Bijlage 1. Eindrapport Nazorgonderzoek Jeugdhulp Rekenkamer Hilversum
Tekst van het document
Eindrapport Nazorgonderzoek Jeugdhulp
Rekenkamer Hilversum 7 juli 2025
Eindrapport Nazorgonderzoek Jeugdhulp Rekenkamer Hilversum
7 juli 2025
Een onderzoek uitgevoerd door B&A In opdracht van de Rekenkamer Hilversum
B&A B.V. Ghislaine Hieralal Gerard Nieuwe Weme Artem Vardanyan Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag info@bagroep.nl www.bagroep.nl
Rekenkamer Hilversum Dudokpark 1 Postbus 9900 1201 GM HILVERSUM rekenkamer@hilversum.nl https://hilversum.nl/bestuur-organisatie/rekenkamer-hilversum
Foto credits: iStock Antonio Guillem
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1.
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen................................................................................... 3 1.1 Samenvatting................................................................................................................................. 3 1.2 Conclusies ...................................................................................................................................... 5 1.3 Aanbevelingen ............................................................................................................................... 7
2.
Inleiding ......................................................................................................................................... 13 2.1 Aanleiding .................................................................................................................................... 13 2.2 Rekenkameronderzoek uit 2019 ................................................................................................. 13 2.3 Landelijke ontwikkelingen in de jeugdhulp ................................................................................. 13 2.4 Onderzoeksvragen....................................................................................................................... 14 2.5 Normenkader .............................................................................................................................. 14 2.6 Onderzoeksverantwoording ........................................................................................................ 15
3.
Maatregelen, resultaten en effecten ............................................................................................ 17 3.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 17 3.2 Bevindingen maatregelen, resultaten en effecten...................................................................... 17 3.3 Toelichting effecten op inwoners................................................................................................ 26 3.4 Toetsing normenkader ................................................................................................................ 29
4.
Uitgaven en Rijksbijdrage .............................................................................................................. 30 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 30 4.2 Bevindingen uitgaven en rijksbijdrage ........................................................................................ 30 4.3 Toetsing normenkader ................................................................................................................ 33
5.
Relevante ontwikkelingen ............................................................................................................. 34 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 34 5.2 Bevindingen relevante ontwikkelingen ....................................................................................... 34 5.3 Toetsing normenkader ................................................................................................................ 38
Bijlage 1: geraadpleegde bronnen ........................................................................................................ 39
2
1. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 1.1 Samenvatting Om haar effectiviteit te vergroten, voert de rekenkamer periodiek onderzoek uit naar de doorwerking van haar eerdere aanbevelingen. Daarmee wordt nagegaan of deze aanbevelingen daadwerkelijk tot verbeteringen hebben geleid. In dit geval onderzoekt de rekenkamer in hoeverre de aanbevelingen uit het Jeugdhulponderzoek van 2019 zijn opgevolgd en doorgevoerd in het gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan. Daarnaast is gekozen om ook naar de Rijksbijdrage te kijken en met gezinnen te spreken om inzicht te krijgen in hun ervaring met jeugdhulp. Beantwoording centrale vraag In hoeverre is uitvoering gegeven aan de besluitvorming door de raad naar aanleiding van de uitkomsten van het rekenkameronderzoek Jeugdhulp uit 2019? Veel stappen gezet op beleidsniveau In de afgelopen vijf jaar heeft de gemeente Hilversum duidelijk stappen gezet in het versterken en transformeren van het jeugdhulpbeleid, met focus op meer samenhangend en preventief jeugdbeleid, in lijn met de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Jeugdhulp van 2019. Er is gewerkt aan kortere lijnen tussen beleid, uitvoering en samenwerkingspartners. Na het vorige rekenkameronderzoek is ingezet op meer integratie binnen het sociaal domein, wat in 2023 resulteerde in een visie sociaal domein en drie beleidsagenda’s.
De koersverschuiving van ‘Zorg en Ziekte’ naar ‘Gezondheid en Gedrag’ en de verbinding tussen onderwijs en jeugd (onder meer via initiatieven als Onderwijs Zorg Arrangement en Onderwijs Jeugdhulp Arrangement), hebben gezorgd voor een fundamenteel andere benadering en samenwerking. De gemeente Hilversum neemt hierin regionaal een voortrekkersrol. Daarnaast heeft Hilversum de ondersteuning van de pedagogische basis versterkt door onder andere subsidies op het jeugdveld en de Hilversumse Educatieve Agenda: een plan waarin onderwijs, kinderopvang en gemeente samenwerken om de ontwikkeling van kinderen en jongeren te ondersteunen. Vrijwel alle aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek zijn opgevolgd en uitgevoerd, met uitzondering van de sociale kaart1 die nog in ontwikkeling is en ook is opgenomen als activiteit in de Beleidsagenda Jeugd 2024-2030. Maatregelen werken deels door in de praktijk, maar er is ruimte voor meer samenwerking en inhoudelijke sturing In de uitvoering is de betrokkenheid van jeugdconsulenten vergroot via gezinsregie2, wat ervoor zorgt dat jeugdconsulenten actiever en langer betrokken zijn. Dit bevordert de continuïteit van zorg en het opbouwen van vertrouwen. Ook versterken de POH’s3 Jeugd het voorveld waardoor jeugdigen direct kunnen worden doorverwezen en op een laagdrempelige manier geholpen kunnen worden. De
1
Op een sociale kaart vinden burgers en hulpverleners informatie over organisaties en hun aanbod van diensten, producten en activiteiten in het sociaal domein. 2 Gezinsregie is een vorm van intensieve regie geleverd door specialistische jeugdconsulenten die ook achter de voordeur komen en veel contact hebben met het gezin. 3 POH = PraktijkOndersteuner Huisarts; een praktijkondersteuner bij de huisarts ondersteunt de huisarts bij zijn of haar werk. 3
centrale toegang en de inzet op datasturing zijn verbeterd. Daarnaast wordt de samenwerking met partners versterkt, onder andere middels IDU (oplossingen voor instroom, doorstroom en uitstroom in de jeugdzorg) en het jeugdnetwerk. Ook stimuleert de gemeente vanaf 2024 nog nadrukkelijker de onafhankelijke cliëntondersteuning door MEE (gratis en onafhankelijk informatie, advies en ondersteuning) en de Eigenkracht Centrale (initiatief om samenredzaamheid meer mogelijk te maken in de maatschappij). Capaciteitsproblemen bij aanbieders en de zwaarte van casussen blijven echter structurele knelpunten in de praktijk. Inwoners zijn tevreden over hulp, maar de weg ernaartoe is complex Inwoners ervaren de jeugdhulp als waardevol zodra het contact is gelegd en passende hulp is gevonden: hulpverleners worden als betrokken en deskundig gewaardeerd. Echter, de weg ernaartoe blijft voor velen ingewikkeld. Ouders vinden het jeugdhulpstelsel complex, onoverzichtelijk en moeilijk toegankelijk. Vroegsignalering en heldere routes ontbreken vaak, waardoor inwoners afhankelijk zijn van scholen, huisartsen of bekenden om hulp te vinden. Preventieve ondersteuning is beperkt in beeld bij inwoners en de gemeente wordt voor inwoners vaak pas laat in het traject zichtbaar.
De gemeente is op de toekomst voorbereid, maar de raad wenst meer inzicht De gemeente Hilversum stemt haar beleid en uitvoering af op zowel lokale als regionale en landelijke ontwikkelingen en speelt actief in op regionale en nationale trends door risico’s te verkleinen en kansen te benutten. Daarnaast is de raad in de afgelopen tijd beter geïnformeerd en betrokken bij beleidsvorming. Tegelijkertijd ervaren raadsleden nog steeds weinig grip op de kosten van jeugdhulp en ervaren zij een beperkt zicht op de uitvoeringseffecten van de jeugdhulp. Raadsleden spreken de wens uit om beter inzicht te krijgen in de voortgang van de transformatie van zorg naar het voorveld. Daarbij zien ze een duidelijke taak voor het college om hierin richting en duidelijkheid te bieden. De afgelopen periode is gewerkt aan een voorspelmodel jeugd. Dit met als doel de voorspelbaarheid en beheersbaarheid van de uitgaven te verbeteren om zo beter en eerder inzicht te krijgen in de financiën. Tussen 2019 en 2023 is de algemene uitkering voor het onderdeel Jeugd met 52% gestegen, van €23 miljoen naar €35 miljoen4. In dezelfde periode namen de uitgaven aan jeugdzorg met ruim 60% toe, van €18 miljoen naar €29 miljoen. Ook de uitgaven voor andere jeugdgerelateerde activiteiten lieten een stijging zien met 20%, van €5 miljoen naar €6 miljoen.
