CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

43. Collegebrief inzake Impactstudie A27 en A1

GEMEENTERAAD 17 september 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Stukken ten aanzien waarvan de voorzitter voorstelt deze voor kennisgeving aan te nemen24.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS

Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers

DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL

16 juli 2025 ZAAKNUMM ER 1846369 BEHA NDELD DOOR A. Zaal TELEFOON 2380 DATUM

UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT

Impactstudie A27 A1 Geachte raadsleden, Via deze brief informeren wij u over de bekendmaking van de resultaten van de Impactstudie A27/A1. Aanleiding Deze impactstudie is uitgevoerd door advies- en ingenieursbureau Sweco in opdracht van Regio Gooi en Vechtstreek en Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Het gaat om onderzoek naar de effecten van de grote woningbouwopgaven in de regio’s om de regio Gooi en Vechtstreek heen. Deze studie is uitgevoerd op basis van bestaande onderzoeken, maar nu met de focus op de bereikbaarheid van de regio Gooi en Vechtstreek en specifiek de effecten op de A27 en de A1. Uit de studie blijkt dat in omliggende regio’s de woningbouwopgave tot 2040 ongeveer 415.000 woningen bedraagt. Met het Nationaal Reken Model (NRM) is gekeken naar het effect op de doorstroming op de A27 en de A1en ook is met TomTom-data gekeken of er op dit moment al sprake is van sluipverkeer. Er is ook gekeken naar de eigenschappen van het wegennet.

Daaruit blijkt ook dat er geen wegen naast het hoofdwegennet lopen die hetzelfde verkeer kunnen opvangen, terwijl het gemengde spoor (passagiers en goederen) nu al tot de drukste lijnen van Nederland behoort en geen alternatief kan bieden Consequenties De studie toont aan dat knelpunten op het hoofdwegennet, in combinatie met toenemende woningbouwdruk en forensenverkeer, de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio ernstig onder druk zetten. Ook andere onderzoeken bevestigen dat de reistijdproblematiek structureel en ernstig is, en wijzen op aanzienlijke vertragingen. De recente studie onderschrijft dit beeld en laat zien dat er op meerdere trajecten filevorming optreedt, met vertragingen van 20 minuten of meer. De knelpunten op de A1 blijken daarbij zelfs nog groter te zijn dan die op de A27. Deze cumulatie van signalen onderstreept dat zonder ingrijpen forse verslechteringen in bereikbaarheid onvermijdelijk zijn. De impactstudie bevestigt met de nieuwe woningbouwopgaven dat het verkeer op de A1 en A27 tussen de knooppunten Muiderberg, Eemnes en Zeewolde structureel vastloopt naar 2040, met negatieve

gevolgen voor de doorstroming van forenzen en het economisch functioneren van de regio. De Gooi en Vechtstreek vervult een essentiële rol in de nationale infrastructuur en vormt een onmisbare verbinding tussen Amsterdam, Utrecht en het oosten van het land. Omdat het hoofdwegennet vol loopt, wordt ook het lokale wegennet drukker en neemt sluipverkeer sterk toe. Op dit moment wordt op sommige lokale routes dit type sluipverkeer al gesignaleerd. In het onderzoek is dit met data nu ook onderbouwd https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2018/02/mirt-informatie-afronding-oostkantamsterdam-december-2017.pdf. Het gesignaleerde probleem komt niet als verrassing, zeker niet voor onze inwoners. Maar een laatste onderzoek dateert alweer van 2017 https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2018/02/inhoudelijkeanalyse-kwartiermaker-fase-mooa-def.pdf. Door de woondeals uit 2022, waarin de woningbouwopgave is toegenomen, is de situatie nu veel urgenter. De regio maakt zich zeer grote zorgen over deze ontwikkelingen. Integrale aanpak noodzakelijk De studie maakt duidelijk dat alleen een integrale aanpak, waarin het hoofdwegennet (HWN), onderliggend wegennet (OWN), openbaar vervoer en woningbouwontwikkeling samen worden bekeken, perspectief biedt.

Daarom pleit de Regio Gooi en Vechtstreek voor: • Start van een MIRT-verkenning A27 Zeewolde - Eemnes, gecombineerd met een gebiedsgericht onderzoek naar de regionale bereikbaarheid rond de A1 en A27; • Perspectief op de A1 en verbetering van A1-aansluitingen, inclusief het opstellen van een uitvoeringsplan voor verkeersmanagement tussen de knooppunten Muiderberg en Eemnes; • Samenstelling van een gebiedsgericht regionaal bereikbaarheidspakket, waarin ook openbaar vervoer (inclusief HUB-strategie) een belangrijke rol speelt. • Onderzoek naar oplossingsrichtingen voor de middellange termijn op weg, spoor en in OV. Forensen en brede welvaart onder druk Zonder structurele maatregelen dreigt de forenzenstroom in de regio verder te stagneren. Daarmee komt niet alleen de bereikbaarheid, maar ook de economische vitaliteit en brede welvaart in het gedrang. De Regio Gooi en Vechtstreek blijft zich daarom actief inzetten voor een gebalanceerde woonwerkverdeling, duurzame mobiliteit en toekomstbestendige infrastructuur. Vervolgtraject De Regio roept het Rijk, provincies, gemeenten en vervoersregio’s op om samen de schouders te zetten onder een gezamenlijke aanpak.

Alleen door bundeling van krachten en gezamenlijke investeringen in mobiliteit, woningbouw en infrastructuur kan de Regio haar bijdrage leveren aan het grotere geheel: het versterken van de nationale doorstroming én het behouden van de unieke ruimtelijke kwaliteit van de Gooi en Vechtstreek.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

1/80

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteurs Datum Versie Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Impactstudie A27/A1 Gooi en Vechtstreek 51028404 Regio Gooi en Vechtstreek Bert van Velzen, Guus Tamminga 27-06-2025 Eindrapportage NL25-648800269-138399 - 20250627 - Impactstudie A27-A1 Gooi en Vechtstreek - eindrapport

2/80

Inhoudsopgave 1

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ......................................................................................................... 5 1.2 Doel en aanpak ................................................................................................. 5 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................... 6

2

Duiding gebieden en inhoudelijk kader ......................................................................... 7 2.1 Bijzonder gebied met specifieke uitdagingen ................................................... 7 2.2 Omliggende gebieden, regio’s, gemeenten .................................................... 10 2.3 Inhoudelijk analysekader................................................................................. 11

3

Brondocumenten nader beschouwd............................................................................ 13 3.1 Structuur brondocumenten ............................................................................. 13 3.2 Soorten informatie brondocumenten ............................................................... 15 3.3 Verankering in regionaal, provinciaal en landelijk beleid ................................ 15

4

Inhoudelijke informatie uit de documenten .................................................................. 16 4.1 Samenhang wonen, werken en mobiliteit ....................................................... 16 4.1.1 Structuur in wonen, werken en mobiliteit ........................................ 16 4.1.2 Grootschalige woningbouw; opgave voor ruimte en mobiliteit ....... 16 4.2 NOVEX-gebied MRA....................................................................................... 17 4.2.1 Woningen en arbeidsplaatsen MRA ............................................... 17 4.2.2 Woningen en arbeidsplaatsen in Gooi en Vechtstreek .................. 18 4.2.3 Flevoland uitgelicht ......................................................................... 19 4.2.4 Mobiliteitssysteem MRA/ Flevoland ................................................ 19 4.2.5 Knelpunten met betrekking tot Flevoland ....................................... 19 4.2.6 Knelpunten in Gooi en Vechtstreek vanuit MRA/Flevoland............ 20 4.3 NOVEX-gebied Utrecht – Amersfoort ............................................................. 21 4.3.1 Woningen en arbeidsplaatsen Utrecht – Amersfoort ...................... 22 4.3.2 Mobiliteitssysteem Utrecht – Amersfoort ........................................ 22 4.3.3 Knelpunten Utrecht – Amersfoort ...................................................

