CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 4.1 Bijlagen bij wijziging omgevingsplan gemeente Hilversum

GEMEENTERAAD 14 mei 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan en beeldkwaliteitplan voor Bruisend Hart (1716074)23.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

STEDENBOUWKUNDIG PLAN BRUISEND HART

15 MEI 2024

Inhoud

Voorwoord

5. Planuitwerking

1. Inleiding

5.1 Bebouwing

20

5.2 Programma

26

1.1 Doel van het stedenbouwkundig plan

5

5.3 Het station

29

1.2 Aanleiding

5

5.4 Inrichting, gebruik en sfeer van openbare ruimte

30

1.3 Leeswijzer

5

5.5 Mobiliteit

34

5.6 Groen

38

5.7 Water en klimaatadaptatie

42

5.8 Circulariteit en energietransitie

44

5.9 Ondergrondse infrastructuur en milieu

46

2. Van structuurvisie naar stedenbouwkundig plan 2.1 Structuurvisie Bruisend Hart

6

2.2 Uitwerking in stedenbouwkundig plan

8

3. Stedenbouwkundig plan 3.1 Het Stationshart van Hilversum

11

3.3 Bruisend Hart van Oost

12

3.4 Uitdagingen

12

3.2 Groene tuinen voor stad en buurt

12

4. Visie Bruisend Hart 4.1 Een bruisende buurt

14

4.2 Een gezonde en veilige plek voor iedereen

15

4.3 Een nieuwe plek met oog voor de historie

16

4.4 Een toekomstgerichte buurt

17

6. Uitvoering en financiële doorrekening 7. Vervolgproces 7.1 Omgevingsvisie en omgevingsplan

51

7.2 Welstandskader, beeldkwaliteit

51

7.3 Ontwerp openbare ruimte

51

Bijlagen Bijlage A: Verhaal van de plek

52

Bijlage B: Globale bouwhoogtes

56

Bijlage C: Indicatieve programma kaarten

57

Bronvermelding

2

Voorwoord

Aan de Oostkant van station Hilversum staan op dit moment veel winkels leeg, er is weinig groen en de verkeerssituatie heeft verbetering nodig. Tijd voor verandering om hier weer een Bruisend Hart van te maken! Het huidige Oosterspoorplein en omgeving is een plek met veel mogelijkheden die we gaan benutten. In dit stedenbouwkundig plan staat hoe we dat gaan doen. Ik wil iedereen die heeft meegedacht, waaronder NS en ProRail bedanken voor hun tijd, moeite en waardevolle inbreng. Speciale dank gaat uit naar de inwoners en ondernemers die tijdens de verschillende bijeenkomsten en ook online hebben meegedacht. Met name de fysieke bijeenkomsten leidden tot interessante gesprekken en nieuwe inzichten die ons helpen om tot een zo goed mogelijk plan te komen. Een plan van ons allemaal.

Met dit stedenbouwkundig plan ligt er nu een goede basis om van het gebied rond het Oosterspoorplein en de omliggende winkelstraten een levendige en veilige plek te maken. Het bruisend Hart van Hilversum-Oost. Een aantrekkelijke, groene en veilige plek waar mensen zich welkom voelen. Reizigers die de stad binnenkomen, maar nog belangrijker, ook de bewoners van Hilversum-Oost. Een plek die de natuurlijke verbinding wordt tussen het centrum en Hilversum-Oost. Met een eigen Hilversums gezicht waar we trots op kunnen zijn. Er komen woningen, werkplekken, maatschappelijke functies, horeca, winkels en een grote fietsenstalling. Het wordt een levendige, groene plek, passend in het stoere industriële en monumentale karakter van de wijk. Een plek voor inwoners om elkaar te ontmoeten en waar kinderen veilig kunnen spelen. Een goed bereikbare plek waar fietsers en voetgangers de ruimte hebben. Een plek voor de buurt én voor de stad. Ik kijk ernaar uit u te ontmoeten in de tuinen van het Bruisend Hart. Karin Walters, wijkwethouder Hilversum Oost en Zuidoost

3

Luchtfoto huidig Oosterspoorplein

1. Inleiding 1.1 Doel van het stedenbouwkundig plan De ligging aan het station, de ruimte op het plein, buurtwinkels, karakteristieke architectuur en betrokken bewoners: de oostkant van het station heeft alle ingrediënten voor een bruisende entree van Hilversum-Oost. Het is de plek waar veel mensen met de trein of bus Hilversum binnenkomen. Deze zijde van station Hilversum verandert in een prettig en groen gebied voor de stad. Er komen volwaardige stationsvoorzieningen met comfortabele toegang tot de perrons. Ook is dit een plaats voor de buurt; bewoners kunnen hier terecht voor een hapje of een drankje, ontmoetingen of voor leuke activiteiten. Ook is er ruimte voor wonen en werken. Het wordt een plek die voor iedereen lopend en fietsend goed en veilig bereikbaar is. Kortom, een bruisende plek voor de buurt en de stad: het Bruisend Hart. Dit stedenbouwkundig plan (verder: dit plan) schetst een toekomstbeeld van het Bruisend Hart. In vier principes is beschreven hoe dit gebied op verschillende manieren transformeert tot een levendige groene plek voor alle Hilversummers. Het plan is een directe doorvertaling van de Structuurvisie Bruisend Hart (vastgesteld 9 juni 2022). Het beschrijft en verbeeldt welke maatregelen daarvoor nodig zijn. De ontwerpen en maatregelen in dit plan passen bij de plek: ze benutten de kwaliteiten van het gebied en de omgeving.

De ideeën en plannen zijn verschillende keren besproken met de buurt, in interactieve sessies en informatiebijeenkomsten. Dit plan is het kader voor de verdere uitwerking van de verschillende nieuwe gebouwen en de buitenruimte. En het is de aanzet voor toekomstige ontwikkelingen rondom het gebied. In dit plan staan richtlijnen op verschillende thema’s. Daarnaast zijn de richtlijnen verbeeld in een plankaart of een voorbeelduitwerking. De stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart wordt ‘vertaald’ naar regels in het omgevingsplan.

1.2 Aanleiding In samenspraak met de buurt is in de gebiedsagenda 1221 opgenomen dat het wenselijk is om het Oosterspoorplein en omgeving te ontwikkelen tot een duidelijk hart van de buurt en aantrekkelijk entreegebied van Hilversum-Oost. In de Structuurvisie Bruisend Hart is de ontwikkeling van het gebied verder uitgewerkt. Deze benoemt de belangrijkste opgaven voor deze locatie: • Verbeteren sociale veiligheid • Verbeteren verkeersveiligheid • Vergroenen • Voorkomen wateroverlast bij hevige neerslag • Verbeteren verbinding met de buurt en het centrum • Realiseren van een ‘Bruisend Hart’ voor de wijk en een levendige plek voor de stad

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft welke stappen er zijn genomen van de Structuurvisie Bruisend Hart naar dit plan. Hoofdstuk 3 toont en beschrijft het totaalbeeld van dit plan. Daarbij geeft het op hoofdlijnen aan wat de basis van het plan is. In hoofdstuk 4 staan de vier principes die aan dit plan ten grondslag liggen: samen vormen ze de visie. Hierin is te lezen wat de ambitie voor het gebied is. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe het plan invulling geeft aan de acht uitgangspunten die zijn benoemd in de Structuurvisie. Hoofdstuk 6 geeft op hoofdlijnen de haalbaarheid, planning en fasering weer. In hoofdstuk 7 is te lezen welke nadere uitwerkingen en plannen er op basis van dit plan nodig zijn.

In dit plan staan deze opgaven centraal.

Het gebied van dit plan is hetzelfde gebied als in de structuurvisie. De begrenzing van het Bruisend Hart is gelijk aan de begrenzing van het gebied waar in september 2019 de Wvg (Wet voorkeursrecht gemeenten) op is gelegd.

Ligging Bruisend Hart in Hilversum 5

2. Van structuurvisie naar stedenbouwkundig plan Het gebied rond het Oosterspoorplein ligt midden in de stad en veel mensen komen er dagelijks. Veel mensen hebben een mening over de toekomst van het gebied, omdat het voor hen van waarde is. Het is een gebied voor alle Hilversummers, vanwege de ligging aan het station. Het is een plek voor alle inwoners van Hilversum-Oost, omdat het een belangrijke verbinding is met het centrum. En het is een belangrijke plek voor mensen die in het gebied wonen en werken.

