Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark
Tekst van het document
Het plan biedt ook de mogelijkheid om bestaande gebouwen om te bouwen, uit te breiden of opnieuw te ontwikkelen om zodoende beter in te spelen op de mogelijkheden van het nieuwe Arenapark. Hiermee wordt het draagvlak voor de voorzieningen verder vergroot. In de toekomst zijn daarom meer bebouwing en functies mogelijk als bestaande gebouweigenaren verleid worden tot transformatie, uitbreiding of sloop-nieuwbouw. In ruil voor ruimere bebouwingsmogelijkheden gelden daarbij dezelfde bouwregels die nu voor de nieuwbouwkavels zijn opgesteld.
Het plan
Mengen van functies
Diversiteit, menging en flexibiliteit van de functies in de gebouwen worden gestimuleerd door bouwkavels van uiteenlopende grootte mogelijk te maken. Op nieuwe ontwikkelvelden worden zo hybride bouwblokken gerealiseerd, waar wonen en werken samengaan. Opbouw van de bouwmassa’s
Om de ruimte optimaal te benutten en zoveel mogelijk ruimte te bieden aan het landschap, de openbare ruimte en de sportvoorzieningen, worden de verschillende functies gestapeld in compacte gebouwen met aantrekkelijke plinten van minimaal 4 meter vrije hoogte. Op hogere verdiepingen zijn verspringende collectieve dakterrassen voorzien. Tussen de gebouwen wordt ruimte opengehouden om binnenterreinen met de openbare ruimte te verbinden, zodat een doorwaadbaar gebied ontstaat. De individuele gebouwen bestaan uit maximaal drie gestapelde bouwvolumes en wisselend programma van woningen, werkruimtes en voorzieningen. Door bebouwingsregels zal de hoogte per bouwvolume variëren, waarbij per bouwblok enkele hoogteaccenten van maximaal 35 meter zijn toegestaan. Op basis van de regels zal de maximale bouwhoogte per kavel verschillen om het zonlicht op alle plekken te laten doordringen en voor elke woning of werkruimte een mooi uitzicht te kunnen realiseren. Met uitzondering van de gevels rond het stationsplein/buurtplein zijn de gevels van de bouwvolumes tot ongeveer 12 meter hoogte geschikt voor begroeiing. Op verschillende hoogtes bevinden zich collectieve dakterrassen met overdadige begroeiing en mogelijkheden voor moestuinen, zodat ook woningen op hogere verdiepingen goed zicht hebben op aantrekkelijke buitenruimtes.
Deze dakterrassen hebben ook een belangrijke ecologische functie en dragen bij aan waterberging. De functies in de gebouwen zijn soms grondgebonden met een voordeur aan de openbare ruimte, soms zijn het woon- of bedrijfsappartementen met een centrale entree.
78
overig programma (plaatsing indicatief) educatie plint grotendeels actief bestaand werken toegevoegd gemengd wonen/werken
restaurant, cafe, bar
werken; maakruimten/ateliers buurtsupermarkt
repair-cafe
hotel sportgebouw sportveld
(gezondheids)zorg
materiaal opslag (materialen bank)
school
atletiek, turnen
zonnedaken (hoogstgelegen daken)
ontmoetingsplek
tennis
zonnekroon op dak
urban farming
sport
groene daken
hotel
bestaand ziekenhuis
wonen en werken gemengd werken
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
79
4
4.6
PLANKAART
Opzet plankaart
Op de plankaart voor het nieuwe Arenapark zijn minimale ruimtelijke randvoorwaarden vastgelegd om de gewenste kwaliteit voor het gebied te waarborgen. Tegelijkertijd biedt de plankaart voldoende ruimte voor een nadere uitwerking van het gebied. Het is dan ook geen blauwdruk of gedetailleerd plan, maar een flexibel, ruimtelijk kader dat sturing geeft aan het uitvoeren van de wensen voor het nieuwe Arenapark. Vastgelegde elementen zijn openbare ruimtes zoals parken en wegen en maximale bouwhoogtes in bouwvelden. Daarnaast wordt onder meer aangegeven waar de scholen, kleinschalige voorzieningen, woningen en werkplekken bij voorkeur ruimte moeten krijgen, bijvoorbeeld in plinten of als losse gebouwen. Plantsoenen, zoals ingetekend, geven de locatie en omvang van openbare ruimtes aan, waarbij de definitieve vorm in de uitwerking wordt bepaald. Het kerngebied van het nieuwe Arenapark bestaat straks uit acht hybride bouwblokken waarvan drie bouwblokken met een combinatie van bestaande en nieuwe bebouwing. Deze laatste drie sluiten aan op het Rabobank-gebouw, de atletiekbaan en het Nike-complex. De bouwblokken worden begrensd door dwarsstraten, parkzones en randen van het gebied. Een hybride bouwblok bestaat uit een aantal individuele gebouwen. De maatvoering is zodanig dat de bouwvelden en kavels een gevarieerde invulling toelaten.
In de volgende planfase worden de kavelpaspoorten voor de hybride bouwblokken opgesteld op basis van de richtlijnen in dit SP en het Beeldkwaliteitsplan. Daarnaast zijn er bestaande bebouwde kavels. Ook hiervoor worden richtlijnen opgesteld om intensivering in de toekomst mogelijk te maken, in lijn met de ontwikkeling van de nieuwbouw op het Arenapark. Hierbij valt te denken aan uitbreiding, verhoging of transformatie van bestaande gebouwen.
