CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Vroonacker IV (9n bijlage 13 bij toelichting Historisch vooronderzoek OO)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Vroonacker IV24.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Historisch vooronderzoek OO Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Kennis- en

adviescentrum

Detectie

Historisch

Benaderen en

Risicoanalyse

Offshore

vooronderzoek

veiligstellen

Vliegtuigbergin

Archeologie

Sanering

Pagina 2 van 88

Voorwoord Achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten (OO) op uw projectlocatie, wat zijn de risico’s, waar liggen de verantwoordelijkheden?

In de bodem waarop wij werken, wonen en recreëren is nog een aanzienlijke hoeveelheid OO uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. De aanwezigheid van deze oorlogsresten kan gevaar opleveren voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken en bouwprojecten.

Ons team van gepassioneerde medewerkers kan voor u bepalen of een plangebied verdacht is op de aanwezigheid van oorlogstuig en zo ja, welke OO nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Om het

uiteindelijke onderzoeksgebied te definiëren bepalen wij zorgvuldig zowel de horizontale als de verticale

afbakening van het verdachte gebied. Onze toegevoegde waarde dient maar één doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een OO alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen adequate maatregelen om deze risico’s aanvaardbaar te maken, zodat het restrisico zo laag is als redelijkerwijs

mogelijk. Redelijkerwijs impliceert dat, dat het al dan niet nemen van de mogelijke beheersmaatregelen wordt bepaald door kosten van de maatregelen tegenover de voordelen van de te behalen risicovermindering.

Het vermogen te innoveren, technieken en equipment te ontwikkelen brengt ons dagelijks op een hoger

niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Onze aanpak is succesvol gebleken, we passen deze dagelijks toe met een team van ruim 30 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken.

Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België, Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren.

Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk… DEN OUDEN BODAC B.V. The UXO Clearance Company

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 3 van 88

Projectinformatie Datum:

24-01-2022

Versie:

1

Documentnummer:

220124_H22053_VOB_01

Opdrachtgever:

Gemeente Hilvarenbeek

Goedgekeurd door Den Ouden Bodac B.V.

Den Ouden Bodac B.V.

Den Ouden Bodac B.V.

Naam

Functie

Datum

Dhr. L. (Luc) van Rooi

Historicus

24-01-2022

Historicus

24-01-2022

Projectleider

24-01-2022

Projectleider

-

Dhr. M. (Martijn) van Bommel

Dhr. R. (Roy) Maas Mevr. M. (Maaike) van

Opdrachtgever

Dam-Vogels

Handtekening

-

Distributielijst Gemeente Hilvarenbeek Den Ouden Bodac B.V.

Alle rechten voorbehouden. Niets

uit

deze

rapportage

mag

worden

verveelvoudigd,

opgeslagen

in

een

geautomatiseerd

gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de

auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 4 van 88

Inhoudsopgave 1

Samenvatting

6

2

Inleiding

7

2.1

Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema

7

2.3

Onderzoeksmethode

8

2.2

2.4

3

Doelstelling

8

Kwalificatie onderzoeksteam

9

Projectscope 3.1

4

Onderzoeksgebied

11

Onderzoek conflictperiode

13

4.1

Eerder uitgevoerd onderzoek

13

4.3

Literatuur

16

4.2

Stafkaart Kadaster

14

4.4 Nationale archieven

16

4.4.2

16

4.4.1

Gemeentelijk en provinciaal archief

16

4.4.3

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)

17

Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk

18

4.4.4 4.4.5

4.4.6

Nationaal Archief (NA) te Den Haag

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD)

17

Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

18

4.5 Internationale archieven

21

4.5.2

The National Archives (TNA) te Londen

21

Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa

23

Methodiek

25

4.5.1

Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau

21

4.5.3

The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C.

23

4.5.4

4.6 Analyse luchtfoto’s 4.6.1

4.6.2 4.7

4.7.1

5

Selectie beeldmateriaal

Conclusie onderzoek conflictperiode Beeldmateriaal

Onderzoek na-conflictperiode

26 26 28

33 33

Conclusie en advies

36

5.2

6

23

Beeldvergelijking

5.1

Conclusie onderzoek na-conflictperiode

6.1

Aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten

6.3

Verticale afbakening

35

36

Horizontale afbakening

37

6.4 Advies en vervolgstappen

39

6.2

7

11

Leemten in kennis

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

37

40

Pagina 5 van 88

Bijlage 1. Inventarisatiekaart en OO-Bodembelastingkaart

41

Bijlage 2. Indicatietabel en luchtfotoanalyse

44

Bijlage 3. Certificering

53

Bijlage 4. Uitgangspunten afbakening

54

Bijlage 5. Toelichting verplichte en aanvullende bronnen

62

Bijlage 6. Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal

66

Bijlage 7. Protocol Toevalstreffer OO

83

Bijlage 8. Hoofdgroepen van Ontplofbare Oorlogsresten

84

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 6 van 88

1

Samenvatting

In opdracht van de Gemeente Hilvarenbeek heeft Den Ouden Bodac B.V. een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd ter plaatse van het plan

Vroonacker IV in de gemeente Hilvarenbeek met kenmerk H22053. Naar aanleiding van de geplande

bodemroeringen is een aanvraag gedaan voor deze bureaustudie.

Is het onderzoeksgebied of zijn delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en is er daardoor

een verhoogd risico op het aantreffen van OO? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er feitelijke indicaties gevonden voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het

onderzoeksgebied. Tussen 3 en 27 oktober 1944 is het onderzoeksgebied betrokken geweest bij meerdere

Duitse beschietingen toen de noordelijke helft van de gemeente Diessen nog niet was bevrijd. Op basis van naoorlogse ruimingen van Duitse geschutmunitie in de, huidige, gemeente Hilvarenbeek worden de volgende munitieartikelen verwacht in de bodem van het onderzoeksgebied: Verschoten Duitse

geschutmunitie met kalibers variërend tussen de 7,5 cm en 15,5 cm. Derhalve is het hele onderzoeksgebied aangeduid als ‘verdacht’. Zie hiervoor de OO-Bodembelastingkaart in Bijlage 1. Voor de volledige

horizontale- en verticale afbakening zie paragraaf 6 Conclusie en advies.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 7 van 88

2

Inleiding

In de Tweede Wereldoorlog alleen al is naar schatting twaalfduizend ton aan explosieve stof door

vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat ongeveer tien tot vijftien procent van deze

afgeworpen Ontplofbare Oorlogsresten om diverse redenen niet zijn gesprongen. Daarnaast zijn grote

hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel

niet of slechts gedeeltelijk is gedetoneerd. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ in de bodem voor. Den Ouden Bodac B.V. maakt gebruik van academisch

geschoolde medewerkers en moderne opsporingsmethoden om de OO te vinden en te verwijderen. Zo zorgen wij ervoor dat een veilig te bewerken (bouw)terrein overgedragen kan worden aan onze opdrachtgever.

