Eindrapport RMB Jeugdhulp fase 3 (5 bijlage Nota van Bevindingen)
Tekst van het document
De Toegang in Beeld Afwegingen, keuzes en samenwerking in de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp
De Toegang in Beeld Afwegingen, keuzes en samenwerking in de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp in de gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand Dr. Mariëlle Blanken Britte van Dalen MSc
Het PON & Telos
Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van
En in samenwerking met
Auteur(s) dr. Mariëlle Blanken Britte van Dalen MSc Opmaak tabellen en figuren Mark Dierick MSc Geert Offenberg BSc Fotograaf Amazing Nature Photography / iStock Publicatienummer 24159 Datum september 2025
© 2025 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. Meer informatie www.hetpon-telos.nl
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Vraagstelling Methode Leeswijzer
1 2 3 5
2 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.4 2.4.1 2.4.2 2.5
Werkpraktijk van de gemeentelijke toegang Negen stappen in de toegang tot jeugdhulp Afweging en kwaliteitsbewaking Werkwijze per gemeente Gemeente Dongen Gemeente Goirle Gemeente Hilvarenbeek Gemeente Loon op Zand Reflectie van de geïnterviewden op de huidige werkpraktijk Wat gaat goed Wat kan beter Doorkijk van de geïnterviewden naar de toekomstige werkpraktijk
6 6 14 15 16 17 19 20 22 22 23 26
3 3.1 3.2 3.3
Conclusies Overeenkomstige aanpak bij gemeentelijke toegangen Illustratieve casussen Wat het onderzoek ons leert: van uitgangspunt naar uitvoerbare praktijk
28 28 32 37
Onderdelen onderzoek
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
40
1
Inleiding De Rekenkamer Midden Brabant (RMB) voert een meerjarig onderzoek uit naar jeugdhulp in de gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand bestaande uit drie fasen. Fase 1 was gericht op de evaluatie van de inkoopstrategie zoals geformuleerd door de regio Hart van Brabant. In fase 2 zijn de inkoopcontracten onderzocht en is nagegaan in hoeverre de bestuurlijke uitgangspunten, die aan de inkoopstrategie ten grondslag liggen vorm hebben gekregen in de contracten met zorgaanbieders. In fase 3 wordt de uitvoering van de jeugdhulp door de gemeentelijke toegang in de gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand onderzocht. De onderzoeksopzet van de derde fase is op 10 oktober 2024 gedeeld met de gemeenteraden. 1 0F0F
De centrale onderzoeksvraag voor fase 3 van het onderzoek is: Hoe werken de in 2021 vastgestelde bestuurlijke uitgangspunten van met name selectief gebruik en kostenbeheersing door in de indicatiestelling door de gemeentelijke toegangsmedewerkers en wat kunnen de uitkomsten van dit onderzoek betekenen voor het handelingsperspectief van de raad? Fase 3 van het onderzoek is opgedeeld in vier onderdelen: de werkwijze van de triagisten; Inbedding van de indicatiestelling organisatie en sturing; na de indicatiestelling: monitoring en verantwoording; het handelingsperspectief van de raad. Net als in de eerdere fasen van het onderzoek beperkt de RMB zich tot segment 1 (hoog specialistische zorg) en segment 4 (veel voorkomende zorg). Het PON & Telos is door RMB gevraagd een bijdrage te leveren aan het inzichtelijk maken van de uitvoeringspraktijk van de gemeentelijke toegang en hoe de bestuurlijke uitgangspunten van de regio en gemeenten een rol spelen in de triage (beoordeling van de hulpvraag en beslissen voor welke hulp en door wie verleend er een beschikking afgeven wordt). Op basis van die inzichten kunnen de belangrijkste verbeterpunten van de werkpraktijk benoemd worden, mede met het oog op de door de gemeenteraden vastgestelde bestuurlijke uitgangspunten.
Het betreft hiermee een bijdrage aan het eerste onderdeel; de werkwijze van triagisten, van fase 3 van het meerjarig onderzoek. In dit onderzoek is samengewerkt met Kees van Rietschoten en prof. dr. Harrie Verbon, beide werkzaam bij RMB en verantwoordelijk voor het gehele onderzoek fase 3. Daarnaast is samengewerkt met prof. dr. Jolanda Mathijssen en dr. Marieke van Egmond, die verbonden zijn aan de Academische Werkplaats Jeugd van Tranzo Tilburg University. Wij willen hen hartelijk danken voor de bijdrage aan de kennis- en reflectiesessie en kritische lezing van het conceptrapport. Voor dit onderzoek is een breed scala aan professionals geïnterviewd. Wij danken alle geïnterviewden hartelijk voor hun medewerking en deelname aan dit onderzoek.
1
Onderzoeksopzet RMB Jeugdhulp Fase 3 - 10 oktober 2024.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
1
1.1
Vraagstelling Het onderdeel Werkwijze van de triagisten van onderzoeksfase 3 gaat in op de volgende onderzoeksvragen: •
Hoe verwerkt de toegangsmedewerker de bestuurlijke uitgangspunten in zijn/haar handelen, in het bijzonder normaliseren en selectief gebruik van S1 (hoog specialistische zorg) en S4 (veel voorkomende zorg)? Op welke wijze neemt de toegangsmedewerker een beslissing over zelf hulpverlenen of doorverwijzen naar zorgaanbieder? Bestaat er een procedure voor de afhandeling van zorgvragen? Zijn er interne checks and balances? Bijvoorbeeld vier-ogen principe of een soort interne visitatie (peer review) bij beslissingen over doorverwijzingen? Hoe vaak verleent de toegang zelf zorg?
• •
•
Het begrip normaliseren en selectief gebruik kennen verschillende definities. Zo beschrijft het Nederlands Jeugd Instituut normaliseren aan de hand van negen perspectieven. Het eerste perspectief gaat over: een brede blik op ‘normaal gedrag’, uitgelegd als “Normaliseren betekent het accepteren dat de ontwikkeling van kinderen vaak met hobbels verloopt en dat daar vaak lastig gedrag bij hoort. Ouders kunnen dat gedrag in goede banen leiden door geduld te hebben, te relativeren, en bij te sturen. In die brede blik op ontwikkeling past ook een focus op wat het kind wel kan, in plaats van uitgaan van problemen of een tekort”. 2 De andere perspectieven gaan over het voorkomen van diagnosticeren, het versterken van het alledaagse leven en vergroten van de eigen kracht. Normaliseren wordt ook wel geassocieerd met het sneller ‘afschalen’ van zorg, het minder opnemen van jeugdigen in een instelling en het meer bieden van korte en minder intensieve ondersteuning. 1F1F
Ook in de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 3 wordt het begrip in relatie gebracht met het reduceren van de zorgvraag door middel van het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen, opvoeders en het sociale netwerk en tevens het waken voor het onnodig diagnosticeren of problematiseren van incidenten en afwijken van het gemiddelde, ook wel ‘de norm’. Belangrijk daarbij is het maatschappelijke gesprek in alle lagen van de samenleving en jeugdhulp over wat ‘normaal’ is en in hoeverre afwijkingen al dan niet als problematisch aangemerkt dienen te worden. 4 De norm is immers geen objectief begrip, maar een sociaal construct. Dat maakt normaliseren, net als het gedeelde belang of ouderschap, een dynamisch concept dat steeds gecultiveerd moet worden. 5 2F2F
3F3F
4F4F
Selectief gebruik betekent dat de gespecialiseerde hulp zo beperkt en doelgericht mogelijk wordt ingezet. In de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 wordt ook wel gesproken over 2
Wat is normaliseren? 9 perspectieven, Nederlands Jeugdinstituut. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. 4 Normaliseren. Een nadere verkenning, Werkplaats Samen, Kennisnetwerk Jeugd Haaglanden, Universiteit Leiden en De Haagse Hogeschool. 5 Zie ook Gabriël van den Brink. De lage landen en het hogere. De betekenis van geestelijke beginselen in het moderne bestaan. Amsterdam 2012. 3
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
2
passende zorg. Dat houdt in de juiste zorg op de juiste plek en op het juiste moment door de juiste professional (‘matched care’). Omdat dit onderzoek deel uitmaakt van het meerjarig onderzoek naar jeugdhulp van de Rekenkamer Midden-Brabant, sluiten we in dit onderzoek aan bij de definities van normaliseren en selectief gebruik zoals die door de Rekenkamer zijn gehanteerd in de onderzoeksopzet die in oktober 2024 met de gemeenteraden is gedeeld. Deze luiden als volgt: Normaliseren betekent dat de toegang beoordeelt of de problemen van de zorgvrager vallen onder de ‘normale problemen van het dagelijkse leven’. In dat geval is door de gemeente gefinancierde zorg niet per se nodig. Selectief gebruik houdt in dat, als gespecialiseerde hulp wél nodig is, dit op een zo laag mogelijke schaal zal worden verleend.
