Beheerplan Openbare Verlichting
Tekst van het document
A.7
Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CEmarkering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. De gemeente schaft alleen producten aan die voorzien zijn van het CE-keurmerk.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
24
Vanuit Europese regelgeving is een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. Het verantwoord verwerken van vrijgekomen gasontladingslampen, door de onderhoudsaannemer, is geregeld in het onderhoudsbestek.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
25
B B.1
Richtlijnen Aanvullend op de wettelijke kaders zijn er nog richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun (OVL)-beleid hanteren. Voorbeeld hiervan zijn de Nederlandse praktijk richtlijn voor de kwaliteitscriteria openbare verlichting (NPR 13201).
Richtlijn openbare verlichting Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid dienen. In het bijzonder de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt. De NSVV heeft in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de NPR is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de toepassing van verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering, zoals de LED-lampjes in een fietspad. Met de nieuwe NPR zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De richtlijn wordt in veel gemeenten als leidraad voor de OVL gehanteerd.
Het soort openbare verlichting wordt bepaald door de gemeentelijke gebiedsindeling en de functie van de weg (verkeer of verblijf). Om de kwaliteit van de verlichting te bepalen bevat de NPRdetermineertabellen. Op basis van de inrichting, het doel en het gebruik van de openbare ruimte wordt een indicatie gegeven voor de te hanteren verlichtingsklasse. Voor de afweging om te verlichten en met welk lichtniveau, en als om verkeers- en/of sociale veiligheid toch verlichting noodzakelijk is, worden de determineertabellen uit de richtlijn NPR-13201 gehanteerd. De Gemeente Hilversum conformeert zich aan de NPR. Bij groot onderhoud en wijziging van de inrichting van de straat zal het nieuwe ontwerp zoveel als mogelijk voldoen aan deze uitgangspunten.
B.2
Richtlijn lichthinder Lichthinder is de overlast die mensen en dieren hiervan ondervinden. Lichthinder is een subjectief begrip. Wat de één als prettig ervaart, ervaart een ander als vervelend. De richtlijn NPR 13201 en Richtlijn Lichthinder van de NSvV geven een gemeente houvast om naar een standaard te werken. Het blijft natuurlijk vervelend als inwoners klagen over hinder van verlichting in woningen of weggebruikers verblind worden bij nieuw geplaatste verlichting. Deze lichthinder kan vaak voorkomen worden door in het ontwerp deze zaken goed te betrekken. Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door gebruik van kunstlicht. Lichtvervuiling is een vrij recent fenomeen. Het overvloedig verlichten van allerhande plaatsen veroorzaakt ecologische schade. Nachtverlichting, zoals verlichting van snelwegen en straten, gebouwen, objecten en assimilatieverlichting in de glastuinbouw, kan het biologische dag- en nachtritme van mensen en dieren verstoren. Planten worden beïnvloed in hun groeiwijze.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
26
Met ontwerpen en het installeren van uitbreidingen en vernieuwingen aan de openbare verlichtingsinstallatie zal, voor zover mogelijk, lichtvervuiling beperkt worden door: Het alléén plaatsen van verlichting als dit volgens bestaande richtlijnen noodzakelijk is; Het alléén daar aanbrengen van licht waar het functioneel is, dus waar het bijdraagt aan verkeers- en sociale veiligheid of aan oriëntatie; Het plaatsen van armaturen voor het aanlichten van objecten zo dicht mogelijk bij het object dat moet worden verlicht; Het voorkomen van opwaarts gericht licht; Het in acht nemen of reguleren dat daar waar lichtreclame aanwezig is, deze in het totaalbeeld de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overschrijdt; Het treffen van voorzieningen om de instraling van licht in woningen te beperken; Het dimmen van de openbare verlichting op hoofdwegen en doorgaande wegen (tussen 23.00 en 07.00 uur); Het toepassen van alternatieven voor verlichting; Het gedurende een deel van de nacht doven van het aanlichten van monumentale gebouwen en kunstwerken door middel van selectieve sturingsprogramma's. De gemeente wil lichthinder voorkomen door bij het ontwerp instralen in woningen en verblinding van weggebruikers zo veel mogelijk te voorkomen, en weegt de Richtlijnen mee in het ontwerp. Lichtvervuiling wordt tegengegaan door materialen te gebruiken die lichtvervuiling voorkomen.
Lichtvervuiling wordt tegengegaan door, waar mogelijk, verlichting in natuurgebieden en buitengebied niet toe te passen.
B.3
Gedragscode Lichtberekeningen Er bestaan geen uniforme regels voor het opstellen en berekenen van lichtplannen. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan over de interpretatie van de uitkomsten van het plan. Om de uitkomsten van een lichtplan goed te interpreteren, en om lichtberekeningen onderling te kunnen vergelijken, heeft de NSVV een gedragscode ontwikkeld. Lichtberekeningen die volgens de gedragscode zijn opgesteld gebruiken dezelfde rapportagetemplate, en is daardoor vergelijkbaar met andere berekeningen. De NSVV ziet steekproefsgewijs toe op toepassing van de gedragscode.
B.4
Sociale veiligheid Het gevoel van veiligheid ontstaat vooral als de openbare ruimte als overzichtelijk wordt ervaren. Dit houdt onder meer in dat men voetgangers op voldoende afstand kan herkennen en men hun intenties kan inschatten. Deze overzichtelijkheid ontbreekt als het zicht niet vrij is. Denk aan pilaren in een tunnel of donkere struiken. Er moet afstemming zijn tussen de openbare ruimte en de verlichting. Naast de verlichtingssterkte speelt gelijkmatigheid van het licht een belangrijke rol. Als er veel donkere plekken in een verder verlicht oppervlak zijn, wordt dit als onveilig ervaren. De onderlinge mastafstand is bepalend voor de gelijkmatigheid van de verlichting.
