CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Eindrapport Nazorgonderzoek Jeugdhulp Rekenkamer Hilversum

GEMEENTERAAD 15 oktober 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Rekenkamer Nazorgonderzoek Jeugdhulp (1877055)16.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

8

Het Regionaal Leerhuis stimuleert professionals binnen het sociaal domein om met en van elkaar te leren. 22

•

Er zijn specifieke zorgaanbieders die kennis hebben van specifieke culturen en hulp kunnen verlenen in verschillende talen. • De introductie van gezinsregisseurs maakt het mogelijk om multiproblematiek in gezinnen integraal te benaderen. • Er is aandacht voor schuldhulpverlening en het versterken van algemene voorzieningen, mede als preventieve inzet voor kwetsbare gezinnen. • Brugfunctionarissen9 op scholen helpen bij het vroeg signaleren van multiproblematiek. Resultaten: • De gemeentelijke uitvoerders merken dat het voeren van de regie op de ondersteuning van een gezin bijdraagt aan een betere aanpak van multiprobleemgezinnen. • Partners signaleren echter dat de samenwerking tussen gemeentelijke domeinen (zoals Jeugdwet, Wmo en Participatiewet) stroef verloopt, waardoor integrale ondersteuning wordt bemoeilijkt. Effecten voor inwoners: • Niet te beoordelen op basis van de interviews. Er zijn onvoldoende gegevens of ervaringsinzichten beschikbaar om vast te stellen of de ingezette maatregelen daadwerkelijk leiden tot betere ondersteuning van deze specifieke gezinnen. Aanbeveling 4: Maak een toegankelijke zorgkaart waarmee duidelijk wordt wie er allemaal bijdragen aan jeugdhulp Een toegankelijke zorgkaart kan bijdragen aan betere samenwerking in het netwerk en aan duidelijke informatie voor inwoners.

De sociale kaart ontbreekt momenteel nog, maar deze is zeer gewenst en wordt momenteel ontwikkeld. Maatregelen: • De ontwikkeling van een zorgkaart is in gang gezet en heeft prioriteit volgens de wethouder. • In het voorveldoverleg wordt gewerkt aan een gezamenlijk overzicht van het aanbod (voorveld-kaart), maar dit is nog geen volwaardige sociale kaart. • De website Kieszo beschrijft alle organisaties in Hilversum die zorg en hulp mogen bieden of hulpmiddelen leveren, en een contract hebben met de gemeente. • Gemeentelijke uitvoerders en partners hebben behoefte aan een actueel overzicht inclusief wachttijden. Als noodoplossing wordt soms een eigen overzicht van het aanbod gebruikt. Resultaten: • Er zijn nog geen zichtbare resultaten, omdat de sociale kaart nog niet gereed is. Effecten voor inwoners: • Er zijn nog geen directe effecten zichtbaar voor inwoners. Inwoners ervaren het huidige aanbod als onoverzichtelijk en weten vaak niet waar ze moeten aankloppen voor hulp. Vaak gaan inwoners zelf (online) opzoek naar hulp, maar stuiten zijn op een groot en onoverzichtelijk aanbod. Een toegankelijke zorgkaart die ook bruikbaar is voor inwoners zou deze drempels kunnen verlagen.

9

De brugfunctionaris legt de verbinding tussen het gezin thuis, het kind op school en – waar nodig – met professionals, instanties en partners in de wijk. 23

Aanbeveling 5: Maak de geautomatiseerde systemen geschikt voor het leveren van actuele managementinformatie Goede beleidssturing vereist actuele en betrouwbare informatie. Hilversum heeft hierin belangrijke stappen gezet met de ontwikkeling van een datawarehouse, maar de benutting van informatie kan nog worden verbeterd, vooral richting externe partners. Maatregelen: • Er is een datawarehouse ingericht waarmee real-time managementinformatie kan worden geleverd. Hierin kunnen bijvoorbeeld de beschikkingen worden weergegeven, maar dit geeft geen inzicht in de kosten. • Ambtenaren maken gebruik van een tool om data te visualiseren (PowerBI). Dit wordt onder andere gebruikt in gesprekken met consulenten. Resultaten: • Het datawarehouse wordt gebruikt als prognosemodel, om te monitoren, maar ook om vragen te beantwoorden. Dit zorgt voor betere voorspelbaarheid en inzicht in gemeentelijke uitgaven en verwijzingen (binnen de 40% van de verwijzingen die via de gemeente loopt). • Verwijzingen die niet via de gemeente lopen (zoals via huisartsen of de rechter) blijven een blinde vlek in het datasysteem wat sturing lastig maakt. • Partners hebben beperkt toegang tot managementinformatie, waardoor samenwerking en gezamenlijke sturing moeizaam blijven. Zij benadrukken dat doorverwijsdata achterloopt en dat trends in data vaak niet worden geduid.

Effecten voor inwoners: • Niet van toepassing op inwoners. De verbeterde data-infrastructuur dient vooral interne beleids- en sturingsinformatie. Aanbeveling 6: Overleg met huisartsen over hoe de gemeente meer inzicht en grip kan krijgen op de kosten voor jeugdhulp ontstaan door verwijzingen Een groot deel van de verwijzingen naar jeugdhulp vindt plaats buiten de gemeente om, met beperkte sturingsmogelijkheden. In 2024 was 40% van de verwijzingen afkomstig van de gemeente en 38% van huisartsen. Door nauwere samenwerking met huisartsen en inzet van praktijkondersteuners wordt gewerkt aan meer grip, maar verdere sturing is beperkt. Maatregelen • Er is ingezet op praktijkondersteuners jeugd (POH’s) die lichte problematiek vroegtijdig oppakken en bij complexe problematiek een vraagverheldering doen zodat ze naar passend zorgaanbod kunnen doorverwijzen. Vrijwel alle huisartsen hebben nu een praktijkondersteuner jeugd. • Er vindt structureel overleg plaats tussen beleid, uitvoering en financiën. Resultaten • Betere samenwerking tussen jeugdconsulenten en POH’s Jeugd; vijf POH’s actief in Hilversum. • De inzet van de POH zorgt voor beter overwogen keuzes en doorverwijzingen. • Er wordt gewerkt aan het door ontwikkelen en efficiënter maken van de inzet van de POH’s Jeugd zoals expertisebevordering van de praktijkondersteuner zodat zij bepaalde problematiek zelf op kunnen pakken. 24

•

Er is meer inzicht in verwijzingen, kosten en prognoses, maar nog steeds weinig grip op de kosten. • Het aantal doorverwijzingen neemt niet af. Effecten voor inwoners • De huidige insteek van de aanbeveling is niet van toepassing op inwoners, maar er is potentieel voor betere toeleiding en snellere, lichtere hulp. • Daarnaast is het opvallend dat veel ouders niet goed op de hoogte zijn van de rol van de gemeente bij jeugdhulp en vaak na pas na (meerdere) doorverwijzingen bij de gemeente komen. De huisarts is voor veel ouders een logisch eerste vertrekpunt in de zoektocht naar de juiste hulp. Aanbeveling 7: Maak uw informatiebehoefte expliciet De gemeente Hilversum heeft stappen gezet in dataverzameling, maar een expliciete en gezamenlijke informatiebehoefte, afgestemd op beleidssturing, uitvoering en samenwerking met partners, ontbreekt nog. Maatregelen • Verbeterde inzet van datawarehouse en PowerBI, met bredere inzichten in gebruik en kosten van jeugdhulp. Resultaten • Interne beleidsmedewerkers geven aan dat het inzicht is toegenomen, maar nog niet altijd leidt tot duidelijke sturing of een gedeeld leerproces. • Partners en uitvoerders ervaren een gebrek aan duiding van informatie of concrete doorvertaling naar doelen. Effecten voor inwoners • Niet van toepassing op inwoners.