In de jaren 2020 en 2021 was er sprake van aanzienlijke tekorten op jeugdzorg, met respectievelijk €1,38 miljoen en €1,15 miljoen ten opzichte van de algemene uitkering voor het onderdeel Jeugd, overheadkosten buiten beschouwing gelaten. In 2022 daarentegen werd er €2,15 miljoen minder uitgegeven dan de algemene uitkering. Over de gehele periode 2019–2023 bleef het verschil tussen algemene uitkering en uitgaven relatief beperkt, met een totaal tekort van €143.746. De gemeenteraad wordt via raadsinformatiebrieven (RIB’s) op de hoogte gehouden van de kostenontwikkeling van jeugdzorg. Bij het melden van tekorten of overschotten is zelden duidelijkheid of afwijkingen het gevolg zijn van bewuste keuzes van de gemeente.
4
De uitgaven aan jeugdzorg cijfers zijn overgenomen van de jaarrekeningen van de gemeente Hilversum (via Findo). In de jaarrekeningen is er geen uitsplitsing tussen overhead kosten en zorgkosten te maken. De overhead zit dus niet in de aangegeven bedragen. 4
1.2 Conclusies De gemeente Hilversum heeft sinds het rekenkameronderzoek uit 2019 duidelijk stappen gezet in het uitvoeren van de aanbevelingen. Er is sprake van inhoudelijke en organisatorische veranderingen die bijdragen aan een meer preventieve, samenhangende en toegankelijke jeugdhulp. Tegelijkertijd blijft het nodig om de structurele knelpunten, zoals samenwerking met het voorveld en casuïstiek met toenemende complexiteit, actief te blijven adresseren. Verdere investering in samenwerking, innovatie en doorontwikkeling van het voorveld zijn essentieel om de ingezette koers te bestendigen. Conclusie 1: Aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek zijn grotendeels opgevolgd, maar er is behoefte aan een sociale kaart De gemeente Hilversum heeft sinds het vorige rekenkameronderzoek belangrijke stappen gezet op het gebied van visieontwikkeling, centrale toegang en gezinsregie. Een aanbeveling uit het rekenkameronderzoek van 2019 die achterblijft, is de ontwikkeling en implementatie van een sociale kaart. Zowel professionals als inwoners geven aan behoefte te hebben aan een overzichtelijk, actueel en toegankelijk overzicht van het ondersteuningsaanbod in Hilversum. Het ontbreken hiervan maakt het vinden en inzetten van passende hulp onnodig ingewikkeld en afhankelijk van persoonlijke netwerken of toeval.
Conclusie 2: De behoefte aan een gezamenlijke leer- en verbetercyclus blijft groot als gevolg van een versnipperde samenwerking tussen gemeente en partners Hoewel de gemeente Hilversum beleidsmatig vooruitgang boekt met het versterken van integraliteit en datagedreven werken, blijkt de samenwerking met partners in de praktijk nog gefragmenteerd en onvoldoende effectief. Veel van de gesproken samenwerkingspartners, zoals welzijnsorganisaties, zorgaanbieders, sociaal werkers en huisartsen, geven aan nog niet voldoende aangehaakt te zijn bij de ingezette koers. Dit belemmert niet alleen de onderlinge afstemming, maar ook het gezamenlijk leren en verbeteren op basis van inzichten uit de uitvoering. De gemeente zelf ervaart weinig grip op het voorveld, met name op de huisartsen en praktijkondersteuners Jeugd (POH’s). Zij fungeren vaak als eerste aanspreekpunt voor inwoners met hulpvragen, maar hun verwijzingen blijven voor de gemeente ongrijpbaar. Het is daarom extra belangrijk om de huisartsen en POH’s Jeugd te betrekken in de leer- en verbetercyclus. Andere partners geven bovendien zelf aan behoefte te hebben aan een uniforme werkwijze en een gezamenlijke leer- en verbetercyclus, waarin structureel wordt gereflecteerd op wat werkt en wat beter kan.
Hierbij doet zich een risico voor van verschillende snelheden, bijvoorbeeld als de gemeente sterk inzet op datagedreven werken maar niet of onvoldoende geïnvesteerd wordt in datagedreven werken samen met partners. Daarmee blijft effectieve sturing uit. Het ontbreekt volgens partners momenteel aan een gedeeld referentiekader, een gezamenlijke databasis en duidelijke afspraken over het delen en gebruiken van informatie. Dit maakt het lastig om onderbouwde keuzes te maken of beleid bij te sturen. Een structurele leer- en verbetercyclus, gebaseerd op een gezamenlijke monitor en gedeelde verantwoordelijkheid, is volgens hen noodzakelijk om de samenwerking tussen partners onderling en de gemeente te versterken en de transformatie daadwerkelijk te laten landen in de praktijk.
5
Conclusie 3: Toegang tot hulp is voor inwoners nog steeds lastig Veel ouders ervaren het zorglandschap in Hilversum als versnipperd en lastig te doorgronden. Ouders weten vaak niet dat zij via de gemeente hulp kunnen krijgen en kloppen daarom eerst aan bij bijvoorbeeld scholen of huisartsen. Hierdoor komt de gemeente vaak pas laat in beeld. Daarnaast blijkt dat de mate waarin inwoners de toegang tot hulp weten te realiseren sterk afhankelijk is van de kracht van het persoonlijke netwerk van inwoners. Dat leidt tot ongelijke kansen op tijdige en passende ondersteuning. De vindbaarheid en toegankelijkheid van hulp zijn daarmee nog onvoldoende geborgd voor alle Hilversummers. Conclusie 4: Ouders zijn tevreden over geboden hulp en begeleiding tijdens trajecten Zodra gezinnen eenmaal toegang hebben tot jeugdhulp, zijn zij over het algemeen positief over de inhoudelijke kwaliteit van de ondersteuning. Ouders ervaren hulpverleners als betrokken, deskundig, bereikbaar en bereid om maatwerk te leveren. Er is vaak ruimte voor overleg, waarbij niet alleen naar het kind, maar ook naar het hele gezin wordt gekeken. Ook het contact met gemeentelijke consulenten wordt gewaardeerd: ouders voelen zich gezien en gesteund, ook als de situatie tijdelijk stabiel is. Ouders waarderen het dat hulpverleners nabij blijven en zich flexibel opstellen in de ondersteuning.
Conclusie 5: De overgang van 18- naar 18+ blijft voor gezinnen een bron van zorg en onzekerheid Hoewel de gemeente Hilversum verschillende stappen heeft gezet om de overgang van 18- naar 18+ soepeler te laten verlopen, ervaren ouders het vooruitzicht op deze fase nog steeds als complex en onzeker. Uit gesprekken blijkt dat veel ouders zich zorgen maken over de continuïteit van hulp op het moment dat hun kind volwassen wordt. Ouders kijken vaak al jaren van tevoren op tegen de overgang, waarbij de overgang wordt gezien een breukmoment, en het risico bestaat dat eerder opgebouwde ondersteuning wegvalt of opnieuw moet worden aangevraagd. Ouders beschrijven hoe intensief en belastend de zoektocht naar passende jeugdhulp is geweest. De gedachte dat zij na het 18e levensjaar van hun kind weer van voren af aan moeten beginnen, leidt tot spanning en onzekerheid. Zelfs wanneer de overdracht op papier goed geregeld is, blijkt de onzekerheid bij ouders en jongeren groot. De ervaringen van ouders maken duidelijk dat er behoefte is aan meer rust, duidelijkheid en structuur in deze overgang. Het vraagt om een aanpak waarin jongeren en ouders al vroegtijdig worden ondersteund bij het voorbereiden op en organiseren van de stap naar passende hulp na hun 18e.
