CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Programmabegroting 2026

GEMEENTERAAD 12 november 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Programmabegroting 2026 (1872281)36.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

2026

Tarief kamperen, per persoon per overnachting

€ 1,80

Tarief per persoon per overnachting

€ 4,40

Marktgelden Marktgelden is een gebonden belasting die moet worden betaald voor een standplaats op de markt in Hilversum. Jaarlijks worden de marktgeldtarieven vastgesteld door de gemeenteraad. De heffing van marktgelden mag maximaal 100%

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 77

kostendekkend zijn. In onderstaande tabel is aangegeven welke kosten wij toerekenen aan de markt, welk bedrag daarbij hoort en voor welk percentage wij deze doorbelasten in het tarief. De tarieven worden, in lijn met voorgaande jaren, ook in 2026 verhoogd op basis van de inflatie. De inflatie bedraagt 2,6%. De markttarieven worden in 2026 ten opzichte van 2025 geïndexeerd met 2,6%, zie hiervoor de verordening marktgelden 2026. Voorafgaand aan het opstellen van de verordening 2027 zal met de marktpartijen overlegd worden over een verdere stijging van het tarief. Tabel 8: Marktgelden Omschrijving

Bedragen x 1.000 2025

2026

2027

2028

2029

Kapitaallasten (1)

15

14

14

14

14

Organisatiekosten

238

252

252

252

252

Schoonmaakkosten (2)

137

60

60

60

60

Nutsvoorziening etc.

3

3

3

3

3

Kosten markt

393

329

329

329

329

Verwachte inkomsten

216

223

230

230

230

Dekkingspercentage

55,0%

68,0%

70,0%

70,0%

70,0%

Promotie (3)

17

13

13

13

13

Energie (4)

9

9

9

9

9

1.

2.

3. 4.

Kapitaallasten voor de herinrichting van het plein bedragen € 1,5 miljoen. Omdat de markt op twee van de zeven dagen per week plaatsvindt, worden de kapitaallasten voor 29% doorbelast (2/7e deel). Hoewel de markt niet het volledige plein in beslag neemt, wordt het gehele plein gebruikt vanwege doorloop paden, aanlooproutes en parkeergelegenheid voor de markt. Betreft enkel schoonmaak markt. Schoonspuiten van het plein gebeurt maandelijks, maar dit is niet alleen voor de markt, en dit wordt sinds 2026 ook niet meer volledig toegerekend aan de markt aangezien andere evenementen ook bijdragen aan vervuiling. Promotiekosten kent een apart tarief van €0,05 per vierkante meter per dag, het bedrag dat door de gemeente wordt ontvangen wordt niet door de gemeente besteed maar door de markt zelf. Energielasten worden op basis van gerealiseerd verbruik doorbelast aan de verbruiker.

Tabel 9: Markttarieven per dag Tarieven per dag in € per m2

2025

2026

2027

2028

2029

Basistarief

€ 0,99

€ 1,02

€ 1,04

€ 1,07

€ 1,10

Promotietarief

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

Totaal

€ 1,04

€ 1,07

€ 1,09

€ 1,12

€ 1,15

Basistarief

€ 0,86

€ 0,88

€ 0,91

€ 0,93

€ 0,95

Promotietarief

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

Totaal

€ 0,91

€ 0,93

€ 0,96

€ 0,98

€ 1,00

Zaterdag

Woensdag

Parkeerbelastingen Er is sprake van een tweetal parkeertarieven. De tarieven voor straatparkeren en voor vergunningen. Daarnaast is er de naheffingsaanslag parkeerbelastingen (parkeerboete) die wordt opgelegd als er niet betaald is voor straat- of vergunning parkeren. Voor 2026 worden de parkeertarieven voor de vergunninghouders, inclusief de digitale bezoekersregeling, gehalveerd. Dat betekent dat de tarieven voor de vergunningen als volgt worden gewijzigd:

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 78

Tabel 10: Tarieven parkeervergunningen Parkeergebied Soort vergunning

Kosten 2025

Kosten 2026

Centrum

Bewonersvergunning

€ 75,00

€ 37,50

Centrum

Combinatievergunning

€ 300,00

€ 150,00

Centrum

Bedrijfsvergunning

€ 200,00

€ 100,00

Centrum

Autodatevergunning

€ 75,00

€ 37,50

Schil

Eerste bewonersvergunning

€ 40,00

€ 20,00

Schil

Tweede bewonersvergunning

€ 150,00

€ 75,00

Schil

Derde bewonersvergunning

€ 225,00

€ 112,50

Schil

Eerste bedrijfsvergunning

€ 200,00

€ 100,00

Schil

Tweede bedrijfsvergunning

€ 400,00

€ 200,00

Schil

Derde bedrijfsvergunning

€ 500,00

€ 250,00

Schil

Forensenvergunning

€ 400,00

€ 200,00

Schil

Autodatevergunning

€ 50,00

€ 25,00

Schil

Overloopvergunning

€ 40,00

€ 20,00

€ 1.850,00

€ 925,00

Hulpverlenersvergunning

€ 200,00

€ 100,00

Marktparkeerplaats

€ 60,00

€ 30,00

Maatschappelijke vergunning

€ 100,00

€ 50,00

Algemene kaart Centrum + schil

Voor het straatparkeren blijven de tarieven in het Centrum (€ 3,20 per uur) gelijk aan de tarieven in 2025. De tarieven in de schil (€ 2,90 per uur) worden met € 0,20 per uur verminderd naar € 2,70 per uur. De kosten die de gemeente moet maken voor de 'naheffing' worden bij de parkeerder in rekening gebracht. Het tarief voor de naheffingsaanslag is wettelijk gemaximeerd. De gemeente mag dit bedrag alleen naheffen als de kosten die de gemeente moet maken voor de handhaving hoger zijn dan de opbrengst van de naheffingsaanslagen. In 2026 wordt het wettelijk maximumtarief naheffingsaanslagen gehanteerd. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar de verordening parkeerbelastingen 2026. Tabel 11: Kostendekkendheid naheffing parkeren Kostendekkendheid naheffingen parkeren

2025

2026

Vaste informatieverwerkingskosten

96

25

Variabele informatieverwerkingskosten

216

153

Personeelskosten

872

1.220

Overhead

136

120

1.320

1.518

Belasting toegevoegde waarde (btw 21%)

277

319

Totaal toe te rekenen kosten inclusief btw

1.597

1.837

Opbrengst heffingen

1.000

1.000

Dekkingspercentage

63%

54%

Netto kosten taakveld

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 79

Leges De legesverordening bevat de tarieven voor een groot aantal gemeentelijke producten en diensten. Het gaat hierbij altijd om diensten waar mensen zelf om gevraagd hebben bij de gemeente. Voor de door de gemeente geleverde diensten kunnen leges in rekening worden gebracht. Bij de legesheffing worden de kosten die de gemeente maakt, verhaald op de aanvrager. Tabel 12: Kostendekkendheid leges Kostendekkendheid leges

Lasten

Baten

Kostendekkendheid

Algemene dienstverlening

3.409.598

2.335.911

69%

Dienstverlening fysieke leefomgeving

3.206.258

3.190.000

99%

71.004

62.000

87%

6.686.860

5.587.911

84%

Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn Totaal

Bij de kostendekkendheid van de legesverordening wordt gekeken naar de verordening als geheel. Kruissubsidiëring binnen de afzonderlijke onderdelen is toegestaan. De kostendekkendheid van de gehele verordening komt voor 2026 uit op afgerond 94%. Havengelden Havengeld is een gebonden belasting die wordt betaald voor het gebruik van de Hilversumse haven. De havengelden bestaan uit liggelden van woonboten en kadegelden voor vracht- en recreatievaart. De inkomsten uit havengelden zijn zeer beperkt (minder dan 10k). De lasten m.b.t. de waterwegen worden voor 100% toegekend bij rioolheffing. Bij de harmonisatie van de belastingen met Wijdemeren wordt een voorstel gedaan om de tarieven havengelden in te passen in de verordening precariobelasting en de nieuw in te voeren verordening roerende zaakbelastingen. Inkomsten uit lokale heffingen Tabel 13: Overzicht inkomsten uit lokale heffingen Omschrijving

