CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 00_Uitvoeringsnota Stationsgebied juni 2021

GEMEENTERAAD 15 september 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Uitvoeringsnota Stationsgebied (781453)16.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.1. Fasering: het afwegen van verschillende belangen Bij het bepalen van de fasering hebben de volgende aspecten een belangrijke rol gespeeld: • • • • • • • •

Veiligheid (voor gebruikers, maar ook voor bouwers); Beperking hinder voor omgeving en gebruikers van OV; Beperking hinder voor omwonenden; Slimme combinaties om (financieel) te optimaliseren; Combineren van werkzaamheden met oog op (financiële) voordelen; Een vlotte aansluiting op het project HOVverbinding; Werkbare bouwplaatsen en bouwtijden; Prioritering van projectambities en relaties met subsidievoorwaarden.

Op basis van de verschillende doelstellingen en de verschillende doorlooptijden van de projecten is gekozen voor een fasering en een planning waarbij een optimale balans tussen de bovenstaande aspecten wordt bereikt. Zoveel mogelijk werkzaamheden vinden tegelijkertijd plaats om de doorlooptijd van het project te beperken. Ook is er oog voor het beperken van hinder voor gebruikers en omwonenden. Hierbij is het aspect veiligheid nadrukkelijk meegewogen. Het gebied blijft tenslotte de komende jaren dienst doen als belangrijk OV-knooppunt. De fasering is terug te vinden in bijlage 4. 6.2. Wat is de planning op hoofdlijnen? Omdat het Stationsgebied een project is met een lange doorlooptijd, is gekozen voor een fasering op hoofdlijnen. Dit biedt enerzijds structuur en richting voor de lange termijn. Anderzijds biedt dit flexibiliteit die nodig is om keuzes te kunnen maken bij het optreden van onzekerheden en/ of het aanpassen van plannen als (markt) omstandigheden dit vragen.

Fasering

38

6.3 Wat zijn de belangrijkste afwegingen? Bij de fasering en de planning hebben onderstaande afwegingen en keuzes een bepalende rol gespeeld: 1.Busstation eerst Om zo vlot mogelijk aan te sluiten op het project HOV in ’t Gooi is ervoor gekozen om het nieuwe busstation zo vroeg mogelijk binnen het project te realiseren. Omdat het OV ook tijdens de werkzaamheden in dienst blijft wordt er een tijdelijk busstation gerealiseerd om werkruimte te maken voor de bouw van het nieuwe busstation. Het nieuwe busstation komt op de huidige locatie, waarmee dit goed aansluit op de HOV-verbinding. 2.Een veilige verbinding Binnen het gebied zijn drie verbindingen voor fietsers en voetgangers om van oost naar centrum en omgekeerd te gaan (de Kleine Spoorbomen, de fietstunnel en de Beatrixtunnel). Op elk moment tijdens de looptijd van het programma zijn twee van de drie verbindingen geopend. Eerst sluiten wij de fietstunnel voor een korte periode gesloten voor de sloopwerkzaamheden op het Stationsplein (GAK-garage). Hierna worden de werkzaamheden aan de Kleine Spoorbomen uitgevoerd. Tot slot wordt na afsluiting van de Kleine Spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer, gewerkt aan de aanpassingen van de fietstunnel. 3.Fietsers en fietsparkeren In de fasering is er rekening mee gehouden dat veel gebruikers van het station per fiets komen.

Op basis van onderzoek naar aantallen en rijrichtingen is in het schuifplan van(tijdelijke) fietsparkeerplaatsen rekening gehouden met een veilige bereikbaarheid daarvan. De belangrijkste consequentie is dat bouwblok 1 later wordt gerealiseerd. Hierdoor wordt een potentieel gemeentelijk financieel voordeel door snellere realisatie niet benut.

39

4.Scheiding bouwverkeer en regulier verkeer In de fasering is rekening gehouden met het zoveel mogelijk scheiden van bouw- en overig verkeer. Deze maatregel draagt bij aan de veiligheid van de gebruikers van het gebied, maar kost wel tijd en ruimte. 5.Veilig openen van de fietsenstalling De keuze om de nieuwe fietsenstalling pas in gebruik te nemen nadat realisatie van de bebouwing erboven is voltooid heeft alles te maken met de veiligheid. Het gebruik van de nieuwe fietsenstalling terwijl het gebouw erboven in aanbouw is, is gevaarlijk. Bijkomend voordeel van deze keuze is dat het verkeer op de binnenring zo min mogelijk hinder ondervindt. De entree van de fietsenstalling wordt namelijk pas gerealiseerd ná het verleggen van de centrumring. Zo vindt er minimale verkeershinder plaats en is er altijd voldoende ruimte is om veilig fietsen te kunnen stallen. 6.Busstation en fietsenstalling gelijktijdig De fietsenstalling is een grote ingreep in een binnenstedelijke omgeving en vergt een significante voorbereidingstijd. Naast de integratie van de fietsenstalling in haar omgeving, wordt ook de constructie geïntegreerd met twee bouwblokken er bovenop. De voorbereidingstijd die noodzakelijk is loopt parallel aan de werkzaamheden aan het (tijdelijk) busstation.

In de fasering van de werkzaamheden is gekozen om de werkzaamheden aan het busstation niet samen te laten vallen in de periode van realisatie van de ondergrondse fietsenstalling. 7. Ruimte om te parkeren tijdens de bouw Om de overlast voor gebruikers van het gebied te beperken is nadrukkelijk rekening gehouden met het behouden van voldoende parkeerplekken in de omgeving van het gebied.

8.Volgorde van omleidingen De entree van de fietsenstalling wordt gerealiseerd op de Stationsstraat. Op deze locatie rijdt nu het autoverkeer op de centrumring. Om de hinder voor het verkeer te beperken is ervoor gekozen de ring in één richting om te leggen over de Koninginneweg (zoals nu ook wel eens gebeurt bij evenementen). Hierbij is er rekening mee gehouden dat de werkzaamheden aan de Kleine Spoorbomen eerst zijn voltooid. 9.Voldoen aan subsidieverplichtingen Er zijn verschillende subsidies verstrekt ten gunste van het project. Hierbij zijn in bepaalde gevallen tijdseisen meegegeven. Deze zijn verwerkt in de fasering. Een voorbeeld hiervan is de Woningbouwimpuls-subsidie die stelt dat de werkzaamheden in 2023 starten. Dit betreffen de daadwerkelijke werkzaamheden aan de gebouwen zelf. De fasering is zorgvuldig opgesteld waarbij de verschillende ambities, doelstellingen en beperkingen in acht zijn genomen. Wijzigingen van de fasering zijn nog beperkt mogelijk, vooral omdat onder meerder bouwblokken gezamenlijke ondergrondse garages en stallingen zijn gepland.

7

40

41

FINANCIËN Twee grondexploitaties en vijf uitvoeringskredieten zijn nodig om de ambities in het Stationsgebied te realiseren.

