03 Bijlage Voorjaarsnota 2025 Raad
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2025 Samen verder
1
Voorwoord Voor u ligt de voorjaarsnota 2025 van de gemeente Hilversum. De voorjaarsnota wordt opgesteld ter voorbereiding op de programmabegroting 2026 en bevat in overeenstemming met de financiële verordening een bijstelling van de lopende begroting 2025 en de plannen voor 2026 en verder. De voorjaarsnota is daarmee het moment voor uw integrale afweging en het maken van de beleidsmatige keuzes voor het komende begrotingsjaar 2026 met een meerjarige doorkijk naar de periode 2027-2029. De financiële effecten uit deze voorjaarsnota zijn het uitgangspunt voor het opstellen van de programmabegroting 2026-2029. De effecten van de actieve grondexploitaties zijn in de jaarrekening 2024 gepresenteerd en zijn in deze voorjaarsnota verwerkt. Nieuwe inzichten zullen ongetwijfeld de komende maanden ertoe leiden dat het in deze voorjaarsnota geschetste perspectief moet worden bijgesteld in de programmabegroting 2026-2029.
2
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................................................. 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................................... 3 1 Beschouwingen ....................................................................................................................................................................... 4 2 Financiële positie ..................................................................................................................................................................... 5 2.1 Financiële ontwikkelingen ............................................................................................................................................... 5 2.2 Ontwikkelingen in Hilversum ........................................................................................................................................... 6 2.3 Reserves mutaties .........................................................................................................................................................
10 2.4 Nieuw financieel beeld 2025-2029 ................................................................................................................................ 13 2.5 Investeringsprogramma ................................................................................................................................................ 15 2.6 Vooraankondigen .......................................................................................................................................................... 17 3 Uitgangspunten begroting ..................................................................................................................................................... 19 3.1 Gemeente Hilversum ..................................................................................................................................................... 19 3.2 Wijdemeren en Hilversum 'Samen sterker' ................................................................................................................... 24 4 Bijlagen .................................................................................................................................................................................. 26 4.1 Financiële ontwikkelingen programma's .......................................................................................................................
26 4.2 Investeringsprogramma ................................................................................................................................................ 53 5.3 Staat van reserves ......................................................................................................................................................... 60 4.4 Overzicht taakvelden per programma ........................................................................................................................... 61
3
1 Beschouwingen De voorjaarsnota ' samen verder' gaat door op de keuzes die gemaakt zijn in het coalitieakkoord en het bijbehorende addendum. We blijven koersvast. We koesteren het Hilversum van vandaag en het Hilversum van de toekomst. We houden onze financiën en dienstverlening op orde en alle voorzieningen in stand. Voor onze huidige en toekomstige inwoners. Samen gaan we verder. We doen een voorstel voor de bijstelling van de begroting 2025 en kijken we vooruit naar de begroting 2026 en verder. En dat is een lastige opgave. In de programmabegroting 2025 hebben we een doorkijk gegeven over de financiële onzekerheden als gevolg van de veranderde financieringssystematiek vanuit het rijk met betrekking tot de algemene uitkering. Deze veranderingen leidden tot het zogenaamde ravijnjaar 2026. Gelukkig kunnen we er nu vanuit gaan dat een deel van de effecten van het ravijnjaar in ieder geval voor 26 en 27 worden gedempt. Voor deze jaren is het gemeentefonds weer opgehoogd, komt er een (gedeeltelijke) compensatie voor de kosten van de jeugdzorg op basis van de commissie Van Ark en worden eerder aangekondigde bezuinigingen op jeugd teruggedraaid. En dat is goed nieuws.
Daarmee is er echter geen einde aan de onzekerheid omdat vanaf 2028 de bijdrage vanuit het rijk weer fors lager wordt in de veronderstelling dat vanaf 2028 een nieuw jeugdstelsel voor kostenbeheersing zal gaan zorgen (de commissie Van Ark II). Daarnaast zijn er nog tal van andere onzekerheden zoals bijvoorbeeld de ontwikkelingen in relatie tot de SPUK-gelden of de voortgang op het gebied van bouwen en wonen. Dit is waarschijnlijk de laatste voorjaarsnota voor de gemeente Hilversum zoals we die nu kennen. Het herindelingsvoorstel Hilversum en Wijdemeren ligt inmiddels bij de provincie. In 2026 zullen we al werken met een werkorganisatie en zal veel in het teken staan van de verdere voorbereiding van de fusie en de harmonisatie van alle beleid en uitvoering. Een omvangrijke opdracht die een (groot) beslag zal leggen op de ambtelijke capaciteit in een tijd dat medewerkers een schaars goed zijn. Dit vraagt om realisme in relatie tot onze ambities. In 2025 hebben we voor Hilversum een position paper opgesteld. Daarin hebben we gekozen te gaan sturen op een maximale schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen van 130% over een voortschrijdende periode van 10 jaar. Dit is een aanscherping van de kaders om onze solide financiële positie te bewaken, én ruimte te houden voor ambities en de maatschappelijke opgave waar we voor staan.
Op basis van de programmabegroting 2025 hebben we onze financiële positie voor de komende vier jaar als goed beoordeelt, rekening houdende met de realisatiecapaciteit van onze gemeente. De uitdaging is om de goede (financiële) keuzes te blijven maken, voor onze inwoners in het nu en in de toekomst. De actualisatie van het MPG laat zien dat het langer zal duren om de geplande investeringen te kunnen realiseren. Daar komen de effecten van de fusie met Wijdemeren nog bij, én de ambities die samenhangen met de vastgoedontwikkelingen zoals het Sportcomplex en Arenapark. Deze voorjaarsnota bouwt verder op de keuzes die gemaakt zijn in het coalitieakkoord en het bijbehorende addendum. We blijven koersvast, we koesteren het Hilversum van vandaag en dat van de toekomst, we houden onze dienstverlening op orde en alle voorzieningen in stand. Voor onze inwoners. Samen komen we verder.
4
2 Financiële positie In dit hoofdstuk nemen wij u mee in de financiële ontwikkelingen waar wij als gemeente mee te maken hebben, gevolgd door de ontwikkelingen zoals opgenomen in deze voorjaarsnota. Daarbij dient de door u vastgestelde stand, de begroting 2025, als basis voor deze voorjaarsnota. In deze voorjaarsnota wordt u gevraagd de in paragraaf 2.2 Ontwikkelingen in Hilversum en de in paragraaf 2.3 voorgestelde reservemutaties te beoordelen en uw keuzes hierin te maken. Op basis van deze keuzes stellen wij de begroting 2026 bij en de meerjarenbegroting op. Een volledig beeld ten aanzien van de financiële positie presenteren wij in paragraaf 2.4 Financieel Meerjarenperspectief 2024-2028. In paragraaf 2.5 wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen ten aanzien van het investeringsprogramma .
2.1 Financiële ontwikkelingen De financiële positie van de gemeenten in Nederland hebben afgelopen jaar meerdere malen het landelijke nieuws gehaald. Hieruit valt blijkt de landelijke bezorgdheid over de financiële situatie van gemeenten. De bezorgdheid is er in Hilversum ook, maar de zorgen zijn minder groot dan bij vele andere gemeenten. Hilversum blijft op het vlak financiële gezondheid, ook ten opzichte van andere gemeenten, goed voor staan. In de nieuwe BDO-benchmark (op basis van jaarrekening 2023 en begroting 2024) stijgt gemeente Hilversum wederom in de ranking. Met een rapportcijfer 9 neemt gemeente Hilversum de 10e plaats in, bij de vergelijking van de gemeenten met een inwoner aantal van tussen de 50.000 en de 100.000. Het cijfer is in de BDO financiële benchmark Nederlandse gemeenten is als volgt bepaald: Onderdeel Solvabiliteitsratio Hoe lager hoe meer risico Netto schuldquote Hoe hoger hoe meer risico Grondexploitatie Hoe hoger hoe meer risico Begrotingsruimte Hoe lager hoe meer ruimte Belastingcapaciteit Hoe hoger hoe meer risico Totaal cijfer Jaar 2025 2024 2023
Score 24%
Waardering Neutraal
Categorie 20-50 (%)
49%
Minst risicovol
<90 (%)
30
0%
Minst risicovol
<20 (%)
15
€4,4 miljoen
Minst risicovol
> 0 (€)
10
95-105 (%)
3
100%
Neutraal
Score 27
85
Cijfer 9 9 9
Ranking 10 13 28
Ondanks dat gemeente Hilversum er goed voorstaat heeft de gemeente wel te maken met de financiële orderzekerheden vanuit het Rijk, zoals reeds beschreven in de algemene beschouwingen.
