CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Voorjaarsnota 2026 Hilversum

GEMEENTERAAD 1 juli 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Voorjaarsnota 2026 (1966013)24.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Voorjaarsnota 2026

1

Voorwoord Zoals overeengekomen in de Startnotitie harmonisatie financiën maken (besluiten) gemeente Wijdemeren en gemeente Hilversum elk (over) een ‘eigen’ voorjaarsnota over 2026 en een meerjarenraming 2027-2031 die alleen gaat over het eigen grondgebied en middelen. Voor u ligt de voorjaarsnota 2026 van gemeente Hilversum. Deze voorjaarsnota wordt opgesteld ter voorbereiding op de programmabegroting 2027 en bevat in overeenstemming met de financiële verordening een bijstelling van de lopende begroting 2026 en de plannen voor 2027 en verder. De financiële effecten uit de voorjaarsnota 2026 van gemeente Hilversum en uit de voorjaarsnota 2026 van gemeente Wijdemeren zijn het financiële startpunt van de gezamenlijke kadernota. De gezamenlijke kadernota wordt separaat aan beide raden voorgelegd. Deze kadernota is het eerste gezamenlijke financiële document voor de nieuwe gemeente Hilversum, die per 1 januari 2027 wordt gevormd. De kadernota vormt het financiële vertrekpunt voor de programmabegroting 2027 en bevat de gezamenlijke uitgangspunten voor de begroting van de nieuwe gemeente.

2

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................................................. 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................................... 3 1 Financiële beschouwingen ...................................................................................................................................................... 4 2 Financiële positie ..................................................................................................................................................................... 5 2.1 Financiële ontwikkelingen ............................................................................................................................................... 5 2.2 Ontwikkelingen in Hilversum ........................................................................................................................................... 6 2.3 Nieuw financieel beeld 2026-2030 ..................................................................................................................................

9 2.4 Reserves mutaties ......................................................................................................................................................... 12 2.5 Investeringsprogramma ................................................................................................................................................ 15 2.6 Schuldquote over tijdshorizon van 10 jaar .................................................................................................................... 17 3 Uitgangspunten begroting..................................................................................................................................................... 18 3.1 Gemeente Hilversum ..................................................................................................................................................... 18 3.2 Wijdemeren en Hilversum 'Samen sterker' ................................................................................................................... 23 4 Bijlagen .................................................................................................................................................................................. 24 4.1 Financiële ontwikkelingen programma's .......................................................................................................................

24 4.2 Investeringsprogramma ................................................................................................................................................ 43 4.3 Staat van reserves ......................................................................................................................................................... 55 4.4 Overzicht taakvelden per programma ........................................................................................................................... 56

3

1 Financiële beschouwingen Aan de vooravond van het samengaan van gemeente Hilversum en gemeente Wijdemeren in de nieuwe gemeente Hilversum verandert het financiële beeld. De oorzaak hiervan heeft twee componenten: 1. Gemeenten worden meer dan normaal geconfronteerd met prijsstijgingen. 2. Ten opzichte van eerdere jaren kan niet gerekend worden op compensatie met extra middelen vanuit het Rijk. Een groot deel van de aanmeldingen (€6,5 miljoen) wordt bepaald door indexaties van bestaande contracten en afspraken. De indexaties die het grootste effect hebben zijn de indexaties voor zorg, verbonden partijen en verwachte loonstijgingen van de medewerkers. Resterende aanmeldingen zijn het gevolg van onderwijshuisvesting, renovatie en verduurzaming gemeentelijke huisvesting en beperktere aanvragen t.b.v. (nieuwe) wettelijke taken (o.a. inburgering) en ICT (o.a. security en ook hier indexaties). Gelijktijdig zien we in afwijking van andere jaren dat het gemeentefonds onvoldoende compensatie biedt. De decembercirculaire leidt tot een daling van circa €1 miljoen (per 2030) en de vooruitzichten ten aanzien van de meicirculaire zijn minder positief dan voorgaande jaren. Op basis van de voorjaarsnota van het Rijk gaat de meicirculaire geen oplossingen bieden. Bij de start van deze coalitie is afgesproken de lasten over deze bestuursperiode alleen mee te laten groeien met de inflatie.

Deze afspraak is ook in dit laatste (beleidsarme) jaar van deze bestuursperiode toegepast. Conclusie is wel dat de lasten sneller stijgen dan de baten. Gezien de wereldwijde onrusten zijn verdere lastenstijgingen niet uit te sluiten. Alle Nederlandse gemeenten hebben te maken met een toenemende druk op de begroting. Door de tussentijdse landelijke verkiezingen zijn een aantal dossiers blijven liggen. Met name het uitblijven van compensatie voor het ravijnjaar vanaf 2028 en/of compensatie voor de uitvoering van de Jeugdwet of andere overgedragen taken vanuit het rijk naar gemeenten hebben een direct gevolg op de gemeentelijke financiën. Met oog op de herindeling en de aanstaande verkiezingen van november achten wij het niet wenselijk om nu, in een beleidsarm jaar, grote systeemwijzigingen in te voeren. Dit college wil de nieuwe coalitie voldoende mogelijkheden bieden om te blijven investeren in de nieuwe gemeente Hilversum, zonder op voorhand te grote fundamentele keuzes te maken. Ondanks dat het financieel beeld van de voorjaarsnota 2026 van de gemeente Hilversum is verslechterd ten opzichte van de begroting 2026, laat het startpunt van de op te stellen programmabegroting 2027 voor de komende jaren (m.u.v. het ravijnjaar 2028) voordelige begrotingssaldi zien.

4

2 Financiële positie In dit hoofdstuk nemen wij u mee in de financiële ontwikkelingen waar wij als gemeente mee te maken hebben, gevolgd door de ontwikkelingen zoals opgenomen in deze voorjaarsnota. Daarbij dient de door u vastgestelde stand, de begroting 2026, als basis voor deze voorjaarsnota. In deze voorjaarsnota wordt u gevraagd de in paragraaf 2.2 Ontwikkelingen in Hilversum, 2.3 nieuw financieel beeld en de in paragraaf 2.4 voorgestelde reservemutaties te beoordelen en uw keuzes hierin te maken. Een volledig beeld ten aanzien van de financiële positie presenteren wij in paragraaf 2.3 Financieel Meerjarenperspectief 2026-2030. In paragraaf 2.5 wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen ten aanzien van het investeringsprogramma.

2.1 Financiële ontwikkelingen De landelijke bezorgdheid over de financiële situatie van gemeenten blijft onverminderd aanwezig. Ondanks reparatiepogingen vanuit het Rijk voor de jaren 2026 en 2027 is het ‘ravijnjaar’ slechts opgeschoven en niet opgelost. Het nieuwe kabinet zal de komende jaren keuzes moeten maken ten aanzien van het ingeslagen beleid van haar voorgangers, maar heeft zelf ook nieuwe plannen die effect kunnen hebben op de gemeentelijke financiën. De gevolgen van de keuzes die het Rijk gaat maken volgen wij derhalve op de voet. De afgelopen jaren was de bezorgdheid in Hilversum minder aanwezig dan landelijk het geval was. Dit beeld is echter veranderd. De financiële positie van gemeente Hilversum is veranderd ten opzichte van de meerjarenraming zoals deze was opgenomen in de programmabegroting 2026. De oorzaken hiervan zijn grotendeels terug te leiden tot autonome ontwikkelingen als gevolg van prijsstijgingen (indexaties) en bijdragen aan verbonden partijen. Over dit veranderde financiële beeld heeft het college de raad geïnformeerd met de collegebrief inzake de Actualiteiten Hilversumse gemeentefinanciën van 24 april 2026. De verslechtering van de financiële gezondheid is ook, ten opzichte van andere gemeenten, waar te nemen. In de nieuwe BDO-benchmark (op basis van jaarrekening 2024 en begroting 2025) daalt gemeente Hilversum in de ranking.

