Bindend Advies Bopa Boterpad 6 (7 Concept onderbouwing BOPA)
Tekst van het document
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit Boterpad 6 te Hilvarenbeek
Datum: Pagina 1 van 45
Mei 2025
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 4 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1
2
3
Huidige situatie en nieuwe situatie ................................................................................................. 7 2.1
Beschrijving huidige situatie .................................................................................................. 7
2.2
Beschrijving nieuwe situatie .................................................................................................. 7
2.3
Beschrijving strijdigheid ......................................................................................................... 8
Toetsing aan beleid ......................................................................................................................... 9 3.1
Toetsing provinciaal beleid/ provinciale verordening ........................................................... 9
3.1.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant ......................................................................................... 9
3.1.2
Omgevingsverordening Noord-Brabant .......................................................................... 10
3.2
Toetsing beleid waterschap ................................................................................................. 18
3.2.1
Waterrelevant beleid ....................................................................................................... 18
3.2.2
Bestaande waterhuishoudkundige situatie ..................................................................... 21
3.2.3
Beoogde waterhuishoudkundige situatie........................................................................ 22
3.3
4
Inleiding en aanduiding projectgebied .................................................................................. 5
Toetsing gemeentelijk beleid ............................................................................................... 24
3.3.1
Omgevingsplan ................................................................................................................ 24
3.3.2
Omgevingsvisie Hilvarenbeek .......................................................................................... 25
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ..................................................................................... 27 4.1
M.e.r.-beoordeling ............................................................................................................... 27
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking ................................................................................ 27
4.3
Duurzaamheid & gezondheid .............................................................................................. 28
4.3.1
Duurzaamheid ................................................................................................................. 28
4.3.2
Volksgezondheid .............................................................................................................. 28
4.4
Verkeersgeneratie, - afwikkeling & parkeren ...................................................................... 28
4.4.1
Verkeer ............................................................................................................................ 29
4.4.2
Parkeren........................................................................................................................... 29
4.5
Natuur .................................................................................................................................. 29
4.6
Luchtkwaliteit....................................................................................................................... 32
4.7
Geluid ................................................................................................................................... 34
4.8
Geur ..................................................................................................................................... 34
4.9
Omgevingsveiligheid ............................................................................................................ 36
4.10
Welstand .............................................................................................................................. 39
4.11
Archeologie, cultuurhistorie en landschap .......................................................................... 39
4.12
Bodem .................................................................................................................................. 40 Pagina 2 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
5
Participatie .................................................................................................................................... 41 5.1
6
Verplichte participatie/Intaketafel/Omgevingstafel............................................................ 41
5.1.1
Participatie omgeving ...................................................................................................... 41
5.1.2
Bestuurlijk vooroverleg.................................................................................................... 41
Financiële haalbaarheid ................................................................................................................ 42 6.1
Kostenverhaal ...................................................................................................................... 42
6.2
Nadeelcompensatie ............................................................................................................. 42
7
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties? ...................................................... 43
8
Voorstel opnemen omgevingsplan................................................................................................ 44
Bijlagen .................................................................................................................................................. 45
Pagina 3 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Samenvatting In deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de locatie aan het Boterpad 6 te Hilvarenbeek. Op deze locatie is een varkenshouderij aanwezig. Aanvrager is voornemens om de veehouderij te beëindigen vanwege deelname aan de LBV. Hierdoor is het benodigd om de stallen te slopen. Op de locatie is samen met de veehouderij ook een akkerbouwtak aanwezig. Met behulp van onderdelen uit de te slopen stallen wordt een nieuwe loods gerealiseerd, deze loods zal gebruikt worden voor de reeds aanwezige bedrijvigheid maar ook voor een aantal nevenactiviteiten. De loods zal in gebruik zijn voor: - Het bestaande akkerbouwbedrijf (500 m2) - Statische opslag voor derden (1.600 m2) - B&B (150 m2) Dit initiatief is een BOPA met bindend advies, wat het valt binnen het volgende: Het bouwen, uitbreiden of verbouwen ten behoeve van maatschappelijke, sport, toeristisch-recreatieve, horecadoeleinden, bedrijfs- en kantoordoeleinden en detailhandel van meer dan 100 m2 of een wijzingen van het gebruik van gronden naar een van deze doeleinden van meer dan 100 m 2. De genoemde 1.600 m2 opslag is meer dan is toegestaan binnen het vigerende omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek (max 1.000 m2). Daarom is het benodigd om een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) aan te vragen.
In onderliggende ruimtelijke onderbouwing worden alle aspecten behorende bij een dergelijke aanvraag behandeld. Er is getoetst aan het provinciale en gemeentelijke beleid, alsook aan het beleid van het waterschap. De ontwikkeling voldoet aan alle benodigde beleidsregels. Omdat er sprake is van een nieuwe ontwikkeling is er ook gekeken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit houdt in dat er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat maar ook dat de beoogde ontwikkeling niet voor belemmeringen in de omgeving zorgt. Door middel van toetsing aan het Bkl en het omgevingsplan blijkt dat er geen negatieve effecten plaatsvinden op de omgeving. De beoogde ontwikkeling heeft juist een positieve bijdrage door het beëindigen van de veehouderij.