2.1

Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema

Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van OO tijdens het uitvoeren van

werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst tot (uit)werking treden van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde

uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg

hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van OO resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden.

Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf

te inventariseren en te evalueren. Deze zogenoemde risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is zeker voor bouw gerelateerde activiteiten (werkzaamheden in of op de (water)bodem) noodzakelijk. 1 Tijdens het

ontwerpen van het werk moeten de risico’s in beeld worden gebracht (V&G voorbereidingsfase),

waaronder mogelijke OO in de bodem. Door de privatisering van het opsporen van OO, ontstond de behoefte aan normalisatie en regelgeving gericht op kwaliteit en veiligheid. Dit resulteerde in de certificatieplicht in het Arbobesluit.

Deze plicht resulteerde allereerst in het Beoordelingsrichtlijn van het Procescertificaat Opsporen

Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en vervolgens in het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). 2 De aspecten vooronderzoek en

risicoanalyse maakten deel uit van deze laatstgenoemde wet- en regelgeving. Hierin werden al een aantal eisen gesteld aan het onderdeel Historisch vooronderzoek. Vanwege de aangekondigde wetswijziging trachtte de Stichting Certificering Vuurwerk en Explosieven, in samenwerking met de VEO en andere belanghebbende partijen, vanaf 2015 de kwaliteitsborging van certificering te benadrukken. In deze

wetswijzigingen werden het vooronderzoek en de risicoanalyse niet langer als noodzakelijk geacht om

onder een wettelijke certificering te vallen. Naast het wettelijk WSCS-OCE, werd het besluit gemaakt om een privaat schema te ontwikkelen waarin de werkzaamheden van Vooronderzoek CE en Risicoanalyse CE zijn opgenomen. Het behandelvoorstel en eindconcept werden in 2017 voorgelegd aan het CCvD-OCE. 3 Vanwege de wijzigingen in het Arbobesluit op 28 november 2019 (waarin de term ‘Conventionele

Explosieven’ is vervangen door de term ‘Ontplofbare Oorlogsresten’) besloten de belanghebbende partijen

om een vernieuwd certificatieschema aan het CCvD voor te leggen. Dit resulteerde in het

‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’. 4 Deze vrijwillige

certificering valt dus niet binnen een wettelijk kader en derhalve zal de inhoud en methode van een

Historisch vooronderzoek OO enigszins kunnen variëren. Per 1 januari 2021 is het nieuwe, wettelijk verplichte Zie voor meer informatie: www.explosievenopsporing.nl Tot 31 december 2020 was het WSCS-OCE opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden met oude eisen van de certificering. 3 SCVE, ‘7SCVE-SEC.11124.V’ (29 mei 2017). 4 VOMES, ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’ (8 februari 2021). 1 2

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 8 van 88

Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (opsporing) in werking getreden. Daarbij is

(gelijktijdig) het vrijwillige Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten in

werking getreden. 5 Den Ouden Bodac B.V. zal dit Historisch vooronderzoek OO dan ook uitvoeren conform

de meest recente versie van het certificatieschema.

2.2

Doelstelling

Den Ouden Bodac B.V. werkt voorliggende rapportage uit conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). Dit schema beschrijft de doelstelling van een

Historisch vooronderzoek OO en een Risicoanalyse OO. Het voorliggende onderzoek heeft als doel om te

beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van OO, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Dit volgens het certificatieschema genoemde ‘onderzoek

conflictperiode’ bestaat uit het inventariseren, analyseren en beoordelen van bronmateriaal. De gevonden

geografisch herleidbare indicaties en contra-indicaties worden vervolgens getoetst op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd worden vastgesteld of er mogelijk sprake is van een op OO verdacht gebied, en zo ja, dan zal de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke munitieartikelen

beschreven worden. 6 Wanneer duidelijk is welke OO te verwachten zijn wordt in een kort onderzoek ‘na-

conflictperiode’ aandacht besteed aan de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied. Dit wordt uitgevoerd op basis van naoorlogs kaartmateriaal, afkomstig van het Kadaster, DINO-Loket en het

Algemeen Hoogtebestand Nederland. Wanneer gewenst door de opdrachtgever, kan een verdiepingsslag worden gemaakt in naoorlogs archiefmateriaal. Het verdachte gebied wordt vervolgens naast het

naoorlogs ontwikkelde gebied gelegd om eventuele bodemingrepen op te helderen. Vervolgens wordt een

horizontale en verticale afbakening van het (overgebleven) verdachte gebied opgesteld. Het eindresultaat is een rapportage voorzien van een bijbehorende OO-Bodembelastingkaart (zie Bijlage 1). Mochten geen duidelijke verticale contouren van naoorlogse ontwikkelingen in dit vooronderzoek naar voren zijn

gekomen, dan kan de opdrachtgever kiezen voor een Risicoanalyse OO. In deze verdiepende bureaustudie wordt archiefmateriaal aangaande naoorlogse ontwikkelingen bekeken. Deze worden naast de geplande werkzaamheden gelegd om een concreet vervolgadvies te geven.

