3. Analyse van Mr. Drs. P. B. Ph. M. Bogaers m.b.t. uitspraak 1 februari 2023 ABRvS en B.o.b. van 6 februari 2023 GS Noord-Holland een terugblik 17 april 2023
Tekst van het document
De enkele stelling van SNLG dat de plannen geen rechtszekerheid en rechtsgelijkheid waarborgen, wat daar overigens ook van zij, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de aanwijzing van de gemeenten of gebieden "Crailo, gemeenten Gooise Meren, Laren en Hilversum" niet als experiment als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Chw kan worden aangemerkt. Voor zover SNLG betoogt dat de aanwijzing van de voornoemde plangebieden in strijd is met het tweede lid van dat artikel, overweegt de Afdeling dat de aanwijzing van de plangebieden als experiment in artikel 7c, onder 17, sub jjjjj, van het Besluit uitvoering Chw in de nota van toelichting bij het Besluit uitvoering Chw van 8 maart 2019 tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Chw (achttiende tranche) (Stb. 2019, 121) als volgt is gemotiveerd: "Na verkoop van het voormalig defensieterrein Crailo, dat ligt op gezamenlijk grondgebied van de gemeenten Gooise Meren, Laren en Hilversum, aan de provincie Noord-Holland, is in 2017 overeenstemming bereikt tussen deze gemeenten en de provincie over de verwerving van het gebied. De gemeenten hebben als doelstelling om een duurzame en innovatieve gebiedsontwikkeling te realiseren, waarbij woningbouw, bedrijvigheid en natuurbeleving integraal samengaan. De realisatie van deze doelstelling is goed mogelijk met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.
In een ambitiedocument is een aantal accenten voor de ontwikkeling vastgelegd. Onderdelen hiervan zijn innovatief ondernemerschap, een samenhangend ecosysteem en een energiepositief en materiaalbewust gebied. De gemeenten vinden het belangrijk deze ambities op een goede wijze in het bestemmingsplan te vertalen. Gedacht wordt aan het in het bestemmingsplan opnemen van voor alle drie gemeenten uniform geldende regels, waarbij tevens de flexibiliteit wordt gewaarborgd om bij de uitvoering van het project in de jaren na vaststelling van het bestemmingsplan in te spelen op nieuwe en innovatieve ontwikkelingen. De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van een buurtschap met circa 500 woningen en 35.000 m2 bedrijvigheid en een daarbij behorend voorzieningenniveau. Het project is van belang voor het versterken van de economische structuur in de regio, het vergroten en/of versterken van de werkgelegenheid en de behoefte aan (betaalbare) woningbouw in de regio. De regio staat voor een woningbouwopgave van ongeveer 12.000 woningen. Met name de toevoeging van 33% sociale woningbouw is noodzakelijk om in de regio te kunnen voldoen aan de vraag van goedkope huurwoningen en een meer evenwichtige samenstelling van het woningaanbod.
Uit regionale verkenningen is gebleken dat er behoefte is - zowel kwantitatief als kwalitatief - aan mogelijkheden voor bedrijvigheid voor zowel het verplaatsen van bestaande bedrijvigheid als het toevoegen van nieuwe bedrijvigheid. Duurzaamheid is het speerpunt bij de ontwikkeling van Crailo en geldt als het belangrijkste onderscheidende kenmerk voor wonen en werken in het buurtschap. Er wordt met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte onder andere ingezet op duurzame mobiliteit en een energiepositieve wijk. Om dit te behalen, zal in het bestemmingsplan in afwijking van de geldende EPC worden geëxperimenteerd met maatwerkregels voor de energieprestatie van bouwwerken. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van het in de zeventiende tranche opgenomen artikel 6p op grond waarvan een lagere EPC kan worden voorgeschreven voor nieuw te bouwen bouwwerken. Met de huidige wetgeving kunnen aan initiatieven slechts in beperkte mate eisen worden gesteld ten aanzien van duurzaamheid. Voor de ontwikkeling van het gebied zal een circulaire visie worden opgesteld, waarin onder andere wordt ingezet op hergebruik van aanwezige materialen en de reductie van afval.
Bezien zal worden op welke wijze in het bestemmingsplan flexibiliteit kan worden geboden om op het gebied van duurzaamheid in te kunnen spelen op innovatieve ontwikkelingen en deze bij de beoordeling van initiatieven te betrekken." In hetgeen door SNLG is aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de aanwijzing van de plangebieden als experiment niet kan bijdragen aan de in artikel 2.4, tweede lid, van de Chw, genoemde doelstellingen. Artikel 7c, onder 17, sub jjjjj, van het Besluit uitvoering Chw is niet in strijd met artikel 2.4, tweede lid, van de Chw.
44
Voor zover er voor het overige bezwaren bestaan tegen de plannen in relatie tot natuur, landschap en milieu komen deze hierna nader aan de orde. Het betoog slaagt niet.”
Commentaar P. Bogaers 1) Biologische en bestuurlijk-juridische begrippen staan haaks op elkaar en liggen niet in elkaars verlengde. De door de ABRvS volgordelijk in deze tekst gebruikte begrippen “duurzame en innovatieve gebiedsontwikkeling” en “natuurbeleving”, “innovatief ondernemerschap”, “energiepositief en materiaalbewust gebied” , “duurzaamheid”, “duurzame mobiliteit” en “één samenhangend ecosysteem”, en “circulaire visie”, en “hergebruik van aanwezige materialen en de reductie van afval” hebben met de biologische wetenschappen niets van doen. Het zijn vrije markt gebonden, ideologische stoplappen, die door overheden te onpas worden gebruikt. De ABRvS heeft deze stoplappen kritiekloos omarmd. Zij behoren tot het rubberen jargon als onderdeel van de Groupthink binnen de ABRvS. Centraal in deze overweging staat de economische positie van één diersoort: de mens. Zie de centrale overweging:
“De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van een buurtschap met circa 500 woningen en 35.000 m2
bedrijvigheid en een daarbij behorend voorzieningenniveau. Het project is van belang voor het versterken van de economische structuur in de regio, het vergroten en/of versterken van de werkgelegenheid en de behoefte aan (betaalbare) woningbouw in de regio. De regio staat voor een woningbouwopgave van ongeveer 12.000 woningen. Met name de toevoeging van 33% sociale woningbouw is noodzakelijk om in de regio te kunnen voldoen aan de vraag van goedkope huurwoningen en een meer evenwichtige samenstelling van het woningaanbod.”
2) Problematisch is dat het begrip “duurzaam” niet in de Crisis- en Herstelwet is gedefinieerd, en evenmin het begrip “natuur”. Zie artikel 7c Chw:
,, Artikel 7c 1 In aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen in het bestemmingsplan ook regels worden gesteld, die strekken ten behoeve van het: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.” In al deze begrippen staat de mens centraal: zijn fysieke leefomgeving moet veilig en gezond zijn, niet die van andere diersoorten. Het gaat om “de fysieke leefomgeving van de mens ter vervulling van maatschappelijke functies. van de mens.”
Spreekt men vanuit plant en dier bekeken over “duurzaamheid”, dan gaat het om het waarborgen van de levensvoorwaarden die planten en dieren stellen aan hun milieu, waarbij biotische factoren en het abiotisch milieu in onderlinge, dynamische, wisselwerking het voortbestaan en het overleven van de samenstellende vegetatie en plantensoorten, bacteriën, schimmels etc. en van diersoorten (invertebraten en gewervelden) op alle trofische niveaus mogelijk maken. De in het plangebied Crailo en omgeving bestaande ecosystemen als zodanig zijn nooit onderzocht door TAUW en ARCADIS en andere ingeschakelde bureaus. Wel is duidelijk uit het MER rapport van 1 december 2020, dat “alle vleermuissoorten en alle biossoorten bij welk gekozen ontwikkelingsmodel dan ook ernstig worden getroffen, lees hun overleven in dit plangebied onmogelijk wordt gemaakt.