5
2.2 Ontwikkelingen in Hilversum Vertrekpunt voorjaarsnota 2025 In deze paragraaf presenteren wij de actuele financiële ontwikkelingen voor de gemeente Hilversum. Uitgangspunt voor de voorliggende voorjaarsnota 2025 is het huidige meerjarenoverzicht, welke wordt gevormd door de financiële stand van de programmabegroting 2025 en (eventuele) begrotingswijzigingen na het vaststellen van de programmabegroting. ((-/- i s Voordeel , +/+ i s Na deel )
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Programmabegroting 2025 Begrotingswijzigingen na PB2025 en vóór VJN25
-
2.812 -
-1.617 -
-2.738 -
-5.604 -
Uitgangspunt voorjaarsnota 2025
-
2.812
-1.617
-2.738
-5.604
(Bedra gen x €1.000)
Na het vaststellen van de programmabegroting 2025 en vóór het opstellen van de voorjaarsnota 2025 heeft de raad geen besluiten genomen tot het aanpassen van de begroting. Het uitgangspunt voor de voorjaarsnota komt overeen met de het financieel meerjarenoverzicht van de programmabegroting 2025. Aanmeldingen voorjaarsnota 2025 In lijn met de financiële verordening gemeente Hilversum bevat de voorjaarsnota de belangrijke beleidsontwikkelingen en de financiële afwijkingen voor het lopende jaar (2025) en de komende jaren (20262029). Als onderdeel van de voorjaarsnota 2025 zijn de financiële aanmeldingen geïnventariseerd. In onderstaande tabel wordt het financiële effect van deze aanmeldingen gepresenteerd: ((-/- i s Voordeel , +/+ i s Na deel )
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Uitgangspunt voorjaarsnota 2025 Aanmeldingen voorjaarsnota 2025
3.647
2.812 38
-1.617 -21
-2.738 5.788
-5.604 7.457
Uitgangspunt voorjaarsnota 2025
3.647
2.850
-1.638
3.050
1.853
(Bedra gen x €1.000)
Het gepresenteerde financieel meerjarenoverzicht laat een verslechtering zien ten opzichte van de programmabegroting 2025. Alvorens verder in te gaan op de oplossingsrichtingen worden de aanmeldingen hieronder op hoofdlijnen toegelicht. In de bijlagen worden de aanmeldingen in detail toegelicht (bijlage 5.2 aanmeldingen per programma).
6
Aanmeldingen voorjaarsnota 2025 Gezien de onzekerheden waar gemeenten mee te maken hebben en de opgaven die o.a. in de vorm van de herindeling nog op ons af komen zijn de aanmeldingen voornamelijk beleidsarm. Ondanks dat de aanmeldingen beleidsarm zijn tellen deze op tot aanzienlijke bedragen. Wanneer we deze aanmeldingen op hoofdlijnen duiden is de conclusie dat deze voornamelijk voortkomen uit prijsstijgingen en eerder gemaakte keuzes. ((-/- i s Voordeel , +/+ i s Na deel )
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
01 - CAO 02 - Jeugd 03 - Verbonden partijen 04 - Prijs ontwikkeling 05 - ICT 06 - Formatie 07 - Overhead 08 - Kapitaallasten 09 - Gemeente financiën 10 - Incidentele stelpost wensen raad 11 - Overig
1.600 2.025 823 1.867 60 459 102 -729 -2.400 -160
4.100 3.135 1.776 3.212 310 856 -4 -2.064 -12.446 500 664
4.600 3.105 1.866 3.212 350 856 -29 -1.677 -12.766 462
4.600 3.105 1.822 2.912 270 856 -109 -2.317 -5.859 508
4.600 3.105 1.847 2.712 270 856 -109 -2.262 -3.771 209
Aanmeldingen voorjaarsnota 2025
3.647
38
-21
5.788
7.457
(Bedra gen x €1.000)
01
Cao De VNG, de WSGO, FNV Overheid, CNV overheid en CMHF hebben op 17 april 2025 een eindresultaat voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO (Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties) bereikt. Het bestuur van de VNG en de besturen van de vakbonden zullen - na de ledenraadpleging – dit akkoord naar verwachting op 6 juni 2025 bekrachtigen en daarmee is de cao 2025 -2027 definitief. Overeenkomstig de nieuwe CAO zullen de lonen over 2 jaar met 6,7% stijgen. De nieuwe CAO loopt tot 31 maart 2027. Het financiële effect van de nieuwe CAO loopt op naar €6.000.000 vanaf 2027 en verder. Omdat de CAO doorloopt in 2027 wordt €1.400.000 ingezet vanuit de stelpost autonome- en nominale ontwikkelingen voor desbetreffend jaar.
02
Jeugd Met de collegebrief "aankondiging geprognosticeerde tekorten geïndiceerde jeugdzorg 2025" is de raad reeds geïnformeerd over het verwachte tekort van €2.025.000 voor 2025. Dit nadeel wordt met name veroorzaakt door een autonome prijsindexatie van €1.225.000 (van begroot 3% naar gemiddeld 7,5%) en anderzijds door een groei van € 800.000 aan kosten voor jeugdhulp. Voor de jaren 2026 en verder is het nadeel €3.135.000 omdat voor 2026 wederom een groei wordt verwacht in aantallen en prijs. Op landelijk niveau wordt nog besproken hoe de gemeenten hiervoor gecompenseerd gaan worden. De Commissie Ark heeft het Rijk geadviseerd over de wijze van compenseren, hierover zijn nog geen afspraken.
03
Verbonden partijen De Veiligheidsregio, de Regio Gooi en Vechtstreek, Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (verbonden partijen), maar ook samenwerkingsverbanden zoals G40, VNG en de ROM Utrecht Region hebben te maken met stijgende lasten. Een groot deel van deze stijgende lasten worden doorbelast aan de gemeente. Met verschillende verbonden partijen zijn reeds gesprekken gestart om te komen tot bezuinigingen. Over de hoogte en impact van eventuele bezuinigingen wordt de raad uiteraard betrokken. In deze voorjaarsnota zijn vooruitlopend op deze ontwikkelingen geen taakstellingen opgenomen.
7
04
Prijsontwikkelingen In lijn met de uitgangspunten van de begroting worden veel reguliere budgetten niet automatisch geïndexeerd. Voor deze budgetten geld dat jaarlijks wordt bekeken welke budgetten nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren. Vaak liggen hier contractuele afspraken aan ten grondslag. Het kan ook voorkomen dat budgetten niet jaarlijks worden opgehoogd, maar bijvoorbeeld elke 5 jaar. Binnen de aanmeldingen bij de voorjaarsnota 2025 worden o.a. de volgende budgetten verhoogd als gevolg van de gestegen prijzen: • • • • • •
Onderhoudsbestekken openbare ruimte, gemeentelijk vastgoed en sportaccommodaties Licentiekosten (onder andere Microsoft, Centric en VMWare) Onderhoud gemeentelijk vastgoed Minimaregelingen (M24-151) Subsidies Wmo
05
ICT Het aanbesteden en implementeren van applicaties is een continue proces. Per jaar zijn steeds andere applicaties aan de beurt. Voor de applicaties binnen het sociaal domein en financiën zijn inmiddels de contracten verlengd en wordt overgegaan naar een SaaS-oplossing (Software as a Service). De lasten vallen voor deze applicatie hoger uit dan eerder voorzien. Daarnaast start een nieuwe aanbesteding (en implementatieproces) voor de kernapplicaties vergunningen, toezicht en handhaving.
