CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

17. Raadsinformatiebrief 2025-09 inzake Zienswijze kadernota 2026 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

GEMEENTERAAD 5 maart 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Stukken ten aanzien waarvan de voorzitter voorstelt deze voor kennisgeving aan te nemen9.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1632418

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2025 - 9

Portefeuillehouder

dr. ir. G.M. van den Top

Datum

7 februari 2025

Informatie bij

F. Scherpenzeel

Tel. nr.

(035) 629 2764

Onderwerp Zienswijze kadernota 2026 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

Kernboodschap Van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek hebben wij de Kadernota 2026 ontvangen. De Kadernota bevat de financiële- en beleidsuitgangspunten voor de inrichting van de programmabegroting 2026. Op basis van de huidige en toekomstige ontwikkelingen is de verwachting dat de gezamenlijke gemeentelijke bijdrage stijgt met circa € 521.605 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024 van de Veiligheidsregio. De stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de prijs- en looncompensatie. Het college heeft zodoende besloten bijgaande zienswijze te verstrekken.

Aanleiding De kadernota is op 4 december 2024 vastgesteld door de leden van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. De kadernota wordt opgesteld conform hoofdstuk 10 van de Gemeenschappelijke Regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, financiële bepalingen. Conform deze regeling heeft het college van de gemeente Hilversum de mogelijkheid om uiterlijk 30 januari 2025 over deze kadernota onze zienswijze te geven.

Consequenties De financiële bijdrage gaat de komende jaren omhoog, door autonome ontwikkelingen (loon- en prijscompensatie). Toename voor de gemeentelijke bijdrage uit de gehele regio bedraagt € 521.605. Voor onze gemeente komt dit neer op ongeveer € 206.477 (ongeveer 42,3% van het totaal). Dit is in de kadernota niet uitgewerkt per gemeente en volgt in de begroting.

Vervolgtraject De ontvangen zienswijzen van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek op de Kadernota 2026 (voor 30 januari 2025) zijn input voor het opstellen van de ontwerp programmabegroting 2026. De programmabegroting 2026 wordt, na bespreking en voorlopige vaststelling in het algemeen bestuur, naar de gemeenteraden verstuurd. De gemeenteraden worden in de gelegenheid

gesteld om hun zienswijze te geven. Daarna volgt de vaststelling van de programmabegroting door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n): 1. Oplegnotitie Kadernota 2026 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2. Aanbiedingsbrief kadernota t.b.v. zienswijze college 3. Kadernota 2026 4. Zienswijze Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 17 december 2024.

Oplegnotitie voor: Agendapunt: Vergaderdatum: Onderwerp: Behandeling: (Ambtelijk) portefeuillehouder VD: Portefeuillehouder AB: Auteur: Status: Bijlagen:

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 5 4 december 2024 (Ontwerp-)Kadernota 2026 Besluitvormend Dhr. D. van Baarle Dhr. N. Meijer Keuze voor 2e Rory Moerenhout Maak een keuze 1. (Ontwerp-)Kadernota 2026 2. Aanbiedingsbrief ontwerp-Kadernota 2026 ter zienswijze aan colleges van B&W

Voorstel Het algemeen bestuur wordt verzocht om: 1. In te stemmen met de (ontwerp-)Kadernota 2026; 2. Opdracht te geven om deze middels de bijgevoegde aanbiedingsbrief (bijlage 2) door te geleiden naar de colleges van B&W om zienswijzen op te halen.

Inleiding Algemeen Hierbij ontvangt u de jaarlijkse kadernota met de kaders en uitgangspunten voor het opstellen van de programmabegroting. In deze kadernota nemen wij het bestuur mee in ontwikkelingen die een rol spelen in 2026. De samenwerking tussen VRGV en VRF loopt als een rode draad door onze organisaties en daarmee ook door deze kadernota. Door de vertaling van het gezamenlijke Beleidsplan 2025-2028 naar jaarniveau zijn op beleidsmatig niveau de kadernota’s van beide veiligheidsregio’s grotendeels identiek. Beleidsthema’s en actuele ontwikkelingen We onderscheiden in de kadernota beleidsthema’s (H3) en actuele ontwikkelingen (H4). Beleidsthema’s zijn vaak onderwerpen waar we als veiligheidsregio actief beleid op voeren en zelf aan het stuur staan. Actuele ontwikkelingen zijn vaak veranderingen in wetgeving, landelijke trends of andere processen die van invloed zijn op het functioneren van onze organisatie maar waarbij aanzienlijke afhankelijkheid is. Hieronder is een opsomming van de onderwerpen opgenomen. Beleidsthema’s: - Veilige leefomgeving met daaronder Versterken van zelf- en samenredzaamheid. - Toekomstbestendige crisisbeheersing. - Toekomstbestendige brandweerzorg met daaronder Kazerne als steunpunt in de samenleving en bekwaamheid in energietransitie.

- Wendbare organisatie met daaronder Versterking informatievoorziening, Doorontwikkeling samenwerking met VRF, en Goed werkgeverschap. Actuele ontwikkelingen: - Transitie meldkamer naar Midden-Nederland - Ravijnjaar 2026 - Situatie gemeente Wijdemeren - Duurzaamheid

Oplegnotitie pagina 1

Financieel perspectief

Looncompensatie Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2026 in de septembercirculaire gemeentefonds 2024. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,4% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 611.526 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 augustus 2025. Voor 2025 en verder zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegroting van 2025 en deze kadernota 2026, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2026. Prijscompensatie Om de prijsontwikkeling voor 2026 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2024 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,2%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 291.585 per jaar. FLO-looncompensatie De voorziening voor het functioneel leeftijdsontslag (FLO) dient geïndexeerd te worden voor de ontwikkeling van de lonen. Zoals hierboven genoemd, is de loonindexatie 3,4%. Dit leidt tot een structurele stijging van de kosten van € 11.136 per jaar.

Het is beleid om voorzieningen niet te corrigeren voor inflatie. Daarom zal de loonstijging jaarlijks aan de voorziening worden gedoteerd. Dit is in het algemeen bestuur van 6 december 2023 besloten. Meerjarig effect algemene uitkering (BDuR) In 2024 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 392.642. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen. Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland De nieuwe Meldkamer Midden-Nederland wordt gerealiseerd boven de nieuwbouw van het politiekantoor in Hilversum. Het operationeel worden van de nieuwe meldkamer staat gepland voor het derde kwartaal van 2025. Gedurende de bouwkundige en technische realisatie van de meldkamer wordt binnen de drie betrokken veiligheidsregio’s (Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland) hard gewerkt om één centrale personele organisatie in te richten. Deze organisatie komt voort uit de bestaande meldkamerorganisaties in Lelystad en Utrecht. Bestuurlijke besluitvorming hieromtrent is voorzien voor 2025. Met de komst van een nieuwe meldkamer, een nieuwe meldkamerorganisatie en een uitgebreide samenwerking op het niveau Midden-Nederland ontstaat ook een nieuw kostenplaatje en bijbehorende kostenverdeling.

