CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

betrokkenheid-inwoners-energie-en-warmtetransitie-eindrapport

GEMEENTERAAD 31 maart 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Rekenkameronderzoek naar betrokkenheid inwoners bij de Hilversumse energie- en warmtetransitie (749360)27.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Betrokkenheid van inwoners bij de Hilversumse energie- en warmtetransitie

Status: vastgesteld Datum: januari 2021

Voorwoord Voor u ligt het eindrapport van het onderzoek naar de betrokkenheid van inwoners bij de Hilversumse energie- en warmtetransitie. Het onderzoek werd uitgevoerd door I&O Research in de periode van oktober 2019 tot en met december 2020. Met dit onderzoek wil de rekenkamer antwoord geven op de vraag hoe de gemeente Hilversum haar rol in de warmtetransitie ziet, wat andere partijen en inwoners hierin van de gemeente verwachten, welke bewonersinitiatieven er reeds zijn en hoe deze ondersteund worden vanuit de gemeente. De onderzoekers zijn in 2019 begonnen met een analyse van verschillende beleidsstukken en subsidieaanvragen en de inventarisatie van bewonersinitiatieven. Aan de hand van een aantal casussen heeft in 2020 een nadere verdieping plaatsgevonden naar de resultaten en de inmiddels opgedane ervaringen met bewonersinitiatieven. Om inzicht te krijgen in wat inwoners van hun gemeente verwachten in de warmtetransitie en of zij weten waar ze terecht kunnen voor advies en ondersteuning, is in 2020 een peiling onder burgers uitgevoerd. De rekenkamer wil iedereen die aan het onderzoek heeft meegewerkt, hartelijk danken voor hun inzet en betrokkenheid. Hilversum, 21 januari 2021 Robert Elenbaas Voorzitter

1-2

Colofon Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam

Rapportnummer 2021/13

Datum

januari 2021

Opdrachtgever Rekenkamer Hilversum

Auteurs Jaap Bouwmeester Jasper de Jong Lisette van Noort

Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

1-3

Inhoudsopgave 1

Inleiding ____________________________________________________________6 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Beantwoording onderzoeksvragen_______________________________________9 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

Achtergrond__________________________________________________________________6 Doel- en vraagstelling __________________________________________________________7 Uitvoering van het onderzoek ____________________________________________________7 Leeswijzer ___________________________________________________________________8 Beleidsvoornemens gemeente Hilversum ___________________________________________9 Rolopvatting gemeente Hilversum _______________________________________________10 Belangrijke partijen in de energie- en warmtetransitie ________________________________10 Roltoekenning belangrijke partijen _______________________________________________11 Eigen rolopvatting partijen en verwachtingen van gemeente ___________________________12 Ondersteuning en invloed van bewonersinitiatieven _________________________________15 Verwachtingen inwoners van gemeente ___________________________________________16 Betrokkenheid inwoners bij duurzaamheidbeleid en warmtetransitie ____________________16 Besluitvormingsproces warmtetransitie ___________________________________________19

Conclusies en aanbevelingen __________________________________________20 Conclusies 20 Aanbevelingen aan het college ___________________________________________________________22 Aanbevelingen aan de raad ______________________________________________________________23

Bijlage 1: Onderbouwing beantwoording A

Gemeentelijk beleid en eigen rol________________________________________25 A.1 A.2 A.3 A.4 A.5 A.6

B

Inleiding ___________________________________________________________________40 Samenwerking met woningbouwcorporaties _______________________________________40 Samenwerking met netbeheerder Liander__________________________________________41 Samenwerking met bewonersinitiatieven __________________________________________43

Verwachtingen inwoners van gemeente__________________________________50 D.1 D.2 D.3 D.4 D.5 D.6

E

Inleiding ___________________________________________________________________36 Inventarisatie betrokken partijen_________________________________________________36 Belangrijkste partijen in energie- en warmtetransitie _________________________________38

Samenwerking in de praktijk ___________________________________________40 C.1 C.2 C.3 C.4

D

Inleiding ___________________________________________________________________25 Landelijke kader _____________________________________________________________25 Gemeentelijk beleid __________________________________________________________26 Ontwikkeling nieuw beleid _____________________________________________________29 Beleidsmatige visie op eigen rol _________________________________________________31 Gemeentelijke visie op rollen andere partijen en initiatieven ___________________________33

Samenwerkingspartners in de energie- en warmtetransitie __________________36 B.1 B.2 B.3

C

onderzoeksvragen ___________________24

Inleiding ___________________________________________________________________50 Bekendheid van het duurzaamheidsbeleid _________________________________________50 Verwachtingen over de rol van de gemeente bij verduurzaming ________________________51 Verwachtingen van rol gemeente in warmtetransitie _________________________________52 Betrokkenheid van inwoners____________________________________________________54 Eigen verantwoordelijkheid en initiatief ___________________________________________56

Rol en verwachtingen van de gemeenteraad ______________________________59 4

E.1 E.2 E.3 E.4

Inleiding ___________________________________________________________________59 Informatiepositie en rol van de gemeenteraad ______________________________________59 Verwachtingen gemeenteraad over het betrekken van inwoners ________________________60 Verwachtingen van de kindergemeenteraad ________________________________________61

Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording __________________________________________62

5

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

Beleidscontext De gemeente Hilversum heeft een aantal doelstellingen geformuleerd om in 2040 van het gas af te zijn. De opgave ligt vooral in het opwekken van duurzame elektriciteit en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur. De gemeente Hilversum werkt in regionaal verband samen met andere overheden, maatschappelijke partners, netbeheerders en het bedrijfsleven aan een Regionale Energie Strategie. Waar mogelijk worden ook bewoners hierbij betrokken om zo tot regionaal gedragen keuzes te kunnen komen. In dit proces spelen naast technische, ruimtelijke en financiële vraagstukken, ook vragen rond de rolverdeling van de betrokken partners. Het ‘energielandschap’ is de afgelopen decennia flink overhoop gehaald en de klimaatuitdagingen zetten het verder onder druk. Naast privatisering van voormalige overheidsbedrijven is een andere belangrijke ontwikkeling dat steeds meer consumenten hun eigen energie gaan opwekken. Nu ook in Hilversum het aardgas volgens plan in 2040 definitief tot de verleden tijd behoort, worden vele woningeigenaren geconfronteerd met de vraag welke alternatieve warmtebron in hun situatie geschikt en betaalbaar is en hoe zij een overstap kunnen organiseren. Het aardgasvrij maken is dermate duur en complex, dat de meeste burgers de overstap naar aardgasvrij wonen niet op eigen kracht kunnen realiseren.

Omgekeerd heeft de overheid de burger nodig om de overstap naar aardgasvrije woningen te maken. De energietransitie houdt in dat afscheid wordt genomen van oude systemen en structuren, terwijl gezocht wordt naar duurzame alternatieven. Dat vergt flexibiliteit en aanpassingsvermogen, andere verhoudingen en nieuwe rollen van alle partijen. De energietransitie vraagt dat overheid en bewoners met elkaar in gesprek gaan om zo stappen te kunnen zetten. Een grote uitdaging voor de overheid is dan ook: hoe krijg je de burger in beweging en hoe kun je al actieve groepen bewoners ondersteunen. Deze vraag ligt vooral op het bord van gemeenten, die de verantwoordelijkheid hebben om de warmtetransitie lokaal vorm te geven. Bewoners kunnen initiatief nemen voor oplossingen of afwachten waar anderen mee komen. Gemeenten kunnen regisseren wat moet gebeuren of faciliteren wat in de samenleving ontstaat; kiezen voor een top-down of bottom-up aanpak. Raadsleden kunnen hierin sturen, of niet. En ook de inbreng van de regio kan uiteenlopende vormen aannemen. Vast staat dat er niet één weg naar Rome is.1 Het is een zoektocht naar nieuwe verhoudingen en verwachtingen tussen partijen en zelfs binnen verschillende onderdelen van partijen. En dat alles in een krachtenveld met heel diverse partijen, met verschillende mogelijkheden in juridische, financiële en maatschappelijke zin.