2.1 Structuurvisie Bruisend Hart De structuurvisie heeft een aantal duidelijke opgaven, zoals genoemd in de inleiding en paragraaf 5.1.

In dit hoofdstuk staat een aantal keuzes die gemaakt zijn in de structuurvisie en legt uit hoe we die hebben uitgewerkt. Ook legt het uit waar andere keuzes zijn gemaakt en waarom.

Ten eerste laat de sociale veiligheid te wensen over. Dat komt mede doordat zij- en achterkanten van gebouwen op veel plekken naar het openbaar gebied zijn gericht, zoals naar het station. Gevels hebben op deze plekken geen ramen of deuren, of er zijn hekken, waardoor er weinig toezicht is. Ook trekken de aanwezige functies weinig bezoekers naar het gebied en is er weinig reden om er een langere tijd te verblijven. Ten tweede zijn er twee verkeersonveilige kruisingen aan beide zijden van de Kleine Drift, waar veel (bijna) ongelukken gebeuren. Ten derde is er weinig groen aanwezig, wat onder andere leidt tot wateroverlast en hittestress. Tot slot ligt het plein in zijn geheel op een helling. Hierdoor is het niet goed bruikbaar voor leuke activiteiten, en daardoor niet levendig.

Structuurvisie model A

Structuurvisie model B

De Structuurvisie Bruisend Hart is de basis voor dit plan. In de structuurvisie en in dit plan zijn keuzes gemaakt, waarbij verschillende belangen zijn meegewogen. Soms zijn deze keuzes als harde randvoorwaarden vastgelegd. Soms zijn keuzes minder hard, om ruimte te laten voor nadere uitwerking.

Deze opgaven zijn verbeeld in een opgaven kaartje. Bij het opstellen van de structuurvisie zijn verschillende modellen gemaakt om de opgaven aan te pakken. Drie van die modellen zijn besproken met de buurt en de gemeenteraad. Uit deze gesprekken bleek dat het wenselijk is om een grote groene ruimte te maken, met voorgevels gericht op die ruimte. Deze wensen gaan niet goed samen met de plekken van de bestaande gebouwen. Ook bleek dat het verlengen van de tunnel niet wenselijk is. Uit de drie modellen is een voorkeursmodel (model C) gekozen. Dit model is uitgewerkt in de Structuurvisie Bruisend Hart. In de structuurvisie is de keuze gemaakt om de bebouwing tussen de Kleine Drift, Larenseweg en de Zuiderweg met uitzondering van het monument op Larenseweg 2 te slopen om plaats te maken voor een centrale groene openbare ruimte.

Structuurvisie model C

+ Veel ruimte voor groen in het gebied

+ Huidige structuur behouden

+ Gebouwen met voorkanten aan openbare ruimte

- Risico op gebouwen met veel gesloten gevels aan openbaar gebied

+ Gebouwen met voorkanten aan openbare ruimte

+ Grote groene ruimte voor de buurt

- Tunnel langer doordat gebouwen over de tunnel staan

- Minder groene ruimte mogelijk dan andere modellen

+ Plein kan vlak liggen

- Gebouwen erg aanwezig in het park

- Plein op een helling

- Huidige bebouwing niet behouden - Zicht op het gebied vanaf het station beperkt door nieuwe gebouwen

6

Opgaven in huidige situatie

Structuurvisie

7

2.2 Uitwerking in stedenbouwkundig plan Stationsgebouw In de structuurvisie is gekozen voor twee bouwblokken aan het spoor. Ze staan direct aan het spoor, zodat er zo veel mogelijk ruimte is voor openbaar groen. NS en ProRail gaven aan dat er rekening gehouden moet worden met een groei van het aantal treinreizigers in de toekomst. Daar moet ruimte voor gereserveerd worden. Daarom is in dit plan ruimte langs het spoor gereserveerd en staan de gebouwen op zes meter afstand van het spoor. Deze ruimte is niet openbaar toegankelijk en wordt groen ingericht. In de structuurvisie staat dat het wenselijk is om een volwaardige stationsentree te maken. Dit betekent dat er in het verlengde van de huidige stationshal een nieuwe stationshal komt, met een commerciële ruimte en een fietsenstalling. In de structuurvisie was er ongeveer plek voor 2.000 fietsen in deze fietsenstalling. Maar op basis van de actuele reizigersprognose van ProRail is dit verhoogd naar circa 2.500 plekken in dit plan. Het is wenselijk om een directe verbinding vanuit de stationshal naar de fietsenstalling op -1 (niveau huidige stationshal) te maken. Dat zorgt ervoor dat het gebruiksgemak van de stalling optimaal is. De tweede laag van de fietsenstalling is gelegen op het niveau van de Larenseweg (begane grond), zodat fietsers direct de stalling in kunnen fietsen.

Dit zorgt ervoor dat er geen ondergrondse parkeergarage mogelijk is in het stationsgebouw. In de structuurvisie was die hier wel bedacht. Een ondergrondse parkeergarage voor auto’s in het bouwblok Larenseweg-Swammerdamstraat is een goed alternatief, omdat het wenselijk is om autoverkeer alleen langs de randen van het gebied te laten rijden. Aanpassingen nabij fietstunnel In de structuurvisie zijn gebouwen aan het spoor bedacht, langs de fietsroute centrum-oost. Deze vormden een ‘straatje’, met daaraan verschillende functies, zoals winkels, zodat er buiten de tunnel direct levendigheid en sociale controle was. Bij de gesprekken met NS en ProRail is gebleken dat het maken van een ‘straatje’ op deze plek niet wenselijk is voor het functioneren van het station. In dit plan komen daarom geen winkels en andere functies langs deze fietsroute. In plaats daarvan krijgt de nieuwe stationshal een glazen wand aan

8

de kant van de fietsroute. Daardoor ontstaat er over de hele lengte van de stationshal zicht naar buiten. Dit maakt het een fijne, lichte stationshal. Mensen bij de fietstunnel en in de stationshal bewegen voor het gevoel naast elkaar. Er ontstaat een prettig entreegebied, waar het station de hele dag voor levendigheid en sociale veiligheid zorgt. Ook is ervoor gekozen om het zuidelijke bouwblok (de ‘Stadskamer’) aan het spoor te verkleinen ten opzichte van de structuurvisie. Omdat er geen ‘straatje’ wordt gemaakt, kan er meer openheid, licht en lucht aan het einde van de fietstunnel komen. Door de Stadskamer te verkleinen, ontstaan langere zichtlijnen op beeldbepalende gebouwen, zoals de monumentale politiepost. Er is ook overwogen om de Stadskamer geheel weg te laten. Maar dit is om verschillende redenen niet wenselijk. Ten eerste ontstaat er zonder dit bouwblok een open ruimte, zonder duidelijke gebruiksfunctie, waardoor het verrommelt en sociaal onveilig wordt. Ten tweede biedt de Stadskamer ruimte voor kantoor en bedrijvigheid op deze zeer geschikte locatie. En ten derde biedt het kansen om een grotere groene ruimte te maken, horend bij het gebouw: de Stadstuin. Deze tuin is een plek om te verblijven, samen te komen en/of samen te werken en is goed zichtbaar vanuit de nieuwe stationshal en het perron.

Vervanging bebouwing Larenseweg Omdat een groot deel van de bestaande bebouwing tussen de Larenseweg en de Swammerdamstraat in slechte staat is, veel gesloten gevels en onoverzichtelijke achterkanten bevat (zoals bij de Swammerdamstraat), wordt deze bebouwing grotendeels vervangen door nieuwbouw. Uitzondering hierop vormt het beeldbepalende pand waar café Dudok in gevestigd is op Larenseweg 1a, 1b en 1c. Met nieuwbouw wordt het mogelijk om efficiënt met de ruimte om te gaan met bijvoorbeeld een ondergrondse parkeeroplossing. Daarnaast kunnen gebouwen aan alle zijden worden georiënteerd op de openbare ruimte (komt sociale veiligheid ten goede) en voldoen aan de duurzaamheidseisen van deze tijd.

'Straatje' vanuit tunnel zoals in Structuurvisie

Zes meter zone en fietsenstalling 2.500 plekken

Verkleinen bouwmassa en langere zichtlijnen

Knip autoverkeer Eemnesserweg In de structuurvisie is een knip voor autoverkeer voorgesteld op de Boerhaavestraat. Deze is bedoeld om sluipverkeer te voorkomen. Uit onderzoek van RHDHV van 20 september 2023 blijkt dat een knip op de Boerhaavestraat nog steeds risico’s geeft op sluipverkeer door de wijk. Verkeer gaat dan waarschijnlijk via de Bakkerstraat, Galvanistraat of Ampèrestraat en de Eemnesserweg naar de Larenseweg. Om dit risico te vermijden wordt de knip niet in de Boerhaavestraat gelegd, maar op de Eemnesserweg, vóór de aansluiting met de Larenseweg.

