32. Raadsinformatiebrief 2024-66 inzake Onderzoek Leerlingenvervoer Art. 213a
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1396143
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2024 - 66
Portefeuillehouder
Jacqueline Kalk
Datum
5 november 2024
Informatie bij
Jeroen Meester
Tel. nr.
(035) 629 2215
Onderwerp Aanbieding van de rapportage van het onderzoek op grond van artikel 213a Gemeentewet over het leerlingenvervoer in Hilversum
Kernboodschap Wij informeren u over de conclusies en aanbevelingen van het in 2024 uitgevoerde artikel 213aonderzoek naar (de uitvoering van) het leerlingenvervoer in de gemeente Hilversum. Op 21 mei 2024 heeft het college besloten een onderzoek te laten uitvoeren naar het leerlingenvervoer in de gemeente Hilversum. Op grond van de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid 2023 wordt er een afschrift van het onderzoek en het daarbij behorende plan van verbetering ter informatie aan de gemeenteraad en aan de rekenkamer aangeboden. Deze raadsinformatiebrief en de daarbij opgenomen bijlagen strekken daartoe. De algehele conclusie is dat het leerlingenvervoer in Hilversum goed functioneert, maar dat er wel verschillende aanpassingen mogelijk zijn om de efficiëntie en effectiviteit te verbeteren. De verordening en beleidsregels moeten worden geactualiseerd om beter aan te sluiten bij de huidige wettelijke kaders en maatschappelijke ontwikkelingen. Verder wordt aanbevolen om duidelijke kaders op te stellen voor wat er van ouders wordt verwacht en om het gebruik van fiets en openbaar vervoer te bevorderen.
Aanleiding Sinds 1 augustus 2021 wordt het leerlingenvervoer, en ander doelgroepenvervoer, in de Regio Gooi en Vechtstreek uitgevoerd door Vervoer Gooi en Vechtstreek BV, hierbij zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering. Hiermee is de regio de enige regio in Nederland die het vervoer niet aanbesteedt. Om te onderzoeken hoe het met de doelmatigheid en doeltreffendheid sindsdien is gegaan is ervoor gekozen om een onderzoek op grond van artikel 213a van de Gemeentewet uit te voeren. In het kader van artikel 213a van de Gemeentewet is het College van Burgemeester en Wethouders verplicht periodiek onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur op een bepaald beleidsterrein. Daarnaast moest meer inzicht gekregen worden in de oorzaken achter het aantal leerlingen dat een reisafstand van minder dan 6 kilometer heeft en hoe dit samenhangt met het onderwijsaanbod in Hilversum. In de onderzoeksopzet is daarmee voldaan aan de toezegging (T23-108) om de 6-kilometergrens voor leerlingenvervoer mee te nemen in het 213a-onderzoek. De centrale vraag die in het onderzoek moet worden beantwoord is “In hoeverre is voor de gemeente Hilversum de uitvoering van het leerlingenvervoer doeltreffend, en klantgericht verlopen in de periode vanaf 1 augustus 2021 tot en met 2023?” 1
Conclusies en aanbevelingen De algehele conclusie is dat het leerlingenvervoer in Hilversum goed functioneert, maar dat er wel verschillende aanpassingen mogelijk zijn om de efficiëntie en effectiviteit te verbeteren. Op de punten die verbetering behoeven zal hieronder worden ingegaan. Beleidsmatig Beleidsmatig heeft het leerlingenvervoer weinig aandacht gehad, dit blijkt niet alleen uit de verouderde verordening maar ook dat er weinig aandacht is geweest voor het beperken van het gebruik van aangepast vervoer door het mogelijk maken van andere vervoersmiddelen. Zoals (elektrische) fiets of OV met begeleiding. Dit hangt ook samen met wat er van ouders wordt verwacht. In Hilversum is het bevorderen van zelfredzaamheid en gezond gedrag een uitgangspunt van het beleid, maar dit heeft binnen het leerlingenvervoer nog geen weerklank gevonden. Waar andere gemeenten inzetten op het bevorderen van het gebruik van fiets en OV is een dergelijk beleid in Hilversum nog niet gestart. In samenwerking met scholen en andere organisaties kan dit gebruik van andere vervoersmiddelen worden bevorderd. Het overgaan van aangepast vervoer naar OV of fiets heeft voor leerlingen die het aankunnen het voordeel dat hun (leef-)wereld breder kan worden. Daarnaast zorgt het ook voor minder vervoersbewegingen met de auto/bus in de stad. Concreet worden de volgende beleidsmatige acties geadviseerd: 1.
Verordening en beleidsregels vernieuwen De verordening en de bijbehorende beleidsregels zijn verouderd en dienen up-to-date te worden gebracht. Bij het opstellen van de verordening leerlingenvervoer kan eventueel ook het jeugdwetvervoer in die verordening worden opgenomen. 2. Opstellen duidelijke kaders van wat van ouders verwacht wordt Het bevorderen van de zelfstandigheid en eigen kracht is binnen het beleid van Hilversum binnen andere beleidsgebieden doorgevoerd. Binnen het leerlingenvervoer is daar nog beperkt aandacht voor gegeven. Ook het aansluiten van verordening en beleidsregels bij passend onderwijs en hier hoort ook passend leerlingenvervoer bij, kan hierbij vorm krijgen. Dit kan in samenhang met het opstellen van de beleidsregels vorm krijgen. 3. Bevorderen fiets en OV Het bevorderen van het gebruik van fiets en OV van leerlingen die het aan kunnen kan worden bevorderd. Dit kan samen met scholen en andere organisaties worden opgezet. Hiervan zijn in het land succesvolle voorbeelden. Het opzetten en uitvoeren van een dergelijk beleid vraagt aandacht en tijd. 4. Om bovenstaande acties te kunnen uitvoeren en te blijven uitvoeren is structurele beleidsformatie noodzakelijk, op basis van de landelijke cijfers is 0,2 fte hiervoor nodig.
Uitvoering Het toekennen en uitvoeren van het leerlingenvervoer heeft de afgelopen periode binnen de kaders van het beleid plaatsgevonden. Vergeleken met vergelijkbare gemeenten zijn er geen grote afwijkingen in de wijze van toekenningen, behalve waar het toekennen van vervoer o.b.v. de hardheidsclausule betreft die onder het jeugdwetvervoer behoren te vallen. Concreet worden ten aanzien van de uitvoering de volgende acties geadviseerd:
2
1. Vast contactpersoon voor Vervoer GV Door het aanwijzen van één of twee vaste contactpersonen die voldoende mandaat hebben kunnen er sneller besluiten worden genomen indien het binnen de uitvoering van het aangepast vervoer met een leerling niet goed loopt. 2. Kwaliteitscyclus Zorg dat bij complexe of afwijkende aanvragen voor leerlingenvervoer er wordt gecheckt door een tweede persoon om zo ook uniformering in de toekenningen van het leerlingenvervoer ontstaat. Verder wordt geadviseerd om de consulenten training op het gebied van leerlingenvervoer aan te bieden. Relatie tot Vervoer GV Door de inbesteding van het vervoer is de gedachte ontstaan dat er meer sturing op de uitvoering en de kosten van het leerlingenvervoer mogelijk is. Dit is maar zeer beperkt mogelijk, dit is wel mogelijk bij de wijze van de toerekening van de kosten aan de deelnemende gemeenten. Voor het grootste deel is er maar beperkt invloed mogelijk, de planning van de ritten is een zeer complex geheel waar van bovenaf nauwelijks invloed op uit te voeren is. Daarnaast worden de kosten van het leerlingenvervoer het meest beïnvloed door het aantal leerlingen die een toekenning hebben gehad. Hierover gaat de gemeente en niet Vervoer GV.
