CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Raadsinformatiebrief 2024-34 inzake Regionaal Actieplan Dakloosheid 2024-2025

GEMEENTERAAD 12 juni 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ter kennisneming13.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1430821

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2024 - 34

Portefeuillehouder

N.G.T. van Voorden

Datum

24 mei 2024

Informatie bij

Kirsten Valk

Tel. nr.

(035) 629 2022

Onderwerp Regionaal Plan van aanpak Dakloosheid 2024-2025

Kernboodschap In het regionale Plan van aanpak Dakloosheid kunt u lezen hoe het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een Thuis’, is vertaald naar een concrete, regionale aanpak. Dit plan sluit aan bij het huidige (regionale) beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2022 – 2025 en houdt rekening met relevante landelijke programma’s en lokale agenda’s. Het plan van aanpak bevat concrete maatregelen die we dit- én volgend jaar in regionaal verband uitvoeren. Gezien de toename van dakloosheid én het nationale actieplan kiezen we in onze regio voor het doorontwikkelen en verstevigen van onze bestaande aanpak. Weerbarstige onderwerpen zoals een tweede Keerpunt zijn belangrijk in het terugdringen van dakloosheid. We sturen daarom vanuit Hilversum op de realisatie van de al bestaande regio-afspraken. Naast de concrete maatregelen staan er aanbevelingen in het regionaal Plan van aanpak Dakloosheid die we meenemen in de evaluatie van het huidige regionale beleidsplan Bescherming en Opvang en de ontwikkeling van nieuw beleid vanaf 2026 over dit onderwerp.

Aanleiding Eind 2022 heeft de staatssecretaris van VWS samen met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de VNG, woningbouwcorporaties, zorgaanbieders, cliëntorganisaties en andere belanghebbende partijen het Nationaal Actieplan Dakloosheid: ‘Eerst een Thuis’ gelanceerd. De opdracht aan gemeenten is om dit nationale actieplan, in overeenstemming met de onderliggende bestuurlijke afspraken, om te zetten naar regionale plannen van aanpak. In het plan moet het voorkomen van dakloosheid (preventie) en ‘Wonen eerst’ (bieden van huisvesting en daarna problemen oplossen) centraal staan. Schets van de huidige situatie van dakloosheid Onlangs maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat het aantal daklozen in Nederland is toegenomen. Dit is onder andere te verklaren door de toegenomen hoge energielasten waardoor mensen hun rekeningen (soms) niet meer kunnen betalen. Ook de wooncrisis leidt ertoe dat steeds meer mensen zonder een dak boven hun hoofd leven, bijvoorbeeld na een relatiebreuk. Daarnaast is er landelijk een toename van EU-burgers die voor (seizoens)werk naar Nederland komen en na het werk dakloos raken.

1

In onze regio zien we vooral een toename van dakloosheid van eenoudergezinnen en van economisch daklozen. Dit zijn mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen en hun huis uit moeten, maar geen ernstige andere problemen hebben. Ook jongeren (tussen de 16 en 23 jaar) in onze regio zijn soms dakloos, omdat ze geen betaalbare woonruimte kunnen vinden, of omdat ze door problemen in het gezin niet meer thuis kunnen wonen of omdat ze geen hulp of (jeugd)zorg meer willen en daardoor niet meer begeleid willen wonen. Meestal gaat het hier om zogeheten thuislozen. Ze hebben wel een dak boven hun hoofd, maar ze staan niet ingeschreven op een eigen adres, omdat ze ergens anders verblijven (bijvoorbeeld bij vrienden of familieleden). Het regionaal Plan van aanpak Dakloosheid 2024-2025 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking van de Regio met de regiogemeenten, maatschappelijke partners en een aantal cliënten. De adviesraad van Hilversum is actief geïnformeerd hierover. Naast dit regionaal plan van aanpak doen we ook lokaal interventies om dakloosheid terug te dringen, zoals het ontwikkelen van de flexwoningen op het circusterrein.

Consequenties Het doel van het Nationaal Actieplan Dakloosheid is om vanaf 2030 geen daklozen meer te hebben in Nederland. Een mooie en tegelijkertijd zeer ambitieuze doelstelling, zeker gezien de huidige toename van daklozen in heel Nederland. Wij blijven ons in regioverband inzetten om, samen met onze maatschappelijke partners, dakloosheid verder terug te dringen en op het voorkomen ervan. De belangrijkste pijlers uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid zijn het voorkomen van dakloosheid, het om- en afbouwen van de daklozenopvang en ‘wonen eerst’. Wij gaan in regioverband verder met deze pijlers maar zijn nu niet van plan om de maatschappelijke opvang af te bouwen. Wij staan er immers voor dat niemand op straat hoeft te slapen en vinden daarom de afbouw van de maatschappelijke opvang te vroeg.

Vervolgtraject De maatregelen in het Plan van Aanpak Dakloosheid worden uitgevoerd in 2024 en 2025. In 2025 wordt het beleidsplan van Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2022-2025 geëvalueerd en het nieuwe beleidsplan voor 2026-2029 ontwikkeld. Hierin krijgt de aanpak van dakloosheid een plek en wordt het verder uitgewerkt. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n): 1. Plan van aanpak dakloosheid 2024-2025 Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 14 mei 2024.

2

Plan van aanpak Dakloosheid 2024 – 2025 Met een doorkijkje naar de jaren 2026 – 2030, in het kader van het

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Ons kenmerk Versie Datum Contactpersoon E-mail

DOC-24004594 definitief 11 maart 2024 Sonja Hartkamp/ Simone Troost s.hartkamp@regiogv.nl

Inhoudsopgave 1. Inleiding

1

1.1 Aanleiding

1

1.2 Methode

1

1.3 Samenvatting 2 1.3.1 Afbakening 2 1.3.2 Voornaamste maatregelen ten behoeve van 2024 - 2025 2 1.3.3 Te agenderen thema’s ter voorbereiding op de beleidsperiode Bescherming en Opvang (B&O) 2026 2029 3 2. Invulling actielijnen 2024 en 2025

5

2.1 Actielijn 1 - Versterken financiële bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum

5

2.2 Actielijn 2 - Preventie: Dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen

7

2.3 Actielijn 3 - Wonen eerst: iedereen een stabiele woonplek met ondersteuning op maat

10

2.4 Actielijn 4 - Versterken uitvoeringspraktijk: betere regie, snelheid en de menselijke maat centraal

13

2.5 Actielijn 5 - Inzet ervaringskennis in de hele beleidscyclus

16

2.6 Actielijn 6 - Aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ inwoners en EU-burgers.

19

Bijlage I Checklist en interviewvragen gemeenten landelijk actieplan dakloosheid Bijlage 2 Interviewvragen zorgaanbieders in het kader van het landelijk actieplan dakloosheid Bijlage 3 Relevante voorzieningen in de regio Gooi en Vechtstreek

22 22 29 29 31 31

1. Inleiding Voor ligt het regionale plan van aanpak Dakloosheid 2024 - 2025 van de Gooi en Vechtstreek, met een doorkijkje naar de jaren 2026 tot 2030. Dit plan is tot stand gebracht in directe samenwerking tussen Regio en gemeenten. De zorgpartners van de regionale voorzieningen, behorend tot het contract Bescherming en Opvang, hebben daarbij uiteraard ook hun inbreng gehad en zo ook enkele (voormalig) cliënten van de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen.

1.1 Aanleiding Eind 2022 heeft de staatssecretaris van VWS samen met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de VNG, woningbouwcorporaties, zorgaanbieders, cliëntorganisaties en andere belanghebbende partijen het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis gelanceerd. De opdracht aan gemeenten is om dit nationale actieplan, conform de onderliggende bestuurlijke afspraken, om te zetten naar regionale plannen van aanpak. Gezien het hoge ambitieniveau en de totale looptijd van het nationale actieplan, vonden gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek het van belang om een zorgvuldige en onafhankelijke verkennende fase op te starten. In deze fase is gekeken naar wat we al doen lokaal en/of regionaal, met welk effect en wat nog ontbreekt of beter kan. Vervolgens is dit plan van aanpak voor de periode 2024 tot en met 2025, in aanvulling op het beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2022 – 2025, opgesteld. Daar waar mogelijk met aanbevelingen voor de volgende beleidsperiode 2026 tot en met 2029.

