3. Analyse van Mr. Drs. P. B. Ph. M. Bogaers m.b.t. uitspraak 1 februari 2023 ABRvS en B.o.b. van 6 februari 2023 GS Noord-Holland een terugblik 17 april 2023
Tekst van het document
2021-SNLG-XIX-2 Analyse van de Uitspraak van de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, van 1 februari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:425) en analyse van de Beslissing op bezwaar van GS van Noord-Holland van 6 februari 2023 onder kenmerk 1912709/1966184 (ontheffing van verbodsbepalingen van artikel 3.5 en 3.10,lid 1, sub , Wet natuurbescherming) Bestemmingsplan Buurtschap Crailo-2021, een terugblik door de Stichting Natuur en Landschap het Gooi (SNLG) door Mr. Drs. P. B. Ph. M. Bogaers, d.d. 17 april 2023 (inhoudsopgave pagina 309)
1. Inleiding, de samenwerking met de gemeente Bussum in 2000 en 2001, hoe een plan van Hilversum en GS van Noord-Holland voor een weg over de hei aan de zuidkant van Bussum werd geblokkeerd De betrokkenheid van de Stichting Natuur en Landschap het Gooi bij de bescherming van ons landschap gaat terug tot het jaar 2000. In 2000 werd de gemeente Bussum opgeschrikt door onverhoedse plannen van de gemeente Hilversum om pal ten zuiden van Bussum een weg aan te leggen over de Bussumerheide tussen de Franse Kampweg en de A1 door het gebied van het Goois Natuurreservaat. Drieënveertig jaar later is daar geen weg te bekennen. Dat is te danken aan het gezamenlijk verzet door twee wethouders van de gemeente Bussum, Ilona de Lange (wethouder verkeer, PvdA) en drs. Hans Zonneveld (wethouder ruimtelijke ordening, CDA). Zij waren geschokt doordat zij nooit door Hilversum of GS van Noord-Holland waren geïnformeerd over dit plan. De verontwaardiging sloeg ook over naar de bewoners in Bussum-Zuid. Door een handtekeningenactie (21.000 handtekeningen) werd de weg afgeblazen in mei 2001 door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, nadat Gedeputeerde Staten eerder met Hilversum dit decennia oude plan van een “Expresseweg” over de hei uit de kast hadden gehaald. In het archief van de Stichting Behoud Gooise Heide, nr. IISG-1055 zijn de stukken uit die tijd opgenomen.
Het archief is besproken op www.snlg.nl . De Stichting Natuur en Landschap het Gooi is voortgekomen uit de SBGH. Statutair is de SNLG opgericht op 23 februari 2021. De Gooi- en Eemlander bracht verslag uit op 30 mei 2000 van de toenmalige problemen (journalist Nico Postma): “Bussum De gemeente Bussum doet niet meer mee aan het overleg over de herontwikkeling van de voormalige legerplaats Crailo en de Kolonel Palmkazerne. Bussum is boos opgestapt, omdat Hilversum stiekem met de provincie praat over de aanleg van een weg over de Bussumer Heide ten zuiden van het dorp. Een weg over de hei om de verkeersproblemen rond het Mediapark op te lossen, is in Bussum onbespreekbaar. ,, Het is onze achtertuin, waar een hoop mensen recreëren. De weg betekent een onacceptabele aantastring van de natuur. Het gebied ver snippert en er blijft niets meer van over”, stelt verkeerswethouder Ilonka de Lange (PvdA). (…) Om te laten zien dat Bussum de zaak hoog opneemt, is de gemeente uit het Crailo-overleg gestapt. Sinds januari praat Bussum op ambtelijk en bestuurlijk niveau mee over een nieuwe invulling van de voormalige legerplaats en het terrein van de Kolonel Palmkazerne. Ruzie Zonneveld: ,, In maart of april hebben we het gehad over een aantal knelpunten . Hilversum heeft toen de weg over de hei ter sprake gebracht.
Ik heb meteen gezegd dat de weg voor Bussum onbespreekbaar is en dat Hilversum het dus ook niet hoeft te proberen, omdat we er toch alleen maar ruzie over krijgen. Ik dacht toen dat de weg van de baan was”. Zonneveld en De Lange zijn behoorlijk in hun wiek geschoten. (…) Wethouder Hans Zonneveld (CDA) van ruimtelijke ordening vreest dat bebouwing van de hei onafwendbaar is met de komst van de nieuwe weg. ,, Het is de eerste stap in die richting. De verleiding om te gaan bouwen op het strookje hei dat overblijft, wordt wel erg groot.” Overvallen Het Bussumse college van burgemeester en wethouders voelt zich erg overvallen door de werkwijze van Hilversum. De wethouders moesten in de krant lezen dat drie Hilversumse collegepartijen (VVD, CDA en PvdA) bij de provincie lobbyen voor aanleg van de omstreden weg. Dat doen ze buiten medeweten om en tegen de zin in van hun eigen verkeerswethouder Bart
1
Heller (GroenLinks). De lobby is succesvol te noemen, want het college van gedeputeerde staten overweegt nu de weg op te nemen in het nieuwe streekplan Noord-Holland Zuid. Bussum vindt dit onbegrijpelijk. Zonneveld: ,, De inkt van het streekplan Gooi en Vechtstreek is nog maar net droog`. Het streekplan is in oktober 1998 vastgesteld door provinciale staten. In de voorbereiding is de weg over de hei nooit ter sprake gekomen, stelt Bussum. (…) Zonneveld: ,, Zelfs als zou het twintig jaar duren voordat de weg over de hei er ligt, je zou nooit aan het plan moeten willen beginnen”. Het conflict met Noord-Holland en Hilversum is in de ogen van Bussum maar op één manier op te lossen: gedeputeerde staten moeten op hun schreden terugkeren. Van de gemeente Hilversum wil Bussum de garantie dat in het vervolg alleen nog maar open en eerlijke gesprekken zullen plaatsvinden. Zonneveld: ,, Zodat we kunnen overleggen op een manier die recht doet aan respect hebben voor elkaar. Ik hoop dat Hilversum zo verstandig is een open gesprek met ons aan te gaan”.
De gezamenlijke inzet van het bestuur van de gemeente Bussum en SBGH werd op 8 mei 2001 beloond. Op dinsdag 8 mei 2001 volgde het verlossende woord van de Gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, dhr. Hen de Boer in een openbare bijeenkomst in Groot Kievitsdal. Hierover berichtte de Gooi- en Eemlander op woensdag 9 mei 2001 (zie IISG archief-1055, pagina 70/72): “HILVERSUM – Er komt definitief geen weg over de hei ten zuiden van Bussum. Die prettige boodschap van de NoordHollandse provinciebestuurder Hen de Boer is gistermiddag in Groot Kievitsdal met gejuich ontvangen (…) Met die mededeling bevestigde De Boer formeel wat zijn collega Meijdam vorige week al als zijn persoonlijke visie naar buiten had gebracht. ,, Maar vanmorgen is dat standpunt ook door het hele college van gedeputeerde staten ingenomen”, aldus De Boer. Ook de stichting Behoud Gooise Heide stond te juichen, toen De Boer zijn blijde mededeling deed. Zover ging wethouder De Lange niet. ,, De bereikbarheid van Hilversum moet natuurlijk wel worden opgelost. We moeten maar eens beginnen ook met Huizen te overleggen wat er mogelijk is. Wellicht is het ook een kwestie van het beter definiëren van het probleem.
