CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Raadsinformatiebrief 2024-2 inzake Decembercirculaire 2023 gemeentefonds

GEMEENTERAAD 6 maart 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ter kennisneming29.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1386235

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2024 - 2

Portefeuillehouder

K.J. Walters

Datum

2 februari 2024

Informatie bij

Ed Heijnis

Tel. nr.

(035) 629 2796

Onderwerp Decembercirculaire 2023 gemeentefonds

Kernboodschap Op 6 december 2023 heeft het Rijk de decembercirculaire gepubliceerd. Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. De belangrijkste onderwerpen in deze decembercirculaire zijn; • De wijziging van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2021, 2023 en 2024 • Het naar beneden bijstellen van de aantallen van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen in Hilversum voor de jaren 2023 t/m 2027 • Extra middelen voor de invoering van de omgevingswet • Extra middelen voor de meerkosten Oekraïne van het sociaal domein De prognose van de Algemene Uitkering 2021 t/m 2027 volgens de decembercirculaire 2023 ten opzichte van de septembercirculaire 2023 ziet er als volgt uit. Zonder teken + tekortverhogend. Min-teken = tekortverlagend Jaarrekening 2023 2021 2022

Begroting 2023-2027

2023

2024

Begroting 2024-2027 2025 2026

2027

1 Algemene uitkering stand septembercirculaire 2023

176.466

201.963

209.106

219.635

229.672

219.263

226.863

2 Algemene Uitkering volgens decembercirculaire 2023

176.635

201.963

207.323

217.306

228.519

218.615

226.289

Wijziging Algemene Uitkering a.g.v. decembercirculaire 2023 3 = 2 -/-1 t.o.v. septembercirculaire 23

-169

-

1.783

2.329

1.153

648

574

210 0

0 0

0 0

0 0

0 0

4 Verhoging corresponderende uitgavenbudgetten 5 Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten

6 = 3 t/m 5

0 0

Effect decembercirculaire op jaarrekening/begroting

-169

-

1.993

2.329

1.153

648

574

-169

-

1.993

2.329

1.153

648

574

7 Verantwoording mutaties 2021 in 2023

8 = 6 + 7 Totaal effect decembercirculaire op jaarrekening/begroting

Tabel 1. Bedragen maal € 1.000 Per saldo heeft de decembercirculaire een nadelig effect op de jaarrekening 2023 en de begroting 2024 tot en met 2027. Conform ons financiële beleid wordt het nadelige saldo 2023 betrokken in het jaarrekeningresultaat 2023. De saldi 2024 tot en met 2027 komen conform het financieel beleid ten laste van het desbetreffende begrotingsresultaat. De financiële verwerking 2024-2027 vindt plaats via de voorjaarsnota 2024. Onderstaande tabel bevat de mutaties die voortvloeien vanuit de decembercirculaire. Een gedetailleerde toelichting per post is terug te vinden in bijlage 1.

1

Samenvatting, een + is een nadeel een - is een voordeel

Jaarrekening 2023

Omschrijving

Begroting 2024-2027

2023

2024

1 Aa npa s s i ng ui tkeri ngs fa ctor

1.076

1.077

2 Hoeveel hei ds vers chi l l en

1.426

3 Invoeri ngs kos ten omgevi ngs wet

-406

4 Meerkos ten Oekra i ne s oci a a l domei n

-210

5 Ma a ts cha ppel i jke begel ei di ng s tatus houders (DU)

-36

6 VN Decenni um

-18

7 Ui tvoeri ngs kos ten gebi eds geri chte a a npa k

-13

8 Vri jva l res tant compens a tieregel i ng Voogdi j 18+

-10

9 BRP Experi ment/l ogi s ch ontwerp en na heffi ng BRP 2022

-9

10 Res tant hervormi ngs a genda Jeugd

-7

11 Bed, ba d en brood

-5

12 Ei nde l eni ng Inburgeri ngs pl i chtig (DU)

2025

2026

2027

1.252

1.153

648

574

2.329

1.153

648

574

-5

A Totaal effect decembercirculaire 2023 t.o.v. de najaarsrapportage

1.783

13 Storting i n res erve Oekra i ne

210

14 Verrekeni ng a fges l oten ja a r 2021

-169

B Totaal corresponderende posten

41

-

-

-

-

1.824

2.329

1.153

648

574

A + B Totaal effect decembercirculaire op jaarrekening/begroting

Tabel 2. Bedragen maal € 1.000 Toelichting punt 1. In de circulaire is de maatstaf huishoudens met een laag inkomen geactualiseerd. Het betreft een landelijke stijging van de aantallen met 3%. Dit heeft invloed op de berekening van de algemene uitkering omdat voor elke maatstaf een vast bedrag wordt toegepast. Om te zorgen dat het te verdelen bedrag binnen het Gemeentefonds gelijk blijft wordt de uitkeringsfactor neerwaarts bijgesteld. Hierdoor gaat de uitkering voor de gemeente Hilversum naar beneden. Deze daling en nadeel is voor 2023 € 1.076.000 en voor 2024 € 1.077.000. Toelichting punt 2. In tegenstelling tot het landelijk beeld (stijging van het aantal) is het aantal huishoudens met een laag inkomen bij de gemeente Hilversum gedaald met 1,6%. Hierdoor daalt de algemene uitkering voor de gemeente Hilversum extra. Omdat de maatstaf huishoudens met een laag inkomen zwaar weegt bij de verdeling van de algemene uitkering heeft een aanpassing van het aantal gevolgen voor de hoogte van de algemene uitkering voor de gemeente Hilversum. Bij de verwerking van de prognose van de decembercirculaire zijn de aantallen voor de jaren 2023 t/m 2027 naar beneden bijgesteld hetgeen een nadelig effect heeft voor de jaren 2023 t/m 2027 van respectievelijk € 1,426 miljoen € 1,252 miljoen € 1,153 miljoen € 0,648 miljoen en € 0,574 miljoen.