Pagina 4 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
1 1.1
Inleiding Inleiding en aanduiding projectgebied
Op de locatie aan het Boterpad 6 te Hilvarenbeek is een varkenshouderij in combinatie met akkerbouwbedrijf aanwezig. Op de locatie staan een drietal stallen waarin 4.260 vleesvarkens worden gehouden conform de vergunning van 1 december 2009. Eigenaar, hierna initiatiefnemer, is voornemens om de veehouderij te saneren. Dit omdat het bedrijf meedoet aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties. Hierbij dienen alle stallen gesloopt te worden en mag er geen nieuwe veehouderij meer opgericht worden binnen de locatie. Initiatiefnemer is daarom voornemens om zich te focussen op en nader te specialiseren in het bestaande akkerbouwbedrijf in combinatie met het realiseren van statische opslag. De statische opslag zal bestaan uit stalling/opslag van voertuigen/goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven plaats, zoals caravans/campers van particulieren in de wintermaanden. Echter wordt hiervoor meer ruimte beoogd dan rechtstreeks is toegestaan in het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek. In de beoogde situatie zal er 1.600 m2 in gebruik worden genomen voor statische opslag. Dit wordt mogelijk gemaakt in een nieuw bedrijfsgebouw ter plaatse van de bestaande stal aan de noordwestelijke zijde van de locatie.
In dit nieuwe bedrijfsgebouw wordt tevens een Bed&Breakfast gerealiseerd van 150 m2 en het gebouw zal voor 500 m2 in gebruik worden genomen voor het akkerbouwbedrijf. De overige bebouwing binnen de locatie is in gebruik voor het akkerbouwbedrijf of als bijgebouw bij de woning. Aan de voorzijde van de zuidelijke varkensstallen bevind zich een technische ruimte (meterkast bedrijf en aansluiting zonnepanelen) en aan deze gevel is tevens de privé-overkapping constructief bevestigd. Deze zal dan ook in de beoogde situatie worden gehandhaafd en opgaan in een nieuw te bouwen gebouw ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. Dit alles zal plaats vinden binnen het bestaande perceel aan het Boterpad 6, dit perceel is kadastraal bekend als gemeentenaam: Hilvarenbeek, sectie: A nummer: 1703. De locatie is weergeven op onderstaande afbeelding.
Pagina 5 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Afbeelding 1: projectlocatie
Pagina 6 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
2
Huidige situatie en nieuwe situatie
2.1 Beschrijving huidige situatie De locatie is gelegen in het buitengebied van Hilvarenbeek. Ten noorden ligt op circa 550 meter de buitenrand van Tilburg, op 420 meter ligt de A58. Ten oosten ligt op 880 meter de N269, ten zuiden bevindt zich het Safaripark de Beekse Bergen op circa 870 meter. Tot slot ligt in westelijke richting de plaats Goirle op circa 800 meter van de veehouderij. In de directe omgeving bevindt zich een metaalhandel, een meer/plas en meerdere agrarische gronden.
Afbeelding 2: ligging in de omgeving, projectlocatie rood omkaderd
Zoals reeds aangegeven in hoofdstuk 1, is er een vleesvarkenshouderij aanwezig in de huidige situatie. De dieren worden gehouden conform de vigerende vergunning van 01-12-2009. Conform deze vergunning mogen er 4.260 vleesvarkens gehouden worden binnen de veehouderij. Tevens is er gelijktijdig een akkerbouwbedrijf aanwezig op de locatie. Op 30 mei 2022 is er een melding Activiteitenbesluit geaccepteerd voor een loods ten behoeve van het akkerbouwbedrijf, in deze loods bevindt zich een machineberging en een aparte berging voor het opslaan van los gestort graan. Naast deze akkerbouwloods zijn op de locatie zijn 3 stallen aanwezig voor de huisvesting van de vleesvarkens. Er zijn 4 sleufsilo’s, 2 machinebergingen, een spuitplaats, en een gebouw ten behoeve van opslag bijproducten met een werkplaats aanwezig op de locatie.