Dit zal voor VRGV naar verwachting leiden tot een klein voordeel, structureel vanaf het eerste volledige jaar dat de meldkamer operationeel is, 2026. Oplegnotitie pagina 2

In afwachting van bestuurlijke besluitvorming over de exacte kostenverdeling, wordt het financieel effect voor VRGV in de kadernota als pm-post verwerkt. In de (ontwerp-)Programmabegroting 2026 wordt het definitieve bedrag verwerkt. Ravijnjaar Gemeenten krijgen in 2026 minder geld. Dit heet het ‘ravijnjaar’ 2026. Door een overgang van financieringssystematiek ten aanzien van het gemeentefonds is er in 2026 een dip in de uitkering die gemeenten ontvangen. Dit zal mogelijk leiden tot (eenmalige) tekorten of bezuinigingen bij gemeenten. Voor ons als organisatie staat een terughoudend en prudent financieel beleid altijd hoog op de agenda. Dit is ook terug te zien in het feit dat we al enkele jaren geen gemeentelijke bijdrage hebben gevraagd voor nieuw beleid. Ook voor 2026 wordt deze lijn doorgezet en is kritisch gekeken naar de eigen ambities in relatie tot de beschikbare middelen. Zodoende dragen we al jaren, maar dit ‘ravijnjaar’ in het bijzonder, bij aan de financiële uitdagingen van onze gemeenten. Situatie gemeente Wijdemeren De organisatie van de gemeente Wijdemeren is relatief klein. De gemeente wil mogelijk samengaan met Hilversum om ook in de toekomst de juiste dienstverlening (betaalbaar) te kunnen blijven leveren. De beoogde datum hiervoor is 1 januari 2027. Op dit moment is voor VRGV nog onduidelijk wat dit, zowel financieel als bestuurlijk, betekent.

Duurzaamheid Duurzaamheid begint toenemend een integraal onderdeel te worden van onze bedrijfsvoering. Er zijn reeds stappen gezet, waarbij het tanken van HVO100 hernieuwbare diesel voor onze grote voertuigen op de hoofdlocaties in het oog springt. Voor deze voertuigen zijn nog geen geschikte geëlektrificeerde alternatieven. Waar dit wel het geval is, worden de komende jaren voertuigen die op fossiele brandstof rijden vervangen voor elektrische alternatieven. Dit geldt bijvoorbeeld voor de reguliere poolauto’s en de mobiele commando unit (MCU). Om onze voortgang te monitoren is gekozen voor een jaarlijkse audit en certificering aan de hand van de CO2-prestatieladder niveau3. Parallel zijn we zelf, en in samenspraak met gemeenten, bezig met het verduurzamen van onze kazernes. Vooralsnog lukt het ons om onze verduurzamingsambitie, die in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs, binnen de begroting op te vangen. Tegelijkertijd ontstaat er steeds meer wetgeving met daarin verplichtingen rondom het verduurzamen en gasloos maken van ons vastgoed. We gaan voor de langere termijn (2028 en verder) een inventarisatie maken van welke aanvullende maatregelen ons opgelegd worden en welke financiële implicaties deze hebben. Wanneer dit werkelijkheid wordt, zal het bestuur keuzes worden voorgelegd.

Risico’s In de kadernota is ook het risicoprofiel opgenomen zoals deze op dit moment bekend is. Hierin is ten opzichte van 2025 één risico toegevoegd, namelijk het risico dat de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met 10% gekort zal worden. Het kabinet heeft in haar hoofdlijnenakkoord opgenomen de specifieke uitkeringen te willen terugdringen. Deze worden integraal in het gemeentefonds verwerkt met een korting van 10%. De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) valt hier ook onder. Inmiddels is duidelijk geworden dat de BDuR niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, maar rechtstreeks blijft worden uitbetaald aan de veiligheidsregio. Echter, de 10% korting is voorlopig opgenomen in de Miljoenennota 2024. De minister heeft aangegeven dat de korting op de BDuR als onderdeel van de brede korting op specifieke uitkeringen een ‘onbedoeld neveneffect’ is en dat de minister zich zal inzetten om dekking te vinden om de korting -die per 2026 effect zou krijgen - terug te draaien. Of dit gaat lukken is onzeker. VRGV ontvangt € 5.397.520 aan BDuR. Een korting van 10% laat zich financieel vertalen naar een korting van € 539.752.

Beoogd effect Middels de kadernota wordt de financiële en beleidsmatige richting van de VRGV ingekaderd. Dit is van belang voor het opstellen van de Programmabegroting 2026. Deelnemende gemeenten krijgen hiermee richting inzake de financiële bijdragen die er van hen worden verwacht.

Oplegnotitie pagina 3

Argumenten Alle beleidsthema’s voor 2026 hebben een link met de centrale doelen uit het recent vastgestelde Gezamenlijk Beleidsplan 2025-2028.

Kanttekeningen/ Risico’s Loonontwikkeling Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2026 in de septembercirculaire gemeentefonds 2024. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,4% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 611.526 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 augustus 2025. Voor 2025 en verder zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegroting van 2025 en deze kadernota 2026, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2026.

Consequenties (Financieel, Personeel, Juridisch, Informatievoorziening)

Vervolg (Proces en Uitvoering) Kadernota ter zienswijze aan colleges van B&W

8 weken reactietermijn t/m 31 januari

Vaststellen def. Kadernota met inachtneming van zienswijzen

AB van 12 februari

Ontwerp-programmabegroting

DB/AB van 12 maart

Zienswijze van gemeenteraden op ontwerpPGB

12 weken reactietermijn t/m 4 juni

Vaststellen def. Programmabegroting

AB van 2 juli

Communicatie (Intern, Extern) Tekst voor raadsinformatiebrief Gooi en Vechtstreek: Op 6 december heeft het algemeen bestuur de ontwerp-Kadernota 2026 van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) vastgesteld. Hierin staan de financiële kaders en uitgangspunten voor VRGV. Het is de opmaat tot de programmabegroting voor 2026 en geeft duiding aan de beleidsthema’s uit het Beleidsplan 2025-2028. Oplegnotitie pagina 4

Het vervolg De colleges hebben tot 31 januari 2025 de mogelijkheid een zienswijze te geven. Dit is input voor de ontwerp-Programmabegroting 2026, waarvan de vaststelling half maart plaatsvindt. De vaststelling van de definitieve Programmabegroting door het algemeen bestuur vindt plaats nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld hierop hun zienswijze te geven, met inachtneming van de wettelijke termijn van 12 weken.

