CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01. Programma van Eisen Multifunctioneel Sportcomplex

GEMEENTERAAD 17 september 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Programma van Eisen Sportcomplex Arenapark/Sportpark (1818885)38.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Er dient voldoende ruimte te zijn voor onderhoud, inspectie en bediening in de technische ruimtes, schachten en ruimten boven eventuele verlaagde plafonds;

•

Er dient voldoende ruimte te zijn om installaties naar binnen en buiten te kunnen brengen, en in een later stadium te kunnen onderhouden, toe te voegen of te vernieuwen;

•

Installaties zoveel mogelijk uit het zicht en bij voorkeur inpandig voorzien, daar waar mogelijk;

•

De capaciteit van hoofdtracés van kanalen, leidingen en kabels in het gebouw of gebouwdelen dient dermate groot te zijn dat de aanpasbaarheid en uitbreidbaarheid van het systeem mogelijk is. Er dient gestreefd te worden naar een mogelijk uitbreidbaarheid van de capaciteit met circa 20%;

•

De diversiteit van de verschillende onderdelen is zo klein mogelijk. Per soort wordt zo veel als mogelijk één fabricaat en type toegepast;

•

Er dient rekening gehouden te worden met het maximale installatiegeluid door het type installatie en de bouwkundige componenten optimaal op elkaar af te stemmen. Zo kan een minder geluidsarme installatie toch worden toegepast als deze binnen een afschermde zone is gepositioneerd;

•

De installaties worden zoveel mogelijk inpandig gepositioneerd;

•

Het gebouw wordt all-electric uitgevoerd, waarbij er geen gebruik wordt gemaakt van een gasaansluiting;

•

De bedrijfszekerheid dient gewaarborgd te worden met een bedrijfszekerheid van 99%;

•

Installaties moeten zo zijn ontworpen dat onderhoud onder bedrijfstijden uitgevoerd ka worden, en eventueel redundantie bezitten.

6.5 Mechanische installaties (NL-SfB 50) Mechanische installaties hebben betrekking op de ventilatie, warmtedistributie en koeling. De mechanische installaties bepalen in grote mate de duurzaamheid en daarbij de exploitatiekosten van het gebouw. Alle installaties dienen inpandig te worden geplaatst waar mogelijk. Daar waar in verblijfsruimtes toegepast en verlaagde plafonds aanwezig zijn, de componenten opnemen in de ruimte boven het plafond. Leidingwerk (waterleidingen, mantelbuizen, kabels) in de wanden wegwerken.

6.5.1

Algemeen •

Brandslanghaspels toepassen met de volgende uitgangspunten: iedere ruimte dient door middel van een brandslang bereikt te kunnen worden, waarbij in basis gerekend mag worden met een slanglengte van 20 m1, een worplengte van 5 m1, en rekening houdend met het feit dat niet meer dan één knik/bocht om bijvoorbeeld een kozijn gemaakt mag worden;

•

Brandslanghaspels voorzien van verzegelde afsluiters t.b.v. legionella-beheersmaatregelen;

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

68 van 82

•

Brandslanghaspels aansluiten op een eigen groep “streng” met een keerklep vanaf de hoofdmeter;

•

In de capaciteitsbepaling van de wateraansluiting en de leidingdiameters rekening houden met een gelijktijdig gebruik brandslanghaspels volgens opgave van de preventiemedewerker van de Gemeentelijke Brandweer.

6.5.2

Afvoeren riool en hemelwater Het hemelwater en vuilwater wordt gescheiden behandeld. Het hemelwater wordt tot een maximum van 70mm voor 24 uur vastgehouden in een buffer en het aanvullende wadi systeem. Daarbovenop moet 20 mm neerslag gedurende 1 uur ter plekke in de regenwater vastgehouden kunnen worden zonder schade te voorzaken. Uitgangspunt is om hemelwater (zogenaamd grijs water) zo veel mogelijk te hergebruiken in het gebouw en daarvoor wordt een regenwaterbuffer voorzien in de kelder van 300 m3. Indien de hoeveelheid beschikbare hemelwater groter is dan benodigd voor toiletspoeling dient het via een wadi in het eigen terrein en/of op het dak te worden opgevangen of overstort op het riool. Dit nader uit te werken in relatie met het totale ontwerp van het gehele terrein van perceel C en de overige toekomstige gebruiksvlakken. Het is mogelijk het regenwater toe te passen voor bijvoorbeeld toiletspoeling. Daar waar gevaar voor geluidshinder of condensvorming aanwezig is, de afvoerleidingen afdoende isoleren. Afvoer van water uit sanitaire installaties, zoals douches, zoveel mogelijk gebruiken om warmte uit te onttrekken alvorens dit afgevoerd wordt als vuil water op het gemeentelijk riool. Daarbij aandacht voor verstopping, eenvoudige reiniging en doorspoeling. Spoelwater vanuit het zwembad wordt eerst de warmte onttrokken alvorens in de vuilwater buffer opgevangen.

Het spoelwater mag alleen met een gereduceerd debiet van maximaal 5 m3/h op het vuilwaterriool worden aangeboden in de nachtelijke uren. Afvoer van overtollig hemelwater of vuilwater (meer dan de bergingsopgave op eigen perceel) moet gescheiden worden afgevoerd richting de openbare ruimte langs de oostzijde - en/of de zuidzijde van het gehele perceel C. Vuil- en hemelwater door middel van perceel aansluitleidingen met: •

een maximale diameter van 160 mm;

•

een diepteligging van 50 cm onder maaiveld ter hoogte van de perceelsgrens, waarbij de hoogte van het maaiveld hoger of gelijk is aan de kruin van de openbare weg;

6.5.3

•

op de perceelsgrens zijn de perceel aansluitleidingen voorzien van een ontstoppingspunt;

•

de perceel aansluitleidingen zijn uitgevoerd in de kleur ‘bruin’ voor vuilwater en ‘grijs’ voor hemelwater.

Warmte- en koude opwekking Uitgangspunt is dat warmteopwekking geschiedt zonder gas en met zoveel mogelijk gebruik van eigen opwekking en de efficiency van de WKO. Er dient voldoende capaciteit te zijn voor de opwarming en koeling van het gebouw en de opwarming van het water (piekcapaciteit). De warmteopwekking en warmwaterbereiding zal niet worden aangesloten op het aardgasnet en moet volledig worden verwarmd met een slim energieconcept van WKO, eigen opwekking en piekcapaciteit, waarbij kan worden ingespeeld op sterk wisselen bezetting per zone. Daarnaast dienen de volgende mogelijkheden in het verdere ontwerp onderzocht te worden: •

Thermische panelen/Heatpipes/PVT;

•

Warmteterugwinning uit douchewater;

•

Opslag van energie door bijvoorbeeld accusysteem;

•

Warmte-koude opslag in bodem 160 m3 (debiet).

Ten behoeve van de behaaglijkheid in het gebouw dient het gehele gebouw voorzien te worden van een verwarmingsinstallatie. De verwarming van het gebouw dient te geschieden door middel van een centrale verwarmingsinstallatie. De centrale verwarmingsinstallatie dient de warmte te distribueren door middel van laagtemperatuur luchtverwarming, stralingspanelen en/of vloerverwarming. Indien vloerverwarming wordt toegepast dienen de lokale verdelers hiervan te worden weggewerkt in een kast of omkasting zodat deze niet in het zicht is/zijn. In de natte ruimtes van het zwembad geen vloerverwarming toe te passen, i.v.m. kalkafzetting. Alle ruimtes dienen afzonderlijk regelbaar te zijn.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

69 van 82

Alle gekoelde waterleidingen in het ketelhuis, de schachten en boven het plafond dienen dampdicht geïsoleerd te worden en waar nodig in verband met condensatie. Alle warmwaterleidingen dienen thermisch te worden geïsoleerd. Het leidingnet dient per zone afsluitbaar gemaakt te worden door middel van dubbele afsluiters in de schachten of boven plafonds. Ten aanzien van de ruimtetemperaturen dienen de waarden aan gehouden te worden als elders in dit PvE opgenomen.

6.5.4

Verwarming en koeling In de sportruimten, horeca (inclusief multifunctionele ruimte), werkruimten, leslokalen en de receptie is koeling noodzakelijk. In deze ruimten dient de ruimtetemperatuur aan de bovenzijde beperkt te zijn. Er moet voldoende koude beschikbaar zijn om het aantal GTO-uren te beperken tot maximaal 100 uren. Vast te stellen op basis van temperatuur overschrijdingsberekeningen, klimaatjaar overeenkomstig NEN-5060, ref TO2. Om het binnenklimaat in de zomer binnen de gestelde eisen te handhaven en gebruik van mechanische koeling te beperken, dient door middel van een effectieve zonwering de hoeveelheid externe warmte (zontoetreding) in de ruimten te worden beperkt. Privacy schermen, zon- en lichtweringen zijn afzonderlijk van elkaar per wand/gevel bedienbaar in de betreffende ruimte. Een in de gebouwbeheersysteem geïntegreerde centraal gestuurde zon- windautomaat, stuurt de zon- en lichtwering op basis van zon-intensiteit, windsnelheid etc. De glazenwasser schakeling wordt opgenomen in de receptiebalie. Personeel in werkruimtes (kantoren, vergader, leslokalen, receptie, keuken) dienen de mogelijkheid te hebben om de ruimtetemperatuur zelf aan te passen binnen een vooraf te bepalen temperatuurbereik (plus of min 2 graden). In de algemene ruimten wordt de ruimtetemperatuur centraal geregeld en is er geen individuele aanpasbaarheid nodig.