Maar ondertussen gaat de vlag uit, al is het niet juichend.” Na mei 2001 bleef de SBGH als stichting bestaan met als hoogtepunten het verzet tegen de verbreding van de N201 tussen Heemskerk en de A27 bij Hilversum en het verzet tegen de uitbreiding van het Mediapark. Steeds meer groeide de behoefte om ruimtelijke plannen te onderzoeken op de vraag of er sprake was van een “goede ruimtelijke ordening” en van “de uitvoerbaarheid op voorhand “van dergelijke plannen in verband met de verbodsbepalingen van met de Wet natuurbescherming-2017, waaronder artikel 3.10, lid 1, sub b Wnb. Deze bepaling is in deze analyse essentieel. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------<< § 3.3.Wnb: Beschermingsregime andere soorten
• Artikel 3.10
•
1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
o
a.in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;
o
b.de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of
o
c.vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.>>
Vanaf 2013 werd duidelijk, dat er plannen in voorbereiding waren tot verstedelijking van het voormalige defensieterrein Crailo bij afslag 8, Blaricum van de A1. Het verzoek om deelname door de SBGH aan een in het leven geroepen klankbordgroep werd door Gooise Meren zonder motivatie afgewezen. Toen het Goois
2
Natuurreservaat (GNR) in januari/februari 2021 de hulp inriep om bezwaar aan te tekenen tegen het voornemen voor een bestemmingsplan Buurtschap Crailo bleek de noodzaak tot diepgaander juridisch en biologisch onderzoek. Vanuit de SNLG is dit ondernomen. Om de doelmatigheid en rechtmatigheid van dit nieuwe bestemmingsplan te begrijpen moesten de toelichting en de regels van het ontwerpplan met de vele uitgebrachte rapporten worden bestudeerd: ruimtelijke ordening, milieueffecten, natuurinventarisatie, de saneringsproblematiek in het voormalige defensieterrein, de samenhang van dit gebied met de plannen van Blaricum aan de overkant van de A1 om tot stedelijke bebouwing over te gaan op het terrein van ziekenhuis Tergooi. De hele besluitvorming van drie gemeenteraden van Gooise Meren (Naarden, Bussum, Muiden en Muiderberg), Hilversum en Laren moest worden getraceerd. Vanwege eerdere ervaringen vanaf 2018 met de planvoorbereiding van Gooise Meren om tot een nieuw Bestemmingsplan Speelpark Oud Valkeveen te komen, werd verwacht, dat ook in de voorbereiding van het Bestemmingsplan Buurtschap Crailo-2021 de nodige toestanden [hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen en tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden] aan het licht zouden komen.
Onze vraag was: gaat er een positieve overtuigingskracht uit van het plan, dat de natuurwaarden in het plangebied veilig stelt? Het belang tot nader onderzoek was evident vanwege de uitstralende effecten van de toekomstige, nieuwe stad op de ernaast gelegen Natuurbrug Laarderhoogt en op de aangrenzende NNNgebieden (Bussumerheide en Westerheide) van het Goois Natuurreservaat. Was er sprake van een zorgvuldige belangenafweging door de gemeenteraden?
2.
De overeenkomst van de problematiek inzake Bestemmingsplan Speelpark Oud Valkeveen e.o. 2019 en de problematiek inzake Bestemmingsplan Buurtschap Crailo-2021
De problematiek van de verhouding tussen het vaststellen van bestemmingsplannen en de Wet natuurbescherming deed zich voor in de zaak Bestemmingsplan Speelpark Oud Valkeveen e.o., 2019. Op verzoek van de voorzitter van de Vogelwerkgroep het Gooi e.o. (VWG) werd door P. Bogaers deelgenomen aan twee vergaderingen van de Klankbordgroep Oud Valkeveen in februari en maart 2019. Per direct werd het mij als academisch en praktisch geschoold bioloog en als oud-advocaat bestuursrecht duidelijk, hoe de groep van omwonenden werd gemanipuleerd door de voorzitter en zijn medewerker, daarin niet tegengehouden door burgemeester en wethouders van Gooise Meren. Voor de ervaringen in dat project wordt verwezen naar www.snlg.nl /Oud Valkeveen. In die zaak had de gemeente een zelf-verklaarde ecoloog ingeschakeld, die op basis van een eenmalig bezoek een rapport had uitgebracht op 13 (12) juni 2019 (“Ecologie & Landschap, Bestemmingsplan Oud Valkeveen te Naarden, eveneens 13- alleen per computer open te vouwen bladen, projectnummer 19,076”). Daarin was de waarde van het bos, waarin een parkeerplaats was geprojecteerd, weggeschreven. Er was volgens dit rapport van P. J. H.
van der Linden “geen sprake van vegetatie”, terwijl dit bos bekend is als een van de mooiste bossen van het Gooi (“Herstel van het voor het Gooi unieke iepenbos, met zijn rijke kruidlaag in het voorjaar, vormt een bijdrage aan de vergroting van de biodiversiteit”, proefschrift dr. W. J. J. Colaris, Natuur van het Gooi, kansen voor duurzaam behoud, UvA, 22 april 1998, zie o.m. pp. 236 en 343, 344). Een van de grootste vitale
dassenburchten, die ik heb leren kennen, was in het rapport door Van der Linden omschreven als “een bijburcht”, waarvan de hoofdburcht zich “op enkele tientallen kilometers afstand” zou bevinden van de door hem genoemde “bijburcht” in dit bos. En dit terwijl Van der Linden op 19 april 2019 bij stralend weer door deskundige omwonenden de hoofdburcht was getoond.
Vraag voor de SNLG was in 2021: Waren soortgelijke ervaringen met “ecologische” rapporteurs voor de drie gemeenten ten behoeve van het (Ontwerp)bestemmingsplan Buurtschap Crailo ook hier te verwachten? In januari 2021 vroeg de senior medewerker D. van der Velden van het GNR mij, of de SBGH in bezwaar zou kunnen komen van het voornemen van de gemeenten Gooise Meren, Hilversum en Laren om tot het bestemmingsplan Buurtschap Crailo met een stad van 590 woningen te komen. Het plangebied, een voormalig
3
defensieterrein van ca. 40 hectare is gelegen pal naast de recente natuurbrug Laarderhoogt en grenst aan de Bussumerheide en aan de Westerheide. Een onderzoek naar de wijze waarop met het belang van natuur en landschap werd omgegaan door de raden van de drie gemeenten zou veel werk zijn. Het telefonisch verzoek van uit GNR heeft ertoe geleid dat er een nieuwe stichting moest worden opgericht. In februari 2021 werden de statuten van een nieuwe stichting SNLG opgesteld, gericht op biologisch en juridisch onderzoek op het gebied van natuur, landschap en milieu. Tegelijk moest er binnen de wettelijke termijn een zienswijze worden ingediend bij elk van de drie gemeenten. Op 23 februari 2021 vond bij Bredius notarissen de statutaire oprichting plaats. Op dezelfde datum werd de zienswijze van SNLG bij elk van de drie gemeenten bezorgd. Dit was de eerste van dertien brieven aan de raden tot aan de vaststellingsbesluiten van de drie gemeenten van 6, resp. 7 juli 2021. Daarna werd beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op 20 (21) september 2021. Aan de Afdeling zijn veertien opeenvolgende brieven met bijlagen gezonden tot aan de behandeling ter zitting van de meervoudige kamer op 23 september 2022. De uitspraak volgde op 1 februari 2023. Alle brieven zijn opgenomen op de website www.snlg.nl/ Crailo.
Ook is er tot tweemaal toe een “Verzoek voorlopige voorziening” (een VoVo) ingediend hangende het beroep bij de Voorzitter van de ABRvS om te voorkomen dat tussentijds onomkeerbare veranderingen plaatsvonden door GEM Crailo B.V., die als gemeenschappelijke exploitatiemaatschappij was opgericht. Dit was het uitvoeringsorgaan van de drie gemeenten. De eigendom van het Crailogebied was aan deze B.V. overgedragen. 3.
Het plangebied bestemmingsplan Buurtschap Crailo 2021 en de betekenis daarvan voor de natuur in het Gooi
Het plangebied van het Bestemmingsplan Buurtschap Crailo 2021 betreft een voormalig terrein van het ministerie van Defensie, dat circa 40 hectare groot is. Dit gebied ligt aan weerszijden van het Gebed zonder End (de Nieuwe Crailose weg), een zandweg uit 1840 tussen Hilversum en “afslag 8 Blaricum” van de A1. Dit defensieterrein was behandeld als een vuilnisbelt door het ministerie van Defensie. “Onvoorstelbare hoeveelheden puin, beton, oude leidingen, metaal en munitie waren aangetroffen door GNR” [telefonische mededeling van D. van der Velden in januari 2019]. En dat in een terreingedeelte van Crailo van circa drie hectare. Dit deel ligt aan de zuidzijde van het Gebed zonder End. Dit terrein was overgedragen aan GNR als compensatie voor het verlies van 6 hectare hoogwaardig bos in Anna’s Hoeve en Monnikenberg aan weerszijden van de spoorlijn Hilversum Amersfoort. Een eeuwenoud loofbos inclusief dassenburcht is daar verloren gegaan voor de aanleg van de HOV-lijn (Hoogwaardig Openbaar Vervoer). Een ter compensatie bij het Klooster aangelegde kunstburcht voor de das werkt niet. Dassen hebben Monnikenberg nagenoeg verlaten. In het plangebied Crailo komen van oudsher de volgende beschermde diersoorten voor die beschermd zijn in de Wet natuurbescherming. Zie ook Bijlage A van de Wnb: boommarter, bunzing, das, egel, eekhoorn, haas, konijn, ree, vos. NB. GEM Crailo B.V.