Oplegnotitie pagina 5

Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten

Postbus 57, 1200 AB Hilversum Kamerlingh Onnesweg 148 1223 JN Hilversum T (035) 688 55 55 F (035) 688 55 15 info@vrgooienvechtstreek.nl

datum

5 december 2024

onze referentie

telefoon

uw referentie bijlage onderwerp

Behandeld door

e-mail

J. de Graaf 06-46376972 Jaap.degraaf@brandweergooivecht.nl

Kadernota 2026 VRGV Ontwerp-kadernota programmabegroting 2026

Geachte colleges, Hierbij ontvangt u de jaarlijkse kadernota met daarin de kaders en uitgangspunten voor het opstellen van de (ontwerp-)programmabegroting 2026. De kadernota 2026 is op 4 december jl. in concept vastgesteld door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV). Ook dit jaar is gekozen om vanuit strategisch perspectief inhoud en financiën te koppelen. Conform de Gemeenschappelijke Regeling van VRGV wordt u in de gelegenheid gesteld om uw zienswijze op deze kadernota kenbaar te maken. Wij willen u vragen dit uiterlijk 30 januari 2025 te doen. Financiële uitgangspunten (ontwerp-)programmabegroting 2026 Looncompensatie Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2026 in de septembercirculaire gemeentefonds 2024. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,4% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 611.526 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 augustus 2025. Voor 2025 en verder zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegroting van 2025 en deze kadernota 2026, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2026.

Prijscompensatie Om de prijsontwikkeling voor 2026 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2024 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,2%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 291.585 per jaar.

FLO-looncompensatie De voorziening voor het functioneel leeftijdsontslag (FLO) dient geïndexeerd te worden voor de ontwikkeling van de lonen. Zoals hierboven genoemd, is de loonindexatie 3,4%. Dit leidt tot een structurele stijging van de kosten van € 11.136 per jaar. Het is beleid om voorzieningen niet te corrigeren voor inflatie. Daarom zal de loonstijging jaarlijks aan de voorziening worden gedoteerd. Dit is in het algemeen bestuur van 6 december 2023 besloten. Meerjarig effect algemene uitkering (BDuR) In 2024 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 392.642. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen. Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland De nieuwe Meldkamer Midden-Nederland wordt gerealiseerd boven de nieuwbouw van het politiekantoor in Hilversum. Het operationeel worden van de nieuwe meldkamer staat gepland voor het derde kwartaal van 2025. Gedurende de bouwkundige en technische realisatie van de meldkamer wordt binnen de drie betrokken veiligheidsregio’s (Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland) hard gewerkt om één centrale personele organisatie in te richten. Deze organisatie komt voort uit de bestaande meldkamerorganisaties in Lelystad en Utrecht.

Bestuurlijke besluitvorming hieromtrent is voorzien voor 2025. Met de komst van een nieuwe meldkamer, een nieuwe meldkamerorganisatie en een uitgebreide samenwerking op het niveau Midden-Nederland ontstaat ook een nieuw kostenplaatje en bijbehorende kostenverdeling. Dit zal voor VRGV naar verwachting leiden tot een klein voordeel, structureel vanaf het eerste volledige jaar dat de meldkamer operationeel is, 2026. In afwachting van bestuurlijke besluitvorming over de exacte kostenverdeling, wordt het financieel effect voor VRGV in de kadernota als pm-post verwerkt. In de (ontwerp-)Programmabegroting 2026 wordt het definitieve bedrag verwerkt. Risico’s In de kadernota is ook het risicoprofiel opgenomen zoals deze op dit moment bekend is. Hierin is ten opzichte van 2025 één risico toegevoegd, namelijk het risico dat de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met 10% gekort zal worden. Het kabinet heeft in haar hoofdlijnenakkoord opgenomen de specifieke uitkeringen te willen terugdringen. Deze worden integraal in het gemeentefonds verwerkt met een korting van 10%. De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) valt hier ook onder. Inmiddels is duidelijk geworden dat de BDuR niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, maar rechtstreeks blijft worden uitbetaald aan de veiligheidsregio. Echter, de 10% korting is voorlopig opgenomen in de Miljoenennota 2024.

De minister heeft aangegeven dat de korting op de BDuR als onderdeel van de brede korting op specifieke uitkeringen een ‘onbedoeld neveneffect’ is en dat de minister zich zal inzetten om dekking te vinden om de korting -die per 2026 effect zou krijgen - terug te draaien. Of dit gaat lukken is onzeker. VRGV ontvangt € 5.397.520 aan BDuR. Een korting van 10% laat zich financieel vertalen naar een korting van € 539.752.

Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen worden conform de verdeelsleutel, zoals opgenomen in de GR, vastgesteld op basis van het gemeentefonds. Proces De volgende stappen zijn: § De colleges hebben tot 30 januari 2025 de mogelijkheid een zienswijze te delen. Dit is input voor de ontwerp-programmabegroting 2026; § Omstreeks half maart 2025 wordt de ontwerp-programmabegroting 2026 naar de gemeenteraden gezonden met het verzoek hierop hun zienswijze te delen; § Rond half juni 2024 wordt de reactie gemeenteraden verwacht als input voor de vaststelling van de programmabegroting door het algemeen bestuur op 2 juli 2025. Slot Wij zien de reacties van de colleges van de deelnemende gemeenten uiterlijk 30 januari 2025 per mail aan jaap.degraaf@brandweergooivecht.nl tegemoet.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek,

J.A. van der Zwan

G.M. van den Top

secretaris

voorzitter

Hoo

1 fd s t

Kadernota

2026

Hoo

3 fd s t

uk

Versie: November 2024 Brandweer, GHOR, bevolkingszorg, Veiligheidsbureau

uk

t air e i r o i r ’s De p s t h ema id bel e

I

din n l ei

H oo

g

4 fd s t

uk

kadernota

Hoo fd s t

2

uk

n an e l p s id bele erings­ t e H itvo het u ramma prog

ele n u t c A linge i k ke w t n o

programmabegroting

Hoo

5 fd s t

uk

e el i c n Fina ctief pe per s

bestuursrapportage

jaarstukken

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

2

1. Inleiding In de Kadernota 2026 staan de beleidsmatige en financiële kaders en uitgangspunten die de opmaat zijn naar de Programmabegroting 2026 voor Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV). In de kadernota wordt duiding gegeven aan beleidsthema’s uit het gezamenlijk (met Veiligheidsregio Flevoland) Beleidsplan 2025-2028. Daarnaast wordt ingegaan op actuele ontwikkelingen die naar verwachting in 2026 effect zullen hebben op de organisatie. Ten slotte is een financiële vertaling opgenomen van de beleidsmatige voornemens en ontwikkelingen.

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

De afgelopen jaren is de samenwerking tussen Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Flevoland geïntensiveerd. Het doel van de samenwerking is om de kwaliteit van de taakuitvoering te verbeteren en de kwetsbaarheid en (meer)kosten te verminderen. In 2024 is door beide algemeen besturen besloten om de samenwerking middels een harmonisatietraject door te ontwikkelen, waarbij een harmonisatie van mens en systemen zal plaatsvinden. Dit stelt de beide organisaties in staat om maximaal efficiënt en effectief te werken. De beleidsthema’s die in deze kadernota worden benoemd, worden dan ook in gezamenlijkheid opgepakt. Hierdoor kent de kadernota voor beide veiligheidsregio’s vrijwel dezelfde inhoud. Daar waar specifiek regionale aandachtspunten zijn onderkend, zijn die per veiligheidsregio toegelicht.

