CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Hilversumse Educatieve Agenda 2024_2027,Bijlage 1. Hilversumse Educatieve Agenda 2024_2027

GEMEENTERAAD 6 maart 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Gemeentelijk Onderwijsbeleid (Hilversumse Educatieve Agenda 24-27) (1383065)12.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERDER LEREN! EDUCATIE AGENDA HILVERSUM 2024-2027

VOORWOORD Hierbij presenteren wij met trots de Hilversumse Educatieve Agenda (HEA) 2024-2027: "Verder Leren!" In dit document hebben we als gemeente, in samenwerking met de kinderopvang en het onderwijs, onze gezamenlijke doelen en acties voor de komende vier jaar vastgelegd om de ontwikkelkansen en de kansengelijkheid van de Hilversumse jeugd te vergroten.

Hoewel de afspraken en acties in onze HEA voor de komende vier jaar zijn vastgelegd, willen wij, samen met de kinderopvang, onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke partners, gedurende deze periode nieuwe ontwikkelingen, thema's, best practices, kansen en mogelijkheden blijven verkennen en aanpassen wanneer dat nodig is.

Samen streven we naar een solide basis in de voorschool, een naadloze overgang naar het primair en voortgezet onderwijs en gunstige vooruitzichten op de arbeidsmarkt. Hilversum wil het mogelijk maken de verworven pedagogische inzichten voor het verwezenlijken van een doorgaande leerlijn waar mogelijk te ondersteunen, te faciliteren en haar rol als gemeente hierin verder te onderzoeken.

Het is ook van groot belang dat we aandacht blijven besteden aan het thema segregatie. Het is essentieel om ervoor te zorgen dat alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, gelijke kansen krijgen in het onderwijs. Dit vraagt om een actieve aanpak om segregatie tegen te gaan. We moeten streven naar inclusieve onderwijsomgevingen en programma's die diversiteit omarmen.

Centraal staat dat kinderen, jongeren en hun ouders zelfstandig dit ontwikkelingstraject doorlopen, waarbij zij kunnen rekenen op een hoogwaardig aanbod van kinderopvang en onderwijs met passende begeleiding. Desondanks begrijpen wij dat er momenten zijn waarop extra ondersteuning noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer een kind de Nederlandse taal nog niet beheerst of wanneer er andere uitdagingen zijn die de schoolloopbaan beïnvloeden. Deze agenda richt zich vooral op hoe we in dergelijke situaties aanvullende hulp kunnen bieden, zodat elke jongere de optimale kans krijgt om zich te ontwikkelen op het eigen niveau.

Samen met alle betrokken partijen werken we aan het creëren van gelijke kansen voor iedereen, zodat elk kind, ongeacht de achtergrond, dezelfde mogelijkheden heeft om te leren en te groeien. De HEA biedt de kaders om deze uitdaging gezamenlijk aan te gaan. Kortom, de HEA is een belofte aan alle jeugd van Hilversum dat wij onze uiterste best zullen doen om hen te ondersteunen in hun ontwikkeling. Wij willen graag iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan het tot stand komen van de HEA. Jullie inzet is waardevol en draagt bij aan de toekomst van onze jeugd in Hilversum. Karin van Hunnik, wethouder onderwijs gemeente Hilversum

2

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD

02

7. MONITORING

30

1. INLEIDING Leeswijzer

04 06

8. FINANCIËN

32

BIJLAGEN 1. Wettelijke taken gemeente 2. Begrippenkader

34 34 37

2. WAT WILLEN WE? Visie op kinderopvang en onderwijs Gelijke kansen Leidraad

07 07 07 08

3. WIE GAAT DAT DOEN EN WAAR? Gezamenlijkheid Lokaal én regionaal

09 09 09

4. HOE DOEN WE DAT? Structuur Objectieve criteria Integrale samenwerking

10 10 10 10

5. WAAR HOUDEN WE REKENING MEE? Lokale, landelijke en internationale ontwikkelingen

11 11

6. WAT GAAN WE DOEN? Ambitie 1. Een goede start en een doorgaande brede ontwikkeling Ambitie 2. Een passende plek en tijdig de juiste ondersteuning Integrale samenwerking

13 13 19 25

3

I<

1. INLEIDING De Hilversumse Educatieve Agenda 2024-2027 (HEA) 'Verder leren!' presenteert een kader waarin de gemeente, kinderopvang en onderwijs gezamenlijk hun visie en doelstellingen op het gebied van educatie vastleggen voor een periode van vier jaar. De HEA is tot stand gekomen door de diverse dialogen die gevoerd zijn met de kinderopvang, het onderwijs en overige maatschappelijke betrokkenen. Ook zijn de resultaten van de HEA-evaluatie 2021-2022 en de inzet van de Hilversumse Nationaal Programma Onderwijs Actieagenda meegenomen in de totstandkoming van de HEA (het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is een geoormerkte rijkssubsidie aan onderwijs en gemeente om de achterstanden als gevolg van Corona weg te werken). Tevens is gesproken met de adviesraad Sociaal Domein. De afgelopen periode is gebleken dat, ondanks de nasleep van corona, de personeelstekorten en de toestroom van Oekraïense kinderen als gevolg van de oorlog, vele initiatieven genomen en resultaten behaald zijn (zie ook de evaluatie van de Hilversumse educatieve agenda 2021-2022). Dat laat veerkracht binnen het veld van kinderopvang en onderwijs zien.

We bestendigen in deze HEA de succesvolle interventies die effectief zijn gebleken, we bouwen verder aan de onderlinge samenwerking en het integraal werken, maar brengen ook wijzigingen aan: Ambitie 3 'een goede door- en uitstroom' uit de HEA 2021-2024 nemen we in de HEA op in ambitielijn 1, een goede start en een doorgaande brede ontwikkeling'. Hiermee beogen we dat er vanaf de start tot de uitstroom richting arbeidsmarkt sprake is van een doorgaande ontwikkellijn die alle onderwijsfasen van jeugdigen verbindt. In ambitielijn 2 'een passende plek en tijdig de juiste ondersteuning' streven we ernaar dat jeugdigen die extra ondersteuning nodig hebben een zo 4

I<

passend mogelijk opvang- en onderwijsaanbod krijgen met de juiste begeleiding. Aan beide ambities zijn speerpunten en activiteiten gekoppeld. Ten opzichte van de voorgaande HEA: - Leggen we meer nadruk op het ondersteunende brede netwerk rondom het kind. Dit vloeit voort uit het document Kansrijk opgroeien 0-13 jaar in Hilversum dat vanuit pedagogisch oogpunt is opgesteld. - Zetten we extra in op taalbevordering. Hilversum heeft een hoger percentage laaggeletterden dan het landelijk gemiddelde (14% t.o.v. 12%), dus moeten we hiermee aan de slag (bron: dashboard Geletterdheid in zicht van Stichting Lezen en Schrijven). We zien taal als de sleutel om mee te kunnen doen op school en in de maatschappij. We zien het ook als belangrijk middel om de kansengelijkheid te verhogen. We zetten al vanaf jonge leeftijd in op taalbevordering. - Willen we de verbinding tussen zorg, kinderopvang en onderwijs versterken en kijken hierbij naar de aanpak van jeugdhulp in de regio. - Willen we meer domein overstijgend werken en een samenhang creëren tussen alle ontwikkel-, onderwijs- en leeftijdsfasen. De Visie Sociaal Domein 2023 'Wij zijn Hilversum' zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Hilversum op 5 april 2023 vormt de basis van de HEA.

In de Visie Sociaal Domein baseert de gemeente Hilversum haar werkwijze binnen het sociaal domein op drie kernbegrippen: vertrouwen, betrokkenheid en eenvoud. Deze begrippen liggen ook aan de basis van de HEA.