De ingestelde waarde wordt na een dag (na 0:00 uur) automatisch terug gezet op basisinstellingen. De snelheid van de temperatuurregeling is minimaal +/- 1°C graad per half uur. De in de berekeningen aan te houden interne warmtelast ten gevolge van apparatuur bedraagt 15 W/m². De overige warmtelasten overeenkomstig het omschreven gebruik. Daar waar vloerkoeling wordt toegepast, is te voorzien in een dauwpunt temperatuur ter voorkoming van condens. De koeling dient per ruimte regelbaar te worden uitgevoerd. Voor de sporthallen geldt dat ernaar gestreefd dient te worden dat de ruimteluchttemperaturen gedurende de warmere perioden beperkt blijven. Er dient voorzien te worden in voorwaardelijke nachtventilatie. Er gaat een duidelijke voorkeur uit naar systeemconfiguraties waarbij de overtollige warmte uit de sportzalen benut wordt voor de verwarming van het zwembad en/of warmtapwater.

6.5.5

Water De volgende ontwerpuitgangspunten zijn van toepassing: •

Aanleggen volgens NEN1006,

•

Waterwerkbladen en ISSO publicatie 55.2;

•

Gescheiden koud- en warmwater leidingschacht;

•

Hotspots en opwarming voorkomen;

•

Zoveel mogelijk doorstromend aanleggen met op het eind een veelgebruikt tappunt (zoals een toilet);

•

Douches voorzien van een automatisch thermisch spoelsysteem;

•

Thermisch desinfectiesysteem koppelen aan het inbraakalarm. Thermische desinfectie kan alleen plaatsvinden wanneer het inbraakalarm is geactiveerd;

•

Warmwateraansluiting in technische ruimte (handenwassen monteurs);

•

Oogdouche in technische ruimten;

•

Apart koudwatersysteem voor de aerosole tappunten (o.a. de douches);

•

Genoeg buffer om minimaal één volledig douchecompartiment 20-30 min lang thermisch te kunnen spoelen. Gedurende de week dient alles minimaal één keer thermisch gedesinfecteerd te zijn;

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

70 van 82

•

Zoveel mogelijk eigen waterleiding groepen verzorgen vanaf de verdeler. Zoals douches, brandslanghaspels, schoonmaakleidingen, verdiepingen etc.;

•

Thermisch spoelsysteem overbruggen om extra spoelingen te verzorgen bij mogelijke legionella besmetting;

•

Weinig gebruikte tappunten (zoals miva) voorzien van automatische spoelkranen.

Het gehele gebouw dient te worden voorzien van een sanitaire- en rioleringsinstallatie ten behoeve van hygiëne, schoonmaak, verzorging en brandbestrijding. De waterinstallatie dient dusdanig ontworpen te worden dat de kans op legionella miniem is en dat legionellabeheer eenvoudig uitgevoerd kan worden om exploitatiekosten te minimaliseren. Het waterleidingnet moet zoveel mogelijk uit het zicht worden aangelegd en daar waar nodig geïsoleerd worden om condensvorming te voorkomen. Op de perrons en in de kleedkamers mag geen plasvorming ontstaan. Het is daarmee van belang voldoende afschot en voldoende afvoerpunten aanwezig te zijn. De volgende toestellen dienen voorzien te worden van een warmwateraansluiting: •

Wasruimten

•

Miva wastafelcombinaties

•

Pantry’s

•

Uitstortgootsteen combinaties

•

Toestellen grootkeuken/spoelkeuken

Wachttijden in het warmwatersysteem dienen minimaal te zijn. Bij het toepassen van een warmwater recirculatiesysteem moet er tot vlak bij het tappunt warmwater gecirculeerd worden. De decentraal gelegen warmwatergebruikers moeten worden verzorgd door close-in boilers. De watertemperatuur dient gereguleerd te kunnen worden (instelbaar zijn).

6.5.6

Sanitair Het gehele gebouw dient te worden voorzien van een sanitaire- en rioleringsinstallatie ten behoeve van hygiëne, schoonmaak, verzorging en brandbestrijding. In voorkeur een grijs water systeem voor hergebruik hemelwater indien dit mogelijk is en voldoende schoon wordt opgevangen. De waterinstallatie dient dusdanig ontworpen te worden dat de kans op legionella miniem is. Alle douches dienen voorzien te zijn van een automatisch thermisch spoelsysteem, welke de individuele douches automatisch kan laten ‘aan’ gaan (frequentie op basis van beheersplan Legionella) en het totale systeem thermisch kan laten spoelen. Toiletten worden uitgevoerd als vrijhangende toiletten met inbouwreservoir. Al het sanitair dient waterbesparend te worden uitgevoerd en middels sensoren bediend te worden.

6.5.7

Luchtbehandeling De ruimten dienen geventileerd te worden middels een gebalanceerd systeem met warmte terugwinning. De regeling vindt plaats op temperatuur, luchtvochtigheid en CO2. Afhankelijk van het bouwkundig ontwerp dient deze als centraal of decentraal uitgevoerd te worden. Ventilatie gestuurd o.b.v. CO2-concentratie. Ventilatieluchthoeveelheden zwemzalen moeten worden bepaald op basis van verdamping, methode volgens de VDI 2089. In totaal worden er drie luchtbehandelingskasten voorzien voor het zwembad. Voor het wedstrijdbad en het multifunctioneel bad is een eigen luchtbehandelingskast voorzien, de kleedruimten zijn voorzien van een eigen luchtbehandelingskast. De sporthallen worden elk uitgevoerd met een eigen luchtbehandelingskast. De centrale hal, horeca, werkruimten en leslokalen kunnen op één luchtbehandelingskast aangesloten worden, waarbij per

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

71 van 82

zone een naregeling wordt toegepast. De kleedzone wordt op overdruk gehouden in verhouding met de zwemzalen. Voor de fitness en MF ruimten wordt een eigen luchtbehandeling toegepast en in relatie met het klimaatconcept voorzien van koeling doormiddel van lucht. Voor de bereidingskeuken en spoelkeuken wordt een afzonderlijke afzuigmotor op het dak geplaatst. Geurverspreiding vanuit toiletten, keukens en containerberging naar elders in het gebouw wordt voorkomen. De toiletruimten en keukens worden op onderdruk gehouden t.o.v. de omliggende ruimten, door middel van mechanische afzuigingsinstallaties. Luchtzakken of slangen worden bij voorkeur niet toegepast.

6.5.8

Regeltechniek, gebouwbeheersysteem (gbs) Middels het gebouwbeheersysteem is het mogelijk alle installatieonderdelen (regelinstallaties) te kunnen bedienen en beheren. Met bedienbaar wordt verstaan: zowel het in- en uitschakelen als het regelen van de installatieprocessen. Met beheren wordt verstaan: alle storing/status meldingen/metingen. Alle aangesloten regelingen en apparatuur dienen visueel middels dynamische beeldplaatjes te worden weergegeven op het systeem. Het gebouwbeheersysteem is binnen de gebouwen een centraal punt waar alle storingsmeldingen op binnenkomen. Een goed en volledig gebouwbeheersysteem is benodigd om de installaties op afstand te beheren, de installaties te analyseren, te rapporteren van het functioneren van de installaties en het energie- en waterverbruik over tijd te kunnen aflezen. Het gebouwbeheersysteem kan zowel middels vaste schermen als web-based (op tablet) bediend worden. Eén fabricaat regelinstallatie en GBS voor alle te regelen en beheren Installaties toepassen. Daarnaast een erkend Energie Monitorings- of heterosystem toepassen (EMS) volgens de EML sport & recreatie. Het gebouwbeheersysteem dient gekoppeld te zijn aan alle gebouwgebonden- en gebruikers installaties (beweegbare bodem, koelingen en toegangscontrole) en de elektra- en watermeters. De waterbehandelingsinstallatie dient geïntegreerd te worden in het gebouwbeheersysteem.

Er dient rekening te worden gehouden met de volgende specifieke functionaliteiten: •

In recirculatiebedrijf moet het actuele, van buiten aangevoerde, luchtdebiet worden gemeten en ingelezen.

