20250201+Armoedebeleid+-+rapport+website
Tekst van het document
ze niet noodzakelijk zijn.
sen gemeenten, maakt de ondersteuning ondoorzichtig en werkt niet-gebruik in de hand. Deze regelingen zijn blauw en doorgestreept in figuur 3.1. Het is eenvoudiger, overzichtelijker en doelmatiger om mensen rond het sociaal minimum simpelweg geld te geven om hun inkomen aan te vullen. Deze toelage kan zowel landelijk als lokaal ingevuld worden (zie hoofdstuk 3.3).
34 Instituut voor Publieke Economie
Figuur 3.2: Maak vijf geharmoniseerde lokale regelingen
Individueel maatwerk
Individuele bijzondere bijstand
Witgoedregeling
Lokale verschillen
Woonkostentoeslag
Kwijtschelding lokale belastingen
Vervoersregeling
Bron: IPE-analyse
3.1 Maak vijf geharmoniseerde lokale regelingen
inkomen of een onverwachte verhuizing. Ook deze kan beter expliciet worden aangeboden, zodat de bekendheid van de re-
Individueel maatwerk
gelingen wordt vergroot en er eenvoudiger
De individuele bijzondere bijstand is het
tussen gemeenten geharmoniseerd kan
ultieme maatwerkloket voor gemeenten.
worden.
Wanneer we gemeenten ontlasten door het aantal regelingen te verminderen, hebben ze meer ruimte om via de bijzondere bijstand maatwerk te leveren. Voor de bijzondere bijstand is specifieke individuele informatie nodig, waardoor dit een duidelijk voorbeeld is van een regeling die gemeentelijk uitgevoerd moet worden. t
Lokale verschillen Houd de kwijtschelding van lokale belastingen voorlopig lokaal. Gemeenten mogen bij inwoners met een laag inkomen de gemeentelijke belastingen kwijtschelden (bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing of de rioolheffing). u De hoogte van deze belas-
Gemeentelijke verschillen in de bijzon-
tingen – en daarmee de kwijtschelding –
dere bijstand moeten worden vermin-
verschilt per gemeente. Gemeenten lopen
derd. Bijvoorbeeld door regelingen binnen
er wel tegenaan dat de voorwaarden voor
de bijzondere bijstand te expliciteren. Zo
het kwijtschelden van lokale belastingen
bieden sommige gemeenten een witgoed-
anders zijn dan de voorwaarden voor rege-
regeling aan bij grote uitgaven zoals een
lingen uit de Participatiewet.
wasmachine of ijskast. Bij andere gemeen-
Het zou helpen als de kwijtschel-
ten is zulke steun niet expliciet, ook al bie-
ding van lokale belastingen wordt versim-
den ze die mogelijk wel aan binnen de indi-
peld door aan te sluiten bij de vermogens-
viduele
eisen die gelden in de Participatiewet,
bijzondere
bijstand.
Hetzelfde
geldt voor de woonkostenregeling. Dit is een tijdelijke vergoeding van een deel van de huur of hypotheek bij het wegvallen van
t
Sommige gemeenten vergoeden ook bewindvoering uit de individuele bijzondere bijstand, dit hoort hier eigenlijk niet thuis en zouden gemeenten anders moeten financieren. u
Dit kan ook voor de waterschapsbelastingen.
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 35
zoals voor de bijstand. v Dan komen meer mensen in aanmerking voor de kwijtschelding. w Dit heeft mogelijk ook positieve gevolgen voor het verwachte recht op andere
3.2 Maak zes gemeentelijke regelingen landelijk Kinderopvang
lokale regelingen, wat het gebruik hiervan
Er zijn vier gemeentelijke regelingen voor
kan verhogen. De Tweede Kamer riep re-
de kosten van kinderopvang. De meeste
cent ook al op tot het uniformeren van de
ouders van kinderen die naar de opvang
vermogensgrenzen. 93
gaan, krijgen van de Rijksoverheid kinder-
Harmoniseer de vervoersregelingen. Net als de lokale belastingen, verschillen ook de lokale vervoerskosten per gemeente. x Daardoor zijn ook deze regelingen moeilijker te vervangen door een landelijke regeling, maar gemeenten kunnen wel betere afspraken maken over hoe de hoogte van deze regeling bepaald wordt en wie ervoor in aanmerking komt.
opvangtoeslag. Sommige ouders maken geen gebruik van kinderopvang omdat ze geen kinderopvangtoeslag kunnen krijgen of omdat opvang zelfs met deze toeslag te duur is. Deze ouders hebben vaker kinderen waarvoor het juist heel goed zou zijn om wél naar de kinderopvang te gaan. Kinderopvang draagt bij aan hun ontwikkeling, bevordert kansengelijkheid en voorkomt maatschappelijke problemen zoals criminaliteit. 94 Daarom hebben alle onderzochte gemeenten vier verschillende regelingen om deze ouders en kinderen te helpen (figuur 3.4).
Figuur 3.3: Maak zes gemeentelijke regelingen landelijk
Kinderen
Kinderopvang regeling
Laptopregeling
Bijzondere omstandigheden
Studietoeslag
Collectieve zorgverzekering
Meerkosten- Individuele regeling inkomens toeslag
Bron: IPE-analyse
v
Dit geldt ook voor de waterschapsbelastingen.
w
De vermogensgrens bepaalt hoeveel spaargeld of bezittingen iemand maximaal mag hebben om in aanmerking te komen voor een regeling. Als deze grens hoger wordt, betekent dit dat mensen met meer spaargeld of bezittingen ook recht zullen krijgen op de regeling.
x
Vervoersregelingen hoeven niet beperkt te zijn tot het openbaar vervoer.
36 Instituut voor Publieke Economie
Figuur 3.4: Vier gemeentelijke regelingen voor kinderen
Eigen bijdrage
Gemeenteopvang
SMI
Voorschoolse educatie
Gemeenten mogen voor scholieren, studenten en mensen in traject naar werk de eigen betaling vergoeden
Gemeenten moeten een deel van de kosten voor kinderopvang vergoeden voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar van ouders die niet werken of studeren
Gemeenten moeten een ruimer deel van de kosten van kinderopvang vergoeden als er sprake is van een sociale of medische situatie
Gemeenten moeten voorschoolse educatie aanbieden voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar die risico lopen op een (taal)achterstand
Bron: IPE-analyse
Neem deze gemeentelijke kinderop-
ook als deze digitaal zijn. Toch is de laptop
vangregelingen zoveel mogelijk op in de
in de praktijk vaak niet gratis.
landelijke kinderopvangtoeslag. De inter-
Om ouders met een laag inkomen
actie tussen de huidige lokale en landelijke
tegemoet te komen, heeft bijna elke ge-
regelingen vergroot de complexiteit voor
meente een laptopregeling. Volgens een
ouders en gemeenten. De Rijksoverheid is
onderzoek van BCC uit 2019 hebben alleen
bezig met het herzien van de kinderop-
de gemeenten Brummen en Den Helder
vangtoeslag. Door deze te verbreden en te
een dergelijke regeling niet. 96 De oplossing
versimpelen hoeven gemeenten van de
is om scholen laptops ter beschikking te
vier regelingen in figuur 3.4 alleen nog
laten stellen aan hun leerlingen. Net als de
voorschoolse educatie aan te bieden. Dit
schoolboeken en net zoals de meeste
vermindert het aantal regelingen en in-
werknemers een laptop krijgen als die voor
stanties waar ouders mee te maken heb-
hun werk nodig is.