B.5
Verkeersveiligheid Goede openbare verlichting stelt weggebruikers in staat zich veilig te verplaatsen, waarbij medeweggebruikers het verloop van de weg, obstakels en oneffenheden van het wegdek en goed kunnen worden waargenomen. Ook hier is gelijkmatigheid van de verlichting weer van belang. Als deze sterk varieert, beïnvloedt dit negatief het waarnemingsvermogen van de weggebruiker door het aanpassingsvermogen van het oog. Naast gelijkmatigheid is het niveau van de verlichting een belangrijke variabele. Het verlichtingsniveau wordt aangepast aan de wegcategorie en de verkeerssituatie. Drukke doorgaande wegen verlangen een hoger verlichtingsniveau dan wegen die minder vaak gebruikt worden. Daarnaast wordt het verlichtingsniveau vaak verhoogd bij conflictgebieden, denk aan kruispunten of voetgangersoversteekplaatsen. Goede verlichting kan een onoverzichtelijke situatie een stuk veiliger maken. Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
27
B.6
Leefbaarheid Leefbaarheid heeft betrekking op herkenbaarheid, sfeer en/of het benadrukken van het bijzondere karakter van de openbare ruimte. Dit wordt bevorderd als gebruikers van de ruimte zich prettig voelen en de behoefte ervaren om in de ruimte te zijn. Het bijzondere karakter van de openbare ruimte kan zowel in donkere als in lichte momenten met behulp van de verlichtingsmaterialen tot uitdrukking worden gebracht. Denk aan het plaatsen van klassieke lichtmasten in een historische omgeving of aan plaatsing van modern vormgegeven verlichting op een recent ontwikkeld plein. Functionele verlichting beïnvloedt de leefbaarheid; negatief als de installatie niet functioneert (niet brandend, scheef en/of beschadigd) en positief als het onderhoud netjes wordt bijgehouden. Verlichting kan sfeer verhogend werken door middel van een weloverwogen lichtkleur. Het aanlichten van gebouwen en het gebruik van bijzondere verlichting zal de kwaliteit en de leefbaarheid van de openbare ruimte verbeteren.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
28
C C.1
Duurzaam Klimaatakkoord Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen, het zogenaamde “Energieakkoord”, vastgesteld die impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL-installatie. Naar schatting verbruikt OVL in ons land 1,5 procent3 van de elektriciteit, waarvan het overgrote deel voor de gemeentelijke OVL. Dit is dan ook voor de meeste gemeenten de grootste elektriciteitsverbruiker. Volgens het (voormalige) projectbureau energiebesparing in de GWW bestaat de gemeentelijke elektriciteitsrekening namelijk gemiddeld uit: 10% voor de gebouwen 60% voor de openbare verlichting 30% overige verbruikers. Gemeenten kunnen dus zelf een concrete en realistische bijdrage leveren aan het realiseren van het Energieakkoord. In het SER-Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. Deze afspraken zijn met meer dan honderd partijen gemaakt, waaronder veel partijen uit het Energieakkoord.
De landelijke ambitie voor OVL is om in het jaar 2030, minimaal 50% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013. Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2emmissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Inkoop van duurzame energie; Verminderen van het verbruik. Ongeveer 60% van de gemeentelijke energierekening gaat naar OVL. Deze energie wordt via een Europese openbare aanbesteding ingekocht. Van Gemeente Hilversum is geen jaarverbruik volgens opgave voor de Energiemonitor op peildatum 1 januari 2013 bekend. Het berekende jaarverbruik op peildatum april 2022 is 1.848.000 kWh. Gezien de verduurzaming die sinds 2013 plaats vindt (de gemeente past sindsdien uitsluitend LEDarmaturen toe) zal het verbruik in 2013 aanzienlijk hoger zijn geweest. Een voorzichtige schatting gaat uit van 25% energiebesparing van LED-t.o.v. conventionele verlichting en het energieverbruik van de momenteel aanwezige LED-armaturen van 1.000.000 kWh. Het geschatte energieverbruik in 2013 is dan ongeveer 2.200.000 kWh en de besparing in 2022 ten opzichte van 2013 is dan 16%.
3 bron: www.duurzamebedrijfsvoeringoverheden.nl/locaties/openbareverlichting
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
29
De gemeente controleert de energierekeningen en vergelijkt het opgegeven verbruik met het verbruik op basis van abstracte berekening van de installatie. Energie besparen (verminderen van het gebruik) kan worden bereikt op verschillende manieren: Toepassing van zuinige ledverlichting, met behoud van verlichtingskwaliteit. Dimmen; Saneren van verlichting. De prognose voor het energieverbruik in 2027, als alle armaturen zijn vervangen door een energiezuinige (dimbare) LED-variant is ongeveer 1.404.000 kWh. Dat is een besparing van 24% ten opzichte van het huidige verbruik.
C.2
Ledverlichting Voor het toepassen van ledverlichting binnen de OVL zijn er geen belemmeringen meer als het gaat om licht- en elektrotechnische aspecten. Er zijn geen hogere investeringskosten dan bij toepassing van conventionele systemen, terwijl de exploitatiekosten (energie- en onderhoudskosten) lager zijn. Toepassing van conventionele materialen is momenteel geen keuze meer. Continuering van de ingezette beleidslijn om LED-armaturen te plaatsen, leidt tot de meest optimale energiereductie. De gemeente gaat door met de uitrol van LED-armaturen bij nieuwbouw, incidentele vervanging bij schade en defecten, en geplande vervangingen bij einde economische levensduur.
C.3
Dimmen De meeste moderne armaturen zijn standaard voorzien van statische dimmogelijkheid (vast tijdstip) en worden af fabriek met een standaard dimprotocol geleverd. Door het dimmen van verlichting wordt energiebesparing bereikt. Bij het standaard dimregime wordt gemiddeld ca. 25% - 40% aan energie op het totaalverbruik bespaard (afhankelijk van het toegepaste dimregime en lamptype). Dimmen kan ook dynamisch worden uitgevoerd. Met softwaresystemen kan het dimmen op afstand aangestuurd worden (connectiviteit) en met sensoren kan het lichtniveau aangepast aan het gebruik van de weg. Dit heeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op externe factoren zoals calamiteiten, weersomstandigheden en verkeersintensiteiten. Een nadeel is de (nog) hoge investeringskosten voor het systeem. Bij vervanging naar LED-armaturen past de gemeente sinds een aantal jaren op hoofdwegen en doorgaande wegen dimmen met dimregime K15 toe. De verlichting wordt van 23:00u tot 06:00u gedimd naar 75%. Openbare ruimte Verblijfsfunctie Wijkontsluitingswegen Stroomwegen Industriegebied Buitengebied 4 Historische kern Centrumgebied, Uitgaansgebied, Toeristisch gebied
Dimmen Nee Ja Ja Ja Ja Nee n.t.b. 5
4 Zie uitgangspunten Ontwerp (D.1) 5 Ter beoordeling van de beheerder OVL
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
30
Bij vervanging van armaturen kiest de gemeente voor statisch dimmen om het energieverbruik verder terug te dringen, met uitzondering van verblijfsgebieden en historische kernen. In centrumgebieden, uitgaansgebieden en gebieden met een toeristisch karakter zal per situatie beoordeeld worden of de verlichting gedimd wordt.