Met een rapportcijfer 8 neemt gemeente Hilversum de 36e plaats in, bij de vergelijking van de gemeenten met een inwoneraantal van tussen de 50.000 en de 100.000. De BDO-benchmark kijkt echter voornamelijk naar de jaarrekening en niet naar de begroting. Het cijfer is in de BDO financiële benchmark Nederlandse gemeenten is als volgt bepaald: Onderdeel

Solvabiliteitsratio (hoe lager hoe meer risico) Netto schuldquote (hoe hoger hoe meer risico) Grondexploitatie (hoe hoger hoe meer risico) Begrotingsruimte (hoe lager hoe meer ruimte) Belastingcapaciteit (hoe hoger hoe meer risico) Totaal Jaar 2026 2025 2024 2023

Cijfer 8 9 9 9

Score 25% 52% 0% 3.6% 98%

Ranking 36 10 13 28

5

Waardering Neutraal Minst risicovol Minst risicovol Minst risicovol Neutraal

Categorie 20-50 (%) <90 (%) <20 (%) > 0 (€) 95-105 (%)

Score 22 30 15 10 3 80

2.2 Ontwikkelingen in Hilversum Vertrekpunt voorjaarsnota 2026 In deze paragraaf presenteren wij de actuele financiële ontwikkelingen voor de gemeente Hilversum. Uitgangspunt voor de voorliggende voorjaarsnota 2026 is het huidige meerjarenoverzicht, welke wordt gevormd door de financiële stand van de programmabegroting 2026 en (eventuele) begrotingswijzigingen na het vaststellen van de programmabegroting. (-/- is Voordeel, +/+ is Nadeel)

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Programmabegroting 2026 Overige raadsbesluiten met begrotingswijziging

1.267 -

-4.570 -

-1.104 -

-4.623 -

-7.548 -

Uitgangspunt voorjaarsnota 2026 (start)

1.267

-4.570

-1.104

-4.623

-7.548

(Bedragen x €1.000)

Na het vaststellen van de programmabegroting 2026 en vóór het opstellen van de voorjaarsnota 2026 heeft de raad geen besluiten genomen tot het aanpassen van de begroting. Het uitgangspunt voor de voorjaarsnota komt overeen met de het financieel meerjarenoverzicht van de programmabegroting 2026. Aanmeldingen voorjaarsnota 2026 In lijn met de financiële verordening gemeente Hilversum bevat de voorjaarsnota de belangrijke beleidsontwikkelingen en de financiële afwijkingen voor het lopende jaar (2026) en de komende jaren (20272030). Als onderdeel van de voorjaarsnota 2026 zijn de financiële aanmeldingen geïnventariseerd. In onderstaande tabel wordt het financiële effect van deze aanmeldingen gepresenteerd: (-/- is Voordeel, +/+ is Nadeel)

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Uitgangspunt voorjaarsnota 2026 (start) Aanmeldingen voorjaarsnota 2026

1.267 4.222

-4.570 8.037

-1.104 7.653

-4.623 9.844

-7.548 9.094

Stand na voorjaarsnota 2026

5.489

3.467

6.549

5.221

1.546

(Bedragen x €1.000)

Zoals toegelicht laat het geactualiseerde financieel meerjarenoverzicht een verslechtering zien ten opzichte van de programmabegroting 2026. Alvorens verder in te gaan op de oplossingsrichtingen worden de aanmeldingen hieronder op hoofdlijnen toegelicht. In de bijlagen worden de aanmeldingen in detail toegelicht (bijlage 5.2 aanmeldingen per programma).

6

Aanmeldingen voorjaarsnota 2026 Gezien de onzekerheden waar gemeenten mee te maken hebben en de opgaven die o.a. in de vorm van de herindeling nog op ons af komen zijn de aanmeldingen voornamelijk beleidsarm. Ondanks dat de aanmeldingen beleidsarm zijn tellen deze op tot aanzienlijke bedragen. Wanneer we deze aanmeldingen op hoofdlijnen duiden is de conclusie dat deze voornamelijk voortkomen uit prijsstijgingen en eerder gemaakte keuzes. (-/- is Voordeel, +/+ is Nadeel)

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

01) Prijsstijgingen (indexaties) 02) Prijsstijgingen zorg (indexaties) 03) Verbonden partijen 04) Verwachte CAO ontwikkelingen 05) Minimaregelingen 06) Onderwijshuisvesting 07) Formatie 08) Sociaal Werkgeversschap 09) Overhead 10) Strategische huisvesting 11) Financieel technisch 12) Raadsvoorstellen 13) Overig 14) Neutrale wijzigingen (o.a. reserve mutaties)

747 680 33 490 713 525 81 280 -295 686 282 -

1.317 2.080 1.704 675 540 618 633 525 138 330 -3.270 1.109 1.638 -

1.317 2.080 1.723 900 540 955 490 435 521 330 -3.680 718 1.324 -

1.317 2.080 1.755 900 540 1.660 490 390 231 2.748 -3.856 465 1.124 -

1.317 2.080 1.602 900 540 1.021 490 300 231 2.570 -3.152 11 1.184 -

Aanmeldingen voorjaarsnota 2026

4.222

8.037

7.653

9.844

9.094

(Bedragen x €1.000)

01) Prijsstijgingen (indexaties) Deze prijsstijgingen komen met name voort uit de indexaties van subsidies, energie en overige contractuele verplichtingen. In lijn met voorgaande jaren wordt de subsidie-indexatie bepaald met de Consumentenprijsindex (cpi) raming maart. Voor 2027 komt deze uit op 2,1%. Dit resulteert in een ophoging van de subsidiebudgetten van €570.000. Vanwege de verslechterde financiële situatie is het niet mogelijk gebleken om in lijn met de motie ‘M25-128: Geen stille bezuiniging voor maatschappelijke organisaties’ een hogere indexatie op te nemen. De hogere energieprijzen zijn afgelopen jaren vanwege de grilligheid steeds incidenteel verwerkt in de begroting. Nu wordt voorgesteld om de hogere energielasten (€312.000) structureel op te nemen in de begroting. Hierbij wordt uitgegaan van de lasten 2025. Eventuele effecten van de Iran-oorlog op de energieprijzen zijn derhalve niet meegenomen. 02) Prijsstijgingen zorg (indexaties) Het blijkt dat de tarieven van de Wmo en Jeugdwet voor 2026 gemiddeld met 6% zijn gestegen, terwijl we zoals gebruikelijk in de begroting zijn uitgegaan van 3%. Verwacht wordt dat ten aanzien van de Jeugdwet deze hogere tarieven kunnen worden opgevangen binnen de huidige budgetten (een deel van het voordeel in 2025 wordt als structureel verondersteld). Voor 2027 wordt uitgegaan van een tariefstijging van 3%.

03) Verbonden partijen De gemeentelijke bijdragen van de Veiligheidsregio, de Regio Gooi en Vechtstreek, Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek en het Goois natuurreservaat zijn verhoogd. De lasten van de verbonden partijen worden doorbelast aan de gemeenten. Op korte termijn zijn deze lasten niet te beïnvloeden. 04) Verwachte ontwikkelingen CAO Het huidige CAO (gemeente ambtenaren) loopt tot 1 april 2027 en is reeds verwerkt in de programmabegroting 2026. Voor de rest van 2027 wordt vooralsnog een beperkte stijging verwacht van 1%.

7

05 Minimaregelingen Afgelopen jaren is het bereik van de minimaregelingen toegenomen. Door het toegenomen bereik zijn de beschikbare budgetten niet langer toereikend. Daarnaast is recent een rechterlijke uitspraak gepubliceerd, die voorschrijft dat alle minimaregelingen op hetzelfde inkomensniveau moeten worden gehanteerd. Dit betekent dat ook de inkomensgrens voor de vergoeding van bewindvoeringskosten moet worden verhoogd naar 130%. Voor deze aanpassing is aanvullend € 150.000 nodig. 06 Onderwijshuisvesting De aanmelding is met name het resultaat van de 2e voortgangsrapportage IHP (december 2025), de jaarlijkse indexatie op basis van de BDB-index en de verwerking van het raadsvoorstel onderwijshuisvesting op het sportpark (juni 2026) 07 Formatie De aanmelding betreft met name een structurele formatie uitbreiding om de formatie in lijn te brengen met de opgave die er ligt op het gebied van inburgering (€490.000). De formatie is momenteel berekend op 340 inburgeringsplichtigen, terwijl het huidige aantal 690 betreft. Voor 2026 en 2027 wordt incidenteel formatiebudget aangevraagd voor onderwijshuisvesting. Daarnaast worden formatie-uitbreidingen voor vergunningsverlening, projectbeheersing en cultuur aangevraagd die gedekt kunnen worden en/of worden toegerekend aan investeringen, leges en heffingen.