Het onderwijsbeleid is onderdeel van de manier waarop we in Hilversum invulling geven aan de ambities zoals deze zijn geformuleerd in de Visie Sociaal Domein, waarin de drie onderwerpen kansengelijkheid, sterke buurten en bestaanszekerheid leidend zijn. De HEA benadrukt de cruciale rol van kinderopvang en onderwijs en wil gelijke kansen bieden aan alle jeugdigen in Hilversum, ongeacht hun achtergrond of sociaaleconomische status. Door te investeren in educatie streven wij ernaar dat elke jeugdige zich kan ontwikkelen, waarbij kansengelijkheid centraal staat. De HEA onderstreept de ambitie om barrières en ongelijkheden te doorbreken en richt zich op het ontwikkelen van inclusieve en toegankelijke leeromgevingen die ervoor zorgen dat elke jeugdige zich gehoord, gezien en gesteund voelt. De focus ligt vooral op jeugdigen in de leeftijdsgroep van 0-23 jaar die extra ondersteuning behoeven, waarbij we doen wat nodig is om dit doel te bereiken. De onderwerpen in deze visie verbinden we ook aan het fysieke domein, wat van belang is voor de verbinding tussen kinderopvang, onderwijs en onderwijshuisvesting. De HEA kent een dynamisch karakter en kan worden aangepast aan veranderende maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen. In de afgelopen jaren hebben we ervaren, onder andere door corona en de oorlog in Oekraïne, dat het nodig is flexibel op ontwikkelingen in te kunnen spelen.

In dit document formuleren we kaders en leggen we vast wat er bereikt moet worden, maar ook wie erbij betrokken is, hoe het gedaan zal worden en wat het financiële kader is. Dit wordt vertaald naar concrete ambities, speerpunten en acties.

Met de HEA spreken we uit dat we vertrouwen hebben in de kracht van de samenwerking, zo bundelen kinderopvang, onderwijs, ouders en de bredere gemeenschap hun krachten. Betrokkenheid dient als drijvende kracht achter onze inspanningen om jeugdigen en hun ouders te betrekken bij het vormgeven van hun leer- en ontwikkeling. Het principe van eenvoud helpt ons om heldere en haalbare doelen te stellen, waardoor we doortastend kunnen handelen en resultaten kunnen verwezenlijken.

5

I<

LEESWIJZER In de HEA wordt u als lezer meegenomen door de stappen die hebben geleid tot een gezamenlijk gedragen agenda. De HEA beschrijft een koers voor de komende vier jaar. In die richting hebben onderwijs, kinderopvang en de gemeente Hilversum vastgelegd welke onderwerpen de hoogste prioriteit hebben, welke afspraken daarover gemaakt worden en wat we de komende jaren gaan ontwikkelen. Alle concrete ambities, speerpunten en acties vindt u vanaf het hoofdstuk 'Wat gaan we doen'. De achterliggende afspraken, visie en uitgangspunten vindt u onder deze leeswijzer. Onze uitwerking van de integrale samenwerking leest u in het gelijknamige paragraaf. De financiële vertaling van alle ambities, speerpunten en acties vindt u in het hoofdstuk Financiën. Hier treft u ook het overzicht van welke acties voortgezet, uitgebreid en nieuw zijn. Voor het volledig overzicht kunt u uiteraard de inhoudsopgave raadplegen. In deze HEA hanteren we de volgende termen: - kinderen hebben de leeftijd 0 t/m 12 jaar, - jongeren hebben de leeftijd 13 t/m 18+ jaar - jeugdigen is de overkoepelende term voor alle 0-18+ jarigen. Wanneer in dit document gesproken wordt over de ouder, wordt daar ook mee bedoeld de verzorgende.

6

I<

2. WAT WILLEN WE? VISIE OP KINDEROPVANG EN ONDERWIJS

GELIJKE KANSEN

In Hilversum hebben we binnen de HEA een visie op de ontwikkeling van jeugdigen. Deze visie vloeit voort uit de opgave om kansengelijkheid te versterken zoals beschreven in de visie van het sociaal domein 2023 'Wij zijn Hilversum'.

Het Hilversumse onderwijsbeleid is erop gericht alle jeugdigen kansrijk op te laten groeien (de gemeente Hilversum is aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie). We willen toewerken naar een samenleving waarin jeugdigen de mogelijkheid hebben om te leren, zich optimaal te ontwikkelen en volwaardig mee te doen, ook als er wat meer ondersteuning nodig is. Het mag niet uitmaken in welke wijk je woont, wat je achtergrond is of welke opleiding je ouders hebben gehad. We vinden dat iedere jeugdige het recht heeft op een leeromgeving die hen ondersteunt het beste uit zichzelf te halen.

We willen dat alle jeugdigen in de gemeente Hilversum zich kunnen ontwikkelen in een omgeving die aansluit bij hun behoeften en talenten. We willen een inclusieve gemeente zijn, waarin zij kunnen opgroeien en toegerust worden voor een goede toekomst. We streven ernaar dat zij veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Alle jeugdigen hebben het recht om zich optimaal te ontwikkelen en zich te ontplooien als zelfredzame en gelukkige burgers. Ze leren zelf te ontdekken waar ze goed in zijn en krijgen optimale kansen om zich breed te ontwikkelen. Voor sommige jeugdigen is bovenstaande ontwikkeling niet vanzelfsprekend en dus richten we ons in de HEA op de doelgroepen die extra ondersteuning nodig hebben: - Jeugdigen die op grond van sociale, culturele en/of economische omstandigheden ongelijke ontwikkelkansen hebben. - Jeugdigen die met extra ondersteuning daar waar mogelijk thuisnabij, een passend onderwijsaanbod krijgen. - Jeugdigen met taalachterstanden. - Jeugdigen die voortijdig het onderwijs (dreigen te) verlaten.

De kinderopvang en het onderwijs hebben een bijzondere verantwoordelijkheid op het gebied van gelijke kansen. Juist in de levensfase 0-23 jaar wordt het fundament gelegd voor het verdere leven. Iedereen verdient een goede startpositie in de samenleving. Dit maakt het essentieel dat het verbeteren van kansengelijkheid als een rode draad door de HEA loopt. Het bevorderen van kansengelijkheid betekent ook, dat we in het onderwijsbeleid bewust kiezen daar te investeren waar dit het meest nodig is. Onze inzet is doelgericht, op maat en gericht op effecten. We stemmen af op verschillende behoeften en vinden dat ongelijk investeren nodig is om uiteindelijk juist meer gelijkheid te creëren. Hierbij committeren we ons aan een werkhouding waarbij we ons flexibel opstellen en kunnen meebewegen met wat de kinderopvang, het onderwijs en de Hilversumse jeugdigen nodig hebben.

Met het oog op deze gedeelde visie en doelgroep bepaling vormt gelijke kansen de kern van onze agenda. 7

I<

LEIDRAAD Om uitvoering te geven aan de HEA hanteren wij de onderstaande leidraad die richting geeft aan ons handelen. Hilversum staat als gemeente voor: - Wij zijn een gemeente, waarin we vanaf de peuterleeftijd, van basisschool tot MBO, van regulier tot gespecialiseerd onderwijs, alle jeugdigen kunnen voorzien in leren en ontwikkelen. - Wij streven naar een optimale ontwikkeling en bieden een positieve leer- en talentcultuur waar je mag leren door vallen en opstaan. - Wij werken samen met onze kinderopvang- en onderwijspartners aan een stevig en toegankelijk netwerk met een ontwikkelgericht aanbod rondom jeugdigen en integraal binnen de gemeentelijke domeinen. - Wij zetten in op de generatie van de toekomst om hen in staat te stellen om volwaardig mee te doen aan de veranderende maatschappij; daar bereiden we onze jeugdigen op voor. - Wij bieden maatwerk, door acties en middelen in te zetten op de plekken waar dat het hardste nodig is om alle jeugdigen gelijke kansen te bieden.

8

I<

3. WIE GAAT DAT DOEN EN WAAR? GEZAMENLIJKHEID De HEA is een gezamenlijk, breed gedragen document van drie partijen: kinderopvang, onderwijs en de gemeente. In de agenda zijn de belangrijkste onderwerpen met een gezamenlijk belang vastgelegd. Ook is bepaald welke onderwerpen de komende vier jaren uitgewerkt worden. In dit document wordt daarom beschreven wat 'we' willen bereiken. Onder 'we' wordt verstaan: - Wanneer het over de totstandkoming van de HEA gaat, staat 'we' voor de besturen van kinderopvang, onderwijs en gemeente. - Wanneer het over de uitvoering van de HEA gaat, staat 'we' voor de kinderopvang, onderwijs, de gemeente en maatschappelijke partners, zoals bibliotheek, welzijn, Team Jeugd en Gezin van de GGD e.a.

