CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Hilversumse Educatieve Agenda 2024_2027,Bijlage 1. Hilversumse Educatieve Agenda 2024_2027

GEMEENTERAAD 6 maart 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Gemeentelijk Onderwijsbeleid (Hilversumse Educatieve Agenda 24-27) (1383065)12.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

- Het aanbod van een ‘zwemvangnet’ blijven faciliteren, zodat kinderen in de groepen 6,7 en 8 die nog geen zwemdiploma hebben zwemles kunnen krijgen. - Ten slotte zal er in de komende periode regelmatig afstemming zijn tussen de domeinen Onderwijs en Sport, om met elkaar signalen uit te wisselen en de aansluiting tussen de twee terreinen te waarborgen.

28

I<

ONDERWIJS EN WERK EN PARTICIPATIE Vanuit onderwijs, werk en participatie streven we ernaar dat alle jongeren perspectief hebben op werk. We werken op de volgende punten samen tussen onderwijs, gemeenten lokaal en regionaal en Regionaal Bureau leerlingzaken (RBL): Overgang VO- MBO Het RBL geeft uitvoering aan de leerplichtwet en aan het Doorstroompunt (voorheen RMC-taken): De overgang van VO naar MBO en een soepele door- en uitstroom, met als doel dat jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt een startkwalificatie halen. De gemeente Hilversum zet zich hier samen met het RBL, het VO, Qinas en het MBO voor in. Hiervoor wordt in deze beleidsperiode een plan opgesteld. VSV aanpak én aanpak jeugdwerkloosheid Het RLB richt zich op het verminderen van Voortijdig Schoolverlaten (VSV) en jeugdwerkloosheid met programma's als Match op meedoen 2.0! en Aanpak Jeugdwerkloosheid (AJW). Deze programma’s hebben een looptijd tot medio 2025. Aansluitend wordt geanticipeerd op het nieuwe wetsvoorstel van School naar duurzaam Werk. Vanuit deze programma's worden jongeren i.s.m. met onze partners begeleid naar (ander) onderwijs en/of werk. Ook worden ze geattendeerd op de mogelijkheden in de kraptesectoren zoals de Zorg, ICT en het Onderwijs.

ONDERWIJS EN CULTUUR Kunst- en cultuuronderwijs heeft een positief effect op de brede sociaalemotionele en de fysieke ontwikkeling (motoriek) van leerlingen, en hun welbevinden. Ook vanuit onderwijsbeleid willen we inzetten op cultuur om te zorgen dat kinderen hiermee in aanraking komen, ook degenen waarbij deelname aan kunst, cultuur en erfgoed vanuit hun thuissituatie minder vanzelfsprekend is. We werken hiervoor samen met het domein Cultuur op de volgende punten: - Er wordt ingezet op een basisstructuur van cultuureducatie, afgestemd op de leerlingenpopulatie. Thema’s hierbij zijn onder andere: stressregulatie, versterken van taal, kennis maken met verschillende vormen van kunst en cultuur en de cultuursector, burgerschap, sociale vaardigheden, en meer muziek in de klas. - Er wordt ingezet op het versterken van cultuur op school, bijvoorbeeld door de rijksregeling Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK). Er wordt hier samengewerkt met Proloog, het coördinatiepunt voor cultuureducatie in Hilversum.

Volwasseneneducatie Volwasseneducatie op het vlak van taalbevordering krijgt invulling binnen de regionale aanpak Taal is de Sleutel. Hiervoor worden de WEB-middelen (Wet Educatie Beroepsonderwijs) ingezet. Dit zijn regionale middelen, waarvoor de uitvoering en coördinatie zijn overgedragen aan het Regionaal Bureau Leerplicht. Ook initiatieven zoals ‘Gooi on Stage’ blijven bestaan. Waar dit relevant is, wordt afstemming gezocht met zowel de regio als het domein Werk en Participatie, om onze aanpak taalbevordering integraal en in een doorlopende lijn vorm te geven.

