CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Collegebrief inzake Regionale woonzorganalyse

GEMEENTERAAD 25 september 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ter kennisnname22.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor deze groepen is een alternatief aanbod nodig, bijvoorbeeld onzelfstandige (gedeelde) wooneenheden (goedkopere kamers). Al dan niet met een vorm van begeleiding. Zie hoofdstuk 3.4 Jeugd.

22

3.2

Mensen die uitstromen uit beschermd wonen en langdurige verblijf in GGz-instellingen

Definitie Mensen 18+ die uitstromen uit een instelling voor beschermd wonen, of uit een long stay-GGZ kliniek. Het gaat hierbij puur om de uitstroom naar zelfstandig wonen (al dan niet naar de oude woonsituatie) en niet om de doorstroom naar een andere intramurale setting. De gegevens uit deze woonzorganalyse geven de gemeenten en woonzorgpartijen in de regio informatie over de omvang en inhoud van de woonzorgopgave in de regio/gemeenten. Het gaat hier om voldoende en benodigde passende woningen en zorg- en ondersteuning in de regio.

Wat is er al in de regio? In de regio Gooi en Vechtstreek werken gemeenten regionaal samen m.b.t. inkoop van ambulante voorzieningen en beschermd wonen capaciteit. Samen met woonzorgpartijen en gemeenten geven zij in regionaal verband inhoud aan ‘Bescherming en Opvang (BO)’. Dit omvat de volgende aspecten: -

Preventie en vroegsignalering: voorkomen dat mensen met psychische en/of psychosociale problematiek niet meer zelfstandig kunnen wonen/problematiek verergert Zorg en begeleiding in de buurt / thuis Opvang en terugvalvoorzieningen: locatie voor beschermd wonen/maatschappelijke opvangen respijtvoorzieningen. samenwerking tussen instanties in de uitvoeringspraktijk toegang tot passende (betaalbare) woonruimte

Omvang van de doelgroep beschermd wonen 4% Van de inwoners van de regio heeft psychische problematiek.12 De meeste mensen met een psychische aandoening wonen en functioneren zelfstandig en dus niet in een instelling zoals beschermd wonen. Een deel ontvangt hiervoor medische behandeling. Een klein deel van deze groep redt het, al dan niet tijdelijk, niet om zelfstandig te wonen. Voor hen is begeleiding en ondersteuning thuis of in een instelling voor Beschermd In de regio hebben betrokken organisaties (zorgpartijen, gemeenten, Wonen nodig. Mensen met psychische problematiek die behoefte hebben woningcorporaties) bijvoorbeeld samenwerkingsafspraken gemaakt over de aan een beschermde woonplek kunnen in Nederland aanspraak maken op begeleiding, ondersteuning en toeleiding naar woonzorgvoorzieningen in de regio. Zo verschillende regelingen. Een deel van de groep kan zelfstandig wonen met zal het niet gebeuren dat iemand vanuit zijn verblijf uit een locatie voor beschermd ambulante begeleiding al dan 24/7 beschikbaar, (via de Wmo of Wlz). Een wonen ‘alleen maar’ en woning krijgt en verder aan zijn of haar lot wordt ander deel is aangewezen op Beschermd wonen via de Wlz en een deel overgelaten. vanuit de Wmo.

Mensen met een psychische aandoening die langdurig (meer dan 3 jaar) behandeld worden, verblijven in een GGZ-long stay instelling en krijgen deze zorg en het verblijf vergoed vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De regio is gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiering van Beschermd Wonen plekken vanuit de Wmo.

12

Regiomonitor en Regioaanpak GGZ-wonen in de Wet Langdurige zorg. Te raadplegen via: Dialogue (indialogue.io)

23 Figuur 1 laat het aantal mensen met een Wlz of Wmo indicatie voor Beschermd Wonen in de regio zien. In 2021 en 2022 hebben respectievelijk 202 en 125 mensen in de regio een indicatie voor Beschermd Wonen13 en 320 mensen een Wlz-indicatie voor langdurige GGZ-zorg. De forse daling van het aantal mensen met een indicatie voor Beschermd en de stijging van het aantal mensen met een Wlz-indicatie is te verklaren door de beleidswijziging begin 2021 waarbij mensen eerder konden instromen in de Wlz.

Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren Totaal

2021 2022 Aantal unieke inwoners Beschermd Wonen WMO14 4 1 3 1 78 34 67 59 45 26 7 3 3 2 202 125 (-39% t.o.v. 2021)

2021

256

2022 Aantal indicaties WLZ GGZ15 10 5 140 100 50 5 10 320 (+25% t.o.v. 2021)

Figuur 1: aantal unieke personen met een indicatie Beschermd Wonen.

Bewoners van de locaties voor beschermd wonen worden ingeschreven in de gemeente waar de locatie zich bevindt. Op dit moment valt op dat er in 2023 een opvallende daling te zien is in het aantal afgegeven indicaties ten opzichte van 2022. De definitie cijfers worden in de loop van 2024 inzichtelijk. Prognose omvang van deze doelgroep 2025-2030-2040. Hoe het aantal mensen dat in de toekomst gebruik zal maken van een plaats in een locatie voor Beschermd Wonen zich de komende jaren ontwikkeld hangt samen met verschillende factoren. • Allereerst economische en andere maatschappelijke en persoonlijke factoren die ingrijpen in het leven van mensen met psychische kwetsbaarheid. Daarbij geldt dat hoe beter de ondersteuning in de omgeving geregeld is, hoe lager de kans is dat iemand het niet meer zelfstandig redt en instroomt naar een locatie voor Beschermd wonen.

13

Bron Regio Bureau Bescherming & Opvang. Regio Gooi en Vechtstreek, 2023. 15 Regiomonitor en Regioaanpak GGZ-wonen in de Wet Langdurige zorg. Te raadplegen via: Dialogue (indialogue.io) 14

24 •

Wijzigingen in het zorgstelsel hebben ook invloed op de omvang van de groep mensen dat gebruikt maakt van beschermd wonen. Daar is de wijziging van afgelopen jaren een goed voorbeeld van: het aantal indicaties voor Beschermd Wonen vanuit de Wmo is de afgelopen jaren fors gedaald. Dit heeft te maken met het openstellen van Wet Langdurige Zorg (Wlz) GGZ begin 2021 waardoor mensen vanuit een Wmo gefinancierde indicatie over gingen naar een Wlz-GGZ Wonen indicatie. Vanwege de hoge instroom die deze beleidswijziging tot gevolg had, zijn er weer nieuwe beleidswijzigingen afgekondigd die gericht zijn op het beperken van verdere instroom in de Wlz GGZ. Dit zou kunnen resulteren in een toename van het aantal mensen met een indicatie voor BW Wmo. Of dit leidt tot een navenant grotere uitstroom naar zelfstandig wonen is niet goed te voorspellen omdat de groep die vanuit de Wlz terugkomt in de Wmo een groep is met relatief complexere problematiek waarvan de verwachting is dat zelfstandig wonen niet goed mogelijk is.

In het algemeen verwachten we dat de landelijke beleidslijn dat mensen met een psychische beperking vaker beschermd thuis wonen in plaats van in een instelling zich verder doorzet. Door goede zorg- en ondersteunende voorzieningen in de woonomgeving kan voorkomen worden dat mensen met psychosociale problemen het niet meer zelfstandig redden en instromen in een voorziening voor Beschermd Wonen. Goede woonzorgvoorzieningen in de wijk vergroten eveneens de mogelijkheid voor mensen in een Beschermd Wonen locatie om uit te stromen. Hierdoor neemt de druk op beschermd wonen af en worden kosten bespaard. Aanbod in de regio Beschermd Wonen In figuur 2 staat een overzicht van het aanbod in de regio voor Beschermd wonen. In de meeste locaties is sprake van een financieringsmix van plaatsen. Dit betekent dat de plaatsen vanuit de verschillende financieringsstromen ingevuld kunnen worden.