06
Formatie Voor verschillende werkzaamheden is extra capaciteit nodig. Het gaat o.a. om formatie om op een structurele wijze lobbyactiviteiten vorm te geven (hoe zetten we de nieuwe gemeente goed op de kaart bij rijk, provincie, MRA en diverse andere verbanden). Ook voor het beheer en onderhoud is meer formatie nodig ten gevolge van taakuitbreidingen in samenspraak met de inwoners. Bodem- en watermanagement zijn taken die meer vragen ten gevolge van landelijke en klimaatontwikkelingen.
07
Overhead Veel overhead gerelateerde lasten stijgen mee met het aantal medewerkers. Binnen deze categorie zijn de aanmeldingen opgenomen die voortkomen uit samenhangen met de omvang van de organisatie. Voorbeelden zijn de gestegen Arbo-kosten, groei van de benodigde licenties, en facilitair gerelateerde lasten. Om deze lasten te dekken wordt sinds 2024 bij formatie uitbreidingen eveneens 30% 'gespaard' voor overhead gerelateerde lasten. Deze middelen worden binnen deze categorie ingezet.
08
Kapitaallasten De kapitaallasten zijn op basis van de investeringen tot en met 31 december 2024 herrekend. Meerjarig wordt nog steeds uitgegaan van een investering van €30 miljoen per jaar. Bij de berekening van de kapitaallasten is rekening gehouden met de verlenging van de afschrijvingstermijn, zoals is besloten met de vaststelling van de financiële verordening op 18 december 2024.
09
Gemeente financiën Binnen deze categorie vallen de effecten van de september- en decembercirculaire, evenals een eerste inschatting van de meicirculaire. Daarnaast valt een deel van de stelpost autonome- en nominale ontwikkelingen vrij. Deze laatste betreft een stelpost die o.a. in verband gebracht dient te worden met de categorieën CAO, Jeugd en Prijs ontwikkeling. De laatste stortingen in de algemene reserve worden teruggedraaid. Bij de inschattingen van de meicirculaire 2025 zijn eveneens de effecten van de voorjaarsnota van het Rijk beoordeeld. Voorjaarsnota Rijk: Afgelopen 17 april heeft het kabinet de voorjaarsnota vrijgegeven met de voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de rijksbegroting. Op basis van deze inzichten zijn de gevolgen voor de meicirculaire voor de gemeente Hilversum ingeschat.
8
Deze inschatting is als volgt ingedeeld: ((-/- i s Voordeel , +/+ i s Na deel )
Omschrijving Demping ravijnjaar Effecten acres algemene uitkering Effecten commissie der Wijzen/ hervormingsagenda jeugd Effecten Commissie Ark
Eerdere inschatting commissie der Wijzen (PB 2025)
2025
2026
2027
2028
2029
-900 -2.000 -2.900
-2.000 -1.500 -1.800 -4.600 -9.900
-2.100 -1.700 -1.400 -4.300 -9.500
-2.100 -1.600 -1.600 2.000 -3.300
-2.100 -2.100 -1.700 2.000 -3.900
-
1.500
1.100
1.300
1.300
-2.900
-8.400
-8.400
-2.000
-2.600
(Bedra gen x €1.000)
Het rijk heeft de adviezen van de commissie Ark niet geheel overgenomen. Zo worden de nadelen over de jaren 2023 en 2024 niet gecompenseerd. De hervormingsagenda blijft van kracht en wordt vanaf 2028 verhoogd. De verhoging van de hervormingsagenda betekent vanaf 2028 een korting op de algemene uitkering, omdat het rijk stelt dat er vanaf 2028 extra bezuinigd zal gaan worden op jeugd. Het rijk zal de komende jaren deze bezuiniging verder moeten concretiseren. Momenteel betreft het €1,3 miljoen voor de invoering van een eigen bijdragen, €0,3 miljoen door te sturen op de trajectduur en €2,5 miljoen door de oorspronkelijke hervormingsagenda te indexeren. 10
Incidentele stelpost wensen raad Het college bereidt de voorjaarsnota en begroting voor op basis van de afspraken met de raad. In de loop van het jaar kunnen er aanleidingen zijn om als raad (nieuwe) initiatieven mogelijk te willen maken. Dit budget kan dienen om dergelijke wensen financieel te kunnen dekken. Ervaring leert dat ten tijde van de behandeling van de
planning en control producten het lastig is voor raadsleden om mogelijke financiële dekking voor moties en amendementen goed te onderbouwen. Om de raadsleden hierin te ondersteunen heeft het college een incidenteel budget van €500.000 ter beschikking gesteld. Wanneer voor de inzet van dit budget binnen de raad geen bestemming wordt gevonden worden dan zal het budget niet worden ingezet en zal het begrotingssaldo verbeteren. 11
Overig Naast de hierboven omschreven categorieën zijn er diverse veelal kleine aanmeldingen die niet verder gecategoriseerd worden. Alle aanmeldingen worden toegelicht in ‘bijlage 5.2 aanmeldingen per programma’.
9
2.3 Reserves mutaties Er wordt voorgesteld per saldo om € 1.834.000 meer te onttrekken vanuit de reserves. Dit saldo is inclusief een dotatie van €30.000 aan de nog in te stellen reserve ‘Gebiedseigen kosten 1221-gebied. Voor de details ten aanzien van de op te richten reserve wordt verwezen naar het raadsbesluit bij de voorliggende voorjaarsnota 2025. In onderstaande tabellen zijn de wijzigingen op de reservemutaties met toelichtingen weergegeven. ((-/- i s Voordeel , +/+ i s Na deel )
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
-1.625 602 -34 30
-1.200 347 -
297 -
222 -
222 -
Programma 2 Reserve Opvang Oekrainers
-732
-
-
-
-
Programma 3 Reservce ESF
-75
-
-
-
-
-1.834
-853
297
222
222
Programma 1 Reserve Stedelijke vernieuwing Reserve Mobiliteitsfonds Reserve Herplantfonds Reserve Gebiedseigen kosten 1221-gebied
Totaal reservemutaies
(Bedra gen x €1.000)
Reserve Stedelijke vernieuwing Verkoop panden en gronden (storting €455.000 in 2025) In de programmabegroting 2025 was een verkoopopbrengst voor panden en gronden van €4.390.000 begroot. Door een aantal doorgeschoven verkopen in 2024 naar 2025 verwachten we dat verkoopopbrengst in 2025 €1.576.000 hoger zal uitvallen. De te verkopen panden en gronden kunnen nog een boekwaarde hebben. Op het moment dat objecten worden verkocht dan moet de resterende boekwaarde in een keer worden afgeboekt. In 2025 is de verwachting dat een bedrag van € 1.104.000 aan boekwaarde afgeboekt moet worden. Doordat in 2025 meer objecten worden verkocht, nemen verkoop- en advieskosten (zoals taxatiekosten en makelaarscourtage) toe. De te verwachten kosten zijn in 2025 € 17.000 hoger dan begroot. Per saldo verwachten we een hogere opbrengst van € 455.000, die aan de reserve stedelijk ontwikkeling zal worden toegevoegd. Orchideestraat (onttrekking €480.000 in 2025) Op 1 oktober 2024 heeft het college besloten om het perceel aan de Orchideestraat te verkopen aan woningbouwvereniging "Gooi en omstreken". Om het monumentale pand aan de Orchideestraat 10 te herstellen en het terrein op nieuw in te richten is een bedrag van € 480.000 benodigd. Voorgesteld wordt het benodigde budget te dekken door een onttrekking uit de reserve stedelijke ontwikkeling.Hierover is de raad geïnformeerd in RIB 2024-59.