Bedragen x 1.000 2028 2029

2025

2026

2027

Onroerendezaakbelastingen woningen

13.402

13.751

13.638

14.645

15.491

Onroerendezaakbelastingen niet woningen Toeristenbelasting

12.776 0

14.057 425

14.423 425

14.798 425

15.182 425

Precariobelasting Totaal niet gebonden heffingen

168 26.346

168 28.401

168 28.654

168 30.036

168 31.266

Rioolheffing Afvalstoffenheffing

10.493 14.645

10.469 17.209

10.314 18.879

10.390 19.033

10.717 19.188

Marktgelden Parkeermeters, vergunningen & fiscale parkeerheffingen

261 7.250

223 9.340

230 9.340

230 9.340

230 9.340

Leges omgevingsvergunningen Leges burgerlijke stand

3.110 329

3.190 154

3.190 154

3.190 154

3.190 154

Leges rijbewijzen/paspoorten/ identiteitskaart Leges gemeentelijke basisregistratie

1.867 33

1.868 123

1.913 123

1.913 123

1.913 123

Overige leges en heffingen Totaal gebonden heffingen

254 38.243

253 42.829

253 44.396

253 44.626

253 45.108

Totale heffingen

64.589

71.230

73.050

74.662

76.374

Ongebonden heffingen

Gebonden Heffingen

De verschillen in begrote bedragen in verband met 2025 voor OZB, afval, riool en markt zijn eerder in deze paragraaf toegelicht. Toeristenbelasting In de begroting 2025 is besloten om met ingang van het belastingjaar 2026 toeristenbelasting in te voeren.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 80

De opbrengsten voor parkeren stijgen vanwege maatregelen die volgen uit de uitvoering van het nieuwe Parkeerbeleid. De stijging in de leges paspoorten/identiteitskaart is een direct gevolg van de paspoortpiek. Deze piek is een gevolg van het verlengen van de geldigheidsduur van vijf naar tien jaar vanaf 2014. De destijds uitgereikte paspoorten moeten de komende periode verlengd worden. De paspoortpiek duurt van 2024 tot en met 2028. Onbenutte belastingcapaciteit In de paragraaf Weerstandsvermogen staat het bedrag van de onbenutte belastingcapaciteit OZB. Hier staat het bedrag dat de gemeente van het Rijk maximaal mag (en in het geval van een artikel 12 status moet) vragen. De gemeente zit ruim onder de maximale OZB-opbrengsten. Daarnaast is de kostendekking van riool en afval onder de 100%, waardoor niet alle mogelijke lasten worden doorberekend aan de inwoners.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 81

3.1.2 Kwijtscheldingsbeleid De gemeente Hilversum kent een aantal huishoudens dat moet rondkomen van een minimuminkomen. Daarom biedt de gemeente inwoners en ondernemers (alleen privé-belastingschulden) die niet, of met moeite in staat zijn om de lokale belastingen te betalen de gelegenheid gebruik te maken van kwijtschelding. Hiervoor moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Hoofdregel is dat gemeenten de kwijtscheldingsregels van de Rijksoverheid volgen. De gemeenteraad kan op een aantal punten van de rijksregels afwijken: • Bepalen dat geen of slechts gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • Uitgaan van hogere kosten van bestaan dan de rijksregels voorschrijven, 100% in plaats van 90%; • Een verruimde pensioengerechtigde leeftijd norm (PGL-norm); • Bepalen dat kleine zelfstandigen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé-belastingschulden; • Kosten kinderopvang als uitgave meerekenen. In Hilversum wordt binnen de mogelijke verruiming het maximale toegepast. Dit is vastgelegd in de ‘’Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Hilversum 2023’’. De gemeente Hilversum verleent kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing. Ook kan kwijtschelding worden verleend voor onroerendezaakbelasting en rioolheffing. Omdat dit eigenarenbelastingen zijn komt kwijtschelding bij deze belastingsoorten in de praktijk zelden voor.

Het aantal kwijtscheldingsverzoeken laat zich moeilijk vooraf voorspellen. Voor 2026 is een totaalbedrag van € 859.000 aan kwijtschelding begroot. In het convenant met Waternet is vastgelegd dat de gemeente Hilversum de kwijtscheldingsverzoeken voor aanslagen behandelt die Waternet oplegt aan inwoners van de gemeente Hilversum. Dit betreft de zuivering-, verontreiniging- en de watersysteemheffing. Dit zorgt ervoor dat inwoners van de gemeente Hilversum alleen bij Hilversum een kwijtscheldingsverzoek moeten indienen en niet ook nog bij het Waternet. De kwijtscheldingsverzoeken van inwoners uit Wijdemeren worden ook door Hilversum behandeld. Bij het beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken wordt gebruik gemaakt van het Inlichtingenbureau. Zij toetsen geautomatiseerd of inwoners in aanmerking komen voor kwijtschelding. De inwoners die op basis van deze automatische toets in aanmerking komen voor kwijtschelding hoeven geen aanvraag meer te doen. Omschrijving

Jaarstukken 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Aantal kwijtscheldingsverzoeken (inclusief Waternet) Waarvan:

4.017

3.850

3.850

Geheel toegekend Gedeeltelijk toegekend

2.680 10

2.850 50

2.850 50

Afgewezen Ingetrokken

1.162 71

950 -

950 -

94

-

-

€ 787.000

€ 859.000

€ 859.000

389 33%

175 30%

175 30%

100%

100%

Per 31 december 2024 in behandeling Totaalbedrag kwijtschelding Aantal herzieningen Percentage ongegronde herzieningen Percentage herzieningen afgehandeld binnen zes maanden

3.1.3 Landelijke woonlastenvergelijking Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) is een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen dat zich onder andere bezighoudt met het in kaart brengen van de ontwikkeling van de belangrijkste lokale tarieven van alle gemeenten, provincies en waterschappen in Nederland. Het COELO brengt ieder jaar de ‘Atlas van lokale lasten’ uit. De Atlas van de lokale lasten is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen inclusief een vergelijk tussen verschillende gemeenten, provincies en waterschappen. Iedere inwoner van Hilversum kan op deze wijze haar woonlasten vergelijken met de geldende woonlasten in omliggende gemeenten. Onderstaande tabellen bevatten de woonlasten in de provincie Noord-Holland, van regiogemeenten en gemeenten met een vergelijkbare omvang. De vergelijking is gemaakt op basis van de tarieven voor het belastingjaar 2025.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 82

Grafiek 1: Benchmark woonlasten Noord-Holland 2025

De doorgetrokken rode lijn geeft het landelijk gemiddelde weer en de onderbroken rode lijn geeft het provinciale gemiddelde weer. De gemiddelde woonlasten in Hilversum zijn in lijn met zowel de landelijke als provinciaal gemeten gemiddelde woonlasten. Grafiek 2: Vergelijking woonlasten 2025 (regio gemeenten)

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 83

Grafiek 3: Vergelijking woonlasten 2025 (gemeenten in nabijheid met een vergelijkbare omvang)

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 84

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf bestaat uit een toets van het huidige weerstandsvermogen van de gemeente en een beschrijving van de wettelijk verplichte financiële kengetallen. Het weerstandsvermogen van de gemeente geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van eventuele optredende risico’s op te vangen zonder dat het vastgestelde beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen) en de benodigde weerstandscapaciteit (het risicoprofiel). Door het weerstandsvermogen te toetsen kan worden geborgd dat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de gemeente. De focus hierin ligt op hoevéél er opgevangen kan worden, niet hoofdzakelijk op wát er mogelijk opgevangen moet worden (de individuele risico’s). Inzicht in het weerstandsvermogen draagt bij aan de overwegingen in het kader van mogelijke toekomstige plannen en ontwikkelingen. Het dient de discussie over risicobereidheid, de afweging in hoeverre mogelijk toekomstige risico’s als aanvaardbaar worden beoordeeld. In die afweging wordt de financiële- en vermogenspositie van de gemeente bezien in het licht van de maatschappelijke opgave van de stad.