Bestuurlijke reactie Het college van burgemeester en wethouders is tevreden met de resultaten van het onderzoek en onderschrijft de algehele conclusie dat het leerlingenvervoer in Hilversum goed functioneert, maar dat er wel verschillende aanpassingen mogelijk zijn om de efficiëntie en effectiviteit te verbeteren. Bovendien is het college verheugd te constateren dat de uitvoering van het leerlingenvervoer voor wat betreft de klantgerichtheid een grote pluim verdiend. Gebruikers van het leerlingenvervoer geven de uitvoering over 2023 een gemiddeld rapportcijfer van 8. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de uitvoering in ruim voldoende mate cliëntgericht is geweest. Wel opvallend is het grote aantal korte ritten (net iets meer dan 50% van het aangepast vervoer is over een afstand van minder dan 6 kilometer) en het aantal ritten op basis van de hardheidsclausule. We zien uit de resultaten van het onderzoek dat er meer aangepast vervoer wordt toegekend dan volgens de juridische kaders van de gemeente Hilversum zou moeten. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat hier gegronde redenen voor waren maar dat in het desbetreffende dossier een zichtbare en aantoonbare vastlegging ontbrak. Gemeente Hilversum heeft tot tevredenheid van het college daarbij in het belang van het kind gehandeld.
Wij zijn er ons terdege van bewust dat met het succesvol uitvoeren van het leerlingenvervoer de toegankelijkheid en vrijheid van het onderwijs gewaarborgd is voor kinderen met een beperking en kinderen van ouders die kiezen voor een bepaalde schoolrichting. Het doel van het onderzoek is hoofdzakelijk geweest het verbeteren van het bestaande beleid op het terrein van het leerlingenvervoer in de gemeente Hilversum. Er is dan ook een aantal concrete aanbevelingen gedaan, die het college ter hand gaat nemen ter verdere aanscherping en uitvoering van de gemeentelijke taken inzake het leerlingenvervoer in de gemeente Hilversum. Voor ons als college is het daarbij van belang dat het beleid enerzijds gericht is op het aanbieden van een dienst, maar anderzijds ook een herverdelend effect heeft waardoor de kansen voor de groep mensen met een beperking in onze samenleving toenemen. De beleidsdoelen hebben daarmee toegevoegde waarde en relevantie voor de huidige situatie en de gehele Hilversumse samenleving.
3
Als eerste stap gaan we de verordening en beleidsregels actualiseren en nemen we deze aanbevelingen waar mogelijk over. Daarnaast zal het college erop toezien dat bij afwijkingen van de verordening een zichtbare en aantoonbare vastlegging in het dossier wordt opgenomen volgens het principe ‘pas toe of leg uit’.
Vervolgtraject De gemeenteraad wordt door middel van deze raadsinformatiebrief en het toesturen van de rapportage en bestuurlijke reactie geïnformeerd. Over de opvolging wordt u geïnformeerd door middel van het P&C-instrumentarium en beleidsaanpassingen. Het opstellen van een nieuwe verordening leerlingenvervoer, inclusief de bijbehorende beleidsregels is op dit moment in voorbereiding voor het 1e kwartaal van 2025. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n): 1. De eindrapportage van Jeroen Peters Consultancy inzake het onderzoek Leerlingenvervoer Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 24 september 2024.
4
Leerlingenvervoer in Hilversum Onderzoek op grond van artikel 213a Gemeentewet.
``
28 augustus 2024 Drs. Jeroen Peters Loenen aan de Vecht
1
Inhoud Leerlingenvervoer in Hilversum ................................................................................................1 Onderzoek op grond van artikel 213a Gemeentewet..................................................................1 Samenvatting ......................................................................................................................3 1.
2.
Inleiding en vraagstelling ..............................................................................................4 1.1
Inleiding ...............................................................................................................4
1.2
Vraagstelling ........................................................................................................4
1.3
Onderzoeksmethoden ..........................................................................................5
Beschrijving leerlingenvervoer in Hilversum ..................................................................6 2.1
Juridisch kader leerlingenvervoer in Hilversum ......................................................6
2.2
Leerlingenvervoer in Hilversum in cijfers ...............................................................7
2.3
De cijfers van het leerlingenvervoer in Hilversum vergeleken ..................................7
3. Beoordeling van het gemeentelijk juridisch kader ..............................................................9 4. Beantwoording van de onderzoeksvragen ........................................................................ 10
5.
4.1
Het beleid rond het leerlingenvervoer .................................................................. 10
4.2
De uitvoering van aanvragen leerlingenvervoer .................................................... 11
Aanbevelingen ........................................................................................................... 16 5.1
Beleidsmatig ...................................................................................................... 16
5.2
Uitvoering .......................................................................................................... 16
5.3
Relatie tot Vervoer GV......................................................................................... 17
Leerlingenvervoer & Jeroen Peters .......................................................................................... 18 Bijlage 1 Onderzoeksopdracht ............................................................................................ 19 Bijlage 2: Wettelijke bepalingen leerlingenvervoer ............................................................... 24 Bijlage 3 Verordening leerlingenvervoer Hilversum 2015 beschouwd .................................... 29 Bijlage 4 Beoordeling Beleidsregels Leerlingenvervoer Hilversum, aangepaste versie januari 2023 .................................................................................................................................. 48
2
Samenvatting Deze rapportage” Leerlingenvervoer in Hilversum” betreft een onderzoek naar de doeltreffendheid en klantgerichtheid van het leerlingenvervoer in Hilversum sinds 1 augustus 2021. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van artikel 213a van de Gemeentewet, waarbij het College van Burgemeester en Wethouders periodiek moet onderzoeken of het gemeentelijk beleid effectief en efficiënt is. Het doel van het onderzoek was om te onderzoeken in hoeverre de uitvoering van het leerlingenvervoer doeltreffend en klantgericht is verlopen in Hilversum in de periode van 2021 tot en met 2023. Geconstateerd wordt dat de verordening die het leerlingenvervoer regelt, dateert van 2015 en sindsdien niet is bijgewerkt. Het leerlingenvervoer wordt voor het onderdeel aangepast vervoer (taxibusjes) uitgevoerd door Vervoer Gooi en Vechtstreek BV. De gemeente Hilversum heeft hierbij geen gebruik gemaakt van een aanbesteding, wat uniek is in Nederland. Resultaten en aanbevelingen: De uitvoering van het leerlingenvervoer verloopt redelijk goed, maar er is ruimte voor verbetering. De verordening en beleidsregels moeten worden geactualiseerd om beter aan te sluiten bij de huidige wettelijke kaders en maatschappelijke ontwikkelingen. Verder wordt aanbevolen om duidelijke kaders op te stellen voor wat er van ouders wordt verwacht en om het gebruik van fiets en openbaar vervoer te bevorderen.