Knip Boerenhaavestraat uit de structuurvisie

Knip Eemnesserweg in stedenbouwkundig plan

Autoverbinding en hoofdfietsroute In de structuurvisie is er een autoverbinding tussen de Larenseweg en de Zuiderweg. Parallel aan die autoverbinding loopt de hoofdfietsroute tussen oost en het centrum. Uit onderzoek van RHDHV van 20 september 2023 is gebleken dat het voor een verkeersveilige inrichting nodig is om deze twee routes zo veel mogelijk uit elkaar te halen. Daarom is in dit plan de fietsroute oostcentrum op enige afstand van de Zuiderweg gelegd. Deze fietsroute ligt daardoor niet meer helemaal aan de rand van het gebied, maar loopt met een flauwe bocht door het gebied heen. Hierdoor maakt de route deel uit van het gebied. Van groen plein naar groene tuinen In de structuurvisie is één grote groene ruimte bedacht voor de groene inrichting van de openbare ruimte. In dit plan worden dit twee groene ‘tuinen’. De aanleiding daarvan is dat de hoofdfietsroute is verschoven om de kruisende verkeersbewegingen bij de Zuiderweg en Kleine Drift uit elkaar te halen. Dit is omschreven in de vorige alinea. Deze tuinen, de ‘Stadstuin’ en de ‘Buurttuin’, hebben verschillende karakters en andere gebruikers. Beide tuinen liggen aan gebouwen die de tuin zijn karakter geeft. In de Stadstuin is dat de Stadskamer. De fietsroute loopt door deze tuin. Dit past bij de levendigheid van de stad.

De Buurttuin hoort bij het bestaande monumentale pand aan de Larenseweg 2 dat de naam ‘de Uitspanning’ heeft gekregen (zie hoofdstuk 3 voor verdere uitleg). Deze gebouwen zorgen voor levendigheid en sociale veiligheid in de openbare ruimte. Het stationsplein loopt in dit plan rondom het stationsgebouw tot aan het voormalige tramstation aan de Larenseweg. Hiermee wordt ook deze ruimte bij het geheel betrokken. Verbinding met de buurt In de Gebiedsagenda 1221 staat dat de busremise een barrière is voor een verbinding met de Geuzenbuurt. In dit plan is onderzocht welke verbindingen op termijn wenselijk en mogelijk zijn om dit te verbeteren. Aanvullend op de structuurvisie is een wandelverbinding vanuit de groene tuinen, tussen de gebouwen aan de Larenseweg door, richting de busremise opgenomen. Hiermee wordt een nieuwe mogelijke verbinding gemaakt voor een groene loper door de wijk.

Auto-te-gast zoals in Structuurvisie met knelpunt Zuiderweg

Afstand tussen verkeersstromen en knip Eemnesserweg

Stationsplein en twee tuinen

9

3. Stedenbouwkundig plan 1960 De ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied rond het huidige Oosterspoorplein is nauw verbonden met de spoorwegen. Terugkerende thema’s zijn de barrièrewerking van het spoor en het onderscheid tussen ‘voorzijde’ en ‘achterzijde’. Deze geschiedenis wordt uitgebreider toegelicht in de historische analyse in bijlage A. Het gebied was bij de aanleg van de spoorwegen nog voor het grootste deel onbebouwd. Daardoor kreeg industrie en andere bedrijvigheid hier veel ruimte. Rondom de spoorwegovergang, de kruising van uitvalswegen en het kopstation van de Gooische Stoomtram, ontstond een levendige buurt. Hilversum groeide aan deze kant van het spoor en er ontstond een volwaardig stadsdeel. Rond het jaar 1900 had het station aan de centrumzijde een publieksentree en was de oostzijde aanvullend op de centrumzijde. Er was een locomotiefwerkplaats en huisvesting voor spoorwegpersoneel. In de jaren 1960 werd de locomotiefwerkplaats vervangen voor een parkeerplaats en een kleine stationshal. In 2007 werd de fiets- en voetgangerstunnel onder het station geopend en werd de kleine stationshal gesloopt. Het station had toen geen

voorkant meer naar de wijk 1221. Vanaf dat moment gingen de voorzieningen, winkels en horeca rond het Oosterspoorplein en de verblijfskwaliteit van het gebied langzaam achteruit. Gebouwen werden slechter onderhouden en de leegstand nam toe. Het plangebied is een belangrijk knooppunt in de structuur van oost. Maar er zijn weinig publieke ontmoetings- en verblijfsplekken. In de Gebiedsagenda 1221 gaven bewoners aan hier een groene en veilige plek te willen, die leefbaar en levendig wordt. Ook werd een prettige, tweezijdige stationsomgeving belangrijk gevonden. Dit plan geeft het gebied een nieuwe invulling, met een hoge verblijfskwaliteit. Niet alleen maar een plek voor verkeersdoorstroming of een haastige overstap, maar een plek van aankomst, waar men elkaar treft. Kortom, een ontmoetings- en verblijfsplek.

2007

De drie belangrijkste onderdelen van dit plan zijn: • Eén Stationshart. • Twee groene tuinen voor de stad en de buurt. • Een bruisende plek voor Oost.

2030

Schematische weergave van de ontwikkeling van het station ten opzichte van de wijk aan de oostzijde sinds circa 1960 en in de toekomst. 10

4.3 Een nieuwe plek met oog voor de historie De bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis van het plangebied is nauw verbonden met de spoorwegen. Dit wordt leesbaar in de toekomstige inrichting. De bebouwing, routes en groenstructuur sluiten aan bij bestaande gebouwen en straten in de directe omgeving. Zo worden de historische structuren zichtbaar. De verschillende monumenten in het gebied komen goed tot hun recht en krijgen een functie als ontmoetingsplek voor de buurt of de stad. Het voormalige tramstation, de voormalige uitspanning aan de Larenseweg 2 en het pand van het huidige Café Dudok zijn gegroepeerd in het noordelijke deel van het gebied. De vernieuwde en groenere inrichting van de openbare ruimte zal deze monumenten verfraaien en ze verbinding met de nieuwe stationshal. De uitspanning en de voormalige politiepost aan de Kleine Drift krijgen een centrale ligging in en aan de nieuwe openbare Buurttuin. In het noordelijke bouwblok

Visie een nieuwe plek met oog voor de historie 16

(Larenseweg-Swammerdamstraat) komt een verbinding tussen de centrale openbare plek, de tramremise en de Geuzenbuurt. Zo wordt het verhaal van de Gooische Stoomtram beter zichtbaar. Nieuwe gebouwen in het plangebied zijn geïnspireerd op verschillende bestaande elementen in de omgeving, zonder deze te kopiëren. Dit kan in een traditionele maar ook in een meer hedendaagse architectuur. Het motto bij de nieuwbouw is vernieuwing op basis van historisch besef en een zorgvuldige inpassing in de directe omgeving. Een nieuwe plek met oog voor de historie maken we door: • Nieuwe structuren aan te sluiten op bestaande structuren • Goede inpassing van monumenten • Historie van het gebied zichtbaar te maken • Architectuur passend bij de omgeving

4.4 Een toekomstgerichte buurt Verdichting bij een ov-knooppunt is op zichzelf toekomstgericht. Door te bouwen binnen de stad wordt de natuur en het landschap rondom de stad ontzien. Voorzieningen en woningen die bij elkaar liggen zijn goed bereikbaar te voet en met de fiets. Met de aanwezigheid van het station is het aantal (auto)verkeersbewegingen beperkt. Dit zorgt voor minder uitstoot van schadelijke stoffen. Het maakt ook dat er minder autowegen nodig zijn. Er komt meer groen en zo min mogelijk verharding. De inrichting van de buitenruimte met meer groen is beter bestand tegen klimaatveranderingen: regenwater kan de bodem indringen en groen zorgt voor koelte. Gebouwen in het gebied voldoen aan de duurzaamheidseisen. Het is de bedoeling om in het gebied een collectief bodemenergiesysteem aan te leggen dat zowel warmte als kou levert.