LOKAAL ÉN REGIONAAL In de HEA is vastgelegd hoe binnen de gemeentegrenzen van Hilversum wordt gewerkt. Daarnaast werken we op verschillende onderwerpen samen in de regio Gooi- en Vechtstreek, zoals leerplicht, opvang Oekraïne en binnen de samenwerkingsverbanden van zowel het primair- als het voortgezet onderwijs. Ook worden voor het onderwijs relevante onderwerpen, zoals de inkoop van de jeugdhulp, in regionaal verband opgepakt. De betrokkenheid van Hilversum is hierin groot, aangezien we een centrumgemeente zijn. In de HEA kijken we naar de lokale situatie, waarin concrete acties benoemd worden en hoe deze zich verhouden tot de regio. 9

I<

4. HOE DOEN WE DAT? STRUCTUUR

OBJECTIEVE CRITERIA

Voor de totstandkoming en de uitvoering van de activiteiten uit de HEA is een structuur van bestuurlijk overleg (gemeenten zijn wettelijk verplicht dit overleg te organiseren), de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) en werkgroepen ingericht.

Wanneer het gaat over het investeren waar dat het meeste nodig is, kijken we waar we de meeste impact kunnen maken op het bevorderen van kansengelijkheid. We gaan daarbij uit van objectieve criteria. We kijken naar de beschikbare data, voeren op basis hiervan gesprekken en bepalen op grond daarvan waar de meeste winst te halen is. Voorbeelden van data die hiervoor in aanmerking komen, zijn de schoolweging en onderwijsachterstandsscores (bron: CBS) en de aantallen doelgroepkinderen.

BESTUURLIJK OVERLEG In het bestuurlijk overleg, met daarin de bestuurders van kinderopvang, onderwijs en gemeente, worden de hoofdlijnen bepaald en worden opdrachten geformuleerd voor de werkgroepen. In het bestuurlijk overleg worden voorstellen vanuit de werkgroepen behandeld en geaccordeerd. Daarnaast worden in het bestuurlijk overleg jaarlijks de HEA-ontwikkelingen gevolgd. Jaarlijks worden onderstaande wettelijk verplichte onderwerpen inzake onderwijsachterstanden geagendeerd (te weten artikel 161 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 3.42 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs): - Bevorderen van integratie en voorkomen van segregatie; - De afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; - Bestrijden van onderwijsachterstanden; - Een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen. WERKGROEPEN De werkgroepen die per ambitie ingesteld zijn, bestaan uit vertegenwoordigers van gemeente, onderwijs en kinderopvang. De deelnemers zitten daarin namens de gezamenlijke besturen. Zij hebben een opdracht gekregen vanuit het bestuurlijk overleg en leggen concrete voorstellen voor aan het bestuurlijk overleg.

INTEGRALE SAMENWERKING De samenwerking tussen kinderopvangpartijen en onderwijs, evenals de interne samenwerking binnen de gemeente, is van cruciaal belang om een integraal beleid te ontwikkelen binnen het sociaal domein. Deze samenwerking streeft ernaar om verschillende beleidsterreinen met elkaar te verbinden, zoals arbeidsparticipatie, cultuur, gezondheid, jeugd, onderwijs, onderwijshuisvesting, sport, vastgoed en welzijn. Wij werken vanuit de bedoeling en kijken niet alleen naar regels. Het uiteindelijke doel is het verbeteren van de levenskwaliteit van alle inwoners, met een speciale focus op jeugdigen in de kinderopvang en het onderwijs. De integrale samenwerking bevordert een gecoördineerde aanpak, waarbij beleidsmakers en andere professionals samenwerken om de behoeften van jeugdigen en gezinnen te begrijpen en effectieve oplossingen te bieden. Deze aanpak strekt zich uit tot andere onderwerpen binnen het sociaal domein, zoals veiligheid, armoede en kindermishandeling, die hun impact laten zien in het onderwijs en jeugdzorg. Hier is onderwijs de signaleringsplek voor deze problematiek.

10

I<

5. WAAR HOUDEN WE REKENING MEE? LOKALE, LANDELIJKE EN INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN In deze HEA-periode houden we rekening met een aantal lokale, landelijke en internationale ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitkomsten van de resultaten. Het gaat dan om: PERSONEELSTEKORTEN Bij de uitvoering van het HEA houden we zoveel mogelijk rekening met het feit dat zowel binnen de kinderopvang als het onderwijs sprake is van een tekort aan personeel. Dat kan consequenties hebben voor de acties die we inzetten. Daarnaast zal het onderwerp 'personeelstekorten' steeds terugkomen in het bestuurlijk overleg met onderwijs en kinderopvang. Waar nodig en mogelijk zal de gemeente ondersteuning bieden. ONTWIKKELINGEN ROND INCLUSIEF ONDERWIJS EN LEERRECHT VAN HET KIND Toenmalig minister Wiersma heeft in maart van 2023 de Tweede Kamer de 'Contouren Werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035 gestuurd. Het gaat om onderwijs waarbij kinderen met en zonder beperking of ziekte samen naar school gaan. Er wordt ingezet op inclusief onderwijs in 2035 met daarbij een sterke verbinding tussen onder meer onderwijs en zorg, zorgpartners en gemeenten. Inclusievere kinderopvang en onderwijs dragen bij aan de maatschappelijke opgave om toe te werken naar een steeds inclusievere maatschappij. De kinderopvang en het onderwijs zijn een onderdeel van deze beweging, maar kunnen het niet alleen.

Deze opgave kan alleen gezamenlijk worden opgepakt en wordt vormgegeven binnen de HEA en in lijn met de uitgangspunten van de hervormingsagenda jeugd. ONTWIKKELINGEN ROND VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN EN OVERSTAP VAN SCHOOL NAAR WERK Minister Dijkgraaf heeft in november 2022 de Tweede Kamer geïnformeerd over voortijdig schoolverlaten en een integrale aanpak van school naar werk. De aanleiding was de sterke groei van het aantal vroegtijdig schoolverlaters. De bedoeling is om jongeren meer perspectief te bieden zodat zij na het succesvol behalen van hun diploma een zo sterk mogelijke start op de arbeidsmarkt krijgen. Het doel is om gelijke kansen te bevorderen door jongeren die dit nodig hebben hulp te bieden in de overstap van school naar werk. 11

I<

ONTWIKKELINGEN ROND INTEGRALE KINDCENTRA ('IKC') IKC-vorming is een landelijke ontwikkeling ingegeven door pedagogische inzichten in het onderwijs, in de kinderopvang en in de politiek. Ook in Hilversum werken diverse besturen van onderwijs en kinderopvang samen aan de (door) ontwikkeling van IKC’s. Het bieden van een rijk dagprogramma met een aansluitende leer- en ontwikkelomgeving vergroot de kansen van kinderen. We willen een doorlopende ontwikkellijn voor jeugdigen realiseren. De organisatie van een IKC gebeurt niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel vraagt IKC-vorming van de gemeente een ondersteunende rol, met name om integrale benadering vanuit de gemeentelijke organisatie. VERANDERENDE LEERLINGAANTALLEN Er zijn in 2021- 2022 totaal 8.832 leerlingen in het primair onderwijs in Hilversum. 403 daarvan bezoeken het speciaal onderwijs, 397 het gespecialiseerd basisonderwijs en 8.032 leerlingen zitten op één van de reguliere scholen voor basisonderwijs. Er zijn in 2021-2022 in 8.641 leerlingen in het voortgezet onderwijs in Hilversum. 310 daarvan bezoeken het voortgezet speciaal onderwijs, waarvan 3 scholen in Hilversum zijn gevestigd. 8331 leerlingen bezoeken een van de reguliere scholen voor het voortgezet onderwijs. Scholen op de Kaart geeft het complete beeld van de scholen en leerlingaantallen in Hilversum.

Het aantal leerlingen dat per schooljaar gebruik maakt van onderwijs in Hilversum groeit al jaren gestaag. Op grond van de leerlingenprognoses groeit de leerlingenstroom in het basisonderwijs met 415 leerlingen ten opzichte van 2022 en voor het voortgezet onderwijs geldt een groei met 293 leerlingen voor het jaar 2042. De gestage groei is onder andere te verklaren door de groei van Hilversum (meer woningbouw), (arbeids-)migratie, de toestroom van Oekraïners en de toename van kinderen van expats. Deze groei brengt een uitdaging met zich mee voor zowel het onderwijs, de kinderopvang (het zorgen voor voldoende leraren resp. pedagogische professionals) als de gemeente. De mate van groei (en krimp) heeft invloed op de onderwijshuisvestingsbehoefte. Dit is een onderdeel van het gemeentelijke onderwijshuisvestingsbeleid.