Voorbereidingskosten Sportpark (onttrekking €1,6 miljoen in 2025 en €1,2 miljoen in 2026) Bij de voorjaarsnota 2024 heeft de raad voor 2024 en 2025 elk €1,2 miljoen voor voorbereidingskosten voor het project Sportpark opgenomen ten laste van de Reserve Stedelijke Ontwikkeling. Van het budget 2024 resteerde circa €0,4 miljoen. Op basis van een raming begin 2025 is -bovenop het beschikbare budget- voor 2025 en 2026 samen €2,8 miljoen extra nodig. We stellen voor deze €2,8 miljoen eveneens te dekken uit de Reserve Stedelijke Ontwikkeling. In die €2,8 miljoen is €1,5 miljoen als raming opgenomen voor stap 3 van het deelproject Verkenning OV-knoop (opdracht aan ProRail). In stap 3 wordt de voorkeursvariant voor de stationsverplaatsing en ondertunneling uitgewerkt. De resultaten van stap 2 (de voorkeursvariant) worden in september 2025 aan de raad voorgelegd. Dan kan de raad formeel een besluit nemen over de start van stap 3.
10
Reserve Mobiliteitsfonds Ten aanzien van de uitvoering van het parkeerbeleid vallen de lasten hoger uit. De kostenstijging komen o.a. voort uit een hogere bijdrage aan de Coöperatie ParkeerService door gebiedsuitbreidingen en maatwerk, de aangekondigde aanpassing van het parkeerregime Arenapark en onvoorziene werkzaamheden ten aanzien van dataverwerking en beantwoording van de vele (bestuurlijke) vragen over parkeren. Tegenover de hogere lasten (oplopend tot €478.000 in 2028) staan de hogere parkeer baten van €700.000. In lijn met eerdere toezeggingen (zie RIB 2024-52) worden dit voordelige saldo gedoteerd aan de reserve Mobiliteitsfonds. Reserve herplantfonds Wanneer een kapvergunning wordt aangevraagd voor een boom met een minimale diameter, is herplant verplicht. Als herplant niet tot de mogelijkheden behoort, kan de bewoner dit afkopen. De gemeente ontvangt een bedrag waarvoor nieuwe bomen geplant moeten worden. In 2025 wordt er in samenwerking met GNR en de Vereniging tot Behoud van Anna’s Hoeve een herplantplan opgesteld en uitgevoerd. Dit ter compensatie van de aanleg van de HOV baan. De kosten van €34.000 voor de aanplant van 85 bomen worden gedekt vanuit de Reserve herplantfonds. Reserve Gebiedseigen kosten 1221-gebied Middels brief RIB 2024-69 bent u geïnformeerd over kostenverhaal.
In het Programma Kostenverhaal is vastgelegd wanneer initiatiefnemers van ruimtelijke projecten bijdragen aan gemeentelijke investeringen. Voor het initiatief Larenseweg 30 (RIB 2025-14) dient de initiatiefnemer circa € 30.000 af te dragen. De bijdrage wordt gestort in de reserve Gebiedseigen kosten 1221-gebied. Reserve Opvang Oekraïners Opvang ontheemde Oekraïens (onttrekking van €1.572.000 in 2025) Conform de Regeling opvang ontheemden Oekraïne vangt de gemeente Oekraïners op. Het uitgangspunt van het Rijk is dat de rijksvergoedingen kostendekkend moeten zijn. In deze voorjaarsnota zijn, voor zover bekend, de in 2025 verwachte lasten en baten verwerkt. De opbrengsten worden, op basis van de bekostigingsregeling, geraamd op € 18,9 miljoen (inclusief € 4,4 miljoen vanuit de uitzonderingsbepaling in de regeling). In 2025 krijgen we voor het eerst te maken met de situatie dat het normbedrag niet dekkend is voor de opvang en een beroep moet worden gedaan op de uitzonderingsbepaling in de regeling. In de regeling is de mogelijkheid opgenomen om meerkosten te declareren als gemeenten niet uitkomen met het normbedrag. In 2025 verwacht Hilversum een beroep te moeten doen op de uitzonderingsbepaling voor een bedrag van € 4,4 miljoen. Zie hierboven. Deze vergoeding wordt ingezet voor de opvang van Oekraïners in gemeentelijke opvanglocaties en de particuliere opvang.
De uitgaven worden geraamd op € 20,5 miljoen. Verder wil Hilversum de kwaliteit op de noodopvanglocatie Philipsweg verbeteren door minder bedden op een kamer te plaatsen. Dat betekent dat er minder plekken beschikbaar zijn en de Philipslocatie relatief duurder wordt, omdat de gemeente een vergoeding per opvangplek ontvangt. Het is een reële optie dat het rijk dit niet vergoed en gedekt moet worden uit de reserve opvang Oekraïners. Hiervoor wordt een onttrekking van € 1,6 miljoen begroot uit de reserve opvang Oekraïners. Opvang asielzoekers (dotatie van €840.000 in 2025) De raad heeft op 20 december 2023 de Beleidsagenda asielaanpak vastgesteld. Daarmee zijn uitgangspunten en een afwegingskader vastgesteld op basis waarvan de asielopvang vormgegeven zal worden. Dit beleidskader is verder uitgewerkt in het Plan van Aanpak Asiel. Hieruit volgde onder meer dat Hilversum het aantal van de toenmalige taakstelling van het rijk van 536 plekken, zou moeten verdelen over vier locaties. De minister heeft via het Verdeelbesluit eind 2024 de gemeentelijke taakstelling voor Hilversum naar beneden bijgesteld van 536 naar 434 plekken, te realiseren voor 1 juli 2025. Daarvan zijn 174 plekken gerealiseerd met de tijdelijke noodopvang in hotel Gooiland. De taak van de gemeente is om locaties aan te wijzen. Verbouw en beheer liggen bij COA.
Het rijk stelt geen budget beschikbaar voor de gemeentelijke kosten die volgen uit de beleidsagenda asielaanpak, waarvan de organisatie- en voorbereidingskosten de belangrijkste zijn. Voor 2025 zijn er nog geen concrete asielopvang locaties om te openen. Daardoor vallen de uitgaven lager uit en wordt de begroting bijgesteld naar € 0,4 miljoen. Als gevolg van de lagere uitgaven zal ook de onttrekking vanuit de reserve naar beneden worden bijgesteld.