Aanbeveling 8: Verbeter de inhoudelijke sturing Hilversum heeft verschillende organisatorische en beleidsmatige stappen gezet om meer inhoudelijke sturing te realiseren, zoals het gebruik van het Doelen-Inspanningsnetwerk (DIN) en meer betrokkenheid van de gemeenteraad. Toch wordt de sturing in de praktijk nog als beperkt ervaren, met name door partners. Maatregelen • Overgang van algemene subsidieverordeningen naar specifieke subsidieregelingen met doelen en inspanningen. De resultaten van de doelen en inspanningen worden in de DIN weergegeven. • Meer betrokkenheid van de gemeenteraad, o.a. via raadsinformatiesessies en regelmatige rapportages. Hoewel er veel informatie beschikbaar is, ontbreekt het de raad aan overzicht, voorspelbaarheid en inzicht in de uitvoering. • Vierjaarlijkse updates binnen de planning- en controlcyclus over jeugd en financiën. Resultaten • Interne uitvoerders ervaren meer ondersteuning en inhoudelijke reflectie. • Partners vinden dat regionale sturing sterker is dan lokale sturing. Verschillen in contractvormen en subsidiemodellen hinderen samenwerking. 25

•

De raad is beter geïnformeerd en betrokken bij beleidsvorming. Effecten voor inwoners • Niet van toepassing op inwoners. Inhoudelijke bijsturing richt zich vooral op procesverbeteringen binnen het gemeentelijk apparaat en samenwerkingsverbanden.

3.3 Toelichting effecten op inwoners De weg naar jeugdhulp in Hilversum blijkt voor veel gezinnen complex, ondoorzichtig en belastend. De toegang verloopt meestal via bekende professionals zoals huisartsen en scholen, maar gezinnen ervaren een groot gebrek aan overzicht, toegankelijkheid en preventieve ondersteuning. De gemeente is vaak niet het eerste aanspreekpunt en wordt pas zichtbaar als problemen zich al hebben opgestapeld. Toegang tot hulp Route naar hulp • Huisartsen en scholen belangrijke doorverwijzers: De meeste gezinnen komen via bekende schakels zoals huisartsen, scholen of jeugdzorginstanties in contact met jeugdhulp. Vaak is het een leerkracht, huisarts of een andere professional die het eerste signaal afgeeft en richting wijst naar hulp. Huisartsen blijken nog altijd een centrale rol te spelen. Ook Veilig Thuis, kinderopvang en instellingen zoals het Leger des Heils zijn veelgenoemde routes richting hulp. Daarnaast zijn jeugdzorg partners een belangrijke schakel richting gemeentelijke hulp. • Route naar hulp is complex en tijdrovend: Toch is deze toegang lang niet altijd eenvoudig. Veel ouders beschrijven het traject naar passende hulp als een complex en tijdrovend proces, waarbij ze zelf actief moesten zoeken, bellen, formulieren invullen en herhaaldelijk hun verhaal vertellen. Iets wat in situaties waarin hulp nodig is, extra belastend is.

Vooral gezinnen die niet bekend waren met het jeugdhulpstelsel of die geen netwerk hadden, raakten verdwaald in het zorglandschap. Sommige ouders komen pas bij de gemeente terecht na een lange zoektocht, vaak via-via of nadat eerdere hulpverlening tekort was geschoten. In sommige gevallen komen ouders pas in beeld bij de gemeente na ernstige escalatie van de problematiek of via juridische routes, zoals meldingen bij Veilig Thuis of politie-ingrijpen. Bereikbaarheid van hulp • Rol van gemeente onbekend: Veel ouders weten aanvankelijk niet dat de gemeente een rol speelt bij jeugdhulp. Als ouders ondersteuning nodig hebben en niet worden doorverwezen, dan is de gemeente zeker niet de eerste instantie waar zij aan denken. Ouders beschrijven de jeugdhulp als ontoegankelijk voor wie er niet al vertrouwd mee is. Voorbeelden hiervan zijn opmerkingen als "je moet mondig zijn", "je komt in een oerwoud van instanties terecht" of "ik wist niet waar ik moest beginnen". • Toevallige hulp en afhankelijkheid van netwerk: Een terugkerend thema is de afhankelijkheid van het eigen netwerk. Gezinnen die via vrienden, schoolcontacten of andere ouders werden gewezen op beschikbare hulp, kwamen sneller en beter terecht bij de juiste ondersteuning. Voor anderen bleef het een langdurige zoektocht waarbij het gevoel overheerste dat ze er alleen voor stonden. 26

•

Weinig preventief bereik: Ouders ervaren weinig preventieve inzet van jeugdhulp en komen vaak pas in beeld bij de gemeente als de problemen al serieus zijn. Ouders ervaren nauwelijks vroegsignalering vanuit de gemeente, maar ook niet vanuit scholen of consultatiebureaus.

Toegang tot en keuze van jeugdhulp • Beperkte regie, maar soms ruimte voor eigen initiatief: De meeste ouders kwamen bij een hulpverlener terecht via verwijzingen van school, huisarts, psychologenpraktijk, of de gemeente. In sommige gevallen ging het om een persoonlijke tip van iemand uit het netwerk. Veel ouders ervaren echter beperkte keuzemogelijkheden: soms was er slechts één optie beschikbaar, en de uiteindelijke keuze werd vaak sterk beïnvloed of zelfs bepaald door de gemeente. Toch wisten sommige gezinnen zelf actief te zoeken en vonden zij kleinere, gespecialiseerde organisaties die beter aansloten op hun behoeften. In deze gevallen werd eigen regie als waardevol ervaren. Ervaringen met hulp De interviews laten zien dat inwoners overwegend positief zijn over de inhoudelijke kwaliteit van de hulp, de inzet van hulpverleners en de rol van de gemeente. Er is sprake van persoonlijke betrokkenheid, maatwerk en daadwerkelijke verlichting van problemen. Tegelijkertijd toont de praktijk dat de toegang tot deze hulp lang niet vanzelfsprekend is, en dat gezinnen vaak een lange, intensieve zoektocht moeten doorlopen voordat passende hulp beschikbaar komt. Contact met hulpverleners • Overwegend positief, met uitzonderingen: het overgrote deel van de ouders is tevreden tot zeer tevreden te zijn over het contact met hun hulpverlener.