Conclusie 6: Uitgaven aan jeugdhulp lijken in lijn met de Rijksbijdrage Hoewel de uitgaven voor jeugdhulp fors zijn gestegen, bleven ze gemeten over de hele periode 2019–2023 in lijn met de over die jaren ontvangen algemene uitkering voor het onderdeel Jeugd. Een zuivere vergelijking is echter moeilijk te maken, omdat de aan de uitgaven voor jeugdhulp toe te rekenen overheadkosten in dit onderzoek niet konden worden vastgesteld. Conclusie 7: De raad ervaart weinig zicht op de effecten van beleid De gemeenteraad van Hilversum ervaart onvoldoende mogelijkheden om effectief te sturen op het jeugdhulpbeleid. Raadsleden geven aan dat de informatie die zij ontvangen vaak gefragmenteerd, technisch of te laat is om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op keuzes in inhoud of financiën.
6
Informatie over tekorten en overschotten bereikt de raad meestal pas achteraf en biedt weinig inzicht in de onderliggende oorzaken of het effect van beleid op inwoners. Daarnaast is het voor raadsleden lastig om de voortgang van de transformatie van zorg naar het voorveld goed te volgen. Er is behoefte aan beter inzicht in hoe beleid in de praktijk uitpakt en of de ingezette koers leidt tot de gewenste veranderingen. Dit beperkt hun rol als kadersteller en controleur. Raadsleden geven ook aan zich onvoldoende betrokken te voelen bij de praktijk van de jeugdhulp. Er is interesse om actiever zicht te krijgen op de uitvoering, bijvoorbeeld via werkbezoeken of gesprekken met inwoners en professionals. Daarbij ligt er volgens de raad ook een verantwoordelijkheid bij het college om de raad beter mee te nemen in de ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de uitvoering van het beleid. Conclusie 8: Hilversum anticipeert goed op beleidsontwikkelingen De gemeente Hilversum toont zich adaptief en vooruitstrevend in het vertalen van regionale en landelijke beleidsontwikkelingen naar de lokale praktijk. Beleidswijzigingen op het gebied van jeugdhulp, zowel op regionaal als nationaal niveau, worden actief gevolgd en geïnterpreteerd in het licht van de lokale context.
De gemeente weet deze ontwikkelingen niet alleen te volgen, maar benut waar mogelijk ook kansen om proactief te handelen en risico’s vroegtijdig te signaleren.
1.3 Aanbevelingen Aanbevelingen aan het college Aanbeveling 1: Ontwikkel en implementeer een sociale kaart Ontwikkel en implementeer een toegankelijke en actuele sociale kaart voor zowel professionals als inwoners. Zorg ervoor dat deze onder de aandacht gebracht en gehouden wordt en evalueer inhoud en gebruik van de sociale kaart periodiek. Toelichting en uitwerking aanbeveling Hoewel de gemeente Hilversum de meeste aanbevelingen uit het vorige rekenkameronderzoek heeft opgevolgd, blijft de ontwikkeling van een online, interactieve sociale kaart achter. Andere gemeenten laten zien dat een goed ingerichte sociale kaart, zoals DISK in Enschede, jekuntmeer.nl in Amsterdam en Utrecht, of de Zorgregio Sociale Kaart in Amsterdam, daadwerkelijk bijdraagt aan snellere en effectievere toegang tot ondersteuning. Het ontbreken van een goed functionerende sociale kaart belemmert zowel inwoners als professionals in het vinden van passende hulp en voorkomt dat beschikbare voorzieningen optimaal benut worden. Versnelling van de ontwikkeling, gebruik en doorontwikkeling van de sociale kaart is daarom noodzakelijk. De aanbeveling valt in drie delen uiteen. Realiseren van een sociale kaart voor professionals en inwoners. Het realiseren van een goed functionerende sociale kaart is essentieel voor een effectieve toegang tot ondersteuning en voorzieningen.
Dit geldt voor zowel uitvoerende professionals als inwoners. Daarom wordt aanbevolen om de ontwikkeling van de sociale kaart te versnellen en deze in twee
7
varianten uit te splitsen: een sociale kaart voor professionals en een toegankelijke versie voor inwoners. De sociale kaart voor professionals moet gericht zijn op het bieden van actuele en gedetailleerde informatie over het zorg- en ondersteuningsaanbod, zodat zij sneller en beter kunnen doorverwijzen. Voor inwoners is het belangrijk dat de kaart laagdrempelig en begrijpelijk is, met overzichtelijke informatie over beschikbare hulp en activiteiten in hun buurt, welke stappen zij kunnen zetten en wat ze mogen verwachten als ze hulp nodig hebben. De sociale kaart onder de aandacht brengen en houden. Zodra de sociale kaart beschikbaar is, is het van belang om deze onder de aandacht te brengen in reguliere overleggen, zoals bijvoorbeeld de teamoverleggen van het Sociaal Plein, bijeenkomsten met uitvoerende partners en contactmomenten met bijvoorbeeld wijkteams. Dit biedt tevens een kans om feedback op te halen over het gebruik en de bruikbaarheid van de kaart. Het ontwikkelen van een sociale kaart is één stap, het up-to-date houden en het steeds blijven toetsen wat de gebruikswaarde is (voor professionals en inwoners) is een volgende stap en vraagt structurele aandacht.
Daarnaast is het belangrijk om inwoners actief te wijzen op het bestaan van de sociale kaart, bijvoorbeeld via de gemeentelijke website, wijkcentra en via communicatiekanalen van partners zoals scholen, consultatiebureaus, bibliotheken, sportverenigingen en huisartsenpraktijken. Kies daarbij de communicatiekanalen van partners waar ouders naar verwachting toch al gebruik van maken. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwsbrief van school. Zo wordt de sociale kaart niet alleen een handig hulpmiddel voor professionals, maar ook een waardevol instrument voor inwoners om zelfstandig hun weg te vinden naar passende hulp en ondersteuning. Structureel leren en verbeteren. Tot slot is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de sociale kaart relevant blijft. Hiervoor moet deze regelmatig worden onderhouden, aangescherpt en aangepast op basis van nieuwe informatie of veranderende behoeften. Daarnaast wordt aanbevolen om het gebruik van de sociale kaart periodiek te evalueren: maken professionals en inwoners er daadwerkelijk gebruik van, en sluit de informatie aan bij hun behoeften? Door een leer- en verbetercyclus in te bouwen, kan de sociale kaart blijvend afgestemd worden op de praktijk.
Aanbeveling 2: Investeer in een structurele leer- en verbetercyclus met partners Zet gezamenlijk met de (belangrijkste) samenwerkingspartners een gezamenlijke leer- en verbetercyclus op, ontwikkel een gezamenlijke wijze van monitoren en zorg voor blijvende aandacht voor mogelijke verbeteringen vanuit het perspectief van inwoners in de gesprekken tussen gemeente en partners. Toelichting en uitwerking aanbeveling De gemeente Hilversum heeft beleidsmatig stappen gezet richting meer integraliteit en datagedreven werken, maar de samenwerking met partners wordt door partners in de praktijk als versnipperd ervaren. Het opzetten en implementeren van een structurele gezamenlijke leer- en verbetercyclus kan deze versnippering verhelpen. 8
Randvoorwaarden op orde: structureel leren en verbeteren tussen gemeente en partners op uitvoeringsniveau mogelijk maken. Het is noodzakelijk om te investeren in een gezamenlijke leer- en verbetercyclus, waarin partners actief worden betrokken en waarin leren centraal staat. De regie ligt hierbij bij de gemeente, maar het proces moet gezamenlijk worden ingericht en uitgevoerd. Het is belangrijk dat de gemeente investeert in een professionaliseringsslag bij partners. Op dit moment is de gemeente verder in het denken over monitoring en effectmeting dan veel van haar samenwerkingspartners. Door het gesprek aan te gaan met onder meer welzijnsorganisaties, jeugdzorgaanbieders, sociaal werkers en huisartsen (inclusief praktijkondersteuners jeugd), kunnen partners worden geholpen om ook waar nodig hun eigen registratie en monitoring te versterken. Daarnaast gaat het erom dat gemeenten en partners leren hoe ze data en signalen uit de praktijk samen kunnen bespreken en interpreteren. Dat vraagt niet alleen om afstemming, maar ook om het beschikbaar stellen van tijd en ondersteuning. Als die investering uitblijft, blijven gemeente en partners op twee snelheden functioneren, wat effectieve samenwerking belemmert. Implementatie: delen van informatie en ontwikkelen van een gezamenlijke wijze van monitoren.