SNLG heeft ook ter zitting op 23 september 2022 bij monde van bioloog en advocaat Bogaers de Afdeling bestuursrechtspraak ernstig voorgehouden, dat juristen “veel biologischer moeten leren denken”, en dat bij het huidige gebrek aan kennis van biologische/ecologische wetmaatheden van juristen in het algemeen de Afdeling het gevaar loopt in al haar uitspraken waar natuur en landschap en milieu centraal staan ”de tak af te zagen, waar wij als mensen op zitten”. Voortdurend bleek ter zitting dat de ABRvS en de advocaat van de
45
gemeenten en van GEM Crailo B.V., en ook de spaarzame vertegenwoordigers (ambtenaren; raadsleden ontbraken in de zaal) van de drie gemeenten geen idee hebben van biologische overlevingsvoorwaarden. Amateurs, querulanten oordelen over zaken waar zij geen verstand van hebben. Domheid poseert daarbij als expertise. De ABRvS is niet in staat deze één-tweetje verhouding tussen bevoegde gezagen en de ABRvS te doorbreken. Slachtoffers zijn niet alleen personae miserabiles (ouderen, zieken, gebrekkigen, kinderen, armen, vluchtelingen, asielaanvragers, vreemdelingen), maar bij uitstek het milieu en alle levensvormen die geen stem hebben. In de ogen van velen vormen natuur, landschap, milieu, klimaat, dieren en planten een res nulius. Al deze entiteiten doen er bestuursrechtelijk in de afwegingen niet toe. Geld, kapitaal, vermogen, eigendomsverhoudingen daarentegen bepalen het eindresultaat van de juridische exercitie “wat rechtens juist is”. In feite doen deze leerachterstand en daarmee samenhangend maatschappelijk onbegrip zich op alle terreinen van overheidsbestuur op alle niveaus voor.
Gemeenteraden en Provinciale Staten, kamerleden, rechters blijken niet in staat hun corrigerende taak uit te voeren, of het nu gaat om ruimtelijke vraagstukken, of om de in 2015 ingevoerde Jeugdwet (NRC, 14 april 2023, Algemene Rekenkamer: stelsel voor jeudbescherming is mislukt), of om het toezicht op uitstoot van bedrijven (NRC, 14 april 2023, OVV: bescherm burgers beter tegen uitstoot industrie, Gebrek aan kennis, capaciteit, en een gevoel van urgentie leidden ertoe dat schadelijke uitstoot bij Tata Steel lang kon voorduren, concludeert de OVV) etc. .
3)
En in de hoofdoverweging staat dan ook onder 15.1.:
,, 15.1. De Afdeling verstaat het betoog van SNLG zo dat Crailo ten onrechte is aangemeld en opgenomen in artikel 7c, onder 17, sub jjjjj, van het Besluit uitvoering Chw. Het slagen van dit betoog zou leiden tot het oordeel dat dit artikel in strijd is met artikel 2.4 van de Chw, hetgeen zou betekenen dat de raden voor de plangebieden "reguliere" bestemmingsplannen hadden dienen vast te stellen.”
Met andere woorden: hier staat het politieke uitgangspunt van de Raad van State, dat volgens de ABRvS , “Hoe dan ook dient te worden voorkomen, dat deze bestemmingsplannen sneuvelen.”
4) Terzijde wordt opgemerkt, dat de ABRvS abuis is met de vermelding dat het gaat om “ circa 500 woningen”
Bij de vaststellingsbesluiten van 6 en 7 juli 2021 gaat het om 590 woningen en 3,5 hectare bedrijvigheid “en een daarbij behorend voorzieningenniveau”. Het eerdere ambitieniveau van 400 woningen (model A) en daarna van 500 woningen moest worden opgehoogd tot minimaal 590 woningen om tot een winstgevende situatie te komen. De eerdere ambitie dat het landschap leidend zou zijn voor de bebouwing is daarmee verlaten.
5) Tevens is de ABRvS abuis met de mededeling “Het project is van belang voor het versterken van de
economische structuur in de regio, het vergroten en/of versterken van de werkgelegenheid en de behoefte aan (betaalbare) woningbouw in de regio. De regio staat voor een woningbouwopgave van ongeveer 12.000 woningen. Met name de toevoeging van 33% sociale woningbouw is noodzakelijk om in de regio te kunnen voldoen aan de vraag van goedkope huurwoningen en een meer evenwichtige samenstelling van het woningaanbod”.
Het was de ABRvS bekend dat er in de regio Gooi een woningbehoefte bestaat voor 15.000 woningzoekenden, vooral in het sociale segment. Tevens wist de ABRvS, dat er gekozen is voor het Voorkeursmodel C plus. Zo heeft GEM Crailo B. V. in het openbare “webinar” van 4 februari 2021 verklaard niet te zullen selecteren op herkomst van gegadigden: “iedereen is welkom” ook van ver buiten het Gooi. In de MER van1 december 2020 was onder het voorkeursmodel C plus de clausule verwijderd, die wel bij het model A was opgenomen, nl. dat er ook gebouwd zou worden voor “arme en oudere personen en voor mensen met een gebrekkige gezondheid en personen met een geestelijke beperking”.
6) De ABRvS wist ook, dat door GEM Crailo B. V. aan de Raden was meegedeeld op : ,,de exploitatie is leidend”, en niet zoals in alle voorgaande stukken stond vermeld: ,, het landschap is leidend”. 7) en zo komt de ABRvS tot de mededeling: ‘’ Het betoog slaagt niet.”
46
6.4.2 Onzorgvuldige totstandkoming r.ov.16., 16.1., 16.2. (pagina 13 en 14) ,,Onzorgvuldige totstandkoming 16. SNLG betoogt dat zij onvoldoende is betrokken bij de voorbereiding van de plannen. Daartoe stelt SNLG dat zij zich niet gehoord voelt gelet op de wijze waarop de zienswijzen in de zienswijzennota volgens haar terzijde zijn geschoven. SNLG voert verder aan dat de raden visies hebben vastgesteld en besluiten hebben genomen waar SNLG geen invloed op heeft gehad en waartegen geen rechtsmiddelen konden worden aangewend. Zij wijst hierbij in het bijzonder op de totstandkoming van de notitie "Reikwijdte en Detailniveau (m.e.r.)" door Arcadis van 3 april 2019 (hierna: de notitie Reikwijdte en Detailniveau) en de "Uitgangspuntennotitie voor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Crailo" door Arcadis van 3 april 2019 (hierna: de Uitgangspuntennotitie). Daarnaast voert SNLG aan dat de gemeenten jegens haar tekort zijn geschoten in hun informatieplicht. Ook heeft SNLG een aantal formele bezwaren aangevoerd over onder meer de vergadering van de raad van de gemeente Gooise Meren van 7 juli 2021, van de raad van de gemeente Hilversum van 6 juli 2021 en van de raad van de gemeente Laren van 7 juli 2021, waarin de plannen zijn besproken en vastgesteld. De bestemmingsplannen zijn, gezien het voorgaande, onzorgvuldig tot stand gekomen, aldus SNLG. 16.1.
De raden stellen dat de plannen zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De wettelijke regels over een bestemmingsplanprocedure zijn daarbij in acht genomen. In dit verband hebben de raden uiteengezet dat de notitie Reikwijdte en Detailniveau, tezamen met een notitie met uitgangspunten vooruitlopend op de bestemmingsplannen, in de eerste fase van de zogenoemde m.e.r.-procedure zijn opgesteld. Deze notities hebben ter inzage gelegen van 26 april 2019 tot en met 6 juni 2019 en een ieder heeft zijn zienswijze daarover kenbaar kunnen maken. De notitie Reikwijdte en Detailniveau en de Uitgangspuntennotitie hebben als zodanig niet aan de besluitvorming ten grondslag gelegen en hebben geen formele status. 16.2. De Afdeling stelt vast dat de raden de in de wet voorgeschreven voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb hebben gevolgd voordat de bestemmingsplannen zijn vastgesteld. SNLG heeft daarvan gebruik gemaakt door een zienswijze in te dienen over de ontwerpplannen, waarop de raden in de zienswijzennota inhoudelijk hebben gereageerd. Dat niet volledig is tegemoetgekomen aan haar zienswijzen betekent nog niet dat de besluiten om die reden onrechtmatig zijn.