Concrete acties die worden aanbevolen: Vernieuwen van verordening en beleidsregels: De verordening uit 2015 moet worden aangepast aan nieuwe wetgeving en jurisprudentie. Bevorderen van zelfredzaamheid en gezond gedrag: Meer nadruk leggen op het stimuleren van gebruik van fiets en openbaar vervoer. Aanstellen van vaste contactpersonen voor Vervoer GV: Voor het verbeteren van de communicatie en besluitvorming omtrent problemen in het leerlingenvervoer. De algehele conclusie is dat het leerlingenvervoer in Hilversum redelijk goed functioneert, maar er verschillende aanpassingen mogelijk zijn om de efficiëntie en effectiviteit te verbeteren.
3
1.
Inleiding en vraagstelling
1.1
Inleiding
De centrale vraag die in het onderzoek moet worden beantwoord is “In hoeverre is voor de gemeente Hilversum de uitvoering van het leerlingenvervoer doeltreffend, en klantgericht verlopen in de periode vanaf 1 augustus 2021 tot en met 2023?” Sinds 1 augustus 2021 wordt het leerlingenvervoer, en ander doelgroepenvervoer, in de Regio Gooi en Vechtstreek uitgevoerd door Vervoer Gooi en Vechtstreek BV, hierbij zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering. Hiermee is de regio de enige regio in Nederland die het vervoer niet aanbesteedt. Om te onderzoeken hoe het met de doelmatigheid en doeltreffendheid sindsdien is gegaan is ervoor gekozen om een onderzoek op grond van artikel 213a van de Gemeentewet uit te voeren. In het kader van artikel 213a van de Gemeentewet is het College van Burgemeester en Wethouders verplicht periodiek onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur op een bepaald beleidsterrein. Voor het onderzoek is ervoor gekozen dit extern te laten uitvoeren door een specialist op het gebied van leerlingenvervoer.
1.2
Vraagstelling
Deze centrale vraag is onderverdeeld in een aantal deelvragen. De deelvragen luiden als volgt (in bijlage 1 is de volledige beschrijving van de vraagstelling opgenomen): 1. Wat betreft het beleid: a. Wat is het wettelijke kader voor de uitvoering van het leerlingenvervoer? b. Welke beleidsdoelstelling(en) voor het (toekennen van) leerlingenvervoer heeft de gemeente Hilversum geformuleerd? c. Welke ruimte laat het wettelijk kader de gemeente en hoe verhoudt deze ruimte zich tot de gemaakte keuzes in de gemeentelijke verordening en in de uitvoering van het beleid? 2. Wat betreft de taken: a. Beschrijving van de taken inzake leerlingenvervoer die de gemeente Hilversum zelf uit voert (beoordelen van aanvragen leerlingenvervoer). b. Beschrijving van de taken inzake leerlingenvervoer die zijn uitbesteed aan Vervoer BV. c. Beschrijving van de huidige juridische vorm van vervoer BV. Op welke wijze is de huidige, Hilversumse ambtelijke sturing op operationeel en tactisch niveau georganiseerd? 3. Wat betreft doeltreffendheid en klantgerichtheid: a. In welke mate zijn de taken inzake leerlingenvervoer die de gemeente Hilversum zelf uitvoert, goed verlopen?
4
b. Heeft iedereen die recht heeft op leerlingenvervoer hier gebruik van gemaakt? (Oftewel: Heeft het beleid het beoogde effect gehad?) 4. Wat betreft conclusies en aanbevelingen: a. Welke conclusies en aanbevelingen zijn er te trekken c.q. te geven met betrekking tot de verordening, beleidsregels en onze eigen taken? Wat zijn de effecten op de doeltreffendheid en klantgerichtheid van de uitvoering van het leerlingenvervoer in de gemeente Hilversum? In de navolgende rapportage worden de onderzoeksvragen beantwoord en afgesloten met een aantal aanbevelingen. Voor de leesbaarheid is ervoor gekozen de onderzoeksvragen niet afzonderlijk in de tekst te noemen, maar te beantwoorden in de lopende tekst en in sommige gevallen vragen samen te voegen in één tekst.
1.3
Onderzoeksmethoden
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Gestart is met documentenanalyse, waarbij het gepubliceerde beleid is geanalyseerd, daarnaast is ook gekeken naar jaarverslagen, verslagen van overleggen, en de ingediende bezwaren en klachten. Aan de hand van een steekproef van aanvragen leerlingenvervoer is gekeken of de uitvoering in overeenstemming was met het opgestelde beleid van het leerlingenvervoer. Daarnaast zijn interviews gehouden met vertegenwoordigers van Vervoer Gooi en Vechtstreek, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en ambtelijke medewerkers van de Gemeente Hilversum.
5
2.
Beschrijving leerlingenvervoer in Hilversum
2.1
Juridisch kader leerlingenvervoer in Hilversum
In drie onderwijswetten (Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020) is de verplichting opgenomen voor het opstellen van een gemeentelijke regeling voor het leerlingenververvoer (in bijlage 2 zijn de wettelijke bepalingen opgenomen). In Hilversum is ter uitvoering hiervan in 2015 de verordening leerlingenvervoer vastgesteld. In deze verordening zijn de verschillende wijzen van leerlingenvervoer opgenomen. De verschillende vormen van Leerlingenvervoer moeten in onderstaande volgorde worden beoordeeld: 1) 2) 3) 4)
Fietsvergoeding, eventueel ook voor een begeleider OV-vergoeding, eventueel ook voor een begeleider Aangepast vervoer, dat is het vervoer per taxibusje (via Vervoer Gooi en Vechtstreek BV) Kilometervergoeding voor het gebruik van de eigen auto.
Onder het begrip leerlingenvervoer wordt in deze rapportage alle vier de vormen van vervoer verstaan. Op het moment dat over een specifieke vorm van vervoer gaat, zoals aangepast vervoer, zal dat begrip worden gebruikt. Ter uitvoering van de verordening leerlingenvervoer zijn door het college beleidsregels vastgesteld, de laatste versie is in 2023 vastgesteld. De verordening en de beleidsregels zijn het juridisch kader waarbinnen de uitvoering besluiten neemt over het al dan niet toekennen van leerlingenvervoer. De aanvragen die ouders doen voor leerlingenvervoer worden ambtelijk beoordeeld en waar leerlingen recht krijgen op aangepast vervoer, wordt dat doorgegeven aan Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. (Vervoer GV) voor de daadwerkelijke uitvoering van het vervoer. Ouders die recht krijgen op een vergoeding voor fiets, OV of auto, krijgen deze uitgekeerd en zorgen zelf voor het vervoer van en naar school. Het doel van het leerlingenvervoer is dat ieder kind onderwijs kan volgen. Voor het brengen en halen van de kinderen zijn ouders en verzorgers verantwoordelijk. Uitgangspunt is dan ook dat ouders worden ondersteund om zelf te brengen en te halen. In een aantal gevallen is daar ondersteuning vanuit de gemeentelijke regeling voor.
De grote lijnen voor het verkrijgen van het recht op een vorm van leerlingenvervoer zijn als volgt: a) Leerlingen die op het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs zitten waarbij de dichtstbijzijnde school van de gewenste richting meer dan zes kilometer van huis is gelegen. b) Leerlingen die door een beperking niet zelfstandig met fiets of OV naar school kunnen reizen, voor deze groep leerlingen is geen onderscheid tussen primair, voortgezet of speciaal onderwijs. c) Leerlingen die, ook niet onder begeleiding, in staat te zijn te reizen met het OV. Voor deze leerlingen is geen afstandsgrens van toepassing. d) Indien er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin is er recht op aangepast vervoer, de kaders voor het bepalen of er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin zijn opgenomen in de beleidsregels.