verbood aan de SNLG om zelf een bezoek te brengen aan dit terrein. Gewacht moest maar worden op de “Opendag van Crailo” van 25 september 2021. Deze datum lag na na de datum van 6 (7) juli 2021, waarop door de drie gemeenteraden het bestemmingsplan is vastgesteld. Op 25 september 2021 trof ik als bioloog met eerdere ervaring in Oud Valkeveen – zoals ik had verwacht- zes dassenpiijpen/ burchten aan in het op 25 september opengestelde terreingedeelte in Crailo. Dit was ten noorden van het Gebed zonder End bij de grondwallen rond de schietbanen Zo ook vond ik twaalf dassenwissels (vaste looproutes). Hiertoe behoorden ook wissels onder de hekken door naar het zuidelijk ervan gelegen Gebed zonder End. Zo ook zag ik ontelbare wroetsporen van de Das. Pas na de besluitvormende fase , na 6 en 7 juli 2021, werd door de SNLG en de Stichting Dassenwerkgroep Utrecht &`t Gooi (SDWUG) bekend , hoe belangrijk dit plangebied is voor de Das, die haar hoofdburcht heeft op het terrein van de Watertoren Laren. De hoofdburcht ligt op circa 300 meter afstand van het plangebied. NB. De “ecologen van TAUW” hebben deze burchten, wissels en wroetsporen nooit herkend en hebben hun waarnemingen op camera van de Das toegeschreven aan “een enkel zwervend exemplaar”, “dat door een gat in het hek was binnengekomen”. Geen enkel onderzoek heeft TAUW onder leiding van Maurice Tijm en Tim van
4
Leeuwen uitgevoerd naar het voorkomen en het territorium, het “habitat” van de das in en buiten het plangebied Crailo. Door nadere onderzoeken in de periode november 2021- februari 2022 door SDWUG werd de verwachting bevestigd van de SNLG, dat het plangebied Crailo in haar geheel behoort tot het territorium van de dassenclan bij de Watertoren van Laren. Zie de samenvatting van het rapport van de SDWUG van 2 april 2022 in onderstaand kader De tekst van dit essay wordt voortgezet op de volgende pagina. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De Das (Meles meles) en het bestemmingsplan Buurtschap Crailo, Toetsing aan de Wet natuurbescherming, Rapportcode: Crailo-20220331’. Auteur: Stichting Dassenwerkgroep Utrecht & ’t Gooi Datum van uitgifte 2 april 2022 Uitgever: Stichting Dassenwerkgroep Utrecht & ’t Gooi Plaats van uitgifte: Maartensdijk Website van de stichting: www.dassenwerkgroeputrecht.nl E-mailadres van het stichtingsbestuur: info@dassenwerkgroeputrecht.nl Samenvatting conclusies 1. 2. 3.
4. 5.
6.
7. 8.
Op circa 300 meter van het gebied van het bestemmingsplan Buurtschap Crailo is al jarenlang een florerende hoofdburcht van een dassenclan (kleine, lokale en territoriale dassenpopulatie) aanwezig. Binnen het plangebied zijn met zekerheid twee bijburchten aanwezig van deze clan, en met grote waarschijnlijkheid nog drie bijburchten. Waarnemingen van sporen tonen aan dat het gehele plangebied bestaat uit foerageergebied voor de clan, waarvan een aanzienlijk oppervlak uiterst waardevol is door met name de aanwezigheid van begroeiing met eikenbomen. [tekst is vet gedrukt door SNLG] Waarnemingen van sporen tonen aan dat binnen het gehele plangebied verspreid migratiegebieden liggen. Het plangebied kent in verhouding tot zijn omgeving een bijzonder lage kans op verontrusting van de clanleden door mensen en honden, aanvallen van clanleden door honden en aanrijdingen van clanleden door autoverkeer. Daardoor is het foerageer-, migratie- en rustgebied binnen het plangebied extra waardevol ten opzichte van dergelijke gebiedsfuncties rond het plangebied. Nadat het bestemmingsplan is uitgevoerd mogen de volgende nadelige effecten van dat plan worden verwacht voor de clan: a. Afname van de oppervlakte van het foerageergebied, rustgebied en migratiegebied door bebouwing, inclusief de afrastering van tuinen. b. Vernietiging of beschadiging van burchten. c.
Sterke afname van de waarde van het foerageergebied op plekken waar eikenbos of eikenbomen worden gekapt voor de aanleg van kruidenrijk grasland en vochtige heide. [tekst is vetgedrukt door SNLG] d. Sterke toename van de kans op aanrijding van clanleden door autoverkeer. e. Sterke toename van de kans op sterfte of verwonding van clanleden door aanvallen van loslopende honden. f. Sterke toename van de kans op herhaalde verontrusting van clanleden op en nabij burchten, tijdens het foerageren en tijdens verplaatsingen door het terrein. Door deze effecten kan de functionaliteit van de hoofdburcht en de bijburchten zodanig verslechteren dat de burchten volledig buiten gebruik raken en de clan zal verdwijnen. Op grond van een uitspraak van 7 juli 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 1 moet worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming in de weg staat aan de uitvoering van het plan, ongeacht de mate waarin de hiervoor genoemde effecten zullen optreden.
5
ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1457
Vervolg tekst van Bestemmingsplan Buurtschap Crailo-2021, een terugblik door SNLG Floristisch is het plangebied niet soortenrijk. Belangrijk zijn de bosschages en bosstroken met eiken en de ondoordringbare Bremvegetatie. In de planvoorbereiding werden de bossen en bosschages “het kapitaal van Crailo” genoemd. De aanwezige natuur zou “ leidend zijn” voor de bebouwing van dit nieuwe stedelijk gebied. Het gebied was vanaf haar militaire bestemming door hekwerk ontoegankelijk voor bezoekers. Dat is ook zo gebleven na het vertrek van defensie tot op heden. Het terrein was door Defensie een grote verzameling geworden van “onvoorstelbare hoeveelheden schroot, oude leidingen, metaal, puin, beton, asbest en ammunitie” en werd gekenmerkt door enkele tientallen “hotspots” bodemverontreinigingen. die plaatselijk zijn gesaneerd. Op 23 september 2022 op de zitting van de ABRvS verklaarde GEM Crailo B.V. dat er nog een van de 15 “hotspots” zou moeten worden gesaneerd. Het Ministerie van Defensie staat algemeen bekend als een organisatie die haar terreinen als vuilstort heeft behandeld. Alles werd onder de grond gestopt en toegedekt. Grote delen van het terrein, 25 % zijn tot op heden bestraat, versteend. Wat zich eronder bevindt, is onbekend.
Zie NRC donderdag 5 januari 2023, REPORTAGE BODEMVERVUILING Bij defensie diende de bodem decennialang als afvalbak, door redacteur Karlijn Kuipers, pagina 6 en 7, in het nieuws: ,, op een oud defensieterrein in Bussum in `t Gooi zitten olie, zink en andere zware metalen in de grond.”
Het artikel geeft de situatie scherp weer. citaat: << Batterijen, accu’s en asbestplaten Net als bij Mill zijn er verspreid over het land tientallen terreinen waar defensie viezigheid in de bodem heeft achtergelaten. In het Gelderse dorp Alverna (gemeente Wijchen) hebben militairen van de jaren 60 tot de jaren 80 batterijen, accu’s en asbestplaten begraven, waardoor de bodem zwaar vervuild is. Ook het grondwater raakte sterk verontreinigd met nikkel, cadmium en zink, afkomstig van de batterijen en het accuzuur. Op een oud defensie-terrein in Bussum in ’t Gooi zitten olie, zink en andere zware metalen in de grond. In Tilburg en het Drentse dorp Anloo moest de bodem gesaneerd worden vanwege vervuiling die defensie jaren ervoor had achtergelaten. Ook in het Oost-Brabantse Boekel werden bodem en grondwater ernstig vervuild met diesel en de kankerverwekkende stof vinylchloride, en moest de boel gesaneerd worden. Met ongeveer 35.000 hectare (een vijfde van de provincie Utrecht) staat Defensie in de top-10 van Nederlandse grootgrondbezitters. Veel van die terreinen zijn in de afgelopen decennia zwaar verontreinigd doordat afval in de grond werd begraven. Zo makkelijk als het afval tientallen jaren geleden in de bodem werd achtergelaten, zo ingewikkeld is het nu om het er weer uit te halen.