Een volgende stap is het delen van en gezamenlijk monitoren van de effecten van beleid en uitvoering. De eerste stap is het delen van beschikbare informatie die de gemeente al verzamelt (stap 1). Daar kunnen vervolgens de data en praktijksignalen vanuit de partners aan worden toegevoegd (stap 2). Tot slot kan gewerkt worden aan een gezamenlijke monitor (stap 3) waarin gemeente en partners data en praktijksignalen verzamelen en bespreekbaar maken. Volhouden: leren en verbeteren als hoofdagendapunt in gesprekken tussen gemeente en partners. Het doel van een gezamenlijke monitor is niet alleen meten, maar juist het voeren van inhoudelijke gesprekken over wat de cijfers betekenen voor de praktijk. Wat zijn de effecten van beleid en uitvoering op de inwoners? Hoe kunnen we onze eigen processen verbeteren vanuit het perspectief van de inwoners? Hoe kunnen we onze processen beter op elkaar laten aansluiten? Leren en verbeteren vanuit het perspectief van de inwoners wordt daarmee de centrale focus van het overleg met partners. Zo ontstaat een cultuur van gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarin sturing plaatsvindt op basis van gedeelde inzichten en partners actief bijdragen aan het versterken van de effectiviteit van zorg en ondersteuning in Hilversum.
Aanbeveling 3: Versterk de nabijheid en toegankelijkheid van hulp voor inwoners Versterk de nabijheid en toegankelijkheid van hulp voor inwoners door in te zetten op betere beschikbaarheid van informatie op logische plekken voor gezinnen, op vroegsignalering door nauwe(re) samenwerking met onder meer scholen, kinderopvang en huisartsen en op een actieve(re) rol van het Sociaal Plein als ankerpunt voor gezinnen die hulp ontvangen. Toelichting en uitwerking aanbeveling De toegang tot hulp is voor veel inwoners van Hilversum nog steeds moeizaam. Ouders ervaren het zorglandschap als complex en weten vaak niet dat zij via de gemeente ondersteuning kunnen krijgen. Hierdoor zoeken zij hulp bij huisartsen of scholen, en blijft de gemeente in veel gevallen te lang buiten beeld. Er is sprake van een communicatieopgave: inwoners moeten weten wie binnen de gemeente kan helpen, wat er mogelijk is, en hoe zij in contact kunnen komen. Om dit te verbeteren 9
is het noodzakelijk dat de gemeente nadrukkelijk inzet op het creëren van nabijheid en laagdrempelige toegang tot hulp. Het is hierbij belangrijk een onderscheid te maken tussen inwoners die hulp zoeken en inwoners die al in het systeem zitten. De aanbeveling valt in drie delen uiteen: Aanwezigheid van informatie op logische plekken voor gezinnen. Voor inwoners die hulp zoeken is het belangrijk om te beginnen met het versterken van de aanwezigheid van toegankelijke informatie-, advies- en hulpvoorzieningen in de wijk, zodat ondersteuning dichter bij de leefwereld van inwoners komt. Denk hierbij aan samenwerking met scholen, sportclubs en religieuze instellingen. Dit zijn de plekken waar gezinnen komen, ongeacht of ze wel of geen hulpvraag hebben. Ook valt te denken aan vaste aanspreekpunten in wijkcentra of samenwerking met buurthuizen. Een sleutelrol is hierin weggelegd voor het Sociaal Plein, dat als initiatiefnemer actief alle veelvoorkomende plekken in de stad waar gezinnen komen kan benaderen waar signalen van hulpvragen ontstaan. Vroegsignalering. Vroegsignalering is een belangrijk instrument om inwoners tijdig in beeld te krijgen. Dit vraagt om nauwe samenwerking met scholen, kinderopvang, sportverenigingen, huisartsen, maar bijvoorbeeld ook met medewerkers van de schuldhulpverlening of woningcorporaties.
Zij zien vaak als eerste dat er problemen spelen zonder dat er door gezinnen een specifieke hulpvraag is gesteld. Door hen actief te betrekken en te ondersteunen in het signaleren van hulpvragen, wordt de kans groter dat inwoners op tijd bij passende ondersteuning terechtkomen. Het Sociaal Plein als ankerpunt voor gezinnen die hulp ontvangen. Voor de groep inwoners die al in het systeem van hulp zitten is het belangrijk om heldere afspraken te maken over doorverwijzing en opvolging. Uit de gesprekken met ouders blijkt dat zij de rol die het Sociaal Plein hierin vervult erg waarderen. Niet alle ouders en gezinnen komen echter in contact met het Sociaal Plein en het zijn juist deze ouders die in gesprekken aangeven dat die rol gemist wordt. Overweeg daarom om afspraken met huisartsen te maken dat zij, zodra zij een hulpvraag signaleren, standaard ook doorverwijzen naar het Sociaal Plein. Een andere mogelijkheid is dat gezinnen die niet actief zijn geholpen door het Sociaal Plein, maar waarvan wel bekend is dat zij een vorm van jeugdhulp krijgen, actief door het Sociaal Plein worden benaderd, bijvoorbeeld om na te gaan of de hulp naar wens verloopt en wat er eventueel nog beter kan.
Aanbeveling 4: Intensiveer de begeleiding bij de overgang van 18- naar 18+ Intensiveer de begeleiding bij de overgang van 18- naar 18+ door de voorbereiding op mogelijke volwassenhulp al vanaf 16,5 jaar structureel onderdeel te maken van het ondersteuningsplan en door extra aandacht voor de groep gezinnen die nog niet in beeld is bij het Sociaal Plein. Toelichting en uitwerking aanbeveling De gemeente Hilversum neemt al belangrijke stappen om de overgang van 18- naar 18+ voor jongeren soepeler te laten verlopen. Zo zijn er binnen het Sociaal Plein kwartaaloverleggen tussen Jeugd en Wmo, wordt er vanuit het Sociaal Plein een 18-/18+-kaart verstrekt met praktische informatie, en wordt door de consulent van het Sociaal Plein aan de jeugdzorgaanbieder gevraagd om een Toekomstperspectiefplan op te stellen als een jongere rond de 16,5 jaar is. Ook wordt bij jongeren die richting volwassenheid gaan vanuit het Sociaal Plein bij voorkeur gestuurd op 10
zorgaanbieders die zowel jeugd- als Wmo-ondersteuning kunnen bieden, om de overgang te versoepelen. Het zijn vooral ouders die aangeven dat de zoektocht naar passende hulp lang en ingewikkeld is geweest, die vrezen bij de overgang naar volwassenhulp opnieuw te moeten beginnen. Zelfs als de overdracht procedureel goed geregeld is, blijft het lastig voor jongeren en ouders om te overzien wat er verandert en waar zij terecht kunnen. Via de route van het Sociaal Plein zijn goede stappen ingezet, alleen voor de groep gezinnen en jongeren die op een andere manier verwezen zijn naar hulp, geldt dit mogelijk in mindere mate. Deze aanbeveling richt zich met name op deze groep gezinnen en jongeren. Voorbereiden op 18+ in ondersteuningsplannen van alle jeugdzorgaanbieders. Om deze zorgen serieus te nemen en de overgang daadwerkelijk te verbeteren, is het aan te bevelen om de voorbereiding al vanaf 16,5 jaar structureel onderdeel te maken van het ondersteuningsplan bij alle jeugdzorgaanbieders. Dit kan onderdeel zijn van het contractmanagement met jeugdzorgaanbieders. Door dit structureel in te regelen wordt voorkomen dat het gesprek pas laat wordt gevoerd. Daarnaast is het wenselijk om afspraken te maken met jeugdhulpaanbieders om bij 16,5 jaar standaard contact te leggen met de gemeente, zodat gezamenlijk een plan opgesteld kan worden voor de overstap naar volwassenhulp.