In het laatste kwartaal van 2023 zijn de leden van het regionale directie overleg, de portefeuillehouders Gezondheid & Ondersteuning (sociaal domein) en de gemeenteraden geïnformeerd over dit proces, met als beoogd resultaat: Overeengekomen resultaat Oplevering van een uitvoerend regionaal plan van aanpak d.d. 1 februari 2024. Dit plan sluit aan bij het huidige beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ en houdt rekening met lopende programma’s dan wel projecten (o.a. regioplan Integraal Zorg Akkoord (IZA), regionale woonzorganalyse). Er worden tevens aanbevelingen meegegeven die door gemeenten meegenomen kunnen worden in de evaluatie van het huidig beleidsplan en bij de voorbereidingen van de volgende beleidsperiode ten behoeve van de jaren 2026 tot 2030.

1.2 Methode De zes actielijnen in het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) zijn omgezet naar een checklist voor gemeenten en een checklist voor zorgaanbieders, zie bijlage 1 en 2. Deze checklists zijn voorafgaand aan de geplande groepsinterviews gedeeld met de direct betrokkenen, zodat men zich kon voorbereiden op de diverse onderwerpen en vraagstukken en men er tevens zorg voor kon dragen dat de juiste personen aan het interview meededen. Vervolgens hebben de verdiepende groepsinterviews per gemeente plaatsgevonden tussen de kwartiermaker1 Dakloosheid en de beleidsadviseurs en uitvoerders van Bescherming en Opvang (B&O), Werk & Participatie, Wmo en Wonen. Daarna zijn de gecontracteerde B&O-aanbieders2, ook apart van elkaar, geïnterviewd waaraan management, beleid en een enkele (voormalig3) cliënt deelnamen.

De kwartiermaker Dakloosheid is door de Regio, namens de gemeenten, ingehuurd door om dit plan van aanpak op te leveren. Zij heet Simone Troost. Sonja Hartkamp, senior adviseur Bescherming en Opvang, is de ambtelijk opdrachtgever van Simone. De portefeuillehouders Gezondheid en Ondersteuning, waaronder de bestuurlijk trekkers van Bescherming en Opvang Gerben van Voorden en Barbara Boudewijnse, zijn de bestuurlijk opdrachtgevers. 2 GGz Centraal, Jellinek (Arkin), Kwintes en Leger des Heils. 3 Tegenwoordig aan het werk als conciërge bij de daklozenopvang. 1

1

De uitkomsten van de diverse interviews zijn vergeleken met de maatregelen van het beleidsplan Bescherming en Opvang 2022 – 2025, waarbij er is gekeken naar welke thema’s in de praktijk goed gaan en welke er (nog) beter, uitgebreid of aangevuld kunnen worden om de aanpak van dakloosheid in de regio te versterken. Vervolgens is het plan van aanpak tot stand gebracht op basis van de zes actielijnen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD), waarbij verbindingen zijn gelegd met relevante beleidsplannen/-agenda’s en programma’s en er tevens een uitsplitsing is gemaakt tussen lokale en regionale activiteiten.

1.3 Samenvatting Uit de interviews komt naar voren dat er ten behoeve van de actielijnen uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) al veel in gang gezet is in de regio en of zelfs al gerealiseerd is op basis van het huidige lokale en regionale beleid en van de aanwezige voorzieningen. In het volgende hoofdstuk worden, per actielijn, een aantal goede voorbeelden genoemd. In lijn met het beoogd resultaat is het plan van aanpak zodanig opgesteld dat: a. Er per actielijn extra uitvoerende acties worden voorgesteld voor de jaren 2024 – 2025, aanvullend aan staand regionaal beleid. b. Er aanbevelingen meegegeven worden voor de jaren daarna, ten behoeve van het volgende meerjarenbeleid Bescherming en Opvang (2026 – 2029). Wat al in gang is gezet, zal in de periode 2024 – 2025 worden aangevuld, verbeterd en of verstrekt. Wat al gerealiseerd is zal behouden en of doorontwikkeld worden. En wat nog onvoldoende (h)erkent wordt en of ontbreekt leidt tot verkennende acties dan wel tot kleinschalige pilots, ter voorbereiding op de volgende beleidsperiode. Net als bij het NAD zijn daarbij de belangrijkste pijlers ‘Preventie’; het voorkomen van dakloosheid) en ‘Wonen eerst’; (dreigende) dakloosheid zoveel mogelijk oplossen door middel van het (her)huisvesten van inwoners.

1.3.1 Afbakening (2024 – 2025) Daar waar er regionaal kosten gemaakt moeten worden, zullen deze te allen tijde ten laste komen van de regionale begroting Bescherming en Opvang. Daartoe zullen te zijner tijd aparte voorstellen ter besluitvorming worden voorgelegd aan de daartoe gemachtigde gremia. De financiële uitwerkingen maken dan ook geen onderdeel uit van dit plan van aanpak, met uitzondering van de inhuur van een projectleider. 1.3.2 Voornaamste maatregelen ten behoeve van 2024 - 2025 Hieronder worden de belangrijkste acties en maatregelen benoemd die een directe relatie hebben tot de twee pijlers ‘Preventie’ en ‘Wonen eerst’. ➢ Preventie: - Het doorontwikkelen van de vroegsignalering bij bestaansonzekerheden (actielijn 1). - Het proactief aanbieden van regie op de ‘big five’ op risicovolle momenten (actielijn 4). ➢ Wonen eerst: - Het vergroten van de beschikbaarheid van betaalbare woningen. Enerzijds met behulp van particuliere woonruimte, als flankerend beleid. Anderzijds, als structurele oplossing, het bouwen van meer betaalbare woningen in de regio (actielijn 2 en 3). - Het realiseren van staand beleid ten aanzien van de uitbreiding met een tweede In Between Places, waar ook ondersteuning geboden wordt, en van een tweede

2

Keerpunt (Zuid), ook wel bekend als ‘Skaeve huse’4 zijn daarin belangrijke opgaven (actielijn 3). 1.3.3 Te agenderen thema’s ter voorbereiding op de beleidsperiode Bescherming en Opvang (B&O) 2026 - 2029 In deze paragraaf staan enkele thema’s genoemd die voortkomen uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD), een relatie hebben met het beleidsplan B&O en die om keuzes vragen bij het tot stand brengen van het volgende beleidsplan B&O voor de periode 2026 tot en met 2029. Naast de hieronder aangegeven thema’s zullen ook de uitkomsten van alle maatregelen uit dit plan van aanpak, die gedurende 2024 – 2025 worden uitgevoerd, meegenomen worden ter voorbereiding op het tot stand brengen van het volgende beleidsplan B&O. De te agenderen thema’s: ➢ ETHOS light telonderzoek t.b.v. betrouwbare gegevensaard & omvang van dakloosheid: In het NAD wordt gewezen op het belang van betere monitoring van dakloosheid. De huidige CBS-monitoring van dakloosheid in Nederland is gebaseerd op schattingen en sluit ook een x-aantal daklozen uit van telling (bv. 18-minners en 65-plussers). Hoeveel mensen er exact dak- en of thuisloos zijn is daarom niet bekend, zo ook niet wat hun kenmerken en leefsituaties (zogeheten classificaties5) zijn. In het voorjaar van 2023 hebben twee regio’s, bestaande uit twaalf gemeenten in NoordoostBrabant, bij wijze van proef, het ETHOS light telonderzoek uitgevoerd6.

