CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage 1 Onderbouwing BOPA Flexwoningen Circusterrein

GEMEENTERAAD 11 december 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) flexwoningen Circusterrein (1589095)12.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.14 Weging van het waterbelang Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangt het begrip ‘weging van het waterbelang‘ de watertoets. Het doel blijft hetzelfde, namelijk het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met het oog op de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied is door Sweco een inventariserend vooronderzoek met betrekking tot de waterhuishouding en riolering uitgevoerd. In dit vooronderzoek zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden onderzocht ten aanzien van de (tijdelijke) inrichting van het terrein, vanuit het principe dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen bij de besluitvorming over de plannen. Tevens is in de rapportage van Sweco een civieltechnische uitwerking opgenomen ten aanzien van de afvoer van hemelwater en afvalwater vanuit het plangebied. In het plangebied, gelegen op de hogere zandgronden in ’t Gooi, is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel ligt aan de zuidwestzijde van het plangebied de Kerkelandenvijver-Zuid, beheergebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Hemelwater dat in het gebied infiltreert kwelt op in het lager gelegen Vechtplassengebied ten westen van Hilversum. De bodem bestaat tot 160 m onder maaiveld uit zandgrond. Op 50 m onder maaiveld komen lokaal kleilagen voor. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen de +1,9 en +2,2 m NAP.

Het Circusterrein ligt in een gebied met een grondwaterstand variërend tussen de 1 en 3 meter onder maaiveld. Tussen de flexwoningen en de vijver bevindt zich een groenstrook, deze wordt ingericht als parkzone waarin ook waterbergende voorzieningen (wadi’s3) een plek krijgen. Ook tussen de flexwoningen zijn wadi’s voorzien (zie figuur 2 en bijlage 1). De toegangswegen rondom de woonblokken worden aangelegd in elementenverharding met aangrenzende waterpasserende parkeervakken. Het (huishoudelijke) afvalwater vanuit de flexwoningen wordt aangesloten op het vuilwaterriool van de gemeente Hilversum. Voor het afvoeren van dit afvalwater beschrijft Sweco twee mogelijkheden: • •

via een nieuwe leiding over het Circusterrein direct naar het hoofdgemaal; via lozing op de bestaande dwa-leiding (afvalwater) in de Kerkelandenlaan, na vergroting van deze leiding.

3

Het woord wadi staat voor ‘waterafvoer door infiltratie’. Een wadi is een verlaagd gedeelte waar water naar toe stroomt, dat vervolgens wegzakt in de bodem. Pagina 22 van 31

Aansluiting op de bestaande dwa-leiding in de Diependaalselaan is niet mogelijk omdat de capaciteit van de riolering daar al volledig wordt benut. Bij eerstgenoemde optie is een voorwaarde dat op de juiste hoogte op het gemaal en/of de aanvoerende leidingen kan worden aangesloten. Verder moet bij deze optie het bestaande (nog te verplaatsen) hemelwaterriool worden gekruist. En ook kan de afvoerrichting over het Circusterrein in oostelijke richting een belemmering vormen voor de toekomstige inrichting van fase 2 van dit terrein. Bij het ontwerpen van de dwa-leiding gelden diverse randvoorwaarden, omdat het nieuwe rioolstelsel deel gaat uitmaken van een bestaand stelsel waarvan de berging niet mag achteruitgaan: • •

het dwa-stelsel moet in geval van gemaalstoring de afvalwaterhoeveelheid van 1 etmaal kunnen bergen (dit is minimaal 120 m3); de maximale vulling tijdens de maatgevende dwa-omstandigheden is 50% (de minimaal benodigde diameter voor een dwa-riool is Ø250).