•

Het debiet van de ventilatoren in de LBK’s moet worden gemeten en ingelezen;

•

Software om het setpoint van het minimale buitenluchtdebiet en het minimale rondpompdebiet in de bassins, automatisch te verstellen op basis van tijd en chloorvraag moet worden geprogrammeerd;

•

Regelbaarheid en instelbaarheid van de temperatuur per ruimte. De temperatuur moet instelbaar zijn in de betreffende ruimte, uitgezonderd de zwemzalen en de kleedruimtes;

•

De status van de overspanningsbeveiligingen en bijbehorende voorbeveiligingen bewaken binnen het GBS;

•

De verzamelde urgente en niet urgente storingsmeldingen van alle systemen, dus ook de systemen welke niet binnen het GBS geregeld, bewaken binnen het GBS.

Het systeem dient zodanig in ingericht te worden dat voorkomen wordt dat storingen en ontregelingen te laat worden ontdekt en dat deze nadelige invloed hebben op het energiegebruik van het complex. De monitoring draagt op deze manier bij aan het realiseren van de energie- en onderhoudsprestatie. Voor de elektrische energie van de luchtbehandelingskast volstaat de monitoring van het totaal elektrisch verbruik. Het chemie verbruik mag middels handmatige invoer geregistreerd worden, evenals de bezoekersaantallen. Het GBS moet voorzien in een goede monitoring (incl. COP-waarde) op energieverbruik gebouw, opbrengsten zonnepanelen en het functioneren van de warmtepomp.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

72 van 82

Per zone dient het energieverbruik van elektriciteit en verbruik van water te worden bemeterd en installaties in basis worden geregeld, conform onderstaande tabel. Waarbij in basis de zonering geldt als is opgenomen in 4.2.2. Bij iedere zone behoren de ruimten als opgenomen in het ruimteprogramma tenzij specifiek in onderstaande tabel van wordt afgeweken. Zone

Beschrijving bemetering en regelbaarheid zones

1. Entree met centrale hal + ondersteunende ruimten+ vergaderruimten (multifunctioneel als opgenomen bij kantoren en dienstenruimte)

Afzonderlijke installatie incl. tussenmeters water en elektra

2. Horeca inclusief multifunctionele ruimte

Afzonderlijke installatie incl. tussenmeters water en elektra

3. Kantoren en dienstenruimte

Bij installatie entreezone incl. tussenmeters water en elektra

Individuele regelbaarheid verlichting per ruimte Individuele regelbaarheid temperatuur en verlichting per werkplekken. Individuele regelbaarheid temperatuur en verlichting per ruimte. Individuele regelbaarheid temperatuur en verlichting per ruimte/werkplekken.

4. Kleedaccommodaties

Afzonderlijke installatie incl. tussenmeters water en elektra Individuele regelbaarheid verlichting.

5. Sporthallen en zwemzalen

Afzonderlijke installatie incl. tussenmeters water en elektra. Individuele regelbaarheid temperatuur en verlichting per ruimte / zaal(deel) Individuele regelbaarheid geluidsinstallatie per hal(deel)/zaal.

6. Fitness, dans en dojo

Bij installatie sporthallen en sportzalen incl. tussenmeters water en elektra. Individuele regelbaarheid temperatuur en verlichting per ruimte Individuele regelbaarheid geluidsinstallatie per hal(deel)/zaal.

7. Techniek

Installaties techniek de hoofdbemetering incl. tussenmeters algemene installaties water en elektra.

Tabel 8 Bemetering en regelbaarheid per zone Minimaal dient worden opgenomen: •

Hoofdvoeding Elektriciteitsaansluiting;

•

Hoofdwatermeter;

•

Bruto Productiemeter PV-installatie;

•

Het totaal en deelverbruik van elektriciteit, water en chemicaliën, verdeeld in de volgende bouwdelen: –

zwembad;

–

MU1;

–

MU2;

–

MU3;

–

overige ruimten;

•

Watermeter voeding boiler(s);

•

Waterverbruik (suppletiewater per waterzuiveringssysteem: watermeters op alle suppletie- en spuileidingen die in het WZ buffer komen (ook verplicht volgens Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vallend onder de omgevingswet);

•

Elektriciteitsverbruik en warmteverbruik: –

warmteopwekkingsinstallaties (elektriciteitsverbruik en warmteopwekking), per warmtepomp LW/WW;

–

warmwaterbereiding (warmteverbruik of elektriciteitsopwekking indien direct elektrisch);

–

luchtbehandelingskasten (elektriciteitsverbruik totale kast, warmteverbruik);

–

zwemwaterpompen (elektriciteitsverbruik);

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

73 van 82

–

verlichting (totaal elektriciteitsverbruik zwembadverlichting);

–

elektrameters voor de WZ installatie, regelkastvoeding (en eventueel voeding ZEI, indien van toepassing);

–

elektriciteitsverbruik keuken.

•

Klimaat in zwembad (temperatuur, relatieve vochtigheid);

•

Klimaat in sporthal (temperatuur, relatieve vochtigheid);

•

Zwemwaterkwaliteit (temperatuur, chloor per bassin, pH-waarden per systeem);

•

Contractueel overeengekomen parameters zoals bezoekersaantallen, openingsuren en graaddagen (28);

•

Stand beweegbare bodem(s).

•

Waterverbruik douches;

•

Verbruik chemicaliën (totaal).

Meters mogen niet als pulse meters uitgevoerd worden maar dienen als ModBus meters uitgevoerd te worden. Het energieverbruik zoals vastgelegd voor de energieprestatie is onder meer gerelateerd aan openingsuren (gebruikstijden) en bezoekersaantallen (zwembad, sporthal, suppletiewater en gebruik douches zwembad en sporthal). Buiten de openingsuren worden installaties anders geregeld of zijn dan uitgeschakeld. Dit is van invloed op het energie- en waterverbruik. De openingstijden zoals aangegeven in de vraagspecificatie zijn de referentietijden zoals die worden ingevoerd in het GBS.

6.6 Elektrotechnische installaties 6.6.1

Algemeen •

Een aardingsinstallatie dient te worden opgenomen ten behoeve van het aarden van de elektrotechnische-, sanitaire- en overige installaties;

•

Alle installaties dienen voorzien te zijn van overspanningsbeveiliging.

•

De buitengevel van het gebouw dient voorzien te worden van schakelbare aansluitpunten 230V ten behoeve van onderhoud werkzaamheden om het gebouw. Daarnaast een 3-fasen aansluiting (voor evenementen buiten, zwaar materieel etc);

•

Onderverdeelinrichtingen bouwvorm passend bij functie en compartimentering goed afstemmen zodat delen spanningsloos gemaakt kunnen worden;

•

De gevel dient voorzien te zijn van de nodige armaturen voor veiligheid en aanlichting geschakeld op nachtverlichting en avondverlichting aangestuurd vanuit het GBS;

•

Noodverlichting en vluchtwegarmaturen volgens eisen uit het bouwbesluit;

•

In de verkeersruimten per 20m1 gang een enkele wandcontactdoos opnemen voor algemene doeleinden waaronder schoonmaak (niet gecombineerd met andere groepen);

•

Aandacht voor voldoende elektrapunten in o.a. de horeca voor mogelijkheid opladen laptops, mobiele telefoons, etc. Deze punten zullen in de ontwerpfase met gebruiker worden afgestemd;

•

In verblijfsruimten uitgaan van 1 tweevoudige wandcontactdoos per 10 m².

•

Ten behoeve van werkplekvoorzieningen uitgaan van schakelmateriaal in een wandgoot. Hierbij uitgaan van 2 tweevoudige wandcontactdoos per werkplek en 2 UTP aansluitingen. Bij grotere ruimten dienen vloerdozen of aansluitingen vanuit het plafond in overweging genomen te worden.

•

•

De inbouwdozen te monteren op de volgende hoogte: –

Schakelaars 1.050 mm

–

Combinaties schakelaar en wandcontactdozen 1.050 mm

–

Wandcontactdozen nabij toegangsdeur 1.050 mm

–

Wandcontactdozen 300 mm

–

Data wandcontactdozen 300 mm

–

Schakelmateriaal boven keukenblad 300 mm boven werkblad

Voedingen en bedieningen van alle bestaande sportveldenverlichting en omroepinstallatie, etc. dient vanuit het nieuwe Sportcomplex te geschieden.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

74 van 82

6.6.2

Uitval Bij uitval van energielevering uit het openbare net zal het gebouw ontruimd worden, na terugkeer van de energielevering herstarten de installaties systemen zelfstandig en automatisch. Bij uitval, niet zijnde stroomuitval openbare net, zal dan de functie niet langer kunnen worden uitgevoerd, wat in veel gevallen voor een beperkte periode acceptabel is. Voor een aantal functies is volledige uitval niet acceptabel, deze dienen voorzien te zijn van een noodstroomvoorziening: •

Nood- en vluchtwegverlichting (centraal of decentraal, ter keuze opdrachtnemer);

•

Brandmeldinstallatie;

•

Inbraakinstallatie;

•

Cctv-installatie;

•

Water-op-de-vloer alarmen.