2.2 Beschrijving nieuwe situatie In de nieuwe, beoogde, situatie worden de stallen gesloopt samen met de kleinste machineberging. In de plaats hiervan wordt er één nieuwe loods (2.250m2) gebouwd, deze wordt in gebruik genomen voor: - Het akkerbouwbedrijf (500m2) - Statische opslag voor derden (1.600 m2) - B&B (150m2) De reeds aanwezige loods aan de oostzijde van het perceel blijft aanwezig en zal gebruikt worden ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. Hetzelfde geldt voor de berging/opslag. Aan de voorzijde van de zuidelijke varkensstallen bevind zich een technische ruimte (meterkast bedrijf en aansluiting zonnepanelen) en aan deze gevel is tevens de privé-overkapping constructief bevestigd. Deze zal dan ook in de beoogde situatie worden gehandhaafd en opgaan in een nieuw te bouwen gebouw ten
Pagina 7 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
behoeve van het akkerbouwbedrijf. Op onderstaande afbeelding zijn de beoogde gebouwen met het bijbehorende gebruik weergegeven:
Afbeelding 3: beoogde situatie
In de beoogde situatie wordt de veehouderij beëindigd, de akkerbouwtak van het bedrijf blijft aanwezig op de locatie. Dit in combinatie met het aanbieden van statische opslag en de B&B. Door naast de hoofdactiviteit (akkerbouw) een neventak te ontplooien heeft het bedrijf een stabiele bron van inkomsten. Gelet op de ligging nabij stedelijk gebied wordt voorzien in behoefte voor statische opslag van bewoners in de directe omgeving. Er vindt enkel stalling/opslag van voertuigen/goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven plaats, zoals caravans/campers van particulieren in de wintermaanden. Er vinden geen werkzaamheden zoals onderhoud, reparatie of montage plaats. Tot slot wordt er een mestsilo geplaatst, er wordt mest van derden aangekocht en op de eigen locatie opgeslagen om deze mest te kunnen gebruiken voor het reeds aanwezige akkerbouwbedrijf.
2.3 Beschrijving strijdigheid De beoogde ontwikkeling is strijdig met het vigerende omgevingsplan. Conform het omgevingsplan is er maximaal 1.000m2 aan statische opslag toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. In de beoogde situatie vindt er 1.600m2 aan opslag plaats in de vorm van een nevenactiviteit bij het akkerbouwbedrijf. Dit is niet rechtstreeks toegestaan binnen het omgevingsplan. De beoogde Bed&Breakfast is mogelijk via een afwijkingsbevoegdheid welke is opgenomen in het omgevingsplan.
Pagina 8 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
3
Toetsing aan beleid
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het initiatief toegelicht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven.
3.1
Toetsing provinciaal beleid/ provinciale verordening
Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.1.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’.
Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan.
Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de projectlocatie wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Echter wordt de meeste kwaliteit behaald
Pagina 9 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
door het beëindigen van de veehouderij. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.
3.1.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening (Ov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Ov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Ov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een omgevingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de projectlocatie ligt. In dit geval ligt de projectlocatie in de werkingsgebieden ‘Groenblauwe waarden’, ‘reservering waterberging’, ‘regionale waterberging’, ‘Landelijk gebied’, ‘beperking grootschalige logistiek’ en ‘stalderingsgebied’ zie afbeelding 4.
Afbeelding 4: uitsnede Omgevingsverordening Noord-Brabant
Pagina 10 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
De aanduiding stalderingsgebied is niet van toepassing op de locatie omdat de veehouderij gesaneerd wordt. Hetzelfde geldt voor grootschalige logistiek, er is geen logistiekbedrijf aanwezig op de locatie. Op de locatie worden geen water gerelateerde activiteiten uitgevoerd. De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: - 5.31 Externe werking Natuur Netwerk Brabant - 5.46 Groenblauwe waarden - 5.49 Regionale waterberging - 5.50 Reservering waterberging - 5.78 Niet-agrarische activiteit De projectlocatie is gelegen op 30 meter van het werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant (NNB). De concrete ambities voor het NNB staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Aangezien de projectlocatie dicht bij een NNB-gebied is gelegen wordt later in deze paragraaf getoetst aan artikel 5.31 Ov met betrekking tot de externe werking op het NNB. Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Ov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - Zorgvuldig ruimtegebruik; - Toepassing van de lagenbenadering; - Meerwaardecreatie.
Deze aspecten zijn in de Ov nader uitgewerkt in de artikel 5.8 t/m 5.10. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 5.11). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) Conform artikel 5.8 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 5.129g, onder 2 van het Bkl (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Het initiatief betreft de sloop van alle stallen en de nieuwbouw van een moderne loods ten behoeve van het akkerbouwbedrijf en de realisatie van niet-agrarische activiteiten in de vorm van statische opslag en een B&B. De nieuwe loods wordt gerealiseerd binnen het bouwperceel. Ook alle nietagrarische activiteiten worden uitgevoerd binnen het aanwezige bouwperceel. Het bouwvlak blijft gelijk aan de vergunde situatie. Het ruimtebeslag wordt dus niet uitgebreid. De nieuwe loods aan de westelijke zijde wordt kleiner terug gebouwd dan de huidige stal.