Er vinden op dit moment verschillende transities plaats, waaronder een mobiliteits- en energietransitie. Dat heeft gevolgen voor de leefomgeving. Het plan biedt ruimte om eventuele toekomstige veranderingen in het gebied op te kunnen vangen. Een voorbeeld hiervan is de zes meter brede zone langs het spoor, die wordt vrijgehouden voor mogelijke aanpassingen aan het station en de ruime fietsenstalling met 2.500 plaatsen. Dit is nodig voor de verwachte groei van het aantal treinreizigers. Daarbij hebben gebouwen een hoge begane grondverdieping en zijn ze eenvoudig aan te passen zodat ze in de toekomst ook geschikt zijn voor andere gebruikers.

Een toekomstgerichte buurt maken we door: • Een toekomstgericht energiesysteem met warmte- en koudeopslag in de bodem • Ruimte voor infiltratie van regenwater en groene ruimte tegen hittestress • Diverse beplanting en maatregelen in en aan gebouwen voor verschillende diersoorten • Duurzame maatregelen aan gebouwen

Visie een toekomstgerichte buurt 17

5. Planuitwerking In hoofdstuk 3 staan de drie belangrijkste planonderdelen van het plan. In hoofdstuk 4 staat de visie voor het gebied in vier leidende principes. Deze principes gelden voor de uitwerking van alle planonderdelen. Dit hoofdstuk 5 gaat dieper in op de planontwikkeling. Daarbij worden principes en richtlijnen gegeven voor verschillende onderdelen van het plan. In dit hoofdstuk staat ook hoe de acht uitgangspunten uit de structuurvisie een plek hebben gekregen in het stedenbouwkundig plan. Uitgangspunten uit Structuurvisie 1. Er komt een centrale publieke plek qua omvang vergelijkbaar met het huidige Oosterspoorplein. Het terrein moet vlak zijn. (Zie paragraaf 5.4) 2. De centrale plek met een parkachtig karakter. (Zie paragraaf 5.6) 3. Bebouwing heeft op de begane grond een mix van functies met voorkanten gericht op de openbare ruimte. (Zie paragraaf 5.2) 4. Het gebied wordt duidelijk herkenbaar als stationsomgeving. (Zie paragraaf 5.3) 5. De bebouwing sluit qua architectonische uitstraling en hoogte aan op de omliggende buurten. (Zie paragraaf 5.1) 6. Fietsen en wandelen heeft prioriteit boven het gebruik van de auto. De huidige noord-zuid-verbinding (Kleine Drift) dwars over het plein verdwijnt. In plaats daarvan wordt langs het plein een verbinding Larenseweg-Zuiderweg ingericht in de vorm van een auto-te-gast-verbinding. (Zie paragraaf 5.5) 7.

Voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen geldt de norm in de ‘beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten’. (Zie paragraaf 5.5) 8. Voor de verdeling van wonen en overige functies wordt op dit moment een verhouding van 70/30 gehanteerd. (Zie paragraaf 5.2)

18

Schematische doorsnede (A zie kaart blz. 19) van het nieuwe stationsgebouw aan de perrons

Stedenbouwkundig plan Bruisend Hart inclusief Stationshart

A

19

5.1 Bebouwing In deze paragraaf staat hoe de nieuwbouw van het plan is opgebouwd en wordt ingepast in de omgeving. Het geeft richtlijnen die vooral gaan over de maat, structuur en vorm van de bebouwing. Ook zijn er enkele uitgangspunten voor architectuur en beeldkwaliteit. Deze worden in een latere fase in een beeldkwaliteitsplan uitgewerkt tot toetsingscriteria. Groepering van gebouwen rondom centrale openbare ruimte Het Bruisend Hart bestaat uit bouwblokken die rond een centrale openbare ruimte staan. De gebouwen vormen samenhangende wanden en richten zich tot die centrale ruimte. Op de begane grond zijn levendige functies, waardoor de gebouwen verbonden zijn met de openbare ruimte. Alle nieuwe gebouwen krijgen een solide uitstraling

Principetekening stedebouwkundige opzet: groepering van gebouwen rondom centrale openbare ruimte

20

met warme kleuren, zodat deze passen hij de bestaande bebouwing in de wijk 1221 en bij de nieuwe bebouwing in het stationsgebied. Binnen het plangebied van het Bruisend Hart komen verschillende stedenbouwkundige structuren samen. Enerzijds is er het stationsensemble, en anderzijds de bebouwing van de wijk 1221. De nieuwe gebouwen aan het spoor maken deel uit van het stations-ensemble. De nieuwe gebouwen aan de Larenseweg en de Uitspanning aan de Larenseweg 2 zijn deel van de wijk 1221. De gebouwen aan het spoor krijgen een meer stedelijke maat en de nieuwbouw aan de Larenseweg krijgt een meer dorpse maat.

Principetekening geleidelijke overgangen van maximale bouwhoogtes tussen plangebied en omgeving. (Voor volledig overzicht zie bijlage B)

Richtlijnen bebouwing Algemeen 1. Gebouwen passen in maat en schaal bij hun omgeving. 2. De gebouwen vormen een duidelijke bebouwingswand rondom centrale openbare ruimte 3. Ruimtes aan de centrale openbare ruimte hebben op de begane grond een vrije (netto) verdiepingshoogte van minimaal 3,6 meter. 4. Gebouwentrees zijn duidelijk herkenbaar en bieden bescherming tegen regen en wind. 5. Verblijfsplekken in binnenhoven en straten hebben voldoende daglicht. Daarbij geldt dat: in de periode van 21 maart tot en met 21 september 50% van een binnenterrein minimaal 2 uur per dag direct zonlicht ontvangt. 6. Passend bij het programma hebben de gebouwen gevel- en/of stoeptuinen.

Het stations-ensemble Een van de ambities van het plan is om één ‘Stationshart’ te maken, waarbij Hilversum Oost een volwaardige stationsentree en prettige stationsomgeving krijgt (zie hoofdstuk 3). Daarom sluiten de twee nieuwe gebouwen aan het spoor aan op het stationsgebied aan de centrumzijde. Daarnaast maken deze gebouwen ruimte voor een entree van de fiets- en voetgangerstunnel. Hieraan ligt de Stadstuin, die een zichtlijn vormt tussen de perrons en de voormalige politiepost. Het Bruisend Hart wordt daarmee zichtbaar vanaf de perrons en andersom. De twee gebouwen binnen het stations-ensemble zijn verschillend in maat en schaal, maar passen bij elkaar qua materiaal, kleur en architectuur. Samen met de stationshal aan de centrumzijde en de monumentale perronoverkapping vormen ze een eenheid. Het stations-ensemble bestaat uit verschillende bouwdelen, die van elkaar verschillen in functie(combinaties) en de stedelijke ruimtes waaraan ze grenzen.

De bestaande bebouwing aan de Noorderweg en Zuiderweg richt zich voornamelijk op de straat langs het spoor. Gezien vanuit deze lange lijnen langs het spoor vormt het nieuwe stations-ensemble een bijzondere onderbreking. Hierbij past een sculpturaal vormgegeven bouwmassa met een krachtig lijnenspel. Tegelijkertijd moet de overgang naar de woonhuizen aan de Zuiderweg en de monumentale gebouwen aan de Larenseweg zorgvuldig worden vormgegeven. Dit zijn aandachtspunten bij de uitwerking in het beeldkwaliteitsplan (Zie kaart aandachtgebied). De referentiebeelden laten het spectrum van verschillende architectuurstijlen zien, waarmee de stedenbouwkundige randvoorwaarden kunnen worden uitgewerkt. Het nieuwe stationsgebouw (A) wordt het meest beeldbepalende gebouw in het plangebied. Het zet zich enigszins af tegen de wat meer dorpse bebouwing in de buurt. Aan de zuidzijde grenst dit gebouw aan de Stadstuin en aan de oost- en noordzijde grenst het aan een nieuw stationsplein. Het stationsgebouw bestaat uit een aaneenschakeling van verschillende functies, zoals een stationshal, fietsenstalling, woningen en werkplekken. De centrale stationshal is het belangrijkste en het meest in het oog springende onderdeel van dit bouwblok. De verschillende functies zijn zichtbaar door de architectuur en de gevels zijn zo vormgegeven dat ze passen bij de ruimte rondom het gebouw.

Tegelijkertijd is het gebouw als geheel

Principetekening stedebouwkundige opzet van het stations-ensemble.