Met name de bergingseis (bij gemaalstoring) in combinatie met voldoende stroomsnelheid (regulier functioneren) kan een uitdaging zijn, omdat hier veel appartementen lozen op een relatief klein stelsel. Het vrijkomende hemelwater van de flexwoningen mag, in tegenstelling tot het beleid van de gemeente dat voorschrijft dat hemelwater op eigen terrein moet worden opgevangen, gebruikt en/of geïnfiltreerd in de bodem, afstromen naar de direct aan het pand en/of perceel grenzende openbare ruimte. In de groenstrook tussen de flexwoningen en de vijver moet voldoende aanvullende waterberging worden gerealiseerd om 70 mm van de flexwoningen afstromend hemelwater op te vangen zonder dat dit leidt tot schade en bij voorkeur ook beperkte hinder geeft. Bij eventuele toekomstige aan- of verbouw waarbij uitbreiding van het dakoppervlak c.q. verharding plaatsvindt, geldt dat de neerslag op eigen terrein moet worden geborgen, hergebruikt en/of geïnfiltreerd. Bij de bouw van de flexwoningen moet bodemverontreiniging als gevolg van de infiltratie van hemelwater (o.a. door uitloging van bouwmaterialen) worden voorkomen. In de openbare ruimte worden daarnaast mitigerende maatregelen onder de waterpasserende parkeervakken genomen om eventuele verontreinigingen vast te leggen.

Bij het inrichtten van de openbare ruimte moet er voor worden gezorgd dat geen schade door hemelwateroverlast vanuit de openbare ruimte (water in gebouwen) ontstaat bij een neerslag van 70 mm in een uur. De neerslag moet binnen het plangebied over het maaiveld (verhard en onverhard) veilig kunnen afstromen naar de waterbergende voorzieningen (in de vorm van wadi’s en greppels) aan de zuidwestzijde van het plangebied. Indien nodig moet afstromend hemelwater tijdelijk in de openbare ruimte worden geborgen (in de woonstraten, verlaagd groen en parkeervakken), op locaties waar dat geen schade en bij voorkeur ook beperkte hinder geeft. Om een volgende bui te kunnen opvangen, moet de waterberging in de infiltratievoorziening binnen 48 uur of sneller weer geheel beschikbaar zijn. Dit betekent dat de afmetingen van de infiltratieberging en de lokale infiltratiecapaciteit op elkaar afgestemd moeten zijn. Het plangebied ligt lager dan de omgeving en loopt af in zuidwestelijke richting. Om schade en/of wateroverlast te voorkomen moeten de straten en de parkeervakken minimaal op hetzelfde maaiveldniveau worden gebracht als de Diependaalselaan (+2,2 m NAP). Het vloerpeil van de gebouwen moet minimaal 0,3 m hoger komen te liggen dan het omliggende maaiveld (of kruin openbare weg). Dit is +2,5 m NAP of hoger.

Het ontwerp gaat uit van +0,4 m mv (+2,6 m NAP), in overeenstemming met gemaakte afspraken tussen de partijen.

Pagina 23 van 31

De bodemingrepen in relatie tot het bouwplan zijn beperkt. Alleen ter plaatse van de liftputten en kabels en leidingen zal dieper worden gegraven. Bij ondergrondse bouw moet deze waterdicht worden uitgevoerd en moet rekening worden gehouden met de maximale grondwaterstanden. Om grondwateroverlast te voorkomen moet bij het bouwrijp maken van grond worden gestreefd naar een ontwatering van minimaal 1,5 m onder het maaiveld. In de huidige situatie is in het plangebied geen verharding aanwezig. Plaatsing van de flexwoningen en herinrichting van de openbare ruimte hier omheen betekent een toename aan verhard oppervlak van 11.444 m2 (bouwblokken, toegangswegen en paden). De parkeervakken worden als halfverharding (grasbetonstenen) uitgevoerd, op een poreuze onderlaag met een doorlatendheid van 90 l/s/ha ofwel 32 mm/uur. Daarmee worden de parkeervakken als onverhard beschouwd. Het totale verhard oppervlak daalt daarmee naar 10.539 m2. Dit resulteert in een benodigde waterberging van 738 m3. Het oppervlak van de bergingsvoorzieningen (wadi’s) in het ontwerp van de openbare ruimte rondom het bouwplan is ca. 1.595 m2, inclusief de taluds van de wadi’s. Aan de hand van de benodigde berging en de aanname dat de talud 1:1 wordt, resulteert dit in een minimale diepte van 0,55 m. Uitgaande van een waking tot de rand van de buffers van 0,05 m, komt de minimale diepte uit op 0,6 m.