Kerngebied Direct te ontwikkelen gebied, met bouwregels voor gebouwen en kaders voor de uitwerking van de openbare ruimte. Regels zijn opgenomen in het SP en het BKP, t.b.v. toetsing door welstand. Het bestemmingsplan zal voor dit gebied worden vervangen door een omgevingsplan. Per kavel worden kaders en regels van deze verschillende documenten samengevat in kavelpaspoorten. Projectgebied Het gebied buiten het kerngebied dat niet direct (her) ontwikkeld gaat worden. Wanneer dit in de toekomst mogelijk wel zover is, gebeurt dit in de geest van het nieuwe Arenapark. Hiervoor zijn regels geformuleerd die leidend zijn indien vastgoedeigenaren het initiatief nemen voor transformatie, uitbreiding of nieuwbouw. Invloedsgebied Het omliggende gebied kan een belangrijke bijdrage leveren aan het slagen van de ontwikkeling van het Arenapark. Door verbetering van de openbare ruimte en de verbindingen met de omgeving wordt het Arenapark onlosmakelijk onderdeel van Hilversum-Zuidoost. Dat geldt zeker voor het Laapersveld, waar na de aanpassingen van de infrastructuur van het station, en de voet- en fietspaden, een doorontwikkeling mogelijk is. Om richting te geven aan deze doorontwikkeling is het wenselijk om in overleg met bewoners en eigenaren aanvullende ruimtelijke kaders op te stellen.
Demarcatie
Het SP geeft richting aan de ontwikkeling van het Arenapark, waarbij voor nieuwe ontwikkelvelden andere regels gelden dan voor de kavels met bestaande bebouwing. Ook voor de verbetering van aansluitingen met de omliggende wijken gelden regels. We onderscheiden daarom drie gebieden:
Het plan
80
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
81
b b
b b
b
Het plan
82
Openbare ruimte
PLANKAART ARENAPARK MET INDICATIEVE PROEFVERKAVELING pleinen in voetgangersgebied; ca. 50% onverhard brede verharde paden door het groen (5m breed), geschikt voor auto’s (onder voorwaarden) en nood-/hulp- en nutsdiensten (indicatief) compacte paden in het groen (indicatief) ontsluitingsroute voertuigen; erftoegangsweg (30km/u) voor fietsen, bussen en auto’s, suggestie fiets in markering ontsluitingsroute uitgefaseerd in eindbeeld; autotoegang alleen onder voorwaarden voorkeursroute bus-/fietsstraat in eindsituatie (langs MBO College) groenzones (min. 90% onverhard, plek voor waterbuffering) ecologische verbindingszone langs spoor aanzienlijk openbaar groen op bouwveld ruimte bruikbaar als schoolplein voor Internationale school sportcomplex buitenruimte (Action Sports complex; groen en bruikbaar ingericht)
Infrastructuur
zoekgebied aanplant bomen Diependaalselaan (groeiruimte tot 35m hoog) fietspad en -route te bestuderen aanvullende fietsverbinding Laapersboog - stationsplein bushalte nieuw station - perrons en opgangen voorkeurslocatie inpassing inpandig fietsparkeren voor station inrit autoparkeergarage helling onderdoorgang onder spoor en straat spoor natuurverbinding over Diependaalselaan heen
Bebouwing
mogelijke halfverharde K&R-overloop suggestie voor voetgangersverbindingen door Laapersveld; nader te bepalen bij uitwerking Laapersveld ontwikkelveld met wonen/werken gemengd (kerngebied), incl. n.t.b. openbare binnengebieden ontwikkelveld met bestaande bebouwing (projectgebied); vermenging bij transformatie doorwaadbare routes binnengebieden (indicatief) zones met hoogteaccenten; bouwhoogten t/m 35m zones met hoogteaccenten; bouwhoogten t/m 30m rooilijn nieuwbouw (afwijking mogelijk als aangegeven op spelregekaart) beoogde rooilijn (indicatief) bij transformatie bestaande bebouwing proefverkaveling; indicatie bereikbaarheid en vorm publiek toegankelijk binnengebied indicatieve aanduiding entrees (zie Technische Planuitwerking voor detail) indicatieve aanduiding informele entrees (zie Technische Planuitwerking voor detail) bestaande bebouwing
b
bestaande bebouwing met monumentale waarde
Programma
Speciaal sportgebouw met aanvullend programma * voorziening tbv sport/bewegen (in openbaar raamwerk en op bouwvelden; denk aan bijv.: buitenfitnesstoestel, stapstenen, baskets, klimrek, etc) meerdere grote en kleine voorzieningen voor sport en bewegen sportcomplex (integraal sportcomplex en Action Sports complex (6DoF; i.c.m. wonen)) onderwijs: MBO College en nieuwe Internationale school zoekgebied kleinschalige voorzieningen in plint (toegankelijk, interactief) zoekgebied ateliers / bedrijfsruimten in plint (toegankelijk, interactief) hotel onderwijs bestaand in invloedsgebied wonen/werken bestaand in invloedsgebied
N
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK 0 25 50
100m
Overige zones, grenzen
sport bestaand in invloedsgebied (HLTC) kerngebied projectgebied invloedsgebied zone met bijzondere randvoorwaarden vanwege ondergrondse infra
* (1. aan stationsplein een gebouw met: zwembad, indoor atletiekhal en sporthallen geïntegreerd, horeca en groot nuttig dakoppervlak en mobiliteitshub onder gebouw; 2. in zuidwesthoek van het plangebied Action Sports complex met geïntegreerd woongebouw en kleine horeca). Deze gebouwen mogen bij goede argumentatie afwijken van de regel rooilijn nieuwbouw en bieden mogelijkheid tot uitkraging op hoogte (zie ook spelregelkaart)
oppervlaktewater
5
Technische Planuitwerking
STEDENBOUWKUNDIG PLAN Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
85
NATUURINCLUSIEF EN KLIMAATADAPTIEF LANDSCHAP
5.1
Het nieuwe Arenapark natuurlijk!