Evenmin betekent de omstandigheid dat de zienswijzen er niet toe hebben geleid dat is afgezien van de vaststelling van de bestreden besluiten, zoals SNLG wenst, dat de in de zienswijzen naar voren gebrachte bezwaren of argumenten niet bij de afweging zijn betrokken. Wat SNLG heeft aangevoerd over de wijze waarop zij is betrokken in het participatieproces leidt ook niet tot de conclusie dat de genomen besluiten onrechtmatig zijn. De Afdeling stelt daarover vast dat hetgeen SNLG over de notitie Reikwijdte en Detailniveau en de Uitgangspuntennotitie aanvoert gaat over het gebrek aan inspraakmogelijkheden voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. Nu het SNLG gaat om de fase van de totstandkoming van het plan vóór het ter inzage leggen van het ontwerpplan, kan het onvoldoende bieden van mogelijkheden voor inspraak in zoverre geen gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en de bestemmingsplannen. De raden hebben dan ook niet in strijd gehandeld met de wettelijke regels over de bestemmingsplanprocedure.
Voorts bevatten de Inspraakverordening Gooise Meren 2016, de Inspraakverordening gemeente Hilversum en de Inspraakverordening Laren geen regels over de fase voorafgaand aan het ontwerpplan. Daarnaast volgt uit de Wro noch enig ander wettelijk voorschrift in dit geval een aanvullende informatieplicht voor de raden om SNLG afzonderlijk te informeren over de beoogde plannen. Gelet hierop bestaat in zoverre geen aanleiding voor het oordeel dat de plannen zijn vastgesteld in strijd met het recht. Dit nog daargelaten dat SNLG pas tijdens de zienswijzeperiode is opgericht. Anders dan SNLG ter zitting naar voren heeft gebracht, bestaat er ook geen wettelijke verplichting de rechtsvoorgangster van SNLG, de Stichting Behoud Gooise Heide, te informeren. Wat betreft de door SNLG voor het overige aangevoerde formele bezwaren over de procedure van de plannen, waaronder over de raadsvergaderingen van de gemeenten, overweegt de Afdeling dat gelet op de stukken en het verhandelde op de zitting niet is gebleken van zodanige onregelmatigheden dat één of meer van de besluiten alleen al daarom moeten worden vernietigd. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het oordeel dat de besluitvorming onzorgvuldig is verlopen. Het betoog slaagt niet.”
47
Commentaar P. Bogaers 1) In de gezamenlijke uitspraak over de beroepen van appellant 1 [NN, zie paragraaf 6.3] en van SNLG, vormt de r.ov. onder 16. c.a. – in aansluiting op de in 6.3.6 geconstateerde vijfde vorm van Court Stripping – nu andermaal de volgende vormen van “Court Stripping”: Zesde voorbeeld: “Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure.”
Zevende voorbeeld: “Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het
ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure.” (…) De raden hebben dan ook niet in strijd gehandeld met de wettelijke regels over de bestemmingsplanprocedure.”
Achtste voorbeeld: “Voorts bevatten de Inspraakverordening Gooise Meren 2016, de Inspraakverordening gemeente Hilversum en de Inspraakverordening Laren geen regels over de fase voorafgaand aan het ontwerpplan.”
Negende voorbeeld: “Daarnaast volgt uit de Wro noch enig ander wettelijk voorschrift in dit geval een aanvullende informatieplicht voor de raden om SNLG afzonderlijk te informeren over de beoogde plannen. Gelet hierop bestaat in zoverre geen aanleiding voor het oordeel dat de plannen zijn vastgesteld in strijd met het recht.”
Tiende voorbeeld: “Anders dan SNLG ter zitting naar voren heeft gebracht, bestaat er ook geen wettelijke verplichting de rechtsvoorgangster van SNLG, de Stichting Behoud Gooise Heide, te informeren.”
2) Ook in deze zaak -zoals altijd- gaat de ABRvS voorbij aan de “behoorlijkheidsnormen” , die ontwikkeld zijn door de Nationale ombudsman ingevolge artikel 78a van de Grondwet jo.de Wet Nationale ombudsman. Artikel 78a Grondwet
•
1De Nationale ombudsman verricht op verzoek of uit eigen beweging onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aangewezen bestuursorganen.
•
2De Nationale ombudsman en een substituut-ombudsman worden voor een bij de wet te bepalen termijn benoemd door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen. In de gevallen bij de wet aangewezen kunnen zij door de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden geschorst of ontslagen. De wet regelt overigens hun rechtspositie.
•
3De wet regelt de bevoegdheid en werkwijze van de Nationale ombudsman.
•
4Bij of krachtens de wet kunnen aan de Nationale ombudsman ook andere taken worden opgedragen.
Het is echt onbegrijpelijk, dat juristen, advocaten en rechtbanken en de ABRvS zich nauwelijks tot niets gelegen laten liggen aan de meeste essentiële behoorlijkheidsnormen die door de Nationale ombudsman als grondwettelijk staatsambt zijn ontwikkeld. Zie de Behoorlijkheidswijzer, juni 2009 met de volgende aanwijzingen voor behoorlijke omgangsvormen van de overheid richting burger en ingezetene. Het gaat om elementaire regels voor fatsoenlijk handelen van overheden op alle niveaus: ,, Open en duidelijk Transparant De overheid is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de overheid bepaalde dingen doet. Transparantie vereist van de overheid een open houding. De overheid zorgt ervoor dat burgers inzicht kunnen hebben in de procedures die tot beslissingen leiden en het hoe en waarom ervan. De overheid zorgt dat haar handelingen getoetst kunnen worden. Goede informatieverstrekking De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij
48
verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf. De overheid is verplicht de burger gevraagd en ongevraagd alle informatie te geven over handelingen en besluiten die de belangen van de burger kunnen raken. Zij is daarbij servicegericht en stelt zich actief op om de informatie die van belang is tijdig op eigen initiatief te geven. Luisteren naar de burger De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt. De overheid heeft een open oor voor de burger. De overheid hoort wat de burger zegt, en ook wat hij niet zegt. Dit betekent dat de overheid de burger serieus neemt en daadwerkelijk geïnteresseerd is in wat hij belangrijk vindt. Goede motivering De overheid legt haar handelen en haar besluiten duidelijk aan de burger uit. Daarbij geeft zij aan op welke wettelijke bepalingen de handeling of het besluit is gebaseerd, van welke feiten zij is uitgegaan en hoe zij rekening heeft gehouden met de belangen van de burgers. Deze motivering moet voor de burger begrijpelijk zijn. De overheid motiveert haar besluiten en handelingen steeds goed. Zij handelt niet naar wat haar goed uitkomt of op basis van willekeur. Drie bouwstenen zijn voor een goede motivering van belang: de wettelijke voorschriften, de feiten en belangen en een heldere redenering.
De motivering is gericht op het concrete individuele geval en is begrijpelijk voor de ontvanger. (…)”.
In de Staat der Nederlanden is mede het negeren door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van deze behoorlijkheidnormen in de beoordeling van overheidsbesluiten een vorm van bestuurlijke anarchie ontstaan. Willens en wetens negeert de ABRvS deze algemene behoorlijkheids-eisen door deze weg te schrijven . Hier is niet alleen sprake van “Court Stripping”, maar bovenal van Contempt of the Citizen, een bijzondere vorm van administratiefrechtelijke “Groupthink”. De ABRvS lijdt aan uitsluiting van “unwanted information”, welke term is geïntroduceerd in Nederland door prof. Mr. B.V.A. Röling, hoogleraar in de polemologie in Groningen. Laten we het hier gestelde het elfde voorbeeld noemen van “Court Stripping” in deze uitspraak. Dit ziet ook op het volgende punt: 3) Tot slot overweegt de ABRvS: “dat gelet op de stukken en het verhandelde op de zitting niet is gebleken van
zodanige onregelmatigheden dat één of meer van de besluiten alleen al daarom moeten worden vernietigd. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het oordeel dat de besluitvorming onzorgvuldig is verlopen. Het betoog slaagt niet.”