1.2
Methode Gezien de aard van de onderzoeksvragen hebben we gekozen voor het uitvoeren van een beschrijvend kwalitatief onderzoek, middels diepte-interviews met diverse professionals. Het voordeel van kwalitatief onderzoek is dat we diepgaande inzichten krijgen in hoe (werk)processen uitwerken in de praktijk en hoe professionals dat ervaren. Het nadeel is dat we geen uitspraken kunnen doen over bijvoorbeeld hoe vaak iets precies voorkomt of waartoe de werkwijze heeft geleid (toetsen van effectiviteit). Ter voorbereiding van de diepte-interviews zijn gesprekken met de verantwoordelijken van de gemeentelijke toegang gevoerd en heeft een kennissessie plaatsgevonden. De verschillende stappen worden hieronder toegelicht. In bijlage A is een overzicht van alle onderdelen van het onderzoek opgenomen, waarin per onderdeel staat weergegeven in welke tijdsperiode het betreft, de betrokkenen en het doel van het onderzoekonderdeel. Voorgesprek verantwoordelijke gemeentelijke toegang (december 2024 – februari 2025) In iedere gemeente is een voorgesprek geweest met de verantwoordelijke (coördinator, teamleider, manager) van de gemeentelijke toegang. Hierbij was een onderzoeker van Het PON & Telos en van de RMB aanwezig. Deze combinatie was wenselijk, omdat het doel van het gesprek tweeledig was.
Allereerst was het gesprek voor de RMB bedoeld om informatie te verzamelen voor de verschillende onderdelen van het onderzoek fase 3 (zie inleiding). En ten tweede was het doel van het gesprek voor voorliggend deelonderzoek om een eerste inzicht te krijgen in de werkwijze van de gemeentelijke toegang en de daar gebruikte terminologie , te achterhalen welke jeugdconsulenten en/of jeugdprofessionals geïnterviewd moeten worden om een goed beeld te krijgen van de werkwijze van de desbetreffende toegang en om zicht te krijgen op de casuïstiek van de toegang ten behoeve van de exemplarische casusbeschrijvingen.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
3
Kennissessie op 11 maart 2025 In een kennissessie is de methode van onderzoek voor de diepte-interviews verder uitgewerkt. Er zijn onder andere afspraken gemaakt over de selectieprocedure van de geïnterviewden, methode voor de diepte-interviews en criteria voor de in te brengen casussen. Bij de kennissessie waren de twee onderzoekers van Het PON & Telos, prof. dr. Harrie Verbon (RMB), prof. dr. Jolanda Mathijssen (Tranzo) en dr. Anneke Tooten (gemeente Hilvarenbeek) aanwezig. Diepte-interviews met jeugdconsulenten/professionals (april – mei 2025) Om inzicht te krijgen in de werkwijze van de gemeentelijke toegang zijn diepte-interviews met jeugdconsulenten en jeugdprofessionals afgenomen. De inrichting en taakstelling van de toegang verschilt per gemeente, evenals de momenten waarop de beoordeling van de hulpvraag plaatsvindt. Om die reden is in het selectieproces bewust gezocht naar variatie in functies en perspectieven. Er zijn zowel professionals geïnterviewd die het eerste contact met ouders en jongeren hebben en inschatten of een hulpvraag kan worden opgepakt binnen het voorliggend veld en/of in het eigen netwerk, als jeugdconsulenten die bevoegd zijn om een advies voor een beschikking af te geven voor niet-vrij toegankelijke jeugdhulp.
In totaal zijn twaalf professionals gesproken, afkomstig uit verschillende gemeenten en met uiteenlopende functies, waaronder jeugdconsulent, gedragswetenschapper, schoolmaatschappelijk werker en inwonersondersteuner. In de diepte-interviews is gebruikt gemaakt van een methode die is gebaseerd op de zogeheten Client Journey. Deze methode brengt van oorsprong het perspectief van cliënten middels een tijdlijn in beeld. 6 De methode kan ook worden ingezet om de ervaringen van professionals in beeld inzichtelijk te maken. 7 In dit onderzoek is deze methode gebruikt om het perspectief van professionals (de jeugdconsulenten/-professionals) en de keuzes en afwegingen die zij maken in het proces van de toegang tot jeugdhulp. Voor de casusbeschrijvingen in dit rapport is deze methode ook toegepast. 5F5F
6F6F
De opzet van de tijdlijn is tijdens de kennissessie besproken en doorontwikkeld. De tijdlijn start bij het eerste contact rondom een hulpvraag. De geïnterviewden zijn gevraagd om te vertellen over de verschillende stappen die worden gezet in het proces van toegang tot jeugdhulp. Per stap is inzichtelijk gemaakt: a) Wat gebeurt er? b) Wie zijn betrokken? c) Wat zijn de mogelijkheden? d) Waar wordt op gewogen? Waar wordt rekening mee gehouden? e) Wat is de volgende stap? Zij zijn gevraagd op welke momenten keuzes worden gemaakt over waar de hulpvraag thuishoort, welke hulp en ondersteuning het meest passend zou kunnen zijn, en welke afwegingen daarbij worden gemaakt. De geïnterviewden zijn gevraagd om voorafgaand aan het interview twee casussen voor te bereiden: een enkelvoudige en een complexe. Tijdens het interview is – op basis van willekeurige selectie – een van de twee casussen besproken aan de hand van de tijdlijn. Van alle besproken casussen hebben we vier casussen opgenomen in dit rapport om te illustreren hoe normaliseren, selectief gebruik en de 6
Simonse, L., Albayrak, A., & Starre, S. (2019). Patient journey method for integrated service design. Design for Health, 3(1), 82–97. https://doi.org/10.1080/24735132.2019.1582741 7 Schrauwen, T. (2020) - Thesis: the art of handing over.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
4
afwegingsmomenten van professionals in de praktijk uitwerken. Bij de selectie hebben we rekening gehouden met diversiteit van het type hulpvraag en het proces. Tot slot zijn de geïnterviewden gevraagd om te reflecteren op hun werkpraktijk. Zij zijn gevraagd naar wat goed gaat, wat beter kan en welke tips zij willen meegeven voor de toekomst. Mede in het licht van de beweging richting stevige lokale teams die niet alleen toegang verlenen, maar ook zelf lichte hulp verstrekken, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. 8 7F7F
Bij de diepte-interviews waren twee onderzoekers van Het PON & Telos aanwezig. Het gesprek duurde 1,5 uur en vond plaats op locatie.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de werkpraktijk van de gemeentelijk toegang in beeld gebracht op basis van de inzichten uit de interviews. We presenteren eerst een overzicht van de gemeenschappelijke stappen in de toegang tot jeugdhulp, staan stil bij hoe afwegingen worden gemaakt en kwaliteitsbewaking is vormgegeven. Daarna volgt een beschrijving van de specifieke werkwijze per gemeente, een reflectie op de huidige werkpraktijk en doorkijk naar de toekomstige werkpraktijk. In hoofdstuk 3 beantwoorden we de onderzoeksvragen en staan we uitgebreider stil bij de uitwerking van de bestuurlijke uitgangspunten ‘normaliseren’ en ‘selectief jeugdhulpgebruik’ in de werkpraktijk van de gemeentelijke toegang. Dit illustreren we aan de hand van vier casussen. Tot slot beschrijven we een aantal spanningsvelden op basis van de resultaten van dit onderzoek.