Actualiteit De berekening van het weerstandsvermogen is een momentopname gebaseerd op én afhankelijk van de omstandigheden en feiten zoals bekend op het moment van berekenen. Om een weerstandsvermogen toets te kunnen doen, moet er een concreet meetmoment worden geprikt. De inhoud van de paragraaf kan daarin achterlopen op eventuele nieuwe feiten die zich tussen de peildatum en publicatie van deze stukken hebben voorgedaan.

3.2.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement Risicomanagement omvat het geheel aan activiteiten en maatregelen gericht op het expliciet en systematisch omgaan met én het beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met mogelijke (positieve of negatieve) gevolgen voor de gemeente. De gevolgen kunnen van diverse aard zijn, bijvoorbeeld: beleidsmatig, imago-gerelateerd of financieel. Met betrekking tot het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het weerstandsvermogen is een indicator voor de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Beleidskader Het beleidskader bestaat uit de door de Raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Hilversum 2024. Deze is verder uitgewerkt in de Nota financieel beleid 2022. De vastgestelde norm is dat het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Doel van de gemeente Hilversum op het gebied van risico’s is om te voorkomen dat elke tegenvaller invloed heeft op de voortzetting van vastgesteld beleid. Omdat tegenvallers leiden tot hogere lasten of lagere baten dan waarmee vooraf rekening is gehouden, rust het beleid op twee pijlers: 1.

2.

Uitgaven die onvermijdelijk op de gemeente afkomen worden in de begroting opgenomen. In dit kader worden jaarlijks gemeentebreed autonome ontwikkelingen geïnventariseerd en beoordeeld op ‘vermijdelijkheid’. Met algemene kostenontwikkelingen zoals loon- en prijsstijgingen wordt – in relatie tot de verwachte ontwikkeling van de algemene uitkering – in de meerjarenraming rekening gehouden via stelposten. Zo wordt voorkomen dat voorspelbare ontwikkelingen leiden tot overschrijdingen van de begroting. Risico’s – onzekere gebeurtenissen met gevolgen voor de gemeente – worden in beeld gebracht en gekwantificeerd. Het risicoprofiel wordt opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing van de begroting of de jaarrekening. Risico’s die worden opgenomen in het gemeente brede risicoprofiel (weerstandsvermogen risico’s) voldoen aan de volgende criteria (conform Nota financieel beleid 2022): 2.a. Risico’s met een kans percentage van tussen de 20% en 80% in combinatie met een onzekere maar mogelijke financiële impact van € 100.000 en hoger; 2.b. Risico’s met een kans percentage van 80% en hoger worden als zekerheden beschouwd en moeten, mits de financiële impact redelijkerwijs en onderbouwd te schatten is, niet als risico worden opgenomen maar worden verwerkt in de begroting.

Als het echter een onzekere en sterk uiteenlopende of variabele financiële impact heeft, die mogelijk € 100.000 en hoger uit kan vallen, wordt het opgenomen als weerstandsvermogen risico.

Risicomanagement is geen exacte wetenschap, maar draait om beredenering en inschatting. Risico’s zijn alom aanwezig en verbonden met alles dat we doen, maar niet alle risico’s zijn ook wezenlijk van invloed op het weerstandsvermogen. Voor de weerstandsvermogen toets worden alleen risico’s met substantiële financiële gevolgen opgenomen in het risicoprofiel (gespecificeerd in de Nota financieel beleid 2022 artikel 39).

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 85

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit twee componenten: • de beschikbare weerstandscapaciteit – hoeveel middelen zijn er beschikbaar om risico’s op te vangen (excl. onbenutte belastingcapaciteit), en; • de benodigde weerstandscapaciteit – hoeveel middelen zijn er nodig om de geïdentificeerde risico’s op te kunnen vangen De weerstandsfactor zoals berekend voor de begroting 2026 is als volgt: Bedragen x € 1.000 Weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

59.305

= 8,3

7.135

In de Nota financieel beleid is vastgesteld dat het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Voor het jaar 2026 is de weerstandsfactor berekend op 8,3, wat ruim boven de norm ligt. In de Jaarstukken 2024 bedroeg de weerstandsratio nog 15,8. Ondanks dat de weerstandsratio nu lager is, is deze nog steeds zeer goed. Zowel de stijging van de benodigde capaciteit als de daling van de beschikbare capaciteit beïnvloeden het uiteindelijke weerstandsvermogen. De daling van 15,8 naar 8,3 wordt zowel veroorzaakt door een daling van de beschikbare weerstandscapaciteit als stijging van het benodigde weerstandscapaciteit; • In de Jaarstukken 2024 bedroeg de beschikbare weerstandscapaciteit € 67,1. Dat is inclusief de algemene reserve én het positieve rekeningresultaat 2024 van € 4,3 miljoen. Bij de behandeling van de Jaarstukken 2024 heeft de raad een aantal besluiten genomen over de bestemming van het resultaat voor een bedrag van € 7,7 miljoen (budgetoverhevelingen, storting in het mobiliteitsfonds, storting in de reserve Oekraïne opvang, budget MOB-terrein en budget dienstverlening sociaal domein). Hierdoor daalt de algemene reserve en bedraagt de stand begin 2025 € 59,4 miljoen. In 2025 zijn geen stortingen of onttrekkingen begroot. In de Begroting 2026 bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit € 59,3. In dit bedrag is de begrote onttrekking van € 0,1 miljoen meegeteld.

• De benodigde weerstandscapaciteit is gestegen van € 4,2 miljoen naar € 7,1 miljoen (een toename van € 2,9 miljoen) bij een constant zekerheidspercentage van 90 %. Dit komt vooral door de gestegen risico’s in de grondexploitaties en het risico dat het BUIG-budget (gebundelde uitkering inkomensvoorzieningen gemeenten) lager is dan de lasten. In paragraaf 3.2.3 wordt het risicoprofiel en de belangrijkste mutaties ten opzichte van 2024 toegelicht, inclusief de top 5 risico’s. Een volledige uitleg van alle risico’s staat in bijlage 6.2 ‘Toelichting weerstandsvermogen en risicobeheersing’. In de eindejaarsrapportage zal worden voorgesteld om vanuit de algemene reserve een storting te doen in reserve Herindeling. Dit leidt tot een tijdelijke daling van de algemene reserve die in komende jaren wordt 'terugbetaald' uit de herindelingsbijdrage in het gemeentefonds. De verlaging van de algemene reserve is niet meegenomen in de berekening van de weerstandsratio Begroting 2026 omdat de eindejaarsrapportage nog niet is vastgesteld voor de raad. De beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit worden in paragraaf 3.2.2 Beschikbare weerstandscapaciteit en paragraaf 3.2.3 Benodigde weerstandscapaciteit nader toegelicht. Het beheersen van risico’s is een vast onderdeel van het werkproces binnen de organisatie.

Risico’s worden gevolgd en gemonitord, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij afwijkingen of nieuwe ontwikkelingen. Sturing vindt plaats door het toepassen en waar nodig bijstellen van beheersmaatregelen, zodat de beoogde doelstellingen op een goede en verantwoorde manier worden gerealiseerd. Om financiële risico's ook in de toekomst beheersbaar te houden heeft het college een financiële strategie aangekondigd om te sturen op een maximale schuldquote van 130% over een tijdshorizon van 10 jaar vooruit. De uitwerking van de financiële strategie voor Hilversum draagt bij aan betere risicobeheersing door tijdig inzicht te geven in de verwachte ontwikkeling van de schuldquote en de investeringsbegroting. Het risico is dat wij gezien alle ambities zoals bijlvoorbeeld het besluit over het sportcomplex in deze begroting (zie de investeringsparagraaf) - over een termijn van 10 jaar boven deze grens uitkomen waardoor de lasten voor rente en aflossingen gaan oplopen die gedekt moeten worden in de exploitatie. Door nu al te signaleren dat de schuldquote bij ongewijzigd beleid binnen tien jaar boven de norm van 130% lijken uit te komen, ontstaat ruimte om gerichte keuzes te maken. Het koppelen van financiële kaders aan uitvoerbaarheid, capaciteit en realistisch begroten voorkomt dat ambities leiden tot onhoudbare lasten.

