CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Collegebrief inzake Regionale woonzorganalyse

GEMEENTERAAD 25 september 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ter kennisnname22.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

< 23 jaar

Blaricum

23 tm 34 jaar

35 tm 44 jaar

45 tm 54 jaar

55 tm 64 jaar

65 jaar en ouder

Totaal

6,9

2,4

3,5

7,0

1,9

4,2

Gooise Meren Hilversum

2,2

3,9

3,7

5,1

2,9

2,0

3,2

2,1

4,1

5,7

6,2

2,3

2,8

4,0

Huizen

1,5

4,2

6,6

4,6

3,3

1,8

3,8

7,9

8,5

6,4

3,1

7,6

6,3

Laren Wijdemeren

1,8

4,3

6,2

6,3

2,8

2,6

3,7

Totaal

2,1

4,1

5,5

5,7

2,7

2,5

3,8

Met name de middengroep qua leeftijd wacht lang op een woning. Naast meer sociale huurwoningen zien we ook kansen om mensen voor wie ‘de maatschappij ingewikkeld is, te helpen door persoonlijk contact en hulp te organiseren en wegwijs te maken.

Figuur 2 De tijd dat mensen actief zoeken naar een woning in de regio Gooi en Vechtstreek 2022.

Urgentieregeling woningzoekenden regio Gooi en Vechtstreek Regio Gooi en Vechtstreek heeft al langere tijd een urgentieregeling waarmee mensen die in aanmerking komen voor een urgentieverklaring drie maanden lang voorrang krijgen bij woningtoewijzing44. In bijlage 3 staan de criteria beschreven voor een urgentieverklaring in de regio. Tien procent van de ongeveer 1.700 vrijkomende woningen per jaar worden via een urgentieregeling toegewezen. In figuur 3 is te zien hoeveel mensen de afgelopen jaren een urgentieverklaring hebben aangevraagd en hoeveel deze kregen toegekend45: 43

Bron: Woningnet Gooi en Vechtstreek 2023. Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek, te raadplegen via: Huisvestingsverordening | Regio Gooi en Vechtstreek (regiogv.nl) 45 Bron Jaarverslag urgentiecommissie 2022. 44

48

Jaar 2020 Aantal aanvragen 427 regionaal Aantal urgentie 97 (23%) toegekend gekregen toekenningen regionaal** Figuur 3 inclusief uitstroom MO/BO.

2021 451

2022 452

82 (18%)

61 (13%)

Programma Een Thuis voor Iedereen: uitbreiding urgentieregeling sociale huurwoningen. Het Programma Een Thuis voor Iedereen beschrijft een aantal urgentiegroepen die gemeenten moeten opnemen in een urgentieregeling m.b.t. woningtoewijzing. Deze verplichting wordt opgenomen in de aankomende Wet versterking regie volkshuisvesting. Dit betekent niet dat iedereen die onder deze groepen valt ook daadwerkelijk een urgentieregeling gaat krijgen: hiervoor worden in het wetsvoorstel Wet Regie Volkshuisvesting nadere toetsingscriteria ontwikkeld. Statushouders worden niet in deze regeling opgenomen maar huisvesting van deze groep valt onder de taakstelling van gemeenten; hiermee krijgen zij automatisch urgentie bij woningtoewijzing. In figuur 4 staat vermeld welke aandachts- en urgentiegroepen onderscheiden worden in het programma Een Thuis voor Iedereen en welke groepen reeds zijn opgenomen in de bestaande urgentieregeling van regio Gooi en Vechtstreek.