In de natuurinclusieve ontwikkeling van het Arenapark zijn zowel de mens als een aantal diersoorten klant. Waar het programma van eisen voor de mensen al goed is doordacht, wordt het hier aangevuld met het programma van eisen voor de dieren die hun plek kunnen krijgen in een natuurrijk nieuw Arenapark. Zo wordt er voor verschillende diersoorten gezorgd door de 5 v’s: voedselaanbod, vocht, veiligheid, verbinding en ruimte voor voortplanting.
Stad op de Utrechtse Heuvelrug, met aan zowel noord- als zuidzijde tuinwijken in het groen, met spoorzone als ecologische verbinding naar de binnenstad
Voor een natuurinclusieve ontwikkeling is het van belang dat de verbindingen met de natuur in de omgeving veilig en goed zijn. In de toelichting op de themakaartjes lucht-, land- en waterverbindingen zijn de locaties voor aanwezige en te maken verbindingen voor de betreffende landdieren, amfibieën en vogels uitgelegd. De meeste diersoorten in ons platte land leven tussen het maaiveld en 30 meter hoogte. Dat is ongeveer de bouwhoogte in dit gebied. Daardoor zijn daktuinen met een grondpakket van minimaal 1 meter en poreuze gevels welkome aanvullingen op het ecosysteem dat zich hier kan ontwikkelen. Klimplanten die vanuit de volle grond groeien vergroten de verticale verbindingen in het gebied. Ook de beschutting van heesters, klimplanten en kruidenrijke vegetatie is van belang voor de dieren. ‘Veel heesters’ is soms in strijd met het gevoel van veiligheid van ons mensen. Belangrijk voor de dieren is vooral dat de beplanting zoveel mogelijk aaneensluitend is. Inheemse beplanting sluit aan bij bestaande biotopen
Landschappelijke inrichting draagt bij aan het verbinden van biotopen en het versterken van ecologische netwerken
Technische planuitwerking
In de ontwikkeling wordt voornamelijk gebruikgemaakt van inheemse beplanting die aansluit op de beplanting in de omgeving. In dit geval wordt de beplanting een voortzetting van de heidevegetatie aan de zuidzijde en een voortzetting van de soorten in het park en de villatuinen aan de noord-, oost- en westzijde van het gebied. Goede verbindingen met de natuur in de omgeving vergroten het foerageer- en nestgebied en verbeteren de genenuitwisseling van de soorten die daar al leven. Voordeel is ook dat de natuurontwikkeling in het gebied sneller op gang komt waar het anders meer dan 10 jaar kan duren voordat een nieuw evenwicht is bereikt.
86
5
IMPRESSIE LANDSCHAPPELIJKE INRICHTING
voorbeelduitwerking maaiveldinrichting
beeld: DSLA
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
87
Klimaatadaptief
Het nieuwe Arenapark biedt bescherming tegen hitte door veel groenoppervlak voor verdamping, veel schaduwwerking van bomen en door microklimaten te ontwerpen, zodat briesjes voor verkoeling kunnen zorgen. Tegen hittestress worden op het nieuwe Arenapark als minimum de randvoorwaarden uit het Programma Groen Hilversum 2040 gebruikt. Deze zijn gebaseerd op de basisveiligheidsniveaus uit de intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw.
Cascaderen hemelwater: 1. Retentie op/aan gebouwen; 2. Bufferen op kaveloppervlak (eventueel inclusief nathouden amfibieënroutes); 3. Afvoeren naar wadi of waterstructuur in openbare ruimte
Voetgangersassen met groene pockets, licht verdiept t.o.v. verharding.
Afwatering verharding: aflopend oppervlak (2%) bron Atelier Groenblauw
Technische planuitwerking
Het water wordt vastgehouden in het gebied. Het wordt gebruikt voor bewatering van de vegetatie op de daken van de gebouwen en voor het voeden van het netwerk van wadi’s en poelen in de openbare ruimte. De landschappelijke inrichting wordt over het algemeen lager aangelegd dan de verharding, zodat regenwater op de wegen en fietsroutes naar dit oppervlak wordt afgevoerd. Hemelwater kan worden gebufferd in lagergelegen delen, poelen en wadi’s, waar het vervolgens kan infiltreren in de bodem. Hiermee ontstaat ook een robuuste oplossing voor zware buien. De wadi’s en poelen vormen een goede biotoop voor amfibieën en helpen bij hun migratie op zoek naar eten, partners en veilige plekken. Maatregelen voor de veiligheid van dit gebied voor spelende kinderen worden in het Inrichtingsplan verder uitgewerkt. De beplanting in het gebied houdt met zijn bladeren ook regenwater vast. Dit kan bij een boom wel 20% zijn van wat er valt. Hoe meer beplanting, hoe meer water in het gebied wordt vastgehouden of verdampt. In het SP wordt veel onverhard infiltratieoppervlak toegepast, maar op een aantal plaatsen ontbreekt dit door parkeergarages, ondergrondse voorzieningen en dakconstructies. Buffering vindt hier plaats op retentiedaken met een grondpakket van minimaal 1 meter voor begroeiing en in reservoirs in of onder de gebouwen.