21

herkenbaar vanuit verschillende standpunten. Ten zuiden van de Stadstuin is de Stadskamer (B). Dit gebouw is openbaar toegankelijk en functioneert als een huiskamer of werkkamer bij het station. Er zijn verschillende vormen van (samen) werken mogelijk. Het gebouw krijgt onder andere een zakelijke of creatieve werk- en ontmoetingsruimte met ondersteunende horeca. Het richt zich op de Stadstuin en heeft zowel een entree aan de noord- als aan de oostzijde. Stedenbouwkundig bevindt dit gebouw zich op een zogenaamde ‘scharnierpositie’, waarbij het zich op een logische manier tot meerdere verschillende plekken moet verhouden (perrons, Stadstuin, Zuiderweg). De openbaar toegankelijke daktuin biedt uitzicht op de omgeving.

Zuiderweg

Stadskamer

Station

Schematisch aanzicht van het stationsensemble

Specifieke richtlijnen blok A: 1. Het station is een samenstel van meerdere bouwdelen die een ensemble vormen en waarbij de stationsentree duidelijk herkenbaar is. 2. Gevels rondom zijn gericht op de buitenruimte en zijn levendig (publieke functies, entrees verblijfs- en buitenruimtes) en afwisselend waarbij de verschillende functies duidelijk afleesbaar zijn. 3. Aan de spoorzijde is ruimte voor een hoogteaccent van maximaal 25 meter. 4. De pleinwand is 10 tot 15 meter hoog, aandachtspunt bij de uitwerking is de aansluiting op de bestaande gebouwen (zie kaart aandachtsgebied blz. 24). Specifieke richtlijnen blok B: 1. Het gebouw richt zich rondom op de verschillende buitenruimtes maar primair op de Stadstuin. 2. Het gebouw heeft een openbaar toegankelijke zitgelegenheid in de Stadstuin 3. Het gebouw heeft een stedenbouwkundig accent op de lange lijn van de Zuiderweg.

Selectie van referentiebeelden voor het stationsensemble.

22

Café Dudok

Weefsel van de buurt, nieuwbouw aan de Larenseweg De nieuwe gebouwen aan de noordzijde van de Larenseweg (C) hebben een dorps karakter dat op een eigentijdse manier aansluiting zoekt bij de architectuur in de wijk 1221. De gebouwen sluiten in maat aan op de bestaande bebouwing van het huidige Café Dudok. Hierbij passen onder andere een gevarieerd dakenlandschap, afwisselende (goot)hoogtes, woningentrees in zorgvuldig vormgegeven nissen, en bijzondere details zoals metselwerkpatronen. Deze nieuwe bebouwing heeft op de begane grond detailhandel, gericht op de buurt, en een maatschappelijke functie, zoals een gezondheidscentrum. Op de verdieping komen voornamelijk woningen.

Eemnesserweg

Politiepost

Café Dudok

Swammerdamstraat

Schematisch aanzicht Zuiderweg en Larenseweg met daarin de nieuwbouw aan de Larenseweg.

Principetekening Weefsel van de buurt

Selectie van referentiebeelden Weefsel van de buurt

23

Net ten noorden van de nieuwe gebouwen zijn de terreinen van de voormalige tramlijn nog aanwezig, omdat ze gebruikt worden door de busmaatschappij. Er zijn studies gedaan naar deze plek en er lijken in de toekomst kansen om dit terrein een nieuwe functie te geven. In dit plan is een openbare looproute in het bouwblok aan de Larenseweg opgenomen. Hier kan in de toekomst de ‘Groene Loper’ van 1221 komen, die groene plekken in de buurt met elkaar verbindt. De Uitspanning aan de Larenseweg 2 (D) heeft een belangrijke plaats in de Buurttuin. Dit gebouw krijgt een nieuwe uitbouw langs de Larenseweg, verwijzend naar de rij waarvan het deel uitmaakte. Met deze uitbouw krijgt de Uitspanning een voorkant aan de Buurttuin.

Toelichting tekening randvoorwaarden voor bebouwing De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn vastgelegd op een kaart (zie hiernaast). Deze randvoorwaarden zorgen ervoor dat de uitwerking van de plannen invulling geeft aan de ambities. De randvoorwaarden zijn onder andere gebouwhoogte, positie van gevels/rooilijnen, verbindingen, een aantal programmaonderdelen (station, fietsenstalling, parkeergarage) en de belemmeringen en aandachtspunten die er zijn (afstand tot het spoor, de aanwezige gasleiding en de bestaande gebouwen). Sommige rooilijnen staan vast. Op andere plekken zijn rooilijnen minder definitief en worden deze in de bouwkundige uitwerking bepaald. Er is één aandachtsgebied aangeduid. Op deze plekken komen nieuwe en bestaande gebouwen dicht bij elkaar te staan, waarbij de bestaande gebouwen bepalend zullen zijn voor de hoogte, vorm en uitstraling van de nieuwe gebouwen. In het beeldkwaliteitplan worden aanvullende criteria voor deze gebieden gegeven.

Specifieke richtlijnen blok C: 1. Het bouwblok bestaat uit verschillende panden, elk met een eigen karakteristieke uitstraling 2. Er is een openbare looproute vanaf de Larenseweg naar de voormalige tramremise. 3. In het bouwvlak achter de pleinbebouwing bevindt zich een tuin voor de bewoners 4. Aan de Larenseweg zijn gebouwen 10-15 meter hoog, ze hebben een divers daklandschap.

Aandachtsgebied I bij nadere uitwerking.

24

Stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart 25

5.2 Programma In de structuurvisie was het uitgangspunt dat 70% van de nieuwe bebouwing de functie wonen zou krijgen en 30% andere functies. Dit is in dit plan aangepast naar een verhouding van 60% wonen en 40% andere functies (stationsvoorzieningen, kantoren, bedrijvigheid, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorziening en horeca). De reden is dat hiermee een gewenste mix van functies, voordelen voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen en een beperkter aantal woningen aan de spoorzijde mogelijk zijn. Wonen Er zijn minder woningen mogelijk dan de 180 woningen die in de structuurvisie genoemd staan. Dat komt doordat er rekening gehouden moet worden met een vrije zone van zes meter langs het spoor en verkleining van de Stadskamer. In het gebied komen circa 150 nieuwe woningen. In de huidige situatie zijn 39 woningen in het plangebied aanwezig. Eén hiervan, de woning boven Café Dudok, blijft behouden. De andere bestaande 38 woningen zullen verdwijnen. Per saldo worden er circa 110 woningen toegevoegd. In het stationsgebouw komen naast werkruimtes en commerciële ruimtes op de verdiepingen ook woningen. Een aandachtspunt voor de woningen aan het spoor is het garanderen van een goed woon- en leefklimaat. Het spoor zorgt op de buitengevel van één zijde voor een hoge geluidbelasting.

Door bouwkundige ingrepen is het mogelijk de geluidswaarde tot de wettelijke vereiste niveaus te brengen. Daarnaast is het belangrijk dat deze woningen ook een geluidsluwe zijde met buitenruimte krijgen. Een collectieve binnentuin kan hier een belangrijke rol in vervullen. Bij de verdere bouwtechnische en planologische uitwerking van de plannen wordt onderzocht waar het wenselijk is om aan de spoorzijde te wonen- en welke maatregelen nodig zijn om geluid en trillingen te verminderen. In aansluiting op de Woonvisie 2021 tot 2030 zijn minimaal 33% van alle nieuwe woningen in het sociale huursegment. Ten minste 50% van het totaal zal in het middeldure segment vallen en maximaal 17% van het totale woningaantal bestaat uit woningen in het dure segment. In het stationsgebouw zijn de woningen compacter van

26

aard. Meer richting de wijk is ruimte voor grotere woningen. In het Bruisend Hart komen vooral appartementen en bovenwoningen, met een gebruiksoppervlak tussen de 35m2 en 75m2. Daarmee komen er voor verschillende doelgroepen nieuwe woningen bij: voor eenen tweepersoonshuishoudens, en voor kleine gezinnen. Ook is er aandacht voor huisvesting van ouderen. Geclusterde woonvormen1 en levensloopbestendige woningen2 in het gebied (buiten de externe veiligheidscontour) leveren een bijdrage aan het langer zelfstandig thuis wonen, met zorg in de buurt.

(indicatief programma)/ (m2 bruto vloer opp.)