6
e) Leerlingenvervoer is vervoer tussen de woning van de leerling en de school tenzij sprake is van: • co-ouderschap; • stage; • vervoer naar een tussenvoorziening van het samenwerkingsverband; • vervoer van school naar de BSO-I (passende Bso); • andere zwaarwegende omstandigheden. Voorwaarde is, dat er een vaste structuur in het vervoer zit en dat de leerling op basis van de verordening recht heeft op aangepast vervoer.
2.2
Leerlingenvervoer in Hilversum in cijfers
In 2023 waren de kosten voor het leerlingenvervoer € 1.543.605. Het overgrote gedeelte van deze kosten waren voor het aangepast vervoer uitgevoerd door Vervoer Gooi en Vechtstreek BV. Gemiddeld werden er in het aangepast vervoer 235 leerlingen per dag vervoerd, waarvan iets meer dan de helft (54%) over een afstand van minder dan 6 kilometer. Dit zijn ritten die worden uitgevoerd naar scholen voor speciaal (basis)onderwijs die binnen Hilversum zijn gelegen. Tegenover deze korte ritten staan ook ritten naar scholen in de gemeenten Barneveld, Haarlemmermeer en Ermelo. Dit zijn scholen die specifieke specialisatie hebben bijvoorbeeld op het gebied van epilepsie of gedrag die dichterbij niet beschikbaar is. Door het jaar heen varieert het aantal leerlingen licht, door verhuizingen, het verlaten van school of het gaan naar een andere school neemt het aantal leerlingen toe en af gedurende het schooljaar. Als we kijken naar de maand december over de jaren 2021-2023, zien we een beperkte variatie in het aantal leerlingen in het aangepast vervoer. December van jaar
Aantal unieke leerlingen in het aangepast vervoer uit Hilversum 234 239 229
2021 2022 2023
Voor december is gekozen als een maand midden in het schooljaar en voor deze maand zijn cijfers uit drie schooljaren beschikbaar. In totaal zijn er ongeveer 270 leerlingen waarvan de gemeente de reiskosten naar school vergoed, de meeste met het aangepast vervoer en verder vergoedingen voor het gebruik van (brom)fiets, OV of auto.
2.3
De cijfers van het leerlingenvervoer in Hilversum vergeleken
In opdracht van het ministerie van onderwijs zijn er onderzoeken uitgevoerd naar het leerlingenvervoer. Het meest recente onderzoek is uit 2022, de gemeente Hilversum zal in deze paragraaf worden vergeleken met deze landelijke cijfers. Volgens het onderzoek leerlingenvervoer in Nederland uit 2022 hebben gemeenten in dezelfde omvang 2,8% van het totale aantal leerlingen in het leerlingenvervoer. Dat is omgerekend voor Hilversum gezien het aantal leerlingen (14.110) 395 leerlingen. Daadwerkelijk hebben zoals hiervoor aangegeven rond de 270 leerlingen leerlingenvervoer in welke vorm dan ook. Dit staat 7
gelijk aan 1,9% van het leerlingenaantal. Bij deze cijfers moet worden aangegeven dat in de gemeentegrootte van Hilversum ook veel andersoortige gemeenten met veel kernen en grote afstanden zijn opgenomen. Als Hilversum met bij de onderzoeker bekende twee vergelijkbare gemeenten wordt vergeleken, namelijk Delft en Leiden dan scoort Hilversum vergelijkbaar qua percentage leerlingen wat gebruik maakt van het leerlingenvervoer. De drie gemeenten zijn vergelijkbaar omdat er in alle drie de gemeenten een ruim aanbod is van speciaal onderwijs en verder hebben deze gemeenten gemeen dat er geen andere kernen in de gemeente zijn gelegen. Op basis van de cijfers kan worden geconcludeerd dat Hilversum niet afwijkt van het gemiddelde van deze vergelijkbare gemeenten. Ten opzichte van de landelijke cijfers voor de gemeentegrootte scoort Hilversum positief, maar hierbij moet worden aangerekend dat er in de gemeentegrootte ook veel gemeenten met een uitgestrekt grondgebied zijn gelegen.
8
3. Beoordeling van het gemeentelijk juridisch kader De verordening is bijna tien jaar oud en sindsdien niet aangepast aan de wettelijke veranderingen en jurisprudentie. Hoewel deze veranderingen inhoudelijk niet groot zijn hebben ze wel effect op de uitvoering van het leerlingenvervoer. Voorbeelden hiervan zijn dat de wet op het voortgezet onderwijs is vervangen door de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 waarbij de bepalingen over het leerlingenvervoerzijn verplaatst en hernoemd en het vervallen van de reisregeling Nederland op grond waarvan de kilometervergoeding werd bepaald. Ook de jurisprudentie waardoor aan ouders niet meer een verklaring van hun keuze voor een school op een bepaalde levensovertuiging mag worden gevraagd is niet in de verordening verwerkt. Daarnaast zijn er andere maatschappelijke ontwikkelingen geweest die ook niet in de verordening zijn opgenomen zoals het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen en ander onderwijs gericht op leerlingen met een specifieke leerbehoefte. Hierdoor kan in sommige gevallen niet worden volstaan met het vervoeren naar de dichtstbijzijnde school omdat deze school niet de noodzakelijke ondersteuning kan bieden. Geadviseerd wordt om de verordening leerlingenvervoer te actualiseren. Hiervoor kan de modelverordening die de VNG voorjaar 2024 heeft uitgebracht worden gebruikt.
Bij de herziening van de verordening leerlingenvervoer kan worden overwogen om de bepalingen over jeugdwetvervoer in een gecombineerde verordening “vervoer jeugdigen en leerlingen” op te nemen. Een reden voor het combineren van deze twee onderdelen is de grote overlap van de doelgroep, veel van de jeugdigen in het jeugdwetvervoer zijn ook bekend binnen het leerlingenvervoer. Daarnaast heeft eind mei 2024 de Centrale Raad van Beroep in een drietal uitspraken bepaald dat de verordeningen jeugdhulp verdere uitwerking moeten hebben van de bepalingen van de Jeugdwet, hieronder valt ook de bepaling voor het toekennen van jeugdhulp vervoer. Geadviseerd wordt om dit bij het opstellen van een nieuwe verordening leerlingenvervoer te overwegen. Bij het herzien van de verordening dienen ook de beleidsregels te worden geactualiseerd. In de bijlagen 3 en 4 worden op artikelniveau de verordening en de beleidsregels beoordeeld op praktische en juridische houdbaarheid.
9
4. Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.1
Het beleid rond het leerlingenvervoer
Voor dit onderdeel van het onderzoek is kennisgenomen van het beleid rond het leerlingenvervoer zoals opgenomen in de verordening en beleidsregels en de behandeling van de verordening in de gemeenteraad in 2015. De uitvoering van het leerlingenvervoer dient te gebeuren binnen de wettelijke kaders1. De wettelijke kaders zijn op een aantal onderdelen strak geformuleerd, een tweetal voorbeelden hiervan zijn: • •
Geloof- of levensovertuiging zijn bepalend voor het recht op leerlingenvervoer Voor primair onderwijs is de maximale kilometergrens op 6 km gezet, boven die grens hebben ouders recht op leerlingenvervoer ongeacht of ze wel of niet in staat zijn hun kind te vervoer.
