Bindend Advies Bopa Notelstraat 39 (3 concept onderbouwing EFTAL)
Tekst van het document
4.10.3 Conclusie Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Pagina 26 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
4.11 Verkeersgeneratie,- afwikkeling & (fiets)parkeren 4.11.1 Wettelijk kader In de gemeente Hilvarenbeek vigeert het Paraplubestemmingsplan Parkeren Hilvarenbeek 2018, zoals vastgesteld op 8 november 2018. Het Paraplubestemmingsplan is onderdeel van het tijdelijk Omgevingsplan. Het paraplubestemmingsplan biedt de mogelijkheid het huidige Parkeerbeleidsplan 2015-2020 en diens rechtsopvolger(s) in de geldende bestemmingsplannen in te passen. Derhalve dient de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling getoetst te worden aan het Parkeerbeleidsplan 2015-2020. De toekomstige verkeersgeneratie wordt bepaald middels de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’.
4.11.2 Uitkomst onderzoek Verkeersgeneratie Het planvoornemen betreft de uitbreiding van de bestaande bedrijfsloods van de ter plaatse gevestigde deurtechniek-specialist. De uitbreiding van de bedrijfsloods dient als opslag voor het materiaal en materieel van het bedrijf. De werkzaamheden van de deurtechniek-specialist vinden voornamelijk plaats op een externe locatie, waardoor het planvoornemen niet leidt tot een onevenredige toename van verkeersbewegingen. Het bedrijf wordt ook niet gekenmerkt als detailhandel of een andere activiteit waarbij een grote verkeersgeneratie ontstaat vanuit klanten. Parkeren Het planvoornemen betreft de uitbreiding van de bestaande bedrijfsloods van de ter plaatse gevestigde deurtechniek-specialist. De uitbreiding van de bedrijfsloods dient als opslag voor het materiaal en materieel van het bedrijf. De werkzaamheden van deurtechniek-specialist vinden voornamelijk plaats op een externe locatie, waardoor het planvoornemen niet leidt tot extra parkeerbehoefte in de vorm van personeelsleden. Het bedrijf wordt ook niet gekenmerkt als detailhandel of een andere activiteit waarbij een grote parkeerbehoefte ontstaat vanuit klanten. Gezien het karakter van het planvoornemen en de invulling van de bedrijfsloods in de toekomstige situatie wordt geen wijziging in parkeerdruk verwacht. Naar verwachting biedt de huidige situatie voldoende parkeerruimte.
4.11.3 Conclusie Vanuit het aspect verkeersgeneratie,- afwikkeling & (fiets)parkeren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.12 Weging waterbelang 4.12.1 Wettelijk kader Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.
Pagina 27 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Nationaal waterprogramma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 – 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Regionaal Water- en Bodemprogramma (RWP) 2022-2027 Op 22 december 2021 is het nieuwe Regionaal Water- en Bodem Programma in werking getreden. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen.
Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen: •
•
• • •
Voldoende water - voldoende water betekent: niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. Schoon water - schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging en het beschermen van diepe grondwatervoorraden. Veilig water - veiligheid tegen hoogwater in het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem. Vitale bodem - vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit. Klimaatadaptatie - aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid.
Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap De Dommel Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal beleidsuitgangsprincipes ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Daarnaast wordt er in het Waterbeheersplan 2022-2027 ingespeeld op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: • • •
Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Een goede regulatie van het beschikbare water is hierin belangrijk; Schoon water: dit behelst het voorkomen dat relatief schoon regenwater vermengd raakt met “vies” water waardoor het onbruikbaar is voor hergebruik.
Pagina 28 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Waterschapsverordening Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is bij de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid; 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) X gevoeligheidsfactor X 0,06 (in m²); 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Gemeentelijk beleid Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (vGRP) beschrijft de invulling van de zorgplichten en de onderliggende visie op het stedelijk waterbeheer. Voorzieningen ten behoeve van rioleringen zijn doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk.
Zonder afvoer van afvalwater uit de directe leefomgeving, bestaat in dichtbevolkte gebieden een reëel gevaar voor de volksgezondheid en het milieu. Verder zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollig hemelwater wat belangrijk is voor een veilige en bewoonbare leefomgeving. De gemeente heeft vanuit het Rijk drie zorgplichten meegekregen: • • •
De zorgplicht voor afvalwater; De zorgplicht voor hemelwater; De zorgplicht voor grondwater.
Watertoets De ´Watertoets´ is een instrument dat ervoor zorgt dat water genoeg aandacht krijgt in ruimtelijke plannen. Met dit instrument komt de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een vroegtijdig stadium in contact met Waterschap de Dommel. De watertoets is verplicht voor nieuwe plannen in ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen, projectbesluiten en partiële herzieningen.
Pagina 29 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
4.12.2 Uitkomst onderzoek Oppervlaktewater Onderhavig projectgebied is gelegen aan de Notelstraat 39 te Esbeek. Het projectgebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van waterschap De Dommel. Aan de noordwestzijde van het projectgebied grenst A-watergang RS333. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Legger van het waterschap opgenomen.
