vvgb zonnepark De Linden (4 Bijlage 2a Ruimtelijke onderbouwing zonnepark 'De Linden' met gemarkeerde aanpassingen)
Tekst van het document
RAPPORT Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark ‘De Linden’ te Hilvarenbeek
Klant:
Tomorrow Energy/ NRG2ALL
Referentie: BH2833-100-100 Status:
03/Definitief
Datum:
22-6-2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
+31 88 348 20 00 +31 33 463 36 52 info@rhdhv.com royalhaskoningdhv.com
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Ruimtelijke onderbouwing
Zonnepark ‘De Linden’ te Hilvarenbeek Referentie: BH2833TPRP2106221600 Status: 03/Definitief Datum: 22-6-2021 Projectnummer: BH2833-100-100 Auteur(s): Nienke van der Smissen, Harrie van Lieshout Opgesteld door: Nienke van der Smissen Gecontroleerd door: Thijs Sommers Datum: 21-04-20/TS Goedgekeurd door: Thijs Sommers Datum: 22-06-21/TS
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
INLEIDING
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Nut en noodzaak
1
1.3
Ligging en begrenzing planlocatie
2
1.4
Planologische regeling
3
1.5
Afwijking van het bestemmingsplan
4
1.6
Leeswijzer
4
2
GEBIEDS- EN PROJECTBESCHRIJVING
5
2.1
Beschrijving projectgebied in de bestaande situatie
5
2.2
Projectbeschrijving
6
2.3
Landschappelijke inpassing
7
3
BELEIDSKADER
9
3.1
Rijksbeleid
9
3.2
Provinciaal beleid
13
3.3
Gemeentelijk beleid
18
3.4
Conclusie inpasbaarheid in het beleid
25
4
OMGEVINGSASPECTEN
26
4.1
Bedrijven- en milieuzonering
26
4.2
Geluid
26
4.3
Externe veiligheid
28
4.4
Water
28
4.5
Bodem
31
4.6
Archeologie en cultuurhistorie
32
4.7
Ecologie
36
4.8
Luchtkwaliteit
39
4.9
Reflectie en duisternis
41
4.10
Planologisch relevante leidingen
41
4.11
Verkeer en parkeren
42
4.12
Milieueffectrapportage
42
5
PROCEDURE EN UITVOERBAARHEID
44
5.1
Economische uitvoerbaarheid
44
5.2
Overleg met de omgeving
44
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
ii
Projectgerelateerd
6
CONCLUSIES
45
Bijlagen 1. Landschappelijk Inpassingsplan 2. Transportindicatie 3. Ecoresult QuickScan Natuur 4. Second Opinion RHDHV op Quick Scan Ecoresult 5. Participatieplan 6. Technische tekening: PV Layout 7. Technische tekening: hekwerk 8. Technische tekening: weg 9. Machtiging 10. Memo stikstofdepositie & AERIUS rapporten 11. Archeologisch Bureauonderzoek 12. Bodemonderzoek Nulsituatie
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
iii
Projectgerelateerd
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
NRG2All (voorheen Tomorrow Energy) is een projectontwikkelaar die zonneparken ontwikkelt, bouwt en beheert. NRG2ALL onderscheidt zich van andere ontwikkelaars door de behoefte om meerwaarde te creëren op meerdere terreinen bij de ontwikkeling van zonneparken. Samen met de eigenaar van grond in de gemeente Hilvarenbeek is het idee ontstaan een zonnepark van maximaal drie hectare te realiseren om op die manier een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Hilvarenbeek en de provincie Noord-Brabant. Het gaat om een perceel aan de Ambrosiusweg in Hilvarenbeek. Het betreft het volgende perceel: Kadastrale gemeente
Sectie
Perceel
Oppervlakte
Hilvarenbeek
A
1696
5 ha 23 à 75 ca
Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Met de zogeheten uitgebreide omgevingsvergunning (art. 2.12 lid 1a onder 3 Wabo) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan om het voornemen planologisch te regelen. Het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is een verplicht onderdeel van deze procedure. Middels de ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat het voorgenomen initiatief voldoet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt het ruimtelijk plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. Tevens voorziet het plan een landschappelijke inpassing van het plangebied.
1.2
Nut en noodzaak
De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse elektriciteitsvoorziening betekent een forse inspanning. Europese taakstelling duurzame energie Nederland heeft voor wat betreft de doelstelling op het gebied van duurzame energie aansluiting gezocht bij de taakstelling die in Europees verband is geformuleerd. Deze EU-taakstelling voor duurzame energie bedraagt voor Nederland 14% van het energiegebruik in 2020. Nederlandse taakstelling duurzame energie De Nederlandse regering heeft met het Nationaal Energieakkoord die Europese taakstelling voor Nederland verhoogd naar 16% in het jaar 2023. In 2023 moet dus 16% van het totale jaarlijkse energieverbruik afkomstig zijn uit duurzame energiebronnen. Voor de overheid is zonne-energie, naast andere vormen van duurzame energie, een van de bronnen van duurzame energie die benut moet worden om aan die doelstelling te kunnen voldoen. Noodzaak zonneparken Zonne-energie zal een belangrijk aandeel gaan leveren in de toekomstige duurzame energievoorziening. Zonne-energie is degelijk, betrouwbaar en flexibel te ontwikkelen en kan dicht bij de gebruiker worden gerealiseerd. Maar zonne-energie vraagt ook om ruimte. Deels kan die ruimte gevonden worden door 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
1
Projectgerelateerd
bestaande bouwwerken te benutten en door extra functies aan een ruimte toe te voegen. Een goed voorbeeld hiervan is een parkeerterrein met zonnecarports. Maar dan nog is er veel extra ruimte nodig. Voor de komende 10 jaar wordt de behoefte aan zonne-energie ingeschat op 14 gigawatt (getallen gebaseerd op de Nationale Energieverkenning 2016). Wanneer daarvan een derde op daken van woningen en bedrijfspanden wordt gerealiseerd, blijft er nog steeds circa 10 gigawatt over die op land zal moeten worden opgesteld. Dit komt overeen met circa 10.000 hectare landgebruik ten behoeve van zonnepanelen. Taakstelling gemeente Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek wil een duurzame gemeente zijn, en zet daarom in op het terugdringen van de CO2 uitstoot met 40% minder uitstoot in 2030 en 80% minder in 2050, ten opzichte van het jaar 2014 (Nota energietransitie 2017 - 2020). Om dit te bereiken streeft de gemeente naar het meer opwekken van duurzame energie.