Locaties Leger de Heils De Saffier, Hilversum De Opaal, Hilversum De Robijn (Hilversum) Amber en Topaas (Huizen) Locaties Kwintes Zonnelaan (Hilversum) Lorentzweg (Gooise Meren, Bussum) Mariastraat (Gooise Meren, Bussum) Pater Wijnterlaan (Gooise Meren, Naarden) Vooronder (Huizen)

Aantal plaatsen 15 – mixfinanciering WMO, WLZ en Forensische Zorg (FZ) 18 – mixfinanciering WMO, WLZ en Forensische Zorg (FZ) 12 – mixfinanciering WMO, WLZ en Forensische Zorg (FZ) Incidenteel een Wmo BW plek voor jongeren maar primair een verblijfslocatie in het kader van de Jeugdwet. Aantal plaatsen 65 - mixfinanciering Wmo Wlz (circa 1/3e Wmo, 2/3e Wlz) 80 - overwegend WLZ 24 – volledig WMO 20 – op dit moment volledig WLZ 13 (naar verwachting eind 2024 uitbreiding met 7) – overwegend WLZ.

25 Rijsbergenweg (Huizen) Totaal aantal plaatsen

20 – mix WMO, WLZ en FZ. Ongeveer 1/3e WMO. 271 plaatsen

Figuur 2 Aantal plaatsen Beschermd wonen (WLZ en WMO) regio Gooi en Vechtstreek; peildatum 23 mei 2023.

Naast deze voorzieningen zijn er nog enkele plaatsen voor mensen die met een persoonsgebonden budget hun zorg met verblijf invullen. In de regio heeft GGz Centraal een aantal GGZ-klinieken voor behandeling met verblijf. Uitstroom uit beschermd wonen. In figuur 3 is de uitstroom te zien vanuit de locaties Beschermd Wonen in de regio.

Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Wijdemeren

Uitstroom 2021 BW 3 2 54 25 27 4 1

Uitstroom 2022 BW 1 0 11 22 12 1 1

Totaal

116

48

Figuur 3 Uitstroom uit een locatie voor Beschermd Wonen in de regio Gooi en Vechtstreek.

De daling in 2022 ten opzichte van 2021 is grotendeels te verklaren door de aanpassing van regelgeving waarbij mensen vanaf begin 2021 konden instromen in de WLZ GGZ. De redenen voor uitstroom waren: • instroom in de Wlz GGz: aanpassing indicatie-financieringsstroom, zonder verhuizing; • verhuizen naar een zelfstandige woning, meestal met ambulante begeleiding; • Overlijden, verhuizen naar buiten de regio, uitzetting (en daarmee uitstroom of doorstroom naar Maatschappelijke Opvang), langdurige opname GGz kliniek (long stay).

26 Op basis van praktijkervaring doen we de aanname dat er in 2022 circa 40 mensen vanuit beschermd wonen uitstroomden naar zelfstandig wonen.16 De uitstroom vanuit een GGZ-instelling naar zelfstandig wonen betrof slechts enkele personen.17 In de regionale huisvestingsverordening staat beschreven dat wanneer mensen die vanuit een locatie voor beschermd wonen uit kunnen stromen naar zelfstandig wonen, na een jaar actief zoeken en reageren nog geen passende woning hebben kunnen vinden, zij in aanmerking komen voor een urgentieverklaring18; zij krijgen dan drie maanden voorrang op een vrijkomende woning. In de nieuwe huisvestingsverordening is opgenomen dat deze periode verkort kan worden naar 9 maanden als langer verblijf in de locatie voor beschermd wonen niet helpend is. In de praktijk blijkt dat ruim de helft van de mensen die uitstromen op eigen kracht binnen 12 maanden een woning vinden. In 2021 en 2022 hebben respectievelijk 14 en 14 mensen die uitstroomden uit BW een urgentieverklaring voor een woning gekregen omdat zij niet binnen 1219 maanden op eigen kracht een woning gevonden hadden.

Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis In Nederland wordt de transitie van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis breed ingezet door alle gemeenten. De regiogemeenten in de Gooi en Vechtstreek hebben ingezet op preventie en vroegtijdige opsporing en oplossing van problemen om te voorkomen dat een opname in een instelling noodzakelijk wordt. Dit omvat niet alleen ondersteuning voor degenen die een GGz-kliniek verlaten, maar ook ligt de focus op het scheppen van de juiste voorwaarden in de wijken. Denk hierbij aan investeringen in betaalbare sociale huurwoningen, diverse woon(zorg)varianten en essentiële voorzieningen die zelfstandig en stabiel wonen mogelijk maken. Door te investeren in adequate ambulante hulp, met 24-uurs oproepbare ondersteuning waar nodig, wordt gestreefd naar een verhoogde kwaliteit van leven, verbeterde herstelmogelijkheden, meer sociale inclusie en minder stigma(‘s) voor inwoners met psychische problemen. Een recente meting door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) toont aan dat de regio Gooi en Vechtstreek voorop loopt in deze transitie. De Regio heeft een effectief wachtlijstbeheer met een acceptabel aantal wachtenden, dankzij intensieve samenwerking tussen gemeenten, aanbieders van Beschermd Wonen en de Regio.

Capaciteit Beschermd Wonen voldoende? In oktober 2023 staan er 45 mensen op de wachtlijst voor Beschermd Wonen. Hiervan zijn 21 mensen direct plaatsbaar, 10 mensen worden nog gescreend door aanbieders om te bekijken of Beschermd Wonen de meest optimale voorziening voor de betreffende persoon is en 15 mensen hebben weliswaar een indicatie maar kunnen niet geplaatst worden omdat ze niet gemotiveerd zijn of nog in een andere instelling opgenomen zijn. De landelijke trend die we zien is dat plaatsen Beschermd Wonen worden afgebouwd. In onze regio houden we het huidige volume op peil. Daarbij zetten we ook in op de verdere doorontwikkeling van allerlei vormen van ondersteuning thuis onder de titel ‘beschermd thuis’. Verwachte uitstroom komende jaren? Zoals eerder vermeld hangt de verwachte uitstroom samen met verschillende factoren die zich moeilijk laten voorspellen. In het algemeen verwachten we dat de landelijke beleidslijn dat mensen met een psychische beperking vaker beschermd thuis wonen in plaats van in een instelling, wordt doorgezet en dat 16

Gegevens uitvoerende instelling Beschermd Wonen. Interview beleidsadviseur wonen regio Gooi en Vechtstreek, 2024. 18 Mits zij voldoende passend gereageerd hebben en mét positief advies van gemeente en zorgaanbieder. 19 In de regionale huisvestingsverordening 2023 is een ‘uitstroomurgentie’ na 12 maanden mogelijk. De concept huisvestingsverordening 2024 maakt het mogelijk om onder voorwaarden na 9 maanden in aanmerking te komen voor zo’n urgentie . 17

27 de groep mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen daarnaast zal groeien door uitstroom vanuit de WLZ GGz. De uitstroom naar zelfstandig wonen hangt ook samen met de kwaliteit van woonzorgvoorzieningen in de wijk. Vooralsnog gaan we uit van gemiddeld 40 mensen per jaar die uitstromen naar zelfstandig wonen. Is de uitstroom de afgelopen jaren toegenomen? Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien? Uitbreiding preventie en steunsystemen bij zelfstandig wonen In de regio Gooi en Vechtstreek is de begeleiding bij zelfstandig wonen onder de noemer ‘beschermd thuis’ (zie kader), goed ontwikkeld in samenwerking met zorgpartijen, woningcorporatie en gemeenten. Om de groei van de verwachte vraag naar Beschermd Wonen op te vangen, moet er verder ingezet worden op de uitbreiding van preventie, vroegsignalering en steunsystemen zoals bijvoorbeeld Beschermd Thuis. Voldoende beschikbare woningen Zie hoofdstuk 3.1. Draagvlak in de wijk Voor het slagen van de maatschappelijke ontwikkeling dat mensen met een psychische kwetsbaarheid vaker zelfstandig in de wijk wonen is draagvlak bij medebewoners in de wijk van belang.

Ervaringen van gemeenten in het land leert dat dit draagvlak soms moeilijk te verkrijgen is en er verzet is van mensen tegen de komst van mensen met psychische problematiek. Ook leert de ervaring dat aandacht voor het verkrijgen van draagvlak, bijvoorbeeld door uitwisseling van kennis en het betrekken van de omgeving bij de locatie, tot goede resultaten kan leiden. Gemeenten en zorgpartijen kunnen hier samen in optrekken. Geclusterde woningen In het beleidsplan Bescherming en Opvang 2022 – 2025 staan ook nog 2 maatregelen in het kader van andere gewenste woonzorg-opgaven, te weten (maatregel 18) ‘Geclusterde woningen’ en (maatregel 19) ‘Beschikbaarheid van woningen in de nabijheid van zorgsteunpunten’. Deze twee maatregelen lijken de afgelopen jaren echter minder urgent te zijn geworden, waarop evaluatie en herijking in 2024 plaats zal vinden. Bij de geclusterde woningen kan de evaluatie ook uitwijzen dat het aantal naar beneden kan (staat nu op 30).