ben én zorgt dat kwetsbare kinderen beter kunnen worden ondersteund. 95
Laptopregeling Maak laptops onderdeel van het gratis lesmateriaal. Middelbare scholen geven alle leerlingen de schoolboeken die ze nodig hebben. Hiervoor krijgen ze geld van de overheid. Een laptop of tablet hoort hier
Een nadeel van het opnemen van een laptop in het gratis lesmateriaal is dat dit een ongerichte en daarmee dure maatregel is, omdat alle kinderen een gratis laptop zouden ontvangen. Als alternatief zou een landelijke laptopregeling voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen uitkomst kunnen bieden, zoals ook de Commissie Sociaal Minimum bepleitte. 97
niet bij, maar scholen waar leerlingen deze nodig hebben zijn wettelijk gezien wel verplicht om deze apparaten gratis aan leerlingen ter beschikking te stellen. Scholen moeten er namelijk voor zorgen dat alle leerlingen kunnen meedoen met de lessen,
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 37
Nader bekeken > Kinderopvangregelingen kunnen eenvoudigder… …door de landelijke vergoeding van de eigen bijdrage uit te breiden De meeste ouders hebben recht op kinderopvangtoeslag, een landelijke regeling. Bij de laagste inkomens wordt 96 procent van de kosten vergoed. Het kabinet wil dit op termijn uitbreiden tot alle inkomens. De vergoeding is gemaximeerd op 10,71 euro per uur. Het eventuele verschil moeten ouders zelf betalen. Gemeenten mogen voor scholieren, studenten en mensen in een traject naar werk de 4 procent eigen betaling (0,43 cent per uur voor kinderopvang in 2025) vergoeden, maar niet het verschil tussen het maximale tarief en de werkelijke uurprijs. Omdat het kabinet de maximale uurprijs niet volledig laat meestijgen met de kosten, worden de eigen betalingen steeds groter. Dit kan voor mensen met een laag inkomen voor problemen zorgen. De interactie tussen regelingen zorgt voor complexiteit voor ouders, maar ook voor gemeenten zelf. Zo moeten zij voorschoolse educatie aanbieden voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar die risico lopen op een (taal)achterstand. Het is voor gemeenten fijn als de ouders die daar recht op hebben de kinderopvangtoeslag aanvragen, want dan kan de gemeente dat geld hier ook voor benutten. Alleen in dat geval mogen gemeenten de eigen bijdrage van ouders niet meer compenseren.
Gemeenten kunnen de voorschoolse educatie ook gratis maken, om te voorkomen dat de eigen bijdrage ouders ontmoedigt. Maar dan mogen de ouders geen kinderopvangtoeslag meer aanvragen. Dit is voor gemeenten dus relatief erg duur. De oplossing is om voor de groep die nu 96% vergoed krijgt alle kosten te vergoeden: dus de 4% eigen betaling en het verschil tussen de werkelijke en de maximale uurprijs. Dit maakt de regeling een stuk eenvoudiger. Ook wordt het dan makkelijker om de regeling landelijk te maken, waardoor ouders met minder verschillende loketten te maken hebben. …en door de arbeidseis af te schaffen De ouder(s) van een kind moet(en) werken om in aanmerking te komen voor de kinderopvangtoeslag. Dit is de zogeheten arbeidseis. Voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar van ouders die niet voldoen aan de arbeidseis moeten gemeenten een deel van de kosten vergoeden. De vergoeding neemt toe als er sprake is van een sociale of medische probleemsituatie. Verder moeten gemeenten dus voorschoolse educatie aanbieden. Deze vorm van opvang moet aan strengere eisen voldoen dan reguliere peuteropvang. Door de arbeidseis af te schaffen is er veel minder nodig vanuit gemeenten. Ze hoeven dan alleen nog te zorgen voor de voorschoolse educatie. Het afschaffen van de arbeidseis heeft als bijkomend voordeel dat het ons toeslagenstelsel versimpelt en dat kwetsbare kinderen beter worden ondersteund.
De extra kosten hiervan kunnen worden betaald door mensen met een hoog inkomen iets meer te laten bijdragen. Dit betogen wij ook in onze policy paper Herzie
arbeidseis kinderopvangtoeslag. 98
38 Instituut voor Publieke Economie
Studietoeslag
onderwijsinstelling kunnen een ander be-
De studietoeslagregeling kan beter landelijk door DUO worden uitgevoerd. Studenten die vanwege een medische beperking niet kunnen bijverdienen, kunnen bij
drag krijgen omdat ze in een andere gemeente wonen.
Collectieve zorgverzekering
hun gemeente een studietoeslag aanvra-
De gemeentepolis is niet altijd een goede
gen. y In 2018 concludeerde de inspectie
deal. 18 van de 21 door ons onderzochte
Sociale Zaken en Werkgelegenheid al dat
gemeenten bieden samen met een verze-
de studietoeslag beter centraal door DUO
keraar een zorgverzekering aan voor men-
uitgevoerd kan worden.
sen met een laag inkomen en betalen een
De studietoeslag is een vreemde eend in de bijt van de Participatiewet. De regeling is ondergebracht bij het armoedebeleid van de gemeente (als onderdeel van de Partcipatiewet), maar mensen die nog onderwijs volgen, vallen niet onder de bijstand en zijn daardoor voor gemeenten minder goed in beeld. DUO is beter in staat om de doelgroep van de regeling te bereiken dan gemeenten. Ook voorkomt centrale uitvoering onwenselijke verschillen als gevolg van gemeentelijke beleidsvrijheid. Ten slotte kan het aanvragen eenvoudiger worden omdat deze studenten toch al contact hebben met DUO.
deel van de premie, waarbij vaak ook het eigen risico wordt meeverzekerd. Gemeentepolissen zijn door de aanvullende dekking meestal relatief dure verzekeringen. En omdat gemeenten individueel onderhandelen met een zorgverzekeraar, krijgen ze niet altijd een goede deal en loopt de dekking sterk uiteen. 100 Sommige mensen zijn beter af met een zorgverzekering die ze zelf uitzoeken, maar lopen dan de bijdrage van hun gemeenten aan de premie mis. Als iemand dan toch voor de gemeentepolis kiest, kan dit betekenen dat er gemeentegeld bedoeld voor de ondersteuning van inwoners indirect naar zorgverzekeraars vloeit.
Sinds 2018 zijn er wel verbeteringen geweest, maar is het probleem niet opgelost. Er is een verplicht minimumbedrag ingevoerd om de verschillen tussen gemeenten te verkleinen en het gebruik van de regeling is gestegen van 1.400 personen in 2017 naar 9.000 in 2023.
99
Het is alleen
onduidelijk welk deel van de mensen die recht hebben op de studietoeslag hem ook krijgen en ook de verschillen in bedragen
Dit kan betekenen dat er gemeentegeld voor inwoners indirect naar zorgverzekeraars vloeit
zijn moeilijk uitlegbaar. Twee studenten met
dezelfde
beperking
op dezelfde
y Gemeenten zijn verplicht om deze regeling aan te bieden en er is landelijk een minimumbedrag vastgesteld. Gemeenten mogen wel een hoger bedrag kiezen. Omdat de studietoeslag bijverdiensten moet vervangen, hangt de (minimale) hoogte af van de leeftijd, net zoals bij het minimumjeugdloon. Voor studenten van 21 jaar en ouder was eind 2024 de minimum studietoeslag 359,57 euro per maand.
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 39
Als een speciale zorgverzekering voor
onderzochte gemeenten hebben geen
mensen met een laag inkomen toch wen-
meerkostenregeling en bij de acht ge-
selijk wordt gevonden, kan deze het beste
meenten die dit wel hebben kan de ver-
landelijk worden aangeboden. Het Rijk kan
goeding oplopen tot bijna 1.100 euro per
waarschijnlijk een betere deal sluiten dan
jaar. Deze moeilijk uitlegbare lokale ver-
een
Bijkomend
schillen kunnen worden verminderd, door
voordeel is dat lokale verschillen worden
de Rijksoverheid een tegemoetkoming
voorkomen en dat Rijk de verzekering ook
voor deze groep te laten verstrekken. z
individuele
gemeente.
beter onder de aandacht kan brengen.