De wadi’s worden via duikers of roostergoten met elkaar verbonden. Dit is nodig om het water te verdelen over de verschillende bergingen. Er is ook een overloop naar het oppervlaktewater nodig. Onder normale omstandigheden kan het water infiltreren. Wanneer de 70 mm wordt overschreden voeren de buffers af naar de Kerkelandenvijvers. De drempelhoogte van de overloop bepaalt het achterliggende bergingsvolume. Aangezien er een waking van 0,05 m onder maaiveld wordt aangehouden, dient de bovenzijde van de drempel op dit niveau te komen.

4.15 Groen Om een beeld te krijgen van (de kwaliteit van) de aanwezige bomen en bosschages binnen het plangebied is in 2023 door Peak Boomadvies een inventarisatie van de bomen en bosschages uitgevoerd. Geïnventariseerd zijn de bomen in zowel het plangebied als de ten zuidwesten daarvan gelegen groenstrook, tot aan de Kerkelandenvijver-Zuid. De resultaten van de inventarisatie geven inzicht in welke bomen vanuit boomtechnisch perspectief het behouden waard zijn. Deze informatie is mede de basis geweest voor het ontwerpproces van de openbare ruimte rondom de flexwoningen. Conform het advies van Peak Boomadvies is ingezet op het behoud van de bomen in het westelijke deel van het gebied in een strook van circa 15 tot 20 m naast de Kerkelandenvijver en de bomen aan de zuidkant van het terrein. Hier staan de meeste langzaam groeiende en duurzamere soorten. Ook is hier de meeste variatie aanwezig qua soorten. Het behouden van deze bomen draagt bij aan het behoud van de groene aanblik vanuit de flats en schermt de omliggende bedrijfspanden af. Voor het verwijderen van het deel van de bomen dat niet te behouden is, is een omgevingsvergunning aangevraagd. Deze is verleend op 8 augustus 2024 (zaaknummer CLZ00010445). De vergunning heeft ter visie gelegen van 9 augustus tot 20 september. Er is geen bezwaar gemaakt tegen de vergunning.

Op grond van de omgevingsvergunning geldt voor 29 bomen dat ze pas gekapt mogen worden als een omgevingsvergunning is afgegeven voor de activiteit bouwen en duidelijk is dat de bouw (van de flexwoningen) daadwerkelijk doorgaat.

Pagina 24 van 31

Aan de vergunning is een herplantplicht verbonden voor 46 bomen. In het ontwerp van de openbare ruimte rondom de flexwoningen (zie figuur 2 en bijlage 1) zijn ruim voldoende nieuwe bomen opgenomen. De te herplanten bomen moeten bomen zijn van de eerste of tweede grootte, met bij de omgeving passende soorten zoals eik, kastanje, acacia, es, linde en grove den, lijsterbes, berk en kers. Verder moeten de nieuwe bomen een stamomtrek bij aanplant hebben van 16 tot 20 cm op 1,30 m hoogte. In opdracht van de gemeente wordt na het inmeten van het terrein een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Een dergelijke analyse maakt inzichtelijk wat de mogelijke gevolgen van het plan zijn voor de bestaande en te behouden bomen, teneinde zoveel mogelijk bomen duurzaam te behouden. De Bomen Effect Analyse wordt uitgevoerd door Peak Boomadvies.

4.16 Welstand Onder de Omgevingswet is voor tijdelijke bouwwerken (met een instandhoudingstermijn van ten hoogste vijftien jaar op dezelfde locatie) formeel geen advies Welstand noodzakelijk bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Het bouwplan voor de tijdelijke flexwoningen op het Circusterrein is desondanks aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten (CRK&M) voorgelegd, omdat het plan enerzijds ontworpen is op basis van regelgeving voor permanente bouw met de mogelijkheid van herplaatsing op een andere locatie en anderzijds omdat de ontwikkeling een grote impact heeft op de kwaliteit van de leefomgeving. De commissie heeft over het plan een aantal keren collegiaal overleg gevoerd (26 oktober 2023, 9 november 2023 en 21 december 2023) en informeel geadviseerd op 7 december 2023 en 15 februari 2024. De afstemming met de commissie heeft geleid tot diverse aanpassingen in het plan. Eind 2023 heeft de CRK&M een positieve grondhouding ten aanzien van de stedenbouwkundige opzet ingenomen. De commissie heeft in het advies van 15 februari 2024 nog een aantal zorgpunten en aandachtspunten benoemd. Deze zijn in de afgelopen periode opgepakt en aan de hand hiervan is het plan verder uitgewerkt.