Bouwblok A: stationsgebouw

Bouwblok B: kleine blok aan spoor

Bouwblok C: Larenseweg

Wonen

5.930

5.520

Detailhandel en dienstverlening

340

520

Horeca

Richtlijnen wonen 1. Diversiteit in woonsegmenten (ten minste 33% sociale huur en 50% middelduur segment) 2. Diversiteit in omvang van woningen, ook binnen de segmenten 3. Diversiteit in type woningen 4. Woningen moeten een goed- woon en leefklimaat hebben in relatie tot geluid- en trillingen vanaf het spoor

330

Kantoren en bedrijvigheid

1.740

Station (incl commercieel)

580

2.060

Parkeren Fietsenstalling

2.200 2.320

Maatschappelijk totaal m2

Bouwblok D: in Park

720 10.910

2.060

8.960

330

Indicatieve verdeling programma per bouwblok Werken In 2021 is het ‘Economisch Perspectief 2040’ vastgesteld als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. In de ontwerp Omgevingsvisie is als doel opgenomen om meer ruimte te creëren voor werken op bestaande werklocaties in het centrum. Met de ligging direct aan het station en als zichtlocatie, is het Bruisend Hart een goede locatie voor inspirerende werkplekken en (creatieve) bedrijvigheid. Bruisende plekken ontstaan alleen bij een mix van functies. De wijk 1221 is van oudsher altijd een gebied geweest waar mensen wonen en werken. Ook nu nog is het Bruisend Hart de poort naar andere werklocaties in de buurt. Een voorbeeld daarvan is het nieuwe woon-werkgebied rond de Korte Noorderweg dat de komende jaren tot ontwikkeling komt. Het Bruisend Hart concurreert niet met het centrum, doordat de ruimte voor detailhandel (ca. 900m2) en horeca (ca. 500m2) beperkt is, en vooral gericht op de buurt en op passanten in het gebied. Het plan bestaat uit ongeveer 3.800m2 bedrijfs- en kantoorruimte. Dit is verdeeld over de Stadskamer en het stationsgebouw.

Geclusterd wonen is een woonvorm waar mensen zelfstandig wonen, maar waar een hoge mate van samenleven is. Het gaat bijvoorbeeld om seniorenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswoningen. Een woning valt binnen deze categorie als: het complex bestaat uit meerdere woningen (denk aan minimaal 10 woningen), het mogelijk is om hier te komen wonen zonder Wlz-indicatie, een wezenlijk deel van de bewoners van het complex (bijvoorbeeld 50%) 65 jaar of ouder is, en/of het complex is gelabeld voor senioren (bijvoorbeeld 55+-label).

1

Levensloopbestendige woningen zijn woningen die voor alle levensfasen geschikt zijn. Ouderen kunnen hier blijven wonen als zij te maken krijgen met lichamelijke beperkingen (zonder traplopen door alle primaire vertrekken op één woonlaag, of met een lift bereikbaar), maar deze woning is ook voor andere (jongere) leeftijdsgroepenaantrekkelijk.

2

Programmakaart Laag 0 (maaiveld)

Zie bijlage C voor indicatieve programma kaarten per bouwlaag (laag 2 en hoger) 27

De Stadskamer aan het spoor is bedoeld voor een flexibel kantoorconcept. Dit is de plek waar mensen een kantoorplek, werkruimte of een presentatieruimte of studio kunnen huren. De werkruimtes zijn flexibel te gebruiken. Het is bijvoorbeeld mogelijk een werkplek voor een dag te huren of een grotere ruimte voor een langere tijd. Daarbij zijn voorzieningen als een koffiebar of een lunchcorner denkbaar. Richtlijnen werken 1. Mix van werkruimtes, dienstverlening en buurtgerichte detailhandel 2. Elke horecafunctie in het gebied heeft een ander concept 3. Werkruimtes liggen zo veel mogelijk aan de openbare ruimte

Voorzieningen Het station is een belangrijke voorziening voor de stad en een herkenbaar gebouw in het Bruisend Hart. Samen met de openbare fietsenstalling voor ov-reizigers zorgt het station een groot deel van de dag voor levendigheid. De stationsomgeving is dynamisch en verandert doorlopend. Daarom is er rond het station ruimte gehouden om de mogelijke toekomstige groei van het aantal reizigers en de bijbehorende voorzieningen in te kunnen passen. In de gebouwen ten noorden van de Larenseweg komen enkele buurtwinkels en een maatschappelijke functie (ca. 700 m2) zoals mogelijk een gezondheidscentrum. In de Buurttuin is de Uitspanning een horecagelegenheid voor de buurt. Dit verbetert het voorzieningenniveau van de buurt. Richtlijnen voorzieningen 1. Ruimte voor ten minste één maatschappelijke functie 2. Waar mogelijk multifunctionele invulling van gebouwen

28

Programmakaart laag -1

Programmakaart laag 1

5.3 Het station Het station heeft een belangrijke functie in het gebied. Het is het grootste deel van de dag open en wordt bezocht door veel verschillende mensen. Dankzij het station is een groot aantal steden in de regio vanuit het Bruisend Hart goed bereikbaar. Het station zal als een van de belangrijkste gebouwen in het gebied duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn. Dit is het beginpunt voor Hilversummers als ze werken of uitgaan in de regio en de bestemming voor mensen uit de regio die Hilversum bezoeken. Bij het station horen voorzieningen zoals een stationshal, met ruimte voor kaartautomaten en reisinformatie en een plek om een broodje of een kop koffie te kopen. De meeste reizigers komen met de fiets naar het station. Er is direct aansluitend aan de stationshal een fietsenstalling met plek voor circa 2.500 fietsen. Daarnaast is er aan de Zuiderweg en aan de Larenseweg een Kiss & Ride-plek. Een toekomstgerichte stationsomgeving De inrichting van het gebied is gebaseerd op het ‘Stationsconcept’, ‘Het Nieuwe Stationskwartier’ en ‘Visie op informatie op stations: handboek 1 Inrichting’ (zie ook www.spoorbeeld.nl) van Bureau Spoorbouwmeester. Ook is rekening gehouden met de adviezen

van het college van Rijksadviseurs over stationsomgevingen (‘Advies Knooppunten – Verstandig verdichten’ van 5 december 2023). Er wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige ontwikkelingen bij het station. Een voorbeeld van zo’n ruimtereservering is de zone tussen de bebouwing en het spoor (zes meter tussen de keermuur en de nieuwe bebouwing). Ook is er ruimte om uit te breiden wanneer het aantal reizigers in de toekomst groeit. De nieuwe stationshal houdt rekening met een mogelijke toekomstige verbreding van de reizigerstunnel. Ook op andere manieren is het Bruisend Hart toekomstgericht. Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt materiaal hergebruikt. Wateroverlast en hittestress wordt voorkomen en gebouwen zijn voor verschillende functies te gebruiken. Zie hiervoor paragrafen 5.7 en 5.9. De openbare ruimte in het gebied wordt ingericht op het zogenaamde STOMP-principe (zie paragraaf 5.5). Het Bruisend Hart is straks goed bereikbaar. De nieuwe paden in het gebied sluiten aan op de bestaande paden- en wegenstructuur in de omgeving. Er komt een fietsenstalling die in directe verbinding staat met de stationshal en met een bovengrondse entree. De stalling is verdeeld over de begane grond en de kelder van het stationsgebouw. Het stationsgebouw en de ingang van de fietsenstalling zijn goed herkenbaar. Er komen extra Kiss

Principe looproutes station en fietsenstalling

Referentiebeeld open fietsenstalling aan gevel

& Ride-plekken ten opzichte van de huidige situatie. De hoofdentree van de stationshal komt centraal in het gebied te liggen. Daarnaast is er eventueel ruimte voor een tweede entree aan de zuidzijde, die voor verbinding met het zuidelijk deel van de wijk zorgt. De nieuwe stationshal komt in het verlengde van het reizigersdeel, waardoor een logische en snelle verbinding in het station ontstaat. Tot slot is er ruimte voor een commerciële voorziening en voor de beheerder van de fietsenstalling. Richtlijnen station en voorzieningen 1. De stationsentree zit op straatniveau 2. Er komt een fietsenstalling van circa 2.500 plaatsen met aansluiting op de stationshal en een ruimte voor een beheerder. 3. Er komen twee Kiss&Ride-plekken (Zuiderweg en Noorderweg) met in totaal zes parkeerplaatsen 4. Gebouwen staan op minimaal 6 meter afstand van het huidige spoor (keermuur), deze ruimte wordt tijdelijk ingevuld met groen en is niet openbaar toegankelijk. 5. Er is 100-125m2 ruimte voor een commerciële stationsgebonden (horeca)voorziening. 6. De nieuwe stationshal ligt in het verlengde van de bestaande reizigerstunnel en heeft een oppervlakte van circa 400m2. 7. Er is ruimte voor drie parkeerplekken voor storingsmonteurs nabij de stationsentree.