Individuele inkomenstoeslag Meerkostenregeling
De individuele inkomenstoeslag (IIT)
Centraliseer de meerkostenregeling op-
pakt nu oneerlijk uit. In alle gemeenten
nieuw. De Rijksoverheid bezuinigde in 2014
kunnen huishoudens die al langere tijd
op de hulp voor chronisch zieken en ge-
moeten rondkomen van een laag inkomen
handicapten door de Wet tegemoetko-
en weinig tot geen uitzicht hebben op ver-
ming chronisch zieken en gehandicapten
betering een IIT krijgen.
(Wtcg) en de Compensatie eigen risico
Gemeenten mogen zelf bepalen
(Cer) af te schaffen. Het belangrijkste ar-
hoe hoog de IIT is. Daardoor is de IIT bij-
gument was dat de vergoedingen te onge-
voorbeeld lager in gemeenten waar relatief
richt waren. Om te voorkomen dat hierdoor
veel mensen in de bijstand zitten. 101 Ge-
mensen in de knel komen, krijgen gemeen-
meenten mogen ook bepalen waar ze ver-
ten een budget voor een meerkostenrege-
der de hoogte van de IIT van af laten han-
ling. Gemeenten zouden de doelgroep op
gen; denk aan de samenstelling van het
een meer gerichte manier kunnen com-
huishouden of de leeftijd van eventuele
penseren. Het is alleen de vraag in hoe-
kinderen. aa
verre dit lukt. Dertien van de door ons Figuur 3.5: Individuele inkomenstoeslag (IIT) Hoogte en inkomensgrenzen IIT voor een paar met twee kinderen van 8 en 13 jaar zonder vermogen, in 72 gemeenten.
Inkomensgrens
140%
€499
130%
Tijd dat iemand een laag inkomen moet hebben voor de IIT wordt betaald 2 Jaar 3 Jaar 5 Jaar
120% 110% 100% 90% €400
€500
€600
€700
€800
€900
€1.000
€1.100
Hoogte IIT per jaar
Bron: FNV en IPE-analyse
z
Met de landelijke uitvoering van de meerkostenregeling kan ook de vrijstelling van de afvalstoffenheffing voor medisch afval komen te vervallen.
aa Doordat gemeenten relatief veel beleidsvrijheid hebben bij de IIT, is dit een belangrijke knop waar zij aan kunnen draaien om hun inwoners te ondersteunen, bijvoorbeeld om hoge lokale lasten te compenseren.
40 Instituut voor Publieke Economie
Ook mogen gemeenten zelf bepalen tot welk inkomen iemand in aanmerking komt voor de IIT en hoe lang diegene al onder deze inkomensgrens moet zitten. Figuur 3.5 laat de verschillen zien voor 72 gemeenten onderzocht door FNV in 2024. bb Deze verschillen zijn niet goed te verdedigen. Daarnaast weet slechts de helft van de mensen die er recht op hebben de IIT te vinden. 102, 103 Beide problemen kunnen worden opgelost door de IIT te vervangen door één uniforme landelijke regeling.
3.3 Voeg participatieregelingen samen tot één minimaregeling Veel gemeenten kunnen hun minimabeleid flink versimpelen door alle regelingen voor kinderen en volwassenparticipatie samen te voegen in één minimatoelage. Iedere gemeente heeft zijn eigen combinatie aan varianten op deze regelingen. Het gaat om 14 formele regelingen die gemeenten kunnen afschaffen. Denk aan een gratis speeltuinabonnement, een kledingpakket voor kinderen, een goedkoop zomerzwemabonnement voor volwasse-
Harmoniseer de IIT en voer deze landelijk
nen en gratis lidmaatschap van de open-
uit. De Rijksoverheid beschikt over vol-
bare bibliotheek, maar ook aan tegoeden
doende gegevens om de IIT uit te voeren.
die mensen mogen besteden bij geselec-
Zij heeft inzicht in het (historische) inko-
teerde winkels. Daarnaast zijn er zeven in-
men van huishoudens en kan het dus vast-
formele regelingen waaraan een aantal ge-
stellen of iemand al langere tijd moet rond-
meenten vermoedelijk een bijdrage leve-
komen van een laag inkomen. Of iemand
ren. Deze bijdrages kunnen zij stoppen. Op
weinig tot geen uitzicht heeft op extra in-
basis van ons theoretisch kader is het ef-
komen is moelijker te bepalen. Dit zouden
fectiever om huishoudens in plaats hiervan
de gemeenten voor het Rijk kunnen blijven
geld te geven. De informele regelingen
toetsen, maar in de praktijk is voor veel ge-
kunnen eventueel natuurlijk filantropisch
meenten het feit dat iemand al langere tijd
voortbestaan.
een laag inkomen heeft vaak voldoende. Door dit criterium los te laten, kan het Rijk deze regeling volledig zelfstandig uitvoeren.
Iedere gemeente heeft zijn eigen combinatie aan varianten op participatieregelingen
bb
Tabel 2.2 in het rapport van FNV (2024)
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 41
Door de regelingen samen te voegen
Gemeenten zouden deze toelage wel
wordt het stelsel overzichtelijker, wor-
zorgvuldig moeten vormgeven, omdat
den mensen effectiever geholpen en
gemeenten niet “algemeen” het inkomen
slinken de onwenselijke verschillen tus-
van hun inwoners mogen vergroten. Zoals
sen gemeenten. De meest effectieve in-
besproken in hoofdstuk 1.1 is het onder-
komensondersteuning is gebundelde on-
scheid tussen wat wel en niet onder inko-
dersteuning in de vorm van vrij besteed-
menspolitiek
baar geld. Regelingen in de vorm van geld
zwart/wit. Daarom zou het helpen als de
zijn relatief makkelijk samen te voegen.
Rijksoverheid het makkelijker maakt voor
Daarnaast heeft geld geven vier voordelen:
gemeenten om geld te geven. Hier gaan we
het vergroot de vrijheid
in hoofdstuk 4 verder op in.
104
van mensen, er
rust minder stigma op
105
, het geld wordt
effectiever uitgegeven
106
en de uitvoe-
ringskosten zijn lager. 107 Bundeling in één brede regeling maakt het daarnaast mogelijk om de toelage geleidelijk te laten afnemen naarmate het huishoudinkomen stijgt. Dit voorkomt dat mensen in een armoedeval belanden (zie hoofdstuk 1.3).
wordt
verstaan
niet
Het zou nog beter zijn als het Rijk een minimatoelage overbodig maakt. De toelage kan worden verlaagd door het minimumloon en de bijstand te verhogen. Ook kan het Rijk de noodzaak tot gemeentelijke kindregelingen verminderen via de kinderbijslag. Helemaal overbodig kan de minimatoelage worden door een hervorming
Deze brede minimatoelage kan zowel
van het toeslagenstelsel. Het Instituut voor
landelijk als gemeentelijk worden uitge-
Publieke Economie heeft in zijn rapport Het
voerd. De hoogte kan worden bepaald op basis van de Nibud-begrotingen die ook
einde van de toeslagen een voorstel gedaan voor één inkomensonafhankelijke
door de Commissie Sociaal Minimum zijn
huishoudtoelage. 108, dd Bij het vaststellen
gebruikt. Wanneer het Rijk deze toelage
van de hoogte van deze toelage kan reke-
uitvoert kan zij worden samengevoegd met
ning worden gehouden met behoeften
de IIT.
waarin de huidige gemeentelijke kindrege-
cc
Een nadeel is dat lokale verschillen
dan niet kunnen worden meegenomen.
lingen en participatieregelingen voorzien.