Dit biedt ruimte voor het afstemmen van verwachtingen, het in kaart brengen van de benodigde ondersteuning op de lange termijn, en het op tijd regelen van vervolghulp. Tevens zorgt het ervoor dat het Sociaal Plein in beeld komt bij de betreffende ouders.
Aanbeveling aan de raad Aanbeveling 5: Neem regie op informatiewensen en versterk de eigen sturingsrol Versterk de eigen regie door afspraken te maken over rapportages, het organiseren van dialoog door middel van themabijeenkomsten en werkbezoeken en vraag om beleidsalternatieven en scenario’s bij financiële en inhoudelijke afwijkingen. Toelichting en uitwerking aanbeveling De gemeenteraad van Hilversum ervaart momenteel onvoldoende sturingsmogelijkheden als het gaat om de effecten en kosten van het jeugdhulpbeleid. Hoewel er veel informatie beschikbaar is, ontbreekt het aan overzicht, voorspelbaarheid en inzicht in de uitvoering. Raadsleden hebben uitgesproken meer betrokken te willen zijn bij de transformatie van zorg naar het voorveld en beter zicht te willen krijgen op de daadwerkelijke effecten op inwoners. Deze aanbeveling valt uiteen in drie delen: Vraag als raad om een rapportage waarmee inzicht wordt verkregen in de effecten van de ingezette beleidsinstrumenten in het jeugdhulpbeleid en benoem als raad zelf op welke aspecten gerapporteerd moet worden.
Welke instrumenten die in de praktijk worden ingezet, bijvoorbeeld de beweging van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag, hebben welke effecten? En hoe ziet dat eruit vanuit het perspectief van gezinnen en uitvoerders? Met antwoord op deze vragen krijgt de raad inzicht in welke instrumenten welke effecten hebben op het beoogde doelbereik. Daarbij is het belangrijk dat de raad zelf formuleert op welke uitvoeringsaspecten hij wil sturen en welke informatie hij daarvoor nodig heeft. 11
Dat kan gaan over wachttijden, afbouw van zwaardere zorg, bereik van preventie, of juist de samenwerking in de toegang. Deze kaders helpen het college om gericht te rapporteren en bieden de raad houvast om gericht door te vragen. Organiseer als raad periodiek (bijvoorbeeld twee keer per jaar) een themabijeenkomst over jeugdhulp. Een rapportage vraagt om een toelichting en een gezamenlijke reflectie door de raad zelf. Nodig bij de themabijeenkomsten ook uitvoerders uit de praktijk en ervaringsdeskundige gezinnen uit. Daarnaast kunnen ook werkbezoeken of gesprekken met uitvoerders en inwoners worden georganiseerd, zodat raadsleden een beter beeld krijgen bij de effecten in de praktijk. In andere gemeenten (bijvoorbeeld Zwolle) hebben raden goede ervaringen met het organiseren van dialoogsessies. Vraag als raad om verschillende beleidsalternatieven en scenario’s bij financiële of inhoudelijke afwijkingen. Als de raad meer informatie krijgt over mogelijke maatregelen (‘aan welke knoppen kan worden gedraaid’) en de consequenties daarvan, ontstaat beter zicht op verschillende mogelijkheden om op inhoud en financiën bij te sturen.
12
2. Inleiding 2.1 Aanleiding Om de effectiviteit van de rekenkamer te bevorderen voert de rekenkamer periodiek onderzoek uit naar de doorwerking van haar onderzoeksresultaten. Hebben de aanbevelingen van de rekenkamer daadwerkelijk effect gehad? Daarnaast ziet de rekenkamer het uitvoeren van nazorgonderzoek als een belangrijk instrument om de controlerende taak van de raad te ondersteunen. Heeft het college van burgemeester en wethouders de verbetervoorstellen van de rekenkamer, die door de raad zijn overgenomen, doorgevoerd in het gemeentelijk functioneren? Met dit nazorgonderzoek onderzoekt de rekenkamer de uitwerking van het Jeugdhulponderzoek uit 2019. 2.2 Rekenkameronderzoek uit 2019 Sinds 2015 is de jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten. Reden voor de rekenkamer van Hilversum om in 2019 te onderzoeken hoe deze transitie tot dan toe was verlopen. Uit het onderzoek bleek dat er continuïteit was gehandhaafd in de geboden hulp, en dat de toegang tot jeugdhulp centraal en professioneel was ingericht. Ouders en kinderen vonden dat de toegang goed te vinden was en dat er snel gewerkt werd met een prettige bejegening. Wel bleek de koppeling van de vraag aan het aanbod lastig door de veelheid aan jeugdhulpaanbieders en omdat er geen overzicht was van alle aanbieders, expertise en kwaliteit.
De rekenkamer beval daarom aan om samen met de regio Gooi en Vechtstreek te investeren in een voor alle betrokken partijen goed toegankelijke zorgkaart. Een ander punt voor verbetering zag de rekenkamer op het gebied van financiële en inhoudelijke sturing door de gemeenteraad. 2.3 Landelijke ontwikkelingen in de jeugdhulp Sinds de afronding van het onderzoek in 2019 zijn er landelijk en lokaal ontwikkelingen geweest op het dossier Jeugdhulp die het huidige en toekomstige lokale beleid beïnvloeden. Zo is de Landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028 leidraad voor samenhangend beleid met als doel de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg te waarborgen. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) (2022) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) (2023) dienen dezelfde doelen. Er zijn koersverschuivingen van ‘Zorg en Ziekte’ naar ‘Gezondheid en Gedrag’ (in 2010 voor het eerst geïnitieerd door de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, RVZ) en naar het normaliseren in plaats van problematiseren van gedrag. Bewegingen die verder gemaakt worden in het jeugdveld zijn bijvoorbeeld de beweging naar de voorkant van de zorg (het voorveld), vroegsignalering en de koppeling met het medische en sociale domein en het onderwijsdomein. Jeugdhulp moet passend, laagdrempelig en dichtbij huis te vinden zijn.
Complexe problemen moeten integraal aangepakt worden, er is extra aandacht voor kwetsbare gezinnen en het versterken van ouderschap en de directe leefomgeving. Met deze bewegingen als uitgangspunt wordt beoogd besparingen te realiseren, de hulp meer integraal en dichterbij de inwoner te organiseren en het netwerk (inclusief scholen) te betrekken om tot preventief jeugdbeleid te komen. Kortom, er zijn veel landelijke ontwikkelingen gaande waartoe Hilversum zich te verhouden heeft. Hoewel binnen de reikwijdte van een nazorgonderzoek niet alle ontwikkelingen uitputtend in kaart kunnen worden gebracht, wil de rekenkamer hier in dit onderzoek toch enige aandacht aan 13
schenken. De rekenkamer van Hilversum wil met dit nazorgonderzoek niet alleen weten in hoeverre de verbetervoorstellen uit het onderzoek van 2019 zijn doorgevoerd in het gemeentelijk functioneren en met welk resultaat. Maar ook hoe de uitgaven voor jeugdhulp in Hilversum zich hebben ontwikkeld en met welke relevante ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden op het dossier Jeugdhulp. 2.4 Onderzoeksvragen In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: In hoeverre is uitvoering gegeven aan de besluitvorming door de raad naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek Jeugdhulp uit 2019? Om deze hoofdvraag te beantwoorden is gebruik gemaakt van de volgende deelvragen: 1. Welke maatregelen zijn naar aanleiding van het rekenkameronderzoek genomen? 2. Welke aantoonbare resultaten en effecten hebben deze maatregelen opgeleverd? 3. Hoe hebben de uitgaven voor jeugdhulp in Hilversum zich ontwikkeld en hoe verhouden die uitgaven zich tot de ontvangen Rijksbijdrage? 4. Hoe bereidt de gemeente Hilversum zich voor op relevante ontwikkelingen op het dossier Jeugdhulp en welke kansen en bedreigingen zijn er waar de raad rekening mee moet houden in de besluitvorming? 2.5 Normenkader
Deelvraag
Norm(en)
1. Welke maatregelen zijn naar aanleiding van het rekenkameronderzoek genomen?
•
De gemeente heeft beargumenteerd waarom welke maatregelen zijn genomen naar aanleiding van het rekenkameronderzoek.