2.3

Onderzoeksmethode

Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het CS-VROO. Verder is voorliggend document

opgesteld conform het DO BMS, P01500 documentbeheer en ISO9001 kwaliteitssysteem. Voor het opstellen

van een conclusie is het bronmateriaal essentieel. De organisatie verzamelt indicaties en contra-indicaties

aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot de luchtfotoanalyse wordt in Paragraaf 4.6 uiteengezet. Inzake het bronmateriaal zullen

verscheidene uitgangspunten worden geëvalueerd. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het CS-VROO, staat in Bijlage 5 van deze rapportage. Naar aanleiding van het CS-VROO zal beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke

aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Hier mag echter gemotiveerd van worden afgeweken. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit voornoemd bronmateriaal dienen een locatieverwijzing te

hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van oorlogstuig in het onderzoeksgebied. Bij gebruikmaking van indicaties of contra-indicaties uit geschreven bronnen, behoren de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen. Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie. Indien er

onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden.

‘Certificatie Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’, < https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-vooronderzoek-en-risicoanalyseoo/> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. 6 De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van OO. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden. 5

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 9 van 88

Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de

informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden

informatie overeenkomt met dezelfde OO-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van het

onderzoek zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Bij het vaststellen van de conclusie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op OO wordt

geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer Den Ouden Bodac B.V. een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van

oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie ‘verdacht’ gekoppeld. Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm,

ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke OO is noodzakelijk. Daarnaast

hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een verdacht verklaarde locatie. Deze afbakeningen worden vastgesteld op basis van de ‘nadere bepalingen voor het beoordelen van

bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied’, behorende bij het CS-VROO. Deze nadere

bepalingen, bekend onder kenmerk CS-VROO-02, stellen geen eisen aan de certificaathouder aangezien

gemotiveerd van deze nadere bepalingen mag worden afgeweken. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro verwerkt, waarbij Den Ouden Bodac B.V. gebruik maakt van het Rijksdriehoeksstelsel

(RD) als coördinatensysteem. In de rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te worden gehouden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de

indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik worden gemaakt van het Ontwerp Voorschrift Bepaling

Indringingsdiepte Conventionele Explosieven. 7 Indien er sprake is van grondroering of grondverzet in de

periode 1945 tot heden, dan zal dit meegenomen worden in het onderzoek na-conflictperiode. De

uiteindelijke verdachte verticale afbakening zal uitgedrukt worden tot een diepte ten opzichte van NAP.

2.4 Kwalificatie onderzoeksteam Het Historisch vooronderzoek OO en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historicus dhr. L. (Luc) van Rooi (MA) en historicus dhr. M. (Martijn) van Bommel (MA). Deze rapportage is in samenspraak

en onder verantwoording van dhr. R. (Roy) Maas, projectleider van Den Ouden Bodac B.V., voltooid. Expertises conform deskundigheidseisen CS-VROO

Naam

Dhr. L. (Luc)

Dhr. D.

Dhr. R. (Rick)

Dhr. M.

(MA)

Alphen (MA)

Gunnewiek

Bommel

van Rooi

Historicus

(Daan) van

Historicus

Klein

(MA)

Historicus

Dhr. R. (Roy) Dhr. D.

(Martijn) van Maas

(Dennis)

Naumann

(MA)

Historicus

Functie

Projectleider Senior opsporing

Deskundige

-

-

OOO

Expertises Historisch

onderzoek

7

Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 10 van 88

Deskundigheid ontplofbare

-

-

-

-

-

Civiele techniek

-

-

-

-

-

Risicoanalyse

-

-

-

-

Luchtfoto-

-

-

-

-

oorlogsresten

interpretatie Geografische Informatiesystemen

Tabel 1: Expertises Vooronderzoek en Risicoanalyse.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 11 van 88

3

Projectscope

Ter plaatse van het woningbouwproject Vroonacker IV te Diessen, in de gemeente Hilvarenbeek, zijn

grondroerende werkzaamheden gepland, namelijk de aanleg van een nieuwe woonwijk. Om inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft de gemeente Hilvarenbeek aan Den Ouden Bodac B.V. opdracht

verleend tot het uitvoeren van een Historisch vooronderzoek OO naar de mogelijke aanwezigheid van

Ontplofbare Oorlogsresten (OO). Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Den

Ouden Bodac B.V. opgestelde offerte, zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H22053’ betiteld als ‘Hilvarenbeek plan Vroonacker IV’ krijgen. 8

3.1

Onderzoeksgebied

Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied is door Den Ouden Bodac B.V. een buffer geformuleerd met een straal van 150.00 m1. Binnen deze straal worden alle voor het onderzoek relevante gebeurtenissen

meegenomen in deze bureaustudie. Het onderzoeksgebied valt onder de gemeente Hilvarenbeek in de

provincie Noord-Brabant. Het huidige gebied bevat akker- en grasgronden aan de westelijke rand van het dorp Diessen. De bodem bestaat voornamelijk uit zand. Voor deze rapportage zal voormalige gemeente

Diessen relevant zijn. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met buffer op de navolgende pagina in kaart gebracht (220109_H22053_OG_01).

Email correspondentie tussen mevr. M. van Dam-Vogels (gemeente Hilvarenbeek) en dhr. L. van Rooi (Den Ouden Bodac B.V.) conform offerte met kenmerk 221205_C22389_OB_01 verzonden op 5 december 2022.

8

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

14 0400

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

13 9000 38 8000

38 8000

38 7800

Esri Nederland, Community Maps Contributors

38 7600

38 7800

38 7400

38 7600

38 7200

38 7400

38 7000

38 7200

38 6800

38 7000

38 6600

38 6800

38 6600

Verklaring 38 6400

Onderzoeksgebied Buffer Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

09-01-2022 220109_H22053_OG_01

Actueel

38 6400

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

38 6200

0

50

100

Meters 150

Formaat: A3

Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek

Schaal: 1:5.000

Project: H22053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Onderzoeksgebied

Tek.: M. van Bommel

Tekeningnaam: 220109_H22053_OG_01

Acc.: R. Maas

38 6200

14 0400

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

Esri Nederland, Community Map Contributors

Pagina 13 van 88

4

Onderzoek conflictperiode

Het onderzoek conflictperiode zal op basis van primaire en secundaire bronnen vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens deze bronnen

geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats moeten vinden van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken ter plaatse van het onderzoeksgebied.