Voor andere functies is een uitval acceptabel voor een korte periode, dit geldt voor:

6.6.3

•

Warmteopwekking en warmtapwatervoorziening;

•

Circulatie van badwater en toevoeging van chemicaliën.

Centrale elektrotechnische installatie en opwekking Afhankelijk van het totale benodigde (piek)vermogen, zal moeten worden bepaald of een eigen traforuimte noodzakelijk is. Uitgangspunt is dat er op het dak PV-panelen worden toegepast. Hoeveelheid en uitvoering is tijdens het ontwerptraject te bepalen in samenhang met de overige installatietechnische componenten en duurzaamheidsmaatregelen. De omvang van de pv-installatie dient zodanig te zijn dat alle (duurzaam) opgewekte elektriciteit in het complex zelf kan worden gebruikt. Voor het bepalen van nominaal stroom van de onder verdeelinrichtingen uitgaan van de volgende gelijktijdigheden: •

Verlichting 100%

•

Kracht 30%

•

Wandcontactdozen werkplekken 75%

•

Wandcontactdozen horeca 75%

•

Wandcontactdozen algemeen 30%

•

Werktuigkundige installaties 100%

•

Liften 50%

•

PV panelen 100%

Voor het bepalen van de nominaal stroom van de hoofd verdeelinrichting uitgaan van een overall gelijktijdigheid van 80%. Er dient een UPS te komen om spanningsuitval op te kunnen vangen, waarbij het volgende geldt: •

De UPS moet zijn voorzien van een netwerkaansluiting voor uitlezing op statusmeldingen op afstand.

•

Bij de UPS moet een licentie geleverd worden voor het uitlezen van de registers van de UPS.

•

Externe bypasskast, voor het kunnen uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden en bij storingen van de UPS de installatie te kunnen voorzien van netspanning.

•

De installatie moet 4 uur zonder netspanning kunnen functioneren.

De volgende onderdelen dienen op de UPS te zijn aangesloten: •

MER/SER

•

Controllers van de regelkasten

•

Toegangscontrole

•

Camera’s

•

Digitale lockersysteem (dat deze nog te openen zijn als de spanning uitvalt)

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

75 van 82

6.6.4

•

Inbraakinstallaties

•

Brandmeldinstallatie

Gebruikersvoorzieningen Naast de benodigde voorzieningen voor de vaste inrichtingen, de volgens de NOC*NSF vereiste en elders specifiek benoemde voorzieningen gelden de volgende uitgangspunten. Hierbij zijn de voorzieningen functioneel omschreven en is het aan het ontwerpteam om hier een passend uitwerking voor te doen. Daar waar mogelijk dient rekening gehouden te worden met de principes van stroombesparing en duurzaamheid. Het is aan het ontwerpteam om passende duurzame voorstellen aan te dragen, die passen binnen de gestelde uitgangspunten: •

Een dubbele wandcontactdoos algemeen gebruik nabij iedere verdeelkast elektra en regelkast;

•

Meer dan voldoende algemeen te gebruiken wandcontactdozen ter plaatse van werkbladen pantry’s keukens en barmeubels;

•

400 Volt evenementenaansluiting (schakelbare wandcontactdoos) met een capaciteit van 3x63 ampère;

•

Universeel te gebruiken (Wifi, multimedia) data aansluiting ter plaatse van iedere verblijfsruimte;

•

Universeel te gebruiken (Wifi, multimedia) data aansluiting ter plaatse tribunes;

•

Universeel te gebruiken data aansluitingen ter plaatse van de horeca bar voor kassa apparatuur;

•

Universeel te gebruiken data aansluitingen ter plaatse van de receptiebalie voor kassa apparatuur.

Evenementenaansluiting buiten (in kast): •

1 stuks evenementen aansluiting (centraal) 400 volt 63 ampère;

•

2 stuks 230 volt groepen 16 ampère voor geluidsapparatuur;

•

water en afvoer (water afsluitbaar in technische ruimte kelder en leegloopmogelijkheid leiding).

Uitgangspunt is dat wandcontactdozen in publieksruimten zijn voorzien van kinderbeveiliging.

6.6.5

Muziekinstallatie De muziekinstallatie is per zwemzaal en sporthal afzonderlijk draadloos instelbaar vanuit elke positie in de zaal. Daarnaast is er in de juryruimte in de zwemzaal van het wedstrijdbad een bedientableau voorzien voor bediening van oa. de muziekinstallatie van het wedstrijd- en multifunctionele bad middels een inprikpunt.

6.6.6

Verlichting Verlichtingssterkte ten minste conform de eisen wet- en regelgeving en ARBO. Met de basisverlichting wordt aan de gestelde minimale eisen qua lichtsterkte en gelijkmatigheid voldaan. De eisen met betrekking tot de beoogde lichtsterkte van de baden en de sporthal staat beschreven in het Handboek Zwembaden, respectievelijk in de het Handboek Sportaccommodaties van NOC*NSF (Klasse III voor reguliere activiteiten en Klasse II voor regionale competities). De overige verlichting dient te voldoen aan de eisen zoals beschreven in NEN-EN 12464-1 en de NEN-EN 12193. Aandachtspunten bij verlichting zijn: •

Lichtsterkte (luxwaarde) > 500 lux op taakvlak;

•

Kleurweergave-index > 80%

•

Gelijkmatigheid > 0,7;

•

Kleurtemperatuur 4.000K;

•

Levensduur > 50.000 uur;

•

Slagvastheid weerstand IK10 in sportruimten waar balsporten plaatsvinden of kunnen plaats vinden als ook de buitenverlichting.

Bovenstaand definitief vast te stellen bij bemonstering en nadere afstemming gebruikers / opdrachtgever. 1. LED verlichting

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

76 van 82

Voor alle verlichting wordt gebruik gemaakt van LED-verlichting om energiekosten te optimaliseren. Deze LEDverlichting zal zoveel mogelijk doormiddel van bewegingssensoren en daglicht regeling worden aangestuurd. De verlichting in de zwemzalen niet boven de bassins plaatsen, zodat de verlichting eenvoudig te bereiken is voor onderhoud. Essentieel is het lichtbeeld voor bijvoorbeeld waterpolo en andere wedstrijdsporten. In de baden en sporthal is balvaste verlichting voorzien. 2. Sfeerverlichting Sfeerverlichting is aanvullend op de basisverlichting en moet plaatselijk, ontwerpafhankelijk, gerealiseerd worden in met name de algemene ruimten, horeca en zwemzalen en is apart geschakeld t.o.v. de beweging en lichtsensoren. Het eventuele schakelmateriaal is uitgevoerd als inbouwmateriaal. 3. Noodverlichting In alle verblijfsruimten algemene onderhoudsvriendelijke noodverlichtingsarmaturen voorzien (conform eisen Brandweer), welke zorg dragen voor een verlichtingssterkte van minimaal 1 Lux/m² bij netuitval. Het noodverlichtingssysteem uitvoeren met een automatisch inspectie- en onderhoudssysteem. Daarnaast worden er de benodigde transparanten voor het aanduiden van de vluchtroutes voorzien. Tevens boven de nooduitgangen, aan de buitenzijde, noodverlichtingsarmaturen opnemen. Het geheel behoeft de goedkeuring van de lokale brandweer.

Bij voorkeur middels centraal systeem met storingsmelding naar GBS en uit te lezen via inloggen op het systeem. 4. Buitenverlichting Aansluitpunten en armaturen opnemen voor de buitenverlichting nabij de buitendeuren, die worden geschakeld via een centrale schemerschakelaar en bewegingssensor en tevens aan te sturen vanuit het GBS met de commando’s “avondverlichting” en “nachtverlichting”. De buitenverlichting zal bestaan uit openbare dynamische verlichting voorzien van een tijdsklok en sensoren. Voor de verlichtingssterkte dient de standaard norm voor openbare verlichting aangehouden te worden. Daarnaast dient er voorkomen te worden dat omwonenden hinder hebben van deze verlichting. Daarnaast dient er vleermuisvriendelijke verlichting toegepast te worden. 5. RGBW-verlichting Zowel in het multifunctioneel bad als in het wedstrijdbad dient er RGB-verlichting voorzien te worden, waarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de spots op een onderlinge afstand van circa 5 meter worden geplaatst. Met RGBW verlichting (DMX gestuurd) dient zowel boven als onder water de baden in kleursferen te kunnen worden gezet. Ten behoeve van bijvoorbeeld discozwemmen dienen tevens voldoende RGBW spots op de perrons/aan het plafond te worden opgenomen die gekoppeld zijn aan muziekinstallatie. 6. Schakeling De verblijfsruimten zijn centraal geschakeld op basis van aanwezigheid en lichtdetectie.

