CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkelingen 2026

GEMEENTERAAD 13 mei 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Meerjaren prognose gebiedsontwikkeling 2026 (1935044)14.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 Niet-gemeentelijke gebiedsontwikkelingen........................................................................................ 3 Risico’s ................................................................................................................................................. 3 Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkelingen 2026 ............................................................................ 3 Leeswijzer MPG 2026 .......................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2 Financieringsbehoefte perspectiefgebieden ......................................................... 5 De perspectiefgebieden ...................................................................................................................... 5 Wijzigingen ten opzichte van de MPG 2025........................................................................................ 5 Gecombineerde financieringsbehoefte perspectiefgebieden ............................................................ 6

Hoofdstuk 3 Markt en parameters............................................................................................. 8 Marktontwikkelingen .......................................................................................................................... 8 Parameters ........................................................................................................................................ 12

Hoofdstuk 4 Financiële positie.................................................................................................. 14 Hoofdstuk 5 Beleidskaders en doelstellingen .......................................................................... 17 Stand van zaken per perspectiefgebied ............................................................................................ 23 Stationsgebied ................................................................................................................................... 23 Sportpark ........................................................................................................................................... 25 Bruisend Hart..................................................................................................................................... 27 Flexwonen Circusterrein.................................................................................................................... 29 Crailo.................................................................................................................................................. 31 Hilversumse Meent ........................................................................................................................... 33

Hoofdstuk 6 Toekomstperspectief en conclusies .................................................................... 35 Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkelingen 2026 .......................................................................... 35 Algemeen........................................................................................................................................... 36 Besluitvorming................................................................................................................................... 36 Subsidie ............................................................................................................................................. 37 Temporisering ................................................................................................................................... 37 Inhoudelijke optimalisatie ................................................................................................................. 38 Grip en sturing ................................................................................................................................... 39

Bronnenlijst .............................................................................................................................. 41 Bijlage 1: Begrippen en afkortingen ......................................................................................... 43

1

Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de doelstelling van deze Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkelingen 2026 (vanaf nu: MPG 2026) uitgelegd, de opzet van de MPG 2026 doorgenomen en hoe de MPG 2026 bijdraagt aan inzicht in relatie tot de doelstelling. De MPG wordt opgesteld na de jaarstukken. De voorliggende MPG 2026 wordt aan de raad aangeboden voorafgaand aan de Voorjaarsnota 2026.

Doelstelling van de MPG 2026 De MPG 2026 geeft inzicht in de financieringsbehoefte van de perspectiefgebieden en de invloed hiervan op de financiële positie van de gemeente om toekomstige keuzes over projectbesluiten te kunnen faciliteren. Daarbij richt het rapport zich op de beleidsdoelstellingen van de gemeente Hilversum en hoe de perspectiefgebieden bijdragen aan het behalen van deze doelstellingen.

Met het instrument MPG heeft het college de unaniem door de raad aangenomen motie “Inzicht in toekomstige financiële ruimte” (M20/89; 11 november 2020) uitgevoerd. De MPG 2026 heeft alleen betrekking op de perspectiefgebieden. Als definitie van een perspectiefgebied wordt aangehouden:

Omschrijving perspectiefgebieden Perspectiefgebieden zijn gebiedsontwikkelingen waarin de gemeente een belangrijke rol in de ontwikkeling speelt door gemeentelijk grondeigendom, een uitzonderlijk grote financiële betrokkenheid heeft en daarbij ook een belangrijke financiële risicodrager is.

Deze definitie sluit dan ook vastgoedontwikkelingen van de gemeente uit. Dat zijn nadrukkelijk geen gebiedsontwikkelingen, en daarmee ook geen perspectiefgebied. Het nieuwe Sportcomplex is bijvoorbeeld geen onderdeel van de MPG, de grond blijft in eigendom van de gemeente Hilversum, evenals het Laapersveld omdat de risico’s daar beperkt zijn ten opzichte van ontwikkeling in stedelijke context. Het in De Meent te realiseren gemeentelijk vastgoed is in beginsel eveneens geen perspectiefgebied, maar er wel onlosmakelijk mee verbonden en derhalve meegenomen in de financiële consequenties van de MPG.

2

Niet-gemeentelijke gebiedsontwikkelingen Niet-gemeentelijke gebiedsontwikkelingen zijn ontwikkelingen van een derde partij, waarbij de gemeente bijvoorbeeld ambtelijke ondersteuning biedt bij het doorlopen van publiekrechtelijke procedures als omgevingsplannen. De locatie van Hunkemöller in het project 1221 (en de overige locaties van project 1221) is een goed voorbeeld van een niet-gemeentelijke gebiedsontwikkeling. Niet-gemeentelijke ontwikkelingen zijn op basis van de bovenstaande omschrijving geen onderdeel van de MPG 2026. Deze gebiedsontwikkelingen van derde partijen zijn via verplicht kostenverhaal van bijvoorbeeld ambtelijke inzet, voor de gemeente per definitie financieel neutraal.

Risico’s Elke gebiedsontwikkeling kent specifieke risico’s die de voortgang en de financiën van een gebiedsontwikkeling beïnvloeden. Risicomanagement is een belangrijk onderdeel in de beheersing van het project. In de financieringsbehoefte van gebiedsontwikkelingen in de MPG 2026 zijn de financiële effecten van risico’s niet meegenomen. Ook de voorbereidingskosten in de voorfase, zoals voor scenario-ontwikkeling voor een gebiedsontwikkeling, zijn geen onderdeel van de MPG 2026.

Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkelingen 2026 De opbouw, opzet en de manier waarop inzicht wordt gegeven in de financiële positie van de gemeente Hilversum van de MPG 2026 is nagenoeg gelijk aan die van de MPG 2025. De resultaten van de verschillende perspectiefgebieden moeten in kaart worden gebracht en vervolgens de stand van zaken. De totale financieringsbehoefte van de perspectiefgebieden wordt bepaald analoog aan de MPG 2025. De volgende opmerkingen zijn daarbij te maken:  De identieke opzet van een MPG maakt het mogelijk om deze met elkaar te vergelijken.  De MPG 2026 richt zich net zoals afgelopen jaar op de beleidsdoelstellingen van de gemeente Hilversum en op de stand van zaken van de resultaten van de zes projecten die bijdragen aan de realisatie van deze doelstellingen. Een belangrijke stap is het bepalen van beleidsdoelstellingen en het beschrijven van een kader in hoofdstuk 5. Vervolgens zal er worden ingegaan op de vraag: “Wat draagt het project bij aan de beleidsdoelstellingen?”  Aan de raad afgegeven indicaties van investeringen en grondexploitatie zijn naar huidig prijspeil geïndexeerd op basis van de algemene inflatie/ geldontwaarding (CBS-CPI). Indexatie op basis van algemene inflatie zorgt voor verschillende bedragen in de tijd met dezelfde waarde.

Uitgangspunt is dat de raad (impliciet) akkoord heeft gegeven op de hoogte van (bijvoorbeeld) investeringen en ervan uit mag gaan dat een project binnen deze financiële kaders handelt, indien de (bijvoorbeeld) kostprijsontwikkeling ervoor zorgt dat een project buiten het afgegeven financiële kader dreigt te raken is het aan het project zelf om bijstelling van het financiële kader of om inhoudelijke keuzes te vragen aan de raad.  In de MPG 2026 zijn de geprognosticeerde financierings- en vermogensontwikkelingen meegenomen, rekening houdend met de in 2025 in de gebieden gedane investeringen, de eindstand 2025.