29

I<

7. MONITORING In dit hoofdstuk bespreken we de belangrijkste aspecten van het uitvoeren, monitoren en sturen van ons onderwijsbeleid. Het is van belang om te begrijpen hoe we onze doelen en speerpunten kunnen verwezenlijken, of de middelen doelmatig worden ingezet en hoe we de voortgang kunnen meten en bijsturen waar nodig. UITVOERING In de HEA voor de periode 2024-2027 zijn twee ambities geformuleerd, gekoppeld aan 8 speerpunten, en 42 concrete acties. De acties worden gezamenlijk met onze partners uit het werkveld uitgevoerd en dragen bij aan het realiseren van onze ambities. Samen houden we de voortgang van de acties in de gaten. Voor de uitvoering van de activiteiten uit de HEA is een structuur van een bestuurlijk overleg, de Lokaal Educatieve Agenda (LEA), en werkgroepen ingericht. BESTUURLIJK OVERLEG In het bestuurlijk overleg, met daarin de bestuurders van kinderopvang, onderwijs en gemeente, worden de hoofdlijnen bepaald en worden opdrachten geformuleerd voor de werkgroepen. In het bestuurlijk overleg worden voorstellen vanuit de werkgroepen behandeld en geaccordeerd. Daarnaast worden jaarlijks de HEA-ontwikkelingen gevolgd.

Jaarlijks worden de volgende wettelijk verplichte onderwerpen inzake onderwijsachterstanden geagendeerd, op grond van artikel 161 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 3.42 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs: - Bevorderen van integratie en voorkomen van segregatie; - De afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; - Bestrijden van onderwijsachterstanden; - Een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen. 30

I<

WERKGROEPEN De per ambitie ingestelde werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van gemeente, onderwijs en kinderopvang. De deelnemers zijn namens de gezamenlijke besturen onderdeel van deze werkgroepen. Zij hebben een opdracht gekregen vanuit het bestuurlijk overleg en leggen concrete voorstellen voor aan het bestuurlijk overleg. Binnen deze structuur van het bestuurlijk overleg en de werkgroepen wordt de uitvoering van de acties die binnen de HEA zijn opgenomen gemonitord.

Prestatie-indicatoren Meten hoe de gemeente bijdraagt aan de doelstellingen van de HEA 20242027, waarbij er wel een direct verband is tussen deze indicatoren en onze inspanningen (speerpunten). Hiermee kunnen we meten waartoe en op weke manier de acties die we in het onderwijsbeleid hebben opgenomen bijdragen aan het beoogde doel. Over deze indicatoren en onze voortgang rapporteren we via onze planning en control cyclus.

MONITORING & STURING BINNEN DOELEN-INSPANNINGEN-NETWERK Het Hilversumse onderwijsbeleid draagt bij aan de doelen die we in Hilversum nastreven binnen het gehele sociaal domein. Het onderwijsbeleid is deel van de manier waarop we in Hilversum invulling geven aan de ambities zoals deze zijn geformuleerd in de Visie Sociaal Domein, waarin de drie onderwerpen kansengelijkheid, sterke buurten en bestaanszekerheid leidend zijn. Om op deze thema’s in te zetten zijn de doelen binnen het sociaal domein uitgewerkt in een zogeheten Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN).

Met betrekking tot het Hilversumse onderwijsbeleid zijn in de DIN de volgende indicatoren opgenomen: - Aantal doelgroep-peuters met een VVE-indicatie - Uitkomst kwaliteitsmeting uitvoering VVE-programma - Percentage leerplichtige jongeren met een vrijstelling van onderwijs t.o.v. totaal aantal leerplichtige jongeren - Percentage jongeren met startkwalificatie - Aantal unieke jeugdigen met geïndiceerde jeugdhulp per verwijzer (huisarts, gecertificeerde instelling, gemeente)

In de HEA zijn speerpunten geformuleerd die bijdragen aan het realiseren van een deel van de doelen uit de Visie Sociaal Domein. In het DIN staan per doel indicatoren opgenomen aan de hand waarvan we de voortgang in het realiseren van deze doelen gaan volgen. Binnen het DIN gaat het om twee type indicatoren:

Deze indicatoren zijn naast onze samenwerking met alle betrokken partners in de structuur van het bestuurlijk overleg en de werkgroepen deel van de wijze waarop we de voortgang monitoren, met elkaar in gesprek gaan over de uitvoering en bijsturen waar dat nodig is.