Uitsnede legger waterschap De Dommel (projectgebied rood omkaderd)
Hemelwater Het projectgebied bestaat in de huidige situatie uit bebouwing, oppervlakteverharding en voor een klein gedeelte uit groen. Ter plaatse van de bebouwing wordt het hemelwater gedeeltelijk afgevoerd via het bestaande rioleringsstelsel (hemelwaterafvoer) en gedeeltelijk via inzijging en verdamping (plat dak, afvoer via brievenbusopeningen en oppervlakteverharding). Ter plaatse van de oppervlakteverharding wordt het hemelwater afgevoerd middels inzijging en verdamping. Hemelwater ter plaatse van het kleine gedeelte groen wordt afgevoerd middels het grondwater. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd via het reeds aanwezige rioolstelsel. Toekomstige situatie Onderhavig planvoornemen betreft de uitbreiding van de bestaande bedrijfshal aan de Notelstraat 39 te Esbeek. De bestaande bedrijfshal met een oppervlakte van circa 361 m² wordt uitgebreid met een bedrijfshal van circa 633 m². In de toekomstige situatie bedraagt de bedrijfshal een oppervlakte van circa 994 m². Waterkwantiteit De beoogde uitbreiding van de bedrijfshal wordt gerealiseerd ter plaatse van de reeds aanwezige oppervlakteverharding. Omdat de oppervlakteverharding niet toeneemt, zijn compenserende maatregelen niet noodzakelijk.
Pagina 30 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
Oppervlaktewater Onderhavig projectgebied is gelegen aan de Notelstraat 39 te Esbeek. Het projectgebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van waterschap De Dommel. Aan de noordwestzijde van het projectgebied grenst A-watergang RS333. Er vinden geen veranderingen plaats ten opzichte van de bestaande situatie. Hemelwater In de toekomstige situatie wordt het hemelwater ter plaatse van de nieuwe bedrijfshal op dezelfde wijze afgevoerd als het hemelwater in de huidige situatie. Namelijk, gedeeltelijk via hemelwaterafvoeren op het gemeentelijk rioolstelsel en gedeeltelijk door middel van inzijging en verdamping (plat dak, brievenbusopeningen en oppervlakteverharding). Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd via het reeds aanwezige rioolstelsel. Advies Waterschap De Dommel De nieuwbouw blijft buiten de beschermingszone van A-watergang RS333 (1 meter breed aan de zijde van het projectgebied). De nieuwbouw hindert het beheer en onderhoud van de watergang dus niet. Voor de nieuwbouw is geen watervergunning nodig. Het is niet duidelijk of rondom de nieuwbouw verharding aangelegd wordt. Als verharding binnen de beschermingszone komt te liggen, dan gelden hiervoor voorwaarden vanuit de Waterschapsverordening (afdeling 2.19 Verharding). Voldoet de initiatiefnemer aan deze voorwaarden, dan is een watervergunning niet nodig.
Het waterschap heeft geen bezwaar tegen de uitbreiding van het bestaande bedrijfsgebouw aan de Notelstraat 39 in Esbeek. Het gebouw blijft buiten de beschermingszone van de A-watergang. Wel moet de initiatiefnemer rekening houden met het volgende: -
Bij het aanleggen van verhardingen in de beschermingszone gelden voorwaarden uit de Waterschapsverordening.
-
De Waterschapsverordening en het gemeentelijk beleid bevatten regels voor afvoer van regenwater bij toename van verhard oppervlak. Hoe de nieuwbouw hieraan voldoet, is nog niet duidelijk. Dit vraagt nog om verdere toelichting en uitwerking.
4.12.3 Conclusie Vanuit het aspect weging waterbelang is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Pagina 31 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
5 5.1
Participatie Verplichte participatie
5.1.1 Intaketafel/Omgevingstafel PM Intaketafel
5.1.2 Participatie omgeving PM Omgevingsdialoog
5.1.3 Bestuurlijk vooroverleg In het kader bestuurlijk vooroverleg, wordt de BOPA toegezonden aan de volgende overleginstanties: de provincie Noord-Brabant, het Waterschap, de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en de veiligheidsregio Midden- en West Brabant.
Pagina 32 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
6
Financiële haalbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit voor rekening komen van de initiatiefnemer.
6.1
Kostenverhaal
De initiatiefnemer zal met de gemeente en anterieure overeenkomst sluiten om de kosten voor de begeleiding van het BOPA en de daarbij behorende procedures te verzekeren. Hiermee wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd.
6.2
Nadeelcompensatie
Voor iedere buitenplanse omgevingsplan activiteit wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten) op basis van art. 4.5 Awb.
Pagina 33 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
7
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Voor zover een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 3). Het planvoornemen aan de Notelstraat 39 te Esbeek leidt tot een situatie waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (hoofdstuk 4). Gezien hetgeen uiteengezet in voorgenoemde hoofdstukken kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen nadelige effecten heeft op de fysieke leefomgeving en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 34 van 35
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit en aanpassing omgevingsplan.
8
Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan
Onderhavig planvoornemen betreft de uitbreiding van de bestaande bedrijfshal aan de Notelstraat 39 te Esbeek. De beoogde uitbreiding wordt gebouwd buiten het bestaande bouwvlak. Het bouwvlak neemt toe met 3 en 5 meter, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. Er vindt geen wijzing plats op het gebied van begrenzingen, oppervlakte zijde, gevellijnen bouw- en goothoogte en bebouwingspercentage.
Visuele weergave uitbreiding bouwvlak
Pagina 35 van 35