C.4
Stabiliteitsmeting De openbare verlichting heeft een theoretische levensduur. De lichtmasten worden afgeschreven in maximaal 40 jaar, de armaturen in maximaal 20 jaar. Het werkelijke vervangingsmoment wordt bepaald door het resultaat van de visuele en kwalitatieve inspectie van de lichtmast door middel van stabiliteitsmeting, uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. De technische levensduur is mede afhankelijk van de locatie van de lichtmast en de bodemgesteldheid. Lichtmasten worden periodiek op stabiliteit beproefd, het meetbedrijf geeft minimaal zes jaar garantie op stabiliteit. Door stabiliteitsmeting structureel onderdeel van beheer en onderhoud te maken, wordt het vervangingsmoment van lichtmasten verantwoord uitgesteld op basis van de verleende garantie en wordt duurzaam gebruik van materialen bevorderd. De gemeente maakt structureel gebruik van stabiliteitsmetingen om de toestand van lichtmast ouder dan 40 jaar te bepalen.
C.5
Circulariteit De geleidelijke ontwikkeling naar een circulaire economie krijgt meer snelheid en klinkt ook door in de OVL. De ambitie van de Rijksoverheid is dat Nederland in 2050 100% circulair is. De circulaire economie is een economie waarin geen afval meer is, in tegenstelling tot de lineaire economie. Alles wordt in een circulaire economie opnieuw gebruikt als grondstof. Door schaarste wordt de noodzaak om grondstoffen in de keten te houden steeds groter. Circulariteit gaat verder dan recycling. Circulariteit kijkt verder de toekomst in. Kan het product aan het einde van de levensduur opnieuw in de keten worden genomen en daarna nogmaals. Er zijn meerder rollen/taken die een gemeente op zich kan nemen om de circulaire economie te stimuleren. Bijvoorbeeld bij het inkopen van producten en diensten.
C.6
Maatschappelijk verantwoord inkopen Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) betekent dat naast de prijs van de producten, diensten of werken ook wordt gelet op de effecten van de inkoop op milieu en sociale aspecten. Duurzaam inkopen wordt ook wel maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) genoemd. Via PIANOo, het expertisecentrum voor aanbesteden, worden deze criteria kenbaar gemaakt aan de gemeenten en periodiek bijgesteld. Deze criteria bieden de mogelijkheid om een energiebesparingsdoelstelling en een ontwerp- en inkooprichtlijn te definiëren. Voor de productgroep openbare verlichting betreft het hier in hoofdzaak: Toepassen van dimbare ledverlichting als uitgangspunt; Levensduur van verlichting; Beperking van lichthinder. De lichtuitstraling van de OVL-installatie moet vallen binnen de grenswaarden als gesteld in de Richtlijn Lichthinder van de NSVV; De installatie is energiezuinig. Vergelijking en beoordeling van het energieverbruik van armaturen in de gebruiksfase, uitgedrukt in kWh/jaar. OVL-installatie bestaat uit recyclebare of hernieuwbare materialen. Passende duurzaamheidscriteria worden meegenomen bij aanbesteding van werken voor de openbare verlichting.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
31
D D.1
Ontwerp, aanleg en materialen Ontwerp De gemeentelijke gebiedsindeling en de functie van de weg (verkeer of verblijf), is leidend voor het soort openbare verlichting; Voor de afweging om te verlichten en met welk lichtniveau, en als vanwege de verkeersen/of sociale veiligheid toch verlichting noodzakelijk is, worden de determineertabellen uit de richtlijn NPR-13201 gehanteerd; De openbare verlichting wordt in overeenstemming met de Nederlandse richtlijn (NPR 13201:2017) geplaatst, en streeft de minimale waarden per verlichtingsklasse uit deze richtlijn na; Bij het aanbrengen van openbare verlichting wordt rekening gehouden met de richtlijn Lichthinder van de NSvV, om overlast voor de omgeving te beperken; De gemeente overweegt verlichting in het buitengebied alleen op die locaties waar dit voor de verkeersveiligheid nodig is, waar de eigen voertuigverlichting en andere mogelijkheden (zoals inrichting van de weg en markering) niet voldoende verkeersveiligheid bieden. Deze verlichting vormt dan een uitzondering, zoals bij kruisingen, zijwegen, inritten en onoverzichtelijke bochten en zal een oriënterend karakter hebben; Bij de vervanging van de bestaande lichtmasten streeft de gemeente er zo veel mogelijk naar dat de bestaande locatie wordt hergebruikt, om hogere kosten te voorkomen.
Als de openbare ruimte integraal wordt aangepast, kan herverdeling van lichtmasten wel plaatsvinden; Voor centrum-, winkel- en wandelgebieden kunnen afwijkende ontwerprichtlijnen op basis van beeldkwaliteit toegepast worden; Openbaar gebied met een recreatief karakter zoals natuurgebied, recreatieve wandelpaden, speelvoorzieningen, parken en honden uitlaatplekken worden niet verlicht; Verlichting op parkeerterreinen bij sportaccommodaties wordt verlicht volgens klasse P4. Deze verlichting wordt niet gedimd; De gemeente verlicht geen particulier terrein; In strijdige situaties prevaleert de veiligheid en het algemeen belang; Afwijkingen op de ontwerprichtlijnen worden uitsluitend in overleg en na goedkeuring van de beheerder/beleidsmedewerker OVL uitgevoerd.
D.2
Aanleg De gemeente volgt de richtlijnen NEN1010 en NEN3140 voor de elektrische veiligheid bij aanleg en instandhouding van haar areaal, voor het deel waar zij aansprakelijk voor is, en voert periodiek inspecties uit; Aanleg, beheer en onderhoud van het aanlichten van panden en/of objecten, inclusief de scherpers en projectie op het Marktterrein, is niet in het beheer van openbare verlichting opgenomen; Aanleg, beheer en onderhoud van het (eigen) DC voedingsnet in Loosdrecht is niet in het beheer van openbare verlichting opgenomen; Lichtmasten zoveel als mogelijk plaatsen waar geen belemmering van de lichtbundel op kan treden (niet te dicht bij een kunstwerk of boom); Lichtmasten zoveel als mogelijk plaatsen waar bewoners geen lichthinder ondervinden (niet ter hoogte van ramen ed.), lichtmasten plaatsen ter hoogte van de scheiding van perceelgrenzen; Indien sprake is van lichthinder in woningen, worden passende maatregelen getroffen; De onderlinge lichtmastafstand dient zoveel als mogelijk constant te zijn. Als het niet mogelijk is de onderlinge lichtmastafstand constant te houden (vanwege b.v. in- en uitritten) dient er een geleidelijke overgang in onderlinge lichtmastafstand te zijn; Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
32
Indien mogelijk altijd een lichtmast plaatsen recht tegenover een zij- / dwarsstraat; De eerste lichtmast in de straat op maximaal 10m vanaf de zij- / dwarsstraat plaatsen; Lichtmasten niet dichter dan 7m bij een stam van een boom. Wanneer de bomen van categorie 3 zijn mogen de lichtmast 3m uit de stam staan; Lichtmasten zoveel als mogelijk positioneren op locaties waar de kans op parkeer- of andere schade zo minimaal mogelijk is; Binnen de bebouwde kom de lichtmast plaatsen op 0,6m vanuit de wegverharding, tussen perceelgrens en lichtmast moet minimaal nog 0,9m beschikbaar te blijven. Wanneer dit niet mogelijk is dient de lichtmast tegen de perceelgrens te worden geplaatst of op minimaal 0,3 m van de gevel; Buiten de bebouwde kom de lichtmasten op 0,5m vanuit de wegverharding plaatsen; Lichtmasten met lichtpunthoogte van 3-5m met een (rondstralend) paaltoparmatuur dienen bij voorkeur op een afstand van tenminste 3m van gevels geplaatst te worden. Wanneer dit niet mogelijk is, dan dient de lichtmast tegen de perceelgrens geplaatst te worden, indien mogelijk voor een ‘blinde’ gevel. Indien er geen ‘blinde’ gevel aanwezig is en er ontstaat lichthinder in woningen, dan maatregelen treffen in het afschermen van de lichtbundel; Straten met een toegang tot achterpaden dienen, in nieuwbouwplannen, ter hoogte van de achterpaden voorzien te worden van een lichtpunt.