Hoofdstuk 5

Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028 vormt de basis voor de kadernota 2026. In het beleidsplan zijn de volgende vier strategische doelen opgenomen: • Veilige leefomgeving • Toekomstbestendige crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Wendbare organisatie Deze strategische doelen zijn vertaald in de beleidsthema’s die in de kadernota 2026 zijn opgenomen. De afgelopen jaren hebben we als maatschappij en als veiligheidsregio met nieuwe uitdagingen te maken gehad. De coronacrisis en de oorlog in Oekraïne hebben laten zien dat sociale onrust en druk op maatschappelijke instituties in onrustige tijden toeneemt. Als veiligheidsregio vinden we het belangrijk dat burgers weten wat zij in tijden van crisis zelf kunnen doen. De veiligheidsregio zal zich in 2026 daarom inzetten

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

3

om de maatschappij beter op eventuele toekomstige crises voor te bereiden en de zelf- en samenredzaamheid van burgers te vergroten. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het waarborgen van een veilige leefomgeving. De veranderende aard en diversiteit van crises vraagt om andere werkwijze van de crisisorganisatie. Om tot een meer toekomstbestendige crisisbeheersing te komen, zal de versterking van de crisisbeheersing, die reeds is ingezet, in 2026 worden voortgezet. De versterkingsactiviteiten zijn gekoppeld aan de doelen uit de landelijke agenda crisisbeheersing en het extra budget dat hiervoor vanuit het Rijk beschikbaar is gesteld via deBrede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR.

Hoofdstuk 3

Binnen het strategische doel toekomstbestendige brandweerzorg zal in 2026 aandacht worden besteed aan de energietransitie. De energietransitie kent een brede dynamiek en de oplossingen die in het kader van duurzaamheid bedacht worden brengen veelal nieuwe risico’s met zich mee. Het is daarom van belang dat de brandweer bekwaam wordt in de energietransitie, zodat zij op de juiste wijze op de ontwikkelingen kan anticiperen. Daarnaast signaleren we dat het belang van een weerbare samenleving toeneemt door onrust en dreigingen in de wereld. Om de weerbaarheid van de samenleving te vergroten, zou de brandweer met haar netwerk van kazernes als steunpunt voor burgers kunnen fungeren. De mogelijkheden hiervoor worden in 2026 nader onderzocht.

Hoofdstuk 4

Om als veiligheidsregio op de juiste wijze met de snel veranderende samenleving mee te kunnen bewegen, is het van belang om een wendbare organisatie te zijn. Een organisatie die snel kan schakelen en goed kan anticiperen op de ontwikkelingen in de maatschappij. Hiervoor is informatie van cruciaal belang. In 2026 krijgt de eerder ingezette versterking van de informatievoorziening dan ook verdere uitwerking. In het kader van de ‘wendbare organisatie’ wordt eveneens aandacht besteed aan goed werkgeverschap en duurzaamheid.

Hoofdstuk 5

Deze kadernota bevat, naast de prioritaire beleidsthema’s van 2026, ook een overzicht van de ontwikkelingen die we op onze organisatie af zien komen. Het is niet voor alle ontwikkelingen mogelijk om de financiële implicaties daarvan op te nemen, vaak omdat ze op dit moment niet beschikbaar of eenduidig te bepalen zijn. Indien de financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, worden deze in de ontwerp-programmabegroting verwerkt. Door de geïntensiveerde samenwerking zijn we in staat om onze krachten te bundelen en als organisaties samen door te groeien. Mede daardoor treden we de nieuwe en bestaande uitdagingen in 2026 vol vertrouwen tegemoet.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

4

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028 Het beleidsplan beschrijft welke strategische doelen Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) en Flevoland (VRF) zich de komende jaren stellen en hoe zich dat vertaalt naar beleidsvoornemens. Het geeft daarmee focus van de beide veiligheidsregio’s en bevordert de mogelijkheden tot sturing door bestuur en management. Nieuw gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

Hoofdstuk 3

In oktober 2024 is het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028 door het algemeen bestuur vastgesteld. In aanloop daarnaartoe hebben bestuurders, medewerkers, (crisis)partners en andere stakeholders input geleverd. De gemeenteraden hebben zienswijzen gegeven op het concept. We kijken met grote tevredenheid terug op het proces dat is doorlopen en op het eindproduct. We willen alle betrokkenen bedanken voor hun input! De doelen uit het beleidsplan zijn de basis voor de beleidsvoornemens in deze kadernota en de daaropvolgende programmabegroting van VRGV.

Inhoud gezamenlijk beleidsplan Hoofdstuk 4

De kernboodschap van het nieuwe Beleidsplan 2025-2028 luidt: ‘’Wij versterken veiligheid, samen, elke dag steeds beter.’’

Hoofdstuk 5

De kernboodschap is uitgewerkt in vier centrale doelen, namelijk: 1. Toekomstbestendige crisisbeheersing 2. Toekomstbestendige brandweerzorg 3. Wendbare organisatie 4. Veilige leefomgeving

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterken van de zelfen samenredzaamheid

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

3.5 Versterking informatievoorziening

3.7 Goed werkgeverschap 4. Actuele ontwikkelingen 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

3.6 Vervolg harmonisering samenwerking

Hoofdstuk 3

3.4 Bekwaam in energietransitie

3. De prioritaire beleidsthema’s In het beleidsplan is een aantal ontwikkelingen opgenomen die we in 2026 met prioriteit willen oppakken. Het gaat daarbij niet per se om zaken waar eerder geen aandacht aan is besteed. Wel is de verwachting dat ze in 2026 een prominente(re) plaats in gaan nemen in ons handelen en daarmee een behoorlijke impact hebben op onze strategische agenda. Deze thema’s staan hieronder toegelicht. 3.1 Versterken van de zelf- en samenredzaamheid

3.2 Programma doorontwikkeling crisisbeheersing 3.3 Kazerne als steunpunt in de samenleving

5

Crises als COVID-19 en de oorlog in Oekraïne hebben laten zien dat schaarste van producten in de supermarkt, maar ook sociale onrust en druk op maatschappelijke instituties dichterbij blijken dan van tevoren gedacht. Het is daarom van belang dat in tijden van betrekkelijke voorspoed wordt gewerkt aan de zelf- en samenredzaamheid van burgers. Burgers die bovendien vergrijzen en tot op latere leeftijd zelfstandig wonen. De veiligheidsregio zal daarom werken aan bewustwording over dreigingen in de maatschappij en het voorbereiden van de samenleving op eventuele toekomstige crises. Hoe hoger de zelf- en samenredzaamheid, des te minder druk komt er te staan op overheidsinstanties en andere maatschappelijke (hulp)organisaties op de momenten dat de nood aan de man komt.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Veilige leefomgeving’. Onderdelen van het onderwerp sluiten eveneens aan bij toekomstbestendige crisisbeheersing en toekomstbestendige brandweerzorg.