28

3.3

Mensen die uitstromen uit een instellingen voor mensen met een verstandelijke en/of - lichamelijke beperking

Definitie Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of rolstoelafhankelijkheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven.

Inleiding Voorbeelden van groepen die onder deze doelgroep vallen zijn mensen met een (lichte, matige of ernstige) verstandelijke beperking, niet-aangeboren hersenletsel (NAH), ernstige meervoudige beperking of een zintuiglijke beperking. Vaak wonen mensen met een verstandelijke of een lichamelijke beperking in een reguliere woning al dan niet met ambulante zorg en ondersteuning uit de Wmo of Wlz. Soms woont deze doelgroep, met name wanneer de zorg- of ondersteuningsvraag zwaarder is, in een zorginstelling. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking iets beperkter geworden. Dit heeft tot een verschuiving naar zorg vanuit de WMO-geleid.

Wat is er in de regio? De zorg aan mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking Gemeenten hebben vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) de verantwoordelijkheid voor de begeleiding en ondersteuning voor mensen met een beperking. Wanneer mensen met een beperking ‘levenslang en levensbreed’ zorg en ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling, dan kunnen mensen gebruik maken van zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Maatschappelijk is de beweging ingezet om de zorg uit de Wlz op basis van scheiden wonen en zorg te organiseren. Dit betekent dat een zorgvrager een appartement huurt van de zorginstelling, de woningcorporatie of een andere vastgoedorganisatie en dat de zorgaanbieder de zorg en ondersteuning levert. Dezelfde beweging is gaande binnen de Wmo.

Omvang van de doelgroep Figuur 1 laat het aantal mensen in de regio met een Wlz-indicatie zien op een peildatum in 2021 en 2022. Het is op grond van de huidige registraties in de regio niet mogelijk om inzicht te krijgen in het aantal mensen met een Wmo indicatie op grond van een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, omdat Wmo beschikkingen niet worden afgegeven op basis van diagnostiek. Ook moet worden opgemerkt dat er soms overlap is met GGz-tellingen omdat er mensen zijn die een dubbele diagnose hebben: een verstandelijke beperking én GGz-problematiek. Hoeveel mensen dit betreft is niet uit de registraties te halen.

29 Aantal WLZ-indicatie GHZ op peildatum 2021 Blaricum 40 Eemnes 70 Gooise Meren 140 Hilversum 350 Huizen 310 Laren 50 Wijdemeren 60 Totaal 1.020

2022 40 70 140 350 310 50 60 1.020

Figuur 1. Aantal mensen met een indicatie WLZ-Gehandicaptenzorg in regio Gooi en Vechtstreek20.

Prognose omvang doelgroep Verwacht wordt dat het aantal inwoners in de gehandicaptenzorg in de regio Gooi en Vechtstreek licht stijgt naar 1.060 in 204021. De extramuralisering van de zorg voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking is enige jaren geleden in gang gezet. De verwachting is niet dat er de komende jaren extra uitstroom zal zijn vanuit gehandicapteninstellingen naar woonvormen in de wijk. Omdat er overlap is met de GGZ-doelgroep komt het voor dat mensen uitstromen uit een instelling voor Beschermd Wonen naar zelfstandig wonen, meestal met begeleiding. Zie hiervoor hoofdstuk 3.2. We verwachten de komende jaren wel een verdere verschuiving van ondersteuning vanuit de Wmo geboden door een zorgpartij naar ondersteuning vanuit ‘het voorveld.’ Dit past in het overheidsbeleid gericht op normalisatie van zorg en ondersteuning en maatschappelijke inclusie van kwetsbare groepen waarbij professionele, geïndiceerde zorg wordt afgeschaald en mensen vaker gebruik maken van de algemene welzijnsvoorzieningen zoals activiteiten in het buurthuis en ondersteuning van welzijnspartijen en vrijwilligers. Aanbod in de regio In de regio is een uitgebreid aanbod aan woonvormen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking; deels gespikkeld in de wijk en deels geclusterd.

Voor deze doelgroep is naast betaalbaarheid van de woning soms ook de toegankelijkheid /zorggeschiktheid van de woningen een randvoorwaarde.

20 21

Zorggebruik | Regiobeeld Zorggebruik | Regiobeeld

30 Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien? Preventie Ook voor deze aandachtsgroep geldt dat inzet op preventie en ondersteuning bij het zelfstandig wonen functioneren belangrijk is om te voorkomen dat er problemen ontstaan. In de regio Gooi en Vechtstreek is de begeleiding bij zelfstandig wonen onder de noemer ‘beschermd thuis’ ontwikkeld in samenwerking met zorgpartijen, woningcorporatie en gemeenten. Verdere intensivering van preventie, vroegsignalering en steunsystemen in de wijk zijn belangrijk. Haalbaarheid financiering zorg in gespikkelde woonvormen. Door de toenemende druk op zorgtarieven, de extramuralisering van zorg en de schaarste op de arbeidsmarkt van zorgpersoneel is het voor zorginstellingen steeds lastiger om gespikkelde woonvormen te exploiteren. In een clustering van woningen en voorzieningen kunnen zorg en diensten efficiënter georganiseerd worden; men gaat hierbij uit van een clustering van 6 woningen. Dit betekent dat de gespikkelde woonvormen voor de doelgroep uitgefaseerd worden22. Zorggeschikte woningen Voor jong volwassenen met een intensieve of complexe zorgvraag zijn er onvoldoende aangepaste woningen beschikbaar.

De meeste van de zorggeschikte woningen zijn gesitueerd in ouderenzorginstellingen; deze leefomgeving is vaak niet wat deze groep wenst.

22

Interview met Sherpa.

31

3.4

Jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf.

Definitie Woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch [maar] niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie, gesloten accommodatie of voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten. Aangevuld met jeugdigen (van 16 en 17 jaar) die, als gevolg van ernstige problemen in de thuissituatie, niet langer thuis kunnen wonen en die, om die reden, aangewezen zijn op een vorm van zelfstandig wonen.

Jeugdwet Gemeenten zijn bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. De Jeugdwet omvat de volgende jeugdzorgvormen: Jeugdhulp: • Jeugd-ggz • Hulp voor jeugd met een beperking • Jeugd- en opvoedhulp

Inleiding De groep ‘kwetsbare jongeren’ die een specifieke vraag heeft op de woningmarkt is een heel diverse Jeugdbescherming groep. Het gaat ten eerste om jongeren die (tussen hun 18e en 23e ) uitstromen vanuit een 24Jeugdreclassering uursverblijfsvorm (zoals b.v. pleeggezin, gezinshuis of Jeugdhulpinstelling) of vanuit ‘thuis’ en behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte al dan niet met een vorm van begeleid wonen. Een deel maakt In juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd gebruik van maatschappelijke opvang. Er is echter ook een groep 16 en 17 jarigen die uitstromen uit vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de rijksoverheid jeugdzorginstellingen en willen doorstromen naar een vorm van zelfstandig wonen bijvoorbeeld omdat de Jeugdwet aan zal scherpen om de reikwijdte van de er een problematische thuissituatie is. Er zijn ook jongeren die vanuit een instelling voor jeugdzorg op jeugdhulpplicht in de Jeugdwet duidelijker af te hun 18e doorstromen naar beschermd wonen (GGZ) of een vorm van begeleid wonen. Onder de groep bakenen. ‘kwetsbare jongeren’ vallen echter ook jongeren die niet in een pleeggezin of Jeugdhulpinstelling zijn opgegroeid, maar ‘gewoon thuis’. Hun verstandelijke vermogens, psychiatrische problematiek en/of gedragsproblematiek maakt echter dat zij niet in staat zijn om direct zelfstandig te gaan wonen.