Doordat dit gebouw verkleind wordt ontstaat meer ruimte aan de noordwestelijke zijde van het bouwvlak. Het feitelijke ruimtebeslag wordt hierdoor al verkleind. Tussen de bebouwing ontstaat een ‘middenplein’. De ruimte tussen de bedrijfsbebouwing is enerzijds het gevolg van de situering van de bestaande bebouwing op de locatie. De bestaande akkerbouwloods blijft behouden alsmede de aanwezig machineberging. Hierdoor is het niet mogelijk om de nieuwe loods elders binnen het bouwvlak te situeren zonder de Pagina 11 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
manoeuvreerruimte van vrachtwagens en tractoren te beperken. Door de situering van de nieuwe loods ontstaat er een centraal middenterrein waar alle bedrijfsbebouwing aan is gesitueerd. Vanuit dit middenterrein kan alle bebouwing worden bereikt en is er voldoende ruimte om te manoeuvreren. Op het middenterrein vinden voornamelijk activiteiten plaats ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. Ook de bezoekers van de statische opslag zullen, nabij de nieuwe loods, de ruimte gebruiken om tijdelijk te parkeren. De akkerbouwactiviteiten bestaan onder andere uit het in- en uitschuren van de akkerbouwgewassen uit de loodsen en het overladen van de gewassen tijdens de oogstperiode. De gewassen worden met tractoren van het land gehaald en tijdelijk gestort op het middenterrein. Daar worden de gewassen overgeladen in vrachtwagens die de producten transporten naar de verwerkingsfabrieken. Het laden van de vrachtwagens gebeurt met een loader die de gewassen in een stortbak stort, via een opvoerband worden de gewassen naar de opleggers getransporteerd. Dit betekent dat er voldoende manoeuvreerruimte aanwezig moet zijn voor de loader (van de tijdelijke opslag naar de stortbak), de stortbak en opvoerband en de vrachtwagens. De vrachtwagen worden bij aankomst en bij vertrek gewogen op de weegbrug zodat de ondernemer exact weet hoeveel producten er zijn geoogst.
Gelet op deze activiteiten is een voldoende groot middenterrein te verantwoorden. De nieuwe loods wordt met de beoogde ontwikkeling al verplaatst in zuidoostelijke richting (ten opzichte van de huidige stal). Hiermee wordt een onnodig ruimtebeslag voorkomen. Met de beoogde invulling van het bouwvlak wordt een efficiënt en toekomstbestendig bedrijf ingericht. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - De ondergrond - De netwerklaag - De bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst.
De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Meerwaardecreatie (artikel 5.10) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In deze BOPA wordt meerwaarde gecreëerd door de beëindiging van de veehouderij te combineren met een goede landschappelijke inpassing. Er is sprake van een afname van de emissies waardoor ook het leefmilieu in de omgeving wordt verbeterd. Tot slot wordt overtollige bebouwing gesloopt. Pagina 12 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Kwaliteitsverbetering (artikel 5.11) Een omgevingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het omgevingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek is de kwaliteitsverbetering van de Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2023 van toepassing. In deze werkafspraken zijn 3 categorieën opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij categorie 1 wordt geen ruimtelijke verbetering geëist, bij categorie 2 is het benodigd om de locatie landschappelijk in te passen. Bij categorie 3 is het vereist om de locatie landschappelijk in te passen en is er een ruimtelijke kwaliteitsverbetering benodigd. De beoogde ontwikkeling ziet toe op het beëindigen van de veehouderij, het voorzetten van het agrarisch bedrijf als akkerbouwbedrijf en het toevoegen van nevenactiviteiten.
Hiermee lijkt de ontwikkeling op de volgende categorie 2 omschrijving uit de werkafspraken: ‘Omschakeling agrarisch bedrijf van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere agrarische bedrijfsvorm (omvang bouwvlak onveranderd)’ en ‘Nevenactiviteiten, verbrede landbouwactiviteiten en tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders bij een agrarisch bedrijf binnen bestaand bestemmingsvlak, maar buiten bestaande bebouwing’. Echter blijft er in de beoogde situatie meer bebouwing resterend dan is toegestaan waardoor de beoogde situatie niet volledig onder categorie 2 valt. Om deze reden wordt aangesloten bij categorie 3. Voorafgaand aan deze aanvraag is een intaketafel geweest. In de uitkomsten hiervan is opgenomen dat er bij bepaalde functiewijzigingen kwaliteitsverbetering gerealiseerd dient te worden. Om te berekenen hoeveel kwaliteitsverbetering er benodigd is heeft de gemeente Hilvarenbeek een Excel bestand opgesteld. Dit bestand is ingevuld, hieruit blijkt dat er een kwaliteitsverbetering geleverd dient te worden van €13.694. Hiervan wordt €10.656 geïnvesteerd binnen het plan en wordt €3.038 geïnvesteerd in een gemeentelijk fonds. In het rekenbestand is rekening gehouden met een gedeelte dat landschappelijk wordt ingepast.
De investering in de kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd in de vorm van sloop van overtollige bebouwing en aanplant en onderhoud van landschappelijke inpassing. De kwaliteitsberekening is toegevoegd als bijlage bij de vergunningsaanvraag.
Afbeelding 5: Landschappelijke inpassing
Pagina 13 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels de opname van voorschriften in het besluit op de BOPA. De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 5.11 van de Ov. Externe werking Natuur Netwerk Brabant (artikel 5.31) Een ontwikkeling die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, bepaalt dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd.