Aanleiding Aanleiding voor deze nota is het uitkomen van de decembercirculaire 2023 van het gemeentefonds. Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten.

Consequenties Voor de in 2023 ontvangen extra middelen voor de invoeringskosten omgevingswet zal een separaat overhevelingsvoorstel ter besluitvorming aan u worden voorgelegd. Met dit overhevelingsvoorstel kunnen de extra middelen worden overgeheveld naar 2024 zodat deze extra middelen in 2024 kunnen worden ingezet ter dekking van de invoeringskosten van de omgevingswet in 2024. De extra ontvangen middelen voor meerkosten Oekraïne sociaal domein worden in 2023 gestort in de reserve Oekraïne. Wanneer deze middelen nodig zijn zullen deze worden onttrokken uit de reserve Oekraïne.

2

Uiteindelijk heeft de decembercirculaire 2023 een nadelig effect op de jaarrekening 2023 van € 1,824 miljoen. (€ 1,993 miljoen -/- € 0,169 miljoen van 2021) De decembercirculaire 2023 heeft een nadelig effect op het begrotingsjaren 2024 t/m 2027 van respectievelijk € 2,329 miljoen, € 1,153 miljoen, € 0,648 miljoen en € 0,574 miljoen. Onderstaande tabel geeft inzicht in het begroting saldo na verwerking van de mutaties volgend uit de septembercirculaire en de decembercirculaire 2023 Ontwikkeling saldo begroting 1 Oorspronkelijke begroting 2 Effecten septembercirculaire 2023 3 Effecten decembercirculaire 2023 4 is 1 t/m 3 Stand na decembercirculaire 2023

2024 -2.970 2.329 -641

2025 -2.997 1.153 -1.844

2026 1.553 -2.621 648 -420

2027 374 -5.441 574 -4.493

Bedragen maal € 1.000 waarbij een – bedrag een voordeel is. Toelichting; 1. Het meerjarig saldo van de begroting 2024; 2. De voordelige effecten van de septembercirculaire 2023; 3. De nadelige effecten van de decembercirculaire 2023; 4. Het nieuwe saldo van de begroting 2024 en de meerjarenraming na verwerking van de septembercirculaire en decembercirculaire 2023.

Vervolgtraject De financiële gevolgen voor het jaar 2023 worden verwerkt in de jaarrekening 2023. De financiële gevolgen voor de jaren 2024 t/m 2027 worden betrokken bij de voorjaarsnota 2024. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n): 1. Detail toelichting financiële mutaties decembercirculaire 2023. Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 30 januari 2024.

3

Bijlage 1. Financiële Mutaties decembercirculaire 2023 De mutaties zijn gepresenteerd ten opzichte van de septembercirculaire 2023. De toelichting op de mutaties is te lezen als een samenvatting van de decembercirculaire zoals die is gepubliceerd. Een -/- is een voordeel een plus een nadeel

Mutaties a.g.v. decembercirculaire 2023 t.o.v. de septembercirculaire 2023 A

Jaarekening 2023 2021 2022

B

2024

Begroting 2024-2027 2025 2026 2027

Er wordt meer geld ontvangen t.b.v. (voordelen)

1 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en Uitkeringsfactor 2 WOZ, Waardemutaties 3 BRP Experiment/logisch ontwerp en naheffing BRP 2022 4 Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ 5 Restant hervormingsagenda Jeugd 6 Invoeringskosten omgevingswet 7 Meerkosten Oekraine sociaal domein 8 Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak 9 Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) 10 Bed, bad en brood 11 Einde lening Inburgeringsplichtig (DU) 12 VN Decennium

A

2023

Totaal meer te ontvangen (voordelen)

-83 -86 -9 -10 -7 -406 -210 -13 -36 -5 -5 -18

-169

-

-719

-

-

-

-

Er wordt minder geld ontvangen t.b.v. (nadelen) 1 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en Uitkeringsfactor

2.502

2.329

1.153

648

574

B

Totaal minder te ontvangen (nadelen)

-

-

2.502

2.329

1.153

648

574

C

Totaal wijziging algemene uitkering t.o.v. de septembercirculaire 2023

-169

-

1.783

2.329

1.153

648

574

D

Omdat er meer geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verhoogd (nadelen)

Jaarekening 2023 2022

2021

2023

6 Storting in reserve Oekraine

2024

Begroting 2024-2027 2025 2026 2027

210

D

Totaal verhoging uitgavenbudgetten

-

-

E

Omdat er minder geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verlaagd (voordelen)

E

Totaal verlaging uitgavenbudgetten

-

-

-

F

Verantwoording Mutatie 2021 en 2022 in rekening 2023 F = -/- (C + D + E )