1.3
Ligging en begrenzing planlocatie
De locatie is gelegen in het buitengebied van Hilvarenbeek nabij de A65/ A58 en de provinciale weg N269. Het zonnepark wordt gerealiseerd op het perceel A1696. Dit perceel is ruim 5 hectare groot. Dit kadastrale perceel is in onderstaande kaart aangegeven.
Figuur 1-1 Kadastrale kaart van het plangebied (Bron: www.kadastralekaart.nl)
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
2
Projectgerelateerd
1.4
Planologische regeling
In deze paragraaf wordt ingegaan op de ter plaatse geldende planologische regelingen, indien en voor zover deze voor dit project relevant zijn. De projectlocatie ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied‘ (vastgesteld 1303-2014, zie ook figuur 1-2), ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’ (vastgesteld 07-03-2017) en het ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’ (vastgesteld 08-11-2018). In het bestemmingsplan kent de projectlocatie de enkelbestemming ‘agrarisch’. Daarnaast kent de projectlocatie (deels) de dubbelbestemmingen ‘waarde – archeologie 2’.
Figuur 1-2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Hilvarenbeek”, projectlocatie rood omkaderd (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor: a) agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik; b) nevenactiviteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf als bedoeld onder a, onder de in het bestemmingsplan genoemde voorwaarden (artikel 3, lid f bestemmingsplan Buitengebied); c) bescherming, instandhouding en versterking van de landschaps- en natuurwaarden zoals landschaps-, visuele, cultuurhistorische en ecologische waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen; d) hobbymatig agrarisch gebruik; e) een aan huis verbonden beroep; f) water en waterhuishoudkundige doeleinden en (kikker)poelen, met dien verstande dat (kikker)poelen zijn toegestaan met een oppervlakte van maximaal 200 m² en een diepte van maximaal 1,5 m; g) extensief recreatief medegebruik en de daarbij behorende voorzieningen; h) erfbeplanting en landschappelijke inpassing; i) onverharde paden. Waarde-Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de middelhoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/verzamelaars buiten natuurgebieden.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
3
Projectgerelateerd
Voor werkzaamheden met een totale oppervlakte groter dan 2.500 vierkante meter waarvoor de grond op een diepte van 50 centimeter of dieper geroerd moet worden, moet een archeologisch rapport worden overlegd. Conclusie De aanleg van een zonnepark is op grond van de bestemmingsomschrijving niet toegestaan. Het bestemmingsplan kent voor dit project geen relevante binnenplanse flexibiliteitsbepalingen. Dat betekent dat moet worden omgezien naar een buitenplanse procedure. In dit geval wil de gemeente Hilvarenbeek meewerken via een zogenoemde buitenplanse afwijkingsprocedure (zie paragraaf 1.5).
1.5
Afwijking van het bestemmingsplan
Voor de gevallen, waarbij buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1°of 2° Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met een omgevingsvergunning, als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In deze ruimtelijke onderbouwing komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde. Er wordt aangetoond dat het project in overeenstemming is met de beginselen van een goede ruimtelijke ordening.
1.6
Leeswijzer
Hoofdstuk twee geeft de beschrijving van de bestaande situatie en het project weer. Het derde hoofdstuk gaat in op het van toepassing zijnde beleidskader. Hoofdstuk vier behandelt de omgevingsaspecten. Hoofdstuk vijf gaat in op de procedurele aspecten, de dialoog met de omgeving en de economische uitvoerbaarheid. Het zesde en laatste hoofdstuk geeft de conclusies van de onderbouwing weer.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
4
Projectgerelateerd
2
GEBIEDS- EN PROJECTBESCHRIJVING
2.1
Beschrijving projectgebied in de bestaande situatie
De beoogde locatie voor het zonnepark bevindt zich buiten de bebouwde kom van Hilvarenbeek nabij de snelweg A65/ A58 (ten noorden plangebied) en de Provincialeweg N269. Direct aan de overzijde van de snelweg ligt het bebouwde gebied van Tilburg. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt Safaripark Beekse Bergen. Aan de Ambrosiusweg is sprake van lintbebouwing. Hierdoor wordt een deel van het plangebied aan het zicht onttrokken. Een deel van het plangebied is wel zichtbaar vanaf de weg, maar ligt niet direct aan de weg. In foto 1 is het zicht vanaf de Ambrosiusweg op de kavel te zien. Het voorste grasland ligt buiten het projectgebied en blijft open. Foto 2 toont het zicht vanaf een zandpad aan de westzijde en foto 3 het zicht vanaf het Boterpad. Op foto 4 is het zandpad ten westen van het projectgebied zichtbaar, gekenmerkt door de bomenlaan.
Figuur 2-1 Impressie projectgebied (Bronnen 1 & 3: Street Smart; Bronnen 2 & 4: Locatiebezoek RHDHV op 20 maart 2020)
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
5
Projectgerelateerd
2.2
Projectbeschrijving
Met het initiatief beoogt NRG2ALL een nieuwe planologische functie aan het projectgebied toe te kennen, namelijk de functie van zonnepark. Het projectgebied betreft daarbij het genoemde perceel Hilvarenbeek, sectie A, nummer 1696 aan de Ambrosiusweg. Een zonnepark bestaat uit de volgende elementen: - de opstelling van de zonnepanelen inclusief bekabeling en transformatorstations; - een inkoopstation, omheining en een of meerdere beveiligingscamera’s; - de landschappelijke inpassing (bloemrijk grasland, struweel, etc.). Het zonnepark wordt ontsloten via de bestaande de bestaande ontsluitingsweg van het perceel die uitkomt op de Tilburgseweg. Deze onverharde inrit maakt kadastraal onderdeel uit van het perceel A1696. Voor dit perceel heeft NRG2ALL een contract afgesloten met de grondeigenaar. Alleen ten tijde van de realisatie en beëindigingsfase zal zwaar transport worden ingezet. Op de onverharde weg worden daarom rijplaten aangebracht. Aangezien het onderhoudspad aansluit op de Tilburgseweg, voorzien van twee rijstroken, is er waarschijnlijk voldoende ruimte voor zware voertuigen om deze draaicirkel te maken. Voor de exploitatie- en onderhoudsfase is naar verwachting geen zwaar transport noodzakelijk.