Afbeelding 6: Uitsnede NNB
Met de beoogde ontwikkeling wordt een veehouderij gesaneerd wat gepaard gaat met een daling van de emissie van onder andere ammoniak. De dichtstbijzijnde NNB ligt op een afstand van 30 meter van de projectlocatie. Op deze afstand kunnen overige aspecten (verstoring door licht, geluid, verdroging etc.) leiden tot merkbare veranderingen binnen het NNB, echter zal er door de beëindiging van de veehouderij een afname plaats vinden op het aspect geluid. Tevens vinden er op de locatie geen andere activiteiten met water plaats waardoor er geen sprake is door verdroging. Daarbij wordt met de beoogde ontwikkeling een landschappelijke inpassing gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling zal de ecologische waarden en kenmerken in het NNB niet aantasten. Aangezien de ecologische waarden niet worden aangetast, zullen er ook geen negatieve effecten gecompenseerd worden met de beoogde ontwikkeling. Groenblauwe waarden (artikel 5.46) Ter plaatse van de locatie is de aanduiding ‘groenblauwe waarden’ opgenomen. Een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden: a. strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken , biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; b. Bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c.
Stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en d. Bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.
Pagina 14 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
De beoogde ontwikkeling ziet erop toe dat de veehouderij wordt beëindigd. Hiermee vindt er een verbetering plaats van de omgevingswaarden. De locatie wordt landschappelijk ingepast waardoor de ecologische en landschappelijke waarden verbeterd worden. Het gebied is voornamelijk agrarisch gebied, de gronden rondom het perceel zijn in gebruik voor akkerbouw. Op het naastgelegen perceel is een metaalhandel aanwezig, op korte afstand is de Rijksweg A58 gelegen. Door het realiseren van landschappelijke inpassing en het saneren van de veehouderij worden de ecologische, landschappelijke- en hydrologische waarden in het gebied verbeterd. Regionale waterberging (artikel 5.49) De locatie is gedeeltelijk gelegen binnen de aanduiding voor regionale waterberging, op onderstaande afbeelding is verduidelijkt op welke delen van het perceel deze aanduiding aanwezig is:
Afbeelding 7: uitsnede regionale waterberging
Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Regionale waterberging: a. Strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied; b. Bepaalt dat bouwactiviteiten zijn toegestaan ten dienste van de waterberging met een maximale bouwhoogte van 2 meter; en c. Stelt beperkingen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud. Ter plaatse van de aanduiding wordt voornamelijk bebouwing gesloopt, dit zorgt voor een verbetering van het waterbergend vermogen van het gebied. Binnen een klein gedeelte van slechts enkele meters breed aan de noordelijke zijde van de aanduiding vindt een bouwactiviteit plaats. Hier wordt de nieuwe loods gerealiseerd, zie onderstaande uitsnede.
Pagina 15 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Afbeelding 8: uitsnede gebouwen t.o.v. regionale waterberging
Op grond van artikel 4.2 van de Waterschapsverordening van waterschap de Dommel dient er daarom een vergunning te worden aangevraagd voor het aanbrengen van een bouwwerk binnen bergingsgebied. Door de sloop van de stal en het verwijderen van de put zal het waterbergend vermogen toenemen. Daarbij is er een afname van verharding. Er zal separaat een vergunning bij het waterschap worden aangevraagd. Reservering waterberging (artikel 5.50) Een ander deel van het perceel heeft de aanduiding ‘reservering waterberging’ op onderstaande afbeelding is weergegeven welk deel van het perceel deze aanduiding heeft
Afbeelding 9: uitsnede reservering waterberging
Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Met de ontwikkeling is sprake van behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. Er worden verschillende gebouwen verwijderd en er wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd. Hierdoor stroomt er minder water het terrein af en wordt verdroging tegengegaan.
Pagina 16 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Lid 2 Als een omgevingsplan voorziet in de ontwikkeling van een gebruiks- of bouwactiviteit, bevat het omgevingsplan een onderbouwing van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. Met de ontwikkeling worden de stallen gesloopt, in plaats hiervan wordt 1 nieuwe loods gebouwd. Door de afname in verharding blijft het gebied geschikt voor waterberging. Niet-agrarische activiteit (artikel 5.78) De hoofdtak op de locatie is agrarisch, namelijk het akkerbouwbedrijf, deze hoofdtak blijft behouden. Daarom is het benodigd om aan dit artikel te toetsen bij het toevoegen van een niet-agrarische nevenactiviteit aan de locatie, bestaande uit de statische opslag en B&B. Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied kan bepalen dat de ontwikkeling van een nietagrarische activiteit binnen een bestaand bouwperceel mogelijk is als: a. Dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12; In een ontwikkelingsrichting wordt opgenomen welke activiteiten en functies passen binnen de omgeving. Welke effecten de ontwikkeling heeft op de leefomgeving en de beschermde waarden. Het gebied staat bekend als landelijk gebied. Het landelijk gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met hoofdzakelijk agrarische economie.