Wanneer gemeenten deze toelage uitvoeren, zouden juist de kwijtschelding van de lokale lasten en de vervoerskostenregeling (zie hoofdstuk 3.1) erin kunnen worden opgenomen. Deze aanpak zou sterk lijken op het Maatschappelijk Meedoen Budget dat de gemeente Wageningen op 1 januari 2025 introduceerde.
cc
Eventueel kan de IIT verder worden vereenvoudigd door de wachttijd (referteperiode) af te schaffen en iedereen met een laag inkomen vanaf het begin toegang te geven.
dd
Zie hoofdstuk 5. De effecten van de op- en afbouw van de huidige regelingen verwerken wij in de tariefschijven van de inkomensbelasting.
42 Instituut voor Publieke Economie
3.4 Beperk de overige regelingen zoveel mogelijk Er blijven dan 11 regelingen over uit ons onderzoek, die door slechts één tot drie gemeenten aangeboden worden. Eenvoud pleit voor het afschaffen van deze regelingen, maar voor een inhoudelijke beoordeling is nader onderzoek nodig.
Over de eigen bijdrage voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) zouden we een rapport op zich kunnen schrijven. Gemeenten helpen mensen via de Wmo om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen. Op dit moment bestaat het politieke voornemen om de eigen
bijdrage
voor
de
Wmo
inkomensafhankelijk te maken. Gemeenten
Sommige van deze regelingen kunnen
kunnen dan stoppen met het vergoeden
landelijk worden gemaakt, als er politiek
van een deel van deze eigen bijdrage. In dit
draagvlak voor zou zijn.
rapport maken wij verder geen analyse van
Compensatie voor de kosten voor huis-
de wenselijkheid hiervan. Tot slot zijn er nog kleine informele rege-
dieren. Een vergoeding om vrijwilligerswerk of
lingen, waar gemeenten minder invloed
mantelzorg te stimuleren of een ‘maat-
op hebben omdat ze worden betaald
schappelijk actief’-bonus.
vanuit vermogensfondsen en/of dona-
ee
Het verstrekken van een gratis ID-kaart. Scholingsvouchers in het kader van het bevorderen van de arbeidsparticipatie. Bij andere regelingen zijn de lokale ver-
ties. Financiële steun voor weeskinderen. Een weekendschool voor kinderen om hun horizon te verbreden.
schillen of de behoefte aan maatwerk
Speciale kinderrestaurants waar kin-
begrijpelijk en is gemeentelijke invulling
deren een maaltijd helpen koken en zelf
daarmee verklaarbaar. Maar in die geval-
mogen opeten.
len dringt de vraag zich op of het wenselijk is dat slechts een paar gemeenten zo’n regeling hebben.
Ten slotte moeten gemeenten ruimte houden om hun inwoners te adviseren. Hulp vanuit gemeenten hoeft natuurlijk niet
Compensatie voor de kosten van ener-
altijd te komen in de vorm van geld of spul-
giebesparende maatregelen (inclusief
len. Wij hebben drie regelingen gevonden
woningisolatie).
waarbij gemeenten gratis advies geven,
Een regeling voor rechtshulp vanuit de bijzondere bijstand.
bijvoorbeeld op het gebied van woonkosten, energiebesparing of ondernemen. Het is het soort individuele aandacht dat een gemeente wel kan geven en het Rijk niet.
ee
Omdat deze vergoeding in sommige gemeenten afhankelijk is van het inkomen, hebben wij deze opgenomen in ons overzicht.
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 43
44 Instituut voor Publieke Economie
4
Overkoepelende verbeteringen
Voor een betere taakverdeling tussen gemeenten en Rijk is duidelijkheid nodig over wie wat doet. Daarbij kunnen drie dingen helpen: 1) maak geld geven makkelijker voor gemeenten; 2) stel expliciete kaders op voor minimaregelingen; 3) richt een kenniscentrum op voor gemeentelijk minimabeleid. In dit hoofdstuk werken wij deze overkoepelende verbeteringen verder uit. Vooropstaat dat de noodzaak tot ge-
Gemeenten kunnen proberen deze nade-
meentelijke regelingen verminderd kan
len te beperken, maar komen daardoor
worden door de bestaanszekerheid via
steeds dieper in het grijze gebied tussen
landelijk beleid te verhogen. Dit zou ge-
ongeoorloofd inkomensbeleid en geoor-
daan kunnen worden met een verhoging
loofde armoedebestrijding (zie hoofdstuk
van het minimumloon en de bijstand, zoals
1.1).
ook geadviseerd door de Commissie Sociaal Minimum. 109 Dit zou de noodzaak tot gemeentelijke ondersteuning verminderen, waardoor er meer ruimte ontstaat om het huidige complexe stelsel te versimpelen. Op dit moment lijkt deze route echter niet politiek haalbaar.
Het Rijk kan het gemeenten makkelijker maken om vrij besteedbaar geld te geven. Zolang gemeenten grote groepen inwoners moeten ondersteunen bij noodzakelijke voorzieningen (eten, kleren, schoolspullen), moeten zij zich niet in allerlei bochten hoeven wringen. 110 Het Rijk kan het gemeenten makkelijker maken door expli-
4.1 Maak geld geven makkelijker voor gemeenten Gemeenten mogen het algemene inkomen van inwoners niet verhogen. Mede daarom ondersteunen ze hen met tegoeden of in natura, of vullen ze de individuele bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag (IIT) ruimhartig in. Al deze methodes hebben belangrijke nadelen. Bij ondersteuning in natura kunnen inwoners
ciet toe te staan om vrij besteedbaar geld te geven. Zo hoeven gemeenten niet meer te raden wat wel en niet wordt gedoogd. 111 Dit kan worden bewerkstelligd met een aanpassing van de Gemeentewet, of bijvoorbeeld met een verruiming van de IIT in de Participatiewet of de toevoeging van een minimatoeslag, zoals bij de energietoeslag die onderdeel was van de categoriale bijzondere bijstand.
niet zelf bepalen waar ze hun geld aan uitgeven. Alle gaten vullen met de individuele bijzondere bijstand vraagt veel uitvoeringscapaciteit van een gemeente. En de IIT bereikt alleen mensen die langdurig een laag inkomen hebben.
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 45
Er moeten ook goede afspraken worden
Wanneer gemeenten hun regelingen au-
gemaakt over de belasting. Als gemeen-
tomatisch mogen toekennen, kan het
ten op vaste momenten geld geven aan
niet-gebruik worden verminderd. Steeds
een inwoner wordt dit in principe vanuit
meer gemeenten nemen contact op met
het Rijk belast. Er is een uitzondering mo-
inwoners waarvan ze vermoeden dat ze
gelijk als het geld bedoeld is voor bepaalde
recht hebben op een gemeentelijke rege-
noodzakelijke kosten. De manier waarop
ling, maar deze nog niet gebruiken. ff,114 Dit
een gemeente haar minimaregeling inricht,
lukt vooral bij mensen die in de bijstand
bepaalt of deze wordt belast en invloed
zitten. Andere mensen met een laag inko-
heeft op de toeslagen.
men zijn vaak niet in beeld. Het is voor ge-
112
De Tweede Kamer vroeg de staats-
meenten moeilijk om deze inwoners in
secretaris van Sociale Zaken en Werkgele-
kaart te brengen, omdat ze niet altijd gege-
genheid (SZW) om uit te zoeken hoe ge-
vens mogen delen tussen verschillende af-
meenten hun inwoners kunnen helpen zon-
delingen en met uitvoeringsinstanties. Het
der dat deze inwoners hierover belasting
ministerie van SZW is bezig met een wet
hoeven te betalen of worden gekort op hun
om dit makkelijker te maken (proactieve
toeslagen. Zijn reactie kwam neer op het
dienstverlening). Wanneer gemeenten de
bovenstaande en dat gemeenten hier zelf
gegevens van inwoners hebben, mogen ze
verantwoordelijk voor zijn. 113 Dit leidt tot
bij sommige regelingen straks ook auto-
dezelfde grijze gebieden als we eerder in
matisch overgaan tot uitkering (ambts-
dit hoofdstuk bespraken. Een heldere af-
halve verstrekken). 115 Dit vermindert de ad-
spraak met de Belastingdienst met daarin
ministratieve last bij inwoners en vermin-
een aantal voorbeeldregelingen die so-
dert het niet-gebruik. 116 Helaas is dit niet bij
wieso niet worden belast zou enorm hel-
alle regelingen toegestaan, zoals de indivi-
pen.