Met het oog op advisering door de gemeenteraad over de aangevraagde BOPA-omgevingsvergunning is de commissie is gevraagd haar advies te splitsen in een advies op hoofdlijnen en een advies over de verdere uitwerking. Op 10 oktober 2024 heeft de commissie een positief advies gegeven ten aanzien van de hoofdopzet. Met betrekking tot de architectonische uitwerking heeft de commissie nog opmerkingen over de gevelbekleding, entrees en de materialisatie.

5. Participatie De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Onder een participatieve aanpak wordt verstaan: ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn. Hieronder wordt beschreven op welke wijze de omgeving is betrokken bij de plannen voor het realiseren van de flexwoningen op een deel van het Circusterrein.

Pagina 25 van 31

5.1

Verplichte participatie

De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend. De gemeenteraad van Hilversum heeft geen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen waarvoor participatie verplicht is.

5.2

Participatie omgeving

Bouwen aan Hilversum is een op participatie gericht platform van de gemeente, waar inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden kunnen meedenken en meepraten over Hilversum en de verschillende onderwerpen die in de stad spelen. Het Circusterrein heeft op dit platform een eigen projectpagina, www.bouwenaanhilversum.nl/circusterrein, met tabbladen als Nieuws en Participatie. Via deze pagina kunnen omwonenden en andere belangstellenden vragen stellen en/of opmerkingen maken over de plannen ten aanzien van het Circusterrein, via het speciale e-mail adres circusterrein@hilversum.nl. Het participatietraject met de omgeving rondom de flexwoningen is gestart in de zomer van 2023. Op 20 juli 2023 tekenden de gemeente Hilversum, de drie Hilversumse woningbouwcorporaties (De Alliantie, G&O en Dudok Wonen) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een intentieovereenkomst om op het Circusterrein in Hilversum betaalbare flexwoningen te realiseren. Hierover is via diverse kanalen gecommuniceerd, onder andere via de hierboven aangegeven projectpagina. Nieuwsberichten over de ondertekening van de intentieovereenkomst zijn verder verschenen op de websites van de betrokken woningcorporaties en in de lokale media, waaronder de Gooi- en Eembode, Gooi- en Eemlander, Hilversum Nieuws en Noordhollands Dagblad.

Op 5 oktober 2023 is de directe omgeving over de plannen voor de tijdelijke woonbestemming geïnformeerd, tijdens een bijeenkomst bij HilverZorg. Het verslag van de avond is gepubliceerd op de projectpagina Circusterrein, op 1 december 2023. Er zijn op de website geen reacties binnengekomen. Ook is het verslag toegezonden aan de bewoners, ondernemers en belanghebbenden in de omgeving van het Circusterrein, met verwijzing naar publicatie op de gemeentelijke website. Tijdens de informatieavond zijn diverse opmerkingen gemaakt over het ontwerp voor de flexwoningen. Onder meer is vanuit de omgeving gewezen op belemmering van het uitzicht en eventuele schaduw voor de bestaande woningen aan de Diependaalselaan. Met de opmerkingen die tijdens de informatieavond zijn gemaakt is rekening gehouden bij het aanpassen van het ontwerp, onder meer door de hogere delen te draaien en deels naar achter te plaatsen en meer doorkijk mogelijkheden in te passen. Hoewel er zorgen zijn geuit over bepaalde aspecten zoals de leefbaarheid en verkeersdruk, was er onder de aanwezigen bij de informatiebijeenkomst ook veel begrip voor de noodzaak tot versnelling van woningbouw.