In feite zegt de ABRvS dat “er wel onregelmatigheden waren in de behandeling van de SNLG van de kant van de GEM Crailo B.V. (waarachter de raden zich verschuilen), maar dat die door de ABRvS - ten onrechte niet gespecificeerde - onregelmatigheden niet zó groot waren, dat om die reden de besluiten van de raden zouden moeten worden vernietigd. Hier is sprake van door-de-vinger-zien. Dit wordt in de volksmond ook wel “artikel vijf” genoemd. In de stukken en bij de behandeling ter zitting is door SNLG naar voren gebracht dat de wethouder van Gooise Meren dhr. Eijbersen. een voorkeursbehandeling heeft gegeven in de voorbereidingsprocedure aan de Kopersvereniging van de Anne Franklaan in Bussum aan de onevenzijde, met wie deze wethouder Eijbersen (D66) regelmatig overlegde, waarbij de wethouder de “zienswijzennota” persoonlijk ter hand heeft gesteld aan de voorzitter P. David, zodat deze vereniging ruimer de tijd kreeg dan andere bezwaarden, zoals de SNLG, zich nader te beraden op haar reactie als Kopersvereniging op de Zienswijzennota van 22 april 2021. Een dergelijke voorkeursbehandeling heeft de SNLG ooit gekregen. De Vereniging gaat er van uit, dat zij geen inzage hoeft te verschaffen in de gewisselde e-mails etc. Alles is geheim gehouden, zoals ook telefonisch nog bleek op vrijdagavond 10 maart 2023 , waarbij de scheidend voorzitter P.
David weigerde het archief te laten inzien door P. Bogaers. Overigens, frappant was de telefonische bevestiging door P. David op 10 maart 2023 aan P. Bogaers van het feit, dat hij, David zijn woning aan de Anne Franklaan 51 daags na de uitspraak van 1 februari
49
2022 in de verkoop heeft gedaan op Funda. Mensen van de bewonersvereniging hadden dit feit eerder die dag aan mij meegedeeld. Het bericht bleek juist te zijn. David was stomverbaasd dat ik dit wist. De woning is inmiddels verkocht. Welke rol dhr. David heeft vervuld in het overleg met de wethouder wilde hij mij uitdrukkelijk niet meedelen. Verder heeft de ABRvS gezien, dat twee andere appellanten kort voor de zitting op 23 september 2022 hun beroepschriften hebben ingetrokken. Dit gebeurde door de achterbuurman van het plangebied YY en door VOF Bussum. De beroepsgronden van VOF Bussum vielen weg na geheim gehouden overeenkomsten met GEM Crailo B.V. (zoals VOF Bussum berichte aan de ABRvS). Onbekend is de reden van intrekking van het beroep door YY, een dag voor de zittingsdatum. De ABRvS moet zeer wel hebben beseft, dat deze reductie van vier appellanten tot twee voort is gekomen uit in ieder geval nadere toezeggingen van Gooise Meren aan VOF Bussum. Het toezicht op het waarom is nonexistent. Welke toezeggingen zijn er aan VOF Bussum (KPN gebouw) gedaan? Het recht moet ook in de verhouding overheid en burger transparant zijn in het kader van bestuursrechtelijke rechtsgelijkheid. De ABRvS voldoet niet aan haar wettelijke taak de rechtseenheid en de daarmee samenhangende eis van gelijke behandeling te waarborgen. 6.4.3 Terinzagelegging van stukken r.ov. 17., 17.1.
(pagina 14 en 15)
,,Terinzagelegging van stukken 17. SNLG voert aan dat ten onrechte diverse stukken met de ontwerpen van de plannen niet ter inzage zijn gelegd. Zij wijzen in het bijzonder op het rapport "Natuurbrug Laarderhoogt en woningbouw op Crailo-Zuid" van Wageningen Environmental Research (Alterra) van maart 2017 (hierna: het rapport van WER van 2017) en het rapport "Gebruik van Natuurverbinding Laarderhoogt door zoogdieren en het effect van medegebruik door de mens" van RPS advies- en ingenieursbureau B.V. en Wageningen Environmental Research van december 2020 (hierna: het rapport van WER van 2020). De stukken bevatten volgens SNLG een onderbouwing van ontwikkelingen die de plannen mogelijk maken. 17.1. De rapporten van WER van 2017 en van 2020 zijn niet opgesteld in het kader van de voorliggende bestemmingsplanprocedure. Gesteld noch gebleken is verder dat de overige door SNLG genoemde stukken zijn opgesteld ten behoeve van de onderhavige plannen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het op de ontwerpplannen betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 3:11, eerste lid, van de Awb betreft die ter inzage hadden moeten worden gelegd. Het betoog slaagt niet.”
Commentaar P. Bogaers 1) Hier is sprake van een combinatie van een twaalfde voorbeeld van Courtstripping en van Groupthink. Courtstripping en Groupthink gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op vermoedelijke alle rechtsgebieden hand-in-hand. Zie het vreemdelingenrecht, kinderopvangtoeslagenrecht, en ruimtelijke ordeningsrecht en milieurecht. Voor de Staat onwenselijke redeneringen en motiveringen worden op voorhand uitgesloten. Alles is daarbij geoorloofd. 2) De mededeling ,, De rapporten van WER van 2017 en van 2020 zijn niet opgesteld in het kader van de voorliggende bestemmingsplanprocedure.” , gekoppeld aan art.3:11, lid 1 Awb suggereert allereerst dat beide rapporten er niet toe doen bij het zorgvuldig voorbereiden van het bestemmingsplan Buurtschap Crailo. Echter: Art.3:11, lid 1, Awb bevat evenwel geen enkele clausule die ziet op de eis, dat op het (vaststellings)besluit betrekking hebbende stukken moeten zijn opgesteld “in het kader van het specifieke te nemen besluit.
50
Immers art.3:11, lid 1 Awb valt onder Afdeling 3.4. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure en luidt als volgt: Artikel 3:11 1. Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. 2. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan. 3.Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten verstrekt het bestuursorgaan afschrift van de ter inzage gelegde stukken. 4. De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn.”
Sterker nog, artikel 3:11, lid 1 Awb gaat uit van een redelijkheidsbepaling: stukken, die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van een te nemen besluit. Met andere woorden: de ABRvS toetst aan de hand niet van een wettelijke regel, maar aan de hand van een door haar zelf ingevulde en verzonnen regel. 3) Beide rapporten van de WenR zijn zeer relevant voor de beoordeling van de gevolgen van het in 2017 en 2020 toen nog te nemen vaststellingsbesluit over het plangebied Crailo, gelegen pal naast de Natuurbrug Laarderhoogt. 4) Ten onrechte citeert de ABRvS niet de volledige titels van beide rapporten, die als zodanig beter de inhoud en betekenis van beide rapporten voor de uitstralende effecten van nieuwe stedelijke ontwikkeling kenbaar maken. a) “Natuurbrug Laarderhoogt en woningbouw op Crailo-Zuid : programma van eisen voor woningbouw nabij de Natuurbrug vanuit ecologisch perspectief”, auteurs dhr. E.A. van der Grift en dhr. D.R. Lammertsma.
[bijlage 60 bij beroepschrift SNLG van 20 september 2021, (2020-Crailo-XII-38)] b) “Gebruik van Natuurverbinding Laarderhoogt door zoogdieren en het effect van medegebruik door de mens “, december 2020, rapportnr.3044 ISSN 1566-7197, 108 blz., 66 fig.; 18 tab.; 18 ref., te downloaden via https://doi.org/10.18174/537344 [bijlage 67 bij beroepschrift SNLG van 20 september 2021 (2020-Crailo- XII – 45)] In maart 2017 heeft Wageningen Environmental Research (voorheen Alterra) dit rapport uitgebracht over haar onderzoek aan de eisen die vanuit ecologisch perspectief dienen te worden gesteld aan woningbouw nabij de op 9 februari 2015 geopende natuurbrug “het Laarderhoogt over de A1 en de Naarderstraat van de gemeente Laren bij afslag 8. Dit onderzoek en bijhorend rapport onder nr. 2799 | ISSN 1566-7197 (31pp.) is gefinancierd door de opdrachtgever, de Provincie Noord-Holland. Het rapport is te downloaden van http://dx.doi.org/10.18174/411468. Het rapport was alleen zijdelings door GEM CraIlo B.V. aan de raden aangeduid in de voorbereidende stukken in een voetnoot van wel ter inzage gelegde rapporten. GEM Crailo B.V. wist dat beide rapporten in de weg stonden aan een onverkort doorvoeren van haar plannen.