08) Sociaal werkgeverschap Volgens de quotumcalculator van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedraagt het target voor de nieuwe samenvoegde organisatie, een inzet van 36,7 fte arbeidsparticipanten (1 fte=25,5 uur). Momenteel hebben wij 25 arbeidsparticipanten, wat betekent dat we nog een groei te maken hebben. Om te komen tot de groei naar 36,7 fte is en structureel extra budget nodig van € 300.000. Stapsgewijs wordt de komende jaren een steeds groter percentage van de arbeidsparticipanten ondergebracht in de reguliere formatie. Om uiteindelijk tot een 50/50 kosten verdeling (centraal budget en reguliere formatie) te komen is tot 2029 meer budget nodig. 09) Overhead Binnen deze categorie zijn de aanmeldingen opgenomen die voortkomen uit samenhangen met de omvang van de organisatie. Voorbeelden zijn de gestegen Arbokosten, groei van de benodigde licenties, en applicatie gerelateerde lasten. Om deze lasten te dekken wordt sinds 2024 bij formatie uitbreidingen eveneens 30% 'gespaard' voor overhead gerelateerde lasten. Deze middelen worden binnen deze categorie ingezet. 10) Strategische huisvesting In het najaar van 2025 is de gemeenteraad geïnformeerd over de te maken keuze voor de robuuste, duurzame en toekomstbestendige huisvesting van de gemeentelijke dienstverlening en de gemeentelijke organisatie.

De investering voor het voorkeursscenario bedraagt €9,68 miljoen. De exploitatielasten (exclusief kapitaallasten) 2026-2030 bedragen € 5,9 miljoen bij een start in 2029. In de jaren daarvoor zullen lasten gemaakt worden ter voorbereiding van de uitvoering van het voorkeursscenario. 11) Financieel technisch Binnen deze categorie vallen de effecten van de september- en decembercirculaire. Daarnaast valt de stelpost autonome en nominale ontwikkelingen vrij. Ook worden de afschrijvingen en rentelasten geactualiseerd. 12) Raadsvoorstellen Deze aanmeldingen betreffen de budgettaire verwerking van de economische visie, actualisatie grondexploitatie, beleidsnota Inclusie en antidiscriminatie en de raadinitiatieven bij de begroting 2026. 13) Overig Naast de hierboven omschreven categorieën zijn er diverse veelal kleine aanmeldingen die niet verder gecategoriseerd worden. Alle aanmeldingen worden toegelicht in ‘bijlage 4.2 aanmeldingen per programma’.

8

2.3 Nieuw financieel beeld 2026-2030 Oplossingsrichtingen voorjaarsnota 2026 Ondanks de onzekere tijden binnen de gemeente begrotingen houdt de provincie Noord-Holland zich bij het uitvoeren van het financieel toezicht aan de aan het wettelijke voorschriften. De provincie Noord-Holland beoordeelt de begroting derhalve op basis van het wettelijke criterium van structureel en reëel evenwicht. Structureel en reëel evenwicht betekent dat de structurele lasten gedekt dienen te worden met structurele baten. Dat houdt in dat tegenover de jaarlijks terugkerende kosten, voldoende jaarlijks terugkerende opbrengsten staan. Reëel ramen wil zeggen dat de lasten goed worden ingeschat dat ze passend zijn voor de taken. Is de begroting 2027 niet structureel en reëel in evenwicht dan dient het evenwicht tijdig in de meerjarenraming te worden herstel, uiterlijk in 2030. Dit betekent dat tegenover de gestegen lasten als gevolg van de aanmeldingen oplossingen gevonden dienen te worden om te komen tot een structureel en reëel evenwicht. In onderstaande tabel zijn de oplossingsrichtingen verwerkt. (-/- is Voordeel, +/+ is Nadeel)

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Programmabegroting 2026

1.267

-4.570

-1.104

-4.623

-7.548

Raadsbesluiten met begrotingswijziging Aanmeldingen voorjaarsnota 2026

4.222 5.489

8.037 3.467

7.653 6.549

9.844 5.221

9.094 1.546

-1.200

-750 -500 -1.200

400 -800

750 -500 -250 -2.450

-1.050 -1.000 -1.200 -1.600 750 -500 -750 -5.350

-1.450 -1.000 -1.200 -1.600 -963 -750 -6.963

-1.450 -1.000 -1.200 -1.600 -2.000 -250 -7.500

4.689

1.017

1.199

-1.742

-5.954

Oplossingsrichtingen 01) Woonlasten in lijn met CPI brengen 02) Ombuigen Organisatie/Personeel 03) Inzetten mobiliteitsfonds 04) Stelpost Algemene uitkering 05) Versnellen transformatie jeugd 06) Vrijval spaarvoorziening 07) Besparing Beheer en onderhoud

Stand voorjaarsnota 2026

(Bedragen x €1.000)

01) Woonlasten Voor de ontwikkeling van de OZB is het uitgangspunt om de CPI raming van maart voor het komende jaar te gebruiken van het CBS. Dit jaar komt dit uit op 2,1%. Echter de wereld is sindsdien veranderd. Met name als gevolg van de Iran-oorloog worden inmiddels hele andere CPI’s verwacht voor 2026 en 2027. Afgelopen weken hebben zowel De Nederlandse Bank als het Centraal Bureau van Statistiek aangepaste ramingen gepubliceerd: Centraal Bureau Statistiek (april)

2026

2027

Over 2 jaar

CPI maart raming 2026 Markverwachting (april) Tijdelijk verhoogde brandstof prijzen Langer verhoogde brandstof prijzen

2,3% 3,8% 5,1% 5,3%

2,1% 2,3% 1,8% 3,3%

4,4% 6,2% 7,0% 8,8%

9

De Nederlandse Bank (24 maart)

2026

2027

Over 2 jaar

Najaarsraming 2025 Actualisatie Ongunstig Zwaar

2,4% 3,1% 3,5% 4,0%

2,3% 2,9% 3,3% 5,1%

4,8% 6,1% 6,9% 9,3%

In lijn met de voorjaarsnota 2025 wordt ook nu voorgesteld om de woonlasten te baseren op de meest actuele inzichten van de werkelijkheid. Het voorstel is aan te sluiten bij de aangepaste raming van het CBS en dan het “tijdelijke” scenario. De ontwikkeling van de woonlasten komt daarmee 2,2% hoger uit dan wanneer de maartramingen worden gehanteerd. Ramingen CPI

2026

2027

Over 2 jaar

CPB maart raming (t+1) CBS (n.a.v. Iran oorlog)

2,6% 5,1%

2,1% 1,8%

4,8% 7,0%

Verschil

2,5%

-0,3%

2,2%

02) Ombuigen Organisatie/Personeel Op basis van de eerste onderzoeken wordt het mogelijk geacht op besparingen te realiseren op de ambtelijke organisatie. Deze besparing komt bovenop de reeds bestaande structurele opgave van €1.000.000 vanaf 2027 als gevolg van incidenteel budget in 2026. Een concrete invulling naar functies komt nog te vroeg. De besparingen zullen bij de begroting verder zijn geconcretiseerd. 03) Inzetten mobiliteitsfonds Bij de uitbreiding van het betaald parkeren in Hilversum is besloten dat het voordelig saldo parkeren het bedragen van €1.500.000 niet mag overstijgen. Het begrote hogere voordeel wordt jaarlijks in de reserve mobiliteitsfonds gestort. Vooralsnog zijn er geen concrete plannen om de middelen in te zetten. Jaarlijks ongeveer €1.800.000 in de reserve gestort vanuit de parkeeropbrengsten. Voorgesteld wordt om vanuit de reserve de activiteiten binnen de huidige begroting te financieren, welke de mobiliteit bevorderen. Het gaat hier om lasten voor de fietsenkelder, verkeersveiligheid, fietsbeleid e.d. 04) Stelpost Algemene uitkering Afgelopen jaar (2025) zijn de gemeenten (deels) gecompenseerd door het ravijnjaar 2026 te dempen en compensatie te geven voor de hoge lasten voor de uitvoering van de Jeugdwet. De compensatie voor de Jeugdwet heeft plaatsgevonden voor de jaren 2025 t/m 2027.