Naar agrariërs is er in het landelijk gebied ook ruimte voor de ontwikkeling van andere, niet-agrarische, functies. Het gaat hier dan om toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid etc. Met de beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij beëindigd, echter blijft de locatie agrarisch van aard omdat de akkerbouwtak onverminderd aanwezig blijft. Bij het agrarische bedrijf zullen enkele niet-agrarische nevenactiviteiten uitgevoerd worden. Zo wordt er een Bed&Breakfast van maximaal 150m2 gerealiseerd, dit zorgt voor meer toerisme en recreatie in de omgeving. Op korte afstand is een meer/plas/vijver gelegen welke bezocht kan worden door de gasten om bijvoorbeeld naar de daar verblijvende watervogels te kijken. Verder zal er statische opslag plaatsvinden op de locatie, dit wordt een oppervlakte van 1.600m2. Er vindt enkel stalling/opslag van voertuigen/goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven plaats, zoals caravans/campers van particulieren in de wintermaanden. Er vinden hierbij geen werkzaamheden plaats zoals onderhoud, reparatie of montage plaats. Door naast de hoofdactiviteit (akkerbouw) deze nevenactiviteiten te ontplooien heeft het bedrijf een stabiele bron van inkomsten. Gelet op de ligging nabij stedelijk gebied wordt voorzien in behoefte voor statische opslag van bewoners in de directe omgeving.
Tot slot wordt met de ontwikkeling de overtollige bebouwing gesloopt, er wordt één nieuwe loods terug gebouwd. Hiermee wordt verloedering van het landschap tegengegaan. b. Aanwezige, overtollige bebouwing wordt gesloopt; en Overtollige bebouwing in de vorm van stallen en sleufsilo’s worden gesaneerd. Dit wordt als voorschrift opgenomen bij de omgevingsvergunning. c. Dit geen betrekking heeft op: a. Een kantoor met baliefunctie; b. Het toelaten van een nieuwe lawaaisport; en c. Een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking gerealiseerd.
Pagina 17 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Lid 2 Het omgevingsplan regelt: a. Welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan en tot welke omvang; b. Dat de niet-agrarische activiteit, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in Artikel 5.12; c. Dat een ontwikkeling naar een functie met grote publieksaantrekkende werking is uitgesloten; d. Dat opslag en stalling van voorwerpen of materialen plaatsvindt in gebouwen, behalve als de activiteit de opslag van zand, grond en grind betreft; en e. Dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de toegelaten omvang, bedoeld onder a. De specifieke activiteit wordt middels deze aanvraag vastgelegd. Dit betekent dat er geen verdere ontwikkelingen in de vorm van uitbreiding of grotere publieksaantrekkende werking mogelijk zijn. Daarnaast is in de voorschriften van de omgevingsvergunning vastgelegd dat de opslag en stalling van voorwerpen of materialen plaats zal vinden in gebouwen voor de nevenactiviteiten. Lid 3 Als uitgangspunt voor een bij de omgeving passende omvang als bedoeld in het tweede lid geldt voor: a. Een bedrijfsmatige activiteit, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. Een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c.
Een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Het gaat in de beoogde situatie om een akkerbouwbedrijf met als nevenactiviteiten (statische) opslag en een Bed&Breakfast. Deze niet-agrarische functies vallen niet onder zelfstandige bedrijvigheid en zijn passend binnen de ontwikkelrichting van de omgeving. De bebouwing ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zal niet meer bedragen dan 1 hectare. Als laatste zal ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geen detailhandelsvoorziening worden gerealiseerd. Conclusie In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de beoogde ontwikkeling.
3.2
Toetsing beleid waterschap
In een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Voor de beoogde ontwikkeling is het daarom van belang om te toetsen aan een evenwichtige toedeling van functies met betrekking tot het watersysteem. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ ▪ ▪
Beschrijving waterrelevant beleid; Bestaande waterhuishoudkundige situatie; Beoogde waterhuishoudkundige situatie.
3.2.1 Waterrelevant beleid Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken.
Pagina 18 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de Waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. Het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. Het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. Het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit het (tijdelijke) omgevingsplan van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodige aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant.
Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: • Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; • Een betere waterveiligheid door preventie; • Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Op de kaart behorende bij deze instructieregels ligt de projectlocatie in ‘regionale waterberging’ en ‘reservering waterberging’. Zoals reeds uiteengezet in paragraaf 3.2.2 wordt er voldaan aan de instructieregels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. De wijze waarop de provincie omgaat met water is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Het RWP is op 22 december 2021 inwerking getreden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050 en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant.
Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig wateren bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het water- en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat het moet worden gewijzigd; we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem. Doel van RWP: • Voldoende water • Schoon water • Veilig water • Vitale bodem • Klimaatadaptatie Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in haar RWP stelt. De RWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.
Pagina 19 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Waterschap de Dommel Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van de projectlocatie. Het waterschap de Dommel hanteert verschillende beleidsstukken bestaande uit onder andere het Waterbeheerprogramma 2022-2027, Legger waterstaatswerken 2023 en de Waterschapsverordening. De legger waterstaatswerken 2023 is opgenomen in de Waterschapsverordening. De Waterschapsverordening is te vinden in het DSO. Waterbeheerprogramma 2022-2027 waterschap de Dommel Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.