Ook het in kaart brengen van planoptimisme, onderbestedingen en uitvoeringskracht helpt om risico’s vroeg te herkennen en beheersmaatregelen te treffen. Zo wordt de gezonde financiële positie van Hilversum behouden en worden toekomstige financiële en organisatorische risico’s beheerst. Het college stelt bij de voorliggende de Programmabegroting 2026 in te stemmen met het laten te vervallen motie van M21-87 en in te stemmen om als financiële strategie te sturen op een maximale schuldquote van 130% over een tijdshorizon van 10 jaar.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 86

Ten tijde van de uitwerking van bovenstaande financiële strategie (Raadsinformatiebrief van 22 juli 2025 (2025-63)) was de schuldquote over een tijdshorizon van 10 jaar 162%. Op basis van de programmabegroting 2026 is de schuldquote over een tijdshorizon van 10 jaar herrekend en komt deze uit op 159%. Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Voorjaarsnota 2025

Begroting 2026

Maximale Schuldquote

Actuele schuld

99.330

131.700

131.700

Investeringen

528.700

518.448

399.381

Schuld (10 jaar)

628.030

650.148

531.081

Baten

387.600

408.598

408.524

162%

159%

130%

Netto schuldquote* * aannames/berekeningen in lijn met financiële strategie (RIB 2025-63)

Het blijkt dat de grens van 130% over een termijn van 10 jaar, met ongewijzigd beleid en rekening houdend met diverse aannames, mogelijk wordt overschreden. In de aannames is nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen aan de inkomstenkant en ook de exploitatie/investeringen zijn niet geïndexeerd. Ten opzichte van de uitwerking van bovenstaande financiële strategie is er een verbetering zichtbaar. Derhalve blijft de conclusie ongewijzigd: Wel aanleiding om te blijven monitoren, maar vooralsnog geen reden tot zorg of aanleiding tot bijsturen. Het volledige overzicht van de kengetallen is opgenomen in paragraaf 3.2.5 ‘Financiële kengetallen’.

3.2.2 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen er beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen. De huidige beschikbare weerstandscapaciteit, inclusief het verloop vanaf begroting 2025 ziet er als volgt uit:

Begroting 2025 63.905

Jaarstukken 2024 62.839

Bedragen x € 1.000 Begroting 2026 59.230

Onvoorzien Prognose jaarrekeningresultaat

75 n.v.t.

4.262

75 n.v.t.

Saldo begrotingsjaar Totaal

63.980

67.101

59.305

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve

Ten opzichte van het vorige meetmoment (de jaarstukken 2024) is de totale beschikbare weerstandscapaciteit zo’n € 7,8 miljoen afgenomen. Besluitvorming over het afromen van de algemene reserve heeft plaatsgevonden bij de vaststelling van de jaarrekening 2024. Potentiële weerstandscapaciteit De potentiële weerstandscapaciteit is niet direct beschikbaar maar geeft aan welke ruimte er is om de beschikbare weerstandscapaciteit te verhogen. Het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit is ‘één van de knoppen’ waar, onder andere voor grote opgaven, aan gedraaid zou kunnen worden om het weerstandsvermogen te verhogen.

Potentiële weerstandscapaciteit

Begroting 2025

Jaarstukken 2024

Bedragen x € 1.000 Begroting 2026

Beschikbare weerstandscapaciteit

63.980

67.101

59.305

Onbenutte belastingcapaciteit*

14.864

15.125

18.291

Totaal

78.844

82.226

77.596

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 87

*Noot: om vergelijkbaarheid tussen 2025 en 2026 te waarborgen, is in de onbenutte belastingcapaciteit geen onderdekking in afvalstoffen meegenomen.

3.2.3 Benodigde weerstandscapaciteit - risicoprofiel De benodigde weerstandscapaciteit heeft betrekking op het bedrag dat nodig is om de geïdentificeerde risico’s financieel af te dekken. Aan de hand van de individuele kwantificering van de risico’s die uit de risicogesprekken zijn voortgekomen, zijn de risico’s gesimuleerd. De simulatie is gebaseerd op de Monte-Carlomethode en wordt softwarematig uitgevoerd. Om het bedrag voor de benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel vast te stellen, houden we de in Nederland gebruikelijke norm aan van het in 90% van de scenario’s kunnen afdekken van de risico’s. In het huidige risicoprofiel komt dat neer op afgerond € 7.1 miljoen. Zekerheidspercentage

Bedrag

10%

660.798

25%

1.257.655

50%

2.377.621

75%

4.625.883

80%

5.367.228

90%

7.135.354

95%

8.439.326

99%

11.286.188

Ten opzichte van het vorige risicoprofiel (jaarrekening 2024) is de benodigde weerstandscapaciteit met ongeveer € 2,9 miljoen toegenomen tot een saldo van afgerond € 7,1 miljoen. De belangrijkste mutaties zijn: •

Het verhogen van het risico inzake Ontwikkelingen Grex (R206) Risico's inzake Tegenvallende Grondopbrengsten (R264) en Ontwikkelingen Grex (R206) zijn geactualiseerd en geconsolideerd. Bij de actualisatie van de GREX 2025 is aandacht besteed aan de mogelijke negatieve en positieve risico’s per grondexploitatie. In het geheime, ter inzage gelegde document behorend bij de op 14 mei 2025 door de raad vastgestelde geactualiseerde grondexploitaties, is bij iedere grondexploitatie een risicoanalyse opgenomen. Het risicoprofiel van het Stationsplein is verhoogd vanwege het risico op hogere plankosten als

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 88

•

•

gevolg van vertraging. Daarnaast is het risico toegevoegd dat een bijdrage aan het mobiliteitsfonds ten laste van de grondexploitatie kan komen wanneer deze wordt afgesloten. Het verhogen van het risico van 10% naar 50% inzake BUIG regeling (R100) Door de stijgende lasten en de onzekere inkomsten bestaat het risico dat de uitvoering van de BUIG tot nadelen leidt. Hierbij wordt het risico beperkt door de vangnetregeling, echter voordat hier aanspraak op gemaakt kan worden resteert een aanzienlijk risico. Afgelopen jaren fluctueert met name de inkomstenkant, waardoor het risico de komende jaren aanwezig blijft en wordt ingeschat op 50%. Het verhogen van het geconsolideerde risico inzake verbonden partijen (R205) Actualisatie van de individuele onderliggende risico's bij de verschillende verbonden partijen.

Top 5 risico's Het onderstaande overzicht toont de 5 grootste risico’s zoals opgenomen in het huidige risicoprofiel met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De top 5 vertegenwoordigt ongeveer 80% van het totale risicoprofiel. Een volledig overzicht van de risico’s die betrokken zijn bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is terug te vinden in bijlage 6.2 Toelichting weerstandsvermogen en risicobeheersing. Top

Risico

Invloed (%) Risico

1

R206

27,95% Ontwikkelingen in de Grex

2

R209

3

Bedragen x € 1.000 Minimale financiële Maximale financiële impact impact 1.959

6,979

15,71% Datalekken en informatieveiligheid

80

5.000

R100

15,53% BUIG - Negatief saldo inkomsten-uitgaven bijstand

0

2.000

4

R103

8,07% Tegenvallende uitkering gemeentefonds (AU)