Nieuwbouw heeft overal retentiedaken, bestaande bouw past dit toe waar mogelijk. Bij de renovatie van bestaand vastgoed gelden retentiedaken als norm. Er is reeds infrastructuur om te spuien naar het natuurgebied Laapersheide, maar het streven is om daar zo min mogelijk van afhankelijk te zijn in de waterhuishouding. Er is wisselwerking voor waterberging tussen kavels en openbare ruimte. Als het landschap niet voldoende capaciteit heeft voor waterberging moet dit op omliggende kavels worden opgelost met grotere buffercapaciteit. Nadere uitwerking op dit punt is nog nodig om dit goed in beeld te brengen. Gezien de zanderige bodemsamenstelling en de niet al te hoge grondwaterstand wordt oppervlaktewater buiten de wadi’s niet of nauwelijks toegepast. Alleen in park Laapersveld, bij de Nike-campus en in de zuidoosthoek zijn vijvers mogelijk gemaakt met speciale beton- of folieconstructies. Deze of andere maatregelen zijn nodig om de vochtige en natte omstandigheden het jaar door te behouden voor de vochtminnende fauna. Zoals goed te zien is bij park Laapersveld wordt hiermee ook de openbare ruimte verfraaid.
88
5
KAART HEMELWATERBERGING EN -BUFFERING permeabel oppervlak
spuiing vanaf kavelsysteem als 3e trap
oppervlak grotendeels permeabel
Waterretentie (daken, reservoirs)
oppervlak deels permeabel impermeabele constructie onder grondwaterniveau tbv onderdoorgang
Water hergebruik Infiltratie
oppervlaktewater wadi’s Groene daken Watersysteem per kavel georganiseerd
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
89
Landdieren
LANDDIEREN Heidebiotoop Nieuwe heide biotoop Tuin- en parkbiotoop
Nieuwe tuin- en parkbiotoop Natuurinclusieve gebouwen met tuin- en parkbiotoop
Het gebied wordt ingericht voor de landdieren die in deze omgeving leven, zoals de egel, vos en hermelijn, maar ook de zwarte roodstaart, laatvlieger, gewone dwergvleermuis, kleine vuurvlinder, wilde bij van de heide en schrale graslanden, de groene specht en de atalanta. Door het verzorgen van veilige verbindingen naar omringende gebieden wordt hun leefgebied vergroot. De wegen rondom het Arenapark zijn niet veilig, er ontbreken voorzieningen voor deze dieren. De pijlen geven aan waar verbindingen een toegevoegde waarde hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld ecotunneltjes voor egels worden of een touw door de boomtoppen voor eekhoorns. Het landschap op het Arenapark zorgt voor voedsel, vocht, veiligheid, verbinding en ruimte voor voortplanting voor deze soorten. De verbindingen voor landdieren in de openbare ruimte van het Arenapark zijn gekoppeld aan een voor hen doorwaadbaar wadi-netwerk. Zo kunnen de dieren via de greppels, door duikers en onder bruggetjes door, veilig en verdiept in het gebied rondgaan. De beschutting wordt gemaakt door de wadi’s te koppelen aan doorgaande beplanting met heesters en kruidenrijke vegetatie. Het wadi-netwerk wordt dan weer gekoppeld aan veilige oversteekplekken. Amfibieën en reptielen
Het maaiveld wordt ingericht voor de amfibieën en reptielen, zoals de salamander, de pad en de hazelworm die in deze omgeving leven. Door het verzorgen van veilige verbindingen wordt hun leefgebied verbonden met de natuur in de omgeving. Ook voor amfibieën en reptielen ontbreken voorzieningen om de wegen veilig over te steken. In de kaart is aangegeven waar het in ieder geval goed zou zijn zo’n verbinding te realiseren. Ook voor hen zijn de verbindingen in de openbare ruimte gekoppeld aan het wadi-netwerk, met poelen voor de voortplanting en heesters, en kruidenrijke vegetatie voor beschutting.
AMFIBIEËN & REPTIELEN Vegetatie: infiltratie
Wadi’s in de openbare ruimte
Vegetatie: infiltratie, intensief
Poel of vijver met ondieptes Eco duiker
Vliegende dieren
Het maaiveld, de tuinen en de gevels worden ingericht voor de insecten, vogels en vleermuizen die in deze omgeving leven. Voor deze dieren is het gemakkelijker om in het gebied te komen en op de gebouwen te leven. Te verwachten is dat dit met name geldt voor insecten, vogels en vleermuizen die uit de tuinen en parken van de villawijken komen. Beplanting, met voornamelijk inheemse kruidenrijke vegetatie en heesters, dient als beschutting op het maaiveld en op de gebouwen. Daarin leven de insecten die voedsel zijn voor de vogels. Poreuze gevels bieden nest- en schuilgelegenheid voor insecten, vogels en vleermuizen. De porositeit kan worden gemaakt door bij het ontwerp van gebouwen gebruik te maken van ingebouwde nestkasten, diervriendelijke detaillering en poreus materiaal.