2. Welke aantoonbare resultaten en effecten hebben deze maatregelen opgeleverd?
•
De gemeente heeft aantoonbaar invulling gegeven aan de maatregelen die zijn genomen.
•
De uitvoering van de maatregelen heeft geresulteerd in de door rekenkamer in de aanbeveling beoogde resultaten (output) en/of effecten (outcome).
3. Hoe hebben de uitgaven voor jeugdhulp in Hilversum zich ontwikkeld en hoe verhouden die uitgaven zich tot de ontvangen Rijksbijdrage?
•
De uitgaven zijn in lijn met de ontvangen Rijksbijdrage.
•
Daar waar die afwijkt in positieve of negatieve zin, is sprake van een bewuste beleids- of uitvoeringskeuze die is voorgelegd aan de raad.
4. Hoe bereidt de gemeente Hilversum zich voor op relevante ontwikkelingen op het dossier jeugdhulp en welke kansen en bedreigingen zijn er waar de raad rekening mee moet houden in de besluitvorming?
•
De gemeente Hilversum anticipeert in beleid en uitvoering op relevante landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op het dossier jeugdhulp.
•
De gemeente heeft hierin aangegeven hoe zij kansen benutten en bedreigingen mitigeert.
•
De raad is hierover geïnformeerd en heeft inzichtelijk wat hiervan de betekenis is in besluitvorming over inhoudelijke en financiële kaders. 14
2.6 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek heeft bestaan uit de volgende stappen: Documentenstudie Het onderzoek is gestart met een analyse van relevante beleidsstukken, uitvoeringsdocumenten, verantwoordingsdocumenten, monitoring en evaluaties, begrotingen en jaarrekeningen, college en raadsstukken, en documenten over lokale, regionale of landelijke ontwikkelingen binnen jeugdhulp. Op basis van deze documentenstudie is een tijdlijn opgesteld van beleids- en uitvoeringsontwikkelingen in de jeugdhulp in de periode 2019-2024. Deze tijdlijn heeft de basis gevormd voor de gesprekken in de volgende fase van het onderzoek (zie bijlage). Ook zijn de uitgaven aan de jeugdhulp van de gemeente Hilversum over de periode 2019-2024 in beeld gebracht. Hiervoor zijn aan de hand van de taakvelden in de jeugdhulp de begrote en gerealiseerde uitgaven tegen elkaar afgezet. Hierdoor is een beeld opgesteld over de financiële ontwikkeling van de jeugdzorg in de gemeente Hilversum. Veldwerk inwoners Om in beeld te brengen welke resultaten de uitvoering van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek van 2019 hebben op gezinnen die gebruik maken van jeugdhulp, zijn interviews gehouden met 15 gezinnen die gebruik maken van jeugdhulp. Deze gezinnen zijn een afspiegeling van de jeugdigen / gezinnen in de jeugdhulp waarbij de ondersteuning varieert van lichte jeugdhulp tot complexe multiproblematiek.
In deze interviews is onder andere besproken hoe zij de manier van aanvragen van hulp ervaren, of zij weten waar zij terecht kunnen met hulpvragen en welke effecten de geboden hulp gehad hebben op het gezin. Veldwerk beleidsmedewerkers Naast gesprekken met inwoners is een groepsinterview gehouden met beleidsmedewerkers op het gebied van jeugdhulp. Hierin is onder andere gesproken over de mate en de vorm van de doorwerking van de aanbevelingen uit het eerdere rekenkameronderzoek, de beleids- en uitvoeringsontwikkelingen van de jeugdzorg en de invloed van lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. Veldwerk wethouder Ook is gesproken met de verantwoordelijke wethouder. Dit gesprek heeft eenzelfde focus gehad als het gesprek met de beleidsmedewerkers en heeft tevens gefocust op de positionering van de raad door het college. Veldwerk uitvoerende professionals gemeente en partners Tot slot is in twee groepsinterviews gesproken met betrokken uitvoerende professionals in de jeugdhulp van zowel de gemeente als de partners. In deze gesprekken lag de focus op de aanbevelingen die relateren aan de uitvoering en de invloed van het beleid daarop. Ontwikkelkamer In een ontwikkelkamer zijn medewerkers betrokken bij het beleid en de uitvoering van de jeugdhulp samengekomen. In deze ontwikkelkamer lag de focus op toekomstige ontwikkelingen in de jeugdhulp 15
en de wijze waarop beleidsmedewerkers en uitvoerders hierop anticiperen. Daarnaast zijn perspectieven vanuit gezinnen voorgelegd en is besproken wat dit betekent voor de in te zetten ontwikkelingen. Werksessie met een vertegenwoordiging van de raad De laatste fase in het onderzoek betrof een werksessie met een vertegenwoordiging van de raad. In deze werksessie zijn de voorlopige bevindingen uit de voorgaande stappen op hoofdlijnen toegelicht. De raadsleden zijn gevraagd hierop en de invulling van hun kaderstellende en controlerende rol te reflecteren: wat gaat goed en wat kan beter? Rapportage Met uitkomsten van de documentenanalyse, de interviews, de ontwikkelkamer en de sessie met de raad is deze nota van bevindingen opgesteld. De nota van bevindingen is voorgelegd aan de rekenkamer alvorens deze voor ambtelijk wederhoor is getoetst op feitelijke juistheid.
16
3. Maatregelen, resultaten en effecten 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk is beschreven welke maatregelen genomen zijn naar aanleiding van het rekenkameronderzoek in 2019 en welke aantoonbare resultaten en effecten dit heeft opgeleverd. Eerst zijn de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen. 3.2 Bevindingen maatregelen, resultaten en effecten 1. Welke maatregelen zijn naar aanleiding van het rekenkameronderzoek genomen? 2. Welke aantoonbare resultaten en effecten hebben deze maatregelen opgeleverd? Bevindingen op hoofdlijnen: • Hilversum heeft in de afgelopen 5 jaar een duidelijke beweging gemaakt richting meer samenhang, integraliteit en preventie in het jeugdhulpbeleid. De lijnen tussen beleid, uitvoering en partners zijn verkort, met meer focus op preventie. Dit is in lijn met de landelijke hervormingsagenda. Toch blijven structurele problemen zoals capaciteit bij aanbieders en de zwaarte van casussen een uitdaging. • In lijn met de landelijke beweging naar preventie, is in Hilversum een transformatie doorgevoerd naar een meer samenhangend beleid. Na het vorige rekenkameronderzoek is ingezet op meer samenhang in het sociaal domein, met in 2023 de visie sociaal domein en drie beleidsagenda’s.
De koersverschuiving van ‘Zorg en Ziekte’ naar ‘Gezondheid en Gedrag’ vraagt om fundamenteel ander denken en samenwerken. Dit denken is nog niet in de hele samenwerkingsketen op dezelfde manier ingebed. • Onderwijs en jeugd zijn steeds meer verbonden. De integratie van de domeinen onderwijs en jeugd is versterkt via gezamenlijke agenda’s en initiatieven als OJA (Onderwijs Jeugd Arrangement), voorheen OZA (Onderwijs Zorg Arrangement). De gemeente neemt hierin regionaal het voortouw, maar heeft geen inzicht in data van scholen of samenwerkingsverbanden als het gaat om jeugdproblematiek. • De uitvoering is versterkt met twee gezinsregisseurs, 2 ambulante hulpverleners en de praktijkondersteuners jeugd. Jeugdconsulenten5 zijn actiever en langduriger betrokken via gezinsregie. Praktijkondersteuners jeugd versterken het voorveld waardoor jeugdigen direct kunnen worden doorverwezen en op een laagdrempelige manier geholpen kunnen worden. • De gemeente Hilversum heeft alle aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek uitgevoerd behalve de ontwikkeling van de sociale kaart. Deze is momenteel nog in ontwikkeling, en wordt dus naar verwachting wel opgevolgd. Er is hier echter geen termijn voor benoemd. • De aanbevelingen van de rekenkamer leidden tot beleidsmatige verbeteringen: De gemeente ontwikkelde een heldere visie en verbeterde de centrale toegang, gezinsregie en datasturing.
Wel blijft de inhoudelijke sturing en samenwerking met partners versnipperd en onvoldoende effectief. 5
Jeugdconsulenten zijn medewerkers van de gemeente die hulp en ondersteuningsvragen van inwoners behandelen die onder de jeugdwet vallen. 17
•
•
De toegankelijkheid van jeugdhulp wordt door inwoners als gebrekkig ervaren. Ouders vinden het zorglandschap nog steeds complex, onduidelijk en moeilijk toegankelijk. De gemeente wordt vaak pas laat in het traject zichtbaar. Veel gezinnen weten niet dat wat de rol van de gemeente is in jeugdhulp. Preventieve inzet wordt als beperkt ervaren. De jeugdconsulenten en uitvoerende hulpverleners worden gewaardeerd door inwoners, maar de toegang blijft lastig. Wanneer contact eenmaal tot stand komt, zijn inwoners positief over hulpverleners en hun betrokkenheid. Toch ervaren veel geïnterviewde ouders het proces ernaartoe als zwaar, tijdrovend en belastend. Vroegsignalering en heldere routes blijven ontwikkelpunten.
Onderbouwing Ontwikkeling van het jeugdhulpbeleid in de afgelopen 5 jaar Hilversum heeft in de afgelopen vijf jaar een duidelijke beweging gemaakt richting meer samenhang, integraliteit en preventie in het jeugdhulpbeleid. Dit is in lijn met de landelijke hervormingsagenda (2023). De lijnen tussen beleid, uitvoering en partners zijn korter geworden, en er wordt vaker samengewerkt over domeingrenzen heen. Tegelijkertijd wordt erkend dat het om complexe opgaven gaat, waarbij structurele knelpunten in de capaciteit en zwaarte van casussen vragen om blijvende aandacht en aanpassing. Van fragmentatie naar samenhang De afgelopen vijf jaar hebben in het teken gestaan van een fundamentele transformatie van het jeugdhulpbeleid in Hilversum. Dit is in lijn met de landelijke hervormingsagenda (2023). Na het vorige rekenkameronderzoek (2019) werd een belangrijke les getrokken: er was behoefte aan meer samenhang tussen de verschillende domeinen binnen het sociaal domein. Deze behoefte resulteerde in een traject waarin samen met partners, inwoners en de gemeenteraad de nieuwe visie sociaal domein is opgesteld. In 2023 werd de visie sociaal domein vastgesteld, waaronder drie beleidsagenda’s hangen. De visie sociaal domein en de beleidsagenda jeugd vormen nu het fundament van het jeugdbeleid.
Een centrale beweging in deze beleidsontwikkeling is de verschuiving van een Zorg en Ziektebenadering (ZZ) naar een focus op Gezondheid en Gedrag (GG). Dit sluit aan bij de landelijke transformatie van de jeugdzorg6. De wethouder ziet deze koers als positief en erkent dat deze transitie in de praktijk ook de nodige complexiteit met zich meebrengt. Het vraagt om andere manieren van denken, samenwerken en interveniëren, iets wat niet van de ene op de andere dag is gerealiseerd.
6
Jeugdzorg is een verzamelbegrip dat drie verschillende vormen van zorg omvat: jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Alle drie vormen van jeugdzorg kunnen ook in combinatie met elkaar voorkomen. Verreweg het grootste deel van de jeugdzorg bestaat uit jeugdhulp. Jeugdhulp behelst vooral professionele ondersteuning bij problemen voor jeugdigen tot 18 jaar (in uitzonderlijke gevallen tot 23 jaar). Jeugdhulp kan vele vormen aannemen, van 'licht' tot 'zwaar', van ambulante begeleiding bij ADHD tot gedwongen opname. 18
Onderwijs en Jeugd: van gescheiden naar verbonden Een andere grote ontwikkeling is de toenemende verwevenheid tussen onderwijs en jeugd. Waar deze domeinen voorheen gescheiden opereerden, is inmiddels sprake van integratie. De wethouder beheert beide portefeuilles en benadrukt het belang van samenhang in beleidsvoering. Hilversum heeft hierin ook het voortouw genomen in de regio. Er is een gezamenlijke jeugd- en onderwijsagenda ontwikkeld, en samenwerkingen zoals het OJA (Onderwijs Jeugd Arrangement) (2022), voorheen OZA (Onderwijs Zorg Arrangement) brengen onderwijsinstellingen, jeugdzorgorganisaties en andere partners zoals Qinas, SWV Unita en de GGD samen. De gesprekken met schoolbesturen en andere regionale spelers hebben ertoe geleid dat er nu gezamenlijk wordt gekeken naar structurele oplossingen, vooral rond instroom, doorstroom en uitstroom (IDU) in de jeugdzorg. Deze integrale benadering krijgt steeds meer voet aan de grond. Meer regie en nabijheid in de praktijk Ook in de uitvoering van het beleid is veel veranderd. Waar jeugdconsulenten voorheen afsloten na de start van de hulpverlening blijven ze nu langduriger betrokken bij het gezin, ook wanneer het even goed lijkt te gaan. Hierdoor ontstaat meer continuïteit, betrokkenheid en vertrouwen. Een andere versterking is de aansluiting van de POH Jeugd bij de huisartsenpraktijken.
Hierdoor is het voorveld versterkt, wat betekent dat signalen eerder en beter opgepakt kunnen worden. Leren van de praktijk: De Toekomsttuin Sinds oktober 2024 draait de regionale pilot Toekomsttuin. Deze is gericht op gezinnen met een hoog veiligheidsrisico waarvoor het vrijwillige kader van jeugdhulp onvoldoende blijkt. In deze casussen wordt opgeschaald naar een intensieve aanpak waarin meerdere veiligheidsorganisaties samenwerken. Een belangrijk uitgangspunt is dat het gezin één aanspreekpunt houdt, zodat de hulpverlening overzichtelijker en consistenter wordt. Deze pilot wordt momenteel geëvalueerd; het wordt gezien als een leerproces waarin zowel successen als knelpunten zichtbaar worden. Druk op voorzieningen en personeel Ondanks alle beleidsmatige vooruitgang, zijn er in de praktijk ook uitdagingen. Al jaren neemt het beroep op de jeugdhulp toe. De gesloten hulp wordt (ook landelijk) afgebouwd en het huishuisplaatsingen worden zo veel mogelijk voorkomen. Dit betekent dat de druk op de ambulante jeugdhulp toeneemt. Daarnaast is er bij zeer complexe problematiek beperkte beschikbaarheid van aanbod dat onder het Landelijke Transitie Arrangement (LTA)7 valt. Het rekenkameronderzoek uit 2019 heeft geleid tot 8 aanbevelingen voor de gemeente Hilversum. Onderstaand schema toont de zichtbaarheid van de maatregelen en resultaten en effecten die daaruit voortgekomen zijn.
Vervolgens zijn per aanbeveling de maatregelen, resultaten en effecten beschreven.
7
Het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) is een set afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders. Deze afspraken, in de vorm van raamovereenkomsten, zijn bedoeld om de inkoop van specialistische jeugdhulp te borgen, vooral voor functies die landelijk georganiseerd zijn en een uitzonderlijk aanbod hebben. 19
Maatregelen
Resultaten van activiteiten
Effecten voor inwoners
Maatregelen getroffen
Resultaten duidelijk zichtbaar
Effecten duidelijk zichtbaar
Maatregelen in ontwikkeling
Resultaten enigszins zichtbaar
Effecten enigszins zichtbaar
Geen maatregelen getroffen
Resultaten niet zichtbaar
Effecten niet zichtbaar
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Tabel 1: maatregelen, resultaten en effecten Aanbeveling uit onderzoek 2019
Maatregelen
Resultaten
Effecten
(intern, gemeente & partners)
(output van activiteiten)
(outcome voor inwoners)
1. Grijp het transformatieplan aan om duidelijk te maken wat Hilversum wil bereiken 2. Handhaaf voor de toegang tot jeugdhulp de huidige centrale inrichting 3. Besteed extra aandacht aan gezinnen met een migratieachtergrond en multiprobleemgezinnen 4. Maak een toegankelijke zorgkaart 5. Maak geautomatiseerde systemen geschikt voor actuele managementinformatie 6. Overleg met huisartsen om meer inzicht en grip op kosten te krijgen 7. Maak de informatiebehoefte van de raad expliciet 8. Verbeter de inhoudelijke sturing
20
Maatregelen naar aanleiding van aanbevelingen rekenkameronderzoek 2019 Aanbeveling 1: Grijp het transformatieplan aan om duidelijk te maken wat Hilversum wil bereiken Hilversum heeft sinds 2019 belangrijke stappen gezet in het ontwikkelen van een samenhangende visie op jeugdhulp. Deze ontwikkeling biedt een solide basis om de koers van de jeugdtransformatie aan te scherpen en te communiceren, zowel richting partners als inwoners. Maatregelen: • In 2019 is gestart met de lokale visieontwikkeling, resulterend in de Visie en Agenda Jeugdhulp 2019–2021, die als eerste lokale transformatieplan gold. De evaluatie hiervan is in 2022 vastgesteld. • In 2023 is de overkoepelende visie ‘Wij zijn Hilversum’ vastgesteld voor het sociaal domein, met een horizon tot 2033. Deze visie fungeert als fundament voor het jeugdbeleid. • Op basis hiervan is de Startnotitie Jeugd opgesteld, die de basis vormde voor de Beleidsagenda Jeugd 2024–2030. • Het Doelen InspanningsNetwerk (DIN), dat is opgenomen in de beleidsagenda jeugd 202420230, ondersteunt deze beleidsontwikkeling door inzichtelijk te maken hoe verschillende inspanningen bijdragen aan beleidsdoelen. Dit creëert voorspelbaarheid in de uitvoering en vergroot de beheersbaarheid van de activiteiten.
• Subsidieregeling Jeugd: deze subsidie is voor activiteiten die kwetsbare jongeren en hun gezin sterker maken, zodat kinderen in Hilversum gezond en veilig opgroeien. Resultaten: • Beleidsmedewerkers ervaren dat de gemeentelijke visie op jeugdhulp steeds verder is uitgewerkt en meer samenhang vertoont. Zij bevestigen dat Hilversum steeds duidelijker maakt wat zij wil bereiken. • Gemeentelijke uitvoerders ervaren dat de beleidsontwikkelingen bijdragen aan meer duidelijkheid en effectiviteit in hun werk. Zo zien zij een duidelijke transformatie naar het voorveld en zijn er netwerkbijeenkomsten zodat het voorveld elkaar beter kan vinden. Het resultaat hiervan is dat lichte zorgvragen makkelijker kunnen worden opgepakt en dat de lijntjes met het voorveld korter zijn. • Partners uit het netwerk erkennen deze vooruitgang, maar signaleren tegelijkertijd een gebrek aan regie vanuit de gemeente. De samenwerking in het voorveld wordt als te versnipperd ervaren, en inhoudelijke sturing vanuit de gemeente blijft beperkt. Effecten voor inwoners: • Er zijn nog geen directe merkbare effecten voor inwoners. De beleidsontwikkeling heeft zich tot nu toe voornamelijk gericht op visievorming en procesverbetering binnen de gemeentelijke organisatie en haar partners. Er is meer tijd nodig om de directe effecten van de veranderingen en verbetering terug te zien bij inwoners.
Wel zijn er indirecte effecten zichtbaar zoals de aanvragen voor activiteiten voor inwoners die voortvloeien uit de Subsidieregeling Jeugd, zoals de leun- en steungezinnen. Aanbeveling 2: Handhaaf voor de toegang tot jeugdhulp de huidige centrale inrichting Hilversum heeft ervoor gekozen om de toegang tot jeugdhulp centraal te organiseren. Deze centrale toegang is een speerpunt in de beleidsagenda jeugd 2024-2030 en is door de jaren heen geprofessionaliseerd en aangepast aan de veranderende behoeften van gezinnen. Deze werkwijze 21
biedt een solide basis om integraal, effectief en laagdrempelig ondersteuning te bieden, mits deze centraal georganiseerde structuur gepaard gaat met voldoende regie en samenwerking met ketenpartners. Maatregelen: • Sinds 2019 is de centrale toegang verder ontwikkeld en aangepast, met als doel een toegankelijke en professionele inrichting van de jeugdhulp. De gemeente streeft naar lichte, kortdurende hulp zonder indicatie waar dat kan, en langdurige betrokkenheid bij complexe casuïstiek. • Het team is uitgebreid met twee ambulante hulpverleners en twee gezinsregisseurs, en er wordt verkend hoe een wijkgerichte aanpak kan bijdragen aan effectievere ondersteuning. • Gezinsregisseurs zijn aangesteld voor gezinnen met complexe problematiek. Eén regisseur per gezin is het uitgangspunt. • Deze werkwijze sluit aan bij het Toekomstscenario Jeugd, waarin integrale toegang en continuïteit van zorg kernwaarden zijn. • Daarnaast is inmiddels een Team Toegang waarin de jeugdconsulenten samen zijn ondergebracht met de consulenten van de Wmo. Resultaten: • Gemeentelijke uitvoerders ervaren dat de centrale toegang goed functioneert. Onder de Wmo is een efficiënt werkend toegangsteam ingericht dat beter presteert dan voorheen.
• Partners bevestigen dat de kwaliteit van toegang is verbeterd, maar signaleren dat de regie en afstemming tussen partners en gemeente verbeterd en versterkt kan worden. Effecten voor inwoners: • De centrale toegang draagt volgens beleidsmedewerkers bij aan snellere en toegankelijkere hulp voor gezinnen, met name in eenvoudige en matig complexe situaties. • Gezinnen ervaren dat de route naar hulp lastig is en dat het tijd kost en inspanning vergt om de juiste hulp te krijgen, maar zijn wanneer zij eenmaal op de juiste plek terecht zijn gekomen, tevreden over de ontvangen hulp en begeleiding van zowel de gemeente als haar uitvoerende partners. Aanbeveling 3: Besteed extra aandacht aan de volgende twee doelgroepen: (1) gezinnen met een migratieachtergrond en (2) multiprobleemgezinnen Kwetsbare gezinnen, zoals gezinnen met een migratieachtergrond of meervoudige problematiek, vragen om een benadering die is afgestemd op hun specifieke behoeften. Sinds 2019 zijn er op verschillende vlakken maatregelen genomen om deze kwetsbare groepen beter te bereiken en te ondersteunen. Maatregelen: • In het regionaal leerhuis8 worden trainingen gegeven aan jeugdconsulenten over cultuursensitief werken. • In het gemeenteteam is meer aandacht voor diversiteit in werving en selectie waardoor het team inmiddels divers is qua samenstelling.