Maatschappelijk effectindicatoren: Meten maatschappelijke ontwikkelingen die verband houden met onze doelstellingen uit de HEA 2024-2027. De invloed van de gemeente hierop kan echter beperkt zijn, omdat externe factoren ook een rol kunnen spelen bij deze ontwikkelingen. De indicatoren geven wel weer wat de situatie is in Hilversum en vormen daarmee een belangrijke informatiebron voor de uitvoering van ons beleid en geven richting aan sturingsmogelijkheden die we als gemeente wel hebben.

31

I<

8. FINANCIËN

AMBITIE 1. EEN GOEDE START EN EEN DOORGAANDE BREDE ONTWIKKELING Speerpunt

2024

2025

2026

2027 T.o.v. vorige periode

Opstapje

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000 Gelijk

Voor jou en je kind

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000 Uitbreiding

Samenwerking Team Jeugd en Gezin GGD

€ 250.000

€ 250.000

€ 250.000

€ 250.000 Vermindering

Inzetten op versterken ouderbetrokkenheid

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000 Nieuw

€0

€0

€0

A. Werken aan partnerschap met ouders

Bijgaande begroting is een financiële vertaling van de twee ambities met de daaraan gekoppelde speerpunten en acties. Naast de beschikbare cijfers, ziet u ook per actie in de laatste kolom of hiervoor extra, minder of nieuw budget beschikbaar gesteld is ten opzichte van de vorige beleidsperiode. Wanneer er geen budget gereserveerd is voor een actie, betekent dat dat deze actie niet wordt uitgevoerd in de nieuwe beleidsperiode, of dat de actie gefinancierd wordt uit gemeentelijk budget van een ander beleidsterrein, zoals bv. jeugd, of participatie.

Lokale coalitie kansrijke start

vanuit SPUK € 0 Dekking gelden

B: Programma voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Peuteropvang en VVE

€ 1.692.500 € 1.682.500 € 1.682.500 € 1.682.500 Gelijk € 1.500.000

€ 1.500.000

€ 1.500.000

€ 1.500.000

Gelijk

Verplichte HBO inzet

€ 110.000

€ 110.000

€ 110.000

€ 110.000

Gelijk

Frictiekosten

€ 10.000

€0

€0

€0

Gelijk

Scholingskosten

€ 65.000

€ 65.000

€ 65.000

€ 65.000

Gelijk

Expertise - innovatie013

€ 7.500

€ 7.500

€ 7.500

€ 7.500

Gelijk

Ondersteuning zware doelgroeplocaties

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000 Nieuw

Monitoring bereik alle peuters

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000 Gelijk

Maatwerkplansubsidie Monitoring/verbetering VVE - VE Monitor, Kwaliteitsdialogen & expertise CED Groep Netwerkbijeenkomst

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000 Gelijk

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000 Gelijk

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000 Gelijk

Schoolmaatjesproject

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000 Nieuw

Convenant Eerste Opvang Onderwijs (nieuwkomers)

€ 260.000

€ 260.000

€ 260.000

€ 260.000 Uitbreiding

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000 Nieuw

Bijdrage aan VE

C: Doorgaande ontwikkellijn

D: Rijk dagprogramma Rijk dagprogramma E: (Digi)Taalbevordering Voorleesexpress

€ 45.000

€ 45.000

€ 45.000

€ 45.000 Uitbreiding

Inzet van de bieb op school en de peuteropvang

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000 Nieuw

Thuis in Taal

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000 Nieuw

Extra taalonderwijs Entree

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000 Gelijk

€0

€0

€0

vanuit Personeel € 0 Dekking Afdeling Sociaal Domein

€ 20.000

€ 20.000

€0

€ 0 Gelijk

Preventieve logopedie Bevorderen mediawijsheid Subtotaal Ambitie 1

€ 3.192.500 € 3.182.500 € 3.162.500 € 3.162.500

32

I< AMBITIE 2. EEN PASSENDE PLEK EN TIJDIG DE JUISTE ONDERSTEUNING

OVERZICHT

Speerpunt

Uitgaven

2024

2025

2026

2027 T.o.v. vorige periode

A: Afspraken onderwijs, gemeenten, samenwerkingsverbanden Maatwerkbudget (voorheen € 50.000 € 50.000 € 50.000 doorbraakbudget) B. Monitoring van een dekkend aanbod van voorzieningen

€ 50.000 Gelijk

Innovatiebudget

€ 50.000 Nieuw

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Ambitie 1 Ambitie 2 Totaal

C: Laagdrempelige ondersteuingen op scholen en een goede aansluiting op jeugdhulp OZA Mozarthof