4.1

Eerder uitgevoerd onderzoek

Conform het CS-VROO dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van OO, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke

wijze(n) deze informatie wordt betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is navraag gedaan bij

de VEO Bommenkaart. Er zijn geen rapportages gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied. Verder heeft Den Ouden Bodac B.V. het eigen bedrijfsarchief geraadpleegd. Hierin zijn meerdere soorten

onderzoek, zoals historische vooronderzoeken, risicoanalyses en opsporingsopdrachten ondergebracht. Bij

opsporingsopdrachten zijn mogelijk OO aangetroffen. Deze vondsten zijn niet altijd terug te vinden in de raadpleegbare archieven van de EODD. Derhalve zullen mogelijke vondsten van OO uit eerdere

opsporingsopdrachten meegenomen worden in het verdere verloop van het onderzoek. Net als de gegevens van ruimingen door de EODD, kunnen deze vondsten inzicht geven in de mogelijk nog te

verwachten OO in het onderzoeksgebied. De mogelijk relevante vondsten met bijbehorende nummers zijn derhalve terug te vinden in het kaartmateriaal van de EODD in paragraaf 4.4.6 Archief Explosieven

Opruimingsdienst Defensie.

Er zijn geen onderzoeken door Den Ouden Bodac B.V. ter plaatse, of in de omgeving van, het huidige werkgebied uitgevoerd.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 14 van 88

4.2 Stafkaart Kadaster Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke

oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie. 9 Hiermee kunnen – uit het huidige

kaartmateriaal - verdwenen toponiemen worden achterhaald en gebruikt in het brononderzoek. Op het historische kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals:        

Langegrachtsche Heide; Westerwijk; Diessen; Hooghuis; De Braken;

Beekerdijk; Huis ten halve;

Groenendaal.

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeente Diessen. Derhalve

dienen de archieven van deze gemeente geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van Noord-Brabant.

Onderstaande afbeelding geeft de topografische stafkaart weer die werd gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog (220109_H22053_HIS_01).

9

Kadaster, Stafkaart Hilvarenbeek, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 17 S.E.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

14 0600

14 0400

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

13 9000

13 8800

13 8600 38 8600

38 8800

38 8600

38 8400

Esri Nederland, Community Maps Contributors

38 8200

38 8400

38 8000

38 8200

38 7800

38 8000

38 7600

38 7800

38 7400

38 7600

38 7200

38 7400

38 7000

38 7200

38 6800

38 7000

38 6600

38 6800

38 6600

Verklaring 38 6400

Onderzoeksgebied Buffer 38 6400

Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

09-01-2022 220109_H22053_HIS_01

Actueel

38 6200

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

80

160

Meters 240

Formaat: A3 38 6200

Project: H22053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Historische situatie 1944

Tek.: M. van Bommel

Tekeningnaam: 220109_H22053_HIS_01

Acc.: R. Maas 14 0600

Schaal: 1:7.000

14 0400

Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

13 9000

13 8800

38 6000

0

38 6000

Pagina 16 van 88

4.3 Literatuur Voor het onderzoek is relevante literatuur geraadpleegd. Het betreft zowel standaardwerken als eventuele

specifieke lokale en regionale schriftuur. In deze literatuur kunnen indicaties worden gevonden die

herleidbaar zijn tot het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in Bijlage 2 zal de relevantie en

herleidbaarheid verder onderzocht worden. De lijst met geraadpleegde literatuur, websites en alle andere geraadpleegde bronnen is te vinden in Bijlage 6.

4.4 Nationale archieven Ten behoeve van het onderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO, oorlogsschaderapporten, oorlogsdagboeken, gevechtsverslagen van

verschillende legeronderdelen en eventuele naoorlogse werkzaamheden. Waar aanwezig zijn relevante

indicaties in het onderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevindt zich in Bijlage 6.

4.4.1

Gemeentelijk en provinciaal archief

In het Regionaal Archief Tilburg zijn archiefstukken geraadpleegd uit de toegang 769 Inventaris van het archief van het Gemeentebestuur van Diessen, (1905) 1932 - 1980 (1990) en 1425 Inventaris van

Gemeentebestuur Diessen, (1932) 1980 - 1996 (1998). In het Brabants Historisch Informatie Centrum te ’sHertogenbosch zijn provinciale documenten ingezien. Er zijn diverse dossiers geanalyseerd uit het archief van het provinciaal Militair Gezag, zijnde 127 Militair Gezag in Brabant. Het Militair Gezag (MG) was het

dagelijks bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat opvullen. Het orgaan hield zich bezig met herstel van het land en handhaving van de veiligheid. Onderwerpen als de luchtbeschermingsdienst, het herstellen van oorlogsschade en de

explosievenopruiming vielen hier tevens onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het onderzoek. Tenslotte zijn relevante stukken geraadpleegd van het Provinciaal Bestuur, zijnde 1148 Provinciaal Bestuur

Noord-Brabant, 1920-1949, alsmede van de Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant, zijnde 1085 Commissaris van de Koningin CdK in Noord-Brabant, 1920-1969.

4.4.2

Nationaal Archief (NA) te Den Haag

In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken:

Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dit leidde tot de oprichting van de

Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de

luchtbescherming sterker onder controle van de bezetter. Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst.

Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst bestudeerd, te weten

2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 19451974. Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan tevens in de civiele sector. De Korps

Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd deze

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 17 van 88

organisatie eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten. 10 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EODD). Met het

raadplegen van dit archief tracht Den Ouden Bodac B.V. inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen

1946 en 1971. Specifieke informatie uit de periode waarin de Korps Hulpverleningsdienst actief was, is

vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze

informatie nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden

van het Korps geraadpleegd. Tevens is het archief 2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) ingezien. Relevante indicaties over de luchtbeschermingsdienst van de vijftien secties van Nederland kunnen aanwezig zijn in deze documentatie.

Ook documenten uit het archief 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 –

Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) zijn gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de

Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd. Hiermee werd ook het Ministerie van Defensie (later Ministerie van Oorlog) in Londen ondergebracht. Het ministerie hield zich bezig met luchtvaart, militaire

operaties en inlichtingen uit Nederland. Informatie met betrekking tot deze taken kunnen relevant zijn voor deze bureaustudie.