29

5.4 Inrichting, gebruik en sfeer van openbare ruimte Kader en hooffietsroute Het Bruisend Hart vormt een samenhangend gebied met een groene uitstraling. Tussen de Larenseweg-Noorderweg en de Kleine DriftZuiderweg komt een gebied dat als één geheel wordt ervaren. De buitenruimte bij de stationsomgeving vormt één plateau, waarop verschillende plekken, zoals de twee tuinen, met elkaar worden verbonden. De entrees van het gebied worden duidelijk vormgegeven, zodat voor mensen zichtbaar wordt dat ze een bijzondere verblijfsplek betreden. De hoogteverschillen zijn minimaal waardoor een vrijwel aaneengesloten en goed toegankelijk gebied ontstaat.

Principetekening: continuïteit routes openbare ruimte De hoofdfietsroute vormt een aantrekkelijke verbinding tussen het centrum en het oostelijk deel van Hilversum. De continuïteit van de route komt tot uiting in de vormgeving en materialisering. De route vormt een licht gebogen tracé door het gebied. Hij wordt begeleid door groenelementen die de continuïteit en beleving ervan versterken. De plek bij de aansluiting Zuiderweg-Kleine Drift, waar de hoofdfietsroute uit de tunnel boven komt en waar verschillende verkeersstromen elkaar kruisen, wordt eenvoudiger gemaakt. Hier komt een herkenbare kleinschalige verblijfsplek, die de toegang tot het Bruisend Hart aan deze zijde markeert.

30

Twee tuinen en één plein Binnen het Bruisend Hart komen twee tuinen en één plein. De tuinen en het plein onderscheiden zich van elkaar door uitstraling en gebruik. Aansluitend op het spoor en rondom de ingang van de tunnel ligt de Stadstuin, met daaraan de Stadskamer. Fietsers en voetgangers die gebruik maken van de tunnel bewegen door de Stadstuin en beleven de sfeer ervan. De tuin bepaalt hiermee het beeld van de verbinding tussen beide zijden van het station. Het beeld en de sfeer van de Stadstuin sluiten daarom aan op de tunneltoegang aan de centrumzijde. Dit komt tot uiting in de vormgeving, materialisering en uitstraling van de beplanting.

ruimte aan de verschillende voetgangers- en fietsersstromen die hier samenkomen. Door bomen – alleen en in groepjes – te planten, strekt het lommerrijke karakter van de tuinen zich uit tot het stationsplein. Het plein is van alle zijden goed toegankelijk voor voetgangers en fietsers en vormt een levendige plek. Langs de randen komen zitplekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. De entree van het stationsgebouw is goed zichtbaar en herkenbaar vanuit verschillende richtingen. De Buurttuin en het stationsplein liggen op het hoogteniveau van de Larenseweg. Herkenbare toegangen Door markante groene plekken te maken, worden de toegangen tot het Bruisend Hart herkenbaar. Deze plekken zijn gekoppeld aan nieuwe en bestaande winkels en ondernemingen. Bij de toegang vanaf de Larenseweg en de Eemnesserweg wordt een klein verblijfsplein ingericht. Het plein ligt iets verdiept en biedt ruimte voor zichtbare wateropvang. Er komen zitplekken waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten en een kopje koffie kunnen drinken.

Principetekening: Stationsplein en twee tuinen Aan de zijde van de woonbuurten ligt de Buurttuin. Deze tuin is een belangrijke ontmoetingsplek voor de buurt. In de Buurttuin ligt de Uitspanning. Deze horecafunctie zorgt voor levendigheid in de tuin. Centraal in de Buurttuin ligt een opvallend waterelement met ruimte om te spelen. Hieromheen ligt het terras van de Uitspanning en trapvormige plateaus waar mensen kunnen picknicken en van de zon kunnen genieten. In de tuin worden rustige plekken gemaakt waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en kunnen zitten. Het beeld van de Buurttuin wordt bepaald door een afwisseling van boomgroepen, open ruimten en solitaire bomen. Hierdoor ontstaan zowel zonnige als schaduwrijke plekken. Langs het stationsgebouw komt het stationsplein. Dit plein biedt

Principetekening: markante groene plekken bij entreegebieden. Bij de toegang vanaf de Kleine Drift wordt, langs de hoofdfietsroute, een plek ingericht die bij de voormalige politiepost hoort. De plek biedt ruimte voor zitgelegenheid. Op de plek waar de Noorderweg het Bruisend Hart verlaat, wordt een aantrekkelijke verblijfsplek ingericht tussen de bakkerij en Café Dudok.

Ruimtelijke afwisseling door boombeplanting De boombeplanting is bepalend voor de sfeer van het Bruisend Hart. De boomgroepen bepalen de doorzichten en vormen afwisselend schaduwrijke en zonnige plekken. Hiermee worden koele plekken toegevoegd aan de buurt en wordt hittestress tegengegaan. Daarnaast is er ruimte om in de zon te zitten. De bomen leveren ook een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit en hebben een ecologische functie voor diverse dieren. De bomen worden zo geplaatst dat er altijd voldoende doorzichten zijn op belangrijke reisdoelen en zodat een sociaal en verkeersveilige omgeving ontstaat.

Water zichtbaar in de openbare ruimte De waterbergingsopgave wordt zichtbaar gemaakt in de openbare ruimte. In de Buurttuin worden, in combinatie met het waterelement bij de Uitspanning, voorzieningen voor het infiltreren van regenwater aangebracht. Het kleine plein bij de toegang van het Bruisend Hart vanaf de Larenseweg, wordt vormgegeven als ‘waterplein’. De mogelijkheden voor een waterelement aan weerzijden van de fietstunnel worden in samenhang met de centrumzijde onderzocht.

Principetekening: groene straten komen samen in Bruisend Hart

Principetekening: water in openbare ruimte

Randen van het Bruisend Hart Langs de randen van het Bruisend Hart komen geveltuinen, voorstoepjes en tuinmuurtjes om de stenige wanden te verzachten. Hiermee ontstaat een groene omlijsting, die de samenhang versterkt en zorgt voor eenheid in beeld en uitstraling.

Wandel- en fietsroutes De wandel- en fietsroutes sluiten aan op de bestaande wandel- en fietsroutes in de omgeving, met het station als belangrijk reisdoel. De routes zijn aangenaam en veilig in gebruik en verbinden de verschillende plekken op een logische en herkenbare manier met elkaar. Kruisingen worden eenvoudig en overzichtelijk vormgegeven. Doorgaande routes krijgen een herkenbare inrichting en vormgeving. Verblijfsplekken zijn duidelijk te onderscheiden van deze doorgaande routes. De karakteristieken van het gebied bepalen het beeld en de beleving van de verschillende routes. Zo ontstaat een herkenbare plek voor mensen die er doorheen bewegen en er verblijven.

Richtlijnen openbare ruimte 1. Het Bruisend Hart vormt een samenhangende ruimte met verschillende verblijfsplekken. 2. De tunnel- en tunneltoegangen vormen een samenhangende eenheid die beide zijden van het station met elkaar verbinden. 3. De hoofdfietsroute vormt een continue en aantrekkelijke verbinding tussen het centrum en het oostelijke deel van Hilversum. 4. Kruisingen worden eenvoudig en verkeersveilig vormgegeven. 5. Er worden twee tuinen en één plein gemaakt, die zich van elkaar onderscheiden in uitstraling, gebruik en dynamiek. 6. De toegangen tot het Bruisend Hart vanuit omliggende buurten worden herkenbaar gemaakt door markante groene plekken. 7. Verblijfsplekken zijn duidelijk te onderscheiden van de doorgaande routes. 8. Water wordt zichtbaar en sfeerbepalend in de openbare ruimte. 9. De verschillende routes worden herkenbaar ingericht en vormgegeven.

Principetekening: groene stoepen en tuinen 31

Openbare ruimte (voorbeelduitwerking)

C

32

B

Voorstel straatprofiel (B zie kaart blz. 32) Zuiderweg ‘Stadskamer’

Voorstel straatprofiel (C zie kaart blz. 32) Larenseweg Café Dudok

Sfeerimpressie Zuiderweg -Stadskamer 33

5.5 Mobiliteit In navolging van de Omgevingsvisie Hilversum 2040 is in dit gebied het zogenoemde STOMP-principe van toepassing op de inrichting van de openbare ruimte. De voetganger (Stappen) staat voorop, gevolgd door de fietser (Trappen), het Openbaar vervoer en Mobility as a service (bijvoorbeeld deelauto’s). De Privéauto vormt het sluitstuk in de inrichting. Door de openbare ruimte in te richten volgens dit principe, verbetert de verkeersveiligheid én ontstaat er meer ruimte voor bewegen, spelen en ontmoeting. Stappen De combinatie van wonen, werken en voorzieningen, zowel in het gebied als in de directe omgeving, zorgt ervoor dat veel bestemmingen op loopafstand liggen. Het station speelt daarin een centrale rol. Looproutes door het Bruisend Hart sluiten aan op omliggende routes.

