CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp (3 bijlage Verordening-NIEUW)

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp.10.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 51 Melding calamiteiten en geweld 1. Door het college aangewezen medewerkers waar inwoners zich kunnen melden alsmede de aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening en aanbieders binnen de jeugdhulp dienen te handelen conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 2. Aanbieders melden calamiteiten en geweld bij het aanbieden van een maatwerkvoorziening actief aan de daarvoor door het college aangewezen toezichthouder. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, Wmo 2015, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld 4. Het college kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels vaststellen. Artikel 52 Klachten tegen medewerkers gemeente De Klachtenregeling gemeente Hilvarenbeek is van toepassing voor de afhandeling van klachten (qua bejegening) van de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen (niet zorg-inhoudelijk) als bedoeld in deze verordening. Artikel 53 klachten aanbieders 1. Iedere aanbieders stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle dienstverlening. 2.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en indien

gewenst een jaarlijks cliënt ervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de cliëntenraden. Artikel 54 Medezeggenschap 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning 2. Een jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 4.2.4, van de Jeugdwet is verplicht een regeling te treffen voor medezeggenschap conform paragraaf 4.2.b van de Jeugdwet. 3. De aanbieder draagt er zorg voor dat de informatie over de medezeggenschap en klachtbehandeling voldoende kenbaar zijn voor de cliënten van zijn organisatie. 4. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de cliëntenraden. Artikel 55 Betrokkenheid inwoners bij de uitvoering van de wet 1.

Het college stelt inwoners, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste lid.

Paragraaf 2. Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik van de maatwerkvoorzieningen en individuele voorzieningen en herziening, intrekking en terugvordering Artikel 56 Tegengaan oneigenlijk gebruik Het college treft de nodige maatregelen om het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen en maatwerkvoorzieningen te voorkomen en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. samenwerking zoeken met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het aanwijzen van toezichthouders; c. aanbieders worden verplicht gesteld kosteloos hun medewerking te verlenen aan onderzoeken door of namens het college; d. het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. e. beperking van de looptijd van de toekenning van een maatwerkvoorziening, zodat periodiek kan worden bezien of de toekenning aan de cliënt, alsmede zijn pgb-budget, nog past bij zijn individuele situatie; f. een grondige toets bij de toegang tot individuele en maatschappelijke ondersteuning: a.

op de pgb-vaardigheid van de cliënt of degene die de cliënt daarvoor wenst in te schakelen; b. op de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt te overleggen zorg- en budgetplan, mede met het oog op de te bereiken resultaten; g. monitoring van het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten; h. het opstellen van een pgb-vergoedingenlijst waarin opgenomen is welke kosten wel en

niet uit het pgb betaald mogen worden; Artikel 57 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Een ontvanger van een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening of de ouder van een betrokken jeugdige doet onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening of individuele voorziening. 2. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening herzien of intrekken indien het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de zorgaanbieder door toerekenbaar handelen ervoor gezorgd heeft dat er te veel pgb is verstrekt; c. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening, individuele voorziening is aangewezen; d. de maatwerkvoorziening, individuele voorziening iet meer toereikend is te achten; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening, individuele voorziening of verbonden voorwaarden; of f. de cliënt de maatwerkvoorziening, individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. 3.

Een beslissing tot toekenning van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4. Indien het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens, en in geval van een maatwerkvoorziening opzettelijk, heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die deze onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft: a. geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte verstrekte individuele voorziening of maatwerkvoorziening; of b. de cliënt verplichten de maatwerkvoorziening in te leveren; c. het ten onrechte ontvangen pgb terugvorderen. 5. Indien het college een beslissing op basis van het tweede lid, onder b, heeft ingetrokken of heeft herzien dan kan de gemeente het bedrag dat als gevolg van toerekenbare handelen ten onrechte is ontvangen bij de zorgaanbieder terug vorderen; 6. Het genoemde in lid 1 tot en met 4 is overeenkomstig van toepassing op voorzieningen verstrekt op basis van artikel 3.1.2 lid 3 en artikel 3.1.4 lid 2 van deze verordening. Artikel 58 Opschorting betaling uit het pgb 1.

Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15, derde lid, onder d. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 4. Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 59 Indexering 1. Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en door het college vastgestelde bedragen verhogen of verlagen. Het college kan per voorziening bepalen welke prijsindex hierbij wordt gehanteerd. 2. Bij de indexering van het Pgb worden de tarieven van zorg in natura gevolgd. Artikel 60 Nadere regels en beleidsregels Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen ter uitvoering van deze verordening. Artikel 61 Onvoorzien en hardheidsclausule 1. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 62 Intrekking oude verordening De ‘Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Hilvarenbeek 2023’ en alle voorgaande wijzigingsbesluiten worden gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. Artikel 63 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor ondersteuning die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2026 en waarop nog niet is beslist bij het inwerkingtreden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 2.

Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2023 wordt beslist met inachtneming van de verordening waarop het besluit is gebaseerd. 3. Van lid 2 kan ten gunste van de inwoner worden afgeweken. 4. Het college heeft de bevoegdheid een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2023 te herzien met toepassing van deze verordening: a. Indien er wijzigingen plaats vinden in de omstandigheden waarop het besluit is gebaseerd; b. Indien uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van deze verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; Artikel 64 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. Artikel 65 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Hilvarenbeek 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16328730/2