5. Collegebrief inzake Stand van zaken NOVEX Groene Hart 2024
Tekst van het document
Suggestie voor onderzoeksagenda: -Op welke wijze kan voldoende kennis en capaciteit beschikbaar worden gesteld om bij ontwikkelingen historische waardes te versterken? Suggesties voor onderzoeksagenda: - Is het haalbaar en wenselijk voor partijen om te investeren in ondergrondse infrastructuur om meer energieopwek op het boerenbedrijf mogelijk te maken, waarbij kwaliteitsaspecten als landschappelijke inpassing (kleinschaligere opwek) en toegankelijkheid vanuit de stad richting het buitengebied mee worden gewogen. - Welke bijdrage kan het winnen van waterstof uit mest1 leveren aan de energietransitie en op welke wijze kunnen we deze potentie benutten?
Agrarische sector in brede zin benoemd en aandacht voor droogmakerijen in 4.4 Opgenomen in suggesties onderzoeksagenda
Opgenomen in suggesties onderzoeksagenda
Deels, ontwikkelprincipe erfgoed aangepast, zie 4.10 In het OWP wordt geen onderscheid gemaakt tussen fysiek of immaterieel erfgoed Opgenomen in suggesties onderzoeksagenda Opgenomen in suggesties onderzoeksagenda
Voor de leesbaarheid lijkt het ons goed paragraaf 6.1 Vervolgproces te verplaatsen naar de inleiding of samenvatting. Ook adviseren wij de afkortingen NOVEX en NOVI nader toe te lichten in het begin van het stuk. Vervolgproces nader uitwerken, o.a. door wie de uitvoeringsagenda gemaakt wordt, welk abstractieniveau het heeft en in hoeverre dit traject samengaat met bijvoorbeeld de gebiedsuitwerkingen NPLG? Meer aandacht voor recreatie. Recreatie bijvoorbeeld als apart ontwikkelprincipe wordt opgenomen.
Deels, H1 en H6 aangepast Deels, H6 bijgewerkt Recreatie en toerisme is nu als aparte paragraaf en ontwikkelprincipe toegevoegd in het OWP (4.5)
14. Gezamenlijke reactie Regio Holland Rijnland Opmerkingen Ruimte voor andere methoden voor aanpakken van bodemdaling dan alleen verhoging van grondwaterpeilen. Poldergerichte aanpak noodzakelijk. ‘Redelijk’ inkomen voor agrariër een te abstract begrip Kennisontwikkeling, stimuleringsgeld en aanpassing van het ruimtelijk instrumentarium is nodig om deze transitie mogelijk te maken. Zien tegenstrijdigheid in enerzijds beperkte uitbreidingsmogelijkheden voor economie, en anderzijds prioriteit aan passende sectoren zoals circulaire economie en recreatie en toerisme die juist extra ruimte vragen Nadrukkelijker in het Ontwikkelperspectief de noodzakelijke verbinding en wisselwerking terug tussen de ‘maak’- industrie en de kenniseconomie in de metropoolregio’s We adviseren voor het Groene Hart in te zetten op duurzaam (agro)toerisme, passend bij de waarden van het gebied. Ook spreiding van toerisme is nodig, zodat het versterken van deze economische poot de leefbaarheid van het gebied ten goede komt. Een voorwaarde voor het aantrekken en faciliteren van meer recreanten en toeristen, is dat het gebied beter toegankelijk wordt. Investeren in duurzame mobiliteit met bijbehorende infra is een randvoorwaarde. Onderdeel hiervan is het uitbreiden van het fietsroutenetwerk. Woningbouw moet zeker mogelijk zijn en zoveel mogelijk ten dienste van de lokale gemeenschap, ook op veen.
Met innovatieve technieken is veel mogelijk. Ruimtelijke ontwikkelingen koppelen aan HOV-stations lijkt ons geen vraagstuk maar voorwaarde. Wij vragen om ook koppelingen in NoordHolland en Utrecht mee te nemen, zoals het tramstation in Uithoorn en station Woerden.