In het voorjaar van 2024 zal deze pilot opnieuw uitgevoerd worden, met zes (andere) regio’s c.q. vijfenvijftig gemeenten. De uitkomsten van de eerste pilot werden door vrijwel alle regio’s in Nederland herkend, zo ook door onze regio. De (handmatige) telling via ETHOS light geeft een (eenmalig) completer en exacter beeld, dan de CBS schattingen. Te bespreken thema ten behoeve van het volgende beleidsplan B&O: ❖ Gaan gemeenten van de regio Gooi en Vechtstreek in de nieuwe beleidsperiode 20262029 het telonderzoek in de 7 gemeenten, samen met alle relevante maatschappelijke partners, uitvoeren of blijven zij in de periode 2026 - 2029 gebruik maken van de van de uitkomsten van andere regio’s om meer grip te krijgen op de aard en omvang van dakloosheid in de regio Gooi en Vechtstreek? De ervaringen van de pilotsregio’s in 2023 en 2024 worden meegenomen om deze vraag voor de nieuwe beleidsperiode te beantwoorden. ➢ Woonzorgopgaven zijn meeromvattend dan het voorkomen van dakloosheid en vragen om een lange termijn visie: Uit de interviews met gemeenten en zorgaanbieders is naar voren gekomen dat regionale afstemming van de woonzorgbehoeften op niveau van doelgroepen belangrijk is om aan de verschillende doelgroepen c.q. dakloosheid volgens de ETHOS-light classificaties passende woonruimte te kunnen bieden.

In het beleidsplan Bescherming en Opvang (B&O) 2022 – 2025 zijn een aantal woonzorggerelateerde maatregelen opgenomen, waarbij sinds eind 2021 de focus is komen te liggen op het realiseren van een tweede Keerpunt (Skaeve huse) en een tweede In Between Places (IBP, maar dan gecombineerd met een ondersteuningsaanbod/-vraag). Ten aanzien van de

4 Skaeve huse is overgewaaid uit Denemarken. Skaeve Huse is een bijzondere woonvorm bedoeld voor bewoners van een

gemeente/regio die zich niet aan een gewone woonomgeving aanpassen. Omdat ze dit niet kunnen of niet willen. Skaeve Huse is onder begeleiding wonen, in een rustige omgeving, met weinig prikkels van buitenaf. 5 Het hanteren van de ETHOS light classificaties betreffende de dakloosheid, staat niet ter discussie daar alle gemeenten bij het vaststellen van het NAD ook akkoord zijn gegaan met het hanteren van deze classificaties. 6 VNG – Nieuwe telling voor meer inzicht dak- en thuisloosheid 3

opvang-gerelateerde maatregelen, zetten gemeenten zich in om minimaal tien kleinschalige opvanginitiatieven voor gezinnen in de wijk te realiseren gedurende deze beleidsperiode7. Het concept ‘Onder de Pannen’ dat in 2024 en 2025, met vaststelling van dit plan van aanpak, zal worden voorbereid, zou een nieuw perspectief betekenen ten behoeve van de categorie ‘economisch daklozen’ die middels dit concept betaalbaar en in de eigen omgeving kunnen blijven wonen, bij particulieren thuis. Een perspectief welke in de volgende beleidsperiode gerealiseerd zou kunnen gaan worden, mits gemeenten daarvoor kiezen. ❖ De vraagt ligt voor of gemeenten het concept Onder de Pannen structureel willen inkopen en hoe dit concept zich verhoudt tot de ontwikkelingen in het kader van de voorgenomen realisaties van een tweede Keerpunt (concept Skaeve huse), een tweede IBP+ en de kleinschalige opvanginitiatieven voor gezinnen. De afstemming betreffende de woonzorgopgaven die onze regio kent voor ‘Ouderen’ en (andere) ‘Aandachtsgroepen8’, heeft recent plaatsgevonden met behulp van een regionale woonzorganalyse. De uitkomsten van deze analyse zijn afgestemd tussen de kwartiermaker dakloosheid, de projectleider regionale woonzorganalyse en diens ambtelijk opdrachtgevers. De huidige woonvisies zijn lokaal ingestoken.

❖ De vraag ligt voor of de fase na de regionale woonzorganalyse regionaal of toch (overwegend) lokaal wordt ingestoken. De stuurgroep van de regionale woonzorganalyse heeft geadviseerd om ook de volgende fase regionaal op te pakken. Dit advies wordt voorgelegd aan de portefeuillehouders Wonen (fysiek domein) en Gezondheid en Ondersteuning (sociaal domein), via een gezamenlijk overleg d.d. 18 april 2024. Ondanks dat de woonzorgopgaven omvangrijker zijn dan het enkelvoudig voorkomen en of terugdringen van dakloosheid, zullen gemeenten voortdurend keuzes moeten maken tussen de verschillende aandachtsgroepen op een toch al krappe woningmarkt. Daarbij zijn gemeenten ook afhankelijk van wat het Rijk van hen verwacht. Dit laat onverlet dat specifieke aandachtsgroepen, zoals dak- en thuislozen, altijd de zorg en aandacht moeten krijgen en niet tussen wal en schip mogen raken en daarmee ook altijd op de politieke en maatschappelijke agenda’s behoren te staan.

7 Maatregel 10c. uit het beleidsplan Bescherming en Opvang 2022 - 2025. Stand van zaken (peildatum 26 februari 2024): in

Hilversum is de Orchidee (6 woonunits) gevestigd. Verkenning ten behoeve van een uitbreiding hiervan heeft een tijdelijk extra initiatief (2 tot 3 onzelfstandige woonunits) opgeleverd in De Kotter te Huizen voor de periode april 2023 tot en met december 2024. In Between Places Plus zou mogelijk een beter passende optie zijn (voor kleine gezinnen), behorend tot maatregel 20, maar daar deze nog niet gerealiseerd is, is dit een tijdelijk, passend gemaakt, alternatief. 8 Dakloosheid behoort ook tot deze categorie. 4

2. Invulling actielijnen 2024 en 2025 In dit hoofdstuk wordt met behulp van de uitkomsten van de interviews volgens een vast stramien gereflecteerd op de zes actielijnen uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD): ➢ wat omvat de betreffende actielijn? ➢ wat gaat goed in het kader van die actielijn? En vervolgens; ➢ welke opgave ligt er nog en wat wordt voorgesteld ten behoeve van 2024 – 2025?

2.1 Actielijn 1 - Versterken financiële bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum Wat omvat actielijn 1? Het borgen van het bestaansminimum draagt in belangrijke mate bij aan preventie van dakloosheid. In het NAD worden bij deze actielijn de volgende hoofdthema’s meegegeven: a. Voorkomen van negatieve effecten van wet- en regelgeving door toepassen van de beoogde wijzigingen participatie wet in Balans (per 1/1/2025). b. Vroegsignalering door het hanteren van aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. Wat gaat goed in het kader van actielijn 1? Hoofdthema a: In de praktijk van de regio Gooi en Vechtstreek handelen gemeenten al zo veel mogelijk in de geest van de beoogde aanpassingen in de participatiewet of treffen voorbereidingen om dit te gaan doen in 2024. Hoofdthema b: Er wordt vanuit de gemeentelijke teams schuldhulpverlening stevig ingezet op de vroegsignalering. Sinds 1 januari 2021 melden woningcorporaties en particuliere verhuurders betalingsachterstanden in een vroeg stadium bij de gemeentelijke teams. Hierdoor krijgen gemeenten inwoners met schulden tijdig in beeld en kunnen zij actief schuldhulp aanbieden. In het kader van het rapport Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (HMD9) wordt rechtstreeks door wooncorporaties contact opgenomen met huurders zodra er sprake is van betalingsachterstand (en/of bij andere woongerelateerde problematiek).

Er wordt proactief vrijwillige hulp aangeboden en gewezen op de risico’s van oplopende achterstanden. Hierdoor worden jaarlijks veel huisuitzettingen in de regio voorkomen. De manier waarop gemeenten contact opnemen met haar inwoners varieert per uitvoeringsdienst. Van volledig outreachend bij elke achterstand tot geheel of gedeeltelijk schriftelijk afhankelijk van de hoogte van de schuld en het aantal schuldeisers. Hoe eerder inwoners hulp aanvaarden hoe groter de kans is om escalatie van financiële problemen en daarmee dreigende dakloosheid te voorkomen. Het is van belang dat ook de vroegsignalering binnen de gemeentelijke uitvoeringsdiensten goed verloopt en geborgd wordt. En dat er alertheid is bij alle uitvoeringsprofessionals op financiële zorgen en betalingsachterstanden, ongeacht bij welk loket en via welke wet de inwoner binnenkomt. Opgaven 2024 en 2025 in het kader van actielijn 1: Vanuit de interviews met gemeentelijke schuldhulpverleners en zorgaanbieders komt naar voren dat eerdere hulp en in sommige situaties blijvende hulp bij het beheer van het persoonlijk budget bijdraagt aan het voorkomen van (terugkerende) dakloosheid. De volgende activiteiten kunnen bijdragen aan het versterken van de vroegsignalering van betalingsproblemen:

9

Regio - document HMD 5

Opgave actielijn 1 2024 - 2025 Regionale inzet/ activiteiten Lokale inzet/activiteiten

Doelgroep Beoogd effect Planning Relatie tot huidig beleid en landelijke programma’s.