3.2 Programma doorontwikkeling crisisbeheersing Hoofdstuk 5

De samenleving (en daarmee ook de veiligheidsregio) wordt in toenemende mate geconfronteerd met een grotere diversiteit aan crises. De inzet van de veiligheidsregio bij langdurige crises is relatief nieuw en vraagt om andere werkwijzen van de crisisorganisatie. De versterking van crisisbeheersing, die hiertoe vanaf 2023 is ingezet, wordt in 2026 verder voortgezet. De versterkingsactiviteiten zijn gekoppeld aan de doelen uit de landelijke agenda crisisbeheersing en het daaraan verbonden extra budget dat beschikbaar is gesteld via de

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterken van de zelfen samenredzaamheid

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

3.2 Programma doorontwikkeling crisisbeheersing

3.4 Bekwaam in energietransitie 3.5 Versterking informatievoorziening

3.7 Goed werkgeverschap 4. Actuele ontwikkelingen 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

3.6 Vervolg harmonisering samenwerking

Hoofdstuk 3

3.3 Kazerne als steunpunt in de samenleving

6

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De doelstellingen in de landelijke agenda zijn verdeeld over drie pijlers; 1. Versterken voorbereiding en paraatheid Er wordt gewerkt aan het waarborgen en versterken van de gezamenlijke risicogerichte voorbereiding en de continuïteit van de crisisorganisatie, ook bij langdurige crises. Daarbij wordt gezorgd voor een effectieve informatiepositie en crisiscommunicatie die op orde is. 2. Versterken van een weerbare samenleving Er worden inspanningen geleverd om te zorgen dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in staat zijn zichzelf en anderen te helpen en te redden. Om dit te bereiken wordt gewerkt aan het versterken van netwerken en van risicocommunicatie. 3. Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit Er wordt versterking ingezet om te zorgen dat de Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen (MOTO-) organisatie, het evaluatieproces en de kwaliteit van crisisbeheersing voldoen aan de landelijke kaders en regelgeving. Daarbij is aandacht voor de benodigde competenties en kennis bij langdurige en complexe crises.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Toekomstbestendige crisisbeheersing’. Versterken van de weerbare samenleving sluit eveneens aan bij de doelen ‘veilige leefomgeving’ en ‘toekomstbestendige brandweerzorg’.

3.3 Kazerne als steunpunt in de samenleving

Hoofdstuk 5

De brandweer is altijd dichtbij. Dat geldt zowel fysiek (post in de buurt) als figuurlijk: je kunt altijd bij ons terecht, wij helpen je verder. In een tijd waarin het vertrouwen in de overheid onder druk staat, sociale cohesie afneemt en de (ver)binding met elkaar steeds vluchtiger wordt, willen wij ons als brandweer inzetten om de sociale samenhang te bewaren en waar mogelijk te versterken. De brandweer kan met een fijnmazig netwerk van posten verspreid over de regio fungeren als steunpunt. Een eerste aanspreekpunt waar je terecht kunt met jouw vragen over brandveilig leven bijvoorbeeld.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterken van de zelfen samenredzaamheid

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

3.2 Programma doorontwikkeling crisisbeheersing

3.4 Bekwaam in energietransitie 3.5 Versterking informatievoorziening

3.7 Goed werkgeverschap 4. Actuele ontwikkelingen 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

3.6 Vervolg harmonisering samenwerking

Hoofdstuk 3

3.3 Kazerne als steunpunt in de samenleving

7

Gezien de landelijke ontwikkelingen op het gebied van een weerbare samenleving, komen ook ander functies in beeld, zoals hulp bieden bij een (naderende) crisis, of het optreden als logistiek uitgiftepunt. Onderzoek naar de praktische mogelijkheden, het effect van landelijke ontwikkelingen in het kader van de weerbare samenleving en de financiële mogelijkheden is nodig om uitvoering te geven aan dit beleidsdoel. Dat vindt plaats in 2026.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’.

3.4 Bekwaam in energietransitie De energietransitie kent vele uitwerkingen. De oplossingen die in het kader van verduurzaming worden bedacht zijn vooruitstrevend en innovatief. Hierdoor schiet de bestaande wet- en regelgeving nog wel eens tekort om de veiligheid te borgen in een snel veranderende samenleving. Ook hebben de veranderingen effect op het handelingsperspectief van hulpverleners als zich een incident voordoet. Denk hierbij aan incidenten in het kader van de mobiliteit (bijvoorbeeld elektrische of waterstof-voertuigen), maar ook aan de (ondergrondse) infrastructuur voor gas, waterstof en elektra. Deze infrastructuur kent specifieke risico’s en leidt een groter risico op meer, of andere typen van, incidenten. Bijvoorbeeld langdurige stroomuitval door overbelasting van het energienetwerk, of toenemend onderhoud en gaslekkages door verouderende gasleidingen, in combinatie met bodemdaling. Als brandweer anticiperen we op deze nieuwe incidenten door deze mee te nemen in planvorming, opleiden en oefenen.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’.

3.5 Versterking informatievoorziening

Hoofdstuk 5

Informatie is cruciaal voor het succes van onze veiligheidsregio. Toegang tot applicaties, documenten en data is essentieel om zorgvuldig, efficiënt en veilig te werken. Niet alleen binnen de samenwerkende veiligheidsregio’s, maar ook met onze (crisis)partners, andere veiligheidsregio’s en het Rijk. In 2024 zijn de lopende activiteiten op het gebied van informatiegericht werken en digitale veiligheid gebundeld in het programma versterking informatievoorziening. Om uitvoering te geven aan deze versterkingsopgaven, ontvangen we van het Rijk structureel extra middelen (via de BDuR). De uitvoering is niet vrijblijvend: wij dienen verantwoording af te leggen over het behalen van de landelijke doelen en de besteding van de extra middelen.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterken van de zelfen samenredzaamheid

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

3.2 Programma doorontwikkeling crisisbeheersing

3.4 Bekwaam in energietransitie 3.5 Versterking informatievoorziening

3.7 Goed werkgeverschap 4. Actuele ontwikkelingen 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

3.6 Vervolg harmonisering samenwerking

Hoofdstuk 3

3.3 Kazerne als steunpunt in de samenleving

8

In 2026 ligt onze focus onder andere op innovatie en waardencreatie binnen informatievoorziening en de verbetering van de digitale samenwerking tijdens (dreigende) incidenten en crises, inclusief het eenvoudig doch veilig delen van informatie. Daarnaast is de verwachting dat we in 2026, met de andere veiligheidsregio’s, een gezamenlijke SOC/CERT inrichten waarmee we onze weerbaarheid tegen digitale verstoringen vergroten en we de schade en hersteltijd bij een eventuele verstoring minimaliseren.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Wendbare organisatie’.