Er worden drie principes gehanteerd die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven Het waterschap moet zich, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan worden er oplossingen gevonden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe dit bereikt wordt. Hierbij wordt door het waterschap een omschakeling gemaakt; • Van beekdalgericht naar gebiedsgericht; de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.
• Van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maakt het waterschap keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • Van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Waterschapsverordening Waterschap De Dommel In de 'Waterschapsverordening Waterschap De Dommel' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Waterschapsverordening beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden zoals waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de Waterschapsverordening hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende Pagina 20 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. Legger waterstaatswerken 2023 Het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel heeft op 17 oktober 2023 de legger waterstaatswerken 2023 vastgesteld. Ook heeft het dagelijks bestuur besloten de leggers oppervlaktewaterlichamen 2021 in te trekken. Dis gedaan met het oog op de nieuwe Waterschapsverordening en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Alle waterstaatswerken zijn nu zichtbaar in een digitale ontsluiting. Onder de Omgevingswet kan een legger geen beschermingszone of profiel van vrije ruimte meer vastleggen of aanpassen. Die gaan als beperkingengebied bij de Waterschapsverordening horen. Waterschap De Dommel neemt in de legger alle waterstaatswerken op die van belang zijn voor het functioneren van het watersysteem in het beheergebied van de Dommel. Er zijn vele soorten waterstaatswerken, die onderverdeeld zijn in vier categorieën, te weten: oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen of ondersteunende kunstwerken.
De legger vormt daarmee een uitstekend hulpmiddel bij de toetsing welke regels van de Keur op en nabij waterstaatswerken van toepassing zijn.
3.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie In de directe nabijheid van de projectlocatie is een B-watergang aanwezig. Ten westen van de projectlocatie is de B-watergang NL24.2-AA_HO1 gelegen, zie onderstaande uitsnede van de legger. Tevens ligt een deel van het perceel binnen het natuurlijk overstromingsgebied, dit gebied komt overeen met de regionale waterberging.
Afbeelding 10: uitsnede legger Waterschap de Dommel
In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard na zuivering via een IBA geloosd in de lokale bodem. Voor het overige wordt er vanaf de locatie enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd op omliggende landbouwpercelen. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van Pagina 21 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-housekeeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoongehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten.
3.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie Het gemeentelijk beleid ten aanzien van afvoer en verwerking van hemelwater is in het ‘Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek’ uitgewerkt. Dit document behoort als bijlage toe aan het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). De gemeentelijke regels zijn aangescherpt ten opzichte van de waterschapsverordening. Binnen de waterschapsverordening krijgen ontwikkelingen met een toename vanaf 500 m2 een verplichting tot compensatie. In de themakaart Keur is voor de gehele gemeente de compensatieverplichting bepaald in een factor, vertaald in millimeters. Deze factor wordt berekend over een toename aan verhard oppervlak ten opzichte van de oude situatie. Op de locatie is factor 1 van toepassing. Factor 1 betekent 60 mm aan compensatieberging. Onder ‘nieuw verhard oppervlak’ wordt binnen dit gemeentelijk beleid dát oppervlak verstaan wat is ontwikkeld, herbouwd of opnieuw is aangelegd. Het te slopen verhard oppervlak wordt hiermee niet van het te compenseren oppervlak afgetrokken. De beoogde loods heeft een oppervlakte van 2.250m2. Conform de rekenregel met er dus 2.250m2 x 0,06m = 135m3 water kunnen worden vastgehouden. Onderstaand is de locatie en uitsnede van de retentievoorziening weergeven. De GHG is hier op het laagste punt 40 centimeter.
Afbeelding 11: Doorsnede retentiesloot
Afbeelding 12: Ligging retentievoorziening (retentiovoorziening geel omkaderd)
In bovenstaande afbeelding is de ligging van de retentievoorziening weergeven. Deze licht volledig buiten de regionale waterberging. Pagina 22 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Afbeelding 13: Gemiddelde hoogste grondwaterstand
De retentievoorziening heeft een oppervlakte van 380m2. Inclusief het talud zal er dus 152m3 (380m2 x 0,4m) water kunnen worden vastgehouden. De inhoud van het talud dient hier echter vanaf te worden getrokken. Hier kan geen water in worden vastgehouden. De omtrek van de vijver bedraagt 100 meter. Het talud is 0,8m breed en 0,4m diep. Per meter omtrek kan dus 0,4m x 0,8m x ½ niet worden meegenomen in de inhoudsberekening. Dit betreft 16m3. Van de 152m3 dient dus 16m3 te worden afgetrokken. De inhoud van de retentievoorziening exclusief het talud betreft dus 136m3. Dit is meer dan de benodigde 135m3. Het hemelwater dat op de nieuwe loods valt, zal worden geloosd op de retentievoorziening. Het overige hemelwater wordt net als in de huidige situatie geloosd op omliggende landbouwpercelen. Op de AHN-kaart, zie onderstaande afbeelding, is te zien dat de omliggende landbouwgronden lager liggen dan de projectlocatie.