1

Bron: burgerparticipatie in de warmtetransitie van Platform31 6

Keuze voor dit onderwerp De hierboven beschreven dynamiek was voor de rekenkamer een van de redenen om voor het onderwerp ’warmtetransitie’ te kiezen. De rekenkamer vraagt zich af hoe de gemeente Hilversum zijn rol in de warmtetransitie ziet en wat de verwachtingen en initiatieven van de andere partijen en inwoners zijn. Ook de raad heeft interesse getoond om meer te weten te komen over de samenhang van het duurzaamheidsbeleid en de daarbij behorende maatregelen en (bewoners)initiatieven. Op basis van een verkenning naar het onderwerp duurzaamheid, heeft de rekenkamer gekozen voor de betrokkenheid van inwoners als invalshoek voor dit onderzoek naar het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Hilversum.

1.2

Doel- en vraagstelling

Het doel van het onderzoek is het bieden van inzicht in hoe de gemeente Hilversum haar rol in de warmtetransitie ziet, wat andere partijen en inwoners hierin van de gemeente verwachten, welke inwonersinitiatieven er reeds zijn en hoe deze ondersteund worden vanuit de gemeente. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1 Wat zijn de beleidsvoornemens van de gemeente Hilversum ten aanzien van duurzaamheid? 2 Welke rol ziet de gemeente Hilversum voor zichzelf: sturend, co-creërend, faciliterend? 3 Wat zijn de belangrijke partijen in de energie- en warmtetransitie van de gemeente Hilversum en welke bewonersinitiatieven zijn er? 4 Welke rol ziet de gemeente Hilversum voor de belangrijke partijen? 5 Hoe zien deze partijen hun eigen rol en wat verwachten ze van de gemeente Hilversum? 6 Welke steun hebben de bewonersinitiatieven van de gemeente Hilversum gekregen en welke invloed heeft het participatieproces (met en tussen de gemeente, gemeenteraad, inwoners, regio, net- en energiebeheerders en woningcorporaties) gehad op de besluitvorming? 7 Wat verwachten de inwoners van Hilversum van hun gemeente, zijn zij bekend met de beleidsdoelen van de gemeente, weten ze waar ze terechtkunnen voor advies en ondersteuning, en op welke wijze zien zij hun rol en betrokkenheid bij het opstellen van bijvoorbeeld wijkplannen? 8 Op welke wijze zijn inwoners tot dusverre betrokken

bij het duurzaamheidsbeleid en hoe wil de gemeente inwoners betrekken in de warmtetransitie, bijvoorbeeld bij het opstellen van wijkplannen? 9 Op welke wijze wil de gemeente Hilversum het besluitvormingsproces rondom de warmtetransitie gaan regisseren en hoe zorgt de gemeente ervoor dat lokale beleidsprioriteiten hierin geborgd worden?

1.3

Uitvoering van het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd van december 2019 tot en met augustus 2020 en bestond uit: • deskresearch; • interviews met de ambtelijke organisatie en externe partijen en initiatieven; • een enquête in het burgerpanel en telefonische interviews met inwoners; • gesprekken met de portefeuillehouder, gemeenteraad en kindergemeenteraad; • analyse en rapportage; • ambtelijk en bestuurlijk wederhoortraject.

7

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk beantwoorden we in hoofdstuk 2 de onderzoeksvragen. Het derde hoofdstuk bevat de conclusies en aanbevelingen. De onderbouwing van de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderzoeksverantwoording met geraadpleegde bronnen zijn te vinden in de bijlagen.

8

2

Beantwoording onderzoeksvragen

In dit hoofdstuk beantwoorden we de geformuleerde onderzoeksvragen. De onderbouwing hiervan is te vinden in Bijlage 1A t/m 1E. In deze rapportage gaat het over duurzaamheid, de energietransitie en de warmtetransitie. Deze begrippen behoeven nadere toelichting: •

• •

Duurzaamheid is een breed begrip en gaat over het gebruiken van de aarde op zo’n manier dat toekomstige generaties er nog plezier van kunnen hebben. Vaak wordt hierbij verwezen naar het evenwicht tussen de 3 P’s (people, planet, profit). Wanneer we het hebben over de energietransitie gaat het om de brede maatschappelijke ontwikkeling naar een meer klimaatneutrale energievoorziening en de ruimtelijke inpassing hiervan. De warmtetransitie gaat specifiek over de omschakeling van aardgas naar een andere energiebron en is daarmee onderdeel van de energietransitie.

2.1

Beleidsvoornemens gemeente Hilversum

Wat zijn de beleidsvoornemens van de gemeente Hilversum ten aanzien van duurzaamheid? De ambitie van de gemeente is een aardgasvrij Hilversum in 2040 en een klimaatneutraal Hilversum in 2050. Deze ambitie is vastgelegd in het Programma Duurzaam Hilversum 2016-2020. In 2016 zijn hier doelstellingen aan gekoppeld gericht op 100 KTon CO²-reductie en een eigen klimaatneutrale bedrijfsvoering. In 2019 zijn deze doelstellingen verder aangescherpt: • Hilversum is in 2050 een CO²-neutrale gemeente. De energie die nodig is binnen Hilversum wordt duurzaam en zoveel mogelijk lokaal en in lokaal eigendom opgewekt; • in 2040 is de gemeente aardgasvrij. Vanaf 2040 worden woningen en bedrijfspanden niet langer verwarmd met bronnen waarvoor aardgas wordt verbrand. Om de gestelde doelen te halen, heeft de gemeente een driesporenstrategie ontwikkeld. Dit is inmiddels uitgebreid naar vier sporen: • Hilversum100 (voorheen Energieplatform Hilversum) en Green Deals; • de gemeente als voorbeeld en inspiratie; • de gemeente steunt maatschappij om te verduurzamen; • aardgasvrije wijken en aardgasvrije projecten. Aan de hand van de vier sporen heeft het college zich sinds 2016 ingezet voor het behalen van de doelstellingen. De doelstellingen zijn jaarlijks gemonitord en de resultaten zijn gerapporteerd aan de gemeenteraad in tussenrapportages en jaarverslagen.

Bovendien wordt jaarlijks een plan opgesteld en aangeboden, waarin de doelen en acties voor het aankomende jaar worden beschreven. In het duurzaamheidsbeleid benoemt de gemeente allerlei regionale en lokale partners, initiatieven en maatschappelijke organisaties die (mogelijk) een rol spelen. Bij de beantwoording van onderzoeksvragen 3 (2.3), 4 (2.4) en 5 (2.5) gaan we dieper in op deze partijen en hun rol. Gedurende de looptijd van het programma is de focus steeds meer op de energie- en warmtetransitie komen te liggen. Dit werkt de gemeente nu verder uit met de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES NHZ) en de Transitievisie Warmte. Daarnaast is de gemeente bezig met een nieuw duurzaamheidsprogramma 2021-2025. Dit programma heeft een sterke relatie met de RES NHZ en de Transitievisie Warmte, maar richt zich ook op meer lokale thema’s als deelauto’s, de werkrelatie met energiecoöperaties en energiebesparing door inwoners. Het is de wens van de gemeente om meer samenhang aan te brengen in het programma. Daar ontbreekt het - volgens de ambtelijke organisatie – aan in het huidige duurzaamheidsprogramma. 9

2.2

Rolopvatting gemeente Hilversum

Welke rol ziet de gemeente Hilversum voor zichzelf: sturend, co-creërend, faciliterend?