42

43

De totale ontwikkeling van het Stationsgebied vraagt om een zeer aanzienlijke investering met duidelijke invloed op de Hilversumse begroting. De gebiedsontwikkeling bestaat uit meerdere type investeringen en daardoor verschillende financiële constructies. Deze constructies vormen samen een businesscase voor het totale gebied. Investeringen in het openbaar gebied en gronduitgiftes aan private partijen die op deze gronden vastgoed realiseren zijn belangrijke pijlers. Voor de gemeente Hilversum betekent de totale ontwikkeling een businesscase bestaande uit gemeentelijke kredieten en grondexploitaties. 7.1. Overwegingen bij kredieten en exploitaties Ten aanzien van de gemeentelijke kosten is er een belangrijk onderscheid gemaakt tussen kosten ten laste van een grondexploitatie en kosten ten laste van een krediet. Investeringen (krediet) in zaken die een algemene maatschappelijk waarde vertegenwoordigen (b.v. openbare ruimte of het busstation) worden geactiveerd op de gemeentelijke balans. Het uitgevoerde werk krijgt een (boek)waarde op de balans ter hoogte van de gemaakte kosten voor vervaardiging en daartegenover staat een even hoge schuld op de balans omdat de gemeenten niet over eigen liquide middelen beschikt om deze investeringen mee te financieren. Op de boekwaarde wordt afgeschreven, op de lening wordt afgelost en daarnaast interest betaald.

De voornaamste kosten van een investering (krediet) zijn dan ook de kapitaalslasten, zoals rente- en afschrijvingskosten. Dezelfde kosten maken ten laste van een grondexploitatie kan nadeliger uitpakken. Gemaakte kosten die een algemeen maatschappelijk nut vertegenwoordigen, worden in een (verlieslatende) grondexploitatie direct voorzien. Een grondexploitatie kan bij afronding van het werk geen boekwaarde achterlaten op het gerealiseerde (b.v. openbare ruimte of busstation). Bij het bepalen van de verhouding tussen grondexploitaties en de verschillende kredieten is het bovenstaande een belangrijk uitgangspunt. Daar waar het algemeen maatschappelijk nut aantoonbaar is, worden deze kosten zoveel

mogelijk ten laste van kredieten gebracht. Slechts als het nut van de werkzaamheden echt groter is voor de exploitatie van de grond, worden deze kosten ten laste van een grondexploitatie gebracht. Het basisprincipe voor de te vormen grondexploitaties is dan ook dat zij slechts de gronden leveren voor de verschillende functies en slechts de kosten omvatten die daarvoor noodzakelijk zijn. De onderstaande aspecten bepalen de verhouding tussen de verschillende kredieten en grondexploitaties: • Inhoud van het werk • Ruimtelijke samenhang • Tijd • Subsidies Overzicht van de kredieten en grondexploitaties De financiële middelen van het project Stationsgebied valt uiteen in 5 kredieten en 2 grondexploitaties: • • • • • • •

Uitvoeringskrediet Busstation Uitvoeringskrediet Verwerving Koninginneweg Uitvoeringskrediet Ondergrondse Fietsenstalling centrumzijde Uitvoeringskrediet Geluidssanering Centrumring Uitvoeringskrediet Centrumring Grondexploitatie Stationsplein Grondexploitatie Koninginneweg

7.2. Welke kredieten en grondexploitaties zijn nodig? Uitvoeringskrediet Busstation - Benodigd per 2021 Dit krediet omvat alle uitvoeringskosten die noodzakelijk zijn om tot een nieuw busstation te komen. De kosten voor het verleggen van kabels en leidingen, het verplaatsen van de huidige bovengrondse fietsenstalling en het slopen en vullen van de achtergebleven kelder van de voormalige GAK locatie zijn reeds gedekt door een krediet dat door de raad op 21 april 2021 ter beschikking is gesteld en is in uitvoering.

44

De resterende kosten hebben vooral betrekking op het tijdelijke en nieuwe busstation en het aanpassen van de inrit van de Teleac-garage. Deze kosten bevatten eveneens een deel van de kosten voor woon- en bouwrijpmaken van het nieuwe bouwblok op de oude GAK-locatie. Uitvoeringskrediet Verwerving Koninginneweg Benodigd per 2021 Dit krediet omvat alle verwervingskosten voor het gebied tussen Koninginneweg-SchoolstraatStationsstraat en het spoor. Ook kosten voor het beheer en onderhoud van het aangekochte vastgoed en kosten voor de ingehuurde begeleiding inzake de verwerving en/of onteigening zijn onderdeel van dit krediet. Dit krediet voorziet in de aankoopkosten van zowel de gronden als het vastgoed. De totale investering wordt ingebracht in de grondexploitatie Koninginneweg, die geopend wordt als de verwerving is afgerond. De eerste tranche van het krediet is vrijgegeven in 2018, de volgende (en laatste) tranche wordt in 2021 aangevraagd. Uitvoeringskrediet Ondergrondse Fietsenstalling Centrum - Benodigd per 2023 De aanbesteding voor de realisatie van een ondergrondse fietsenstalling (ProRail) en bouwblokken 2 en 3 (gemeente) wordt middels gedeeld opdrachtgeverschap in de markt gezet. ProRail zal opdrachtgever zijn voor de ondergrondse fietsenstalling, de gemeente zal opdrachtgever zijn voor de bouwblokken.

Er is bij het Rijk een subsidieaanvraag gedaan over de stichtingskosten van de ondergrondse fietsenstalling. Daarnaast zijn voor de realisatie van de fietsenstalling vanuit het bestedingsplan OV fonds een subsidie gereserveerd en vanuit OV SAAL subsidie toegezegd/ beschikt. Het uitvoeringskrediet Ondergrondse Fietsenstalling Centrumzijde dekt het financiële verschil. Uitvoeringskrediet Geluidssanering Centrumring Benodigd per 2026 Als gevolg van het verleggen van de centrumring wordt de geluidsbelasting op de panden langs de Koninginneweg en de Schoolstraat hoger. In dit kader is het noodzakelijk dat deze panden hiertegen extra beschermd worden. Dit krediet omvat alle voorbereidings- en uitvoeringskosten

45

van de extra gevelisolatie die aan deze panden geboden wordt. Dit krediet moet los van het uitvoeringskrediet centrumring geactiveerd worden en is daarom als apart krediet opgevoerd. Uitvoeringskrediet Centrumring - Benodigd per 2023 / 2028 Als alle bouwplannen gerealiseerd zijn wordt de nieuwe centrumring naar zijn definitieve vorm gebracht. Ten behoeve van de realisatie van de bouwplannen zijn de Schapenkamp en de Koninginneweg al tijdelijk heringericht (op kosten van de twee grondexploitaties), inclusief de aanleg van nieuwe riolering en het verleggen van kabels en leidingen. Dit krediet omvat de kosten om de Koninginneweg, Stationsstraat, Koninginneweg en de Schoolstraat/ Langgewenst conform het definitieve ontwerp in te richten. Grondexploitatie Stationsplein - Benodigd per 2021 Binnen de grondexploitatie Stationsplein is geld opgenomen voor het gereed maken van de gronden voor de nieuwe ondergrondse fietsenstalling en de bouwblokken 2 en 3 voor ontwikkeling. De kosten die daarvoor opgenomen zijn in de grondexploitatie hebben betrekking op het vrij maken van de te ontwikkelen gronden, het aanleggen van de nieuwe riolering in de tijdelijke inrichting van de Schapenkamp en het verleggen van het fietspad aan deze kant van de interwijktunnel. De definitieve inrichting is verwerkt in het uitvoeringskrediet Centrumring.