Afbeelding 14: AHN-kaart
Pagina 23 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
De retentievoorziening dient binnen 24 uur leeg te zijn voor een volgende bui. Gezien de beperkte diepte van 0,4 meter zal de retentievoorziening snel leeg geraken. De locatie van de retentievoorziening kan worden aangemerkt als grasbodem. Bij een grasbodem kan worden uitgegaan van een K-waarde van 0,5 meter per dag. Er wordt een noodoverloop gerealiseerd richting de landbouwpercelen ten noorden van de retentievoorziening. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. De beoogde situatie zal een positief effect hebben op de waterhuishouding. Overtollige (agrarische) bedrijfsbebouwing en erfverhardingen zullen verdwijnen. Hiervoor is er sprake van een afname in oppervlakteverhardingen. Dit brengt een afname in puntlozing met zich mee. Neerslag kan op deze gronden dus direct infiltreren in de bodem. Verder wordt er enkel huishoudelijk afvalwater geloosd. Dit betreft het huishoudelijk afvalwater van de B&B en de woning. Het huishoudelijk afvalwater van de kantine van de varkenshouderij en de hygiënesluis valt weg. Er zal daarom minder afvalwater worden geloosd.
Er is een IBA aanwezig die dagelijks ruim 900 liter afvalwater kan verwerken. In de beoogde situatie zal er slechts circa 250 liter huishoudelijk afvalwater worden geloosd. De IBA zal het gezuiverde water lokaal lozen in de bodem. Verder is het relevant om te benoemen dat er ook afstemming met het waterschap heeft plaatsgevonden omtrent het realiseren van de nieuwe loods binnen het natuurlijk overstromingsgebied. Voor het realiseren van de loods is een vergunning verleend door het waterschap. Deze vergunning is toegevoegd als bijlage bij deze BOPA. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief.
3.3
Toetsing gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsplan Ter plaatse van de locatie aan het Boterpad 6 te Hilvarenbeek is het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek vigerend. In dit omgevingsplan zijn de bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen opgenomen. Het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ d.d. 24-01-2024 is van toepassing voor de geldende regels op de locatie. Het bestemmingsplan ‘buitengebied’ d.d. 13-03-2014 is van toepassing voor de weergave van de verbeelding. Op de locatie zijn de volgende aanduidingen en bestemmingen van toepassing:
-
Bestemming: ‘Waarde – Archeologie 2’; Bestemming: ‘Agrarisch’; Bestemming: ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’; Bouwaanduiding: ‘specifieke bouwaanduiding – bestaande voorzieningen’; Bouwvlak; Functieaanduiding: ‘intensieve veehouderij’; Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – kampenlandschap’; Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – zoekgebied watersystemen’
Pagina 24 van 45
Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Afbeelding 15: uitsnede omgevingsplan
De hoofdtak op de locatie, het akkerbouwbedrijf, is toegestaan binnen het omgevingsplan. In het omgevingsplan is opgenomen dat het mogelijk is om 1.000m2 aan statische opslag als nevenactiviteit te realiseren binnen bestaande bebouwing. Echter wordt er met de beoogde ontwikkeling 1.600m2 gerealiseerd. Deze hoeveelheid is niet rechtstreeks mogelijk via het omgevingsplan. Tevens is hier geen afwijkingsbevoegdheid voor opgenomen. In artikel 3.5.1 zijn echter wel regels opgenomen voor het afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van nevenactiviteiten. Hierin is de beoogde Bed&Breakfast opgenomen. Een extensieve vorm van verblijfsrecreatie zoals de B&B is toegestaan wanneer er maximaal 3 kamers aanwezig zijn voor 2 personen per kamer met een maximale omvang van 150 m2. De beoogde B&B heeft een oppervlakte van 150m2 in de nieuw te bouwen loods. Hier worden maximaal 3 kamers in gerealiseerd, deze nevenfunctie voldoet aan de afwijkingsvoorwaarden.
3.3.2 Omgevingsvisie Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie, de visie is nog niet vastgesteld. Echter heeft de gemeente in 2025 de visie wel in ontwerp gelegd. Op onderstaande afbeelding is een deel van de toekomstige visie weergegeven. Het buitengebied staat bekend om een variatie aan landschappen en functies. In het buitengebied is in de toekomst ruimte en aandacht voor economische ontwikkelingen voor onder andere agrarische bedrijven en recreatie. De visie voor het buitengebied heeft betrekking op een afname van geuroverlast en stikstofuitstoot. Er wordt winst behaald voor de gezondheid van mens, plant en dier. Het aantal recreatieve ondernemingen rondom de kernen neemt toe, tevens zullen meerdere agrarische ondernemingen een nevenfunctie realiseren in bijvoorbeeld de vorm van een boerderijwinkel. Dit levert allen een bijdrage aan de gemeenschap. Op meer afstand van de kernen is juist ruimte voor arbeidsextensieve bedrijvigheid en energieproductie. Bij alle ontwikkelingen in het