€0

€0

€0

vanuit Jeugd­ € 0 Dekking beleid & NPO in 2024

OJA Donnerschool

€0

€0

€0

vanuit Jeugd­ € 0 Dekking beleid & NPO in 2024 vanuit € 0 Dekking Jeugdbeleid

OJA Wijngaard

€0

€0

€0

Productief leren

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000

€0

€0

€0

Schoolmaatschappelijk werk (PO)

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000 Uitbreiding

Jeugdarts in het MBO

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000 Nieuw

€0

€0

€0

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

2024

2025

2026

2027

Coördinatie personeelskosten

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000

Coordinatie - overig

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Subtotaal Overig

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

Passende BSO

Jongerencoaching op school Subtotaal Ambitie 2

Overig

€ 90.000 Gelijk vanuit € 0 Dekking Jeugdbeleid

Budget Gemeentelijke middelen

2024

2025

2026

2027

€ 3.192.500 € 3.182.500 € 3.162.500 € 3.162.500 € 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 3.567.500 € 3.557.500 € 3.537.500 € 3.537.500 2024

2025

2026

2027

€ 794.000

€ 794.000

€ 794.000

€ 794.000

Rijksmiddelen

€ 2.324.815 € 2.324.815 € 2.324.815 € 2.324.815

Restant voorgaand jaar

€ 1.300.000 € 1.216.315

NPO-middelen

€ 365.000

€ 797.630

€ 378.945

€ 20.000

Totaal

€ 4.783.815 € 4.355.130 € 3.916.445 € 3.497.760

Saldo

€ 1.216.315

€ 797.630

€ 378.945

€ -39.740

vanuit € 0 Dekking Jeugdbeleid

OVERIG Item

33

I<

BIJLAGE 1. WETTELIJKE TAKEN GEMEENTE De gemeente krijgt vanuit de wetgeving een aantal taken opgelegd die in een directe relatie staan met onderwijs en kinderopvang.

OPENBAAR ONDERWIJS - Grondwet - Wet op het Primair Onderwijs - Wet op het Voortgezet Onderwijs

ONDERWIJSHUISVESTING - Wet op het Primair Onderwijs - Wet op de Expertise Centra - Wet op het Voortgezet Onderwijs

Openbare scholen zijn voor ieder kind en elke docent toegankelijk. Volgens artikel 23 lid 4 van de Grondwet moeten in elke gemeente genoeg openbare basisscholen zijn. De gemeenteraad heeft de grondwettelijke taak hierin te voorzien, ook in het geval het gemeentebestuur het openbaar onderwijs heeft verzelfstandigd. Dit komt tot uitdrukking in de taken en bevoegd-heden, die de wetgever aan de gemeenteraad als extern toezichthouder voor het verzelfstandigd openbaar onderwijs oplegt, zoals:

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Het beroepsonderwijs, de volwasseneneducatie en het hoger onderwijs zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting. Deze verantwoordelijkheid omvat het faciliteren van nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen. De gemeente heeft hiervoor een verordening opgesteld en stelt een integraal huisvestingsplan op. Jaarlijks voert de gemeente hierover een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de schoolbestuurders. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de huisvesting.

- Besluiten over de opheffing van de openbare school. - Het benoemen van de leden van de Raad van Toezicht van de rechtspersoon; van de stichting openbaar onderwijs. - Het instemmen met een statutenwijziging van de rechtspersoon die het openbaar onderwijs uitvoert. De gemeente heeft ook de mogelijkheid openbare scholen voor voortgezet onderwijs te starten.

LEERPLICHT - Leerplichtwet - Wet op het voorgezet onderwijs - Wet op de expertise centra - Wet Educatie en Beroepsonderwijs De gemeente moet ervoor zorgen dat kinderen en jongeren naar school gaan volgens de Leerplichtwet. Dit houdt in dat ze verplicht zijn onderwijs te volgen tot een bepaalde leeftijd. Alle scholen moeten ongeoorloofd verzuim (bijvoorbeeld spijbelen) melden bij het verzuimloket van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). 34

I<

BIJLAGE 1. WETTELIJKE TAKEN GEMEENTE De gemeente krijgt vanuit de wetgeving een aantal taken opgelegd die in een directe relatie staan met onderwijs en kinderopvang.