3

Leeswijzer MPG 2026 Hoofdstuk 2 Financieringsbehoefte perspectiefgebieden De ontwikkeling van de perspectiefgebieden is een kostbare aangelegenheid en wordt in hoofdzaak door de gemeente zelf gefinancierd. Dit legt een beslag op de financiële middelen van de gemeente via gemeentelijke grondexploitaties en investeringen. Daartegenover kunnen ook opbrengsten staan door grondverkopen en/of subsidies. In dit hoofdstuk is de financieringsbehoefte van de individuele perspectiefgebieden gebundeld naar een totaaloverzicht voor de komende 10 jaar, waarmee inzicht wordt gegeven in de totale financieringsbehoefte van de perspectiefgebieden.

Hoofdstuk 3 Markt en parameters De financieringsbehoefte van gebiedsontwikkelingen heeft een afhankelijkheid van de marktomstandigheden. De kosten voor bouw- en woonrijp maken zijn afhankelijk van de kostprijsontwikkelingen op de markt voor grond-, weg- en waterbouw (GWW). De realisatie van het vastgoed en daarmee de grondopbrengsten, is afhankelijk van de ontwikkelingen op de woningmarkt en de markt voor commercieel vastgoed. In dit hoofdstuk wordt in het eerste deel de marktontwikkelingen geïnventariseerd en de parameters behandeld die ook als basis dienen voor de actualisatie grondexploitaties 2026. In het tweede deel wordt ingegaan op de effecten op de financieringsbehoefte van de perspectiefgebieden indien de toekomstige marktontwikkelingen gaan afwijken van de aangenomen parameters.

Hoofdstuk 4 Financiële positie Dit hoofdstuk gaat in op de financiële positie van de gemeente en de invloed die de gebiedsontwikkelingen daarop hebben. De effecten op de financiële positie van de gemeente worden inzichtelijk gemaakt aan de hand van de invloed op de volgende kengetallen: schuldquote, grondexploitatie en de solvabiliteitsratio.

Hoofdstuk 5 Beleidskaders en doelstellingen In dit hoofdstuk richten we ons op de beleidsdoelen die centraal staan in de gemeentelijke ontwikkelingen van Hilversum. Hierin beoordelen we de mate waarin de zes perspectiefgebieden bijdragen aan deze doelen.

Hoofdstuk 6 Toekomstperspectief en conclusies In dit laatste hoofdstuk wordt duiding gegeven aan hetgeen aan dit hoofdstuk voorafgegaan is.

GEHEIME bijlage Perspectiefgebieden Per perspectiefgebied wordt kort de opgave beschreven en een stand van zaken geschetst, waarna wordt ingegaan op de financiële stand van zaken. De financiële stand van zaken maakt onderscheid tussen (gerealiseerde) kosten en opbrengsten. De effecten van reeds gemaakte kosten en vrijgegeven financiële middelen op de financiële positie van de gemeente zijn al verwerkt in de jaarrekening en begrotingen. Niet vrijgegeven financiële middelen zijn vaak nog niet verwerkt in de begrotingen en de mogelijke effecten hiervan op de gemeentelijke financiële positie naar de toekomst toe zijn een belangrijk onderdeel van de MPG 2026. 4

Hoofdstuk 2 Financieringsbehoefte perspectiefgebieden De ontwikkeling van de perspectiefgebieden is een kostbare aangelegenheid en wordt in hoofdzaak door de gemeente zelf gefinancierd. Dit legt een beslag op de financiële middelen van de gemeente via gemeentelijke grondexploitaties en investeringen. Daartegenover kunnen ook opbrengsten staan door grondverkopen en/of subsidies. In dit hoofdstuk is de financieringsbehoefte van de individuele perspectiefgebieden gebundeld naar een totaaloverzicht voor de komende 10 jaar.

De perspectiefgebieden De gemeente kent op dit moment zes gebiedsontwikkelingen die zich kwalificeren als perspectiefgebied.

Stationsgebied

Sportpark

Bruisend Hart

Flexwonen Circusterrein

Crailo

Hilversumse Meent

Wijzigingen ten opzichte van de MPG 2025 Het project Anna’s Hoeve is afgerond en wordt niet langer als perspectiefgebied meegenomen. De grondexploitatie Koninginneweg is per 1 januari 2026 geopend. Er is geen sprake meer van een concept-grondexploitatie. Ondanks dat de plannen van de Hilversumse Meent zich nog in een voorstadium bevinden, is de gebiedsontwikkeling in dit MPG aangemerkt als perspectiefgebied zoals is afgesproken op 11 februari 2026 bij de behandeling van het Raadvoorstel Programma van Eisen stedenbouwkundig plan centrumgebied Hilversumse Meent in de Commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten. De voorgestelde ontwikkelingen in het Programma van Eisen hebben financiële consequenties voor de gemeente. Om de raad te ondersteunen bij het maken van een goede financiële afweging is de volgende toezeggingen gedaan: T26-04 ‘De wethouder zegt toe om in de Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling (MPG) een aankondiging te doen voor de GREX Woonagenda de Meent’. In het geval van de grondexploitatie Stationsgebied heeft de actualisatie tot een significante verslechtering geleid met name vanwege geactualiseerde aanvangsrendementen voor woningcategorie Midden (betaalbare huur en koop) wat resulteert in een lagere grondprijs.

Voor het project Sportpark geldt dat in de MPG 2026 voorlopige conceptcijfers zijn gehanteerd, die nog nader worden uitgewerkt tot het raadsvoorstel “financiële- en ontwikkelstrategie Sportpark” (beoogd voor raad juni 2026). Ten opzichte van de MPG 2025 zijn de overige gebiedsontwikkelingen (financieel) inhoudelijk niet gewijzigd behalve het indexeren naar een actueel prijspeil. 5

Gecombineerde financieringsbehoefte perspectiefgebieden Vertrekpunt voor de MPG 2026 is de gecombineerde financieringsbehoefte van de zes perspectiefgebieden zodat een geconsolideerd beeld van de financiële omvang van de gebiedsontwikkelingen ontstaat. In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van de gecombineerde financieringsbehoefte ingegaan op de invloed hiervan op de financiële middelen van de gemeente. In de geheime bijlage over de Perspectiefgebieden wordt dieper ingegaan op de financieringsbehoefte van de individuele gebiedsontwikkelingen. Voor de onderstaande grafiek (volgende pagina) zijn van alle perspectiefgebieden de benodigde en bekende, in de begroting reeds opgenomen en nog niet in de begroting opgenomen financiële middelen, op een rij gezet voor de komende 10 jaar. Dit bestaat uit alle geopende en nog te openen grondexploitaties, alle vrijgegeven en nog vrij te geven investeringen, opbrengsten uit grondverkoop en subsidies van alle perspectiefgebieden. Alle grondexploitaties en investeringen zijn, waar nodig, geïndexeerd naar prijspeil 1 januari 2026. De gehanteerde indexatie vanaf deze datum sluit aan bij de parameters die zijn gebruikt bij de actualisatie van de grondexploitaties 2026.

De onderstaande grafiek geeft de verwachte financieringsbehoefte in miljoenen per jaar voor de komende 10 jaar en de cumulatieve financieringsbehoefte in miljoenen per jaar van de perspectiefgebieden voor de komende 10 jaar weer. Toegevoegd in grijs is de financieringsbehoefte conform de MPG 2025. Uitgelicht is een aantal elementen die een aanzienlijke invloed hebben op de financieringsbehoefte.

Toelichting op de grafiek De lagere startwaarde in 2025 komt door het feit dat de vorig jaar gemaakte kosten nu geen deel meer uitmaken van de financieringsbehoefte. De lagere eindstand wordt met name veroorzaakt doordat de raad in het kader van de Verkenning OV-knoop Sportpark in september 2025 heeft besloten de ambitie voor de verplaatsing van het station Hilversum Sportpark bij te stellen, waarbij voor de middellange termijn uitgegaan wordt van het bestaande station met een interwijkverbinding tussen Arenapark en Laapersveld.