Voor de jaren na 2027 wordt door het Rijk nog steeds verwacht dat de jeugdlasten sterk zullen dalen als gevolg van de hervormingsagenda. Het Rijk heeft hiervoor de algemene uitkering al vanaf 2028 verlaagd. Voor gemeente Hilversum gaat dit om een daling van de algemene uitkering vanaf 2028 van €6.000.000. De toezichthouder staat toe om voor een deel van dit gat een stelpost op te nemen. Voor Hilversum ligt de hoogte van de toegestane stelpost rond de €1.600.000 vanaf 2028. 05) Versnellen transformatie jeugd Op dit moment maakt meer dan 13% van de Hilversumse jeugdigen gebruik van geïndiceerde jeugdhulp. Het zwaartepunt binnen onze jeugdondersteuning ligt op dit moment bij geïndiceerde zorg door gecontracteerde aanbieders. De verbinding van deze (voornamelijk) individuele ondersteuning met de bredere leefwereld van de jeugdige, zoals school, gezin en sport, is vaak beperkt. Met het Beleidskader Jeugd hebben we de richting ingeslagen naar een andere manier van werken, o.a. door eigen hulpverleners in dienst te nemen en Praktijkondersteuners Jeugd bij de huisarts te positioneren. Hiermee hebben we laagdrempelige ondersteuning gecreëerd, die aansluit op het leven van jeugdigen en hun gezin.

We willen hierop voortbouwen, en streven naar vermindering van geïndiceerde ondersteuning door in te zetten op preventie, normalisering en het versterken van algemene voorzieningen: de beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Eerder hebben we deze beweging binnen de Wmo al met succes gemaakt. We kijken daarbij naar de gehele jeugdketen, hanteren een systemische benadering van gezinnen, werken 10

wijkgericht en in samenwerking met andere partners, zoals scholen, huisartsen en de GGD. Ook zetten we in op meer groepsgerichte ondersteuning. Het doel is om jeugdigen en gezinnen beter en eerder te ondersteunen en zwaardere hulp mogelijk te voorkomen. De buurtteams (0 tot 100) zijn een centrale pijler binnen deze nieuwe aanpak, waarbij we jeugdigen laagdrempelig gaan helpen met oog voor de brede context. Mocht er toch geïndiceerde zorg nodig zijn, dan pakken we hierop stevig de regie. Deze aanpak levert behalve een kwaliteitsverbetering ook een besparing op vanwege kortere trajecten, de inzet van minder zware professionals, meer groepsaanbod en een stevige sturing op geïndiceerde trajecten. We willen via de volgende lijnen vormgeven aan de transformatie: 1. Buurtteams min 9 maanden tot 100 jaar 2. Collectiveren van ondersteuning 3. Versterken voorveld en creëren synergie 4. Anders inkopen en/of insourcen (zelf uitvoeren van werkzaamheden) 5. Afspraken met ketenpartners In 2026 willen we hiervoor een investering doen van €400.000, om de nieuwe werkwijze op te zetten. In 2028 en in 2029 investeren we € 750.000 voor de uitrol, doorontwikkeling en bestendiging van de nieuwe werkwijze. Vanaf 2029 verwachten een netto besparing te realiseren. In 2029 bedraagt deze besparing naar verwachting €962.500 en vanaf 2030 structureel € 2 miljoen.

06) Vrijval spaarvoorziening riolering In lijn met de opmerkingen van de accountant ten aanzien van de spaarvoorziening wordt de voorziening in 2027 en 2028 verlaagd. Uit nadere analyse en de door te voeren harmonisatie zal blijken wat de gewenste hoogte van de spaarvoorziening is. Het in balans brengen van ambities, taken, capaciteit en budget zal het uitganspunt zijn. 07) Besparing Beheer en onderhoud In lijn met de opmerkingen van de accountant ten aanzien van de onderhoudsplanning wordt het mogelijk geacht om een besparing op beheer en onderhoud door te voeren. Het in balans brengen van ambities, taken, capaciteit en budget zal het uitganspunt zijn. Mogelijk dienen de meerjarenonderhoudsplannen hierop aangepast te worden.

11

2.4 Reserves mutaties Er wordt voorgesteld om per saldo € 3.869.000 meer te onttrekken vanuit de reserves. Dit saldo is inclusief een dotatie van €3.562.000 aan de nog in te stellen reserve ‘Klimaat- en energiebeleid CDOKE'. Voor de details ten aanzien van de op te richten reserve wordt verwezen naar het raadsbesluit bij de voorliggende voorjaarsnota 2026. In onderstaande tabellen zijn de wijzigingen op de reservemutaties met toelichtingen weergegeven. (-/- i s onttrekki ng, +/+ i s s torti ng)

Reservemutaties Voorjaarsnota 2026 2026 2027 2028 2029

Progr. Omschrijving 1 1 1 2 3 3 4 5

2030

Stedelijke ontwikkeling Mobiliteitsfonds Klimaat- en energiebeleid CDOKE Onderwijshuisvesting Opvang Oekraïners Europees Sociaal Fonds (EUSF) Reserve Herindeling Algemene reserve

874 -1.160 3.562 142 -640 -200 -827 -6.803

-252 -915 -1.553 -

-900 -915 -

-915 -748 -

-915 -

Totaal reservemutaties

-5.052

-2.720

-1.815

-1.663

-915

(Bedra gen €1.000)

Stedelijke ontwikkeling (-/- i s onttrekki ng, +/+ is s torti ng)

Omschrijving

Reservemutaties Voorjaarsnota 2026 2026 2027 2028 2029

Verkoop panden en gronden Herstel Orchideestraat 10 Stedenbouwkundig plan sportpark

1.354 -480 -

948 -1.200

-900 -

874

-252

-900

Stedelijke ontwikkeling

2030

-

-

-

-

(Bedra gen €1.000)

Verkoop panden en gronden Door een aantal verschuivingen tussen jaren in de verkoopramingen verwachten wij een extra storting van €1.354.000 in 2026 en van €948.000 in 2027. Daarnaast wordt de verwachte storting in 2028 met €900.000 verlaagd. Herstel Orchideestraat 10 In raadsinformatiebrief 2024-59 inzake de verkoop perceel Orchideestraat 10 is reeds aangekondigd dat het aan de raad zal worden voorgelegd om de kosten voor de herinrichting van de openbare ruimte en herstelwerkzaamheden ten lasten te brengen van de reserve Stedelijke ontwikkeling. Voorgesteld wordt om in 2026 €480.000 te onttrekken uit de reserve ter dekking van de te maken kosten. Voorbereidingskosten stedenbouwkundig plan Sportpark (2027 onttrekking €1.200.000) Voor 2027 is een budget van € 1,2 miljoen nodig voor de voorbereidingskosten van het project Sportpark. Wij stellen voor dit bedrag op te nemen in de begroting van 2027 en te dekken uit de reserve Stedelijke Ontwikkeling. Hiermee kan onder andere de uitvoering van het deelproject Verkenning OV-knoop, waarin de gemeente samenwerkt met ProRail, worden voortgezet. Eerder heeft de raad bij de Voorjaarsnota 2025 al besloten om de voorbereidingskosten in 2025 en 2026 van dit project eveneens ten laste van dezelfde reserve te brengen.