De kosten voor aanbesteding van de gronden en de definitieve inrichting van het stationsplein zijn onderdeel van deze grondexploitatie en uiteraard de opbrengsten uit de verkoop van grond ten behoeve van de ontwikkeling van bouwblokken 2 en 3. Grondexploitatie Koninginneweg- Benodigd per 2025 Vanuit de grondexploitatie Koninginneweg worden de gronden tussen de Koninginneweg en het spoor geschikt gemaakt voor ontwikkeling. De kosten van de aankoop van de gronden en panden worden als boekwaarde ingebracht in deze grondexploitatie. De grondexploitatie voorziet in de sloopkosten van de bebouwing, grondsanering, aanleggen van nieuwe riolering

in en tijdelijke inrichting van de Koninginneweg, inrichting openbare ruimte rond de bouwblokken en de kosten voor de aanbesteding van de bouwgronden. De subsidie Woningbouwimpuls komt geheel ten gunste van deze grondexploitatie (met uitzondering van dat deel dat hoort bij de ontwikkeling van de Korte Noorderweg). De opbrengsten uit de verkoop van grond ten behoeve van de ontwikkeling van bouwblokken 4 t/m 7 en de parkeergarage zijn onderdeel van deze grondexploitatie. Bouwblok 1 – Benodigd per 2026 Voor de realisatie van bouwblok 1 (het nieuwe bouwblok op de oude GAK locatie) is geen krediet of grondexploitatie nodig. De realisatie van het nieuwe busstation heeft als gevolg dat de grond voor dit bouwblok bouwrijp gemaakt is. Opbrengsten uit verkoop worden verrekend met de boekwaarden die op deze grond liggen. De ontwikkelaar doet een bijdrage aan het parkeerfonds. Beheer en exploitatie fietsenstalling De gemeente, ProRail en NS bespreken momenteel de mogelijke rolverdeling na oplevering van de fietsenstalling. De gedachte is dat de nieuwe stalling via een recht van opstal in eigendom van ProRail komt en dat ProRail het beheer en onderhoud verzorgt. De bestaande stalling onder het station blijft in eigendom van NS Vastgoed. Het beheer en onderhoud van deze stalling werd al uitgevoerd door ProRail en dat blijft zo.

De gemeente en ProRail verdelen de kosten in de verhouding 60%/40%. Alleen voor de Tapis Roulant en de het extra compartiment voor scooters zijn de kosten volledig voor de gemeente.

NS exploiteert de bestaande stalling onder het station. Uitgangspunt blijft dat de nieuwe stalling ook door NS in bemenste vorm wordt geëxploiteerd met het eerste 24 uur gratis principe. De ambitie is om dit in de toekomst uit te breiden naar de zelfservice fietsenstalling op het Oosterspoorplein, zodat er één exploitant is voor de fietsenstallingen in het Stationsgebied. De verdeling van kosten tussen de gemeente en NS is hierbij in de verhouding 2/3 om 1/3. De gemeente Hilversum verzorgt de handhaving van weesfietsen in de openbare ruimte. Over het signaleren en verwijderen van te lang gestalde fietsen in de nieuwe stalling maken gemeente Hilversum en de exploitant van de stalling (NS) nadere afspraken. Om de handhaving efficiënter te organiseren is het de bedoeling om de stalling te voorzien van het signalerings- en monitoringssysteem HBF. Dit zorgt daarnaast voor een betere benutting.

8

46

47

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Een samenhangende communicatie- en participatieaanpak die gericht is op de grotere lijnen en doelstellingen van het Stationsgebied Hilversum.

48

49

Het Stationsgebied ondergaat de komende tien jaar een transformatie van doorgangsgebied tot visitekaartje van Hilversum. Een langlopend programma met een groot aantal deelprojecten die in het hart van de stad op een beperkte ruimte impact hebben op de omgeving. Dat vraagt om een samenhangende communicatieen participatieaanpak voor de uitvoering van het Stationsgebied Hilversum (2021-2030). Deze richt zich op programmacommunicatie, participatie en stakeholder-/omgevingsmanagement en gebiedsbranding en gebiedscommunicatie. Communicatie en participatie sluiten aan bij de fasering van het programma.

communicatieaanpak aandacht. De ontwikkeling is steeds meer van ‘Stationsgebied’ (centrumzijde) naar ‘het gebied rondom het station’ (alzijdig) geschoven, waarbij Oost en Centrum in de OV knoop samenkomen. De programmacommunicatie speelt hierop in.

8.1. Communicatie over het Stationsgebied Communicatie levert een bijdrage aan de ambities van het programma, de programmadoelen en het zichtbaar maken van de doelstellingen en baten van het programma genoemd in hoofdstuk 2 van deze Uitvoeringsnota.

•

Programmacommunicatie richt zich op de grotere lijnen en doelstellingen van het Stationsgebied Hilversum. Per fase van het programma verschillen de communicatiedoelstellingen. In de planvormingsfase richt deze communicatie zich op participatie en het “branden” van het programma. In de realisatiefase richt communicatie zich op legitimiteit voor nut en noodzaak van veranderingen, het vertellen van het grotere verhaal en het informeren en overzicht geven over de veranderingen in het Stationsgebied. En in de beheerfase richt de communicatie zich op de behaalde resultaten van het programma. De projectcommunicatie richt zich op concrete projecten en inspanningen (vastgoed en openbare ruimte) en sluit aan bij de fases van de diverse projecten en hun uitvoering. Het programmabureau bewaakt de natuurlijke samenhang tussen beide. Samenhang Stationsgebied-Centrum & Oost In oktober 2019 is door de raad het onderzoek naar de verbinding tussen Oost en Centrum vastgesteld. De in dit onderzoek gevraagde samenhang is omarmd en vraagt ook in de

Strategie Communicatie- en Participatie Stationsgebied Hilversum: Een integrale en samenhangende aanpak door: •