23 4.3.4 Regio Amersfoort uitgelicht ............................................................ 23 4.3.5 Knelpunten Gooi en Vechtstreek vanuit Regio Amersfoort ............ 24 4.4 Cumulatieve impact op Gooi en Vechtstreek .................................................. 24

5

Ruimtelijke ontwikkelingen/ambities – relatie met NRM.............................................. 25 5.1 Vergelijking SEG’s: aantallen woningen en arbeidsplaatsen.......................... 25 5.1.1 Vergelijking aantallen woningen ..................................................... 25 5.1.2 Vergelijking aantallen arbeidsplaatsen ........................................... 29 5.2 Conclusie benutten NRM bij cumulatieve analyse mobiliteitssituatie ............. 30

6

Analyse cumulatieve mobiliteitssituatie ....................................................................... 31 6.1 Intensiteiten en belasting wegennet ................................................................ 31 6.1.1 Ontwikkeling verkeersintensiteiten ................................................. 31 6.1.2 Belasting wegennet ........................................................................ 32 6.2 Sluipverkeer / SLA’s ........................................................................................ 38 6.2.1 De selected link analyses (SLA) ..................................................... 38 6.2.2 Reistijden op sluiproutes ten opzichte van snelwegroutes ............. 39 6.2.3 Sluiproute door kern Blaricum als casus ........................................ 41

3/80

6.3 6.4

6.2.4 Bevindingen sluiproutes.................................................................. 43 Rijtijden............................................................................................................ 43 Beschouwing gevolgen voor Brede Welvaart in Gooi en Vechtstreek ........... 47

7

Hoofdoplossingsrichtingen .......................................................................................... 48 7.1 Reflecties vooraf ............................................................................................. 48 7.1.1 Na- en voordelen, samenhang HWN/OWN en samenhang instroom/ uitstroom ......................................................................... 48 7.1.2 Aanhaken bij nationale en regionale beleidsinzichten .................... 48 7.2 Lopende initiatieven ........................................................................................ 49 7.3 Verdere oplossingsrichtingen .......................................................................... 50

8

Maatregelen ................................................................................................................. 52 8.1 Uit documenten bekende maatregelen ‘buiten G&V’ en hun status ............... 52 8.2 Concrete genoemde maatregelen binnen regio Gooi en Vechtstreek ............ 53 8.3 Aanvullend ...................................................................................................... 57

Bijlage 1 Regio’s, deelregio’s, gemeenten, kernen ............................................................... 58 Bijlage 2 Duiding documenten ............................................................................................... 61 Bijlage 3 Selected Link Analyses ........................................................................................... 62 Bijlage 4 Sturingsprincipes – mobiliteit – brede welvaart ..................................................... 79

4/80

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De regio Gooi en Vechtstreek1 staat voor grote uitdagingen: de toenemende mobiliteitsdruk als gevolg van grootschalige woningbouw in de omliggende gebieden rond Amsterdam, Utrecht, Amersfoort en Flevoland, naast de woningbouwambities in de regio zelf. Deze ontwikkelingen, die resulteren in honderdduizenden extra woningen en extra arbeidsplaatsen, brengen naar verwachting aanzienlijke druk met zich mee op de mobiliteitssystemen. Deze ontwikkeling onderstreept de urgentie om een effectieve en onderbouwde impactanalyse uit te voeren als basis voor een strategie die concrete stappen bevat om de bereikbaarheid en brede welvaart in de regio voor de toekomst te waarborgen. Om tot deze strategie te komen, zijn in deze Impactstudie A27/A1 bestaande documenten met inhoudelijke expertise en lokale en regionale kennis en inzichten geanalyseerd. De analyse bestond uit het kritisch analyseren van relevante documenten en NRM-data, het duiden en onderbouwen van verwachte problemen en hun oorzaken en het identificeren van oplossingsrichtingen en bijpassende maatregelen.

Deze Impactstudie A27/A1, voluit: Impactstudie A27/A1 op de regionale bereikbaarheid van Gooi & Vechtstreek; cumulatieve gevolgen mobiliteit en brede welvaart als gevolg van ruimtelijke ontwikkeling in en vooral om Regio Gooi en Vechtstreek, is door Sweco uitgevoerd in opdracht van het Rijk-regiosamenwerkingsverband Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en de Regio Gooi en Vechtstreek.

1.2 Doel en aanpak Er is behoefte aan inzicht in hoe de opeenstapeling van woningbouwontwikkelingen en de toename van arbeidsplaatsen (ook wel de ruimtelijk-economische ontwikkelingen genoemd) in en rondom de regio Gooi en Vechtstreek de multimodale bereikbaarheid van deze regio beïnvloeden. Dit betreft zowel het hoofd- als het onderliggende mobiliteitsnetwerk en de impact op de brede welvaart in de regio. Deze Impactstudie kan benut worden bij het opstellen van het narratief om de problematiek op een onderbouwde manier op de geschikte agenda’s te krijgen. Hiertoe is samen met de begeleiders van dit onderzoek een bij dit rapport behorende presentatie opgesteld. Dit rapport richt zich op de feitelijke technische onderbouwing van de uitgevoerde impactstudie. De impactstudie is in zijn essentie een bureauonderzoek dat de volgende aspecten omvat: • • • • • • •

inventariseren en verzamelen van de beschikbare mobiliteitsstudies en -data, vergelijken uitgangspunten met betrekking tot de sociaaleconomische gegevens (SEG’s), gehanteerde uitgangspunten (voor de gebruikte modellen) in de beschikbare mobiliteitsstudies, onderscheid naar harde en zachte ruimtelijk-economische plannen in en rondom de regio, ordenen (naar jaar, gehanteerd model, gebied, etc.) van de mobiliteitsstudies en -data, verificatie of de inzichten compleet, nauwkeurig en van voldoende kwaliteit zijn benoemen van hoofdoplossingsrichtingen en beschouwen van maatregelen

Gekozen is om in deze studie het vigerende NRM als backbone te gebruiken. Alle data (zowel invoergegevens als effectbepalingen) is ten opzichte van het NRM beschouwd. Sweco heeft een aanpak in drie stappen gevolgd: (A.) start en kick-off, inclusief inhoudelijk kader, (B.) probleemanalyse, (C.) maatregelpakketten en narratief (zie kader).

1

Samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van de gemeenten Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren.

5/80

Uitgevoerd stappenplan In stap A is het inhoudelijke (analyse)kader neergezet: •

•

Richten op de indicatoren: rechtstreekse verkeerskundige indicatoren en daarna de afgeleide Brede Welvaart o Thermometerpunten op belangrijkste relaties; o Relaties/routes door het studgebied: hoofdwegen en (sluip)routes via het onderliggende wegennet; o Kwetsbare gebieden; Keuze voor NRM als backbone, focus op zichtjaar 2040.

In stap B is de probleemanalyse uitgevoerd: • • • •

Brondocumenten bestuderen en daar informatie uit destilleren; Samenbrengen van de informatie: diepgang, samenhang, mogelijke witte vlekken; Kwantitatieve cijfermatige analyse op basis van NRM en andere data; Beschrijven van het probleem, de opgave, met doorkijk naar oplossingsrichtingen.

In stap C is de stap gemaakt naar maatregelen en narratief: • •

Oplossingsrichtingen vertalen naar concrete maatregelen; Opstellen van een gedragen narratief (zie bijbehorende presentatie, niet opgenomen in dit rapport).

Elke stap is afgesloten met een mijlpaal: een bespreking met de begeleidingsgroep impactstudie (bestaande uit vertegenwoordigers van Regio Gooi en Vechtstreek, waaronder de gemeente Hilversum, de programma-organisatie SBaB, provincie Flevoland en provincie Noord-Holland) en de programmalijn Oostflank MRA.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 begint met een inleiding met daarin een toelichting op het doel en de aanpak van de impactstudie, gevolgd door een beschrijving van de uitdagingen binnen het specifieke gebied en de relevante regio’s. In Hoofdstuk 2 wordt een nadere beschrijving gegeven van de regio’s en van het inhoudelijk kader dat we hanteren om de situatie te beschouwen/beoordelen. In hoofdstuk 3 geven we een structuur (ordening) van de brondocumenten. Hoofdstuk 4 is gewijd aan informatie per NOVEX-gebied: belangrijke gegevens over woningen en arbeidsplaatsen, het mobiliteitssysteem en knelpunten. Hoofdstuk 5 bevat een analyse van de cijfers van de ruimtelijke ambities in relatie tot het NRM: vele cijfers ten aanzien van woningbouw en arbeidsplaatsen. Belangrijke conclusie daaruit is dat het NRM de gecumuleerde ruimtelijk-economische ambities omvat en daarmee voldoende basis voor deze studie vormt. Hoofdstuk 6 gaat in op de cumulatieve mobiliteitssituatie en de gevolgen voor de brede welvaart, gebaseerd op een combinatie van huidige verkeersgegevens en een interpretatie voor de toekomst in 2040 met behulp van het NRM. Hoofdstukken 7 gaat in op de hoofdoplossingsrichtingen en Hoofdstuk 8 gaat in op bijpassende maatregelen die in beeld zijn.

Als bijlagen zijn toegevoegd: (A.) Een overzicht van de regio’s, deelregio’s en gemeenten (B.) Duiding van alle bestudeerde documenten (C.) een opsomming van de sturingsprincipes van het MTB en de strategische aanpak in de MRU. (D.) Informatiekaart (digitale webviewer) Als extra, naast deze rapportage, is een webviewer opgeleverd, waarin de in deze studie verzamelde en geproduceerde informatie op een interactieve wijze ontsloten is: Informatiekaart Gooi & Vechtstreek. 2 Tot slot is, zoals eerder vermeld, een zelfstandige bijbehorende presentatie opgeleverd.

2

https://ggc.maps.arcgis.com/apps/instant/media/index.html?appid=339f4cb41d16406ca1fea41f32d76ef8

6/80

2 Duiding gebieden en inhoudelijk kader In dit hoofdstuk staat een nadere beschrijving van de regio’s en van het inhoudelijk kader dat is gehanteerd om de huidige en toekomstige situatie te beschouwen.

2.1 Bijzonder gebied met specifieke uitdagingen De Regio Gooi en Vechtstreek heeft sterke eigen kwaliteiten en ook behoeften: dorpen, historie en natuur in vele typen. Er is aan de ene kant de nabijheid van aantrekkelijke grote steden en aan andere kant aantrekkelijke recreatie en natuur (onderdeel van Natuur Netwerk Nederland). Door de regio loopt een uitloper van de Utrechtse heuvelrug met bossen en heide, er is het veenplassengebied (Natura 2000gebied Oostelijke Vechtplassen) en het Natura 2000-gebied Naardermeer. Het water van het Gooimeer (met Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever) is aantrekkelijk voor waterrecreatie, o.a. door de verbinding met de andere randmeren (ontstaan na het aanleggen van de Flevopolder). De regio heeft hiermee een sterk groenblauw accent. Het Perspectief Oostflank MRA kenmerkt het landschap van Gooi en Vechtstreek als ‘groenstedelijk’. Met al deze omstandigheden kent Gooi en Vechtstreek een goede score op brede welvaart. In 2024 haalde de Gooi en Vechtstreek de hoogste scores ten aanzien van brede welvaart3 (zie ook artikel: Hoogste scores brede welvaart MRA in Gooi en Vechtstreek metropoolregioamsterdam). Deze kwaliteiten staan echter onder druk door de toenemende mobiliteit. De grofmazigheid die het regionale en gemeentelijk netwerk in deze regio kenmerkt, zorgt potentieel voor extra kwetsbaarheid.

De toenemende mobiliteit hangt samen met de grote landelijke uitdaging ten aanzien van woningbouw: in totaal meer dan 900 duizend woningen extra in de komende decennia. Een groot deel daarvan moet terecht komen in de omliggende regio’s van Gooi en Vechtstreek heen: Metropoolregio Amsterdam (MRA), Flevoland, Amersfoort en Utrecht. Het gaat om forse aantallen woningen en daarbij ook om arbeidsplaatsen. Voor de MRA zijn er de bereikbaarheids- en mobiliteitskenmerken van een grote (hoofd)stedelijke agglomeratie. Het mobiliteitssysteem van de grote stad Utrecht fungeert, samen met Amersfoort, bovendien als zogenoemde ‘draaischijf’ van Nederland. Elk van deze omliggende regio’s zet de urgentie voor zichzelf al neer, zie (aan het eind van deze paragraaf) enkele citaten uit de documenten. Gooi en Vechtstreek ligt tussen de twee NOVEX-gebieden (MRA en Utrecht-Amersfoort) ingeklemd en huisvest bovendien de essentiële corridorfunctie voor twee belangrijke, elkaar kruisende corridors: (1) A1: Amsterdam – Amersfoort, (2.) A27: Almere – Utrecht. Deze twee corridors lopen na Amersfoort en Utrecht door als belangrijke achterlandverbindingen in het nationale en internationale netwerk, zowel voor spoor als wegen. De A27 kent een relatief hoog aandeel vrachtverkeer: rond 14%. Op de A1 is dit ongeveer 10%4.

Aan de andere kant vervullen de A1 en de A27 een functie voor de verbinding binnen de regio, zoals de A27 tussen Huizen, Laren en Blaricum en Hilversum5. De ruimtelijke ontwikkelingen in de omliggende regio’s hebben elk voor zich al grote consequenties voor de bereikbaarheid en brede welvaart van de Regio Gooi en Vechtstreek. De cumulatie maakt de regionale opgave nog groter.

3

Bron: hoogste scores brede welvaart MRA in Gooi en Vechtstreek (19.11.2024), Atlas voor Gemeenten Bron: INWEVA 2024. 5 Bron: Monitoring A27 Zeewolde – Knooppunt Eemnes. 4

7/80

Mobiliteit in het studiegebied Onderstaande is voornamelijk een bewerking van de beschrijving uit het MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam, exact tien jaar geleden (2015). Achtereenvolgens een beschrijving van weg, spoor, bus en fiets. Weg De autosnelweg A1 tussen Amsterdam en Amersfoort doorkruist het studiegebied Gooi en Vechtstreek. De A1 vormt een belangrijke verbinding tussen de Randstad en het oosten van het land (en daarachter Duitsland en Oost-Europese landen). Ook ontsluit de A1 een groot deel van ‘t Gooi en is samen met de A6 en A27 van belang voor de relatie Almere – ‘t Gooi. De A1 wordt in de richting van Amsterdam vooral gebruikt door personenverkeer uit Almere en de regio Gooi en Vechtstreek. Ook het noordoosten van de provincie Utrecht is een belangrijke herkomst. De belangrijkste bestemming is Amsterdam, gevolgd door Amstelveen/Amsterdam-Zuidoost. De A27 doorkruist het studiegebied Gooi en Vechtstreek van noord naar zuid en vormt een belangrijke doorgaande verbinding tussen het noorden van het land (via de A6), de Randstad en het zuiden van Nederland en door naar België. Richting het zuiden komt het grootste gedeelte van het personenverkeer op de A27 bij Huizen uit Gooi en Vechtstreek en Almere. Bij de bestemmingen gaat het meeste verkeer naar Gooi en Vechtstreek en Utrecht Noordoost.

Een relatief groot aandeel van het verkeer heeft zowel herkomst als bestemming Gooi en Vechtstreek. Indicatief hiervoor zijn de volgende cijfers (uit Rapportage Monitoring A27 Zeewolde – Knooppunt Eemnes, 2024): van het verkeer op de A27 juist ten noorden van Knooppunt Eemnes gaat ongeveer 45% van en naar de beide aansluitingen Eemnes/Laren (aansluiting 34) en Huizen/Blaricum (35), 7% naar aansluiting A1 Laren/Hilversum-Noord (9) en 10-13% naar A27 Hilversum (33) (meet- en enquêtegegevens uit Verkeerskundig Onderzoek Randstad, 2023). Verschillende provinciale wegen ontsluiten de regio richting de A1, A2 en A27. In oost-westrichting vormen de zuidelijke N201 en de meer centrale N236 de verbindingen. Beide hebben een regionale functie voor de bereikbaarheid vanuit Gooi en Vechtstreek naar Amsterdam en verder westelijk. Ze vormen een secundair stelsel parallel aan de A1. De N201 is verbinding tussen de A2 en (via de bebouwde kom van Hilversum) de A27. De N236 vormt door zijn ligging de meest duidelijke parallelle verbinding langs de A1, een belangrijke regionale route voor de gemeente Wijdemeren, Bussum (incl. de wijk Hilversumse Meent) en het Mediapark Hilversum. Ook deze provinciale verbinding gaat over in een lokale weg (Ceintuurbaan in Bussum) naar de het hoofdwegennet, de A1.

Verdere regionale wegen zijn ‘haaks’ op de A1 (en daarop aangesloten) de N524 (Lage Naarderweg) en N525 (Larenseweg): belangrijke noord-zuidroutes binnen de regio. Al het verkeer dat over deze wegen richting de A1 en A2 gaat, moet door bebouwde kommen van Hilversum, Bussum en Naarden, afhankelijk van de gekozen toerit, routes door woonwijken. Belangrijk te noemen is dat er geen sluitend regionaal wegennet is. Dat heeft twee keerzijden: veel regionale relaties lopen (ook) via het hoofdwegennet. Andere routes dan via het hoofdwegennet lopen via dorpskernen, in een aantal gevallen via dorpspleinen, waar het ten koste gaat van leefbaarheid en veiligheid. Een groot deel van de werkende bevolking in Gooi en Vechtstreek heeft een werkbestemming op meer dan 15 kilometer afstand van de woonplaats. Dit is vooral het geval in de kernen Bussum en Laren, het westelijk deel van Huizen en het westelijk en noordelijk gedeelte van Hilversum. Bezoekers aan de kernen Naarden, Bussum-Zuid en een groot deel van Hilversum hebben bovengemiddeld vaak een verplaatsingsafstand van meer dan 15 kilometer; bezoekers in Blaricum en Huizen hebben bovengemiddeld vaak een korte verplaatsingsafstand. Knelpunten weg huidige situatie De autoweg A1 door ‘t Gooi kent capaciteitsproblemen tijdens de spitsen en ook in de periode daartussen loopt het vol.

Op de A27 tussen Knooppunt Eemnes en Almere bevinden zich knelpunten die leiden tot files.

8/80

Lokaal is de spoordoorsnijding in Naarden en Bussum problematisch: de gelijkvloerse overwegen leiden tot opstoppingen en kunnen leiden tot onveilige situaties. Bij file op de A1 is de route door Naarden en Bussum (Rijksweg-Godelindeweg-Amersfoortsestraatweg) een potentiële sluiproute. De barrière van het spoor verergert de overlast hiervan. Spoor De corridor Amsterdam - Amersfoort heeft zowel een nationale als een internationale functie, sprinters en intercitytreinen. Op Europees niveau maakt het deel uit van de North Sea-Baltic corridor.. Dominant zijn de verbindingen tussen Amsterdam, Almere, Utrecht en Amersfoort. Tussen Amersfoort en Amsterdam stoppen Intercity’s in Hilversum. De Gooilijn is de spoorlijn tussen Amsterdam en Amersfoort die vrijwel parallel loopt aan de A1. De spoorcorridor Almere – Utrecht is een tweede belangrijke lijn die door het gebied loopt. Binnen de regio Gooi en Vechtstreek ligt een vijftal treinstations: Hilversum Sportpark, Hilversum, Hilversum Media Park, Bussum-Zuid en Naarden-Bussum. Station Hilversum is hiervan het enige Intercitystation. Inwoners uit Huizen, Laren en Blaricum zijn aangewezen op de stations in Hilversum en Bussum, die met streekvervoer (sneldiensten) bereikbaar zijn. De betrouwbaarheid van de spoorlijn door ‘t Gooi wordt negatief beïnvloed door de vele gelijkvloerse overwegen op het traject.

Hierdoor is de lijn gevoelig voor verstoring van de dienstregeling wanneer incidenten plaatsvinden (aanrijdingen en haperende overwegen). Bus Er zijn meerdere buslijnen actief in het gebied. Vooral Laren, Eemnes, Blaricum en Huizen zijn voor OV aangewezen op busvervoer. Het gebruik van OV ligt in ’t Gooi met 0-5% van de werkenden laag (bron: MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam). Tot hier de korte samenvatting uit MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam uit 2015. Vanaf hier actuele informatie. P+R Eemnes vormt een belangrijk multimodaal knooppunt. Van daar loopt buslijn 109 via Laren en Crailo naar de stations in Bussum. Voor HOV zijn er (anno 2025) de R-netlijnen 320 (van Huizen enerzijds via Naarden naar Amsterdam en anderzijds via Eemnes naar Hilversum) en 321 (van Eemnes via Laren, Crailo en Naarden naar Amsterdam). Lijn 200 rijdt van Huizen via Blaricum P+R en Eemnes naar Utrecht Science Park. Er loopt momenteel een initiatief om deze laatste HOV-verbinding door te trekken naar Almere. Fiets Er wordt in de regio ingezet op het fietsnetwerk, waaronder het netwerk van doorfietsroutes. In juni 2025 is de vaststelling van het masterplan voor de doorfietsroutes voorzien. Hieronder staan enkele kenmerkende citaten uit de bestudeerde documenten, die de problematiek, ambitie en opgave schetsen.

“Om aan de totale woningbehoefte te voldoen, zullen er in de provincie Utrecht van 2020 tot en met 2040 in totaal 165.000 woningen moeten worden gerealiseerd. Dat is bijna de gehele stad Utrecht er nog een keer bij” (Bron: Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort. 2023). “De consequenties zijn niet alleen voor de regio enorm, maar raken ook de bereikbaarheid van Nederland als geheel. Dit wordt bevestigd in de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA 2021). In 2030 loopt het hoofdwegennet aan de zuidkant van Utrecht (A12/A2), de noordoostkant van Amersfoort (A1/A28) en tussen beide steden (A28) vast. Ook ontstaan er knelpunten op de spoorverbindingen tussen beide steden (Utrecht-Amersfoort) en met de omliggende regio’s en Duitsland (Utrecht-Amsterdam, AmersfoortAmsterdam en Utrecht-Arnhem-Duitse grens). Op Utrecht Centraal knelt de overstap van/naar regionaal en lokaal vervoer en hinderen verschillende modaliteiten elkaar daar waar ze kruisen” (Bron: Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort. 2023).

9/80

“De ambitie is een aantrekkelijke Metropoolregio te zijn. Scherpe keuzes zijn nu nodig vanwege de sterke verstedelijking tot 2030, waardoor driekwart van de mobiliteitsgroei al in de komende tien jaar wordt verwacht” (bron: Multimodaal Toekomstbeeld MRA, 2022). “Bij verder verstedelijken zonder aanvullend beleid zijn de negatieve gevolgen voor de brede welvaart groot: De bereikbaarheid van werklocaties met de auto en het OV neemt af. Het mobiliteitssysteem loopt vast en de economische verlieskosten voor het goederenvervoer nemen toe” (bron: Multimodaal Toekomstbeeld MRA, 2022). “In vergelijking met de andere regio’s in de MRA kent de regio Gooi en Vechtstreek tot 2040 een van de grootste opgaven op alle doelstellingen. Het valt op dat deze regio in 2014 nog geen enkel knelpunt kende in het openbaar vervoer, maar dat zonder maatregelen er in 2040 twee knelpunten zullen ontstaan (ICtrajecten Amersfoort-Weesp en Weesp-Duivendrecht). Het aantal knelpunten op de weg neemt toe van 0 naar 2, deze zal zich voordoen in zowel de ochtend- als avondspits op de A1 tussen Muiderberg en Hilversum en tussen Diemen en Muiderberg.

Zo blijkt verder ook dat de bereikbaarheid van arbeidsplaatsen met de auto in deze regio fors afneemt (een afname van -17% ten opzichte van 2014) wat ertoe zal leiden dat de vervoersongelijkheid verder zal toenemen (ten opzichte van 2014 verslechtert de GINI-coëfficiënt met 28%). Hiermee heeft de regio Gooi en Vechtstreek in 2040 een van de slechtste scores op inclusiviteit van de MRA (alleen de regio Almere en Lelystad scoort slechter). Inwoners in deze regio zijn erg afhankelijk van de auto, wat betekent dat zonder maatregelen de bereikbaarheid van deze regio fors zal afnemen tenzij de positie en aantrekkelijkheid van het OV en de fiets verbeterd zullen worden.” (bron: Multimodaal Toekomstbeeld MRA: Analyserapportage, 2021). “In de regio Gooi en Vechtstreek neemt het aantal bereikbare banen procentueel het minste toe van alle regio’s en in de regio Almere en Lelystad het meeste, respectievelijk met +62% t.o.v. +120%).” (bron: Multimodaal Toekomstbeeld MRA: Analyserapportage, 2021). “Met een verbeterde sociaaleconomische structuur en een uitstekend ondernemersklimaat, met investeringen in onderwijs, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid ontstaat een regio die op een gezonde manier kan doorgroeien. Dat is belangrijk, want er is in de MRA behoefte aan 270.000 – 450.000 woningen tot 2050. 270.000 woningen, dat is acht keer Lelystad.

450.000 woningen, dat is een stad bouwen ter grootte van Amsterdam” (bron: Perspectief Oostflank MRA, 2021).

2.2 Omliggende gebieden, regio’s, gemeenten Om de cijfers uit de verschillende studies goed te kunnen duiden, te vergelijken en cumulatief te beschouwen, is het essentieel om de precieze gebieden in beeld te hebben. Dit voorkomt ook dubbeltelling. Hieronder de gehanteerde indeling. De Regio Gooi en Vechtstreek omvat de Noord-Hollandse gemeenten (met kernen): Gooise Meren (Bussum, Naarden, Muiden), Hilversum, Huizen, Blaricum, Laren, Wijdemeren (Loosdrecht, ’s-Graveland, Nederhorst den Berg) en sinds kort ook de gemeente Eemnes. Metropoolregio Utrecht (MRU) en Metropoolregio Amsterdam (MRA) In het Ontwikkelperspectief ‘Utrecht Nabij’ is de Metropoolregio Utrecht (MRU) gedefinieerd als het westelijke deel van de provincie Utrecht, en omvat de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Ook wel aangeduid als U10 (in een verder verleden gestart als samenwerkingsverband van 10 van deze nu 16 gemeenten). De MRU is ondertussen uitgebreid met de regio Amersfoort, en is tevens aangemerkt als één van de zeven NOVEX-verstedelijkingsgebieden van Nederland, het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort.

Deze uitbreiding van de MRU omvat daardoor aanvullend de Utrechtse gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, en de Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk.

10/80

De Metropoolregio Amsterdam (MRA) bestaat uit 30 MRA-gemeenten in de provincies Noord-Holland en Flevoland, geclusterd in zeven deelregio’s6: Amsterdam, Amstelland-Meerlanden, Zuid-Kennemerland, IJmond, Zaanstreek-Waterland, Gooi en Vechtstreek en Flevoland (Oostflank). De eerste zes van deze deelregio’s liggen op het Oude Land (niet in de Flevopolder). De Regio Gooi en Vechtstreek is hiermee één van de deelregio’s in de MRA en grenst aan de deelregio’s Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en ‘Flevoland’ (wat voor de formele MRA niet de hele provincie is, maar alleen Almere en Lelystad)7. Onder Oostflank (van de MRA) wordt soms ook Gooi en Vechtstreek begrepen. Zie voor een volledige lijst van gemeenten de bijlage ‘regio’s, deelregio’s’. Onderverdeling in windrichtingen Voor deze studie is de impact op mobiliteit en brede welvaart in Gooi en Vechtstreek bekeken vanuit de beide NOVEX-gebieden, waarbij vervolgens binnen de MRA nog onderscheid is gemaakt tussen Flevoland en het ‘oude land’ en voor het andere gebied de regio Amersfoort is uitgelicht. Al met al grofweg vier windrichtingen: - Flevoland - ‘Amsterdam’, ofwel het ‘Oude Land’ buiten Gooi en Vechtstreek - Utrecht - Amersfoort.

2.3 Inhoudelijk analysekader In Stap A van deze studie is het inhoudelijk analysekader vastgesteld. Doel is om de afzonderlijke en vooral de cumulatieve gevolgen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de Brede Welvaart-aspecten in/voor de Regio Gooi en Vechtstreek te beschouwen/beoordelen. Deze aspecten uit het kader waarop de effecten worden beschreven zijn, aansluitend bij aan het Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040: • • • • •

Aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, Duurzame mobiliteit Vitale economie en verstedelijking; Mobiliteitssysteem voor iedereen Bereikbare regio

Het belangrijkst daarbij is het bepalen van de mobiliteitsindicatoren. De zijn namelijk sterk bepalend voor elk van de bovenstaande Brede Welvaart-aspecten. In Stap A is daarvoor de volgende aanpak vastgesteld: -

-

6 7

In kaart brengen van de sociaal-economische gegevens voor elk van de gebieden/regio’s. Bovenstaande gebiedsbeschrijving geeft aan hoe we de data ordenen. Resulterende verkeerseffecten: o Intensiteiten, met name op een set van geselecteerde thermometerpunten op het wegennet o I/C-waarden en rijtijden op de verschillende wegvakken van de hoofdwegen o Algemeen: congestieproblematiek o Een aantal (potentiële) sluiproutes ▪ Rijtijden en omvang gebruik ▪ Per route en een beschouwing ervan in relatie tot de corresponderende route over het hoofdwegennet. o Rijtijden op gebiedsdoorkruisende trajecten Beschouwen in het licht van de Brede Welvaart-aspecten o beoordelingsgebieden voor verkeer over het onderliggende wegennet zijn alle kernen

zie ook het Multimodaal Toekomstbeeld MRA (p.10) NB: in meerdere analyses spelen ook de ZUND-gemeenten in Flevoland een rol. Ook in dit document zijn ze betrokken. Het kan MRA-plus genoemd worden.

11/80

o

daarnaast zijn nog expliciet enkele gebieden in de nabijheid van de snelwegen A1 en A27 aangewezen en het deel van de N201 door het zuidelijke deel van de kern Hilversum.

Het raamwerk voor de analyse is hieronder op kaartbeeld weergegeven. Dit is een geëxporteerd kaartbeeld uit de webviewer waarin de in deze studie verzamelde en geproduceerde informatie op een interactieve wijze ontsloten is: Informatiekaart Gooi & Vechtstreek.

Afbeelding: overzichtskaart (bron: Informatiekaart)

12/80

3 Brondocumenten nader beschouwd Deze impactstudie is gebaseerd op bestaande (model)studies/documenten. In Bijlage 3 Duiding documenten is nader ingegaan op de essentie van de documenten en op welk aspect (woningbouw, arbeidsplaatsen, knelpunten, maatregelen, zichtjaar, modaliteiten) deze betrekking hebben. In dit hoofdstuk geven we weer hoe de brondocumenten samenhangen en op welke eerdere en onderliggende documenten ze voortbouwen. In feite bevindt ook de set van documenten zich in een ‘netwerk’: veel documenten bouwen voort op eerdere documenten en hebben een relatie met documenten die een ander domein beslaan. De focus van onze studie en de lijst met betrokken brondocumenten zijn geweest: i) het thema mobiliteit, ii) in deze regio, iii) in de toekomstige situatie 2040. Uitwaaieren gaat in ruimtelijke zin vanwege de relatie met de omliggende regio’s, qua ‘oorzaak’ van mobiliteit ligt er een link met thema’s als woningbouw, woondeals, woon-werkbalans8, etc. Elk document nodigt door verwijzingen weer uit tot het betrekken van weer andere documenten, steeds verder verwijderd van de focus van deze studie. Het betrekken van de Woondeals van begin 2023, is benut voor het vergelijken van de vulling van het NRM met de andere uitgevoerde analyses.

3.1 Structuur brondocumenten De belangrijkste documenten passend bij onze focus, zijn hieronder geclusterd op basis van het bovenliggende document. De opgesomde documenten onder het hoofddocument vormen een uitwerking of zijn deeldocumenten van het hoofddocument. Een voorbeeld hiervan is de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort (oktober 2024), die een deeluitwerking is van de Adaptieve Ontwikkelstrategie U Ned (2022) en voortbouwt op de documenten Utrecht Nabij (2020) en Amersfoort Centraal! (2021). In de tijd gezien zijn het documenten van ongeveer de afgelopen 5 jaar, met eén uitzondering: het (ook hiervoor al aangehaalde) MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam, dat nu 10 jaar geleden uitgevoerd is.