INTERNATIONALISERING In Hilversum is een uitgebreid aanbod binnen het primair- en voortgezet onderwijs aan nieuwkomers en leerlingen die internationaal georiënteerd zijn (gericht op Engels als voertaal en/of verblijf in buitenland): - De taalschool, gericht op integratie van nieuwkomers. - International Primary School Hilversum, met internationale oriëntatie. - Internationale school Hilversum, primair en voortgezet onderwijs met internationale oriëntatie. - Tweetalig regulier onderwijs en kinderopvang met internationale oriëntatie. De toestroom van vluchtelingen heeft ook in Hilversum een impact gehad op het onderwijs en de kinderopvang. De gemeente heeft te maken gekregen met een toename van gezinnen die hun thuisland zijn ontvlucht, op zoek naar veiligheid en stabiliteit. Deze nieuwe instroom brengt een diversiteit aan culturele en educatieve achtergronden met zich mee, wat vraagt om een doordachte aanpak en extra ondersteuning binnen het onderwijs en de kinderopvang om ieder kind gelijke onderwijskansen te bieden. Het onderwijssysteem en de kinderopvang moeten zich aanpassen om taalbarrières, culturele verschillen, meertaligheid en trauma gerelateerde uitdagingen het hoofd te bieden. Daarbij is het ook van belang dat we rekening houden met een structureel veranderde situatie.

INTERBESTUURLIJK TOEZICHTKADER Sinds 1 januari 2023 geldt een nieuw interbestuurlijk toezichtkader voor gemeenten waarop de onderwijsinspectie toezicht houdt. Het interbestuurlijk toezichtkader is gericht op gemeentelijke taken opgenomen in de Wet kinderopvang, de Wet primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs. Gemeenten hebben naast onderwijsachterstandenbeleid ook een taak op het gebied van toezicht en handhaving kinderopvang in medebewind, waarop de inspectie controleert. Er is rekening gehouden met het nieuwe toezichtkader in dit nieuwe beleid.

12

I<

6. WAT GAAN WE DOEN? De gemeente, de kinderopvang en het onderwijs hebben zowel bestuurlijk als op werkgroep niveau gekeken naar de ambities voor de nieuwe beleidsperiode. De evaluatie van de HEA 2021-2024 vormde hiervoor de basis. We zetten de lijn door die in de HEA 2021-2024 is ingezet. Dit heeft geleid tot een tweetal ambities met daaronder verschillende speerpunten en acties, te weten 1) een goede start en een doorgaande brede ontwikkeling en 2) een passende plek en tijdig de juiste ondersteuning.

AMBITIE 1. EEN GOEDE START EN EEN DOORGAANDE BREDE ONTWIKKELING We willen alle kinderen een goede start bieden en ervoor zorgen dat zij zich goed kunnen blijven ontwikkelen. Samen met onze partners willen we een stevig en toegankelijk netwerk met een ontwikkelingsgericht aanbod rondom het kind organiseren en dit - op plaatsen waar dit er al is - versterken. De kinderopvang, het onderwijs en andere 'wijk- en kind partners' hebben allen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van kinderen. Gezamenlijk organiseren zij een totaalaanbod in cognitief, sociaal-emotioneel en cultureel opzicht. Een intensieve samenwerking tussen deze organisaties en hun medewerkers is belangrijk bij het realiseren van dit ondersteunend netwerk rondom het kind.

We geloven in een samenhangende leerervaring waarbij elke stap in het onderwijsproces goed op elkaar aansluit, zodat kinderen gestaag kunnen groeien, hun kennis en vaardigheden kunnen verdiepen en hun volledige potentieel kunnen aanspreken. Daarbij volgen we de ontwikkeling van de leerlingen en bieden extra ondersteuning wanneer de situatie daar om vraagt. Met ambitie 1: ‘Een goede start en een doorgaande brede ontwikkeling’ richten we ons op het creëren van een sterke basis en een doorlopende ontwikkeling voor alle jeugdigen in onze gemeente. We richten ons specifiek op kinderen met een verhoogd risico op een achterstand in taal en ontwikkeling. We streven naar een doorgaande ontwikkellijn die naadloos overgaat van de vroege kinderjaren naar het basisonderwijs, vervolgens naar het voortgezet en vervolgonderwijs en tenslotte naar werk. We hebben de onderstaande speerpunten geformuleerd: A. Werken aan partnerschap met ouders. B. P  rogramma Voor-en Vroegschoolse Educatie (VVE). C. Doorgaande ontwikkellijn. D. Rijk dagprogramma. E. (Digi)Taalbevordering.

13

I<

SPEERPUNT A: WERKEN AAN PARTNERSCHAP MET OUDERS Wezenlijk voor de ontwikkeling van jeugdigen is ondersteuning en positieve begeleiding vanuit thuis. Deze steun is niet in elk gezin gelijk. We willen daarom de ouders ondersteunen om tot een positief educatief thuismilieu te komen. Positieve ouderbetrokkenheid geeft jeugdigen een betere start op school en in onze samenleving.

2. Voor jou en je kind De cursus 'Voor jou en je kind!' biedt ouders van peuters en kleuters een steun in de rug bij het stimuleren van de taal- en schoolontwikkeling van hun kind. De cursussen worden georganiseerd op een aantal centrale locaties in Hilversum. We willen minstens 80 ouders bereiken.

Partnerschap met de ouders krijgt specifieke aandacht bij de doelgroep in de voor- en vroegschoolse periode. In de gemeente Hilversum stimuleren alle betrokken partners samen met ouders de ontwikkeling van kinderen/jongeren. Vanuit vertrouwen, gelijkwaardigheid en respect versterken wij elkaar in onze rol en waarderen we elkaars persoonlijke keuzes en belangrijke waarden. De professional ondersteunt daarbij de behoefte van jeugdigen en de ouders.

3. Samenwerking Jeugd en Gezin Regio Gooi en Vechtstreek (Team Jeugd en Gezin van de GGD) Het gaat om extra inzet van de Team Jeugd en Gezin van de GGD (het consultatiebureau) voor onder andere het buitenhuisproject, begeleiding van Sociaal Medische Indicatietrajecten, (prenataal) stevig ouderschap en cursussen voor aanstaande ouders.

Concrete acties: 1. Opstapje Opstapje is een gezinsgericht stimuleringsprogramma gericht op het vergroten van de onderwijskansen van kinderen tussen 1 en 2 jaar, door de kwaliteit van interactie tussen ouder(s) en kind te verbeteren. We willen jaarlijks minstens 40 gezinnen bereiken.

4. Plan van aanpak partnerschap met de ouders In de afgelopen periode is met de werkgroep partnerschap met ouders aan een plan van aanpak gewerkt. Dit wordt in de komende periode verder opgepakt. 5. Lokale coalitie kansrijke start De gemeente heeft samen met relevante partners een lokale coalitie rond het programma ‘Kansrijke Start’ gevormd om kinderen en hun ouders tijdens de eerste 1000 dagen een goede start te geven.

14

I<

SPEERPUNT B: PROGRAMMA VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE Voor- en vroegschoolse educatie ('VVE') is gericht op het ondersteunen van kinderen in hun ontwikkeling, zodat ze een goede start kunnen maken in het onderwijs en hun volledige potentieel kunnen bereiken. We realiseren voldoende voorzieningen in aantal en spreidingen. Alle peuters kunnen hierdoor twee dagdelen per week deelnemen aan een VVE programma en peuters met een risico op het gebied van de Nederlandse taal en/of hun ontwikkeling ('doelgroep peuters') vier dagdelen. Wij streven als gemeente Hilversum naar een zo breed mogelijke VVE inzet door diverse aanbieders. Concrete acties: 1. Subsidie peuteropvang en VVE Peuterspeelzalen die VVE bieden worden door de gemeente Hilversum gesubsidieerd, hiermee reduceren we de kosten voor ouders via zorgvuldig afgewogen criteria. De criteria worden jaarlijks geëvalueerd en indien nodig aangepast. 2. Ondersteuning van zware doelgroep locaties In Hilversum streven we naar een evenwichtige verhouding doelgroep en reguliere peuters op een groep (50/50). In de praktijk blijkt dit een uitdaging. De samenstelling van de groepen op de peuterspeelzalen zijn een afspiegeling van de wijken waarin de vestigingen zijn gehuisvest. We signaleren een toename in aantal en zwaarte van behoefte aan ondersteuning bij de zware doelgroep locaties.