Verwerking Deels, zie 4.3 Overgenomen en aangepast, zie 4.4 Deels, zie 4.4 en suggesties onderzoeksagenda bijlage 3 4.6 verduidelijkt Overgenomen, zie 4.6 Apart ontwikkelprincipe en paragraaf voor recreatie en toerisme toegevoegd, zie 4.5 Deels, zie aanpassing 4.7 Deels, aandacht voor mobiliteit en regiopoorten in suggesties
RES-aanpak voor het gehele Groene Hart
Niet eens met opmerking op pagina 32 dat er ‘veel ruimte’ is voor duurzame energieopwekking, daarnaast is ook netcongestie een aandachtspunt.
onderzoeksagenda bijlage 3 Niet overgenomen, eventueel een te maken bestuurlijke keuze voor de toekomst Deels, ‘veel ruimte’ is weggehaald in deze passage. Netcongestie is als aandachtspunt benoemd. Zie 4.11
15. Gezamenlijke reactie waterschappen Opmerkingen Gezamenlijke opmerkingen: In de volgende stap van het Ontwikkelperspectief zullen we toe moeten werken naar een lange termijn perspectief voor het Groene Hart richting 2100, rekening houdend met gebiedsspecifieke kenmerken en het sociaaleconomisch perspectief voor het gebied. Het Ontwikkelperspectief onderschrijft de conclusie van Water en Bodem Sturend dat niet alles overal kan. Dat vraagt om het maken van (ruimtelijke) keuzes. Nu is nog onvoldoende duidelijk hoe het Ontwikkelperspectief bijdraagt aan het maken van deze keuzes. De ontwikkeling van een lange termijn perspectief kan daarbij helpen. De waterschappen leveren hiervoor graag input. Belangrijk om op korte termijn voor de opties -20 cm en moeras ook de sociaaleconomische impact en het perspectief voor inwoners en ondernemers in het gebied in beeld te brengen. Ook dient onderzocht te worden wat deze opties betekenen voor bestaande woningen en infrastructuur in lintbebouwing en kleine kernen. Aandacht voor de beschikbaarheid van zoetwater. Hiervoor zou een ruimtelijke verkenning gestart moeten worden om te zoeken waar de waterconservering deels opgelost kan worden. Wij vragen u om in kansrijke gebieden te sturen op de uitvoering van maatregelen op korte termijn.
Opmerkingen Hoogheemraadschap van Rijnland Het is goed om toe te voegen dat vernatting van veenweide ook buiten het veenweidegebied tot negatieve effecten kan leiden (afwentelen), vanwege verminderde zoetwaterbeschikbaarheid
Verwerking Meegenomen, mogelijk voor vervolg OWP. Voor verdere uitwerking en vervolg OWP.
Zie suggesties onderzoeksagenda bijlage 3
Zie suggesties onderzoeksagenda bijlage 3 Niet overgenomen in dit OWP 1.0, aan de partijen om met het OWP na vaststelling aan de slag te gaan Overgenomen, zie samenvatting
Op blz. 12 wordt de mate van doorspoeling van droogmakerijen ernstig overschat (‘grootschalige doorspoeling’). In diepe polders is in droge periode ook gewoon de inlaat van water nodig vanwege peilbeheer. Opmerkingen Waterschap Rivierenland Ontwikkelprincipe 3 (“Hanteer condities van water en bodem als primair criterium bij verdeling gebruiksmogelijkheden”): We juichen toe dat water een prominente plek heeft bij het denken over de toekomst van het Groene Hart. Bedacht moet worden dat de opties 0, 1 en 2 gebiedsafhankelijk van bodemsoort en landgebruik in mindere of meerdere mate als realistisch beschouwd moeten worden. Zonder aanpassing of wijziging van bestaande functies is het beperkt mogelijk om voor opties met hogere grondwaterstanden te kiezen (om volgordelijk in de tijd van optie 0 naar optie 2 en optie 1 te gaan). Ontwikkelprincipe 4 (“Richt het watersysteem bij keuzes vanuit het principe water en bodem sturend”): We zien dat het drinkwaterbedrijf in het veenweidegebied van Waterschap Rivierenland (en in de Krimpenerwaard) op meerdere locaties op zoek is naar uitbreiding van bestaande winningen of naar geheel nieuwe winningen. Een nieuwe of uit te breiden winning zorgt voor grote nadelige effecten in het kwetsbare veenweidegebied (o.a. leiden tot bodemdaling) We bepleiten dat deze schuring een plek krijgt in het volgende Ontwikkelperspectief.
We bepleiten ook dat er een overkoepelende aanpak gaat komen onder hoede van het NOVEX-gebied Groene Hart. Ontwikkelprincipe 5 (“bied perspectief voor agrarische ondernemers”): De HOE-vraag is van groot belang. Het is van belang dat veranderpaden worden uitgewerkt, inclusief fondsen, om van de huidige tot een nieuwe situatie te komen. In een volgende versie van het Ontwikkelperspectief kunnen deze paden, die verband houden met de hoe-vraag, wellicht worden uitgewerkt. Ontwikkelprincipe 7 (“Bouw woningen en bedrijven bij voorkeur op kleigronden, niet in veengebieden”): Behalve veengronden zijn ook de kleigronden als slappe bodem te kenmerken. Ontwikkelprincipe 11 (“Maak duurzame energieopwekking mogelijk”): Zon en wind zijn lastig te combineren met de openheid van het Groene Hart. Naar onze mening is aquathermie (thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater) nog onderbelicht gebleven. . Opmerkingen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Ontwikkelprincipe 7 (“bouw woningen en bedrijventerreinen bij voorkeur op
Overgenomen, zie aanpassingen in 2.3
In 4.3 en de opties in bijlage 4 is benoemd dat keuzes per gebied kunnen verschillen
Benoemd in suggesties onderzoeksagenda bijlage 3
Voor uitwerking en volgende versie OWP
Overgenomen, zie 4.7
Punt aquathermie overgenomen, zie 4.11. Openheid is als vraagstuk in bijlage 2 benoemd.
Overgenomen, zie 4.7
de kleigronden, niet in veengebieden”): bouw bij voorkeur ook niet in diepe klei- en zandpolders. Verduidelijk in dit principe wat we onder ‘duurzame bebouwing’ verstaan. Belangrijk hierbij is klimaatbestendigheid. Ontwikkelprincipe 9 (“verbeter de verbindingen naar en binnen het Groene Hart”): we vragen aandacht voor de relatie tussen vaarverkeer en het effect daarvan op de waterkwaliteit en de leefomgeving van dieren. Opmerkingen Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard Er zijn ook andere technieken om bodemdaling tegen te gaan [naast grondwaterstanden verhogen]. Deze zouden onderdeel uit moeten maken van mogelijke toekomstperspectieven. Er dient meer aandacht te zijn voor de waterveiligheid. Dit kan door voldoende ruimte te reserveren voor waterveiligheid en via meerlaagse veiligheid. Meer aandacht voor ruimtelijke klimaatadaptatie. Vooral bij bestaande bebouwing, zoals woonwijken. Kaart met grenzen Groene Hart
Bij grote ontwikkelingen en keuzes moet financiële dekking zijn om de zoetwatertoevoer te realiseren.
Schuurpunt nieuwe locaties grondwaterwinning en bodemdaling
Overgenomen, zie 4.9
Punt is benoemd in 4.3 Deels, zie 2.2 en 4.3 Overgenomen, zie 4.7 Wordt toegevoegd in de opgemaakte eindversie na vaststelling in Bestuurlijk Platform Niet als zodanig overgenomen, in het OWP wordt uit gegaan dat financiële dekking bij systeemveranderingen nodig is Benoemd als suggestie voor onderzoeksagenda bijlage 3
16. ANWB Opmerkingen Recreatie en toerisme ontbreek als opgave en als ontwikkelprincipe.
Verwerking Een aparte paragraaf en ontwikkelprincipe over recreatie en toerisme zijn toegevoegd. Het door het ANWB aangehaalde onderzoek naar landelijke tekort aan
Als er veel meer woningen worden gebouwd, maar de balans wonen-werken krijgt onvoldoende aandacht, krijg je meer -ongewenste- mobiliteit en neemt de druk op het gebied toe. Dit lijkt ons een ongewenste ontwikkeling en moet helder geduid worden in het Ontwikkelperspectief.
recreatieruimte is hierbij benoemd. In het OWP is benoemd dat het Groene Hart beter verbonden moet worden, zowel intern als met de omliggende steden.
17. LTO Noord Opmerkingen Het Bestuurlijk Platform Groene Hart moet trots zijn op de kracht van de agrarische sector en zuinig moet zijn op haar landbouwgronden. In deze versie nog onvoldoende toekomstperspectief voor boeren
Agrarisch ondernemers voelen zich in dit stuk nog onvoldoende gehoord, dat moet worden rechtgezet
Verwerking Belang agrarische sector benadrukt in 4.4 In de uitwerking van het OWP en vervolgproces is hier aandacht voor, behoud van een vitale agrarische sector in het Groene Hart is onderdeel van de stip op de horizon in dit OWP 1.0. Aandacht in vervolgproces
18. Coöperatie Groene Hart Oase Opmerkingen Beperktere set aan ‘harde’ kernwaarden, uitgangspunten en ontwikkelprincipes op hoofdlijn voor het gehele Groene Hart
Relatief weinig aandacht voor de relatie, samenhang en verwevenheid van het Groene Hart met (dwz invloed van en op) de omliggende stedenring
Verwerking Niet overgenomen, het gaat om een richtinggevend advies, principe ‘pas toe of leg uit’ is daarbij uitgangspunt. Dit komt op verschillende plekken in het OWP terug, vraagt eventueel nadere aandacht in uitwerking en vervolg OWP.
Groene Hart Oase heeft separaat voornemens voor een 2.0 versie gedeeld. Deze staan alvast hieronder benoemd:
Punten worden meegenomen in het vervolgproces naar een OWP 2.0
Anders wonen moet het speerpunt worden bij de woonopgave Het OER-programma biedt een interessant perspectief om de energietransitie ruimte te geven in het Groene Hart. Zoek naar een mogelijk nieuwe cluster van transport en logistiek, waarbij hun nieuwe (hernieuwbare) energiebehoefte de locatie bepaalt, en gecombineerd wordt met slimme her allocatie van logistieke en distributiecentra Maar van de circulaire MKB-bedrijven een USP Ontwikkel lokale (nieuwe) voedselproductie. Agrarisch perspectief opnemen, zoals dat van onderop kan worden gecreëerd Bied ‘waterzekerheid’ Koester het groen vanuit een grondrecht Onderzoek of een Groene Hart gebiedscoöoperatie bij ontwikkelthema’s een ondergrond van draagvlak en versnelling kan bieden Suggestie voor een G1000 19. Stichting Groene Hart Inbreng Groene Hart Pact
20. Stichting Groene Hart verbinders Stichting Groene Hart Verbinders heeft een document ‘Strategie Recreatie en Toerisme 20232026) toegezonden. In de nieuwe versie van het Ontwikkelperspectief 1.0 is nu een aparte paragraaf en ontwikkelprincipe voor Recreatie en toerisme opgenomen. Hierin wordt gepleit voor meer ruimte en mogelijkheden voor recreatie en toerisme in het Groene Hart, evenals zo in de strategie wordt benoemd.
21. Gezamenlijke reactie drinkwaterbedrijven Opmerkingen Drinkwateropgave meenemen in het OWP, daarbij de suggestie om een aparte paragraaf te besteden aan drinkwatervoorziening
Belang van bronbescherming voor zowel huidige als toekomstige bronnen
Verwerking Zie 4.12, in het OWP is nu een apart ontwikkelprincipe en paragraaf toegevoegd over opgave rond drinkwatervoorziening. Drinkwatervoorziening kan beschouwd worden als vitale ‘nutsvoorzieining’ evenals energie, daarom is hier een aparte paragraaf en ontwikkelprincipe over toegevoegd. Zie 4.12
22. Raadscommissielid gemeente Alphen aan den Rijn Een raadscommissielid van de gemeente Alphen aan den Rijn heeft een reactie geschreven op het OWP. Daarin zijn suggesties gedaan voor juridisch en maatschappelijk traject voor het oplossen van de grote opgaven in het Groene Hart. Deze inbreng wordt bestudeerd en meegenomen voor de uitwerking van het vervolgtraject van het OWP. De indiener gaat specifiek in op het verdienmodel voor de agrarisch ondernemer, met daarin opmerkingen en suggesties over de rol van waterberging (taak waterschappen) en de beperkingen en onwenselijkheden om CO2reductie/ETS systeem als verdienmodel voor de boer te zien. De indiener geeft aan dat het OWP nog tekort schiet bij de stap naar de uitvoering. De reactie van de indiener wordt meegenomen in de volgende fasen, waarbij het ontwikkelperspectief verder uitgewerkt moeten worden, ook ten aanzien van het verdienmodel van (agrarisch) ondernemers in het Groene Hart.