VLIEGENDE DIEREN Heidebiotoop Nieuwe Heide biotoop Tuin- en parkbiotoop Nieuwe tuin- en parkbiotoop
Natuurinclusieve gebouwen met tuin- en parkbiotoop routes Heide & bosvogels en insecten routs Tuin & parkvogels en insecten routes
Technische planuitwerking
90
5 Programma Groen Hilversum 2040
Het Programma Groen omvat al diverse maatregelen. We sluiten met het Arenapark aan op twee biotopen; natuurgebied Laapersheide en het aangrenzende villagebied met zijn parken en tuinen. De spoorlijn is voor planten en dieren een continue noord-zuid-verbinding door Hilversum. Plekken in het Arenapark kunnen als ecologische stapsteen fungeren voor bijen, vlinders en andere landdieren. Dit versterkt een graslandverbinding tussen oost- en west-Hilversum. Op de spoorwegkruising met de Diependaalselaan is een verbinding voor de dieren onderdeel van Programma Groen, de oostzijde is nog een aandachtspunt. Om de ecologische verbinding goed te laten functioneren is het belangrijk deze alsnog aan te brengen. Dit geldt ook bij de nieuwe viaducten bij het station, waar een ecologische noord-west-verbinding ook een eis moet zijn bij de uitwerking. Deze verbinding is nodig voor de continuïteit van deze belangrijke verbinding naar de binnenstad. De nieuwe onderdoorgang zorgt niet alleen voor mensen voor een nieuwe oost-westverbinding, maar ook voor de landdieren, amfibieën en reptielen die in het gebied rondgaan. De passage voor de dieren moet daarom als eis bij de onderdoorgang worden meegenomen.
HOOFDPRINCIPE BIOTOPEN Heidebiotoop Tuin- en parkbiotoop
Looproutes door het gebied
GROENBELEIDSPLAN HILVERSUM Villagebied
Stadsparken
Buitengebied/ Natuurmonument
Ecologische verbinding
Op dit moment is het Arenapark onderdeel van een wandel- en hardlooprondje naar het zuiden. Met de komst van de onderdoorgang ontstaan voor de wandelaars nieuwe rondjes. Dit geldt ook voor de dieren. Het wordt een ontwerpopgave om alle mensen en dieren bij het nieuwe viaduct vrij baan te geven om veilig onder het treinverkeer over te kunnen steken. Omdat de meeste dieren ’s nachts leven, is er veel dubbelgebruik van paden, spoorlijnen en viaducten. Maar de dieren hebben een veel fijnmaziger gebruik van het gebied. Maatregelen voor veilige routes voor landdieren, amfibieën en reptielen worden daarom in het ontwerp van het maaiveld opgenomen. Het spoor ligt vrij laag waardoor de dieren ook hier over kunnen steken. Dit moet in de toekomst voor hen veilig blijven, ook als er hekken worden geplaatst voor de veiligheid van mensen. meer info over standslandschap Arenapark en bijbehorende fauna op hilversum.nl
ROUTES DOOR HET GEBIED Bestande wandelroute Laapersveld
Route voor amfibieën
Nieuwe wandel- en hardlooproutes
Route voor kleine zoorgdieren
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
Arenapark wordt zo groen mogelijk, waarbij twee biotopen samenkomen; één uit het natuurreservaat en één uit de tuinstedelijke omgeving
91
ECOLOGISCH LANDSCHAP
A
A
PRINCIPEDOORSNEDE ZUID > NOORD
rotsbiotoop
w
waterbiotoop
heidebiotoop
Doorsnede A-A
Technische planuitwerking
92
5
rotsbiotoop
park- en tuinbiotoop omhoog
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
park- en tuinbiotoop
93
ECOLOGISCH LANDSCHAP
PRINCIPEDOORSNEDE WEST > OOST
B
B
rotsbiotoop
park- en tuinbiotoop
park- en tuinbiotoop omhoog
waterbiotoop
Doorsnede B-B
Technische planuitwerking
94
5
heidebiotoop
park- en tuinbiotoop
park- en tuinbiotoop omhoog
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
95
Verplaatsen station
5.2
NETWERKEN
De brede onderdoorgang vormt de kern van het nieuwe Arenapark. Hier wordt de link gelegd met het Laapersveld en komt op termijn het verplaatste station. In combinatie met de voorzieningen die nodig zijn voor het overstappen (ketenvoorzieningen) en veel verschillende functies op loopafstand ontstaat hierdoor al een aantrekkelijke bestemming. Een bushalte en K&R worden direct naast het station gesitueerd. Onder bouwveld C komt de mobiliteitshub met verschillende vormen van deelmobiliteit en P&R. De mobiliteitshub zorgt voor optimale overstapmogelijkheden met het OV en door deelmobiliteit voor efficiënt gebruik van de garages. De mobiliteitshub kan ook diensten bieden zoals een pakketpunt, auto-/ fietsreparatie en commercie afgestemd op de behoeften en ‘daily urban systems’ van de gebruikers.
Zie voor analyse en advies de separate bijlagen ‘OV Knoop Hilversum Sportpark - Handelingsperspectief, Goudappel (januari 2022)’ en ‘Koersdocument Mobiliteit Hilversum Arenapark, Goudappel (juni 2022) Sociale veiligheid nieuwe stationsgebied Arenapark ligt aan de buitenring van Hilversum, vlakbij de A27 en wordt ontsloten via de hoofdontsluitingsroute van de stad. Binnen Arenapark is in de eindsituatie geen doorgaande route of rondweg, maar alleen een voor auto’s doodlopende 30 km/u erfontsluitingsroute die K&R, hubs en parkeervoorzieningen ontsluit.