12

Mobiliteitsfonds (-/- i s onttrekki ng, +/+ is s torti ng)

Reservemutaties Voorjaarsnota 2026 2026 2027 2028 2029

Omschrijving

2030

Parkeren Uitvoeringsporgramma deelmobiliteit Oplossingsrichtingen

305 -265 -1.200

305 -20 -1.200

305 -20 -1.200

305 -20 -1.200

305 -20 -1.200

Mobiliteitsfonds

-1.160

-915

-915

-915

-915

(Bedra gen €1.000)

Parkeren Er worden hogere parkeeropbrengsten verwacht vanwege een toename in naheffingsaanslagen en een toename in abonnementen van de garage Gooiland. De definitieve uitvoeringsovereenkomst 2026 met CPS is in deze aanmelding verwerkt. Conform afspraken die volgen uit het parkeerbeleid wordt het saldo boven de €1,5 miljoen in de reserve mobiliteitsfonds gestort. De voorgestelde storting bedraagt € 305.000 per jaar. Uitvoeringsprogramma deelmobiliteit Hilversum gaat deelmobiliteit (deelauto’s, deelfietsen en deelscooters) een vaste plek geven in het mobiliteitssysteem om de parkeerdruk te verlagen, duurzame en gezonde mobiliteit te stimuleren en de bereikbaarheid van voorzieningen en ondernemers voor zo veel mogelijk inwoners te verbeteren. Het uitvoeringsplan deelmobiliteit 2026-2030 bevat concrete maatregelen zoals de realisatie van locaties voor deelmobiliteit, uitbreiding van het aanbod en het organiseren van acties om deelmobiliteit toegankelijk te maken. Voorgesteld de lasten te onttrekken uit de reserve mobiliteitsfonds (2026: €265.000 en daarna €20.000). Oplossingsrichtingen Daarnaast wordt voorgesteld om vanuit de reserve activiteiten binnen de huidige begroting te financieringen, welke de mobiliteit bevorderen. Het gaat om lasten voor de fietsenkelder, verkeersveiligheid, fietsbeleid e.d.

Klimaat- en energiebeleid CDOKE Zoals vermeld in de collegebrief inzake de septembercirculaire 2025 van 7 oktober 2025 is van het Rijk een bedrag van €3.562.000 ontvangen ten behoeve van de uitvoering van de het klimaat en energiebeleid gericht op het reduceren van de CO2-uitstoot (CDOKE uitkering). Het bedrag is bedoelt voor de periode 2027-2030. Om het bedrag de komende jaren te kunnen inzetten wordt voorgesteld de middelen in de op te richten reserve Klimaat- en energiebeleid CDOKE te storten. Voor de details ten aanzien van de op te richten reserve wordt verwezen naar het raadsvoorstel bij de voorliggende voorjaarsnota 2026. Onderwijshuisvesting Met de voortgangsrapportage Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025 (IHP) en IKC beleid (raadsvergadering van 10 december 2025) is de raad geïnformeerd over de voortgang van het IHP. In lijn met deze rapportage worden de onderliggende mutaties van de reserve onderwijshuisvesting aan de raad voorgelegd. Per saldo wordt voorgesteld om €2.159.000 te onttrekken tijdelijke huisvesting. Opvang Oekraïners De raad heeft op 20 december 2023 de Beleidsagenda asielaanpak vastgesteld. Daarmee zijn uitgangspunten en een afwegingskader vastgesteld op basis waarvan de asielopvang vormgegeven zal worden. Dit beleidskader is verder uitgewerkt in het Plan van Aanpak Asiel.

Met het verdeelbesluit van december 2024 is de taakstelling verlaagd naar 434 (dit was 536), te realiseren voor 1 juli 2025. Met 174 plekken in de tijdelijke noodopvanglocatie in hotel Gooiland, is die taakstelling niet gehaald. De taak van de gemeente is om locaties aan te wijzen. Verbouw en beheer liggen bij COA. Gemeenten ontvangen middelden vanuit het gemeentefonds (algemene uitkering) voor het realiseren van opvangplekken. Daarnaast heeft de provincie een subsidie beschikbaar gesteld. We zijn aan het onderzoeken of een deel van de voorbereidingskosten hieruit gedekt kunnen worden. Omdat nog onbekend is hoe hoog deze bedragen zullen zijn, is hier nog geen rekening mee gehouden. De uitgaven worden geraamd op € 640.000. Het voorstel is om de incidentele uitgaven van € 640.000 te dekken uit de reserve opvang Oekraïners. 13

Europees Sociaal Fonds (ESF) Wij stellen voor om een onttrekking van € 200.000 te doen uit de reserve ESF voor het uitvoeren van een gerichte beoordeling van het huidige uitkeringsbestand. Met deze inzet kunnen wij in beeld brengen welke reintegratietrajecten het meest passend zijn. Dit maakt het mogelijk om gerichter toe te leiden naar arbeid of participatie. De voorgestelde onttrekking draagt daarmee direct bij aan effectieve arbeidsinspanning en een doelmatige uitvoering van het re integratiebeleid en voldoet daarmee aan de doelstelling van de reserve. Reserve herindeling Er worden kosten gemaakt als gevolg van de samenvoeging met Wijdemeren. Een groot deel van deze kosten worden gedekt uit de Arhi-middelen vanuit het Rijk middels de Algemene Uitkering. Wegens verschillen in timing tussen de uitgaven en opbrengsten Arhi-middelen is middels de voorjaarsnota 2025 de reserve “Herindeling” gevormd om dit effect te egaliseren. Tijdens de eindejaarsrapportage is een begroting opgesteld bestaande uit diverse projecten en activiteiten ten behoeve van de samenvoeging met Wijdemeren. Niet alle beoogde projecten/activiteiten zijn uitgevoerd in 2025 waardoor de uitgaven € 827.000 lager waren dan begroot. In 2025 is de reserve onttrekking hierop aangepast.

De onderliggende projecten/activiteiten zullen naar verwachting in 2026 worden uitgevoerd, derhalve wordt voorgesteld deze lasten te dekken met een additionele onttrekking vanuit de reserve Herindeling van €827.000. Algemene reserve De raad heeft op 13 mei 2026 ingestemd met het openen van de grondexploitatie Koninginneweg per 1 januari 2026 met een tekort van €6.803.000. Volgens de BBV moet dit bedrag direct worden voorzien. In lijn met het raadsbesluit wordt de voorziening gevormd vanuit de algemene reserve. Te vormen reserves Ten slotte wordt voorgesteld een reserve te vormen ten behoeve van de uitvoering van de het klimaat en energiebeleid gericht op het reduceren van de CO2-uitstoot (CDOKE uitkering). Voor de details ten aanzien van de op te richten reserve wordt verwezen naar het raadsvoorstel bij de voorliggende voorjaarsnota 2026.

14

2.5 Investeringsprogramma Gelet op het grote financiële belang van onze investeringsportefeuille presenteren wij in deze paragraaf de ontwikkelingen op het gebied van de investeringen. Hierbij gaat het om de actualisatie van de geplande investeringen en het toevoegen van nieuwe investeringen. Overeenkomstig de financiële verordening worden met de voorjaarsnota ook de wijzigingen in de geplande investeringen vastgesteld. De wijzigingsvoorstellen hebben direct invloed op de kapitaallastenontwikkeling. Onderstaande tabel geeft inzicht in het investeringsvolume per jaarschijf zoals opgenomen in het investeringsprogramma van de gemeente Hilversum. In de bijlage 4.2 Investeringsprogramma worden de investeringen nader toegelicht. Reeds genomen raadsbesluiten tot de voorjaarsnota Vooruitlopend op deze voorjaarsnota heeft u als raad op 28 januari 2026 besloten een netto krediet van afgrond € 7,4 miljoen te verlenen voor de vervanging van de rioolpersleidingen Diependaalselaan en Van Riebeeckweg. Daarnaast heeft uw raad 4 maart 2026 ingestemd met de aankoop van het perceel met monumentale villa voor € 450.000. Ook heeft de raad in mei besloten het krediet ‘Centrumring’ van € 13 miljoen vrij te geven. Deze investering, oorspronkelijk opgenomen als sterretjespost in het investeringsprogramma 2023, is hierdoor verschoven naar het jaar 2026.