Aanvullend is ook het archief 2.13.137 Inventaris van de archieven van de Ordedienst en de Binnenlandse

Strijdkrachten, en Afwikkelingsbureau, 1941-1956 geraadpleegd. In dit archief bevinden zich verzetsstukken

m.b.t. Duitse troepensterkte op Nederlands grondgebied, mijnenvelden, luchtlandings- en afwerpterreinen en de verplaatsingen van wapens en munitie.

Tot slot is het archief 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen

afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 geraadpleegd. De voornaamste taken van de Commissie van Proefneming waren het plannen, uitvoeren en verslag uitbrengen van de resultaten van fabricage, ontwikkelingsproeven van

munitie en wapens. Daarnaast ontwikkelde en verbeterde de Commissie de beproevingmethoden en procedures van wapens en munitie. In 1939 werd de Commissie in verband met het opheffen van de Normaal Schietschool uitgebreid. Deze werd vervolgens opgeheven met ingang van 15 juli 1940.

4.4.3

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)

In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is allereerst het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. Ten tijde van de bezetting, rond de meidagen in 1940, is het onderzoeksgebied betrokken geweest bij oorlogshandelingen. Derhalve is het archief 409

Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 bestudeerd. De collectie Gevechtsverslagen bestaat uit

bulletins en rapporten die werden ingeleverd door officieren, onderofficieren en manschappen bij de

Krijgsgeschiedkundige Sectie van het Hoofdkwartier van de Generale Staf. Dit gebeurde reeds vanaf de zomer vanaf 1940 en liep door tot enkele jaren na de bezetting.

4.4.4

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD)

In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies te Amsterdam zijn meerdere archieven bestudeerd, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und

Polizeiführer Nord-West). Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland

vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehorend apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-

organisatie in Nederland. Het archief betreft documentatie van deze organisatie. Daarnaast is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling

10

J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 18 van 88

Luchtbescherming, bevinden zich hier rapporten en correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d.

4.4.5

Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk

In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD)

verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het

archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten. In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren 1945-1947

eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige onderzoek is gezocht op vermeldingen van de (voormalige) gemeente Diessen.

4.4.6

Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

Ten behoeve van het onderzoek conflictperiode en na-conflictperiode is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het

ruimen van aangetroffen OO van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen. Pas vanaf dit jaar zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde explosieven

bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of

‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EODD of het SIB. Over de periode 2010-2020 zijn de meldingen digitaal raadpleegbaar bij de EODD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van de

(voormalige) gemeenten Diessen en Hilvarenbeek en de plaatsen Haghorst, Baarschot, Middelbeers, Moergestel, Oisterwijk, Tilburg, Goirle, Westelbeers, Biest-Houtakker en Esbeek.

Den Ouden Bodac B.V. heeft een overzicht van de EODD ontvangen van de UO’s/MORA’s binnen en rondom

het onderzoeksgebied. Hierbij maakt Den Ouden Bodac B.V. gebruik van een buffer van 150.00 m1, welke

overigens voor elke gevonden indicatie gebruikt wordt om de relevantie te bepalen. Deze meldingen ondersteunen het onderzoek door een nauwkeuriger beeld te creëren welke oorlogshandelingen

(beschietingen, grondgevechten, bombardementen) in of nabij het te onderzoeken gebied hebben

plaatsgevonden. Zowel in de database als in de ruimrapporten zijn de locatieomschrijvingen dikwijls

summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden

ingetekend op de Inventarisatiekaart in Bijlage 1. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Den Ouden Bodac B.V. onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op

straat(naam)niveau. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau

als indicatief moet worden beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet herleidbaar is uit de stukken.

Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro. In Bijlage 6 Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is een tabel opgenomen met daarin de

geraadpleegde MORA’s welke relevant zijn voor het onderzoeksgebied. Deze ruimingen zijn in het kaartmateriaal op de navolgende pagina inzichtelijk gemaakt (220109_H22053_EODD_01).

Binnen het onderzoeksgebied is er één melding van een munitieruiming gedaan door de EODD. Het gaat hier om een ruiming op het bouwland van het adres Westerwijk 4 in april 1979. Het betreft Duitse

geschutmunitie met een kaliber van 7,5 cm, deze is te linken aan de Duitse beschietingen op Diessen van oktober 1944 na de bevrijding van de gemeente.

Naast het overzicht van de UO’s heeft Den Ouden Bodac B.V. het mijnenveldregister onderzocht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de strijdende partijen gebruik van mijnenvelden. Het type

(antitankmijn of antipersoneelsmijn) en het aantal gelegde mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor de verdediging en vertraging van de opmars van

troepen. In de jaren direct na 1945 zijn de Duitse en geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 19 van 88

alle geplaatste mijnen konden worden terug gevonden. Sindsdien zijn op of nabij de locaties van

voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote

aantallen mijnen gevonden, doordat de als ‘geruimd’ aangemerkte mijnen destijds niet zijn afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt. De EODD beschikt over een collectie

mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Den Ouden Bodac B.V. heeft

navraag gedaan of er ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden waren gedocumenteerd. Uit de door de EODD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen mijnenvelden in het onderzoeksgebied waren geregistreerd.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

14 0400

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

38 8000

13 9000

38 8200

38 Esri Nederland, Community Maps Contributors

38 7800

8000

38 7600

38 7800

38 7400

38 7600

38 7400

38 7200

20081203

19790771

38 7000

38 7200

38 6800

38 7000

38 6600

38 6800

Verklaring

38 6600

Onderzoeksgebied

20081510

Buffer

38 6400

Ruiming met locatie op adresniveau Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

09-01-2022 220109_H22053_EODD_01

Actueel

2.

38 6400

3.

Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

38 6200

0

50

100

Meters 150

Formaat: A3

Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek

Schaal: 1:5.000

Project: H22053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: EODD-meldingen

Tek.: M. van Bommel

Tekeningnaam: 220109_H22053_EODD_01 Acc.: R. Maas 14 0400

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

38 6200 Esri Nederland, Community Map Contributors

Pagina 21 van 88

4.5 Internationale archieven Den Ouden Bodac B.V. beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform CS-VROO, voor dit onderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau, The National Archives (TNA) te Londen, The National Archives and Records

Administration (NARA) te College Park (Washington D.C.) en The Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa.