Nadat het bestaan en de betekenis van het rapport uit 2017 aan de raden bekend is gemaakt door SNLG middels haar zienswijze van 23 februari 2021 heeft dit tot grote woede geleid bij allereerst de raad van de gemeente Laren (mw. Timmerman van Liberaal Laren, jacquelinetimmerman@me.com) over het feit, dat GEM Crailo B.V. het debat hierover heeft onderdrukt door dit rapport alleen in een voetnoot te noemen. De in het rapport voorgestelde `hoge, begroeide grondwal`, die als extra bescherming voor de Natuurbrug Laarderhoogt diende te worden aangelegd, kwam de GEM Crailo B.V. niet goed uit. De poging van GEM Crailo B.V. om dr. E.A. van der Grift, hoofdauteur van het WenR-rapport tevreden te stellen met een ‘lage puinwal’ was mislukt. WenR liet haar verworven inzichten niet “afstemmen” op de economische drijfveren van GEM Crailo B.V. Dit alles is door SNLG in het beroepschrift van 20 september 2021 ruim aan de orde gesteld [zie onder meer daarin paragraaf 3.2 : “Onderzoek door de SNLG bij Wageningen Environmental Research: ecowal rapportnummer 2799”
51
5) Het argument van de ABRvS, dat beide rapporten niet zijn opgesteld door GEM Crailo B.V., maar in opdracht van de provincie Noord-Holland (2017) en van de provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat en GNR (2020) is in het kader van de vereiste “redelijkheidstoetsing ex artikel 3: 11, lid 1, Awb” niet van belang. Integendeel, deze rapporten zien zozeer op de eisen te stellen aan woningbouw nabij de Natuurbrug Laarderhoog vanuit ecologisch perspectief, en zien zozeer op de gevolgen van een nieuwe stad voor de functionaliteit van de Natuurbrug Laarderhoog en de omringende NNN-gebieden van GNR, dat deze rapporten zonder meer onder de redelijkheid vallen om deze wel ter inzage te leggen niet alleen aan de bevolking , maar op de eerste plaats de raden.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nadere toelichting op het bovenstaande:
Het rapport uit 2017 is uitvoerig aan de orde gekomen in beprekingen met derden van GEM Crailo B.V. , die de bestemmingsplanprocedure van meet-af-aan heeft voorbereid. Deze besprekingen vonden plaats onder meer met de zaakverantwoordelijke vanuit het Goois Natuurreservaat (GNR) dhr. D. van der Velden, en eenmaal in aanwezigheid van de hoofdauteur van beide rapporten uit 2017 en 2020 dr. E. A. van der Grift van Wageningen Environmental Research (Wageningen University & Research). Daarbij is in het beroepschrift van SNLG van 20 september 2021 aandacht gevraagd voor een tweede rapport van Wageningen Environmental Research, rapportnummer 3044 van december 2020 van E. A. van der Grift e.a. Daarbij is van belang, dat Wageningen Environmental Research samen met RPS advies-en ingenieursbureau bv na 2017 in opdracht van de provincie Noord-Holland, Goois Natuurreservaat en de gemeenten Blaricum en Laren onderzoek heeft uitgevoerd naar de huidige functionaliteit van de natuurbrug.
Zie het rapport “Gebruik van Natuurverbinding Laarderhoogt door zoogdieren en het effect van medegebruik door de mens “, december 2020, rapportnr.3044 ISSN 1566-7197, 108 blz., 66 fig.; 18 tab.; 18 ref., te downloaden via https://doi.org/10.18174/537344” Trefwoorden: versnippering, ontsnippering, barrièrewerking, mitigatie, faunapassage, natuurbrug, ecoduct, verkeersweg, Laarderhoogt, das, boommarter, ree, cameraval. Auteurs zijn E.A. van der Grift, T. Denayère, M. Waanders, J. Willemsen & D.R.Lammertsma. Het rapport is gereviewd door dhr. F.G.W.A. Ottburg BSc, onderzoeker Dierecologie, Wageningen Environmental Research. Dit rapport van december 2020 noemt in de literatuur alle rapporten van dhr. E.A. van der Grift et al, waaronder het rapport nr. 2799 van maart 2017. In het rapport van december 2020 wordt het rapport van maart 2017 niet ter discussie gesteld. Dit zou anders zijn, wanneer dhr. Van der Grift en zijn medeonderzoekers door veranderd inzicht af waren gestapt van de aanbevelingen van maart 2017. Dat is geenszins het geval. Integendeel: door de bevindingen van december 2020 zijn de aanbevelingen van maart 2017 nog urgenter geworden. De in 2020 gebleken fragiele functionaliteit heeft in december 2020 geleid tot stringentere nieuwe adviezen vanwege het grote gebruik dat mensen maken van deze natuurverbinding ook na zonsondergang en in verboden terreingedeelten.
Wanneer de nieuwe stadswijk zal worden gerealiseerd, zullen de nieuwe aangescherpte aanbevelingen van december 2020 onvoldoende blijken te zijn door het alsdan nog grotere gebruik van de natuurverbinding door mensen, als de bewoners van ca. 590 nieuwe woningen met hun kinderen de route via de natuurbrug nog meer belasten. Ook de voorgestane uitkijkpost vanaf de ecowal van 15 meter hoog zal dan daar boven op komen. De raden van Gooise Meren, Hilversum en Laren hebben zich ten onrechte geen enkele rekenschap gegeven van de betekenis van dit tweede rapport van december 2020 bij het nemen van de vaststellingbesluiten op 7 juli 2021. Strijd is aanwezig met artikel 3:2 Awb Op de bevindingen van het rapport nr. 3044 is in het beroepschrift teruggekomen in paragraaf 3.2.2.3 (p.140). ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
6) De r.ov. 17.1., tweede deel ,, Gesteld noch gebleken is verder dat de overige door SNLG genoemde stukken zijn opgesteld ten behoeve van de onderhavige plannen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het op de ontwerpplannen betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 3:11, eerste lid, van de Awb betreft die ter inzage hadden moeten worden gelegd.” Dit is het dertiende voorbeeld van Courtstripping en van Groupthink in deze uitspraak. Toelichting: Het betreft het door de ABRvS wegschrijven van officiële stukken uit de periode, dat onder leiding van de provincie Noord-Holland vanaf 2013 getracht werd tot een bestemmingsplan te komen voor hetzelfde plangebied. Alle in die periode geproduceerde rapporten bevatten gegevens van feitelijke en fysieke aard, zoals de Flora- en faunarapportage Crailo, Oefencentrum Veiligheidsregio in opdracht van de Gemeenten Hilversum
52
en Laren, datum 13 januari 2015, rapportnummer: 1402021.02. Dit rapport is door SNLG overgelegd als bijlage 54 bij het beroepschrift. Het rapport hanteert dezelfde begrippen als rapporten in de tweede poging vanaf 2017 om tot een bestemmingsplan te komen. Zo wordt bij wege van voorbeeld in dit rapport uit 2015 op pagina 4 eveneens gesproken van de “groene mantel” van Crailo, staat op pagina 7 een tekening van de vereiste hoge, begroeide grondwal van 5 tot 6 meter hoog, en wordt op pagina 10 over Vaatplanten geschreven, die kenmerkend zijn voor het plangebied nl. “voedselrijk en verstoord ecosysteem”. En dan zouden deze recente gegevens er volgens de ABRvS er niet meer toe doen na het staken van de eerste fase en tegelijk het starten van de tweede fase onder leiding van GEM Crailo B.V. ? Dit is zeker in strijd met de redelijkheid ex art. 3:11, lid 1, Awb. Met één pennenstreek veegt de ABRvS al deze rapporten van tafel. Deze term is ook terug te vinden in de door Groenendijk en Terlouw (2009, op pagina 65) gesignaleerde kritiek van vier rechters in het vreemdelingenrecht in hun onderzoek over de wijze waarop motiveringen van de eerstelijnsrechters door de ABRvS worden afgedaan: ,, Vier respondenten gebruikten het beeld van de pennenstreek.” 6.4.4 Toezending zienswijzennota r.ov. 18., 18.1, 18.2. (pagina 15) ,,Toezending zienswijzennota 18.
