bp Mierbeek-Noord (11 Bijlage 10A - Toelichting)
Tekst van het document
1.
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
3 3 4 6 6
2.
Bestaande situatie
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Ligging in groter verband Ligging in Esbeek Landschapsanalyse Plangebied
7 8 9 9
3.
Toekomstige situatie
11
4.
Beleidskader
16
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
16 19 25
5.
Randvoorwaarden
27
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Inleiding Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Geluid Geurhinder Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water Mer-beoordeling
27 27 29 31 32 36 39 40 41 43 45 53
6.
Juridische aspecten
55
6.1 6.2 6.3
Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
55 55 55
7.
Uitvoerbaarheid
59
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59 59
Bijlagen Bijlage 1: Inrichtings- en beheerplan Bijlage 2: Archeologisch onderzoek Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Notitie externe veiligheid Bijlage 5: Notitie haalbaarheid H2-tankstation m.b.t. externe veiligheid Bijlage 6: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 7: Stikstof passende beoordeling Bijlage 8: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 9: Nota van beantwoording zienswijzen Bijlage 10: Nota van ambtshalve wijzigingen Bijlage 11: Verzoek herbegrenzing provincie Bijlage 12: Verslag Omgevingsdialoog
|3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor dit bestemmingsplan is de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek inclusief groenstrook in Esbeek met ca. 5 hectare. Op het nieuwe deel De MierbeekNoord zal ruimte zijn voor maximaal 7 bedrijven, wiens eigenaren bij voorkeur hun oorsprong hebben binnen de gemeente. De ontwikkeling betreft een oppervlakte van 2,7 hectare aan bedrijfspercelen. De overige gronden zijn bestemd voor natuur ten behoeve van een groenstrook. Op 28 januari 2021 nam de gemeenteraad een besluit over de manier waarop de gemeente dit terrein gaat ontwikkelen. De gemeente houdt de regie in de aanlegfase en bij de toekomstige duurzame ontwikkeling van het bedrijventerrein. Daarbij werkt de gemeente toelatingseisen uit, waarbij zuinig ruimtegebruik leidend is. De nieuwe bedrijven dienen aan te sluiten bij het bestaande parkmanagement. Met het voornemen wordt nadrukkelijk ingezet op ontwikkelen voor lokale ondernemers. Het bedrijventerrein wordt duurzaam ingericht en overlast voor omwonenden wordt zoveel mogelijk voorkomen. Om het planvoornemen voor de uitbreiding van het bedrijventerrein juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de noordzijde van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek. Dit bedrijventerrein ligt ten noordoosten van de kern Esbeek in de gemeente Hilvarenbeek. Langs zowel de oost- als westzijde wordt het plangebied begrensd door een doorgaande weg. Dit zijn de N269 (oostkant) en Esbeekseweg (westkant). De zuidzijde van het plangebied grenst aan het bedrijventerrein De Mierbeek, waarbij de uitbreidingslocatie direct tegen de Notelstraat aan ligt. Aan de overzijde van de Notelstraat ligt op het bestaande bedrijventerrein een leverancier van landbouwmachines en een transportbedrijf/mestverwerker. De noordzijde van het plangebied grenst aan open agrarische gronden. Aan de noordwestzijde maakt een deel van het (voormalige) agrarische bedrijf Esbeekseweg 17 deel uit van het plangebied.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|4
Ligging en begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld op 13 maart 2013.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|5
Enkelbestemming en functieaanduiding Het perceel kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Verder is het plangebied voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen’ (ligt op het bouwvlak) een veehouderij is toegestaan, niet zijnde een intensieve veehouderij. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ mogen agrarische bedrijfsgebouwen, daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en een bedrijfswoning gebouwd worden binnen het bouwvlak. Voor bedrijfsgebouwen en woningen geldt een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Buiten het bouwvlak is het toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van agrarisch grondgebruik en tijdelijke/overige teeltondersteunende voorzieningen te bouwen. Naast een agrarisch bedrijf is tevens een aan huis verbonden bedrijf toegestaan. Hierbij dienen de bedrijfsactiviteiten voor te komen in de milieucategorie 1 of 2 en mag de bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedragen dan 25% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning en de bijbehorende bouwwerken.
Dubbelbestemming Voor het gehele plangebied geldt een archeologische dubbelbestemming. Op de centraal en westelijk gelegen gronden binnen het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/verzamelaars in bestaand natuurgebied. Op deze gronden is een archeologisch rapport vereist, waaruit blijkt dat de archeologische waarde niet worden verstoord, bij bodemroerende werkzaamheden met een totale oppervlakte groter dan 500 m2 en een diepte van 0,5 m of meer onder maaiveld. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ geldt voor de gronden aan de oostzijde van het plangebied. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de middelhoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager / verzamelaars buiten natuurgebieden. Hiervoor is een dergelijk archeologisch rapport, zoals hiervoor aangegeven, vereist bij bodemroerende werkzaamheden met een totale oppervlakte groter dan 2.500 m 2 en een diepte van 0,5 m of meer onder maaiveld. Gebiedsaanduidingen Het plangebied kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’ en ‘overige zone – kampenlandschap’. Beide contouren lopen verder dan de begrenzing van het plangebied.