De gemeente Hilversum ziet verschillende rollen voor zichzelf in de energie- en warmtetransitie. De rol kan namelijk verschillen per situatie, per onderwerp en per partij of doelgroep. Het bepalen van een rol ervaart de gemeente als een continue zoektocht. Tegelijkertijd is de gemeente zich hier ook van bewust en weet zij dat haar rol wisselt. Zeker in het kader van de warmtetransitie vindt de gemeente het lastig om haar rol te bepalen. Over veel zaken, zoals het energienetwerk en particuliere woningen, gaat de gemeente naar eigen zeggen niet. De gemeente voelt de behoefte om de rollen te verduidelijken. Deze zoektocht speelt zich af op een aantal niveaus: • Waar gaat de gemeente wel en niet over? • Welke rol pak je op welk moment? • Welke rol pak je richting welke doelgroep? • Hoe bereik je (de juiste) doelgroepen? • Hoe ga je om met verwachtingen van externe partijen? In de stukken en bij de gesprekken met de gemeente komen vele rollen voorbij. Dit gaat verder dan sturend, cocrëerend en faciliterend. Zo komen rollen als stimuleren, aanjagen, ondersteunen en subsidieëren regelmatig aan bod. Deze rollen maakt de gemeente echter nergens expliciet. Hierdoor blijft het onduidelijk wat deze rollen precies betekenen en welke activiteiten gekoppeld zijn aan bepaalde rollen. Ook is het niet duidelijk welk palet er aan rollen precies is.

Door de jaren komen er rollen bij en verdwijnen er weer rollen. Zoals gezegd is de gemeente zich ervan bewust dat zij constant schakelt tussen verschillende rollen. Dat hoeft niet erg te zijn, maar het wordt wel als een zoektocht ervaren. In die zin is er wel behoefte aan een ‘gereedschapkist’ met instrumenten waar de gemeente uit kan kiezen op het moment dat zij een rol moet bepalen. Met de ontwikkeling daarvan is een start gemaakt.

2.3

Belangrijke partijen in de energie- en warmtetransitie

Wat zijn de belangrijke partijen in de energie- en warmtetransitie van de gemeente Hilversum en welke bewonersinitiatieven zijn er? Uit de bestudeerde stukken, de stakeholdersanalyse en op basis van de ambtelijke interviews komen een aantal partijen naar voren die volgens de gemeente een belangrijke rol spelen bij de lokale energie- en warmtetransitie. Naast de eigen organisatie, met gemeenteraad, college en de verschillende beleidsafdelingen identificeert de gemeente andere overheden, zoals de regiogemeenten, de provincie Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam, externe partijen, zoals woningcorporaties, het lokale bedrijfsleven en sportverenigingen en tot slot (bewoners)initiatieven, zoals energiecoöperaties en wijkorganisaties. De belangrijkste externe private partijen zijn volgens de gemeente de drie woningcorporaties Dudok Wonen, Het Gooi en Omstreken, De Alliantie en de netbeheerder Liander. Dit zijn partijen die nodig zijn om als gemeente aardgasvrij te worden. De woningcorporaties vanwege hun vastgoed en Liander als beheerder van het energienetwerk. De partijen nemen deel aan een klankbordgroep over de warmtetransitie in de gemeente Hilversum. Daarnaast werkt de gemeente met De Alliantie, Het Gooi en Omstreken en Liander in een werkgroep samen bij het project Meent Aardgasvrij in de wijk Hilversumse Meent.

Voor dit project heeft de gemeente een subsidieaanvraag in het kader van de Proeftuin Aardgasvrij Wijken (PAW) toegekend gekregen van BZK. Het PAW is een leertraject voor heel Nederland, waarin alle facetten van de omschakeling naar een alternatief voor aardgas aan bod komen. Het project is er mede op gericht om uiteindelijk als voorbeeld te dienen wanneer andere wijken van het aardgas afgaan.

10

Daarnaast ziet de gemeente Hilversum inwoners en (bewoners)initiatieven als belangrijke partijen. Het gaat met name om de energiecoöperaties HilverZon en HET, Platform Hilversum100 en de Stichting Hilversumse Meent (met daarbij de Koplopers; inwoners die vooruit lopen met de verduurzaming van hun woning en als voorbeeld dienen). De energiecoöperaties zijn van belang vanwege hun aandeel in de uitvoering van de energietransitie, onder andere door het leggen van zonnepanelen en het informeren en enthousiasmeren van inwoners. Ook Hilversum100 wordt door de gemeente beschouwd als een belangrijke partij om inwoners en bedrijven te bereiken en om initiatieven met elkaar te verbinden. Net als de woningcorporaties en Liander, is de Stichting Hilversumse Meent een belangrijke partij bij Meent Aardgasvrij. Dit bewonersinitiatief neemt deel aan de werkgroep, vertegenwoordigt de wijk en heeft in 2017 ‘aardgasvrij’ op zijn wijkagenda gezet. Dat is een van de redenen geweest om de pilot Meent Aardgasvrij te starten, waarin onderzocht werd wat allemaal nodig is om als wijk aardgasvrij te worden. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot PAW-aanvraag en -toekenning. Er zijn nog vele andere partijen betrokken bij de Hilversumse energie- en warmtetransitie. Denk hierbij aan energiebedrijven, installatiebedrijven en adviseurs.

Echter, op dit moment springen de bovengenoemde partijen het meest in het oog. Ze komen veelvuldig aan bod in de stukken en gesprekken met de ambtelijke organisatie.

2.4

Roltoekenning belangrijke partijen

Welke rol ziet de gemeente Hilversum voor de belangrijke partijen? Partijen en initiatieven kunnen volgens de gemeente verschillende rollen vervullen: waar het ene initiatief in eerste instantie een actieve en stimulerende trekkersrol heeft richting inwoners (zoals HilverZon, HET, Stichting Hilversumse Meent en de koplopers), heeft het andere initiatief een meer verbindende/netwerkende rol (Hilversum100) tussen inwoners, partijen en initiatieven in de stad. Ook zijn er – volgens de gemeente – partijen die richting inwoners meer op de achtergrond opereren (netbeheerders) of die slechts een rol spelen richting een deel van de inwoners (woningcorporaties richting hun huurders). Deze partijen spelen in de ogen van de gemeente een grotere rol bij de uitvoering van de energie- en warmtetransitie. Uit de stukken en de gesprekken met de gemeente blijkt vooral op welke manieren de gemeente de samenwerking zoekt met woningcorporaties en netbeheerder Liander en op welke manier deze samenwerking zich uit. Een concrete rolopvatting, visie op de rol, rolverdeling of verwachting van de woningcorporaties of netbeheerder is niet terug te vinden. De prestatieafspraken tussen de gemeente en de woningcorporaties gaan in op de verduurzaming van het corporatiebezit en het betrekken van huurders hierbij, maar de rol van de woningcorporaties in het grotere plaatje wordt niet expliciet gemaakt.

Het blijft hoofdzakelijk bij het formuleren van gezamenlijke ambities. De rol van woningcorporaties en netbeheerder wordt niet duidelijk uitgesproken tijdens de gesprekken met de ambtelijke organisatie. Er is wel behoefte aan meer duidelijkheid over de rollen van deze partijen in relatie tot de energie- en warmtetransitie. Het gaat hier dan met name om de verhouding tot de gemeente in relatie tot de opgave om Hilversum aardgasvrij te maken. Wie neemt het voortouw en wie heeft welke rol? De gemeente worstelt met haar positie ten opzichte van de corporaties en Liander; wat kan de gemeente wel en niet eisen of verwachten van hen? De gemeente ziet voor de partijen in ieder geval een uitvoerende rol. De woningcorporaties door hun vastgoed te verduurzamen en de netbeheerder omdat hij het energienetwerk beheert. Om die redenen heeft de gemeente beide partijen uitgenodigd voor de klankbordgroep warmtetransitie. Wat dat betreft verwacht de gemeente dus dat deze partijen ook meedenken. De gemeente heeft uiteenlopende verwachtingen van (bewoners)initiatieven. Het kan variëren van het informeren en betrekken van inwoners tot uitvoering en het dienen als voorbeeld of inspiratiebron voor anderen. De gemeente werkt met hen samen, met name rond het informeren en betrekken van inwoners bij de energie- en warmtetransitie.

