CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Bestemmingsplan (ontwerp)

GEMEENTERAAD 8 maart 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Heuvellaan 50 (1215209/1093173 )28.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Burgemeester en wethouders verlenen uitsluitend vergunning zoals bedoeld in artikel 9 lid 4 sub a na schriftelijk advies van de deskundige inzake archeologie.

9.5 Wijzigingsbevoegdheid a.

b.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, waarbij de dubbelbestemming 'Waarde-archeologie' wordt geschrapt, indien uit nader onderzoek is gebleken, dat, hetzij geen sprake is van een gebied met archeologische waarde, hetzij handhaving van de bestemming niet langer noodzakelijk wordt geacht. Burgemeester en wethouders geven uitsluitend toepassing aan het bepaalde in artikel 9 lid 5 sub a na schriftelijk advies van de deskundige inzake archeologie.

22

Artikel 10 Waarde - Beeldbepalende boom 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Beeldbepalende boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige beeldbepalende bomen.

10.2 Bouwregels a. b.

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de waarden als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in overige artikelen prevaleert de bestemming 'Waarde - Beeldbepalende boom'.

10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a.

b.

c.

het bepaalde in artikel 10 lid 2 ten aanzien van het bouwen van bouwwerken en toestaan dat op of in deze gronden een bij de andere bestemming toelaatbaar bouwwerk wordt gebouwd, indien wordt aangetoond dat door het bouwen van de gronden de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)kwaliteit van de boom of bomen niet worden aangetast; het gestelde in artikel 10 lid 2 indien geoordeeld is dat de boom of bomen niet meer als waardevol is/zijn aan te merken. Aan het verlenen van de vergunning kan de kap van de boom of bomen met daaraan gekoppeld een herplantplicht worden verbonden; ten behoeve van de onder a en b genoemde omgevingsvergunning kan een bomen-effectrapportage worden verlangd waaruit blijkt dat de bouw geen onevenredige gevolgen heeft voor de levensvatbaarheid en de ruimtelijke of ecologische betekenis van de boom;

10.4 Specifieke gebruiksregels Als een gebruik in strijd met deze bestemming wordt aangemerkt:

• •

het opslaan van goederen; het parkeren van auto's

buiten bestaande verharding.

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het snoeien, behoudens normale onderhouds- en beheerwerkzaamheden gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de boom; 2. het afhakken van wortels van de boom; 3. het aanbrengen van verharding onder de kroonprojectie van de boom; 4. het opslaan goederen onder de kroonprojectie van de boom; Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan overeenkomstig de in artikel 10 lid 1 bepaalde doeleinden beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

23

c.

d. e.

Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor het vervangen van bestaande verharding indien dit geen verdere verslechtering geeft voor de boom. Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor kappen van een boom indien dit vanwege een calamiteit noodzakelijk is.

10.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in de zin dat de bestemming Waarde Beeldbepalende boom' gedeeltelijk of geheel wordt verwijderd indien aangetoond is dat de boom of bomen vanwege conditie, levensverwachting, groeiplaats, (beeld)kwaliteit niet meer waardevol zijn danwel dat er elders voldoende maatregelen, bijvoorbeeld herplant, worden getroffen om het verlies aan waardevolle bomen te compenseren.

24

Artikel 11 Waarde - Beschermd stadsgezicht 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing.

11.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de bouwregels van onderliggende bestemmingen mogen de goot- en bouwhoogte, dakvorm, nokrichting en oppervlakte van bestaande (hoofd)gebouwen, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet worden gewijzigd.

11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11 lid 2 voor: a. b. c.

het wijzigen van de goot- en bouwhoogte; het achter- en zijwaarts uitbreiden van de bebouwingsoppervlakte; een andere dakvorm en/of nokrichting, mits deze verandering een herstel of verbetering van het historisch daklandschap betreft.

11.3.2 Toepassingsvoorwaarden Een in artikel 11 lid 3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend: a. b.

nadat advies van de commissie van welstand en monumenten is ingewonnen, en de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord.

