CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede wijziging omgevingsplan - Motivering evenwichtige toedeling van functies aan locaties (bijlage 2c)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Omgevingsplan kernen Haghorst, Baarschot en Esbeek.11.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling en (fiets)parkeren.

5.10 Ecologie Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect ecologie.

Pagina 26 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

Aanvullend wordt opgemerkt dat voor ecologie hetzelfde geldt als voor stikstofdepositie, zoals navolgend toegelicht. Het gaat dan vanzelfsprekend niet om de “Natura 2000-activiteit”, maar om de “flora/fauna activiteit”.

5.11 Stikstofdepositie Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect stikstofdepositie. Aanvullend wordt opgemerkt dat activiteiten die nadelig kunnen zijn voor een Natura 2000-gebied zogenaamde “Natura 2000-activiteiten” zijn. Voor het besluiten om wel/geen vergunning te verlenen voor die activiteiten is niet de gemeente, maar Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag. Dit zijn in ieder geval activiteiten met een zodanige stikstofdepositie dat er een omgevingsvergunning voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied nodig is. Voor bepaalde activiteiten kan het daarmee zijn dat er meerdere regelsets gelden. Bijvoorbeeld: -

Voor het bouwen van een woning gelden de gemeentelijke regels voor de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit bouwen van een burgerwoning. Er kan óók sprake zijn van een technische omgevingsvergunning voor het bouwen van deze woning, op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Én er kan sprake zijn van een vergunningplicht vanwege stikstofdepositie.

Van deze drie regelsets is alléén de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit een regelset die in het omgevingsplan mag staan. In het digitale systeem (het Digitaal Stelsel Omgevingswet) komen deze wel samen in de module Vergunningaanvraag. Een initiatiefnemer mag ervoor kiezen om de Natura 2000-activiteit apart aan te vragen van een gemeentelijke toestemming. De gemeente mag dan niet toetsen aan het aspect stikstofdepositie omdat de Natura 2000-activiteit niet is aangevraagd. Deze lijn is inmiddels in meerdere uitspraken bevestigd.

5.12 Luchtkwaliteit Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of

Pagina 27 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

•

Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect luchtkwaliteit.

5.13 Geluid Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect geluid.

5.14 Trillingen Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect trillingen.

5.15 Geur Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect geur.

Pagina 28 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het Rijk voornemens is om de rijksregels over geur bij veehouderijen te wijzigen. Dat is op dit moment nog niet concreet. Het Rijk heeft de eerste stap gezet door in april 2026 een NRD2 (notitie reikwijdte en detailniveau) te publiceren als voorstap bij een milieueffectrapportage die nodig is bij een dergelijke wetswijziging.

5.16 Omgevingsveiligheid 5.16.1 Wettelijk kader, algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Onder het oude wettelijke stelsel (vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet) heette dit externe veiligheid. De term externe veiligheid wordt soms nog steeds gebruikt. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) worden in een omgevingsplan in acht genomen.

Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Besluit kwaliteit leefomgeving). Groepsrisico Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dit is een andere manier om het groepsrisico te beoordelen ten opzichte van de situatie vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. Binnen een aandachtsgebied moet rekening worden gehouden met het groepsrisico. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staat in artikel 5.12 dat risicovolle activiteiten één of meerdere aandachtsgebieden hebben. Afhankelijk van de aard van de risicovolle activiteit kan er sprake zijn van een aandachtsgebied brand en/of een aandachtsgebied explosie en/of een aandachtsgebied giftige wolk. Het is niet verplicht om aandachtsgebieden op te nemen in een omgevingsplan. Dit wordt alleen gedaan als de omgevingsvisie hiervoor kiest. Wel moeten alle aandachtsgebieden worden opgenomen in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV).

Als er een omgevingsvergunning verleend wordt waarbij er sprake is van één of meerdere aandachtsgebieden, wordt dit ook verwerkt in het REV.

2

Deze is in te zien via https://www.commissiemer.nl/advies/aanpassing-geurregelgeving-veehouderijen/

Pagina 29 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

Voor sommige risicovolle activiteiten zijn vaste afstanden aangewezen voor het aandachtsgebied of de aandachtsgebieden. Voor de andere risicovolle activiteiten moet het aandachtsgebied (of de aandachtsgebieden) rekenkundig bepaald worden. Deze aanwijzingen en de methode voor het berekenen van het aandachtsgebied (of aandachtsgebieden) staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Binnen een aandachtsgebied mag in het omgevingsplan een voorschriftengebied worden aangewezen. Dit is niet verplicht. Als er een voorschriftengebied wordt aangewezen, moet deze een directe relatie hebben met het aandachtsgebied: de regels in het voorschriftengebied moeten dienen om de risico’s van het specifieke aandachtsgebied te mitigeren. Dit kunnen eisen zijn over (technische) bouweisen, maar ook over de bereikbaarheid van het gebouw voor bijvoorbeeld hulpdiensten. De regels gekoppeld aan een voorschriftengebied kunnen alleen betrekking hebben op nieuwbouw, zie ook artikel 5.15 Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor nieuwbouw van zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, verzorgingstehuizen en ziekenhuizen, geldt dat er altijd een voorschriftengebied moet worden aangewezen. Dit is zo bepaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Concreet betekent dat, dat er voor dit type gebouwen altijd aanvullende bouweisen gelden als er sprake is van nieuwbouw.