6

Kenmerkend voor de grafiek is dat in veel jaren de uitgaven fors groter zijn dan de inkomsten. Dit zorgt voor meeste jaren dat er per saldo vooral een financieringsbehoefte is.

7

Hoofdstuk 3 Markt en parameters De financieringsbehoefte van gebiedsontwikkelingen hangt sterk samen met de marktomstandigheden. De kosten voor bouw- en woonrijp maken bewegen mee met de kostprijsontwikkelingen op de markt voor grond-, weg- en waterbouw, terwijl de realisatie van vastgoed afhankelijk is van ontwikkelingen op de woningmarkt en de markt voor commercieel vastgoed. In dit hoofdstuk worden eerst de belangrijkste marktontwikkelingen geïnventariseerd. Vervolgens worden de parameters toegelicht die worden gebruikt voor de actualisatie grondexploitaties 2026. Daarbij wordt ingegaan op de effecten op de financieringsbehoefte van de perspectiefgebieden indien toekomstige marktontwikkelingen afwijken van de gehanteerde parameters.

Marktontwikkelingen Macro-economische ontwikkelingen beïnvloeden de resultaten van de gebiedsontwikkelingen in Hilversum. De mate waarin deze ontwikkelingen van invloed zijn, wordt voornamelijk bepaald door de lange looptijd van de gebiedsontwikkelingen en de onzekerheid van macro-economische ontwikkelingen. Sinds 2024 vertoont het bruto binnenlands product (bbp) weer groei. In 2025 is de Nederlandse economie met 1,9% gegroeid. Voor 2026 wordt een afzwakking van de groei verwacht naar circa 1,3%, vanwege de wereldwijde economische onzekerheid (European Commission, 2025). Hoewel de handelsoorlog en de Amerikaanse importheffingen de Nederlandse economie raken, blijft de schade vooralsnog beperkt. Verwacht wordt dat de volatiliteit van financiële markten de komende maanden zal aanblijven gezien de spanningen en oorlogsdreiging op het wereldtoneel. Vooralsnog zijn de effecten op de wereldwijde beurzen en rente beperkt wat blijk geeft van een beperkte mondiale impact en een goede afloop. Het consumentenvertrouwen blijft laag maar zit in de lift, de bestedingen groeien. De werkloosheid blijft laag, echter de spanningen op de arbeidsmarkt nemen iets af en er zijn voorbeelden van bedrijven die significante reorganisaties hebben aangekondigd. Verder zorgen toegenomen kosten voor een relatief hoge inflatie.

De inflatie over 2025 bedraagt 3,3% maar lijkt de komende jaren geleidelijk te dalen richting 2% (CBS, 2025b). Momenteel is de inflatie in ons land hoger dan het Europese gemiddelde van 2% (De Nederlandsche Bank, 2025).

Woningmarkt De landelijke woningprijzen zijn in 2025 even snel gestegen als in 2024, de prijsstijging bedraagt 8,6%. Deze prijsstijging is het gevolg van drie belangrijke factoren: inkomensstijging, het blijvende tekort aan nieuwbouwwoningen en de stabiele, lage hypotheekrente (ABN AMRO, 2025b; NVM, 2025; ING, 2025b; Rabobank, 2025). Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen werd gesproken van een ware wooncrisis, de markt voorziet onvoldoende in de huidige en toekomstige woonbehoefte. Daarbij blijft de landelijke vraag naar nieuwbouwwoningen hoog terwijl landelijk de realisatie achter vanwege vergunningenproblematiek, stikstofruimte en beperkte netcapaciteit. In Nederland zijn in de eerste acht maanden van 2025 40.250 woningen bijgekomen. Dat is 8,2% minder dan in dezelfde periode in 2024. De doelstelling van 100.000 nieuwe woningen in 2025 lijkt daarmee onhaalbaar (ABN AMRO, 2025a). Tegelijkertijd neemt het aantal gestarte bouwprojecten toe, waardoor verwacht wordt dat het aantal nieuwe woningen in 2026 weer zal stijgen.

8

De huurmarkt wordt in 2025 nog steeds sterk beïnvloed door de invoering van de Wet betaalbare huur. De huurprijzen voor het middensegment zijn gereguleerd wat voor huurders binnen dit segment bijdraagt aan een duidelijke en betaalbaardere huur. Keerzijde hiervan is dat het aanbod van middenhuur woningen significant is gedaald doordat een substantiële groep die verantwoordelijk was voor het aanbod hun portefeuille aan het uitponden is. Dit geldt voor private bezitters van woningen dan wel voor institutionele (internationale) partijen. Het aantal huurwoningen blijft daardoor afnemen, ondanks de nieuwbouw. Dit leidt tot lange wachttijden binnen het middenhuur segment en hogere huurprijzen binnen de vrije sector, vooral in de grotere steden. Huurprijzen in de vrije sector zijn het afgelopen jaar gemiddeld 7,6% gestegen (Pararius, 2025). Volgens het Kadaster (2025) verkochten woningbeleggers ruim 15.800 woningen in 2025 (landelijk), dat is 37% meer dan een jaar eerder. Meer dan de helft daarvan ging naar eigenaarbewoners. De bouwkosten voor woningbouw zijn in het derde kwartaal van 2025 met 3,74% gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dit komt voornamelijk door stijgende personeelskosten, deze blijven stijgen als gevolg van de aanhoudende krappe arbeidsmarkt in de bouwsector (Metafoor, 2025).

Omdat de nieuwbouwprijzen harder toenemen dan de bouwkosten, groeit de residuele grondwaarde verder. Metafoor (2025) verwacht dat de grondwaarden op korte, middellange en lange termijn zullen blijven stijgen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er verschillen zullen optreden in de verschillende woningtypen en woningmarktgebieden.

Hilversumse bevolking Hilversum telt zo'n 94.726 inwoners in 2025 (Hilversum in Cijfers, 2025). Volgens de prognose van ABF Research (2025) zullen het aantal inwoners en huishoudens in de meeste gemeenten de komende jaren blijven groeien; Hilversum vormt hierop geen uitzondering. Tot 2050 wordt in Hilversum een verdere toename van het aantal huishoudens verwacht. In de afgelopen tien jaar nam zowel het aantal inwoners als het aantal huishoudens in Hilversum toe, hoewel het aantal geboorten en sterfgevallen (natuurlijke bevolkingsgroei) in de gemeente stabiel bleef (Hilversum in Cijfers, 2025). De bevolkingsgroei is daardoor grotendeels toe te schrijven aan migratie, een trend die naar verwachting ook in de toekomst zal aanhouden. In Hilversum bestaat 42,7% van de huishoudens uit eenpersoonshuishouden, wat iets hoger is dan het gemiddelde in Nederland van 40,1% (Hilversum in Cijfers, 2025). Bijna de helft (49%) van de huishoudens is 55 jaar of ouder, wat iets hoger is dan het Metropoolregio Amsterdam-gemiddelde (MRA) van 45%. Huishoudens in Hilversum zijn gemiddeld kleiner dan in de rest van Nederland. Dit komt deels door het relatief hoge aandeel oudere huishoudens, zoals blijkt uit onderzoek van Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (Gemeente Amsterdam, 2024). De samenstelling van Hilversumse huishoudens kent enkele trends.

Het percentage alleenstaanden is de afgelopen jaren geleidelijk toegenomen, terwijl zowel het aandeel gezinnen met kinderen als dat van samenwonenden zonder kinderen een lichte afname vertoonde. Dit is vergelijkbaar met de landelijke trend.