0

2.100

5

R98

6,17% Meer gebruik van voorziening jeugdzorg

0

1.000

Top 5

73,43%

Overig

26,57% Diverse risico's zie bijlage

Toelichting risicoprofiel Zoals eerder genoemd is risicomanagement geen exacte wetenschap maar draait om beredenering en inschatting. Een risicoprofiel is altijd een momentopname en aan verandering onderhevig. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2026 en het voorliggende risico profiel, is er sprake van diverse economische en maatschappelijke onzekerheden die op termijn mogelijk van invloed kunnen zijn op de uitvoering van het gemeentelijk beleid. Deze onzekerheden zijn op dit moment nog niet als concrete risico’s te vatten en zijn om deze reden niet betrokken bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De huidige weerstandsfactor van 8,3 geeft aan dat er een ruime buffer aanwezig is voor het opvangen van eventuele aanvullende tegenvallers. Onderstaand een korte toelichting op de belangrijkste economische en maatschappelijke ontwikkelingen op dit moment die op termijn mogelijk een direct of indirect van invloed kunnen zijn op de uitvoering van ons beleid. •

•

•

Inflatieontwikkeling - De inflatie was de afgelopen jaren hoog en dat heeft geleid tot een sterke stijging van de lonen en prijzen. In 2025 is de stijging geleidelijk afgenomen, maar toch is de inflatie nog steeds relatief hoog. Hoewel de huidige inflatieverwachtingen bij de Voorjaarsnota 2025 in de begroting zijn verwerkt, blijft inflatie een onzekere factor. In de toekomst kan aanpassing van de begroting noodzakelijk zijn om loon- en prijsstijgingen op te vangen. Opvang vluchtelingen - Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne vangt Hilversum ontheemden uit Oekraïne op. Volgens de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) mogen Oekraïense ontheemden tot en met 4 maart 2026 in EU-lidstaten blijven. Inmiddels is de RTB door de EU verlengd tot 4 maart 2027. Het uitgangspunt voor de opvang is dat de kosten volledig door het Rijk worden vergoed. Gemeenten kunnen eventuele extra kosten voor opvang declareren bij het Rijk via de bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne. Omdat het Rijk de kosten voor opvang volledig dekt, wordt dit momenteel niet als financieel risico opgenomen in de risicoparagraaf. Eventuele wijzigingen in wet -en regelgeving kunnen daarentegen wel financiële - en beleidsmatige gevolgen hebben voor de gemeente.

Project flexwoningen - De gemeente Hilversum werkt samen met woningcorporaties om flexibele woningen te plaatsen die maximaal 15 jaar op één locatie blijven. Na deze periode moeten de woningen mogelijk verplaatst worden. Als verplaatsing niet mogelijk is, leidt dit tot een volledig afschrijvingsverlies voor de woningcorporaties. De overheid dekt 60% van dit risico, de gemeente 25%, en de woningcorporatie de resterende 15% en de verplaatsingskosten. Indien de woningen na 15 jaar worden verplaatst, vervalt het risico voor de gemeente. Wij

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 89

verwachten dat dit realiseerbaar is. Om deze reden is dit project nu niet als financieel risico opgenomen in de risicoparagraaf. Samenvoeging met de gemeente Wijdemeren – De gemeente Wijdemeren wordt per 1 januari 2027 samengevoegd met Hilversum. Op 1 januari 2026 gaan de ambtelijke organisaties samen. Hoewel deze samenvoeging veel kansen biedt, brengt het ook uitdagingen en financiële gevolgen met zich mee. Het rijk stelt middelen beschikbaar om de samenvoeging te realiseren en op dit moment wordt verwacht dat deze middelen voldoende zijn. Daarom is dit risico/kans niet financieel opgenomen in het huidige risicoprofiel. Vervangingsnoodzaak persleiding riool - Voor het opstellen van het nieuwe Gemeentelijke Waterplan (GWP) voor de periode 2026-2036 wordt een inspectie uitgevoerd. Deze gegevens zijn noodzakelijk om een helder beeld te krijgen van de kwaliteit en verwachte restlevensduur van de riolen. De eerste inspectieronde heeft inmiddels plaatsgevonden, waarbij is gebleken dat enkele riolen met urgentie vervangen dienen te worden. De kwaliteit van enkele persleidingen blijkt slechter dan verwacht, wat leidt tot een verhoogd risico op schade en hogere onderhoudskosten. Recent is een inspectie uitgevoerd op de asbestcement afvalwaterpersleiding tussen gemaal Diependaal en de aanvoerleiding naar de afvalwaterzuivering (RWZI).

Deze leiding verkeert in zeer slechte staat en dient op korte termijn vervangen te worden. De persleiding kruist op meerdere locaties cruciale infrastructuur, waaronder de Oostereind, Diependaalselaan, Soestdijkerstraatweg en spoorverbindingen tussen Hilversum - Utrecht en Hilversum - Amersfoort. De geschatte kosten voor de vervanging van circa 1.800 meter van deze persleiding bedragen ongeveer € 4,8 miljoen (exclusief VAT). Daarnaast zal ook de hoofdpersleiding van gemaal Riebeeck naar de RWZI, die vergelijkbaar materiaal en bouwjaar heeft en een lengte van 850 meter, inzichtelijk worden gemaakt. Deze risico’s zijn vlak voor het afronden van de begroting bekend geworden. Door noodzakelijk verder onderzoek is de mogelijke omvang van het risico nog niet kwantificeerbaar en zijn daarom niet meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De risico's zijn:  Persleiding Diependaalselaan: Het risico op breuk zonder werkzaamheden in de directe omgeving is geschat op 50%, terwijl dit tijdens werkzaamheden kan oplopen tot 80%. De financiële impact bij breuk onder cruciale infrastructuur is aanzienlijk.  Persleiding Riebeeck: De risico’s zijn vergelijkbaar met die van de Diependaalselaan. Ook hier zijn de financiële gevolgen aanzienlijk. Een nadere specificatie van het risico zal plaatsvinden na de inspectie.

•

•

3.2.5 Financiële Kengetallen Het BBV schrijft sinds 2015 voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen zes kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zullen in samenhang worden beoordeeld, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich maar moet altijd worden bekeken in samenhang met de totale maatschappelijke opgave van de stad. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te kunnen maken voor de (middel)lange termijn. Van de Provincie Noord-Holland is een handreiking ontvangen om de kengetallen te kwalificeren aan de hand van signaleringswaarden die afkomstig zijn van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden hebben de volgende indeling: Ref.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

2

Netto schuldquote gecorr. voor verstr. leningen

<90%

90-130%

>130%

3

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

4

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

5

Structurele exploitatieruimte

>0%

0%

<0%

6

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden, wordt aan de categorieën door de provincie geen normering gegeven. Wel meldt de provincie dat over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 90

Voor de gemeente Hilversum zien de kengetallen er als volgt uit: Ref.

Kengetal

Jaarrekening Originele Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 begroting 2026 2027 2028 2029 2025

1

Netto schuldquote

59%

64%

73%

80%

84%

81%

2

Netto schuldquote gecorr. voor verstr. leningen

52%

58%

64%

70%

74%

75%

3

Solvabiliteitsratio

25%

23%

19%

21%

20%

22%

4

Grondexploitatie

0,0%

1,5%

2,1%

0,4%

2,2%

1,1%

5

Structurele exploitatieruimte

3,6%

0,5%

0,6%

2,2%

0,9%

1,9%

6

Belastingcapaciteit

98%

97%

91%

91%

91%

91%

1. Netto schuldquote Betekenis. De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast drukt op de exploitatie. De netto schuldquote is het percentage van de netto schuld ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. Het percentage dat hieruit voortkomt, geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Voor dit kengetal geldt: hoe lager, hoe beter. Beoordeling. Het percentage bedraagt 73% in 2026 en valt daarmee in de categorie ‘minst risicovol’. In de jaren 2026-2029 is een reeks te zien met licht oplopende percentages. Toch valt in de komende jaren dit kengetal nog steeds in de categorie ‘minst risicovol’. De oplopende percentages worden veroorzaakt doordat de vaste schulden vanaf 2026-2028 ieder jaar oplopen, terwijl de inkomsten, waartegen in dit kengetal de schuldenlast wordt afgezet fluctueren. Het kengetal is gestegen ten opzichte van de jaarstukken vanwege een stijging in de schulden. 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Betekenis. Dit kengetal verschilt maar op één punt van het vorige: in dit kengetal worden uitgeleende gelden buiten beschouwing gelaten. Die komen immers normaal gesproken weer terug naar de gemeente. Bij een groot bedrag aan uitgeleende gelden zal het percentage lager (lees: gunstiger) uitvallen dan het percentage onder 1 hierboven. Beoordeling.