Bij het verplaatste station gaan we uit van een perron van 225 meter met een uitbreidingsmogelijkheid in noordelijke richting tot in totaal 275 meter. De exacte uitwerking van dit principe moet nog in een latere planstudie onderzocht worden. Woongebouwen in de nabijheid van het station met zicht op de perrons en de stationsomgeving moeten bijdragen aan de sociale veiligheid op en rond het station. Dezelfde eis geldt voor de situering van veel voorzieningen rond het levendige buurtplein/stationsplein zoals hotel en horeca, maar ook bij de uitwerking van het sportcomplex. Zo kunnen door situering van de horeca aan de stationszijde extra ‘ogen op de straat’ gerealiseerd worden. Ook aan de Laapersveldzijde zijn mogelijkheden om de sociale veiligheid in het toekomstige stationsgebied te vergroten. Om te kunnen bepalen welke maatregelen daarvoor het meest geschikt zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Station en mobiliteitshub(s)
Arenapark en Laapersveld in de beoogde netwerken van fiets- en busroutes. Deze vallen voor een groot deel samen met de erfontsluitingsweg in het plangebied. De hoofdroutes van het fietsnetwerk bevinden zich met name aan de noord- en westzijde van het plangebied. Er is een doorgaande fietsroute naar het natuurgebied, langs het spoor. Na de stationsverplaatsing ontstaat ruimte om deze route langs het spoor door te trekken naar het centrum. Bushaltes op en rond Arenapark zorgen voor een goede dekking van Arenapark en Laapersveld dankzij de brede spooronderdoorgang.
Technische planuitwerking
Het station, busdiensten en een mobiliteitshub met allerlei vormen van deelmobiliteit en bijbehorende voorzieningen vormen samen een sterk knooppunt als basis voor de gebiedsontwikkeling. Rond dit knooppunt wordt een netwerk van infrastructuur aangelegd met een autovrije kern voor voetgangers. Dit netwerk ontsluit het nieuwe Arenapark en verbindt het met bestaande bebouwing en de omgeving. Met deze hoofdstructuur van multimodaal knooppunt en gelaagd netwerk, kan de afhankelijkheid van de auto op termijn sterk verminderen. Nieuwe en bestaande parkeergarages in het gebied kunnen zich op termijn allemaal ontwikkelen tot compacte mobiliteitshubs met meerdere vervoersopties. Door bestaande parkeerterreinen te vervangen door mobiliteitshubs onder nieuwe gebouwen, kunnen deze gebieden tegelijk verdicht en landschappelijk ingericht worden.
96
5
ENERGIE
ENERGIE
WONEN
MOESTUIN SPORTHAL
RETAIL
WERKEN
HORECA ZWEMBAD
RETAIL
MOBILITEITSHUB
HORECA
MOBILITEITSHUB ONDER INTEGRAAL SPORTCOMPLEX
HOTEL WONEN
ONDERWIJS
WONEN WONEN
WONEN
SPORT WONEN
SPORT
Sociale veiligheid door zichtrelatie vanuit functies rond station en stationsplein
Lokale en regionale bereikbaarheid van station en mobiliteitshub
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
97
Aanpassen busroutes
Door realisatie van het project Hoogwaardig Openbaar Vervoer ’t Gooi rijden de HOV-bussen tussen Station Hilversum en Huizen over de HOV-route langs het spoor van en naar Huizen en verder naar station Amsterdam Amstel. Lijn 100 is aangepast en rijdt via de HOV-busbaan en langs het ziekenhuis tussen Huizen en Arenapark/ Station Hilversum Sportpark. In de eerste fase zullen de bussen via de huidige route aan de oostzijde van het Arenapark blijven rijden. Na ontwikkeling van het buurtplein/stationsplein worden de bussen via de westzijde geleid. Zo bereikt men ook bestemmingen bij het Laapersveld via de spooronderdoorgang. Bij verplaatsing van het station wordt er dan gehalteerd bij het nieuwe stationsplein. Ondanks dat de route langer wordt in deze situatie en de bus over 30km/u-wegen rijdt op het nieuwe Arenapark, zal de extra reistijd beperkt zijn. In overleg met de concessieverlener Provincie Noord-Holland wordt de impact van de alternatieve busroute nader uitgewerkt en te zijner tijd verwerkt in een nieuwe concessie. Autovrije kern
In de autovrije kern bestaat de hoofdstructuur van het voetgangersnetwerk uit een assenkruis in vier windrichtingen en een diagonaal. De oost-west-as vormt een loper die het nieuwe Arenapark met het Laapersveld verbindt. Deze loopt, via de onderdoorgang bij het station, dwars door het hart van Arenapark naar het skateplein en overbrugt daarbij meerdere hoogteverschillen. Mocht de onderdoorgang eerder gerealiseerd worden dan het verplaatste station, dan vormt deze al een aantrekkelijke 50 meter brede langzaamverkeersverbinding, waarmee hij van grote waarde is voor het versterken van het autovrije gebied, ook op het Laapersveld. De onderdoorgang biedt tevens een kortere route van het Arenapark naar het huidige perron richting Utrecht. Zolang het station nog niet verplaatst is, vormt de noord-zuidas voor voetgangers daarnaast een belangrijke aansluiting met de rest van Hilversum, maar ook de belangrijkste verbinding tussen Station Hilversum Sportpark en het Arenapark. In tegenstelling tot de oost-westas is dit een vlakke route, waarbij van noord naar zuid steeds meer plek is voor sport en groen. De diagonale verbinding verbindt de groene kern met het skateplein. Op een klein deel van de noordzuidas en de diagonale verbinding zijn auto’s te gast om de parkeergarage van de Nike-campus te kunnen bereiken.