De verlichting dient dusdanig geschakeld te worden, dat er zo min mogelijk energie wordt verspild, zonder dat het de functionaliteit van het gebouw en de gebruikerservaring schaadt. In de ruimten wordt de plafondverlichting (en indien aanwezig sfeerverlichting) in verschillende groepen gesplitst en dient gekozen te kunnen worden voor 50%/100% verlichting. De verlichtingsarmaturen (inbouw) worden geselecteerd op het energieverbruik, levensduur van de lichtbron en de functionaliteit. In de zwemzalen, sportzalen en publiektoegankelijke ruimtes wordt de verlichting bij voorkeur centraal geschakeld. De sporthal zal voorzien worden van drie schakelstanden: schoonmaak/sport/uit. In werkruimten, leslokalen en vergaderruimten met daglichttoetreding en ondersteunde ruimtes met daglichttoetreding wordt de verlichting geregeld door middel van een daglichtsensor.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

77 van 82

In de technische ruimtes wordt de verlichting met een handschakelaar geschakeld, waarbij de verlichting bij inschakeling van het alarm wordt ‘geveegd’. In alle overige ruimtes, zoals kleedruimten, toiletten, werkkasten en inpandige ondersteunde ruimtes, wordt de verlichting middels een aanwezigheidssensor geschakeld. De bewegingssensoren programmeren met een tijd van 10 minuten na de laatste bewegingsmelding.

6.6.7

Communicatie, data en wifi 1. Data Data installatie redundant uitvoeren. Databekabeling uitvoeren in een Cat6 U/UTP-netwerk. In het gebouw dient een stabiel wifinetwerk te zijn, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een publiek netwerk en een personeelsnetwerk. Overal in het gebouw dient voldoende wifidekking te zijn. In de ondersteunde ruimtes zoals technische ruimten dient eveneens voldoende wifidekking te zijn. Universeel datanetwerk Het aan te leggen universele bekabelingsysteem bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: •

Patchkast(en), patchpanelen en rangeerpanelen;

•

Meervoudige glasvezel backboneverbinding tussen de verschillende patch- en apparatuur kasten;

•

Horizontale U/FTP koperbekabeling;

•

Universele aansluitpunten (UAP) voor aansluiten van werkplekken;

•

Consolidatiepunten(CP) boven uitneembare plafonds;

•

Aansluitpunten WLAN boven uitneembare plafonds;

•

Aansluitpunten voor het technisch netwerk van de interconnectie meet- en regelkasten GBS, lichtbesturing en overige IP gebaseerde systemen;

•

Aansluitpunten voor camera’s;

•

Aansluitpunten voor TV schermen, info- narrowcasting en scoreborden.

Hierbij gelden de volgende specifieke uitgangspunten: •

De patch- en apparatuur kasten centraal in een geklimatiseerde ruimte opnemen;

•

Lasten aansluiten op een afzonderlijke lokale eindgroep;

•

Kasten voorzien van een deugdelijke potentiaalvereffening;

•

Kasten buiten het bereik van het publiek opstellen;

•

De kasten overzichtelijk en logisch indelen waarbij specifieke aansluitingen met ruimte voor uitbreiding bij elkaar gegroepeerd en duidelijk gecodeerd afgewerkt worden op patchpanelen;

•

Voor de netwerkapparatuur en de servers van de exploitant dient voldoende ruimte in de kasten beschikbaar te worden gesteld. Servers worden uitsluitend in de centrale ICT serverruimte opgenomen;

•

Patchkast(en) voorzien van spanningsslof met minimaal 6 vrije wandcontactdozen;

•

De kasten voorzien van kabelgeleiders tussen de rangeerpanelen en de Switches/Hubs

•

Patch- en apparatuurskasten afsluitbaar en mechanische geventileerd uitvoeren;

•

Levering patch- en werkplekaansluitsnoeren voor alle UAP en CP aansluitingen;

•

De centrale ICT serverruimte (of apparatuur kasten) dient 24/7 te zijn geklimatiseerd;

•

De bedrijfsstatus van het klimaatsysteem en ruimtetemperatuur dient in het GBS te worden gelogd.

2. Telefoon Telefonie gaat via netwerk (VoIP). Het datanetwerk dient hiervoor geschikt te zijn. Alleen de receptie wordt voorzien van een vast telefoontoestel. Overal in het gebouw dient er voldoende dekking voor telefonie te zijn. 3. Geluid- en omroepinstallatie In het gehele gebouw is een geluids- en omroepinstallatie voorzien voor het omroepen van dienstmededelingen, welke zowel centraal als lokaal kan worden bediend. De omroepinstallatie is ook bruikbaar bij stroomuitval. Daarnaast is de brandmeld- en ontruimingsinstallatie gekoppeld aan de geluidsinstallatie.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

78 van 82

De receptiebalie wordt voorzien van een microfoontableau waarmee kan worden omgeroepen binnen de verschillende zones en over all (alle zones). In geval een algemene oproep vanuit de receptiebalie (alle zones of een specifieke zone) dient de betreffende zone(s) overruled te worden (ook als het volume zacht of uit staat). In de zwemzalen is er is een geluid- en omroepinstallatie voorzien, die per zwemzaal bediend kan worden. Per zwemzaal bestaat hierbij de mogelijkheid om een externe bron aan te sluiten (tablet, mobiele telefoon of microfoon), middels verschillende koppelpunten zoals: mic, jack, aux, usb en bluetooth of een eventuele centrale bron te selecteren met daarbij een volumeregeling. Het vermogen van de installatie dient dusdanig te zijn dat deze te gebruiken is voor discozwemmen of bij grote evenementen in het wedstrijdbad. In de sporthal zal er een geluidsvoorziening per zaaldeel gerealiseerd worden, die per zaaldeel bediend kan worden via een tablet, mobiele telefoon of microfoon, middels verschillende koppelpunten zoals: mic, jack, aux, usb en bluetooth of een eventuele centrale bron te selecteren met daarbij een volumeregeling. Daarnaast dient er de mogelijkheid te zijn om vanuit één punt de geluidsvoorziening van alle zaaldelen te kunnen bedienen vanuit de juryruimte. In de sporthallen zijn voorzieningen opgenomen (punten elektra en data) zodat m.n.

het onderwijs hier t.b.v. de groepslessen mobiele digiborden op kan aansluiten.

6.6.8

Brandmeld- ontruimingsinstallatie De brandmelding dient te voldoen aan de plaatselijke geldende overheidsvoorschriften en de richtingen van het handboek ‘brandbeveiligingsinstallaties’ met in achtneming van de wet- en regelgeving en de vigerende bepalingen van de plaatselijke brandweer. Uitgangspunt is een klasse A ontruimingsinstallatie. De brandcompartimentering wordt dusdanig uitgevoerd dat deze zo min mogelijk door deuren, ramen in kanalen loopt. In de zwemzalen dient zo min mogelijk gebruik te worden gemaakt van elektronische voorzieningen zoals kleefmagneten, brandschermen en dergelijke in verband met storingsgevoeligheid. De brandmeldcentrale bevindt zich bij voorkeur in de nabijheid van de entree waar de brandweer het gebouw betreedt. Brandmeldingen (automatisch en handbrandmeldingen) worden op de brandmeldcentrale gesignaleerd. Het akoestisch signaal van de Brandmeldinstallatie dient in de receptie hoorbaar te zijn (naast of behoudens een eventueel slow whoop signaal).

6.6.9

Transport De lift zelf valt onder bouwkundig. De voorzieningen vallen onder elektrotechnische installatie. Het gebouw dient, bij per bouwlaag voorzien te worden van minimaal 1 liftinstallatie. Er dient in de ontwerpfase een capaciteitsberekening te worden opgesteld en aangeleverd te worden. Globaal per 2.000 m2 bouwlaagoppervlak, en meerdere verdiepingen uitgaan van minimaal 1 liftinstallatie. Personenlift in algemene ruimte publiek gedeelte van begane grond naar verdieping. Geschikt minimaal 10 personen, MIVA (o.a. voorzien van spraak) en als brancardlift. Hefvermogen >1000kg met minimale afmetingen vloeroppervlakte kooi van 1,1*2,1 meter. Snelheid lift min. 1,0 m/s. Deze lift dient tevens geschikt te zijn als brancardlift. De materialisatie betreffende bediening, deuren en cabineafwerking dient vandaalbestendig te zijn uitgevoerd. De status van de installatie dient te worden bewaakt in het GBS. Lift bewaken conform beleid liften, dus via 4G of de laatst mogelijke standaard, naar onderhoudspartij van de liften. Indien er sportruimten op verdiepingen worden ontworpen dient er in de ontwerpfase onderzocht te worden of een goederenlift benodigd is i.v.m. groot (sport)materieel.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

79 van 82

6.7 Waterbehandeling 6.7.1

Algemeen Uitgangspunt voor het waterbehandelingssysteem zijn de volgende temperaturen: •