4.5.1

Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau

Ten behoeve van het onderzoek heeft Den Ouden Bodac B.V. onderzoek gedaan in het Militärarchiv, dat

ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS,

Kriegsmarine en Wehrmacht zijn beperkt bewaard gebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd. 11 Derhalve blijven slechts enkele archieven over die van betekenis kunnen

zijn voor het onderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der

Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab en RM-7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine. Deze dagelijkse rapporten

geven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941.

4.5.2

The National Archives (TNA) te Londen

In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie.

Allereerst beschikt Den Ouden Bodac B.V. over de zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Air Force (ook wel 2nd TAF genoemd). Zij was vanaf september 1944 tot en met mei 1945 actief boven het

Nederlandse luchtruim. Naast de gegevens van de 2nd TAF zijn andere AIR-collecties geraadpleegd. Het betreft informatie van RAF Bomber Command, Coastal Command en Fighter Command. Daarnaast zijn

Operation Record Books (ORB’s) bestudeerd van relevante Groups, Wings en Squadrons. Naast archieven

over Geallieerde luchtstrijdkrachten beschikt TNA over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse grondstrijdkrachten die ten tijde van de bevrijding in Nederland operationeel waren. Uit de

archiefstukken van de AIR- en WO-collecties kunnen gegevens worden opgediept omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte OO.

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de Geallieerden gebruik van een specifiek

coördinatensysteem genaamd ‘Nord de Guerre’. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in

kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van ten minste vier

cijfers. Wanneer gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter. Geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem is opgenomen, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het onderzoek te achterhalen. Voor het onderzoek is de navolgende geallieerde stafkaart gebruikt: 

Stafkaart Hilvarenbeek, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 17 S.E.

Het volgende kaartvierkant dekt het onderzoeksgebied af en is derhalve gebruikt tijdens het evalueren van de bronnen uit The National Archives (zichtbaar op de navolgende pagina): 

QE2122.

Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zurBenutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’ 11

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

13 9000 38 7800

38 8000

Esri Nederland, Community Maps Contributors

38 7600

38 7800

38 7400

38 7600

38 7200

38 7400

38 7200

38 7000

QE2122

38 6800

38 7000

38 6600

38 6800

38 6400

38 6600

Verklaring Onderzoeksgebied 38 6400

Buffer Nord de Guerre coördinaten

38 6200

Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

09-01-2022 220109_H22053_NG_01

Actueel

2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

50

100

Meters 150

Formaat: A3

Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek

Schaal: 1:5.000

Project: H22053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Nord de Guerre

Tek.: M. van Bommel

Tekeningnaam: 220109_H22053_NG_01

Acc.: R. Maas

38 6200

14 0200

14 0000

13 9800

13 9600

13 9400

13 9200

Esri Nederland, Community Map Contributors 13 9000

38 6000

0

38 6000

Pagina 23 van 88

4.5.3

The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C.

In de National Archives and Records Administration te Washington D.C. zijn manuscripten/interviews met

de Duitse legerleiding geraadpleegd uit Record Group 549. Deze documenten geven een algemene indruk van de verdediging binnen en rondom het onderzoeksgebied. Verder zijn er zogenoemde ‘After Action Reports’ geraadpleegd van relevante Amerikaanse grondtroepen. Deze documenten zijn niet

geraadpleegd, aangezien er geen sprake was van Amerikaanse aanwezigheid in het onderzoeksgebied.

4.5.4

Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa

In de Library and Archives Canada (LAC) zijn diverse documenten aanwezig betreffende de grondtroepen van het Canadese leger. Deze documenten zijn niet geraadpleegd aangezien er geen sprake was van Canadese aanwezigheid in het onderzoeksgebied.

4.6 Analyse luchtfoto’s Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ‘targets’ e.d. te vinden. Het doel van de luchtfoto-interpretatie is – de in de geschreven bronnen gevonden – indicaties visueel inzichtelijk te maken, alsmede additionele informatie te vergaren. Met behulp van luchtopnamen is dikwijls vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij

oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsingen of stellingen

(militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. Op de volgende pagina

is een kaart ingevoegd, 220118_H22053_LUFO_01, met daarop de ligging van geraadpleegde luchtfoto’s ten

opzichte van het onderzoeksgebied. In bijlage 6 Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is meer achtergrondinformatie over de luchtfoto’s te vinden.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

14 4000

14 3500

14 3000

14 2500

14 2000

14 1500

14 1000

14 0500

14 0000

13 9500

13 9000

13 8500

13 8000

13 7500

13 7000

13 6500

13 6000 39 0500

39 0500

39 0000

Esri Nederland, 0000 Community39Maps Contributors

38 9500 38 9500

38 9000 38 9000

38 8500 38 8500

38 8000 38 8000

38 7500 38 7500

38 7000 38 7000

Verklaring Onderzoeksgebied Buffer 38 6500

38 6500 Versiebeheer Nr.

Datum

Tekeningnaam

Status

1.

18-01-2022 220118_H22053_LUFO_01

Actueel

2.

38 6000

3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven

0

38 5500

240

480

Meters 720

38 6000

Formaat: A3

Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek

Schaal: 1:20.000

Project: H22053

Coördinatenstelsel: RD

Tekening: Luchtfotodekking

Tek.: M. van Bommel 38 5500

38 5000

14 4000

14 3500

14 3000

14 2500

14 2000

14 1500

14 1000

14 0500

14 0000

13 9500

13 9000

13 8500

13 8000

13 7500

13 7000

13 6500

Tekeningnaam: 220118_H22053_LUFO_01 Acc.: R. Maas

Pagina 25 van 88

4.6.1

Methodiek

Conform het CS-VROO worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie houdt Den Ouden Bodac B.V. rekening met:     

Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; Dekking;

Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; Kwaliteit fotobeeld; Schaal.