De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’ liggen op het westelijk deel van het plangebied en zijn aangewezen als kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’ gelden, bij gebruik van een wijzigingsbevoegdheid, soepelere voorwaarden om een schuilgelegenheid te realiseren en/of het bouwvlak te vergroten of wijzigingen. De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – kampenlandschap’ zijn tevens bestemd voor het behoud van het kleinschalig, besloten karakter, de bolle maaiveldligging en het behoud en herstel van kleine landschapselementen.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|6
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. •
Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en / of toegestaan is.
•
Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven. In het derde hoofdstuk wordt het planvoornemen beschreven. Hoofdstuk vier gaat in op het geldende beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk zes geeft de planbeschrijving en de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid van het plan ter sprake komt.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|7
2.
BESTAANDE SITUATIE
In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Eerst zal de ligging in groter verband worden toegelicht waarna de ruimtelijke structuur van het plangebied wordt besproken. Hierop aansluitend wordt ingegaan op de kenmerken van het plangebied.
2.1
Ligging in groter verband
Esbeek is een kern binnen de gemeente Hilvarenbeek in de provincie Noord-Brabant. De gemeente bestaat verder uit de kernen Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Haghorst en Hilvarenbeek. De kern Esbeek ligt ten zuiden van de kern Hilvarenbeek. De noordzijde van de gemeente Hilvarenbeek grenst aan de plaats Tilburg, waarbij de kern Hilvarenbeek op een afstand van circa 5 kilometer ligt. De zuidzijde grenst aan de gemeente Reuselde Mierden. Ten oosten van de kernen Esbeek en Hilvarenbeek loopt de N269, welke Esbeek enerzijds verbindt met Tilburg en de A58 en anderzijds met de kernen binnen de gemeente Reuselde Mierden. De gemeente Hilvarenbeek bevindt zich in de streek ‘De Kempen’. ‘De Kempen’ strekt zich uit van het noordoosten van België tot de lijn ten zuiden van Eindhoven – Tilburg. Het gebied kenmerkt zich door de zanderige bodem, waarbij ´De Kempen´ tot omstreeks 1860 grotendeels bedekt waren met heide, eikenbos, vennen en veengebieden. Nu komen nog een aantal bossen, vennen, heiden en weilanden in het gebied voor. Door zware bemesting en lintbebouwing is stilaan een kleinschalig landschap ontstaan.
Ligging plangebied in groter verband, plangebied in geel aangegeven
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|8
2.2
Ligging in Esbeek
De uitbreidingslocatie De Mierbeek-Noord ligt ten noorden van zowel het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek als de kern Esbeek. Het bedrijventerrein De Mierbeek ligt tussen de Esbeekseweg en de Provincialeweg (N269) en heeft een oppervlakte van circa 22 hectare. De grootte van de bedrijven neemt toe naarmate de afstand tot de kern Esbeek groter wordt. De zuidzijde van De Mierbeek ligt nabij de dorpskern, waardoor hier kleinschalige bedrijven van maximaal milieucategorie 2 zijn gevestigd. Verder richting het noorden liggen grotere bedrijven met een milieucategorie van 3.1 en 3.2. Kenmerkend voor het plangebied is dat het direct ten westen van de Provincialeweg (N269) ligt. Dit is de weg met de grootste verkeersintensiteit in de nabije omgeving van Esbeek. Een groot deel van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek wordt, evenals het plangebied, ontsloten via de Notelstraat. De belangrijkste ontsluiting van bedrijventerrein De Mierbeek is dan ook de rotonde met de Notelstraat en de Provincialeweg. Deze rotonde ligt op een afstand van circa 350 ten zuiden van het plangebied. Aan de andere zijde van het plangebied ligt de Esbeekseweg. Dit is, evenals de N269, een weg welke de kernen Hilvarenbeek en Esbeek met elkaar verbindt. Langs deze weg zijn ten westen en noorden van bedrijventerrein De Mierbeek enkele woningen en (agrarische) bedrijven gevestigd.
Ligging plangebied in Esbeek, plangebied in rood aangegeven
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|9
2.3
Landschapsanalyse
Het plangebied is gelegen in het kampenlandschap. Het landschap is ontstaan doordat men de hoge gronden ontgonnen voor akkerbouw. De lagere gronden waren hiervoor niet geschikt en werden veelal gebruikt voor gras- en hooilanden. De kavels werden in het verleden veelal omgeven door houtwallen om het vee buiten de akkers te houden. Veel van deze karakteristieke patronen zijn door de jaren heen verdwenen.
Het kampenlandschap wordt gekenmerkt door: • Op de hoger gelegen gronden liggen de kampen met aangrenzend op de lagergelegen gronden oude graslanden; • Lage grondwaterstanden; • Eerdgronden; • Een kronkelig wegenpatroon; • Een onregelmatige blokverkaveling; • Veelal houtwallen rondom percelen, soms bomenrijen langs boerderijen en wegen; • Lintachtige bebouwing met open tussenruimten. Kampen en Hoevenlandschap in de gemeente
Binnen dit landschap gaat de aandacht uit naar het verstreken van de kleinschaligheid door de aanplant van erfbeplantingen. Doorkijkjes vanaf de openbare weg op de open kampen blijven behouden en worden waar nodig versterkt.
2.4
Plangebied
Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit onbebouwde, voor agrarisch bestemde, gronden. Uitsluitend aan de noordwestzijde van het plangebied is bebouwing aanwezig in de vorm van enkele agrarische bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning. Deze gebouwen horen bij het perceel aan de Esbeekseweg 17. Het plangebied ligt ten noorden van de Notelstraat en in het verlengde van het bestaande bedrijventerrein de Mierbeek. Binnen het bestaande bedrijventerrein zijn bedrijven met een maximale milieucategorie variërend van 3.1 en 3.2 gevestigd. Aan de zuidzijde van het plangebied is een berm van circa 5 meter breed aanwezig. Deze berm bestaat voornamelijk uit gras en vormt een scheiding tussen de verkeersweg en de agrarische gronden. Het plangebied betreft de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Hilvarenbeek, Sectie P, nummers 1982, 2837, 2838 (gedeeltelijk) en 2839 en heeft een totale oppervlakte van 44.567,8 m 2.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|10
Bestaande situatie plangebied
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|11
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
Op de locatie ten noorden van de Notelstraat wordt een uitbreiding van het reeds bestaande bedrijventerrein De Mierbeek beoogd. De uitbreiding wordt mogelijk gemaakt door de landbouwpercelen te ontwikkelen naar bedrijfspercelen die onder milieucategorie 3.1 en 3.2 vallen. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van ruim 4 hectare, waarbij in totaal plaats is voor maximaal 7 bedrijven en een groenstrook. Elke bedrijfskavel krijgt een maximale grootte van 5.000 m2, waarbij de gemeente Hilvarenbeek nadrukkelijk inzet op de ontwikkeling voor ondernemers wiens eigenaren hun oorsprong hebben binnen de gemeente. De minimale grootte van een bedrijfskavel bedraagt 1.500 m2. Deze minimale en maximale terreingrootte worden geborgd via het bestemmingsplan. De totale oppervlakte bestemd voor het bedrijventerrein bedraagt circa 27.000 m2. Verder wordt tevens een landschappelijk ingepaste bufferzone gerealiseerd. Stedenbouwkundige uitgangspunten en beeldkwaliteit Het uitgangspunt is dat de bedrijfsgebouwen een horizontale daklijn krijgen. Elk (cluster van) bedrijfsgebouw(en) vormt een individuele eenheid en heeft een eigen identiteit. Wel wordt rekening gehouden met een samenhangend materiaalgebruik en terughoudend kleurgebruik voor alle bedrijfsbebouwing. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd.
Ter plaatse van het bedrijventerrein is een maximale en minimale bebouwingspercentage opgenomen. Per bouwperceel bedraagt het maximale bebouwingspercentage 80% en het minimale bebouwingspercentage 15%. De maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 8,5 meter op het meest oostelijk gelegen perceel (tot 75 meter vanuit de as van de N369) en 10 meter voor de overige gronden. De voorgevels van bedrijfsgebouwen dienen op minimaal 5 meter vanuit de perceelsgrens te liggen. Per bedrijfskavel mag de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens niet minder dan 4 meter bedragen aan één uniform te kiezen zijde in verband met de doorgang van eventuele hulpdiensten. Hekwerken (in de vorm van beukenhagen) worden op uniforme wijze in de verplichte rooilijnen geplaatst en/of langs de uitgiftegrens. Via binnenplanse afwijkingen kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het verhogen van het bebouwingspercentage en het afwijken van de toegestane milieucategorie.
Toekomstige indeling plangebied NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|12
Milieuzonering en gebruiksregels Op de 3 of 4 bedrijfskavels aan de oostzijde van het plangebied is bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. De 3 of 4 bedrijfskavels aan de westzijde liggen dichterbij gevoelige bestemmingen, waardoor op deze kavels een maximale milieucategorie van 3.1 is toegestaan. Verder zijn bedrijven met vervaardiging van chemische producten (SBI-code 20) en met een geuremissie groter dan 100 meter niet toegestaan. De opslag van goederen op onbebouwde gronden die niet tot de functionele werkvoorraad behoren is niet toegestaan, met uitzondering van gronden achter de achtergevellijn. Waterstoftankstation Daarnaast is het voornemen om op een van de kavels een waterstoftankstation te realiseren, welke een milieubelastende activiteit betreft. Hiertoe wordt een specifieke aanduiding (‘specifieke vorm van bedrijf – waterstoftankstation’) met bijbehorende veiligheidszone opgenomen van 4 meter rondom bouwperceelsgrens. Binnen de veiligheidszone mogen geen (beperkt) kwetsbare locaties en gebouwen of zeer kwetsbare gebouwen aanwezig zijn. In het ontwerp wordt aangenomen dat de veiligheidscontour 4 meter over de bouwperceelsgrens kan liggen zonder dat buurbedrijven hierbij worden beperkt. In het Bkl is voor een waterstoftankstation een vast aan te houden afstand van 35 meter opgegeven, gemeten vanaf het vulpunt (Bkl Bijlage VII, categorie B5).
Dit betekent dat het vulpunt op minimaal 35 meter van de grens van de gebiedsaanduiding moet liggen. Onderstaand figuur toont het gebied waar het vulpunt mogelijk is.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|13
Landschappelijke inpassing De bedrijfskavels worden direct ten noorden van de Notelstraat gerealiseerd. Ten noorden van de bedrijfskavels wordt een landschappelijk ingerichte bufferzone gerealiseerd. Deze groenstrook bedraagt enkele tientallen meters. Daarbij krijgt het eerste kavel aan de Esbeekseweg vanwege de zichtlocatie een kwalitatief goede stedenbouwkundige inpassing met een groenzone van 18 meter vanaf het fietspad. Het bedrijventerrein wordt door het groen aan het zicht onttrokken en vormt mede daardoor geen zichtlocatie. Het aanleggen en in stand houden van de volledige groenzone is opgenomen als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. De bedrijfskavels mogen pas in gebruik genomen worden als de groenstrook (zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels en bijlage 1 van de toelichting) is gerealiseerd. In onderstaande afbeelding is de uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan weergegeven. Het volledige landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd als bijlage.
Landschappelijk inpassingsplan
Verkeer en parkeren Het planvoornemen betreft de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek aan de noordzijde van de kern Esbeek. Door de ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte toe in de toekomstige situatie. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de verkeers- en parkeersituatie van beoogde ontwikkeling. De uitbreiding voorziet in de komst van maximaal zeven bedrijven. De totale oppervlakte bestemd voor bedrijven bedraagt circa 27.000 m2. Op de overige gronden wordt de landschappelijk ingerichte bufferzone gerealiseerd. Deze bufferzone heeft geen invloed op de verkeersaantrekkende werking en/of parkeerbehoefte.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|14
Verkeer Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor de bereikbaarheid en een goede afwikkeling van het (eventuele) extra verkeer over de bestaande wegen. Kader hiervoor is CROW publicatie 381, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Het plangebied bestaat (in de bestaande situatie) grotendeels uit onbebouwde agrarische gronden. In de toekomstige situatie worden zes bedrijven gerealiseerd langs de noordzijde van de Notelstraat (tevens de toekomstige ontsluitingsweg). Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt de opgave van de uitbreiding van het bedrijventerrein met de kengetallen van CROW publicatie 381 vergeleken. De verkeersgeneratie wordt gebaseerd op basis van het werkmilieu van het bedrijventerrein en de netto-oppervlakte hiervan. Als werkmilieu kunnen een tweetal categorieën worden onderscheiden: • Gemengd terrein: terrein met een hindercategorie 1,2,3 of 4 bestemd voor reguliere bedrijvigheid en niet behorend tot ‘hoogwaardig bedrijvenpark’ of ‘distributiepark’. Gemengde terreinen kennen een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid, voornamelijk bestaande uit lichte moderne industrie en overige (‘modale’) industrie. • Distributiepark: terrein voor transport-, distributie-, en groothandelsbedrijven.
Het gaat met name om bedrijven die activiteiten ontplooien op het vlak van spoorwegen, wegvervoer en binnenvaart De netto-oppervlakte van het bedrijventerrein wordt in dit geval gebaseerd op de grootte van het bouwvlak. Hierbinnen worden namelijk de verkeersaantrekkende bedrijven gerealiseerd. Het gemiddeld aantal motorvoertuigen per netto ha bedrijventerrein per weekdagetmaal, naar werkmilieutype en vervoerwijze is in onderstaande tabel weergegeven. Type werkmilieu I Gemengd terrein II Distributieterrein
Personenauto 128 135
Vrachtauto 30 35
Totaal 158 170
Voor de berekening wordt uitgegaan van het type gemengd terrein, aangezien de ontwikkeling uitsluitend bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toestaat. Hierdoor bestaat het bedrijventerrein voornamelijk uit lichte moderne industrie en overige (‘modale’) industrie. Ten behoeve van de berekening dient de netto oppervlakte van het bedrijventerrein te worden bepaald. De netto oppervlakte van de uitbreiding, oftewel de grootte van het bouwvlak, bedraagt circa 22.900 m2 (oftewel 2,29 ha). Op basis van 2,29 ha netto terrein bedraagt het aantal voortuigbewegingen (afgerond) per weekdagetmaal: • Personenauto’s (2,29 ha x 128): 294 mvt/etmaal • Vrachtauto’s: (2,29 ha x 30): 69 mvt/etmaal • Totaal: 363 mvt/etmaal De Notelstraat biedt aan de noordzijde voldoende ruimte voor het aanleggen van in- en uitritten. Hierdoor hoeft er geen nieuwe weg aangelegd te worden met betrekking tot de ontwikkeling. De bestaande infrastructuur (Notelstraat) is geschikt om een dergelijke toename op te vangen.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|15
Parkeren Het parkeerbeleid voor de gemeente Hilvarenbeek is gebaseerd op het Parkeerbeleidsplan 20152020 gemeente Hilvarenbeek. In de bestaande situatie zijn geen parkeerplaatsen aanwezig. De parkeerbehoefte zal per bedrijf verschillend zijn. Parkeren is uitsluitend toegestaan op eigen terrein (voor zowel het personeel als bezoekers). Elk bedrijf zal zelf moeten voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. Zodoende dient op eigen terrein voldoende ruimte vrijgehouden te worden. In de bestemmingsregels is een algemene regel opgenomen waarin voldaan dient te worden aan de parkeernorm volgens het gemeentelijke parkeerbeleid. De van toepassing zijnde parkeernormen zijn als volgt: Werkgelegenheid Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods,opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw
Buitengebied Min Max 2,1 2,6
Aandeel bezoekers 5%
Per 100 m2 bvo
0,8
1,3
5%
100 m2 bvo
1,7
2,2
-
100 m2 bvo
Duurzaamheid Het bedrijventerrein wordt duurzaam ingericht en overlast voor omwonenden wordt zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente Hilvarenbeek houdt de regie in de aanlegfase en bij de toekomstige duurzame ontwikkeling van het bedrijventerrein en werkt hiervoor toelatingseisen uit waarbij zuinig ruimtegebruik leidend is. Een energieneutraal bedrijventerrein in 2030 is de norm. Het dakoppervlak van de bedrijfsgebouwen is constructief geschikt, zodat het beschikbaar kan worden gesteld voor de opwek van energie. Daarbij wordt het plangebied klimaatbestendig ingericht door de realisatie van de landschappelijk ingerichte bufferzone met waterberging en groenstroken aan beide zijdes van het bedrijventerrein. De nieuwe bedrijven sluiten aan bij het bestaande parkmanagement met als doelen terreinbeheer, instandhouding van het bedrijventerrein en duurzaam ruimtegebruik.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|16
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling Met onderhavig bestemmingsplan wordt een basis gelegd om een bestaand bedrijventerrein uit te breiden. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en in aansluiting op een reeds bestaand bedrijventerrein. De uitbreiding leidt niet tot het ontstaan van een nieuw bedrijventerrein. Dit sluit aan op het tweede hoofddoel uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI): duurzaam economisch groeipotentieel. Daar heeft het planvoornemen, wegens de schaal van de ontwikkeling, nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Het planvoornemen is niet in strijd met opgaven van nationaal belang. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau.
Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Deze normstelling stelt dat provincies en gemeenten rijksbeleid dienen te laten doorwerken in de lokale ruimtelijke besluitvorming. Deze is concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|17
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 november 2011 in werking getreden. Beoordeling Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de relatief kleine schaal van onderhavig plan (vestiging van maximaal 7 bedrijven), heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. In het Barro zijn geen regelingen opgenomen die betrekking hebben op het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen.
De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is herzien en per 1 juli 2017 is de ‘Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Toetsing Het planvoornemen voorziet in de uitbreiding van een reeds bestaand bedrijventerrein ten noorden van de kern Esbeek. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van circa 4 hectare, waarbij in totaal plaats is voor maximaal 7 bedrijven. Bij het toevoegen van bebouwing, ligt de ondergrens ‘in beginsel’ bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Indien sprake is van een grotere toevoeging, dan wordt het voornemen beschouwd als ‘stedelijke ontwikkeling. Onderhavig voornemen voorziet in het mogelijk maken van een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is het noodzakelijk de behoefte te onderbouwen.
Kwalitatieve behoefte Momenteel is het plangebied grotendeels onbebouwd en in gebruik voor agrarische doeleinden. De bedrijfsactiviteiten op deze gronden worden echter beëindigd, waardoor deze dreigen ongebruikt te blijven. De locatie wordt herbestemd, waardoor de gronden binnen het plangebied niet ongebruikt blijven. Volgens de Interim Omgevingsverordening ligt het plangebied binnen ‘bestaand stedelijk gebied’ en dat is het eerste type gebied waar naar gekeken wordt bij nieuwe verstedelijkingsmogelijkheden (zoals de ontwikkeling van een bedrijventerrein). Verder sluit het plangebied naadloos aan op de al bestaande infrastructuur. De toegangsweg, leidingen en nutsvoorzieningen voor reeds bestaande bedrijven liggen er al.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|18
Daarnaast ziet de gemeente Hilvarenbeek een eventuele toekomstige ontwikkeling als afronding van het bedrijventerrein als kans om het ruimtelijk karakter op deze plek te verbeteren. Deze locatie is een belangrijke entree voor de kern Esbeek. Door middel van de landschappelijk ingepaste bufferzone wordt deze entree gecreëerd. Aan de noordkant van de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt een robuuste groenstrook aangelegd van minimaal 50 meter. Vervolgens krijgt de eerste kavel aan de Esbeekseweg vanwege de zichtlocatie een kwalitatief goede stedenbouwkundige inpassing met een groenzone van minimaal 10 meter vanaf het fietspad. Zodoende wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van de entree verbeterd. Kwantitatieve behoefte De gemeente Hilvarenbeek is voornemens een bedrijventerrein van drie hectare te ontwikkelen voor bedrijven in de milieucategorie 3.1 en 3.2. Enkele jaren geleden heeft de provincie NoordBrabant een prognose op laten stellen voor de behoefte aan bedrijventerrein en kantoren. Gecombineerd met de veranderde marktomstandigheden is een nieuwe inschatting van de ruimtevraag wenselijk om daarmee de regionale afspraken te gaan actualiseren. Uit de prognose is geconcludeerd dat er kwantitatief voldoende hard aanbod is om de verwachte uitbreidingsvraag t/m 2030 in het lage en midden scenario te faciliteren.