169

-

-169

G

Totaal effect op de jaarrekening/begroting G = C +D + E + F

-

-

1.824

Jaarekening 2023 2022

2021

210

2023

-

2024

-

-

-

Begroting 2024-2027 2025 2026 2027

-

-

-

-

2.329

1.153

648

574

Toelichting: Rubriek A, er wordt meer ontvangen voor 1. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is voor 2021 verhoogd met 0,01. Dit betekent een voordeel van € 83.000 in 2021. 2. WOZ Waarden De WOZ inkomsten van de gemeenten vormen een aftrekpost op de algemene uitkering. De OZB waarden voor 2021 zijn definitief vastgesteld. Per saldo betekent dit dat de korting op de algemene uitkering voor het jaar 2022 per saldo lager uitvalt in vergelijking met de septembercirculaire 2023. Een lagere korting betekent een hogere Algemene Uitkering. 3, Basisregistratie personen (BRP) Met betrekking tot de basisregistratie Personen (BRP) vindt een drietal mutaties plaats.

• • •

In verband met een experiment waarbij gemeenten ingeschrevenen actief moeten informeren ontvangen gemeenten een incidentele vergoeding voor de periode 2023-2026. Tot slot ontvangen gemeenten een vergoeding in verband met extra kosten die zij maken in 2023 en 2024 als gevolg van aanpassingen aan het logisch ontwerp van de BRP. In verband met extra gebruik door gemeenten in 2022 wordt een aanvullende bijdrage doorbelast.

4. Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ Binnen de integratie-uitkering Voogdij 18+ resteert nog een budget als gevolg van aanvullend toegekende loon- en prijsontwikkeling. Dit resterend budget is in 2023 niet nodig voor de compensatieregeling en wordt zoals gebruikelijk overgeheveld naar de algemene uitkering. 5. Restant hervormingsagenda Jeugd In de septembercirculaire 2021 zijn voor 2022 door het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van tekorten in de jeugdzorg. Op dat moment is, na overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), besloten om hiervan € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Echter, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft niet het gehele bedrag besteed. Het restant van bijna € 1,1 miljoen wordt daarom nu teruggeboekt naar de algemene uitkering van het gemeentefonds. 6. Invoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze middelen in 2023 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen.

Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 151 miljoen voor gemeenten en provincies. Zodra deze middelen naar de fondsen worden overgeheveld zodat ze kunnen worden uitgekeerd, zal dit worden opgenomen in een volgende circulaire. (De aanvullende post is het begrotingshoofdstuk waar middelen worden gereserveerd voor maatregelen waartoe is besloten maar die in afwachting zijn van nadere uitwerking.) 7. Meerkosten Oekraïne sociaal domein De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet, de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid, ligt ook voor Oekraïense ontheemden bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties gezien kan worden. Daarnaast leidt de opvang van Oekraïense ontheemden tot clustering bij specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 2022 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij ten aanzien van bovengenoemde taken maken.

Later in 2022 zijn hier nadere bestuurlijke afspraken over gemaakt tussen Rijk en VNG om deze compensatie te vertalen in een decentralisatie-uitkering die uitgaat van twee variabelen; het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) maal een bedrag aan zorgkosten per ontheemde (P). Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken was, om bij een langer verblijf van ontheemden, zowel

het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) als de gemiddelde zorgkosten per ontheemde (P) periodiek te gaan onderzoeken en mee te wegen in het te verdelen bedrag per jaar. Het CBS heeft -net als in 2022- een maatwerktabel aangeleverd, die gebruikt is als basis voor een objectieve verdeling per gemeente. Met de CBS gegevens kan het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) worden vastgesteld. De werkelijke zorgkosten per ontheemde konden in 2022 nog niet worden vastgesteld, omdat er nog geen gegevens beschikbaar waren van de werkelijke kosten. Daarom werd voor het eerste jaar uitgegaan van een raming. In 2023 konden de gemiddelde zorgkosten per ontheemde (P) wel worden vastgesteld aan de hand van een extern onderzoek onder Nederlandse gemeenten, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de VNG. De meest actuele P en de Q tezamen levert voor 2023 een te verdelen bedrag op dat objectief verdeeld is naar rato van het aantal opgevangen ontheemden per gemeente. 8. Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak Bij de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied zijn naast het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ook medeoverheden betrokken.

Gemeenten spelen naast provincies en waterschappen een belangrijke rol bij de totstandkoming van de provinciale gebiedsprogramma’s en dat vraagt extra inzet van personeel. Deze decentralisatie-uitkering is een bijdrage in de gemaakte kosten vanuit gemeenten voor hun bijdrage aan gebiedsprogramma’s in 2023. De verdeelsleutel die hiervoor wordt gehanteerd, is in overleg met de VNG tot stand gekomen en is gebaseerd op CBS gegevens: de percentages agrarisch landgebruik en bos en het aantal landbouwbedrijven. 9. Maatschappelijk begeleiding statushouders (DU) Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen een aanvulling op de middelen die zij hiervoor reeds ontvangen hebben. De middelen worden verstrekt op basis van: •

•

•

•

het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000; het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: o 1. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; o 2. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of o 3. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De personen die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 10 februari 2023 zijn ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding.