Wedstrijdbad:

min. 26 graden en max. 27,5 graden

•

Multifunctioneel bad:

min. 29 graden en max. 30,5 graden

De waterbehandeling is opgedeeld in twee systemen voor wedstrijdbad (1) en multifunctioneel bad (2). Desinfectie en Ph correctie middels een Zoutelektrolyse installatie, waarbij speciale aandacht voor de parameters Chloraat, Chlorides en Bromaat. Daarnaast minimaal 2 frequentiegeregelde circulatiepompen per systeem, zodanig dat bij uitval van een pomp minimaal 75% van de nominale circulatie mogelijk is. Pompen uitvoeren met, per systeem één (gezamenlijk) separate haarvanger (geen geïntegreerde haarvangers in pompen). Filters uit te voeren op voorstel ontwerpteam, als Bouwkundige filters3 , stalen filters met rubbercoating (uitgevoerd met doppenbodem), of een (bewezen) goede kwaliteit kunststof filter (uitgevoerd met doppenbodem), gevuld met zand, meerlaags vulling (zand/hy-droantacit) of glasparels. Beoogd wordt een filter met een zeer lange levensduur. Voor de filters wordt een garantie van 20 jaren op het filter gevraagd. Deze garantie geldt niet voor de filterdoppen. SiC vulling in filters4, zijn zeker ook denkbaar als alternatief voor traditionele oplossingen met zand- of zand/hydroantracyt. Actief kool in een meerlaags filter (volstroom) is niet toegestaan. Nieuwe filterconcepten, zoals SiC voldoen niet aan de criteria van voorfiltratie, maar hebben wel een gunstige invloed op het spoelwatergebruik.

Als SiC filters worden toegepast, dan moeten deze automatisch zelfreinigend zijn. De installatie moet zijn uitgerust met vlokmiddeldosering en bicarbonaatdosering per filtersysteem. De bicarbonaatdosering moet een concentratie van 40 mg/l in het badwater kunnen realiseren en onderhouden. De bicarbonaatdoseerinstallatie zodanig uitvoeren dat continue circulatie is gewaarborgd, ook als de bicarbonaatvoorraad is opgebruikt, zodat verstoppingen worden voorkomen. De voorraadtanks van vlokmiddel en bicarbonaat moeten een toereikende inhoud hebben voor 10 dagen gebruik.

6.7.2

Monitoringssysteem Er dient een monitoringsysteem voorzien te worden zodat de handmetingen na een inregelperiode van maximaal drie maanden achterwege gelaten kunnen worden. De zwemwater-monitoring en zwemwaterautomatisering moet gekoppeld worden aan het gebouw beheersysteem.

6.7.3

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) De kwaliteit van het zwemwater moet voldoen aan de Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), vallend onder de omgevingswet. Dit betekent onder andere een UV-behandeling van badwater. Of het verantwoord is om geen UV-behandeling toe te passen hangt af van de totale opzet van de waterbehandeling. Het is van belang dat er een snelle verdeling is van het toevoerwater en daarmee de verdeling van vrij chloor. Met name boven beweegbare bodems is de snelheid waarmee toevoerwater in het bassin wordt verdeeld matig tot

3

Indien additioneel trommelfilters worden ingevuld, dan rekent de GPR al met een lager waterverbruik, er mag dan niet een nog lager waterverbruik worden gesimuleerd door hergebruik in te vullen (tenzij er daadwerkelijke een hergebruik installatie komt natuurlijk). Het invoeren van 75% hergebruik van spoelwater brengt het energieverbruik omlaag op een wijze die redelijk is bij toepassing van SiC filters. Dat bij extreem lage spoelwaterhoeveelheden de verversing te laag kan worden is bekend, maar bij de voorgestelde aanpak geldt dat voor trom-melfilters en SiC filters in gelijke mate. 4 SiC filters kunnen niet goed in de GPR worden ingevoerd. Een Sic filter gebruikt minder spoelwater dan een zandfilter, maar vraagt wel weer een zelfde hoeveelheid pompenergie. Daarom is als oplossing gekozen voor het invullen van een percentage hergebruik van spoelwater indien SiC filters worden toegepast, omdat dit een vergelijkbaar effect op het energie en waterverbruik heeft.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

80 van 82

slecht. Hierdoor kan de vrij chloorconcentratie boven beweegbare bodems sterker fluctueren dan in een bad zonder beweegbare bodem, iets wat bij lagere regelwaardes van vrij chloor problematisch kan worden. Daarom is het realiseren van een goede (directe) watertoevoer boven een beweegbare bodem belangrijk.

6.8 Veiligheid 6.8.1

Mindervaliden installatie Het mindervalidentoilet wordt voorzien een mindervalidesignalering. Bij het plaatsen van een oproep, middels het trekken aan een trekkoord, dient zowel een optisch en akoestisch signaal geactiveerd te worden boven de toegangsdeur van het toilet en een signalering via de inbraak bij de receptiebalie en beheerder. De installatie dient uitgevoerd te worden conform de geldende ITS-voorschriften.

6.8.2

Camera installatie Voor het kunnen observeren en bewaken van publiekstoegankelijke ruimten is een CCTV-installatie (full color HD-kwaliteit) voorzien. Hierbij dienen in ieder geval beelden te zijn van onderstaande ruimten: •

Entree (buiten)

•

Centrale hal

•

Receptie

•

Horeca

•

Werkruimten

•

Kleedgebied (enkel de gangen, waarbij er goed zicht is op alle lockers)

•

Verkeersruimten

•

Zwemzalen

•

Sporthallen

•

Parkeerterrein en fietsenstalling

•

Alle gevels om het gebouw

Deze beelden zullen continu weergegeven worden op een scherm, bij de receptie. Ook moet het systeem de mogelijkheid bieden om vanuit een werkplek in te loggen en de beelden te kunnen zien. Alle camera’s zijn slagvast. De beelden worden 48 uur opgeslagen. In het wedstrijdbad zullen onderwatercamera’s geplaatst worden om de zwemtechniek onder water te kunnen zien. Deze beelden zullen door middel van een tablet o.i.d. te bekijken zijn.

6.8.3

Toegangscontrole 1. Sleutelplan Het sleutelplan bepaalt welke personen tot welke ruimten toegang hebben. Aan de hand van nader te bepalen toegangsniveaus wordt een sleutelplan opgesteld. De toegang dient zo eenduidig mogelijk te worden georganiseerd. Dit betekent dat personeel maximaal één digitale toegangsdrager en/of één sleutel in bezit heeft. In de natte ruimtes (zwemzalen) toepassing van cilindersloten in verband met storingsgevoeligheid. In droge ruimtes gebruik van digitale toegangsdrager bij: •

Ruimtes waar waardevolle spullen liggen (bijvoorbeeld werkruimten of backoffice)

•

Verkeersruimtes (bijvoorbeeld en deur naar een personeelszone)

•

Verhuurbare ruimtes (bijvoorbeeld multifunctionele ruimte en vergaderruimten)

•

Ruimtes met veel traffic voor één of meerdere personen (bijvoorbeeld personeelskleedruimte of technische kelder)

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

81 van 82

Ruimtes die incidenteel worden gebruikt, minder vaak op slot worden gedaan of met een minder hoog risico op misbruik, worden bij voorzien van cilindersloten. Dit betreffen bijvoorbeeld kleedkamers en werkkasten. De digitale toegangsdragers zullen gekoppeld worden met de toegangscontrole van de bezoekers, zodat het personeel hier ook gebruik van kan maken zonder gebruik te hoeven maken van een extra digitale toegangsdrager. 2. Toegangscontrole bezoekers zwembad Bezoekers hebben enkel toegang tot de kleedzone en zwemzalen na het aanbieden van een geldig toegangsbewijs. De toegangscontrole dient zo te zijn vormgegeven dat kans op misbruik wordt geminimaliseerd. Kaartjes kunnen bij de kaartjesautomaat worden gekocht, waarna ze kunnen worden aangeboden bij de toegangscontrole. Er wordt onderscheid gemaakt tussen eenmalige toegangskaartjes en abonnementen. De toegangscontrole is toegankelijk voor mindervaliden.

6.8.4

Inbraakdetectie-installatie De inbraakinstallatie wordt onderverdeeld in zones, waardoor het gebouw flexibel kan worden gebruikt en gedeeltes van het gebouw afzonderlijk in- en uitgeschakeld kunnen worden. Ingeschakelde inbraaksignalering zal onnodig ingeschakelde systemen en verlichting afschakelen en alle functies terugschakelen naar de basisinstelling (veegschakeling). Het inbraakalarm gaat via een mobiele verbinding naar een meldkamer. Bij detectie van een inbraak dient de verlichting in verkeerswegen in te schakelen. De toegangsdeuren en vluchtdeuren in de gevel en de deuren tussen de verschillende gebruikszones voorzien van deurstand (open stand) signalering en slotstandsignalering op de nachtschoot. De deurstand van de deuren dient door middel van een plattegrond bij de receptie en badmeesterpost worden weergeven en moet worden gelogd in het GBS (in verband met energie monitoring).