49 Aandachtsgroepen programma Een Thuis voor Iedereen.

Groepen met behoefte aan huisvesting, zorg en ondersteuning Mensen met sociale en/of medische urgentie: • Mensen die (dreigend) dak- en thuisloos zijn; • Mensen die uitstromen uit een GGZ-instelling/beschermd wonen • Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking • mensen met een psychische kwetsbaarheid • mensen meteen sociale of medische urgentie

Urgentiegroepen programma Een Thuis voor Iedereen. Groepen met een * zijn reeds opgenomen in de bestaande urgentieregeling Gooi en Vechtstreek. • Mantelzorgverleners en – ontvangers*. • Ernstig chronisch zieken* • Dakloze mensen met een opvangvoorziening* • Uitstromers uit opvangvoorzieningen, beschermd wonen, langdurig verblijf GGZ*. • Slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel* • Jongeren < 18 die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf. • Mensen die uit detentie komen > 3 maanden. • Stoppende sekswerkers (DUUP-regeling).

Groepen met behoefte aan huisvesting. • Studenten • Statushouders • Arbeidsmigranten • Woonwagenbewoners Figuur 4 Overzicht aandachtsgroepen en urgentiegroepen in Programma een Thuis voor iedereen en urgentieregeling Gooi en Vechtstreek.

Geconcludeerd kan worden dat de meeste urgentiegroepen reeds opgenomen zijn in de bestaande regionale urgentieregeling. Voor de jongeren geldt dat er een andere woonbehoefte is dan de woningen die via Woningnet verhuurd worden (zie hoofdstuk 3.4). Voor de komende jaren is de prognose dat er een toenemende druk zal ontstaan op de vraag naar sociale huurwoningen in de regio (zie voorgaande hoofdstukken). Onderstaande tabel laat een overzicht zien van de huidige uitstroom van aandachts- en urgentiegroepen naar sociale huurwoningen en een inschatting voor 2030.

50 Aandachts- en urgentiegroepen en doorstroom naar sociale huurwoning Aandachts- en urgentiegroepen

Afgegeven urgentieverklaringen in 2022 61

Inschatting 2030

Toelichting

100

Geschatte toename t.g.v. Wet regie volkshuisvesting met uitbreiding (criteria) urgentengroepen. toename bevolking en maatschappelijke ontwikkelingen.

Uitstroom uit MO en BW NIET via urgentieverklaring.

80 uitstroom – 21 urgentie = 59

120

Uitstroom uit jeugdhulp met verblijf Uitstroom uit (jeugd)detentie

15 0

25 Onbekend

Uitstapprogramma stoppende sekswerkers Mensen die uitstromen uit een instelling voor VG/LG. TOTAAL statushouders

0

Onbekend

Wijziging zorgstelsel (van WLZ naar WMO) en overheid extramuraliseringsbeleid overheid. Evt overloop uit MRA Vraagt om specifieke huisvesting. Zie 3.4. Mogelijk toename i.v.m. toevoegen aan urgentieregeling Idem

-

Stabiel, lichte stijging

Stabiel, lichte stijging door bevolkingsgroei.

135 200

245 200

Schatting

Sociaal/Medische urgentie totaal46 • •

•

Ernstig chronisch zieken Uitstroom uit opvang voorzieningen en langdurig verblijf Slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel

Overige regelingen Naast de urgentieregeling zijn er ook andere voorrangsregels in de regionale huisvestingsverordening waarmee doelgroepen voorrang krijgen op de woningmarkt voor sociale huur: • 1.5 woningen van bepaalde aard of grootte. • Voorrang voor bepaalde doelgroepen voor bepaalde woningen, bijvoorbeeld voor jongeren tot 23 jaar (jongerenwoningen onder de prijsgrens) en voor jongeren t/m 25 jaar (woningen tot 55m2 middels loting) en voor huishoudens van 55 of 65 plus (voorrang voor senioren geschikte woningen). 46

Urgentiebureau Gooi en Vechtstreek, 2023.

51 • •

Urgentie bij aangepaste woningen en woningen met een specifieke zorginfrastructuur De spoedzoekregeling: voor zelfverklaarde urgenten waaronder economisch daklozen.