11
Reserve ESF Op 5 maart 2025 is het Raadsvoorstel Bouwdepot in Hilversum vastgesteld door de Raad. Overeenkomstig het raadsbesluit wordt de dekking in de voorjaarsnota verwerkt. De dekking wordt voor €75.000 verkregen uit de reserve ESF. Te vormen reserves In lijn met RIB 2024-69 'Aanbieding van het programma kostenverhaal en financiële bijdragen' wordt voorgesteld een drietal reserves te vormen. Het gaat om 2 reserves om de inkomsten vanuit kostenverhaal te kunnen storten. Daarnaast gaat het om een bestemmingsreserve in het kader van sociale huurwoningen. : • Reserve Gebiedseigen kosten 1221-gebied • Reserve Gebiedsoverstijgende lasten geheel Hilversum • Reserve Vereveningsfonds sociale huurwoningen Ten slotte wordt voorgesteld een reserve te vormen om de lasten en baten van de herindeling per jaar in lijn met
elkaar te brengen. Zie hiervoor paragraaf 3.2 Wijdemeren en Hilversum 'Samen Sterker': • Reserve Herindeling
12
2.4 Nieuw financieel beeld 2025-2029 Oplossingsrichtingen voorjaarsnota 2025 Ondanks de onzekere tijden binnen de gemeente begrotingen houdt de Provincie Noord Holland zich bij het uitvoeren van het financieel toezicht aan de aan het wettelijke voorschriften. De provincie Noord Holland beoordeeld de begroting derhalve op basis van het wettelijke criterium van structureel en reëel evenwicht. Structureel en reëel evenwicht betekent dat de structurele lasten gedekt dienen te worden met structurele baten. Dat houdt in dat tegenover de jaarlijks terugkerende kosten, voldoende jaarlijks terugkerende opbrengsten staan. Reëel ramen wil zeggen dat de lasten goed worden ingeschat dat ze passend zijn voor de taken. Is de begroting 2026 niet structureel en reëel in evenwicht dan dient het evenwicht tijdig in de meerjarenraming te worden herstel, uiterlijk in 2029. Dit betekent dat tegenover de gestegen lasten als gevolg van de aanmeldingen oplossingen gevonden dienen te worden om te komen tot een structureel en reëel evenwicht. In onderstaande tabel zijn de oplossingsrichtingen verwerkt. ((-/- i s Voordeel , +/+ i s Na deel )
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Programmabegroting 2025 Aanmeldingen voorjaarsnota 2025 (stand 6 mei)
3.647
2.812 38
-1.617 -21
-2.738 5.788
-5.604 7.457
-
-350 -2.000 -
-350 -2.000 -
-350 -2.000 -700
-350 -2.000 -700
3.647
500
-3.988
-
-1.198
Oplossingsrichtingen Extra OZB verhoging 1,46% Woonlasten (kostendekkender afvalstoffen/ Woonlasten 4%) Invoering forensenbelasting Uitgangspunt voorjaarsnota 2025
(Bedra gen x €1.000)
Woonlasten Met de inzet van de oplossingsrichtingen wordt voldaan aan de eisen van het financieel toezicht. Ten aanzien van de woonlasten OZB, Riool- en afvalstoffenheffingen blijven we binnen de afspraken van het coalitieakkoord. De ontwikkeling van de woonlasten blijft in lijn met de inflatie van de afgelopen jaren. Hilversum heeft gedurende de eerste jaren van deze bestuursperiode (2022-2026) op begrotingsbasis inflatie toegerekend. De werkelijke inflatie (CPI) lag hoger. Er is dus in praktijk 5,1% inflatie niet aan inwoners toegerekend.
Om tot een structureel en reëel evenwicht te komen wordt deze ruimte binnen de afspraak van het coalitieakkoord ingezet en zullen de woonlasten met 5,1% stijgen. Met de voorjaarsnota worden de kaders voor de programmabegroting 2026 vastgesteld. De exacte effecten op de woonlasten zullen derhalve bij de programmabegroting 2026 inzichtelijk gemaakt worden. Met de vaststelling van de programmabegroting 2026 en de bijbehorende verordeningen worden de tarieven voor 2026 definitief.
13
Forensenbelasting In lijn met het ‘Plan van aanpak uitwerking herverdelingsadvies’ zoals deze 17 maart is vastgesteld wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om forensenbelasting in te voeren. De forensenbelasting kan geheven worden voor het beschikbaar hebben van een tweede woning in de gemeente zonder hoofdverblijf te hebben in de gemeente. Afhankelijk van de harmonisatie is het wellicht mogelijk de forensenbelasting al per 2027 in te voeren. Indien dit mogelijk blijkt dan zal dit al voor 2027 een extra voordeel kunnen opleveren.
14
2.5 Investeringsprogramma Gelet op het grote financiële belang van onze investeringsportefeuille presenteren wij in deze paragraaf de ontwikkelingen op het gebied van de investeringen. Hierbij gaat het om de actualisatie van de geplande investeringen en het toevoegen van nieuwe investeringen. Overeenkomstig de financiële verordening worden met de voorjaarsnota ook de wijzigingen in de geplande investeringen vastgesteld. De wijzigingsvoorstellen hebben direct invloed op de kapitaallastenontwikkeling. De financiële impact is eveneens verwerkt in deze voorjaarsnota. Onderstaande tabel geeft inzicht in het investeringsvolume per jaarschijf zoals opgenomen in het investeringsprogramma van de gemeente. Reeds genomen raadsbesluiten tot de voorjaarsnota Vooruitlopend op deze voorjaarsnota heeft u als raad op 29 januari jl. besloten een netto krediet van €0,3 miljoen te verlenen voor WKO Stationshart. Daarnaast heeft u op 29 januari het voorstel vastgesteld met betrekking tot de ‘Verbetering van de noordelijke entree van het Arenapark voor voetgangers’, waarbij een deel van de gereserveerde middelen voor de ‘Last Mile’ is vrijgegeven. Hierdoor is de sterretjespost gedaald van €4,5 miljoen naar €2,2 miljoen. Het benodigde krediet voor het Sportpad wordt hiermee verplaatst van het investeringsprogramma 2018 naar 2025, zodat de uitvoering in dat jaar kan plaatsvinden.
Investeringsontwikkelingen voorjaarsnota In deze voorjaarsnota stellen wij voor om het investeringsprogramma 2025-2029 te actualiseren. Na instemming met deze voorjaarsnota ziet de omvang van het investeringsprogramma er als volgt uit: Bedragen x 1.000 Verlaging investeringsvolume -, Verhoging investeringsvolume + 2025
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025 - Investeringsprogramma 20242029
64.072
17.020
29.512
21.043
verwerking tussentijdsbesluiten (WKO Stationshart en Sportpad)
2.600
Actualisatie voorjaarsnota 2025
14.236
6.532
3.640
329
21.667
Totaal Investeringsprogramma 2025 - 2029
80.908
23.552
33.152
21.372
21.667
2025
De actualisatie van het lopende begrotingsjaar betreft een actualisatie van al in het investeringsprogramma opgenomen investeringskredieten. Per saldo wordt voorgesteld het investeringsvolume in jaarschijf 2025 met € 14,2 miljoen te verhogen. De verhoging van jaarschijf 2025 is voornamelijk een gevolg van een aantal nieuwe investeringen, zoals ‘Parkeerplaatsen Nieuwe Havenweg’ die onderdeel is van de uitvoering van de gebiedsagenda bedrijfsterrein Zuid West, en ‘Gedeeltelijke herinrichting Sportpark Loosdrecht’.
2026
In 2026 wordt voorgesteld om het investeringsvolume met € 6,5 miljoen te verhogen tot een totaal van € 23,6 miljoen. Deze verhoging komt voornamelijk door het verschuiven van middelen binnen het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023-2027’ en door een aantal nieuwe investeringen in programma 1 Wonen en Leven, zoals ‘Herinrichting Franciscusweg’ die onderdeel is van de uitvoering van de gebiedsagenda bedrijfsterrein Zuid West.
2027
Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2027 met afgerond € 3,6 miljoen te verhogen. Dit is een gevolg van een aantal aanmeldingen waarvan de grootste ‘Herinrichting 1e Loswal’ is, die onderdeel is van de uitvoering van de gebiedsagenda bedrijfsterrein Zuid West.
2028
Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2028 te verhogen met afgerond € 0,3 miljoen. Dit is een gevolg van de indexering van de geplande investeringen in riolering en de renovatie van groenvoorzieningen.
2029
Voorgesteld wordt om het investeringsvolume in 2029 te verhogen met afgerond € 21,7 miljoen. Dit is een gevolg van het toevoegen van jaarschijf 2029 aan het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (€12,4 miljoen) en de geplande vervanging van wegen (€6,1 miljoen).