Hilversumse woningmarkt In het afgelopen jaar zijn de huizenprijzen in Hilversum opnieuw gestegen, namelijk met 9,4% ten opzichte van vorig jaar (CBS, 2025a). Zes van de tien woningen in Hilversum zijn eengezinswoningen (61%), dat is lager dan in de deelregio Gooi en Vechtstreek (72%), maar flink hoger dan in de MRA 9

(48%) (Gemeente Amsterdam, 2024). In Hilversum bestaat de woningvoorraad voor 54% uit koopwoningen, dat is lager dan de deelregio (60%), maar hoger dan in de MRA (47%). De nadruk ligt in Hilversum op het duurste segment: 33% van de woningvoorraad is een koopwoning met een WOZwaarde van meer dan €438.000. Het aandeel sociale huurwoningen is met 32% hoger dan in de deelregio (29%) maar lager dan in de MRA (36%). Het merendeel hiervan betreft corporatiewoningen (27%). Huishoudens die in de regio Gooi en Vechtstreek naar een woning zoeken, zoeken vooral een eengezinswoning (Gemeente Amsterdam, 2024). Desondanks blijft er ook een sterke behoefte aan appartementen o.a. door de toenemende vergrijzing. Bovendien heeft Hilversum geen grote uitleggebieden meer, waardoor woningbouw vooral plaatsvindt via inbreiding en verdichting. Door de bouw van appartementen lukt het om meer woningen op hetzelfde oppervlak te realiseren en zodoende beter in te spelen op de toenemende behoefte aan woningen. In Hilversum, en in de regio Gooi en Vechtstreek, is ook een sterke behoefte aan betaalbare woningen. Hier ligt dan ook een opgave voor Hilversum, niet alleen op het gebied van sociale huur- en koopwoningen, maar ook voor het betaalbare middensegment. De woningvoorraad van Hilversum bleef groeien in de afgelopen tien jaar, echter blijft dit achter ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde.

Voor de aankomende jaren zijn er veel bouwplannen. Hierbij ligt meer de nadruk op het realiseren van betaalbare woningbouw, zoals afgesproken in de Woonvisie 2021-2030 waardoor de woningmarkt meer in balans komt. In deze visie is opgenomen dat woningen toegevoegd moeten worden in de segmenten die het meest onder druk staan: sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Zo wordt de eis gesteld dat bij nieuwbouwplannen minstens 33% sociale huur onder woningcorporaties valt. Daarnaast moet 50% van de nieuwbouwwoningen in het middeldure segment vallen. Zodoende tracht de gemeente Hilversum om ondanks de stijgende woningprijzen voldoende betaalbare woningen toe te voegen en een gezonde doorstroom tussen verschillende woningsegmenten te realiseren.

Commercieel vastgoed De hogere renteniveaus en bouwkosten zorgen ervoor dat het beleggingsvolume in commercieel vastgoed in 2026 naar verwachting ruim onder de piek van 2019 blijft. Hoewel ING (2025a) voor 2026 slechts een lichte verdere rentestijging verwacht, liggen de renteniveaus nog altijd circa 2,3 procentpunt hoger dan in de periode 2019–2021. Omdat beleggers commercieel vastgoed deels met vreemd vermogen financieren, leiden deze hogere rentes tot hogere financieringskosten en hogere vereiste aanvangsrendementen. In combinatie met gestegen bouwkosten en strengere kwaliteitseisen op het gebied van duurzaamheid en locatie zijn beleggers terughoudender geworden. Met name verouderd vastgoed dat omvangrijke investeringen vereist, is minder in trek. Aanhoudende (geo)politieke onzekerheden beperken bovendien de ruimte voor verdere groei van het beleggingsvolume in 2026. Deze ontwikkelingen hebben zijn effect op de verwachte opbrengsten van commercieel vastgoed (inclusief residentieel vastgoed).

Retailmarkt De afgelopen tien jaar is het aantal winkelmeters en het aantal verkooppunten per 1.000 inwoners in Hilversum gedaald. Dit is in lijn met de provinciale en landelijke ontwikkeling. De leegstand op de Hilversumse winkelmarkt is verder toegenomen van 9,3% in 2024 tot 10,1% in 2025. De Retail Risk 10

Index (RRI) brengt jaarlijks in kaart hoe groot het risico is dat ondernemers binnen één jaar niet langer gevestigd zijn in een winkelgebied. Hieruit blijkt dat 23% van de panden in het centrum in een hoog tot zeer hoog risicoprofiel vallen. Dit is een aanzienlijk stuk hoger dan het gemiddelde in NoordHolland (15%) en Nederland (17%) (Monitor Economie Hilversum, 2025). Op de retailmarkt is een daling in het aantal winkelruimtes zichtbaar, mede door een stijgend aantal faillissementen en toenemende leegstand. Er blijven echter grote verschillen bestaan tussen de (sub)segmenten van de retailsector, waarbij bepaalde nichemarkten beter bestand zijn tegen economische druk dan andere.

Kantoren/bedrijfsvastgoed De huidige vraag naar kantoorruimte leidt tot een stabiele verhouding tussen aanbod en leegstand, terwijl de huurprijzen licht stijgen. De vraag naar kantoorvastgoed richt zich voornamelijk op duurzame gebouwen op toplocaties (Cushman & Wakefield, 2025). De opkomst van hybride werken zorgt voor minder vraag naar kantoormeters. Naar verwachting zal de stijging van de huurprijzen aanhouden, met name in gebieden waar (her)ontwikkelingsprojecten gaande zijn of gepland staan. De beperkte beschikbaarheid van nieuwe, te verhuren kantoorruimtes op deze toplocaties kan de groei echter tijdelijk afremmen. Het verschil in grondprijzen tussen toplocaties en andere gebieden zal naar verwachting duidelijk zichtbaar blijven. In Hilversum is er een lage leegstand van kantoorpanden (circa 4-5%) en zijn de huurprijzen voor kantoren op peil gebleven. Bedrijfsmakelaars signaleren een tekort aan kwalitatief goede kantoor- en bedrijfsruimten (Monitor Economie Hilversum, 2025). Er is binnen Hilversum een tekort aan betaalbare werkplekken en de leegstand op de kantorenmarkt is zeer beperkt. Een gebrek aan geschikt aanbod remt de dynamiek op de markt bij bedrijfsruimten.

Grond-, weg- en waterbouw (GWW) De ontwikkeling van materiaalprijzen in de infrasector wordt beïnvloed door monetaire factoren. Een waardestijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro kan resulteren in hogere energieen grondstofprijzen, wat leidt tot een stijging van de materiaalkosten. De kostenontwikkeling in de GWW-sector volgt een vergelijkbaar patroon met de bouwsector, met ook in deze sector een aanhoudend personeelstekort. De sterke kostenstijgingen in de GWW-sector als gevolg van verstoringen in mondiale logistieke ketens door de coronapandemie en geopolitieke spanningen lijken grotendeels te zijn uitgewerkt, waardoor de prijsontwikkeling is gestabiliseerd. Naar verwachting zullen de GWW-kosten op korte en middellange termijn geleidelijk blijven stijgen. Na een gematigde prijsontwikkeling in 2025, zullen de materiaalprijzen stabiel stijgen in 2026 (Metafoor, 2025). Hoewel de loonstijging in de cao-sector overheid afneemt, blijft de druk op personeelskosten bestaan door aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Door vergrijzing neemt de uitstroom toe, terwijl de vraag naar ambtelijke capaciteit juist groeit als gevolg van de woningbouwopgave. Voor de korte- en middellange termijn wordt verwacht dat de stijging van de plankosten hoger ligt dan de inflatie.