SNLG voert aan dat zij ten onrechte alleen per post op 12 augustus 2021 voor het bestemmingsplan Gooise Meren, op 29 juli 2021 voor het bestemmingsplan Hilversum en op 2 augustus 2021 voor het bestemmingsplan Laren en niet al eerder, persoonlijk, geïnformeerd is over de voortgang van de procedure tot vaststelling van de bestemmingsplannen. In dat verband wijst zij erop dat de zienswijzennota reeds van 12 april 2021 was. Volgens SNLG had zij zich beter kunnen voorbereiden op haar presentatie over de voorziene ontwikkeling, indien zij deze zienswijzenota eerder toegezonden had gekregen dan eerst door toezending met de bestreden besluiten. 18.1. De raden stellen zich op het standpunt dat de vaststellingsbesluiten conform de bestemmingsplanprocedure verwijzen naar de zienswijzennota’s die met de besluiten ter inzage lagen en waarvan de indieners kennis hebben kunnen nemen. 18.2. De Afdeling stelt voorop dat voor het persoonlijk toesturen van de voorgestelde zienswijzennota op grond van de Wro noch enig ander wettelijk voorschrift een verplichting bestaat. Voor zover SNLG op de zitting heeft gesteld dat in weerwil daarvan de zienswijzennota wel eerder aan diverse andere belanghebbenden is toegestuurd, overweegt de Afdeling als volgt. De raden hebben op de zitting toegelicht dat GEM Crailo B.V.
in een digitale nieuwsbrief aan abonnees melding heeft gemaakt van een openbare publicatie van de zienswijzennota teneinde daar kennis van te kunnen nemen. Anders dan SNLG kennelijk meent, is de zienswijzennota daarmee dus niet persoonlijk toegestuurd aan een beperkt aantal belanghebbenden. Er is in dit opzicht dan ook geen sprake van ongelijke behandeling. Het betoog slaagt niet.”
Commentaar P. Bogaers 1) De inleiding van r.ov. 18.2 is verwarrend doordat de ABRvS de beroepsgrond van de SNLG niet heeft begrepen. Door SNLG was ertegen geprotesteerd, dat aan de voorzitter van Kopersvereniging van de Anne Franklaan door wethouder Eijbersen ‘persoonlijk’ de Zienswijzenota was ‘overhandigd’ ver voor de raadsvergadering, waarin wethouder Eijbersen zich erop beroemde dat in deze Nota “zorgvuldig antwoord was gegeven op de zienswijze van de SNLG”, terwijl aan de SNLG deze zienswijzenota op 19 mei 2021 niet bekend was. De ABRvS maakt daar van:
“ De Afdeling stelt voorop dat voor het persoonlijk toesturen van de voorgestelde zienswijzennota op grond van de Wro noch enig ander wettelijk voorschrift een verplichting bestaat.”
53
Geenszins heeft de SNLG gesteld dat er een verplichting bestaat voor een gemeente om de voorgestelde zienswijzennota persoonlijk moet worden toegestuurd aan een bezwaarde”. SNLG heeft gesteld het niet te kunnen begrijpen waarom de bewonersvereniging een voorkeursbehandeling heeft gekregen door deze persoonlijke en tijdige overhandiging door de wethouder waardoor de vereniging in een processueel gunstiger positie is komen te verkeren. Met andere woorden: ook het slot van r.ov. 18.2 is onjuist, waar de ABRvS stelt: “(…) Er is in dit opzicht dan ook geen sprake van ongelijke behandeling.”
2) Met bovengenoemde overweging gaat de ABRvS eraan voorbij , dat in de ongeschreven beginselen van algemeen fatsoen, voor de Overheid neergelegd in de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale ombudsman communicatie tussen overheid en burger hoge eisen stelt: “Goede informatieverstrekking De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf. De overheid is verplicht de burger gevraagd en ongevraagd alle informatie te geven over handelingen en besluiten die de belangen van de burger kunnen raken. Zij is daarbij servicegericht en stelt zich actief op om de informatie die van belang is tijdig op eigen initiatief te geven.” Hiermee verdraagt zich niet, dat in de elektronische berichten van de gemeente Gooise Meren voorafgaande aan de vergadering over de Reactienota slechts verwezen werd naar algemene vergaderstukken zonder dit woord “reactienota “ook maar te noemen. Door anderzijds de schriftelijke Reactienota op voorhand aan de Bewonersvereniging af te geven werden andere belanghebbende partijen bewust in het nadeel gesteld. Alex Brenninkmeijer deelt in Moreel Leiderschap (2019) op pagina 229 mee: “Communicatie vormt de kern van moreel leiderschap”.
Maar als deze communicatie een van de belanghebbende bevoordeelt, is er sprake van immoreel leiderschap. Dat heeft de ABRvS hier bewust miskend. Daarmee is deze uitspraak zelf ondermijnd.
3) De ABRvS stelt zich formeel op het standpunt, dat er geen wettelijk voorschrift bestaat, dat voorschrijft “om de voorgestelde zienswijzennota persoonlijk toe te sturen”.
Hier is sprake van een veertiende voorbeeld van Groupthink en Courtstripping. In dit deel van deze motivering deelt de ABRvS in feite mee: “Digitale toezending is voldoende”. “Persoonlijke toezending is niet nodig.” Deze rechtsopvatting is onjuist en in strijd met het volgende: Aangeknoopt wordt bij art. 3:43 Awb: [ art. 3:43 Awb [Eindtekst] Art. 3:43 [3.5.4] 1. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 wordt in ieder geval mededeling gedaan indien van het advies wordt afgeweken. 2. De mededeling, bedoeld in het eerste lid, kan, indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, geschieden op dezelfde wijze als waarop overeenkomstig artikel 3:12, eerste en tweede lid, is kennis gegeven van de aanvraag of van het ontwerp van het besluit. 3. Bij de mededeling van een besluit wordt tevens vermeld wanneer en hoe de bekendmaking ervan heeft plaatsgevonden. VvW = Eindtekst Memorie van toelichting In dit artikel is de mededelingsplicht geregeld voor die belanghebbenden die bij de voorbereiding van een besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht en aan wie het besluit niet overeenkomstig de voorgaande artikelen is bekendgemaakt.