NRG2ALL stemt in met de aanwezigheid van verkeersregelaars tijdens de realisatiefase wanneer het zware transport gebruikt maakt van deze weg, om de veiligheid van de weggebruikers te waarborgen. Het zonnepark is toegankelijk via dit bestaande pad. De doelgroep is elke passant die hier voorbijkomt, of eenieder die interesse in het zonnepark heeft en hier meer van wil weten (zie ook toelichting over het educatieve bord in paragraaf 2.3 ‘Landschappelijke Inpassing’). Met name vlak na de aanleg van het zonnepark is de verwachting dat ook geïnteresseerde omwonenden hier een kijkje zullen nemen. Ook voor bezoekers van bijvoorbeeld het Chalet Hilvarenbeek of de 2 Bourgondiërs is het een kleine drempel om een kijkje te nemen bij het zonnepark. De beoogde projectlocatie heeft een bruto omvang van ruim 5 hectare. Conform de kadernota mag het zonnepark op deze locatie niet groter zijn dan 3 hectare. Een zonnepark van deze omvang wordt ingepast in het plangebied. Naast wat ruimte voor onderhoudspaden en transformatoren betekent dit dat er ongeveer 2 hectare wordt aangewezen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Met een zonnepark van deze omvang is het mogelijk 4,5 MW/p aan zonne-energie op te wekken. NRG2ALL heeft reeds contact gehad met de netbeheerder over mogelijke aansluiting van het zonnepark op het elektriciteitsnet.
Tevens heeft NRG2ALL een overeenkomst met de grondeigenaar. De locatie leent zich goed voor een zonnepark, doordat de locatie voor een deel uit het zicht is onttrokken en nabij de bebouwde kom van Tilburg is gelegen.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
6
Projectgerelateerd
Figuur 2-2 Impressie van de voorgenomen opstelling. Bron: Royal HaskoningDHV
2.3
Landschappelijke inpassing
Van het projectgebied van 5 hectare wordt netto 3 hectare als zonnepark gebruikt. De overige 2 hectare wordt benut voor de landschappelijke inpassing, Dit deel van het plangebied zal worden ingericht ten bate van een versterking voor natuur en landschap. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de hoofdpunten van de landschappelijke inpassing. Voor het landschappelijke inpassingsplan wordt verwezen naar bijlage 1. Het maaiveld onder de zonnepanelen zal niet worden verhard of verdicht. De zonnepanelen worden op een metalen frame in een noord-zuidopstelling geplaatst. De zonnepanelen zijn maximaal 1.70m hoog. Met de gekozen opstelling kan de biodiversiteit zich goed ontwikkelen. Er is rekening gehouden met de schaduwwerking van de bestaande erfbeplanting aan de zuidoostzijde van het plangebied. De landschappelijke inpassing voorziet de aanplanting van een struweelhaag rondom het plangebied, en de perceelsgrens aan de westzijde wordt aangezet met lindes. Vanuit de omliggende bebouwing zal het zonnepark daarom niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Het contrast tussen de openheid en de besloten hogere erfbeplanting wordt behouden. Het terrein zal grotendeels als natuurterrein beheerd worden, en ook bestaande watergangen blijven behouden en krijgen de ruimte. Voor meer informatie, zie het bijgevoegd inpassingsplan (bijlage 1).
In het plan is rekening gehouden met meervoudig ruimtegebruik, onder andere door: • Op het kruidenrijke grasland onder de zonnepanelen, binnen het hekwerk, een paar weken per jaar kleinvee zoals schapen te laten grazen. 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
7
Projectgerelateerd
• • •
Het plaatsen van insectenhotels en insectenheuvels in de bloem- en kruidenrijke weide aan de noordwestzijde van het plangebied om de biodiversiteit te versterken. De aanleg van een amfibieënpoel ten behoeve van amfibieën en andere planten- en dierensoorten, zoals verschillende soorten vogels en insecten. Er wordt een educatief bord geplaatst bij de ingang van het zonnepark. Op het bord staan details, het doel van het zonnepark en de bijdrage aan de omgeving. Concreet wordt op dit bord aangegeven hoe het zonnepark werkt, hoeveel huishoudens er van groene stroom worden voorzien, en welke bijdrage er aan de omgeving geleverd wordt: daarbij valt te denken aan een verbetering van de biodiversiteit en nadere uitleg over soorten, contactgegevens voor meer informatie en dergelijke. Het bord is verder niet als apart bouwwerk aangegeven of aangevraagd omdat er wordt uitgegaan van een kunststof bord dat aan het hekwerk wordt bevestigd.
Landschap Het plangebied ligt tussen drie of zelfs vier verschillende landschapstypen, waaronder het beekdallandschap in het noorden en bossen en natuurgebieden in het noordoosten Het zuiden heeft kenmerken van het kampenlandschap, zowel van kleine schaal tot grootschalige ontginningen. Het gebied wordt lokaal aangeduid als ‘Onder de Linden’, vandaar dat het zonnepark ‘De Linden’ wordt genoemd. Langs een oude kavelgrens worden daarom linden aangeplant waar in het verleden ook bomen hebben gestaan.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
8
Projectgerelateerd
3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
VN Klimaatakkoord In december 2015 was er een VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord is in 2016 door Nederland bekrachtigd. De doelstelling van het akkoord is de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C, met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5°C. In 2020 treedt het Klimaatakkoord in werking. Het Klimaatakkoord vraagt van landen om nationale klimaatplannen op te stellen. In juni 2018 is daarom een voorstel ingediend van de Klimaatwet, welke in december door de Tweede Kamer is aangenomen. Het belangrijkste doel is 95% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 ten opzichte van 1990, met een streven van 49% reductie in 2030. Een Klimaatakkoord is nog in voorbereiding door het kabinet. Energieakkoord voor duurzame groei In september 2013 sloten meer dan 40 organisaties het Energieakkoord voor duurzame groei. Eén van de doelen is het vergroten van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking (nu ruim 4%) naar 14% in 2020. Een verdere stijging van dit aandeel naar 16% is beoogd in 2023. Om dit te bereiken, is een tiental pijlers geformuleerd. Pijler 3 gaat over het stimuleren van decentrale duurzame energie, waaronder zonne-energie. In het Energieakkoord is aangegeven dat voor deze vorm vooral belemmeringen weggehaald moeten worden.
Belemmeringen zijn onder meer (niet uitputtend) een goede ruimtelijke inpassing om belemmeringen bij vrijwaringsgebieden waar mogelijk weg te nemen, het actualiseren van bouwregelgeving aan een grotere inzet van hernieuwbare energie, het actualiseren van vergunningsprocedures gericht op snellere toepassing van innovaties en het verkorten van project doorlooptijden. Energierapport 2016 Begin 2016 is het nieuwe Energierapport gepresenteerd, met onder meer de volgende passage: ”Op 12 december 2015 zijn 195 landen onder auspiciën van de Verenigde Naties (VN) een belangrijk klimaatakkoord overeengekomen. In dit klimaatakkoord zijn doelen afgesproken zoals het beperken van de opwarming tot ruim onder de twee graden en het bereiken van een balans tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen in de tweede helft van deze eeuw. De Europese Raad heeft de komst van dit klimaatakkoord verwelkomd, omdat het een mondiaal en juridisch bindend akkoord betreft. Dit klimaatakkoord is ook van belang voor het Nederlandse energie- en klimaatbeleid. Voor Nederland zijn daarbij de Europese afspraken leidend.” Het toenmalige demissionaire kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten.