We zetten in op extra ondersteuning van locaties waar evenwicht ontbreekt. In 2022 en 2023 is m.b.v. NPO-middelen gezorgd voor tijdelijke ondersteuning. We continueren deze inzet en maken bij onze afwegingen gebruik van objectieve criteria. 3. Bereik doelgroep peuters We zetten ons in voor deelname van alle doelgroep peuters en realiseren inzicht in de doelgroep peuters die niet naar een voorschool gaan (non-bereik). We monitoren het bereik m.b.v. de ICT tool 'De Peutermonitor' en blijven hierover in gesprek met Team Jeugd en Gezin van de GGD en de aanbieders. 4. Integrale samenwerking We onderzoeken actief de mogelijkheden om de reguliere kinderopvang en peuteropvang met elkaar te verbinden. 5. Maatwerkplansubsidie De inzet van de maatwerkplannen biedt mogelijkheden om doelgroep kleuters te ondersteunen. Met de maatwerkplansubsidie steunen we deze kinderen door een financiële impuls te geven aan de maatwerkscholen, waardoor zij extra mogelijkheden hebben om taalachterstanden in de vroegschoolse periode (groep 1 en 2) te bestrijden. Op basis van objectieve criteria bepalen we welke scholen voor deze subsidie in aanmerking komen.

6. VVE Ambities ('Resultaatafspraken') Kinderen zijn erbij gebaat dat de kwaliteit van VVE goed is, zodat ze zo goed mogelijk worden geholpen om zonder of hooguit met een beperkte achterstand aan groep 3 te beginnen. Gemeente, schoolbesturen en kinderopvang maken afspraken over hun ambities m.b.t. VVE en leggen deze in deze periode vast. Het doel is zicht te krijgen op de kwaliteit van VVE die wordt geboden én de ontwikkelingsresultaten die daarmee op groepsniveau worden behaald door de doelgroepkinderen. In de nieuwe beleidsperiode willen we onze ambities vastleggen. 7. Monitoring en verbetering van de VVE kwaliteit Jaarlijks wordt met aanbieders van peuteropvang afgesproken op welke wijze wordt ingezet op monitoring en verbetering van de kwaliteit in relatie tot de gestelde VVE ambitie, bijvoorbeeld met behulp van een VVE monitor door de CED groep, scholingsmiddagen voor pedagogisch medewerkers en/of (netwerk) gesprekken. Jaarlijks faciliteren we kwaliteitsdialogen tussen maatwerkplanscholen aan de hand van de gestelde VVE ambities in relatie tot de inhoud van maatwerkplanaanvraag. 8. Netwerkbijeenkomst voor VVE medewerkers Jaarlijks wordt een netwerkbijeenkomst georganiseerd voor medewerkers in de VVE. Het betreft een bijeenkomst voor pedagogisch medewerkers in de peuteropvang én leerkrachten werkzaam in groep 1 en 2 bij scholen die subsidie ontvangen voor maatwerkplannen.

15

I<

SPEERPUNT C: DOORGAANDE ONTWIKKELLIJN We vinden het van belang om tezamen met de ouders, alle jeugdigen bij hun ontwikkeling te begeleiden van hun vroegste kindertijd tot volwassenheid. Dit omvat het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige leeromgeving, het organiseren van stevige en toegankelijke netwerken met een ontwikkelingsgerichtaanbod rondom het kind, het faciliteren van een soepele overgang tussen verschillende onderwijsfasen, het voorkomen van schooluitval en het bevorderen van een cultuur van een leven lang leren. Het doel is jeugdigen te ondersteunen bij hun ontwikkeling en hen in staat te stellen hun volledige potentieel te bereiken. We investeren daar waar dit het meest nodig is, om gelijke ontwikkelkansen te bevorderen. Concrete acties: 1. Overdracht doelgroeppeuters De overdracht van doelgroeppeuters van peuteropvang naar basisschool gaan we nauwer monitoren om een scherper beeld te krijgen hoe vaak en met welke reden de warme overdracht wel/ niet lukt. Deze inventarisatie zal de basis van nieuwe afspraken zijn. De doelstelling is dat we aan het einde van de HEA periode voor alle doelgroep peuters een warme overdracht hebben gerealiseerd.

2. Vorming Integraal Kind Centrum (IKC) Wij zien, aansluitend op landelijke initiatieven, de ontwikkeling die door kinderopvang en onderwijs gezamenlijk is ingezet richting IKC-vorming. In Hilversum zijn hiervan diverse voorbeelden, bijvoorbeeld IKC Villa Vrolik. De organisatie van een IKC gebeurt niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel vraagt IKC-vorming van de gemeente een ondersteunende rol, met name om integrale benadering vanuit de gemeentelijke organisatie.

4. Convenant eerste opvang nieuwkomers Er wordt een nieuw convenant Eerste Opvang Onderwijs (EOO) vastgesteld in de komende periode. Als gevolg van het sterk gestegen aantal nieuwkomers door met name de oorlog in de Oekraïne blijft dit thema een belangrijk aandachtspunt. Er is een regionale werkgroep ingericht die zich met dit onderwerp bezighoudt en ook voor deze doelgroep toeziet op een goede start en doorstroom in het onderwijs.

Een nog in te stellen werkgroep wordt gevraagd met een aantal concrete voorstellen te komen die bijdragen aan de ontwikkeling van IKC's.

5. Overgang VO-MBO De gemeente Hilversum gaat samen met het Regionaal Bureau Leerlingenzaken (RBL), het VO, Qinas en het MBO-zorgen voor een soepelere door- en uitstroom van VO naar MBO met als doel dat jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt een startkwalificatie halen. Hiervoor wordt in deze beleidsperiode een plan opgesteld.

3. Schoolmaatjes Het schoolmaatjesproject biedt ondersteuning aan kinderen tussen 8 en 12 jaar op het vlak van schoolvakken en sociaal-emotionele ontwikkeling. In deze beleidsperiode willen we jaarlijks 25 gezinnen bereiken.

6. VSV aanpak én aanpak jeugdwerkloosheid Het regionale VSV programma Match op meedoen 2.0! en het actieplan jeugdwerkeloosheid hebben een looptijd tot medio 2025. Aansluitend anticiperen we op het nieuwe wetsvoorstel van School naar Werk. We begeleiden jongeren samen met onze partners naar de arbeidsmarkt gericht op de kraptesectoren zoals de Zorg, ICT en het Onderwijs.

16

I<

SPEERPUNT D: RIJK DAGPROGRAMMA Het bieden van een rijk dagprogramma met een aansluitende leer-en ontwikkelomgeving vergroot de kansen van kinderen. De samenwerking tussen school en kinderopvang draagt hieraan bij. We realiseren extra aanbod voor kinderen die minder vanzelfsprekend met dit aanbod in aanraking komen. Concrete acties: 1. Inzetten op sport en bewegen, cultuur en natuur dagprogramma Ter bevordering van gelijke kansen willen we daar waar dit het meest nodig is een rijk dagprogramma aanbieden met sport en bewegen, cultuur en natuur. Daarmee willen we positieve ervaringen die vanuit de inzet van NPO-middelen gedaan zijn continueren.

17

I<

SPEERPUNT E: (DIGI)TAALBEVORDERING Het versterken van (digi)taalonderwijs over de hele breedte, van peuter tot volwassene, is voor Hilversum een belangrijk aandachtspunt. We zien dat het percentage laaggeletterden in Hilversum van 14% hoger ligt dan het landelijke gemiddelde van 12 %. Er stromen te veel leerlingen vanuit het basisonderwijs uit met een te laag taalniveau naar het voortgezet onderwijs. Dit is een trend die ook is terug te zien in de overgang tussen het VO en het MBO. Deze studenten lopen een verhoogd risico om het onderwijs te verlaten zonder startkwalificatie. In dit speerpunt zetten we daarom extra in op taalbevordering van jong tot oud. Concrete acties: 1. Voorleesexpress Dit programma is gericht op de taalbevordering van kinderen en hun ouders door hen te enthousiasmeren voor voorlezen. In deze beleidsperiode willen we jaarlijks 60 gezinnen met de Voorleesexpress bereiken. 2. Inzet bibliotheek op school en peuteropvang De bibliotheek stimuleert de leescultuur in de peuter- kinderopvang en het onderwijs. Samen met de bibliotheek, peuteropvang en scholen werken we aan taalbevordering. Er wordt naar gestreefd dat kinderen de bibliotheek meer bezoeken.