De precieze invulling ervan is mede afhankelijk van de mogelijkheden en de wensen van de initiatieven zelf. Daardoor is het voor de gemeente de vraag in hoeverre zij echt kan rekenen en sturen op een specifieke rol van initiatieven. De uiteindelijke rolinvulling zal in goed overleg tot stand moeten komen. 11

In algemene zin worstelt de gemeente met de vraag hoe om te gaan met de verschillende bewonersinitiatieven. Initiatieven verschillen van elkaar qua scope en focus. Sommige zijn breed georiënteerd en andere juist heel specifiek. De verwachtingen over en de vragen aan de gemeente vanuit de initiatieven verschillen per keer en zijn voor ambtenaren lang niet altijd duidelijk. Hierdoor is het dus elke keer maatwerk. In principe ligt de rol van de gemeente in het faciliteren. Maar soms is het nodig dat de gemeente een rol van aanjager op zich neemt zonder dat zij alle initiatieven naar zich toetrekt. Hierdoor is het constant schakelen tussen rollen en wederzijdse verwachtingen. Tijdens de gesprekken met de gemeente is de behoefte uitgesproken om de eigen rolopvatting en de rolverdeling met externe partijen te verduidelijken. Blijkbaar is de rolverdeling zoals die nu is georganiseerd niet volledig naar wens. Dit beeld werd met name bevestigd in de gesprekken met de energiecoöperaties. De relatie tussen de coöperaties en de gemeente is in de basis goed, maar er is ook soms sprake van spanning. Er is inmiddels een traject gestart onder externe begeleiding om de samenwerking met de energiecoöperaties HilverZon en HET beter vorm te geven. De wederzijdse rolverdeling en (subsidie-)relatie zijn een onderdeel van dit traject.

De behoefte om de samenwerking te beschouwen komt mede voort uit de vraag of de energiecoöperaties nog wel bewonersinitiatieven zijn, of dat zij inmiddels zijn doorgegroeid naar meer commerciële partijen. Op deze vraag hebben zowel de gemeente als energiecoöperaties vooralsnog geen antwoord. Een ander aandachtspunt is de vraag welke inwoners door de (bewoners)initiatieven worden vertegenwoordigd. Dit is voor de ambtelijke organisatie nu lastig in te schatten. De gemeente hinkt daardoor op twee gedachten. Aan de ene kant wil zij initiatieven een grote rol geven, aan de andere kant wil zij inwoners die zich niet vertegenwoordigd voelen niet overslaan.

2.5

Eigen rolopvatting partijen en verwachtingen van gemeente

Hoe zien de belangrijke partijen in de energie- en warmtetransitie hun eigen rol en wat verwachten ze van de gemeente Hilversum? Alle geïnterviewde partijen en initiatieven zien voor zichzelf een belangrijke rol bij de lokale energie- en warmtetransitie. Een aantal partijen overlapt in hun rolopvatting, bijvoorbeeld als het gaat om het betrekken van inwoners. Ook hebben de partijen doorgaans hoge verwachtingen van de gemeente. Hierin zijn de partijen redelijk eensgezind.

Woningcorporaties Dudok Wonen, De Alliantie en Het Gooi en Omstreken De woningcorporaties zien een aantal rollen voor zichzelf op het gebied van duurzaamheid en de energie- en warmtetransitie: • in het kader van de energietransitie verduurzamen zij hun eigen vastgoed. Hierbij zijn de woningcorporaties dus uitvoerders; • bij het verduurzamen betrekken ze ook hun huurders, onder andere door energiecoaches in te zetten die helpen bij energiebesparing en bewustwording; • naast deze uitvoerende en informerende rol nemen woningcorporaties ook een adviserende rol aan richting de gemeente, bijvoorbeeld in de klankbordgroep over de warmtetransitie. De verwachtingen over elkaars rol tussen de gemeente en de woningcorporaties sluiten goed op elkaar aan. Ze werken in beginsel met elkaar samen op een manier die voor alle partijen voldoet. De samenwerking is vormgegeven in prestatieafspraken. Mede hierdoor weten gemeente en corporaties wie waar over gaat en wat ze van elkaar kunnen verwachten. Specifiek bij de energie- en warmtetransitie verwachten de corporaties van de gemeente Hilversum het volgende: • een regisserende rol en een visie op het aardgasvrij maken van de wijken. Dit is volgens de corporaties vooral nodig bij (het verdelen van) collectieve warmteoplossingen; 12

• •

een visie van de gemeente op de wijze en volgorde waarin wijken van het gas af gaan. De corporaties verwachten dat de gemeente hen tijdig betrekt en dat zij de ruimte krijgen om mee te denken; een betere samenwerking en afstemming met de andere gemeenten in de regio. De corporaties ervaren het als lastig dat Hilversum in regionaal verband vaak voorop loopt in de visie op warmtetransitie waardoor de corporaties in de afstemming met gemeenten dubbel werk hebben.

Netbeheerder Liander Net als de woningcorporaties verwacht Liander van de gemeente Hilversum een regisserende rol. Verder hecht Liander ook aan duidelijke gemeentelijke visie op het aardgasvrij maken van de wijken en een goede samenwerking tussen Hilversum en de regiogemeenten. Liander heeft in tegenstelling tot de corporaties de samenwerking niet vastgelegd in vaste afspraken. De netbeheerder ziet voor zichzelf hoofdzakelijk een faciliterende en ondersteunende rol. De netbeheerder levert kennis over het energienetwerk bij verschillende projecten. Er is een wens om deze adviserende rol te versterken bijvoorbeeld door het inbrengen van kennis. De wijze waarop dit kan is nog onderwerp van interne discussie. Richting bewoners ziet Liander geen rol voor zichzelf.

13

Energiecoöperaties (HilverZon en HET) en bewonersinitiatieven (Hilversum100 en Stichting Hilversumse Meent) De twee energiecoöperaties HilverZon en HET zien voor zichzelf een rol in het stimuleren en versnellen van verduurzaming door inwoners te informeren en bewust te maken. Verder leveren ze een bijdrage bij de aanleg van zonnepanelen en het voorzien in elektrische auto’s. Hier heeft HilverZon een iets grotere rol in dan HET. Beide coöperaties willen een grotere rol op zich nemen om de gemeente te ontlasten en te helpen. Hilversum100 ziet voor zichzelf vooral een verbindende rol, onder andere door een netwerk op te bouwen van inwoners en ondernemers. Hilversum100 wil graag de activiteiten uitbreiden en zelfstandiger van de gemeente opereren. Op dit moment ziet de organisatie zichzelf nog als een verlengstuk van de gemeente. De Stichting Hilversumse Meent heeft in de werkgroep Meent Aardgasvrij vooral een vertegenwoordigende rol. Zij is de schakel tussen de inwoners van de wijk en de werkgroep. Vanuit deze positie probeert zij de wijk te vertegenwoordigen in de werkgroep en de inwoners op haar beurt te informeren over het traject. De stichting neemt graag een grotere rol en wil ook meepraten over andere onderwerpen, anders dan de warmtetransitie. Voor de bewonersinitiatieven geldt dat zij hun rol grotendeels invullen zoals de gemeente verwacht.

In de basis geldt dit ook voor de energiecoöperaties, echter staat de relatie tussen de gemeente en energiecoöperaties soms onder spanning. De energiecoöperaties en de bewonersinitiatieven zien een aantal mogelijkheden om de samenwerking met de gemeente en de eigen rol in de lokale energie- en warmtetransitie anders in te vullen: • alle vier de initiatieven geven aan een grotere rol te willen spelen. Hetzij door nieuwe activiteiten te ontplooien, hun bereik te vergroten, hetzij door vaker mee te praten of te adviseren; • HilverZon, HET en Hilversum100 zijn alle drie op zoek naar een andere vorm van samenwerking met de gemeente. Minder als een uitvoeringsorganisatie, meer als gelijkwaardig partner; • met name de energiecoöperaties verwachten meer duidelijkheid van de gemeente over de onderlinge rolverdeling en de positie van de energiecoöperaties; • daarnaast verwachten de energiecoöperaties en de stichting Hilversumse Meent een actievere rol en een heldere visie van de gemeente waar het gaat om de energie- en warmtetransitie. Wat zijn de ambities van de gemeente, hoe werken we daar naar toe en wat is de rol van de initiatieven en inwoners hierbij? • voor Meent Aardgasvrij betekent dit dat de stichting verwacht dat de gemeente – nu met toekenning van de PAWaanvraag – snel komt met een plan van aanpak voor de uitvoering.