Achterpaden worden niet door de gemeente verlicht; Afwijkingen op de ontwerprichtlijnen worden uitsluitend in overleg en na goedkeuring van de beheerder/beleidsmedewerker OVL uitgevoerd.
D.3
Lichtmasten De lichtmast is de drager van het armatuur en de lichtbron. Lichtmasten kunnen geproduceerd worden van gietijzer, hout of kunststof maar gebruikelijk is staal of aluminium. De Gemeente Hilversum heeft er in het verleden voor gekozen om hoofdzakelijk stalen lichtmasten toe te passen. Zij heeft deze keuze gemaakt omdat deze lichtmasten robuust zijn en daardoor duurzamer, bij kleine aanrijdschades hoeft de lichtmast niet direct te worden vervangen. Het ziet er verzorgd uit als deze lichtmasten periodiek (eens per 7 jaar) worden geschilderd. Lichtmasten van gietijzer worden geschilderd op basis van toestandscontrole. Overige uitgangspunten: De gemeente hanteert, op basis van de gemeentelijke gebiedsindeling, standaarden voor lichtmasten: Op wegen met een verblijfsfunctie worden paaltopmasten toegepast (lichtpunthoogte 4-5m); Op wijkontsluitingswegen worden lichtmasten met uithouder toegepast (lichtpunthoogte 6-8m); Op stroomwegen worden lichtmasten met uithouder toegepast (lichtpunthoogte 8m); Op industrieterreinen worden lichtmasten met uithouder toegepast (lichtpunthoogte 6-8m); In het buitengebied worden lichtmasten met uithouder toegepast (lichtpunthoogte 6-8m); In gebieden met een historische achtergrond kunnen klassieke lichtmasten worden toegepast; In centrumgebieden, uitgaansgebieden en gebieden met een toeristisch karakter kunnen specials toegepast worden.
Klassieke lichtmasten van gietijzer worden, op basis van toestandscontrole, gerenoveerd.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
33
D.4
Armaturen In de afgelopen 15 jaar zijn bijna alle Nederlandse gemeenten overgestapt op LED-armaturen. In principe worden er geen conventionele armaturen meer geplaatst. Een aantal jaren geleden waren de prijzen van dit type armaturen nog flink hoger dan conventionele versies. Inmiddels is dit niet meer het geval, integendeel, LED-armaturen zijn inmiddels goedkoper dan conventionele. Dit komt met name doordat er meer concurrentie is en de productie verplaatst is naar lageloonlanden. De gemeente beschikt over een beperkt aantal decoratieve antieke gietijzeren lichtmasten voorzien van decoratieve armaturen. Deze decoratieve armaturen kunnen vaak goed geconserveerd worden en het loont om deze te renoveren en te voorzien van een LED-lichtbron. Overige uitgangspunten: De gemeente hanteert, op basis van de gemeentelijke gebiedsindeling, standaarden voor armaturen: Op wegen met een verblijfsfunctie worden kegelarmaturen toegepast; Op wijkontsluitingswegen worden kofferarmaturen toegepast; Op stroomwegen worden kofferarmaturen toegepast; Op industrieterreinen worden kofferarmaturen toegepast; In het buitengebied worden kofferarmaturen toegepast; In gebieden met een historische achtergrond kunnen klassieke armaturen worden toegepast.
In centrumgebieden, uitgaansgebieden en gebieden met een toeristisch karakter kunnen specials toegepast worden; Alle nieuw te plaatsen kofferarmaturen zijn D4i-gecertificeerd en (af-fabriek) voorzien van een Zhaga-connector; Alle nieuw te plaatsen kofferarmaturen op wijkontsluitingswegen, stroomwegen, industriewegen en in het buitengebied zijn D4i-gecertificeerd en (af-fabriek) voorzien van een Zhaga-connector en OLC voor connectiviteit; Alle nieuw te plaatsen kegelarmaturen zijn, indien mogelijk, D4i-gecertificeerd en (affabriek) voorzien van een Zhaga-connector; Nieuw te plaatsen armaturen kunnen, op aangeven van de beheerder/beleidsmedewerker OVL, (af-fabriek) worden voorzien van een tweede Zhaga-connector voor toepassing van sensoren.
D.5
Lichtkleur Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de invloed van lichtkleur op mens en dier. Dat de kleur van kunstlicht invloed heeft op mens en dier is al langer bekend. Op dit moment lopen er enkele onderzoeken naar de invloed van licht en dan met name de kleur op mens en natuur. De opkomst van ledverlichting in haar verscheidende kleuren is hier mede aanleiding voor. Proeven tonen aan dat de invloed van kunstlicht op fauna sterk verminderd kan worden door licht van een aangepast spectrum. Onderzoek wijst uit dat wit licht de toekomst heeft. Wit licht biedt duidelijk allerlei voordelen ten opzichte van bijvoorbeeld geel of oranje licht. Om te beginnen wordt de ruimte als helder en natuurlijk ervaren. Verschillende praktijkonderzoeken hebben aangetoond dat men in overgrote meerderheid wit licht prettiger vindt. Het natuurlijk en helder ervaren van de ruimte geeft ook een algemeen gevoel van meer veiligheid. Het eerder herkennen van gezichten en andere details kan misdadigers afschrikken en resulteert ook in duidelijkere opnamebeelden (bijvoorbeeld bij gebruik van bewakingscamera ‘s). Kleuren zijn bij het witte licht levensechter en dat maakt dat alles ook scherper te zien is. Wit licht is ook duurzamer en gebruikt minder energie.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
34
De gemeente hanteert de volgende lichtkleur per gebied: Openbare ruimte Verblijfsfunctie Wijkontsluitingswegen Stroomwegen Industriegebied Buitengebied 6 Historische kern Centrumgebied, Uitgaansgebied, Toeristisch gebied
Lichtkleur [Kelvin] 3.000 4.000 4.000 3.000 4.000 7 ≤ 3.000 n.t.b. 8
Vanwege verkeersveiligheid, gezichtsherkenning en sfeer kiest de gemeente in principe voor wit licht: - 3.000 Kelvin in gebieden met een woon- of verblijffunctie, - 4.000 Kelvin in gebieden met een verkeersfunctie, - in centrumgebieden, historische kernen en plusgebieden kan vanwege het specifieke karakter een andere (warmere) lichtkleur overwogen worden (≤ 3.000 Kelvin), afgestemd op de omgeving.