3. Thuis in taal Thuis in Taal is een wetenschappelijk onderbouwde aanpak voor taalversterking bij jonge kinderen. Het programma is gericht op het teweegbrengen van een duurzame verandering waarbij de samenwerking tussen kinderopvang, school en ouders centraal staat. In de komende periode gaan we binnen de gemeente Hilversum starten met deze aanpak. 4. Versterking Nederlands als tweede taal (NT-2) Instroom van leerlingen vanuit de taalscholen in het reguliere onderwijs vraagt om uitbreiding van de expertise van leerkrachten en docenten. In deze beleidsperiode onderzoeken we wat hiervoor nodig is.

6. Taaltraject voor volwasseneneducatie In de komende periode wordt onderzocht hoe het onderwijsbeleid van de gemeente Hilversum aan kan sluiten bij de aanpak laaggeletterdheid van volwassen. De rol van de bibliotheek in Hilversum is hierin van belang. De bibliotheek ontwikkelt nieuwe initiatieven onder andere vanwege de samenhang tussen laaggeletterdheid en het digitaal zelfredzaam zijn.

We verwachten een stijgende toestroom van leerlingen met een taalachterstand vanuit de Internationale Schakelklas (ISK) naar het MBO. We gaan regionaal met elkaar in gesprek hoe hier mee om te gaan.

7. Preventieve logopedie Voor kinderen waar zorgen zijn over de spraak/ taalontwikkeling worden preventieve logopedisten ingezet. Een goede spraak en taal dragen bij aan kansengelijkheid en bestrijding van laaggeletterdheid en armoede. Hiervoor is vroege signalering van risico’s op het stagneren van de spraak/ taalontwikkeling noodzakelijk. Ouders, pedagogisch medewerkers en leerkrachten krijgen handvatten geboden om de peuter/kleuter in de verdere taalverwerving te steunen.

5. Taalonderwijs entree Het MBO College Hilversum biedt een aantal NT2 (Nederlands als Tweede taal) studenten in de entree opleiding extra taalonderwijs. In deze periode blijven we dit ondersteunen.

8. Mediawijsheid en digitale weerbaarheid In het kader van 600 jaar Hilversum wordt het programma Mediawijs in pilotvorm opgezet met als doel jongeren mediawijs te maken. In 2025 willen we deze pilot evalueren.

18

I<

AMBITIE 2. EEN PASSENDE PLEK EN TIJDIG DE JUISTE ONDERSTEUNING Sinds de invoering van Passend Onderwijs in 20142015 heeft binnen het onderwijs een toenemende focus gelegen op het streven naar inclusief onderwijs: onderwijs waar alle jeugdigen, ongeacht hun achtergrond of mogelijkheden, gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen, te leren, hun talenten te benutten en hen voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De samenwerkingsverbanden hebben hierin een belangrijke rol.

De inzet van jeugdhulp op de leerprestaties en het welzijn van jeugdigen is hierbij van meerwaarde. De ambitie ‘Een passende plek en tijdig de juiste ondersteuning’ benadrukt de noodzaak van samenwerking tussen ouders, kinderopvang, onderwijsinstellingen, schoolbesturen, gemeenten, jeugd en andere betrokkenen om leerlingen met specifieke ondersteuningsvragen te laten deelnemen aan het onderwijs.

Binnen de scope van deze ambitie vallen zowel het onderwijs als de kinderopvang. Hiervoor is gekozen, omdat de kinderopvang een grote rol speelt in de ontwikkeling van kinderen, in de voorbereiding op school en in het voorkomen van achterstanden. Hierbij gaan we uit van inclusieve kinderopvang en onderwijs. Inclusieve kinderopvang en onderwijs is erop gericht dat jeugdigen toegang hebben tot kwalitatief goede kinderopvang en onderwijs in een omgeving waarin diversiteit wordt omarmd.

We willen onze lopende acties monitoren, verder ontwikkelen en zoeken naar passende oplossingen waar hiaten en belemmeringen zich voordoen. We sluiten aan bij bestaande acties en ontwikkelen daar waar nodig. Door in te zetten op normaliseren waar dat kan, preventie, vroegsignalering, inclusiviteit te bevorderen en expertise binnen de scholen beschikbaar te maken, kunnen we de ontwikkelingsmogelijkheden van jeugdigen aanzienlijk verbeteren en thuiszitters voorkomen.

Dit gaat over jeugdigen met specifieke ondersteuningsbehoeften, jeugdigen met een beperkte mogelijkheden en jeugdigen met diverse culturele en sociale achtergronden. Het doel is om belemmeringen weg te nemen die de toegang tot onderwijs beperken en ervoor te zorgen dat jeugdigen kunnen profiteren van onderwijs dat is afgestemd op hun talenten en ontwikkelingsbehoeften.

We hebben de onderstaande speerpunten geformuleerd: A. Heldere afspraken tussen onderwijs/ kinderopvang, gemeenten en de samenwerkingsverbanden. B. Monitoring van een dekkend aanbod van voorzieningen. C. Laagdrempelige ondersteuning op scholen en een goede aansluiting op jeugdhulp.

19

I<

SPEERPUNT A: HELDERE AFSPRAKEN TUSSEN ONDERWIJS/KINDEROPVANG, GEMEENTEN EN DE SAMENWERKINGSVERBANDEN Het onderwijs heeft de verantwoordelijkheid om alle leerlingen een plek te geven op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden volgens de Wet Passend Onderwijs. De gemeente heeft vanuit de Jeugdwet de plicht om jeugdhulp te organiseren voor jeugdigen en/of ouders die dit nodig hebben. Jeugd- en onderwijsbeleid raken elkaar voor een deel en hebben een gemeenschappelijk belang, samenwerking is dan ook cruciaal. Beide beleidsterreinen zijn gericht op de ontwikkeling en welzijn van jeugdigen en dragen bij aan het bevorderen van gelijke kansen en het verminderen van verzuim en schooluitval. We werken samen om in het kader van passend onderwijs meer maatwerk te realiseren. Goede afstemming en coördinatie tussen de gemeente (jeugdhulp), de samenwerkingsverbanden en het onderwijs zorgen voor een passend ondersteuningsaanbod. De samenwerking tussen onderwijs en jeugd zorgt voor een meer integrale aanpak en samenhang van beleid en uitvoering. Gezamenlijk werken wij aan een passende plek voor álle leerlingen en streven wij ernaar dat geen kind thuiszit. Concrete acties: 1.

Regionaal/lokaal bestuurlijk overleg onderwijs Hier maken gemeenten, samenwerkingsverbanden en schoolbesturen en, waar nodig, kinderopvang afspraken over de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp, waarbij de ondersteuningsplannen de basis vormen: - We maken afspraken over de aansluiting passend onderwijs en jeugdhulp en over op welke wijze dit een vertaling krijgt naar verantwoordelijkheden van diverse partijen en de bekostiging van ieders activiteiten. - We formuleren gezamenlijke doelen en resultaten. We maken afspraken over de activiteiten die partijen daarvoor uitvoeren. De grenzen van de gezamenlijke zorg in en om de school komen in beeld. - We verkrijgen inzicht op in hiaten in ondersteuningsaanbod en zoeken gezamenlijk naar een oplossing. - We voeren overleg over verzuim en voortijdig schoolverlaten en betrekken hier het Regionaal Bureau Leerplicht/ Doorstroompunt bij. - We voeren overleg over de overgang van kinderen met een ondersteuningsvraag van kinderopvang naar primair onderwijs. 20

I<

2. Maatwerkoplossingen Continueren van het lokale maatwerkbudget (voorheen doorbraakbudget) en onderzoeken of er een regionaal maatwerkbudget kan worden gerealiseerd. Bij acute situaties maken we gebruik van het maatwerkbudget, waarmee snel gehandeld kan worden als een leerling thuis dreigt te komen zitten en er geen andere passende oplossing voorhanden is.