Ook Hilversum100 verwacht een actievere rol en hoopt dat de gemeente deelneemt aan de verschillende themagroepen van de organisatie.

14

2.6

Ondersteuning en invloed van bewonersinitiatieven

Welke steun hebben bewonersinitiatieven van de gemeente Hilversum gekregen en welke invloed heeft het participatieproces (met en tussen de gemeente, gemeenteraad, inwoners, regio, net- en energiebeheerders en woningcorporaties) gehad op de besluitvorming? In de gemeente Hilversum zijn meerdere bewonersinitiatieven actief. Bij het beantwoorden van deze vraag richten we ons op de belangrijkste bewonersinitiatieven. De belangrijkste initiatieven hebben op verschillende manieren steun ontvangen vanuit de gemeente. Zo is energiecoöperatie HilverZon bij haar oprichting financieel en met kennis ondersteund door de gemeente. Hilversum100 is als Energieplatform Hilversum opgericht door de gemeente en is meerjarig financieel ondersteund. De Stichting Hilversumse Meent ontvangt subsidie van de gemeente voor de stichting als geheel. Haar bijdrage aan Meent Aardgasvrij wordt gedekt vanuit het budget van de werkgroep. Initiatief

Ontvangen steun 2016-2017

Ontvangen steun 2018-2020

Totaal

Hilversum100 (bijdrage)

€200.000

€455.000

€655.000

HilverZon (subsidie)

€300.000

€368.000

€668.000

€75.146

€75.146

HET -Hilversumse Energie Transitie (subsidie) Stichting Hilversumse Meent (gemeentelijk budget)

€400.000 p/j vanuit gemeentelijk budget voor de werkgroep Meent Aardgasvrij

De initiatieven hebben op meerdere momenten invloed uitgeoefend tijdens participatietrajecten en in de besluitvorming. Zo zijn (vertegenwoordigers) van de initiatieven betrokkenen in de adviesgroep bij de RES NHZ. Het advies van deze groep is overgenomen door de gemeente en meegenomen in de zienswijze van de gemeente. Verder laten de energiecoöperaties ook hun invloed gelden tijdens raadscommissies en raadsvergaderingen, bijvoorbeeld door in te spreken of via een schriftelijke reactie. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de raad een motie heeft aangenomen bij de behandeling van de concept-RES NHZ met het verzoek aan het college om in gesprek te gaan met lokale partijen. Bij Meent Aardgasvrij heeft de stichting invloed op het project via de werkgroep. Allereerst al door het bewonersinitiatief onder de aandacht te brengen bij de gemeente. Als schakel tussen de inwoners en de andere betrokken partijen in de werkgroep oefent de stichting invloed uit op de uiteindelijke aanpak in de wijk. Dit doet de stichting door de klankbordgroep (bestaande uit inwoners, verdeeld over de verschillende straten) in de wijk op cruciale momenten te betrekken en te laten reageren op plannen vanuit de werkgroep. In die zin heeft de stichting dus invloed op het proces en de toegekende PAW-aanvraag.

15

2.7

Verwachtingen inwoners van gemeente

Wat verwachten de inwoners van Hilversum van hun gemeente, zijn zij bekend met de beleidsdoelen van de gemeente, weten ze waar ze terechtkunnen voor advies en ondersteuning, en op welke wijze zien zij hun rol en betrokkenheid bij het opstellen van bijvoorbeeld wijkplannen? De inwoners zien de gemeente Hilversum als de belangrijkste partij in de warmtetransitie. De gemeente dient zich vooral te richten op het informeren over financieringsmogelijkheden en het financieel ondersteunen van inwoners. In mindere mate zien inwoners ook een adviserende, verbindende en regisserende rol voor de gemeente. De meeste Hilversummers zijn niet goed bekend met de beleidsdoelen van de gemeente. Ook hebben zij relatief weinig kennis van de verschillende instrumenten die de gemeente heeft voor inwoners, zoals de duurzaamheidslening of de informatiewebsite van de gemeente over de warmtetransitie. Daarnaast weten maar weinig inwoners waar ze met hun vragen terechtkunnen en is niet bekend waar zij bij de gemeente terechtkunnen voor advies, ondersteuning of subsidies. Dat blijkt ook uit de gesprekken met inwoners die een initiatief willen ondernemen. De gemeente komt bij hen pas later in beeld en wordt dus niet snel benaderd voor hulp. Hilversummers vinden het belangrijk om betrokken te worden bij de plannen in het kader van de energie- en warmtetransitie.

Zeker als het gaat het om het aardgasvrij maken van hun wijk. Het liefst worden inwoners op de hoogte gehouden over de plannen via (nieuws)brieven. Een minderheid wil een actieve rol en deelnemen aan bijeenkomsten of meepraten in een werkgroep. De meeste inwoners zijn niet erg geneigd een actieve rol te pakken. Ze worden liever geïnformeerd of geven hun mening op afstand via een enquête. In die zin willen inwoners liever plannen beoordelen dan dat zij hier actief aan willen bijdragen. Een meerderheid ziet het ‘nadenken’ ook meer als een rol voor de gemeente en gaat er dan ook van uit dat de gemeente uiteindelijk de juiste keuze maakt bij het aardgasvrij maken van woningen. Een minderheid van de inwoners wil hun woning zelfstandig aardgasvrij maken. Voor een meerderheid van de inwoners geldt dus dat zij het niet alleen willen doen en hulp verlangen van de gemeente.

2.8

Betrokkenheid inwoners bij duurzaamheidbeleid en warmtetransitie

Op welke wijze zijn inwoners tot dusverre betrokken bij het duurzaamheidsbeleid en hoe wil de gemeente inwoners betrekken in de warmtetransitie, bijvoorbeeld bij het opstellen van wijkplannen? Betrokkenheid bij opstellen Duurzaamheidsprogramma In aanloop naar het opstellen van het duurzaamheidsprogramma Duurzaam Hilversum 2016-2020 is gesproken met vertegenwoordigers van verschillende partijen in Hilversum, waaronder energiecoöperatie HilverZon (HET bestond nog niet) en het bedrijfsleven. Ook is er een enquête afgenomen onder inwoners. Verder is er geen sprake geweest van participatie met inwoners bij het duurzaamheidsbeleid. In het programma zelf zijn geen concrete doelstellingen of ambities opgenomen ten aanzien van participatie of de betrokkenheid van bewoners bij de uitvoering. In het programma staat wel dat de rol van de samenleving steeds groter wordt, en die van de gemeente steeds kleiner. De gemeente kiest in het programma vooral voor het ondersteunen en faciliteren van initiatieven die zich richten op bewoners. Hierdoor worden er jaarlijks bijeenkomsten georganiseerd, zijn er energiecoaches actief en zijn er meerdere partijen waar bewoners informatie kunnen krijgen. Wat deze activiteiten opleveren en dus bijdragen aan het doel van het duurzaamheidsprogramma wordt niet duidelijk gemaakt.

16

Wat de activiteiten richting inwoners moeten opleveren en bijdragen aan het grotere geheel blijft onduidelijk tot aan het Jaarplan Energietransitie 2019. Vanaf dan komt de betrokkenheid van inwoners sterker naar voren. In het 2019 is de communicatiestrategie richting bewoners omschreven met een ambitie, acties en resultaat. De gemeente schrijft het volgende: “Wij stellen een communicatiestrategie op om alle Hilversumse inwoners en bedrijven te informeren over de transitie en om hen uit te nodigen om actief deel te nemen aan de energieopgave, het voorbereiden van de besluitvorming en het nemen van initiatieven”.