duele inkomenstoeslag (IIT) voor mensen met een langdurig laag inkomen. 117 Het zou helpen om deze mogelijkheden te verbre-
De manier waarop een gemeente haar minima-
den, ook naar de minimatoelage. Waarbij de Rijksoverheid dit zelf kan doen als ze de IIT (en de minimatoelage) gaat uitvoeren. gg
regeling inricht, bepaalt of deze wordt belast
ff
Zie bijvoorbeeld dit initiatief van de gemeente Arnhem voor de individuele inkomenstoeslag.
gg Het Rijk zou automatisch kunnen kijken of iemand aanspraak kan maken op de IIT als diegene bijvoorbeeld zorgtoeslag ontvangt.
46 Instituut voor Publieke Economie
4.2 Stel expliciete kaders voor minimaregelingen De landelijke overheid kan gemeenten helpen door expliciet te maken welke inkomensafhankelijke regelingen gemeenten moeten en mogen aanbieden, en tegen welke voorwaarden. Dit sluit aan bij de gewenste duidelijkheid uit sectie 4.1 en kan door enerzijds een verplichtend overzicht te bieden van het soort regeling dat gemeenten minimaal moeten aanbieden, en anderzijds een beperkend overzicht van wat gemeenten daarbovenop nog mogen aanbieden. Daarnaast moeten er onder- en bovengrenzen gesteld worden aan bedragen en inkomenseisen. hh Het is nuttig om wettelijk vast te leggen wat wordt verstaan onder inkomensbeleid en wat onder ar-
Zulke kaders beperken de wildgroei aan regelingen en de verschillen tussen gemeenten. Binnen de kaders kan een gemeente haar eigen armoedebeleid voeren. Voor de toegestane regelingen moeten ook de effecten op bijvoorbeeld de belastingen en toeslagen helder aangegeven worden. Dit zorgt voor duidelijkheid bij zowel de landelijke als de lokale overheid als bij de inwoner. Die wordt dan immers niet meer geconfronteerd met onuitlegbare verschillen tussen gemeenten (zie figuur 1.7). Een vaste set aan regelingen biedt bovendien kansen om niet-gebruik tegen te gaan. Zo was het niet-gebruik van de energietoeslag – die veel landelijke aandacht kreeg – vele malen lager dan bij andere regelingen.
moedebestrijding, omdat die duidelijkheid nu ontbreekt (zie hoofdstuk 1.1). Momenteel werkt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een definitie die dit onderscheid moet verhelderen.
Binnen de gestelde kaders kan een gemeente dan haar eigen armoedebeleid voeren
hh
Zo stelt het Rijk nu al de minimale studietoeslag die gemeenten moeten uitkeren vast. Ook heeft de overheid de vermogensgrenzen die gehanteerd moeten worden vastgelegd. Indien het niet mogelijk is om kaders juridisch af te dwingen, kunnen richtlijnen worden meegegeven, net als bij de energietoeslag het geval was. Gemeenten mochten toen zelf de hoogte en de inkomensgrenzen van de toeslag bepalen, maar de overheid gaf als richtlijn een uitkering van 800 euro en een inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum mee.
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 47
4.3 Richt een landelijk kennis- en datacentrum voor gemeentelijk minimabeleid op Het ontbreekt aan landelijke monitoring. Met de decentralisatie van 2015 is de landelijke monitoring van minimabeleid verdwenen. De beleidsmaker bij de landelijke overheid heeft geen zicht op wat gemeenten aan inkomensondersteuning doen en hoe het samenspel is met landelijke regelingen. Dit ondermijnt de efficiëntie en de effectiviteit van het landelijke beleid.
Er is sprake van een ongecoördineerde lappendeken aan kennis- en adviesorganisaties met ieder een te kleine taakopdracht en een stukje van de benodigde landelijke kennis. Zo brengt het Nibud in de minima-effectrapportage op verzoek van een gemeente het minimabeleid in kaart voor verschillende typen huishoudens. KWIZ biedt vergelijkbare rapportages aan. Stimulansz heeft de tool BeleidLoont ontwikkeld, die lokale beleidsmakers helpt om wijzigingen in minimabeleid door te rekenen. Divosa biedt de benchmark Werk &
Ook het lokale beleid lijdt onder de afwe-
Inkomen aan, waarmee gemeenten kunnen
zigheid van landelijke monitoring, omdat
zien hoe zij ten opzichte van andere ge-
er geen centrale database of benchmark is
meenten presteren met hun beleid om-
waarop gemeenten hun beleid kunnen ba-
trent werk en inkomen. Ook de VNG be-
seren. Vaak hebben gemeenten wel een
schikt over diverse dashboards en rappor-
idee van wat er gebeurt aan inkomenson-
tages over het sociaal domein. ii Tot slot zijn
dersteuning in buurgemeenten, maar ver-
er gemeenten die zelf hun minimabeleid
der niet. Het ontbreekt daarnaast aan ken-
monitoren, bijvoorbeeld de Onderzoek &
nis over wat effectieve interventies zijn.
Statistiek-afdeling van de gemeente Amsterdam.
Er is sprake van een ongecoördineerde lappendeken aan kennis- en adviesorganisaties met een te kleine taakopdracht
ii
Zie bijvoorbeeld waarstaatjegemeente.nl
48 Instituut voor Publieke Economie
Door het delen van best practices, uit-
De Rijksoverheid moet daarom met ge-
komsten van experimenten en ervarin-
meenten een kennis- en datacentrum
gen kunnen gemeenten van elkaar leren
inrichten. Gemeentelijke regelingen wor-
en beleid effectiever vormgeven.
Dit
den doelmatiger en rechtvaardiger wan-
soort kennisdeling is in het bijzonder be-
neer gemeenten toegang hebben tot infor-
langrijk bij het tegengaan van het hoge
matie over de invulling van de minimarege-
niet-gebruik van minimaregelingen. Ook
lingen per gemeente, inclusief informatie
ontbreekt het gemeenten soms aan inzicht
over de toegang, gehanteerde grenzen en
in de kosten van hun inkomensondersteu-
het (niet-)gebruik en de effectiviteit van
ning, en de budgettaire effecten van be-
regelingen.
jj
leidswijzigingen. Als het onduidelijk is hoe-
Idealiter wordt per regeling in ie-
veel mensen van een regeling gebruikma-
dere gemeente in kaart gebracht wat de
ken, is het erg lastig om de kosten van een
waarde,
wijziging ervan te schatten. Er zijn welis-
gebruik, kosten en effectiviteit van een re-
waar tools op de markt die benchmarks
geling zijn (zie figuur 4.1). Het Kenniscen-
aanbieden en gemeenten hierbij helpen,
trum Integratie en Samenleving kan als
maar een eenvoudig toegankelijk overzicht
voorbeeld dienen. Dit kenniscentrum is ge-
voor alle gemeenten ontbreekt.
richt op de uitwisseling van zowel weten-
voorwaarden,
toegankelijkheid,
schappelijke inzichten als kennis uit de praktijk. Bij het oprichten van een dergelijk kenniscentrum kunnen de opgebouwde data, kennis en expertise worden aangewend van de eerder genoemde organisaties die nu actief zijn in het gemeentelijke domein.