8
Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
5
2
Werkpraktijk van de gemeentelijke toegang Om inzicht te krijgen in de werkwijzen van de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp in Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand zijn er individuele diepte-interviews afgenomen met een breed scala aan professionals. In totaal zijn twaalf professionals gesproken, afkomstig uit verschillende gemeenten en met uiteenlopende functies, waaronder jeugdconsulent, gedragswetenschapper, schoolmaatschappelijk werker en inwonersondersteuner. In dit hoofdstuk worden de bevindingen uit deze interviews besproken.
2.1
Negen stappen in de toegang tot jeugdhulp In het onderzoek zijn de geïnterviewden gevraagd om te vertellen over de verschillende stappen die gezet worden in het proces van toegang tot jeugdhulp, op welke momenten keuzes worden gemaakt over waar de hulpvraag thuishoort en welke hulp en ondersteuning het meest passend zou kunnen zijn, en welke afwegingen daarbij worden gemaakt. De resultaten van deze gesprekken laten zien dat de inrichting en taakstelling van de gemeentelijke toegang in de vier onderzochte gemeenten anders is. Meer inzicht in de specifieke werkwijze per gemeente komt in paragraaf 2.3 aan bod. Uit de gesprekken blijkt echter ook dat ondanks deze verschillen de gemeenten in hun werkwijze een aantal stappen gemeen hebben, die we kunnen samenvatten in de negen V’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Vraagverheldering Vraagstelling Verdeling casussen Verzameling informatie & afspraak inplannen Vraaganalyse & observatie Vertaling naar plan van aanpak Voorstel aanbod jeugdhulp Verlenen beschikking Verzoek aanpassing lopende toewijzing
Het zijn niet alleen de jeugdconsulenten en loketmedewerkers van de gemeentelijke toegang die deze stappen zetten, ook jeugdprofessionals die werkzaam zijn in het voorliggend veld – al dan niet vanuit het dorpsteam en jeugdhulpaanbieders zetten een aantal van de stappen. In figuur 1 staan per type professional de stappen weergegeven. De figuur laat tevens zien welke vragen in het proces centraal staan en van welke tools professionals al dan niet gebruik kunnen maken voor afweging en te maken keuzes.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
6
Figuur 1 Gemeenschappelijke stappen in de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp: 9 V's
De weergegeven stappen in figuur 1 betreffen de meest voorkomende stappen en dit betekent niet dat ook uitzonderlijke stappen, zoals bij casuïstiek rondom veiligheid, in alle gemeenten op dezelfde manier zijn ingericht. Het toegangsproces blijkt met deze negen V’s uitgebreider dan de (technische) stappen die de Regio Hart van Brabant beschrijft in haar ‘7-stappenplan verwijzing via toegang’ 9, opgesteld voor alle professionals die bevoegd zijn om een advies voor een beschikking af te geven voor niet-vrij toegankelijke jeugdhulp in de regio. Zij beschrijven de stappen: 1) Integrale vraaganalyse, 2) Kies een arrangement, 3) Plan van aanpak, 4) Kies intensiteit, 5) Bepaal arrangementcode, 6) Afstemming toegang en jeugdhulpaanbieder, 7) Beschikking. Deze stappen komen uiteraard terug in het toegangsproces zoals gevonden in dit onderzoek, namelijk onder de V’s: vraaganalyse & observatie, vertaling naar plan van aanpak, voorstel aanbod jeugdhulp en verlenen beschikking. 8F8F
Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de negen gemeenschappelijke stappen in het toegangsproces.
9
Resultaatgerichte inkoop jeugdhulp 7 stappenplan, Samen met de jeugd, Regio Hart van Brabant.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
7
Vraagverheldering Meestal vindt de eerste stap in het stellen van een hulpvraag plaats binnen de sociale basis: de omgeving waarbinnen kinderen opgroeien, waarin zowel informele netwerken (zoals buren, vrienden, sportclubs) als professionele structuren (zoals scholen, kinderopvang, , , consultatiebureau, huisarts en jongerenwerk) een rol spelen. Kinderen, jongeren en/of hun ouders kunnen zelf al dan niet expliciet om hulp vragen, bijvoorbeeld bij een jongerenwerker of het schoolmaatschappelijk werk. Het is ook mogelijk dat een professional, zoals een leerkracht, intern begeleider van een school of jeugdverpleegkundige, namens het gezin een hulpvraag stelt, bijvoorbeeld aan de jeugdprofessional in het dorpsteam. De jeugdprofessional, die de vraag krijgt, start vervolgens de vraagverkenning om helder te krijgen wat de vraag precies is, van wie de vraag is en waar deze thuishoort. Daarbij worden diverse perspectieven meegenomen. Een hulpvraag die bij het schoolmaatschappelijk werk binnenkomt wordt bijvoorbeeld verhelderd door de perspectieven van zowel het kind, de ouders als de school mee te nemen.
“De ervaren problemen/obstakels worden besproken. Er wordt gekeken naar de vraag van het kind, de ouders en de school, zoals bijvoorbeeld: - Kind: Ik ben boos, maar kan niet onder woorden brengen waarop. - Ouders: Hoe zorgen we ervoor dat … minder boos of gefrustreerd is? Hoe … zijn of haar talenten kan benutten en een onbezorgd kind kan zijn? - School: Kunnen jullie kijken wat helpend is? Op school gaan we aanpassingen doen, maar we verwachten dat dit niet genoeg is en dat er meer ondersteuning nodig is.”
Jeugdprofessionals in het voorliggend veld maken gebruik van diverse methoden voor vraagverheldering, zoals bijvoorbeeld de Levenslijn tool of de Gesprekstool Positieve Gezondheid. De vraagverheldering leidt uiteindelijk tot een antwoord op de vraag of de hulp binnen het eigen netwerk en/of het voorliggend veld kan worden opgepakt, of dat een aanmelding bij de gemeentelijke toegang voor niet-vrij toegankelijke jeugdhulp nodig is. In dat laatste geval wordt de Quick Scan of ander aanmeldformulier ingevuld en ingediend bij de gemeente. Hierin wordt informatie over de jeugdige, gezinssituatie en reden van aanmelding opgenomen. Indien andere professionals betrokken zijn, wordt dit vermeld. Vraagstelling Een vraag voor niet-vrij toegankelijke jeugdhulp komt altijd binnen via het gemeentelijke loket, bureaudienst of servicepunt. De vorm van en route naar deze ingang is verschillend per gemeente, maar het doel is hetzelfde: inwoners en professionals namens inwoners kunnen telefonisch of via email hun vraag aanmelden. Professionals uit het voorliggend veld dienen dat via een ingevulde Quick Scan te doen. Voor de rechtstreekse vragen vanuit inwoners vult de medewerker van de gemeente het standaard aanmeldformulier in dat eenzelfde opbouw kent als de Quick Scan.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
8
“Ze doen een brede uitvraag om te kijken wat er voorliggend ingezet kan worden. Denken zij dat dit niet voldoende is, of dat er een combinatie nodig is (voorliggend en jeugdhulp) dan vullen zij een Quick Scan (format) in. Hier wordt gekeken naar de leefgebieden: wonen, financiën, gezin, dagbesteding, gezondheid. De vraag aan de gemeente wordt geregistreerd, toelichting/schets van de situatie en wat eventueel al is gedaan en wat voorliggend mogelijk is. De ingevulde QuickScan gaat naar de bureaudienst via een gedeelde online map.”
Op basis van de geformuleerde hulpvraag in het aanmeldformulier of de Quick Scan bepaalt de medewerker waar de vraag het beste thuishoort. Wanneer wordt ingeschat dat het kind en/of gezin in aanmerking komt voor jeugdhulp, wordt de aanmelding geplaatst op de verdeellijst of wachtlijst voor de jeugdconsulenten. In andere gevallen gaat de vraag terug naar de indiener van de Quick Scan – bijvoorbeeld het dorpsteam of het schoolmaatschappelijk werk – of wordt de inwoner doorverwezen naar een passende organisatie binnen het voorliggend veld. Verdeling casussen De jeugdconsulent pakt de eerstvolgende casus van de lijst op. Dit is een doorlopend proces. Jeugdconsulenten nemen nieuwe casussen op zodra zij daar ruimte voor hebben, ongeacht het moment in de week. Een keer per week hebben de jeugdconsulenten van de gemeentelijke toegang een teamoverleg waarin onder andere casussen die nog niet zijn opgepakt worden verdeeld en (complexere) casuïstiek wordt besproken. Bij de verdeling van casussen van de verdeellijst of wachtlijst wordt er gekeken naar wie er ruimte heeft en wie expertise heeft die past bij de casus. Ook wordt er gekeken of het nodig is om een casus op te schalen. Dit kan zijn in verband met zorgen over de veiligheid of behoefte aan een intensievere vorm van casusregie. In dat geval wordt de casus doorgezet naar het op- en afschaaloverleg.