Bron: Jaarplan Energietransitie 2019

Echter, het wordt niet duidelijk waar dit beleid op is gebaseerd en of het aansluit op de wensen en behoeften van de Hilversummers. De gemeente geeft in de gesprekken ook aan dat zij de verwachtingen van inwoners onvoldoende in beeld te hebben. In het Jaarplan Energietransitie 2020 onderstreept de gemeente de ambitie om inwoners te betrekken; iedereen moet mee kunnen praten en denken. Ook hier zet de gemeente vooral de lokale initiatieven voor in. Feitelijk besteedt de gemeente het betrekken van inwoners dus uit aan Hilversum100 en de energiecoöperaties. De motivering hierachter is dat deze partijen dichterbij de inwoners staan dan de gemeente zelf.

Betrokkenheid bij Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid In het kader van de RES NHZ heeft de gemeente een participatietraject georganiseerd met een groep betrokken Hilversummers in de vorm van een adviesgroep. Daarbij heeft de gemeente gebruik gemaakt van de door het programma RES NHZ geboden ondersteuning, in de vorm van o.a. kaartmateriaal, analyses en presentaties. Omdat de materie complex is en (nog) relatief abstract is, heeft Hilversum ervoor gekozen om het advies extra zorgvuldig, in drie avonden, vorm te geven. De meeste andere gemeenten hebben dit in één avond gedaan. In de adviesgroep zitten 50 lokaal betrokken inwoners en ondernemers. Deels komen deze uit een bestaand netwerk (leden van de energiecoöperaties en Hilversum100), deels is deze adviesgroep met inwoners aangevuld naar aanleiding van een oproep in de krant. In een aantal bijeenkomsten is de adviesgroep in de gelegenheid gesteld te reageren op de plannen en uiteindelijk een advies te formuleren. Dit advies is door de gemeente ingebracht bij de concept-RES NHZ en tevens gebruikt bij de zienswijze van de gemeente op de concept-RES NHZ.

Betrokkenheid bij Warmtetransitie De gemeente Hilversum werkt momenteel via twee sporen aan de warmtetransitie. Eén: het uitvoeren van pilots in de wijken De Meent en Kerkelanden en twee: het opstellen van een Transitievisie Warmte. In de wijk Hilversumse Meent worden bewoners in het kader van de pilot Meent Aardgasvrij op meerdere manieren betrokkenen. Het initiatief is dan ook oorspronkelijk gestart door bewoners. De Stichting Hilversumse Meent vertegenwoordigt de inwoners in de werkgroep. De aanpak in de Meent richt zich gedeeltelijk op zogenaamde ‘koplopers’; de wijkbewoners die al aan de slag zijn met het verduurzamen van hun woningen. Deze groep kreeg begeleiding en ondersteuning vanuit de gemeente om hun woning aardgasvrij te maken. De overige wijkbewoners zijn geïnformeerd over de voortgang en behaalde successen. Op die manier hoopt de gemeente hen te enthousiasmeren. De ontwikkelde aanpak in de Meent dient als (procesmatige) blauwdruk voor andere wijken in Hilversum, maar de uiteindelijke invulling zal volgens de ambtelijke organisatie per wijk verschillen. Deels vanwege verschillende technische mogelijkheden per wijk en deels vanwege sociaaleconomische verschillen. De gemeente wil met de pilot Meent Aardgasvrij vooral leren hoe je een wijk technisch van het aardgas loskoppelt en hoe je inwoners hierbij betrekt.

Inmiddels is de aangevraagde subsidie in het kader van de Proeftuin Aardgasvrije Wijken (PAW) door BZK gegund. Hierdoor kan de gemeente Hilversum verder gaan met het aardgasvrij maken van de Hilversumse Meent, te beginnen met de inwoners die hier versneld mee aan de slag willen. In januari 2021 komt het startdocument met de uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte in de gemeenteraad ter vaststelling, de uiteindelijke vaststelling van deze visie staat geagendeerd voor het vierde kwartaal van 2021. De 17

Transitievisie Warmte geeft een eerste richting aan de aanpak van isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ook geeft het een indicatie van het aantal woningen en gebouwen die in de periode tot en met 2040 geïsoleerd en eventueel aardgasvrij gemaakt kunnen worden en hoeveel warmte daarvoor nodig is. Onderzocht wordt welke alternatieve warmtebronnen voor aardgas beschikbaar zijn en geschikt zijn om alle gebouwen en woningen in Hilversum te verwarmen. De gemeente bepaalt echter niet welke wijken wanneer van het aardgas afgaan. Ook gaat de gemeente zelf niet sturen op aardgasvrij. Concrete initiatieven tot aardgasvrij worden alleen besproken als deze van onderaf uit de samenleving komen en haalbaar en betaalbaar zijn. Daarmee gaat de gemeente ook niet actief over tot het opstellen van buurtuitvoeringsplannen, totdat er oplossingen zijn voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie. In de Transitievisie Warmte is echter nog geen participatieplan opgenomen. Wel wordt ondertussen het participatietraject uitgewerkt, voor inspraak van de samenleving op de Transitievisie Warmte met als doel de kwaliteit van het stuk te verbeteren en inzicht te krijgen in de manier waarop de samenleving betrokken wil worden bij de warmtetransitie. Er is overwogen om ‘buurtchallenges’ te organiseren om te kijken waar al plannen en initiatieven zijn.

Hierbij zouden inwoners worden uitgedaagd om hun ideeën bij de warmtetransitie te delen en uit te voeren. Dit idee is echter losgelaten. Er is in de ambtelijke organisatie nog onduidelijkheid over het financieren van de warmtetransitie. Ligt dit volledig bij de woningeigenaren of gaat de Rijksoverheid hierbij ondersteunen? Hoe dit gaat uitpakken, hangt volgens de gemeente ook van wet- en regelgeving af, bijvoorbeeld de warmtewet. De gemeente ziet voor zichzelf niet direct een rol in de financiering. Een andere uitdaging is de doorontwikkeling van technieken. Hierdoor zet de gemeente mogelijk nu in op technieken die over een aantal jaar verouderd zijn. Het is daarom lastig om duidelijkheid of perspectief te bieden aan inwoners.

18

2.9

Besluitvormingsproces warmtetransitie

Op welke wijze wil de gemeente Hilversum het besluitvormingsproces rondom de warmtetransitie gaan regisseren en hoe zorgt de gemeente ervoor dat lokale beleidsprioriteiten hierin geborgd worden?

De gemeente vliegt het besluitvormingsproces ten aanzien van de warmtetransitie op drie manieren aan. Er loopt een proces met de raad, er worden gesprekken gevoerd met partijen als de woningcorporaties, de netbeheerder en energiecoöperaties en er is het pilotproject Meent Aardgasvrij. Voor raadsleden zijn er sinds eind 2019 vijf bijeenkomsten (raadsklankbordgroepen) georganiseerd in het kader van de energie- en warmtetransitie. Dit omdat de beide transities nauw op elkaar aansluiten. Hierbij loopt het proces van de energietransitie, met als doel de RES NHZ, voor op het proces van de warmtetransitie, met als doel de Transitievisie Warmte. De klankbordsessies zijn door de gemeente georganiseerd om een aantal redenen. Allereerst omdat het een complex onderwerp is dat zich voortdurend ontwikkelt. Bovendien zijn het grote opgaves die vragen om zorgvuldige besluiten. Ook wil de gemeente de raad niet pas op het laatst of onvoldoende betrekken, want dit leidt waarschijnlijk tot vertraging. Deze les heeft de gemeente uit het verleden geleerd. Het doel van de sessies is om kennis bij te brengen, de input van raadsleden mee te nemen en raadsleden dus bij elke stap te betrekken. De sessies zijn niet bedoeld als politieke arena en vervangen niet de formele besluitvorming.