Voor zover deze jongeren instromen in een instelling voor VG-zorg of beschermd wonen zijn ze in de vorige hoofdstukken al meegenomen en beschreven. Omvang van de doelgroep Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp (zie kader) waaronder jeugdhulp met verblijf en ambulante begeleiding in de thuissituatie23. Het aantal jongeren met een beschikking voor jeugdhulp met verblijf geeft enigszins inzicht in de omvang van de doelgroep. Jongeren met een indicatie voor jeugdhulp met verblijf verblijven in drie categorieën 24-uursverblijfsvormen: • Bij een door gemeenten (gezamenlijk) gecontracteerde instellingen voor jeugdzorg met verblijf. • Bij een niet-gecontracteerde jeugdzorginstellingen. Dit is aanbod dat door gemeenten zelf wordt ingekocht als er geen passend aanbod voor een jeugdige te vinden is binnen het gecontracteerde aanbod. • Gezinshuizen of pleeggezinnen. 23

tot aan de 21e verjaardag. Een verblijf tot aan de 23e verjaardag is onder omstandigheden mogelijk in de vorm van verlengde jeugdhulp.

32 In figuur 1 staat een overzicht van het aantal jongeren met een beschikking voor jeugdhulp met verblijf op een bepaalde peildatum in 2021-2022. De eerste twee regels betreft het gecontracteerde aanbod jeugdhulp met verblijf. Soort 2021 2022 Pleegzorg en gezinshuizen 108 104 Overig Jeugdhulp met verblijf 131 116 ( Excl. Kortdurend verblijf Niet-gecontracteerd aanbod 20 20 Totaal 259 240 Figuur 1 Aantal jongeren 16-23 met een beschikking jeugdhulp met verblijf in regio Gooi en Vechtstreek.

Onderschatting Er is echter een groep jongeren die onder deze doelgroep valt maar die niet in beeld is; deze groep vermijdt zorg; vaak na een lange historie met jeugdzorg. Deze groep heeft geen vaste woon of verblijfplaats en slaapt op wisselende adressen bij vrienden of bekenden. Een deel maakt gebruik van de jongeren maatschappelijke opvang van Kwintes: Fast Forward (Wmo-gefinancierd, zie Hoofdstuk 3.1). De professionele hulpverlening kan deze groep moeilijk bereiken. De doelgroep ‘jongeren’ is één van de aandachtsgroepen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid en wordt als zodanig meegenomen in het regionale traject dat nu loopt. Uitstroom na verblijf jeugdhulpinstelling met verblijf en maatschappelijke opvang Het merendeel van de 18-plussers heeft na verblijf in een jeugdhulpinstelling of gezinshuis een eigen woonplek nodig en het grootste deel zal niet terugkeren naar huis. Dat geldt ook voor de meeste 17-jarigen. Ook zij zullen vaak willen doorstromen naar een vorm van zelfstandig wonen bijvoorbeeld omdat er een problematische thuissituatie is. De Regio Gooi en Vechtstreek houdt geen gegevens bij over de verblijfplaats van jeugdigen na uitstroom. De gemeente Gooise Meren heeft in 2021 onderzoek gedaan. In figuur 4 is het uitstroomaantal van 2021 weergegeven.

Het betreft een demografische doorrekening van de uitstroomaantallen in de gemeente Gooise Meren die in 2021 geïnventariseerd zijn24.

Uitstroom uit jeugdhulp met verblijf Uitstroom naar: Zelfstandig wonen WLZ-instelling Beschermd Wonen Geclusterd begeleid wonen 24

2021 11 4 4 23

Rapportage ‘Wonen met Zorg’ gemeente Gooise Meren, Companen, september 2021.

33 Verlengde jeugdzorghulp WMO Onbekend Totaal 54 Figuur 4 Uitstroom uit jeugdhulp met verblijf in de regio Gooi en Vechtstreek 2021.

Prognose omvang doelgroep dat uitstroomt naar zelfstandig wonen De omvang van de doelgroep jongeren dat uitstroomt vanuit jeugdhulp met verblijf, voor zover in beeld, lijkt redelijk stabiel te zijn25. Hoewel de bevolking in de regio in zijn totaliteit zal groeien tot 2040, zal de omvang van de leeftijdsgroep 15-24 jarige in de regio heel licht afnemen (van 26.030 naar 25.120)26. Op basis van maatschappelijke ontwikkelingen verwachten we dat het aantal jongeren met een beschikking voor jeugdhulp met verblijf de komende jaren zal afnemen. De hervormingsagenda Jeugd en het bestuursprogramma Jeugd&Onderwijs van de gemeenten richt zich op het versterken van beleid om jongeren ‘zo thuis als mogelijk’ op te laten groeien door vroegtijdige signalering van problematiek - en betere zorg en ondersteuning in de thuissituatie te organiseren. Dit moet er toe leiden dat op termijn minder jongeren in jeugdzorg met verblijf, gezinshuizen en pleegzorg terecht komen. Daarbij verwachten we ook een afname van jongeren die gebruik maken van jeugdhulp met verblijf te kunnen bereiken wanneer de uitstroom naar zelfstandig wonen verbeterd wordt (zie verder).

Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien? Doorstroming naar zelfstandig wonen en kamertrainingsconcepten De uitstroom uit instellingen stagneert omdat het jongeren moeilijk lukt om betaalbare woonruimte te krijgen. Diverse factoren spelen hierin een rol. Ten eerste hebben jongeren, net als veel 18-jarigen, moeite om hun weg te vinden in alle regelgeving en voorwaarden die nodig zijn om een woning te vinden. Daarbij kunnen jongeren zich pas op 18-jarige leeftijd inschrijven en daardoor hebben zij een geringe inschrijftijd waardoor het in het begin lastig is om aanspraak te maken op sociale huur. Jongeren hebben meestal ook niet voldoende inkomsten om een sociale huurwoning te kunnen betalen; kamers met een huur vergelijkbaar met studentenkamers is wel binnen hun bereik maar deze kamers zijn schaars in de regio en niet altijd passend voor deze doelgroep. Daarbij mogen jongeren onder de 18 jaar geen huurcontract aangaan waardoor ook op dit aspect behoefte is aan een specifieke constructie zoals kamerverhuur via een jeugdzorginstelling.

25 26

Regio Bureau Gooi en Vechtstreek 2023 Bevolkingsprognose provincie NH, 2021.

Woningen met voorrang jongeren In de regionale huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek is opgenomen dat woningen die specifiek geschikt zijn voor de doelgroep jongeren met voorrang worden toegewezen aan de groep in de leeftijd van 23-25 jaar. Jaarlijks kunnen er maximaal 350 van deze woningen middels een loting aan de doelgroep beschikbaar gesteld worden. Per 1-1-2024 wordt dit aangepast naar jongeren tot max 27 jaar. Zie Huisvestingsverordening | Regio Gooi en Vechtstreek (regiogv.nl)

34 Een ander aspect dat de haalbaarheid van zelfstandig wonen belemmerd is dat jongeren die uit de jeugdzorg komen, een andere woonvraag hebben dan de doorsnee jongeren en tegelijkertijd vaak geen financiële back-up hebben van hun ouders. Voor deze jongeren is er een ‘tussenvorm’ nodig tussen jeugdhulp met verblijf en zelfstandig wonen in de vorm van een kamertrainingsconcept. Jongeren kunnen hier wonen (met eigen huurbetaling ) terwijl ze naar zelfstandigheid toewerken. In dit soort projecten kan worden samengewerkt met leer/werkbedrijven, onderwijsinstellingen, jongerenwerk en UWV. Deze kamers kunnen worden ingezet om de uitstroom vanuit jeugdhulp en beschermd wonen in goede banen te leiden. Jongeren die uitstromen uit een pleeggezin worden vaak wel geacht goed in staat te zijn om zelfstandig te wonen in een reguliere woning. Omdat er in de regio onvoldoende geschikte huisvesting en kamertrainingsconcepten voor jongeren zijn, verblijven jongeren, langer dan noodzakelijk in een instelling, pleeggezin of gezinshuis. Jongeren die om deze reden na hun 18e in een jeugdhulpinstelling blijven moeten hiervoor een WMO-indicatie aanvragen; de jeugdhulpindicatie verloopt dan en verlengde jeugdhulp geldt niet voor deze situaties. Ook wordt er soms een aanvraag voor begeleid wonen gedaan.