“Wie ruimte heeft pakt de vraag bovenaan de lijst op. Behalve bij urgentie/crisis. Die vragen moeten meteen worden opgepakt ongeacht wat er al op de lijst staat.”
Indien het een reguliere casus betreft, pakt de jeugdconsulent de casus in eerste instantie zelf op, start met het verzamelen van de benodigde informatie en neemt contact op met het gezin om een afspraak in te plannen.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
9
Verzameling informatie & afspraak inplannen De jeugdconsulent, die de nieuwe casus heeft opgepakt, neemt telefonisch contact op met het gezin om een afspraak in te plannen op locatie. Dat gesprek (ook bekend als ‘keukentafelgesprek’, hoewel die term in de praktijk weinig wordt gebruikt) vindt meestal bij het gezin thuis plaats, maar kan ook ergens anders zijn. De voorkeur van ouder(s) of verzorgers is daarbij leidend. Het telefonisch contactmoment wordt ook gebruikt om inzicht te krijgen in de situatie door een eerste uitvraag te doen, de gegevens in het aanmeldformulier op correctheid te checken en ontbrekende informatie verder aan te vullen. Er wordt nagegaan of er relevante documenten zijn van bijvoorbeeld eerder ontvangen zorg die nodig zijn om door te nemen ter voorbereiding van het gesprek. Ook kan er contact opgenomen worden met andere professionals die bij het gezin betrokken zijn, zoals betrokkenen vanuit maatschappelijk werk of school. Dit gebeurt in overleg met de ouders(s)- of verzorgers. “Ik probeer dan ook gelijk een stukje te normaliseren; zijn er ook andere kinderen in het gezin? Wat zie je in je omgeving? Zijn er ook signalen vanuit school? Achterhalen of de vraag op de ‘juiste’ plek zit bij de jeugdconsulent. Er wordt ook gekeken of het gezin al bekend is, of deze vraag ergens anders is neergelegd of dat er al hulp is ingezet.”
Vraaganalyse & observatie De volgende stap in het proces van toegang tot jeugdhulp is het gesprek op locatie. Dit gesprek vindt doorgaans plaats bij het gezin thuis, maar kan ook op een neutrale locatie worden gevoerd of bijvoorbeeld op school. De jeugdconsulent en beide ouders of verzorgers zijn hierbij aanwezig, tenzij zij de voorkeur geven aan afzonderlijke gesprekken of er maar één ouder (in beeld) is. In principe is het kind hierbij ook aanwezig en neemt indien mogelijk deel aan (een deel van) het gesprek. Vanaf 12 jaar is deze betrokkenheid wettelijk verplicht, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. Soms zijn er ook begeleiders van al lopende hulp en ondersteuning aanwezig.
“Er wordt een bredere uitvraag gedaan. Eerst een voorstelrondje, dan worden alle leefgebieden afgegaan. Bij jeugd vooral op persoonlijk functioneren, stukje sociaal: hoe gaat het binnen het gezin, in contact met vriendjes, op school. Qua financiële situatie wordt er gekeken naar; werken de ouders, is er een stabiel inkomen, financiële zorgen ja of nee, zakgeld, spaarrekening, werk etc. Dit is een lijstje vanuit de Integrale Vraaganalyse, deze heeft de consulent vaak openstaan en typt mee met het gesprek.”
Het doel van het gesprek is beter inzicht krijgen in de hulpvraag en de gezinssituatie door te vragen en observeren. Er wordt een brede uitvraag gedaan eventueel met behulp van de vragenlijst van de Integrale Vraaganalyse (IVA). 10 De jeugdconsulent stelt open vragen en 9F9F
10
Toelichting Integrale vraaganalyse (IVA).
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
10
vraagt door over hoe het gaat op de verschillende leefgebieden, zoals gezondheid, persoonlijk functioneren, financiële situatie, dagbesteding (school, sport, vrienden), huisvesting, veiligheid, gezinssituatie, sociaal netwerk. Er wordt gevraagd naar wat goed gaat en waar het kind/de jeugdige en/of het gezin last van heeft. Daarbij worden de beschermende en risicofactoren in beeld gebracht en wordt gekeken naar de draagkracht en draaglast in het gezin. Ook wordt er geobserveerd, er wordt bijvoorbeeld gekeken naar hoe het kind zich beweegt en of er oogcontact gemaakt wordt. Vervolgens wordt er stilgestaan bij wat de ouders en de jeugdige willen bereiken, welke doelen of resultaten zij wensen te behalen. Ook wordt er nagegaan wat er al gedaan is in relatie tot de hulpvraag, of er al eerdere hulp of ondersteuning is geweest en wat in het eigen netwerk en/of voorliggend kan worden opgepakt. Vertaling naar Plan van aanpak Op het moment dat de jeugdconsulent alle informatie heeft verzameld en de brede uitvraag heeft gedaan met het gezin, worden de opbrengsten van de onderzoeksfase vertaald en uitgewerkt in een Plan van Aanpak (PvA), waar per gemeente een standaard format voor bestaat. De PvA’s van de onderzochte gemeenten zijn vergelijkbaar. Het doel is om te komen tot een goed onderbouwd advies om wel of geen aanvraag voor een maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet te doen.
“In het Plan van Aanpak motiveer je waarom je denkt dat de hulp nodig is en waar je op in wilt zetten. De keuze van wat passend aanbod is en welke aanbieder hierbij past, maak je door te kijken naar de verschillende segmenten. Welke partijen passen hierbij en wat hebben ze te bieden. Partijen zijn gecontracteerd aan de hand van codes. Hierin wordt gekeken welke aanbieder wat mag aanbieden. Via Wegwijzer Hart van Brabant is dit te vinden. Bij een keuze voor een aanbieder wordt er ook gekeken naar hoe casussen in het verleden zijn afgesloten bij deze aanbieder en geven kwaliteitsmedewerkers in de regio aan met welke partijen er goed wordt samengewerkt.”
Het Plan van aanpak bestaat grofweg uit de volgende onderdelen: • • • • • • •
Persoonsgegevens jeugdige en ouder(s)/verzorger(s) en procesinformatie Hulpvraag van de jeugdige/het gezin Informatie over betrokkenen (gezinssysteem, hulpverlening, school en informeel netwerk) Resultaat van eerder ingezette hulpverlening/diagnostiek Probleemanalyse: beschrijving van de leefgebieden (huidige en gewenste situatie, aanwezige beschermende en risicofactoren, mate van draagkracht en draaglast) Overeengekomen hulpvraag (vastgestelde hulpvraag van het kind en de ouders/verzorgers op basis van de verkregen informatie) Conclusie van het onderzoek
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
11
•
•
Motivering waarom en welke ondersteuning/hulp nodig is gelet op de resultaatgebieden van de Jeugdwet. De ondersteuning/hulp moet het kind in staat stellen om: 1) gezond en veilig op te groeien, 2) te groeien naar zelfstandigheid, 3) voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Beschrijving van: • •
•
Welke ondersteuning of hulp door het gezin zelf en/of het sociaal netwerk gegeven kan worden. Welke ondersteuning of hulp binnen voorliggende en/of vrij toegankelijke voorzieningen gegeven kan worden.