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 januari 2024 besloten tot het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de woningbouwcorporaties Alliantie, G&O en Dudok Wonen voor de bouw van de flexwoningen op het noordelijk deel van het Circusterrein. Dit besluit van het college is door middel van een nieuwsbericht eind januari aan de buitenwereld bekend gemaakt (www.bouwenaanhilversum.nl/circusterrein, tabblad Nieuws, onder de kop Flexwonen Circusterrein: een volgende stap). Het nieuwsbericht is nagenoeg 1 op 1 overgenomen door de (lokale) media, waaronder de Gooi- en Eemlander. Op 5 februari is de omgeving per brief geïnformeerd over het

Pagina 26 van 31

besluit van het college en de vervolgstappen. Deze brief is ook gepubliceerd op de projectpagina Circusterrein. Tijdens de Raadscommissievergadering van 14 februari is ingesproken door de gebiedsontwikkelaar en de directeur van de Alliantie en de voorzitter van de huurdersbelangenvereniging van de Alliantie. Deze hebben een pleidooi gehouden voor het algemeen belang (sociale volkshuisvesting) van doorgang van het project. De omgeving is vooraf op de hoogte gesteld van de datum en het tijdstip van de vergadering van de Raadscommissie en per e-mail actief gewezen op de mogelijkheid om in te spreken. Hiervan is, afgezien van voornoemde partijen, geen gebruik gemaakt. Definitieve besluitvorming over het project heeft plaatsgevonden op 6 maart 2024 in de gemeenteraadsvergadering. De gemeenteraad heeft unaniem een positief besluit genomen. In vervolg hierop zijn ook de besturen van de woningcorporaties akkoord gegaan, waarna op 11 juni 2024 de gemeente en de woningcorporaties een samenwerkingsovereenkomst hebben getekend. Onder de kop Groen licht voor het Circusterrein bij corporaties en gemeente is via de projectpagina op 13 juni 2024 de omgeving geïnformeerd. Voordat wordt gestart met de werkzaamheden organiseren de gemeente en de Alliantie Ontwikkeling, namens de drie woningbouwcorporaties, nog een informatiebijeenkomst voor omwonenden en ondernemers in het gebied.

Tijdens deze bijeenkomst worden de definitieve plannen gepresenteerd en wordt in gesprek gegaan met de omgeving over het ontwerp van de flexwoningen en de inrichting van de openbare ruimte. De verschillende keuzes die hierin door de gemeente en de corporaties zijn gemaakt, worden toegelicht. Ook is er bij die gelegenheid uitgebreid de mogelijkheid om vragen te stellen op diverse thema’s.

5.3

Resultaat participatie

Bij het uitwerken van de definitieve plannen voor de tijdelijke woonbestemming op het Circusterrein zijn in vervolg op het doorlopen participatietraject diverse wijzigingen aangebracht in het bouwplan en het ontwerp voor de openbare ruimte. De wijzigingen betreffen onder meer: • • • •

het ten opzichte van de Diependaalselaan naar achteren plaatsen van het bouwplan; het omdraaien van het meest westelijk gepositioneerde bouwblok, waardoor de hogere delen ervan aan de parkzijde komen; het draaien van de bouwblokken, hetgeen zorgt door meer doorkijk mogelijkheden; het verder inrichten van de openbaar toegankelijke parkzone, met veel aandacht voor groen en ontspanning.

6. Uitvoerbaarheid

6.1

Financiële haalbaarheid

Het initiatief wordt bekostigd door de gemeente Hilversum, het Rijk en woningcorporaties De Alliantie, G&O en Dudok Wonen gezamenlijk. De kosten voor het haalbaarheidsonderzoek dat begin 2024 is afgerond, zijn deels gedragen door de gemeente en deels door de woningbouwcorporaties.