Benodigde middelen

Versterken vroegsignalering door het aanscherpen van de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden Versterken vroegsignalering door het indien mogelijk uitbreiden van informatie per gemeente vanuit overstijgende leveranciers over betalingsachterstanden. Daarbij komen tot uniforme afspraken binnen de regio. (opvolgmeldingen huur, energie, water, eigen bijdrage zorg, zorgverzekering etc.) Versterken vroegsignalering: Domein overstijgende alertheid en samenwerking bij betalingsachterstanden door en met de verschillende afdelingen van de gemeentelijke uitvoeringsdiensten (interne organisatie ontschotten). Versterken vroegsignalering van schulden en i.s.m. huisartsen. Investeren in laagdrempelige beschikbaarheid en langdurige, kwalitatieve ondersteuning van budgetcoaches/schuldhulpmaatjes voor inwoners die problemen hebben met financieel overzicht. Overwegen om- en of beter benutten van het regelvrij budget of andere vormen van flexibele financieringsmogelijkheden bij gemeenten om onvoorziene problemen op inwonerniveau (tijdelijk) te lossen. Dit kan bijvoorbeeld ten behoeve van de aanvraag/bekostiging van een ID, paspoort etc. bij (dreigende) dakloosheid. Inwoners met financiële zorgen en/of moeite met financieel overzicht. Er is eerder hulp beschikbaar voor inwoners met financiële zorgen en/of moeite met financieel overzicht waardoor (dreigende) dakloosheid voorkomen wordt.

En bovenstaande hulp is beter passend. Start Q 3 2024 (voorbereidingsfase) Afronding Q 4 2025 (borgingsfase) Er is een landelijk programma Geldzorgen, armoede en schulden. Gemeenten hebben een lokale aanpak hiervoor ontwikkeld. Bovenstaande activiteiten zijn een aanvulling/ aanscherping op dit beleid. Bovenstaande activiteiten zijn tevens een aanvulling op de programmalijnen “Preventie en Perspectief” en “Beschermd en veilig thuis wonen” van het beleidsplan van Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2022 - 2025, in de rand voorwaardelijke sfeer (kopjes ‘sturing’) en zijn dus primair aanvullend op lokaal beleid. Formatie Regionale coördinatie t.b.v. organiseren van regionale afstemming middels een in te huren projectleider Dakloosheid voor gemiddeld 4 uur per week, gedurende 20 weken. Regulier: Lokale inzet van beleidsadviseurs Financiën Regionaal: projectleider Dakloosheid kan vanuit de structurele Rijksmiddelen t.b.v. de aanpak dakloosheid bekostigd worden (onderbrengen in de regionale begroting B&O). Lokale middelen t.b.v. inzet schuldhulpmaatjes/budgetcoaches. Regelvrij-/ flexibel budget indien dit nog niet beschikbaar is.

6

2.2 Actielijn 2 - Preventie: Dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen Wat omvat actielijn 2? Het uitgangspunt is dat dakloosheid voorkomen wordt. Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid werkt in de basis aan sociale inclusie. Het is hierbij cruciaal om te werken aan de bestaanscondities van inwoners. Dat houdt in: wonen, zinvolle daginvulling (werk of onderwijs), zorg en gezondheid, financiën op orde of hulp daarbij, informele steun en het hebben van (gezonde) relaties. Deze actielijn uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) richt zich op de thema’s optimale informatie en beschikbaarheid van hulp, ondersteuning en het benutten van particuliere opvang bij (dreigende) dakloosheid. Ook wordt aandacht besteed aan hulp en regie bij uitstroom uit een intramurale setting. Wat gaat goed in het kader van actielijn 2? Uit de interviews met gemeenten en aanbieders komt naar voren dat er goede beschikbaarheid en inzet is van ambulante en outreachende hulp bij (dreigende) dakloosheid. Ook is er onafhankelijke cliëntondersteuning en sociaaljuridisch advies beschikbaar waarnaar geregeld verwezen wordt. Om dakloosheid onder jongeren te voorkomen wordt het concept ‘Kamers met Aandacht’10 sinds enkele jaren projectmatig ingezet en bij inwoners met terugkerende woonproblemen wordt in de regio de mogelijkheid van Huren Onder Voorwaarden (HOV) benut.

Dit wordt veelvuldig11 ingezet ter bevordering van goed huurderschap en ter voorkoming van huisuitzetting. En is gericht op aanleren van woonvaardigheden zoals huur betalen, omgang met buren, huis/tuin/balkon onderhouden etc. HOV wordt ook wel preventief ingezet om de uitstroom vanuit beschermd wonen of maatschappelijke opvang te begeleiden. De afspraken over HOV zijn ondertekend door de betrokken partijen; gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties op basis van de uitgangspunten van het rapport Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen (HMD). Ten aanzien van vroegsignalering werken gemeenten samen met woningcorporaties om inwoners met schulden sneller en beter te helpen, waarbij Hilversum bijvoorbeeld het concept Vroeg Eropaf hanteert. Opgaven 2024 en 2025 in het kader van actielijn 2: Uit dezelfde interviews komt naar voren dat er voor inwoners die door economische en/of relatieproblemen niet thuis kunnen blijven wonen, niet direct passende woonruimte beschikbaar is. Denk hierbij aan situaties van het aflopen van een tijdelijk huurcontract, aan het verlies van betaald werk de huur of hypotheek niet meer kunnen betalen of aan een (complexe) relatiebreuk waarbij er een niet afwendbare, acute dakloosheid ontstaat.

Door het tekort aan betaalbare woningen is er geen passende woonruimte voorhanden en daar inwoners met bovengenoemde problemen niet (zo maar zonder meer) in aanmerking komen voor een urgentie.12 Een gevolg hiervan is dat mensen die te maken hebben (gehad) met bovenstaande situaties, tijdelijk of langdurig - op (vaak) wisselende adressen - verblijven bij vrienden/familie, daarmee geen eigen plek hebben om te landen13 en na verloop van tijd alsnog in de maatschappelijke opvang terecht komen (met veelal toegenomen problemen). Dit leidt veelal tot stressvolle situaties en psychische (over)belasting die voorkomen kunnen worden wanneer mensen een eigen plek zouden hebben waar ze tot rust kunnen komen en waar vanuit ze het leven kunnen hervatten. De noodzaak is groot om het aantal betaalbare huurwoningen op peil te brengen. Dit is ook de insteek van het huidige beleid c.q. het regionale Woonakkoord en vraagt om aanhoudende aandacht. Flankerend aan dit beleid is er een vraagstuk dat verder onderzocht kan worden: Is Home - Kamers met Aandacht Gemiddeld 75 – 80 HOV-trajecten per jaar. 12 Conform de geldende huisvestingsverordening. 13 Zogenaamde bankslapers. 10 11

7

er met hulp van dorps -en stadsgenoten extra tijdelijke woonruimte te realiseren voor volwassenen bij particulieren in de regio en zo ja, hoe? De geïnterviewde gemeenten en aanbieders geven aan het wenselijk/nodig te vinden om dit te onderzoeken en daarbij open te staan voor een projectmatige aanpak om dit te verkennen en vervolgens te realiseren. Dit is mogelijk via het landelijk concept ‘Onder de Pannen’14. Onder de Pannen biedt de mogelijkheid een kamer te verhuren middels hospitaverhuur voor stads- of dorpsgenoten die door omstandigheden hun woning zijn kwijtgeraakt (denk daarbij onder andere aan economisch daklozen). In gemeenten door heel Nederland dreigen ieder jaar honderden mensen dakloos te raken. Een deel daarvan komt in aanmerking voor opvang in gemeentelijke voorzieningen. Voor de mensen die daar niet voor in aanmerking komen, niet (meer) terecht kunnen bij hun eigen netwerk en nog niet lang genoeg ingeschreven staan op Woning- of Kamernet om een nieuwe woning te kunnen huren, is Onder de Pannen opgezet. Door deze mensen tijdelijk onder te brengen bij een stads- of dorpsgenoot die een kamer over heeft, kan voorkomen worden dat deze mensen verder in de problemen komen. Daarnaast biedt het verhuren van een kamer, conform het concept Onder de Pannen, een aanvulling op uitkering of inkomen en in sommige gevallen gezelschap.