11

Parameters Voor de inschatting van de bij de actualisatie van de grondexploitaties gebruikte parameters zijn voornamelijk de Outlook Grondexploitaties 2026 van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling en de Parametervisie 2026 van Stadkwadraat geconsulteerd. Deze rapporten bieden gedegen handvatten voor het inschatten van parameters bij grondexploitaties en zijn bepaald op grond van cijfers en prognoses van toonaangevende instanties, waarbij rekening wordt gehouden met een behouden stijging van de grondopbrengsten. Deze parameters zijn gebruikt als basis bij het opstellen van de MPG 2026. De gebruikte parameters zijn weergegeven in de tabel hieronder. Parameters zoals deze gebruikt zijn bij de actualisatie grondexploitaties 2026

2026

2027-2028

2029 en verder

Rekenrente Intern bepaalde parameter Hilversum Kostenstijging bouw- en woonrijp Vastgestelde parameter Hilversum Kostenstijging plankosten Vastgestelde parameter Hilversum Opbrengstenstijging gronden Vastgestelde parameter Hilversum

1,1%

1,1%

1,1%

3,5%

3,0%

2,0%

4,5%

3,0%

2,0%

3,5%

2,0%

2,0%

Stresstest De hierboven gepresenteerde tabel met aangenomen parameters zoals die gebruikt zijn voor de actualisatie van de grondexploitaties 2026 en de MPG 2026 zijn de beste inschatting op dit moment. Tegelijkertijd is bekend dat de markt onvoorspelbaar kan zijn en de werkelijkheid anders kan uitpakken. De markt is echter niet meer zo onrustig als een jaar geleden en de verschillende parameters lijken weer af te vlakken en te normaliseren. Dit vergroot vooral de zekerheid op de lange termijn (2029 en verder) in relatie tot de opbrengsten en kostenstijging van bouw- en woonrijp maken. Met betrekking tot de rente is juist de lange termijn onzeker. Op basis van de in de eerste paragraaf geschetste marktontwikkelingen is het logisch om mogelijke negatieve afwijkingen ten opzichte van de aangenomen parameters te onderzoeken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de rekenrente op lange termijn verdubbelt doordat delen van de leningenportefeuille met lage financieringsvoet vervangen wordt door nieuwe leningen met een hogere rente. Er is verondersteld dat de markt voor bouw- en woonrijp maken op korte termijn onrustig kan zijn met een negatieve afwijking als gevolg. Op middellange termijn herstelt deze zich naar inflatieniveau zoals ook in de tabel onder ‘3.2 Parameters’ is aangenomen.

Op macroeconomisch vlak is de Amerikaanse militaire inspanning bij diverse conflicten een risico dat zich uit in volatiliteit van financiële markten en rente standen, eveneens een belangrijke parameter. De lokale markt voor woningen en commercieel vastgoed is op dit moment ook enigszins onrustig en wat moeilijk te voorspellen, met name door het personeelstekort in de bouwsector, netcongestie en landelijke wet- en regelgeving. Op basis van de huidige inzichten lijkt een stijging van de grondopbrengsten reëel. Er moet echter ook rekening gehouden worden met een verdere verslechtering ten opzichte van de in de tabel hierboven aangenomen inschatting. De tabel hieronder geeft een reële inschatting van de mate waarin de parameters zouden kunnen afwijken van de 12

eerdere gedane aannames. Voor de stresstest worden de hieronder opgenomen percentages bij de parameters van de actualisatie opgeteld. Aanname afwijking parameters door marktontwikkelingen Parameter 2026

2027-2028

Rekenrente + 0,5 % + 1% Intern bepaalde parameter Hilversum Kostenstijging bouw- en woonrijp + 2,0% + 2,0% T.o.v. vastgestelde parameter Hilversum Opbrengstenstijging gronden* - 2,5% - 2,5% T.o.v. vastgestelde parameter Hilversum *Een negatieve opbrengstenstijging duidt op een daling van de opbrengsten.

2029 en verder + 1,5% + 0,0% - 1,0%

De afwijking van de parameters heeft een directe invloed op de financieringsbehoefte zoals reeds in beeld is gebracht in hoofdstuk 2 en is daarmee in feite een stresstest. In de onderstaande tabel is de jaarlijkse en cumulatieve financieringsbehoefte in overeenstemming met hoofdstuk 2 in blauw weergegeven. In oranje wordt de jaarlijkse en de cumulatieve financieringsbehoefte in beeld gebracht op basis van de aangepaste parameters.

13

Hoofdstuk 4 Financiële positie Dit hoofdstuk gaat in op de financiële positie van de gemeente en de invloed die de gebiedsontwikkelingen daarop hebben. De effecten op de financiële positie van de gemeente worden in beeld gebracht middels de effecten op de kengetallen; schuldpositie, solvabiliteit en grondexploitatie. Het BBV schrijft sinds 2015 voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting en jaarstukken zes kengetallen (de 6 kengetallen zijn: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit) worden opgenomen. De kengetallen moeten in samenhang worden beoordeeld, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich maar moet altijd worden bekeken in samenhang met de totale maatschappelijke opgave van de stad. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te maken voor de (middel)lange termijn. Omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden, wordt aan de categorieën door de provincie geen normering gegeven.

Wel meldt de provincie dat over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Voor de gemeente Hilversum is een maximale schuldquote van 130% de belangrijkste streefwaarde, als besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2026. De effecten van de financieringsbehoefte (exclusief vennootschapsbelasting) op de financiële positie van de gemeente wordt in beeld gebracht aan de hand van de kengetallen schuldquote, solvabiliteit en grondexploitaties. Ook het effect op het weerstandvermogen en de weerstandscapaciteit van de financieringsbehoefte zijn in beeld gebracht. De overige kengetallen zijn minder relevant voor de MPG 2026. Voor de volledige en meest actuele beoordeling van de financiële positie van de gemeente wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen alle kengetallen gepresenteerd in de begroting en jaarstukken. Schuldquote: De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast drukt op de exploitatie. De netto schuldquote is het percentage van de netto schuld ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. Het percentage dat hieruit voortkomt, geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Voor dit kengetal geldt: hoe lager, hoe beter.

Solvabiliteit: De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate het bezit van de gemeente is gefinancierd met eigen vermogen, of, anders gezegd, in welke mate het bezit is afbetaald. Het kengetal geeft aan of de gemeente, als de nood aan de man komt, met de opbrengst van de bezittingen haar schulden kan aflossen. Voor dit kengetal geldt: hoe hoger, hoe beter. Hierbij moet worden opgemerkt dat de gemeentelijke solvabiliteit een veel geringere relatie heeft met de rente die betaald wordt over langlopende leningen dan in het geval van commerciële instellingen. Grondexploitatie: Dit percentage is de uitkomst van de vergelijking van de waarde van onze grondexploitaties met de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer 14

rentekosten en risico’s met zich mee. Hoe lager dit percentage is, hoe minder risico de gemeente loopt. Weerstandsvermogen/capaciteit: Dit is de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandvermogen wordt uitgedrukt met een getal dat de verhouding aangeeft tussen de aanwezige weerstandcapaciteit (algemene reserve) en de geïdentificeerde risico’s.