Pagina 27 van 31

De kosten die gemaakt worden om te komen tot een onherroepelijke BOPA-omgevingsvergunning komen voor rekening komen van de Alliantie Ontwikkeling. De gemeente stelt een deel van het Circusterrein voor 15 jaar ter beschikking voor de plaatsing van flexwoningen en stelt hiermee de corporaties in staat het exploitatieplan uit te voeren. De flexwoningen voldoen aan Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) niveau permanent en kunnen dan ook voor een periode van 30 jaar mee. Na uiterlijk 15 jaar worden de flexwoningen verplaatst van het Circusterrein naar een andere, nader aan te wijzen locatie, waarbij gebruik kan worden gemaakt van een financiële herplaatsingsgarantie van het Rijk (Regeling Tegemoetkoming Herplaatsing Flexwoningen). De Gemeente heeft op 13 maart 2024 een positieve beschikking ontvangen voor een financiële bijdrage onder de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen. De uitkering op grond van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen wordt aangewend voor de kosten van het bouw- en woonrijp maken van de grond binnen het plangebied. Deze laatste kosten komen voor rekening van de gemeente. Ook de kosten voor het verkrijgen van de voor het bouw- en woonrijp maken benodigde vergunningen komen voor rekening van de gemeente.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie In hoofdstuk 5 is beschreven op welke wijze de omgeving is betrokken bij het voorgenomen initiatief en welke resultaten dit heeft opgeleverd.

6.2.2 Advies en instemming Vanaf het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft het college de bevoegdheid om omgevingsvergunningen te verlenen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten heeft de gemeenteraad van Hilversum gevallen aangewezen waarin een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. In het raadsbesluit over haar adviesrecht d.d. 9 maart 2022 staan de gevallen waarin de gemeenteraad adviesrecht heeft. Op de lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit staat onder 1 ‘het bouwen van gebouwen met een hoogte van meer dan 18 meter’ en onder 3 ‘het bouwen van meer dan 6 woningen binnen de bebouwde kom'. Beide gevallen zijn van toepassing. Deze BOPA-aanvraag moet dus worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

6.2.3 Vaststellingsprocedure Deze aanvraag om omgevingsvergunning betreft de realisatie van flexwoningen op het Circusterrein en heeft derhalve betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het omgevingsplan. Op deze aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is 8 weken.

Pagina 28 van 31

6.2.4 Bezwaar/ Beroep Nadat de BOPA-omgevingsvergunning is verleend, ligt deze 6 weken ter inzage. Tijdens deze 6 weken kan tegen de vergunning bezwaar worden gemaakt. Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Als de indiener van een bezwaarschrift wil dat er geen gebruik kan worden gemaakt van de vergunning, moet een voorlopige voorziening worden aangevraagd bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de rechtbank. Op een bezwaarschrift wordt beslist door het college. Tegen een zogeheten beslissing op bezwaar staat beroep open, bij de rechtbank. Daarna is evt. nog hoger beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7. Belangenafweging en conclusie

7.1

Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?

Deze aanvraag om een omgevingsvergunning (die betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) wordt alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten - voor zover betrekking hebbend op de realisatie van flexwoningen op het Circusterrein nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3 en 4).

7.2

Conclusie

Gezien nut en noodzaak van het voorgenomen initiatief is er, gelet op het beleidskader en de effecten van het bouwplan op de fysieke leefomgeving, naar het oordeel van de aanvrager sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het bouwplan is niet in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid. Alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de realisatie van flexwoningen op het Circusterrein) zijn onderzocht en alles afwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat de voornemen bouw van flexwoningen tegemoet komt aan de grote maatschappelijke behoefte aan betaalbare woningen, dat de flexwoningen tijdelijk worden geplaatst op het Circusterrein in afwachting van een definitieve invulling van het terrein en dat de gevolgen voor de omgeving beperkt zijn, zeker gezien de mogelijkheden die het omgevingsplan (op grond van het voormalige bestemmingsplan) biedt. De (beperkte) gevolgen van het bouwplan voor de omgeving worden daarnaast door diverse maatregelen nog verder beperkt.

Zo komen de woningen zo ver mogelijk richting de parkzone te staan, zijn meerdere doorkijk mogelijkheden ingepast, wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd en wordt de ruimte rondom de flexwoningen groen ingericht, waarbij het nieuwe park bovendien een openbare functie krijgt, hetgeen de leefbaarheid van de gehele wijk ten goede komt.