Door dit concept in de regio Gooi en Vechtstreek in te zetten ontstaat er een extra woonvariant ter voorkoming van dakloosheid15. Het zou mogelijk een laagdrempelige stap naar betaalbaar en zelfstandiger wonen in een rustige omgeving kunnen bewerkstelligen. De volgende activiteiten kunnen bijdragen aan het versterken van het voorkomen van dakloosheid: Opgave actielijn 2 2024 - 2025 (Extra) regionale inzet/ activiteiten (Extra) lokale inzet/activiteiten Doelgroep

Beoogd effect Planning Relatie tot huidig beleid en landelijke programma’s.

14

Voorkomen van dakloosheid door realiseren van betaalbare woonruimte voor (dreigende) daklozen bij economische en/of relatieproblemen Voorbereiding pilot Onder de Pannen, wat is er nodig om in 2025 met een pilot te kunnen starten? Welke inhoudelijke focus is gewenst? Opstellen regionaal projectplan en met een regionale begroting/bekostiging. Ambtelijke overweging t.b.v. regionaal advies Het concreet toeleiden van (dreigend) daklozen naar Onder de Pannen verloopt via de gemeentelijke uitvoeringsdiensten. Inwoners zonder woning die noodgedwongen slapen bij vrienden/familie op steeds wisselende adressen. Inwoners zonder woning waarbij geen sprake is van ernstige psychische problematiek of verslaving/geen ander problematiek dan het niet zelfstandig kunnen verwerven van een woning. Een vaste plek voor rust en herstel voor inwoners die ten gevolge van economische of relatieproblemen geen huisvesting meer hebben. Start voorbereidingsfase: medio 2024 Start pilot(s): medio januari 2025 Afronding pilot/borgingsfase: Eind 2025 Deze activiteit is een aanvulling op de beleidslijn “Beschermd en veilig thuis wonen” in het beleidsplan van Bescherming & Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2022 - 2025, betreffende de woonzorggerelateerde maatregelen 10, 11 en 17 t/m 22.

Deze activiteit is tevens een aanvullend op staand woningaanbod, maar dan binnen het particuliere segment, met voor de doelgroep volwassen met acute woonvraag zoals vormgegeven door Dudok Wonen in Hilversum middels 22 appartementen concept ‘In Between places’. En aanvullend, door naast het particuliere aanbod voor jongeren in de regio middels concept ‘Kamers met Aandacht’, ook een particulier aanbod voor volwassenen te ontwikkelen.

www.onderdepannen.nl

Dit concept zou mogelijk ook benut kunnen worden voor inwoners na een herstellende periode in de maatschappelijke opvang of het beschermd wonen – actielijn 3. 15

8

Benodigde middelen

Formatie 2024: Inzet regionale uren t.b.v. projectvoorbereiding door de Regio middels inhuur projectleider – gemiddeld 12 uur per week gedurende 30 weken. 2024: Inzet lokale beleidscapaciteit t.b.v. oriëntatie, afweging en evt. voorbereiding pilot. Financiën Regionaal: projectleider Dakloosheid kan vanuit de structurele Rijksmiddelen t.b.v. de aanpak dakloosheid bekostigd worden (onderbrengen in de regionale begroting B&O). 2025: Coördinatiekosten Onder de Pannen/ inkoop cliënttrajecten.

9

2.3 Actielijn 3 - Wonen eerst: iedereen een stabiele woonplek met ondersteuning op maat Wat omvat actielijn 3? Het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) stelt dat het hebben van een stabiele woonplek met de juiste ondersteuning het belangrijkste antwoord is op het verminderen van dakloosheid. Dat betekent dat gewerkt wordt aan het verminderen van opvang en het nodeloos moeten doorlopen van verschillende stappen voordat iemand een vaste woonplek krijgt. De opvang wordt tot een minimum beperkt en alleen als kortdurende noodvoorziening benut. Er is een transformatie nodig van dakloosheid als enkel zorgopgave naar dakloosheid als primair een woonopgave. Wat gaat goed in het kader van actielijn 3? Wonen eerst Gemeenten uit de Gooi en Vechtstreek werken al jaren intensief samen om de bescherming en opvang van inwoners met psychische en psychosociale kwetsbaarheden vorm te geven, te verbeteren en te versterken. De basis voor deze samenwerking wordt gevormd door het gezamenlijke beleidsplan Bescherming en Opvang 2022 -2025. Eén van de vraagstukken waar gemeenten uitwerking aan geven, betreft het vraagstuk van onderlinge solidariteit om de woonzorg-opgaven handen en voeten te geven met de volgende beoogde maatschappelijke effecten: 1. Rechtsgelijkheid inwoners 2. Inwoners wonen langer thuis 3. Inwoners wonen korter in een instelling 4.

Gemeenten realiseren gezamenlijk de opgave om inwoners zoveel als mogelijk (beschermd) thuis te laten wonen 5. Financiële solidariteit Dit sluit aan bij het nationaal streven naar Wonen Eerst en is opgenomen in het beleid 2022 2025 . Toewijzing Door de schaarste aan betaalbare woningen is het gebalanceerd toewijzen van woningen in de regio aan zowel maatschappelijke doelgroepen als ook aan reguliere woningzoekenden een terugkerende uitdaging. Er wordt in de praktijk gewerkt met een huisvestingsverordening waarin alle landelijk maatschappelijke doelgroepen zijn opgenomen. Het lukt over het algemeen om deze doelgroepen binnen drie maanden na het toewijzen van een urgentie te huisvesten in de regio. De algemeen geldende regel is dat er urgentie voor een passende woning mogelijk is na 1 jaar verblijf in de maatschappelijke opvang of beschermd wonen. De mogelijkheid bestaat het jaar te verkorten naar negen maanden voor ‘de aanvrager’ voor wie langer verblijf in de maatschappelijke opvang niet helpend is voor het persoonlijk en maatschappelijk herstel en voor wie een andere dan sociale huurwoning geen oplossing van het woonprobleem is. Maatwerk in opvang De maatschappelijke opvang kent een centrale toegang die in de dagelijkse uitvoering bij de aanbieder (Kwintes) is belegd en door het toegangsteam van Hilversum wekelijks, achteraf, wordt getoetst16.

De afgelopen jaren hebben gemeenten in samenwerking met Kwintes de opvang kleinschaliger, met ruimte voor differentiatie, vormgegeven en verbeterd. Zo zijn er aparte opvangvoorzieningen gerealiseerd voor alleenstaande volwassenen, gezinnen en voor jongeren. Ook zijn er in de opvangvoorzieningen eenpersoonskamers gerealiseerd om de privacy en kwaliteit van de opvang te verbeteren.

16

Op basis van de werkinstructie landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang 10

Mensen die in de maatschappelijke opvang terecht zijn gekomen, hebben niet allemaal een intensieve en of langdurige hulpvraag/ondersteuningsbehoefte. De tijd in de opvang wordt benut voor een goede analyse van de problematiek op alle levensgebieden en voor het opstellen en uitvoeren van plan om duurzaam te herstellen. Opgaven 2024 en 2025 in het kader van actielijn 3: De vraag doet zich voor in het kader van Wonen eerst of het haalbaar is om de verblijfsduur in de opvang verder17 te bekorten en eventueel al tijdens de periode van herstel een woning te laten zoeken en of te kunnen toewijzen. Met de zeer beperkte beschikbaarheid van betaalbare woningen in de regio Gooi en Vechtstreek is het eerder en/of frequenter toewijzen van urgentie niet haalbaar zonder dat er langere wachttijden voor een woning ontstaan na het verstrekken een urgentie. Bij de beoogde toename van het aantal huurwoningen conform het regionale Woonakkoord en het handhaven van de huidige werkwijze/urgentieregeling zal de periode in de opvang teruglopen aangezien daklozen vanaf de eerste dag kunnen reageren op een woning en dan ook zonder urgentie meer kans maken op een woning (hoe groter het aanbod, hoe groter de kans op een woning).