Dit kengetal valt met 64% logischerwijs lager uit dan het vorige en bevindt zich in dezelfde ‘minst risicovol’ categorie. De ontwikkeling van dit kengetal laat hetzelfde verloop zien als de netto schuldquote. Het kengetal is net als het vorige kengetal gestegen ten opzichte van de jaarstukken vanwege een stijging in de schulden en fluctuatie in de inkomsten. 3. Solvabiliteitsratio Betekenis. De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate het bezit van de gemeente is gefinancierd met eigen vermogen, of, anders gezegd, in welke mate het bezit is afbetaald. Het kengetal geeft aan of de gemeente, als de nood aan de man komt, met de opbrengst van de bezittingen haar schulden kan aflossen. Voor dit kengetal geldt: hoe hoger, hoe beter. Solvabiliteit is in de private sector van groter belang dan in de publieke sector. Dit komt omdat het voor de private sector een basis is waarop o.a. de leencapaciteit wordt bepaald. Bij publieke organisaties is dat niet het geval. Het college hecht daarom meer waarde aan het kengetal netto schuldquote. Dat kengetal geeft aan in hoeverre de rentelasten en aflossingen binnen de exploitatie kunnen worden opgevangen. Om die reden beschouwen we de solvabiliteitsratio van minder belang en kijken we vooral naar het kengetal netto schuldquote. Beoordeling. Het percentage in deze begroting is 19% en het kengetal valt daarmee net in categorie C.

Daarbij geldt dat dit kengetal enigszins geflatteerd is doordat Hilversum haar balans relatief conservatief gewaardeerd heeft. De activa (het bezit) op de balans is op basis van de historische kostprijs gewaardeerd en daardoor lager gewaardeerd dan de waarde die het nu vertegenwoordigt. Doordat veel activa (het bezit) te laag gewaardeerd is, valt ook automatisch het eigen vermogen te laag uit. Aangezien dit de basis is voor het kengetal, valt dit kengetal altijd te laag (ongunstiger) uit.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 91

De solvabiliteit, het minder representatieve kengetal voor een gezonde financiële huishouding van gemeenten, wordt daarom in combinatie met de ratio weerstandsvermogen beoordeeld. Het streven is om categorie B als minimale norm te stellen voor beide individuele ratio’s maar hierbij vooral te kijken naar de onderliggende verhouding. Als de solvabiliteitsratio bijvoorbeeld onvoldoende is en de ratio weerstandsvermogen matig, dan zal de normering van het kengetal financiële verplichtingen onvoldoende zijn. Als de solvabiliteitsratio onvoldoende is en de ratio weerstandsvermogen ruim voldoende, dan zal de normering van het kengetal financiële verplichtingen toch voldoende kunnen zijn. De solvabiliteitsratio is voor de jaren 2026 tot en met 2029 19-22%, valt daarmee in categorie B en wordt daarmee beoordeeld als goed. Aangezien de weerstandsratio als “uitstekend” te kwalificeren valt, beoordeelt het college de uitkomst van de solvabiliteitsratio in samenhang met de weerstandsratio samenhang als goed. 4. Kengetal grondexploitatie Betekenis. Dit percentage is de uitkomst van de vergelijking van de waarde van onze grondexploitaties met de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is.

Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Hoe lager dit percentage is, hoe minder risico de gemeente loopt. Een negatief kengetal betekent dat er op dat moment geen boekwaarde is die moet worden terugverdiend door verkoop van grond en dat de gemeente volgens de actuele kaders geen risico loopt op de voorraden grond. Beoordeling. De hoogte van dit kengetal voor Hilversum bedraagt in 2026 2,1% en ligt ruim onder het percentage van 20%, die in de handreiking van de provincie als meest gunstige wordt beoordeeld. Ook in de jaren 2026-2029 toont het kengetal een nagenoeg zelfde verloop. 5. Structurele exploitatieruimte Betekenis. De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. Anders gezegd, een percentage van 0 of hoger geeft aan dat Hilversum geen structurele kosten dekt met incidentele inkomsten. Beoordeling. Het kengetal is in 2026 0,6%. Het kengetal is goed zolang het niet negatief is. Een negatief getal betekent immers dat structurele lasten ten dele met incidentele baten worden gedekt. Het gevaar daarvan is dat, als die incidentele inkomsten wegvallen, er een gat in de begroting en jaarrekening kan ontstaan. 6. Belastingcapaciteit Betekenis.

Dit kengetal geeft aan hoe de gemiddelde woonlasten in Hilversum zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten. Tot de woonlasten worden gerekend de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Beoordeling. Voor 2026 ligt de uitkomst op 91%. Dat betekent dat de gemiddelde lasten in Hilversum onder het landelijk gemiddelde liggen. Bron COELO gemiddelde woonlasten eenpersoonshuishoudens met een eigen koopwoning. Algeheel oordeel Het BBV schrijft voor: “een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie”. Volgens de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit is het aan het college van burgemeester en wethouders om die beoordeling te geven. Alle kengetallen worden beoordeeld als goed. In combinatie met het weerstandsvermogen, dat als uitstekend wordt beoordeeld, laat dit zien dat de gemeente Hilversum een degelijke financiële positie heeft. De gemeente Hilversum wil haar financiële positie op orde hebben. Hiertoe stelt het college als randvoorwaarden een sluitende begroting, gedegen risicomanagement en een robuuste algemene reserve, waarbij de lasten voor de burger zo min mogelijk stijgen. Op basis van de in deze begroting opgenomen cijfers beoordeelt het college de “onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie” als goed.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 92

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf beschrijven we het beheer en onderhoud van onze gemeentelijke kapitaalgoederen. We geven informatie over het onderhoud en investeringen van respectievelijk wegen, riolering, (oppervlakte)water, groen, kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting en overig maatschappelijk vastgoed. Deze paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” dient conform het Besluit Begroting en Verantwoording, artikel 12, lid 2 informatie te geven over het actuele beleidskader, het kwaliteitsniveau en de maatregelen waarmee een kapitaalgoed gedurende de levensduur op een bepaald kwaliteitsniveau wordt gehouden. De uitgaven voor onderhoud worden in de begroting opgenomen en/of er wordt voor onderhoud via de begroting een onderhoudsvoorziening opgebouwd. Om te zorgen voor een compleet beeld over de stand van zaken rondom kapitaalgoederen, gaan wij in deze paragraaf ook in op de maatregelen die gaan over het investeren in kapitaalgoederen. Met het beheer, onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen is een groot bedrag gemoeid. De kapitaalgoederen zijn een kostbaar bezit. Ooit nieuw aangelegd, verdienen onze kapitaalgoederen nu goed onderhoud en verstandig beheer. Op deze wijze kunnen we de in het verleden gedane investeringen optimaal laten renderen voor onze stad. Onze kapitaalgoederen zijn meer dan statische objecten.

Met bruggen, tunnels, wegen en fietspaden leveren we onder meer een bijdrage aan het thema bereikbaarheid. Met parken en speeltoestellen leveren we een bijdrage aan thema’s als recreatie, biodiversiteit, sport en ontspanning. Met riolering en oppervlaktewater voldoen we niet alleen aan onze zorgplicht om te zorgen voor droge voeten, maar leveren we ook een bijdrage aan volksgezondheid. En met het gemeentelijk vastgoed faciliteren we onze dienstverlening, maar faciliteren we ook onderwijs en de ontmoetingen in de stad. Vanwege de toename van ambities en noodzakelijke investeringen worden werken in de openbare ruimte steeds complexer. Door middel van integraal stedelijk programmeren gaan we hieraan invulling geven. Stedelijke programmering is een verdere professionalisering van het integraal werken: een werkwijze die stadsontwikkeling als geheel benadert, met oog voor samenhang tussen beleid, beheer en investeringen in straten, wijken en gebieden. Deze programmering helpt bij het formuleren van opgaven, stroomlijnen van realisatie en het maatschappelijk verantwoord investeren. Uiteindelijk zorgt het gehele ensemble aan kapitaalgoederen voor een leefbare stad en, wanneer we dit goed beheren, een prettig en uitnodigend verblijfsklimaat.