•

•

•

•

•

•

De gebiedscommunicatie te richten op het gehele Stationsgebied en de schaalvergroting te laten zien (Centrum-Station-Oost). Waarbij de verbinding tussen de twee stadshelften goed tot uiting komt; Sterke gebiedsbranding: door samen met onze partners een onderscheidend en aansprekend gebiedsmerk neer te zetten dat het gebied en Hilversum op de kaart zet; Een aansprekend verhaal waar bewoners, vastgoedpartijen, ondernemers en andere stakeholders in het gebied enthousiast van worden en dat leidt tot begrip voor de overlast van (aankomende) werkzaamheden; 1 vlag/paraplu: de communicatie van projecten en inspanningen binnen het programma versterken het positioneringsverhaal en het concept van het totale gebied; Betrouwbare Participatie: omgeving en stad goed betrekken, luisteren en terugkoppelen wat er mee gedaan is; Bouwen aan vertrouwen met open, eerlijke en creatieve omgevingscommunicatie: we informeren de omgeving tijdig, transparant en duidelijk vanuit één centraal punt en bouwen zo aan kennis en draagvlak; Naast eerlijke communicatie over overlast en keuzes, blijft het gebied ook leefbaar tijdens deze lange verbouwing. Er is wat te beleven: bijvoorbeeld door placemaking, programmering, inzet van een online platform, creatieve communicatie met een kwinkslag, gezicht geven aan bouwvakkers, ondernemers en bewoners op bijv.

social media (I live here/I work here); Belangrijk is het communiceren over de bijzondere onderdelen van het programma

•

en de mijlpalen/successen. De resultaten zijn bewijsvoering voor de ontwikkelrichting van het Stationsgebied en maken zichtbaar welke waarde het project toevoegt en wat Hilversum er voor terug krijgt; De branding en het positioneringsverhaal zijn input voor gebiedsontwikkeling en gebiedsmarketing.

Doelgroepen De primaire doelgroepen van de communicatie en participatie aanpak zijn (actief) binnen (Regio) Hilversum: • • • •

buurtbewoners, lokale ondernemers, partners in het gebied; passanten, reizigers, bezoekers uit de regio en rest van Nederland; belangengroepen; Hilversummers.

en creatief concept gebruiken voor de communicatie en marketing richting hun eigen doelgroepen: (nieuwe) bewoners, (internationale) bedrijven, werknemers/talent, en bezoekers. Deze doelgroepen bevinden zich vooral buiten Hilversum, op regionaal en (inter) nationaal niveau. De nadruk ligt op profilering/ marketing en is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelpartners zelf, of partijen zoals Hilversum Marketing en gemeente (acquisitie). Communicatiemiddelen Bindend element in de programmacommunicatie is een communicatiekalender of communicatieve planner met mijlpalen, boodschap en kanalen/ middelen. Deze worden afgestemd op doel, doelgroep, behoefte en fasering van het programma. Onderstaande middelen worden ingezet om Hilversummers te betrekken en te informeren.

Partners kunnen het positioneringsverhaal

Reguliere middelen De huidige website hilversum.nl/stationsgebied (informeren) bouwenaanhilversum.nl (interactief: enquêtes, ideeën ophalen) Digitale nieuwsbrief Stationsgebied Social media: Facebook, Twitter, Instagram Gemeentepagina’s in Gooi en Eembode Brieven huis aan huis omwonenden (bewoners en ondernemers) (online)bijeenkomsten Persberichten/ briefings Video’s/vlogs wethouder

Nieuw in te zetten middelen Nieuwe website Stationsgebied Placemaking Informatiecentrum 3D model Stationsgebied Imago-onderzoek (zie ambitie profilering gebied) Bouwschuttingen/hekken Reclameborden Bouwverzachters omgeving Rondwandeling/podcast Webcams Filmpjes/timelaps

50

8.2. Participatie en stakeholdermanagement Gemeente Hilversum streeft naar een optimale samenwerking met haar omgeving: inwoners, bedrijven, organisaties, medeoverheden en intern met collega’s. De ambitie van Hilversum is om de omgeving zoveel mogelijk te betrekken en zoveel mogelijk ruimte te geven voor inbreng bij beleid en uitvoering. Op niveau van meedenken of meewerken en soms meebepalen, rekening houdend met bestaande kaders. In de fase van planvorming is de afgelopen vijf jaar veel geparticipeerd en met deze opbrengst is het plan verbeterd. Participatiedoel Stationsgebied Het doel van participatie bij de planvorming in het Stationsgebied was een breed gedragen besluit over de invulling van het Stationsgebied, goed doordacht en bediscussieerd. Daarnaast draagt participatie bij aan betere plannen binnen de bestaande en vastgestelde kaders. Er is de afgelopen vijf jaar veel gesproken met de stad en met belangengroeperingen. Voor het stedenbouwkundig programma van eisen, later het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan en het onderzoek naar de verbinding tussen Oost en Centrum heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Vanaf 2016 zijn meerdere sessies met de stad geweest. Bewoners, ondernemers, professionele stakeholders, partners en maatschappelijke organisaties hebben input geleverd en wensen en eisen kenbaar gemaakt.

Deze zijn zoveel als mogelijk verwerkt in de plannen en dit heeft op meerdere onderwerpen tot aanzienlijke verbetering van de plannen geleid. Ook de raad is nauw betrokken in de aanloop naar het stedenbouwkundig plan. Van belang is de omgeving en belanghebbenden te blijven meenemen in wat er al gezamenlijk aan uitgangspunten is vastgesteld. Participatie: van planvorming naar uitvoering Met deze Uitvoeringsnota wordt de stap gezet van denkwerk en planvorming richting de uitvoering. De aandacht ligt in de komende fase – binnen de kaders van het stedenbouwkundig plan - op de participatie rond: • de uitwerking van verschillende deelprojecten (zoals de ondergrondse fietsenstalling en

51

•

• •

busstation); de inrichting van de openbare ruimte/ buitenruimte in verschillende ontwerpen en fasen; de vastgoedontwikkeling/ gebouwen (ligt primair bij ontwikkelaars); uitvoering.

Participatie is maatwerk bij de uitwerking en inrichting Participatie en communicatie binnen het project vereisen een goede rode draad met maatwerk per project. Bij het ene project is de ruimte voor participatie groter dan het andere. Waarbij per project/inspanning bekeken wordt wie te betrekken, op welk niveau en hoe. Zodat het hele gebied bijvoorbeeld op de hoogte is van bepaalde veranderingen, maar sommige direct belanghebbenden eerder, directer en uitvoeriger. Omdat het om maatwerk vraagt zal het project gedurende het hele project wensen en eisen ophalen, valideren en monitoren. Zo krijgen we inzicht in de eisen, maar kunnen we later ook terug kijken hoe projecten zijn gerealiseerd. In hoofdstuk 10 van deze nota is het proces nader toegelicht. Vastgoedontwikkeling en de omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet per 1/7/2022 verschuift de participatie rond de vastgoedontwikkeling meer bij de ontwikkelaar. Streven is dat deze past binnen de uitgangspunten voor communicatie en participatie van het programma. Dat vereist nauwe afstemming hierover tussen gemeente en ontwikkelaars vooraf en tijdens de bouw. Dat kan bijvoorbeeld door het delen van de communicatieen participatiestrategie en regulier overleg. In het beeldkwaliteitsplan is het initiatief voor participatie bij de ontwikkelaar neergelegd.