15
Indexatie van lopende investeringen Het is niet gebruikelijk om investeringsprogramma's te indexeren, toch is er een noodzaak om operationele investeringen voor het beheer van de openbare ruimte te indexeren in overeenstemming met de CBSgegevens. De operationele kosten verbonden aan bijvoorbeeld riolering zoals materiaalkosten, zijn onderhevig aan inflatie en stijgen in de loop der tijd. Het niet indexeren van het budget zou kunnen resulteren in een tekort aan middelen om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Het is daarom van belang om het budget voor beheer en onderhoud in lijn te houden met de algemene prijsstijgingen, zoals weerspiegeld in de CBS-indexcijfers. De Riolering GWP 2021-2026 wordt vanaf 2026 met 4% geïndexeerd en Groenvoorzieningen met 5,3%. Nieuwe investeringen In deze voorjaarsnota wordt voorgesteld om een aantal nieuwe investeringen op te nemen in het investeringsprogramma. Dit betreft onder andere investeringen die nodig zijn voor de uitvoering van de gebiedsagenda Bedrijfsterrein Zuidwest, de gedeeltelijke herinrichting van Sportpark Loosdrecht, de vervanging van bomen in Wijk Oost rond Anna’s Berg en de aanschaf van een elektrische hoogwerker. In de bijlage 4.2 Investeringsprogramma worden de investeringen nader toegelicht.
Besluitvorming over het investeringsprogramma 2025-2029 De bijgestelde investeringen en de nieuwe investeringen voor de jaren 2025 tot en met 2029 zijn met toelichtingen opgenomen in de bijlage 4.2 Investeringsprogramma. Wij stellen u voor om de aanpassingen voor 2025 vast te stellen. Het investeringsprogramma 2026-2029 wordt onderdeel van de programmabegroting 2026. De autorisatie van de investeringen 2026 gebeurd bij het vaststellen van de programmabegroting 2026. Bijstelling investeringen uit het investeringsprogramma voor 2025 Met de voorjaarsnota 2025 wordt het huidig jaar en het meerjarenperspectief t/m 2029 weergegeven. Aanvullend op deze voorjaarsnota zijn een aantal investeringen uit voorgaande jaren (2021, 2022, 2023 en 2024) geactualiseerd. Voorgesteld wordt om het investeringsvolume voor jaarschijf 2024 en eerder te verhogen met afgerond € 14,2 miljoen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de verschuiving van middelen binnen de jaarschijven van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvestiging, het indexeren van het IHP, de overschrijding op het krediet van de nieuwe busstation (RIB 2024-76) en de verhoging van het krediet t.b.v. het Centrumring. Met de vaststelling van de voorjaarsnota 2025 worden eveneens deze wijzigingsvoorstellen vastgesteld. In de bijlage 4.2 Investeringsprogramma worden de investeringen nader toegelicht.
16
2.6 Vooraankondigen Bij het opstellen van deze voorjaarsnota zijn er voorstellen voor nieuw en aangepast beleid op verschillende beleidsterreinen in voorbereiding, waarover uw raad nog een besluit moet nemen. We vinden het belangrijk om deze onderwerpen alvast te delen in het kader van een integrale afweging. De aankondigingen zijn nog niet financieel verwerkt in deze voorjaarsnota, maar de bijbehorende financiële effecten kunnen mogelijk zichtbaar worden in de programmabegroting van 2026 of in een later planning -en control product. Position Paper In 2025 hebben we voor Hilversum een position paper opgesteld. Daarin hebben we gekozen te gaan sturen op een maximale schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen van 130% over een voortschrijdende periode van 10 jaar. Dit is een aanscherping van de kaders om onze solide financiële positie te bewaken, én ruimte te houden voor ambities en de maatschappelijke opgave waar we voor staan.
Ontwikkelingen GNR Naast de autonome ontwikkelingen werkt het GNR aan nieuwe huisvesting. De wijze van financiering hiervan is nog onderwerp van onderzoek. Indien noodzakelijk zal zodra het onderzoek is afgerond de uitkomst voorgelegd worden aan de raad. Merem Het project Merem bestaat uit verschillende ontwikkelingen op het terrein van Merem aan de Soestdijkerstraatweg 129. De Mytylschool die enkele jaren geleden op het terrein is gerealiseerd is eigendom van Merem. De gemeente betaalt jaarlijks een vergoeding/huur voor gebruik van de school. Merem heeft gevraagd of de gemeente de school wil kopen. Op dit moment wordt onderzocht of verkoop door Merem en aankoop door de gemeente mogelijk en wenselijk is. De verwachting is dat later dit jaar hier meer duidelijkheid over zal komen. Indien het wenselijk en mogelijk is om tot aankoop over te gaan zal dit worden voorgelegd worden aan de raad. Sportcomplex De gemeente heeft de ambitie om een nieuw, modern en duurzaam sportcomplex te realiseren, zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan. In juli 2023 heeft u het globale Programma voor het nieuwe sportcomplex vastgesteld, bestaande uit circa 13.500 m2 sportvoorziening. Deze voorziening omvat een zwembad (vervanging De Lieberg), een multi-use sporthal (vervanging Dudok Arena) en zes lokalen voor bewegingsonderwijs die ook gebruikt kunnen worden als indoor atletiek hal.
In het raadsbesluit is destijds uitgegaan van € 45 miljoen investeringskosten en € 1,4 miljoen exploitatielasten (prijspeil 2022). De raad heeft nog geen besluit genomen over de hoogte van de totale investeringen. Op dit moment stellen we de stichtings- en exploitatieraming op. De eerste conceptramingen zijn aanzienlijk hoger dan het beeld opgenomen in het raadsvoorstel 2023. Hoewel deze hogere kosten goed verklaarbaar zijn, leveren deze eerste conceptramingen voor ons geen acceptabele businesscase op. Daarom onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn voor een meer realistische businesscase voor het Sportcomplex. Het raadsvoorstel voor het Sportcomplex is nu gepland voor de raadsvergadering van september 2025. Op het moment van totstandkoming van deze Voorjaarsnota 2025 vinden nog doorrekeningen van het sportcomplex plaats en kruist het voorstel voor het sportcomplex het proces van deze Voorjaarsnota 2025. Afhankelijk van uw besluitvorming over het sportcomplex in juli 2025 zullen we op zijn vroegst in de programmabegroting 2026 de financiële gevolgen verwerken. Gemeentedepot De gemeente heeft de ambitie om een nieuw circulair gemeentedepot op het MOB-terrein te realiseren. Eind 2023 hebben wij u met RIB 2023-91 geïnformeerd over de “uitgangspunten voor de Ontwikkeling MOBcomplex”.
Na de Voorjaarsnota 2023 heeft de raad bij het vaststellen van de Programmabegroting 2024 een krediet van € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld. De onder andere van het Circusterrein te verplaatsen functies zijn noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van de Hilversumse openbare ruimte. Tegelijkertijd wordt er op dit moment beperkt circulair gewerkt 17
(voornamelijk vanwege ruimtegebrek). Het verplaatsen van de functies als gevolg van de herontwikkeling biedt kansen om de bedrijfsvoering voor openbaar beheer en onderhoud opnieuw in te richten en te optimaliseren. Dit levert, naast een financiële besparing, ook een aanzienlijke reductie in CO2-uitstoot op (minder vervoersbewegingen, minder materiaalverbruik). Afgelopen periode hebben we op basis van de uitgangspunten een schetsontwerp gemaakt. De eerste ramingen van de stichtings- en exploitatiekosten passen niet binnen de vastgestelde uitgangspunten en financiële kaders. Hoewel deze hogere kosten verklaarbaar zijn, onderzoeken wij op dit moment of we de raad een soberder voorstel kunnen voorleggen. Een raadsvoorstel voor het gemeentedepot is nu gepland voor de vergadering van 17 september 2025. Afhankelijk van uw besluitvorming over het gemeentedepot in september 2025 zullen we op zijn vroegst in de Programmabegroting 2026 de financiële gevolgen verwerken. Naar verwachting rondt de gemeente in 2025 de sanering van het MOB-terrein af, en kan de gemeente in 2026 het gemeentedepot op het MOB-terrein realiseren. Budgetcoaches In de beleidsagenda Armoede en Schulden is de inzet van de budgetcoaches vooralsnog incidenteel opgenomen. Op dit moment vindt er een evaluatie plaats.