In de onderstaande tabel is deze investering daarom vanaf het jaarschijf 2026 zichtbaar. Investeringsontwikkelingen voorjaarsnota Bedragen x 1.000 Verlaging investeringsvolume -, Verhoging investeringsvolume + 2026

2027

2028

2029

2030

Investeringsprogramma 2026-2030 (PB 2026)

30.586

94.625

22.421

21.667

275

Raadsbesluit: Vervangen rioolpersleidingen

7.390

-

-

-

-

450

-

-

-

-

Raadsbesluit: Centrumring

13.000

-

-

-

-

Actualisatie voorjaarsnota 2026

26.063

37.588

901

10.989

62.136

Totaal Investeringsprogramma 2026 - 2030

77.489

132.213

23.322

32.656

62.411

Raadsbesluit: Aankoop dienstwoning laan 1940-1945

2026

In 2026 is het investeringsvolume door een aantal separate raadsbesluiten verhoogd. Aanvullend wordt voorgesteld om het investeringsvolume met € 38,8 miljoen te verhogen tot een totaal van € 90,3 miljoen. Deze verhoging komt voornamelijk door het verschuiven van middelen binnen het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023-2027’ (IHP) en het verwerken van de recente raadsbesluit over de ‘Actualisatie Stedenbouwkundig Plan Sportpark 2026 & Financiën gebiedsontwikkeling Sportpark.’

2027

Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2027 met afgerond € 37,6 miljoen te verhogen. Dit is een gevolg van een aantal aanmeldingen waarvan de grootste het verschuiven binnen het IHP

2028

Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2028 te verhogen met afgerond € 0,9 miljoen. Dit is een gevolg van het verschuiven in de planning van Programma Groen en de wijzigingen in het IHP.

2029

Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2029 te verhogen met afgerond € 10,9 miljoen. Dit is een gevolg van het opnemen van de geplande investeringen ‘de Infrastructurele maatregelen 2029’, het IHP, en de investering in renovatie en verduurzaming van gemeentelijke huisvesting.

15

2030

Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2030 te verhogen met afgerond € 62,1 miljoen. Dit is een gevolg van het opvoeren van de een aantal sterretjesposten zoals ‘Verbetering OV-knoop Sportpark’ voor € 16,2 miljoen, Resterende investeringen hoofdplan structuur Sportpark en het opvoeren van het IHP 2029 van € 12,9 miljoen.

Indexatie van lopende investeringen Het is niet gebruikelijk om investeringsprogramma's te indexeren, toch is er een noodzaak om operationele investeringen voor het beheer van de openbare ruimte te indexeren in overeenstemming met de CBSgegevens. De operationele kosten verbonden aan bijvoorbeeld riolering zoals materiaalkosten, zijn onderhevig aan inflatie en stijgen in de loop der tijd. Het niet indexeren van het budget zou kunnen resulteren in een tekort aan middelen om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Het is daarom van belang om het budget voor beheer en onderhoud in lijn te houden met de algemene prijsstijgingen, zoals weerspiegeld in de CBS-indexcijfers. De Riolering GWP 2021-2026 wordt vanaf 2026 met 2,1%. Nieuwe investeringen In deze voorjaarsnota wordt voorgesteld om een aantal nieuwe investeringen op te nemen in het investeringsprogramma. Dit betreft onder andere investeringen die nodig zijn voor de aankoop van het pand aan de Hoge Naarderweg 5, en het opvoeren van nieuwe jaarschijven conform de beheersplannen. Om een volledig beeld van de toekomstige investeringen aan de raad te kunnen geven wordt met deze voorjaarsnota voorgesteld een aantal sterretjesposten op te voeren zoals ‘Centrumgebied Hilversumse Meent’ van € 16,8 miljoen en ‘Verbetering OV-knoop Sportpark’ van € 16,2 miljoen.

Voor deze investering is, conform artikel 5.3 van de financiële verordening Hilversum, een aanvullend raadsvoorstel nodig om de investering vrij te geven. Besluitvorming over het investeringsprogramma 2026-2030 De bijgestelde investeringen en de nieuwe investeringen voor de jaren 2026 tot en met 2030 zijn met toelichtingen opgenomen in de bijlage 4.2 Investeringsprogramma. Wij stellen u voor om de aanpassingen voor 2026 vast te stellen. Het investeringsprogramma 2027-2030 wordt onderdeel van de Programmabegroting 2027. De autorisatie van de investeringen 2027, met uitzondering van de sterretjesposten, gebeurt bij het vaststellen van de Programmabegroting 2026. Bijstelling investeringen uit het investeringsprogramma voor 2026 Met de Voorjaarsnota 2026 wordt het huidig jaar en het meerjarenperspectief t/m 2030 weergegeven. Aanvullend op deze voorjaarsnota zijn een aantal investeringen uit voorgaande jaren (2021, 2022, 2023 en 2024) geactualiseerd. Voorgesteld wordt om het investeringsvolume voor jaarschijf 2025 en eerder te verlagen met afgerond € 23,2 miljoen. Deze verlaging wordt voornamelijk veroorzaakt door de verschuiving van middelen binnen de jaarschijven van het programma Groen, Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting en het ontvangen van extra subsidie voor de Ondergrondse fietsenstalling.

Met de vaststelling van de Voorjaarsnota 2026 worden eveneens deze wijzigingsvoorstellen vastgesteld. In de bijlage 4.2 Investeringsprogramma worden de investeringen nader toegelicht.

16

2.6 Schuldquote over tijdshorizon van 10 jaar Op basis van het huidige MPG en investeringen in de aanmeldingen in de voorjaarsnota komt de schuldquote over een tijdshorizon van 10 jaar uit op 158%. In lijn met de startnotitie betreft de voorjaarsnota 2026 het huidige grondgebied Hilversum.

Omschrijving

Netto schuldquote tijdshorizon 10 jaar Begroting Voorjaarsnota Maximale 2026 2026 Schuldquote

Actuele schuld Investeringen Schuld (10 jaar)

268.545 381.572 650.117

248.728 429.643 678.371

248.728 310.307 559.035

Baten

408.598

430.027

430.027

Extra kapitaallasten

20.738

22.874

17.571

Netto schuldquote*

159%

158%

130% (Bedragen x €1.000)

* aannames/berekeningen in lijn met financiële startegie (RIB 2025-63)

De verwachte schuldquote over 10 jaar komt daarmee uit boven de 130%. In de collegebrief "Actualiteiten Hilversumse gemeentefinanciën" van 24 april 2026 geeft het college aan te willen blijven investeren voor de inwoners van onze stad, echter de noodzaak om bij te sturen dient zich aan. De huidige omvang van de plannen is niet langer passend op het beeld van de huidige vooruitzichten. De noodzakelijk bijsturing wordt de komende periode nader uitgewerkt. Zoals is toegezegd zal dit gesprek plaatsvinden na de voorjaarsnota 2026 en voor de begroting. In het te starten proces/gesprek zal eveneens invulling gegeven worden aan de het amendement A25-127 Financiële strategie met realisme en de motie M26-49 Realistische ontwikkelambities binnen financiële kaders.

17

3 Uitgangspunten begroting 3.1 Gemeente Hilversum Inleiding In dit hoofdstuk presenteren wij de voorgestelde kaders en uitgangspunten voor de begroting 2027-2030. Algemeen De prijzen van goederen en diensten zijn aan inflatie onderhevig. Inflatie treedt op wanneer er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten (niet alleen van individuele producten). Als gevolg van eventuele inflatie kan in de toekomst minder maatschappelijk effect gerealiseerd worden dan met hetzelfde geld nu. Om de maatschappelijke doelstellingen te kunnen blijven realiseren maken wij jaarlijks de overweging om budgetten (deels) te corrigeren voor de inflatie. Het is en blijft immers een politieke overweging om de extra kosten af te wegen tegenover het gewenste maatschappelijke effect. Hoofdlijnen In de onderstaande tabel presenteren wij de hoofdlijnen van de uitgangspunten: Omschrijving Onroerendezaakbelasting

Uitgangspunt Consumentenprijsindex (CPI) 2,1%. Vanuit het Centraal Economisch plan 2026 (maart raming) van het Centraal Planbureau blijkt een verwachte CPI voor 2027 van 2,1%. In deze voorjaarsnota is het uitgangspunt 2.2% hoger vanwege de verwachte hogere inflatie als gevolg van onder andere de Iran-oorlog. De onderbouwing hiervan staat op pagina 10.