Luchtfoto’s zullen, op basis van de data van de oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto-interpretatie zal Den Ouden Bodac B.V. letten op de verschillende typen luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde

‘verticals’. 12 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd

worden. Het programma Photoshop wordt gebruikt om de foto’s bij te snijden en grijswaarden toe te

passen. Door middel van het georeferentiesysteem ArcGIS Pro kunnen mogelijke indicaties op de juiste locatie gepositioneerd worden. 13 Niet alleen de selectie van foto’s kan invloed hebben op de

luchtfotoanalyse. Een luchtfoto blijft een momentopname van de situatie van het onderzoeksgebied ten

tijde van fotograferen. Niet alleen kunnen wolken, bebouwing, schaduwwerking, groei van planten of water (bijvoorbeeld inundatie) hinderlijk zijn tijdens de luchtfoto-interpretatie. Ook herstelwerkzaamheden of

camouflage kunnen een vertekend beeld geven van mogelijke oorlogshandelingen.

Tijdens de luchtfotoanalyse maakt Den Ouden Bodac B.V. een classificatie van objecten welke relevant

kunnen zijn voor het onderzoek. Drie termen zullen de validiteit van een object of verstoring bepalen. Het begrip ‘bevestigd’ wordt ingezet wanneer de betrouwbaarheid grenst aan zekerheid, waarbij de

waarneming met een tweede bron bevestigd kan worden. Het begrip ‘waarschijnlijk’ zal ingezet worden

wanneer er een overwegende zekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de

luchtfoto. Als er een overwegende onzekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto, dan zal de term ‘mogelijk’ gebruikt worden. Indien een object met de betrouwbaarheid

‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van een verdacht gebied, streeft Den Ouden Bodac B.V. ernaar om aanvullende bronnen te raadplegen. 14

De luchtfotoanalyse wordt in tabelvorm opgenomen in Bijlage 2. Dit geschied op twee manieren. Ten eerste

wordt een aparte kolom in de indicatietabel opgenomen, waarbij de luchtfotoanalyse wordt uitgevoerd

met betrekking tot een specifieke indicatie. In dit geval wordt de luchtfoto gebruikt als ‘onderbouwende’ bron. Ten tweede worden indicaties die enkel herleidbaar zijn naar de luchtopname zelf in een aparte luchtfotoanalyse beoordeeld. Luchtfoto’s worden in dit geval als onafhankelijke bron beschouwd.

Tot slot maakt Den Ouden Bodac B.V. gebruik van een bedrijfsspecifieke GIS-codering betreffende het

onderzoek van bronnenmateriaal en de luchtfotoanalyse. Met behulp van deze codering wordt getracht een koppeling te maken tussen de verschillende indicaties uit het vooronderzoek in relatie tot het

kaartmateriaal. Indien relevante indicaties geografisch ingetekend kunnen worden, zal de GIS-code in

Bijlage 2 beschreven worden. Er wordt bij het optekenen van de GIS-codering rekening gehouden met het verschil tussen indicaties afkomstig uit literatuur en archiefmateriaal, en indicaties afkomstig uit de

luchtfotoanalyse. Wanneer indicaties afkomstig zijn vanuit literatuur of archiefmateriaal wordt de GIS-

codering gekoppeld aan de letter ‘A’ (archief). Voor indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse wordt de

letter ‘L’ (luchtfoto) gebruikt. Wanneer indicaties in beide bronnen voorkomen worden beide letters

De kwaliteit van de luchtfotoanalyse heeft onder andere te maken met de opnamehoek en opnamehoogte van de foto’s. Vanwege verschillende aspecten (kwaliteit luchtfoto, opnamehoek, brandpunt, snelheid vliegtuig en de beschikbare georeferentie punten) treedt er tijdens de georeferentie van luchtfoto’s een afwijking van vijf tot tien meter op. In dit onderzoek wordt een tolerantie gehanteerd van tien meter. 14 Het object met betrouwbaarheid ‘mogelijk’ zal door Den Ouden Bodac B.V. geverifieerd worden met behulp van andere luchtfoto’s met verschillende data. Daarnaast zal getracht worden om aanvullende indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek te vinden. 12 13

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 26 van 88

genoteerd. In de paragraaf 4.7 Conclusie onderzoek conflictperiode is een tabel opgenomen met daarin

alle indicaties die als relevant voor het onderzoeksgebied zijn beoordeeld.

4.6.2

Selectie beeldmateriaal

Voor dit onderzoek heeft Den Ouden Bodac B.V. een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s

in nationale en internationale archieven. In Nederland bestaan momenteel twee archieven die samen een vrij complete collectie beheren van relevantie luchtopnamen die gemaakt zijn door zowel de Britse als de Amerikaanse luchtmacht. Een deel van deze collecties bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties,

Bibliotheek Wageningen University (WUR) te Wageningen. Het andere deel beheert het Kadaster GEOInformatie (KAD) te Zwolle. De luchtfoto’s uit beide archieven kunnen geleverd worden door de site

www.dotkadata.nl. Naast de verplichte Nederlandse archieven beschikken ook internationale archieven over luchtfoto’s van Nederland. Den Ouden Bodac B.V. heeft derhalve de luchtfotocollecties van The

National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh en het Laurier Military History Archives

(LMHA) te Waterloo geraadpleegd. In Bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de geselecteerde en

geanalyseerde luchtfoto’s. In Bijlage 2 worden de resultaten van de luchtfotoanalyse gepresenteerd in de

indicatietabel en (indien van toepassing) separaat.

4.7

Conclusie onderzoek conflictperiode

Uit het onderzoek conflictperiode is gebleken dat er relevante en herleidbare indicaties zijn gevonden in de

literatuur, archiefstukken en/of de luchtfotoanalyse. In Bijlage 2 is een overzicht in chronologische

tabelvorm gegeven van de bevindingen uit het onderzoek. Van sommige indicaties is het niet mogelijk

gebleken een exacte locatie vast te stellen. Deze zijn omwille van de historische context en/of relevantie wel opgenomen in het overzicht. Wanneer een gebeurtenis buiten de buffer van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, of als de precieze locatie niet bekend is, dan wordt dit vermeld. In het overzicht

wordt tevens vermeld of een gebeurtenis als relevant of niet relevant kan worden beschouwd voor het

onderzoeksgebied. Wanneer een indicatie ‘relevant’ is, wordt dit aangegeven met een semi-rode kleur. Bij een indicatie die ‘niet relevant’ wordt bevonden, zal dit aangegeven worden met een semi-groene kleur.