In aanvulling op bovenstaande groep zijn in de tellingen ook asielmigranten en hun gezinsleden meegenomen waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 10 februari 2023 zijn gehuisvest en voor

wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding. 10. Bed bad en brood Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2023. De middelen die voor deze pilot beschikbaar zijn worden sinds 2022 via een specifieke uitkering verstrekt. De uitkering aan gemeenten met overige onderdak voorzieningen (de zgn. bed-bad-brood voorzieningen) worden via deze decembercirculaire 2023 middels een decentralisatie-uitkering uitgekeerd. Hiervoor zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Verdeling vindt plaats op basis van de bezetting van de voorzieningen per gemeente op 1 januari 2023. 11. Einde lening inburgeringsplicht In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in de regelgeving.

In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP-definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Met deze formalisering is een grondslag gecreëerd op basis waarvan informatie-uitwisseling tussen DUO en gemeenten over deze doelgroep mogelijk is. Hiermee is een knelpunt voor gemeenten om deze doelgroep te bereiken weggenomen. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden bij het afronden van hun inburgeringstraject. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding en de selectie van inburgeraars die daarvoor in aanmerking komen. Niet voor iedereen is ondersteuning nodig. Gebleken is dat een meerderheid van de ELIPs uiteindelijk op eigen kracht aan de inburgeringsplicht kan voldoen. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het, in een beperkt aantal gevallen, financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Daarbij is het belangrijk om potentiële problemen bij het voldoen aan hun inburgeringsplicht al in een vroeg stadium te signaleren en de ELIPs te benaderen op het moment dat ze nog ruimte in de lening beschikbaar hebben.

De potentiële ELIP groep is daarom in praktijk afgebakend als: “inburgeringsplichtige asielmigranten onder de Wet inburgering 2013 die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan maar wel: • € 9.500 hebben verbruikt van hun lening (ongeacht de termijn) of; • € 7.500 hebben verbruikt van hun lening en waarvan de inburgeringstermijn binnen 12 maanden afloopt.” Uit de verzamelbrief inburgering 2023 van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gebleken dat het aantal inburgeraars dat tot de ELIP-groep behoort, in de loop van dit jaar tegen de verwachting in is gestegen. Daarom heeft de minister besloten om voor de komende jaren extra middelen voor deze doelgroep beschikbaar te stellen. Het bedrag voor 2023 wordt via deze decembercirculaire toegekend. 12. VN Decennium Een viertal gemeenten ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van

het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst (de Decade) van januari 2015 – december 2024. De Nederlandse invulling van de Decade wordt aangewend om de (preventieve) aanpak van (anti-zwart) racisme te versterken. Met de ontvangen bijdragen beogen de betreffende gemeenten het contact en de samenwerking met lokale Afro-Nederlandse gemeenschappen te versterken, alsook in te zetten op faciliteren van deze gemeenschappen en meer lokale bewustzijn te stimuleren over anti-zwartracisme en inclusie. Het gaat om een bedrag voor Hilversum € 18.200.

Rubriek B, er wordt minder ontvangen voor 1. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Vanaf 2023 wordt de algemene uitkering berekend volgens de maatstaven die bij de herijking van het gemeentefonds zijn vastgesteld. Eén van de nieuwe maatstaven is de maatstaf “huishoudens met een laag inkomen”. Omdat er geen historie van deze maatstaf is zijn de aantallen van het ministerie van BZK, zoals die in de uitkeringsspecificaties staan, gevolgd. In de decembercirculaire 2023 staat het volgende opgemerkt: 2023 De uitkeringsfactor voor 2023 wijzigt ten opzichte van de septembercirculaire 2023 van 1,311 naar 1,304. Deze bijstelling van -7 punten wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Het effect voor Hilversum is een nadeel van € 1,075 miljoen. 2024 De uitkeringsfactor voor 2024 daalt ten opzichte van de septembercirculaire 2023 per saldo met 7 punten naar 1,399. De actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel leidt tot een verlaging van de uitkeringsfactor met 8 punten. Het effect voor Hilversum is een nadeel van € 1,231 miljoen. Algemene toelichting uitkeringsfactor: De algemene uitkering voor alle gemeenten samen is een totaalbedrag van € X . Deze is opgebouwd uit de maatstaven maal een bedrag per maatstaf.

De uitkomsten van alle maatstaven vermenigvuldigd met het bedrag per maatstaf komt uit op een bedrag € Y waarbij € X niet gelijk is aan € Y. Om € X gelijk te krijgen aan € Y wordt € Y vermenigvuldigd met een uitkeringsfactor U. De maatstaf huishoudens met een laag inkomen is op macro niveau 3% gegroeid. Dit betekent dat de uitkomsten van alle maatstaven vermenigvuldigd met het bedrag per maatstaf nu uitkomt op een bedrag groter dan € Y. Als de uitkeringsfactor dan niet wordt gewijzigd zal de algemene uitkering voor alle gemeenten samen hoger uitkomen dan € X, en dat is ongewenst. Daarom wordt de uitkeringsfactor naar beneden bijgesteld zodat de algemene uitkering € X blijft. Deze uitkeringsfactor is voor alle gemeenten gelijk en het verlagen van deze factor vormt daarmee een nadeel voor alle gemeenten. Dit nadeel kan gecompenseerd zijn doordat een gemeente meer eenheden heeft in de betreffende maatstaf. Voor Hilversum ontstaat er echter een nadeel dat uit 2 delen bestaat: 1. De uitkeringsfactor gaat naar beneden en levert een nadeel op voor 2023 en 2024. 2. Daarnaast is voor Hilversum, volgens de specificatie van het Rijk, het aantal huishoudens met een laag inkomen naar beneden bijgesteld. De aantallen voor Hilversum zijn voor de jaren