Sinds het jaar 2000 gaven overheden zeker 80 miljoen euro uit om bodemverontreiniging op defensieterreinen te saneren. Toch zijn veel terreinen nog altijd flink verontreinigd. En de kosten blijven oplopen. „Het was heel lang gebruikelijk om afval te begraven”, zegt advocaat en bijzonder hoogleraar milieurecht Gerrit van der Veen. „In de jaren 60 bracht de overheid een folder uit over omgang met afval. Daarop stonden drie plaatjes: op het eerste stond een berg afval en een shovel, op het tweede was er een gat in de grond gegraven, en op het derde plaatje had de shovel het afval in het gat geschoven. ‘Klaar!’, stond er. Dat is typerend voor hoe er toen over werd gedacht.” Ook bij defensie diende de bodem als afvalbak: accu’s, oude verf, olie, oplosmiddelen en oude asbestplaten werden in de grond begraven. Het is nu, decennia later, lastig om precies te weten wat er destijds in de bodem is achtergelaten, zegt Tim Grotenhuis, milieutechnoloog aan de Wageningen Universiteit. „Als iemand accu’s begraaft doen ze er geen kaartje bij van: ‘Hier zitten ze’”. Het probleem is dat bodemverontreiniging van plek tot plek kan verschillen. „Als water verontreinigd raakt, verdunt het en is de stof in het hele water te vinden. Dat is bij bodem niet zo. Het kan dat je een goed bodemonderzoek doet en toch mist dat er accu’s in de grond zitten.”[…]
Dankzij de afgeslotenheid en ontoegankelijkheid van het defensieterrein voor mensen vonden ree, das, bunzing, boommarter en eekhoorn en ook de gewone dwergvleermuis een ‘refugium’, een schuilplaats in dit
6
gebied. Dezelfde rust- en schuilgelegenheid werd door de vele bosschages van eik en zwarte den geboden aan bosvogels, zoals vier soorten spechten en roofvogels havik, buizerd. De omringende natuurterreinen van GNR bestaan uit schrale, grove dennenbossen en heide op droge zandgrond (te weten de Bussumerheide en Westerheide, die samen de centrale heide vormen van het Gooi. Eiken komen in de omgeving van het defensieterrein sporadisch voor, onder meer in de houtsingels aan weerszijden van de Nieuwe Crailose Weg (het Gebed zonder End, een zandweg uit 1840 van ca. 3 kilometer lengte). Binnen het plangebied, het omheinde defensieterrein, komen daarentegen eiken dominant voor. De jaarlijks geproduceerde massa eikels in het plangebied zelf vormen een belangrijke voedselbron voor de Das (Meles meles), zie het hierboven genoemde rapport van 2 april 2022 en de samenvatting van de SDWUG. De aanwezigheid van de Das in het plangebied zelf werd tot en met de zitting van de Raad van State op 23 september 2022 weggepraat door TAUW en de Gemeenschappelijke Exploitatie Maatschappij (GEM Crailo B.V.) en hun advocaat mr. Binnerts.
Het zelfde gebeurde ter zitting van de Hoor- en adviescommissie van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 8 december 2023 in het kader van het door SNLG ingediende bezwaarschrift van 4 oktober 2022 tegen een afgegeven Ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 23 augustus 2022. Over de procedure bij de ABRvS wordt hier het volgende aan toegevoegd, vooruitlopende op paragraaf 6. GEM Crailo B.V. heeft met de hulp van ARCADIS en TAUW de gehele planvoorbereiding georganiseerd tot en met de Vaststellingsbesluiten van de raden van de drie gemeenten op 6 juli 2021 (Hilversum), resp. 7 juli 2021 (Laren en Gooise Meren). De raden en de colleges van B&W hadden hun verantwoordelijkheid voor de planvoorbereiding uit handen gegeven aan deze privaatrechtelijke onderneming. Dat is zo gebleven tot en met heden. De SNLG heeft een beroepschrift tegen de vaststellingsbesluiten ingediend op 20 (21) september 2021. Van de aanvankelijke vier appellanten (naast de SNLG waren dit NN uit Bussum van de Anne Franklaan, de VOF Bussum in verband met hun KPN gebouw, en de familie NN van de Roodborstlaan in Bussum). GEM Crailo B.V. wist de VOF Bussum ertoe te brengen haar beroep in te trekken door afspraken te maken voor de toekomst. De familie NN heeft zich een dag voor de zitting teruggetrokken om onbekend gebleven redenen.
NN en SNLG bleven als appellanten over. Raden en colleges waren overigens zelf volop afwezig bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna ABRvS) bij de behandeling van het beroepen van SNLG en van NN op 23 september 2022. Over de parallelle procedure bij de Hoor- en adviescommissie van de Provincie Noord-Holland wordt hier het volgende toegevoegd, vooruitlopende op paragraaf 7 GEM Crailo B.V. was eveneens aanwezig bij de behandeling door de Hoor- en adviescommissie van de Provincie Noord-Holland op 8 december 2022 van een bezwaarschrift van de SNLG van 4 oktober 2022 tegen een ontheffingsbesluit inzake de Wet natuurbescherming (Wnb) van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 23 augustus 2022. In deze afzonderlijke procedure ging het om de door GS verleende Ontheffing van 23 augustus 2022 van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.
Toestemming was in dit primaire besluit van 23 augustus door Gedeputeerde Staten verleend om onder meer alle “voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de Gewone dwergvleermuis” (beschermd onder artikel 3.5., lid 4, Wnb) “te beschadigen of te vernielen”, en alle “vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de beschermde diersoorten boommarter, bunzing, das en eekhoorn (beschermd onder artikel 3.10, lid 1, sub b Wnb) “opzettelijk te mogen beschadigen en te vernielen” “ten behoeve van de herontwikkeling van het voormalige defensieterrein Crailo tot een woonwijk aan Amersfoortsestraatweg 103 te Gooise Meren, Hilversum en Laren.” De ABRvS kwam op 1 februari 2023 tot een uitspraak, waarbij NN en ook de SNLG “ontvankelijk zijn verklaard in hun beroepen”, en waarbij de beroepen ongegrond zijn verklaard (uitspraak van 1 februari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:425). De analyse hiervan is opgenomen in paragraaf 6.
7
Op 6 februari 2023 kwam Gedeputeerde Staten van Noord-Holland tot een beslissing op bezwaar onder kenmerk 1912709/1966184. Daarbij werd SNLG ontvankelijk verklaard in het bezwaar van 4 oktober 2022 en werd het bezwaar ongegrond verklaard, maar werd tevens de bestreden beslissing van 23 augustus 2022 met kenmerk OD.373818 “aangevuld, maar niet herroepen”.
De analyse hiervan is opgenomen in paragraaf 7. 4.
De onderzoeken door SNLG naar de kwetsbaarheid van de omringende centrale heidegebieden, Natuur Netwerk Nederland (NNN) voor toenemende verstedelijking
Wie de problemen van toenemende verstedelijking in het Gooi vanaf de vijftiger jaren van de 20ste eeuw heeft gevolgd kan op twee vingers natellen, dat die problemen met de komst van een nieuwe stad zich direct vertalen in de NNN-gebieden en op de Natuurbrug Laarderhoogt. In de dertien brieven aan de raden en in de veertien brieven aan de ABRvS is verslag gedaan van alle factoren waarmee in de besluitvorming van de raden ten onrechte geen rekening is gehouden. Niet- door -de -GEM Crailo B.V.- waar – te- maken uitgangspunten werden door de SNLG ontzenuwd. Illusies van de GEM Crailo B.V. en TAUW e.a. werden aan de kaak gesteld:
(1) de vestiging van zogenaamde nieuwe natuur in de vorm van [zoals door GEM Crailo B.V. met een reclameterm aangeduid] ”the big five van Crailo “ [rode eekhoorn, gekraagde roodstaart, gevlekte witsnuitlibel, levendbarende hagedis, en bruin blauwtje], en (2) de toegezegde , zogenaamde, hervestiging van reeds lang in Nederland /het Gooi uitgestorven of verdwenen plantensoorten, en (3) de belofte van het respecteren van het “kapitaal van Crailo”, dat wil zeggen het intact laten van aanwezige landschapselementen, houtsingels, houtbestanden, bomen, de bossen en bosschages, in de stukken van GEM Crailo B.V. ook aangeduid met de term: “de groene mantel” ,
Tegenover deze loze beloften van de GEM Crailo B.V. onder politieke verantwoordelijkheid van de raden, heeft de SNLG het volgende gedaan: (1) Duidelijk werd gemaakt in opeenvolgende brieven aan de raden en vervolgens, in beroep, aan de ABRvS, dat het plangebied zich niet leent voor de beloofde natuur.
(2) Aangetoond werd dat de in de stukken van TAUW en andere adviesbureaus verzwegen diersoorten, de sinds decennia aanwezige werkelijke big five van Crailo [boommarter, bunzing, das, ree, eekhoorn, met deze diersoorten als voorbeeld] het onderspit zouden delven. (3) Gewezen werd op de overmatige stikstofdepositie uit de atmosfeer, die de Kritische Depositie Waarden (KDW’s) van de door GEM Crailo B.V. verzonnen nieuw vestiging van plantensoorten en vegetaties [natte heide, later in de rapporten vervangen door “ kruidenrijke heischrale graslanden” niet te verwachten waren. (4) Onderzocht was welke saneringssituatie in Crailo niet opgelost was, getuige een deskundigenrapport van de GEM Crailo B.V., dat er over 40 hectare [= 400.000 m2] een halve meter van de bodem moest worden gesaneerd [=200.000 m3]. (5) Gewezen was door SNLG op de slechte financiële situatie van de drie gemeenten waardoor plannen tot duurzame woningbouw van dure materialen en kostbare ontwerpen etc. niet konden worden gerealiseerd.
8
(6) Onderzoek was verricht over de haalbaarheid van de gestelde norm 34 % sociale woningbouw, hetgeen door geraadpleegde corporaties in antwoord op vragen van de SNLG “als onwaarschijnlijk te realiseren” werd aangemerkt. (7) Het gevaar van onbeheersbare bosbranden juist in dit gebied is onderzocht en naar voren gebracht. (8) Het niet afstemmen van dit project met Rijkswaterstaat, beheerder van de A1, zoals in gesprek van SNLG met RWS bleek, en (9) het niet afstemmen van dit project met een aan de overzijde van de A1 te realiseren woningbouwplan door de gemeente Blaricum op het terrein van Tergooiziekenhuis Blaricum en alle gevolgen van dien voor de al overbelaste natuurgebieden en de kwetsbaarheid van de recente Natuurbrug Laarderhoogt. Hierover vond een confronterend gesprek plaats in het Ziekenhuis Tergooi Blaricum met de projectontwikkelaars uit Brabant. Zij bleken ook niets te weten van biologie en van landschapsecologie. (10) Aangetoond was door SNLG, dat dit bestemmingsplan geen oplossing biedt voor de circa 15.000 woningzoekenden in het Gooi, temeer omdat volgens directeur J. B. Nieuwenhuizen van GEM Crailo B.V. in een zogenoemd Webinar van 4 februari 2021 was meegedeeld, dat GEM Crailo B.V. niet ging selecteren wie er kwam te wonen, “iedereen was welkom”, “waar men ook vandaan kwam”.
Het verschil in financiële mogelijkheden en/of in de gezondheidssituatie van mensen werd daarmee gladgestreken. NB. Directeur Van Nieuwenhuizen zei er niet bij, dat in het Milieueffectrapport van 1 december 2020 van Arcadis reeds was opgenomen , dat er al gekozen was door GEM Crailo B.V,. voor het “Uitgebreide Model C”, waarbij expliciet niet meer het uitgangspunt gold van Model A, dat er gebouwd werd ook voor arme, en voor oude mensen en voor mensen met een geestelijk gebrek. Hij noemde het MER-rapport “een dik boek voor de liefhebber” en verklaarde er trots op te zijn, “dat wij, als GEM Crailo B.V. op eigen verzoek worden gecontroleerd door de Commissie voor de milieueffectrapportage. Wij worden gecontroleerd!”, riep hij. Toen op 16 maart 2021 vervolgens het Toetsingsadvies afkwam van de Commissie voor de Milieueffectrapportage met vier aanbevelingen aan de GEM Crailo B.V., zijn drie van deze adviezen in de wind geslagen. Aan de vier adviezen “moest “volgens de Commissie voor de milieu-effectrapportage voldaan zijn alvorens tot het aannemen door de drie raden van de Vastellingsovereenkomsten van het bestemmingsplan te komen. Daartoe hoorde onder meer het doen van nader onderzoek naar de dassenclan met zijn hoofdburcht op het terrein van de watertoren Laren en de gevolgen van de nieuw te bouwen stad voor deze clan, waarvan het territorium het gehele plangebied omvat.
Daar kwam GEM Crailo B.V. eerst aan toe in de procedure bij de ABRvS in februari en maart 2022. GEM Crailo B.V. was daartoe evenwel gedwongen door de opeenvolgende rapporten van SNLG, en vervolgens van de SDWUG van ir. A. Meijer.
NB. TAUW als partijadviseur van GEM Crailo B.V. kon in haar stukken en in de contacten met de SNLG niet verkroppen, dat hun ondeskundigheid op het gebied van de Das was aangetoond, en schakelde met GEM Crailo B.V. eerst in januari/ februari op de valreep een bedrijf in, dat wel dassensporen kon onderscheiden. Maar verzwegen werd, dat in een meeting op het Projectbureau Crailo op 1 maart 2022 èn de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord [OD NHN] èn de TAUW- onderzoekers èn de provincie Noord-Holland èn GEM Crailo B.V. om de tafel waren gaan zitten met dit onderzoeksbureau van A. Popelier, A.P. Natuuradvies en Begeleiding met als doel “een en ander op elkaar af te stemmen”, zoals uit de notulen van die vergadering van 1 maart 2022 bleek. Deze notulen waren door advocaat Binnerts op 30 maart 2022 als bijlagen naar de ABRvS gestuurd. Doel van die gemeenschappelijke vergadering was het voorbereiden van het verstrekken van een
9
Ontheffing van de Wnb door de OD NHN, waarbij alle partrijen dezelfde kant op dienden te kijken. Er mochten immers geen controverses overblijven, die aan het verstrekken van een door de GEM Crailo B.V. aan te vragen Ontheffingbesluit van GS van Noord-Holland ingevolge de Wnb in de weg zouden staan. NB. De Stichting Dassenwerkgroep Utrecht en het Gooi (SDWUG) weigerde aan dit spel van GEM Crailo B.V. en Tauw “van op elkaar afstemmen “ mee te doen, toen GEM senior Twan Seegers per e-mail aan ir. Meijer had laten weten gaarne te komen tot een gemeenschappelijk dasssenonderzoek door TAUW en de SDWUG. Daarbij zou volgens dhr. Seegers eveneens “e.e.a. op elkaar moeten worden afgestemd”. De SNLG en vervolgens de SDWUG werden in het hele traject elk, in alle opzichten, gedwarsboomd door de GEM Crailo B.V.om onafhankelijk onderzoek naar de Das in het plangebied te kunnen doen. Tijdens het enige gezamenlijke bezoek van TAUW en de SDWUG op 8 februari 2022 aan het noordelijk deel van het gebied, bleek de terreinbeheerder Fred Bransen ir. Meijer en diens collega bioloog mw. drs. Roestenberg hinderlijk te volgen om een halfuur korter dan afgesproken van de overigens krappe twee uren een einde te maken aan dat “bezoek”.
Tijdens dit gemeenschappelijk bezoek op 8 februari 2022 aan het noordelijk deel van het plangebied bleek de dassenonderzoeker van TAUW, Bram Rijksen, een naaste collega van Tim van Leeuwen en van projectleider Maurice Tijm geen wroetspoor van de das te kunnen onderscheiden en wroetsporen van de das toe te schrijven aan het ree. Hij had er kennelijk geen weet van het voedselgedrag van het ree ( geen grazer of bodemwroeter, maar knabbelaar aan twijgen e.d.) en stelde over de door ir.Meijer aan het gezelschap getoonde bodemwroetsporen van de das ten onrechte: ”dat doet een ree ook”. Over het voedselzoekgedrag van het ree is het volgende bekend: “Reeën maken met hun hoeven geen wroetsporen.