5.16.2 Wettelijk kader, specifiek voor deze wijziging van het omgevingsplan Deze wijziging van het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. In de gebieden die onderdeel zijn van het nieuwe omgevingsplan zijn risicovolle activiteiten aanwezig, namelijk aardgasbuisleidingen. Voor dergelijke buisleidingen gelden standaard afstanden voor het plaatsgebonden risico en het aandachtsgebied, deze zijn aangegeven in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Omdat het om standaard afstanden gaat, zijn deze al aangewezen in het REV. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan ook instructieregels die gemeenten moeten opnemen voor buisleidingen. Deze instructieregels gaan onder meer over regels voor het plaatsgebonden risico, het aandachtsgebied en het belemmeringengebied. Deze zijn verwerkt in het omgevingsplan.

5.16.3 Motivering Het aspect omgevingsveiligheid is alleen relevant voor aardgasbuisleidingen. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn overgenomen in het omgevingsplan, evenals de staalkaart van de Gasunie voor hoe om te gaan met buisleidingen in het omgevingsplan.

5.16.4 Conclusie De regels in het omgevingsplan over buisleidingen leiden niet tot een inperking danwel uitbreiding van mogelijkheden op de locaties waar dit type buisleidingen zijn gesitueerd.

5.17 Ruimtelijke kwaliteit Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of

Pagina 30 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

•

Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect ruimtelijke kwaliteit.

5.18 Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect archeologie, cultuurhistorie en erfgoed.

5.19 Bodem Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect bodem.

5.20 Omgevingswaarden 5.20.1 Wettelijk kader De gemeente Hilvarenbeek heeft de mogelijkheid om omgevingswaarden te stellen in het omgevingsplan. Dit kan pas als in de omgevingsvisie staat aangegeven dat er voor een bepaald thema, aspect, gebied of anders een omgevingswaarde zal worden vastgesteld. In de vastgestelde omgevingsvisie is voor meerdere milieuthema’s aangekondigd dat met omgevingswaarden gewerkt zal worden. Deze kunnen pas als juridische omgevingswaarde in het omgevingsplan worden opgenomen nadat deze concreet zijn gemaakt in ofwel de omgevingsvisie, ofwel in een omgevingsprogramma.

Pagina 31 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

In de omgevingsvisie zijn de genoemde aangekondigde omgevingswaarden niet voldoende concreet om hier juridische invulling aan te geven via het omgevingsplan. deze uitwerking heeft ook nog niet plaatsgevonden in een omgevingsprogramma.

5.20.2 Motivering Er is geen omgevingswaarde vastgesteld in het omgevingsplan. De in de omgevingsvisie aangekondigde omgevingswaarden zijn onvoldoende concreet om als juridische regel door te vertalen naar het omgevingsplan. Daarnaast gaat dit om een beleidsarme omgevingsplanwijziging en wordt (nog) geen beleid uit de omgevingsvisie verwerkt.

5.20.3 Conclusie Dit aspect is niet van toepassing op deze omgevingsplanwijziging.

5.21 Beperkingengebieden 5.21.1 Wettelijk kader Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Elke overheid kan deze aanwijzen. Aanwijzingen van hogere overheden werken door naar lagere overheden. De gemeente mag gebruikmaken van haar eigen afwegingsruimte en ervoor kiezen om een beperkingengebied aan te wijzen.

5.21.2 Motivering In het omgevingsplan zijn meerdere beperkingengebieden door de gemeente aangewezen. Het gaat om beperkingengebieden ten behoefte van buisleidingen: aardgasleidingen en rioolleidingen. Bij de rioolleidingen gaat het om de grote transportleidingen. Daarnaast zijn er door de provincie (in de provinciale omgevingsverordening) en het Rijk (het omgevingsprogramma Ruimte voor defensie) meerdere beperkingengebieden aangewezen. Het is niet nodig om deze over te nemen in het omgevingsplan. In het omgevingsplan zijn, waar dat verplicht is op basis van een instructieregel, wel regels opgenomen ter bescherming van de belangen die aanleiding zijn voor het aanwijzen van beperkingengebieden op nationaal en provinciaal niveau. De gemeente is niet verplicht om beperkingengebieden op te nemen die door het waterschap zijn aangewezen. Dit komt omdat het omgevingsplan en de waterschapsverordening op gelijke hoogte met elkaar staan. Dit is een taak van het waterschap.