Hoeveel jongeren er vanwege onvoldoende uitstroommogelijkheden langer in een instelling in de regio zaten is niet duidelijk. Slechts één aanbieder heeft deze aantallen geregistreerd. We schatten in dat dit er ongeveer 2027 waren. Sommigen gingen om die reden terug naar het gezin terwijl dit onwenselijk was voor hun situatie en zij daardoor uiteindelijk in de maatschappelijke opvang of thuisloos raakten. Dit zijn relatief dure en maatschappelijk onwenselijke oplossingen. Hoe groot de behoefte precies is aan kamers voor deze groep jongeren, al dan niet met ambulante begeleiding of in de vorm van een trainingsconcept, is, onbekend. Het betreft namelijk niet alleen die groep die onterecht langer in een instelling verblijft maar ook de groep die in de thuissituatie in de problemen raakt. De inschatting is dat als er in eerste instantie ongeveer 20 a 25 betaalbare kamers met een vorm van ambulante begeleiding gerealiseerd kunnen worden, we een groot deel van het probleem kunnen oplossen en beter zicht krijgen op de werkelijk benodigde plaatsen voor jeugdhulp met verblijf: deze zal dan naar verwachting afnemen. Deze 20 a 25 kamers kunnen mogelijk gerealiseerd worden in de sociale huursector (middels friends contracten) en in de particuliere huur (kamers met kansen). Tijdelijke huisvesting is ook geschikt. Bijvoorbeeld slooppanden of panden die tijdelijk leegstaan.

Jongeren hebben immers een niet al te lange tijdspanne voor zij weer nieuwe stappen zetten in hun leven. Tussen wal en schip-groep De Jeugdhulpinstellingen zijn voor een deel van de jongeren een voorportaal voor de doorstroming naar een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking of een beschermd wonen voorziening na hun 18e jaar. Voor hen is de problematiek en zorgvraag zo groot dat zij een VG indicatie28 of BW29 beschikking krijgen. Bij sommige jongeren is de problematiek ‘te licht’ om voor een VG- of BW-indicatie in aanmerking te komen; zij vallen ‘tussen wal en schip’ terwijl zij niet goed in staat zijn om zelfstandig te wonen. Perioden gaat het goed maar bij een geringe tegenslag kunnen er problemen ontstaan. Voor hen is een passende woonsituatie nodig waarin ze passende begeleiding kunnen ontvangen. Het is belangrijk om te voorkomen dat kwetsbare jeugdigen 27

Bron: Youké Jeugdzorg registreerde 8 jongeren die vanwege uitstroomproblemen langer in de opvang zaten. Omdat dit de gegevens van slechts één aanbieder betreft is de inschatting dat dit het afgelopen jaar 16 jongeren betrof. 28 Verstandelijke Beperking 29 Begeleid Wonen

35 uiteindelijk op straat of in de maatschappelijke opvang terecht komen. Een soepele overgang tussen Jeugdhulpinstellingen en VG of BW is essentieel zodat de betreffende jeugdigen tijdig zekerheid over een veilige thuisplek hebben. Jongeren en jeugdreclassering De groep ‘reclasseerders’ vraagt om een specifieke aanpak. Deze groep mag tot de leeftijd van 23 jaar in een jeugdzorginstelling verblijven. Tegelijkertijd is het niet wenselijk dat deze groep tussen andere kwetsbare jongeren in een groep verblijft. Voor deze jongeren is een andere opvang en aanpak nodig om ze te begeleiden naar zelfstandigheid. Soms betreft het ook jongeren met een licht verstandelijke beperking. De jeugdzorgaanbieders vinden het wenselijk dat er een betere samenwerking met jeugdreclassering komt. Inschatting is dat het ongeveer 3 jongeren per jaar betreft. Jongeren ‘onder de radar’ Een groep jongeren, vaak met een verleden met jeugdzorg, hebben geen vast verblijfadres maar zijn onbereikbaar voor instanties. Dit maakt hen kwetsbaar en belemmerd hen in hun weg naar een zelfstandig bestaan. Zij willen wel een zelfstandige woonruimte maar niet via de zorginstellingen. Een veilige woonplek is de basis waar vanuit zij zich kunnen ontwikkelen naar een zelfstandig bestaan.

Behoefte aan extra plaatsen jeugdhulp met verblijf Er is behoefte aan 4 plaatsen extra plaatsen opvang na uithuisplaatsingen30 (naast de bestaande 8). In deze verblijfsvoorziening blijven jongeren ongeveer 6 a 9 maanden. Daarna gaan: - tieners weer naar de thuissituatie. - (17, 18 jarigen) naar huis of, bijvoorbeeld als er een problematische thuissituatie is, worden ze begeleid naar een zelfstandig woonplek. Ouders zijn dan nog financieel verantwoordelijk voor ze. Ook hier geldt dat de uitstroom stagneert (zie boven). - Verlengde jeugdzorg omdat ze nog niet klaar zijn voor de volgende stap. Preventie Met het versterken van de preventieve hulp en vroegsignalering in de thuissituatie kan voorkomen worden dat kwetsbare jongeren in de problemen raken en terecht komen in een instelling voor jeugdhulp met verblijf of dak- en thuisloos raken. Jeugdhulp is gericht op de actieve deelname van kwetsbare jongeren binnen de maatschappij en het is daarom belangrijk dat ze zo lang mogelijk ‘thuis’ kunnen blijven wonen. Betaalbare kamers en doorstromingsgerichte woonconcepten al dan niet met toezicht en/of begeleiding zijn een belangrijke basis in een toekomstbestendig pallet aan voorzieningen die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jongeren naar een zelfstandig bestaan.

Ook de mogelijkheid om intensieve extramurale kamertraining te bieden vanaf 16 jaar is een zinvolle voorziening om doorstroming vanuit de jeugdinstellingen te bevorderen en te voorkomen dat jongeren in een latere fase vastlopen in het zelfstandig wonen.

30

Gegevens van jeugdzorgaanbieder Youké.

36

3.5

Ouderen

Definitie Ouderen 75+. Er is gekozen voor deze leeftijdsgrens omdat deze aansluit bij de meest gangbare databronnen over woonzorgbehoeften. Inleiding Met de grote vergrijzingsgolf die er op ons afkomt, het tekort aan zorgmedewerkers en het stoppen van de uitbreiding van verpleeghuizen in Nederland, staan we voor de uitdaging om woonzorgconcepten en andere huisvesting voor ouderen te realiseren waarin ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Een groot deel van de ouderen die vanwege een zorgvraag nu naar het verpleeghuis gaan, zullen straks in de wijk blijven wonen. Landelijk wordt er vanuit het programma Wonen en zorg voor ouderen31 aangestuurd op de realisatie van: - Passende en geschikte woonzorgcapaciteit: 1. 0-tredenwoningen 2. Geclusterde woonvormen 3. Zorggeschikte woningen (naast de huidige intramurale verpleeghuiscapaciteit) - Zorg en ondersteuning in de wijk - Doorstroming naar geschikte woningen (zodat er woningen voor andere groepen vrijkomen).

Definities nultreden, geclusterde woonvormen zorggeschikt. Nultredenwoning. In dit type woning is de woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers. De woning is zonder traplopen bereikbaar. Deze gelijkvloerse woningen/appartementen liggen vaak in de buurt van voorzieningen. Deze is goed toegankelijk voor mensen met een rollator Geclusterde ouderenwoning. Voor de nieuwbouwopgave hanteert het ministerie van BZK en VWS de definitie: ‘tenminste twaalf woningen en een ontmoetingsruimte, bewoond door overwegend ouderen’. Net zoals de variatie aan woonvormen heeft ook de ontmoetingsruimte een brede scope (van huiskamer, tuinhuis tot gemeenschappelijke ruimten in de plint met een buurtfunctie). Uit: Handreiking-Geclusterde-woonvormen-voor-senioren (1).pdf. I.o.v. ministerie VWS/BZK Zorggeschikte woning Deze woning heeft aanvullende eisen m.b.t. toegankelijkheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen rollatorgeschikt en rolstoelgeschikt. De eisen per woning staan beschreven op deze webpagina: Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW) (rvo.nl)

In dit hoofdstuk analyseren we hoeveel van bovengenoemde woningen er de komende jaren gerealiseerd moeten worden en wat er in de wijk nodig is aan zorg- en ondersteuning, om een antwoord te hebben op bovenstaande ontwikkeling.