Pagina 29 van 31

Bijlagen

1. Definitief Ontwerp Flexwoningen Circusterrein, Gemeente Hilversum, tekening 2301 DO PLOT Definitief ontwerp 2-7-2024, wijz. 1 d.d. 11-07-2024 2. Voorlopig Ontwerp, Studio Selva, projectnummer 2211_VO definitief_2024-09-27 3. Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling d.d. 15 oktober 2024 4. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Diependaalselaan (ong), Hilversum, Laagland Archeologie, Rapport 1182, Versie 8 (definitief) d.d. september 2024 5. Verkennend bodemonderzoek Diependaalselaan te Hilversum (Circusterrein, fase 1), Milieutechniek ZVS Eemnes BV, Projectnummer BO423278 d.d. 30 augustus 2023 6. Aanvullend bodemonderzoek Diependaalselaan te Hilversum, ZVS milieu, Projectnummer BO424203 d.d. 7 februari 2024 7. Water en rioleringsplan Circusterrein, Sweco, Projectnummer 51023936, versie D3 d.d. 5 september 2024 8. Project Flexwoningen Circusterrein Hilversum Toetsing in het kader van de natuurwetgeving Van der Goes en Groot,, G&G-advies QS2023-237, Versie V1 d.d. 1 september 2023 9. Circusterrein Hilversum Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving, Van der Goes en Groot, G&G-rapport 2024-238, Versie V2 d.d. 15 augustus 2024 10. Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming Flexwoningen Circusterrein te Hilversum, Van der Goes en Groot, G&G-advies AE2023-090, Versie V4.5 d.d. 16 oktober 2024 11.

Projectberekening gebruiksfase, Van der Goes en Groot, AERIUS kenmerk RvgFCvz7pKYd d.d. 16 oktober 2024 12. Projectberekening aanlegfase, Van der Goes en Groot, AERIUS kenmerk Rq7ByRWhZdiz d.d. 15 oktober 2024 13. Inventarisatie bomen en bosschages Circusterrein Hilversum, Peak Boomadvies, Projectcode 2023-041 d.d. 21 november 2023 14. Bijlage 1 bij Inventarisatie bomen en bosschages, Peak Boomadvies, Projectcode 2023-041 d.d. 21 november 2023 15. Bijlage 2 bij Inventarisatie bomen en bosschages, Peak Boomadvies, Projectcode 2023-041 d.d. 21 november 2023 16. Bijlage 3 bij Inventarisatie bomen en bosschages, Peak Boomadvies, Projectcode 2023-041 d.d. 21 november 2023 17. Akoestisch onderzoek (Ow) flexwoningen Diependaalselaan te Hilversum, M+P raadgevende ingenieurs, Rapportnummer M+P.NM-24499.01, Revisie 1 d.d. 23 september 2024 18. Onderzoek luchtkwaliteit flexwoningen Diependaalselaan te Hilversum, M+P raadgevende ingenieurs, Rapportnummer M+P.NM-24499.02, Revisie 1 d.d. 23 september 2024 19. Verkeersonderzoek flexwoningen op voormalig circusterrein in Hilversum, RHDHV, kenmerk BK1882-RHDHV-ME-0001 d.d. 28 augustus 2024 20. Verkeersintensiteiten ochtendspitsuur 2040 voor planvariant, RHDHV d.d. 14 augustus 2024 21. Verkeersintensiteiten avondspitsuur 2040 voor planvariant, RHDHV d.d. 14 augustus 2024 22. Verkeersintensiteiten etmaalperiode 2040 voor planvariant, RHDHV d.d.

14 augustus 2024 23. Verschil verkeersintensiteiten ochtendspitsuur planvariant ten opzichte van referentiesituatie 2040, RHDHV d.d. 14 augustus 2024 24. Verschil verkeersintensiteiten avondspitsuur planvariant ten opzichte van referentiesituatie 2040, RHDHV d.d. 14 augustus 2024 25. Verschil verkeersintensiteiten etmaalperiode planvariant ten opzichte van referentiesituatie 2040, RHDHV d.d. 13 augustus 2024 Pagina 30 van 31

26. Flexwoningen Hilversum Onderzoek externe veiligheid, RHDHV, Referentie BK1884RP001F01 d.d. 17 september 2024 27. Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode Gemeente Hilversum, Saricon, Documentcode 21S105-VO-02 d.d. 7 november 2022 28. Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten Gemeente Hilversum, Saricon, Documentcode 21S105-BB-02 d.d. 7 november 2022

Pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=13e685b6-2b9d-4b80-b838-dde4141b1fd9