D.6
Aanstraling en lichtarchitectuur Een gebouw, kunstwerk of andere kenmerkend object in de openbare ruimte kan bij donkerte worden aangelicht. Het doel hiervan is om de openbare ruimte bij donkerte aantrekkelijker te maken voor de gebruiker. Bij aanstraling of illuminatie is licht het middel om het object zichtbaar te maken. Aanstraling is onderdeel van lichtarchitectuur. Lichtarchitectuur is het verfraaien van de openbare ruimte en met name de bijzondere plekken en gebouwen. Met de komst van LED en connectiviteit op afstand is het nu mogelijk om nieuwe creatieve technische toepassingen te bedenken. Aanstraling van gebouwen valt onder het beheer van gemeentelijke gebouwen en niet onder het beheer van openbare verlichting. Lichtarchitectuur wordt - op locaties die er zich voor lenen - in de planvorming overwogen. De gemeente maakt vervolgens een keuze op basis van kosten en wenselijkheid.
D.7
Reclameverlichting en “vreemde gebruikers” Gemeente Hilversum heeft reclameverlichting aan lichtmasten. Een aantal lichtmasten voorzien van banieren, bloembakken of (aansluiting voor) feestverlichting. Voor het aanbrengen van banieren, bloembakken en feestverlichting is geen beleid bepaald, dit zijn afspraken die in het verleden zijn gemaakt met ondernemersverenigingen. De gemeente staat ook apparatuur voor tijdelijke gebruik toe aan haar lichtmasten, zoals camera’s en verkeerstellers, maar biedt hiervoor geen structurele infrastructuur.
6 Zie uitgangspunten Ontwerp 7 Andere lichtkleur mogelijk bij hinder voor flora en fauna 8 Ter beoordeling van de beheerder OVL
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
35
In alle gevallen wordt een aanvraag voor door de beheerder OVL beoordeeld op constructie en geschiktheid van de lichtmast. De installatieverantwoordelijke van de gemeente stelt kaders aan de mechanische belasting voor de mast, de elektrische eigenschappen van de aansluiting en het aan te sluiten object. Ieder object dient vanwege de elektrische veiligheid apart gezekerd te zijn. Bij het plaatsen van objecten aan de lichtmast moet voldaan worden aan onderstaande technische randvoorwaarden: De objecten moeten apart worden gezekerd boven het aansluitblok van de openbare verlichting; De objecten mogen uitsluitend geplaatst worden op daarvoor constructie technisch berekende lichtmasten; De verlichte objecten dienen van ledverlichting te zijn voorzien; Toepassen tape onder de bevestigingsklemmen om beschadiging van de lichtmast te voorkomen. De installatieverantwoordelijke is ten alle tijden bevoegd de randvoorwaarden aan te passen op basis van nieuwe/gewijzigde inzichten of regelgeving.
D.8
Sportveldverlichting Het beheer van sportveldverlichting, inclusief de accommodatie is in het beheer van het sportveld opgenomen en valt niet onder openbare verlichting. De verlichting op de parkeerterreinen bij, en toegangswegen naar sportaccommodaties valt wel onder het beheer van de openbare verlichting en wordt volgens de uitgangspunten van dit beheerplan ontworpen en onderhouden.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
36
E E.1
(Kosten)efficiënt beheer Regie en organisatie De gemeente is verantwoordelijk voor beleidsvorming en budgetbeheer met betrekking tot OVL. Als opdrachtgever is de gemeente verantwoordelijk voor het budget en worden overeenkomsten gesloten met derden voor projecten en onderhoud van OVL. Daarnaast is de gemeente het kenniscentrum voor strategisch beheer en verzorgt ambtelijke en bestuurlijke communicatie, en is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare verlichting (storingsmanagement en areaalmutaties), het voorbereiden van werkzaamheden, het verlenen van de opdrachten en contractmanagement. Het kan zijn dat een lichtmast wordt aangereden. Als de veroorzaker bekend is - of wordt - dan kan deze verhaald worden op zijn verzekeraar. Als de veroorzaker onbekend blijft en de gemeente kan aantonen dat de schade is veroorzaakt door een motorvoertuig, dan kan deze schade - onder bepaalde voorwaarden - worden verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Voor deze schades wordt een eigen risico van € 250,- per schade in rekening gebracht. De gemeente voert regie, bijgestaan door marktpartijen. Het operationeel beheer wordt door de gemeente zelf uitgevoerd, incidenteel bijgestaan door marktpartijen. Er vindt controle op de kosten van de aannemer plaats, en wordt er steekproefsgewijs controle gedaan op de uitvoering. Het schadeverhaal is extern belegd.
Aanrijdschades worden - zoveel mogelijk - verhaald op de veroorzaker. Als deze onbekend blijft, worden schades verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer. De kosten die worden verhaald, zijn de concrete kosten uit het onderhoudsbestek.
E.2
Onderhoud Om de OVL-installatie in een goede staat te houden, wordt deze onderhouden. Het onderhoud van de OVL wordt door een onderhoudsaannemer uitgevoerd. Deze werkzaamheden worden in principe elke vier jaar met een aanbesteding in de markt gezet. Bij het onderhouden van een installatie wordt rekening gehouden met de duurzaamheidscriteria ten aanzien van energieverbruik en belasting van het milieu: Het zo veel als mogelijk gecombineerd uitvoeren van werkzaamheden met overige disciplines (bv het gebruik maken van wegafzettingen); Het, op basis van kosten, baten en kwaliteit, planmatig en groepsgewijs vervangen van verlichtingsmiddelen op het meest economische moment (risico-gestuurd asset beheer); Het toepassen van milieuvriendelijk geproduceerde materialen; Het kiezen voor kwalitatief duurzame lichtmasten, armaturen en materialen; Het zo veel als mogelijk hergebruiken van de vrijkomende materialen; Het afvoeren van lampen en elektronische onderdelen naar een erkende verwerker. De installatiekwaliteit wordt gecontroleerd bij monitoring tijdens incidentele storingen en bij specifieke meldingen. In het contract met de onderhoudsaannemer zijn de volgende prestatie-eisen afgesproken: Urgente meldingen zoals schadegevallen. De aannemer krijgt een melding en gaat zo spoedig mogelijk (binnen 2 uur) ter plaatse (24/7).