2023 t/m 2027 naar beneden bijgesteld. Ook deze bijstelling levert een financieel nadeel op voor de jaren 2023 t/m 2027. Het vreemde is dat de maatstaf op macroniveau is gestegen met 3%. Volgens het Rijk is het aantal huishoudens met een laag inkomen in Hilversum gedaald van 12.200 naar 12.000, een daling van 1,65% ten opzichte van de landelijke stijging van 3%. De bijstelling van de aantallen maatstaf huishoudens met een laag inkomen werkt structureel door, voor de jaren 2023 t/m 2027 zijn de aantallen naar beneden bijgesteld ten opzichte van de aantallen zoals gehanteerd voor de ramingen voor de mei- en septembercirculaire 2023. Regel C geeft de totale wijziging van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2023 weer. Rubriek D De extra middelen t.b.v. de meerkosten Oekraïne sociaal domein zullen in de reserve Oekraïne worden gestort. Rubriek F Het boekjaar 2021 is reeds afgesloten. De voordelige verrekening over 2021 komt dan ook ten gunste van het rekeningsaldo 2023. Het resterende nadeel van € 1,824 miljoen wordt verwerkt ten laste van het jaarrekeningresultaat 2023. De nadelige effecten voor de jaren 2024 worden verwerkt bij de voorjaarsnota 2024.

Gemeentefonds

Decembercirculaire 2023

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 6 december 2023 Kenmerk 2023-0000718122

Onderwerp Doelstelling

decembercirculaire gemeentefonds 2023 bekendmaking van beleid en het geven van informatie

Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

decembercirculaire 2022 (2022-0000678404); meicirculaire 2023 (2023-0000285703); septembercirculaire 2023 (2023-0000570821) 6 december 2023 1 juli 2024

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Voorwoord Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het Rijk en de gemeenten. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hugo de Jonge

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Inhoudsopgave Hoofdpunten ....................................................................................................................... 1 1.1

Inleiding ............................................................................................................... 1

1.2

Belangrijkste mutaties ............................................................................................ 1

Algemene uitkering.............................................................................................................. 2 2.1

Inleiding ............................................................................................................... 2

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ................................................. 2

1.

Basis Registratie Personen ...................................................................................... 3

2.

Vrijval restant Compensatieregeling Voogdij 18+ ....................................................... 3

3.

Restant Hervormingsagenda Jeugd .......................................................................... 3

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering ..................................................................... 4

2.4

Veranderingen in het verdeelstelsel .......................................................................... 4

2.5

Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor ............................................... 4

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................................... 7 3.1

Inleiding ............................................................................................................... 7

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ................................... 7

1.

Energietoelage ...................................................................................................... 8

2.

Invoeringskosten omgevingswet .............................................................................. 8

3.

Meerkosten Oekraïne sociaal domein ........................................................................ 8

4.

Faciliteitenbesluit opvangcentra ............................................................................... 9

5.

Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak ................................................................ 9

6.

Maatschappelijke begeleiding ................................................................................. 10

7.

Erfgoed Deal ........................................................................................................ 11

8.

Startbanen statushouders ...................................................................................... 11

9.

Bed, bad en brood ................................................................................................ 11

10.

Nederlands-Soedanese repatrianten ........................................................................ 12

11.

Sectorale ontwikkelpaden ...................................................................................... 12

12.

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ................................................................... 12

13.

Behoud sociale voorzieningen Groningen ................................................................. 13

14.

LHBTI-beleid regenboogsteden ............................................................................... 14

15.

Social Labs .......................................................................................................... 14

16.

Pilot EU burgers .................................................................................................... 14

17.

Veilige Steden ...................................................................................................... 15

18.

Veerkracht en weerbaarheid ................................................................................... 15

19.

Experiment gesloten coffeeshopketen ...................................................................... 15

20.

Nedersaksische taal .............................................................................................. 15

21.

Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ................................... 15

22.

Opruimen dode vogels i.v.m. vogelgriep .................................................................. 16

23.

VN Decennium ..................................................................................................... 16

24.

Aanpak discriminatie naar herkomst ........................................................................ 16

25.

Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ (IU) ................................................ 17

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen17

Overige mededelingen ........................................................................................................ 18 4.1

Inleiding .............................................................................................................. 18

4.2

Bevoorschotting.................................................................................................... 18

4.3

Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2024 ................................. 18

4.4

Rechtmatigheidsverantwoording jaarrekening ........................................................... 19

4.5

Nieuw proces belastingcapaciteit per 2024 ............................................................... 19

4.6

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ............................................................... 20

Bijlagen ............................................................................................................................ 21 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2023 en 2024 ................................ 21 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2023 en 2024, gegroepeerd naar cluster .......................... 27 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkering 2023-2028........................................................... 31 Bijlage 2.5 Aanvullende informatie uitkeringsfactor .............................................................. 32 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Energietoelage .......................................................... 34 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Invoeringskosten Omgevingswet ................................. 42 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Meerkosten Oekraïne sociaal domein ........................... 46 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra ................................... 50 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak.................... 51 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ...................................... 55 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Erfgoed Deal .............................................................