Afvalstoffenheffing

Kostendekkend/ Consumentenprijsindex CPI

Rioolheffing

Kostendekkend/ CBS-prijsindex voor de GWWsector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen)

Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing)

Consumentenprijsindex (CPI) 2,1%. Vanuit het Centraal Economisch plan 2026 (maart raming) van het Centraal Planbureau blijkt een verwachte CPI voor 2027 van 2,1%. In deze voorjaarsnota is het uitgangspunt 2.2% hoger vanwege de verwachte hogere inflatie als gevolg van de Iran oorloog. De ontwikkeling/raming van de woonlasten maakt voor 2027 ook onderdeel uit van de gezamenlijke kadernota.

Lonen en pensioenpremie

CAO en/of raming

Investeringen onderwijshuisvesting

BDB-index (maart)

Investeringen (en kosten) gemeentelijk watermanagement plan (rioleringen)

CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen)

18

Uitgaande subsidies

De subsidie-indexatie wordt bepaald door de CPI raming maart. Voor 2027 komt deze uit op 2,1%.

Marktgelden

CPI 2,1%

Overige lokale leges, rechten en heffingen

Wettelijk vastgesteld tarief

(Reken)rente

Berekende omslag

Begroten in onze gemeente Hilversum Het uitgangspunt bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar is het prijspeil van het begrotingsjaar (2027). De begroting bestaat hierdoor meerjarig uit structurele (gelijke) budgetten. Naast de meerjarig gelijke budgetten bestaan er incidentele budgetten. Voorbeelden van deze incidentele budgetten zijn de verwachte lasten en baten voortkomend uit grondexploitaties, maar ook bijvoorbeeld incidentele budgetten vanuit het coalitieakkoord. Voor een aantal budgetten hanteren wij echter niet hetzelfde prijspeil. Bij deze budgetten houden wij meerjarig rekening met toekomstige ontwikkelingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de algemene uitkering, de onroerendezaakbelasting en de stelpost autonome en nominale ontwikkeling. Categorie Algemene uitkering

Wijze van begroten Bij de algemene uitkering sluiten we aan bij de circulaires van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds gaat uit van stijgende uitgaven en compenseert de gemeenten hiervoor. Dit gebeurt met het zogenaamde accres. De gemeente heeft hier geen invloed op.

Onroerendezaakbelasting

Meerjarig (de jaren volgend op het begrotingsjaar) gaan wij bij de onroerendezaakbelasting uit van een jaarlijks stijgende opbrengst. Hierbij is in voorgaande jaren, in lijn met het coalitieakkoord, het uitgangspunt gehanteerd dat de totale woonlasten niet meer stijgen dan de inflatie (CPI-raming) en een verwachte stijging van het aantal woningen per jaar.

Stelpost autonome ontwikkelingen

In de programmabegroting wordt een stelpost autonome ontwikkelingen opgenomen. De stelpost kan worden ingezet ter compensatie van autonome ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 2.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 2.000.000. In de Voorjaarsnota 2026 hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2030.

Stelpost nominale ontwikkelingen

In de programmabegroting wordt een stelpost nominale ontwikkelingen opgenomen. Deze stelpost kan worden ingezet ter compensatie van de nominale ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 3.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 3.000.000. In de Voorjaarsnota 2026 hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2030.

19

Indexeren in onze gemeente De begroting bestaat uit meerdere kostensoorten, welke ieder anders op inflatie reageren. Per categorie hanteren wij steeds een andere afweging en werkwijze om de begroting op te stellen naar het prijspeil van het begrotingsjaar. Wij onderscheiden de volgende categorieën. Categorie Onroerendezaakbelasting (OZB)

Wijze van begroten Het OZB-tarief volgt uit de bij de begroting opgestelde woonlasten notitie. Bij de vaststelling van de totale woonlasten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:  

Afvalstoffenheffing

Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie ‘woonlasten’). Onze uitgangspunten bij het bepalen van de afvalstoffenheffing zijn:   

Rioolheffing

Stabiele meerjarige tarieven en Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage.

99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage.

Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) De uitgangspunten bij het bepalen van de rioolheffing zijn:   

99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met de CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen). Dit is in lijn met het vastgestelde GWP 2021-2026.

Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie woonlasten) Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing)

Uitgangspunten voor de woonlasten zijn: Bij de gezamenlijke woonlasten beoordelen wij of voldaan wordt aan het coalitieakkoord. Hierin is het volgende opgenomen: “De gemiddelde woonlasten stijgen jaarlijks niet meer dan het inflatiepercentage”. Dit betekent een stijging van de woonlasten ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage. Gezien de voorschriften ten aanzien van het minimaal kostendekkend zijn van de riool- en afvalstoffenheffing dienen hiervoor veelal de OZB-tarieven aangepast te worden. Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven. De ontwikkeling/raming van de woonlasten maakt voor 2027 ook onderdeel uit van de gezamenlijke kadernota.

20

(Reken)rente

De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere macro-economische ontwikkelingen. Voor de toerekening van de rentelasten wordt gebruik gemaakt van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen en verstrekte geldleningen. Deze rentelasten wordt vervolgens d.m.v. het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's (onderdeel van de kapitaallasten op investeringen). Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden. Aanpassingen kunnen worden doorgevoerd via de voorjaarsnota en/of programmabegroting (Het rente omslagpercentage zoals opgenomen in de programmabegroting 2026 bedraagt 1,1% (2025: 1,2% en 2024: 1,6%).

Investeringen (afschrijvingen)

Investeringen zijn eveneens onderhevig aan de nominale ontwikkelingen en worden beïnvloed door loon –en prijsaanpassingen. De investeringen verschillen van elkaar in aard en omvang. Om deze reden worden investeringen niet standaard geïndexeerd. Investeringen worden beoordeeld en eventueel bijgesteld op individueel niveau.

Onderwijshuisvesting (investeringen)

In lijn met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden de investeringen onderwijshuisvesting jaarlijks geïndexeerd met de BDB-index (maart). Dit gebeurt jaarlijks bij de voorjaarsnota. Het ophogen van de investeringskredieten zorgt op termijn voor een toename van de rente en afschrijvingslasten, ofwel kapitaallasten.

Riolering (investeringen)

In lijn met het Gemeentelijk Watermanagement Plan (GWP) worden de investeringen jaarlijks geïndexeerd met het CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen).

Lonen en salarissen

De lonen en salarissen volgen de cao-gemeenteambtenaren. In afgelopen jaren is het verschillende keren voorgekomen dat de begroting opgesteld wordt zonder dat de CAO bekend is voor het begrotingsjaar. Op basis van veronderstellingen worden dan de verwachte loonstijgingen bepaald en verwerkt in de begroting. Jaarlijks dient op basis van geldende CAO en/of verwachte aanpassingen de totaal personeelslasten bepaald.

Uitgaande subsidie

Voorgaande jaren werd de subsidie-indexatie bepaald door de CPI raming. Jaarlijks wordt de politieke afweging gemaakt of het bovenstaande uitgangspunt gehandhaafd blijven.

Specifieke uitkeringen (SiSa)

Specifieke uitkeringen worden van het rijk ontvangen om bepaalde taken uit te voeren en betreffen geoormerkte middelen. Dit betekent dat wanneer middelen niet worden uitgegeven dat deze terugbetaald dienen te worden aan het rijk. De indexatie van deze middelen vindt plaats door aanpassingen in het beschikbare budget door het rijk. De indexatie is, behoudens politieke lobby, vrijwel niet te beïnvloeden door de gemeente.