De regionale woonzorganalyse en het advies van de stuurgroep betreffende hoe de woonzorgopgaven die onze regio kent voor ‘Ouderen’ en (andere) ‘Aandachtsgroepen verder te brengen gaat (zelfs) uit van het vergroten de beoogde toename. Dit advies wordt in gezamenlijk portefeuillehoudersoverleg (fysiek en sociaal domein) voorgelegd, d.d. 18 april 2024. Vanuit de nationale ambitie om de opvangperiode te bekorten en de opvangvoorziening tot een minimum te beperken, hebben gemeenten vooralsnog geen aanvullend regionaal beleid geformuleerd. In het huidig beleidsplan staat beschreven dat de omvang van de opvang minimaal gelijk blijft en voor gezinnen wordt uitgebreid van kleinschalige initiatieven in de wijk. Er wordt lokaal wel gewerkt aan het voorkomen van dakloosheid (zoals ook beschreven staat bij actielijn 1). In het beleidsplan Bescherming en Opvang (B&O) 2022 - 2025 staan diverse regionale woonzorg-initiatieven beschreven, waarvan 14 geclusterde woningen in de vorige beleidsperiode zijn gerealiseerd in Hilversum. Eemnes, Hilversum, Huizen en Laren hebben lokaal enkele wooninitiatieven voor de eigen inwoners gerealiseerd, zogeheten interventiewoningen. Regionaal zijn besluiten genomen – in het kader van het beleidsplan B&O - over uitbreiding van ‘In Between Places18’ voor inwoners met een dringend en tijdelijk woonprobleem en daarbij (lichte) ondersteuning nodig hebben.

Daarnaast is een besluit genomen om een tweede Keerpunt (Skaeve huse) te realiseren voor mensen die niet in een wijk kunnen wonen en ook niet handhaafbaar zijn in een zorg /opvangvoorziening. Bij actielijn 2 in dit plan van aanpak is beschreven dat het onderzoeken van flankerend beleid met particuliere woonruimte voor o.a. economische daklozen een oplossing is, met behulp van het concept Onder de Pannen. Bovengenoemde uitbreiding met In Between Places en Skaeve huse zijn uitermate belangrijke interventies om wonen eerst te kunnen realiseren. Tot op heden (peildatum 26 februari 2024) is er procesmatig sprake een beperkte voortgang en inhoudelijk is er geen concrete voortgang op dit besluit te melden ten aanzien van waar de voorgenomen woonzorgvoorzieningen gerealiseerd zullen gaan worden in de regio.

Contractueel is de gemiddelde verblijfsduur van de crisisopvang (gezinnen) 3 tot 6 maanden, jongerenopvang is 6 tot 9 maanden en daklozenopvang zo kort als mogelijk en zo lang als nodig. 18 In navolging op In between places - Dudok Wonen maar dan, op verzoek van de gemeentelijke uitvoeringsdiensten, gecombineerd met ambulante ondersteuning op voordracht van gemeenten. 17

11

Opgave actielijn 3 2024 - 2025 Regionale inzet/ activiteiten Lokale inzet/activiteiten Doelgroep

Beoogd effect

Planning Relatie tot huidig beleid en landelijke programma’s. Benodigde middelen

Realiseren van In Between Places 2 en Keerpunt 2 (Skaeve Huse) -

Inzet projectleider

-

Ondersteunen van projectleider door ambtenaren B&O (sociaal domein) en ambtenaren van Wonen en Ruimtelijke Ordening (fysiek domein) Inwoners met een dringend en tijdelijk woonprobleem, die daarbij ook (lichte) ondersteuning nodig hebben. Inwoners die een prikkelarme omgeving nodig hebben (buiten de wijk) en die niet handhaafbaar zijn in zorg-opvang voorzieningen Bijdrage aan het voorkomen van dakloosheid d.m.v. de inzet van tijdelijke huisvesting gecombineerd met hulp. Mensen die tot de regio behoren een stabiele woonplek bieden en de aanwezige zorgen van andere inwoners en de ervaren overlast verminderen. Start: Q2 2024 Afronding: Q4 2025 Deze activiteiten zijn een aanvulling op de beleidslijn “Beschermd en veilig thuis wonen” in het beleidsplan van Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ 2022 – 2025, maatregelen 20 en 21. Formatie 2024 en 2025: Regionale inzet van projectleider Inzet beleidsadviseurs bescherming en opvang, wonen en ruimtelijke ordening t.b.v. verkennen potentiële lokale locaties. Financiën Inzet projectleider nader te bepalen per te realiseren woonzorgvoorziening (in beginsel is hier al een bedrag voor opgenomen in de regionale begroting B&O).

12

2.4 Actielijn 4 - Versterken uitvoeringspraktijk: betere regie, snelheid en de menselijke maat centraal Wat omvat actielijn 4? Over domeinen samen werken is een randvoorwaarde om het aantal (dreigend) dakloze mensen te verminderen. Om de gewenste kentering teweeg te brengen, is een nog betere samenwerking tussen domeinen vereist: het fysieke, medisch, veiligheids en het sociaal domein. En binnen het sociaal domein de samenwerking tussen Jeugd, Wmo, Werk & Inkomen, Schulden en Armoede. Deze actielijn omvat verschillende punten van aandacht voor de uitvoeringspraktijk, zoals de mogelijkheid om een briefadres aan te vragen, de beschikbaarheid en continuïteit van de ondersteuning en de gemeentelijke regievoering op de ‘big five’19. De continuïteit is ook van belang zodra een traject tijdelijk wordt onderbroken door bijvoorbeeld opname in een GGzkliniek. De basis moet doorlopen/beschikbaar blijven, zoals contact met het wijkteam/ de regisseur, eventuele uitkering of traject schuldhulpverlening. Dit voorkomt problemen na uitstroom en bevordert herstel en landing in de wijk. Concrete werkafspraken tussen lokale teams en aanbieders van specialistische hulp helpen om preventiever te kunnen werken en beter en sneller aan te kunnen sluiten bij de leefwereld van inwoners op risicovolle momenten in hun leven.

Relatie met andere ontwikkelingen: Gemeenten bereiden zich voor op de ‘Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ (Wams20), waarmee beoogd wordt knelpunten weg te nemen in relatie tot gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein (en eventueel aanpalende terreinen) bij de aanpak van meervoudige problematiek. Dit kan een boost geven aan de domein overstijgende uitwisseling en samenwerking doordat informatie binnen het sociaal domein laagdrempeliger gedeeld kan worden. Het ’Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming’ en de ‘Hervormingsagenda Jeugd’ roepen ook op tot stevige lokale teams, gericht op Jeugd en Wmo die in staat zijn om in samenwerking met partners tijdig te signaleren, een brede analyse te maken, domein overstijgende hulp te organiseren en zelf ook laagdrempelig en samenhangende basishulp te bieden gericht op de verschillende leefdomeinen. Momenteel wordt door de VNG een convenant ‘Stevige lokale teams’ ontwikkeld waarin onder andere deze punten zijn opgenomen. Deze ontwikkelingen benadrukken het belang van domein overstijgende interne samenwerking binnen gemeenten én de samenwerking met partners om preventiever te kunnen werken. Wat gaat goed in het kader van actielijn 4? In de regio Gooi en Vechtstreek is er bij gemeenten stevige regievoering beschikbaar met aandacht voor de ‘big five’.

Bij deze regievoering is sprake van een brede blik en wordt gericht gewerkt aan doelen. Ook bestaat de mogelijkheid voor langdurige betrokkenheid, al is deze niet bij alle gemeenten geborgd. Deze regievoering kan tevens inzetbaar zijn vanuit gemeentelijke schuldhulpverlening. Opgaven 2024 en 2025 in het kader van actielijn 4: De hierboven beschreven regievoering wordt echter vaak pas ingezet op het moment dat er al serieuze problemen zijn in gezinnen/huishoudens en sluit ook niet vanzelfsprekend aan bij uitstroom uit detentie, opvang en of GGz-kliniek. Er ligt daarmee een uitdaging om deze regie ook preventiever en zonder onderbrekingen in te zetten.