3.6 Vervolg harmonisering samenwerking De samenwerking tussen Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Flevoland is aantoonbaar succesvol. Dit blijkt ook uit de diverse evaluaties. Deze evaluaties toonden eveneens aan dat de samenwerking om een vervolg vraagt. De beide algemeen besturen hebben na een zorgvuldige verkenning van de mogelijke opties besloten om de samenwerking door te ontwikkelen op basis van een harmonisatiemodel. Het gekozen model kent twee paden: harmonisatie van mens en van systemen. Harmonisatie mens omvat de arbeidsvoorwaarden en personeelsregelingen, waardoor verschillen tussen samenwerkend personeel worden weggenomen. Harmonisatie systemen omvat alle bedrijfsprocessen, systeeminrichtingen en applicaties, waardoor maximale efficiëntie en effectiviteit van de samenwerkende organisaties wordt bereikt. De harmonisatie werkt ook door in de organisatiestructuur van de beide regio’s. In een organisatiebesluit wordt de nieuwe hoofdstructuur, die voor beide regio’s identiek is, geborgd. Verdere borging van de geïntensiveerde samenwerking vindt plaats in een vernieuwde samenwerkingsovereenkomst (SOK). Bovengenoemde zaken worden naar verwachting grotendeels in 2025 en 2026 gerealiseerd.

Hoofdstuk 5

De harmonisering van mens en systeem markeert een belangrijke mijlpaal in de samenwerking tussen onze veiligheidsregio’s. Door de samenwerking te intensiveren en krachten verder te bundelen, neemt de kwetsbaarheid van de organisaties af terwijl de kwaliteit toeneemt. Hierdoor zijn de organisaties beter in staat om hun maatschappelijke opgaven in de toekomst uit te blijven voeren. Binnen de harmonisatie is het streven dan ook om met gelijkblijvende kosten een betere kwaliteit en minder kwetsbaarheid te realiseren.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Wendbare organisatie’.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterken van de zelfen samenredzaamheid

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

3.5 Versterking informatievoorziening

3.7 Goed werkgeverschap 4. Actuele ontwikkelingen 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

3.6 Vervolg harmonisering samenwerking

Hoofdstuk 3

3.4 Bekwaam in energietransitie

3.7 Goed werkgeverschap Goed werkgeverschap houdt in dat de veiligheidsregio als werkgever zorg draagt voor haar medewerkers. Dat vraagt om inspanningen als werkgever. Er wordt een (sociaal) veilige werkomgeving gecreëerd en de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers wordt gestimuleerd. Zo zorgen we samen voor een vitale en wendbare organisatie. In 2026 ligt daarom de focus op investeren in medewerkers, zodat zij ook in de toekomst goed en duurzaam hun werk kunnen blijven doen. Daarbij zijn opleiden en ontwikkelen belangrijke peilers. Niet alleen omdat de arbeidsmarkt dat van ons vraagt, maar ook omdat wij ervan overtuigd zijn dat investeren in onze medewerkers ten goede komt aan onze organisatie en deze wendbaarder en weerbaarder maakt.

Dit thema sluit aan bij beleidsplandoel ‘Wendbare organisatie’.

3.2 Programma doorontwikkeling crisisbeheersing 3.3 Kazerne als steunpunt in de samenleving

9

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

4.1 Ontwikkelingen lonen 4.2 Ontwikkelingen prijzen 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 3

4.3 FLO-looncompensatie

4.6 Ravijnjaar

4.8 Duurzaamheid 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

4.7 Situatie gemeente Wijdemeren

10

4. Actuele ontwikkelingen Net als elke organisatie heeft ook onze veiligheidsregio te maken met een aantal ontwikkelingen die zich (grotendeels) buiten onze invloedssfeer afspelen, waardoor we daar niet of nauwelijks op kunnen sturen. Het zijn wel ontwikkelingen met de nodige impact op onze organisatie. Denk aan verandering in wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk beschrijven we de actuele ontwikkelingen waarvan we nu al weten dat we er in 2026 mee te maken gaan krijgen. De genoemde ontwikkelingen in dit hoofdstuk zijn niet in alle gevallen voorzien van financiële implicaties, vaak omdat deze op dit moment niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Zodra daarover meer duidelijk is, wordt beoordeeld of deze binnen de begroting op te vangen zijn. Wanneer dit niet het geval is, zal mogelijk een begrotingswijziging noodzakelijk zijn. Als financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, dan worden deze in de ontwerpprogrammabegroting verwerkt.

4.1 Ontwikkelingen lonen Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2026 in de septembercirculaire gemeentefonds 2024. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,4% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 611.526 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 augustus 2025. Voor 2025 en verder zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegroting van 2025 en deze kadernota 2026, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2026.

Hoofdstuk 5

4.2 Ontwikkelingen prijzen Om de prijsontwikkeling voor 2026 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2024 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,2%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 291.585 per jaar.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

4.1 Ontwikkelingen lonen 4.2 Ontwikkelingen prijzen 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 3

4.3 FLO-looncompensatie

4.6 Ravijnjaar

4.8 Duurzaamheid 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

4.7 Situatie gemeente Wijdemeren

11

4.3 FLO-looncompensatie De voorziening voor het functioneel leeftijdsontslag (FLO) dient geïndexeerd te worden voor de ontwikkeling van de lonen. Zoals onder 4.1 genoemd, is de loonindexatie 3,4%. Dit leidt tot een structurele stijging van de kosten van € 11.136 per jaar. Het is beleid om voorzieningen niet te corrigeren voor inflatie. Daarom zal de loonstijging jaarlijks aan de voorziening worden gedoteerd. Dit is in het algemeen bestuur van 6 december 2023 besloten.

4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) In 2024 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 392.642. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen.

4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland De nieuwe Meldkamer Midden-Nederland wordt gerealiseerd boven de nieuwbouw van het politiekantoor in Hilversum. Het operationeel worden van de nieuwe meldkamer staat gepland voor het derde kwartaal van 2025. Gedurende de bouwkundige en technische realisatie van de meldkamer wordt binnen de drie betrokken veiligheidsregio’s (Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland) hard gewerkt om één centrale personele organisatie in te richten. Deze organisatie komt voort uit de bestaande meldkamerorganisaties in Lelystad en Utrecht. Bestuurlijke besluitvorming hieromtrent is voorzien voor 2025. Met de komst van een nieuwe meldkamer, een nieuwe meldkamerorganisatie en een uitgebreide samenwerking op het niveau Midden-Nederland ontstaat ook een ander kostenplaatje en bijbehorende kostenverdeling. Het exacte financieel effect voor VRGV is structureel vanaf het eerste volledige jaar dat de meldkamer operationeel is, 2026. In afwachting van bestuurlijke besluitvorming hierover wordt het effect in deze kadernota als pm-post opgenomen. Bij de (ontwerp-)programmabegroting 2026 wordt het definitieve bedrag opgenomen. Dit zal voor VRGV naar verwachting leiden tot een klein voordeel.