Indien het advies is dat de hulpvraag onder de Jeugdwet valt volgt een beschrijving van: Welke jeugdhulp nodig is en waarom, en voor welke financieringsvorm er gekozen wordt. • Indien hoog specialistische jeugdhulp (Segment 1) nodig is, volgt een verwijzing naar Zorgcombinatie Crossroads. 11 Dit is een samenwerkingsverband tussen specialistische organisaties dat onder andere actief is in de regio Hart van Brabant. De werkwijze rondom de verwijzing naar Crossroads is regionaal vormgegeven. De jeugdconsulent motiveert waarom een verwijzing naar Crossroads passend is aan de hand van de zogeheten doelgroep definitie. 12 De te behalen doelen/resultaten (op basis van het geheel aan ondersteuning/hulp: gezin, sociaal netwerk, voorliggende en vrij-toegankelijke voorzieningen en jeugdhulpvoorzieningen), activiteiten en einddatum. • Inzet voorziening aan de hand van het Beknopt Plan Jeugd (BPJ) vanuit de jeugdhulpaanbieder (zie stap hierna: voorstel aanbod jeugdhulp) •
10F10F
11F11F
•
Voorstel aanbod jeugdhulp Indien niet-vrij toegankelijke jeugdhulp nodig is, adviseert de jeugdconsulent het gezin over geschikte jeugdhulpaanbieders die de gewenste ondersteuning kunnen bieden. De jeugdconsulenten van de gemeentelijke toegang verlenen zelf geen hulp. Bij de keuze voor het voorstel voor aanbieders wordt eerst gekeken naar wie de inhoudelijke vraag het beste kan oppakken. Hiervoor kan de website Zorg in regio Hart van Brabant worden geraadpleegd. Daarnaast wordt er onder andere gekeken naar de wachttijden bij aanbieders en de voorkeur van de ouders. Zo geven ouders bijvoorbeeld regelmatig aan de voorkeur te hebben voor een aanbieder in de eigen gemeente. De jeugdconsulent weegt tot slot mee welke aanbieders de juiste expertise hebben, kwalitatief goede hulp bieden en goed contact onderhouden op basis van eerdere ervaringen. De jeugdconsulent doet een aantal voorstellen en geeft hun contactgegevens, aan ouder(s)/verzorger(s). De ouder(s)/verzorger(s) kiezen een jeugdhulpaanbieder uit en er volgt een aanmeldgesprek. Er wordt in eerste instantie altijd gekeken naar gecontracteerde aanbieders, de voorkeur gaat altijd uit naar Zorg in Natura (ZIN). Indien dit niet mogelijk is, kan Persoonsgebonden Budget (PGB) worden aangevraagd waarmee zorg kan worden ingekocht bij een nietgecontracteerde aanbieder.
Het aanvragen van een PGB vergt een aantal extra stappen, waaronder het opstellen van een ondersteuningsplan en toets bij de ouder(s)/verzorger(s) om te beoordelen of zij de verantwoordelijkheden van de inzet van het PGB kunnen dragen. 11 12
Zorgcombinatie Crossroads. Doelgroep definitie Crossroads.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
12
“Wat is het plan van de zorgaanbieder, wat willen ze inzetten, klopt dat met de hulpvraag. Bijvoorbeeld als je individuele begeleiding geeft aan jongeren, dan kan dat vallen onder GGZ-begeleiding maar ook onder jeugd opvoedhulp. De gemeente checkt of de code (en dus ook de prijs) passend is.”
Zodra de ouders/verzorgers een aanbieder hebben gekozen en het aanmeldgesprek heeft plaatsgevonden, maakt de jeugdhulpaanbieder een voorstel en beschrijft dit in het regionale format Beknopt Plan Jeugdhulp (BPJ). 13 Hierin staat welke zorg wordt ingezet, inclusief de productcode, begin- en einddatum, de geplande activiteiten met frequentie, en de beoogde resultaten. De jeugdconsulent controleert of het BPJ correct en volledig is ingevuld, en aansluit op het Plan van aanpak. Als dat het geval is, wordt het toegevoegd aan het Plan van Aanpak en ter ondertekening naar de ouders gestuurd. Indien dit niet het geval is, vindt afstemming met de aanbieder plaats en wordt het BPJ aangepast. 12F12F
Indien er een verwijzing naar Crossroads is, volgt er een aanmeldgesprek met de regiehouder van Crossroads, ouder(s)/verzorgers en de jeugdconsulent. Crossroads bepaalt vervolgens welke hulp zij gaan inzetten. Verlenen beschikking Voordat de beschikking verleend kan worden, wordt eerst het Plan van Aanpak inclusief het Beknopt Plan Jeugd gecontroleerd door een collega. Dat kan een andere jeugdconsulent zijn, maar ook de kwaliteitsmedewerker of een collega van de BackOffice. Als het akkoord is maakt de collega van de BackOffice de beschikking op en gaat deze samen met het Plan van Aanpak naar de ouder(s)/verzorger(s) en kan er gestart worden met de jeugdhulp. Indien het hoog specialistische jeugdhulp betreft, stuurt Crossroads de beschikking en het Plan van aanpak naar de ouder(s)/verzorger(s) en dienen zij een Verzoek Om Toewijzing in bij de BackOffice van de gemeente.
“Er wordt door de Backoffice ook naar de inhoud gekeken; zijn de stappen logisch, klopt het dat deze beschikt gaat worden, past de beschikte hulp en het voorstel van de zorgaanbieder.”
Verzoek aanpassing lopende toewijzing Tijdens of aan het einde van een jeugdhulptraject kan de situatie van een jeugdige zodanig veranderen dat aanpassing op de bestaande toewijzing nodig is. In de Regio Hart van Brabant is hiervoor een standaardformulier ontwikkeld, waarmee jeugdhulpaanbieders een verzoek tot wijziging kunnen indienen. Het Formulier Onderbouwing Aanvraag (FOA) 14 wordt door de jeugdhulpaanbieder ingevuld, in overleg met de jeugdige en/of diens ouders 13F13F
13 14
Beknopt Plan Jeugdhulp (BJP). Formulier Onderbouwing Aanvraag (FOA).
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
13
of verzorgers, en vervolgens ingediend bij de gemeentelijke toegang. Er zijn drie situaties waarin dit gebeurt, de jeugdige en/of diens ouders of verzorgers: 1 en/of de jeugdhulpaanbieder verzoekt de lopende toewijzing te verlengen; 2 heeft een vervolgvraag; 3 en/of de jeugdhulpaanbieder meldt zich in verband met een gewijzigde situatie, hulpvraag of interventie tijdens de looptijd van de toewijzing. Het verzoek bestaat uit informatie over de huidige toewijzing, een evaluatie van de resultaten en verloop van de hulpverlening en een motivering in de vorm van een Beknopt Plan Jeugdhulp voor de nieuwe toewijzing (verlenging, vervolgvraag of gewijzigde situatie/hulpvraag). Wanneer het verzoek binnenkomt bij de gemeentelijke toegang dan wordt de casus op de verdeellijst of wachtlijst voor de jeugdconsulenten geplaatst. In principe pakt de jeugdconsulent die eerder betrokken was de casus weer op en loopt opnieuw alle stappen in het proces door.
2.2
Afweging en kwaliteitsbewaking Op verschillende momenten in het proces van toegang tot jeugdhulp vinden collegiale consultatie, intervisie en kwaliteitscontroles plaats. Zowel jeugdprofessionals in het voorliggend veld als jeugdconsulenten binnen de gemeentelijke toegang hebben altijd de mogelijkheid om collegiaal overleg te voeren, zodat zij gezamenlijk tot een zorgvuldige afweging kunnen komen. De benaming is per gemeente wellicht verschillend, maar de soort overlegmomenten zijn hetzelfde. Hierin worden met name gebruikt om meer complexe casussen te bespreken. Denk hierbij aan een teamoverleg, bilateraal overleg met collega, verdeeloverleg, intervisie, caseload bespreking op vaste momenten of overleg over een specifieke casus op afroep met de gedragswetenschapper en/of kwaliteitsmedewerker, op- en afschaaloverleg en wijkteamoverleg.
“We hebben twee consulenten die hier al langer werken, dan weet je al een hoop. Onderling bespreken de jeugdconsulenten de casussen ook. Komen ze er dan niet aan uit, dan komen ze bij de gedragswetenschapper. De jeugdconsulenten zitten soms in de waan van de dag en grijpen naar wat ze kennen. De gedragswetenschapper zit er iets verder vanaf en kijkt naar de hulpvraag; wat is er nodig en waar kun je naartoe? Bij nieuwe jeugdconsulenten is er iedere twee weken standaard een uur ingepland om mee te kijken.”
Naast collegiale consultatie vinden er ook andere procedures plaats die gericht zijn op kwaliteitsbevordering. Zo wordt er gewerkt met gestandaardiseerde formulieren en vragen, die helpen om het proces van de toegang tot jeugdhulp zo systematisch mogelijk te doorlopen. In de toelichting op de negen V’s (paragraaf 2.1) worden de meest gebruikte formats besproken. De vragen in deze formats ondersteunen professionals bij het bewust maken en onderbouwen van afwegingen, en bij het verantwoorden van waarom bepaalde keuzes passend en legitiem zijn. Daarnaast worden de afwegingen en beslissingen van de Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
14
jeugdconsulent op verschillende momenten in het proces gecontroleerd door een collega. Alle gemeenten hanteren hierbij het vierogenprincipe. Jeugdprofessionals en jeugdconsulenten toetsen elkaars werk op inhoudelijke kwaliteit. Zij beoordelen onder andere de logica en motivering van de (interpretatie van de) hulpvraag, de situatieschets van het gezin (inclusief risico- en beschermende factoren, draagkracht en draaglast), de gemaakte keuzes over waar de hulpvraag thuishoort (eigen netwerk, voorliggend veld, formele jeugdhulp of een combinatie daarvan), de urgentie van de vraag (bijvoorbeeld bij veiligheidsrisico’s), en de mate waarin de voorgestelde hulpvorm passend is. De gedragswetenschapper speelt hierbij een belangrijke rol. In veel complexe casussen wordt deze geconsulteerd, adviseert hij of zij, en/of controleert de dossiers.
“Er zijn bij de gemeente werkprocessen voor jeugd. Bijvoorbeeld bij hoog specialistische hulp is er een doelgroep definitie; voldoet de casus hier aan? Past die daar bij? Er zijn verschillende pijlers: complex, veiligheid, klein netwerk om op terug te vallen. Je kunt daar dan op toetsen. Deze vragen worden ook vaak afgestemd met een gedragswetenschapper. Deze doelgroep definitie is ook gemaakt, omdat er in het verleden veel is doorverwezen. Om te kijken welke hulp nodig is kan zorginregiohartvanbrabant.nl bekeken worden, daar is een overzicht te vinden van alle gecontracteerde aanbieders.”
De kwaliteitsmedewerker is verantwoordelijk voor de procesmatige controle en toetsing op de naleving van de beleidsregels die voortvloeien uit de verordening jeugdhulp. Hierbij wordt met name gekeken naar het Plan van Aanpak en het Beknopt Plan Jeugd. Soms toetst de kwaliteitsmedewerker ook op inhoudelijke kwaliteit, bijvoorbeeld bij jeugdconsulenten die nog niet zo lang werkzaam zijn bij de gemeentelijke toegang of jeugdprofessionals die geen onderdeel zijn van de gemeentelijke toegang maar die wel een advies voor een beschikking mogen verlenen. De uiteindelijke beschikking wordt vervolgens gecontroleerd door collega’s van de BackOffice voordat deze wordt afgegeven.
2.3
Werkwijze per gemeente in de periode november 2024 mei 2025 In de vorige paragraaf zijn de gemeenschappelijke stappen van de werkwijze van de gemeentelijke toegang in het proces van toegang tot jeugdhulp beschreven aan de hand van negen V’s. In deze paragraaf gaan we in op de specifieke werkwijze per gemeente. Per gemeente beschrijven wie betrokken is per stap en welke keuzemogelijkheden er zijn. Wanneer een gemeente een specifieke eigen invulling geeft aan een van de stappen beschrijven we dit. Omdat de negende stap alleen plaatsvindt bij een verzoek tot aanpassing van het lopende traject en vervolgens de stappen – vanaf de verdeling van casussen – opnieuw worden doorlopen, hebben we dit niet per gemeente beschreven. We sluiten hierbij zo eenduidig mogelijk aan bij de termen die in iedere gemeente gebruikt worden, zoals door de geïnterviewden genoemd.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
15
2.3.1
Gemeente Dongen Vraagverheldering en Vraagstelling In gemeente Dongen kunnen inwoners een vraag rondom jeugdhulp stellen aan het dorpsteam met eventueel (voorliggende partners) erachter of aan de Toegang. Dit gebeurt per e-mail of telefonisch. Sinds eind februari 2025 is het Dorpsteam 15 actief in gemeente Dongen, waar jeugdigen en hun ouders ook terecht kunnen met hulpvragen. De professional van het Dorpsteam vult een QuickScan in. Hierin wordt de hulpvraag en hoe het gaat op de verschillende levensgebieden uitgewerkt. Indien een verwijzing naar de Toegang nodig is, wordt er beschreven wat ingezet is, wat nodig is van gemeente Dongen en wat de wens van het kind of de jongere zelf is. 14F14F
De bureaudienst van de Toegang wordt bemand door de jeugdconsulenten. Alle jeugdconsulenten hebben één keer per week bureaudienst en wisselen elkaar af. De jeugdconsulent die bureaudienst heeft schat in waar de vraag thuishoort. De vraag gaat (terug) naar het Dorpsteam, indien de inschatting is dat de vraag binnen het voorliggend veld kan worden opgepakt. Indien nodig dan vindt er een telefonisch aanmeldgesprek met de ouder(s)/verzorger(s) plaats. Verzameling informatie (& afspraak inplannen – volgt na de volgende stap) De jeugdconsulent die bureaudienst heeft voert het aanmeldgesprek met een van de ouders/verzorgers. Ter voorbereiding van het gesprek worden optioneel de ouder(s)/verzorger(s) gevraagd om een familiegroepsplan in te vullen. Ook de school wordt optioneel gevraagd om een schoolvragenlijst in te vullen. Binnen tien dagen dienen ze deze vragenlijsten te retourneren. Met behulp van vragen op een aanmeldformulier brengt de jeugdconsulent de hulpvraag en de situatie nader in beeld. Er wordt onder andere gevraagd waar de hulpvraag zich afspeelt (thuis of op school), hoe het gaat op de verschillende leefgebieden (wonen, veiligheid, justitie, vrijetijdsbesteding, werk en school, lichamelijke en geestelijke gezondheid, sociaal netwerk, zelfzorg, relaties thuis) en welke hulp al is ingezet. De eigen kracht van het gezin en hun netwerk worden uitgevraagd.
Op basis van het aanmeldgesprek wordt besloten of de vraag dient te worden opgepakt door een jeugdconsulent, een casusregisseur van Team Casusregie, of er alsnog een doorverwijzing naar het Dorpsteam plaatsvindt. Wanneer dit het geval is, vindt hierover afstemming plaats. Verdeling casussen De vraag komt op de verdeellijst van Team Jeugd of Team Casusregie. De vragen worden in volgorde opgepakt door één van de jeugdconsulenten of in duo’s, afhankelijk van de complexiteit van de casus. Met uitzondering van enkele vragen die op basis van duidelijke criteria hogere prioriteit worden geven (denk aan suïcidaliteit). De verdeling van casussen vindt per mail of via het Teamoverleg plaats. Er wordt een afspraak gemaakt voor een huisbezoek. 15
In het Dorpsteam zijn medewerkers van IMW regio Tilburg, ContourdeTwern, Stichting Welzijn Ouderen Dongen (SWOD) en MEE De Meent Groep vertegenwoordigd.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
16
Vraaganalyse & observatie Tijdens het huisbezoek wordt de informatie uit het aanmeldformulier verder aangevuld aan de hand van een Integrale vraag analyse. Er wordt gewerkt met een uitvraag op leefdomeinen dat onderdeel is van het Plan van aanpak. Informatie over de hulpvraag van de jeugdige en/of het gezin, de gezinssamenstelling, eerder ingezette hulpverlening, informatie over de school en het netwerk worden in beeld gebracht. Er wordt gekeken hoe het gaat op de verschillende leefgebieden. Er kan een veiligheidstaxatie gedaan worden aan de hand van de ARIJ-vragenlijst om vast te stellen of er onveiligheid speelt in de opvoedingssituatie. Vertaling naar Plan van aanpak Na het huisbezoek verwerkt de jeugdconsulent de informatie, onderzoekt (verder) wat nodig is voor het gezin en vertaalt dit in een Plan van aanpak. Er wordt gewerkt met een vast format waarin wordt gerefereerd naar de stappen die nodig zijn voor onderzoek in het kader van de Jeugdwet volgens de richtlijn van CRvB (Centrale Raad van Beroep). 16 15F15F
Bij het maken van het Plan van aanpak heeft de jeugdconsulent altijd de mogelijkheid om met een collega of met de gedragswetenschapper te overleggen. Een caseloadgesprek tussen de gedragswetenschapper en jeugdconsulent vindt op afroep plaats. Hierin kunnen zowel de zwaarte van de casussen als planning en inhoud worden besproken. Bij jeugdconsulenten die relatief kort in de gemeente werken, wordt ieder Plan van aanpak getoetst door de kwaliteitsmedewerker voordat het naar de ouder(s)/verzorger(s) gaat ter ondertekening. Bij ervaren jeugdconsulenten worden zaken met hoog risico standaard getoetst. De kwaliteitsmedewerker beslist wanneer een jeugdconsulent als ervaren kan worden beschouwd en het niet meer nodig is om ieder Plan van aanpak toetsen voordat deze naar de ouder(s)/verzorger(s) gaat ter ondertekening. Voorstel aanbod jeugdhulp en Verlenen beschikking Na het aanmeldgesprek dient de aanbieder het Beknopt Plan Jeugdhulp (regionaal format) in, welke wordt gecontroleerd door een collega jeugdconsulent. Als dit akkoord is wordt de beschikking afgegeven door de BackOffice. 2.3.2
Gemeente Goirle Vraagverheldering en Vraagstelling In gemeente Goirle stellen inwoners een vraag omtrent jeugdhulp aan het Dorpsteam. 17 De professional van het Dorpsteam vult een QuickScan in indien een verwijzing naar de Toegang nodig is, wanneer ondersteuning vanuit het voorliggend veld of eigen netwerk niet toereikend is. 16F16F
16
Het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is gebaseerd op artikel 2.3.2 van de Wmo 2015. In een uitspraak van 1 mei 2017 is een stappenplan geformuleerd. 17 Hierin zijn medewerkers van IMW regio Tilburg, ContourdeTwern, Stichting Welzijn Ouderen Dongen (SWOD) en MEE De Meent Groep vertegenwoordigd.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
17
In de QuickScan wordt de hulpvraag van de jeugdige en/of het gezin en hoe het gaat op de verschillende leefgebieden (wonen, financiële situatie, gezondheid, dagbesteding, gezinssituatie) beschreven. Daarnaast is een beschrijving van eerder ingezette hulp, de resultaten hiervan en betrokken professionals opgenomen. Tot slot volgt een advies van het Dorpsteam, inclusief te zetten vervolgstappen. De ingevulde QuickScan komt bij de bureaudienst van de Toegang binnen via een online omgeving. Daarnaast is de bureaudienst per e-mail en drie keer per week telefonisch bereikbaar voor vragen. De bureaudienst van de Toegang wordt bemand door een van de jeugdconsulenten van Team Jeugd die elkaar afwisselen. De informatie van de QuickScan wordt beoordeeld. Er wordt gekeken of de omschrijving helder is, de informatie compleet is en de vraag bij de Toegang thuishoort. Indien er vragen zijn, wordt afgestemd met het Dorpsteam. Indien de inschatting is dat ondersteuning vanuit het voorliggend veld en eigen netwerk niet toereikend is, komt de vraag op de lijst van Team Jeugd. Indien dit niet het geval is, gaat de vraag naar het Dorpsteam of een andere instantie. Verdeling casussen en Verzameling informatie & afspraak inplannen Een van de jeugdconsulenten pakt de vraag van de lijst op en neemt contact op met het gezin om een keukentafelgesprek in te plannen. Dit wordt op volgorde gedaan.
Een keer per week is er een teamoverleg waarin bijzonderheden in het team worden besproken. Indien nodig kan in dit overleg casuïstiek verdeeld worden. Daarnaast is er eens in de twee weken een op- en afschaaloverleg met het Dorpsteam en de Toegang. Hierin worden urgente vragen besproken. De gedragswetenschapper kijkt hier ook in mee. Er wordt afgestemd wie de regie pakt bij een urgente casus, of als er bijvoorbeeld opschaling vanuit het voorliggend veld naar specialistische jeugdhulp nodig is of andersom. Vraaganalyse & observatie Tijdens het keukentafelgesprek wordt de informatie uit de QuickScan verder aangevuld aan de hand van een Integrale vraag analyse. Er wordt gewerkt met een vast format (Iva) dat onderdeel is van het Plan van aanpak (Iva/Pva). Informatie over de hulpvraag en eerder ingezette hulp en de resultaten daarvan worden uitgevraagd. Er wordt in beeld gebracht hoe het gaat op de verschillende leefgebieden (lichamelijke en psychische gezondheid, gezin-huiselijke relaties, wonen, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie, financiën). Vertaling naar Plan van aanpak Na het keukentafelgesprek verwerkt de jeugdconsulent de informatie, onderzoekt (verder) wat nodig is voor het gezin en vertaalt dit in het Iva/Pva.
Hier is een vast formulier voor, dat bestaat uit de volgende onderdelen: algemene informatie over de inwoner, aanleiding, eerdere ondersteuning/diagnostiek, leefgebieden, visie, conclusie en vervolg. Indien er al veel informatie aangeleverd is, kan volstaan worden met een korte samenvatting. Bij het maken van het Plan van aanpak heeft de jeugdconsulent altijd de mogelijkheid om met een collega of met de gedragswetenschapper te overleggen. Dit kan bijvoorbeeld in het wekelijkse teamoverleg worden ingebracht.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
18
Voorstel aanbod jeugdhulp en Verlenen beschikking Na het aanmeldgesprek dient de aanbieder het Beknopt Plan Jeugdhulp (regionaal format) in, welke wordt getoetst door de jeugdconsulent. Vervolgens volgt er een kwaliteitscheck door de BackOffice op het Plan van aanpak en Beknopt Plan Jeugdhulp, waar zowel naar de inhoud als volledigheid wordt gekeken. Hierbij wordt de richtlijn voor de stappen van onderzoek naar jeugdhulp van de Centrale Raad van Beroep aangehouden. 18 Als de toetst akkoord is wordt de beschikking afgegeven door de BackOffice. 17F17F
2.3.3
Gemeente Hilvarenbeek Vraagverheldering & Vraagstelling In gemeente Hilvarenbeek kunnen inwoners een hulpvraag stellen aan een van de partijen in het SamenZorgTeam. Het SamenZorgTeam (de toegang) van Hilvarenbeek bestaat o.a. uit partners uit het voorliggend veld MEE, Farent, Contour de Twern en consulenten van de gemeente. Professionals kunnen daar namens ouders(s)/verzorger(s) ook een vraag stellen. Dit gebeurt per e-mail, via een contactformulier op de website of telefonisch. Het loket van de gemeente wordt bemand door een medewerker van de BackOffice, die alle vragen die per e-mail of het contactformulier binnenkomen afhandelt. Telefonisch vragen kunnen (ook) worden beantwoord door een van de jeugdconsulenten van Team Jeugd die beldienst heeft. Via een aanmeldformulier worden de hulpvraag, wat er al is gedaan om de situatie te verbeteren, het netwerk, eerder ingezette hulp en mogelijke oplossingsrichtingen in beeld gebracht. Indien de inschatting is dat de vraag binnen het voorliggend veld kan worden opgepakt, gaat de vraag (terug) naar een van de partijen in het voorliggend veld. Indien het een enkelvoudige vraag betreft - dit betekent dat er op één of twee leefgebieden iets aan de hand is – gaat de vraag naar een van de jeugdconsulenten van de gemeente. Wanneer het een complexe vraag betreft, dient te vraag te worden aangemeld bij MEE of Farent.
Deze werkwijze is afgestemd met de partijen in het voorliggend veld. Inwoners kunnen in principe zelf kiezen waar ze hun vraag stellen. Indien nodig wordt afgestemd tussen de partijen in het SamenZorgTeam. Verdeling casussen en Verzameling informatie & afspraak inplannen De enkelvoudige casussen komen in de werkvoorraad van de jeugdconsulenten van de gemeente. De complexere casussen komen in de werkvoorraad van de cliëntondersteuners/jeugdprofessionals van MEE of Farent. Zowel de jeugdconsulenten van de gemeente als professionals van MEE en Farent zijn bevoegd om de stappen in het proces tot jeugdhulp te doorlopen. Eens per week worden nieuwe vragen verdeeld onder de jeugdconsulenten van de gemeente. De casussen worden op volgorde opgepakt. De jeugdconsulent neemt telefonisch contact op met het gezin om de informatie van het aanmeldformulier verder aan te vullen. Er wordt in beeld gebracht wat er speelt, wat precies de hulpvraag is, wat het 18
Het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is gebaseerd op artikel 2.3.2 van de Wmo 2015.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
19
gezin zelf al heeft gedaan en wat hun netwerk kan betekenen. Er wordt een afspraak voor een keukentafelgesprek gemaakt. Indien er wordt getwijfeld of het een enkelvoudige of complexe vraag betreft, wordt deze besproken in het Samenzorgteam. Wekelijks hebben zij overleg waarin (complexe) vragen worden besproken en afspraken met elkaar worden gemaakt over wie welke vraag oppakt. Vraaganalyse & observatie Tijdens het keukentafelgesprek wordt de informatie uit het aanmeldformulier verder aangevuld aan de hand van een Integrale vraag analyse. Er wordt gewerkt met een vast format (Iva) dat onderdeel is van het Plan van aanpak. Informatie over de hulpvraag, eerder ingezette hulp en de resultaten hiervan worden uitgevraagd. Aan de hand van de verschillende leefgebieden (persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, lichamelijke gezondheid en zelfzorg, school, werk en/of daginvulling, vrijetijd, financiële situatie, wonen, mantelzorg) wordt in beeld gebracht wat goed gaat en waar het gezin tegenaan loopt. Vertaling naar Plan van aanpak Na het keukentafelgesprek verwerkt de jeugdconsulent – of cliëntondersteuner/jeugdprofessional - de informatie, onderzoekt (verder) wat nodig is voor het gezin en vertaalt dit in een Plan van aanpak.
Er wordt gewerkt met een invulformulier dat bestaat uit de volgende onderdelen: algemene informatie over de inwoner, omschrijving van de vraag van de inwoner, hulpverleningsgeschiedenis en resultaten, probleemanalyse (aan de hand van de leefgebieden), conclusie van het onderzoek, de afweging, het Plan van aanpak en het besluit/de aanvraag. Wanneer de conclusie is dat de hulpvraag toch binnen het voorliggend veld kan worden opgepakt, wordt aangegeven dat er geen sprake is van een maatwerkvoorziening en wordt de casus ingebracht in het Samenzorgteam. Het Plan van aanpak dat door een professional van MEE of Farent is opgesteld, wordt altijd getoetst door de kwaliteitsmedewerker van de gemeente, voordat deze naar de ouder(s)/verzorger(s) gaat ter ondertekening. Hierbij wordt zowel naar de volledigheid van de informatie als naar de inhoudelijke afwegingen en motivaties gekeken. Voorstel aanbod jeugdhulp en Verlenen beschikking Na het aanmeldgesprek dient de aanbieder het Beknopt Plan Jeugdhulp (regionaal format) in, welke wordt gecontroleerd door de jeugdconsulent of kwaliteitsmedewerker. Als dit akkoord is wordt de beschikking afgegeven door de BackOffice.
2.3.4
Gemeente Loon op Zand Vraagverheldering en Vraagstelling In gemeente Loon op Zand kunnen inwoners een vraag rondom jeugdhulp stellen aan een van de partijen in het voorliggend veld, het wijkteam 19 of bij direct het Zorgloket van de 18F18F
19
Er zijn twee wijkteams in gemeente Loon op Zand waarin medewerkers van gemeente Loon op Zand, Casade, politie, ContourdeTwern, Farent, Thebe, Zorggroep Elde Maasduinen en de GGD zijn vertegenwoordigd.
Het PON & Telos | De Toegang in Beeld
20
gemeente. Professionals kunnen daar namens ouders(s)/verzorger(s) ook een vraag stellen. Dit gebeurt per e-mail, via een contactformulier op de website of telefonisch. De medewerker van het Zorgloket brengt middels een brede uitvraag de hulpvraag en situatie in beeld. Hiervoor wordt het format QuickScan Jeugd gebruikt. De (probleem)situatie, hulpvraag, gezinssituatie, informatie over de school, de draagkracht/draaglast van het gezin en waar de vraag zich afspeelt worden hiermee in beeld gebracht. Er wordt gevraagd welke inzet er al is gedaan om de hulpvraag op te lossen. Op basis van de verkregen informatie wordt een inschatting gemaakt wie de vraag kan oppakken. De vraag gaat (terug) naar het wijkteam, indien de inschatting is dat de vraag binnen het voorliggend veld kan worden opgepakt. De vraag gaat naar Team Jeugd, indien de inschatting is dat ondersteuning vanuit het voorliggend veld en eigen netwerk niet toereikend is. Tot 1 april 2025 was deze werkwijze van toepassing. Per 1 april is gestart met een pilot Sterk Lokaal Team, waarin de professionals zelf lichte hulp kunnen bieden aan inwoners. Voordat een vraag naar Team Jeugd gaat, gaat de vraag nu eerst naar het Sterk Lokaal Team. Complexere casussen, bijvoorbeeld waarbij Veilig Thuis betrokken is, vormen een uitzondering en gaan rechtstreeks naar Team Jeugd.
Verdeling casussen en Verzameling informatie & afspraak inplannen De vraag komt op de Jeugd verdeellijst van Team jeugd om te worden opgepakt door een van de jeugdconsulten. De gedragswetenschapper – een functie die sinds drie jaar in deze gemeente vervuld is - controleert of de vraag hier inderdaad thuishoort. Eenzelfde controle wordt gedaan bij de verdeellijst van het Stevig Lokaal Team. Daarnaast kijkt de gedragswetenschapper of er urgente/crisis vragen zijn die direct moeten worden opgepakt. De jeugdconsulent pakt de eerstvolgende casus van de Jeugd verdeellijst op, en neemt telefonisch contact op basis van de informatie uit de QuickScan. Eventuele aanvullende relevant informatie wordt opgevraagd (zoals documentatie over eerder ingezette hulp) en er wordt een afspraak voor het huisbezoek gemaakt. Vraaganalyse & observatie Tijdens het huisbezoek brengt de jeugdconsulent de hulpvraag van de jeugdige en van het gezin in beeld. Er wordt een analyse van de situatie gemaakt aan de hand van de verschillende leefgebieden (woon- en leefeenheid, financiële situatie, sociale omgeving, dagbesteding/participatie, fysieke en mentale gezondheid), gekeken naar wat goed gaat en waar het gezin tegen aanloopt. Vertaling naar Plan van aanpak Na het huisbezoek verwerkt de jeugdconsulent de informatie, onderzoekt (verder) wat nodig is voor het gezin en vertaalt dit in een Plan van aanpak.
Jeugdconsulenten kunnen naast de regionale website ook gebruik maken van een interne Excel – waarin alle gecontracteerde aanbieders en onderaannemers zijn opgenomen - om een passende aanbieder te zoeken. Het advies van de jeugdconsulent wordt vertaald in het Plan van Aanpak. Tijdens dit proces heeft de jeugdconsulent altijd de mogelijkheid om met een collega of met de gedragswetenschapper te overleggen. Eens in de zes weken vindt er een caseloadbespreking plaats tussen de jeugdconsulent en gedragswetenschapper waarin de caseload besproken wordt. Hierbij wordt gekeken naar