31

Programma wonen en zorg Ouderen, BZK, 2021. Te raadplegen via: Programma Wonen en zorg voor ouderen | Home | Volkshuisvesting Nederland

37 Omvang en ontwikkeling van de doelgroep 75+ in de regio.

Gooise Meren

Hilversum

Huizen

Wijdemeren

Blaricum

Laren

Eemnes

REGIO

2023 2030 2040 2023 2030 2040 2023 2030 2040 2023 2030 2040 2023 2030 2040 2023 2030 2040 2023 2030 2040 2023 2030 2040

75-79 jaar 2.755 2.545 3.185 3.800 3.470 4.480 2.310 2.755 2.945 1.385 1.235 1.490 750 680 685 895 920 1.155 493 434 597 12.388 12.039 14.537

80-84 jaar 1.850 2.405 2.485 2.505 3.235 3.255 1.365 2.135 2.545 840 1.105 1.040 390 665 585 620 955 1.075 262 422 458 7.832 10.922 11.443

85-89 jaar 1.305 1.460 1.845 1.585 1.825 2.245 700 1.015 1.595 425 630 735 210 325 425 410 570 845 141 206 238 4.776 6.031 7.928

90-94 jaar 580 800 1.190 740 890 1.395 275 320 630 215 255 445 85 125 255 220 255 480 52 71 142 2.167 2.716 4.537

95+ jaar 175 250 375 185 250 380 85 120 180 65 70 120 25 45 85 45 60 90 16 24 43 596 819 1.273

TOT 6.665 7.460 9.080 8.815 9.670 11.755 4.735 6.345 7.895 2.930 3.295 3.830 1.460 1.840 2.035 2.190 2.760 3.645 964 1157 1478 27.759 32.527 39.718

+ +

112 % 136 %

+ +

110 % 133 %

+ +

134 % 167 %

+ +

112 % 131 %

+ +

126 % 139 %

+ +

126 % 166 %

+ +

120 % 153 %

+ +

117 % 143 %

Figuur 1 Schema bevolkingsopbouw – Provincie Noord-Holland 2021.

Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod aan passende woningen en woon(zorg)vormen nu en op termijn en welke aanvullende beleidsmaatregelen zijn mogelijk om hierin te voorzien?

38

Vraag naar nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen voor ouderen. Zoals in de inleiding vermeld zullen ouderen langer zelfstandig blijven wonen; óók als de zorgvraag zwaarder wordt. De bestaande verpleeghuisplaatsen zijn voor ouderen met een complexe zorgvraag voor wie 24-uurs nabijheid en toezicht van zorg en bepaalde voorzieningen nodig is. Voor ouderen met een midden tot zware zorgbehoefte zijn geclusterde woonvormen nodig waar een mate van beschutting en zorg en diensten in nabijheid is. Woonsituaties ook die uitnodigen tot het ontmoeten van andere mensen. Door voldoende nultredenwoningen in verschillende prijsklassen beschikbaar te hebben, kunnen ouderen tijdig anticiperen op het ouder worden en verhuizen naar een geschikte woningen wanneer dat nodig is (zie kader). Op basis van demografische projecties kan een verwachting van de zorgvraag worden gegeven met daaraan gerelateerd de behoefte aan de diverse woon- en verblijfsvoorzieningen. In figuur 2 staat de vraagontwikkeling naar nultredenwoningen en geclusterde woonvormen in de regio Gooi en Vechtstreek. Behoefte per gemeente Blaricum Eemnes Laren Gooise Meren Hilversum Huizen Wijdemeren TOTAAL REGIO

Nultredenwoning 80 105 55 410 925 480 250 2305

Geclusterde woningen 5 15 90 230 505 95 100 1040

Figuur 2 Vraag nultreden en geclusterde woonvormen in de regio Gooi en Vechtstreek in 203032.

Prijsklassen Om in te kunnen schatten in welke prijsklasse deze behoefte aan nultreden- en geclusterde woningen terecht komt, hanteren we grofweg het 33%-33%-33% principe: 33% in de sociale huur, 33% in de middendure en 33% in de hogere prijsklasse. Dit komt overeen met de inkomensverdeling in de regio Gooi en Vechtstreek. In figuur 3 staat dit uitgewerkt. Nultredenwoningen Geclusterde woningen Sociale huursegment 761 343 Middendure 761 343 koop/huursegment Hogere koop/huur segment 761 343 Figuur 3 Behoefte nultreden woningen en geclusterde woonvormen naar prijsklasse. 32

Bron ABF/RIVM 2023

39 Benodigde en beschikbare capaciteit verpleeghuisplaatsen Bij de behoefteraming van zorggeschikte woningen gaan we in deze woonzorganalyse uit van de behoefte aan geclusterde verpleegzorgplaatsen. In figuur 4 zijn de geprognosticeerde tekorten aan verpleegzorgplaatsen in de regio opgenomen uitgaande van de vraagontwikkeling33 en het bestaande aanbod in 2023. Vraagontwikkeling verpleeghuisindicaties VV4- VV10 versus huidig aanbod verpleeghuisplaatsen. Gemeente

2023

2030

Eemnes 26 32 Blaricum 106 141 Hilversum 953 1.076 Huizen 465 558 Laren (NH.) 322 352 Wijdemeren 270 321 Gooise Meren 570 720 Totale vraag regio 2.712 3.200 Huidig aantal verpleeghuisplaatsen 2.381 2.381 (2023) Aanbod minus vraag -331 -819 Figuur 4 Prognose capaciteitsbehoefte verpleegzorgplaatsen in de regio Gooi en Vechtstreek34.

2040 50 207 1.447 779 448 411 940 4.282 2.381 -1.901

In figuur 4 is te zien dat de regio Gooi en Vechtstreek in de periode tot 2030 een fors tekort aan verpleeghuisplaatsen krijgt. Hierbij moeten de volgende kanttekeningen geplaatst worden: - Steeds vaker worden de lichte verpleeghuisindicaties in de thuissitutatie geleverd in de vorm van een zogenaamd Volledig Pakket Thuis (VPT). Een deel van bovenstaande behoefte kan op deze manier ingevuld worden. - Hoewel de overheid de verpleeghuiscapaciteit bevroren heeft, wordt een deel van de al bestaande uitbreidingsplannen gerealiseerd. Hoeveel extra capaciteit dit de komende jaren zal opleveren, wordt naar verwachting in Q1 2024 bekend.

33 34

Regiomonitor t Gooi, Zilveren Kruis, 2022 Zorgkompas Gooi en Vechtstreek, samenwerkende VVT-partijen, 2023.

40 -

Er is in de regionaal nog een substantieel aanbod aan particuliere verpleegzorg in het luxe segment. Het betreft in 2023 naar schatting zo’n 200 plaatsen.

Uiteindelijk zal de extra vraag naar verpleeghuisplaatsen opgevangen moeten gaan worden buiten het verpleeghuis in de vorm van zorggeschikte woningen. De bestaande verpleeghuisplaatsen zijn voor ouderen met een complexe zorgvraag waarvoor 24 uur per dag toezicht en zorg en ondersteuning in nabijheid noodzakelijk is. Dit gaat met name om een deel van de mensen met een indicatie VV6 en mensen met een indicatie VV 7 en 8; dit betreft grofweg een derde van de mensen met een verpleegzorgindicatie. Hierbij moet opgemerkt worden dat de gezondheidssituatie van deze mensen kwetsbaar is; mensen verblijven nog maar kort in het verpleeghuis en overlijden vaak al binnen een jaar. Voor een groot deel van de verpleegzorgvraag moeten zorggeschikte woningen ontwikkeld gaan worden.

IZA Vanuit het landelijk Integraal Zorgakkoord (IZA) werkt iedere regio aan een regioplan waarin in samenwerking gewerkt aan het inrichten van duurzame zorg voor de toekomst. Ook duurzame ouderenzorg heeft hier een plaats in. Een goede verbinding met het woondomein is belangrijk voor het slagen van de plannen. Als basis voor de regioplannen is er een Regiobeeld ontwikkeld dat enerzijds inzicht geeft in de capaciteit en prestaties van de gezondheidszorg (in brede zin, dus niet alleen ouderen) en anderzijds in de prognoses en ontwikkelingen in zorgbehoefte en andere relevante aspecten. Voor deze regionale woonzorganalyse is gebruik gemaakt van deze data.