Binnen vijf werkdagen dient er altijd een functioneel verlichtingsobject te zijn, eventueel met tijdelijke materialen. Reguliere meldingen en meldingen aan het ondergrondse eigen net met hoge prioriteit. De aannemer dient te zorgen dat de verlichting te allen tijde functioneert. Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
37
Reguliere meldingen met lage prioriteit. De aannemer dient de storingen binnen 5 werkdagen te verhelpen. De onderhoudsaannemer dient reguliere (bovengrondse) storingen met lage prioriteit binnen vijf werkdagen te verhelpen. Reguliere storingen en storingen aan het eigen net met hoge prioriteit dienen direct te worden hersteld, zodat de verlichting te allen tijde functioneert. Acute meldingen, zoals schadegevallen worden direct (binnen 2 uur veiligstellen) opgepakt. Binnen vijf werkdagen functioneel herstel van schades, eventueel met tijdelijke materialen. Als de oorzaak van een storing zich in het ondergrondse net van Liander bevindt, wordt de storing bij Liander gemeld. Afhandeling van deze ondergrondse storingen geschiedt buiten de beïnvloedingssfeer van de onderhoudsaannemer. De verwachte oplosdatum van een storing wordt via de OVL-portaal van Liander gecommuniceerd. Hoewel het voor de gemeente altijd mogelijk is om bepaalde storingen extra prioriteit te geven, kan de doorlooptijd van complexere ondergrondse storingen langer zijn vanwege de inzet van specifiek personeel en materieel (meetploeg en meetwagen).
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
38
F
Innovaties
F.1
De lichtmast staat er toch, wat kan er nog meer aan?
F.1.1
Slimme verlichting (smart lighting) Vanaf de introductie van LED-armaturen in 2008 heeft het gebruik van LED een vlucht genomen. In minder dan 10 jaar tijd is de gehele OVL-vervangingsmarkt overgegaan van conventionele verlichting naar ledverlichting. Achtergrond hiervan zijn de duidelijke voordelen van ledverlichting. Deze voordelen zijn met name de lagere exploitatiekosten. Het op afstand aansturen van verlichting via het internet kent ongeveer eenzelfde ontstaansmoment. De overgang naar deze slimme verlichting heeft een veel minder snelle ontwikkeling doorgemaakt.
F.1.2
Voordelen slimme verlichting Nieuwe technologie verandert het beheer van de openbare verlichtingsinstallatie. Door connectiviteit via het internet is het mogelijk op afstand openbare verlichting te besturen. Dit maakt het mogelijk om vanachter een computer te communiceren met het lichtpunt. Met behulp van deze technologie kan: Online het verlichtingsniveau worden gedimd, eventueel dynamisch via sensoren; Het energieverbruik per lichtmast exact worden vastgesteld; Storingen automatisch worden gesignaleerd. Met behulp van dergelijke systemen kan het energieverbruik verder naar beneden worden gebracht. Doordat storingen online kunnen worden waargenomen, zijn aan/uit controles (schouw) niet meer nodig en kunnen storingen snel worden verholpen. Gevolg is dat een groter deel van de installatie dan nu het geval is - ook daadwerkelijk doet waarvoor zij is neergezet. In onderstaande tabel zijn de voordelen uitgewerkt. Deze voordelen zijn geclusterd in vijf categorieën, omdat sommige voordelen in elkaars verlengde liggen. Ook is per voordeel aangegeven of het voordeel een kostenbesparing oplevert (Euro), of dat de toepassing leidt tot meer duurzaamheid, veiligheid of comfort. Waarbij comfort betrekking heeft op de eindgebruiker, maar ook op comfort of gemak van de gemeente of de beheerder zelf.
€uro Storingen real time zichtbaar / bekend Alle kapotte verlichting sneller bekend (én opgelost) Minder meldingen bij het KCC van de gemeente Schouwrondes niet meer nodig Gericht oorzaak van de storing bekend Dim mogelijkheden / Real time verlichten Makkelijker om meer te gaan dimmen Verlichten op basis van bijv. verkeersintensiteit Evenementen verlichten Incidenten verlichten Kleuren verlichting Areaalgegevens automatisch beschikbaar / bijgewerkt Handmatig inventariseren niet meer nodig Handmatig muteren niet meer nodig Voorspelbaar onderhoud Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen Investeren in oplossingen voor de toekomst Ervaringen opdoen Imago Infrastructuur voor smart city
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
39
Duurzaam
X X X X X X X
Veilig
Comfort
X X
X X X
X X
X X X X X
X X X
X
X
X X X
Opvallend is dat sommige voordelen zeer concreet zijn en direct worden gerealiseerd. Denk aan ”Alle kapotte verlichting sneller bekend” en dat sommige van de genoemde voordelen meer een opmaat zij tot mogelijkheden in de toekomst. Denk aan “Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen”.
F.1.3
Nadelen slimme verlichting Naast de voordelen zijn ook de nadelen in beeld gebracht. Ook deze zijn in onderstaande tabel geclusterd in categorieën: €uro Risico's Risico op meer (i.p.v. minder) storingen Risico op meer (onvoorziene) kosten Risico op het niet voldoen aan de verwachtingen Onzekerheid over de toekomstvastheid van de techniek Beperkt aantal succesvolle implementaties Complexiteit Nieuwe technieken, nieuwe problemen Kennis en vaardigheden van de OVL aannemer Meer complexiteit en dus meer kansen op fouten Moeilijk om te kiezen uit het grote aanbod van oplossingen Extra investeringen Eenmalige kosten Doorlopende kosten Het is anders (dan gewend) Wat betekent dit voor het werk van de OVL beheerder Onbekend maakt onbemind
F.1.4
X X X X
Duurzaam
Veilig
Comfort
X
X X X X
X X X
X X X
X X X X
Investering en opbrengsten Aan de hand van de analyse van de voor- en aandelen moet worden gekeken naar de investeringen en de opbrengsten. Uit de analyse blijkt dat de hoogte van de investeringen afhankelijk is van de gekozen techniek, de leverancier en de gewenste functionaliteit. Ook is de hoogte van de kosten afhankelijk van de lokale situatie. Storingskosten worden gereduceerd. Het is echter lastig inzichtelijk te maken in hoeverre de reductie wordt veroorzaakt door de nieuwe LED-installatie of de “verslimming” van de installatie. Energiekosten worden bespaard door dimmen en bewegingsdetectie. De hoogte van de besparing van energiekosten is afhankelijk van de ingestelde dynamische dimscenario’s en het feit of er voorafgaand al statisch werd gedimd. Doordat storingen automatisch worden gemeld, leidt dit tot een reductie van de klachten en meldingen, maar het blijkt lastig te kwantificeren. Schouwrondes zijn minder nodig, zeker wanneer een groot deel van het areaal is verslimd, de financiële besparing is afhankelijk van de wijze waarop het schouwen is georganiseerd en de frequentie. Slimme openbare verlichting biedt verschillende voordelen en een aantal nieuwe nadelen nu en in de toekomst. Het is voor iedere gemeente nader te bepalen welke meerwaarde slimme verlichting biedt voor haar eigen situatie.