De ree is geen grazer zoals een hert, maar een 'knabbelaar': het dier eet bramen, bessen (Blauwe bosbes), twijgen, scheuten, knoppen en loten van struiken en bomen. Voorts ook van rozenstruiken en coniferen. En ook kruiden, grassen, bladeren, noten, paddenstoelen en landbouwgewassen als tulpen, granen en kropgewassen worden genuttigd. 's Zomers voedt het ree zich bovendien met jonge bladeren en in de herfst met eikels. Het ree is vrij selectief en eet enkel de meest voedzame delen van een plant. Tussen eten en herkauwen zit meestal zo'n één (in de zomer) tot twee uur (in de winter)”.
Fred Bransen, terreinbeheerder van de GEM Crailo B.V., maakte plotsklaps om 12.25 uur (en in strijd met de afspraak voor een twee uur toegestaan onderzoek vanaf 11.00 uur tot 13.00 uur) een einde aan dit bezoek en onderzoek door ir. Meijer door om 12.25 uur mede te delen, dat zij nu het terrein moesten verlaten, “omdat hij, Bransen, elders een andere afspraak had”. Bransen gaf onderweg overigens storend negatief commentaar aan de SDWUG, ”omdat hij het de SDWUG kwalijk bleef nemen dat de SDWUG eerder zonder toestemming het terrein had bezocht.” Dit was overigens al geaccepteerd door GEM Crailo B.V. bij de uitnodiging van GEM Crailo B.V. aan de SDWUG en dhr. ir. Meijer om het terrein gezamenlijk met TAUW uiteindelijk op dinsdag 8 februari 2022 te kunnen bezoeken. Op 8 februari 2022 liet dhr. ir. Meijer aan de aanwezigen van TAUW en GEM Crailo B.V. en de ODNHN de hem bekende, voor TAUW etc. kennelijk tot dan toe onbekende, dassenburcht bij de Adelaarstraat zien, die en maand eerder op 9 januari 2022 door dhr. Meijer zelf was aangetroffen in aanwezigheid van de biologen A. Bijlard en P. Bogaers. Ir. Meijer vond daar op 9 januari ook een dassenhaar. Het betrof een reeds lang in gebruik zijnde dassenpijp. Op 8 februari daaropvolgend bij het gemeenschappelijk bezoek trof hij daar bij die burcht verse dassenprenten (pootsporen) aan. Op dezelfde dag heeft GEM Crailo B. V.
in overleg met TAUW (projectleider Maurice Tijm) bij die burcht een camera laten plaatsen. Later maakte Tim van Leeuwen in zijn Notitie van 30 maart 2022 (Cameraonderzoek aanwezigheid das Crailo terrein) op pagina 2 ervan, “ dat op 8 februari aldaar “verse graafsporen” waren aangetroffen, als of het om een recent uitgegraven burchtpijp ging”, citaat: “Op dinsdag 8 februari 2022 zijn bij de pijp met verse graafsporen (holte 3, cam.75) en bij de saneringssituatie in het zuiden van het plangebied (cam.75) ook camera’s geplaatst. De genoemde holtes en bijbehorende nummers zijn opgenomen in figuur 2.”
10
A. Popelier knoopte bij de fictieve “verse graaf” sporen” aan bij de burcht, die op de meeting van 1 maart 2022 op het Projectbureau Crailo was aangeduid als “nieuwe bijburcht, pagina 2 van het gespreksverslag van M. Tijm). Popelier schrijft in zijn rapport van 23 maart 2022 op pagina 6 onderaan in paragraaf 7 over het onderzoek met 19 camera’s: “(…) de meeste waarnemingen betreffen een foeragerende das op het Kazernekwartier, één opname is gemaakt bij een ‘vers gegraven’ hol op het Oefenterrein Crailo. (…)”.
In die korte tijd van samen het gebied doorkruisen was al gebleken dat TAUW zelf (Bram Rijksen) niet in staat was wroetplekken van de Das te onderscheiden. Dat zouden volgens hem wroetplekken van reeën zijn. Echter Ree wroet niet, maar knaagt aan twijgen. Dat nam niet weg, dat dankzij beide stichtingen- ongeacht de uitspraak van de ABRvS van 1 februari 2023 - GEM Crailo B.V. niet meer in de gelegenheid is om te doen wat zij wil in dit plangebied - na 1 februari 2023 . Hierover nader meer. In paragraaf 6 is een analyse opgenomen van de wijze waarop de ABRvS tot haar afwijzende uitspraak van 1 februari 2023 , ECLI:NL:RVS:2023:425 is gekomen. In paragraaf 7 volgt een analyse van de behandeling van deze zaak door de Hoor- en Adviescommissie van de Provincie Noord-Holland op 8 december 2022 en de beslissing op bezwaar van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 6 februari 2023 onder kenmerk 1912709/1966184 inzake Ontheffing art.3.5 en art.3.10, lid 1, sub b Wet natuurbescherming Alvorens deze uitspraak en de beslissing op bezwaar te ontleden wordt in paragaaf 5 nader ingegaan op de sedert 1969 door de Vogelwerkgroep het Gooi e.o. gedane broedvogelonderzoeken en de reeds decennia lang ernstige achteruitgang van aantallen broedparen en achteruitgang in verscheidenheid aan vogelsoorten in de aan het defensieterrein Crailo grenzende natuurgebieden van GNR.
Hierdoor wordt duidelijk welke verliezen de natuur in het Gooi in dit gebied, de centrale heide van het Gooi, al heeft geleden vanaf de vijftiger jaren van de 20ste eeuw. Ook komen in paragraaf 5 de verplichtingen aan de orde, die Nederland heeft ingevolge het Internationaal (VN) Verdrag inzake de biologische diversiteit [het Verdrag van Rio de Janeiro uit 1992], waar Nederland als verdragspartij aan gebonden is. Dit biedt een context om de onjuistheid van de beoordeling door de Raad van State en van Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland te kunnen doorgronden. 5.
Nader broedvogelonderzoek door de VWG sedert 1969 en de daarin aangetoonde ernstige verslechtering van het milieu in de aangrenzende centrale heide van het Gooi bij het defensieterrein Crailo
Alvorens in te gaan op de wijze van behandeling en motivering door de Raad van State inzake het bestemmingsplan buurtschap Crailo-2021, resp. de besluitvorming door de OD NHN en Gedeputeerde Staten van Noord-Holland wordt in deze paragraaf teruggegrepen naar de resultaten van broedvogelonderzoek door de Vogelwerkgroep het Gooi en omstreken (hierna: VWG). Alle rapporten van de VWG zijn terug te vinden op https://vwggooi.nl/index.php/rapporten Web328 rijen · Daaronder staat de lijst rapporten die door de VWG zijn uitgebracht sinds 1969. Elk rapport is te lezen door op een PDF symbooltje te klikken. Nummer. Auteur(s) Titel. … 5.1 Eén van de eerste rapporten van de inmiddels in 2023 uitgegroeide lijst van 314 rapporten, die zijn uitgebracht sedert 1969, is rapport 009: De avifauna van Bussum, VWG, een brochure uit 1970 over de broedvogeltelling in Bussum in 1969 van 12 pp. door R. Hoving, mw. J. A. van Rossum en L. F. Rijnja. Pagina 3 e.v. behandelt de Avifauna van het Gooi, Achteruitgang in het Gooi
11
Citaat: ,,In slechts enkele jaren verdwenen enkele tientallen soorten, in het bijzonder bos- en heidevogels. De stand van de heidevogels moet als hopeloos worden beschouwd. Een gevolg van de onverantwoorde wijze waarop de natuur in het Gooi wordt beheerd. In het Gooi kan alles… […] Wil men iets van de typische flora en fauna van het Gooi behouden, dan zal men het begrip “natuurreservaat” reëel moeten hanteren en daar naar handelen. Al te kwetsbare gedeelten zullen moeten worden afgesloten voor bepaalde vormen van recreatie. “Openheid” ook in deze gebieden kan mogelijk blijven door middel van natuurpaden en toegang door middel van gidsen. Het Gooi staat aan het graf van de laatste wulpen – nog één paar- korhoenders – nog tien paar - en boomleeuweriken – nog vijf paar-. Willekeurig is de opsomming van de volgende soorten, die het Gooi als broedgebied hebben verlaten; roodborsttapuit, paapje, houtsnip, nachtzwaluw, havik, steenuil en ijsvogel. Er ontstaat een duidelijke soortenverarming. […] De achteruitgang van zangvogels als gekraagde roodstaart en braamsluiper moet worden gezocht ion een andere slordigheid…het te royale gebruik van bestrijdingsmiddelen. […]”
In dit verslag zijn op pagina 7 en 8 negenenvijftig soorten broedvogels genoteerd, totaal 10.962 paren, waaronder onder nummer 16 kuifleeuwerik met 2 en 1 paren in de wijken 3 (= de Ooster- en Wester Eng en het Waterleidingbos) en 6 (= de nieuwe wijken), totaal 3 paren. Over de kuifleeuwerik en de Westerhei (bedoeld wordt, gezien de beschrijving van de ligging bij de Randweg in Bussum ook de Bussumerheide) wordt opgemerkt op pagina 6: ,, Betreurd wordt het drukke beloop van de Westerhei. Op dat aan de Randweg grenzende gebied broedden tot voor kort nog enkele paren kuifleeuweriken en boompiepers (…) De kuifleeuwerik één van de laatste typische vertegenwoordigers van de Gooise hei, zal vermoedelijk in enkele jaren ook als broedvogel uit Bussum verdwenen zijn (..) te drukke heideveldjes.”