Figuur 4.1: Maak een landelijk kennis- en datacentrum met informatie per gemeente
Invulling
Toegang
Gebruik
Effectiviteit
Wat krijgen mensen die de regeling gebruiken?
Waar moeten mensen aan voldoen en wat moeten ze ervoor doen?
Hoeveel mensen gebruiken de regeling (niet)?
Wat kost de regeling en wat is het effect op armoede en participatie?
Bron: IPE-analyse
Dit komt ook naar voren in het rapport Kennisversterking in het sociaal domein van de WRR. Gesprekspartners noemen daarin “een voor gemeenten bruikbare centrale database met effectieve interventies” als een manier om de lokale vak- en veldkennis te versterken (p. 12). jj
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 49
50 Instituut voor Publieke Economie
5 Conclusie Dit rapport belichtte de complexe realiteit van inkomensafhankelijke gemeentelijke regelingen in Nederland, waarmee gemeenten noodgedwongen de lacunes in landelijk beleid opvullen. Hoewel deze regelingen essentiële ondersteuning bieden aan mensen met een laag inkomen, veroorzaken ze ook rechtsongelijkheid, complexiteit en inefficiëntie. Grote verschillen tussen gemeenten en lage gebruikscijfers van lokale voorzieningen tonen de noodzaak tot harmonisatie en centralisatie. Wij onderstrepen de aanbeveling van de Commissie Sociaal Minimum om landelijk te doen wat landelijk kan. Daarnaast pleiten we voor eenvoudige en bredere ondersteuning op zowel landelijk als gemeentelijk niveau – in de vorm van geld, om administratieve lasten te verlagen. Op die manier komen we tot een eerlijker én eenvoudiger systeem waarin de gemeenten de ruimte krijgen om essentieel individueel maatwerk te bieden. Rijksoverheid:
Gemeenten:
Verminder de afhankelijkheid van ge-
Voeg participatieregelingen samen in
meentelijke regelingen door de bestaanszekerheid via landelijk beleid te verhogen. Centraliseer kinderopvang-, laptop- en meerkostenregelingen en de studietoeslag, collectieve zorgverzekering en individuele inkomenstoeslag. Maak geld geven makkelijker voor ge-
één minimaregeling. Geef deze minimaregeling zoveel mogelijk de vorm van vrij besteedbaar geld. Expliciteer regelingen in de bijzondere bijstand. Vereenvoudig het aanvraagproces zoveel mogelijk en ken zoveel mogelijk proactief toe.
meenten en hanteer een heldere, werkbare definitie van inkomenspolitiek. Spreek met de Belastingdienst af welke regelingen wel en niet worden belast. Maak expliciet welke regelingen gemeenten moeten en mogen aanbieden en tegen welke voorwaarden. Richt een landelijk kennis- en datacentrum op voor gemeentelijk minimabeleid.
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 51
Over de auteurs
Jasper J. van Dijk
Julia van Rijn
Jasper is onderzoeksleider sociaal beleid
Julia is onderzoeker bij IPE. Ze voltooide de
bij IPE. Hij was eerder verantwoordelijk voor
master Policy Economics (cum laude) aan
onder andere het IPE-rapport Het einde
van de toeslagen. Eerder werkte hij bij het
de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hiervoor behaalde ze de bachelor Economics
ministerie van Financiën en de Boston
and Business Economics (IBEB) en werkte
Consulting Group. Hij promoveerde in de
ze als student-assistent.
economie aan de universiteit van Oxford.
Yannick Feld Yannick is fellow bij IPE, docent fiscaal recht aan de Universiteit Leiden en docent fiscale economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij behaalde zijn master Fiscale Economie aan de Universiteit van Amsterdam en zijn master Public Governance aan Tilburg University.
52 Instituut voor Publieke Economie
Bronnen 1 Commissie Sociaal Minimum (2023) Een zeker bestaan II
15 Planbureau Fryslân (2024) Minimaregelingen in de achttien Friese gemeenten
2 Idem
16 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II
3 CBS (2024) Nieuwe armoedemeting: 540 duizend mensen arm in 2023 4 Divosa (2024) Factsheet Bijzondere bijstand 5 CBS (2021) Uitvraag Bijzondere Bijstand 2021 6 Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024) Hervormingsagenda Inkomensondersteuning 7 Tweede Kamer (1984) Kamerstukken II 1984/85, 18 600 hoofdstuk XV, nr. 111, p. 1113l 8 Uysal (2024) Wie helpt de burger nou? 9 VNG Magazine (2024) Prinsjesdag – ‘We kunnen niet eindeloos wachten’ 10 BMC (2024) Taken en middelen in balans
17 NIBUD (2024) Verschillen in gemeentelijk minimabeleid 18 FNV (2024) Een verkenning van rechtsongelijkheid in het sociaal domein 19 Commissie Sociaal Minimum (2023) Een zeker bestaan II 20 Tim ‘S Jongers (2024) Armoede uitgelegd aan mensen met geld 21 Idem 22 NIBUD (2024) Verschillen in gemeentelijk minimabeleid 23 Stimulansz (2024) Financiële bestaanszekerheid en de Participatiewet 24 De Nationale Ombudsman (2022) Sociale minima in de knel
11 Nederland Rechtstaat (z.d.) Autonomie en medebewind
25 Sociaal Planbureau Groningen (2024) Verschillen in inkomensondersteuning tussen en binnen gemeenten
12 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2025) Gemeentefonds
26 Planbureau Fryslân (2024) Minimaregelingen in de achttien Friese gemeenten
13 NOS (2025) Gemeente Utrecht start crowdfunding voor werkenden in de bijstand
27 Centrum voor Lokaal bestuur (2023) Grote verschillen in minimaregelingen
14 De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024) Reactie op de motie van de leden Mohandis en Palmen over onderzoeken hoe inkomensondersteunende regelingen van gemeenten ambtshalve verstrekt kunnen worden (Kamerstukken II, 34352-317)
28 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II 29 FNV (2024) Een verkenning van rechtsongelijkheid in het sociaal domein 30
NIBUD
(2024)
Verschillen
in
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 53
gemeentelijk minimabeleid 31 Interview via stichting Sterk uit Armoede, 13 januari 2025 32 Centraal Planbureau (2019) Gebruik (en niet-gebruik) van toeslagen in Nederland 33 Ministerie van Financiën (2019) IBO Toeslagen Deelonderzoek 1 34 Dienst Toeslagen (2024) Dienst Toeslagen wijst 150.000 mensen op mogelijk recht zorgtoeslag 35 KWIZ (2023) Duidingsrapportage dashboard minima gemeente Albrandswaard 36 Gemeente Woudenberg (2023) Evaluatie Armoedebeleid 2023 37 Divosa (2024) Hoog bereik energietoeslag leidt tot tekort bij gemeenten 38 Bureau Bartels (2024) Monitor Uitvoering Energietoeslag Meting 2 39 Centraal Bureau voor de Statistiek (2024) Armoedemonitor 40 Gemeente Amsterdam (2025) Armoedemonitor 2023 41 Gemeente Rotterdam (2023) Monitor Armoede & Schuldenaanpak Rotterdam 42 Gemeente Utrecht (2021) Armoedemonitor 2021 43 Moynihan en Herd (2018) Administrative burdens. Policymaking by other means 44 Stimulansz (2019) Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid 45 VNG (2023) De stand van de uitvoering 46 Idem 47 Raad voor de Financiële Verhoudingen (2017) Eerst de politiek, dan de techniek 48 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II 49 Tweede Kamer (2019) Afwegingskader, Kamerstukken II, 2008-2009, 31 700-VII, 54 Instituut voor Publieke Economie