De big five staat voor: Wonen, zorg, financiën, zinvolle daginvulling en netwerk. Deze wet is nog niet van kracht (vooralsnog verschoven naar 1 juli 2024), is met het vallen van het kabinet controversieel verklaard. 19 20

13

Preventieve regievoering ‘big five’ op risicovolle momenten Om (dreigende) dakloosheid te voorkomen is het eerder voeren van regie op de ‘big five’ cruciaal. Dit is een complexe opgave en vraagt van de gemeentelijke uitvoeringsdiensten om enerzijds ontschot en anderzijds integraal te werken, samen met inwoners en diens netwerk, waarbij aandacht nodig is op de volgende momenten: a. Bij betrokkenheid van gemeentelijke uitvoeringsdiensten Zoals aangegeven bij actielijn 1 vraagt ook de vroegsignalering door de gemeentelijke uitvoeringsdiensten Jeugd en Wmo bij schulden en dreigende woonproblemen aandacht. Als schulden en dreigende woonproblemen niet gesignaleerd worden, wordt er ook geen domein overstijgende regie ingezet op de ‘big five’ waardoor onder meer dreigende dakloosheid niet tijdig herkend, erkend en afgewend kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van opvoedondersteuning of begeleiding zonder dat schulden of woonproblemen zoals bijvoorbeeld vervuiling gesignaleerd worden. Een integrale benadering vanuit elke uitvoeringsdienst en het tijdig inzetten van regie op de ‘big five’ kan (dreigende) dakloosheid voorkomen. b. Zodra gezinnen/huishoudens op een wachtlijst staan van de uitvoeringsdiensten Er zijn in de regio geen wachtlijsten bij de uitvoeringsdiensten Werk & Inkomen maar wel eens voor bij de uitvoeringsdiensten Jeugd en Wmo.

Wanneer er sprake is van een wachtlijst, dan stellen alle gemeentelijke uitvoeringsdiensten prioriteiten (welke hulp-/aanvragen voor moeten gaan op andere aanvragen). c. Na uitstroom van volwassenen uit een intramurale setting De inzet van domein overstijgende regie op de ‘big five’ na verblijf in een intramurale setting (GGz klinieken, detentie en na uitstroom uit maatschappelijke opvang en/of beschermd wonen) vraagt ook om lokale aandacht. De uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen, heeft over het algemeen al meer aandacht, daar dit Wmo voorzieningen zijn en de inwoners die daarvandaan uitstromen over het algemeen ook met Wmo ambulante begeleiding zelfstandig gaan wonen. Bij uitstroom vanuit GGz klinieken en detentie is regievoering minder vanzelfsprekend. Het is belangrijk dat er regionaal eenduidige werkafspraken gemaakt worden met zorgaanbieders over de mogelijkheid van regie op de ‘big five’ na uitstroom uit GGz klinieken en detentie en hoe dit tijdig gerealiseerd kan worden. d. Na uitstroom van jongeren uit ambulante of 24 uurs-jeugdzorg Om zelfstandig te worden hebben jongeren een stevige basis nodig op de domeinen support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn.

In het kader van preventie is het belangrijk dat jongeren met jeugdzorg bij de overgang van Jeugdwet naar Wmo en bij uitstroom uit 24 uurs- jeugdverblijfsvoorzieningen niet uit beeld raken bij gemeenten en dat ondersteuning van de ‘big five’ mogelijk blijft en proactief wordt aangeboden. Op dit moment komt dit helaas wel voor en komen jongeren in de daklozenopvang voor jongeren terecht of verdwijnen onder de radar, hoppen van bank naar bank en vallen soms terug op een ongezond of zelfs crimineel netwerk. Binnen het jeugd domein hebben gemeenten, in samenwerking met relevante jeugdhulpaanbieders, een analyse uitgevoerd ten aanzien van het maatwerk jeugdhulp met verblijf, een gescheiden traject van de Wmo (18+). De analyse richtte zich op de categorie 16 – 23 jarigen. De verbinding tussen Jeugdwet en Wmo is niet geborgd, zowel regionaal niet als ook lokaal niet.

Afstemmen beleid rondom briefadres: Alle gemeenten faciliteren het briefadres zodat bij verblijf in de opvang en/of het niet (meer) hebben van een vast woonadres inschrijving in BRP en correspondentie met overheid mogelijk blijft. Er is bij gemeenten behoefte aan het afstemmen van de gemeentelijke regelgeving rondom het briefadres. Dit om te voorkomen dat de lokale regels, binnen één regio, te veel verschillen en gemeenten hierdoor een aantrekkende of afstotende werking hebben voor inschrijving van dakloze inwoners. Opgaven actielijn 4 2024 - 2025 (Extra) regionale inzet/ activiteiten

Afstemming beleid briefadres en regie op de big five t.b.v. preventie op risicovolle momenten -

Inventariseren en afstemmen van gemeentelijke regelgeving rondom het briefadres i.s.m. de beleidsadviseurs bescherming en opvang. Maken van regionaal eenduidige werkafspraken met GGz klinieken, aansluitend bij de reeds aanwezige, lokale afspraken over lokale bereikbaarheid en beschikbaarheid van regie op de ‘big five’ in de periode tijdens en na verblijf. . Verkennen welke afspraken er nodig zijn over lokale bereikbaarheid en beschikbaarheid van regie op de ‘big five’ in de periode tijdens en na verblijf in detentie en na jeugdverblijfsvoorzieningen. 14

(Extra) lokale inzet/activiteiten

-

Doelgroep Beoogd effect Planning Relatie tot huidig beleid en landelijke programma’s. Benodigde middelen

-

Werkafspraken maken m.b.t. de preventieve regievoering op de ‘big five’ op risicovolle momenten. Maken van werkafspraken binnen gemeenten over vroegsignalering van schulden en woonproblemen door alle uitvoeringsdiensten. Inwoners met (dreigende) woonproblemen en/of schulden. Tijdig signaleren en inzetten van regie op ‘big five’ zodat dakloosheid of herhaling van dakloosheid voorkomen wordt.

Start: Q 3 2024 Afronding: Q 4 2025 Deze activiteiten zijn een concretisering van de beleidslijn ‘Regionale samenwerking’ in het beleidsplan Bescherming en Opvang (Herstel de verbinding) waarin gepleit wordt voor domein overstijgende samenwerking vanuit wonen, welzijn zorg en veiligheid. Formatie Werkzaamheden vallen binnen bestaande formatie regionale en lokale adviseurs bescherming en opvang. Alleen wel de monitoring hiervan beleggen bij de projectleider Dakloosheid – gemiddeld 1 uur per week gedurende de looptijd van dit plan van aanpak. Financiën In beginsel geen aanvullende financiering nodig. Regionaal: projectleider Dakloosheid kan vanuit de structurele Rijksmiddelen t.b.v. de aanpak dakloosheid bekostigd worden (onderbrengen in de regionale begroting B&O).

15

2.5 Actielijn 5 - Inzet ervaringskennis in de hele beleidscyclus Wat omvat actielijn 5? Deze actielijn pleit voor de inzet van ervaringskennis bij het plannen, uitvoeren, evalueren en bijstellen van beleid. Wat gaat goed in het kader van actielijn 5? Herstelnetwerk Gooi en Vechtstreek Gemeenten, GGz Centraal, Jellinek, Kwintes, Leger des Heils, MEE-UGV en Versa Welzijn vormen sinds medio 2017 een herstelnetwerk. Het herstelnetwerk organiseert ontmoeting en cursussen voor en door mensen die te maken hebben (gehad) met psychische kwetsbaarheden, verslaving, huiselijk geweld en of dakloosheid. Het regionale herstelteam is het kloppende hart van het herstelnetwerk en bestaat uit professioneel ervaringsdeskundigen, die tevens werkzaam zijn bij gemeente Gooise Meren, GGz Centraal, Kwintes en Leger des Heils. Voor de inzet van ervaringskennis bij lokaal en of regionaal beleid kan er ook gebruik gemaakt worden van dit team, waarbij zij ook veelal mensen zullen voordragen die zij kennen van de diverse ontmoetingen en cursussen. Daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van bijvoorbeeld de kennis van individuele mensen die zelf ervaren hebben hoe het is om dakloos te zijn en gebruik maken van de opvang en ook van cliëntendan wel patiëntenraden van de in het herstelnetwerk participerende zorgaanbieders.