Het is goed alle mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen, te bespreken om op basis van de juiste feiten en argumenten een bewuste keuze te maken voor het wel- of niet toepassen van slimme verlichting.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
40
F.2
Via smart lighting naar smart city Nieuwe technologie brengt nieuwe mogelijkheden met zich mee, die de functie van de lichtmast nog verder zullen verbreden. Doordat technologie steeds compacter wordt kunnen bestaande functies geïntegreerd worden in het armatuur of de lichtmast. De lichtmast staat er immers toch al. Er hoeft bijvoorbeeld geen aparte mast met camera te worden geplaatst, maar een camera kan nu geïntegreerd worden in het armatuur. Of waar nu een aparte installatie is geplaatst voor verkeerstellingen, kan dit nu geïntegreerd worden in de lichtmast. Het voordeel hiervan is dat er minder objecten in de openbare ruimte geplaatst kunnen worden. Door deze combinatie van functies gaat de buitenruimte er aantrekkelijker uitzien en nemen de kosten voor het onderhoud af. Door de compactheid van deze technieken kunnen ze breder worden ingezet, maar misschien nog wel meer omdat de kosten hiervan nu lager zijn en waarschijnlijk nog verder zullen dalen. Het feit dat de verlichting verbonden is met het internet biedt - naast de smart lighting voordelen – bovendien een aantal aanvullende smart city mogelijkheden. Er kan op afstand bijvoorbeeld via sensoren andere informatie verkregen worden of informatie via digitale billboards worden aangedragen.
F.2.1
Innovatieve smart city oplossingen Op dit moment zijn er verschillende bedrijven bezig om - met innovatieve toepassingen - de buitenruimte beter te maken. Hieronder een greep uit enkele nieuwe toepassingen: Meting van luchtkwaliteit en online doorgave: Met behulp van detectoren kan luchtvervuiling worden gedetecteerd. Door deze technologie kan de gemeente additionele maatregelen nemen, als luchtvervuilingswaardes bepaalde grenswaarden overstijgen. De gemeente kan met deze technologie investeren in de volksgezondheid van haar inwoners. Er zijn nu ook bedrijven die toepassingen hebben die actief het fijnstof uit de lucht afzuigen. Detectie van gebruikers op basis van IP-adressen. Technologie maakt het mogelijk om IPadressen van mobiele telefoons waar te nemen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld tellingen worden gedaan (crowd controle) en/of afwijkende IP-adressen op opvallende tijdstippen op bepaalde locaties worden gedetecteerd. Deze informatie kan direct worden doorgezet naar de politie, zodat zij gericht kan surveilleren. Dergelijke technieken staan op gespannen voet met privacy. Als deze is geborgd, dan kunnen gemeenten met deze technieken inbraken verminderen en de veiligheid vergroten. Geluidsmeting en geluidscamera’s: Met behulp van geluidscamera’s kunnen incidenten in de openbare ruimte worden gedetecteerd. Denk aan opstootjes, glasgerinkel of geweerschoten.
Bij dergelijke incidenten kan dan weer direct een signaal naar de politie gaan, die gericht ter plaatse kan gaan. Hiermee kunnen gemeenten de veiligheid vergroten. De gemeenten Eindhoven en Tilburg hebben dergelijke geluidscamera’s inmiddels geplaatst in hun uitgaansgebieden. Luchtvochtigheid-, luchttemperatuur- en grondtemperatuurmeting. Als wegbeheerder draagt de gemeente zorg voor een veilige weg. Op het moment dat zij weet waar de ondergrond is bevroren kan zij gericht gaan strooien. Dit bevordert de verkeersveiligheid. Parkeerdetectie: In stedelijke gebieden kan het lastig zijn om een parkeerplek te vinden. Dit leidt ertoe dat auto’s soms grote afstanden moeten afleggen om een parkeerplek te vinden. Als een automobilist via een app ziet waar een parkeerplek vrij is, kan deze gericht naar deze parkeerplek worden geleid. Hiermee worden onnodige rijbewegingen voorkomen. Laadpaal via de lichtmast: Nederland is koploper in het gebruik van elektrische auto’s. De verwachting is dat het aantal elektrische voertuigen gaat toenemen. Om het laden van deze voertuigen te faciliteren zijn laadpunten nodig. De Rai Vereniging schat in dat er in 2030 1,8 miljoen publieke laadpunten staan (Bron: Rai Vereniging). Het ligt voor de hand om de laadfunctie te gaan combineren met het verlichtingsobject. Enkele producenten hebben deze kans gezien en hebben een laadlichtmast op de markt gebracht.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
41
5G via de lichtmast. 5G wordt waarschijnlijk de nieuwe telecomstandaard en maakt veel sneller mobiel internet mogelijk. Als een aantal hobbels zijn genomen dan zal de uitrol verder plaatsvinden. Kenmerk van het netwerk is dat er meer en kleinere zendmasten nodig zijn om een goed werkend netwerk te krijgen. Wil een gemeente voorkomen dat er allerlei aanvullende objecten geplaatst moeten worden in de buitenruimte, dan kan zij ervoor kiezen om dit te combineren met de lichtmast. Het lichtmastareaal is namelijk al wijdverspreid.
F.2.2
De connected lichtmast Waar de lichtmast de drager van het licht was, zien wij een hele reeks nieuwe technieken en toepassingen ontstaan die de komende jaren het gebruik van de buitenruimte gaan beïnvloeden. Welke toepassingen daadwerkelijk wortelschieten is nog ongewis. Wat wel waarschijnlijk lijkt is dat deze connectiviteit er komt, eenvoudigweg omdat nieuwe technieken de buitenruimte beter gaan maken. De voordelen die het met zich meebrengt zijn divers en onmiskenbaar. Nieuwe toepassingen op basis van online technologie zullen ervoor zorgen dat de buitenruimte veiliger, duurzamer en prettiger wordt voor haar gebruikers. Het ligt voor de hand om de lichtmast hiervoor te gaan gebruiken. De gemeente zal de doorgaande wegen voorzien van connectiviteit. Het gebruik van sensoren bevindt zich in Hilversum nog in de pilot-fase om de voordelen en nadelen van dergelijke systemen te ervaren. Indien connectiviteit met de lichtmast mogelijk is, kunnen er ook vervolgstappen genomen worden met andere smart city toepassingen. De gemeente zal vanuit andere beleidsterreinen bepalen welke stappen zij op dit gebied wil gaan zetten.