nr. 100. 50 FNV (2024) Gemeentelijke minimaregelingen en regelingen voor chronisch zieken en mensen met een beperking in Midden-Limburg 51 Simonse et al. (2023) Social security or insecurity? The experience of welfare participation by financially vulnerable households in the Netherlands 52 Motivaction (2024) Barrières in aanvraag bij Jeugdfonds Sport & Cultuur 53 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2023) Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW 54 Behavioural Insights Netwerk Nederland (2022) Gedragsadviezen 55 Sociaal Cultureel Planbureau (2007) Geld op de plank 56 Behavioural Insights Netwerk Nederland (2022) Gedragsadviezen 57 SZW gemeente Den Haag (2014) Werkende armen 58 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2023) Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW 59 Motivaction (2024) Barrières in aanvraag bij Jeugdfonds Sport & Cultuur 60 Michelle van Tongerloo (2025) Mag de overheid alles van je weten? Als je in de bijstand zit, heb je geen keus 61 Gemeente Utrecht (2022) Raadsbrief update koopkrachtcrisis en extra maatregelen 62 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II 63 SZW Den Haag (2014) Werkende armen 64 Behavioural Insights Netwerk Nederland (2022) Gedragsadviezen
65 CBS (2024) Vertrouwen in mensen en in organisaties; persoonskenmerken 66 KWIZ (2023) Duidingsrapportage dashboard minima gemeente Albrandswaard 67 Dienst Toeslagen (2024) Dienst Toeslagen wijst 150.000 mensen op mogelijk recht zorgtoeslag 68 FNV (2024) Gemeentelijke minimaregelingen en regelingen voor chronisch zieken en mensen met een beperking in Midden-Limburg 69 De Kam et al. (2021) Overheidsfinanciën, 16e druk 70 Boogers et al. (2008) Decentralisatie als opgave: een evaluatie van het decentralisatiebeleid 71 VNG (2023) Stand van de uitvoering gemeenten 2023 72 Boogers & Reussing (2019) Decentralisatie, schaalvergroting en lokale democratie 73 Centrum voor Lokaal Bestuur (2023) Grote verschillen in minimaregelingen tussen gemeenten niet uitlegbaar en al helemaal niet verdedigbaar 74 Peters et al. (2020) Beginselen versus praktijken: Toetsing van decentralisatieprocessen met aanbevelingen voor versterking
armoedebeleid 81 Idem 82 Gentilini et al. (2020) Exploring Universal Basic Income: A Guide to Navigating Concepts, Evidence, and Practices 83 Grosh et al. (2008) For Protection & Promotion: The Design and Implementation of Effective Safety Nets 84 Banerjee en Duflo (2019) Good Economics for hard times 85 Tim ‘S Jongers (2024) Armoede uitgelegd aan mensen met geld 86 Idem 87 Bartfeld et al. (2020) Universal Access to Free School Meals through the Community Eligibility Provision Is Associated with Better Attendance for Low-Income Elementary School Students in Wisconsin 88 Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau (2020) Kansrijk armoedebeleid 89 SEO (2016) Werkwijzer voor kosten-batenanalyse in het sociale domein 90 Ong, Q., Theseira, W., Ng, I. (2019) Reducing debt improves psychological functioning and changes decision-making in the poor 91 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II
75 Rosen en Gayer (2014) Public Finance
92 Idem
76 Whitmore (2022) What Are Food Stamps Worth?
93 Tweede Kamer (2024) Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting, 24 515, nr. 761
77 Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau (2020) Kansrijk armoedebeleid 78 Grosh et al. (2008) For Protection & Promotion: The Design and Implementation of Effective Safety Nets 79 Rosen en Gayer (2014) Public Finance
94 Instituut voor Publieke Economie (2024) Herzie arbeidseis kinderopvangtoeslag 95 Idem 96 BCC (2019) Laptop-subsidie: hoe worden scholieren vanuit gemeenten
80 Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau (2020) Kansrijk Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid 55
ondersteund bij de aanschaf van een nieuwe laptop? 97 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II 98 Instituut voor Publieke Economie (2024) Herzie arbeidseis kinderopvangtoeslag 99 Iederin (2024) Goed nieuws: gebruik studietoeslag neemt sterk toe 100 FNV (2024) Zorg voor minima is geen postcodeloterij! 101 Nibud (2024) Verschillen in gemeentelijk minimabeleid 102 KWIZ (2023) Duidingsrapportage dashboard minima gemeente Albrandswaard 103 Gemeente Woudenberg (2023) Evaluatie Armoedebeleid 2023 104 Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau (2020) Kansrijk armoedebeleid 105 Grosh et al. (2008) For Protection & Promotion: The Design and Implementation of Effective Safety Nets 106 Whitmore (2022) What Are Food Stamps Worth? 107 Rosen en Gayer (2014) Public Finance 108 Instituut voor Publieke Economie (2023) Het einde van de toeslagen 109 Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan II 110 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024) Reactie op de
56 Instituut voor Publieke Economie
motie van de leden Mohandis en Palmen over onderzoeken hoe inkomensondersteunende regelingen van gemeenten ambtshalve verstrekt kunnen worden (Kamerstukken II, 34352-317) 111 Boogaard, G., en Becker, R. G. (2024). Briefadvies gemeente Utrecht: briefadvies inzake gemeentelijk inkomensbeleid en vernietiging 112 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024) Reactie op de motie van de leden Mohandis en Palmen over onderzoeken hoe inkomensondersteunende regelingen van gemeenten ambtshalve verstrekt kunnen worden (Kamerstukken II, 34352-317) 113 Idem 114 De Gelderlander (2024) Arnhem gaat mensen in armoede actief helpen aan financiële extraatjes: “Terugvorderen als we een fout maken, doen we niet” 115 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024) Reactie op de motie van de leden Mohandis en Palmen over onderzoeken hoe inkomensondersteunende regelingen van gemeenten ambtshalve verstrekt kunnen worden (Kamerstukken II, 34352-317) 116 Moynihan en Herd (2018) Administrative burdens. Policymaking by other means 117 Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 2 juni 2023, 22/349 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade (23/1790 PW)
Bijlage: Toelichting waardebepaling Voor
21
Nederlandse
gemeenten
hebben
wij
de
gemeentelijke
minimaregelingen in kaart gebracht en de totale waarde bepaald voor vier voorbeeldhuishoudens. In deze bijlage beschrijven wij de huishoudens en de gemaakte aannames om tot een waarde te komen. Voorbeeldhuishoudens In ons onderzoek richtten wij ons op vier voorbeeldhuishoudens: Alleenstaande Alleenstaande met een kind van 8 jaar Paar Paar met twee kinderen van 8 en 13 jaar
Methode
gemeenten. Van de 21 benaderde gemeenten hebben wij van 9 gemeenten een reactie ontvangen.
Aannames Voor de berekening van de totale waarde van de regelingen hebben wij verschillende aannames gemaakt, om een zo algemeen mogelijk beeld te geven en de vergelijkbaarheid van regelingen tussen gemeen-
De data voor de 21 gemeenten is verza-
ten zo veel mogelijk te vergroten. Deze
meld in juli 2024. De gemeenten zijn geko-
aannames zijn beschreven in Kader 1. We
zen op basis van geografische spreiding en
zijn ons ervan bewust dat de gemaakte
inwonersaantal. De selectie bevat de vier
aannames van grote invloed zijn op de
grootste gemeenten van Nederland en de
hoeveelheid en de waarde van regelingen
grootste gemeente van elke provincie,
die wij meenemen in het totaalbedrag. De
aangevuld met een aantal kleinere en mid-
schattingen
delgrote gemeenten: Ede, Alphen aan den
daarom relatief conservatieve schattingen
Rijn, Borger Odoorn, Leudal en Breda.