Hoofdstuk 5

4.6 Ravijnjaar Als veiligheidsregio staan we natuurlijk nauw in verbinding met de gemeenten en volgen we ook de ontwikkelingen die hen aangaan. Een financiële ontwikkeling die bij gemeenten al jaren veel wordt besproken

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

4.1 Ontwikkelingen lonen 4.2 Ontwikkelingen prijzen 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 3

4.3 FLO-looncompensatie

4.6 Ravijnjaar

4.8 Duurzaamheid 5. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

4.7 Situatie gemeente Wijdemeren

12

is het ‘ravijnjaar’ 2026. Door een overgang van financieringssystematiek ten aanzien van het gemeentefonds is er in 2026 een dip in de uitkering die gemeenten ontvangen. Dit zal mogelijk leiden tot (eenmalige) tekorten of bezuinigingen bij gemeenten. Voor ons als organisatie staat een terughoudend en prudent financieel beleid altijd hoog op de agenda. Dit is ook terug te zien in het feit dat we al enkele jaren geen gemeentelijke bijdrage hebben gevraagd voor nieuw beleid. Ook voor 2026 wordt deze lijn doorgezet en is kritisch gekeken naar de eigen ambities in relatie tot de beschikbare middelen. Zodoende dragen we al jaren, maar dit ‘ravijnjaar’ in het bijzonder, bij aan de financiële uitdagingen van onze gemeenten.

4.7 Situatie gemeente Wijdemeren De organisatie van de gemeente Wijdemeren is relatief klein. Om ook in de toekomst de juiste dienstverlening (betaalbaar) te kunnen blijven leveren heeft de gemeenteraad aangegeven een gemeentelijke herindeling te willen onderzoeken. Op dit moment vinden er gesprekken plaats met gemeente Hilversum over een samengaan. De beoogde datum hiervoor is 1 januari 2027. Op dit moment is voor VRGV nog onduidelijk wat dit, zowel financieel als bestuurlijk, betekent.

4.8 Duurzaamheid Duurzaamheid begint toenemend een integraal onderdeel te worden van onze bedrijfsvoering. Er zijn reeds stappen gezet, waarbij het tanken van HVO100 hernieuwbare diesel voor onze grote voertuigen op de hoofdlocaties in het oog springt. Voor deze voertuigen zijn nog geen geschikte geëlektrificeerde alternatieven. Waar dit wel het geval is, worden de komende jaren voertuigen die op fossiele brandstof rijden vervangen voor elektrische alternatieven. Dit geldt bijvoorbeeld voor de reguliere poolauto’s en de mobiele commando unit (MCU). Om onze voortgang te monitoren is gekozen voor een jaarlijkse audit en certificering aan de hand van de CO2-prestatieladder niveau 3.

Hoofdstuk 5

Parallel zijn we zelf, en in samenspraak met gemeenten, bezig met het verduurzamen van onze kazernes. Vooralsnog lukt het ons om onze verduurzamingsambitie, die in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs, binnen de begroting op te vangen. Tegelijkertijd ontstaat er steeds meer wetgeving met daarin verplichtingen rondom het verduurzamen en gasloos maken van ons vastgoed. We gaan voor de langere termijn (2028 en verder) een inventarisatie maken van welke aanvullende maatregelen ons opgelegd worden en welke financiële implicaties deze hebben. Wanneer dit werkelijkheid wordt, zal het bestuur keuzes worden voorgelegd.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

13

5. Financieel perspectief Dit laatste hoofdstuk bevat het financieel perspectief en de risico’s voor 2026. Er spelen diverse ontwikkelingen die financiële gevolgen hebben. De kanttekening daarbij is dat we op dit moment nog niet concreet kunnen worden over alle benodigde financiële middelen, omdat die in sommige gevallen niet te calculeren zijn. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte toelichting op de risico’s, voor zover we die nu al voorzien.

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar Samengevat geven de genoemde bedragen in hoofdstuk 4 het volgende overzicht. Financiele effecten per begrotingsjaar

Hoofdstuk 4

2026

2027

2028

2029

Looncompensatie 3,4%

611.526

611.526

611.526

611.526

Prijscompensatie 2,2%

291.585

291.585

291.585

291.585

11.136

11.136

11.136

11.136

Meerjarig effect algemene uitkering (BDuR)

-392.642

-392.642

-392.642

-392.642

Subtotaal autonome ontwikkelingen:

521.605

521.605

521.605

521.605

Autonome ontwikkelingen loon-prijscompensatie

FLO looncompensatie 3,4%

Overige bijstellingen:

Hoofdstuk 5

Transitie Meldkamer Midden-Nederland Subtotaal overige bijstellingen: Totale toename gemeentelijke bijdrage

pm

pm

pm

pm

0

0

0

0

521.605

521.605

521.605

521.605

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

14

5.2 Risico’s Hieronder staat een aantal risico’s beschreven, met de maximaal mogelijke financiële omvang. In de berekeningen is ook de kans hierop meegenomen. Dit laatste is enigszins arbitrair, maar er is een zo reëel mogelijke kans geschat. Voor de horizon is een periode van twee jaren genomen. Als een risico zich namelijk in enig jaar voordoet, dan is dit risico niet direct structureel opgelost. Dit gebeurt doorgaans in de daaropvolgende op te stellen begroting. Dat betekent dat incidentele dekking (vanuit de algemene reserve) nodig is in zowel het betreffende jaar als in het daaropvolgende jaar. Omschrijving

Doel

Algemene reserve*

Conform afspraak de dekking van onze risico's

Bijdrage voor onvoorzien

In jaarrekening geen dekking, in PBG wel

Stille reserves**

Niet van toepassing voor VRGV

Totaal

JR 2025 1.492.500 0 1.492.500

2025 Totaal risicoprofiel

2.032.252

Hoofdstuk 4

Ratio weerstandsvermogen (beschikbaar/benodigde weerstandscapaciteit)

0,734

Netto euro verschil tussen beschikbaar en benodigde weerstandscapaciteit

-539.752

*D  e VRGV heeft geen stille reserves. Als bijvoorbeeld de brandweer een kazerne moet verlaten of herplaatsen, dan geldt de terugkoopverplichting tegen de dan geldende boekwaarde door de desbetreffende gemeente. Derhalve kan er nooit sprake zijn van boekwinst op de verkoop van kazernes.

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

15

Risico's

Financiële Kans omvang (in %) risico (in €)

Benodigde dekking (in €)

Horizon

Meldplicht datalekken

900.000

15

135.000

2 jaar

Onderhoud gebouwen

100.000

25

25.000

2 jaar

Verplichtend karakter

2.000.000

30

600.000

Samenwerking met VR Flevoland stoppen

350.000

10

Frictiekosten uittreding gemeente Weesp

525.000

10% Korting BDuR

539.752

Benodigde dekking gemeenten

Benodigde dekking VRGV

Structureel (S) / Incidenteel (I)

67.500

I

50.000

S

2 jaar

1.200.000

S

35.000

2 jaar

70.000

S

10

52.500

2 jaar

105.000

S

50

269.876

2 jaar

pm

539.752

S

pm

Dekking PM posten vanuit ruimte ratio ARBO - aanpassing kazernes

pm

pm

2 jaar

pm

pm

S

MVO incl. energietransitie

pm

pm

2 jaar

pm

pm

S

Ontwikkelingen lonen

pm

pm

2 jaar

pm

pm

S

Totaal Risicoprofiel

4.414.752

1.117.376

2.032.252

Hoofdstuk 4

Toelichting op de risico’s Hieronder zijn de risico’s omschreven. Daarbij zijn per risico de risicoafweging en beheersmaatregelen nader uitgewerkt.