De gemeente zal hierin wel faciliteren, bijvoorbeeld met handreikingen en goede voorbeelden. Uitvoering De plannen voor het Stationsgebied kennen verschillende fasen van uitvoering. Voor de uitvoering van de plannen in de openbare ruimte is de gemeente verantwoordelijk, hierbij worden de principes van BLVC gevolgd (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie).

Er wordt beoordeeld of werkzaamheden tot overlast leiden, wat bouwwerkzaamheden zijn, de tijdstippen zijn van de werkzaamheden en wat de situatie is ten opzichte van de woningen. Deze aandachtspunten krijgt de aannemer mee. Voor grote werkzaamheden zoals de aanleg van het busstation en aanleg van de ondergrondse fietsenstalling overlegt de aannemer een BLVC plan. Ook de bouwer/ontwikkelaar van de bouwblokken zal met kaders van de gemeente een BLVC plan maken. Doel is te komen tot goede afspraken met de omgeving van het project, zodat deze zo min mogelijk hinder ervaart. Stakeholdermanagement in de praktijk Het merendeel van de in- en externe stakeholders is goed in beeld. Vanaf 2016 is er al gebouwd aan de relatie met stakeholders in het Stationsgebied. De vastgestelde documenten vormen de kaders voor verdere de ontwikkeling. Uit deze kaders komen een aantal issues die leidend zijn in deze Uitvoeringsnota. We kennen de issues, we luisteren naar de belangen, we behouden de duurzame relatie die we hebben. De ontwikkeling van het Stationsgebied is een ontwikkeling in het hart van de stad. Bereikbaarheid en toegankelijk tijdens de bouw zijn heel belangrijk (zie hiervoor het hoofdstuk planning). Uiteraard ook na realisatie. De verlegging van de centrumring leidt tot andere verkeersstromen, met andere geluideffecten.

We hebben hier oog voor en zullen met een persoonlijke aanpak, samen met de bewoners, voorstellen uitwerken en realiseren. Daarnaast geeft verlegging ook voordelen, zo wordt de Stationsstraat autoluw. Als laatste speelt natuurlijk de vergroening en het behouden en ontwikkelen van een aantrekkelijke leefomgeving een rol. Om al deze onderwerpen blijvend te monitoren zijn verschillende vormen van samenwerking met stakeholders bedacht. Onderstaand staan voorbeelden hiervan. Samenwerkingsoverleg Stationsgebied Hilversum Voor de uitvoering van alle projecten binnen het programma blijven we in gesprek met al partijen met wie al een duurzame relatie is. Per projectonderdeel worden eisen vastgelegd en wordt het definitief ontwerp voorgelegd aan de raad. Ten behoeve van het ophalen en bespreken van de eisen zijn in 2021 verschillende

overlegstructuren opgezet. Met de professionele stakeholders is de samenwerking geïntensiveerd in een Samenwerkingsoverleg Stationsgebied Hilversum. In dit overleg zitten NS, ProRail, Provincie Noord-Holland, Connexxion/Transdev en de Regio Gooi -en Vechtstreek. Ook het project HOV in ’t Gooi, Provincie Utrecht en NS vervangend vervoer participeert hierin. Doel van het overleg is om met deze professionele stakeholders samen te werken op het niveau van meebepalen. Werkgroep Toegankelijkheid Er gaat in de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor verschillende doelgroepen veel veranderen in de uitvoering en definitieve situatie. Daarom is met verschillende belangenorganisaties een werkgroep Toegankelijkheid opgericht. Doel van het overleg is om de verschillende belangenorganisaties blijvend te laten meedenken en mee weten met de plannen. In deze groep zitten organisaties zoals Senver, RoCov, Rover, Platform Chronisch zieken en gehandicapten, Fietsersbond, VVN, Taxibedrijven, hulpdiensten, KBO, Stichting Centrum Hilversum en Hilversum marketing. Buren van het Stationsgebied Verder is het contact geïntensiveerd met de directe “buren” in het Stationsgebied. De bewoners, ondernemers en eigenaren (bv Gooi en Omstreken) aan de Schapenkamp, Stationsstraat, Koninginneweg en Langgewenst hebben allen verschillende belangen in de ontwikkeling van het gebied.

Verschillende buren, zoals bewoners en ondernemers van de Schapenkamp en Stationsstraat, zijn betrokken via een werkgroep. Andere buren zoals Gooi- en Omstreken worden 1 op 1 benaderd. Weer andere buren worden aangehaakt via het proces rondom de verwerving of gevelisolatie. De ingeslagen weg na vaststelling van het bestemmingsplan in het najaar 2020 zetten we voort.

9

52

53

OMGAAN MET RISICO’S Grip houden op de kansen en onzekerheden betekent actief sturen op het tijdig in beeld brengen van risico’s en weloverwogen acteren.

54

55

De ontwikkeling van het Stationsgebied heeft een lange looptijd van planvorming tot realisatie. Het is een complexe ontwikkeling die uit vele losse projecten en ontwikkelingen bestaat. Gedurende de uitvoering kunnen allerlei niet-voorziene, of onverwachte gebeurtenissen optreden. Om grip te houden op de kansen en onzekerheden wordt actief gestuurd op het tijdig in beeld brengen van risico’s en het nemen van een overwogen besluit hoe hierop te acteren. 9.1. Risicomanagement Risicomanagement is een continu proces waarbij we regelmatig een inventarisatie van de risico’s maken en beheersmaatregelen kiezen en uitvoeren. Wij evalueren het effect van de beheersmaatregel om daarna het risicodossier te actualiseren of een nieuwe risicoanalyse te voltooien. Een risicoanalyse vindt dus op meerdere momenten binnen het project plaats. Het risicomanagement zoals vormgegeven binnen de ontwikkeling van het Stationsgebied is ingericht om grip te houden en tijdig te kunnen acteren op onzekerheden. Het risicomanagement kent vier belangrijke processtappen die hieronder zijn beschreven. Inventarisatie Risicomanagement start met het in kaart brengen van de risico’s doormiddel van de RISMAN-methode. De RISMAN-methode kijkt vanuit verschillende invalshoeken (juridisch, organisatorisch, technisch, ruimtelijk, financieel,

maatschappelijk, politiek en duurzaamheid) naar de risico’s. Zo wordt elk perspectief belicht. Na het verzamelen van de risico’s worden de risico’s gekwantificeerd op de kans van optreden en de impact van het risico. Beheersing Na het verzamelen en kwantificeren van risico’s, is het van belang om te bepalen hoe er op de risico’s wordt geacteerd en wie hiervoor verantwoordelijk is. Voor elk risico worden beheersmaatregelen en het eigenaarschap bepaald. In essentie zijn er 4 beheerstrategieën mogelijk om tijdens het project om te gaan met de risico’s: vermijderen, verminderen, overdragen of accepteren. Uitvoering Na het bepalen van de beheersmaatregelen en het eigenaarschap, is het van belang de uitvoering van de beheersmaatregelen te monitoren. Wij sturen op te nemen beheersmaatregelen en het daadwerkelijk uitvoeren ervan. Het kernteam Stationsgebied is hiervoor verantwoordelijk. Dit is de belangrijkste processtap, om het optreden van risico’s te voorkomen of te beperken. Evaluatie Door het uitvoeren van beheersmaatregelen wordt de kans van optreden of de impact van een risico doorgaans lager. Actiehouders kijken in de evaluatiefase of beheersmaatregelen effectief waren en stellen de risico’s mogelijk bij.