Ontwikkeling woningbouw In 2023 is de totale plancapaciteit in de regio ongeveer 200 woningen hoger dan het voorgaande jaar en met in totaal ruim 11.500 woningen voldoende groot voor de afgesproken ambitie. In 2022 zijn er 876 nieuwe woningen opgeleverd. Dit aantal moet afgezet worden tegen een ambitie van 6900 nieuwe woningen tussen 2022 en 2030 zoals opgenomen in het Woonakkoord/Woondeal. Dit betekent dat er tot 2030 gemiddeld 767 nieuwe woningen per jaar moeten worden opgeleverd. Van de totale productie is afgesproken minimaal een derde te realiseren als sociale huurwoning (in portefeuille van een woningcorporaties) en in totaal tweederde als betaalbare woning (sociaal- en middensegment). Hoewel er kwantitatief voldoende woningen worden opgeleverd, loopt de productie van het betaalbare segment nog achter bij de ambitie. Over de ontwikkeling van de voorraad sociale huurwoningen (momenteel 26% van de totale woningvoorraad) is afgesproken dat deze meegroeit met de totale voorraad. Hoewel de voorraad sociale huurwoningen goed op peil blijft (en zelfs licht toeneemt), houdt het als aandeel van de totale voorraad de groei daarvan niet bij. Woonakkoord-Woondeal In de Woondeal MRA zijn op basis van de Nationale Woon- en Bouwagenda én het programma ‘Een Thuis voor iedereen’ doelstellingen opgenomen over betaalbaarheid.

“Alle gemeenten in de MRA dragen bij aan de doelstellingen om twee derde betaalbaar te bouwen en het streven toe te groeien naar minimaal 30% sociaal in de voorraad.” Het rijk heeft inmiddels de ambitie van 30% sociaal in de voorraad gewijzigd naar ‘landelijk gemiddelde’ (zo’n 27%). In de Woondeal zijn ook uitgangspunten opgenomen voor de uitwerking van deze doelstellingen. Dit betekent onder andere dat gemeenten die nu een voorraad onder de 30% hebben, aangeven hoe zij betekenisvolle stappen gaan zetten om de beoogde doelstellingen te halen. De planning is eventuele aangepaste afspraken op deze punten mee te nemen bij de herijking van de Woondeal begin 2024. Mochten de regionale afspraken over verdeling van de huisvesting van aandachtsgroepen leiden tot andere afspraken over sociale woningbouw, dan zullen deze ook bij de herijking van de Woondeal worden meegenomen. Wanneer we bijvoorbeeld meer sociale huurwoningen aan aandachtsgroepen willen kunnen toewijzen dan zullen we jaarlijks meer sociale huurwoningen moeten toevoegen aan de woningvoorraad en / of andere keuzes moeten maken in het woonruimte verdeelsysteem.

Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien? Voldoende beschikbare woningen Sociale huurwoningen zijn een schaars goed. In het Woonakkoord van de regio is de ambitie vastgelegd dat minimaal 27% van de woningvoorraad sociale huurwoningen betreft. Om dit aantal te halen moeten er tussen 2021 en 2025 jaarlijks 255 (een derde van de re realiseren woningen) sociale huurwoningen bijgebouwd worden. Dit aantal blijft tot nu toe achter. Hiermee zal de beschikbaarheid van passende woonruimte voor kwetsbare groepen en andere groepen die aangewezen zijn op de sociale huurwoningen, de komende jaren verder onder druk komen te staan. Gezien de prognose van het aantal mensen

52 met psychische kwetsbaarheid dat zelfstandig in de wijk woont, is het monitoren en evalueren van de huidige verdeelsystematiek en omvang van de woningvoorraad van belang.

53

Hoofdstuk 5

Welke scenario’s onderkennen we in de invulling van de opgave?