Zij hebben zich bij de voorbereiding ingespannen hun zienswijze naar voren te brengen. Behoorlijk
54
bestuur vereist dan dat zij op de hoogte worden gebracht van het besluit dat het bestuur, mede na overweging van hun argumenten, heeft genomen. (…) ]
Terwijl dit artikel gaat over bekendmaking van een definitief besluit, waarbij de Nota zienswijzen tevens wordt meegezonden, mag worden aangenomen dat bij een tussentijdse vaststelling van de Nota zienswijzen ook dan schriftelijk aan de indiener wordt meegedeeld, wat de reactie van het bevoegd gezag is op de ingediende zienswijze. Dat is hier niet gebeurd. In de memorie van toelichting wordt meegedeeld: ,, Behoorlijk bestuur vereist dan dat zij op de hoogte worden gebracht van het besluit dat het bestuur, mede na overweging van hun argumenten, heeft genomen. ”
De ABRvS heeft zich niets gelegen laten liggen aan deze fatsoensnorm. Dit geeft een vrijbrief aan andere soortgelijke gevallen. In tegenstelling tot de SNLG hebben andere indieners van zienswijzen in deze zaak per post (appellant NN), dan wel persoonlijk (de voorzitter van de Bewonersvereniging Anne Franklaan) van de verantwoordelijk wethouder Eijbersen de Nota zienswijzen in handen gekregen. Dit is in het beroepschrift van 20 september 2021 uitvoerig toegelicht in paragraaf 2.1. Daaraan wordt het volgende ontleend:
,, Het betreft de vierde brief van de SNLG aan de raden van, welk document ook is doorgenummerd onder “D”: maandag 24 mei 2021 ( 2020-Crailo- IV-29, IV-43) ter aanvulling op de zienswijze van 23 februari 2021) en een 1ste e-mail van de SNLG van maandag 24 mei 2021, 21:58 uur (2020-Crailo-IV-44) aan de raden. In de 1ste e-mail van 24 mei, 21:58 uur wordt door de SNLG geschokt gereageerd op de mededeling van Wethouder Eijbersen van Gooise Meren, die in het Politiek Gesprek van 19 mei 2021 sprak over “ een keurige weerlegging” van de zienswijze van de SNLG. De SNLG was van een weerlegging niet op de hoogte. Er was niet eerder een inhoudelijke reactie van de gemeenten en van de GEM Crailo B.V. gevolgd. Dat deze Reactienota al was opgesteld op 12 april 2021 was aan de SNLG niet bekend. Dit heeft geleid tot de 2de e-mail van de SNLG aan de raden van 24 mei 2021 om 22:16 uur (2021-Crailo-IV-45): In de 2de e-mail van 24 mei 2021, 22:16 uur (202-SNLG-IV-45) wordt uitdrukkelijk er op gewezen door de SNLG, dat er geen reactienota of ‘beantwoording zienswijzen’ van de kant van de drie gemeenten en van de GEM Crailo B.V. was gevolgd. In de Uitnodigingsbrief van Gooise Meren per e-mail van maandag 3 mei 2021, 14:46 uur tot deelname aan het Gesprek over het bestemmingsplan Buurtschap Crailo op 19 mei 2021 van 20.00- 22;00 uur was er met geen woord gesproken over een ‘Reactienota”.
De uitnodigingsbrief (bijlage 5, 2020-Crailo-IV-21) was aan elke burger gericht met de vraag “uiterlijk woensdag 12 mei door middel van een reactie op deze mail. Wilt u daarbij uw naam en telefoonnummer noteren? Ook horen wij dan graag of u spreekt namens uzelf of (ook) namens anderen / een organisatie“ Met andere woorden, deze generieke brief (die gericht was aan eenieder,” burger of organisatie” (“nader aan te geven”) was niet bedoeld ter informatie aan de geadresseerde anonymus , dat er een Reactienota van 12 april 2021 lag. De uitnodigingsbrief vermeldde slechts cryptisch: “U bent van harte uitgenodigd om tijdens deze bijeenkomst over het voorstel mee te praten. Het doel van het gesprek is om alle relevante informatie over de (maatschappelijke) effecten van het bestemmingsplan te verzamelen, zodat de gemeenteraad hierover op een later moment een gewogen besluit kan nemen. Tijdens het gesprek kunt u uw mening over het voorstel geven en kunnen de raadsleden u vragen stellen. Het raadsvoorstel bestemmingsplan Crailo en overige vergaderstukken kunt u vinden op:https://bit.ly/3bOYDwe.” In september 2021 is dit document niet te raadplegen. In aansluiting op de onder Document D tevens opgenomen e-mails van de SNLG van 24 mei 2021 heeft de SNLG een protest doen uitgaan over deze bestuurlijk onbehoorlijke gang van zaken.
De overheid heeft de plicht de burger, en zeker ook organisaties die aantoonbaar moeite doen om de overheid bij te sturen, zoals de SNLG, te informeren over wat de overheid (in dit geval een privaatrechtelijke onderneming, GEM Crailo B.V. en Arcadis Nederland B.V.) met de zienswijze van deze organisaties of personen had gedaan.
55
Eerst na veel moeite van de kant van de SNLG en een schriftelijk verzoek daartoe van mw. C. Bogaers van de SNLG aan mw. K. Bouwmeester, raadsadviseur communicatie van Gooise Meren van donderdag 27 mei 2021 van 20:37 uur en de vraag van de SNLG , waar de Reactienota te vinden was werd per e-mail van vrijdag 28 mei 2021 om 11:32 uur door mw. Bouwmeester geantwoord, dat de reactienota te vinden was op de eerst toen op 28 mei 2021 door mw. Bouwmeester toegezonden “link”. Dit leidde tot de vijfde brief (Document E) van de SNLG aan de raden, tevens per e-mail verzonden op dinsdag 1 juni 2021, 17:55 uur (…)In de 5de brief is een klacht ingediend tegen de raden en de colleges van B&W van de drie gemeenten over het niet-tijdig informeren van de SNLG over de reactienota etc. Buurtschap Crailo van 12 april 2021. Gevraagd werd om een bericht van ontvangst. Deze is elektronisch gevolgd bij e-mail van griffie Hilversum van 2 juni 2021, 9:33 uur (zie in bijlage 6, 2020Crailo -28a), griffie Laren bij e-mail van 2 juni 2021 om 10:26 uur (zie: in bijlage 6, 2020-Crailo-V-28 b), van de Commissie voor de m.e.r. bij e-mail van donderdag 3 juni 2021 om 19:31 uur ( zie in bijlage 6, 2020-Crailo-V-28 c).
Als laatste reageerde heer Victor van Braam van Vloten, medewerker Mens en Omgeving van de gemeente Gooise Meren per e-mail van vrijdag 4 juni 2021, 16:19 uur (…) Heer Van Braam van Vloten sneed langs de klacht van 12 juni 2021 en op de vraag (“Wij hebben tot op heden van u geen reactie op onze zienswijze over Crailo ontvangen. Kunt u ons en reactie toesturen?”) van mw. C. Bogaers aan Gooise Meren heen door te verwijzen naar een ándere site dan genoemd in de uitnodigingse-mail van maandag 3 mei 2021, 14:46 uur . Geenszins echter was aan de indieners van zienswijzen, die uitgenodigd waren om deel te nemen aan het gesprek van 19 mei 2021, “aangegeven dat de stukken digitaal te raadplegen zijn op https://bestuur.gooisemeren.nl/vergaderkalender/agendaraadsvergadering/vergadering/beeldvorming-raad-gooisemeren-buurtschap-crailo.” En buiten dat, bevatte de uitnodiging van mw. K. Bouwmeester, Raadsadviseur communicatie van gemeente Gooise Meren van maandag 3 mei 2021, per e-mail van 14:46 uur (zie hierboven bijlage 5) geenszins een behoorlijke en informatieve verwijzing naar “de Reactienota”.
Het woord “Reactienota” kwam daarin niet voor, alleen een algemene verwijzing naar het raadsvoorstel bestemmingsplan Crailo en overige vergaderstukken, te vinden op : https://bit.ly/3bOYDwe.” Heer Van Braam van Vloten deelt dan mee, middels een drogredenering: “De heer Bogaers heeft deelgenomen aan het gesprek. Daaruit valt op te maken dat u wel op de hoogte was van de behandeling van o.a. uw zienswijze door de gemeente en dat de beantwoording van uw zienswijze digitaal beschikbaar is gesteld. Wij gaan er dan ook van uit dat u kennis heeft kunnen nemen van de beantwoording. De reactienota is nog steeds beschikbaar op de genoemde internetsite. In de verwachting uw vraag hiermee voldoende beantwoord te hebben.” Heer Van Braam van Vloten was daarbij kennelijk niet te rade gegaan bij mw. Bouwmeester, raadsadviseur communicatie van het college (zie hierboven onder Document D). Mw. C. Bogaers signaleerde het gebrekkige onderzoek en de foutieve mededelingen van dhr. Van Braam van Vloten en reageerde per e-mail van zaterdag 5 juni 2021 (12:41 uur), (…) Zij liet weten na de ontdekking dat andere indieners van zienswijzen wel voor 19 mei 2021 door de gemeente waren ingelicht over de reactienota van 12 april 2021 (Kopersvereniging Anne Franklaan, Klein Crailo, mw.