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. b. c. d. e. f.

het aanleggen en/of verharden voor wegen, paden en parkeervoorzieningen; het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; het kappen en/of rooien van bomen; het graven en/of dempen van waterlopen en waterpartijen; het afgraven of ophogen van gronden met meer dan 30 cm; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen.

11.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 11 lid 4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die: a. b. c.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het moment van het van kracht worden van het bestemmingsplan; noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer;

25

d. e. f.

g.

noodzakelijk zijn in verband met een afgegeven omgevingsvergunning voor het bouwen; noodzakelijk zijn in verband met een acute gevaar; het kappen en/of rooien van bomen met een stamdikte van meer dan 20 cm anders dan het normale onderhoud waarvoor op grond van de Kapverordening reeds een omgevingsvergunning voor het kappen is verkregen; bedoeld zijn in artikel 11 lid 4.1, maar de in artikel 11 lid 1 omschreven waarden niet aantasten.

11.4.3 Toepassingsvoorwaarden Een in artikel 11 lid 4.1 genoemde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend: a. b.

nadat advies van de commissie van welstand en monumenten is ingewonnen en; de cultuurhistorische- en ruimtelijke waarden van het beschermd dorpsgezicht niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord.

26

hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 13 Algemene bouwregels 13.1 Ondergeschikte bouwdelen a.

b.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, glazenwasinstallatie en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, Een koekoek mag maximaal 1,00 meter uit de gevel gebouwd worden; gesitueerd aan de voorgevel mag de koekoek een maximale lengte van 60% van de voorgevel hebben.

13.2 Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,50 meter en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw waarop zij worden geplaatst.

13.3 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak of onder aan- en uitbouwen van het hoofdgebouw; de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m onder peil.

13.4 Voorwaardelijke verplichting infiltratie hemelwatervoorziening Nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van verharding moet hydrologisch neutraal zijn, wat betekent dat het hemelwater binnen de (toekomstige) perceelgrenzen wordt opgevangen, geborgen en geïnfiltreerd in de bodem en voldoet aan de norm voor de hoeveelheid te bergen water zoals die is opgenomen in het Gemeentelijk Watermanagementplan 2021 - 2026 of de opvolgers van dit Watermanagementplan.

Artikel 14 Algemene gebruiksregels 14.1 Verboden gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden of bouwwerken: a. b. c.

opslagplaats voor bagger en grondspecie; opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grond- en brandstoffen; uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

27

d. e. f. g. h. i.

uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; gebruik als motorcrossterrein of paardenbak; het opslaan en verkopen van vuurwerk; bouwwerken voor de exploitatie van een seksinrichting; als een verboden gebruik wordt aangemerkt ieder gebruik van een bijgebouw als woning of ten dienste van de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; als een verboden gebruik wordt aangemerkt het gebruik van de gronden gelegen tussen het hoofdgebouw en de openbare ruimte voor opslag, dan wel voor parkeren van meer dan twee auto's.

14.2 Toegelaten gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval niet verstaan: a. b.

c. d.

het tijdelijk opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; detailhandel, voor zover dit een normaal en ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening, zoals ingevolge de bestemming, de bestemmingsomschrijving en/of de overige planregels is toegestaan en de verkoop van goederen, gelet op de aard daarvan, geschiedt in rechtstreeks verband met de uitoefening van het bedrijf; uitstalling ten behoeve van de detailhandel, zoals bedoeld in onder b.; het uitoefenen van een ambachtelijk bedrijf, voor zover dit een normaal en ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van een detailhandelsbedrijf, zoals ingevolge de bestemming, de bestemmingsomschrijving en/of de overige planregels toegestaan en de ambachtelijke bedrijfsvoering, gelet op de aard daarvan, geschiedt in rechtstreeks verband met de uitoefening van het detailhandelsbedrijf;

14.3 Parkeren 14.3.1 Algemeen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning of een andere toestemming voor bouwen en/of gebruik moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto's vaststaan dat in de juiste mate ruimte wordt gerealiseerd in, op of onder een gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, met dien verstande dat: a.

b. c.

de juiste mate van ruimte wordt bepaald met behulp van de parkeernormen zoals die zijn opgenomen in de bijlagen bij de regels bijlage 2 'Beleidsregels Parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen Hilversum 2017' en indien deze beleidsregels worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging; de in sub a bedoelde ruimten voor het parkeren van auto's afmetingen hebben die moeten zijn afgestemd op gangbare personenauto's; indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, in deze behoefte in voldoende mate moet zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.

14.3.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 14 lid 3.1 voor zover de initiatiefnemer heeft aangetoond dat op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.

28

Artikel 15 Algemene afwijkingsregels 15.1 Afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor: a. b.

c. d.

e.

f.

afwijkingen van maten (waaronder percentages), aantallen met niet meer dan 10%, met dien verstande dat hoogtematen met niet meer dan 2,00 meter mogen worden overschreden; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, tot maximaal 2,00 meter, voor zover zulks van belang is voor een technisch of stedenbouwkundig betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de totale hoeveelheid (volgens de betreffende regel) toegestane m² bruto vloeroppervlak gelijk blijft; de bouw van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, zoals transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, telefooncellen en abri's; de bouw van bouwwerken die ten behoeve van waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers en verkeerssluizen, mits de inhoud niet groter is dan 60 m³, de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 meter en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4,50 meter; het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van straatmeubilair, kunstobjecten, informatievoorzieningen en/of reclame, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5,00 meter; het uitwisselen/verschuiven van bebouwingsmeters zoals bedoeld in artikel 3 lid 2.1 en/of artikel 8 lid 2.1 ten einde bebouwingsmeters uit te wisselen, binnen uitsluitend

de opgenomen enkelbestemming, waarbij het totaal aantal meters, na afwijking, niet meer mag bedragen dan 6.560 m2.

29

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 16 Overgangsrecht 16.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

b.

c.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

16.2 Overgangsrecht gebruik a. b.

c. d.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

Artikel 17 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Heuvellaan 50' van de gemeente Hilversum.

30

Verbeelding

Bijlagen

Inhoudsopgave Bijlage bij de toelichting 1: Quickschan Flora en fauna, oktober 2018 Bijlage bij de toelichting 2: Actualiserend flora en fauna onderzoek Bijlage bij de toelichting 3: Stikstof rapportage Bijlage bij de toelichting 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage bij de toelichting 5: Cultuurhistorisch onderzoek Bijlage bij de toelichting 6: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage bij de toelichting 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage bij de toelichting 8: Bodemonderzoek 2015 Bijlage bij de toelichting 9: Schetsontwerp, verkavelingsplan en beeldkwaliteitsplan Bosch en Slabbers Bijlage bij de toelichting 10: Notitie reflecties Bijlage bij de regels 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage bij de regels 2: beleidsregels parkeren

Bijlage(n) Toelichting

Bijlage bij de toelichting 1: Quickschan Flora en fauna, oktober 2018

Rapport Projectnummer: 360640 Referentienummer: SWNL0212649 Datum: 02-10-2018

Verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur

Definitief

Sweco Buitenruststraat 225 4337 ER Middelburg Postbus 7060 4330 GB Middelburg Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V.

John van Vliet

Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

T +31 88 811 62 30 M +31 6 10 56 12 17

Verantwoording Titel

Verkennend natuuronderzoek Heuvellaan 50, Hilversum

Subtitel

Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur

Projectnummer

360640

Referentienummer

SWNL0212649

Revisie

D2

Datum

02-10-2018

Auteur(s)

John van Vliet

E-mailadres

john.vanvliet@sweco.nl

Gecontroleerd door

Arjen Poelmans

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Maarten Mouissie

Paraaf goedgekeurd

nl_rapport.docx 20161201

2 (19)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3d841623-6181-4f49-a4a2-29708bf54e08