21

I<

SPEERPUNT B: MONITORING VAN EEN DEKKEND AANBOD VAN VOORZIENINGEN Relevant bij dit speerpunt is het uitgevoerde onderzoek van bureau Oberon in opdracht van de LEA. Dit onderzoek heeft zich gericht op de doelgroepen Hilversumse leerlingen in het regulier en speciaal onderwijs met ondersteuningsen zorgbehoeften. Ook wordt de gezamenlijke enquête onder ouders en leerlingen (leeftijd 5-18 jaar) om de behoeften en de verwachtingen met betrekking tot het passend onderwijsaanbod in kaart te brengen en of het bestaande onderwijsaanbod dekkend is geraadpleegd. In het rapport staan: - Doelgroepen in PO, VO en gespecialiseerd onderwijs (GO) die nog geen passend en tijdige hulp krijgen. - Hiaten in het aanbod passend onderwijs en jeugdhulp. - De belemmeringen waar het onderwijs tegenaan loopt bij het inrichten van een dekkend passend onderwijsaanbod. - De oplossingsrichtingen om de hiaten en belemmeringen op te lossen.

Concrete actie: 1. Dekkend aanbod De werkgroep wordt gevraagd een voorstel te doen waarin het volgende is uitgewerkt: - Een lijst met 4 prioriteiten die voortvloeien uit de enquête en het onderzoek. - Een planning van de 4 prioriteiten over de komende 4 jaren. - Een uitwerking van de aanpak van de eerste prioriteit in 2024 met behulp van de format bestuursopdracht HEA Hilversum. 2. Inclusie De werkgroep wordt gevraagd om de ontwikkelingen rondom inclusie nauwlettend te volgen, daarvan terugkoppeling te geven in de LEA en wanneer nodig en mogelijk acties te formuleren om inclusie te bevorderen. 22

I<

SPEERPUNT C: LAAGDREMPELIGE ONDERSTEUNING OP SCHOLEN EN EEN GOEDE AANSLUITING OP JEUGDHULP We willen belemmeringen wegnemen, tussen de diverse wetten van passend onderwijs en jeugdhulp, die de toegang tot onderwijs voor de jeugdigen beperken en ervoor zorgen dat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Hiermee willen we een veerkrachtige jeugd krijgen die zich optimaal kan ontwikkelen en de toekomst met vertrouwen tegemoet kan treden. Dit doen we door, waar nodig, laagdrempelige (jeugd)hulp binnen het onderwijs in te zetten, die is afgestemd op talenten, ontwikkeling en ondersteuningsbehoeften. Dit blijven we doen in de vorm van Onderwijs Zorg Arrangementen (OZA) en Onderwijs Jeugd Arrangementen (OJA), zowel lokaal als regionaal. De inzet van een OZA of OJA is erop gericht om jeugdigen met specifieke ondersteuningsbehoeften te ondersteunen vanuit jeugdhulp zodat zij onderwijs kunnen blijven volgen. Het doel van deze inzet is om door laagdrempelige jeugdhulpondersteuning op scholen verzuim of schooluitval te voorkomen bij jeugdigen. In deze beleidsperiode wordt dit zowel lokaal als regionaal voortgezet. Hierbij is een integrale samenwerking binnen het sociaal domein en tussen regio en gemeenten van belang. Ook de kennis en inzet van jeugdhulp binnen het onderwijs speelt hierbij een belangrijke rol.

Jeugdconsulenten, jeugdcoaches, jeugdartsen en schoolmaatschappelijk werkers beschikken over specialistische kennis en kunnen zo de juiste laagdrempelige ondersteuning bieden aan scholen, jeugdigen en hun ouders. Concrete acties: We stellen onszelf tot doel om jeugdigen, waarbij sprake is van complexe problematiek, te ondersteunen om uitval en verzuim te voorkomen. Daarnaast willen we ondersteuning bieden bij het behalen van een startkwalificatie.

LOKAAL: 1. Onderwijs Zorg Arrangement Het OZA Mozarthof evalueren en voortzetten en daarnaast onderzoek doen naar mogelijke verbreding van de collectieve inzet van jeugdhulp in het speciaal (basis) onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, (gespecialiseerd onderwijs) in samenwerking met een vaste jeugdaanbieder en middels FTE bekostiging. 2. School Maatschappelijk Werk (SMW) binnen het basisonderwijs SMW wordt ingezet bij complexe vraagstukken, afhankelijk van de doelgroep en de locatie, waarbij sprake is van opvoed- en handelingsverlegenheid van ouders en school en er integraal gehandeld en gedacht moet worden. 3. Jeugdconsulenten gekoppeld aan scholen van Primair Onderwijs (PO) en het Voortgezet Onderwijs (VO) Jeugdconsulenten hebben afstemming en korte lijnen met de Hilversumse scholen, om te adviseren op vragen over leerlingen, ouders en/of de inzet van jeugdhulp.

23

I<

4. Jongerencoaching op drie VO scholen Met een integrale ondersteuning vanuit Jeugd en Openbare Orde & Veiligheidwillen we schooluitval en verzuim voorkomen en zorgen voor een prettiger en veilig klimaat in en om de school. REGIONAAL: 5. OZA Onderzoek en mogelijke uitvoering naar een vraaggestuurde collectieve inzet van jeugdhulp in alle S(B)O en V(S)O scholen. Door middel van een doelbeschrijving, toetsbare criteria en de vraag gestuurde inzet kunnen we ervoor zorgen dat de onderwijs zorg arrangementen beheersbaar blijven. 6. OJA Evaluatie en doorontwikkeling van de huidige inzet van het Onderwijs Jeugd Arrangement op de Donnerschool en de Wijngaardschool. Waar mogelijk willen we een gelijksoortige inzet van jeugdhulp middels FTE bekostiging binnen de regio uitbreiden naar andere locaties.

8. Passende BSO We zetten in op ondersteuning van de passende BSO. Een passende BSO is een voorziening voor kinderen die deelnemen aan het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs of regulier onderwijs en vanwege een ondersteuningsvraag geen gebruik kunnen maken van een reguliere BSO. 9. Jeugdarts in het MBO We bestendigen lokaal en/of regionaal de inzet van een jeugdarts in het MBO en werken hierin samen met Team Jeugd en Gezin van de GGD. 10. Jeugdconsulenten De VO-scholen hebben de wens uitgesproken dat dit regionaal ingestoken wordt, middels een regionale jeugdconsulent. Deze wens wordt regionaal verkend.

7. Productief Leren binnen het MBO -niveau 1 We zetten in op ondersteuning van Productief Leren gedurende de beleidsperiode. Met Productief Leren heeft de regio Gooi en Vechtstreek een plusvoorziening onderwijs voor jongeren die om één of meerdere redenen zonder het behalen van een diploma zijn uitgevallen in het VO of in het MBO en dus voortijdig schoolverlater zijn. We monitoren de effectiviteit en kwaliteit, en zetten in op doorontwikkeling. 24

I<

INTEGRALE SAMENWERKING De interne samenwerking binnen de gemeente is van cruciaal belang om een integraal beleid te ontwikkelen. Deze samenwerking streeft ernaar om verschillende beleidsterreinen met elkaar te verbinden en te komen tot een gecoördineerde aanpak. Beleidsmakers en andere professionals werken samen om de behoeften van jeugdigen en gezinnen te begrijpen en effectieve oplossingen te bieden door de domeinen heen, die hun impact laten zien in het onderwijs. Hier is onderwijs de signaleringsplek voor diverse problematiek. ONDERWIJS EN HET FYSIEKE DOMEIN (ONDERWIJSHUISVESTING) In Hilversum streven we ernaar een omgeving te creëren waarin kinderen optimaal kunnen opgroeien. De samenwerking tussen onderwijsbeleid en het fysieke domein, met name onderwijshuisvesting, is van essentieel belang voor de gemeentelijke verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijs. De gemeente heeft de taak ervoor te zorgen dat Hilversum over voldoende, toegankelijke en kwalitatieve onderwijsvoorzieningen beschikt. Daarnaast streven we naar een doorgaande lijn in de ontwikkeling van kinderen, met een integrale visie op leren en ontwikkelen. De gemeente heeft daarnaast ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van buurten met voorzieningen die aansluiten bij behoeften van inwoners.

Door samen te werken met onderwijs- en kinderopvanginstellingen willen we bereiken dat kinderen zich optimaal kunnen ontplooien. Onze samenwerking richt zich op verschillende gebieden: 1. We beschouwen kinderopvang als een maatschappelijke voorziening en als een samenwerkingspartner van scholen. 2. We streven naar afstemming tussen de ambities op het gebied van onderwijsbeleid en de gemeentelijke ambities in het fysieke domein.