REGIONAAL MELD- EN COÖRDINATIEPUNT - Leerplichtwet - Wet op het voorgezet onderwijs - Wet op de expertise centra - Wet Educatie en Beroepsonderwijs

JEUGDBELEID EN PASSEND ONDERWIJS - Jeugdwet - Wet op het Primair Onderwijs - Wet op de Expertise Centra - Wet op het Voortgezet Onderwijs

Gemeenten werken regionaal samen in het Regionale Meldpunt Coördinatie (RMC) om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan en passende begeleiding te bieden aan jongeren van 18-23 jaar die de school dreigen te verlaten zonder een startkwalificatie: een havo-, vwo- of mbo-diploma op niveau 2. De gemeente is verplicht deze jongeren te registreren volgens de Wet Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten. Binnen het RMC wordt gekeken hoe een jongere toegeleid kan worden naar onderwijs of arbeid.

De gemeente is verplicht jeugdbeleid op te stellen, Daaraan zit tevens de plicht om dit beleid af te stemmen met de samenwerkingsverbanden van Primair en Voortgezet Onderwijs. Dit gebeurt in een OOGO. Schoolbesturen hebben vanuit de Wet een zorgplicht. Zij moeten ervoor zorgen dat elk kind/ jongere een passende plek krijgt. Ook als het kind extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft.

LEERLINGENVERVOER - Wet op het Primair Onderwijs - Wet op de Expertise Centra - Wet op het Voortgezet Onderwijs De gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van een passende vervoersvoorziening voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen, bijvoorbeeld bij ziekte, een beperking, gedragsproblemen of op grond van een levensovertuiging. De voorziening kan bestaan uit een vergoeding voor de fiets, openbaar vervoer, eigen vervoer, of taxivervoer. De gemeente is verplicht de regels die in de gemeente gelden, vast te leggen in een verordening. Uitgangspunt is dat de leerling zo thuisnabij mogelijk passend onderwijs kan volgen.

De zorgplicht geldt voor kinderen/jongeren die al op school zitten en kinderen die worden aangemeld. De school zoekt in overleg met de ouders een passende plek. Dit kan op de eigen school, een andere, gewone school als de school van keuze niet de hulp kan bieden die nodig is, of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden, werken scholen in het primair en voortgezet onderwijs samen in samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Hierin maken zij samen afspraken over begeleiding. De regionale samenwerkingsverbanden stemmen het ondersteuningsplan voor hun scholen af met betrokken gemeenten. Ook dit is verplicht.

35

I<

BIJLAGE 1. WETTELIJKE TAKEN GEMEENTE De gemeente krijgt vanuit de wetgeving een aantal taken opgelegd die in een directe relatie staan met onderwijs en kinderopvang.

ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID - Wet op het Primair Onderwijs

TOEZICHT KINDEROPVANG - Wet op de Kinderopvang

De gemeente is verplicht een aanbod van voorschoolse educatie te regelen voor peuters met een (taal)achterstand. Het doel is dat deze achterstand wordt ingelopen. Daarbij hoort een aantal andere plichten, zoals indicering en toeleiding van de doelgroep naar voorschoolse educatie.

Gemeenten zijn wettelijke verantwoordelijk voor de toezicht en handhaving op de kwaliteit van het aanbod van kindcentra (alle vormen van opvang). In opdracht van de gemeente voert de GGD dit toezicht uit en adviseert de gemeente hierover.

Schoolbesturen zijn verplicht een vroegschools aanbod te bieden aan kleuters met een (taal) achterstand. Schoolbesturen, kinderopvang en de gemeente worden via de Wet ook verplicht om afspraken te maken over: - De resultaten van voor- en vroegschoolse educatie. - De organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie. - Het bevorderen van integratie en het voorkomen van segregatie. - De inschrijving en toelating tot scholen - Het bestrijden van onderwijsachterstanden, - De afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures. - Een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen.