F.3
Regeren is vooruitzien Investeringen in de openbare ruimte worden voor langere periodes gedaan. Dit is ook het geval met openbare verlichting. Lichtmasten staan er minimaal 40 jaar en armaturen moeten minimaal 20 jaar meegaan. Dit betekent dat beslissingen die nu genomen worden belangrijke consequenties hebben voor de toekomst. Willen gemeenten op termijn hun voordeel doen van deze nieuwe technologieën, dan zullen zij willen voorkomen dat er op dat moment een geheel nieuwe ondergrondse- en bovengrondse infrastructuur moet worden aangelegd. Regeren is immers vooruitzien. Een gemeente kan bij nieuwbouw of renovatie van bestaande infrastructuur voorzieningen treffen, zodat op termijn inpassing van smart city technieken mogelijk is en daarmee aanzienlijke additionele investeringen worden voorkomen. Als de Gemeente Hilversum gelooft in deze nieuwe technieken en open staat voor innovatie, dan kan zij nu al keuzes maken waardoor herinvestering in de toekomst wordt voorkomen.
F.3.1
Zhaga connector Bij de vervanging van bestaande armaturen kan zij ervoor kiezen dat de armaturen worden voorzien van een zogenaamde Zhaga connector. Dit is een door alle leveranciers toepasbare universele aansluitvoorziening waarmee later het armatuur alsnog kan worden voorzien van een connector en er dus connectiviteit tot stand kan worden gebracht. Zij hoeft dan niet het armatuur in zijn geheel te vervangen. Het lijkt erop dat leveranciers zich conformeren aan deze standaard en dat dit op lange termijn de standaard zal worden. De gemeente kiest ervoor dat armaturen bij nieuwbouw en vervanging van afgeschreven armaturen worden voorzien van een Zhaga connector.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
42
F.3.2
Glasvezel Bij grote hoeveelheid data vanuit de lichtmast via het internet, volstaat een simpele verbinding niet, maar is een zwaardere voorziening nodig, bijvoorbeeld via glasvezel. Als een gemeente bijvoorbeeld cameratoezicht wil verbinden dan is een glasvezelvoorziening nodig om deze beelden goed te kunnen waarnemen. De gemeente kiest er - op dit moment - niet voor om lichtmasten te gaan verbinden via glasvezel. Zodra de gemeente van mening is dat het meerwaarde biedt, zullen lichtmasten waar dit betrekking op heeft via glasvezel verbonden worden.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
43
G
Actielijst Beheerstrategie A. Algemeen Beheer A.1 Voedingskasten beheren Nummer Wat A.1.1 Gegevens uit GeoVisia met een koppeling in het OVL-beheersysteem zichtbaar maken. A.2 Data op orde brengen Nummer Wat A.2.1 Geconstateerd is dat niet alle areaaldata volledig in het OVL-beheersysteem aanwezig is. Met een inventarisatie de ontbrekende gegevens aanvullen. A.2.2 Controleren van de geregistreerde typering van lichtmasten en armaturen in het OVLbeheersysteem. A.3 Data op orde houden Nummer Wat A.3.1 Opstellen van een revisiedocument, voor intern en extern gebruik, waarin alle te registreren areaalgegevens zijn opgenomen. Ook te gebruiken als een externe partij areaal aan de gemeente wil overdragen. A.3.2 Opstellen procedure voor gebruik en verwerking van het revisiedocument. A.4 Jaarlijks evalueren en bijstellen Beheerplan OVL Nummer Wat A.4.1 Op basis van voortgang en (indien nodig) bij te stellen kaders. B. Preventief onderhoud B.1 Opstellen inspectieprogramma Nummer Wat B.1.1 Periodiek op basis van handboek Installatieverantwoordelijkheid en Risico Inventarisatie & Evaluatie. B.2 Opstellen reinigingsprogramma Nummer Wat B.2.1 Jaarlijks per wijk of stadsdeel op basis van leeftijd, reinigingsfrequentie en/of toestandscontrole. B.3 Opstellen schilderprogramma Nummer Wat B.3.1 Jaarlijks per wijk of stadsdeel op basis van schilderdatum, schilderfrequentie en/of toestandscontrole.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
44
Wie Beheer
Wanneer 2023
Status
Wie Beheer
Wanneer 2023
Status
Beheer
2023
Wie Beheer
Wanneer 2023
Beheer
2023
Wie Beheer
Wanneer 2023
Status
Wie Beheer
Wanneer 2023
Status
Wie Beheer
Wanneer 2023
Status
Wie Beheer
Wanneer 2023
Status
Status
Beheerstrategie C. Correctief onderhoud C.1 Storingen Eigen Voedingsnet Nummer Wat C.1.1 Taken en verantwoordelijkheden (voor regie bij) storingen Eigen Voedingsnet conform Handboek Installatieverantwoordelijkheid afstemmen met afdeling Installaties. C.1.2 Procedure voor aansturing en terugkoppeling middels OVL-beheersysteem afstemmen met afdeling Installaties.
Wie Beheer en Installaties
Wanneer 2023
Beheer en Installaties
2023
Status
Vervangingsstrategie D. Lichtmasten D.1 Evalueren pilot stabiliteitsmeting t.b.v. contractvorming Nummer Wat Wie D.1.1 Op basis van ervaring en resultaten. Beheer D.2 Opstellen meerjaren meetprogramma Nummer Wat Wie D.2.1 Selecteren objecten, wijken of stadsdelen op Beheer basis van leeftijd, inspectiefrequentie en/of toestandscontrole. D.2.2 Afstemmen op armatuurvervanging Beheer D.3 Opstellen meerjaren vervangingsprogramma Nummer Wat Wie D.3.1 Lichtmastvervanging afstemmen op Beheer armatuurvervanging. D.3.2 Lichtmastvervanging afstemmen op civiele Beheer projecten en herinrichting. E. Armaturen E.1 Opstellen meerjaren vervangingsprogramma Nummer Wat Wie E.1.1 Armatuurvervanging afstemmen op Beheer stabiliteitsmeting lichtmasten en lichtmastvervanging. E.1.2 Armatuurvervanging afstemmen op civiele Beheer projecten en herinrichting.
Beheerplan Openbare Verlichting 2023 - 2027
45
Wanneer 2023
Status
Wanneer 2025
Status
2025 Wanneer 2025
Status
2025
Wanneer 2025
2025
Status