In de eerste drie klankbordsessies lag de focus op de energietransitie: hoe wekken we grootschalig duurzame energie op en wat betekent dit voor het landschap. De laatste twee sessies gingen over de warmtetransitie. Hierbij ging het onder andere over de kosten van de transitie en wat dit betekent voor inwoners. De laatste bijeenkomst was op 11 juni 2020. De sessies leidden tot een afwegingskader dat de gemeente uitwerkt in de Transitievisie Warmte. Met de woningcorporaties en netbeheerder is een bijeenkomst geweest over de Transitievisie Warmte. Ook is er gesproken met ondernemers en de energiecoöperaties. Doel van deze gesprekken was het ophalen van input voor de eerste versie van de transitievisie. Zodra deze versie af is start een participatietraject met bewoners. Hierbij wil de gemeente gebruik maken van de opgedane kennis in de wijken Hilversumse Meent en Kerkelanden. Zoals in paragraaf 2.8 naar voren kwam gebruikt de gemeente het project Meent Aardgasvrij als voorbeeld voor de verdere aanpak. De Transitievisie Warmte zal in het vierde kwartaal van 2021 ter vaststelling aangeboden worden aan de gemeenteraad. In het eerste kwartaal van 2021 ligt het startdocument voor om de uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte vast te stellen. De visie zelf bevat geen participatieplan, de participatie wordt ingezet om te komen tot de Transitievisie Warmte.

19

3

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies 1. De gemeente Hilversum zoekt naar een passende rol in de energie- en warmtetransitie, maar heeft die nog niet gevonden Al vanaf de start van het programma Duurzaam Hilversum 2016-2020, zoekt de gemeente Hilversum naar de eigen rol in de energie- en warmtetransitie richting inwoners en andere stakeholders. Datzelfde geldt voor de rollen voor de hierbij betrokken partijen. Deze zoektocht speelt zich overigens niet alleen af in Hilversum. Ook andere gemeenten worstelen met hun rol in het complexe speelveld van de energie- en warmtetransitie. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en het landelijke beleid is tussentijds aangescherpt en bijgesteld, bijvoorbeeld met het Klimaatakkoord. Bovendien worstelt de gemeente met de vraag waar zij wel en niet over gaat, zeker als het gaat om de warmtetransitie. Een groot deel van de opgave speelt zich af achter de voordeur van inwoners. Hierdoor is de invloed van de gemeente – binnen de huidige mogelijkheden – beperkt. Als het gaat om het aardgasvrij maken van woningen, richten verwachtingen van burgers zich met name op een financiële bijdrage. Vanuit het gezichtspunt dat de burger zijn eigen verantwoordelijkheid heeft, stelt de gemeente zich afwachtend op waar het gaat om het verlenen van (co-)financiering.

Wat betreft het financiële instrumentarium, beperkt Hilversum zich vooralsnog – net als andere gemeenten – tot het verstrekken van de duurzaamheidslening.

2. De gemeente heeft moeite het beleid ten aanzien van duurzaamheid en de warmtetransitie en de sturing daarop, te concretiseren In het kader van het duurzaamheidsbeleid bedenkt en onderneemt de gemeente tal van activiteiten. Hierbij is niet altijd concreet gemaakt wat de inspanningen moeten opleveren, wat bepaalde activiteit bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen en/of wie daarvoor aan de lat staat. De nadruk lag meer op het maken van plannen dan op de praktische uitwerking en uitvoering van het beleid en een passende rolverdeling tussen de betrokken actoren.

3. Het inzetten op initiatieven vanuit de samenleving roept de vraag op hoe de doelstelling “aardgasvrij 2040” gehaald gaat worden De gemeente geeft aan niet zelf te gaan sturen op aardgasvrij. Ook bepaalt de gemeente niet welke wijken wanneer van het aardgas af gaan. Concrete initiatieven worden alleen besproken als deze van onderaf uit de samenleving komen en haalbaar en betaalbaar zijn. Daarmee gaat de gemeente ook niet actief over tot het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Dit roept de vraag op hoe de doelstelling “aardgasvrij 2040” gehaald gaat worden.

4. De gemeente kiest voor een situationele rolopvatting, maar mist een helder afwegingskader voor het onderbouwen van keuzes hierin De gemeente Hilversum is zich bewust van haar zoektocht en kiest afhankelijk van waar de omstandigheden om vragen, een specifieke rol: soms faciliterend en dan weer sturend of stimulerend. Samenwerkingspartners en inwoners verwachten dat ook. Het continue schakelen tussen rollen hoeft geen probleem te zijn, maar zowel intern als extern is er behoefte aan een afwegingskader op basis waarvan de eigen rol én die van andere partijen bepaald kan worden. De door de gemeente opgestelde stakeholdersanalyse zou de basis kunnen vormen voor een dergelijk afwegingskader, maar wordt in de praktijk niet als zodanig gebruikt. Specifiek voor de wijze waarop samengewerkt wordt met bewonersinitiatieven, zou het bestaande algemene participatiebeleid in principe uitkomst kunnen bieden. In de praktijk is dit participatiebeleid te algemeen en abstract om als leidraad voor de gemeentelijke rol te kunnen dienen.

5. De onderlinge verhouding tussen gemeente en de energiecoöperaties is onduidelijk, waardoor de samenwerking stroef verloopt

20

Zowel de gemeente als de twee energiecoöperaties HilverZon en HET, ervaren de huidige wijze van samenwerken als onbevredigend. De energiecoöperaties hebben in de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt van bewonersinitiatief tot een meer professionele organisatie. Verder is er sprake van een subsidierelatie tussen gemeente en de coöperaties. Dit heeft geleid tot onduidelijkheid in de onderlinge verhouding en maakt het voor de gemeente lastig de coöperaties op een geëigende wijze aan te spreken. De gemeente wil enerzijds initiatieven ondersteunen en stimuleren, maar tegelijkertijd als subsidiegever ook controle op subsidiegelden en zicht houden op de gerealiseerde resultaten. De stroeve samenwerking is misschien wel exemplarisch voor de zoektocht van de gemeente naar haar eigen rol en geeft tegelijkertijd de uitdaging weer als het gaat om de samenwerking met bewonersinitiatieven.

6. De vertegenwoordiging van de belangen van inwoners in de energie- en warmtetransitie is onvoldoende belegd De bestaande bewonersinitiatieven zijn slechts in beperkte mate te beschouwen als vertegenwoordigers van de belangen van alle Hilversummers. Aan de verwachting van de gemeente dat de coöperaties ook andere inwoners betrekken, wordt in de ogen van de gemeente onvoldoende voldaan. De energiecoöperaties vertegenwoordigen in eerste instantie hun eigen leden. Het gaat hierbij om een kleine groep van bovengemiddeld betrokken inwoners. Het betrekken van andere inwoners dan ‘the usual suspects’ is lastig voor de gemeente. Tegelijkertijd is dit een landelijke uitdaging waar veel gemeenten mee worstelen.

7. Beperkte financiële ruimte dwingt gemeente tot het maken van keuzes De gemeente Hilversum is zich de laatste jaren binnen het duurzaamheidsbeleid steeds meer gaan focussen op de energie- en warmtetransitie. De keuze hiervoor is enerzijds bewust omdat hier de grootste opgave ligt, maar anderzijds ook noodzakelijk vanwege de beperkte personele capaciteit en beschikbare financiële middelen. Het budget voor duurzaamheid staat bovendien de komende jaren verder onder druk. Er is veel minder te besteden dan in de afgelopen jaren. Hierdoor is het de vraag in hoeverre het ambitieniveau van de gemeente Hilversum nog strookt met het beschikbare budget. Het risico is aanwezig dat de doelstellingen moeten worden bijgesteld.