en niet representatief voor een groot deel
Startpunt voor de dataverzameling was de
van de mensen die gebruikmaken van mi-
website www.datgeldtvoormij.nl van de
nimaregelingen. Zo zijn er in veel gemeen-
Voorzieningenwijzer, waarop voor verschil-
ten regelingen voor mensen die chronisch
lende gemeenten in Nederland in kaart is
ziek zijn, vergoedingen voor vrijwilligers-
gebracht wat voor ondersteuning iemand
werk en/of mantelzorg, een bijdrage in de
mogelijk kan ontvangen. Als een geselec-
kosten van zwemles, regelingen voor kin-
teerde gemeente niet was aansloten bij
deren die de overgang van basis- naar
deze tool, is de data handmatig verzameld
middelbare school maken of tegemoetko-
op de website van de gemeente. Voor in-
mingen in dierenartskosten die door onze
formatie over de inkomensgrenzen en
aannames niet op onze voorbeeldhuishou-
maximale vergoedingen van de Volwasse-
dens van toepassing zijn.
nen- en Jeugdfondsen Sport en Cultuur en Stichting Leergeld is gebruikgemaakt van de lokale websites. De uiteindelijke overzichten hebben wij ter controle in november 2024 voorgelegd aan de betreffende
die
wij
presenteren
zijn
Daarnaast is de kwijtschelding van de lokale lasten niet meegenomen. Het voordeel hangt namelijk af van de initiële hoogte van de lokale belasting, wat het beeld zou kunnen vertekenen. Ook is de collectieve
aanvullende zorgverzekering die veel ge-
voorbeeldbegroting van het Nibud (zie on-
meenten aanbieden niet meegenomen in
line bijlage). Ook sluiten onze bevindingen
de waardebepaling. Deze verzekering is
aan bij studies van onder andere de Com-
veelal een stuk prijziger dan een basisver-
missie Sociaal Minimum en het Nibud.
zekering, waardoor het de vraag is in hoeverre mensen hier daadwerkelijk gebruik van maken, in het bijzonder wanneer we aannemen dat mensen gezond zijn. Een collectieve aanvullende zorgverzekering is met name interessant wanneer er sprake is van hoge zorgkosten. Ook de IIT telt niet mee in de totale waarde van regelingen, omdat dit een aanname zou vereisen over hoe lang iemand een laag inkomen heeft. Omdat zowel de IIT als de collectieve aanvullende zorgverzekering heel verschillend worden ingevuld, hebben wij besloten deze apart op te nemen in de overzichten op gemeenteniveau.
Schatting waarde Voor het bepalen van de waarde van lokale regelingen in euro’s is gebruikgemaakt van de voorbeeldbegrotingen van het Nibud. Het Nibud heeft, in opdracht van de Commissie Sociaal Minimum, voor verschillende typen huishoudens een voorbeeldbegroting opgesteld. De voorbeeldbegroting voor de huishoudsamenstellingen die wij gebruiken is te vinden in de online bijlage. De waarde van een lokale regeling is opgenomen in het totaalbedrag als deze te verrekenen is met een post op de voorbeeldbegroting. De waarde kan nooit meer
Tot slot laat deze analyse de bijzondere
zijn dan de uitgave op de voorbeeldbegro-
bijstand buiten beschouwing. Dit is bij uit-
ting. Zo kan de waarde van een regeling die
stek een regeling waarbij individueel maat-
de contributie van sport vergoedt nooit
werk wordt toegepast, waardoor een alge-
meer zijn dat de maandelijkse uitgaven die
mene schatting van de waarde onmogelijk
een gezin heeft aan contributie. Iedere ver-
is. Wat wordt vergoed onder de bijzondere
rekening is nader verklaard in de toelich-
bijstand verschilt niet alleen sterk van ge-
ting bij het overzicht op gemeenteniveau.
meente tot gemeente, maar ook binnen een gemeente, omdat de individuele omstandigheden van een aanvrager altijd meegewogen worden. Het buiten beschouwing laten van de bijzondere bijstand kan het beeld vertekenen, omdat ontbrekende regelingen in sommige gemeenten mogelijk wel worden vergoed onder de bijzondere bijstand. Ondanks deze kanttekeningen zijn we van mening dat onze inschattingen een betrouwbaar uitgangspunt vormen, omdat we de aannames consistent toepassen in iedere gemeente, gebruikmaken van openbare data waar inwoners ook van afhankelijk zijn, en de waarde van regelingen in het perspectief
zetten
van
een
Aannames
De volwassenen in ieder huishouden zijn gezond, 40 jaar oud, staan niet onder bewindvoering, volgen geen studie en verrichten geen mantelzorg of vrijwilligerswerk.
Het kind van 8 gaat naar de basisschool en het kind van 13 gaat naar de middelbare school.
De kinderen in de huishoudens hebben een zwemdiploma, volgen geen bijles, gaan niet naar de BSO en wonen op maximaal 9 kilometer afstand van hun school.
De huishoudens hebben geen huisdieren, maken geen gebruik van vakantieregelingen en kunnen geen aanspraak maken op verduurzamings-of isolatiemaatregelen voor hun woning.
Er is geen sprake van niet-gebruik: mensen gebruiken alle regelingen waarvoor ze in aanmerking komen.
Witgoed wordt afgeschreven in 10 jaar.
Indien de gemeente een laptop vergoedt, rekenen we met een laptop ter waarde van €450 euro met een afschrijvingsperiode van 5 jaar, tenzij anders aangegeven.
Indien de waarde van informele regelingen via Stichting Leergeld, Volwassenenfonds Sport en Cultuur en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur niet bekend is, wordt uitgegaan van standaardbedragen (resp. 115, 225 en 250 euro per jaar) Deze bedragen sluiten aan bij de bedragen die de Voorzieningenwijzer in de tool Dat Geldt voor Mij toekent.
Stadspassen
Inkomensgrens
Zeven gemeenten bieden een stadspas
Om aanspraak te maken op een regeling
aan. Zo’n pas geeft inwoners korting op di-
mag het inkomen niet boven een bepaalde
verse activiteiten in en om de gemeente.
grens uitkomen. Veelal is deze grens gede-
Ook kunnen inwoners er in sommige geval-
finieerd als percentage van de bijstands-
len gratis producten of diensten mee ont-
norm. Voor de gemeenten die een abso-
vangen, zoals een bezoek aan de dieren-
lute inkomensgrens vermelden, hebben wij
arts, een ID-kaart of een vergoeding van de
deze omgerekend naar het percentage van
ouderbijdrage van de basisschool. In veel
de bijstandsnorm van juli 2024.
gemeenten is de stadspas gekoppeld aan andere regelingen en vormt het een soort toegangsticket. De waarde van een stadspas is dan ook lastig vast te stellen. Deze hangt niet alleen af van de hoeveelheid goederen en diensten die er mee kunnen worden afgenomen, maar ook van de hoogte van de kortingen en in hoeverre mensen daadwerkelijk gebruikmaken van bijvoorbeeld korting bij een (duur) museum of dierentuin. Om toch tot een schatting van de waarde te komen, hebben wij de helft van de posten ‘vrije tijd’ en ‘contributies en abonnementen’ van de Nibud-begroting (zie online bijlage) als waarde toegekend voor de meest genereuze stadspassen. Dit betreft de stadspassen in de gemeenten Amsterdam, Den Haag en Groningen. De stadspassen in Breda en Utrecht hanteren een tegoed. De hoogte van dat tegoed is toegekend als waarde. Voor de stadspas in Haarlem is aangesloten bij de waarde die door onderzoeksbureau KWIZ is toegekend in een recente inkomenseffectrapportage. De stadspas in de gemeente Rotterdam is strikt genomen geen inkomensregeling, omdat iedere inwoner deze kan aanschaffen. Wel kunnen inwoners met een laag inkomen de pas met korting aanschaffen. Als waarde van de regeling is deze korting toegekend.
Instituut voor Publieke Economie Prinsessegracht 6b 2514AN Den Haag www.instituut-pe.nl info@instituut-pe.nl