8

En verder b.v. Woonwerkmilieusin de MRA, NOVEX MRA - Verkenning naar gemengde stedelijke milieus, juni 2023

13/80

Datum

Document

Documenten MRA 2024-10-11

Bereikbaarheidsmaatregelen NOVEX MRA

2024-11-12

•

Evenwichtige groei in de MRA – Handelingsperspectief voor het versterken van de woon-werkbalans in de MRA

2024-09-11

•

Bereikbaarheidsonderzoek 100.000+ woningen Flevoland

2024-04-30

•

Uitgangspuntennotitie Woningbouwambities Flevoland – VENOM

2023-03-15

•

Woondeal MRA en Woondeal Flevo ZUND

2022-11-04

•

Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040

2022-09-12

•

Toekomstvast Investeringspakket voor de Amsterdam Bay Area tot en met 2030

2022-09-05

•

Verdiepend onderzoek Amsterdam Bay Area

2022-04-04

•

Amsterdam Bay Area – Eindrapport MIRT-Onderzoek 2020-2021

2021-11-30

•

Verstedelijkingsconcept 2050 – metropoolregio (Amsterdam) van grote klasse met menselijke maat

2021-11-17

•

Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040: Analyserapportage

2021-03-31

•

Perspectief Oostflank MRA – Klaar voor de toekomst – ‘Almere 2.0’

2017-12-06

•

MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam - Eindrapport

2015-06-10

•

MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam – Kwartiermakersfase – Inhoudelijke analyse

Documenten MRU 2024-10-18

Adaptieve ontwikkelstrategie Utrecht - Amersfoort

2024-10-01

•

Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040

2023-10-10

•

Gezond groeien in nabijheid – Ontwikkelperspectief 2040 NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort

2023-03-06

•

Woondeal U10

2023-02-10

•

Woondeal Regio Amersfoort

2022-10-17

•

U Ned Mobiliteitsstrategie - Eindrapport

2021-09-30

•

Regio Amersfoort Centraal! - Ontwikkelbeeld en strategie 2030-2040

2020-11-25

•

2025-03-27

•

Naar een hubstrategie voor de Gooicorridor

2022-02-11

•

Uitwerking prioritaire doorfietsroutes Gooi en Vechtstreek

2022-11-24

•

50-lijst woningbouw Gooi en Vechtstreek

2021-10-04

•

Gebiedsplan Stadshart Hilversum – Drie krachtige knopen

2021-09-10

•

OV-knooppunt-Muiden

2020-12-14

•

Rapportage realisatie Hoogwaardig Fietsnetwerk Regio Gooi en Vechtstreek

2020-10-29

•

Mobiliteitsperspectief Knooppunt Crailo

2023-12-18

•

Update Integrale Mobiliteitsanalyse – Mobiliteitsontwikkelingen en -opgaven in kaart gebracht

2023 en 2024

•

Rapportages Monitoring A27 Zeewolde – Knooppunt Eemnes

2021-06-29

•

Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 - Mobiliteitsontwikkelingen en -opgaven in kaart gebracht

2020-09-28

•

Besluittekst-bestuurlijk-overleg-ov-saal-28-september-2020

Diverse jaren

•

Bestuurlijke Overleggen MIRT en BOL - afsprakenlijsten

Utrecht Nabij – Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050 Documenten specifiek Gooi en Vechtstreek

Documenten overig

14/80

3.2 Soorten informatie brondocumenten In de afgelopen jaren bouwen de documenten op van probleemanalyse naar maatregelen en ook naar visies op (adaptieve) programmering van de maatregelen, tot en met de financiering en de weerbarstige realiteit dat de middelen, realisatiecapaciteit en markt-dynamiek nopen tot het maken van (scherpe) keuzes. Veel van deze documenten kijken dus vooral ‘naar voren’, gericht op handelen. De inhoudelijke onderbouwing met verkeersanalyses zit vaak in verder onderliggende documenten en/of in de eerdere analyses. Een plausibele aanname is dat die analyses nog overeind staan in de zin dat actualisatie niet tot andere conclusies zou leiden wat betreft urgentie en wijze van aanpakken van de mobiliteitsproblemen. In een enkel geval dat wel sprake is geweest van expliciete actualiteitscheck, is inderdaad geconcludeerd dat de inhoudelijke conclusies niet wijzigden. De studies gaan beperkt in op eventuele uitstralingseffecten naar het overige wegennet en de kernen in Gooi en Vechtstreek. Toekomstjaar van de berekeningen is meestal 2040. Een doorkijk naar 2050 is in enkele documenten indicatief opgenomen. Enkele studies hebben (ook) (nog) 2030 als zichtjaar. Gebruikte verkeersmodellen zijn VENOM (2018 en 2020), NRM (verschillende versies), Verkeersmodel Regio Utrecht, Stravem.

Omdat de integrale kwantitatieve analyses soms alweer van enkele jaren geleden zijn, kan op onderdelen wellicht een wens tot actualisatie ontstaan. Voor deze impactstudie is in ieder geval gekozen om de cijfers te relateren aan het NRM als meest recente en bovendien een gebiedsbrede uniforme maatstaf: de backbone.

3.3 Verankering in regionaal, provinciaal en landelijk beleid Uit de bestudeerde documenten is het Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040 een belangrijk document dat in het BO MIRT van najaar 2022 door Rijk en regio is vastgesteld. De sturingsprincipes van het MTB zijn passende leidraad voor oplossingsrichtingen en maatregelen. Zie verder hoofdstuk 7. Daarnaast is er een link met regionaal en landelijk beleid voor mobiliteit. In de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 (paragraaf 3.3) is een beschrijving van deze relatie gegeven, onder andere met de Mobiliteitsvisie 2050 van het ministerie van IenW. Voorbeelden zijn: •

De provincie Utrecht heeft het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal! en Utrecht Nabij vertaald in haar provinciale omgevingsvisie. Het nieuwe provinciale bereikbaarheidsprogramma en de Provinciale Spooragenda bouwen voort op de principes van deze Mobiliteitsstrategie.

•

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in maart 2023 een hoofdlijnennotitie inzake de Mobiliteitsvisie 2050 vastgesteld. Centraal daarin staat dat het Rijk stuurt op infrastructuur en mobiliteit in samenhang met nabijheid (ruimtelijke ordening/vestigingsbeleid) en het beleid voor voorzieningen (zorg, onderwijs, wonen, werken, etc.). ‘Brede welvaart’ dient daarbij als vertrekpunt.

•

Het doel is een onderbouwde strategie te ontwikkelen die concrete stappen bevat om de bereikbaarheid en brede welvaart in de regio voor de toekomst te waarborgen. Deze strategie moet aansluiten bij het beleid en de ambities van zowel het Rijk als de regio, waaronder de Mobiliteitsvisie 2050 van het rijk.

15/80

4 Inhoudelijke informatie uit de documenten In dit hoofdstuk staat de relevante informatie die uit de documenten naar voren komt: voor elk gebied een schets van de ruimtelijke suatie, de opgave en de voor 2040 verwachte mobiliteitsknelpunten. Steeds afgesloten met het benoemen van de knelpunten in en/of relevant voor ons studiegebied Gooi en Vechtstreek.

4.1 Samenhang wonen, werken en mobiliteit 4.1.1 Structuur in wonen, werken en mobiliteit Binnen het NOVEX-gebied MRA is al lange tijd het besef dat de grote druk op het mobiliteitssysteem komt door de zeer sterke woon-werkpendel tussen woon- en werkgebieden/-locaties, doordat er een zeer scheve balans is tussen wonen en werken. Als simpel ‘beeld’: vooral werken in Amsterdam en vooral wonen in Almere. Het ontwikkelen van deze nieuwe stad in de polder (en al eerder Lelystad), is niet bijgebeend door de ontwikkeling van banen in die polder. Met als gevolg dat al vele decennia de A1 zwaar belast en overbelast is. De A27 werd lange tijd gezien als alternatieve route met (nog) restcapaciteit, maar ook deze is inmiddels zwaar belast. Zo geschetst is ‘Almere-Amsterdam’ het bekende extreme geval, maar ook op kortere afstanden speelt dit fenomeen, en er is een nadere uitsplitsing te maken: in soorten werkgelegenheid, opbouw van de beroepsbevolking en geografische spreiding van beide. In de diverse studies van de afgelopen jaren vormt de (scheve) woon-werkbalans een belangrijke rode draad in de (beschrijving van de) oorzaak van de problematiek. Onderkend wordt dat het verbeteren van die balans een deel van de na te streven oplossing is. In de MRA is dit opgepakt door in de verstedelijking te richten op een meerkernige ontwikkeling.