5.21.3 Conclusie Het voldoen aan de bepalingen die gelden voor de beperkingengebieden leidt niet tot inhoudelijk andere regels. Ook voor beperkingengebieden geldt dat er geen sprake is van een gewijzigd effect. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of

Pagina 32 van 37

Met opmerkingen [PM5]: hoe zit dit met de 50 m spuitvrije zone? Met opmerkingen [JS6R5]: “daar waar het al in bestemmingsplannen is vernoemd, geldt ..”

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

•

Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect beperkingengebieden.

5.22 Licht Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • • •

De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.

Omdat gekozen is voor een beleidsarme aanpak is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect licht.

Pagina 33 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

6

Opgenomen Bopa’s

In dit hoofdstuk wordt voor de in het omgevingsplan opgenomen Bopa’s ingegaan op de ETFALbeoordeling. In deze omgevingsplanwijziging gaat het om één Bopa die is opgenomen in de planregels. De opbouw van dit hoofdstuk zal opnieuw bekeken worden bij de volgende omgevingsplanwijziging. De verwachting is dat bij die omgevingsplanwijziging meerdere Bopa’s worden opgenomen en dit willen wij op een overzichtelijke wijze doen.

6.1

Baarschotsestraat ong. (naast nr. 68)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek heeft een omgevingsvergunning (reguliere procedure) verleend voor het bouwen van één vrijstaande woning aan de Baarschotsestraat (ongenummerd, naast nummer 68). De kennisgeving van deze vergunning is bekend gemaakt via het Gemeenteblad: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025344562.html. Aanvullend wordt opgemerkt dat er inmiddels een huisnummer bekend is voor het perceel, namelijk Heistraat 2. Dat was ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp nog niet bekend. De ligging is onderstaand weergegeven als uitsnede van het Omgevingsloket:

Voorafgaand aan vergunningverlening heeft een toetsing plaatsgevonden of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor deze ontwikkeling. Op grond van de bepalingen in de Omgevingswet en haar AMvB’s3 is het niet noodzakelijk om deze ETFAL beoordeling opnieuw uit te voeren als een Bopa wordt verwerkt in het omgevingsplan. Deze Bopa is inhoudelijk gelijk overgenomen in het omgevingsplan. Dat wil zeggen dat er niet meer en ook niet minder mogelijkheden zijn toegekend aan de locatie dan betrokken in de vergunningverlening.

3

Algemene Maatregel van Bestuur, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Omgevingsbesluit en het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Pagina 34 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

De “beleidsarme” opname van de Bopa in het omgevingsplan, betekent dat besluitvorming niet opnieuw plaatsvindt. De regels die voor deze locatie gelden, voor zover op basis van de verleende Bopa-vergunning, staan niet open voor besluitvorming (en daarmee ook niet voor zienswijzen). Er is daarmee ook geen aanleiding om in een participatietraject in te gaan op deze Bopa. Ook participatie is onderdeel van het vergunningenspoor, waarmee ook dit niet opnieuw plaats hoeft te vinden. Voorgaande betekent niet dat er geen enkele reactie mogelijk is op de opname van een Bopa in het omgevingsplan. In het participatietraject voor deze omgevingsplanwijziging is deze Bopa bewust genoemd. Dit is gedaan omdat, hoe zorgvuldig wij als gemeente ook werken, het kan voorkomen dat een Bopa onverhoopt niet volledig conform de verleende vergunning is opgenomen in het omgevingsplan. Daarnaast zijn er andere redenen geweest om deze Bopa bewust te benoemen, waaronder: •

•

Dit is de eerste keer dat de gemeente een Bopa opneemt in het omgevingsplan. Dit vraagt een andere werkwijze op ambtelijk, bestuurlijk en politiek niveau. Door de Bopa bewust te benoemen vragen we aandacht voor deze werkwijze. Als gemeente willen wij een transparante overheid zijn. Het is passend om duidelijk te communiceren welke Bopa’s worden opgenomen in het omgevingsplan. Dat geeft inzicht en vertrouwen.

Tenslotte: de mogelijkheden tot het geven door belanghebbenden van reacties op een Bopa die in het omgevingsplan wordt opgenomen zijn beperkt. Dit is omdat het wettelijk is geregeld dat dit spoor plaats moet vinden in het vergunningentraject, niet ná vergunningverlening. De bedoeling van de wetgever was om te voorkomen dat een initiatiefnemer ná vergunningverlening in onzekerheid blijft.

Pagina 35 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

7 7.1

Financiële haalbaarheid Kostenverhaal

Niet van toepassing.

7.2

Bibob

Niet van toepassing.

7.3

Nadeelcompensatie

Het gaat om een beleidsarme wijziging, er is geen aanleiding om te verwachten dat nadeelcompensatie optreedt.

Pagina 36 van 37

Motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ons kenmerk: 1063730

8

Bijlage: Bopa’s

Adres Baarschotsestraat nabij nr. 68 / Heistraat 2

Zaaknr. 1020854 / 1035349

Datum verleend 17-06-2025

Korte toelichting Het gaat om het bouwen en gebruiken van één nieuwbouwwoning.

Pagina 37 van 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17165674/1