21

Reguliere budgetten

Voor het restant van de budgetten geldt dat deze niet structureel worden geïndexeerd. Voor deze budgetten geldt, dat jaarlijks wordt bekeken welke budgetten nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren. Vaak liggen hier contractuele afspraken aan ten grondslag (bijvoorbeeld bij de ingekochte zorg en ICT). Het kan ook voorkomen dat budgetten niet jaarlijks worden opgehoogd, maar bijvoorbeeld elke 5 jaar. Dit kan ook samenlopen met de aanpassingen van de onderliggende beleidsnota’s.

Beheersplannen

Uit de beheersplannen (exploitatielasten) blijkt welke budgetten nodig zijn om de huidige kapitaalgoederen te onderhouden (gebouwen, wegen, groen etc.). Deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze categorie wordt derhalve gelijk behandeld als de categorie reguliere budgetten.

Dekking hogere lasten als gevolg van indexeren Bovenstaande lasten dienen in eerste instantie opgevangen te worden door de hogere baten, de stelpost autonome- en nominale ontwikkelingen. Indien gewenst/noodzakelijk kunnen ook andere politieke keuzes voor dekking zorgen:  Op basis van politieke overwegingen kan besloten worden indexaties op een andere wijze toe te passen.  Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden ten aanzien van de uit te voeren activiteiten in de begroting (bezuinigen).  Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden die leiden tot hogere baten (belastingverhoging).  Ook is het mogelijk de hogere lasten te dekken vanuit de algemene reserve. Algemene reserve Indien de begrote lasten hoger zijn dan de begrote baten dan is er sprake van een niet sluitende begroting. Indien dit incidenteel voorkomt kan ervoor gekozen worden het nadelige saldo te onttrekken uit de algemene reserve. Indien er structureel sprake is van een niet sluitende begroting dan zal de provincie bij het uitvoeren van haar toezichtstaken eisen dat er structurele oplossingen worden gevonden om de tekorten te dekken (verhogen belastingen en/of bezuinigingen).

22

3.2 Wijdemeren en Hilversum 'Samen sterker' Deze paragraaf maakt ook onderdeel uit van de gezamenlijke kadernota en schetst de verhouding tussen beide documenten. In de Startnotitie harmoniseren financiën van 28 oktober 2025 is aangegeven dat de colleges, raden en ambtelijke organisaties van Wijdemeren en Hilversum samen werken aan de herindeling, maar hebben ieder bevoegdheden en verantwoordelijkheden die in de loop van de tijd veranderen. Voor 2026 betekent dit dat: • • • •

• •

de P en C producten voor 2026 voor beide gemeenten worden voorbereid door de samengevoegde ambtelijke organisatie. Het financieel toezicht van de provincie op Wijdemeren is vanwege de aanstaande herindeling ook in 2026 van kracht; Vanwege de herindeling stellen beide gemeenteraden in november 2026 géén programmabegroting 2027 vast, maar dat vindt plaats op 4 januari 2027 door de nieuw gekozen gemeenteraad van Hilversum; In de loop van 2027 stelt de nieuwe gemeenteraad de jaarrekeningen van Wijdemeren en Hilversum vast over 2026. Het toezicht op Wijdemeren vervalt en wordt op Hilversum ingesteld, tot goedkeuring van de begroting door Gedeputeerde Staten. In 2026 stellen Wijdemeren en Hilversum elk een ‘eigen’ voorjaarsnota vast over 2026 en een meerjarenraming 2027-2031 die (alleen) gaat over het eigen grondgebied en middelen: een beleidsarm doorkijk-document ‘alsof er niets wijzigt’. Uitzondering zijn de lasten/baten voor medewerkers van Wijdemeren die in 2026 in Hilversum werken. Wijdemeren en Hilversum stellen gezamenlijk een gelijkluidende kadernota (of consolidatienota, of uitgangspuntennota 2027-2031) voor de te consolideren begroting 2027 op en stellen deze vast. Daarnaast stellen beide raden de belastingverordeningen voor 2027 vast, met uitzondering van de OZB.

In artikel 216 en 217 van de Gemeentewet is geregeld dat de raad via belastingverordeningen vaststellen welke belastingen gelden en welke onderdelen daarin moeten worden opgenomen.

De huidige begrotingen van beide gemeenten vormen het uitgangspunt voor de technische harmonisatie in deze gezamenlijke kadernota. In beide gemeenten wordt in de voorjaarsnota (die in dezelfde raadsvergadering wordt behandeld) de bijstelling van de begroting als gevolg van autonome ontwikkelingen en nieuwe beleidsontwikkelingen geregeld. Het saldo van de begroting na wijzingen in de voorjaarsnota’s vormt het vertrekpunt van de kadernota.

23

4 Bijlagen 4.1 Financiële ontwikkelingen programma's In deze paragraaf worden de aanmeldingen per programma in detail toegelicht. Een aantal aanmeldingen hebben betrekking op meerdere programma’s. Desbetreffende aanmeldingen worden dan bij meerdere programma’s op gelijke wijze toegelicht.

4.1.1 Programma Wonen en leven Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Begroting Regio Gooi en Vechtstreek 2027-2030 0 101 101 101 101 De kaderbrief (en de concept begroting) van de regio Gooi en Vechtstreek is doorgerekend. De presenteerde cijfers zijn exclusief de GAD. Vooralsnog wordt verwacht dat de GAD middelen neutraal (middels de woonlasten) verwerkt kunnen worden. Deze aanmelding raakt meerdere programma’s. Per saldo gaat het om een structureel nadeel van €872.000 vanaf 2027. Formatie hersteloperatie cultuur -17 -33 -33 -33 -33 Voor cultuur is structurele formatie uitbreiding met 1 fte noodzakelijk. Structurele capaciteit is nodig vanwege een structureel tekort aan capaciteit voor cultuur, resulterend in flink oplopende werkdruk de afgelopen jaren en structureel incidentele externe inhuur om het structurele werk gedaan te krijgen. Daarnaast zijn achterstanden ontstaan die we momenteel met extra externe inhuur het hoofd bieden. We concluderen dat de reguliere bezetting te krap is in relatie tot het brede pakket aan accounts en cultuurpartijen in de stad met de bijbehorende administratieve processen. Zonder formatie-uitbreiding vallen we vanaf medio 2026 terug in de situatie die we nu het hoofd aan het bieden zijn. Wanneer geen financiële ruimte wordt gemaakt is de consequenties dat het cluster drastisch teruggaat in beleidsinzet en ondersteuning van de culturele partijen buiten.

De relaties met de stad en de regio zullen op een (nog) lager pitje komen te staan en de sector zal meer zelf regie moeten nemen. Er is geen ruimte voor ‘nieuw’ werk of kansen die zich voordoen. Beleidsinhoudelijk werk zal naar de achtergrond verdwijnen, men zal administratief doen wat nodig is om de huidige afspraken door te laten lopen, er is geen ruimte voor beleidsontwikkeling. Hetgeen betekent dat wij stoppen met de voorbereiding van nieuw collectiebeleid, cultuurbeleid, evenementenbeleid, broedplaatsenbeleid of een nieuwe subsidierelatie met Gooiland. Ook zullen onze huidige subsidieregels, die weinig sturingscriteria bevatten om tot keuzes of richting te komen, niet worden aangepast. De huidige werkdruk blijft bestaan met alle mogelijke consequenties van dien. Gevraagd bedrag: Structureel €143.000 vanaf 2027, voor 2026 € 72.000. Dekking hiervoor wordt gevonden binnen de portefeuille door minder subsidies uit te keren aan evenementen (zoals Open035). Formatie vergunningverlening 0 -130 -130 -130 -130 De afgelopen jaren zien wij een stijging van de aanvragen voor een omgevingsvergunning. Bovendien vraagt de omgevingswet om een andere houding (ja, mits) die voor langere doorlooptijden en meer werk zorgen. Extra structurele capaciteit is noodzakelijk vanwege de wettelijke verplichting om de aanvragen tijdig af te handelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=bfa4e3d7-a224-4cdc-8b4d-ec5307456413