Van deze twee wettelijke kaders kan niet worden afgeweken, maar daarnaast is er ook ruimte om eigen gemeentelijk beleid te voeren. In de huidige verordening is aangesloten bij de destijds geldende modelverordening van de VNG en is er voor gekozen om dat niet verder in te vullen. De mogelijke beleidsruimte is buiten de keuzes die in de modelverordening zijn opgenomen, niet verder ingevuld. Voorbeelden van onderdelen waar keuzes hadden kunnen worden gemaakt zijn o.a.: • • • •
Wat wordt er van ouders verwacht bij het brengen en halen van hun kind naar school? Wordt er onderscheid gemaakt tussen leerlingen die naar regulier basisonderwijs gaan en leerlingen die naar het gespecialiseerd onderwijs gaan? Het wel of niet bevorderen van OV en fietsen voor leerlingen en hun ouders. Hoe wordt er rekening gehouden van specifieke onderwijskundige behoeften, zoals onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen?
In de beleidsregels zijn een aantal van deze punten ingevuld, maar in de praktijk blijken ze lastig toe te passen doordat de kaders niet voldoende helder zijn gesteld en daardoor te veel ruimte voor interpretatie laten. De hiervoor gestelde vragen over de invulling van de beleidsruimte zijn beperkt ingevuld. Vooral waar het gaat om het wel of niet toekennen van aangepast vervoer zijn er keuzes te maken die samenhangen met de brede vraag “wat verwachten wij van ouders?” wat verwachten wij van ouders qua begeleiding van hun kind, Denk hierbij aan welke maximale tijd per dag of week voor begeleiding acceptabel is, hoe om te gaan met gezinnen met meerdere kinderen naar verschillende scholen, wanneer is een leerling niet in staat om onder begeleiding met het OV te gaan en vergelijkbare vraagstukken. 4.1.1
Beantwoording deelvragen beleid
Als we kijken naar de gestelde (deel)vragen: 1. Wat betreft het beleid: a. Wat is het wettelijke kader voor de uitvoering van het leerlingenvervoer? 1
In bijlage 2 zijn de wettelijke kaders opgenomen.
10
b. Welke beleidsdoelstelling(en) voor het (toekennen van) leerlingenvervoer heeft de gemeente Hilversum geformuleerd? c. Welke ruimte laat het wettelijk kader de gemeente en hoe verhoudt deze ruimte zich tot de gemaakte keuzes in de gemeentelijke verordening en in de uitvoering van het beleid? Dan is de eerste deelvraag over het wettelijk kader hiervoor beschreven en in bijlage 2 zijn de wetteksten over het leerlingenvervoer opgenomen. De beleidsdoelstellingen zijn te omschrijven als voldoen aan de wettelijke opdracht om te zorgen voor het leerlingenvervoer, hiervoor is gebruik gemaakt van de VNG modelverordening 2014. Hierbij is ervoor gekozen om niet af te wijken van deze modelverordening. Binnen het kader van de verordening is door middel van beleidsregels beperkt invulling gegeven aan de ruimte die de wetgever geeft voor de uitvoering van het leerlingenvervoer. Bij de derde deelvraag kan geconcludeerd worden dat de ruimte die er is voor het voeren van eigen beleid op het gebied van leerlingenvervoer beperkt is gebruikt. Uit de stukken is niet te halen of dat in 2015 een bewuste keus is geweest. Voor een nieuwe verordening wordt geadviseerd hierover wel een bewuste keuze te maken. Hierbij kan worden gekozen voor een beleid dat meer of minder van de inwoners vergt, wat gevolgen heeft voor de omvang en kosten van het leerlingenvervoer.
4.2
De uitvoering van aanvragen leerlingenvervoer
Voor dit onderdeel van het onderzoek is een steekproef gedaan naar de uitvoering van het leerlingenvervoer en is gesproken met betrokkenen binnen en buiten de ambtelijke organisatie. Verder is de uitvoering vergeleken met twee vergelijkbare andere gemeenten (Leiden en Delft) die ook een breed aanbod van gespecialiseerd onderwijs binnen de grenzen hebben en verder geen andere kernen in de gemeente hebben liggen. 4.2.1 De ambtelijke functies betrokken bij het leerlingenvervoer De functie waar de aanvragende ouders het meest mee te maken hebben is de junior consulent Wmo. In Hilversum was dit een taak die in feite door één persoon werd uitgevoerd, maar sinds schooljaar 23/24 is de taak over meerdere personen verdeeld waardoor de organisatie minder kwetsbaar is geworden. De VNG heeft een uitgebreide omschrijving opgesteld van de taken en verantwoordelijkheden van een consulent leerlingenvervoer. De onderdelen van de taak van consulent leerlingenvervoer die de VNG beschrijft zijn: • • • • •
Aanvraag (ontvangen, ondersteunen bij aanvraag, telefonische informatie etc.) In gesprek met ouders/ verzorgers en leerlingen Toetsing van de aanvraag Bepalen en toekennen van de bekostigingsvorm van leerlingenvervoer en opstellen van de beschikking Gegevensbeheer
Dit zijn ook de onderdelen die door de consulenten in Hilversum worden gedaan. Daarnaast zijn er volgens de VNG nog drie andere rollen te onderscheiden, namelijk beleidsmedewerker leerlingenvervoer, de functie contractmanager en accountbeheer en medewerker inkoop en aanbesteding. Door de werkwijze in de regio Gooi- en Vechtstreek hebben de laatste twee 11
functies een andere invulling dan in door de VNG beschreven waarbij van de klassieke wijze van aanbesteding is uitgegaan. Door de inbesteding is er geen noodzaak voor een medewerker inkoop en aanbesteding en het accountbeheer maakt in Hilversum onderdeel uit van het totale account van de regio Gooi en Vechtstreek. Binnen de gemeente Hilversum is de functie van beleidsmedewerker leerlingenvervoer niet formeel ingevuld en is er daardoor weinig tijd binnen de totale formatie beschikbaar voor het leerlingenvervoer. Om te bepalen in hoeverre Hilversum qua formatie vergelijkbaar is, kan naar landelijk onderzoek worden gekeken. Het ministerie van onderwijs heeft tussen 2013 en 2017 diverse onderzoeken gedaan naar de voor leerlingenvervoer benodigde formatie. In 2022 is het onderzoek naar leerlingenvervoer in Nederland herhaald, maar hierbij is geen onderzoek naar de formatie. Hierdoor is het onderzoek uit 2017 het laatste onderzoek met cijfers over de gemeentelijke formatie die beschikbaar is. Op basis van de landelijke cijfers mag voor Hilversum uit worden gegaan van 0,2 fte beleid. Dat wordt op dit moment niet ingezet voor leerlingenvervoer in Hilversum. Een aantal taken die volgens de VNG onder de taak van de beleidsmedewerker liggen, zijn bij de gemeente Hilversum bij de consulent of elders belegd.