ONDERWIJS EN JEUGD Onderwijs- en jeugdbeleid raken elkaar wanneer jeugdzorg nodig is om Hilversumse jeugdigen in staat te stellen deel te laten nemen aan onderwijs. Beide beleidsterreinen versterken elkaar in hun gemeenschappelijke doelstellingen, namelijk: de ontwikkeling en het welzijn van jeugdigen, het bevorderen van gelijke kansen en het verminderen van schooluitval. Inclusief onderwijs is erop gericht dat jeugdigen – ongeacht hun talenten, belemmeringen, mogelijkheden of sociaaleconomische achtergrond – toegang hebben tot kwalitatief onderwijs in een omgeving waarin diversiteit wordt omarmd. Dit gaat ook over jeugdigen met specifieke ondersteuningsbehoeften. Hierin zijn wij bereid ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Het doel is om belemmeringen weg te nemen die de toegang tot onderwijs beperken en ervoor te zorgen dat jeugdigen kunnen profiteren van onderwijs dat is afgestemd op hun talenten en ontwikkelingsbehoeften. De ondersteuningsbehoefte van jeugdigen staat de leerprestaties soms in de weg. In deze gevallen is de inzet van jeugdhulp wenselijk, om de leerprestaties en het welzijn van een jeugdige te verbeteren. We onderzoeken samen met jeugd de mogelijkheden om jeugdigen te ondersteunen binnen het wettelijk kader van jeugdhulp en passend onderwijs.

Hieronder vallen onder meer de volgende activiteiten, die al eerder benoemd zijn: - Activiteiten voor gezinnen met jonge kinderen en aanstaande ouders. - Onderwijs-jeugdarrangementen behouden en doorontwikkelen. - Verbinding van jeugdconsulenten aan scholen voor primair- en voortgezet onderwijs. - School Maatschappelijk Werk in het primair onderwijs. - Inzet van een jeugdarts op het MBO College Hilversum. - De lokale coalitie Kansrijke Start, waarin we samenwerken met partners tijdens de eerste duizend dagen van een kind. - De passende buitenschoolse opvang (BSO), voor kinderen die niet op een reguliere BSO terechtkunnen, omdat zij een extra ondersteuningsbehoefte hebben. 25

I<

ONDERWIJS EN ARMOEDE Het onderwijs- en armoedebeleid raken elkaar omdat we het belang van bestaanszekerheid erkennen. We zien bestaanszekerheid als het fundament dat nodig is om verder te kunnen bouwen. Het is een belangrijke voorwaarde voor onder andere kansengelijkheid, dat aan de basis ligt van het onderwijsbeleid. Er is een goede financiële basis nodig die gezinnen en jeugdigen de rust en ruimte biedt voor bijvoorbeeld het goed kunnen functioneren op school en het kunnen ontwikkelen van talenten en mogelijkheden. Vanuit zowel onderwijs- als armoedebeleid kiezen we voor een preventieve aanpak, waarbij we het bereik willen vergroten zodat we weten wat er speelt, en zodat inwoners de gemeente tijdig weten te vinden wanneer dit nodig is. Hierbij is ook vanuit armoedebeleid aandacht voor specifieke doelgroepen zoals laaggeletterden, jongeren en gezinnen met kinderen. De domeinen onderwijs en armoede trekken samen op waar dit relevant is om bestaanszekerheid te vergroten. Dit doen we door onder andere de volgende activiteiten: - Ondersteuning van het Jeugd Educatie Fonds (JEF) om de ontwikkelkansen van kinderen in armoede te vergroten. - De samenwerking tussen de gemeente, onderwijsprofessionals en maatschappelijke organisaties wordt versterkt, waardoor hulp effectiever ingezet kan worden.

Bij signalen van armoede en geldzorgen worden inwoners efficiënt doorverwezen naar de gemeentelijke dienstverlening. Hiervoor wordt in gezamenlijkheid een werkwijze opgesteld. - Het aanbod voor kinderen en gezinnen binnen het minimabeleid wordt bekender en zichtbaarder voor jeugd- en onderwijsprofessionals, zodat zij vanuit hun belangrijke signaalfunctie weten waar ze naar kunnen doorverwijzen.

26

I<

ONDERWIJS EN VEILIGHEID Veiligheid kent een belangrijke verbinding met het sociaal domein. Niet voor alle jeugdigen in Hilversum is het vanzelfsprekend dat ze veilig opgroeien en zich positief ontwikkelen. Een veilige en stimulerende thuissituatie van kinderen is een belangrijke voorwaarde voor een goede start in het onderwijs. Als gevolg van een onveilige omgeving kunnen verschillende problemen ontstaan; van lichte zorgen over de eigen ontwikkeling en (vrije)tijdsbesteding tot meervoudige (sociale) problematiek. Dit kan leiden tot uitval op school, onveiligheid en/of overlast binnen de school voor leerlingen en personeel, overlast op straat of afglijden naar de criminaliteit. Dit ongewenst gedrag draagt bij aan een verslechterde leeromgeving en verhoogt de onveiligheidsbeleving onder leerlingen en onderwijspersoneel. Het kan resulteren in lagere schoolprestaties, hoger schooluitval en langdurige psychosociale problemen. In de evaluatie van de HEA 2021-2024 heeft het onderwijs aangegeven dat de vroegsignalering middels de meldcode een verantwoordelijkheid van de schooldirecties is en dat er voldoende middelen en mogelijkheden zijn om dit op te pakken. Om te voorkomen dat jongeren in de criminaliteit terechtkomen, is een integrale samenwerking tussen onderwijs, jeugd(zorg) en veiligheidsdiensten van belang.

Het is belangrijk om deze jongeren zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen, zodat er in de preventieve sfeer hulp kan worden geboden. Hierbij moeten we ook oog hebben voor de hybride leefwereld (online en offline) van jeugdigen. Veiligheid vergt een integrale aanpak die bijdraagt aan het stellen van de juiste prioriteiten en het organiseren van passende maatregelen om de schoolveiligheid te verbeteren.

Hierover zijn de volgende activiteiten geformuleerd: - Versterken collectief aanbod voor professionals, pubers – en hun ouders – over thema’s als mentaal welbevinden, de onlinewereld en straatcultuur. - Inzet van jeugdcoaches op drie scholen voor voortgezet onderwijs. - Bewustwording en weerbaarheid van jeugdigen vergroten door op scholen voorlichting te geven over groepsdruk en drugscriminaliteit. Dit valt onder de aanpak jonge aanwas en ondermijnende criminaliteit. - Het ondersteunen van het onderwijs om de schoolveiligheid te verbeteren en de veiligheidsgevoelens te verhogen. - Versterken integrale samenwerking jeugd, veiligheid en onderwijs. - Faciliteren van ontmoeting en samenwerking, onder meer door middel van een jaarlijkse conferentie Jeugd en Veiligheid. - Jeugdigen die met hun gedrag overlast veroorzaken en/of crimineel gedrag laten zien en de openbare orde en veiligheid in de gemeente verstoren, kunnen worden opgenomen in de persoonsgerichte aanpak (PGA). - Handle with care. Dit is een werkwijze om kinderen die thuis geweld meemaken de eerstvolgende schooldag steun te bieden op school. De gemeente Hilversum ondersteunt dit en werkt samen met dit initiatief.

27

I<

ONDERWIJS EN SPORT Sporten draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid, ontspanning, het ervaren van succes en zorgt voor sociale interactie. We dragen bij aan de Hilversumse ambitie om het inclusief sporten te bevorderen en zetten erop in dat alle kinderen, ongeacht (on)mogelijkheden of achtergrond, kunnen sporten. Dit realiseren we door samen te werken op het gebied van Onderwijs en Sport, gebaseerd op het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en Sportakkoord II (de Sport- en Beweegnota Hilversum 2024 - 2030). Onze activiteiten omvatten: - Impuls bieden aan het integreren van het bewegingsonderwijs en andere sportieve activiteiten op en rond de school. - Inzet van buurtsportcoaches, waarbij we de samenwerking tussen deze coaches en de scholen willen stimuleren om de mogelijkheden op het gebied van beweegaanbod te verbinden en versterken. Bekendheid voor gezond opgroeien in Hilversum, onder meer door het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) Hilversum. In 2024 wordt verkend hoe de inzet van de JOGG-regisseur naast op het PO ook binnen het VO vorm kan krijgen. - Inzet op het verbeteren van mentaal welbevinden bij jongeren door middel van sportactiviteiten en de inzet van jeugdcoaches, bijvoorbeeld m.b.v. het programma Comeback.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=a2c264f8-ca31-46ff-90d1-aa091e72f42a