Te kwantificeren risico’s voor de VRGV Meldplicht Datalekken

Hoofdstuk 5

Omschrijving risico Vanuit de Wet bescherming persoonsgegevens zijn organisaties waar een datalek zich voordoet verplicht dit binnen 72 uur te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarbij gaat het om een datalek waarbij gevoelige informatie op straat kan komen te liggen. Doet men dit niet, dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

16

Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording over deze wet te vergroten. Daarnaast zijn we op het gebied van informatisering en automatisering bezig om onze ICT-omgeving hierop aan te passen. Ook zet het NIPV zich in op dit onderwerp. Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een lek kan ontstaan. Indien dit zich voordoet, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. De kans dat zich dat voordoet in de komende twee jaar schatten wij in op 15%. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico, delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.

Onderhoud gebouwen Omschrijving risico Het algemeen bestuur heeft eind 2013 besloten om een aantal kazernes over te nemen van gemeenten. De kazernes zijn eigendom van VRGV en er zal groot onderhoud aan deze gebouwen moeten worden gepleegd.

Hoofdstuk 4

Beheersmaatregelen VRGV heeft de staat van het onderhoud van de kazernes door een externe partij laten onderzoeken en hiervan een financiële vertaling laten maken. Op basis van dit inzicht en het gewenste kwaliteitsniveau is met behulp van meerjarenonderhoudsplannen de omvang van het benodigde onderhoudsbudget bepaald. Daarbij speelt vanaf 2021 ook het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De visie die we hierop aan het ontwikkelen zijn kan leiden tot andere inzichten op het gebied van onderhoud.

Hoofdstuk 5

Restrisico en dekking VRGV heeft het risico nu afgedekt in een onderhoudsvoorziening. Op dit moment gaan we ervan uit dat de kosten voor groot onderhoud uit deze voorziening gedekt kunnen worden. Het gekozen onderhoudsniveau is redelijk. Op dit moment wordt onderzocht of daadwerkelijk alles is opgenomen in het onderhoudsplan. Daarnaast worden opgenomen bedragen geverifieerd op realiteit. We gaan ervan uit dat er een financiële aanpassing in de onderhoudsvoorziening moet plaatsvinden. We schatten het risico in op € 100.000. Met een kans van 25% is het risico € 50.000 over 2 jaar.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

17

Verplichtend karakter brandweerpersoneel (voorheen: Taakdifferentiatie brandweerpersoneel) Omschrijving risico Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad is gewerkt aan een implementatieplan voor het afschaffen van de verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam ‘Verplichtend karakter’. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld. Beheersmaatregelen VRGV heeft geen invloed op het vervolgtraject met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid). Restrisico en dekking Het financiële risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij VRGV een minimaal risico is van € 2.030.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door het verplichtend karakter volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Doordat de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is loopt VRGV een financieel risico. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten.

Over 2 jaar gerekend is het financieel risico € 1.218.000.

Hoofdstuk 4

Stoppen van samenwerking met VRF

Hoofdstuk 5

Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Gooi en Vechtstreek en Flevoland een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Extern onderzoek toont aan dat de samenwerking voor VRGV een structureel efficiency-voordeel oplevert van € 350.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen, dan vervalt het voordeel. Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor de samenwerking zo veel mogelijk ondersteund.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen 5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen, dan vervallen de efficiency-voordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt, is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 70.000.

Frictie uittreding gemeente Weesp Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

18

Omschrijving risico De gemeente Weesp is in 2022 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling VRGV en zal intreden bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Door deze uittreding zijn er (financiële) afspraken gemaakt over frictiekosten van personeel. Beheersmaatregelen Het algemeen bestuur heeft met de gemeente Weesp afspraken gemaakt over een financieel arrangement, waarbij VRGV de tijd krijgt om de niet direct wegvallende kosten gelijkmatig over een bepaalde periode te kunnen afbouwen. Restrisico en dekking Vooralsnog wordt er gerekend met een financieel risico voor VRGV, van € 435.000 structureel per jaar, waarbij het financieel arrangement de komende jaren wordt afgeboekt. Het financieel risico is nu vooralsnog bepaald op 10%, zijnde € 43.500 vanaf 2024.

Hoofdstuk 4

10% Korting op Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR)

Hoofdstuk 5

Omschrijving risico Het kabinet heeft in haar hoofdlijnenakkoord opgenomen de specifieke uitkeringen te willen terugdringen. Deze worden integraal in het gemeentefonds verwerkt met een korting van 10%. De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) valt hier ook onder. Inmiddels is duidelijk geworden dat de BDuR niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, maar rechtstreeks blijft worden uitbetaald aan de veiligheidsregio. Echter, de 10% korting is voorlopig opgenomen in de Miljoenennota 2024. De minister heeft aangegeven dat de korting op de BDuR als onderdeel van de brede korting op specifieke uitkeringen een ‘onbedoeld neveneffect’ is en dat de minister zich zal inzetten om dekking te vinden om de korting -die per 2026 effect zou krijgen - terug te draaien. Of dit gaat lukken is onzeker.

Hoofdstuk 1

Kadernota 2026 1. Inleiding

3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 2

2. Het gezamenlijk beleidsplan 2025-2028

5. Financieel perspectief

5.2 Risico’s

Hoofdstuk 3

5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

19

Beheersmaatregelen VRGV heeft geen invloed op het vervolgtraject. De minister moet binnen haar kabinet budget vinden om de maatregel terug te kunnen draaien. Restrisico en dekking VRGV ontvangt € 5.397.516 aan BDuR. Een korting van 10% laat zich financieel vertalen naar een korting van € 539.752. Over 2 jaar gerekend is het financieel risico van diezelfde omvang.

Niet te kwantificeren risico’s voor VRGV ARBO-aanpassingen gebouwen Omschrijving risico Voor de in eigendom zijnde kazernes is VRGV zelf verantwoordelijk voor de ARBO-maatregelen voor de medewerkers. Voor de kazernes die VRGV in gebruik heeft van gemeenten geldt dit niet. Beheersmaatregelen Op basis van de warme risico-inventarisatie en evaluatie onderzoeken (RI&E) wordt periodiek gekeken naar de arbeidsveiligheid van onze medewerkers binnen de in eigendom zijnde kazernes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=461d74dd-e671-4993-954b-477f92e1a4cb