Hulpverleners omschreven zij als betrokken, persoonlijk, bereikbaar en deskundig. Er is vaak ruimte voor overleg en maatwerk, en ouders waardeerden dat er niet alleen naar het kind wordt gekeken, maar ook naar het hele gezin. • Fijn contact met gemeente: als ouders eenmaal in contact zijn met de gemeente, ervaren ze dit contact als prettig. Consulenten worden omschreven als betrokken en blijven, ook als het al een tijdje goed gaat met de jeugdige, vinger aan de pols houden. • Kritische geluiden: Enkele ouders noemden situaties waarin ze zich niet serieus genomen voelden of waarin eenzijdige focus op ouder-kindrelaties leidde tot spanningen, zoals een casus waarbij Veilig Thuis werd ingeschakeld zonder duidelijke aanleiding. Ook werd genoemd dat het hulptraject soms te weinig op de behoeften van het kind afgestemd was of dat het gezin zich onvoldoende betrokken voelde. Effect van de hulp • Wisselend succes, maar vaak verbetering: vrijwel alle ouders ervaren een positief effect van de hulp. Problemen worden niet altijd opgelost, maar vaak wel beter hanteerbaar of beperkt in ernst. Meerdere gezinnen benadrukken dat de situatie zonder hulp aanzienlijk slechter zou zijn geweest, met risico’s op volledige uitval of zelfs suïcidaliteit.

Een veelgehoord patroon is dat de situatie eerst verslechterde voordat passende hulp werd gevonden, mede door trage toegang of verkeerde inschattingen. Wanneer eenmaal de juiste hulp was gevonden, zagen

27

ouders vaak duidelijke verbeteringen in gedrag, stabiliteit of sociale ontwikkeling van hun kind. Wat gaat goed volgens ouders? • Betrokken, persoonlijke hulpverleners: Veel ouders waarderen de persoonlijke benadering en betrokkenheid van hulpverleners, zowel vanuit de gemeente als vanuit partners. Ze noemen dat professionals zich echt inzetten voor hun kinderen en het gezin als geheel. Organisaties als Youké, Knoest en BeActive worden meermaals positief genoemd vanwege hun mensgerichte aanpak en aanpassingsvermogen. “Ze nemen ruim de tijd voor de kinderen. De hulp is persoonlijk en aangepast op mijn dochter zelf.” • Samenwerking en afstemming tussen instanties: Sommige ouders benoemen dat de onderlinge samenwerking tussen zorginstellingen, school en gemeente goed verloopt. Als partijen effectief samenwerken, ervaren ouders minder versnippering en wordt er sneller passende hulp geboden. • Continuïteit in contact: Langdurige relaties met vaste contactpersonen bieden rust en vertrouwen. Ouders ervaren het als enorm prettig als er één aanspreekpunt is dat hen gedurende langere tijd begeleidt, ook wanneer er even geen actieve hulp nodig is.

“Toen we geen gebruik maakten van de hulp, hield de gemeente het lijntje toch vast en belden ze een jaar later weer.” • Maatwerk en gezin als geheel centraal: Een ander sterk punt is de toenemende aandacht voor maatwerk en gezinsgerichte ondersteuning. Sommige ouders geven aan zich echt gezien en gesteund te voelen, ook buiten de strikt individuele problematiek van het kind. “Blijven kijken naar het hele gezin. Niet alleen de diagnose van het kind. Hierdoor hebben ouders het gevoel dat de hulpinstantie echt naast hen blijft staan en zij het niet alleen hoeven te doen. Wat kan beter volgens ouders? • Gebrek aan duidelijkheid en informatie: Veel ouders weten niet goed waar ze met hun hulpvraag terecht kunnen. Er is weinig toegankelijke informatie over het hulpaanbod en wie waarvoor verantwoordelijk is. Dit leidt tot frustratie en vertraging in het vinden van passende zorg. “Een duidelijke website over wat je van de gemeente kunt verwachten zou al helpen.” • Trage toegang en bureaucratie: Een veelvoorkomende klacht is dat hulp pas op gang komt na escalatie. Ouders beschrijven hoe zij door crisissituaties moesten gaan voordat passende hulp beschikbaar was. De toegang tot hulp is vaak traag en onoverzichtelijk, met bureaucratische barrières zoals onduidelijke beschikkingen en ingewikkelde procedures. “We kwamen in een crisissituatie terecht.

Er had veel sneller gehandeld moeten worden.” • Overgang van 18- naar 18+: Ondanks de vele maatregelen van de gemeente10 om de overgang van 18- naar 18+ te versoepelen en voor een warme overdracht te zorgen, ervaren ouders de overgang van de Jeugdwet naar Wmo rond het 18e levensjaar als stressvol en 10

Ieder kwartaal vindt overleg plaats tussen de teams Jeugd en Wmo om de samenwerking en afstemming te verbeteren. Daarnaast ontvangen jongeren die 18 jaar worden, samen met hun beschikkingen, een informatieve 18-/18+-kaart met praktische informatie over wat er verandert. Als jongeren rond hun zestiende of zeventiende voor het eerst hulp krijgen, kiest de gemeente in principe voor een zorgaanbieder die zowel jeugdhulp als Wmo-ondersteuning biedt. Ook wordt er op initiatief van de jeugdconsulent bij jongeren van ongeveer 16,5 jaar een Toekomstperspectiefplan opgesteld. 28

onzeker. Ze zijn bezorgd over de continuïteit van zorg en de plotselinge volwassenstatus van hun kind, die vaak niet aansluit op de werkelijke ontwikkelingsfase. “Dat hij 18 wordt is stressvol. We weten niet wat er dan gebeurt.” De wensen voor de toekomst concentreren zich rond rust, stabiliteit, continuïteit van zorg en echte maatwerkondersteuning. Ouders willen niet telkens opnieuw hun verhaal doen, willen dat ondersteuning doorloopt tot minstens 21 jaar, en pleiten voor structurele ondersteuning tijdens overgangsmomenten in het leven van hun kind.

3.4 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. • Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.

Normen

Toetsing

Deelvraag 1: Welke maatregelen zijn naar aanleiding van het rekenkameronderzoek genomen? De gemeente heeft per aanbeveling beargumenteerd waarom welke maatregelen zijn genomen naar aanleiding van het rekenkameronderzoek.

Voldoet: de gemeente heeft per aanbeveling beargumenteerd welke maatregelen genomen zijn en waarom deze maartregelen genomen zijn.

Deelvraag 2: Welke aantoonbare resultaten en effecten hebben deze maatregelen opgeleverd? De gemeente heeft aantoonbaar invulling gegeven aan de maatregelen die zijn genomen.

Voldoet grotendeels: de gemeente heeft aantoonbaar invulling gegeven aan maatregelen die zijn gevolgd uit de aanbeveling. De aanbeveling om een sociale kaart te ontwikkeling is nog niet afgerond, hier wordt aan gewerkt.

De uitvoering van de maatregelen heeft geresulteerd in de door rekenkamer in de aanbevelingen beoogde resultaten (output) en/of effecten (outcome).

Voldoet merendeels: de maatregelen hebben bij 5 van de 8 aanbevelingen geleid tot duidelijke resultaten en bij 3 aanbevelingen tot beperkte resultaten. Bij 3 van de 8 aanbevelingen hebben de maatregelen enigszins effect op de inwoner en bij 1 is er geen effect voor inwoners. De andere 4 aanbevelingen zijn niet van toepassing op inwoners.

29

4. Uitgaven en Rijksbijdrage 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de bevindingen gepresenteerd vanuit het perspectief van de uitgaven aan jeugdhulp en de daarmee samenhangende Rijksbijdrage. Eerst zijn de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de bevindingen op hoofdlijnen. 4.2 Bevindingen uitgaven en rijksbijdrage 3. Hoe hebben de uitgaven voor jeugdhulp in Hilversum zich ontwikkeld en hoe verhouden die uitgaven zich tot de ontvangen Rijksbijdrage? Bevindingen op hoofdlijnen: • De algemene uitkering voor het onderdeel Jeugd is tussen 2019 en 2023 met 52% gestegen: van €23 miljoen naar €35 miljoen. • In dezelfde periode zijn de uitgaven aan jeugdzorg met ruim 60% toegenomen: van €18 miljoen naar €29 miljoen. • De uitgaven voor andere jeugdgerelateerde activiteiten stegen met 20% tussen 2019 en 2023. • In 2020 en 2021 was er een fors verschil tussen de ontvangen algemene uitkering en de daadwerkelijke uitgaven aan jeugdzorg, met tekorten van respectievelijk €1,38 miljoen en €1,15 miljoen. In 2022 was er – overheadkosten buiten beschouwing gelaten- juist een overschot van €2,15 miljoen. Over de periode 2019–2023 is het verschil tussen inkomsten en uitgaven beperkt: een tekort van €143.746.

• De gemeenteraad krijgt via raadsinformatiebrieven (RIB’s) informatie over de kostenontwikkeling van jeugdzorg. • Tekorten en overschotten op de algemene uitkering worden meestal achteraf gemeld. Er wordt zelden besproken of afwijkingen het gevolg zijn van een bewuste keuze. Onderbouwing Uitgaven in relatie tot Rijksbijdrage De onderstaande cijfers geven inzicht in de ontwikkeling van de uitgaven voor jeugdgerelateerde activiteiten inclusief jeugdzorg van de gemeente Hilversum in de periode 2019 tot en met 2023. Overheadkosten zijn hierbij buiten beschouwing gelaten omdat ze vanuit de totale gemeentelijke overheadkosten niet uit te splitsen zijn naar de overheadkosten voor jeugdzorg vanuit beschikbare bronnen bij de gemeente. Daarnaast is weergegeven welke middelen de gemeente ontving via de algemene uitkering uit het gemeentefonds, specifiek het onderdeel dat door het Rijk wordt toegerekend aan de uitvoering van de Jeugdwet. Deze cijfers zijn geaggregeerd op basis van de gegevens beschikbaar bij de gemeente Hilversum en zijn niet afzonderlijk uit de jaarrekeningen te halen. De een-na-laatste kolom toont het verschil tussen deze Rijksbijdrage en de totale gemeentelijke uitgaven voor jeugdgerelateerde activiteiten, inclusief jeugdzorg. In de laatste kolom wordt de begroting van jeugdzorg in de onderzoeksperiode weergegeven.

30

Uitgaven jeugdzorg en algemene uitkering onderdeel Jeugd van de gemeente Hilversum in de periode 2019-2023

Andere Verschil (algemene Algemene uitkering uitgaven jeugd uitkering min onderdeel Jeugd Uitgaven gerelateerde (andere) uitgaven Begroting Jaar Hilversum Jeugdzorg activiteiten jeugdzorg) jeugdzorg 2019 € 23.165.000 € 18.117.000 € 4.929.625 € 118.375 € 16.073.000 2020 € 24.383.000 € 20.450.000 € 5.315.362 € -1.382.362 € 17.498.000 2021 € 26.762.000 € 22.501.000 € 5.408.346 € -1.147.346 € 20.667.000 2022 € 33.104.000 € 25.204.000 € 5.747.020 € 2.152.980 € 23.290.000 2023 € 35.211.000 € 29.030.000 € 6.066.393 € 114.607 € 25.272.000 Bron: jaarrekeningen & bestanden gemeente Hilversum De gemeente Hilversum besteedde in deze periode jaarlijks meerdere miljoenen aan aanvullende jeugdgerelateerde activiteiten naast de directe uitgaven voor jeugdzorg. Deze andere uitgaven betreffen onder meer kosten voor de toegangsfunctie (jeugdconsulenten), Jeugd en Gezin, en volksgezondheid, subsidies, Onderwijs Zorg Arrangementen en praktijkondersteuning bij huisartsen. In sommige jaren overstijgen de totale uitgaven het bedrag dat via het gemeentefonds voor jeugdgerelateerde activiteiten inclusief jeugdzorg beschikbaar is gesteld. In 2020 en 2021 bedraagt het verschil respectievelijk € 1,382 miljoen en € 1,147 miljoen negatief. In 2023 is het verschil € 114.607. In 2022 is er sprake van een positief verschil van ruim € 2 miljoen.

Over de hele periode 2019–2023 is het saldo vrijwel in evenwicht, met een klein negatief verschil van €143.746. Uit de vergelijking tussen het onderdeel Jeugd binnen de algemene uitkering en de begroting voor jeugdzorg in de jaren 2019–2023 blijkt dat het verschil tussen beide posten kan oplopen tot 7 à 10 miljoen euro. In alle jaren ligt de uitkering structureel hoger dan de begrote uitgaven, ook wanneer jeugdgerelateerde activiteiten die buiten de jeugdzorgbegroting vallen – maar wel worden gedekt vanuit de algemene uitkering – worden meegerekend. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat de algemene uitkering voor het onderdeel Jeugd is bedoeld om alle gemeentelijke kosten voor de uitvoering van de Jeugdwet te dekken (dus ook de overheadkosten), terwijl in de begrote bedragen voor jeugdzorg de overheadkosten niet zijn meegenomen De directe uitgaven voor jeugdzorg zijn in deze periode gestegen van € 18,1 miljoen in 2019 naar € 29,0 miljoen in 2023, een stijging van circa 60%. De overige jeugdgerelateerde uitgaven stegen in dezelfde periode van € 4,9 miljoen naar € 6 miljoen. De algemene uitkering uit het gemeentefonds (voor het onderdeel Jeugd) steeg van € 23,2 miljoen naar € 35,2 miljoen, een toename van ongeveer 52%. De stijging van de gemeentelijke uitgaven en de rijksbijdrage loopt daarmee in grote lijnen gelijk op.

Onderstaande tabel geeft een specificatie van de overige jeugdgerelateerde uitgaven van de gemeente Hilversum in de periode 2019–2023. Daarnaast zet de gemeente middelen in uit SPUK11 gelden voor de financiering van buurtsportcoaches. Deze uitgaven zijn niet opgenomen in de tabel. 11

Specifieke Uitkering voor gemeenten voor preventietaken. 31

Specificatie van de andere jeugdgerelateerde uitgaven van de gemeente Hilversum in de periode 2019-2023 Jeugd en Gezin Toegangs(CJG en functie / Jeugd- VolksgezondOnderwijs Zorg POH Jaar consulenten heid) Subsidies Arrangementen Jeugd Totaal 2019 € 696.457 € 2.327.685 € 1.905.483 - € 4.929.625 2020 2021 2022 2023

€ 802.372 € 689.890 € 699.878 € 707.799

€ 2.396.786 € 2.480.678 € 2.561.786 € 2.699.568

€ 1.964.415 € 2.025.171 € 2.087.805 € 2.152.376

€ 181.506 € 180.224

€ 151.788 € 212.608 € 216.045 € 326.426

€ 5.315.362 € 5.408.346 € 5.747.020 € 6.066.393

Bron: bestanden gemeente Hilversum Bewuste beleids- of uitvoeringskeuzes Uit het gesprek met consulenten blijkt dat zij een toename zien in de uitgaven voor jeugdhulp, die zij toeschrijven aan complexere problematiek en bredere inzet per casus. Gezinnen worden langer gevolgd en de taken van consulenten zijn zwaarder en diverser geworden. Daarnaast ervaren zij meer druk op het budget; financiële overwegingen spelen vaker een rol in het werk, mede in het licht van het 'ravijnjaar'. Consulenten signaleren een stijging in zowel het aantal jeugdigen met hulp als de kosten per kind. Verder geven zij aan dat de kosten normaliter alleen al door indexaties veroorzaakt worden. Volgens hen heeft de gemeente beter inzicht gekregen via verbeterde monitoring, maar blijft het lastig om uitgaven rechtstreeks te koppelen aan de Rijksbijdrage, omdat deze niet geoormerkt is. Ook wijzen zij op de beperkte sturingsmogelijkheden bij verwijzingen door externe partijen zoals huisartsen. De wethouder bevestigde dat Hilversum jaarlijks moet bijplussen op de begrote uitgaven binnen jeugdhulp en noemde dit op termijn onhoudbaar. Hij benadrukte dat de verwachte kostenbesparing door decentralisatie is uitgebleven en dat bezuinigingen op het voorveld volgens hem ongewenst zijn, juist vanwege het verwachte preventieve effect. Raadsleden uitten zorgen over hun beperkte grip op de uitgaven.

Zij geven aan meer informatie nodig te hebben over de verhouding tussen uitgaven en Rijksbijdrage, en merken op dat kosten vaak pas laat inzichtelijk worden. Ook wijzen zij erop dat de open-einde-regeling de sturingsruimte beperkt. Beleidsmedewerkers geven aan dat er geen afspraken zijn gemaakt met de raad om te rapporteren over de verschillen tussen de algemene uitkering en de realisatie van kosten in jeugdhulp. Uit raadsinformatiebrieven, begrotingsstukken en jaarrekeningen blijkt dat de tekorten op de jeugdzorg in Hilversum in 2020 en 2021 formeel aan de gemeenteraad zijn gerapporteerd, maar dat de mate van beleidsmatige weging en raadsbetrokkenheid per jaar verschilt. In 2020 werd het tekort halverwege het jaar via een raadsinformatiebrief (RIB 2020-52) gemeld, als onderdeel van bredere overschrijdingen binnen het sociaal domein. De raad werd geïnformeerd en de begroting werd bijgesteld, maar er was geen sprake van een vooraf expliciet gewogen keuze. Beleidsmedewerkers geven aan dat de lasten in de jeugdhulp grotendeels op basis van zorggebruik ontstaan en zijn 32

daardoor beperkt beïnvloedbaar. Wel leidde dit indirect tot motie M20-96, waarin de raad vroeg om een koersdocument voor beheersing van de uitgaven. In 2021 werd het tekort op de Jeugdwet tijdig gemeld via een raadsinformatiebrief (RIB 2021-81), met een toelichting op de oorzaak (onder andere stijgende verblijfskosten en gebruik van buiten regionale aanbieders). Hoewel de raad hierover geen afzonderlijk besluit nam, volgde er wel inhoudelijk debat binnen de bredere context van het regionaal actieprogramma sociaal domein. Beleidsmedewerkers geven aan dat het financiële tekort formeel verwerkt is via de 2e tussentijdse rapportage van 2021 (raadsbesluit 8 december 2021). Pogingen vanuit enkele fracties om geplande taakstellingen op jeugdhulp terug te draaien werden daarbij verworpen. In beide jaren zijn de financiële afwijkingen verwerkt in de P&C-cyclus, maar alleen in 2021 is er sprake van enige beleidsmatige voorbespreking.

4.3 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. • Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.

Normen

Toetsing

Deelvraag 3: Hoe hebben de uitgaven voor jeugdhulp in Hilversum zich ontwikkeld en hoe verhouden die uitgaven zich tot de ontvangen Rijksbijdrage? De uitgaven zijn in lijn met de ontvangen Rijksbijdrage.

Voldoet grotendeels. Over de periode 2019– 2023 liggen de uitgaven aan jeugdhulp (overhead buiten beschouwing gelaten) grotendeels in lijn met de ontvangen rijksbijdrage. In 2020 en 2021 was sprake van een tekort, terwijl in 2022 een overschot werd gerealiseerd. Over de hele periode is het financiële verschil beperkt.

Daar waar die afwijkt in positieve of negatieve zin, is sprake van een bewuste beleids- of uitvoeringskeuze die is voorgelegd aan de raad.

Voldoet beperkt. Afwijkingen zijn wel aan de raad gemeld, maar doorgaans pas laat en zonder expliciete, vooraf gewogen beleidskeuze. Alleen in 2021 is sprake van enige beleidsmatige bespreking.

33

5. Relevante ontwikkelingen 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk is beschreven welke relevante ontwikkelingen op het gebied van de jeugdhulp hebben plaats gevonden en hoe de gemeente Hilversum hierop anticipeert. Eerst zijn de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de bevindingen op hoofdlijnen. 5.2 Bevindingen relevante ontwikkelingen 4. Hoe bereidt de gemeente Hilversum zich voor op relevante ontwikkelingen op het dossier Jeugdhulp en welke kansen en bedreigingen zijn er waar de raad rekening mee moet houden in de besluitvorming? Bevindingen op hoofdlijnen: • De gemeente heeft lokale en regionale ontwikkelingen in haar beleid geïntegreerd en past hier de uitvoering op aan. • De gemeente houdt actief de regionale en nationale ontwikkelingen goed in de gaten. Waar het kan verkent zij de risico’s en maakt zij gebruik van de kansen. • Raadsleden ervaren geen grip op de kosten van de jeugdhulp en hebben weinig zicht op de uitvoering. • De raad wenst meer zicht op de ‘beweging’: hoe ontwikkelt de transformatie van zorg naar het voorveld zich. Daarbij ligt volgens de gesproken raadsleden ook een duidelijke rol voor het college. Onderbouwing

Lokale en regionale ontwikkelingen In de interviews en uit de documentenanalyse komen de volgende lokale en regionale ontwikkelingen naar voren die relevant zijn op het dossier jeugdhulp in de gemeente Hilversum: Ontwikkeling 1. Gerichte zorg op de juiste plek: meer ondersteuning voor wie het echt nodig heeft Er zijn bewuste keuzes gemaakt over de inzet van zorg, waarbij in het voorveld actief gestuurd wordt op de noodzaak van hulp. In samenwerking met Versa is bijvoorbeeld gekeken naar de inzet van kinder- en jongerenwerk op wijkniveau, met behulp van data-analyse. Dit heeft geleid tot een verschuiving van capaciteit naar de wijken waar de behoefte het grootst is. Daarnaast is ook sterk gestuurd op integraal kijken en werken, zoals opgenomen in de beleidsagenda jeugd 2024-2030. Dit voert de gemeente uit door huisbezoeken en diepgaand onderzoek. Dit helpt om beter te bepalen welke zorg écht nodig is. De gemeente heeft deze manier van werken in de afgelopen twee jaar verder ontwikkeld en zorgt hiermee voor een doelgerichtere inzet van middelen, waarbij vooral de meest kwetsbare wijken de meeste ondersteuning ontvangen. Daarnaast merken gemeentelijke beleidsmedewerkers op dat zelfredzame inwoners vaker naar de huisarts gaan voor een verwijzing, die krijgen dan een rechtstreekse toegang tot GGZ zorg.

Dit lijken vaak gezinnen te zijn met een hoger inkomen, uit wijken met een hoger inkomensniveau, een fenomeen dat zichtbaar is in meerdere gemeenten. Beleidsmedewerkers hebben wel de indruk dat het grootste deel van de 34

ondersteuning in Hilversum gaat naar degenen die dit het meest nodig hebben. Met andere woorden: in Hilversum gaat het meeste geld naar de kwetsbare wijken. Ontwikkeling 2. Aanbod creëert vraag, er is sprake van een groei in gebruik en kosten Om deze ontwikkeling tegen te gaan, wordt regionaal gewerkt aan het programma IDU (In-, Door- en Uitstroom), waarmee gestuurd wordt op instroombeperking, doelmatige doorstroom en goede uitstroom van jeugdzorg. Diverse zorgaanbieders zijn hierbij betrokken geweest. Momenteel lopen er pilots binnen dit programma die inzicht moeten geven in de werking van het jeugdveld. De komende maanden zullen deze pilots verder uitgerold en geëvalueerd worden om te bepalen welke interventies effectief zijn. In de gemeente Hilversum is sprake van een toename van het aantal jeugdigen met ondersteuning en hulp vanuit de jeugdhulp en een toename in de kosten per jeugdige. Ontwikkeling 3. Toename van ambulante jeugdhulp en geen afname van complexere vormen van jeugdhulp In het kader van het toekomstscenario wordt geëxperimenteerd met verschillende vormen van ambulante hulp, waaronder GGZ-gerelateerde zorg. Dit laat zien dat ondanks pogingen om de inzet van zware zorgvormen terug te dringen, complexe hulp nog steeds noodzakelijk blijft en zelfs kostbaarder wordt. De gemeente Hilversum heeft een geleidelijke toename gekend van ambulante hulp sinds 2015.

Ambulante hulp omvat hierin vele soorten van jeugdhulp waaronder ook verschillende vormen van complexe zorg vallen zoals bijvoorbeeld de ambulante GGZ-zorg. Daarnaast is een stijging in de kosten voor verblijf zichtbaar die met name ingezet wordt door de gecertificeerde instellingen. Ontwikkeling 4. Forse wachttijden en wachtlijsten Wachtlijsten doen zich op veel verschillende manier voor. In eerste instantie kan een wachttijd bij de gemeente ontstaan. Hoewel de gemeente in de regel geen wachttijd heeft, is de afgelopen maanden sprake van een wachttijd voor de aanvraag in behandeling kan worden genomen. Binnen de gemeente zelf zijn de wachttijden voor het in behandeling nemen van aanvragen opgelopen vanwege een tekort aan jeugdconsulenten. Om deze achterstand aan te pakken, zijn per februari 2025 vier extra consulenten ingehuurd. De gemiddelde wachttijd ligt momenteel op acht weken. Het vinden en inwerken van nieuwe consulenten is een uitdaging, mede door de toegenomen complexiteit van de zorg. Meer consulenten is niet per definitie de oplossing; er wordt ook kritisch gekeken naar efficiëntie en noodzakelijkheid van werkzaamheden. De aanpak van wachttijden heeft tevens de aandacht in de beleidsagenda jeugd 2024-2030 omdat dit een complex probleem is dat om een duurzaam, meerjarig plan vraagt waar regionaal met partners aan wordt gewerkt.

Ook het programma Instroom, doorstroom, uitstroom zal mogelijk bijdragen aan een oplossing hiervoor. In tweede instantie zijn er wachtlijsten bij aanbieders, waarvan de langste wachtlijsten zitten in de zwaardere zorg bijvoorbeeld de Geestelijke GezondheidsZorg. Hierbij is het niet altijd helder waar de wachtlijsten precies zitten. Bijvoorbeeld omdat een ouder een bepaalde aanbieder wenst waar geen plek is, terwijl er wel andere aanbieders zijn. Sommige aanbieders hebben op het ene product wel een wachtlijst en de ander niet. De gemeente kijkt daarnaast wel of er passende overbruggingszorg nodig en/of mogelijk is.

35

Ontwikkeling 5. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Er wordt actief gewerkt aan de implementatie van het toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming. Dit gebeurt regionaal binnen drie zogenaamde toekomsttuinen. In deze tuinen wordt de nieuwe werkwijze beproefd en waar nodig aangepast op basis van de ervaringen uit de praktijk. Dit iteratieve proces zorgt ervoor dat de uiteindelijke aanpak goed aansluit bij de behoeften van kinderen en gezinnen. Ontwikkeling 6. Inzetten op het normaliseren van de jeugdhulp De gemeente is zich bewust van de stijging van het aantal jeugdigen dat ondersteuning ontvangt vanuit de jeugdzorg. De vraag hierbij is of alles maakbaar is. Sommige aspecten horen volgens gemeentelijke respondenten bij het leven. Daarom zijn zij begonnen met de discussie over normalisering. Zij hopen uit te dragen dat niet altijd alles een 10 hoeft te zijn en dat een 5.5 ook goed genoeg kan zijn. Dit dragen zij nu ook uit naar ouders en zorgaanbieders. Volgens consulenten zou het helpend zijn als het college en de raad dit ook kunnen uitdragen.

Regionale en landelijke ontwikkelingen In de interviews en uit de documenten analyse komen de volgende regionale en landelijke ontwikkelingen naar voren die relevant zijn op het dossier jeugdhulp in de gemeente Hilversum: Ontwikkeling 7. Inspelen op landelijke hervormingsagenda jeugd De gemeente speelt actief in op de Hervormingsagenda Jeugd. De beleidsagenda is afgestemd op de landelijke ontwikkelingen en het toekomstscenario. Onder andere de inzet op gezinsregie, POHJeugd (praktijkondersteuners huisarts), snelle begeleiding, en versterking van het voorveld, waaronder samenwerking met scholen en via het programma IDU, zijn voorbeelden van initiatieven die in lijn zijn met deze landelijke agenda. De gemeente is goed voorgesorteerd op de snelle inzet van begeleiding. Zij voert waar nodig gezinsregie uit en heeft de inzet van POH’s Jeugd bij huisartsen gestart. Daarnaast zet de gemeente fors in op het versterken van het voorveld in samenwerking met scholen en welzijnspartners. Dit zijn allemaal zaken die terugkomen in de Hervormingsagenda en waar de gemeente op inzet. Er zijn momenteel geen directe signalen die duiden op problemen met de financiële continuïteit van jeugdzorginstellingen. Ontwikkeling 8. Knelpunten op de arbeidsmarkt De arbeidsmarktproblematiek blijft een groot knelpunt. Regionaal worden gesprekken gevoerd met aanbieders om oplossingen te vinden.

Daarbij wordt ook gekeken naar alternatieve wervingskanalen en creatieve manieren om personeel te vinden en te behouden. Ondanks deze inspanningen blijft het lastig om voldoende geschikte professionals te vinden. Zowel bij de aanbieders als de gemeente doen zich knelpunten voor om de juiste mensen aan te trekken. Vanuit de Regio worden gesprekken hierover gevoerd met de aanbieders, maar dit blijft een grote uitdaging. Ontwikkeling 9. Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Binnen het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is financiering beschikbaar gesteld met als doel het versterken van de sociale basis. Een deel van deze middelen is ingezet voor de uitvoering van jongeren- en kinderwerk. Wel is er zorg over de toekomst, aangezien deze financiering tijdelijk is en het onzeker is of deze in de toekomst wordt voortgezet. Dit vormt een uitdaging voor de structurele 36

borging van deze inzet. Zowel het IZA als het GALA worden door de gemeente meegenomen vanuit het nieuwe beleid en doorgezet in de uitvoering. Aan het GALA zit financiering (SPUK-gelden) vast met doelstelling van het versterken van de sociale basis. De gemeente heeft een deel van het geld ingezet om jongeren en kinderwerk uit te voeren. Hier ligt ook een uitdaging want dit geld is er mogelijk in of na 2026 niet meer.

Verlichten van bedreigingen en benutting van kansen door gemeente In de documentenanalyse en de interviews met de gemeente en partners komt een aantal kansen en bedreigingen naar voren en hoe de gemeente hierin denkt te opereren: Kans en bedreiging rapport “Groeipijn” In het rapport "Groeipijn" van 30 januari 2025 pleit de Deskundigencommissie Van Ark voor de haalbaarheid van het meerjarig financieel kader van 2025 tot en met 2027 gemeenten extra te compenseren voor de uitvoering van de Hervormingsagenda jeugd. Onderdeel van het advies is om aan te sluiten bij de reële groei voor indexatie voor volumeontwikkeling en loon- en prijsontwikkeling. Het is nog onzeker wat de (positieve) financiële consequenties voor gemeenten gaan zijn. Dit houdt de gemeente nauwlettend in de gaten. De gemeente vindt het belangrijk om een maatschappelijk gesprek hierover te gaan voeren en dit zowel als een kans als een bedreiging te zien. Bedreiging perverse prikkels in de jeugdzorg Daarnaast zitten er volgens de gemeente perverse prikkels in het systeem Jeugdhulp. Het loont voor aanbieders bijvoorbeeld om zo veel mogelijk de makkelijkere trajecten uit te voeren en de moeilijkere trajecten zijn vaak niet rendabel uit te voeren door aanbieders. Dit is vooralsnog een bedreiging en de gemeente heeft dan het Rijk ook nodig om richting te geven zodat deze perverse prikkels worden weggenomen.

De gemeente heeft hier te weinig grip op. Kans: Samenwerking door meer kennis en inzicht De gemeente ziet de kennisontwikkeling bij de GGD als een kans. De expertise en dataanalysecapaciteit van de GGD kunnen hierbij een sleutelrol vervullen. Door nauwer samen te werken met de GGD kan de gemeente niet alleen beschikken over actuele cijfers en trends op het gebied van jeugdgezondheid en -welzijn, maar ook over diepere duiding van onderliggende oorzaken van problematiek. Hierdoor kan de gemeente beter gebruik maken van samenwerkingsverbanden om gerichte interventies te kunnen doen die problemen in de jeugdzorg oplossen.

Informatie aan raad over ontwikkelingen en kansen en bedreigingen De gemeenteraad wordt door het college geïnformeerd via raadsinformatiebrieven, raadsinformatiesessies en de informatie die hij krijgt gedurende de jaarlijkse cyclus. Verder heeft de raad een jaar geleden het nieuwe beleid vastgesteld. Hierin zijn alle lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen en de kansen en bedreigingen geadresseerd. Met betrekking tot de mogelijke bezuinigingen in het ravijnjaar 2026 is een breed gesprek gevoerd met de raad over waar bezuinigd kan worden en wat beter kan. Vooralsnog vertaalt zich dit niet direct door in de jeugdhulp. 37

De gesproken gemeenteraadsleden zijn tevreden over het nieuwe beleid, maar beseffen zich ook dat jeugdhulp complex en moeilijk grijpbaar blijft. Volgens de raadsleden lijkt de echte sturingskracht zich te bevinden in het voorveld, terwijl de grip op de daadwerkelijke jeugdhulp vanwege allerlei redenen beperkt blijft. Raadsleden maken zich zorgen over wachtlijsten en het feit dat er steeds meer financiële middelen naar jeugdhulp toe gaan. Raadsleden ervaren geen grip op de kosten van de jeugdhulp. Deze worden tot voor kort pas na afloop van het financiële jaar zichtbaar. Raadsleden benoemen dat het open-einde karakter van de regeling het lastig maakt om tussentijds te sturen op uitgaven. Sinds dit jaar is hier meer inzicht in en weet de raad nu al dat een overschrijding van 2 miljoen euro aannemelijk is voor 2025. De raad geeft aan dat hij niet weet hoe hierop te sturen. De raad wenst meer zicht op de ‘beweging’: hoe ontwikkelt de transformatie van zorg naar het voorveld zich? Daarbij ligt volgens de gesproken raadsleden ook een duidelijke rol voor het college. Verder geeft de raad aan dat het inzicht ontbreekt in zaken zoals de tijdsbesteding van consulenten en wat er precies door uitvoerende partijen wordt gedaan. Raadsleden zouden graag directe informatie krijgen van de uitvoerders van gemeente en partners.

5.3 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. • Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.

Normen

Toetsing

Deelvraag 4: Hoe bereidt de gemeente Hilversum zich voor op relevante ontwikkelingen op het dossier jeugdhulp en welke kansen en bedreigingen zijn er waar de raad rekening mee moet houden in de besluitvorming? De gemeente Hilversum anticipeert in beleid en uitvoering op relevante landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op het dossier jeugdhulp.

Voldoet. De gemeente Hilversum heeft goed zicht op de verschillende lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen en anticipeert hierop in haar beleid en de uitvoering hiervan.

De gemeente heeft hierin aangegeven hoe zij kansen benutten en bedreigingen mitigeert.

Voldoet grotendeels. Met de anticipatie van het beleid en de uitvoering op de relevante ontwikkelingen weet de gemeente Hilversum een aantal kansen te benutten en bedreigingen te verlichten.

De raad is hierover geïnformeerd en heeft inzichtelijk wat hiervan de betekenis is in besluitvorming over inhoudelijke en financiële kaders.

Voldoet merendeels. De raad wordt tijdig geïnformeerd over inhoudelijke kaders. De raad verneemt meestal achteraf of er overschrijding plaatsvindt en ervaart daarom geen grip en sturing op financiën .