Dit Energierapport geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het demissionair kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: • sturen op CO2-reductie; • verzilveren de economische kansen die de energietransitie biedt; • integreren energie in het ruimtelijk beleid. Zonne-energie belangrijke bron Volgens het Energierapport 2016 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland zonne-energie, windenergie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
9
Projectgerelateerd
omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmoseenergie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Zonne-energie speelt daarbij een belangrijke rol, omdat het relatief eenvoudig te installeren is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld wind op zee. Daarnaast is zonne-energie een beproefde technologie. Klimaatwet Op 28 mei 2019 is de Klimaatwet door de Eerste Kamer goedgekeurd waardoor Nederland het zevende Europese land is met een wet waarin staat hoeveel CO 2 er mag worden uitgestoten. De Klimaatwet legt klimaatdoelstellingen in Nederland wettelijk vast en introduceert een mechanisme dat ervoor zorgt dat overheid die klimaatdoelen ook moet halen. De wet legt vast met hoeveel Nederland de CO2-uitstoot terugdringt in 2030 en 2050 en geeft iedereen (burgers en bedrijven) zekerheid over de weg die Nederland inslaat. De wet bevat drie concrete klimaatdoelen: - een vermindering van de broeikasgasuitstoot tot een niveau dat 95 procent lager ligt in 2050 dan in 1990; - streven naar een reductie van 49 procent van de broeikasgasuitstoot in 2030 ten opzichte van 1990; - 100 procent CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050 (zoals zonne-energie).
Door de klimaatdoelen wettelijk te verankeren met een goede borging wordt het klimaatbeleid duidelijk en voorspelbaar. Op die manier kan Nederland ook voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Op de vierde donderdag van oktober (Klimaatdag) rapporteert het kabinet over de CO2-reductie en presenteert ze, indien noodzakelijk, extra maatregelen om de klimaatdoelen te halen. Klimaat en Klimaatnota De Klimaatwet voorziet erin dat het kabinet eens in de 5 jaar een Klimaatplan schrijft. Het klimaatplan bevat de hoofdzaken van het klimaatbeleid voor de komende jaren. Er staat in welke maatregelen worden getroffen om de doelen uit de Klimaatwet te halen. Iedere 2 jaar wordt het klimaatplan geëvalueerd en zo nodig aangepast. Op de Klimaatdag wordt jaarlijks bekeken of Nederland nog op koers ligt om de klimaatdoelen te halen en wordt bekend of, en zo ja welk aanvullend beleid noodzakelijk is.
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen en geeft richting met behulp van de volgende vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Zo wordt 'omgevingsinclusief' beleid gevoerd. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
10
Projectgerelateerd
1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Om te stimuleren dat locaties voor zonne-energie zorgvuldig worden uitgekozen, heeft het Rijk in samenwerking met medeoverheden en andere belanghebbenden een voorkeursvolgorde uitgewerkt. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. De voorkeursvolgorde van de NOVI houdt geen volgtijdelijkheid in. Na het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zon-PV kan worden begonnen met het gelijktijdig benutten van gekozen mogelijkheden. Afweging In de verkenning van mogelijkheden voor de toepassing van zon-PV in Gemeente Hilvarenbeek is gebleken dat het gelijktijdig benutten van gebouwen en locaties in landelijk gebied noodzakelijk is om de doelen te behalen. Hiermee levert het plan een bijdrage aan de prioriteit die wordt gegeven aan de energietransitie. De afwegingsprincipes van de NOVI zijn geborgd in provinciaal en gemeentelijk beleid en toegepast in de planvorming zoals beschreven in §3.2 en 3.3.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijks structuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. De SVIR is anno juni 2021 formeel niet meer van kracht, omdat inmiddels de NOVI het kader vormt. Volledigheidshalve is de SVIR hier onder nog toegelicht. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Daarbij wordt ingezet op een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd.
Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur; • het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, zoveel mogelijk over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk voor een groot deel los. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
11
Projectgerelateerd
Verder is één van de nationale belangen die de SVIR benoemt, het belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’. Concreet betekent dit onder meer dat ruimte zorgvuldig moet worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen. Om die doelstellingen te bereiken, is in 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Alle stedelijke ontwikkelingen dienen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Dit betekent dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening moeten houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: • rijksvaarwegen; • project mainportontwikkeling Rotterdam; • kustfundament; • grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • defensie; • hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; • elektriciteitsvoorziening; • buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; • Natuurnetwerk Nederland; • primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); • erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; • ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het nationale belang elektriciteitsvoorziening heeft enkel betrekking op grootschalige elektriciteitsvoorzieningen. Het beoogde project is kleinschalig en heeft geen betrekking op de voorgenoemde rijksbelangen. Het project is daarmee in overeenstemming met het Rijksbeleid, zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.
Doel van deze ladder is zorgdragen dat invulling wordt gegeven aan een goede ruimtelijke ordening, door optimale benutting van de ruimte binnen stedelijk gebied en zorgen dat er een zorgvuldige afweging plaatsvindt wanneer ruimte buiten stedelijk gebied wordt aangewend voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe vereenvoudigde 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
12
Projectgerelateerd
Laddersystematiek geldt. Daarin staat dat pas als herstructurering of transformatie van bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte biedt om aan de ruimtevraag van het plan te voldoen, er sprake kan zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Afweging Een zonnepark betreft geen stedelijke functie in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals hiervoor genoemd. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2015 (201400570/1/R6) bevestigt dat functies die niet onder begripsbepaling zijn genoemd en ook niet in de handreiking zijn genoemd, niet als stedelijke functies worden aangemerkt. Daarbij merkt de Afdeling op dat de strekking van de regeling gericht is op het tegengaan van leegstand. De realisatie van het zonnepark leidt niet tot leegstand elders. De Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing op een zonnepark. Het betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord Brabant Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Met de Brabantse omgevingsvisie wordt aangesloten op de hoofdopgaven aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie zijn ambities: hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? Er zijn daarbij mobiliserende tussendoelen gesteld: wat wil de provincie in 2030 voor elkaar hebben om die ambitie te verwezenlijken? In de omgevingsvisie is nog niet vastgelegd hoe de doelen bereikt moeten worden. Eén van de doelen is het werken aan de Brabantse energietransitie. De provincie volgt hierin een tweesporenbeleid: 1. Verminderen energieverbruik: Energie die niet wordt verbruikt hoef je ook niet op te wekken en levert dan ook geen ruimteclaim of uitstoot op. Daarom is het verminderen van energiegebruik noodzakelijk, onder andere in de gebouwde omgeving (warmte, isolatie) via energiezuinige apparatuur, het verminderen van het energiegebruik van mobiliteit en het terugdringen van industrieel energiegebruik. 2. Verduurzaming energie: Van een marginale toepassing van duurzame technologie wil de provincie via een enorme groeispurt grootschalig gebruik maken van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. De provincie sluit aan bij de Nationale Energieagenda.