Vermijden

Hierbij wordt de kans/mogelijkheid van optreden van een bepaald risico opgeheven; we vermijden het risico.

Verminderen

Hierbij proberen wij de oorzaak of het gevolg van het risico te verkleinen. Indien getracht wordt de oorzaak te verkleinen voer je beheersmaatregelen vooraf uit. Bij een gevolggerichte maatregel is het echter zo dat men van tevoren nadenkt over de maatregelen en eventuele voorbereidingen treft, maar dat men de daadwerkelijke maatregel pas treft op het moment dat het risico optreedt.

Overdragen

Overdragen van een risico leidt niet direct tot het wegnemen van het risico, maar wel tot een risicovermindering omdat verwacht of afgesproken wordt dat een andere partij in staat zal zijn het risico te managen of te dragen.

Accepteren

Het accepteren van een risico. Vaak houdt dit in dat je hiervoor extra geld opneemt in je raming of dat je de planning aanpast.

56

57

Top 5 risico’s per 1 juni 2021 Risico Deelprojecten beïnvloeden of vertragen elkaar

Actualisatie Risicomanagement is een cyclisch proces. Gedurende een project kunnen risico’s verminderen en kunnen er nieuwe risico’s optreden. De cyclus wordt daarom meermaals doorlopen om de risico’s gedurende het project actueel te houden. 9.2. Het actuele risicodossier in 2021 Voor het Stationsgebied is in januari en februari 2021 een uitgebreide risicoanalyse gedaan. Ook voor de aangrenzende projecten Bruisend Hart en de Kleine Spoorbomen zijn dergelijke analyses uitgevoerd. Daarnaast is een raakvlakken analyse gedaan om ook de verschillende projecten in relatie tot elkaar te bekijken. De top 5 risico’s voor het Stationsgebied zijn opgenomen in de Uitvoeringsnota. De overige risico’s zijn in het risico dossier opgenomen en financieel verwerkt (Monte Carlo analyse). De impact van de risico’s en de kans van optreden van het risico is gekwantificeerd op een schaal van vijf. Daarnaast is de impact van een risico voor de aspecten geld, tijd, kwaliteit, omgeving, veiligheid en imago bepaald. De totale impact is de som van deze scores. Op basis van de risicoscores ontstaat een ‘ranking’ van de risico’s en kunnen de toprisico’s eruit gefilterd worden. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen mogelijk zijn. Vervolgens is het risicodossier vastgesteld en per risico een risico-eigenaar aangewezen.

9.3 Risicomanagement in de uitvoeringsfase Met het vaststellen van de Uitvoeringsnota gaat het project de uitvoeringsfase in. Het risicodossier wordt verder uitgebreid door beheersmaatregelen en eigenaren te bepalen. Het dossier wordt doorlopend bijgehouden en gemonitord. Als onderdeel van de P&C cyclus wordt het risicodossier minimaal jaarlijks geëvalueerd, geactualiseerd en aan de raad ter bespreking aangeboden. Voor de belangrijkste risico’s zijn inmiddels beheersmaatregelen getroffen. 9.4 Monte Carlo analyse Voor het Stationsgebied is een zogenaamde Monte Carlo simulatie uitgevoerd. Dit is een model dat laat zien hoe de kwantitatieve gevolgen van de geïnventariseerde risico’s zich in omvang kunnen ontwikkelen. Het resultaat van de simulatie is de bandbreedte en kansverdeling waarbinnen het totaal van de grondexploitaties en investeringskredieten zich bevindt. Voor alle risico’s uit het risicodossier van het Stationsgebied is de minimale en maximale verwachte financiële impact berekend door te kijken naar de kwantificering op geld. Voor de top financiële risico’s is de specifieke kwantificering per risico bepaald om tot nauwkeurige berekeningen te komen. De resultaten zijn opgenomen in een vertrouwelijke financiële toelichting.

Oorzaak Gevolg 1) Integraliteit van het plan zorgt voor veel > Vertragingen afhankelijkheden > Langdurige beeld van 'bouwput' en overlast 2) Planning is gebaseerd op aannames en is nog > Negatieve publiciteit niet opgesteld met uitvoerende partijen > Extra kosten: claimkosten, projectkosten, kosten 3) Deelprojecten zijn afhankelijk van elkaar in van versnellingsmaatregelen, kwijtraken subsidies, verschillende projectfases (ontwerp, contract, minder efficiëntie etc. uitvoering) > Lagere kwaliteit 4) Raakvlakken tussen de projectonderdelen zijn onvoldoende in beeld 5) Te weinig speling in de planningen 6) Eis om Schapenkamp in gebruik te houden voor verkeer en het station in gebruik te houden voor gebruikers drukt zwaar op de planningsmogelijkheden 7) Beperkte ruimte om te bouwen en om gebieden als werkterrein uit te geven 8) Vertraging door externe factoren als levertijd. Deze is de laatste periode sterk aan het toenemen en kan dus grote invloed hebben op het halen van de planning. Zeker ook in combinatie met de hoge ambities in materialisatie.

De technische inpasbaarheid van de 1) Er is geen totaal beeld van de objecten / K&L in fietsenkelder-entree blijkt complexer dan de ondergrond inzichtelijk op het moment van verkrijgen uitvoeringskrediet Subsidie (Nationaal Fietsplan) vanuit het Rijk 1) Uitvoeringsnota besluit wordt september 2021 (I&W) voor fietsenstalling wordt niet verstrekt genomen terwijl de definitieve goedkeuring voor fietsenstalling-subsidie in november 2021 wordt genomen 2) Ministerie heeft meerdere plannen ter beoordeling Duurzaamheidsambities moeten een plek krijgen in de beperkte fysieke ruimte van het projectgebied

Er kan kan geen belofte gedaan worden dat het Nieuwe Busstation gereed is eind 2022

> Meer werk en kosten door het verleggen van ondergrondse traces

> Financiele dekking voor het subsidie deel moet elders worden gezocht. > Mogelijke financiering vanuit I&W in een volgende tranche.