Dit rapport uit 1969 bevat twee lijsten. Naast de lijst met 59 soorten broedvogels is er een lijst van 151 soorten, die vanaf het jaar 1963 als broed- en trekvogels in Bussum zijn waargenomen. Het aantal van 63 paar broedende ringmussen in Bussum onder nr. 23 en een aantal van 6999 paar huismussen (nr. 22) zullen nu niet meer mogelijk zijn. De ringmus is zo goed als verdwenen. NB. Vele in 1969 waargenomen – toen reeds schaarse- broedvogels zijn nu niet meer aanwezig. In dit kader voert het te ver daar nader op in te gaan. Ook is duidelijk, dat door grote inspanningen van de VWG verschillende bedreigde vogelsoorten tot nu toe zijn behouden als broedvogel waaronder de ijsvogel (IJsvogelwerkgroep van J. Harder) e.a. 5.2 In februari 1973 verscheen rapport nr. 019: Avifaunistische gegevens van enkele Gooise Heideterreinen onder redactie van D. A. Jonkers en J. Klein met vermeldingen over de Bussumerheide (p.8), Westerheide I (p.9) en Westerheide II (p.10) In de Inleiding op pagina 1 wordt opgemerkt: ,, De heidevelden zijn het zorgenkind van de Gooise natuurbeschermers. Hoewel zij dit reeds sinds jaren door middel van ingezonden brieven, rapporten etc. onder de aandacht hebben gebracht, is de precaire situatie van de Gooise heidevelden tot nu toe weinig veranderd. De incidentele maatregelen, die zijn genomen, zetten geen zoden aan de dijk, omdat men én de kool én de geit wil sparen.
Zo verslechtert van jaar tot jaar de positie van flora en fauna op de heide. Teneinde met feiten de huidige situatie weer te geven heeft de Vogelwerkgroep het Gooi e.o. het initiatief genomen enkele heidevelden of delen hiervan in 1972 op het voorkomen van aantallen en soorten broedvogels te inventariseren. geïnventariseerd. De balans is triest.
12
Indien wij voor de heide karakteristieke vogels wensen te behouden, dienen onverwijld ingrijpende maatregelen te worden getroffen.”
Op pagina 10, paragraaf Westerheide (II) 1972, komt de inventarisator, mej. C. M. Th. I. Rosier, aan het woord: “Ligging en terreinbeschrijving Voor de inventarisatie van dit gebied werd dat deel van de Westerheide onderzocht, dat aansluit op het eerder beschreven deel Westerheide ( I ) . De telgrenzen werden gevormd door de Westerheideweg vanaf Sint Janskerkhof tot de Watertoren van Laren, het fietspad van voornoemde weg tot het Gebed zonder Eind, deze weg tot het zandpad +/- 500 meter ten noordoosten van de vogelrustplaats en van hieruit genoemd pad tot het restaurant Le Postiljon La Provence [in 2023, La Place], Het terrein ligt in de gemeenten Laren en Hilversum. De oppervlakte bedraagt ca. 80 ha. Een zeer groot deel van het terrein is in gebruik voor militaire oefeningen, waarvan de intensiteit zeer hoog ligt. In verband hiermede vindt recreatie hier vrijwel uitsluitend plaats tijdens de weekeinden. Merkwaardigerwijs komen juist hier de Korhoenders voor en schijnen er zelfs te broeden. Het zuidwestelijke deel is voornamelijk begroeid met heide, waarop enkele vliegdennenbosjes voorkomen. Een hakhoutwal (begroeid met eiken., PB) bevindt zich langs het Gebed zonder Eind.
De rest – in hoofdzaak gevormd dor het militair oefenterrein – bezit enkele plaatsen met heide en opslag van berk heeft hier en daar nog plekken met hoge heide, doch is voor het overgrote deel begroeid met vliegdennen zonder enige begroeiing op de ondergrond. Overal bevinden zich zandige plekken, die zijn ontstaan door rijdende militaire voertuigen, het graven van schuttersputjes etc. Broedvogels: Soort Aantal paren Groene specht 1 Veldleeuwerik 1 Heggemus 1 Merel 3 Gekraagde roodstaart 3 Roodborst 1 Fitis 1 Koolmees 4 Pimpelmees 1 Kuifmees 2 Ekster 2 Vlaamse gaai 2”
Onder verdere waarnemingen vermeldt zij 24 soorten: blauwe reiger, wilde eend, buizerd, torenvalk, korhoen (7 ex.), patrijs, fazant, kievit, wulp, houtduif, gierzwaluw, grote bonte specht, kuifleeuwerik, boerenzwaluw, boompieper, graspieper, grasmus, goudhaan, vink, keep, huismus, ringmus, spreeuw, zwarte kraai. Mw. Rosier merkt over de Korhoender op:
“Naar het voorkomen van KORHOENDERS werd geen onderzoek gedaan; slechts waargenomen getallen werden genoteerd. Bij het eventueel wegvallen van de militaire bestemming verdient het aanbeveling om het gebied af te sluiten in het belang van de Korhoenders.”
NB. Zie over de betekenis van dit rapport uit 1973 voor de huidige situatie in 2023 paragraaf 5.5.1 op pagina 14 5.3 In het verlengde van rapportnummer 019 volgde rapport VWG 050. Broedvogels van de Gooise heidevelden onder redactie van R. G. Moolenbeek, J. Harder en A. P. Vermeule, uitgave van de VWG 1985: “Verslag van broedvogelinventarisaties uitgevoerd door leden van de VWG in de periode 1969-1982”. In de Inleiding wordt - door mij samengevat - opgemerkt: Tot in de vijftiger jaren kwamen Korhoender en Wulp in redelijke aantallen voor. Minder algemene soorten konden worden aangetroffen op de meeste heidevelden zoals Geelgors, Boomleeuwerik, Veldleeuwerik, Boompieper en Patrijs. In de zestiger jaren werden deze broedende soorten steeds schaarser. De achteruitgang heeft zich voortgezet in de zeventiger jaren door oprukkende bebouwing en bebossing.
13
5.4 In deze paragraaf over de rapporten van de VWG over de omringende heidegebieden van het plangebied Buurtschap Crailo wordt als laatst bekende rapport uit deze reeks het rapport VWG 253 van 12 december 2016 besproken. Rapportnummer VWG 253, 12 december 2016 onder redactie van Juun de Boer en Rien Rense, 42 pp.: Broedvogels van de Wester- en Bussumerheide in 2016. Citaat: <<4.2 Vergelijking met eerdere inventarisaties van broedvogels en ontwikkelingen Samen met Zuiderheide en Laarder Wasmeer beslaat het geïnventariseerde gebied een grote oppervlakte tussen Hilversum, Laren en Bussum. Het is dan ook niet verbazend dat er in dit gebied in de eerste helft van de vorige eeuw en in sommige gevallen tot na de Tweede Wereldoorlog, soorten voorkwamen die voor veel mensen verbonden zijn met de “grote stille heide”: wulp, patrijs, paapje, kuifleeuwerik, geelgors en natuurlijk het “uithangbord” van de Gooische heide, het korhoen. Al deze soorten zijn in de afgelopen decennia als broedvogel verdwenen. Ook de fazant is dit jaar niet meer waargenomen. Er zijn ook soorten zoals boomvalk en tapuit, die nog wel regelmatig worden gezien maar niet meer broeden. […] 4.3 De ‘heidesoorten’ SOVON biedt de mogelijkheid om territoriakaarten voor ecologische soortgroepen te maken. Dat is gedaan voor vijf ‘heidesoorten’ : roodborsttapuit, veldleeuwerik, boomleeuwerik, graspieper en boompieper.