21

8. Capaciteitstekort en geringe personele continuïteit hebben een nadelig effect op de relatie met samenwerkingspartners Het tekort aan menskracht en personele wisselingen hebben een negatief effect op de werkrelatie tussen de gemeente en andere betrokkenen bij de energie- en warmtetransitie. Dit ervaren initiatieven zoals de coöperaties, maar ook de netbeheerder signaleert dit probleem.

9. Door uitbesteden van werk blijft kennisopbouw beperkt en blijven kansen mogelijk onbenut Deels vanwege capaciteitsgebrek, maar ook omdat de gemeente zelf niet over voldoende technische kennis beschikt, besteedt de gemeente Hilversum relatief veel werk uit. Hierdoor wordt er intern weinig (technische) kennis opgebouwd. Daarnaast hebben de lokale energiecoöperaties het gevoel dat zij gepasseerd worden. Een deel van de nu nog uitbestede taken, kunnen zij mogelijk op zich nemen.

10. De gemeente bereikt inwoners in beperkte mate en inwoners weten de gemeente nauwelijks te vinden De afstand tussen de gemeente Hilversum en de inwoners is relatief groot als het gaat om het duurzaamheidsbeleid en de energie- en warmtetransitie. Zo zijn inwoners weinig bekend met het duurzaamheidsbeleid en de instrumenten zoals de duurzaamheidslening. Ook blijkt dat de gemeente bij inwoners pas relatief laat in beeld komt wanneer zij zelf initiatieven willen ondernemen. De initiatiefnemers kijken eerst naar andere partijen die hulp kunnen bieden of voeren hun initiatief zelfstandig uit.

11. De raad krijgt veel informatie over het duurzaamheidsbeleid en de warmte- en energietransitie, maar kan deze niet altijd op waarde schatten De raad wordt door het college regelmatig geïnformeerd over het duurzaamheidsbeleid en de warmte- en energietransitie. De informatiestroom is alleen maar toegenomen, ook vanuit externe bronnen. Het risico bestaat dat de raad door het bomen het bos niet meer ziet. Er is dus behoefte aan duiding van al deze informatie.

Aanbevelingen aan het college 1. Accepteer dat de gemeentelijke rol niet vaststaat maar continu wisselt. Blijf daarom afhankelijk van waar de situatie om vraagt, zoeken naar de best passende rol. Zorg voor een helder afwegingskader om de best passende situationele rol beter te kunnen bepalen. De reeds uitgevoerde stakeholdersanalyse kan hiervoor de basis vormen. 2. Investeer in de kwaliteit van het volgende duurzaamheidsprogramma door: •

het expliciteren van korte- en lange-termijndoelen, middelen, activiteiten, actiehouders en resultaat;

•

het betrekken van partijen en partners bij het bepalen van de doelstellingen en activiteiten;

•

de voortgang op duurzaamheidsdoelstellingen meer te koppelen aan landelijke bronnen zoals de Klimaatmonitor om de voortgang daarmee beter in perspectief te plaatsen.

3. Hoewel al veel informatie aan de raad gegeven wordt, zou de raad geholpen zijn met meer duiding van deze informatie en meer duidelijkheid over de ambities in relatie tot het beschikbare budget. 4. Stimuleer nieuwe bewonersinitiatieven, door te definiëren wat hieronder precies wordt verstaan, welke rolverdeling daarbij hoort en hoe de initiatieven het beste zijn te ondersteunen. Ontwikkel hiervoor ook een afwegingskader. 5. Evalueer regelmatig met gesubsidieerde bewonersinitiatieven om de samenwerking en voortgang te bespreken. Zijn de onderlinge verwachtingen helder, wordt nog aan die verwachtingen voldaan en hoe voelt iedereen zich bij de samenwerking? 22

6. Met de Transitievisie Warmte bepaalt de gemeente niet de volgorde waarin de Hilversumse wijken aardgasvrij worden, maar wordt gekozen voor een bottom-up benadering gericht op initiatieven vanuit de samenleving. Het is dus van belang bewonersinitiatieven en individuele bewoners te betrekken door hen te informeren en wellicht te motiveren en wanneer er initiatieven komen, deze te faciliteren. Ontwikkel een kader om te bepalen in welke mate en op welke momenten bewoners inspraak hebben, hoe je deze inspraak borgt en hoe omgegaan wordt met bewonersinitiatieven. Betrek vroegtijdig de wijk, ook als nog niet alle stappen duidelijk zijn. Wees hier transparant over. 7. Ga door met het traject om onder professionele begeleiding de samenwerking met de energiecoöperaties opnieuw vorm te geven. Werk aan een meer zakelijke relatie waarbij partijen elkaar kunnen aanspreken op resultaat. Op die manier ontstaat er mogelijk ook meer duidelijkheid over de rolverdeling en de onderlinge verwachtingen en verplichtingen. Kijk daarbij naar de mogelijkheden om de lokale energiecoöperaties meer of andere taken op zich te laten nemen en de bij de coöperaties aanwezige expertise (beter) te benutten. 8. Leg de geleerde lessen van het project rond de subsidie voor het aardgasvrij maken van de Hilversumse Meent vast.

Mede gezien de druk op het ambtelijk apparaat is het zaak de opgedane (technische) kennis vast te houden.

Aanbevelingen aan de raad 9. Uit het onderzoek komt naar voren dat er veel informatie beschikbaar is over het duurzaamheidsbeleid, en de warmtetransitie in het bijzonder. Maak duidelijke afspraken met het college welke informatie u als raad met welke frequentie wenst te ontvangen zodat u uw controlerende en kaderstellende taken goed kunt uitvoeren. Hierbij valt ook te denken aan beschikbaar budget en de besteding daarvan. 10. De Transitievisie Warmte zal in het vierde kwartaal van 2021 ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. Zorg dat u geïnformeerd wordt over de sturingsmogelijkheden om de doelstellingen van Hilversum te realiseren en laat u informeren over de voortgang van de resultaten daarvan.

23

Bijlage 1: Onderbouwing beantwoording onderzoeksvragen

24

A

Gemeentelijk beleid en eigen rol

A.1

Inleiding

A.2

Landelijke kader

Dit hoofdstuk beschrijft het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Hilversum en de rol die de gemeente voor zichzelf en andere partijen ziet. Allereerst beschrijven we de landelijke en regionale ontwikkelingen in het duurzaamheidsveld (paragraaf A.2). Daarna vervolgen we met het huidige gemeentelijke beleid (paragraaf A.3) en het aankomende beleid (paragraaf A.4). Om het volledige speelveld te beschrijven trechteren we van het duurzaamheidsbeleid naar de warmtetransitie. Hierna gaan we in paragraaf A.5 in op de beleidsmatige visie van de gemeente op haar eigen rol in de energie- en warmtetransitie. Paragraaf 0 beschrijft tot slot de beleidsmatige rol die de gemeente voor andere partijen ziet.

Klimaatakkoord De Nederlandse overheid wil klimaatverandering tegengaan. Daarom heeft de regering een doel gesteld: in 2030 stoten we in Nederland bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uit dan we in 1990 deden. Om deze doelstelling te realiseren, is het Klimaatakkoord vastgesteld. Het Klimaatakkoord is een pakket aan maatregelen, met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk betrokken partijen en waarmee het doel van 49% minder CO² wordt gerealiseerd. De uitvoering van de afspraken in het Klimaatakkoord is in handen van de deelnemende partijen, waaronder gemeenten.

Transitievisie Warmte

In het landelijke Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten met betrokkenheid van stakeholders uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte hebben opgesteld voor de periode tot 2030. Dat betekent dat eind 2021 ook de gemeente Hilversum duidelijkheid moet geven welke wijken wanneer van het aardgas af gaan, welke alternatieve bronnen daarvoor zijn en hoe inwoners worden ondersteund bij de voorbereidingen daarop. Het is de bedoeling dat de visie elke vijf jaar wordt vernieuwd en zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften en ontwikkelingen in elke wijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=eb69296b-4f11-48d8-8ede-a5510adc0fc7