Bij een positieve evaluatie zal de raad worden voorgesteld de inzet van de budgetcoaches structureel te maken. Afhankelijk van uw besluitvorming over het budgetcoaches zullen we op zijn vroegst in de programmabegroting 2026 de financiële gevolgen verwerken.
18
3 Uitgangspunten begroting 3.1 Gemeente Hilversum Inleiding In dit hoofdstuk presenteren wij de voorgestelde kaders en uitgangspunten voor de begroting 2026-2029. Algemeen De prijzen van goederen en diensten zijn aan inflatie onderhevig. Inflatie treedt op wanneer er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten (niet alleen van individuele producten). Dit heeft als resultaat dat je vandaag minder kunt kopen voor € 1 dan gisteren. Als gevolg van eventuele inflatie kan in de toekomst minder maatschappelijk effect gerealiseerd worden dan met hetzelfde geld nu. Om de maatschappelijke doelstellingen te kunnen blijven realiseren maken wij jaarlijks de overweging om budgetten (deels) te corrigeren voor de inflatie. Het is en blijft immers een politieke overweging om de extra kosten af te wegen tegenover het gewenste maatschappelijke effect. Hoofdlijnen In de onderstaande tabel presenteren wij de hoofdlijnen van de uitgangspunten: Omschrijving Onroerendezaakbelasting Afvalstoffenheffing
Uitgangspunt Consumentenprijsindex CPI-februari (2,6%) Kostendekkend/ Consumentenprijsindex CPI februari
Rioolheffing
Kostendekkend/ CBS-prijsindex voor de GWWsector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen) Consumentenprijsindex CPI-februari (2,6%)
Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) Lonen en pensioenpremie
CAO en/of raming, loonvoet sector overheid (CPB)
Investeringen onderwijshuisvesting
BDB-index (maart)
Investeringen (en kosten) gemeentelijk watermanagement plan (rioleringen)
CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen)
Uitgaande subsidies
Consumentenprijsindex CPI-februari (2,6%)
Marktgelden
Consumentenprijsindex CPI-ferbuari (2,6%)
Overige lokale leges, rechten en heffingen
Wettelijk vastgesteld tarief
(Reken)rente
Berekende omslag
19
Begroten in onze gemeente Hilversum Het uitgangspunt bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar is het prijspeil van het begrotingsjaar. De begroting bestaat hierdoor meerjarig uit structurele (gelijke) budgetten. Naast de meerjarig gelijke budgetten bestaan er incidentele budgetten. Voorbeelden van deze incidentele budgetten zijn de verwachte lasten en baten voortkomend uit grondexploitaties, maar ook bijvoorbeeld incidentele budgetten vanuit het coalitieakkoord. Voor een aantal budgetten hanteren wij echter niet hetzelfde prijspeil. Bij deze budgetten houden wij meerjarig rekening met toekomstige ontwikkelingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de algemene uitkering, de onroerendezaakbelasting en de stelpost autonome en nominale ontwikkeling. Categorie Algemene uitkering
Wijze van begroten Bij de algemene uitkering sluiten we aan bij de circulaires van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds gaat uit van stijgende uitgaven en compenseert de gemeenten hiervoor. Dit gebeurt met het zogenaamde accres. De gemeente heeft hier geen invloed op.
Onroerendezaakbelasting
Meerjarig (de jaren volgend op het begrotingsjaar) gaan wij bij de onroerendezaakbelasting uit van een jaarlijks stijgende opbrengst. Hierbij is in voorgaande jaren, in lijn met het coalitieakkoord, het uitgangspunt gehanteerd dat de totale woonlasten niet meer stijgen dan de inflatie (CPI-raming) en een verwachte stijging van het aantal woningen per jaar. In de voorjaarsnota 2025 wordt voorgesteld om de woonlasten (waaronder OZB) zodanig te verhogen dat er een voordeel van €2.350.000 ontstaat. Uitgangspunt hierbij is dat de woonlasten gedurende deze coalitieperiode niet meer stijgen dan de inflatie.
Stelpost autonome ontwikkelingen
In de programmabegroting wordt een stelpost autonome ontwikkelingen opgenomen. De stelpost kan worden ingezet ter compensatie van autonome ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 2.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 2.000.000. In deze Voorjaarsnota hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2029.
Stelpost nominale ontwikkelingen
In de programmabegroting wordt een stelpost nominale ontwikkelingen opgenomen. Deze stelpost kan worden ingezet ter compensatie van de nominale ontwikkelingen. De hoogte van de stelpost is jaarlijks € 3.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 3.000.000. In deze Voorjaarsnota hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2029.
20
Indiceren in onze gemeente De begroting bestaat uit meerdere kostensoorten, welke ieder anders op inflatie reageren. Per categorie hanteren wij een andere afweging/werkwijze om de begroting op te stellen naar het prijspeil van het begrotingsjaar. Wij onderscheiden de volgende categorieën.
Categorie Onroerendezaakbelasting (OZB)
Wijze van begroten Het OZB-tarief volgt uit de bij de begroting opgestelde woonlasten notitie. Bij de vaststelling van de totale woonlasten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Stabiele meerjarige tarieven en Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage. (Het Centraal Planbureau berekent doorlopend de Nationale Consumentenprijsindex. Het inflatiepercentage voor het toekomstige jaar (begrotingsjaar) is gebaseerd op de CPI-raming peildatum februari van het huidige jaar.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie ‘woonlasten’). Afvalstoffenheffing
Onze uitgangspunten bij het bepalen van de afvalstoffenheffing zijn: • • •
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage van maart.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) Rioolheffing
De uitgangspunten bij het bepalen van de rioolheffing zijn: • • •
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met de CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen). Dit is in lijn met het vastgestelde GWP 2021-2026.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing)
Uitgangspunten voor de woonlasten zijn: Bij de gezamenlijke woonlasten beoordelen wij of voldaan wordt aan het coalitieakkoord. Hierin is het volgende opgenomen: “De gemiddelde woonlasten stijgen jaarlijks niet meer dan het inflatiepercentage”. Dit betekent een stijging van de woonlasten ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage, peildatum februari. Gezien de voorschriften ten aanzien van het minimaal kostendekkend zijn van de riool- en
21
afvalstoffenheffing dienen hiervoor veelal de OZB-tarieven aangepast te worden. Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven. In de voorjaarsnota 2025 wordt voorgesteld om de woonlasten (waaronder OZB) zodanig te verhogen dat er een voordeel van €2.350.000 ontstaat. Uitgangspunt hierbij is dat de woonlasten gedurende deze coalitieperiode niet meer stijgen dan de inflatie. (Reken)rente
De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere macro-economische ontwikkelingen. Voor de toerekening van de rentelasten wordt gebruik gemaakt van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen en verstrekte geldleningen. Deze rentelasten wordt vervolgens d.m.v. het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's (onderdeel van de kapitaallasten op investeringen). Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden. Aanpassingen kunnen worden doorgevoerd via de voorjaarsnota en/of programmabegroting (Het rente omslagpercentage zoals opgenomen in de programmabegroting 2025 bedraagt 1,2% (2024: 1,6%).
Investeringen (afschrijvingen)
Investeringen zijn eveneens onderhevig aan de nominale ontwikkelingen en worden beïnvloed door loon –en prijsaanpassingen. De investeringen verschillen van elkaar in aard en omvang. Om deze reden worden investeringen niet standaard geïndexeerd. Investeringen worden beoordeeld en eventueel bijgesteld op individueel niveau.