Niet alleen ‘polder vs oude land’, maar ook binnen het ‘oude land’. In het Multimodaal Toekomstbeeld is dit dan ook een van de eerste sturingsprincipes: streef ernaar dat wonen en werken en ook voorzieningen dichter bij elkaar komen. Gunstig voor mobiliteit, economie, leefbaarheid: brede welvaart. Binnen de MRA wordt daartoe de vinger gelegd op een negental hoofdkernen. Een van deze kernen ligt binnen de Regio Gooi en Vechtstreek: Hilversum. Binnen het NOVEX-gebied Utrecht – Amersfoort is in ieder geval ook sprake van een woon-werkpendel met een disbalans tussen wonen en werken. Maar dan anders. Een grote ontwikkeling als Leidsche Rijn vond bijvoorbeeld veel later plaats dan ‘Almere’ en ligt bovendien direct aan de grote stad. Utrecht – Amersfoort heeft als onderscheidende aspect dat het voor de mobiliteitssystemen weg en OV fungeert als centrale ‘draaischijf’ van Nederland: de grootste stromen passeren via Utrecht en een groot deel daarvan ook langs Amersfoort. Knelpunten in de doorstroming binnen dit NOVEX-gebied raken dus niet alleen lokale en regionale mobiliteit, maar ook de landelijke.

“Er is geen regio in Nederland waar de regionale verstedelijkingsopgave zo nadrukkelijk interfereert met de nationale draaischijffunctie (spoor en weg).” (bron: Adaptieve Ontwikkelstrategie Utrecht-Amersfoort, 2024) Tot slot: voor alle gebieden geldt dat bij woningbouw gestreefd wordt naar in ieder geval ook verdichting rond OV-knooppunten. 4.1.2 Grootschalige woningbouw; opgave voor ruimte en mobiliteit Wat de zaken al een aantal jaren op scherp zet, is de beleidskeuze tot grootschalige woningbouw. Ongeveer een miljoen extra woningen verdeeld over het land. Begin 2023 zijn, als onderdeel en eerste stap daarin, tussen Rijk en regiopartners de zogeheten Woondeals gesloten: concrete afspraken over te bouwen aantallen woningen tussen nu en 2030. Zie onderstaande overzichtstabel met de cijfers van de Woondeals voor de hier relevante gebieden. Om aan het doel voor 2040 te voldoen, is er na de (harde) afspraken van de Woondeals, meer nodig. Voor de beide NOVEX-gebieden samen moet het optellen tot 415.000 woningen tussen nu en 2040.

16/80

Verder is de ambitie om na 2040 nog significant meer toe te voegen. Woondeals 2022 - 2030 Gebied/regio

Aantal woningen

Flevoland incl. ZUND9

39.743

MRA ‘oude land’

139.800

Waarvan in Gooi en Vechtstreek

6.900

MRA totaal

179.543

Utrecht: U10-gemeenten

61.169

Regio Amersfoort (deel U), gemeenten

17.727

Regio Amersfoort (Barneveld en Nijkerk) gemeenten

9.237

NOVEX Utrecht-Amersfoort totaal, gemeenten

88.133

Provincie Gelderland

104.000

4.2 NOVEX-gebied MRA 4.2.1 Woningen en arbeidsplaatsen MRA CBS-cijfers voor 2021 geven bestaande aantallen woningen van 180 duizend in Flevoland (waarvan 125 duizend in Almere en Lelystad) en ruim een miljoen woningen in de rest van de MRA, waarvan bijna de helft in de gemeente Amsterdam en ongeveer 110 duizend in de regio Gooi en Vechtstreek. In de opeenvolgende documenten is de forse ambitie voor woningbouw het meest geëxpliciteerd. Voor de arbeidsplaatsen is dat in veel minder het geval. Zo staat bijvoorbeeld in het document Bereikbaarheidsmaatregelen NOVEX MRA alleen in de openingsalinea dat er 230.000 extra arbeidsplaatsen ontwikkeld (moeten) worden binnen de MRA, tussen nu en 2040/ 2050. Daarna komt de term ‘arbeidsplaatsen’ niet meer voor in het document. Voor de woningbouw noemt dit rapport (evenals het Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040 twee jaar eerder) een hoeveelheid van 250.000 tot 2040, waarvan 175.000 in de periode tot 2030. In het eerdere document Perspectief Oostflank MRA – Klaar voor de toekomst – Almere 2.0 zijn daar als ambitie tot 2050 en later nog ongeveer 200.000 woningen aan toegevoegd. Er zijn ook recent nieuwe ramingen opgesteld voor Provincie Noord-Holland; deze zijn nog niet verwerkt. In de diverse Woondeals, van voorjaar 2023, zijn voor de MRA aantallen genoemd die optellen tot 179.000 te bouwen woningen tot 2030.

Over de verdeling van de ‘resterende 70 à 75 duizend woningen (om tot 250 duizend in 2040 te komen) zijn nog nadere keuzes te maken qua ambitie. 100.000 of meer in Flevoland (zoals genoemd in het Bereikbaarheidsonderzoek 100.000+ woningen Flevoland) is een voorbeeld van zo’n ambitie, in welk geval er tussen 2030 en 2040 niet veel meer bij zou hoeven op het oude land, namelijk ca. 10 duizend. Het MIRT-Onderzoek Amsterdam Bay Area (Rijk/Regio) stelt dat het mogelijk is om in de oostflank van de Metropoolregio Amsterdam 100.000 woningen en 40.000 arbeidsplaatsen te realiseren (waarvan een groot deel in Flevoland, waaronder 35.000 in Almere). In het volgende hoofdstuk staan deze cijfers, ook meer uitgesplitst, naast elkaar in tabellen, met ook een vergelijking met de NRM-cijfers.

9

De gemeenten Zeewolde, Urk, Noordoostpolder en Dronten.

17/80

4.2.2 Woningen en arbeidsplaatsen in Gooi en Vechtstreek Voor Gooi en Vechtstreek gaat het in de Woondeals om 6.900 woningen tot 2030. Binnen de regio is het beeld dat naar 2050 de toename meer dan 10.000 woningen zal bedragen. Voor arbeidsplaatsen wordt alleen in het gebiedsplan Hilversum expliciet gesproken over een groei van het aantal: 2.000 door het gebiedsplan zelf (op 10.500 m2 extra bedrijfsruimte in de ontwikkellocaties) en nog naar inschatting 500 additionele als gevolg van meer economische activiteit. Cijfers zijn niet in beton gegoten Onderstaande figuur uit het Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040, opgesteld in 2022, geeft de cijfers weer zoals ze destijds in het verkeersmodel VENOM voor de MTB-analyses zijn ingevoerd. Dit zijn tot 2040 18.500 woningen, aanzienlijk meer dan waar de regio nu van uitgaat: circa 10.000. De 11.900 tot 2030 zijn ook meer dan een jaar later in de woondeal is afgesproken. Dit laat zien dat e cijfers door de jaren heen niet constant zijn. Tussen en binnen de documenten zijn er verschuivingen. In Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040: Analyserapportage staan sterkere groeicijfers dan in het recentere NOVEX-MRA-rapport Bereikbaarheidsmaatregelen. Concreet te vergelijken is de periode tussen 2030 en 2040.

De Analyserapportage noemt voor dat decennium voor de MRA een toename van 110 duizend woningen, terwijl NOVEX-MRA-rapport Bereikbaarheidsmaatregelen er 75.000 noemt (250 minus 175). Voor arbeidsplaatsen noemt MTB voor 2030-2040 een toename met 100 duizend; NOVEX maakt het onderscheid in decennia niet, noemt ‘tot 2040’ (vanaf 2020?) een aantal van 230 duizend. In de Analyserapportage staat in een paragraaf ‘Redesign’ weer wel een formulering (met aantallen) als in NOVEX.