38

Bijlage 1: geraadpleegde bronnen Documenten Financiële documenten: • Amendement A21-82 (SP en HB) over schrappen taakstelling jeugdhulp • Antwoorden op artikel-41 vragen VVD, d.d. 28 september 2020 • Artikel-41 vragen CDA over jeugdzorgwachttijden (januari 2022) • Jaarrekening 2020 • Jaarrekening 2021 • Jaarrekening 2022, inclusief financiële bijlage over realisatie Jeugdwet • Motie M20-96 “Visie op taakstelling sociaal domein” (raadsvergadering 11 november 2020) • Programmabegroting 2021 • Programmabegroting 2022, inclusief toelichting verhoging jeugdbudget • Raadsinformatiebrief 2020-52, Melding financiële afwijkingen sociaal domein 2020 • Raadsinformatiebrief 2021-57, Meicirculaire Gemeentefonds en bijstelling sociaal domein • Raadsinformatiebrief 2021-81, Melding financiële afwijkingen sociaal domein 2021 (BUIG, Tozo, TONK en Jeugdwet) • Verslagen commissievergaderingen en raadsbesprekingen begroting en jaarrekening 2022 • Verslagen raads- en commissievergaderingen maart en oktober 2021 (actieprogramma sociaal domein) Relevante beleidsstukken m.b.t.

jeugdhulp 2019-2024 • Hilversum Beleidsagenda Jeugd 2023 • Hilversum Beleidsagenda WMO 2023 • Hilversumse Educatieve Agenda 2021-2024 • Hilversumse Educatieve Agenda 2024-2027 • De Stand van de Jeugdzorg • Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd • Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd Landelijk rapport 2021 • Nota van de Rekenkamer bij het rapport Tussenstand uitvoering jeugdhulp Hilversum • Samen is leuker – Lokale aanpak eenzaamheid Hilversum 2020 • Transformatieplan Zorg voor de Jeugd – Regio Gooi en Vechtstreek • Visie en Agenda Jeugdzorg d.d. 21-10-2019, aangepast n.a.v. amendementen • Actieplan jeugd 2021-2022 (collegevoorstel) • Actieplan jeugd 2021-2022 • Startnotitie 'Beleidskader Jeugd' 2024 -2030 • Beleidsagenda jeugd 2024-2030 • Wij zijn Hilversum-visie sociaal domein Uitvoeringsdocumenten en opdrachten jeugdhulp: interne uitvoering, subsidies en inkoop • Voorstel subsidieregeling programma agenda jeugd Hilversum 20032024 (2024) • Collegebrief inzake Stand van zaken inkoop Wmo en Jeugd (2021) • Raadsinformatiebrief 2020-48 inzake Inkoop Wmo en Jeugd 2021 en toelatingsdocumenten • Bijlage 1 - B&W voorstel inkoop Wmo en Jeugd 2021 39

• • • • • • • •

Bijlage 3 - Toelatingsdocument Maatschappelijke ondersteuning 2021 Bijlage 4 - Toelatingsdocument Jeugdhulp voorzieningen 2021 Bijlage 5 - Toelatingsdocument Gecertificeerde instellingen 2021 Bijlage 6 - Tarievenoverzicht Samenwerkingsprotocol jeugdhulp in het gedwongen kader Collegevoorstel samenwerkingsprotocol jeugdhulp in het gedwongen kader Collegevoorstel Afsluiten kortdurend contract Jeugdzorg Plus en inkoop Collegevoorstel forensische zorg dec.2022

Alle college en raadsstukken m.b.t. jeugdhulp 2019-2024 2019 • Collegebrief inzake Transformatieplan Jeugd • Raadsinformatiebrief 2019-67 inzake Melding financiële afwijking voortkomend uit nieuwe eindejaar prognoses voor Wmo en Jeugd • Raadsinformatiebrief 2019-68 inzake Inspectierapporten Gecertificeerde Instellingen • Collegebrief naar aanleiding van interne evaluatie ‘hoorzitting bovenregionale inkoop jeugdbescherming en jeugdreclassering’ • Voorstel verhogen individueel budgetplafond specialistische jeugdhulp 2020 • Collegebrief Voortgang Praktijkondersteuner GGZ Jeugd • Collegebrief Evaluatie Praktijkondersteuner GGZ Jeugd • Collegebrief inzake toelichting financiële afwijking 2020 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugd (707866) • Raad RIB 2019-67 tekorten op de WMO en Jeugd - Commissievoorstel • Collegebrief inzake Reactie op oplopende tekorten Jeugd en WMO (T20-02) (612785) • Op Koers + Naar een financieel gezond sociaal domein - Raadsvoorstel • Bijlage 1. Verkenning naar een financieel gezond sociaal domein v18-12-2020 • Tarieven verblijfsvoorzieningen jeugd vanaf 2021 • Beantwoording vragen art.

41 HvH over het woonplaatsbeginsel 2021 • Tweede voortgangsbrief Pilot Praktijkondersteuners GGZ Jeugd (1072581) • Collegevoorstel Een toekomst met perspectief Doorontwikkeling samenwerkingsafspraken jeugdhulp NvO 2021 • Bijlage Samenwerkingsafspraken jeugdhulp ikv norm voor opdrachtgeverschap • Collegevoorstel bijstelling tarieven verblijf 2021 en 2022 • Voorstel tussenvoorziening verblijf Jeugd • Beantwoording art. 41 vragen CDA over wachtlijsten in jeugdzorg (1083847) • Collegevoorstel Pilots versnelling jeugdbeschermingsketen • Collegevoorstel bijstelling tarieven verblijf 2021 en 2022 • Collegebrief inzake stand van zaken Gecertificeerde Instelling Briedis (778910) • Collegevoorstel Inkoop dagbehandeling jonge kinderen met ernstige problematiek • Beantwoording Art. 41 vragen PvdA Jeugdzorg • Collegevoorstel Oplossen knelpunten bij de behandeling van eetstoornissen 2022 • Collegebrief Bovenregionale samenwerking jeugd 40

• • • • • •

Collegebrief Inspectie Regiorapport jeugdbescherming sept. 2022 (1217493) Raadsinformatiebrief 2022-37 inzake Evaluatie Visie en Agenda Jeugd 2019-2021 (1129730) Voorstel Jeugd bovenregionale samenwerking via BEN-NH en Thuis voor Noordje Integratie Regionaal Expertteam Jeugd en Consultatie- en Adviesteam Collegevoorstel Cliëntervaringsonderzoek (CEO) Jeugd 2021 en werkwijze CEO 2022 Collegevoorstel structurele inbedding mda++

2023 • • • • • •

Collegebrief inzake Beëindiging bestuurlijk toezicht jeugdbescherming (1265664) Collegebrief aanpak in- door en uitstroom (aanpak wachttijden) jeugd (1368463) Collegevoorstel Borging tussenvoorziening - jeugd Collegebrief inzake Tekort jeugdbudget 2023 Collegebrief afdoening toezegging T23-020, inwoners die bijna 18 jaar worden (1354234) Collegevoorstel Hulpverlener op de bank

2024 • • • • • •

Collegebrief Maatregelen voorspelbaarheid en grip uitgaven jeugd (1406014) Collegebrief inzake Voortgang uitvoering Hervormingsagenda Jeugd in Gooi en Vechtstreek Collegevoorstel Beschikbaarheidsfinanciering klinische GGZ (jeugd) Collegebrief voortgang motie M23-149 (Op)Bouwdepot- alle jeugd recht op een mooie toekomst (1606013) Regeling meerjaren programmasubsidies Jeugd Collegebrief invoering landelijke tarieven Gecertificeerde Instellingen jeugdbescherming en jeugdreclassering (1399684)

Interviews Inwoners • 15 inwoners die jeugdhulp ontvangen in de gemeente Hilversum Gemeente Hilversum • 3 beleidsmedewerkers en 2 teamleiders • 7 uitvoerenden (jeugdconsulenten en adviseurs) • Wethouder • 2 leden van de Adviesraad sociaal domein Partners • 5 vertegenwoordigers van partners in jeugdhulp, zowel voorveld als gespecialiseerde jeugdhulp

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c748a062-02fb-4f7c-8039-e3a967c13766