1) Veel functies in een beperkt gebied (boven en > Er wordt geen keuze gemaakt of de maatregelen ondergronds) sluiten niet goed op elkaar aan 2) Beperkte ruimte in de ondergrond, Kabels > Duurzaamheid wordt niet integraal meegenomen leidingen, energiemaatregelen etc. vragen allemaal in de plannen en fasering om ruimte 1) Technische complexiteit van de locatie (o.a. > Nieuwe Busstation niet gereed bij oplevering van het HOV-traject. De HOV bussen zullen tijdelijk hoogte verschillen) 2) Volgordelijkheid van werkzaamheden (o.a. omgeleid worden via de Schapenkamp samenhang werkzaamheden Schapenkamp) > Impact op de fasering en planning 3) Invloeden van buitenaf (o.a. leveringstijden, aanbestedingsresultaat, afstemmen stakeholders)

10

58

59

PROGRAMMAORGANISATIE De omvang van de ontwikkeling van het Stationsgebied is groot voor Hilversum. De uitvoering beslaat een klein decennium en daarmee meerdere bestuursperiodes. Dat vraagt om heldere afspraken over rollen, taken en invloed, een sterke centrale aansturing en een organisatie die hier klaar voor is.

60

De omvang van de ontwikkeling van het Stationsgebied is groot voor Hilversum. De uitvoering beslaat een klein decennium en daarmee meerdere bestuursperiodes. Dat vraagt om heldere afspraken over rollen, taken en invloed, een sterke centrale aansturing en een organisatie die klaar is voor het aankomende werk. Hiermee kunnen we de kwaliteit borgen, die we voor ogen hebben. Kwaliteit in zowel het fysieke resultaat als in het proces om daar te komen. Met als doel om zoveel mogelijk bewoners, bezoekers, ondernemers en partners in 2030 tevreden te laten zijn met ons Stationsgebied. 10.1 Hoe sturen we in het Stationsgebied? Om de gewenste voortgang te boeken is slagkracht nodig. Dat vereist zowel een organisatie die staat voor haar taak als duidelijkheid wie waarover wanneer gaat. Dat schept helderheid en geeft vertrouwen. Een

61

heldere aansturing helpt om de samenhang te bewaken en voortgang te boeken in het Stationsgebied. De clusters Vastgoed en Openbare Ruimte hebben één centraal aanspreekpunt voor alle deelprojecten en activiteiten die binnen dat cluster plaatsvinden. De programmaorganisatie bestaat daarnaast uit een programmabureau van specialisten op het gebied van o.a. financiën, omgevingsmanagement, communicatie en planning en het programmamanagementteam Stationsgebied. Hier vindt de dagelijkse aansturing plaats en de integrale samenhang tussen de verschillende activiteiten in het gebied geborgd. Sturing vindt plaats op de centrale doelen en onderliggende ambities zoals in hoofdstuk twee van deze nota verwoord. Onderstaande afbeelding toont de verhoudingen tussen programmaorganisatie, lijnorganisatie en opdrachtgeverschap.

10.2 Samenwerking en raakvlakken andere programma’s De ontwikkelingen worden binnen de gemeentelijke organisatie continu afgestemd op ambtelijk en bestuurlijk niveau met andere relevante programma’s, projecten en ontwikkelingen. Het betreft hier in ieder geval: •

•

•

Andere gebiedsontwikkelingen in Hilversum (HOV in ‘t Gooi, Gebiedsagenda 1221, Arenapark, Mediapark); Andere initiatieven en projecten (zoals de transformatie Silverpoint en doorstroming Buitenring Noord, Kleine Spoorbomen); Andere programma’s binnen de gemeente zoals de Omgevingsvisie 2040 waarin ook Mobiliteit2040, Energietransitie, Woonvisie, Groenvisie en Economisch Perspectief samenkomen.

10.3 Rol en bevoegdheid gemeente vanuit het Programma Met deze Uitvoeringsnota liggen de kaders voor de uitvoering van het Stationsgebied vast en wordt de samenwerking met aangrenzende projecten en activiteiten weergegeven. De gemeente heeft invloed op die activiteiten, waar het haar publiekrechtelijke taken raakt of waar ze privaatrechtelijk eisen kan stellen. Het gaat daarbij om de volgende elementen. Publiekrechtelijk a) Het vigerende bestemmingsplan (oktober 2020); b) Het vigerende beeldkwaliteitsplan (oktober 2020); c) Beleidsnotitie verlaagde parkeernormen rondom OV Knooppunten (januari 2021). Na de aanvraag van de omgevingsvergunningen worden de bouwplannen getoetst aan onder andere de bovenstaande kaders. Als de aanvraag past binnen die kaders, wordt de vergunning verleend. Het beeldkwaliteitsplan vervangt de welstandsnota ter plaatse.

Programmaorganisatie

Eisen en ontwerpen Om te komen tot ontwerpen zijn eisen en wensen geformuleerd. Dit zijn eisen en wensen van de gemeente en eisen van stakeholders.

Ze zijn verzameld in een zogenaamd “Klanteissysteem”. Zo wordt de diversiteit aan input ordelijk vastgelegd. Waar mogelijk worden ze meegenomen in de (ontwerpen binnen de) gebiedsontwikkeling. Hierdoor bewaken we continue de kwaliteit. We spreken binnen de systematiek over ‘Eisen’, maar feitelijk betreft het een set aan zogenaamde TOP-eisen, eisen en wensen. TOP-eisen vloeien rechtstreeks voort uit de doelstelling van het project en zijn al eerder als onderdeel van het stedenbouwkundig plan vastgesteld. Eisen zijn nodig om tot het (functionele) ontwerp te komen. Wensen worden ingebracht door stakeholders en vragen om een afweging. Het project kent circa 100 TOP-eisen en 300 eisen. Op de ingebrachte eisen en wensen vindt een proces van validatie en honorering plaats. Met de herbevestiging van de eerder vastgestelde TOPeisen voor een deelgebied het ontwerpproces starten. Op basis van eerder geformuleerde eisen van Gemeente, Provincie Noord-Holland, Connexxion en andere belanghebbenden is een ontwerp voor het busstation gemaakt (zie bijlage 2). Het ontwerp wordt ter besluitvorming voorgelegd. De supervisor Ruimtelijke Kwaliteit toetst de ontwerpen voor de openbare ruimte en de gebouwen op het niveau van voorlopig ontwerp.

Deze kwaliteitstoets vindt plaats vooruitlopend op de behandeling door welstand (gebouwen) en het vaststellen van het definitief ontwerp door de raad (openbare ruimte). Voor de openbare ruimte wordt per deelgebied een definitief ontwerp gemaakt en vastgesteld. Ontwikkelingen aan de westzijde van de Schapenkamp worden getoetst aan de welstandsnota centrum.

62

63

nr.