Beschouwing gegevens over vraag en aanbod naar nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen Bovenstaande cijfers m.b.t. de behoefte naar nultredenwoningen en geclusterde woonvormen zijn een enigszins grove berekening vanuit ABF’s Fortunamodel en kunnen als richtinggevend beschouwd worden. Zie bijlage 2 voor een onderbouwing van het onderzoek van ABF. De woningcorporaties in de regio Gooi en Vechtstreek beschikken over 9.941 nultredenwoningen.35 Gemiddeld voor alle gemeenten is 35% van de corporatiewoningen een nultredenwoning. De woningen voldoen weliswaar aan de criteria36 van nultredenwoning maar zijn niet per definitie geschikt voor ouderen. Zo zijn het voornamelijk meergezinswoningen waarin geen trap aanwezig is om bij keuken, toilet, badkamer en één slaapkamer te komen. De aanwezigheid van drempels, andere hoogteverschillen of voldoende draaicirkels zijn niet meegenomen in de inventarisatie. Daarnaast zijn er complexen uit de jaren 50-60-70, verouderd en met een oppervlakte van rond de 40m2. Ook is aanbod niet gelijk aan beschikbaarheid: de woningen worden ook door andere leeftijdsgroepen bewoond. In de sociale huursector worden woningen die geschikt zijn voor senioren met voorrang aangeboden aan (maar niet uitsluitend toegewezen aan) senioren. Een deel van de ouderen zal niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning.

De regio beschikt niet over actueel onderzoek van het aanbod nultredenwoningen in de particuliere sector noch van het aantal geclusterde woonvormen in de verschillende prijsklassen.

35

Memo Inventarisatie nultredenwoningen van woningcorporaties; PWG Corporaties; 12 december 2023. Gehanteerde definitie: Een woning die zowel extern toegankelijk is (de woonkamer dient bereikbaar te zijn vanaf de straat zonder trap te hoeven lopen) als intern toegankelijk is (vanuit de woonkamer zijn zonder traplopen de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer te bereiken). 36

41 De vraag- en aanbod ontwikkeling van verpleegzorgplaatsen kon meer exacter berekend worden. In een nadere verkenning met partijen kan een visie ontwikkeld worden op welk deel van de benodigde verpleegzorg thuis danwel in een geclusterde woonzorgconcepten gerealiseerd gaan worden. Het komende jaar zal duidelijk worden wat de invloed van het nieuw te vormen kabinet op de ouderenzorg zal zijn. Urgent vraagstuk De woonzorgopgave voor ouderen betreft een urgent vraagstuk. Nu al zien we de gevolgen van de vergrijzing en het ‘langer thuis’ beleid van de overheid. Het ziekenhuis ziet een toename van kwetsbare ouderen op de spoedeisende hulp en eenmaal in het ziekenhuis is het moeilijk om deze mensen weer naar huis te sturen omdat de thuissituatie niet meer geschikt is om te wonen voor ouderen met beperkingen. Deze groep legt ook een groot beslag op de zorg in de eerste lijn zoals huisartsenzorg; een zorgsysteem dat al ernstig onder druk staat. Deze trend zet zich verder door wanneer we niets doen.

42

3.6

Overige aandachts- en urgentengroepen

Inleiding In figuur 1 staat vermeld welke aandachts- en urgentiegroepen onderscheiden worden in het programma Een Thuis voor Iedereen. In voorgaande hoofdstukken is de woonzorgbehoefte van een aantal aandachtsgroepen beschreven. In dit hoofdstuk zoomen we in op de woon(zorg)behoefte van de overige aandachts- en urgentengroepen. Het Programma Een Thuis voor Iedereen beschrijft een aantal urgentiegroepen die gemeenten moeten opnemen in een urgentieregeling m.b.t. woningtoewijzing. Deze verplichting wordt opgenomen in de aankomende Wet versterking regie volkshuisvesting. Dit betekent niet dat iedereen die onder deze groepen valt ook daadwerkelijk een urgentieregeling gaat krijgen: hiervoor worden in het wetsvoorstel Wet Regie Volkshuisvesting nadere toetsingscriteria ontwikkeld. Statushouders worden niet in deze regeling opgenomen maar huisvesting van deze groep valt onder de taakstelling van gemeenten; hiermee krijgen zij automatisch urgentie bij woningtoewijzing. Aandachtsgroepen programma Een Thuis voor Iedereen.

Groepen met behoefte aan huisvesting, zorg en ondersteuning Mensen met sociale en/of medische urgentie: • Mensen die (dreigend) dak- en thuisloos zijn; • Mensen die uitstromen uit een GGZ-instelling/beschermd wonen • Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking • mensen met een psychische kwetsbaarheid • mensen meteen sociale of medische urgentie Groepen met behoefte aan huisvesting. • Studenten • Statushouders • Arbeidsmigranten • Woonwagenbewoners

Urgentiegroepen programma Een Thuis voor Iedereen. Groepen met een * zijn reeds opgenomen in de bestaande urgentieregeling Gooi en Vechtstreek. • Mantelzorgverleners en – ontvangers. • Ernstig chronisch zieken • Dakloze mensen met een opvangvoorziening* • Uitstromers uit opvangvoorzieningen, beschermd wonen, langdurig verblijf GGZ. • Slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel • Jongeren < 18 die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf. • Mensen die uit detentie komen > 3 maanden. • Stoppende sekswerkers (DUUP-regeling).

43 Mantelzorgers en – ontvangers Bij mantelzorgers en -ontvangers gaat het om informele zorgverlening. De ontvanger kan kampen met uiteenlopende aandoeningen en valt derhalve vaak ook onder een van de andere aandachtsgroepen (ouderen meegerekend). Als er geen informele zorg beschikbaar is kan/zal men een beroep doen op formele zorg. De mantelzorggever, vaak familie of vriend, neemt een deel van de formele zorg uit handen of vult aan. In gemeenten met veel mantelzorgers is er een groot informeel netwerk waarop kan worden geleund. Het is van belang het werk van mantelzorgers te ondersteunen, bijvoorbeeld met respijtvoorzieningen. Het is vooral van belang dat de zorgers en ontvangers in elkaars nabijheid (kunnen) wonen. Mogelijkheden om mantelzorgwoningen bij de woning van mantelzorgverleners te plaatsen biedt hier een oplossing. Het aantal mantelzorgers is niet uit registraties bekend en er doen verschillende definities de ronde (voor wat betreft het aantal uur zorg, de periode en – waar het gaat om urgenties – de te overbruggen reisafstanden). In de regio Gooi en Vechtstreek is de groep Mantelzorgers en -ontvangers opgenomen in de urgentieregeling Gooi en Vechtstreek. In 2022 werden er 10 urgentieverklaringen afgegeven. Het is niet bekend hoeveel er werden aangevraagd.

Gezien de grote vergrijzingsgolf die er in de regio is, het toenemende tekort aan zorgpersoneel en het extramuraliseringsbeleid van de overheid is de verwachting dat het aantal mensen dat op grond van mantelzorg een beroep doet op de urgentieregeling zal verdubbelen. Sociaal medische urgentie: slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel Gemeenten hebben een regierol in de opgave om een veilige woon- en leefomgeving te realiseren. De aanpak van huiselijk geweld of mensenhandel vraagt om een effectieve verbinding tussen zorg en veiligheid. Hier in vogelvlucht wat er in de regio georganiseerd is: •

• •

Gemeenten, strafrechtpartners en (jeugd)zorgpartners werken samen in het Zorg- en Veiligheidshuis Gooi en Vechtstreek (ZVHGV). Het ZVHGV functioneert als regionaal (coördinerend) advies- en kenniscentrum voor alle betrokken organisaties. Daarnaast is het ZVHGV dé procesregisseur op de multidisciplinaire persoonsgerichte aanpakken in het netwerk van straf-, zorg- en sociaal domein in de regio Gooi en Vechtstreek. Met het regionaal actieprogramma Geweld hoort nergens is een stevige basis gelegd voor een duurzame aanpak van huiselijk geweld, seksueel geweld, ouderenmishandeling en kindermishandeling. In 2022 werden er 1.110 meldingen gedaan van huiselijk geweld bij Veilig Thuis regio Gooi en Vechtstreek. De regio heeft 5 plaatsen vrouwenopvang ingekocht in Almere. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen dag en nacht rekenen op deskundige hulpverlening (medisch, psychologisch en forensisch) bij het Centrum Seksueel Geweld Flevoland en Gooi & Vechtstreek. Gemeenten voeren gezamenlijk de aanpak mensenhandel uit. Tijdens een pilot werd het basisniveau bestuurlijke aanpak ingericht.

Slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak doen op de urgentieregeling voor huisvesting. Het is niet bekend hoeveel van de afgegeven urgentieverklaringen er in 2022 werden afgegeven in verband met een situatie van huiselijk geweld of mensenhandel. Een prognose van het aantal mensen dat in de toekomst een urgentieverklaring zal aanvragen in verband met huiselijk geweld of mensenhandel is moeilijk te geven. Mogelijk dat de nadere bepalingen in de Wet Regie Volkshuisvesting zal leiden tot meer aanvragen.

44 Stoppende sekswerkers (DUUP-regeling). Stoppen met werken in de prostitutie blijkt vaak een langdurig en moeizaam proces te zijn, omdat er belemmeringen op verschillende leefgebieden zijn. Duurzaam uitstappen zonder ondersteuning blijkt dan ook vaak moeilijk te zijn. Uitstapprogramma’s zijn erop gericht op deze leefgebieden ondersteuning te bieden aan sekswerkers die uit de sector willen stappen. De Decentrale Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP) biedt maatschappelijke organisaties de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor het ontwikkelen en uitvoeren van uitstapprogramma’s voor sekswerkers. De regeling loopt via de centrumgemeenten. (DUUP) zullen in Den Haag verdeeld worden op basis van deze subsidieregeling. Uitstapprogramma’s begeleiden sekswerkers naar werk of overige dagbesteding buiten de prostitutie. Op dit moment is deze doelgroep niet opgenomen in de regionale urgentieregeling. Indien de Wet Regie Volkshuisvesting (WRV) inwerking gaat treden zal deze groep daarin worden opgenomen. Het is niet bekend welke criteria er in de WRV worden opgenomen om in aanmerking te kunnen komen voor een urgentieverklaring. Tevens is het niet bekend hoeveel aanvragen voor een urgentieverklaring we kunnen verwachten. Studenten In de regio Gooi en Vechtstreek is geen HBO-onderwijsinstituut of universiteit.

Naast voltijdleerlingen aan een universiteit of hoge school, worden door het rijk ook mbo leerlingen tot studenten gerekend. Mbo leerlingen vinden relatief vaak een opleiding in de nabijheid van het ouderlijk huis. Daarmee hebben ze vaker de mogelijkheid, deels gedwongen door het tekort aan studentenhuisvesting, bij hun ouders te blijven wonen. De vraag naar studentenwoningen is daarom geen urgent thema in de regio. Statushouders Bij statushouders37 gaat het om asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Vanaf dat moment maken ze onderdeel uit van de Nederlandse samenleving. Nadat men een woning heeft bemachtigd, vervalt de bijzondere status van de taakstelling. Bij een volgende verhuizing geniet men niet langer van een bepaalde voorrangspositie of urgentie. Wel heeft men nadat men de eerste woning heeft bemachtigd vaak nog hulp nodig bij de integratie en het verwerken van opgelopen trauma’s. Het CBS constateerde in april 2023 dat statushouders er steeds vaker in slagen om een betaalde baan te vinden38. Van de in 2019 in Nederland gevestigde statushouders, had 1 op de 5 na twee en een half jaar een betaalde baan. Bij het verkrijgen van de eerste woning zijn de statushouders aangewezen op de sociale huursector. Maar na verloop van tijd maakt een deel van hen carrière en kan een woning kopen. Zo’n 40% verlaat binnen 10 jaar Nederland weer (25% binnen 5 jaar).

In veel gevallen keert men dan terug naar het land van herkomst, op het moment dat de veiligheidssituatie daar is verbeterd. Het aantal statushouders dat moet worden gehuisvest fluctueert in de tijd, afhankelijk van brandhaarden in de rest van de wereld. De regio Gooi en Vechtstreek heeft dit jaar de taakstelling om 200 statushouders te huisvesten. In 2024 zullen dat er naar verwachting weer 200 zijn. 37 statushouders wordt breed gebruikt. De termen statushouders en vergunninghouders worden door elkaar gebruikt maar betekenen in dit verband hetzelfde.

Vergunninghouders is de wettelijke term. 38

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/15/steeds-meer-statushouders-hebben-betaald-werk

45

Arbeidsmigranten In de regio Gooi en Vechtstreek zijn nauwelijks arbeidsmigranten gehuisvest. Daarbij moet vermeld worden dat de definities van arbeidsmigranten verschillend gehanteerd worden in Nederland. Zo worden soms ook de expats/kenniswerkers beschouwd als arbeidsmigrant. Het zijn met name de migranten met lagere inkomens die in een kwetsbare positie verkeren. De woonopgave voor arbeidsmigranten is in deze regio geen actueel en urgent thema. Woonwagenbewoners Bij de woonwagenbewoners (ook ‘reizigers’ genoemd) gaat het om een in aantal kleine groep. Een goed beeld van het aantal reizigers ontbreekt, ze staan niet als zodanig geregistreerd. Wel zijn er lokaal vaak registraties van het aantal standplaatsen binnen een gemeente. De woonbehoefte van woonwagenbewoners is het, vaak met familie, bij elkaar kunnen wonen. In de regio Gooi en Vechtstreek is het aantal woonwagenbewoners dermate klein dat er geen regionale spreidingsafspraken of ander beleid voor ontwikkeld is.

46

Hoofdstuk 4 Beschikbaarheid en toekomstige behoefte sociale huurwoningen aandachtsgroepen en urgenten Inleiding Het programma Een Thuis voor Iedereen39 richt zich op voldoende geschikte, passende en bereikbare woningen voor aandachtsgroepen. In de vorige hoofdstukken zoomden we in op de woonzorgbehoefte van de verschillende aandachtsgroepen in de regio. In dit hoofdstuk focussen we ons op de voorraad en beschikbaarheid van sociale huurwoningen in het algemeen en specifiek voor de aandachts- en urgentiegroepen. In dit hoofdstuk is de beschikbaarheid van ouderenwoningen niet meegenomen. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 3.5. Aantal sociale huurwoningen per gemeente. In onderstaande tabel staat een overzicht van de voorraad sociale huurwoningen per gemeente in deze regio.

Gemeente Wijdemeren Blaricum Eemnes Laren Gooise Meren Hilversum Huizen TOTAAL

Totale woningvoorraad 2022 Aantal sociale huurwoningen 10.800 2.126 5.373 1.078 4.125 866 5.474 839 26.896 5.330 43.620 11.746 19.128 5.768

111.291 (exclusief Eemnes) 26.887 115.416 (inclusief Eemnes) 27.753 Figuur 1 Aantal en percentage sociale huurwoningen per gemeente Gooi en Vechtstreek; 1-1-202340.

% sociale huurwoningen t.o.v. totale woningvoorraad 20% 20% 21% 15% 20% 27% 30% 26% 24%

Beschikbaarheid sociale huurwoningen Mensen die een sociale huurwoning zoeken in de regio Gooi en Vechtstreek schrijven zich in via Woningnet. In 2022 stonden er zo’n 47.000 woningzoekenden ingeschreven op Woningnet waarvan 15.000 mensen actief zoekend waren. Jaarlijks komen er ongeveer 1.700 woningen vrij41. 60 Procent hiervan werd toegewezen aan starters en 40% van de beschikbare woningen ging naar doorstromers.42 Met starters worden mensen bedoeld die

39

Programma Een Thuis voor Iedereen, ministerie van VRO/BZK, 2021 te raadplegen via: Programma Een thuis voor iedereen | Home | Volkshuisvesting Nederland Data regio Gooi en Vechtstreek. Eemnes: Bron: www.allecijfers.nl 41 Bron: jaarverslag Urgentiecommissie Gooi en Vechtstreek 2022. 42 Beleidsplan Bescherming&Opvang 2022. 40

47 vanuit een niet-zelfstandig woonadres zoals het ouderlijk huis of vanuit een instelling voor beschermd wonen of GGZ-instelling zelfstandig gaan wonen. Met doorstromers worden mensen bedoeld die een andere sociale huurwoning in de regio achterlaten. Op dit moment is de gemiddelde zoektijd naar een woning voor zoekenden zonder urgentieregeling 3.8 jaar43 (zie figuur 2). De zoektijd is berekend vanaf de eerste reactiedatum van een kandidaat tot de publicatie einddatum van de woning die is toegewezen via Woningnet. Het langst zoeken woningzoekenden in de leeftijdscategorie 45 t/m 54 jaar: 5,7 jaar. De jongste categorie woningzoekenden en senioren vinden relatief het snelst een (andere) woning. Jongeren tot 23 jaar hebben gemiddeld 2.1 jaar gereageerd op woningaanbiedingen op Woningnet wanneer zij in aanmerking komen voor een woning. Klasse leeftijd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=8479f693-f415-473d-9bea-9be823cd1fe8