Dit betekent onder andere dat de provincie voor de periode tot 2030 vol inzet op het mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en breed gedragen windprojecten, binnen de spelregels die nu in de Verordening Ruimte een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale randvoorwaarden zijn daarbij belangrijk. NRG2ALL, de initiatiefnemer van het plan, vindt het belangrijk dat de omgeving goed geïnformeerd wordt over het voornemen en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die het project met zich meebrengt (zie ook hoofdstuk 5). De provincie zet zich in om de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving zoveel mogelijke binnen die omgeving op te wekken. De locatie voor voorliggend plan ligt in landelijk gebied en deels gemengd landelijk gebied (zie ook onderbouwing Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant hieronder). De provincie wil de energieopgave verbinden met andere maatschappelijke opgaven en gaat uit van zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. In voorliggend plan is meervoudig ruimtegebruik aan de orde. Er moet bij de ontwikkeling van plannen rekening worden gehouden met de draagkracht van het Brabantse landschap. Binnen het Natuurnetwerk Brabant is geen ruimte voor (grootschalige) zonneparken 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
13
Projectgerelateerd
of windturbines. Ten aanzien van zonne-energie ziet de provincie mogelijkheden om panelen te plaatsen op bebouwing en op braakliggende terreinen. Het plan heeft geen invloed op de structuur van het landschap en ligt niet in het Natuurnetwerk Brabant. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Om uitvoering te geven aan de doelen en ambities uit de omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' kan de provincie onder de Omgevingswet onder andere gebruik maken van de omgevingsverordening. Vooruit lopend op de Omgevingswet en de omgevingsverordening hebben de Provinciale Staten van provincie Noord-Brabant op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, verder Interim omgevingsverordening, vastgesteld. Het plangebied ligt in Interim omgevingsverordening binnen de begrenzingen van het ‘Landelijk gebied’ en ‘Gemengd landelijk gebied’ (zie figuur 3-1).
Figuur 3-1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In deze gebieden is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, mits voldaan wordt aan de volgende criteria: a) uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is; In de Visie Grootschalige Opwek (VGO) en kaders uit 2019 wordt de noodzaak tot duurzame energieopwekking benadrukt. in de nota ‘Energietransitie Hilvarenbeek 2017-2020’ wordt dit belang onderstreept, ook gezien de ambitie van de Regio Hart van Brabant om in 2050 energieneutraal te zijn. Zowel in de nota Energietransitie als in de ‘Visie en Kadernota Grootschalige Opwek’ wordt onderbouwd dat grootschalige manieren van duurzame energieopwekking benodigd zijn. Hierbij wordt nu ingezet op zonne- en windenergie. De verwachting is dat in de jaren tot 2050 ongeveer 1 Peta joule elektriciteit per jaar nodig zal zijn. Dit betekent dat de gemeente op jaarbasis 278 GWh aan duurzame stroom moet opwekken. Dit staat gelijk aan circa 18 windturbines. Gezien de ruimtelijke impact en maatschappelijk debat rondom windturbines wordt er in de VGO ingezet op alle mogelijkheden van duurzame energieopwekking, waaronder opwek door zonneparken. 22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
14
Projectgerelateerd
b) de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; In de VGO wordt enerzijds ingezet op het stimuleren van particuliere initiatieven bij bestaande bebouwing, maar wordt de kanttekening gemaakt dat wanneer ieder gebouw in de gemeente zijn zonnepotentie ten volle benut, dit slechts een eerste bescheiden bijdrage aan de duurzaamheidsambitie is. In de VGO wordt gesteld dat de benodigde duurzame elektriciteit (278 GWh) niet opgewekt kan worden zonder grootschaligere plannen. Bij de beoordeling van plannen wordt gebruik gemaakt van de ‘Zonneladder’. In de VGO wordt opgemerkt dat grondgebonden zonnepanelen binnen bestaand stedelijk gebied, gelet op de benodigde oppervlakte en beschikbare locaties, kleinschalig en veelal tijdelijk zijn. De treden 2 en 3 richten zich daarbij op grondgebonden zonnepanelen, zowel in bestaand stedelijk gebied als het buitengebied. Hiervoor worden wel leidende principes opgesteld, namelijk: 1. Behoud van bestaande ruimtelijke kwaliteit 2. Maatschappelijke meerwaarde 3. Behoud van ruimte voor toeristisch-recreatieve ambities 4. Zorgvuldige dialoog 5. Een goede, uitvoerbare en duurzame ruimtelijke ordening 6. Er is sprake van meervoudig ruimtegebruik 7.
In “Natuurnetwerk Brabant” zijn geen zonneparken toegestaan In § 3.3 wordt onderbouwd hoe de ontwikkeling van het zonnepark hier aan bijdraagt. De VGO beschrijft grootschalige opwek van zonne-energie in het landelijk gebied als mogelijkheid, indien aan deze leidende principes voldaan wordt. Deze kaders zijn niet limitatief en kunnen afhankelijk van de locatie nog aangescherpt worden. In deze Ruimtelijke Onderbouwing en het Landschappelijk Inpassingsplan wordt verder toegelicht hoe voorgenomen plan aansluit bij deze leidende principes.
Figuur 3-2: ‘Zonneladder’ uit Visie en Kadernota Grootschalige Opwek, mei ‘19’
c) de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; Het zonnepark is voorzien in open landelijk en gedeeltelijk gemengd landelijk gebied. Bij de
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
15
Projectgerelateerd
inpassing van het zonnepark wordt onder andere rekening gehouden met de karakteristieken van het Kampenlandschap, en zal de bestaande verkavelingsstructuur intact blijven. Hiermee voegt de voorgenomen ontwikkeling zich naar de bestaande omgeving. In de landschappelijke inpassing wordt dit in meer detail beschreven. d) de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, zoals de mate van meervoudig ruimtegebruik, maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen; Het zonnepark wordt op dusdanige manier ingericht dat meervoudig ruimtegebruik mogelijk is: namelijk in de vorm van onder andere bevordering van biodiversiteit door het aanplanten van kruiden- en bloemrijke weide, het plaatsen van insectenhotels en kleine zandheuvels voor graafbijen, maar ook door begrazing met kleinvee en de mogelijkheid tot het plaatsen van een educatief bord met daarop het doel en de bijdrage van het zonnepark aan de omgeving. Daarnaast wordt er ruimte geboden aan de bestaande watergangen, zodat flora en fauna hier ruimte krijgt en wordt een amfibieënpoel aangelegd. Voor meer informatie wordt verwezen naar § 4.4. en het landschappelijke inpassingsplan in bijlage 1.