Top eis

Omschrijving

1

Station-centrum

Een goede ruimtelijke en functionele verbinding te maken tussen het station en het centrum (fysiek en visueel)

2

3

Plek voor ontmoeting en

Het gebied te transformeren tot een aangename plek voor ontmoeting en verblijf, sociaal

bedrijvigheid

veilig en met een beter vestigingsklimaat voor bedrijven

Kwaliteit staat voorop

Het Stationsplein wordt het visitekaartje van de stad. De openbare ruimte en de nieuwe bebouwing zijn hier representatief en laat Hilversum als Mediastad in het groen van zijn beste

Privaatrechtelijk Bij de uitgifte van de gronden in het Stationsgebied geeft de gemeente de randvoorwaarden voor de ontwikkeling mee (zie hoofdstuk 5 Ontwikkelstrategie). De ontwikkeling gebeurt vervolgens door een (consortium van) marktpartij(en). Zij moeten zich in het geval van het Stationsgebied (naast de reguliere wet- en regelgeving) in de basis houden aan de bovenstaande publiekrechtelijke documenten.

kant zien. De ambitie is om in het gebied in elk geval één nieuw rijksmonument te realiseren. 4

Duurzaamheid

Duurzaamheid (Energie, Klimaatadaptatie, Circulariteit, Groen, Gezondheid, Mobiliteit) een integraal onderdeel te laten zijn van het Stationsgebied

5

Zichtbaar maken identiteit

De identiteit van Hilversum (media, stedenbouw/architectuur, groen, materialisatie, schaal van ruimtes ) zichtbaar te maken

6

7

Duurzame en veilige

Een duurzame en veilige doorstroming van alle verkeersdeelnemers en een heldere

doorstroming alle verkeer

(herkenbaar, duidelijk en logisch) routing en indeling van de openbare ruimte realiseren.

Verzorgde, groen

In algemene zin is de openbare ruimte in het nieuwe Stationsgebied verzorgd, ingetogen en

ingetogen ruimte.

in samenhang met de stedenbouwkundige omgeving. De openbare ruimte is overzichtelijk en daarmee veilig en goed handhaafbaar. In een dynamische omgeving als het Stationsgebied is flexibiliteit in gebruik een belangrijke eigenschap. Flexibiliteit staat echter niet gelijk aan vaagheid: het gebruik van de openbare ruimte is in één oogopslag duidelijk. Groen is in

Binnen die kaders kan de gemeente aanvullende eisen stellen voor de ontwikkeling. Na de oplevering van de gebouwen kan de eigenaar van die gebouwen binnen de bovenstaande publiekrechtelijke kaders aanpassingen doen. Kortom: de gemeente kan privaatrechtelijke invloed uitoefenen tot aan het moment van tender voor de uitgifte van gronden en de toetsing van de inschrijvingen. Tot aan de daadwerkelijke uitgifte controleert de gemeente of aan die specifieke uitgiftevoorwaarden wordt voldaan. Daarna vindt toetsing van het opgeleverde bouwwerk alleen nog plaats via de publiekrechtelijke weg: namelijk of het voldoet het aan de afgegeven bouwvergunning.

Hilversum een essentieel onderdeel van de openbare ruimte. 8

Toegankelijk voor iedereen

Het Stationsplein is toegankelijk voor alle voetgangers (inclusief mindervaliden en blinden en slechtzienden), het is overzichtelijk en veilig. Het gebruik van trappen wordt zoveel mogelijk vermeden en het plein heeft zo min mogelijk obstakels. Vanuit het centrum is het station goed zichtbaar en vanuit het station vormen de pleinwanden een focus richting het centrum. De bezoeker vindt gemakkelijk zijn weg en voelt zich welkom. Het Stationsplein heeft een menselijke maat en een aangenaam klimaat.

9

Fietsen (alle vormen) niet

Fietsen (alle vormen) mogen niet op maaiveld zichtbaar zijn. Er moeten voldoende

zichtbaar op maaiveld

fietsplekken terug komen, er komen in totaal 7.000 plekken (verdeeld over Oost- en Westzijde).

10

Busstation goed bereikbaar Busstation is makkelijk en veilig bereikbaar vanaf station, centrum en ondergrondse

Informeren raad De raad wordt op de hoogte gehouden van de inhoudelijke en financiële voortgang van het programma via een jaarlijkse voortgangsrapportage die wordt opgeleverd in het eerste kwartaal. In die voortgangsrapportage wordt naast de verantwoording over het voorbije jaar ook de activiteiten voor het komende jaar geschetst. De voortgang wordt jaarlijks in een Beeldvormende sessie toegelicht, vooruitlopend op de vaststelling van de voortgangsrapportage. Bij afwijkingen wordt de raad ook tussentijds geïnformeerd.

fietsenstalling (+vice versa) 11

Duurzaam beheer van het

Een goed ontwerp is ook duurzaam te beheren. Dat wil zeggen beheer met minimale kosten

ontwerp

aan vervanging van materialen en beplanting. Daarom is het beheer van de openbare ruimte een onlosmakelijk onderdeel van de uitwerking naar het definitieve ontwerp van het Stationsgebied.

12

Inrichting geeft gevoel van

Hoogwaardige inrichting: Publiek toegankelijke ruimte geeft uitstraling van en het gevoel van

veiligheid

veiligheid in het Stationsgebied.

Een selectie van de belangrijkste TOP-eisen.

In de kadernota en in de begroting worden daarnaast de uitgaven en inkomsten voor de betreffende jaarschijf en de opvolgende jaren opgenomen alsook de eventuele wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde financiën. Het programma loopt zo mee in de jaarlijkse planning & control cyclus van de gemeente.

Inzet Een programma van deze omvang vraagt om een bijbehorend ambtenarenapparaat, in zowel kwantiteit als kwaliteit. Vanaf 2022 worden de kosten van inzet van de gemeentelijke projecten toegevoegd aan de projectkosten. In het Stationsgebied is daartoe berekend wat naar de huidige verwachting aan inzet nodig is om het programma tot uitvoering te brengen. Daarnaast vereisen verschillende projectonderdelen de inhuur van externe specialistische capaciteit, zoals bijvoorbeeld de begeleiding en uitvoering van geluidswerende maatregelen aan de panden langs de centrumring. Deze kosten worden per jaarschijf verder ingevuld en ondergebracht in de verschillende grondexploitaties en kredieten (zie ook hoofdstuk financiën). Op deze wijze wordt de raad transparant, voorspelbaar en tijdig geïnformeerd over de voortgang van het programma.

64

65

BIJLAGEN Bijlage 1: Geactualiseerde Stedenbouwkundige plankaart juni 2021 Bijlage 2: Definitief ontwerp busstation juni 2021 Bijlage 3: Ontwikkelaanpak juni 2021 Bijlage 4: Fasering en hoofdlijnen planning juni 2021

Colofon © 2019 Gemeente Hilversum De Zwarte Hond bv OKRA Landschapsarchitecten Bron historische foto’s: http://fotos.serc.nl/ http://www.harmen-visser.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3c8e415c-7d34-48f0-aa46-420acd7040ab