6.8.5

Brandveiligheid In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met de weerstand bij branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Tevens dient er rekening te worden gehouden met vluchtwegen. Indien noodzakelijk zal er in het ontwerp rekening moeten worden gehouden met brand- en/of vluchtwegcompartimentering. Constructie, wanden, vloeren en plafonds dienen aan de gestelde brandwerendheidseisen te voldoen. Installatieonderdelen en/of andere doorvoeringen door brand scheidende wanden, plafonds of vloeren worden voorzien van brandwerende afdichting, welke minimaal eenzelfde brandvertraging bezit als de doorboorde wand, plafond of vloer. Brandslanghaspels aanbrengen in inbouw haspelkasten met handbrandmelders in de deur geïntegreerd. De haspelkasten voorzien van inbouwruimte voor een ontruimingsmelder. Vluchtdeuren in publieksruimtes voorzien van een akoestisch alarm, waarbij oneigenlijk gebruik (ook bij uitgeschakelde in-braakinstallatie) gesignaleerd wordt in de receptie.

CB-24/1278/cb 4 juni 2025 Versie 10

Pagina

82 van 82

Ruimteprogramma Project: Nieuwbouw Sportcomplex Hilversum Projectnummer: 663 15 maart 2024 Datum: 20 november 2024 Gewijzigd: Onderdeel: Ruimteprogramma totaal RUIMTEOMSCHRIJVING Aantal A 1

2

3

4

Versie:

Breedte

Lengte

7

NVO /ruimte

NVO Totaal

Vrije Hoogte

BVO

Bruto Hoogte

ALGEMEEN Entree a Entree incl. tochtsluis b Centrale hal incl. zitplekken (12 st) c Ontvangst / receptie (8 mtr lengte) d Backoffice e Toiletten genderneutraal f Miva toilet

1 1 1 1 10 1

3,0 12,0 8,0 4,0 1,2 2,5

8,0 10,0 2,8 2,0 2,0 2,0

Totaal 24,0 120,0 22,4 8,0 2,4 5,0

203 24 120 22 8 24 5

2,7 3,5 2,7 2,7 2,7 2,7

256 30 151 28 10 30 6

4,00 4,80 4,00 4,00 4,00 4,00

Horeca a Horeca 135 aantal pp b Bar (12 mtr lengte) c Multifunctionele ruimte d Bar MF aansluitend aan horeca bar incl. opslag / kastruimte e Bereidingskeuken f Spoelkeuken (HAACP) g Koelcel / vriescel h Horeca berging i Werkkast j Containerruimte

1 1 1 1 1 1 2 1 1 1

13,5 12,0 10,0 4,0 5,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0

20,0 2,8 6,0 2,8 6,0 4,0 2,4 5,0 2,0 5,0

Totaal 270,0 33,6 60,0 11,2 30,0 12,0 7,2 15,0 6,0 15,0

467 270 34 60 11 30 12 14 15 6 15

3,5 3,5 3,5 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

589 340 42 76 14 38 15 18 19 8 19

4,80 4,80 4,80 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

Diensten ruimten a Locatie manager incl. overlegplek 4 pp b Werkruimte zwembad 4 pp c Werkruimte ROC 10 pp d Werkruimte AT-scholen 6 pp e Opslag (gekoppeld in werkruimte) f Leslokalen/instructieruimten g Vergader-/instructieruimte 12 pp h Kleine overlegplekken 6 pp i Personeelsruimte incl. pantry centra 24 aantal pp j Kleedruimten personeel H + D (incl. 2 douchecabines) k Toiletten genderneutraal l Lockers personeel gecombineerd 24 st 0,18 m Wasruimte / drooghok personeel n ICT ruimte / serverruimte o Werkkast

1 1 1 1 3 3 2 2 1 2 3 1 1 1 1

3,0 4,0 10,0 5,0 3,0 10,0 4,0 4,0 2,5 4,0 1,2 2,1 2,0 4,0 2,0

6,0 6,0 8,0 5,0 2,0 6,0 6,0 3,0 24,0 6,0 2,0 2,1 4,0 4,5 3,0

Totaal 18,0 24,0 80,0 25,0 6,0 60,0 24,0 12,0 60,0 24,0 2,4 4,3 8,0 18,0 6,0

569 18 24 80 25 18 180 48 24 60 48 7 4 8 18 6

2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

716 23 30 101 32 23 227 60 30 76 60 9 5 10 23 8

4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

Technische ruimten alg a Nutsinvoer b Laagspanningsruimte c Trafo ruimte (middenspanning) d Luchtbehandeling diensten en entree/horeca e Warmte opwekking (ntb) f Watermeter & hydrofoor

Totaal 1 1 1 1 0 1

1,6 2,0 2,8 7,0 6,0 2,0

1,0 4,5 3,7 16,0 12,0 1,0

135 2 9 10 112 0 2

2,7 2,7 2,7 4,0 2,7 2,7

155 2 10 12 129 0 2

4,00 4,00 4,00 5,30 4,00 4,00

SM-24/1497/sm

1,6 9,0 10,4 112,0 72,0 2,0

tbv m3

Pagina 1 van 3

Onderdeel: Ruimteprogramma totaal RUIMTEOMSCHRIJVING B 1

ZWEMZALEN Zwemzaal a Wedstrijdbad b Perrons

D 2,0

L 25,0 2,5 3,5 3,5 2,5 250 p

B 21,0 25 25 27 27 0,575

D 2,0

L 25,0 2,0 3,0 2,0 2,0 5,0 2,0 2,0 2,0 2,0

B 10,0 25 25 15 15 5,0 5 5 9 9

langs 1 langs 2 kop 1 kop 2 c Tribune 4 zitrijen d Juryruimte incl. regie e Berging algemeen f Berging verenigingen g Berging OSVH h EHBO-ruimte i Toilet

2

Zwemzaal a MF-bad b Perron MF-bad

langs 1 langs 2 kop 1 kop 2

c Peuterbad d Perron peuterbad langs 1 langs 2 kop 1 kop 2 e Whirlpool 12 pp f Perron whirlpool g Berging algemeen h Toilet 3

4

0,3

1,35

Kleedruimten zwemzaal a Doucheruimten b Toiletten genderneutraal c Werkkast d Groepskleedruimten e Wisselcabines f Gezinscabines g Miva kleedruimten (incl. douche en toilet) h Miva toilet i Make-up/nawachtruimte j Lockers (2 hoog) 160 st k Toeslag schone- en vuile voetengang kleedzone (d t/m k) Technische ruimten zwembad a Waterbehandeling (incl. buffers) b Luchtbehandeling zwemzalen c Luchtbehandeling kleden

SM-24/1497/sm

Aantal

0,09

Breedte

Lengte

NVO /ruimte

NVO Totaal

Vrije Hoogte

BVO

Bruto Hoogte

tbv m3

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

21,0 25,0 25,0 27,0 27,0 12,0 2,0 4,0 6,0 4,0 3,0 1,0

25,0 2,5 3,5 3,5 2,5 12,0 5,0 5,0 5,0 5,0 3,0 2,0

Totaal 525,0 62,5 87,5 94,5 67,5 143,8 10,0 20,0 30,0 20,0 9,0 2,0

1072 525 63 88 95 68 144 10 20 30 20 9 2

4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

1283 620 74 103 112 80 181 13 25 38 25 11 3

6,50 6,50 6,50 6,50 6,50 4,70 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

1 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 1 1

10,0 25,0 25,0 15,0 15,0 5,0 5,0 5,0 9,0 9,0 3,0 5,0 5,0 1,0

25,0 2,0 3,0 2,0 2,0 5,0 2,0 2,0 2,0 2,0 4,0 4,0 6,0 2,0

Totaal 250,0 50,0 75,0 30,0 30,0 25,0 10,0 10,0 18,0 18,0 12,0 20,0 30,0 2,0

467 250 50 75 30 30 0 0 0 0 0 0 0 30 2

3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 2,7 2,7

554 295 59 89 35 35 0 0 0 0 0 0 0 38 3

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00 4,30 4,00 4,00

2 5 1 4 30 4 2 1 1 1 1 1

4,0 1,2 2,0 6,0 1,7 2,0 3,0 2,5 2,0 3,8 1,8 16,7

Totaal 4,0 16,0 2,0 2,4 3,0 6,0 4,0 24,0 1,0 1,7 2,0 4,0 3,0 9,0 2,0 5,0 3,0 6,0 3,8 14,4 41,0 73,8 16,7 subtotaal

330 32 12 6 96 51 16 18 5 6 14 74 280

2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

416 40 15 8 121 64 20 23 6 8 18 93 353

4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

1 1 1

28,0 8,0 5,0

10,0 16,0 12,0

Totaal 280,0 128,0 60,0

468 280 128 60

3,0 4,0 4,0

538 322 147 69

4,30 BIK 5,30 5,30

Pagina 2 van 3

Onderdeel: Ruimteprogramma totaal RUIMTEOMSCHRIJVING C 1

2

3

4

5

6

7

8

SPORTHALLEN Sporthal Multi-Use sporthal 1 a Multi-use basis b Multi-use extra c Toestelberging d Wedstrijdleiding / jury incl. regie e Tribune 3 zitrijen