Een van de ambities van Hilvarenbeek en de provincie Noord-Brabant is het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap (Landschapsontwikkelingsplan Hilvarenbeek, 2014). Met de landschappelijke inpassing (zie ook §2.3) wordt het zicht op het zonnepark vanuit de omgeving zoveel mogelijk onttrokken. Door de toevoeging van karakteristieke landschappelijke elementen zoals lindes, houtsingels en struweelhagen draagt het zonnepark tevens bij aan de cultuurhistorische identiteit en biodiversiteit op en rondom het plangebied. Mede hierdoor levert de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage aan de maatschappelijke opgave voor versterking van de biodiversiteit als tegenhanger van de decennialange afname van biodiversiteit in Nederland. e) de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Momenteel wordt in regionaal verband de Regionale Energie en Klimaatstrategie (REKS) voor de Regio Hart van Brabant ontwikkeld. Het zonnepark is betrokken bij de regionale afstemming in de REKS 1.0 als bestaand initiatief. NRG2ALL heeft inmiddels ook de offerte van de netbeheerder bevestigd voor de aansluiting van het zonnepark op de aangevraagde locatie.
De netbeheerder heeft een transportindicatie afgegeven, waaruit blijkt dat er voldoende capaciteit op het net beschikbaar is. Deze transportindicatie is opgenomen in de bijlagen (zie bijlage 2). Vanuit de Interim omgevingsverordening is in artikel 3.41 lid 3 bepaald dat aan de omgevingsvergunning voor de nieuwvestiging van een zelfstandige opstelling van zonnepanelen een maximale termijn van ten hoogste 25 jaar moet zijn verbonden. Na het verstrijken van deze termijn dient de opstelling voor zonneenergie te worden verwijderd en dient de toestand te worden hersteld zoals deze vóór de verlening van de omgevingsvergunning was. Deze verplichting van verwijdering en herstel dient bij de verlening van de omgevingsvergunning te zijn zeker gesteld. Met de gemeente wordt hiervoor een overeenkomst gesloten worden, waarin alle afspraken worden vastgelegd. Tevens gaat de ontwikkelaar alleen de samenwerking aan met een importeur van de zonnepanelen, wanneer deze een overeenkomst is aangegaan met een externe partij, zoals PV Cycle, om zonnepanelen terug te nemen. De zonnepanelen worden dan na de gebruiksperiode door deze partij ingenomen, de panelen zijn nu reeds voor 96% recyclebaar. Hiervoor kan tevens een bankgarantie worden afgesloten. Als lid van Holland Solar houdt de ontwikkelaar zich aan de Gedragscode ´zon op land´.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
16
Projectgerelateerd
Vanuit de Interim omgevingsverordening is in artikel 3.9 bepaald dat een nieuwe en ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk Gebied gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In casu is er sprake van landschappelijke kwaliteitsverbetering binnen het plangebied zelf. De landschappelijke kwaliteit wordt verbeterd door een versterking van de landschapsstructuur van het kampen- en hoevenlandschap. Het Kampenlandschap wordt gekenmerkt door onregelmatige verkaveling en een grote afwisseling in open- en geslotenheid. Deze karakteristieken worden versterkt in de landschappelijke inpassing van het zonnepark, door het behouden van de karakteristieke blokverkaveling en het aanzetten randen met struweelhagen. Hiermee past het plan in de maat en schaal van de omgeving. Verder wordt een houtsingel met lindebomen doorgetrokken. Deze linden worden gepland langs een oude kavelgrens waar in het verleden ook bomen gestaan hebben, hiermee wordt de landschapsstructuur verder versterkt. Conclusie: de ontwikkeling van het zonnepark aan de Ambrosiusweg te Hilvarenbeek past binnen de regels als gesteld in artikel 3.41 en artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Energieagenda 2019- 2030 De Energieagenda 2019-2030 stippelt de koers uit in de energietransitie en vormt met enkele leidende principes de leidraad voor het handelen van de provincie. Dit met het doel om in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 te bereiken. Hiervoor is, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk. De energietransitie is niet alleen het vervangen van fossiele bronnen (steenkool, aardolie en- gas) door duurzame bronnen (zoals zon en wind). Het is vooral een opgave om minder nodig te hebben. En wat we wel nodig hebben, komt uit duurzame bronnen. In de Energieagenda zijn een aantal transitiepaden opgenomen. Deze zijn: 1. Elektriciteit 2. Industrie 3. Gebouwde omgeving 4. Mobiliteit 5. Landbouw
Figuur 3-3 Energieagenda 2019 - 2030 provincie Noord-Brabant
De transitiepaden elektriciteit en landbouw zijn van belang voor voorliggend initiatief: • Onder het transitiepad elektriciteit valt de transitie naar een CO 2 -vrij elektriciteitssysteem met duurzame opwekkingsmethoden van elektriciteit, transport en opslag. In het energiesysteem
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
17
Projectgerelateerd
•
moeten verschillende bronnen, functies en locaties zo slim mogelijk gecombineerd worden. Dit vraagt om een elektriciteitsinfrastructuur die daarbij aansluit. De kansen voor zonne-energie zijn in Brabant relatief positief door de vele grote daken in de agrarische en logistieke sector en het omarmen van nieuwe technieken op het gebied van dunne film zonnetechnologie. Het landbouwgebied is van betekenis voor opwekking van energie. Brabant heeft van oudsher een breed palet aan land- en tuinbouwactiviteiten. De provincie Noord-Brabant wil in 2020 tot de meest innovatieve, duurzame en slimme agrofoodregio's van Europa behoren. Het grote aantal stallen en schuren biedt een kans voor zonne-energie, die ook al op diverse plaatsen wordt benut.