Effecten op financiële positie De doorkijk naar de komende jaren is gebaseerd op de meerjarige balans zoals opgenomen in de begroting 2026. Let wel, de werkelijke eindbalans van 2025 zal afwijken van de concept eindbalans 2025 zoals die in de begroting 2026 is opgenomen. De eindbalans 2025 is immers nog niet gereed. De meerjarige balans t/m 2029 van de begroting 2026 is doorgetrokken naar 2035 waarbij rekening is gehouden met een jaarlijkse groei van de activa van ongeveer € 18 miljoen per jaar, door aan te nemen dat € 30 miljoen wordt geïnvesteerd en er € 12 miljoen aan afschrijvingen plaatsvindt per jaar. Het gaat hierbij om de investeringen die worden gedaan naast de investeringen zoals opgenomen in de MPG 2026. Te denken valt aan investeringen in wegen, riolering onderwijshuisvesting etc. Vervolgens wordt aangenomen dat vanaf 2027 er jaarlijks een bedrag van € 1 miljoen wordt toegevoegd aan de algemene reserve, en wordt uitgegaan van een groei van de inkomsten van 1,5% per jaar vanaf 2030: de begroting loopt immers t/m 2029. Boven op de balans van 2026 zijn de ramingen van de MPG 2026 verwerkt in twee scenario’s: een normaal scenario en een scenario waarin de kosten en opbrengsten van de perspectiefgebieden tegenvallen.

De effecten van de MPG 2026 op schuldpositie, onderhanden werk grondexploitaties, investeringen, voorziening verlieslatende grondexploitaties zijn verwerkt in deze balans uit de begroting 2026 en dit geeft een fictieve balans van 2026 t/m 2035 inclusief de MPG 2026. Hieronder zijn de effecten van de totale financieringsbehoefte, grondexploitaties en investeringen, op de financiële positie van de gemeente in beeld gebracht. Daarbovenop is het effect van de jaarlijkse groei van de activa van de gemeente inzichtelijk gemaakt. Daarna zijn, op dezelfde manier, de effecten met aangepaste parameters, de stresstest, in beeld gebracht. In de grafieken is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. De gehanteerde methodiek sluit aan bij hetgeen is gebruikt bij vaststelling van de schuldquote bij grote investeringen, en bij de begroting. Financieringsbehoefte De totale financieringsbehoefte van de perspectiefgebieden, zoals deze in hoofdstuk 2 in beeld is gebracht, heeft de volgende effecten op de financiële positie van de gemeente. Hierbij is ook de financieringsbehoefte van de groei van de gemeentelijke activa inzichtelijk gemaakt. Kengetal schuldquote Op basis van de begroting 2026 wordt over 2026 een schuldquote verwacht van 64%.

Het effect van de financieringsbehoefte conform de MPG 2026 op de schuldquote van de gemeente is dat deze oploopt van de huidige stand naar 161% eind 2035. De schuldquote gaat daarmee, als alle uitgaven 15

en inkomsten in de programmabegroting èn de perspectiefgebieden plaatsvinden als geraamd ruim over de grens van 130%, en komt in categorie C. Dit is significant hoger het verloop van de schuldquote conform de MPG 2025 toen deze reeds tot 127% opliep zoals hieronder weergegeven. In de stresstest loopt de schuldquote nog wat verder op, naar 168%.

Kengetal solvabiliteitsratio De prognose van de solvabiliteitsratio neemt als gevolg van de perspectiefgebieden af van 15% in 2026 naar 13% in 2035. De grens van categorie C ligt op 20%, de verwachte waarde ligt daar steeds onder. De prognose van de MPG 2025 was dat de solvabiliteitsratio net onder 8% eindigde en daarmee reeds in categorie C. In de stresstest verloopt deze ratio van 15% naar 12%.

Kengetal grondexploitatie Op basis van de ambities zoals deze in de MPG 2026 verwerkt zijn blijft het kengetal grondexploitaties ruim onder de grens van categorie B. Als het gevolg van het openen van verlieslatende grondexploitaties loopt deze in 2028 op tot een maximum van 11%, het maximum conform de MPG 2025 was een piek van 15% in 2028. Het kengetal grondexploitaties wordt niet beïnvloed door investeringen.

Schulden en reserves De grondexploitaties vanuit de MPG 2025 hebben impact op de hoogte van de algemene reserve. Hoewel de weerstandcapaciteit daalt n.a.v. de grondexploitaties is het verwachte weerstandvermogen nog toereikend om de huidige (geïdentificeerde) risico’s te dekken. Wanneer de MPG 2026 meegenomen wordt in de berekening van het weerstandvermogen komen we uit op een 16

verhouding van 14 tussen de aanwezige weerstandcapaciteit en de geïdentificeerde risico’s (huidige inschatting). Het minimaal afgesproken niveau is 1.

De langlopende schulden lopen op van ongeveer € 231 mln. naar € 465 mln. Het aantrekken van leningen maakt dat de jaarlijkse rente- en de afschrijvingslasten aanzienlijk gaan stijgen en daarmee zorgen voor extra druk op de toekomstige begrotingen. Voor het effect op de exploitatiebegroting is enkel voor scenario 1 een schatting gemaakt van de kapitaalslasten, dus niet voor de stresstest. De extra rentelasten lopen op naar een bedrag van bijna € 7,2 miljoen per jaar, waarbij uitgegaan is van een rentetarief van 3,25%. De extra afschrijvingslasten op de gedane investeringen zijn niet zo eenduidig door te rekenen en zijn nu buiten beschouwing gelaten. Ook de extra afschrijvingen zullen extra druk op het toekomstige begrotingssaldo leggen. Een groei van de activa met een bedrag van € 100 miljoen met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 40 jaar levert op termijn € 2,5 miljoen extra afschrijvingslasten per jaar met zich mee. Deze extra afschrijvingslasten zullen ook moeten worden opgevangen in de begroting.

Hoofdstuk 5 Beleidskaders en doelstellingen In dit hoofdstuk richten we ons op de beleidsdoelen die centraal staan in de gemeentelijke ontwikkelingen van Hilversum. We analyseren hoe de zes perspectiefgebieden bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente. Deze beleidsdoelen komen voort uit de Omgevingsvisie Hilversum 2040 (Duurzaam, Meedoen en Actief). De Omgevingsvisie Hilversum 2040 fungeert als een integraal beleidskader, waarin de opgave Duurzaam wordt gezien als een sleutel voor het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. De opgave Meedoen richt zich op het zorgen dat mensen grip hebben op hun leven en omgeving. De opgave Actief benadrukt de noodzaak van een toekomstbestendige, veelzijdige en weerbare lokale economie. Vervolgens kijken we naar de mate waarin de zes perspectiefgebieden bijdragen aan deze doelstellingen. Behalen de projecten de minimale vereisten, leveren ze een extra bijdrage, of zijn er mogelijk verbeteringen nodig om de ambities van de gemeente waar te maken? De nadruk ligt op het evalueren van hun impact en het afstemmen van de gemeentelijke plannen op de langetermijnvisie van een duurzaam, inclusief en economisch vitaal Hilversum. Kortom, we beoordelen de bijdrage van de perspectiefgebieden aan de hand van de Omgevingsvisie.

De perspectiefgebieden dragen bij aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, onder andere door hoogwaardige nieuwbouw en vergroening. Ze spelen een rol in het bestrijden van de woningnood, bijvoorbeeld door het creëren van betaalbare en toegankelijke woonruimte die 17

bijdraagt aan de zelfredzaamheid van inwoners. Daarnaast heeft vrijwel elk perspectiefgebied een economische component, ofwel door de toevoeging van bedrijfsruimte, ofwel door het versterken van de lokale economie.