Scenario’s aandachtsgroepen exclusief ouderen De woonzorgopgave voor aandachtsgroepen neemt naar verwachting toe ten gevolge van overheidsbeleid en maatschappelijk economische factoren. Tegelijkertijd kunnen we de woonzorgopgave beïnvloeden door de manier hoe we wonen, zorg en ondersteuning in de regio de komende jaren inrichten en de (politieke) keuzes die we hierin maken. Hieronder schetsen wij twee zichtlijnen ten aanzien van toekomstige scenario’s: o Zichtslijn 1: Handhaven huidige situatie beleid en uitvoering o Zichtslijn 2: Verruimen toegang tot betaalbare woningen en extra voorzieningen voor aandachtsgroepen. Zichtslijn 1 Handhaven huidige situatie beleid en uitvoering Met het huidige woonzorgbeleid en woonruimte verdeelsysteem in de regio is de gemiddelde zoektijd voor een sociale huurwoning in de regio 3,9 jaar, gaan zo’n 800 van de jaarlijks 1.700 vrijkomende woningen naar starters op de woningmarkt waarvan 10% toegewezen wordt naar mensen met een urgentieverklaring. Om deze verdeelsleutel in de toekomst te kunnen blijven handhaven zullen we, zoals afgesproken in het Woonakkoord van 2021, tot 2030 jaarlijks ruim 250 nieuwe sociale huurwoningen moeten bouwen in de regio en ervoor moeten zorgen dat 29% van de totale woningvoorraad uit sociale huurwoningen bestaat. Op dit moment wordt deze ambitie niet behaald (zie hoofdstuk 4).

Ook de 5 jaar geleden geplande uitbreiding van flankerende opvang voor bepaalde groepen mensen ter voorkoming van dakloosheid zijn en worden vooralsnog niet gerealiseerd. Bij deze zichtlijn is er door de gehanteerde balans in de verdeling tussen starters en doorstromers, sprake van een redelijk goede doorstroom van huurders. Daarbij zorgt de huidige urgentieregeling ervoor dat mensen die in aanmerking komen voor een urgentieverklaring op grond van medisch sociale factoren, ook daadwerkelijk binnen drie maanden een woning krijgen aangeboden47. Ook voor mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen geldt een aangepaste en effectieve regeling. De nadelige consequenties van het huidige woonbeleid en woonruimte verdeelsysteem zijn echter: - Bij gelijkblijvende bouw zal de verhouding van vraag en aanbod verder uit elkaar gaan lopen en zal de wachttijd voor een sociale huurwoning gaan toenemen. De druk op de sociale huurwoningmarkt zal de komende jaren naar verwachting verder toenemen door een groeiende uitstroom van aandachtsgroepen uit de maatschappelijke opvang en instellingen. - De gedachte achter de huidige urgentiecriteria is een balans te vinden in het zoveel mogelijk aanspreken van de eigen kracht van mensen en tegelijkertijd de meest kwetsbaren te kunnen blijven bedienen met een woning en verdringing op de woningmarkt te beperken.

Er is echter een groep mensen die (net) niet in aanmerking komen voor een urgentieverklaring, ondanks dat deze mensen op grond van medische- sociale of economische factoren dak- en thuisloos dreigen te worden. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die, al dan niet tijdelijk, terecht kunnen bij hun sociale 47

Uitzondering hierop geldt voor mensen met een complexe woonbehoefte zoals grote gezinnen.

54 netwerk en/of niet onmiddellijk dakloos in letterlijke zin zijn. Een deel van deze mensen lukt het niet om op eigen kracht een woning te vinden en loopt daardoor het risico in een steeds kwetsbaardere situatie geraken. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor iemands persoonlijk leven en gezondheid. De weg terug naar een zelfstandig bestaan wordt steeds moeilijker met vaak dakloosheid tot gevolg. Naast de schade die deze situatie oplevert voor een individu brengt dit relatief hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Kosten die voorkomen kunnen worden. Ten gevolge van deze toenemende druk op de woningmarkt voor sociale huurwoningen zal ook de samenwerking en solidariteit tussen gemeenten aangaande de woonzorgopgave van kwetsbare groepen onder druk komen te staan. Zichtslijn 2 Verruimen toegang tot betaalbare woningen en extra voorzieningen voor aandachtsgroepen Door uitvoering te geven aan de afspraken uit het Woonakkoord met betrekking tot de realisatie van het afgesproken percentage sociale huurwoningen, kunnen we de huidige balans in vraag en aanbod van sociale huurwoningen handhaven. Door de geplande realisatie van twee ‘flankerende’ voorzieningen, te weten In Between Places en een 2e Skaeve Huse, voorkomen we dat de doelgroepen voor deze voorzieningen dakloos raakt en kunnen deze mensen relatief snel weer in een stabiele zelfredzame situatie terechtkomen.

Zoals de analyse laat zien verwachten we dat de groep mensen die uitstroomt vanuit de maatschappelijke opvang en/of een instelling én de groep mensen die in aanmerking komt voor een urgentieregeling zal groeien de komende jaren. In dit scenario vergroten we de toegang van mensen in kwetsbare situaties tot passende woonruimte door: - het ontwikkelen van betaalbaar aanbod van kamers voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf, de maatschappelijke opvang voor jongeren of uit de thuissituatie en die niet meer thuis kunnen wonen vanwege een problematische thuissituatie. - het ontwikkelen van (particulier) aanbod gericht op het tijdelijk huisvesten van economisch daklozen of mensen die bijvoorbeeld door een scheiding de woning moeten verlaten. Zoals het concept ‘Onder de pannen’. - het vergroten van de toegang/beschikbaarheid van sociale huurwoningen voor aandachtsgroepen en mensen in kwetsbare situaties en zonder vaste woon- of verblijfplaats. Inzet op preventie en zorg en ondersteuning in de wijk Met inzet op preventie en ondersteuning van mensen met een psychosociale kwetsbaarheid bij het zelfstandig wonen kunnen we het ontstaan van problemen die kunnen leiden tot dak- en thuisloosheid voorkomen.

Denk hierbij aan: - Vroegtijdige signalering en hulp bij financiële problemen, eenzaamheid, vervuiling of andere persoonlijke problematiek - Hulp bij werk, administratie, huishouden en daginvulling - Ontmoeting en sociale contacten. Omdat preventie een samenspel vergt van allerlei professionele en informele organisaties is het belangrijk dat de gemeente hier de regie op voert en samen met partijen en bewoners invulling geeft aan preventie en een zorgzame wijk. Er wordt in de regio al veel gedaan aan preventie en ondersteuning in de wijk.

55 Toch zijn er zeker kansen om dit verder te versterken en eerder in te grijpen in situaties waren problemen ontstaan. Hiervoor kan de verbinding gelegd worden met de regionale afspraken zoals opgenomen in het IZA akkoord en in de regionale aanpak Dak- en Thuisloosheid. Scenario’s woonzorgopgave ouderen De analyse in hoofdstuk 3 laat zien dat het aantal 75plussers in de regio tot 2040 flink toeneemt en daarmee ook het aantal 75plussers met een zorgvraag. Tegelijkertijd wordt de bestaande verpleeghuiscapaciteit, op basis van huidige kabinetsbeleid, niet uitgebreid en zijn er steeds minder zorgmedewerkers beschikbaar. We zien voor de toekomst het volgende scenario. Creëren van woonzorgvormen waar ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen Door nultredenwoningen en geclusterde woonvormen bij te bouwen kunnen ouderen met mobiliteitsbeperkingen langer zelfstandig blijven functioneren. Voor de groep ouderen met een zwaardere zorgbehoefte zijn geclusterde en zorggeschikte woningen nodig met zorg en ondersteuning in nabijheid. Om de schaarse ouderenzorgvoorzieningen efficiënt te kunnen organiseren worden deze woningen geclusterd en bij voorkeur in nabijheid van een verpleeghuislocatie en andere (medische) voorzieningen en diensten gerealiseerd.

Rondom deze woonzorglocaties kunnen woonzorgcirkels gecreëerd worden: bij voorkeur) nultredenwoningen waar ouderen wonen die kunnen leunen en gebruik kunnen maken van de ouderenzorgvoorzieningen, welzijnsdiensten en andere services, zoals maaltijden. Met de groeiende tekorten aan verpleeghuisplaatsen is de realisatie van geclusterde woonvormen met zorggeschikte woningen en zorg en diensten in nabijheid een urgent onderwerp. Tegelijkertijd is het de vraag of ouderen willen verhuizen naar een geschikte woning en woonomgeving. Sommige mensen maken tijdig de stap om te verhuizen naar een geschikte woning maar anderen zullen deze stap zo lang mogelijk willen uitstellen. Bewustwording, hulp bij het verhuizen en aantrekkelijk aanbod dat past bij de inkomenssituatie van ouderen draagt bij aan doorstroming van ouderen naar een geschikte woning. Door deze doorstroming komen bovendien grotere woningen vrij voor gezinnen. Bestaande woonomgeving geschikt maken Bestaande geclusterde flats of buurten waar relatief veel ouderen wonen, kunnen ‘seniorproof’ gemaakt worden zodat ouderen er zo lang mogelijk kunnen blijven wonen. In zo’n buurt of flat werken gemeente, woningcorporatie, een zorgpartij en een welzijnsorganisatie samen aan: - Vroegsignalering, preventie, ontmoetingen, dagactiviteiten. - Het bieden van zorg uit alle domeinen. - Community care.

- Een omgeving die toegankelijk en veilig is en die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. - Samenwerking met bestaande voorzieningen.

56 In dergelijke wijken kan ook ingezet worden op het aanpassen van woningen om deze zorggeschikt te maken. Een voordeel van dit scenario is dat ouderen in de eigen omgeving en bij het eigen sociale netwerk kunnen blijven wonen. Ook is dit scenario relatief snel te realiseren in vergelijking tot nieuwbouw. Kanttekening bij dit scenario is dat niet alle wijken en/of de woningen in de wijk hier geschikt voor zijn Dementievriendelijke wijk In de toekomst zullen ook mensen met dementie langer buiten het verpleeghuis blijven wonen. In een dementievriendelijke wijk of gemeente zetten burgers, bedrijven en organisaties zich actief in voor een dementievriendelijke samenleving48. Zo ontstaat er een gemeenschap waarin iedereen dementie accepteert: van bakker en buurman tot sportclub en wijkagent. Mensen met dementie kunnen hier boodschappen doen, hun bankzaken regelen, naar hun vereniging gaan of de bibliotheek of een museum bezoeken. De gemeenschap steekt hen een hand toe wanneer zij het even niet meer weten. Behouden en versterken zelfredzaamheid en inzet op preventie. Het investeren in gezondheid door preventie is een belangrijke voorwaarde om langer zelfstandig te kunnen wonen. Hierbij gaat het niet alleen om lichamelijke gezondheid, maar ook om dagelijks functioneren, participatie en mentale gezondheid.

Preventie gericht op bewustwording, het tegengaan van eenzaamheid, voorkomen van vallen, tijdig aanpassen van de woning, vitaal blijven en het onderhouden van sociale contacten draagt bij aan zelfredzaamheid. Technologie Ook technologie om zorg op afstand te organiseren of om ouderen te ondersteunen bij het functioneren neemt een steeds grotere plaats in. et het langer zelfstandig wonen van ouderen zal er een groter beroep gedaan worden op de directe omgeving, vrijwilligers, mantelzorgers en welzijnsdiensten in de wijk. Zorg is in de toekomst meer dan nu een vangnet. Het ondersteunen en stimuleren van mantelzorgers wordt belangrijker dan ooit. Er zijn landelijk goede ervaringen opgedaan met gemixte wooncomplexen, waarbij jongere mensen ouderen kunnen ondersteunen bij dagelijkse dingen. Ook zijn er voorbeelden waarbij studenten tegen een aantrekkelijke huurprijs een appartement kunnen huren in een seniorencomplex in ruil voor diensten aan de woongemeenschap. Doorstroming Bewustwording van mensen over de maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot wonen en zorg en wat deze betekenen voor de maatschappij als geheel en het individu is noodzakelijk. Naar elkaar omkijken (samenzorg) en tijdig anticiperen op de latere levensfase door te verhuizen naar een geschikte woning of de woning aan te passen wordt het nieuwe normaal.

Daarbij draagt dit bij aan doorstroming op de woningmarkt. Beleid gericht op doorstroming van ouderen en mensen in het algemeen naar een passende en geschikte woning lost een deel van het woningmarktvraagstuk op.

48

Voor gemeenten | Samendementievriendelijk

57

58 Bijlage 1 Overzicht programma’s wonen en zorg uit Nationale Bouw- en Woonagenda Rijksoverheid.

59

Bijlage 2

Onderbouwing ABF/RIVM prognose.

Aantal geclusterde woonvormen en nultredenwoningen. In Fortuna Extramuraal wordt uitgegaan van de bestaande relatie tussen de geschiktheid van woningen voor ouderen en de mate van mobiliteitsbeperkingen van het huishouden. Deze relatie wordt naar de toekomst gebracht, rekening houdend met de demografische ontwikkelingen. Op die manier wordt het effect van de vergrijzing op de huisvestingsopgave voor ouderen zichtbaar. Het woongedrag van ouderen kan niet los worden gezien van de ontwikkelingen op de woningmarkt. Daarom is de opgave aan voor ouderen geschikte woningen ook onderscheiden naar eigendom en prijsklasse van de woning, zodat duidelijk is bij wie de opgave terechtkomt. De meeste ouderen worden tijdens hun leven geconfronteerd met mobiliteitsbeperkingen die op enig moment van invloed zijn op het woongedrag. Huishoudens gaan daar verschillend mee om: sommigen sorteren vroegtijdig voor, anderen reageren pas veel later. Maar wanneer en hoe men ook reageert, dat zal altijd gebeuren vanuit een bestaande woonsituatie en dus zullen de ontwikkelingen op de woningmarkt doorklinken in de vraag naar ouderenhuisvesting. Definities Huishoudens naar mobiliteit Informatie over de mobiliteitsbeperkingen is ontleend aan de meest recente versie van het Woononderzoek Nederland (WoON 2021).

De typering mobiliteitsbeperking is gebaseerd op het gebruik van hulpmiddelen voor mobiliteit en de door het hoofd en de eventuele partner van het huishouden ervaren mobiliteitsbeperkingen. Er worden daarbij vier gradaties onderscheiden, op grond waarvan huishoudens zijn ingedeeld: • Mobiliteitsklasse 0 (Geen): Huishoudens met geen of slechts lichte mobiliteitsbeperkingen. • Mobiliteitsklasse A (Licht): Huishoudens waarin hetzij het hoofd, hetzij de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen. • Mobiliteitsklasse B (Matig): (i) Huishoudens die gebruik maken van een scootmobiel, rollator of rolstoel, maar binnenshuis geen hulpmiddel voor mobiliteit gebruiken of (ii) huishoudens waarin het hoofd of de partner zonder hulp niet kan lopen en/of traplopen. • Mobiliteitsklasse C (Zwaar): Huishoudens die binnenshuis gebruikmaken van een rolstoel of een rollator. Op basis van de omvang van deze groep is het mogelijk een goede inschatting te maken van de vraag naar rollator- en rolstoeltoegankelijke woningen. Geschikte huisvesting voor wonen met zorg Om de woningvoorraad van een gemeente in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van diverse bronbestanden, zoals de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), de Waardering onroerende zaken (WOZ), het Woononderzoek Nederland (WoON) en de Verantwoordingsinformatie (dVi) van corporaties.

Het aantal woningen per geschiktheidsklasse wordt ingeschat naar rato van regionale gegevens over dergelijke woningen, gemeten in het WoON (het Woononderzoek Nederland), en toegepast op de woningvoorraad van de gemeente. Hierdoor kan de aangegeven geschikte voorraad afwijken van de feitelijke (maar niet volledig bekende) aantallen per gemeente.

60 De huisvesting voor ouderen en andere zorgbehoevenden wordt omschreven als geschikte huisvesting voor wonen met zorg. Deze valt uiteen in drie hoofdgroepen: • Geclusterde ouderenwoning. Een woning die deel uitmaakt van een complex of groep van woningen speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woon-zorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Nabijheid van 24-uurs aanwezige zorg is geen voorwaarde vanwege de mogelijke andere leveringsvormen van zorg. Hoewel specifieke voorzieningen niet noodzakelijk zijn, heeft een deel van de geclusterde woningen een zorgsteunpunt en/of een gemeenschappelijke ruimte, receptie, huismeester, alarmering e.d. Deze beschrijving van geclusterde woonvormen wijkt af van hoe ze in de RIGO-monitor zijn gedefinieerd. In de definitie van RIGO zijn namelijk de aanwezigheid van een gemeenschappelijke ruimte en een minimum aantal woningen in een pand vereisten. • Aangepaste woning. Een bestaande woning of nieuwbouwwoning waarin ten behoeve van personen met een handicap of lichamelijke beperking speciale voorzieningen zijn aangebracht of bouwkundig is aangepast. Daarbij kan het gaan om een traplift, hellingbaan, aan- of uitbouw, maar ook om kleinere aanpassingen. • Nultredenwoning.

Een woning die zowel extern toegankelijk is (de woonkamer dient bereikbaar te zijn vanaf de straat zonder trap te hoeven lopen) als intern toegankelijk is (vanuit de woonkamer zijn zonder traplopen de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer te bereiken). De indeling in de verschillende type geschikte woningen is uitsluitend, te beginnen bij de geclusterde woningen, daarna de aangepaste woningen en tot slot de nultredenwoningen. Een woning wordt dus nooit in meerdere categorieën meegenomen. Wanneer een nultredenwoning is aangepast valt deze dus in de categorie aangepaste woningen en niet in de categorie nultredenwoningen.

61

Bijlage 3

Criteria urgentieverklaring regio Gooi en Vechtstreek

Regio Gooi en Vechtstreek kent als onderdeel van de regionale huisvestingsverordening een urgentieregeling voor kwetsbare groepen die op grond van een medische en/of sociale urgentie voorrang krijgen bij de toewijzing van een sociale huurwoning. Met een urgentieverklaring krijgen zij drie maanden lang voorrang bij de toewijzing van een beschikbaar gekomen woning. In bijlage 1 staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring49: • Er dient sprake te zijn van een noodsituatie die vergt dat er direct of uiterlijk binnen drie maanden een woning beschikbaar komt ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van de woningzoekende, waarbij die schade het rechtstreeks gevolg is van de bestaande woonsituatie. • De woningzoekende dient aan te tonen dat hij getracht heeft het probleem zelf op te lossen. • In geval de woningzoekende geen ingezetene is van de regio, maar wel een maatschappelijke of economische binding heeft, dient hij aan te tonen dat het woonprobleem uitsluitend in deze woningmarktregio opgelost kan worden.

• Woningzoekenden die geen binding aan de regio hebben, zijn uitgesloten van een urgentie • Voor de toekenning van urgentie moet de woningzoekende en/of een lid van zijn gezin aan één of meer van de volgende urgentiecriteria voldoen: medische gronden dakloosheid ten gevolge van calamiteiten: dakloosheid van een ouder met minderjarig(e) kind(eren): financiële ontwrichting geweld: langdurige inwoning van een ouder met minderjarig(e) kind(eren) sociale indicatie: zeer ernstige sociale problemen die een directe relatie hebben met de woonsituatie waarbij die problemen tot gevolg hebben dat de aanvrager en/of zijn gezin niet langer zelfstandig kunnen functioneren als gezin of in de maatschappij. herhuisvestingsurgentie wordt toegekend indien er een concreet plan voor sloop of renovatie van de bestaande woning voorligt dat noopt tot vertrek uit die woning; uitstroom-urgentie uit WMO-gefinancierde opvang en verblijfsvoorzieningen.

49

Naast dit recht gelden de normale voorwaarden die gelden voor alle huisvestingsvergunningen, zoals t.a.v. binding in de regio en Inkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8479f693-f415-473d-9bea-9be823cd1fe8