Ook is de Kiss & Ride-voorziening bij de internationale school tijdens venstertijden toegankelijk. Mocht bij de uitwerking van het inrichtingsplan blijken dat gedeeld gebruik bij het schoolplein onhaalbaar of ontoereikend is, dan is er een terugvaloptie bij de zuidwest-hoek van kavel E. Een combinatie met de Kiss & Ride bij het station is onwenselijk vanwege de ecologische verbinding en de fietsers en bussen die hier tijdens de spits passeren. Alleen voor nood- en hulpdiensten is de rest van de autovrije kern bereikbaar. Het voetgangersnetwerk is groter dan alleen de autovrije kern en strekt zich uit tot over de grenzen van het Arenapark. Omdat de voetgangers- en fietsverbindingen buiten het Arenapark niet binnen de scope van dit SP vallen, zijn in de tekening slechts globale suggesties voor deze routes weergegeven. Deze worden in het kader van een latere studie uitgewerkt. Omdat de kracht van het voetgangersnetwerk binnen het Arenapark afhankelijk Technische planuitwerking
K&R
HUB
K&R school
K&R
De autotoegankelijkheid loopt via een ontsluitingsroute in de vorm van een ‘vork’ vanaf de Diependaalselaan/ Oostereind naar de ingang van parkeergarages op Arenapark. Overige delen van de erfontsluitingsroute zijn alleen onder strikte voorwaarden toegankelijk voor bestemmingsverkeer en nood- en hulpdiensten.
is van de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, de sociale veiligheid en de invulling van de plinten van gebouwen, wordt de kwaliteit van dit netwerk in de hoofdstukken 5.3, 5.4, 5.5 en 5.6, uitgebreid beschreven. Fietsnetwerk en fietsparkeren
Het fietsnetwerk bestaat voornamelijk uit de routes in de lengterichting van de spoorzone en de hoofdontsluitingsweg op het Arenapark. Na verplaatsing van het station kan hier een fietsroute langs het spoor naar het centrum toegevoegd worden. Er ontstaan ook kansen om de verkeerssituatie bij het Laapersveld en op de Utrechtseweg te ontlasten. Fietsers kunnen vanuit het westen (Utrechtseweg en omgeving) via het Laapersveld gebruikmaken van de onderdoorgang bij het station, die het westelijke fietspad langs het spoor verbindt met de hoofdroute voor de ontsluiting. Hieromheen liggen ook de toegangen tot de fietsparkeervoorzieningen van het station en de mobiliteitshub. In de autovrije kern zijn fietsers te gast, hier zijn ook slechts beperkte mogelijkheden voor fietsparkeren, bijvoorbeeld bij entrees van kleine voorzieningen en dan nog alleen in speciaal gemarkeerde plekken zonder fietsrekken of nietjes. In de nieuwbouw worden de fietsenstallingen overal inpandig gesitueerd, met hooguit 1,5 meter hoogteverschil ten opzichte van het maaiveld. Bewoners, werknemers en verreweg de meeste bezoekers parkeren inpandig, waarbij het bezoekersparkeren is afgescheiden van het bewoners- en werknemersgedeelte. Ook bij functies die veel bezoekers trekken, is fietsparkeren inpandig georganiseerd.
De meeste adressen, fietsenstallingen en bergingen zijn toegankelijk en goed zichtbaar vanaf de hoofdontsluitingsroute. Uitzondering zijn enkele gebouwen op de kavels F en G, waar maatwerkoplossingen nodig zijn. Voor inpassing van fietsparkeren bij woongebouwen geldt de Amsterdamse Bouwbrief als leidraad*, die al door de Gemeente Hilversum wordt gehanteerd bij toetsing van plannen. *Zie bijlage 1
98
5
1km
500m
voetgangersnetwerk
VOET- EN FIETSNETWERK ROND VERPLAATST STATION
fietsnetwerk
Het verplaatste station Hilversum Sportpark is met een fijnmazig voetgangers- en fietsnetwerk verbonden met de omliggende wijken. De onderdoorgang in het plangebied vormt een veilige nieuwe interwijkverbinding, maar verbetering van de voet- en fietsbereikbaarheid van het station kan versterkt worden door verbeteringen aan het netwerk in omliggende buurten (nader te bestuderen).