De belangrijkste taken hiervan zijn het afdoen van klachten, bezwaren en incidenten in het vervoer. De junior-consulenten behandelen de vervoersklachten, Het afdoen van bezwaren wordt door de medewerkers van de afdeling bezwaar gedaan. Het behandelen van incidenten in het aangepast vervoer heeft nog geen vaste functionaris binnen de gemeente. Binnen de ambtelijke organisatie zijn er vijf junior-consulenten die het leerlingenvervoer als taak hebben. Hiermee is een robuuste omvang van de formatie beschikbaar waarmee in de piekperiode in de maanden mei t/m juli voldoende menskracht is om de aanvragen te beoordelen. Als de piekperiode voorbij is kunnen deze consulenten de overige werkzaamheden op het gebied van de Wmo uitvoeren. Met een dergelijke omvang van de formatie is Hilversum vergelijkbaar met andere gemeenten met dezelfde omvang en aantallen aanvragen. Geconcludeerd kan worden dat als het beleid voor het leerlingenvervoer up-to-date moet worden gebracht en gehouden, wat in de vorige paragraaf is geadviseerd, daarvoor voldoende beleidscapaciteit noodzakelijk is, zowel op de korte als langere termijn. Verder zal helder moeten worden bepaald welke taken bij welke functies behoren, vooral wie er verantwoordelijk is voor het afhandelen van incidenten in het aangepast vervoer heeft aandacht nodig. 4.2.2 De relatie met Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V.
Als enige regio in Nederland is er in Gooi en Vechtstreek sprake van inbesteding van het leerlingenvervoer (en het Wmo-vervoer). Door de inbesteding bij Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. (Vervoer GV) is er niet zoals in de andere gemeenten eens per 4 a 5 jaar sprake van aanbesteding van het leerlingenvervoer, met alle ambtelijke capaciteit die daarbij hoort. Het contract- of accountbeheer is ook in de huidige constructie van belang, al zijn er in de praktijk wel verschillen te onderkennen met de door de VNG beschreven functies. In het begin van de periode van onderzoek was het accountbeheer in Hilversum beperkt en over verschillende personen verdeeld, in de laatste periode is er meer invulling gegeven en is het ook beleidsmatig duidelijker ondergebracht. Binnen de gekozen structuur van een BV is de formele wijze van invloed uitoefenen de aandeelhoudersvergadering. In deze vergadering wordt door de afgevaardigde van Hilversum 12
evenals de andere gemeenten de kaders voor Vervoer GV besproken en vastgesteld. In de beschikbaar gestelde stukken zijn geen opmerkelijke zaken t.a.v. de aandeelhoudersvergadering en de invloed van Hilversum geconstateerd. Op operationeel niveau is onduidelijk wie de eerste ambtelijke contactpersoon voor Vervoer GV bij (individuele) problemen in het leerlingenvervoer is en andere zaken die de uitvoering van het aangepast vervoer aangaan. Het duidelijk benoemen wie die persoon is en daarbij voorzien van de benodigde bevoegdheden, denk hierbij aan besluiten tot het ontzeggen van het vervoer, is aanbevelenswaardig. Het aansturen van de Vervoer BV op tactisch niveau is binnen de structuur zeer beperkt mogelijk. De belangrijkste sturingsmogelijkheid die een gemeente heeft om de omvang van het aangepast vervoer te beïnvloeden is het wel of niet toekennen van aangepast vervoer. Het plannen en daadwerkelijk uitvoeren van het vervoer kan niet anders dan door Vervoer GV gebeuren. Zowel op uitvoerend niveau als op bestuurlijk niveau is er structureel overleg op regioniveau met Vervoer GV over het leerlingenvervoer. Wat ontbreekt is een structureel overleg op beleidsniveau, waarin een aantal keer per jaar op regionaal niveau over het beleid en uitvoering van het leerlingenvervoer wordt gesproken. Geadviseerd wordt om een dergelijk regionaal overleg te initiëren.
Concluderend de ambtelijke sturing van Vervoer GV vanuit Hilversum is binnen de beperkte kaders die er mogelijk zijn passend. Verbetering is noodzakelijk in de vorm van één of twee vaste aanspreekpunten binnen de ambtelijke organisatie die met voldoende mandaat snel kunnen handelen op problemen in het vervoer veroorzaakte door leerlingen. Die aanspreekpunten moeten ook de mogelijkheid hebben om in sommige gevallen het vervoer aan de leerling te ontzeggen. Verder wordt geadviseerd om een regionaal beleidsoverleg met Vervoer GV te initiëren. 4.2.3 de toekenning van leerlingenvervoer binnen de ambtelijke organisatie Gezien de omvang van de leerlingenpopulatie van Hilversum zijn de absolute aantallen in het leerlingenvervoer niet hoog, ook als het wordt vergeleken met de vergelijkbare gemeenten. Wel opvallend is het grote aantal korte ritten (net iets meer dan 50% van het aangepast vervoer is over een afstand van minder dan 6 kilometer) en het aantal ritten op basis van de hardheidsclausule. In Hilversum is dat tegen de 5%, terwijl normaal gesproken het percentage onder de 2% ligt. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat in een aantal gevallen de hardheidsclausule is gebruikt waarbij de grondslag voor het toekennen van het vervoer in de verordening was opgenomen en de toekenning dus wel had kunnen gebeuren zonder gebruik te maken van de hardheidsclausule.
Een voorbeeld hiervan is het toekennen op basis van de hardheidsclausule terwijl de toekenning had kunnen gebeuren op basis van de onevenredige benadeling van het gezin, wat als grondslag in de verordening is opgenomen. Gezien de fysieke omvang van Hilversum en het aantal gespecialiseerd onderwijs scholen wonen de meeste leerlingen binnen de kilometerafstand van zes kilometer gerekend over de kortste weg en komen zij niet in aanmerking voor leerlingenvervoer, in welke vorm dan ook. Uitzondering op deze regel zijn de leerlingen die ook onder begeleiding geen gebruik kunnen maken van het OV.
13
Op basis van de steekproef kunnen een aantal zaken worden geconstateerd: Een aantal leerlingen die niet voldoen volgens deze regels vanuit de verordening hebben alsnog aangepast vervoer ontvangen op grond van de hardheidsclausule omdat het voor ouders niet mogelijk was hun kind naar school te brengen. Redenen hiervoor waren o.a. • • • •
andere jonge kinderen in het gezin, één ouder gezin met kinderen naar verschillende scholen, de afstand van de dichtstbijzijnde bushalte tot de school (voorbeelden Mozarthof en Annie MG Schmidtschool) en andere omstandigheden waarbij steeds in het voordeel van ouders en de leerling leerlingenvervoer is toegekend.
Volgens het gemeentelijk juridische kader hadden deze ritten niet toegekend moeten worden, binnen de wetgeving waren er geen belemmeringen om het toe te kennen. Het is daarom aanbevelenswaardig om voor dergelijke algemeen voorkomende gevallen kaders te gaan stellen wat wel en niet van ouders kan worden verwacht. Ook kan worden gesproken over welke afstand redelijk is, bij de huidige afstand komen heel weinig leerlingen voor vervoer in aanmerking en kan ervoor worden gekozen om voor leerlingen die naar het gespecialiseerd onderwijs gaan een lagere kilometergrens vast te stellen omdat voor deze kinderen geen school dichterbij beschikbaar is. In de steekproef zaten ook toekenningen van ritten die in zijn geheel niet onder het leerlingenvervoer vallen, zoals vervoer van school naar een Bso, terwijl er op andere dagen er geen gebruik van het vervoer werd gemaakt. Leerlingenvervoer is vervoer van school naar huis en binnen de kaders kan dan ook worden afgezet op een Bso locatie, maar de meeste ritten in de week behoren volgens het huidige juridisch kader dan nog steeds naar de woning te gaan. Hiermee vergelijkbaar is vervoer wat normaal gesproken onder jeugdwetvervoer zou behoren te vallen maar voor het “gemak” onder leerlingenvervoer is gebracht. Het betreft hier vervoer wat niet naar een woning maar naar een jeugdhulplocatie gaat.