De bij het herstelnetwerk betrokken partijen – het zogeheten Samenwerkingsverband Herstelnetwerk - hebben een convenant gesloten. Respijtvoorziening Sinds 2023 is de in de regio ontwikkelde respijtvoorziening Retrovo langdurig ingekocht door de Regio, namens de zeven gemeenten, en daarmee is deze voorziening na een meerjarige projectfase geborgd. Inwoners met een psychische kwetsbaarheid of psychosociale problematiek kunnen er tijdelijk (maximaal 2 weken) terecht om een crisis en/of klinische opname te voorkomen. De voorziening wordt gerund door professionele ervaringsdeskundigen, in combinatie met vrijwillige ervaringswerkers. Retrovo werkt samen met het Herstelnetwerk Gooi en Vechtstreek. Ervaringsdeskundigen bij gemeenten Er is één gemeente in de regio (Gooise Meren) waarbij sinds 2021 een ervaringsdeskundige werkzaam is in de praktijk van het sociaal domein. Deze ervaringsdeskundige heeft zowel adviserende taken naar de teams als direct cliëntencontact i.s.m. de consulenten. Gooise Meren zet ook ervaringsdeskundigen in bij het welzijnswerk. Naast de professional die in dienst is bij de gemeente worden ook ervaringsdeskundigen (vrijwillig en professioneel) ingezet van andere organisaties. Hierover zijn financiële afspraken gemaakt.

Daarnaast wordt ook bij ontwikkelingen richting de visie van het ‘Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming’ het ten volle benutten van ervaringsdeskundigheid als randvoorwaarde benoemd. Dit betekent dat er zowel bij de totstandkoming van de projectstructuur als ook bij de invulling en beproeving van het plan van aanpak van het Toekomstscenario van ervaringsdeskundigheid gebruik wordt gemaakt. De ambitie is om in samenwerking met het herstelnetwerk de inzet van ervaringskennis in de hele beleidscyclus in iedere gemeente verder uit te werken. Ervaringsdeskundigen bij zorgaanbieders De aanbieders Kwintes en Leger des Heils hebben eigen herstel (ondersteunende) expertise en een pool van ervaringsdeskundigen in huis en deze deskundigen worden steeds meer betrokken bij de rechtstreekse zorg voor cliënten in de dagelijkse praktijk en ook bij beleidsontwikkeling. Ook GGz Centraal heeft deze expertise in huis en werkt met ervaringsdeskundigen, waarbij ook gekeken wordt hoe ervaringsdeskundigen gerichter benut 16

kunnen worden in de dagelijkse praktijk van de FACT-teams. Bij MEE-UGV werken vrijwilligers die ook ervaring hebben met (dreigende) dakloosheid en die wellicht meer benut zouden kunnen worden. Op dit moment heeft MEE hiervoor alleen afspraken met Gooise Meren en Hilversum. Opgaven voor 2024 en 2025 in het kader van actielijn 5: Bij het benutten van ervaringsdeskundigheid worden op dit moment een aantal beperkingen ervaren: - Het is voor aanbieders moeilijk om ervaringsdeskundigen te vinden die aansluiten bij de diverse zorgvragen waar teams zich toe verhouden (denk daarbij aan verslaving, GGz en huiselijk geweld). - De beschikbare personele capaciteit van het herstelteam, behorend tot het herstelnetwerk, kent een zekere omvang (van maximaal 50 uur per week). De regionaal werkende ervaringsdeskundigen kunnen daarmee niet zo maar zonder meer overal op ingezet worden door gemeenten (en of de andere convenantpartners). - Gemeenten hebben nog te weinig beeld bij hoe ze ervaringsdeskundigheid succesvol kunnen toepassen en implementeren op de diverse niveaus binnen hun eigen organisaties. - Gemeenten kunnen de kennis en ervaring, in het kader van (dreigende) dakloosheid, van de ervaringsdeskundigen van MEE beter benutten. De gemeenten Blaricum, Eemnes, Huizen, Laren en Wijdemeren dienen daar dan wel eerst afspraken voor te (moeten willen) maken.

Om deze vraagstukken verder te brengen worden deze in 2024 en 2025 geadresseerd in het ‘Samenwerkingsverband Herstelnetwerk’ Gooi en Vechtstreek. Opgave actielijn 5 2024-2025 (Extra) regionale inzet/ activiteiten

(Extra) lokale inzet/activiteiten

Doelgroep Beoogd effect Planning Relatie tot huidig beleid en landelijke programma’s. Benodigde middelen

Verkennen van mogelijkheden voor het versterken van regionale capaciteit en ondersteuning van gemeenten bij inzet van ervaringsdeskundigheid in de regio Gooi en Vechtstreek Bespreekbaar maken in het samenwerkingsverband van voortgang en uitdagingen van het werken met brede inzet van ervaringsdeskundigheid binnen de diverse convenantpartners en het realiseren van een bredere regionale pool van (vrijwillige en professionele) ervaringsdeskundigen. Onderzoeken of gemeenten alle aandachtsgroepen (voldoende) in beeld hebben, denk aan ervaring met detentie. Onderzoeken van mogelijkheden voor ondersteuning/ leerlijn voor gemeenten. Uitvoeren van afspraken uit het convenant herstelnetwerk, zoals: Continu investeren in de eigen organisatie om herstelgericht en herstel ondersteunend te werken en organisatie overstijgend gezamenlijk op te trekken; Werken bij voorkeur met ervaringsdeskundigen, zowel met professionals als ook met vrijwilligers. Contactpersonen leveren, die tevens de ambassadeursrol kunnen vervullen binnen de eigen (gemeentelijke) organisatie, om het Herstelnetwerk te laten werken (en daarmee ook dit artikel van het convenant uitvoeren). Convenantpartners van het Herstelnetwerk Gooi en Vechtstreek, waaronder diverse gemeenten, waar nog geen of beperkt sprake is van inzet van ervaringsdeskundigheid binnen eigen organisatie.

Duidelijkheid over wat onder andere gemeenten nodig hebben om de brede toepassing van ervaringsdeskundigheid binnen de gemeentelijke organisaties een impuls te kunnen geven. Start 4 2024 Afronding Q 2 2025 Een aanvulling op de beleidslijn ‘Preventie en perspectief’, maatregel 1, van het beleidsplan Bescherming en Opvang (Herstel de verbinding). Formatie Deze ontwikkeling past binnen de huidige samenwerking van het samenwerkingsverband Herstelwerk.

17

Financiën Geen aanvullende financiering nodig (eventueel later n.a.v. de uitkomsten van het onderzoeken van mogelijkheden voor ondersteuning/ leerlijn gemeenten, waarop dan een voorstel volgt).

18

2.6 Actielijn 6 - Aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ inwoners en EU-burgers. Wat omvat actielijn 6? Actielijn 6 vraagt aandacht voor specifieke doelgroepen die naast de generieke aandacht ook specifieke aandachtspunten hebben. De volgende groepen worden daarbij in het Nationaal Actieplan dakloosheid (NAD) genoemd: Jongeren Het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) geeft aan dat jongeren relatief oververtegenwoordigd zijn in de groep dakloze mensen. Het is belangrijk om, zeker gezien de levensfase waarin zij zich bevinden, specifiek aandacht te (blijven) hebben voor de behoeften van deze groep waarbij de continuïteit bij de overgang van 18- naar 18 + en de samenwerking met het onderwijs ten behoeve van vroegsignalering en het terugkeren na schooluitval van belang is. LHTBIQ+ inwoners Uit onderzoek van Movisie21 blijkt dat er op dit moment binnen de hulpverlening nog niet altijd oog voor gender- en seksuele diversiteit is en er sprake is van handelingsverlegenheid onder professionals.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=6134b247-50ef-44ee-88ae-fe0b380b8eac