Figuur: De drie integrale opgaven zijn Duurzaam, Meedoen & Actief

18

Duurzaam Opgave We wonen en werken in Hilversum in een relatief gezonde omgeving met op veel plekken een hoge ruimtelijke kwaliteit. Veel inwoners en bezoekers waarderen het landschap en de natuur die Hilversum omringt. De kwaliteit van onze leefomgeving staat echter onder druk. Het wordt gemiddeld warmer. Ook hebben we vaker te maken met extremen; zware regenbuien, droogte en hittegolven. We zien omgewaaide bomen, straten die blank staan en ondergelopen kelders. De kwaliteit van water en bodem is op sommige plekken (ver) onder de maat. Het aantal soorten dieren en planten (de biodiversiteit) neemt steeds verder af. Binnen de opgave Duurzaam werken we aan het tegengaan van verdere klimaatverandering (klimaatmitigatie) en bereiden we ons voor op het veranderende klimaat (klimaatadaptatie). Aanpak De opgave kent een samenhangende aanpak met een horizon tot 2040/2050 waarin we transities van energie, grondstoffen, materialen en mobiliteit een plek geven en onze leefomgeving aanpassen aan het veranderend klimaat. Dat doen we in nauwe samenwerking met inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere overheden. Ambitie Uit de Omgevingsvisie volgen vier thema’s voor de opgave Duurzaam. De eigen organisatie is het vijfde thema. 1. Leefomgeving (groen, water, bodem, lucht en geluid) 2. Energie 3. Circulair 4. Mobiliteit 5.

Eigen organisatie Ontwikkelingen De belangrijkste ontwikkelingen binnen de opgave Duurzaam:  Aanpak van netcongestie;  Ontwikkelingen rond wet- en regelgeving warmtenetten;  Ontwikkelingen rond luchtkwaliteit en waterkwaliteit;  Er is een programmaplan in ontwikkeling, naast diverse beleidsstukken. Maatregelen De belangrijkste maatregelen die in voorbereiding c.q. uitvoering zijn binnen de opgave:  Aanpak wateroverlast, met o.a. overdekte gracht Minckelersstraat;  Natuurvriendelijk isoleren, met o.a. het opstellen van een Soortenmanagementplan;  Isoleren bestaande bouw met o.a. subsidies en leningen voor isoleren;  Opstellen Bodemenergiebeleid;  Stimuleren circulariteit met o.a. realisatie van een circulaire opslag op het MOB-terrein;  Uitrol van betaald parkeren;  Stimuleren van wandelen, fietsen, OV en deelvervoer, met o.a. aanleg van doorfietsroutes, uitbreiden deelvervoer en aanpak verkeersveiligheid. 19

Meedoen Opgave Hilversum is een stad waar iedereen mee kan doen en prettig kan leven. We streven naar een inclusieve samenleving waarin alle inwoners de mogelijkheid hebben om volwaardig deel te nemen. Toch ervaren sommige inwoners belemmeringen. Sociale ongelijkheid, gezondheidsverschillen en het ontbreken van een sociaal netwerk kunnen leiden tot uitsluiting. We zetten daarom in op het versterken van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid voor iedereen, passende woningen en sterke buurten met goede voorzieningen om elkaar te ontmoeten en de sociale samenhang te bevorderen. Daarmee dragen we bij aan het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en geven meer grip op hun leven en omgeving. Aanpak De aanpak binnen Meedoen is integraal en wijkgericht en loopt tot 2030/2040. We verbinden het sociaal en fysiek domein, zodat bijvoorbeeld de inrichting van de openbare ruimte bijdraagt aan ontmoeting en gezondheid. Ook zetten we in op toegankelijke en passende voorzieningen, versterken we informele netwerken en stimuleren we actieve betrokkenheid van inwoners. Dit doen we in samenwerking met inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere overheden. Ambitie De overkoepelende ambitie voor de opgaven Meedoen uit de Omgevingsvisie valt uiteen in vier doelstellingen: 1.

Het realiseren van voldoende geschikte en betaalbare woningen en goede voorzieningen; 2. Het verkleinen van economische en gezondheidsverschillen; 3. Het versterken van de sociale samenhang in de buurten; 4. Het waarborgen en versterken van veiligheid in de buurten. Ontwikkelingen De aanpak van de opgave Meedoen sluit aan bij belangrijke trends en ontwikkelingen:  Groei en diversificatie van de Hilversumse bevolking;  Toename van sociale ongelijkheid en bestaansonzekerheid;  Stijgende vraag naar ondersteuning en zorg;  Vergrijzing en langer zelfstandig wonen. Maatregelen De belangrijkste maatregelen die in voorbereiding c.q. uitvoering zijn binnen de opgave:  Realiseren van voldoende, geschikte en betaalbare woningen in lopende en voorziene gebiedsontwikkelingen;  Het realiseren van bereikbare, goede voorzieningen, zodat iedereen toegang heeft tot cultuur, sport en maatschappelijke diensten;  Verkleinen van sociaaleconomische- en gezondheidsverschillen binnen en tussen buurten, door gerichte programma’s en ondersteuning;  Versterken van de sociale samenhang in buurten, o.a. door buurtinitiatieven en ontmoetingsplekken te stimuleren;  Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid. 20

Actief Opgave Hilversum is een aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken, te studeren en te leven. Economische vitaliteit is een belangrijke drijvende kracht achter een goed leefklimaat. De economie biedt werkgelegenheid en daarmee bestaanszekerheid voor onze inwoners. Onze opgave is: zorgen voor een duurzame en veerkrachtige economie voor welvaart én welzijn van Hilversummers. Aanpak Een duurzame en veerkrachtige economie voor welvaart én welzijn van Hilversummers’ worden ingezet middels zes belangrijke actielijnen (zie ambitie). Een belangrijke mijlpaal om de opgave actief invulling te geven is de oplevering van de economische visie die we samen met de stad opstellen en gereed zal zijn in Q1 2026. Ambitie Uit de Omgevingsvisie volgen vier thema’s voor de opgave Actief:  Meer ruimte voor werk op bestaande werklocaties, in het centrum en in de wijken;  Meer innovatie en een sterke relatie tussen bedrijven en onderwijs;  Binden en boeien van jongeren en middengroepen;  Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio.

Deze zijn weer vertaald naar de drie huidige ambities voor de opgave actief:  Media & technologie als motor voor innovatie en vertrouwen: Hilversum versterkt haar internationale positie en ontwikkelt zich tot hét European Media Innovation District, waar innovatie hand in hand gaat met betrouwbaarheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.  Ruimte voor werk en circulaire groei: de stad benut ruimte zorgvuldig en stimuleert ondernemerschap dat bijdraagt aan een duurzame toekomst.  Veerkrachtige economie en talent voor morgen: Hilversum versterkt de diversiteit van de economie en investeert in mensen, van praktisch geschoolden tot jonge talenten en theoretisch opgeleiden. Deze ambities zijn uitgewerkt in zeven actielijnen: drie inhoudelijke actielijnen (‘De Nieuwe Media’, ‘Hilversum in evenwicht’, ‘Centrum: het levendige hart van Hilversum’) en vier randvoorwaardelijke actielijnen (‘Ruimte voor werken’, ‘Een verbindend ondernemersklimaat’, ‘Transitie naar een circulaire economie’ en ‘Mensen centraal: investeren in talent’).

Ontwikkelingen De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van Actief:  Technologische transitie; digitalisering en AI;  Noodzaak tot verduurzaming, energietransitie en circulaire transitie binnen het bedrijfsleven;  Demografische veranderingen, zoals bevolkingsgroei en vergrijzing, maar ook arbeidsmarktkrapte;  Tekort aan passende en betaalbare werkruimtes.

21

Maatregelen De belangrijkste maatregelen die in voorbereiding c.q. uitvoering zijn binnen de opgave:  Economische Visie in ontwikkeling;  De gebiedsagenda’s Centrum, Bedrijventerrein ZuidWest, Media Park die in uitvoering c.q. ontwikkeling zijn;  Benu en van kansen voor (her)ontwikkeling van loca es voor kantoren, (flex)werk en ontmoe ngsplekken en inzet op loca es voor werk in gebiedsontwikkelingen;  S muleren en faciliteren van bedrijvigheid circulaire economie;  Versterken van de posi e van Hilversum in regionale samenwerkingsverbanden die bijdragen aan economische ontwikkeling;  Versterken van de media en crea eve industrie en het innova eklimaat;  Meer ruimte voor werken, zowel fysieke ruimte als passende werkgelegenheid.