De toekenning van het leerlingenvervoer wordt gedaan door een aantal consulenten met nog weinig ervaring op dit terrein. Om de kwaliteit van de toekenning te waarborgen wordt geadviseerd om bij de meer complexe of ongebruikelijke aanvragen voor leerlingenvervoer het vier ogen principe toe te passen waarbij een collega meekijkt naar de beslissing. Verder wordt geadviseerd om de consulenten training op het gebied van leerlingenvervoer aan te bieden. De conclusie is dat er meer aangepast vervoer wordt toegekend dan volgens de juridische kaders van de gemeente Hilversum zou moeten. Hierbij is steeds de ouders het voordeel van de twijfel gegeven en daarbij in het belang van het kind gehandeld. Geadviseerd wordt om in de verordening en beleidsregels hierover kaders op te nemen. 4.2.4 De daadwerkelijke uitvoering van het leerlingenvervoer Alles kan beleidsmatig en op papier juist gaan, maar dat hoeft niet te betekenen dat het in de praktijk goed gaat. De onderzoeksvraag “Heeft iedereen die recht heeft op leerlingenvervoer hier gebruik van gemaakt?” gaat hierover. In dit onderzoek is geen afzonderlijk klanten tevredenheidsonderzoek gedaan naar de gemeentelijke uitvoering van het leerlingenvervoer. Voor de beantwoording is gekeken of er signalen op andere wijze binnen zijn gekomen, zoals via het samenwerkingsverband passend onderwijs. 14
Er zijn geen signalen dat er leerlingen geen gebruik van hebben gemaakt ook niet vanuit scholen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en andere betrokkenen zoals belangenverenigingen van ouders, waarschijnlijk heeft iedereen die er van gebruik kon maken het toegekend gekregen. De uitvoering door Vervoer GV is deels onderzocht, in het klantentevredenheidsonderzoek dat Vervoer GV voorjaar 2024 heeft laten uitvoeren is de uitvoering goed beoordeeld. In het klanttevredenheidsonderzoek leerlingenvervoer geven de 180 ondervraagde ouders/verzorgers uit de regio, de dienstverlening van Vervoer Gooi en Vechtstreek gemiddeld een 7,8. Het meest tevreden zijn zij over de staat van het voertuig, de service van de chauffeur en de ontvangen informatie. Als we deze klantentevredenheid afzetten tegen onderzoeken in andere regio’s scoort Vervoer GV boven gemiddeld. In het onderzoek “Ouders over leerlingenvervoer” wat in opdracht van het ministerie van onderwijs is uitgevoerd scoort het vervoer voor de Hilversumse gemeentegrootte gemiddeld een 7,1. Waarbij de gemeente met de laagste score een 5,6 scoorde en de gemeente met de hoogste score een 7,9. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoering van het leerlingenvervoer door Vervoer GV voldoet aan de eisen die daaraan kan worden gesteld.
15
5.
Aanbevelingen
Als we terug gaan naar de centrale vraagstelling: “In hoeverre is voor de gemeente Hilversum de uitvoering van het leerlingenvervoer doeltreffend, en klantgericht verlopen in de periode vanaf 1 augustus 2021 tot en met 2023?” kan deze vraag worden beantwoord met het gaat redelijk goed, maar kan worden verbeterd. Op de punten die verbetering behoeven, zal hieronder worden ingegaan.
5.1
Beleidsmatig
Beleidsmatig heeft het leerlingenvervoer weinig aandacht gehad, dit blijkt niet alleen uit de verouderde verordening maar ook dat er weinig aandacht is geweest voor het beperken van het gebruik van aangepast vervoer door het mogelijk maken van andere vervoersmiddelen. Zoals (elektrische) fiets of OV met begeleiding. Dit hangt ook samen met wat er van ouders wordt verwacht. In Hilversum is het bevorderen van zelfredzaamheid en gezond gedrag een uitgangspunt van het beleid, maar dit heeft binnen het leerlingenvervoer nog geen weerklank gevonden. Waar andere gemeenten inzetten op het bevorderen van het gebruik van fiets en OV is een dergelijk beleid in Hilversum nog niet gestart. In samenwerking met scholen en andere organisaties kan dit gebruik van andere vervoersmiddelen worden bevorderd. Het overgaan van aangepast vervoer naar OV of fiets heeft voor leerlingen die het aankunnen het voordeel dat hun (leef-)wereld breder kan worden. Daarnaast zorgt het ook voor minder vervoersbewegingen met de auto/bus in de stad. Concreet worden de volgende beleidsmatige acties geadviseerd: 1. Verordening en beleidsregels vernieuwen De verordening en de bijbehorende beleidsregels zijn verouderd en dienen up-to-date te worden gebracht. Bij het opstellen van de verordening leerlingenvervoer kan eventueel ook het jeugdwetvervoer in die verordening worden opgenomen. 2.
Opstellen duidelijke kaders van wat van ouders verwacht wordt Het bevorderen van de zelfstandigheid en eigen kracht is binnen het beleid van Hilversum binnen andere beleidsgebieden doorgevoerd. Binnen het leerlingenvervoer is daar nog beperkt aandacht voor gegeven. Ook het aansluiten van verordening en beleidsregels bij passend onderwijs en hier hoort ook passend leerlingenvervoer bij, kan hierbij vorm krijgen. Dit kan in samenhang met het opstellen van de beleidsregels vorm krijgen. 3. Bevorderen fiets en OV Het bevorderen van het gebruik van fiets en OV van leerlingen die het aan kunnen kan worden bevorderd. Dit kan samen met scholen en andere organisaties worden opgezet. Hiervan zijn in het land succesvolle voorbeelden. Het opzetten en uitvoeren van een dergelijk beleid vraagt aandacht en tijd. 4. Om bovenstaande acties te kunnen uitvoeren en te blijven uitvoeren is structurele beleidsformatie noodzakelijk, op basis van de landelijke cijfers is 0,2 fte hiervoor nodig.
5.2
Uitvoering
Het toekennen en uitvoeren van het leerlingenvervoer heeft de afgelopen periode binnen de kaders van het beleid plaatsgevonden. Vergeleken met vergelijkbare gemeenten zijn er geen
16
grote afwijkingen in de wijze van toekenningen, behalve waar het toekennen van vervoer o.b.v. de hardheidsclausule betreft die onder het jeugdwetvervoer behoren te vallen. Concreet worden ten aanzien van de uitvoering de volgende acties geadviseerd: 1. Vast contactpersoon voor Vervoer GV Door het aanwijzen van één of twee vaste contactpersonen die voldoende mandaat hebben kunnen er sneller besluit worden genomen indien het binnen de uitvoering van het aangepast vervoer met een leerling niet goed loopt. 2. Kwaliteitscyclus Zorg dat bij complexe of afwijkende aanvragen voor leerlingenvervoer er wordt gecheckt door een tweede persoon om zo ook uniformering in de toekenningen van het leerlingenvervoer ontstaat. Verder wordt geadviseerd om de consulenten training op het gebied van leerlingenvervoer aan te bieden.
5.3
Relatie tot Vervoer GV
Door de inbesteding van het vervoer is de gedachte ontstaan dat er meer sturing op de uitvoering en de kosten van het leerlingenvervoer mogelijk is. Dit is maar zeer beperkt mogelijk, dit is wel mogelijk bij de wijze van de toerekening van de kosten aan de deelnemende gemeenten. Voor het grootste deel is er maar beperkt invloed mogelijk, de planning van de ritten is een zeer complex geheel waar van bovenaf nauwelijks invloed op uit te voeren is. Daarnaast worden de kosten van het leerlingenvervoer het meest beïnvloed door het aantal leerlingen die een toekenning hebben gehad. Hierover gaat de gemeente en niet Vervoer GV.
17
Leerlingenvervoer & Jeroen Peters Wie is Jeroen Peters? Jeroen Peters heeft ruim 35 jaar ervaring op het gebied van het leerlingevervoer als (interim) beleidsmedewerker, (juridisch) adviseur op het gebied van het leerlingenvervoer met procedures tot en met de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Jeroen Peters is één van de weinige specialisten binnen het Nederlandse leerlingenvervoer. Door gemeenten is hij ingezet voor o.a. de volgende werkzaamheden: ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Onderzoeken naar uitvoering van het leerlingenvervoer Opstellen en aanpassen van de verordening en beleidsregels leerlingenvervoer; Voeren van procedures bij bezwarencommissie, rechtbank en Raad van State; Adviseren bij lastige aanvragen; Overleggen met adviesraden over het leerlingenvervoer; Bemiddelen bij discussie met of tussen ouders; Maken van afspraken met scholen en samenwerkingsverbanden; Adviseren over bezuinigingen binnen het leerlingenvervoer; Afstemming tussen het jeugdwet- en leerlingenvervoer; Geven van een second opinions; Etc.
Deze werkzaamheden worden bij een groot aantal gemeenten uitgevoerd variërend van G4 gemeenten tot kleine gemeenten of samenwerkingsverbanden van gemeenten. Hiernaast is hij docent en trainer op het gebied van het leerlingenvervoer bij Segment https://segment.nl/domeinen/39/leerlingenvervoer. Op LinkedIn is hij de beheerder van de groep leerlingenvervoer met ruim 1.000 leden. https://www.linkedin.com/groups/1876320/
18
Bijlage 1 Onderzoeksopdracht
19
20
21
22
23
Bijlage 2: Wettelijke bepalingen leerlingenvervoer Wet op het primair onderwijs Artikel 4. Kosten van leerlingenvervoer 1 Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekt het college van burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag vergoeding van de door het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2 De regeling maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 3 De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders berustende keuze van een school. 4 De regeling houdt rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. De regeling bepaalt op welke wijze het college van burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigen inwint. 5 De regeling bepaalt dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling en a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke basisschool of, indien een leerling op het onderwijs van een speciale school voor basisonderwijs is aangewezen, de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs, b.
een andere basisschool of speciale school voor basisonderwijs, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de basisschool onderscheidenlijk speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a, en de ouders met het vervoer naar die andere school instemmen, c. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, indien de ouders met het vervoer naar die speciale school voor basisonderwijs instemmen, of d. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder c bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder c, en de ouders met het vervoer naar die andere school instemmen. 6 Bij de toepassing van het vijfde lid worden de afstanden gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg en wordt de keuze van de ouders, bedoeld in het derde lid, in acht genomen.
7 De regeling kan ten aanzien van ouders wier inkomen tezamen meer bedraagt dan € 17 700 bepalen dat slechts vergoeding wordt verstrekt voor zover de kosten van vervoer de kosten van het openbaar vervoer over de door de gemeenteraad op grond van het achtste lid vastgestelde afstand te boven gaan, welke afstand ten hoogste 6 kilometer bedraagt. Bij de berekening van het inkomen wordt uitgegaan van het inkomen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor vergoeding wordt gevraagd, begint. De kosten van het openbaar vervoer, bedoeld in de eerste volzin, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Ingeval toepassing wordt gegeven aan het tiende lid voorziet de regeling in een overeenkomstig de 24
derde volzin berekende financiële bijdrage van de ouders. Het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar, en afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in de plaats van het in de eerste volzin bedoelde bedrag. 8 De regeling kan bepalen dat geen aanspraak op vergoeding bestaat op grond van de afstand tussen de voor de leerling toegankelijke school en de woning van de leerling, gemeten langs de kortste, voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. 9 De regeling kan bepalen dat voor een leerling die ouder is dan een bepaalde leeftijd, de aanspraak op vergoeding wordt beperkt tot de kosten van openbaar vervoer, dan wel, indien zulks in redelijkheid kan worden verlangd, een goedkopere wijze van vervoer. In dat geval dient de regeling erin te voorzien, dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het vierde lid voor die leerlingen voor wie openbaar vervoer ontbreekt en de in de vorige volzin bedoelde goedkopere wijze van vervoer in redelijkheid niet kan worden verlangd. 10 De regeling kan bepalen dat de gemeente, in plaats van vergoeding in geld te geven, het vervoer verzorgt of doet verzorgen.
11 De regeling kan voor leerlingen voor wie de afstand bedoeld in het vijfde lid, meer bedraagt dan 20 kilometer, bepalen dat de hoogte van de vergoeding afhankelijk is van de financiële draagkracht van de ouders, of dat het vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen geschiedt tegen een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer van de desbetreffende leerling. In dat geval bevat de regeling tevens voorschriften omtrent de bepaling van de financiële draagkracht van de ouders. De eerste volzin is niet van toepassing voor een leerling van een speciale school voor basisonderwijs voor wie geldt dat de afstand tot de dichtstbijzijnde openbare of bijzondere speciale school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt. 12 De regeling kan bepalen dat het college van burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen de bevoegdheid heeft ten gunste van de ouders van de inhoud van de regeling af te wijken. 13 Het zevende tot en met negende lid en het elfde lid zijn niet van toepassing op leerlingen die wegens hun lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
25
Wet op de expertisecentra Artikel 4. Kosten van leerlingenvervoer 1 Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekt het college van burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, aan de leerling op aanvraag vergoeding van de door het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2 De regeling maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 3 De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling berustende keuze van een school. 4 De regeling houdt rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is, met dien verstande dat voor leerlingen die voortgezet speciaal onderwijs volgen geldt dat zij slechts aanspraak op bekostiging van vervoerskosten kunnen maken indien zij wegens hun handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
De regeling bepaalt op welke wijze het college van burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigen inwint. 5 De regeling bepaalt dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, met inachtneming van de keuze van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling, en gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg, tenzij vervoer met betrekking tot een verder weg gelegen school voor de gemeente minder kosten met zich zou brengen en de ouders onderscheidenlijk de leerling met het vervoer naar die school instemmen. 6 De regeling bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden het college van burgemeester en wethouders aan in de gemeente wonende ouders van leerlingen die met het oog op het volgen van voor hen passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijven, op aanvraag vergoeding verstrekt ten behoeve van de kosten verbonden aan het weekeinde- en vakantievervoer.