De energieagenda wordt uitgewerkt in concrete uitvoeringsprogramma’s. Voorliggend plan past binnen de doelstellingen van de Energieagenda 2019-2030.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Hilvarenbeek (2010) De gemeenteraad van Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. De planlocatie is in de structuurvisie aangeduid als buitengebied. Het buitengebied heeft een belangrijke functie voor de gemeente. De agrarische functie is sterk vertegenwoordigd. De ruimtelijke karakteristiek van het buitengebied kan vooral beleefd worden vanuit het recreatief gebruik van paden, wegen en de recreatieve steunpunten. De kwaliteiten van de natuur zijn verankerd in de robuuste ecologische structuren en verbindingen en het divers karakter op de overgangen tussen buitengebied en de dorpen. De gemeente ziet het als haar basisverantwoordelijkheid voor het behouden van de ruimtelijke karakteristiek van haar gemeente. Hierbij hanteert zij onderstaande criteria voor het buitengebied: • behouden van robuuste natuurgebieden en ecologische verbindingszones; • het behouden van het divers karakter op de overgangen tussen buitengebied en de dorpen; • het behouden van cultuurhistorische waarden in het gebied. In het landschappelijk inpassingsplan is hiermee rekening gehouden, onder andere door de open en geslotenheid van het Kampenlandschap en het cultuurhistorische verkavelingspatroon terug te brengen (zie de landschappelijke inpassing voor een nadere onderbouwing). De planlocatie ligt in het extensiveringsgebied natuur.
In de structuurvisie zijn randvoorwaarden opgenomen voor ontwikkelingen in deze gebieden.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
18
Projectgerelateerd
Figuur 2-4 Structuurvisie Hilvarenbeek (bron: www.hilvarenbeek.nl)
Versterken duurzaam buitengebied De gemeente stimuleert waar mogelijk de vestiging van nieuwe maatschappelijke initiatieven, zoals zorg gerelateerde dagopvang, in het buitengebied. Bij de afweging of de gemeente aan een initiatief in het buitengebied planologische medewerking verleent, hanteert de gemeente de volgende criteria: • hun inpasbaarheid in maat en schaal van het buitengebied; • de effecten op de kwaliteit van de omgeving; • de effecten op functies in de omgeving; • de in deze structuurvisie per zone benoemde toetsingscriteria voor nieuwe initiatieven. Conclusie De planlocatie ligt in het ‘gemengde’ buitengebied van Hilvarenbeek nabij de snelweg A65 en de bebouwde kom van Tilburg. Het zonnepark kan door (natuurlijke) afscheidingen worden ingepast in de omgeving en de gronden kunnen op meerdere manieren gebruikt worden. Het realiseren van een zonneveld heeft geen invloed op de structuur van het landschap, maar kan deze juist versterken (zie ook het landschappelijke inpassingsplan, in bijlage 1). Het plan is niet in strijd met de structuurvisie. Structuurvisie Buitengebied (2014) De Structuurvisie Buitengebied voorziet in een samenhangende visie voor het buitengebied van Hilvarenbeek.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
19
Projectgerelateerd
Het Kampen- en hoevenlandschap
Figuur 3-5 Landschappelijke eenheden (Bron: Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek (2014)
In de structuurvisie Buitengebied (2014) valt het plangebied onder de landschappelijke eenheid ‘Kampenen hoevenlandschap’. Dit landschap wordt gekarakteriseerd door een organisch patroon van wegen en waterlopen, en een onregelmatige verkaveling. Ook houtwallen en bosjes komen hierin veel voor. In de landschappelijke inpassing, behorend bij dit planvoornemen, wordt rekening gehouden met de karakteristieken van deze landschappelijke eenheid. Ook geldt er vanuit de Kadernota en Visie Grootschalige Opwek een afbakening voor de omvang van zonneparken in dit landschapstype. Dit wordt verderop in dit hoofdstuk toegelicht. Nota energietransitie 2017-2020 (2016) Hilvarenbeek wil een duurzame gemeente zijn. Maar duurzaamheid is een veelsoortig begrip, duurzaamheidsdoelen kunnen divers zijn en op verschillende manieren worden nagestreefd. In de nota Energietransitie heeft Hilvarenbeek gekozen voor focus. Focus op het terugdringen van de uitstoot van CO 2 . Hierbij wordt aangesloten bij de Europese, landelijke en provinciale doelen. Waarbij de doelen, zeker op de langere termijn, zeer ambitieus zijn: ten opzichte van 2014 40% minder CO2-uitstoot in 2030 en 80% minder in 2050. De nota Energietransitie kijkt minder ver vooruit en beslaat de periode 2017-2020.
In die periode streven we twee hoofddoelstellingen na: • minder gebruik van energie door besparingsmaatregelen; • meer duurzame energie opwekken. Het gecombineerde resultaat van deze twee doelstellingen moet zijn dat in 2020 van de totale hoeveelheid energie die in Hilvarenbeek wordt gebruikt, 14% duurzaam opgewekte (en dus hernieuwbare) energie is. Dat is in lijn met de landelijke doelstelling. Bij een gelijkblijvend energieverbruik staat Hilvarenbeek dan voor de uitdaging om 30.000 MWh - dat is 14% van het huidige energieverbruik - duurzaam op te wekken. Om een idee te geven: daarvoor zijn zes windmolens nodig of een oppervlakte van 250.000 m² - dat staat gelijk aan 27 voetbalvelden - aan zonnepanelen. De gemeente zet zich in op het maximaal benutten van bebouwing voor het opwekken van zonne-energie.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
20
Projectgerelateerd
In de nota Energietransitie zijn de twee genoemde hoofddoelstellingen uitgewerkt in concrete ambities en activiteiten. Voor de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen is de gemeente grotendeels afhankelijk van haar inwoners en ondernemers. Zij zullen in hun woningen en in hun bedrijven de maatregelen moeten treffen om tot het gewenste resultaat te komen. De gemeente gaat daarvoor een langdurige en intensieve duurzaamheidscampagne voeren. Een belangrijk onderdeel daarvan is het informeren van burgers en bedrijven over subsidiemogelijkheden en hen stimuleren en ondersteunen om die mogelijkheden te benutten. De keuze om daadwerkelijk in actie te komen is uiteraard aan de inwoners en ondernemers. De gemeente werkt hiervoor samen met regionale en provinciale partners. Conclusie Het plan is niet in strijd met de nota Energietransitie 2017-2020. Het draagt bij aan de gemeentelijke doelstellingen en duurzaamheidsambitie van de gemeente. Visie grootschalige opwek Hilvarenbeek (februari 2019) en Kadernota VGO (16 mei 2019) In de Visie grootschalige opwek Hilvarenbeek (VGO) heeft de gemeente de ambities uit de nota Energietransitie vertaald. Voor de Hilvarenbeekse visie wordt uitgegaan van de vuistregel dat de gemeente in de jaren tot 2050 ongeveer 1 Peta joule aan elektriciteit per jaar nodig zal (blijven) hebben.