mogelijke toekomstige voetgangersverbinding informeel padennetwerk station Hilversum Sportpark fietsenstalling bij station voor ‘treinfietser’ voorziening voor zorg en gezondheid onderwijsfunctie commercieel cluster natuurgebied Laapersheide 500m- & 1000m- radius rond station
STAP 1
STAP 2
DE AUTOTOEGANKELIJKHEID NEEMT IN DE LOOP DER TIJD AF
STAP 3
autotoegankelijke ontsluiting beperkt autotoegankelijk voor bestemmingsverkeer alleen busroutes (naast fietstoegankelijkheid) K&R strook projectgebied ingang inpandige parkeergarage
Stedenbouwkundig Plan SPORTPARK
99
Hoofdroute ontsluiting, meervoudig gebruik en parkeren Voertuigen en fietsers bewegen zich over de hoofdroute voor de ontsluiting door het gebied, zodat een groot autovrij hart ontstaat. Deze route wordt vormgegeven als een erftoegangsweg met fietssuggestiestroken van 7 meter breed. Bus en auto zijn hier te gast en er geldt een snelheidsregime van maximaal 30km/u. Bij bushaltes en laad- en losplekken worden parkeerhavens van halve diepte gerealiseerd om problemen bij het passeren van voertuigen te vermijden. Deze hoofdroute voert langs de randen van het nieuwe Arenapark, met ontsluiting voor auto’s aan de Diependaalselaan en het Oostereind en alleen een fiets-bus-ontsluiting aan de Soestdijkerstraatweg, via een fietspad en bussluis. Deze hoofdroute kruist de onderdoorgang en het buurtplein ongelijkvloers, met een brug. Omdat fietsers tijdens de ochtendspits vooral uit de stad komen en auto’s vanaf de Diependaalselaan en het Oostereind via de kortst mogelijke routes naar parkeergarages worden geleid, worden hier geen conflicten verwacht. Tijdens de ontwikkeling zal de afwikkeling van het verkeer veelvuldig wijzigen. In de eindsituatie is er geen sprake meer van een ‘rondweg’.
De weg zal op termijn een knip krijgen, waarbij het autoverkeer op het westelijke en noordelijke deel van de ‘rondweg’ beperkt wordt, omdat parkeervoorzieningen zo dicht mogelijk bij de toegangen aan het Oostereind en de Diependaalselaan liggen. Omdat hiervoor ook een aantal bestaande parkeervoorzieningen moet worden aangepast, zal deze transformatie in een aantal stappen plaatsvinden. Aanvullende studie is daarom nodig om het verkeersaanbod in verschillende situaties scherper in beeld te krijgen. Autoparkeren, Park & Ride en Kiss & Ride
In de nieuwe ontwikkeling wordt in verdiepte garages geparkeerd. Ook bij herontwikkeling van bestaande kavels geldt dit als uitgangspunt. Uitzondering is de situatie ter plaatse van de bouwvelden D en H waar doorwaadbaarheid niet speelt, hier mag half-verdiept geparkeerd worden, maar moet de parkeergarage minimaal 6 meter terugliggen ten opzichte van de rooilijn. De volledige parkeerbehoefte en een P&Rvoorziening worden in combinatie met een mobiliteitshub ondergebracht in parkeervoorzieningen onder de bouwblokken. Naarmate de ontwikkeling vordert en de alternatieven beter zijn ontwikkeld, worden parkeerplaatsen op het maaiveld opgeheven. In het kerngebied zijn in de eindsituatie geen parkeerplaatsen meer op het maaiveld gesitueerd. Voor de rest van het Arenapark geldt dit in ieder geval ook na herontwikkeling van een bouwblok. Het streven is op termijn al het maaiveldparkeren op het nieuwe Arenapark op te heffen. Omdat de entrees van de meeste parkeergarages vlakbij de zuidelijke en oostelijke toegang liggen, neemt het aantal voertuigen op straat in een groot deel van het gebied aanzienlijk af. Dit maakt het nieuwe Arenapark een aantrekkelijk autoluw gebied.
In de gebiedsontwikkeling wordt ingezet op een breed mobiliteitsplan en beperkt autoparkeren. In het SP wordt uitgegaan van de nieuwe parkeernorm voor OVknooppunten (Parkeernormennota 2023). Insteek daarbij is dat voor de gehele gebiedsontwikkeling de norm voor OV-knooppunten gaat gelden. Het SP biedt een ruim pakket aan alternatieven voor automobiliteit in de vorm van aantrekkelijke fietsnetwerken, stallingen, aantrekkelijk OV en de voorzieningen van de mobiliteitshub(s). Betaald parkeren wordt ingevoerd in de omliggende wijken (binnen de buitenring). Daarnaast wordt ook deelmobiliteit aangeboden; deze combinatie wordt onderdeel van het ontwikkelconcept. Door collectieve garages per blok is dubbelgebruik voor woningen en bedrijven mogelijk, waardoor het aantal parkeerplekken kan worden beperkt. Mede in overleg met NS en ProRail is een ruimtereservering opgenomen voor een P+R-voorziening van 143 parkeerplekken*. Deze plekken worden in de garage van kavel C ondergebracht, dicht bij het station. De financiële haalbaarheid hiervan, inclusief exploitatie, wordt in samenwerking met NS in een volgende fase nader onderzocht. De locatie voor de K&R van het station is op de plankaart aangegeven. De huidige parkeervoorziening van het MBO College bestaat uit twee delen, één aan de westzijde van het gebouw langs het spoor en één aan de oostzijde, in de centrale noord-zuidas.
Om zo snel mogelijk een goede voetgangersverbinding tussen het huidige station en de ontwikkeling van het nieuwe Arenapark te realiseren, is het wenselijk om samen met het MBO College te onderzoeken hoe het oostelijk parkeerterrein kan worden ingericht zodat een aantrekkelijke voetgangersroute ontstaat. Verkenning naar een alternatieve en meer hoogwaardige inrichting van het parkeerterrein aan de westzijde van het MBO College volgt in een later stadium. *Zie Koersdocument Mobiliteit Hilversum Arenapark, Goudappel (juni 2022)
1-laags verdiept parkeren is uitgangspunt, met daarop 1 meter leeflaag voor beplanting. Overgangen naar de openbare ruimte worden ingericht als landschappelijke overgangen in het voetgangersnetwerk om de doorwaadbaarheid te bevorderen
Technische planuitwerking
100