36

I<

BIJLAGE 2. BEGRIPPENKADER

LAAGGELETTERD Laaggeletterd betekent dat je de taal of talen die je spreekt slecht beheerst. Deze groep mensen heeft bijvoorbeeld moeite met lezen, schrijven en/ of rekenen. Anderstaligen zijn niet per definitie laaggeletterd. DOELGROEP KINDEREN Doelgroepkinderen kunnen vanaf 2 of 2,5 jarige leeftijd gebruik maken van een VE-aanbod, omdat tijdige ondersteuning ook op latere leeftijd bijdraagt aan een optimale ontwikkeling. PEDAGOGISCHE PROFESSIONALS Een pedagogisch professional zet de omgeving, het programma- & activiteitenaanbod, interactievaardigheden en samenwerking met ouders beredeneerd in met als doel om het welbevinden, de betrokkenheid en de brede ontwikkeling van kinderen te bevorderen. STARTKWALIFICATIE Een startkwalificatie is wat de Nederlandse overheid verstaat onder het minimale onderwijsniveau dat nodig is om serieus kans te maken op duurzaam geschoold werk in Nederland. Met een startkwalificatie heb je meer kans op een baan. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Leerlingen van 16 tot 18 jaar vallen onder de kwalificatieplicht. Leerlingen van 18 tot 23 jaar krijgen hulp van Doorstroompunt-regio's (RMCregio's) om een startkwalificatie te halen.

GELIJKE KANSEN ALLIANTIE Met gemeenten wordt samengewerkt aan gezamenlijke meerjarige GKA-agenda’s, met als doel kansengelijkheid te bevorderen. In deze agenda’s worden afspraken gemaakt over de inzet van data om analyses, onderzoek, experimenten en lokale interventies op te zetten. Dat gebeurt in samenwerking met scholen en maatschappelijke organisaties. De GKA-agenda’s zijn afgestemd op de lokale situatie en problematiek in een gemeente. SAMENWERKINGSVERBAND In een samenwerkingsverband werken scholen samen om in passend onderwijs te kunnen voorzien, en worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over ondersteuningsmaatregelen. Elke regio in Nederland heeft twee samenwerkingsverbanden passend onderwijs: één voor basisonderwijs en één voor voortgezet onderwijs. Alle scholen zijn verplicht aangesloten, behalve cluster 1 en 2 scholen. In het basisonderwijs bestaat dit verband uit de reguliere basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en de scholen voor speciaal onderwijs (so) van de clusters 3 en 4. In het voortgezet onderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit het regulier onderwijs: vmbo, havo en vwo, het praktijkonderwijs en de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso). KANSENGELIJKHEID Kansengelijkheid gaat erom dat iedereen dezelfde kansen krijgt, ongeacht achtergrondkenmerken zoals opleidingsniveau en inkomen ouders, culturele achtergrond en gezondheid. 37

I<

BIJLAGE 2. BEGRIPPENKADER

INCLUSIEF ONDERWIJS Het gaat om onderwijs waarbij kinderen met en zonder beperking of ziekte samen naar school gaan (bron OCW). SCHOOLWEGING Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent de schoolweging van een school op basis van de volgende kenmerken: - Het opleidingsniveau van de ouders; - Het gemiddeld opleidingsniveau van alle moeders op school; - Het land van herkomst van de ouders; - De verblijfsduur van de moeder in nederland; - Of ouders in de schuldsanering zitten.

OJA In een Onderwijs Jeugdhulp Arrangement (OJA) werken onderwijs, jeugdhulpaanbieders en de gemeente samen. Het doel is om kinderen en jongeren die dat nodig hebben op tijd hulp te bieden, zodat alle kinderen de kans krijgen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen.

De schoolweging loopt van 20 tot 40. Hoe lager de schoolweging, hoe minder complex de leerlingenpopulatie en hoe hoger de resultaten die men van de school mag verwachten. OZA Een Onderwijs-zorgarrangement (OZA) is een samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en/ of zorg en leerlingen en hun ouders. Een OZA is er voor leerlingen met een onderwijs- en ondersteuningsbehoefte waarin regulier of speciaal onderwijs niet alleen kan voorzien. Het doel is om op school en thuis de schoolloopbaan en de brede ontwikkeling te bevorderen op basis van één en hetzelfde plan.

38

I<

COLOFON © Gemeente Hilversum 2024 Ontwerp & vormgeving: Studio Pietje Precies bv, Hilversum Meer informatie: Gemeente Hilversum Dudokpark 1 1217 JE Hilversum www.hilversum.nl 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=a2c264f8-ca31-46ff-90d1-aa091e72f42a