59 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Bed, bad en brood ..................................................... 60 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Nederlands-Soedanese repatrianten ........................... 61 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Sectorale ontwikkelpaden ......................................... 62 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ...................... 63 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid regenboogsteden .................................. 67 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Pilot EU burgers ...................................................... 68 Bijlage 3.2-17 Decentralisatie-uitkering Veilige Steden ......................................................... 69 Bijlage 3.2-18 Decentralisatie-uitkering Veerkracht en weerbaarheid ...................................... 70 Bijlage 4.3 Referentiewaarden EMU-saldo per gemeente ....................................................... 71 Bijlage 4.4 Rechtmatigheidsverantwoording ........................................................................ 79

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Hoofdpunten 1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Najaarsnota 2023 en de bijbehorende Tweede Suppletoire Begroting 2023. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Zoals gebruikelijk bevat de decembercirculaire geen nieuwe accresramingen. Voor de jaarafsluiting 2023 is het accres 2023 zoals gemeld in de meicirculaire 2023 de definitieve stand.

1.2

Belangrijkste mutaties

De resterende middelen voor de DU energietoelage 2023 (€ 900 miljoen) kunnen worden uitgekeerd nu de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet is goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Gemeenten zijn hier al eerder over geïnformeerd in de publicatie SZW gemeentenieuws 2023-3.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

1

Algemene uitkering 2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden.

Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2023 tot en met 2028 ten opzichte van de septembercirculaire 2023. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

2

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2023 (in duizenden euro's)

stand septembercirculaire 2023

2023

2024

2025

2026

2027

2028

35.542.100

38.393.830

40.348.642

38.363.467

40.130.076

41.672.812

38.393.830

40.348.642

38.363.467

40.130.076

41.672.812

algemene mutaties taakmutaties cluster bestuur en ondersteuning 1) Naheffing BRP 2022 BRP experiment BRP Logisch ontwerp

-1.144 821 1.890

cluster Individuele voorzieningen Jeugd 2) Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ 3) Restant Hervormingsagenda Jeugd

2.124 1.063

stand deze circulaire

s

35.546.854

Toelichting 1. Basis Registratie Personen Met betrekking tot de basisregistratie Personen (BRP) vindt een drietal mutaties plaats. In verband met extra gebruik door gemeenten in 2022 wordt een aanvullende bijdrage doorbelast van € 1,1 miljoen. In verband met een experiment waarbij gemeenten ingeschrevenen actief moeten informeren ontvangen gemeenten een incidentele vergoeding van in totaal € 0,8 miljoen voor de periode 2023-2026. Tot slot ontvangen gemeenten een vergoeding van bijna € 1,9 miljoen in verband met extra kosten die zij maken in 2023 en 2024 als gevolg van aanpassingen aan het logisch ontwerp van de BRP. De middelen worden zoals te doen gebruikelijk verdeeld/onttrokken via het cluster Bestuur en ondersteuning op basis van de maatstaf Inwoners. Zie informatie over eerdere mutaties in paragraaf 2.2.8 van de septembercirculaire 2022. 2. Vrijval restant Compensatieregeling Voogdij 18+ Binnen de integratie-uitkering Voogdij 18+ resteert nog een budget van € 2,1 miljoen, als gevolg van aanvullend toegekende loon- en prijsontwikkeling. Dit resterend budget is in 2023 niet nodig voor de compensatieregeling en wordt zoals gebruikelijk overgeheveld naar de algemene uitkering en verdeeld via de maatstaven in het cluster Jeugd. Zie ook paragraaf 3.2.25 van deze circulaire en paragraaf 2.2.10 van de meicirculaire 2023. 3.

Restant Hervormingsagenda Jeugd In de septembercirculaire 2021 is voor 2022 door het kabinet € 1,314 miljard beschikbaar gesteld ter compensatie van tekorten in de jeugdzorg. Op dat moment is, na overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), besloten om hiervan € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Echter, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft niet het gehele bedrag besteed. Het restant van bijna € 1,1 miljoen wordt daarom nu teruggeboekt naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en verdeeld over de gemeenten via de maatstaven in het cluster Jeugd.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

3

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De wijze van verdeling van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De wijze van verdeling bestaat uit een wijziging in hetzij de uitkeringsfactor hetzij het bedrag per eenheid van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. Tabel 2.3.1 bevat het overzicht. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie

Verdeelwijze

taakmutaties

cluster bestuur en ondersteuning 1) Naheffing BRP 2022

inwoners

BRP experiment

inwoners

BRP Logisch ontwerp

inwoners

cluster Individuele voorzieningen Jeugd 2) Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+

via maatstaven cluster

3) Restant Hervormingsagenda Jeugd

via maatstaven cluster

2.4

Veranderingen in het verdeelstelsel

Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2023 geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering voorgedaan.

2.5

Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid en de uitkeringsfactor. In deze circulaire is geen sprake van wijzigingen in de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Er heeft alleen een actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel plaatsgevonden. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2023.1 Bedragen per eenheid

1

Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

4

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2023-2028 ten opzichte van de septembercirculaire 2023 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.2 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2023 en 2024. In deze tabellen wordt de stand van de septembercirculaire 2023 vergeleken met de stand decembercirculaire 2023. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaf en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 39 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 29,9 miljard in 20232). De – landelijke uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar en ligt voor 2023 rond de 1,3 en voor de jaren 2024 tot en met 2028 tussen de 1,4 en 1,6. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.5 van deze circulaire. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in de algemene uitkering en de verdeling van deze mutaties;

-

de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen.

2021 Vanwege nieuwe definitieve gegevens over de belastingcapaciteit 2021 stijgt de uitkeringsfactor voor 2021 met 1 punt naar 1,690. Om het totaal beschikbare bedrag aan algemene uitkering zo volledig mogelijk te laten uitkeren stellen de fondsbeheerders sinds uitkeringsjaar 2017 de definitieve uitkeringsfactor vast op 4 cijfers achter de komma (zie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2019). Voor uitkeringsjaar 2021 wordt de uitkeringsfactor definitief vastgesteld op 1,6900. 2022 De uitkeringsfactor voor 2022 blijft ten opzichte van de septembercirculaire 2023 ongewijzigd op 1,824. Voor uitkeringsjaar 2022 is er geen aanleiding geweest om de verdeelreserve (€ 20 miljoen) aan te wenden. De verdeelreserve is een buffer die wordt aangehouden om boekhoudkundige verschillen op te kunnen lossen als volumina na afloop van een uitkeringsjaar worden geactualiseerd. Het was gebruikelijk om deze reserve aan het eind van het kalenderjaar vrij te laten vallen. Echter, er is voor gekozen om de verdeelreserve van enig jaar voortaan aan te houden totdat de laatste voluminastanden van dat desbetreffende jaar (in dit geval belastingcapaciteit 2022) zijn opgeleverd en verwerkt, naar verwachting in 2024. Immers, de noodzaak om de verdeelreserve voor enig jaar aan te wenden ontstaat pas na de oplevering van de definitieve voluminastanden van dat desbetreffende jaar.

2

In 2024 is het € 30,1 miljard.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

5

2023 De uitkeringsfactor voor 2023 wijzigt ten opzichte van de septembercirculaire 2023 van 1,311 naar 1,304. Deze bijstelling van -7 punten wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. De verdeelreserve (€ 20 miljoen) voor dit uitkeringsjaar wordt vooralsnog in deze circulaire aangehouden totdat de laatste voluminastanden van dit uitkeringsjaar zijn verwerkt. Dit betreft de belastingcapaciteit 2023 die naar verwachting in 2025 definitief kan worden verwerkt. 2024 De uitkeringsfactor voor 2024 daalt ten opzichte van de septembercirculaire 2023 per saldo met 7 punten naar 1,399. De actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel leidt tot een verlaging van de uitkeringsfactor met 8 punten. Het vrijvallen van een gedeelte van de verdeelreserve 2024 (€ 20 van de € 40 miljoen) zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. De verdeelreserve is een oplopende reeks vanwege de ontwikkeling van de omvang van de AU. Doordat 2024 nu bijna is aangebroken, bestaat er inmiddels een beter beeld van deze ontwikkeling dan een jaar geleden. Daardoor kan een gedeelte van de buffer nu vrijvallen. Het restant van de verdeelreserve voor een gegeven uitkeringsjaar valt vrij op het moment dat de laatste voluminastanden voor het betreffende jaar binnen komen definitief worden (doorgaans t+2).

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

6

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen 3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2023. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2023-2028 (bedragen in duizenden euro's)* 2023

2024

2025

2026

2027

2028

stand septembercirculaire 2023

4.828.682 4.473.430 4.380.628 4.297.186 4.219.603 4.146.029

1

Energietoelage

867.500

2

Invoeringskosten Omgevingswet

103.659

3

Meerkosten Oekraine sociaal domein

20.200

4

Faciliteitenbesluit opvangcentra

12.633

5

Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak

10.000

6

Maatschappelijke begeleiding

8.087

7

Erfgoed Deal

3.589

8

Startbanen statushouders

2.000

9

Bed, bad en brood

1.600

10

Nederlands-Soedanese repatrianten

1.278

11

Sectorale ontwikkelpaden

1.188

12

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)

1.100

13

Behoud sociale voorzieningen Groningen

787

14

LHBTI-beleid regenboogsteden

529

15

Social Labs

469

16

Pilot EU burgers

430

17

Veilige Steden

315

18

Veerkracht en weerbaarheid

308

19

Experiment gesloten coffeeshopketen

232

20

Nedersaksische taal

75

21

Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit

70

22

Opruimen dode volgels ivm vogelgriep

65

23

VN Decennium

61

24

Aanpak discriminatie naar herkomst

25

Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ (IU)

stand deze circulaire

55 -2.124

5.862.788 4.473.430 4.380.628 4.297.186 4.219.603 4.146.029

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

7

Toelichting 1. Energietoelage Het kabinet heeft als prioriteit om mensen met een laag inkomen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Hiervoor zijn in navolging van de decembercirculaire 2022 ook in 2023 middelen aan het gemeentefonds toegevoegd voor het uitkeren van de energietoeslag (€ 1,4 miljard waarvan € 500 miljoen al in 2022). Inmiddels is de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en kan de overige € 900 miljoen van de € 1,4 miljard worden uitgekeerd. Ten behoeve van een vangnetregeling voor de energietoeslag 2023 is een bedrag van € 32,5 miljoen gereserveerd. Van de overige € 867,5 miljoen wordt € 15,5 miljoen verdeeld op grond van de verdeelherstelactie 2022, waarmee gemeenten die in 2022 nadeel hadden van de gehanteerde verdeelsystematiek een aanvulling ontvangen. Concreet betekent dit dat gemeenten die in 2022 minder dan 90% hebben ontvangen dan waar ze op basis van de maatstaf huishoudens met langdurig laag inkomen (<120% van het sociaal minimum) recht op zouden hebben, een aanvullende bijdrage ontvangen. Het budget dat zij voor de energietoeslag 2022 hebben ontvangen, wordt opgehoogd tot een budget waarmee zij 90% bereik hadden kunnen realiseren. Zie voor meer informatie een speciale nazending van het gemeentenieuws van SZW.