Astrid Mol): “De Stichting natuur en landschap het Gooi heeft geen enkel bericht van de gemeente gekregen dat er een reactie was op de zienswijze van de SNLG. Daardoor heeft de SNLG niet tijdig, dus vóór de uitnodiging voor Het gesprek, kunnen reageren op deze reactie. Er is inmiddels een formele klacht over het handelen van uw gemeente verzonden. Hierbij stel ik mijn vraag opnieuw: waarom heeft de SNLG niet onmiddellijk, dus meteen op 12 april 2021 (datum van publicatie Reactienota Crailo) een bericht gekregen? Waarom hebben drie andere indieners van een zienswijze, te weten de Kopersvereniging Anne Franklaan, Klein Crailo en mevrouw Astrid Mol, wel een bericht ontvangen van de reactienota? Wat is de reden dat de gemeenteraadsleden niet door de SNLG tijdig geïnformeerd konden worden over de reactie van de SNLG op uw Reactienota bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan buurtschap Crailo? Ik verneem graag uw antwoord. Met vriendelijke groet (…)”. Op donderdag 17 juni 2021 stuurde de gemeente Gooise Meren een antwoord van behandelaar dhr. Van Braam van Vloten op de klacht van 1 juni 2021 (p. 1 / 2, alinea 1 en 4) met in die brief tevens een bericht van ontvangst van de in dit beroepschrift te bespreken zesde brief van de SNLG van vrijdag 11 juni 2021 (…)
56
Het noemen van een “link naar de vergaderstukken met als bijlage 1 van het bestemmingsplan de reactienota” in de brief van 17 juni 2021 , als antwoord op de klacht getuigt andermaal van onbegrip bij het Bevoegde gezag (ook nu dhr. Van Braam van Vloten) over de communicatieve waarde van een “link”in het algemeen naar ‘vergaderstukken’ met nu door Van Braam van Vloten de nadere aanduiding: ‘de reactienota als bijlage 1 van het bestemmingsplan”. Dit argument van dhr. Van Braam van Vloten van 17 juni 2021 gaat niet op, als bij de term “vergaderstukken’ in de ‘uitnodigings e-mail’ van de gemeente Gooise Meren van 3 mei 2021 expliciet niet wordt vermeld, “dat als bijlage 1 van de vergaderstukken een reactienota op de zienswijzen is opgenomen”. Ook het schrijven van 17 juni 2021 is geen overtuigend en geen acceptabel antwoord van de gemeente Gooise Meren op de klacht van 1 juni 2021. De gemeente had duidelijk moeten zijn bij de uitnodiging van 3 mei 2021. Nooit is er een bewijs van ontvangst gevolgd op de zienswijze van 23 februari 2021. Er volgde geen informatie over het tijdpad bij de behandeling van de zienswijze. De SNLG werd hierover ambtelijk in het onzekere gelaten. De SNLG mocht er evenwel op vertrouwen dat de gemeenten dit keurig zouden afwikkelen. Dat is expres niet gebeurd. Op 19 mei 2021 bleek de SNLG misleid te zijn door de gemeente Gooise Meren.
(…) Naar aanleiding van de verwikkelingen rond het niet informeren vóór 19 mei 2021 door het bevoegde gezag, resp. GEM Crailo B.V. en ARCADIS NEDERLAND B.V. van de SNLG over het bestaan van de Reactienota van 12 april 2021 wordt door de SNLG vooruitlopende op par. 3.3 (p. 148 e.v. ) de gronden van beroep, het volgende opgemerkt: Hoe vreemd is het, dat het drieëneenhalve maand later per post verzenden van de Reactienota van 12 april 2021 wèl kon geschieden , nota bene in drie enveloppen , door het Bevoegde gezag van Hilversum op 29 juli 2021 (zie bijlage 2), door Laren op 2 augustus 2021 (zie bijlage 1) en door Gooise Meren op 12 augustus 2021 (zie bijlage 3). Toen kon postverzending van de Reactienota, specifiek gericht aan de SNLG, plotseling wel. Hier is sprake van ambtelijke willekeur en misbruik van macht. Dit is ook in strijd met artikel 2:4 Awb (verbod op bevoordeling van het bestuursorgaan, en het verbod op beïnvloeding van de besluitvorming ten gunste van tot het bestuursorgaan behorende personen (lees: vertegenwoordigers van in het bestuursorgaan zitting hebbende personen, verbonden aan politieke partijen) of voor het bestuursorgaan werkzame personen (lees: GEM Crailo B.V. met directeur Nieuwenhuizen en alle personen die voor de GEMCrailo B.V. in loondienst of onder contract werkzaam zijn , zoals Tauw, ARCADIS e.a.). (…)”
Aldus het beroepschrift van 20 september 2021. 4) Voor de problemen van een duaal stelsel, met enerzijds een informatieplicht per post (c.q. een schriftelijk in te dienen en ondertekende Zienswijze) en andersom het per elektronische mededeling door het Bevoegde gezag verstrekken van in dit geval cryptische mededelingen met verhulling van het bestaan van een Nota zienswijzen van 22 april 2021, heeft de ABRvS getuige haar motivering onder r.ov. 18. geen enkel oog. Hiermee is de ABRvS verantwoordelijk voor een aanhoudende rechtsonzekerheid en chaos in het rechtsverkeer tussen burger en overheid v.v. 6.4.5 Partijdigheid, vooringenomenheid en vergewisplicht r.ov. 19., 19.1., 19.2., 19.3.(pagina 15 t/m 17) ,,Partijdigheid vooringenomenheid en vergewisplicht 19. SNLG betoogt dat de voorbereiding van de besluiten tot vaststelling van de plannen op onjuiste en ontoelaatbare wijze heeft plaatsgevonden. Zij wijst erop dat een bestuursorgaan een besluit dient te nemen zonder schijn van partijdigheid en vooringenomenheid, zoals onder meer is neergelegd in artikel 2:4 van de Awb. Volgens haar wordt aan deze vereisten in dit geval niet voldaan. SNLG voert daartoe aan dat de voorbereiding, waaronder het verrichten van onderzoeken, is uitgevoerd door de werkorganisatie GEM Crailo B.V.
Verder hebben de raden zich bij de vaststelling van de plannen laten adviseren door adviseurs van GEM Crailo B.V., waaronder Arcadis Nederland B.V. en Tauw. Dit heeft tot gevolg dat GEM Crailo B.V. rechtstreeks invloed kon uitoefenen op de besluitvorming. Daarnaast uit SNLG twijfels over de onafhankelijkheid van de raden. Volgens hen is er een te nauwe samenwerking geweest tussen de raden en GEM Crailo B.V. Het voorgaande wijst op vormen van manipulatie door Gem Crailo B.V. Verder wekt de gang van zaken volgens SNLG de indruk dat GEM Crailo B.V. en adviseurs van de gemeenten een financieel belang hebben bij de ontwikkeling van
57
het initiatief op de gronden. Daarnaast wijst SNLG erop dat de raden de plannen, met de daarbij behorende rapporten, hebben vastgesteld zonder te voldoen aan de vergewisplicht van artikel 3:9 van de Awb. 19.1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3156) is de strekking van artikel 2:4, eerste lid, van de Awb niet dat een bestuursorgaan niet vanuit bepaalde beleidskeuzes zou mogen werken, maar dat het bestuursorgaan de hem toevertrouwde belangen niet oneigenlijk behartigt door zich bijvoorbeeld door persoonlijke belangen of voorkeuren te laten beïnvloeden. De Afdeling is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de raden zich bij de vaststelling van de bestemmingsplannen hebben laten adviseren door adviseurs van GEM Crailo B.V., waaronder Arcadis Nederland B.V. en Tauw, op zichzelf onvoldoende is voor twijfel aan de onpartijdigheid en voor het veronderstellen van vooringenomenheid van de raden. Dit geldt eveneens voor de door SNLG vermelde omstandigheid dat de raden en GEM Crailo B.V.