Beleid algemeen Bepalend voor de omvang van de budgetten is het met de raad afgesproken kwaliteitsniveau. Deze zijn vastgelegd in de vastgestelde beheerplannen. In de in 2024 vastgestelde visie openbare ruimte (Beweging in de openbare ruimte) is uiteengezet hoe we omgaan met de diverse opgaven in de stad. Op deze visie volgt een technische vertaling in een handboek openbare ruimte. In 2023 heeft de gemeenteraad de beheerplannen openbare ruimte vastgesteld. Dit zijn de beheerplannen voor: ▪ Bebording en bewegwijzering ▪ Civiele kunstwerken ▪ Groen ▪ Openbare verlichting ▪ Spelen ▪ Wegen In deze beheerplannen hebben we onderbouwd inzichtelijk gemaakt wat de staat is van het areaal. Ook maakt het beheerplan inzichtelijk wat er de komende periode nodig is aan beheer- en onderhoudsmaatregelen. Dit is inclusief het wegwerken van een aantal onderhoudsachterstanden. De beheerplannen kennen een looptijd van vier jaar (2024 tot en met 2027). Voor de uitvoerbaarheid en de toegankelijkheid van de stad, is voor het wegwerken van deze achterstanden soms een langere tijdsperiode aangehouden van vijf of acht jaar. Met het vaststellen van de beheerplannen is het beheer en onderhoud van de openbare ruimte de komende periode bestendigd. In 2027 volgen nieuwe beheerplannen.

Per kapitaalgoed hebben we het kwaliteitsniveau naar passende onderhoudsmaatregelen vertaald en – voor zover nog niet in een beheerplan opgenomen - vastgelegd in een meerjarig onderhoudsprogramma (MOP). Op basis van die beheerplannen en onderhoudsprogramma’s zijn de benodigde middelen in deze paragraaf begroot. In het begrotingsjaar

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 93

zelf beoordelen we of de geplande werkzaamheden ook echt noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld aan de hand van uitgevoerde inspecties. Omgekeerd kan het voorkomen dat in een later jaar gepland onderhoud eerder moet plaatsvinden. De geactualiseerde MOP voor het vastgoed is op 11 december 2024 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In 2025 heeft de raad meerdere nota’s voor het vastgoed vastgesteld, namelijk de actualisatie van het grond- en vastgoedbeleid (nog vast te stellen), routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed (14 mei 2025) en de verduurzaming van het raadhuis inclusief de vloeren (14 mei 2025). De vervanging en optimalisatie van afgeschreven riolering is geborgd in het Gemeentelijk Watermanagement plan (GWP) 2021-2026. Naast de vervangingsopgave zijn hier maatregelen voor klimaatadaptatie en een duurzame omgang met water in opgenomen. Bij herinrichtingsprojecten wordt regenwater gesplitst van vuilwater inzameling en lokaal geïnfiltreerd in de bodem, dit betreffen zowel ondergrondse - (bijvoorbeeld riolering) als bovengrondse maatregelen. Hiermee dragen we bij aan droogtebestrijding en het verminderen van wateroverlast. Het risico op wateroverlast is groot in meerdere gebieden in Hilversum, hierbij wordt een onderscheid gemaakt in gebieden die gevoelig zijn voor grondwater overlast en gebieden die gevoelig zijn voor regenwater overlast.

Om dit te beperken worden waterbergende maatregelen uit het GWP nader uitgewerkt. Het huidige Watermanagement plan loopt tot en met 2026. Om een nieuw voor te leggen plan op te kunnen stellen, wordt begonnen met de evaluatie van het huidige plan. Met als tussenresultaat, mede gelet op de fusie, een beperkte herijking met een looptijd verlenging tot en met 2028.

3.3.1 Wegen Beleid Tot de kapitaalgoederen van de wegen behoren de openbare voorzieningen voor wegverharding, trottoirs, fietspaden, civiele kunstwerken (bruggen, viaducten, dam- en keerwanden), straatmeubilair (zoals bebording) en openbare verlichting. In Hilversum zijn de volgende voorzieningen aanwezig (in orde van grootte, de precieze aantallen variëren op basis van ontwikkelingen in de stad):: • Wegen: 350 kilometer • Fietspaden (vrijliggend): 150 kilometer • Voetpaden (vrijliggend): 25 kilometer • Openbare verlichting: 16.000 armaturen • Kunstwerken: 44 stuks (6 tunnels, 21 bruggen, 2 viaducten 15 overig (steigers, geluidsschermen en grondkerende muren)) Het ambitieniveau van het programma onderhoud wegen van Hilversum is gebaseerd op een landelijk gehanteerd normenstelsel voor rationeel wegonderhoud. Voor de investeringen in wegen houden wij rekening met een goede balans tussen het investeringsniveau en het kwaliteitsbeheer van de openbare ruimte. Het is van belang dat in het kader van veiligheid en leefbaarheid de kwaliteit van de openbare ruimte voor de korte en lange termijn gewaarborgd blijft.

Uitvoering onderhoud De beheerplannen voor Wegen, Civiele Kunstwerken en Openbare verlichting zijn in 2023 vastgesteld. Uit het beheerplan wegen bleek (zoals reeds bekend) een achterstand in het onderhoud. Deze achterstand zullen we gecombineerd met werkzaamheden aan de riolering in acht jaar van ongeveer 20% terugbrengen naar ongeveer 7%. In 2024 zijn we hiermee gestart en deze aanpak loopt door tot en met 2031. De resterende achterstand van 7 % betekent dat het overgrote deel van het areaal in een goede staat van onderhoud verkeert, met daarnaast een overzichtelijke en beheersbare werkvoorraad. De kwaliteitstoestand van het wegenareaal wordt bovendien elke twee jaar overeenkomstig de landelijk gehanteerde weginspectiemethodiek in kaart gebracht. Op basis van de uitkomsten actualiseren we de uitvoeringsplanning. De eerstvolgende weginspectie staat gepland voor het derde kwartaal 2025. In 2026 staat Hilversumse Meent en Noordoost op de planning om het achterstallig onderhoud aan te pakken (klein onderhoud elementenverharding). Naast het lopende klein onderhoud hebben we op een aantal locaties ook groot onderhoud gepland: Onderhoud open verharding (elementen): • Utrechtseweg • Jan van der Heijdenstraat • Jacob van Campenlaan

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 94

• •

Beatrixtunnel Vogelpan

Asfalt onderhoud: • Fransicusweg • Kapittelweg • Kerkelandenlaan (van Diependaalselaan tot Franciscusweg) • Noordermeent

Uitvoering investeringen In 2026 gaan wij op diverse locaties in Hilversum de wegen vernieuwen. Een deel daarvan wordt integraal in combinatie met het vervangen van de riolering meegenomen. Bij de begroting 2026 wordt voorgesteld om het geplande investeringskrediet voor het vervangen van wegen te verlagen met € 2,1 miljoen en het investeringskrediet voor het vervangen van riolering te verlagen met € 1,5 miljoen. Hiermee passen we de financiële uitgaven aan op de geplande werkzaamheden en het inlopen op de huidige werkvoorraad. De volgende wegen worden in 2026 vernieuwd: Wegen in combinatie met riolering • Gazellestraat • ‘t Zand • Hermelijnlaan • Wolvenlaan tussen nr 113 en 't Zand • Erfgooiersstraat nr 105 t/m 252 voetpad weg fase 2 • Bosdrift oostelijk riool tussen Goudenregenlaan en Diependaalselaan • Willem Bontekoestraat (tussen Olivier van Noortstraat en Riebeeckweg) • Frederik van Eedenlaan • Staringlaan (tussen Gijsbrecht en Frederik van Eedenlaan) • Vosmaerlaan (tussen Gijsbrecht en Frederik van Eedenlaan) Wegen • Honingstraat (voorbereiding) • Bosdrift tussen Gijsbrecht en Havenstraat • Parkeerplaats fase 4 (parkeerplaatsen Prinsenstraat en Geuzenweg 222) Installaties De gemeentelijke (elektrotechnische) installaties worden onderhouden/gekeurd conform het door het college vastgestelde handboek installatieverantwoordelijkheid NEN3140 (2022), waarin de veiligheid van