Onderwijshuisvesting (investeringen)
In lijn met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden de investeringen onderwijshuisvesting jaarlijks geïndexeerd met de BDB-index (maart). Dit gebeurt jaarlijks bij de voorjaarsnota. Het ophogen van de investeringskredieten zorgt op termijn voor een toename van de rente en afschrijvingslasten, ofwel kapitaallasten.
Riolering (investeringen)
In lijn met het Gemeentelijk Watermanagement Plan (GWP) worden de investeringen jaarlijks geïndexeerd met het CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen).
Lonen en salarissen
De lonen en salarissen volgen de cao-gemeenteambtenaren. In afgelopen jaren is het verschillende keren voorgekomen dat de begroting opgesteld wordt zonder dat de CAO bekend is voor het begrotingsjaar. Op basis van veronderstellingen worden dan de verwachte loonstijgingen bepaald en verwerkt in de begroting. Jaarlijks dient op basis van geldende CAO en/of verwachte aanpassingen de totaal personeelslasten bepaald. Loonindexaties worden verwerkt in de programmabegroting op basis van de raming, loonvoet sector overheid, zoals afgegeven door het Centraal Plan Bureau (CPB).
22
Uitgaande subsidie
Uitgangspunt is dat de subsidies jaarlijks worden geïndexeerd met CPI. (Het Centraal Planbureau berekent doorlopend de Nationale Consumentenprijsindex (cpi). Het inflatiepercentage voor het toekomstige jaar (begrotingsjaar) is gebaseerd op de CPI -raming peildatum februari. Jaarlijks wordt de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven.
Specifieke uitkeringen (SiSa)
Specifieke uitkeringen worden van het rijk ontvangen om bepaalde taken uit te voeren en betreffen geoormerkte middelen. Dit betekent dat wanneer middelen niet worden uitgegeven dat deze terugbetaald dienen te worden aan het rijk. De indexatie van deze middelen vindt plaats door aanpassingen in het beschikbare budget door het rijk. De indexatie is, behoudens politieke lobby, vrijwel niet te beïnvloeden door de gemeente.
Reguliere budgetten
Voor het restant van de budgetten geld dat deze niet structureel worden geïndexeerd. Voor deze budgetten geld dat jaarlijks wordt bekeken welke budgetten nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren. Vaak liggen hier contractuele afspraken aan ten grondslag (bijvoorbeeld bij de ingekochte zorg en ICT). Het kan ook voorkomen dat budgetten niet jaarlijks worden opgehoogd, maar bijvoorbeeld elke 5 jaar. Dit kan ook samenlopen met de aanpassingen van de onderliggende beleidsnota’s
Beheersplannen
Uit de beheersplannen (exploitatielasten) blijkt welke budgetten nodig zijn om de huidige kapitaalgoederen te onderhouden (gebouwen, wegen, groen etc.). Deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze categorie wordt derhalve gelijk behandeld als de categorie reguliere budgetten.
Dekking hogere lasten als gevolg van indiceren Bovenstaande lasten dienen in eerste instantie opgevangen te worden door de hogere baten, de stelpost autonome- en nominale ontwikkelingen. Indien gewenst/noodzakelijk kunnen ook andere politieke keuzes voor dekking zorgen: • Op basis van politieke overwegingen kan besloten worden indexaties op een andere wijze toe te passen. • Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden ten aanzien van de uit te voeren activiteiten in de begroting (bezuinigen) • Er kunnen politieke keuzes gemaakt worden die leiden tot hogere baten (belastingverhoging) • Ook is het mogelijk de hogere lasten te dekken vanuit de algemene reserve. Algemene reserve Indien de begrote lasten hoger zijn dan de begrote baten dan is er sprake van een niet sluitende begroting. Indien dit incidenteel voorkomt kan ervoor gekozen worden het nadelige saldo te onttrekken uit de algemene reserve. Indien er structureel sprake is van een niet sluitende begroting dan zal de provincie bij het uitvoeren van haar toezichtstaken eisen dat er structurele oplossingen worden gevonden om de tekorten te dekken (verhogen belastingen en/of bezuinigingen).
23
3.2 Wijdemeren en Hilversum 'Samen sterker' Met betrekking tot de samenvoeging met Wijdemeren zijn er in de afgelopen periode de benodigde besluiten genomen. Hier zijn twee sporen gelopen: ambtelijk samengaan (per 1 januari 2026) en de bestuurlijke herindeling (per 1 januari 2027). Uiteraard heeft de samenvoeging uiteindelijk gevolgen voor onze planning en control producten. In deze paragraaf worden de uitgangspunten geschets voor de voorliggende voorjaarsnota. 1. 2.
Uitgangspunten meerjarenraming 2026 en verder gemeente Hilversum Lasten en baten volgen ander tempo (Reserve herindeling)
Uitgangspunten meerjarenraming 2025 en verder gemeente Hilversum De herindeling zal per 1 januari 2027 plaatsvinden, vanaf dat moment ontstaat de nieuwe gemeente Hilversum. Tot die tijd blijft de meerjarenraming van de gemeente Hilversum onveranderd en zullen er geen lasten en baten worden opgenomen in de begroting die betrekking hebben op Wijdemeren. Tot 1 januari 2027 behouden gemeente Hilversum en gemeente Wijdemeren hun eigen meerjarenramingen. Wel zullen de verwachte kosten die direct betrekking hebben op de herindeling worden opgenomen in de begroting van gemeente Hilversum. Dit betreffen de kosten die gefinancierd worden met de ARHI middelen vanuit het Rijk en die voortkomen uit de samenvoeging. Dit betekent het volgende voor de plannings- en control producten: P&C product Voorjaarsnota 2025 (of vergelijkbaar) Programmabegroting 2026
Wanneer
Hilversum
Wijdemeren
2025
X
X
“Nieuw” Hilversum
2025 X X Ambtelijke samenvoeging per 1 januari 2026 Jaarrekening 2025 2026 X X Voorjaarsnota 2026 2026 X X Gemeentelijke herindeling samengaan Wijdemeren en Hilversum per 1 januari 2027 Programmabegroting 2027 2027 Jaarrekening 2026 2027 X X Voorjaarsnota 2027 2027 Programmabegroting 2028 2027 Jaarrekening 2027 2028
X X X X
Ambtelijke samenvoeging Per 1 januari 2026 komen de medewerkers vanuit Wijdemeren in dienst bij de gemeente Hilversum. Vanaf dat moment doen de medewerkers van gemeente Hilversum het werk voor beide gemeenten. Voor het jaar 2026 zullen dienstverleningsovereenkomsten worden opgesteld om de werkzaamheden die worden uitgevoerd voor de gemeente Wijdemeren door te belasten. Ten opzichte van de huidige meerjarenraming zullen derhalve de lasten en de baten van de gemeente Hilversum toenemen voor het jaar 2026. De hogere lasten door o.a. het in dienst nemen van de medewerkers van Wijdemeren en de hogere baten als gevolg van de vergoeding van Wijdemeren die we daarvoor krijgen. De lasten en baten maken nu geen onderdeel uit van de voorjaarsnota 2025, maar zullen worden opgenomen in de programmabegroting 2026. Lasten en baten volgen ander tempo (Reserve herindeling) 27 maart 2025 hebben de raden van gemeente Hilversum en Wijdemeren definitief besloten over het samengaan van gemeente Wijdemeren en gemeente Hilversum. Eerder is ten aanzien van de frictielasten 2025 een bedrag genoemd van €1.782.000 (zie raadinformatiebrief 2024-87). In deze brief is ook aangegeven dat dit nog niet compleet was. Vanuit de diverse deelprojecten dient bepaald te worden welke middelen nodig zijn om de werkzaamheden uit te voeren. Op een later moment wordt de raad hier verder geïnformeerd.