34

fietsenstalling is bereikbaar via een aansluiting op de Larenseweg. Op die manier wordt doorgaand fietsverkeer naar het centrum in de drukke periodes zo veel mogelijk gescheiden van bestemmingsverkeer. De kruisingen van fiets en auto stromen vragen aandacht bij de nadere uitwerking (zie kaart aandachtsgebied blz. 35). Openbaar vervoer Loop- en fietsroutes vanuit verschillende richtingen sluiten aan op de stationshal en de entree van de fietsenstalling. Langs de randen van het gebied, aan de Zuiderweg en Larenseweg, komen Kiss & Ride-plekken. Het station en de groene tuinen zijn, in combinatie met de ov-voorzieningen aan de centrumzijde, goed bereikbaar met alle soorten van vervoer. Speciale aandacht gaat uit naar een verkeersveilige en sociaal veilige vormgeving van de tunnelingang, de hellingbaan en de Kiss & Ride-plekken.

Trappen Een goede fietsenstalling is noodzakelijk voor de bereikbaarheid per fiets. Zowel het station als de woningen krijgen inpandige fietsenstallingen. Voor andere functies komen er stallingsplekken in de openbare ruimte. De hoofdfietsroute vanuit het centrum naar de Larenseweg wordt zo direct mogelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met het hellingspercentage vanuit de tunnel en een minimum aan ontmoetingen met auto’s. De entree van de

Mobility as a Service Aan de centrumzijde is een busstation met stedelijke en regionale verbindingen aanwezig. De fietsenstalling aan de centrumzijde biedt ov-fietsen en er is een taxistandplaats. Aanvullend is het mogelijk om aan de randen van het Bruisend Hart deelvervoer aan te bieden, waaronder auto’s, scooters, fietsen of steps. Dit is een punt voor verdere uitwerking.

Voetgangers

Fietsers

Privéauto Per auto is het gebied bereikbaar voor hulp- en nooddiensten, storingsdiensten en logistiek vervoer. Ander autoverkeer is alleen mogelijk langs de randen van het gebied: de Larenseweg/Noorderweg en de Zuiderweg. Hierdoor is er meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Dit komt de aantrekkelijkheid en veiligheid van het gebied ten goede. Bewoners van de nieuwe woningen parkeren in de inpandige garage onder het gebouw aan de Larenseweg met circa 70 plaatsen. Deze zijn niet zichtbaar vanaf straatniveau. Het aantal parkeerplaatsen dat hier komt, voldoet aan het Parkeerbeleid Hilversum 2023 en de Nota Parkeernormen 2023. Indien er wijzigingen zijn in dit beleid of deze normen, is het mogelijk om hier rekening mee te houden. Gezien de centrale plek van het station in het gebied, is het uitgangspunt dat bewoners en gebruikers van het gebied met het ov reizen. Daarom zal naar verwachting een deel van de vereiste parkeerplaatsen worden afgekocht, zodat er minder parkeerplaatsen nodig zijn. Hierdoor blijft er meer ruimte over voor fiets- en wandelvoorzieningen in het gebied. Ondanks de volledige herinrichting van het openbaar gebied blijft het parkeren voor een aantal functies in de openbare ruimte gehandhaafd. De Kiss & Ride voorziening komt terug aan de Zuiderweg en de Larenseweg/Noorderweg, net als parkeren voor mindervaliden, deelauto’s en laad- en losruimte.

Mogelijk worden

Auto

deze huidige parkeerplaatsen verplaatst naar een andere plek binnen het gebied. De parkeerplaatsen langs de Zuiderweg, tussen de Kleine Drift en het spoor, blijven in aantal ongewijzigd. Er worden drie parkeerplaatsen aangelegd voor storingsmonteurs van ProRail nabij de stationsentree. Als gevolg van dit plan zullen vier parkeerplaatsen langs de Zuiderweg en vijftien parkeerplaatsen ten zuiden van de Swammerdamstraat vervallen. Deze ruimte is benodigd om de nieuwbouw langs de Larenseweg te realiseren en een veilige autoverbinding via de Zuiderweg te kunnen maken. De verwachting is dat het opheffen van deze parkeerplaatsen niet ten koste gaat van de bereikbaarheid van de verschillende functies in het gebied. Dit is gebasseerd op een parkeerdrukmeting. Verder neemt de parkeerbehoefte af met het verdwijnen van functies die in de te slopen bebouwing aanwezig zijn. Richtlijnen mobiliteit 1. Paden voor voetgangers en fietsers zoveel mogelijk scheiden van de auto. 2. Paden en wegen sluiten aan op de bestaande structuur in de omgeving. 3. Fietsenstalling aansluitend op de stationshal met een goed bereikbare entree. 4. Inpandige fietsenstallingen voor bewoners nieuwe woningen.

Aandachtsgebied II mobiliteit

Voorbeelduitwerking aandachtsgebied (II) 35

Principes verleersstromen

D

36

Nood- en hulpdiensten Nood- en hulpdiensten kunnen voor de deur van alle gebouwen komen. Voor de brandweer zijn de opstelplekken aangegeven met een watervoorziening om brand te kunnen bestrijden.

Nood- en hulpdiensten Ontwerpvariant (dwarsdoorsnede D, zie kaart blz. 36) auto-te-gast verbinding met vrijliggend fietspad*

Ontwerpvariant (Dwarsdoorsnede D, zie kaart blz. 36) auto-te-gast verbinding met gedeelde rijbaan*

* Ontwerpvarianten nader uit te werken in het inrichtingsplan openbare ruimte

37

5.6 Groen De tuinen in het Bruisend Hart staan niet op zichzelf. In de hele wijk 1221 liggen verschillende groene plekken die met elkaar worden verbonden door groen ingerichte straten. In de toekomst worden nog meer pleinen ingericht tot groene plekken en worden meer bomen aangeplant in de woonstraten. Samen vormen deze plekken de Groene Loper. De Stadstuin en Buurttuin zijn belangrijk onderdeel van deze Groene Loper Natuurinclusief In de ontwikkeling van het Bruisend Hart is er ook aandacht voor dieren. Enkele soorten die hier voorkomen zijn bijvoorbeeld de gierzwaluw, huismus, vleermuizen, zwarte roodstaart, spreeuw, witte kwikstaart, dagpauwoog en de bij. De omgeving is daarom niet alleen voor mensen prettig, maar ook voor dieren. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met de vijf v’s: voedselaanbod, vocht, veiligheid, verbinding en ruimte voor voortplanting.

Principekaart groenstructuur 38

Een natuurinclusieve ontwikkeling vraagt om veilige en goede verbindingen met de natuur in de omgeving. Het Bruisend Hart is via een aantal uitgaande wegen en de groene bermen langs het spoor verbonden met de natuur rond de stad. De beschutting van heesters, struiken, klimplanten en kruidenrijke vegetatie is van belang voor de dieren. De meeste diersoorten in Nederland leven tussen het maaiveld en 30 meter hoogte. Naast de groene ruimte in het gebied zijn groene daken en gevels met kleine openingen welkome aanvullingen in het leefgebied van deze dieren. Klimplanten in de volle grond vergroten de verticale verbindingen in het gebied. In binnentuinen, binnen de bouwblokken, is mogelijk ruimte voor één of twee middelgrote bomen (8-15m hoog). Bij daktuinen is het grondpakket dik genoeg om verschillende planten en bomen goed te laten groeien. Zo zal er bij bomen minimaal een meter nodig zijn en bij heesters minder. Het waterelement in de Buurttuin voorziet insecten, vogels en andere dieren van vocht. Lanen, hagen en beeldbepalende bomen Het beeld van het Bruisend Hart wordt bepaald door een variatie aan boomgroepen, kleinschalige open ruimten, alleenstaande bomen en groepen van opgaande beplanting. De boomsoorten die worden aangeplant zijn inheems en gevarieerd. De ruimte wordt omgeven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8a292357-aff2-4915-81a7-5e37b7cba460