22

Stand van zaken per perspectiefgebied Stationsgebied Het Stationshart wordt de plek waar iedereen zich veilig en welkom voelt, waar het prettig reizen, wonen, werken en verblijven is. In het Stationsgebied komen tussen de 325 en 450 woningen. In de huidige prognose zijn 365 woningen gepland. Onder twee bouwblokken op het stationsplein komt een gloednieuwe ondergrondse stalling voor ongeveer 5.000 fietsen, de stationshal wordt uitgebreid en het busstation wordt vernieuwd. De centrumring wordt verlegd zodat het verkeer beter en veiliger kan doorrijden en het Marktplein en het centrum beter met elkaar verbonden worden. Daarnaast wordt het gebied langs de Koninginneweg volledig herontwikkeld. Hier komen vier van de zeven nieuwe bouwblokken, met een parkeergarage.

Heden Momenteel wordt al druk gewerkt, gesloopt en gebouwd in het Stationshart. Dit zijn vooral werkzaamheden ter voorbereiding voor de start van de eerste ontwikkelingen. Het nieuwe, groene en duurzame busstation is begin 2026 opgeleverd. Medio 2025 is duidelijk geworden dat de gecombineerde aanbesteding ondergrondse fietsenstalling en bouwblokken 2 & 3 niet tot een inschrijving heeft geleid. Er is nu gekozen deze twee opgaven separaat aan te besteden. De aanbesteding van de ondergrondse fietsenstalling wordt begin 2026 opnieuw op de markt gebracht waarna de aanbesteding van de bouwblokken 2 & 3 volgt. Dit zou kunnen leiden tot een vertraging in het project. Momenteel loopt ook de een-op-een gunning met Locus waardoor het mogelijk zou kunnen zijn de bouwblokken 2 & 3 conform eerdere prognose op te leveren. Mocht de gunning niet lukken, zal een vertraging onherroepelijk zijn. De aanbesteding voor de warmte-koude opslag (WKO) waarop alle gebouwen in het Stationsgebied worden aangesloten is in 2025 op de markt gebracht en kan begin 2026 worden gegund. Toekomst De overkapping op het busstation wordt een echte blikvanger en wordt medio 2026 geplaatst. Daarbij is er gestart met de voorbereiding van de ontwikkelingen op het Stationsplein: de ondergrondse fietsenstalling en de eerste twee bouwblokken.

De ondergrondse fietsenstalling is een gezamenlijke aanbesteding van ProRail en gemeente Hilversum. Deze aanbesteding loopt in 2026. Naar verwachting starten begin 2027 de eerste bouwwerkzaamheden. De fietsenstalling en de twee bovenliggende bouwblokken worden in één bouwstroom gerealiseerd, waarna de openbare ruimte 23

op het Stationsplein opnieuw wordt ingericht. Nadat de fietsenstalling in gebruik is genomen kan de bouw van bouwblok 1 starten. In 2027 starten ook de werkzaamheden aan de centrumring, te beginnen met de herinrichting van het Langgewenst en direct daarna de Koninginneweg. Het vastgoed aan de Koninginneweg wordt in 2026 en 2027 gesloopt, waarna de realisatie van de vier bouwblokken en de onderliggende parkeergarage kan starten. Wat draagt het project bij aan de beleidsdoelstellingen? “De ontwikkeling van het Stationsgebied draagt bij aan een duurzame, gezonde en sociale leefomgeving.”

Duurzaam

De gemeente realiseert in het gebied zeven bouwblokken met een mix van appartementen, rijwoningen en utiliteitsgebouwen. Een belangrijke duurzame maatregel is de collectieve WKO-installatie (warmte-koudeopslag), die wordt ontwikkeld voor het gehele stationsgebied. Alle nieuw te bouwen kavels, en mogelijk ook een deel van de bestaande gebouwen, worden hierop aangesloten tegen vergoeding. Deze installatie zorgt voor efficiënte verwarming en koeling, waardoor de energieprestaties van het gebied aanzienlijk verbeteren. Daarnaast is er een duurzaam busstation aangelegd, waar elektrisch busvervoer de uitstoot van schadelijke gassen en geluidsoverlast sterk vermindert ten opzichte van de huidige situatie.

Actief

Meedoen

De openbare ruimte wordt duurzaam ingericht, in balans met functionaliteit en esthetiek. Er wordt veel extra, kwalitatief hoogwaardig, groen toegevoegd. De hoeveelheid verharding wordt daar waar mogelijk beperkt ten gunste van hemelwater infiltratie en groen. Daarmee wordt bijgedragen aan de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van het gebied. Onder het Stationsplein komt een ondergrondse fietsenstalling met plaats voor ongeveer 5.000 fietsen. Verder worden er nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd, die flexibel inzetbaar zijn voor verschillende functies zoals wonen, werken, voorzieningen en bezoekers. Hierdoor wordt de beschikbare ruimte optimaal benut en blijft het gebied goed bereikbaar. In het Stationsgebied worden in totaal 365 woningen gerealiseerd, verspreid over zeven nieuwe bouwblokken. De planning voorziet in de oplevering van 114 woningen in 2029 en 110 woningen in 2030. Voor de resterende woningen is de exacte opleverdatum nog niet vastgesteld. De woningen worden verdeeld over verschillende prijsklassen om een diverse en inclusieve woonomgeving te creëren: 33% sociale huur, 50% middeldure huur en koop, en 17% in de vrije sector. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtige mix van woonruimte, passend bij de behoefte van een brede groep Hilversummers. In het Stationsgebied is in de toekomst plek voor kantoren en creatieve bedrijven.

Er is straks plek voor niet-woonfuncties zoals kantoren, creatieve bedrijven en winkels en horeca. Deze mix van functies versterkt de levendigheid van het gebied en draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor zowel bedrijven als bezoekers. De ambitie is om in de traditie van Dudok minstens één nieuw rijksmonument te realiseren. 24

Sportpark Heden Medio 2023 heeft de gemeenteraad de kaders vastgesteld voor de gebiedsontwikkeling Sportpark (Stedenbouwkundig Plan Sportpark). Het stedenbouwkundig plan beschrijft de ambitie voor het gebied Arenapark. Momenteel omvat het gebied al een mix van kantoren, scholen en sportfaciliteiten, maar mist het de levendigheid die een gemengde buurt met zich meebrengt. De huidige infrastructuur is sterk gericht op autoverkeer, terwijl er een groeiende behoefte is aan betere verbindingen voor fietsers en voetgangers. De gemeente werkt eraan om deze balans te verbeteren en ruimte te creëren voor toekomstige ontwikkelingen. Met het deelproject Sportpad is de route tussen het bestaande station en het hart van het gebied verbeterd. Voor het mulitfunctionele sportcomplex heeft de raad in 2025 het Programma van Eisen vastgesteld en loopt de selectie voor een architect. Voor de eerste kavels zijn intentieovereenkomsten gesloten met de grondeigenaren/initiatiefnemers. Toekomst De komende jaren transformeert het Arenapark in een sportieve en groene buurt. Hier worden sporten, werken, studeren en wonen gecombineerd. Zo wordt het een levendige plek waar Hilversummers graag willen wonen, komen om te sporten en te leren én waar bedrijven zich willen vestigen. Het stedenbouwkundig plan gaat ruimte bieden aan: ca. 81.000 m² wonen (850 tot 900 nieuwe woningen), ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=bab9750d-7e33-4255-8990-a99b8194c051