Zodoende is visueel direct duidelijk welke indicaties een verdachte afbakening tot gevolg kunnen hebben.

Middels een GIS-codering worden relevante indicaties uit de indicatietabel en welke indicaties zichtbaar zijn op luchtopnamen, gekoppeld aan de inventarisatiekaart in Bijlage 1. GIS-

codering:

Datum:

Indicatie:

3 t/m 27

Diessen-dorp wordt op 3 oktober 1944 bevrijd door de Britten van de 53rd

1944

bevrijding van Tilburg op 27 oktober worden bevrijd. Tot die tijd loopt er een

oktober

Welsh Infantry Division. De gehele gemeente Diessen zal pas met de

frontlinie vanaf het Wilhelminakanaal bij Haghorst tot en met, grof geschat,

Goirle; de noordelijke gedeeltes van de gemeenten Hilvarenbeek en Diessen zijn dus nog drie weken bezet door de Duitsers. Het gedeelte tussen de

frontlinie en Tilburg is over het algemeen niemandsland waar beide partijen GIS-A-01

patrouilles houden. Veel gevochten wordt er niet. Wel wordt er over en weer geschoten en zo ook in en rondom het onderzoeksgebied. In het

gemeentearchief van Diessen zijn verschillende schaderapporten gevonden van panden, rondom het onderzoeksgebied en in de buffer, die

granaatschade hebben geleden. Dit is hoogstwaarschijnlijk het resultaat van Duitse artilleriebeschietingen in de drie weken dat de gemeente Diessen nog niet geheel bevrijd was. Deze panden zijn ingetekend als oorlogsschade met giscodering GIS-A-01 op de inventarisatiekaart in Bijlage 1. Er zijn helaas

geen luchtfoto’s beschikbaar van na deze periode van beschietingen, dit

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 27 van 88

blijft een leemte in de kennis. Het feit dat er geen schade en kraters te

ontwaren zijn op de, enige beschikbare, luchtfoto’s van na de indicaties van Britse beschietingen, bevestigd het vermoeden dat de schade van Duitse

aard is. Het sluit ook aan op de gevonden indicaties omtrent Britse stellingen in de Westerwijk; een logisch Duits doelwit van de beschietingen. Het onderzoeksgebied wordt hierdoor verdacht verklaard op Duitse geschutmunitie; met inachtneming van het feit dat er in het

onderzoeksgebied één naoorlogse ruiming is geweest van een Duitse

granaat en dat er vrijwel geen naoorlogse bodemroeringen zijn geweest. 6 oktober 1944

Twee locaties zijn met zekerheid ingetekend op de inventarisatiekaart als

Britse geschutstellingen met giscodering GIS-A-02. Er zijn meerdere

indicaties gevonden van Britse stellingen in en rondom Diessen, zoals in de

Westerwijk. Deze stellingen stonden aan de, huidige, Heuvelstraat 55 en 56.

Ze zijn op basis van geschreven bronnen ingetekend, op luchtfoto’s waren ze niet te ontwaren. Dit is niet bijzonder aangezien er veel werd geschoven met

GIS-A-02

dergelijke stellingen. Het geeft echter wel aan, tezamen met andere

indicaties van geallieerde stellingen, dat er in en rondom de buffer van het onderzoeksgebied Britse stellingen stonden. Zoals hierboven al stond beschreven, sluit dit aan op de gevonden indicaties van Duitse

beschietingen op de Westerwijk en omgeving. De Duitsers richtten namelijk

hun kanonnen op posities van vijandelijk geschut. 11 mei 1955

In de naoorlogse periode, pré-EODD, is er een projectiel gevonden in de

Waterstraat. Het is niet met zekerheid te zeggen wat voor projectiel het betrof en waar precies het is gevonden. Het geeft aan dat er munitie aangetroffen

wordt rondom het onderzoeksgebied. Naast één ruiming van de EODD in het onderzoeksgebied betreft dit de enige andere ruiming in de omgeving. Dit is

GIS-A-03

te verklaren aan de hand van de weinige tot geen bodemroeringen in het onderzoeksgebied en omgeving. In gebieden waar wel sprake is van

bodemroeringen wordt doorgaans wel munitie gevonden als het gebied onderdeel is geweest van oorlogshandelingen. Zodoende blijft het

vermoeden bestaan dat er nog meerdere OO in de bodem zit van het

onderzoeksgebied. De munitieruiming is ingetekend met giscodering GIS-A-

03 op de inventarisatiekaart.

Tabel 2: Relevante of belangrijkste indicaties.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 28 van 88

4.7.1

Beeldmateriaal

Figuur 1: Uitgeschakelde Franse tank na de gevechtshandelingen te Diessen in mei 1940. Bron: Regionaal Archief Tilburg (RAT), 1448 Archief van Jan Naaijkens te Hilvarenbeek, 1940 – 2010, inv. nr., 42.

Figuur 2: Vernielde boerderij na de gevechtshandelingen te Diessen in mei 1940. Bron: Regionaal Archief Tilburg (RAT), 1448 Archief van Jan Naaijkens te Hilvarenbeek, 1940 – 2010, inv. nr., 42.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 29 van 88

Figuur 3: Vernummering van huidige Waterstraat 21 in concordantietabel. Bron: Regionaal Archief Tilburg (RAT), 1425 Inventaris van Gemeentebestuur Diessen, (1932) 1980 - 1996 (1998), inv. nr. 25, Overzicht van omzettingen van oude huisnummers in straatnamen en huisnummers 1985.

Figuur 4: De frontlinie tussen de bevrijding van Diessen op 3 oktober en de bevrijding van Tilburg op 27 oktober. Bron: J. Didden en M. Swarts, Brabant Bevrijd (Hulst, 1993), 130.

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 30 van 88

Figuur 5: Naoorlogse ruimingen van Duitse geschutmunitie in de gemeente Hilvarenbeek. Bron: Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

https://www.denoudengroep.com/den-ouden-bodac Historisch vooronderzoek OO - Hilvarenbeek plan Vroonacker IV

Pagina 31 van 88

Figuur 6: Inslaglocatie van een V1 . Bron: www.vergeltungswaffen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16514777/1