Dit is, omgerekend naar een voor stroom gemakkelijker hanteerbare eenheid, gelijk aan 278 gigawatturen (GWh). Om een bijdrage aan de totale opgave in de regio Hart van Brabant te leveren moet de gemeente Hilvarenbeek in 2050 op jaarbasis 278 GWh (278.000.000 kWh) aan duurzame stroom opwekken. De gemeente richt zich hiervoor op zonne- en windenergie. In de VGO is een ‘zonneladder’ opgenomen. Met behulp hiervan kan afgewogen worden of toestemming wordt verleend aan een project (zie ook figuur 3-2, onder de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’). Zonneladder Hilvarenbeek Uitgangspunt van de Zonneladder is dat eerst wordt gekeken hoeveel potentieel er is voor energie-opwek op daken binnen de stedelijke omgeving. Deze vorm van opwek moet niet belemmerd worden door grootschalige opwek in het buitengebied. De toekomstige energiebehoefte in Hilvarenbeek is gesteld op 1 Petajoule per jaar. Dit kan nog wijzigen na de uitkomsten van de REKS en toekomstige ontwikkelingen. Als we 1 P.J, die jaarlijks nodig is, vertalen naar hectares zonnepark dan is zo’n 250 hectare nodig. Voor de opwek van die energie gaat de gemeente ervan uit dat 50% uit bekende technieken (zon en wind) gehaald wordt en 50% door nieuwe ontwikkelingen kan worden opgewekt. Onderstaand schema geeft de verdeling in de Zonneladder weer van mogelijke opwek met zon en wind (potentie).
Voor elke windturbine is 10 ha minder zonnepark nodig.
Figuur 3-6: schema, verdeling energiepotentie Hilvarenbeek over de zonneladder
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
21
Projectgerelateerd
Trede 0 betreft 20 hectare zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven. Trede 1 en 2 gaat over grondgebonden zonnevelden in bebouwd gebied of tegen bebouwd gebied aan en trede 3 betreft zonnevelden in het buitengebied. De planlocatie in Hilvarenbeek ligt in het buitengebied. In het plangebied is het niet mogelijk om zonnepanelen op daken te realiseren. De realisatie van een zonnepark past binnen trede 3 van de Zonneladder. Leidende principes voor zonneprojecten Initiatieven worden beoordeeld (behalve in geval van Trede 0 van de Zonneladder) op basis van zeven leidende principes. Deze zijn in paragraaf 2.2 reeds kort benoemd. Hieronder wordt onderbouwd hoe het planvoornemen past binnen deze principes. 1. Behoud van bestaande ruimtelijke kwaliteit: de ruimtelijke kwaliteit mag zo min mogelijk worden aangetast. De omvang van een zonnepark wordt aangepast aan de schaal van het gebied. De planlocatie ligt in het ‘Kampen en Hoevenlandschap’. Zonneparken groter dan 3 hectare zijn hier uitgesloten. Het plangebied is groter. Conform bijgevoegd inpassingsplan wordt het zonnepark van maximaal 3 hectare in het plangebied ingepast en de resterende ruimte wordt ingezet voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Het Kampenlandschap wordt gekenmerkt door onregelmatige verkaveling en een grote afwisseling in open- en geslotenheid.
Deze karakteristieken worden versterkt in de landschappelijke inpassing van het zonnepark, door onder andere de historische kavellijnen aan te houden en de beplanting op sommige plekken hoger of juist lager te houden (zie ook de landschappelijke inpassing). 2. Maatschappelijke meerwaarde: de samenleving moet ook kunnen profiteren (meervoudig ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteitsverbetering enz.). NRG2ALL vindt het belangrijk dat de omgeving goed geïnformeerd wordt over het voornemen en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die het project met zich meebrengt (zie ook het participatieplan). In de vervolgfase zullen daarom omwonenden en belanghebbenden betrokken worden bij de verdere uitwerking van de plannen. Hierbij kan bijvoorbeeld meegedacht worden over de natuurlijke afscheiding van het park, korting op panelen bij privé aanschaf, het aanbieden van educatieve trajecten en leermogelijkheden en de mogelijkheid om financieel te participeren in de zonneparken. In hoofdstuk 5 onder ‘financiële participatie’ en in het participatieplan wordt hier verder op ingegaan. Daarnaast is het voornemen om samen te werken met lokale partijen om de ontwikkeling tot stand te brengen, zodat de ontwikkeling ook lokaal een maatschappelijke meerwaarde biedt.
In dit leidend principe wordt onderbouwd dat, mocht er bij een project onvoldoende kans voordoen om (financieel) te investeren in meerwaarde, de mogelijkheid bestaat om een bijdrage te doen aan een in te stellen fonds. Als er een omgevingsfonds wordt ingesteld zal NRG2ALL hier een bijdrage voor leveren. Het concrete voorstel voor deze bijdrage aan het omgevingsfonds is 0,50 cent per opgewekte megawatt/uur (mw./h) per jaar. 3. Behoud van ruimte voor toeristisch-recreatieve ambities: een initiatief mag geen onevenredige afbreuk doen aan de toeristisch-recreatieve ambities van de gemeente. Het plangebied heeft geen recreatieve en/of toeristische bestemming. De gronden zijn momenteel agrarisch in gebruik. Het initiatief doet geen afbreuk aan de toeristisch-recreatieve ambities van de gemeente doordat de locatie niet goed zichtbaar is vanaf het omliggend wegennet, landschappelijk wordt ingepast en niet is gelegen aan een belangrijke recreatieve route.
22-6-2021
BH2833TPRP2106221600
22
Projectgerelateerd
4. Zorgvuldige dialoog: initiatiefnemers moeten een zorgvuldige dialoog houden met de omgeving. NRG2ALL vindt het belangrijk dat de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium goed geïnformeerd wordt over het voornemen en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die het project met zich meebrengt. In de vervolgfase zullen daarom omwonenden en belanghebbenden betrokken worden bij de verdere uitwerking van de plannen. Hiervoor is een participatieplan opgesteld (zie bijlage) en wordt de richtlijn gevolgd zoals deze bij de kadernota is gevoegd. Er wordt één persoon aangewezen die het aanspreekpunt is voor vragen en opmerkingen over de ontwikkeling van het zonnepark. In hoofdstuk 5.2 ‘Overleg met de omgeving’ wordt de opbrengst van de tot nu toe gevoerde omgevingsdialoog toegelicht. 5. Een goede, uitvoerbare en duurzame ruimtelijke ordening: Er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Het plan voor grootschalige opwek van zonne-energie is voorzien op een voormalige agrarische bestemming. De eigenaar van de grond in het plangebied is betrokken bij de aanvraag. NRG2ALL heeft een voorovereenkomst tot het vestigen van een recht van opstal. De grondeigenaar beëindigt zijn agrarische activiteiten op het moment dat er een zonnepark gerealiseerd wordt. Het maaiveld onder de zonnepanelen wordt niet verhard of verdicht.