Zie Figuur 9: De territoria voor vijf heidesoorten Figuur 9 . Wat opvalt is dat: • Roodborsttapuit en boompieper verspreid over het gehele heidegebied voorkomen • De verspreiding van veldleeuwerik, boomleeuwerik en graspieper is beperkt tot het omrasterde, rustige gebied. […] 4.4 Overige waargenomen vogelsoorten Bij het onderzoek zijn twaalf soorten wel waargenomen, maar voor deze soorten is geen territorium vastgesteld. Deze soorten staan in Tabel 3 Waargenomen vogelsoorten maar geen broedgeval. Aantal waarnemingen zijn weergegeven in drie kolommen: “Niet-broedgevallen In gebied/ Buiten gebied/ Niet bruikbaar: Nijlgans 1/-/ 0; Torenvalk 7/-/ 1; Boomvalk 2/-/ 0; Slechtvalk 1/-/ 0; Kleine Plevier 1/-/ 0; Watersnip 1/-/ 1; Turkse Tortel -/1/ 0; Bosuil -/1/ 0; Tapuit 3/-/ 3; Kauw 2/-/ 2; Keep 2/-/ 1; Sijs 5/-/ 4;” Bij de uitleg van tabel 3 staat vermeld: “Bij de hierboven in de tabel opgenomen waarnemingen gaat het om de tijdens de bezoeken van de deelgebieden waargenomen overige vogelsoorten. Daarnaast zijn er uiteraard in de betreffende periode van maart tot juli ook andere waarnemingen buiten het kader van deze inventarisatie gedaan.
Het gaat daarbij om de volgende soorten (zonder die al in de inventarisatie zijn genoemd): raaf, rietgors, matkop, beflijster, tapuit, wespendief, purperreiger, zwarte ooievaar, paap, nijlgans, grauwe vliegenvanger, grote gele kwikstaart, kleine barmsijs, sijs, keep, witgat, bokje, kleine plevier, regenwulp, wespendief en boomvalk (Bron: Waarneming.nl). De lijst onderstreept maar weer eens de waarde van deze “groene long” in onze regio. In veel gevallen zal het om doortrekkers zijn gegaan maar bijv. ten aanzien van de grauwe vliegenvanger is natuurlijk niet uit te sluiten dat het om een broedgeval ging”.
Zie verder 5.5.2 op p.17 over de betekenis van dit rapport uit 2016 voor de huidige situatie in 2023
5.5 Slot 5.5.1 De betekenis van het rapport van 1973 voor de huidige situatie in 2023 In paragraaf 5.2 is het rapport uit 1973 (VWG 019) behandeld. Dat rapport is mede interessant, omdat mw. Rosier zo verbaasd was over juist het voorkomen van het Korhoen in het militaire oefenterrein, dat intensief door defensie werd gebruikt en dat alleen in de weekenden open was voor bezoekers. NB 1. Hier echter doet zich precies de situatie voor van het volledig door militair hekwerk omheinde plangebied Buurtschap Crailo, dat juist door de hier gewaarborgde rust en de afwezigheid van recreatie en beloop door honden en mensen zo’n belangrijk refugium tot op heden is (geweest) voor ree, das, vos, boommarter,
14
bunzing, eekhoorn, gewone dwergvleermuis, en bosvogels zoals buizerd, havik, vier soorten spechten, bosuil e.a. Al deze bossoorten worden ernstig getroffen door de bouw van de toekomstige stadswijk. NB 2. Hiervoor heeft het Milieueffectrapport van ARCADIS van 1 december 2020 ernstig gewaarschuwd. Alle bosdieren zijn bij elk mogelijk stadsmodel (A, B, C, hoe ook genaamd) hiervan de dupe. NB 3: De aanbeveling van het rapport 1973 om het militair oefenterrein af te sluiten voor mensen is niet opgevolgd. NB 4: Het Milieueffectrapport van december 2020 heeft geen enkel effect gehad. Niet het landschap, de natuur is leidend, maar zoals ook in de openbare stukken van GEM Crailo B. V. aan de raden staat: “de exploitatie is leidend.” NB 5: De hierboven in paragraaf 5.2 door mij vetgedrukt en onderstreept weergegeven vogelsoorten zijn sinds 1973 massaal uit het Gooi en uit dit heidegebied verdreven. NB 6: Met andere woorden: de verplichting voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Nederlandse staat, en daarmee de raden van Gooise Meren, Hilversum en Laren om gevolg te geven aan het VN Verdrag van Rio de Janeiro uit 1992, het Internationale verdrag tot behoud van de biologische diversiteit is niet nagekomen.
De preambule, de considerans van dit Verdrag is onlosmakelijk verbonden met de daarop volgende artikelen. Het is allemaal van nul en generlei waarde gebleken bij het GEM Crailo B. V. en de overheden << Preambule De Verdragsluitende Partijen, Zich bewust van de intrinsieke waarde van de biologische diversiteit en van de waarde van de biologische diversiteit en de bestanddelen daarvan in ecologisch, genetisch, sociaal, economisch, wetenschappelijk, educatief, cultureel, recreatief en esthetisch opzicht, Zich tevens bewust van het belang van de biologische diversiteit voor de evolutie en het behoud van de systemen die de biosfeer in stand houden, Bevestigende dat het behoud van de biologische diversiteit een gemeenschappelijke zorg voor de mensheid vormt, Opnieuw bevestigende dat Staten soevereine rechten hebben met betrekking tot hun biologische rijkdommen, Tevens opnieuw bevestigende dat Staten verantwoordelijk zijn voor het behoud van hun biologische diversiteit en voor het duurzame gebruik van hun biologische rijkdommen, Bezorgd over het feit dat de biologische diversiteit aanmerkelijk achteruitgaat door bepaalde menselijke activiteiten, Zich bewust van de in het algemeen tekortschietende informatie en kennis aangaande de biologische diversiteit en van de dringende behoefte aan de ontwikkeling van wetenschappelijke, technische en institutionele mogelijkheden waarmee het
fundamentele inzicht kan worden verworven dat nodig is om passende maatregelen te kunnen plannen en uitvoeren, Vaststellende dat het van het hoogste belang is de oorzaken van de aanmerkelijke achteruitgang of verlies van de biologische diversiteit te voorzien, te voorkomen en aan te pakken bij de bron, Tevens vaststellende dat wanneer er een aanmerkelijke achteruitgang of verlies van de biologische diversiteit dreigt, het ontbreken van volledige wetenschappelijke zekerheid niet mag dienen als grond voor uitstel van maatregelen ter voorkoming of beperking van die dreiging,
15
Voorts vaststellende dat het voornaamste vereiste voor het behoud van de biologische diversiteit bestaat in het behoud in situ van ecosystemen en natuurlijke habitats, alsmede in de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving, Eveneens vaststellende dat maatregelen ex situ, bij voorkeur in het land van oorsprong, ook van groot belang zijn, Erkennende dat veel autochtone en plaatselijke gemeenschappen van oudsher hoogst afhankelijk zijn van biologische rijkdommen, waarop hun tradities zijn gebaseerd, en dat het wenselijk is de voordelen van de toepassing van traditionele kennis, vernieuwingen en gebruiken betreffende het behoud van de biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan, eerlijk te delen, Tevens erkennende de vitale rol die vrouwen spelen in het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, en bevestigende de noodzaak van de volledige deelneming van vrouwen op alle niveaus van de beleidsvorming en -uitvoering ter zake van het behoud van de biologische diversiteit, Onderstrepende het belang en de noodzaak van het bevorderen van internationale, regionale en mondiale samenwerking tussen Staten en intergouvernementele organisaties en de niet-gouvernementele sector met het oog op het behoud van de biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan,