Bindend Advies Bopa Tongerloseweg 16 (3 concept onderbouwing EFTAL)
Tekst van het document
4.9.2 Toets In de omgeving van het project is geen sprake van de aanwezigheid van activiteiten met gevaarlijke stoffen en daarbij behorende risicocontouren. In onderstaande figuur is een uitsnede van de kaart Veilige omgeving weergegeven waarop blijkt dat er geen sprake is van risicovolle activiteiten in de omgeving. Het besluitgebied is met een rode cirkel aangeduid.
Figuur 30: Uitsnede kaart Veilige leefomgeving waarop de ligging van het besluitgebied is aangeduid, Register Externe Veiligheid, 2024
In de omgeving van het projectgebied vinden geen milieubelastende activiteiten plaats.
Pagina 60 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Er vindt tevens geen vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, spoor, water of buisleidingen plaats. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart met de ligging van het projectgebied ten opzichte van routes die zijn aangeduid als risicovol in het kader van vervoer van gevaarlijke stoffen. Het besluitgebied is met een blauwe cirkel aangeduid.
Figuur 31: Uitsnede kaart met risicokaart ongevallen met gevaarlijke stoffen
Het projectgebied is dan ook niet binnen een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied gelegen. Tevens ligt de locatie buiten een invloedsgebied voor vervoer van gevaarlijke stoffen. De bestaande bedrijfswoning binnen het projectgebied betreft een beperkt kwetsbaar gebouw. De beoogde bedrijfsactiviteiten (opslag en bedrijfsunits) betreffen geen gevoelige functie en tevens geen milieubelastende activiteit. Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het projectvoornemen.
Pagina 61 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.10.1 Wettelijk kader Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met cultureel erfgoed. In de Omgevingswet wordt cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving als volgt afgebakend: ‘monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet'. Onder 'ander cultureel erfgoed’ gaat het zowel om roerend erfgoed (‘cultuurgoederen’) als om immaterieel cultureel erfgoed voor zover dat aan een specifieke plek gebonden is. De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. In het Bkl staan hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze regels gaan over: -
ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten verplaatsing van beschermde monumenten gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand aantasting van de omgeving van een beschermd monument aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen conserveren en in stand houden van archeologische monumenten/
De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Bkl. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Om een goede uitvoering te geven aan deze bevoegdheden en de bijbehorende verantwoordelijkheden hebben de meeste gemeenten archeologiebeleid ontwikkeld.
4.11 Toets 4.11.1.1 Archeologie De gemeente Hilvarenbeek heeft een archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de hele gemeente vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart zijn de bekende archeologische resten en verwachtingszones voorzien van beleidsuitgangspunten. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van deze kaart rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart met archeologische waarden waarop de ligging van het projectgebied is aangeduid met een rode cirkel.
Pagina 62 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Figuur 32: Uitsnede archeologische kaart
Het projectgebied is aangeduid is aangeduid als gelegen in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarden. Voor gebieden waar bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven óf archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van de verstoring. Voor het besluitgebied gelden ondergrenzen van 500 m² met een diepte van maximaal 50 centimeter. Wanneer ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden, is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om een vergunning te verlenen of de functie te wijzigen. Er hoeft dan ook geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wél worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren. Pagina 63 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Binnen het projectgebied vindt geen bodemverstoring plaats. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is dan ook niet aan de orde voor dit plan. 4.11.1.2 Cultuurhistorie Op 26 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek de ‘Cultuurhistoriekaart’ vastgesteld. Deze gemeentelijk grondgebied dekkende kaart met bijbehorend rapport bevat een inventarisatie van diverse ‘cultuurhistorische elementen’ binnen de gemeente. Op 14 november 2013 is een aangepaste versie van deze ‘Cultuurhistoriekaart’ door de gemeenteraad vastgesteld. Het primaire doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige bovengrondse erfgoed in de gemeente. Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van de cultuurhistorische waardenkaart waarop de ligging van het projectgebied is aangeduid met de rode cirkel.
Figuur 33: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart waarop de ligging van het projectgebied is aangeduid met een rode cirkel
Pagina 64 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
In de omgeving van het projectgebied is geen sprake van de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden die worden aangetast met deze ontwikkeling. De weg ‘Tongerloseweg’ is aangeduid als weg die voor 1840 aanwezig was. De functiewijziging binnen het projectgebied tast deze waarden niet aan. Binnen het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.
Pagina 65 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
4.12 Bodem 4.12.1 Wettelijk kader Het aspect bodem(kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Bij het afwijken van het omgevingsplan dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet) en uitvoering is gegeven aan de instructieregels vanuit het Rijk (paragraaf 5.1.4.5 Bkl) en de provincie. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het besluitgebied is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar Omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden.
4.12.2 Toets Dit plan voorziet in het omzetten van een agrarische functie naar een bedrijfsfunctie. De varkensstal wordt omgezet naar drie bedrijfsunits en statische opslag. Er is hierbij geen sprake van een omzetting naar een ‘gevoeligere’ functie. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek is dan ook niet aan de orde. De bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf blijft ongewijzigd behouden als bedrijfswoning bij het niet-agrarisch bedrijf. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 66 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
4.13 Bedrijven en activiteiten 4.13.1 Wettelijk kader Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. Om te onderzoeken of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn de bedrijven in de omgeving van het besluitgebied geïnventariseerd en is uitgegaan van de huidige toegestane richtafstanden van deze bedrijven op basis van de nu toebedeelde milieucategorieën.
4.13.2 Motivering De ontwikkeling voorziet in een omzetting van een agrarisch bedrijf naar een bedrijf met statische opslag en drie bedrijfsunits van maximaal milieucategorie 2. De statische opslag betreft een relatief kleine uitbreiding binnen bestaande bebouwing. Er is reeds 3.000 m² aan statische opslag aanwezig en vergund. In de huidige situatie vinden er activiteiten ten behoeve van de bestaande intensieve veehouderij en statische opslag plaats. Voor bedrijfsactiviteiten van maximaal milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Binnen deze richtafstand zijn geen gevoelige gebouwen gelegen. Er wordt zodoende voldaan aan de richtafstand. Het meest dichtbij gelegen gevoelige gebouw ligt aan de overzijde van de Tongerloseweg. Dit betreft de woonfunctie Tongerloseweg 13. De afstand tussen deze woonfunctie en de bedrijfsactiviteiten binnen het projectgebied betreft minstens 55 meter. De afstand tussen de bedrijfsactiviteiten en de Gezien de huidige activiteiten binnen het projectgebied, de kleinschalige aard van de toekomstige activiteiten en de afstand tot het meest dichtbij gelegen gebouw is met onderhavig project sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor het projectvoornemen.
Pagina 67 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
5
Participatie
De initiatiefnemer heeft onderhavig initiatief eerst getoetst bij het college van burgemeester en wethouders van gemeente Hilvarenbeek door een principeverzoek in te sturen. Op 16 april 2024 heeft de gemeente per brief haar principemedewerking voor onderhavig project verleend. Vervolgens heeft initiatiefnemer de omgeving geïnformeerd en heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Dit vond plaats door een participatieavond over dit plan. De bedrijfslocatie is een piekbelaster en er wordt reeds jaren geuroverlast door de omgeving ervaren bij bedrijfsvoering van het bedrijf als varkenshouderij. Voor de participatieavond zijn eigenaren van de adressen aan , Tongerloseweg 11, Tongerloseweg 12, Tongerloseweg 12a, Tongerloseweg 13 Tongerloseweg 14, Tongerloseweg 18 en Tongerloseweg 18a uitgenodigd en gekomen. Uit het gesprek kwamen positieve reacties naar voren, zoals de waardering voor het verdwijnen van de stankoverlast van de vleesvarkensstal en het plan om de stal op een duurzame manier te hergebruiken. De buurtbewoners waren tevreden dat zij de gelegenheid kregen om mee te denken en zich uit te spreken over het idee maar waren vooral blij dat ze geïnformeerd werden. Uiteindelijk gaven zij allen aan akkoord te gaan met het voorgestelde plan. Een verslag van deze omgevingsdialoog wordt als bijlage aan deze motivering toegevoegd.
Pagina 68 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
6
Financiële haalbaarheid
6.1
Wijze van bekostiging
In tegenstelling tot de Wet (en het Besluit) ruimtelijke ordening geldt onder de Omgevingswet dat een gemeenteraad bij het toekennen van functies aan locaties niet meer aannemelijk hoeft te maken dat die ontwikkeling (financieel) uitvoerbaar is. In haar omgevingsplan wordt door de gemeente aangegeven dat een functie op een bepaalde locatie kan komen, dat minder verstrekkend is. Enkel behoeft te worden gemotiveerd dat een ontwikkeling in beginsel mogelijk is (‘niet evident onuitvoerbaar’). Pas als zich een concreet initiatief aandient dat past binnen de in het omgevingsplan toebedeelde functie, moet worden onderzocht hoe dat op een aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd.
6.2
Kostenverhaal
Op grond van Omgevingswet (afdeling 13.6 Ow) zijn overheden verplicht om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Indien sprake is van een ontwikkeling op eigendomsgronden van de overheid zelf, is het kostenverhaal verzekerd en zijn daartoe geen overeenkomst of kostenverhaalsregeling aan de orde. Is sprake van een ontwikkeling die niet op eigendomsgronden van de overheid is gelegen, is het uitgangspunt van de overheid om middels het sluiten van een anterieure overeenkomst het kostenverhaal te verzekeren. Dit is mogelijk op grond van artikel 13.13 Ow. Indien de onderhandelingen over deze overeenkomst succesvol zijn, kan overgegaan worden tot het afwijken van het omgevingsplan en vinden betalingen plaats op grond van de gemaakte afspraken. De initiatiefnemer sluit een anterieure overeenkomst met de gemeente over kostenverhaal van dit plan.
6.3
Nadeelcompensatie
Nadeelcompensatie is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid. In afdeling 15.1 van de Omgevingswet wordt een aantal besluiten of maatregelen aangewezen die als oorzaak van de schade kunnen optreden. Aangewezen zijn besluiten of maatregelen die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten, of die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De belangrijkste schadeveroorzakende besluiten zijn: het omgevingsplan, een omgevingsvergunning, een projectbesluit voor realisatie van een project van het Rijk, provincie of waterschap, en rechtsreeks werkende regels in een verordening van provincie of waterschap. Alleen schade veroorzaakt door die besluiten of maatregelen komt voor vergoeding in aanmerking. De schade moet redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de schadeoorzaak. De schade moet: -
het rechtstreekse gevolg zijn van het besluit of de maatregel. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of aanleg van een weg, of
Pagina 69 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
-
het gevolg zijn van de feitelijke uitvoering van de activiteit. Bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting. De schade kan ook het gevolg zijn van een activiteit, die pas later zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld schade door grondwateronttrekking kan zich jaren later openbaren.
Bij de vraag of de schade moet worden vergoed, en zo ja hoeveel, speelt een aantal factoren een rol. Het moet gaan om schade die boven het normaal maatschappelijk risico (4%) uitsteekt. Bovendien moet de schade de aanvrager onevenredig treffen ten opzichte van anderen. Dit plan betreft functiewijziging van een agrarisch bedrijf, een intensieve veehouderij, naar een niet agrarisch bedrijf waarbij bestaande bebouwing wordt herbenut voor bedrijfsactiviteiten. De wijziging betreft een toename van statische opslag met een omvang van 555 m² en toename van bedrijfsactiviteiten met een omvang van 1.035 m². Indien nadeelcompensatie aan de orde blijkt, dan is de aard en omvang van de ontwikkeling dusdanig kleinschalig dat de eventuele nadeelcompensatie niet leidt tot onuitvoerbaarheid van het plan. Indien nadeelcompensatie aan de orde is, dan wordt deze door de initiatiefnemer vergoed .
Pagina 70 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
7
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Deze ontwikkeling is passend op de betreffende locatie. Nadat principemedewerking is verleend en de omgevingsdialoog is gevoerd, is deze motivering opgesteld. Aangetoond is dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aan locaties. Het initiatief is niet in strijd met de milieuaspecten en is ook niet in strijd met het beleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant, waterschap De Dommel en de gemeente. Kortom is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 71 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
8
Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan
Voor deze buitenplanse omgevingsplan activiteit wordt een vergunning verleend. De motivering moet uiteindelijk opgenomen worden in het omgevingsplan. De bestemming ‘Agrarisch’ en de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch – 17’ en ‘intensieve veehouderij’ worden dan verwijderd van de locatie. De functie ‘Bedrijf’ moet worden toegevoegd op locatie. Er is sprake van een bedrijfsfunctie waarbinnen maximaal activiteiten van milieucategorie 2 zijn toegestaan. Daarbij is sprake van opslag met een omvang van in totaal 3.355 m² en bedrijfsactiviteiten in maximaal drie units met een omvang van gezamenlijk 1.035 m². De bedrijfswoning blijft ongewijzigd behouden als bedrijfswoning. De bouwvlakken liggen rondom de bebouwing. Een deel van de projectlocatie wordt omgezet naar groen- en bosfunctie. De gemeente zorgt ervoor dat deze motivering met een wijziging van het omgevingsplan wordt opgenomen. Hieronder de plankaart, zodat de gemeente Hilvarenbeek deze kan verwerken in het omgevingsplan.
Figuur 34: Uitsnede beoogde verbeelding projectgebied
Voordat het besluit tot verlening van de vergunning is genomen wordt de vergunning voor het houden van dieren ingetrokken. Navolgende voorwaarden maken onderdeel uit van de vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. -
Slechts specifieke bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 2) zijn toegestaan, tot een maximale gezamenlijke omvang van 1.035 m²; Buitenopslag is niet toegestaan; Pagina 72 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
-
-
De kwaliteitsverbetering van het landschap, waaronder ook de aanleg van het bos in de directe omgeving van de bedrijfslocatie, zoals opgenomen in dit plan dit te worden aangelegd binnen één jaar na verlening van de vergunning en dient duurzaam in stand te worden gehouden. Sloop van de akkerbouwloods met een omvang van 235 m² binnen 6 maanden nadat de omgevingsvergunning is verleend.
Pagina 73 van 74
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Bijlage: Onderzoeken Bijlage 1:
Berekening landschapsinvesteringsregeling
Bijlage 2:
Stikstofnotitie
Bijlage 3:
Omgevingsdialoog
Pagina 74 van 74