In het hoge scenario is sprake van een aanzienlijk tekort in het aanbod in voornamelijk de regio Midden-Brabant. De ontwikkelbehoefte is in januari 2020 nogmaals in beeld gebracht en hieruit kan geconcludeerd worden dat de ontwikkelbehoefte voor drie hectaren nog steeds actueel is. Uit de prognose blijkt dat er in de regio Midden-Brabant zowel op het gebied van functioneel grootschalig al functioneel klein tot middelgroot een tekort is aan hard planaanbod. In het regionaal afsprakenkader ‘vraaggericht ontwikkelen bedrijventerreinen 2020 – 2024’ zijn deze hectares opgenomen onder de locatie Mierbeek-Noord. Los van de locatiekeuze is ook van belang dat het planvoornemen voldoet aan de (9) voorwaarden voor vraaggericht ontwikkelen zoals geformuleerd in de regionale afspraken van het Afsprakenkader bedrijventerreinen HvB 2020-2024. Het planvoornemen wordt getoetst aan de opgenomen voorwaarden: 1. Een bekende eindgebruiker of een intermediair met een bekende eindgebruiker; 2. Die bereid is om een intentieovereenkomst te tekenen voor een locatie tegen de daar geldende marktprijzen; 3. Aantoonbaar kan maken dat hij voor de aankoop van de grond en voor het te realiseren bedrijfsgebouw de benodigde financiering heeft of kan krijgen; 4.
Waarbij als enige ontbindende voorwaarde geldt het binnen het vooraf afgesproken tijdpad beschikbaar komen van de locatie (op basis van proceduretijden zoals gebruikelijk voor de planningsfase van de locatie); 5. En waarvoor bij aanvang duidelijk is dat redelijkerwijs niet op bestaande bedrijventerreinen of bouwrijpe gronden ruimte geschikt is; 6. Bij de grondaankoop (of wijziging bestemmingsplan als ruimtevragende partij in eigen beheer en op eigen risico ontwikkelt) borgen bedrijf en gemeente aan de voorkant dat na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning binnen een vooraf te bepalen periode de ontwikkeling is gerealiseerd. Indien dat niet gebeurd is, dan heeft de gemeente een recht van terugkoop of wordt de bedrijfsbestemming weer omgezet naar de oorspronkelijke bestemming, waarbij het recht op planschade komt te vervallen. Binnen de gemeente Hilvarenbeek zijn meerdere lokale bedrijven gevestigd waar momenteel geen ruimte aanwezig is voor groeimogelijkheden.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|19
Voor bedrijven binnen milieucategorie 3 is er op dit moment namelijk, vanwege gebrek aan ruimte, geen mogelijkheid aanwezig om te vestigen binnen de reeds bestaande bedrijventerreinen. De verplaatsing van de lokale bedrijven naar de uitbreidingslocatie de Mierbeek-Noord zorgt voor perspectief in een adequate huisvestingsoplossing en er wordt vraaggericht ontwikkeld. Daarbij hebben de geïnteresseerde bedrijven grotendeels al invulling gegeven voor het perceel dat achtergelaten wordt. Bovendien zijn de te ontwikkelen percelen in sommige gevallen tevens uitbreidingslocaties voor een deel van het reeds bestaande bedrijf. Hierdoor wordt tevens aandacht besteed aan een eventuele ontwikkeling van de achter te laten percelen. Verder worden er tussen de gemeente en de eindgebruikers overeenkomsten opgesteld, waardoor de zaken zoals opgenomen onder lidnummers 2 t/m 6 van de voorwaarden zijn geborgd. Daarnaast vraagt de regio een extra inspanning op het gebied van duurzaamheid en indien de inzet van arbeidsmigranten benodigd is dat eindgebruiker aantoonbaar kan voorzien in de huisvesting van deze arbeidsmigranten. 7. Energieneutraliteit op bedrijfsniveau is uitgangspunt. 8. Het dakoppervlak van bedrijfsgebouw wordt, waar mogelijk, beschikbaar gesteld voor de opwek van energie. 9. In het geval van inzet van arbeidsmigranten is aantoonbaar voorzien in adequate huisvesting.
De realisatie van nieuwbouw is een uitgelezen kans om over te stappen op het gebruik van duurzame energie. De bedrijfsgebouwen worden zonder gasaansluiting opgeleverd en het uitgangspunt is om de nieuwbouw volledig energieneutraal te maken. Het dakoppervlak van de bedrijfsgebouwen is constructief geschikt, zodat het beschikbaar kan worden gesteld voor de opwek van energie. Verder leidt onderhavig planvoornemen naar verwachting niet tot de inzet van arbeidsmigranten. Tenslotte is in het PoHo Fysiek in Hart van Brabant, na ambtelijke instemming op 29 september 2021, de ontwikkeling van Mierbeek-noord op groen gezet binnen het afsprakenkader vraaggericht ontwikkelen bedrijventerreinen. Hiermee is het vraaggericht ontwikkelen en lokale behoefte aangetoond. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijn doelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|20
De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave. Het gaat om de volgende hoofdopgaven: • Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie • Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant • Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad • Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte.
De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Ten aanzien van bedrijventerrein is de volgende regeling opgenomen onder duurzame stedelijke ontwikkeling: Artikel 4.55 lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het omgevingsplan regels over: a. Een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. Het tegengaan van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waarvan in ieder geval sprake is bij: 1. Bedrijfswoningen; 2. Bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden, tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3.
Voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|21
Onderhavig bestemmingsplan bevat regels welke betrekking hebben op de maximale toegestane milieucategorie en de maximale kavelgrootte per aanwezig bedrijf. Daarbij worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt welke het effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken. Daarnaast valt het plangebied volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Bescherming Natura 2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Landelijk gebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Stalderingsgebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Landelijke kern (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Landelijk gebied (Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied); • Gemengd landelijk gebied (Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied); • Stalderingsgebied (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen); • Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid,
-berging); • Normen wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); Stedelijke gebied (art. 3.42) Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f) draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|22
Onderhavig planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor werken grotendeels binnen bestaand stedelijk gebied. Aan de noordzijde ligt een deel van het plangebied buiten bestaand stedelijk gebied. Door middel van toepassing van artikel 6.2 IOV heeft GS ingestemd met een herbegrenzing van het stedelijk gebied. De herbegrenzing is inmiddels verwerkt in de Interim Omgevingsverordening.
Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, weergave Stedelijk gebied
Onderbouwing herbegrenzing stedelijk gebied In het kader van de besluitvorming over toepassing artikel 6.2. IOV (herbegrenzing stedelijk gebied) is een onderbouwing voor het verzoek tot herbegrenzing stedelijk gebied opgesteld, gebaseerd op de lagenbenadering (artikel 3.7 IOV). Dit verzoek is als bijlage 11 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Kwaliteitsverbetering van het landschap (art. 3.9) Het plangebied ligt grotendeels binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor de regeling Kwaliteitsverbetering landschap voor dit gedeelte niet noodzakelijk is. Aan de noordzijde ligt een gedeelte buiten het bestaand stedelijk gebied. Voor dit gedeelte is de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap wel van toepassing. In de Werkafspraken van de Regio Hart van Brabant is een regeling opgenomen dat bij ‘Planmatige stedelijke ontwikkelingen’, zoals bedrijventerreinen, woongebieden, sportterreinen, infrastructuur wordt uitgegaan van een minimum bijdrage per m 2 uit te geven grond (gelegen buiten bestaand stedelijk gebied). De minimum bijdrage is 1% van de uitgifteprijs. De uitgeefbare gronden buiten het bestaand stedelijk gebied hebben een oppervlakte van ca. 5.758 m2. Voor de uitgifteprijs wordt uitgegaan van een bedrag van € 180,-/m2. De bijdrage van 1% van de uitgifteprijs komt neer op een bedrag van € 10.364,40.
Dit bedrag wordt besteed aan de aanleg en onderhoud van de robuuste groenzone van ca. 17.000 m 2. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De aanleg en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsplanregels.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|23
Landschappelijk inpassingsplan
Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Als onderdeel van de planontwikkeling wordt een brede en robuuste groenzone aangelegd, om de overgang van het bedrijventerrein naar het landschap vorm te geven. Een groot deel van deze groenzone met de bestemming Natuur kan gezien als onderdeel van de inpassing van de planontwikkeling zelf. De waterbeging en de groene inpassing van de achterzijde van de kavels kunnen gezien worden als onderdeel van de planontwikkeling. Er worden echter ook aanvullende maatregelen genomen, die een extra fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit bieden: • aanleg stevige groenrand met onderbegroeiing, minimaal 5 meter breed, totaal ca. 1.600 m2 • solitaire bomen aan westrand; • aanleg openbaar wandelpad (extensieve recreatie) • aanleg openbare zitgelegenheden (extensieve recreatie).
Deze aanvullende landschapselementen en voorzieningen voor extensieve recreatie betreffen de vereiste investering in de landschappelijke kwaliteit.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|24
Investering aanleg en beheer landschapselementen Aanleg en beheer landschapselementen Oppervlakte Kosten aanleg, (m2) norm per eenheid Nieuwe 1.600 m2 € 1,87/stuk houtsingel (64 planten per are: 1.024 planten) Solitaire bomen Ca. 6 stuks € 72,74 /stuk Zitbank (extensieve recreatie) Wandelpad (extensieve recreatie) Totaal
3
Kosten aanleg
€ 1.914,88
€ 436,44
Kosten beheer 1 jaar, norm per eenheid € 1775,02 / ha/jr
Kosten beheer 10 jaar
Investering
€ 2.840,03
€ 4.754,91
€ 65,52 / boom
€ 393,12
€ 829,56
€ 380,00
€ 1.140,00
500 m1
€ 1,12/m
€ 5.600,00
€ 12.324,47
De investering in de aanleg en beheer van landschapselementen bedraagt € 12.324,47. Dit bedrag is hoger dan de berekende vereiste investering van € 10.364,40. Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied (art. 4.4) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Het plangebied is bestemd ten behoeve van de doeleinde bebouwing, waardoor rekening gehouden dient te worden met een norm van een overstromingskans op 1/100 per jaar. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit, ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. De waterbeheerder geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. In paragraaf 5.11 wordt nader ingegaan op het aspect ‘water’.
Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen en vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2). Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
€ 5.600,00
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|25
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. Het plangebied is op de kaart van de Structuurvisie voor Hilvarenbeek aangewezen als ‘buitengebied’. Daarbij is het plangebied tevens binnen de zonering Esbeek aangegeven als opknapzone. Voor de gebieden aangewezen als ‘opknapzone’ is het volgende geformuleerd: Deze zone, grofweg gelegen aan de noordrand van De Mierbeek is gelegen buiten de zone die in de uitwerking van het streekplan " Uitwerkingsplan Hilvarenbeek- Oisterwijk" van 21 december 2004 aangeduid is als "transformatie afweegbaar". De gemeente Hilvarenbeek ziet een eventuele toekomstige ontwikkeling als afronding van het bedrijventerrein als kans om het ruimtelijk karakter op deze plek te verbeteren.
Deze locatie is een belangrijke entree voor de kern Esbeek. Het voornemen voorziet in de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek, waarbij de noordzijde landschappelijk wordt ingepast. Hierdoor kan de ontwikkeling gezien worden als afronding van het bedrijventerrein. Door de landschappelijke inpassing aan de noordzijde van het plangebied wordt het ruimtelijk karakter verbeterd en biedt het de mogelijkheid om de entree voor de kern Esbeek ruimtelijk te versterken. Hiermee sluit het voornemen aan op het beleid wat is gegeven voor dit gebied. De Structuurvisie Hilvarenbeek 2010 is echter verouderd. Momenteel wordt gewerkt aan een vervangende Omgevingsvisie. Gemeentelijk verkeersplan 2013-2022 Op 21 maart 2013 is het Gemeentelijk Verkeersplan 2013-2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In het Gemeentelijk verkeersplan staat het gemeentelijk verkeersbeleid beschreven voor de periode 2013 – 2022. Dit beleid gaat over verkeersveiligheid, parkeren, fiets en openbaar vervoer. Met aandacht voor verkeersveiligheid en leefbaarheid wordt er ingezet op een goede bereikbaarheid van de kernen onderling en naar het hoofdwegennet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er aandacht voor de bereikbaarheid en een goede afwikkeling van het (eventuele) extra verkeer over de bestaande wegen. Kader hiervoor is CROW publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.
Ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld op verkeersveiligheidsaspecten, zodat tijdig maatregelen hiervoor getroffen kunnen worden. De beoordeling van planologische wijzigingen gebeurt op basis van de rekenmethode (parkeerbalans) uit de parkeernormennota. Het college kan hiervan afwijken, indien bijvoorbeeld de parkeerbehoefte niet op eigen terrein opgelost kan worden en in de openbare ruimte voldoende parkeergelegenheid aanwezig is.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|26
Toetsing Met voorliggend bestemmingsplan wordt de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Mierbeek mogelijk gemaakt. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van circa 4 hectare, waarbij in totaal plaats is voor maximaal 7 bedrijven. In paragraaf 3.2 is de onderbouwing voor het verkeer en parkeren met betrekking tot deze ontwikkeling nader uitgewerkt. Uiteindelijk zal de ontwikkeling moeten voldoen aan de parkeerregeling zoals opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Het betreft een algemene regel opgenomen om het benodigd aantal parkeren juridisch te borgen. Het bestemmingsplan is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in het Gemeentelijk verkeersplan. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|27
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Inleiding
Op grond van het bepaalde in het ‘Besluit ruimtelijke ordening’ (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieu hygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.2
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|28
Uitsnede archeologische beleidskaart, plangebied rood omlijnd
Het plangebied ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek grotendeels in een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 4) en deels in een middelhoge/onbekende archeologische verwachting (categorie 5). Binnen categorie 4 dient onderzoek plaats te vinden wanneer de bodemingrepen een oppervlakte hebben van groter dan 500 m2 en de ingreep dieper gaat dan 50 cm. Voor categorie 5 is een ondergrens opgenomen van een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm. Onderhavig planvoornemen voorziet in ingrepen welke groter zijn dan de gestelde ondergrens, waardoor een archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Op 9 september 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd (toegevoegd als bijlage 2) aan de Mierbeek-Noord te Esbeek (gemeente Hilvarenbeek). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit onderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord.
Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek in een zone van hoge archeologische verwachting (beleidscategorie 4 en 5). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 centimeter beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Uit de resultaten van het bureauonderzoek kan gesteld worden dar er voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden.
NL.IMRO.0798.BPMierbeekNoord-VG01
Bestemmingsplan De Mierbeek-Noord, Hilvarenbeek
|29
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het westelijk deel van het plangebied bestaat uit deels intacte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting ter plaatse van Type-I boringen (hoog voor laat-paleolithicum –vroege middeleeuwen en laag voor late middeleeuwen - nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. De bodemopbouw ter plaatse van Type II -boringen bestaat uit een AC-profiel. De top van bodem is ter plaatse van deze boringen niet meer in oorspronkelijke vorm aanwezig. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is veelal scherp. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars niet meer intact is. Om deze redenen wordt de verwachting voor de periode laat-paleolithicum – mesolithicum bijgesteld van middelhoog naar laag. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0 - 45 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn.