij ligt Anna’s Hoeve waar ook zand en foerageergebied aanwezig is. Ook het noorden bevat geschikt leefgebied (figuur 3.1), de dichte bramenstruiken en klimop zijn geschikt als schuilplaats. Indien deze bramenstruiken verwijderd worden, dient eerst een aanvullend onderzoek naar de huismus te worden uitgevoerd.