De overige € 852 miljoen wordt, in samenhang met de € 500 miljoen die in januari aan gemeenten is uitgekeerd, verdeeld op basis van het aantal huishoudens met langdurig laag inkomen (<120% van het sociaal minimum). Zie hiervoor ook paragraaf 4.3 van de meicirculaire 2023. Concreet betekent dit dat het totaalbedrag van € 1.352 miljoen nu wordt verdeeld op basis van deze maatstaf. Het nog resterende bedrag per gemeente wordt nu uitgekeerd. De verdeling is opgenomen in bijlage 3.2-1. 2. Invoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 103 miljoen in 2023 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Zie hiervoor ook de paragraaf 3.2.2 van de septembercirculaire 2022. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 151 miljoen voor gemeenten (€ 71 miljoen in 2024 en € 80 miljoen in 2025) en daarnaast € 1 miljoen in 2024 voor provincies.

Zodra deze middelen naar de fondsen worden overgeheveld zodat ze kunnen worden uitgekeerd, zal dit worden opgenomen in een volgende circulaire. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent). De verdeling per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3. Meerkosten Oekraïne sociaal domein De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet, de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid, ligt ook voor Oekraïense ontheemden bij

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

8

gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties gezien kan worden. Daarnaast leidt de opvang van Oekraïense ontheemden tot clustering bij specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 2022 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij ten aanzien van bovengenoemde taken maken.3 Later in 2022 zijn hier nadere bestuurlijke afspraken over gemaakt tussen Rijk en VNG om deze compensatie te vertalen in een decentralisatie-uitkering die uitgaat van twee variabelen; het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) maal een bedrag aan zorgkosten per ontheemde (P). Zie ook paragraaf 3.2.18 van de decembercirculaire 2022. Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken was om bij een langer verblijf van ontheemden zowel het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) als de gemiddelde zorgkosten per ontheemde (P) periodiek te gaan onderzoeken en mee te wegen in het te verdelen bedrag per jaar. Het CBS heeft -net als in 2022- een maatwerktabel aangeleverd, die gebruikt is als basis voor een objectieve verdeling per gemeente. Met de CBS gegevens kan het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) worden vastgesteld.

De werkelijke zorgkosten per ontheemde konden in 2022 nog niet worden vastgesteld, omdat er nog geen gegevens beschikbaar waren van de werkelijke kosten. Daarom werd voor het eerste jaar uitgegaan van een raming. In 2023 konden de gemiddelde zorgkosten per ontheemde (P) wel worden vastgesteld aan de hand van een extern onderzoek onder Nederlandse gemeenten uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de VNG.4 De meest actuele P en de Q tezamen levert voor 2023 een te verdelen bedrag op van € 20,2 miljoen dat objectief verdeeld is naar rato van het aantal opgevangen ontheemden per gemeente. Zie hiervoor bijlage 3.2-3. 4. Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het op 1 januari van het uitkeringsjaar aantal in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum (zie paragraaf 3.2.3 van de decembercirculaire 2022). Het bedrag van € 12,6 miljoen betreft alle beschikkingen die er dit jaar voor gemeenten zijn opgesteld, om hun werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4. 5. Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak Bij de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied zijn naast het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ook medeoverheden betrokken. Gemeenten spelen naast

3 4

emu2021/22, 19637, nr. 2895 Onderzoek uitgaven gemeenten aan Oekraïense ontheemden voor Jeugdzorg, Wmo en Wpg, Rijksoverheid.nl

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

9

provincies en waterschappen een belangrijke rol bij de totstandkoming van de provinciale gebiedsprogramma’s en dat vraagt extra inzet van personeel. Deze decentralisatie-uitkering is een bijdrage in de gemaakte kosten vanuit gemeenten voor hun bijdrage aan gebiedsprogramma’s in 2023. De bijdrage aan gemeenten bedraagt in totaal € 10 miljoen, uiteenlopend van € 5.251 tot € 80.001 per gemeente. De verdeelsleutel die hiervoor wordt gehanteerd, is in overleg met de VNG tot stand gekomen en is gebaseerd op CBS gegevens: de percentages agrarisch landgebruik en bos en het aantal landbouwbedrijven. De verdeling per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5. 6. Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen een aanvulling op de middelen die zij hiervoor reeds ontvangen hebben. In totaal gaat het om een bedrag van € 8.086.440 (3.412 personen * € 2.370). Zie ook paragraaf 3.2.10 van de septembercirculaire 2022.

De middelen worden verstrekt op basis van: - het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000; - het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: 1. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; 2. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

- De personen die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 10 februari 2023 zijn ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen), de meicirculaire 2021 en de septembercirculaire 2022. - In aanvulling op bovenstaande groep zijn in de tellingen ook asielmigranten en hun gezinsleden meegenomen waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 10 februari 2023 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen), de meicirculaire 2021 en de septembercirculaire 2022. In bijlage 3.2-6 van deze circulaire zijn de uit te keren middelen per gemeente opgenomen. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=189fb7c8-6b2e-4bc1-be76-98ee25dba039