Afbeelding: sociaal-economische gegevens in het VENOM (bron: MTB (2022), pagina 13) Dit is niet de enige inconsistentie in de woningaantallen in de verschillende documenten. In het rapport Bereikbaarheidsmaatregelen NOVEX MRA (november 2024) klopt bijvoorbeeld de tekst niet helemaal met de grafieken, en aflezend uit de grafieken is er een verschil met de Woondeal-cijfers, vooral een verschuiving: 29.000 meer woningen in deelregio Amstelland-Meerlanden (bijna twee keer zo veel als in de Woondeal) en 27.000 minder in de andere deelregio’s dan in Woondeal staat, waarvan 13.500 voor Amsterdam (neerkomend op 20% minder woningen dan in de Woondeal staat) en 2.100 minder woningen in Gooi en Vechtstreek dan in de Woondeal staat (30%).

18/80

Het rapport Bereikbaarheidsmaatregelen NOVEX MRA noemt voor Gooi en Vechtstreek een aantal van 4.800 woningen tot 2030 en ziet geen verdere toename tot 2040 of 2050; dit is niet in overeenstemming met het beeld van de regio. 4.2.3 Flevoland uitgelicht Het meest recente document voor het bepalen van de impact ten gevolge van ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland is het Bereikbaarheidsonderzoek 100.000+ woningen Flevoland (2024). Dit document behandelt de woningbouwambities, arbeidsplaatsen, knelpunten, de ontwikkeling van de modal split en maatregelen voor openbaar vervoer, fietsen en multimodale oplossingen. In deze studie wordt uitgegaan van de realisatie van lopende grote infrastructuurontwikkelingen, zowel binnen als buiten Flevoland, zoals OVSAAL of Zuidasdok. In dit onderzoek is met het aantal van100.000 woningen de stevigste ambitie opgepakt uit het eerder uitgevoerde MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area, namelijk het scenario met 80.000 extra woningen (tussen nu en 2050) in alleen al Almere. 4.2.4 Mobiliteitssysteem MRA/ Flevoland Ten opzichte van de huidige situatie zijn er tot 2030 en 2040 de volgende aanpassingen van het mobiliteitssysteem voorzien: • • • • •

PHS (Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (‘spoorboekloos reizen’: elke 10 minuten een IC); OV SAAL; ERTMS, het treinbeveiligingssysteem; Routeverlegging van IC-trein vanuit Flevoland naar A’dam-Zuid in plaats van A’dam Centraal; A6 tussen Almere en Lelystad: verbreding naar 2x3 rijstroken.

OV SAAL en de routeverlegging zijn in uitvoering en voor de verbreding van de A6 Almere-Lelystad is een budget vastgesteld. In de verschillende studies, zichtjaren gaat men vaak tevens uit van: • • • •

IJmeerverbinding Stichtse Lijn: trein Almere-Utrecht via Stichtse Brug Lelylijn Verbreding A27 Zeewolde-Eemnes (incl. Stichtse Brug)

Deze projecten zijn nog niet zeker van realisatie. Zie hoofdstuk 8 voor nadere toelichting. 4.2.5 Knelpunten met betrekking tot Flevoland “Uit de netwerkanalyses woningbouw blijkt dat het concentreren van inwoners in de grootschalige woningbouwlocaties over het algemeen gunstiger is voor het ov-gebruik, fiets en lopen, waardoor het hoofdwegennet minder belast wordt. Almere-Oost vormt een uitzondering op hetgeen hierboven beschreven; daar leiden de grote aantallen woningen tot veel extra autoverkeer op de A27 bij Almere. Terwijl op deze plek de MIRT-verkenning A27 Zeewolde-Eemnes gepauzeerd wordt.” (Bron: Update Integrale Mobiliteitsanalyse, december 2023) Op basis van het Bereikbaarheidsonderzoek 100.000+ woningen Flevoland (2024) zijn met inzet van het verkeersmodel VENOM 2020 knelpunten voor het gebied inzichtelijk gemaakt. Knelpunten •

Meerdere fileknelpunten op hoofdwegennet binnen en buiten Flevoland. o Het grootste is op de A1 bij Muiden, waarvan de file terugslaat tot op de A6 bij Almere. o Verder de A6 tussen Almere en Lelystad, ondanks de geplande verbreding. o Ook de Ketelbrug in de A6. Met nog extra: congestie rond brugopeningen. o De A27 Stichtse brug vormt, ook verbreed tot 2x3, een potentieel knelpunt. o Buiten Flevoland is een groot deel van de A28 een knelpunt. o Verbreding van de N50 neemt het knelpunt aldaar weg.

19/80

•

Het onderliggend wegennet wordt steeds drukker, mede door de verwachte congestie op het hoofdwegennet: o bij de N301, N302 wachtrijen om de A28 op te komen, o bij de N307 om bij Kampen de N50 op te komen.

•

De filedruk in Flevoland is in 2040, ook al worden de forse maatregelen genomen, gelijk aan die in 2014 en zal nog toenemen naar 2050.

Scheve woon-werkbalans en de mobiliteitsknelpunten De onbalans tussen wonen en werken in Flevoland is een belangrijke verklaring voor de bijzonder grote druk op de verbindingen met het oude land. Ook met de veronderstelde forse investeringen in o.a. de oeververbindingen zullen er knelpunten zijn. Bij uitblijven van deze investeringen ontstaat een verdere spanning op het gebied van mobiliteit, die dan als rem kan gaan werken voor de ontwikkeling van woningbouw, maar tegelijkertijd de noodzaak voor meer werkgelegenheid in Flevoland benadrukt. Het alleen vergroten van de capaciteit van de mobiliteitsnetwerken zou in zekere zin de onbalans tussen wonen en werken faciliteren. Het inzetten op het ontwikkelen van kwalitatief goede werkgelegenheid in Flevoland is onontbeerlijk voor het ontstaan van (hoog)waardige samenlevingen. “Tevens is er een onbalans in autoverkeersstromen tussen wonen en werken in het ABA-gebied. Dit volgt uit de grote ongelijkheid van verkeersstromen in de spitsen per rijrichting. Dit is dusdanig groot dat het wegennet te weinig capaciteit heeft om de autoverkeersstromen in de drukke richting te faciliteren”. (bron: Verdiepend onderzoek ABA (2022))

Afbeelding uit Bereikbaarheidsonderzoek 100.000+ woningen Flevoland (2024)

4.2.6 Knelpunten in Gooi en Vechtstreek vanuit MRA/Flevoland De sterke pendel vanuit met name Flevoland naar (vooral) de regio Amsterdam zorgt in de ochtendspits voor een bottleneck op de A1 van knooppunt Muiderberg richting Amsterdam. Aan die bottleneck op de A1 draagt ook de woon-werkpendel vanuit het Gooi bij. Terugslag van de file die voor deze bottleneck ontstaat, vindt plaats naar de A6, maar ook naar de A1-tak vanuit het Gooi. In het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area (2020-2021) lag Gooi en Vechtstreek buiten de scope. Het daarna uitgevoerde Verdiepend onderzoek ABA (2022) heeft met een bredere scope gekeken. In het daar gebruikte dynamische verkeersmodel zijn de autosnelwegen tussen Hollandse Brug en Stichtse Brug (dus Gooi en Vechtstreek) opgenomen. Echter nog geen onderliggende wegen (!).

20/80

Zowel de A1 als de A27 komen naar voren als knelpunten met grote vertragingen. De A27 ZeewoldeKnooppunt Eemnes speelt ook in de Amersfoortse studie (zie later) een grote rol als knelpunt. “Het lange traject over de A1 (A10 Noord tot knooppunt Eemnes en v.v.) bevat ernstige knelpunten met een extra reistijd van ca. 50 minuten respectievelijk ca. 35 minuten. In [de berekeningen voor] 2040 […] loopt het verkeersmodel vast. Op alle trajecten zullen de reistijden met meer dan 2 uur extra toenemen. […] In dit onderzoek komt de toerit vanaf Huizen richting Utrecht als groot knelpunt op de A27 naar voren. Ook zijn er knelpunten op de aansluiting Zeewolde.” (bron: Verdiepend onderzoek ABA (2022))

Afbeelding: resultaten uit Verdiepend onderzoek Amsterdam Bay Area (2022).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=1d4cc3d2-f423-4f46-9124-eb1649430646