300 p

Aantal

150 p

100 p

Vrije Hoogte

BVO

Bruto Hoogte

0,575

Totaal 360,0 360,0 50,0 9,0 172,5

3052 1800 720 350 9 173

7,0 9,0 3,2 2,7 2,7

3615 2124 850 413 11 217

9,00 11,00 4,50 4,00 4,00

0,09

6 2 8 1 1 1 1

10,0 6,0 1,2 3,0 2,5 3,0 3,7

5,0 2,5 2,0 3,0 2,0 4,0 3,7

Totaal 50,0 15,0 2,4 9,0 5,0 12,0 13,5

389 300 30 19 9 5 12 14

2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

490 378 38 24 11 6 15 17

4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

0,575

1 3 1

58,0 5,0 9,3

32,0 10,0 9,3

Totaal 1856,0 50,0 86,3

2092 1856 150 86

7,0 3,2 2,7

2476 2190 177 109

9,00 4,50 4,00

0,09

6 6 4 1 1 1 1

3,0 4,0 1,2 3,0 3,0 2,5 3,0

8,0 3,0 2,0 3,0 4,0 2,0 3,0

Totaal 24,0 12,0 2,4 9,0 12,0 5,0 9,0

261 144 72 10 9 12 5 9

2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

328 181 91 12 11 15 6 11

3,80 3,80 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

0,575

1 2 1 1

30,0 5,0 3,0 7,6

32,0 10,0 3,0 7,6

Totaal 960,0 50,0 9,0 57,5

1127 960 100 9 58

7,0 3,2 2,7 2,7

1335 1133 118 11 72

9,00 4,50 4,00 4,00

0,09

2 2 4 1 1 1 1

10,0 8,0 1,2 3,0 2,5 3,0 2,6

5,0 2,5 2,0 3,0 2,0 4,0 2,6

Totaal 50,0 20,0 2,4 9,0 5,0 12,0 6,8

182 100 40 10 9 5 12 7

2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

230 126 50 12 11 6 15 9

4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

0,09

1 1 1 3 2 2 2 1

12,0 12,0 20,0 5,0 10,0 3,0 4,0 2,1

13,0 12,0 16,0 3,0 5,0 8,0 2,5 2,1

Totaal 156,0 144,0 320,0 15,0 50,0 24,0 10,0 4,5

838 156 144 320 45 100 48 20 5

5,5 5,5 3,0 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

1002 184 170 378 53 126 60 25 6

7,50 7,50 4,30 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00

1 1 1

7,0 7,0 7,0

16,0 16,0 14,0

Totaal 112,0 112,0 98,0

322 112 112 98

4,0 4,0 4,0

370 129 129 113

5,30 5,30 5,30

MF ruimten & fitness a MF ruimte (Dojo & Vechtsport) b MF ruimten (Dans en E-sport) c Fitness d Berging e Groepskleedruimten XL MF + fitness f Groepskleedruimten MF g Doucheruimte (4 cabines in XL kleedruimte) h Lockers (2 hoog) 50 st Technische ruimten sporthallen a Luchtbehandeling Multi-use sporthal 2 en sportzaal 3 b Luchtbehandeling Multi-Use sporthal 1 c Luchtbehandeling Fitness / MF

SM-24/1497/sm

NVO Totaal

24,0 24,0 10,0 3,0 13,1

Kleedruimten Multi-Use sportzaal 3 a Groepskleedruimten XL multi-use sportzaal 3 b Doucheruimte (8 cabines in XL kleedruimte) c Toiletten genderneutraal d Miva kleedruimten (incl. douche en toilet) e Miva toilet f EHBO-ruimte g Lockers (2 hoog) 75 st

TOTAAL VAN DE FUNCTIES

NVO /ruimte

15,0 15,0 5,0 3,0 13,1

Kleedruimten Multi-Use sporthal 2 a Groepskleedruimten multi-use sporthal 2 b Groepsdouche in groepskleedruimten c Toiletten genderneutraal d Miva kleedruimten (incl. douche en toilet) f EHBO-ruimte e Miva toilet f Lockers (2 hoog) 100 st Sporthal Multi-use sportzaal 3 a Multi-use sportzaal 3 b Toestelberging multi-use sportzaal 3 c Wedstrijdleiding / jury incl. regie d Tribune 2 zitrijen

Lengte

5 2 7 1 1

Kleedruimten Multi-Use sporthal 1 a Groepskleedruimten XL Multi-use sporthal 1 b Doucheruimte (6 cabines in XL kleedruimte) c Toiletten genderneutraal d Miva kleedruimten (incl. douche en toilet) e Miva toilet f EHBO-ruimte g Lockers (2 hoog) 150 st Sporthal Multi-use sporthal 2 a Multi-use sporthal 2 b Toestelberging multi-use sporthal 2 c Tribune 2 zitrijen

Breedte

11972 m² NVO

tbv m3

14354 m² BVO

Pagina 3 van 3

Notitie Oplegger Programma van Eisen Project

Nieuwbouw Sportcomplex Hilversum

Datum

3 april 2025

Auteur

C. Burgers

Nr. 3

Versie 3

Geachte lezer, Deze notitie is opgesteld als toelichting op en onderbouwing van het Programma van Eisen (PvE) van het nieuw te bouwen Sportcomplex in Hilversum. Het doel van het PvE is om de uitgangspunten te beschrijven waar het ontwerp voor het nieuwe Sportcomplex aan moet voldoen binnen het beschikbare kavel. Dit betreffen de eisen voor het gebouw (sportcomplex) zelf, waarin verbinding wordt gezocht met het nog op te stellen schetsontwerp Openbare Ruimte. Het PvE beschrijft enerzijds de eisen ten aanzien van ruimtelijke en functionele aspecten, anderzijds de technische eisen en vaste inrichtingen in het complex. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de ruimtelijke uitgangspunten die vastgesteld zijn in de wet- en regelgeving, in de Raad in juli 2023 en in de eisen en wensen vanuit gebruikers en overige betrokkenen van het toekomstige Sportcomplex. De eisen gelden als goed passend, toekomstbestendig en optimaal functionerend gebouw voor alle stakeholders. Het PvE vormt het vertrekpunt voor de uitwerking van een integraal ontwerp door een ontwerpteam, bestaande uit ontwerpende partijen op basis van een traditioneel contract. In het PvE is het voornamelijk van belang dat functionele eisen worden gesteld die invloed hebben op het ruimtebeslag zodat vervolgens de ontwerpuitwerking kan plaatsvinden op basis van deze uitgangspunten.

Het PvE zal elke fase moeten worden geverifieerd. Het traditionele contract heeft een strikte scheiding in verantwoordelijkheden tussen ontwerp en uitvoering. Het ontwerptraject bestaat uit verschillende fasen waarbij het PvE van globaal naar detail wordt vertaald in tekeningen en het Technisch Ontwerp (bestek en tekeningen). Het primaire doel van deze contractvorm is dat de Gemeente op het gehele project zelf in regie blijft en volledige sturing kan geven op kwaliteit en kosten. Het proces is in grote mate flexibel om eventuele planwijzigingen, nieuwe wensen of invloed van externe ontwikkelingen in te passen. Ook kan de planning eenvoudig worden aangepast en kan veel inspraak plaatsvinden met stakeholders, zoals gebruikers of de exploitant. In de volgende hoofdstukken wordt per hoofdthema een toelichting gegeven op basis van de gestelde vragen.

1

Aanleiding De gemeenteraad heeft in maart 2020 besloten een nieuw zwembad te bouwen ter vervanging van zwembad De Lieberg. Parallel is er in project Sportpark gewerkt aan de gebiedsontwikkeling op het Sportpark en is er besloten om het nieuwe zwembad te integreren in de integrale gebiedsontwikkeling. Voor de ontwikkeling van het Sportpark heeft de gemeente Hilversum een Stedenbouwkundig Plan opgesteld. Op het Sportpark is er plaats voor een nieuw te ontwikkelen Sportcomplex dat het onderwijs, de breedtesport en de zwemsport faciliteert. Door het slim combineren van functies ontstaat er een multi-use faciliteit waarin het nieuwe zwembad uitgebreid wordt met verschillende sporthallen. Enerzijds ter vervanging van de Dudok Arena, anderzijds voor zes lokalen geschikt voor lichamelijke opvoeding (waaronder vervanging gymzalen Alberdingk Thijm College), echter uitgebreid met een extra zaaldeel, waardoor de in totaal zeven zaaldelen ook gebruikt kunnen worden als indoor atletiekhal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8156dba4-28a6-4ee4-86eb-20812122a686