E-installaties geborgd is. In 2026 gaan wij, in verband met einde levensduur verschillende installaties vervangen voor de openbare verlichting en de verkeersregelinstallaties. Openbare verlichting: Sinds 2013 werkt de gemeente Hilversum met een vervangingsprogramma voor de openbare verlichting in de vorm van duurzame LED-verlichting voor de armaturen. Dit programma loopt tot en met 2027. Daarna is het volledige areaal uitgerust met LED-verlichting. De verwachting is dat dit binnen de genoemde periode gerealiseerd gaat worden. Voor 2026 ligt de nadruk op het vervangen van de armaturen (verledden) in de Havenstraatbuurt en de Lieberg. Verkeersregelinstallaties: In 2026 staan verschillende verkeersregelinstallaties op de planning om te vervangen: • Diependaalselaan – Eikbosserweg. • Diependaalselaan – Hilvertsweg. • Diependaalselaan – Bosdrift. • Diependaalselaan – Johan de Wittstraat. • ’s Gravelandseweg – Gerard van Mesdagweg. • Loosdrechtseweg – Gijsbrecht van Amstelstraat.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 95

Bebording Sinds 2024 is voor dit kapitaalgoed investeringskrediet beschikbaar. Met de middelen uit het Beheerplan Bebording is begonnen met een CROW-conforme inspectie van alle borden op de doorgaande wegen. In 2025 wordt uitvoering gegeven aan een juridische analyse conform Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW). Op basis van de inspectie- en juridische uitkomsten wordt een meerjarig maatregelenprogramma opgesteld. De grootschalige uitvoering start in het begrotingsjaar 2026 en omvat het systematisch vervangen, verplaatsen en toevoegen van borden zodat zij voldoen aan de actuele richtlijnen (RVV 1990, Uitvoeringsvoorschriften BABW en CROW-publicaties). Hiermee wordt de staat van de bebording aantoonbaar op orde gebracht en de rechtsgeldigheid van de verkeersmaatregelen geborgd.

Relevante beleidsnota’s 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Hilversum Buiten handboek Beheer (2009) Visie Openbare ruimte (2024) Beheerplan Wegen (2023) Beheerplan Civiele kunstwerken (2023) Beheerplan bebording en bewegwijzering Hilversum (2023) Beheerplan Openbare verlichting (2023) Mobiliteisvisie (2021) en uitvoeringsagenda mobiliteit (2023)

Financieel overzicht Programma Wegen

Jaarstukken 2024

Bedragen x € 1.000 Begroting Begroting 2025 2026

1

Onderhoudslasten

5.953

5.735

5.912

1 1

Investeringen wegen Investeringen verlichting

3.815 325

4.769 373

4.016 373

1 1

Investeringen bebording en bewegwijzering Investeringen bruggen

21 547

159 77

159

1 1

Vervangen brugdek 2e kanaalbrug Kortenhoef Investeringen verkeersregelinstallaties

32

362 495

353

10.693

11.970

10.813

Totaal

3.3.2 Riolering Beleid Tot de kapitaalgoederen van de riolering behoren alle openbare voorzieningen die aanwezig zijn voor de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het gaat om riolen, rioolgemalen, bufferbassins en bijkomende voorzieningen. Het Gemeentelijk Watermanagementplan (GWP) 2021-2026 bevat de beleidsuitgangspunten voor de exploitatie van het riool en de financiële consequenties daarvan. In Hilversum zijn de volgende voorzieningen hiervoor aanwezig: • 491 km rioolleiding, waaronder: 209 kilometer vuilwater (inclusief klein deel verbeterd gescheiden); 208 kilometer regenwater (inclusief klein deel verbeterd gescheiden); 6 kilometer infiltratieriool; 61 kilometer gemengd riool; 11 kilometer persleiding en daarnaast drainageleidingen (bij de Loswal). • 13.471 inspectieputten • 705 infiltratieputten • 91 uitlaten van (verbeterd) gescheiden hemelwaterstelsels • 60 gemalen voor vuilwater, hemelwater, sportparken, tunnels, randvoorzieningen en opvoergemalen • 1 externe overstort van gemengd rioolstelsel.

PROGRAMMABEGROTING 2026 GEMEENTE HILVERSUM | 96

Uitvoering onderhoud Het onderhoud van het gemeentelijke rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen en kolken, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. Jaarlijks wordt cyclisch een deel (ca. 10 tot 15 %) van het totale areaal aan riolering gereinigd. Alle kolken worden twee keer per jaar gereinigd en gemalen en bergingsvoorzieningen worden eveneens meerdere keren per jaar gereinigd. Gelijk met het reinigen vinden visuele inspecties plaats, om daarmee een beter inzicht te verkrijgen in de staat van de riolering. In 2025 is gestart om ook de oudere en grote riolen volledig visueel te inspecteren. Daarnaast is er specifieke aandacht voor de inspectie van belangrijke hoofdafvoerleidingen (persleidingen) naar de rioolwaterzuiveringen (RWZI). Met het verkregen inzicht in de staat van de riolering wordt cyclisch de prioritering van de integrale vervangingsopgave opgesteld.

Uitvoering investeringen Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin de vervangingsinvesteringen zijn opgenomen. Vervanging van riool vindt zoveel mogelijk plaats samen met vervanging van de weg. Integraal vervangen levert de hoogste kwaliteit tegen de laagste maatschappelijke kosten. Vanwege de grote werkvoorraad en complexiteiten van deze werken, is voor 2026 de vervanging van 4,5 kilometer riool opgenomen. Dit is minder dan de beoogde 6,5 kilometer per jaar. Bij de begroting 2026 wordt voorgesteld om het geplande investeringskrediet voor het vervangen van wegen te verlagen met € 2,1 miljoen en het investeringskrediet voor het vervangen van riolering te verlagen met € 1,5 miljoen. Hiermee passen we de financiële uitgaven aan op de geplande werkzaamheden en het inlopen op de huidige werkvoorraad. Omdat de werken in de openbare ruimte steeds complexer worden, is gestart met de Stedelijke programmering (zie inleiding).

Voor 2026 worden de volgende renovatieprojecten voor de riolering aangevraagd: Riolering vervangen in combinatie met wegen • Gazellestraat • ‘t Zand • Hermelijnlaan • Wolvenlaan tussen nr113 en 't Zand • Erfgooiersstraat Nr 105 tm 252 voetpad weg fase 2 • Bosdrift oostelijk riool tussen Goudenregenlaan en Diependaalselaan • Willem Bontekoestraat (tussen Olivier van Noortstraat en Riebeeckweg) • Frederik van Eedenlaan • Staringlaan (tussen Gijsbrecht en Frederik van Eedenlaan) • Vosmaerlaan (tussen Gijsbrecht en Frederik van Eedenlaan) Gemalen • De Meent (voorbereiding) • Havenkwartier GWP-opgave Splitsen hemelwater van vuilwater We constateren dat de besteding van het eerder vrijgegeven krediet achterblijft door de complexiteit van de opgave. Komend jaar gaan we het GWP evalueren en daarbij zullen we onderzoeken hoe we deze opgave naar de toekomst kunnen gaan inrichten. Voor 2026 en verder schuiven we nieuwe aanvragen voor het “Splitsen hemelwater van vuilwater” een jaar door. GWP-opgave Optimalisatie hemelwaterafvoer openbare ruimte Dit krediet wordt ingezet voor de aanleg van infiltratievoorzieningen voor hemelwater bij vervangingswerkzaamheden. Dit krediet is aangevuld met de klimaatadaptatie subsidie vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=dbd0b634-04f6-4b15-a191-3d37cdf5d642